B Jaarverslag 2020 - Stichting Wolderwijs
Tekst van het document
2.7
Werkdrukvermindering
In het primair onderwijs wordt relatief veel werkdruk ervaren. Werkdruk kan heel veel verschillende oorzaken hebben met veel verschillende soorten oplossingen. Het is belangrijk dat leerkrachten in hun team zelf kunnen bepalen hoe werkdruk op hun eigen school het beste kan worden aangepakt. Zij moeten zo veel mogelijk zelf kunnen bepalen hoe het werkverdelingsplan eruit komt te zien. Stichting Wolderwijs faciliteert leerkrachten bij het gesprek over werkdruk en helpt te achterhalen waar eventuele werkdruk vandaan komt. De teams kunnen vervolgens bepalen welke maatregelen er genomen moeten worden en nemen dit op in het werkverdelingsplan. Een inventarisatie van mogelijke werkdrukproblemen in het primair onderwijs levert de volgende punten op: Veel administratieve lasten
Veeleisende ouders
Vaak inloggen op verschillende systemen
Veel verantwoording afleggen
Gevoel voortdurend tekort te schieten
ICT-problemen
Te grote klassen
Te veel (onderwijs)taken
(Zorg)leerlingen met problemen
Problemen met privacywetgeving
Veel losse klussen, zoals kopieerwerk, Klas aanvegen, etc.
Werkdrukvermindering is maatwerk; niet alle scholen hebben baat bij dezelfde oplossing, ook niet alle leerkrachten hebben baat bij dezelfde oplossing. Als een team weet waar de werkdruk ervaren wordt, kan het passende oplossingen kiezen. Het kan gaan om maatregelen als: Het verminderen van het aantal Het anders organiseren van het lesuren per leerkracht onderwijs
Verminderen onderwijstijd (aanpassing wetgeving)
Meer handen in de klas
Klassen verkleinen
Inzet onderwijsondersteunend personeel
Meer administratieve ondersteuning
Inzet vakleerkrachten
Inzetten op verbeteren ICT
Een conciërge voor de school Wolderwijs voert actief beleid om werkdruk te voorkomen en/of te beperken. Van werkgevers wordt verwacht dat zij een risicoinventarisatie en -evaluatie (RI&E) opstellen met een plan van aanpak. De onderwerpen hierin dienen zij ook daadwerkelijk uit te voeren. Maatregelen gericht op het beperken van werkstress zijn een integraal onderdeel van goed HRM-beleid van een schoolbestuur. Op bijna alle locaties is een facilitair medewerker, conciërge en/of administratief medewerker ingezet, met het doel om de werkdruk op de locaties te verlichten. Een gedeelte van de kosten van deze medewerkers wordt gedekt vanuit werkdrukbekostiging. Met ingang van 2018 zijn deze ondersteunende functies qua omvang in uren verdubbeld. Deze uitbreiding dient ter overbrugging van de periode tot aan de laatst verwachte verhoging van de werkdrukmiddelen vanuit het Ministerie van OCW in 2024 (meest actuele informatie). In de meeste gevallen gaat het om medewerkers met een afstand tot de arbeidsmarkt.
Verantwoording werkdrukmiddelen Stichting Wolderwijs In het proces voor de totstandkoming van een effectieve aanpak van werkdruk op schoolniveau zijn er door de directeuren gesprekken gevoerd met hun teams en de personeelsgeleding van de medezeggenschapsraden (P-MR). Het doel hiervan was tot een eenduidige besteding te komen van de beschikbare werkdrukmiddelen, met als resultaat dat alle P-MR’en de bestedingsplannen van de scholen hebben goedgekeurd.
18
Daarnaast zijn er op de scholen ook niet-financiële maatregelen getroffen voor de vermindering van werkdruk. Er wordt doorlopend stilgestaan bij de bewustwording van werkdruk en de verlaging hiervan. Werkprocessen worden opnieuw beschouwd en bespreekbaar gemaakt. Dit komt onder andere samen in de toekomstige werkverdelingsplannen van de scholen. In 2020 heeft Stichting Wolderwijs bekostiging voor werkdrukvermindering ontvangen voor een bedrag van € 220 per leerling. In totaal is er € 292.521 aan werkdrukbekostiging ontvangen in 2020, wat ingezet is als volgt: Besteed Bestedingscategorie
Personeel
bedrag
Eventuele toelichting
274.521
Inzet onderwijsassistenten, facilitair medewerkers en groepshoppers (vrijroostering personeel) én formatie voor extra en/of kleinere klassen.
Extern personeel
18.000
Inhuur vakleerkracht muziek.
Materieel
0
-
Professionalisering
0
-
Overig
0 292.521
2.8
AVG
Dit jaar is het basis AVG beleid verder uitgewerkt en is er een overgang gemaakt naar YourSafetyNet IBP (Informatie Beveiliging en Privacy) van YourSafetynet (YSN) die beter toegespitst is op het onderwijs door integratie van het 5-stappenplan van Kennisnet. Dit systeem bevat ook een geïntegreerd verwerkingsregister wat het opnemen van verwerkersovereenkomsten vergemakkelijkt en meer inzicht biedt. In 2020 heeft Wolderwijs, door verschuivingen binnen Flex-FG, een andere Functionaris Gegevensbescherming (FG’er) gekregen. Martijn Jansen neemt de taak over van Sanne van Lienden. Hierdoor en door de lockdown zijn de schoolbezoeken van de FG’er tot nader orde uitgesteld. In deze bezoeken controleert en ondersteunt de FG’er het basisbeleid op de werkvloer. Verder: -
Zijn de basis AVG documenten goedgekeurd door de bestuurder en de GMR en worden deze door de werkgroep uitgezet in de organisatie; Zijn de verwerkingsregisters in Excel volledig ingevuld; Is de workflow van de oude naar de nieuwe YSN omgeving overgezet; Is er voor Kindcentra Wolderwijs een tweede AVG boekhouding opgezet; Is de O365 tenant gecontroleerd door de FG’er en conform AVG aangepast.
AVG is structureel geagendeerd binnen het directieberaad en het overleg met de bestuurder. Er is in het verleden gestuurd op het werken in de online omgeving van Microsoft. Eind 2020 is de cloudmigratie op de laatste scholen afgerond en vanaf augustus 2020 is het Microsoft platform actief beschikbaar voor alles gebruikers van Wolderwijs. Daarmee werkt de gehele organisatie samen vanuit de eigen beheerde omgeving waarop eenduidig AVG beleid toegepast kan worden in zowel de interne en externe communicatie. Dit geeft Wolderwijs de beschikking over krachtige beveiligingsfuncties in Exchange zoals ‘het voorkomen van gegevensverlies’ (controle op persoonsgevoelige inhoud en de versleuteling ervan) en ‘Bedreigingsbeheer’ (antiphishing, anti-spam, veilige bijlagen en koppelingen en anti-malware) om ervoor te zorgen dat informatie zowel binnen als buiten de tenant veilig is en blijft. Door het gebruik van een eigen SharePoint-omgeving en het gebruik van Teams door medewerkers en leerlingen, is bedrijfsdocumentatie goed gescheiden en beveiligd: -
Binnen de eigen geïsoleerde SharePoint-omgeving door het gebruik van beveiligingsgroepen;
19
-
Binnen Teams, waar ook SharePoint gebruikt kan worden, beveiligd door middel van toegang die door de eigenaar van het Team wordt verleend. Tevens biedt Teams ook de mogelijkheid om volledig buiten ons eigen SharePoint te werken met externe gebruikers.
Binnen de Office 365 trainingen worden de diverse veiligheidsaspecten besproken.
20
3.
Klanten (ouders en leerlingen)
3.1
Algemeen
Onder het klantenperspectief vallen de ouders en leerlingen en het marktsegment waarin Stichting Wolderwijs deelneemt aan het maatschappelijk en economisch verkeer. Dit perspectief omvat succesbepalende factoren als de mate van voldoen aan behoeften van afnemers (ouders en leerlingen), klantenbinding, werving van nieuwe leerlingen, omvang van de markt en het marktaandeel. Het is van belang in te spelen op de wensen van ouders en leerlingen en de veranderingen daarin. Het doel van Stichting Wolderwijs is dat leerlingen hun capaciteiten zo goed mogelijk benutten.
3.2
Succesbepalende factoren
Het volgende doel is gesteld in 2020: Succesbepalende factor
Periode
Onderdeel
De Wolderwijskrachten hebben vertrouwen in de organisatie en zijn met plezier en bevlogenheid aan het werk. De tevredenheidsscores zijn hoger dan het landelijk gemiddelde.
2019 t/m 2023
3.3
3.3
Tevredenheidsonderzoek
Stichting Wolderwijs onderzoekt om het jaar de tevredenheid van ouders, leerlingen en medewerkers. De tevredenheidspeilingen vormen tezamen een instrument dat een waardevolle bijdrage levert aan het kwaliteitsbeleid op de scholen. Het onderzoek levert een bijdrage aan: • • •
Kwaliteitsbeleid en schoolorganisatie; Betrokkenheid ouders, personeel en leerlingen; Op zijn minst stabiliseren van de marktpositie.
In maart 2020 zijn de tevredenheidspeilingen voor het eerst afgenomen via WMK. In de voorgaande jaren is gebruik gemaakt van Scholen met Succes. Omdat de normering in deze systemen niet gelijk is, zijn de gegevens niet makkelijk één op één met elkaar te vergelijken. In deze samenvatting zal alleen in worden gegaan op de tevredenheidspeilingen van dit jaar. Er zijn 3 tevredenheidspeilingen uitgezet: onder leerlingen, leerkrachten en ouders. Hieronder ziet u een overzicht van de peilingen.
21
Uit de tevredenheidsonderzoeken komt o.a. bij didactisch handelen naar voren dat medewerkers de mogelijkheden die het gebouw of hun lokaal biedt om leerlingen zelfstandig te laten werken, verbeterd zou kunnen worden. Daar waar mogelijk zijn schoolgebouwen aangepast aan de nieuwe inzichten van het lesgeven (bijv. leerpleinen). Daar waar dit niet mogelijk is, zal het team met de directeur zoeken naar de mogelijkheden i.p.v. onmogelijkheden van het gebouw om toch zelfstandig werken mogelijk te maken. Ouders zijn tevreden over de hulp en uitleg die de leerkracht hun kind geeft. In het geval van kwaliteitszorg zien ouders als verbeterpunt de informatie die zij ontvangen over verbetertrajecten waaraan de school werkt. Wel zijn zij tevreden over de schoolgids maar wellicht biedt dit ouders niet voldoende informatie. De wijze waarop de schoolleiding optreedt bij incidenten en zorgt voor een professionele cultuur geven de medewerkers aan als sterke punten. Op het gebied van leerstofaanbod zijn ouders vooral tevreden over de schooltijden en dat hun kind met plezier naar school gaat, de mate waarin aandacht wordt besteed aan digitale vaardigheden en aan buitenschoolse activiteiten. De aandacht voor digitale vaardigheden is iets waar Wolderwijs veel op heeft ingezet en wat ook de komende jaren op de agenda staat. Leerlingen geven gemiddeld een goed op kwaliteit en pedagogisch handelen.
Zij vinden dat ze een aardige juf/meester hebben en dat deze op een prettige manier met hen omgaat. Uit onderzoeken blijkt dat het pedagogisch klimaat een voorwaarde is om tot leren te komen. Dat Wolderwijs hier een goed op scoort is dus een mooi uitgangspunt om onze leerlingen een veilige basis te bieden om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Ook het lesgeven wordt op alle scholen gezien als een sterk punt. Het schoolklimaat scoort volgens de ouders voldoende. Sterke punten vinden ouders de sfeer op school en de nieuwsbrieven die zij ontvangen. Verbeterpunt is volgens de ouders de website van de school. Dit laatste is door de bovenschools ICT’er samen met de directeuren opgepakt. Ouders zijn minder tevreden op het gebied van zorg en begeleiding. Dit zit vooral in de adviezen die zij wel/niet krijgen van de school over hoe zij hun kind kunnen helpen, de mate waarin zij betrokken worden bij de extra zorg die hun kind nodig heeft en de informatie die zij krijgen over de begeleiding van hun kind. Deze punten worden besproken binnen de teams, DB en het IB-netwerk. Waar nodig worden actiepunten geformuleerd en uitgevoerd.
22
3.4
Marktaandeel
Naast het hebben van inzicht in het aantal leerlingen in de gemeente De Wolden is het van belang jaarlijks het marktaandeel in beeld te brengen. Hieronder volgt een overzicht van de marktaandelen binnen het primair onderwijs, per 1 oktober 2020, in de gemeente De Wolden (waarbij geen rekening is gehouden met leerlingen uit de gemeente De Wolden die in een andere gemeente onderwijs volgen): Marktpartijen Openbare basisscholen Bijzondere basisscholen
Aantal 1.265 496
Percentage 71,8% 28,2%
(2019: 72,5%) (2019: 27,5%)
Totaal aantal basisschoolleerlingen De Wolden 1.761 De daling van het marktaandeel is nagenoeg volledig te wijten aan de verslechterde marktpositie in Zuidwolde, waar het leerlingaantal van het bijzonder onderwijs is gestegen en dat van het openbaar onderwijs licht gedaald. Stichting Wolderwijs streeft naar een minimale handhaving van het huidige marktaandeel. Met name het verbeteren van de kwaliteit van het onderwijs en de IKC-ontwikkelingen in de afgelopen jaren spelen een belangrijke rol in de tevredenheid van ouders, leerlingen en medewerkers en kunnen daarmee een positieve invloed kunnen hebben op het marktaandeel.
3.5
Klachtenregeling
Stichting Wolderwijs heeft een eigen klachtenregeling en is aangesloten bij de landelijke klachtencommissie van Stichting Onderwijsgeschillen. In het kader van de klachtenregeling zijn een extern vertrouwenspersoon, een contactpersoon voor het schoolbestuur en een contactpersoon (veiligheidscoördinator) per school aangesteld. Klachten, die niet naar tevredenheid intern afgehandeld kunnen worden, worden ingediend bij de landelijke klachtencommissie. Het klachtrecht heeft een belangrijke signaalfunctie met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs. Door de klachtenregeling ontvangen het schoolbestuur en de individuele scholen op eenvoudige wijze signalen die hen kunnen ondersteunen bij het verbeteren van het onderwijs en de goede gang van zaken op school. Veruit de meeste klachten over de dagelijkse gang van zaken in de school worden in onderling overleg tussen ouders, leerlingen, personeel en schoolleiding op een correcte wijze afgehandeld. Indien dat echter, gelet op de aard van de klacht, niet mogelijk is of indien de afhandeling niet naar tevredenheid heeft plaatsgevonden, kan men een beroep doen op de klachtenregeling. Een klacht kan gaan over een beslissing van de bestuurder, de directeur of een leerkracht, maar ook over het gedrag van een leerkracht of andere personen of organen die bij de school betrokken zijn. De klachten kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: -
Onderwijskundige zaken Schoolorganisatie Communicatie Sancties tegen leerlingen
Veiligheid Ongewenste intimiteiten Vormen van discriminatie
In 2020 zijn er geen klachten ingediend bij de landelijke klachtencommissie op grond van de klachtenregeling.
23
4.
Ontwikkeling en groei
4.1
Algemeen
Het ontwikkelings- en groeiperspectief benadrukt het belang van de inrichting van de organisatie. Stichting Wolderwijs besteedt aandacht aan en hanteert kwaliteitszorgsystemen. Daarnaast is er sprake zijn van een lerende organisatie waarbij de kwaliteit van het onderwijs een concurrentievoordeel moet opleveren. Medewerkers worden gestimuleerd zelf hun uitdagingen aan te gaan en problemen op te lossen en te bedenken hoe de kwaliteit van het onderwijs voor ouders en leerlingen verhoogd kan worden.
4.2
Succesbepalende factoren
De volgende doelen zijn gesteld in 2020: Succesbepalende factor
Periode
Onderdeel
De kinderen van de (I)KC’s worden systematisch gevolgd in hun ontwikkeling.
2019 t/m 2020
4.2.1
Alle directeuren hebben goed zicht op de kwaliteit van het onderwijs op school, zijn goed op 2019 t/m 2023 de hoogte van het nieuwe toezichtskader en geven goed onderwijskundig leiding.
4.3
Alle scholen hebben een positieve beoordeling van de Inspectie van het Onderwijs.
4.3
2019 t/m 2020
Alle scholen hebben voor de eindtoets 2019/2020 minimaal de Wolderwijs-ondergrens 2020 behaald.
4.3
Alle locaties beschikken over een taal-, reken-, en meer en hoogbegaafdheidscoördinator of delen deze met een ‘collega’-school (cluster). Voor hen is een duidelijke en actuele taakomschrijving ontwikkeld.
2020 t/m 2022
4.5.1
Alle locaties hebben een aantrekkelijke website waarop belangrijke informatie te vinden is voor ouders en andere belangstellenden.
2020 t/m 2021
4.6
4.2.1
De kinderen van de (I)KC’s worden systematisch gevolgd in hun ontwikkeling.
In de voor- en vroegscholen wordt opbrengstgericht gewerkt, met heldere doelen, een doorgaande leerlijn van voorschool (peuters/KDV) naar vroegschool (groep 1 en 2 basisonderwijs). De ambitie van Wolderwijs is dat alle locaties werken met een kindvolgsysteem dat aansluit bij het gebruikte (VVE-)programma van 0-6 jaar. De pedagogisch medewerkers en de leerkrachten volgen de ontwikkeling van alle kinderen. De resultaten van de observaties en/of toetsen worden regelmatig geanalyseerd, zodat bepaald kan worden welke aanpak nodig is voor het individuele kind en de hele groep. Verder wordt verwacht dat de gekozen aanpak regelmatig wordt geëvalueerd. Het is wenselijk dat de observatiegegevens en overige relevante kindgegevens van de voorschool digitaal kunnen worden overgezet naar de vroegschool. In samenwerking met Kidsadmin (kindplansysteem) wordt het kindvolgsysteem vormgegeven en ontwikkeld voor kinderen van 0-4 jaar. Eind 2020 is een pilot gestart om het kindvolgsysteem te testen. Pedagogisch medewerkers van verschillende locaties doen hieraan mee. De verwachting is dat de pilot in juni 2021 afgerond kan worden en het kindvolgsysteem medio september 2021 geïmplementeerd kan worden binnen Wolderwijs opvang. In 2021 zal er ook verder vorm gegeven worden aan de koppeling met het onderwijssysteem ParnasSys om kindgegevens over te kunnen zetten van opvang naar onderwijs.
In onderdeel 2.2.1 staat omschreven hoe vorm wordt gegeven aan doorgaande lijnen binnen het IKC. Het systematisch volgen van kinderen maakt hiervan onderdeel uit.
4.3
Kwaliteit onderwijs
Kwaliteitsgesprekken Twee keer per jaar houdt de beleidsmedewerker kwaliteit onderwijs een kwaliteitsgesprek met de directeur aan de hand van een format, waarop vaste gespreksonderwerpen staan (o.a. opbrengsten, personeel, beleidsdocumenten, ambities), welke aangevuld kunnen worden met onderwerpen vanuit de school. Dit jaar stonden de gesprekken grotendeels in het teken van afstandsonderwijs; hoe kunnen we de kwaliteit van ons afstandsonderwijs zo optimaal mogelijk maken. Vanuit de eerste lockdown hebben wij geleerd dat de contactmomenten tussen leerkracht en leerlingen van groot belang zijn. De leerlingen profiteren van de instructies die door de leerkrachten worden gegeven. Daar is tijdens de tweede lockdown dan ook extra op ingezet. In 2020 is er geen landelijke eindtoets afgenomen. Wel zijn de tussenresultaten geanalyseerd, besproken en waar nodig is er actie ondernomen. Voor 2021 worden schoolnormen opgesteld. In h et vierjaarlijks bestuursonderzoek dat in december 2019 is uitgevoerd bij het bestuur van Stichting Wolderwijs zijn een aantal aandachtspunten genoemd. Deze zijn ter harte genomen maar gezien zowel een bestuurswisseling, een wisseling binnen deraad van toezicht als ook de gevolgen van de coronapandemie en de daarop betrekking hebbende maatregelen is de daadwerkelijke uitvoering
24
Onderwijsinspectie nog niet voldoende tot stand gekomen. Toch zijn er al wel verbeteringen te noemen. Zo hanteren de scholen voor het opstellen van hun school- en jaarplan een zelfde format. Dit stelt hen in staat om met elkaar overeenkomstige doelen te formuleren en deze te toetsen aan het koersplan en een vastgestelde ondergrens. Het voorafgaand aan het schooljaar vaststellen van gezamenlijke doelen en de ondergrens zal voor schooljaar 2021-2022 worden ingezet. Uit de inspectie die naar aanleiding van het bestuursonderzoek plaatsvond op vier van tien scholen van Wolderwijs heeft alleen IKC ’t Oelebröd een herstelopdracht gekregen voor de standaard ‘zicht op ontwikkeling’. De school heeft op basis van een plan van aanpak verbeteringen ingevoerd in zowel het handelen van de leerkrachten als ook het analyseren van de aanbieding aan de leerling en het evalueren van het resultaat hiervan. Na een door de coronapandemie enigszins vertraagde deelaudit heeft de onderwijsinspecteur de herstelopdracht als voldoende uitgevoerd beoordeeld. In 2020 hebben op enkele scholen onderzoeken plaatsgevonden aan de hand van de volgende thema’s: didactisch handelen, kwaliteitsbeleid en leerlingpopulatie. De inspectie gaat hierover met de schoolleiders in gesprek, maar koppelt hier geen beoordeling aan. De uitkomsten van de thema-onderzoeken zijn met elkaar gedeeld in het directieberaad.
Audits Door de coronapandemie mochten er geen externen in de school, waardoor er in 2020 geen audits (behalve die voor de herstelopdracht van ’t Oelebröd) zijn afgenomen. De directeuren zijn in 2020 gestart met de opleiding auditor van bureau Meesterschap en moeten allen drie audits afnemen. In schooljaar 2021/2022 zal hiervoor een inhaalslag plaatsvinden. Voor iedere audit moet de directeur een zelfevaluatie schrijven. Hierin beschrijft de directeur hoe hij/zij de kwaliteit van zijn/haar eigen school inschat op grond van de indicatoren van het toezichtskader van de inspectie. Deze zelfevaluatie is eveneens onderdeel van het kwaliteitsgesprek.
Coördinatoren Op iedere school of cluster van scholen is er een coördinator ICT, taal, rekenen en mhb (meer- en hoogbegaafdheid) die op zijn/haar school/scholen het beleid ontwikkelt, vorm geeft en bewaakt. Bovenschoolse overleggen van deze coördinatoren vinden meerdere keren per jaar plaats onder leiding van een directeur. Ook wordt dan nascholing gevolgd op hun vakgebied.
Wolderwijsacademie In 2020 is de Wolderwijsacademie volledig via e-learning aangeboden. Het aanbod via de Wolderwijsacademie is zeer divers; van klassenmanagement tot dyslexie en oudergesprekken, enz. Iedere medewerker kan via een eigen account meerdere online cursussen volgen en één ervan met een certificaat afronden. In het voorjaar van 2021 zal deze werkwijze worden geëvalueerd en zal er nieuw aanbod worden ingekocht voor 2021/2022.
Wolderwijsdag De Wolderwijsdag van 2020 zou in het teken staan van het vijf- en het tienjarig jubileum van Wolderwijs. Helaas kon dit door de coronapandemie niet doorgegaan. In plaats daarvan heeft Wolderwijs alle locaties een geldbedrag cadeau gedaan om te besteden in het kader van ‘een rijke buitenleeromgeving’.
4.4
Koersplan
Ultimo 2019 is het nieuwe strategisch beleidsplan, het koersplan Wolderwijs 2019-2023, geïntroduceerd. Hierin zijn in hoofdlijnen de ontwikkelingsdoelen voor de komende vier schooljaren opgenomen. De koers van de totale Wolderwijsorganisatie is gebaseerd op de inbreng van alle betrokkenen bij de organisatie en sluit aan bij de wensen en ambities die de organisatie zelf heeft. In hoofdstuk 1 Maatschappelijk opdracht is reeds ingegaan op de nieuwe kernwaarden, missie en visie van Wolderwijs. Het motto van Wolderwijs is: “Wolderwijs ontwikkelt”. Vanuit de kernwaarden, in combinatie met dit motto, geeft Wolderwijs richting en inhoud aan de missie en visie. De kernvragen bij het opstellen van het koersplan en de daaruit volgende organisatiedoelen waren: -
Wat gaat goed en willen we behouden? Wat willen we versterken en vernieuwen? -
Hoe willen we voorgaande realiseren?
Met betrekking tot deze laatste vraag zijn er drie hoofdthema’s: 1) 2)
De Wolderwijs leergemeenschap: Wolderwijs zien vanuit de driehoek kind-ouder-Wolderwijskracht en van daaruit samenwerken aan de ontwikkeling van de kinderen. Ontwikkelingsgericht denken: Aan de basis staat het zien en inzetten van de talenten van de kinderen, het inzetten op hun ‘ik-kracht’.
25
3)
Verrijkte leeromgeving: Uitgangspunt is dat leren niet alleen in de school plaatsvindt, maar ook buiten de school. De school is slechts onderdeel van het totale leerproces van de kinderen.
De strategische doelen van Wolderwijs zijn onderverdeeld naar een aantal hoofdonderwerpen: -
Kindcentra algemeen Onderwijs- en opvangbeleid Kwaliteitsbeleid Personeelsbeleid Financiën en bedrijfsvoering Duurzaamheid - Communicatie
Op basis van het voorgaande geeft het koersplan in hoofdlijnen de richtingen aan. De scholen van Stichting Wolderwijs krijgen in hun (vierjaarlijkse) schoolplannen de ruimte voor een schoolspecifieke vertaling van de organisatiedoelen. Als afgeleide van het koersplan Wolderwijs 2019-2023 wordt er jaarlijks een (bestuurlijk) jaarplan opgesteld. Naast de jaarlijks terugkerende onderwerpen vindt de verantwoording van de realisatie van de belangrijkste jaarlijkse doelen vanuit het jaarplan plaats in dit jaarverslag.
4.5
Overig personeelsbeleid
4.5.1
Functiehuis
Dit jaar zijn alle functies binnen Wolderwijs opgenomen in een integraal functiehuis voor zowel onderwijs, als kinderopvang. Eén van de belangrijke zaken uit de CAO PO 2019-2020 is de actualisatie van het functiehuis. Dit proces moest voor 1 augustus 2020 afgerond zijn, maar door de coronapandemie heeft de GMR uitstel verleend tot 1 november. Op 14 september 2020 heeft de GMR ingestemd met het functiehuis, en vervolgens het directieberaad op 26 oktober 2020. De actualisatie van het functiehuis is belangrijk omdat de vraag naar functiediversiteit stijgt en er dan goed ingesprongen kan worden op deze vraag. Zo kan de organisatie doorgroeien naar een rijke leergemeenschap, waarbij alle locaties of clusters van locaties beschikken over een taal- reken- en meer- en hoogbegaafdheidscoördinator met een actuele taakomschrijving. Omdat de tijd na 26 oktober 2020 te kort geweest zijn de taakomschrijvingen voor coördinatoren nog niet gerealiseerd. Bovendien valt de functie van coördinator binnen de functie van leerkracht en zal deze laatste dus eerst beschreven moeten worden.
4.5.2
Mobiliteit
Het formatieproces en de vacaturerondes hebben geleid tot mobilisatie van vijf medewerkers. Vanwege krimp op één van de locaties is één medewerker verplicht gemobiliseerd. De vier andere medewerkers zijn vrijwillig gemobiliseerd. Door de coronapandemie is het proces anders gelopen dan in het mobiliteitsbeleid is vastgelegd. Medewerkers zijn niet in de gelegenheid geweest om andere locaties te bezoeken, gesprekken met directeuren en de beleidsmedewerker P&O hebben plaatsgevonden via Microsoft Teams. Dit proces is geëvalueerd in de werkgroep IPB en heeft geleid tot de actualisatie van het mobiliteitsbeleid. De verwachting is dat er in 2021 door de GMR ingestemd wordt met dit geactualiseerde mobiliteitsbeleid en het vervolgens uitgevoerd kan worden voor het schooljaar 2021/2022.
4.5.3
Werkverdelingsplan
Alle schoolteams hebben een werkverdelingsplan gemaakt. Vanuit P&O is een model ontwikkeld dat bijdraagt aan het verkrijgen van inzicht in de werkverdeling. Zo wordt gezorgd voor een evenwichtige verdeling van de taken per locatie. Vanuit de bevindingen van de teams kan het model doorontwikkeld worden.
4.5.4
Gesprekkencyclus
Dit jaar is de gesprekkencyclus geactualiseerd. De gesprekkencyclus heeft als doel het stimuleren van de ontwikkeling van medewerkers en het bevorderen van individuele kwaliteiten, en daarmee ook de kwaliteit van de organisatie. De actualisatie van de gesprekkencyclus moet leiden tot het vergroten van het eigenaarschap en daarmee meer inzicht te bieden in de eigen ontwikkeling. Wolderwijs is dit jaar op zoek gegaan naar een systeem waarin de inhoud van de gesprekken eenvoudig vastgelegd kan worden, de voortgang kan worden bewaakt en de beoordeling en waardering kan worden vastgelegd. Tevens moet dit systeem een gevalideerde vaardigheidsmeter bevatten. Hiervoor zijn gesprekken gevoerd met meerdere partijen en is uiteindelijke gekozen voor de Digitale Gesprekken Cyclus. Dit systeem zal begin 2021 geïmplementeerd worden.
26
4.5.5
Beleid instroom personeel
In dit jaar is er op verschillende manieren gewerkt aan de instroom van personeel en het beleid hierop. Het beleid op dit terrein wordt ontwikkeld door onder andere te participeren in het project Regionale Aanpak Personeelstekort (RAP). Dit project werkt zeven programmalijnen uit. Wolderwijs participeert in vier van deze programmalijnen: • • • •
Samenwerken in de regio Strategisch HR en arbeidsmarkt Samen werven Onderwijs van de toekomst
Deze participatie moet meer inzichten geven in de mogelijkheden om personeel aan te trekken en te behouden en moet tevens de samenwerking is de regio bevorderen. Dit laatste heeft ook als doel om de regio als aantrekkelijke arbeidsmarktregio neer te zetten.
4.5.6
Wachtgelden PO
Schoolbesturen zijn conform de regelgeving in de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) verplicht om hun vacatures met voorrang aan te bieden aan (ex-)werknemers die zijn aangemerkt als eigen wachtgelders. Een eigen wachtgelder is een (ex)werknemer die vanuit de afloop van een dienstverband bij Stichting Wolderwijs een uitkering ontvangt. Op dit moment zijn er geen eigen wachtgelders die bij voorrang een vacature moet worden aangeboden.
4.6
ICT-beleidsplan
Met ingang van 2016 heeft Wolderwijs ingezet op een krachtige ICT-omgeving. In maart 2018 is het ICT-beleidsplan ‘Wolderwijs, samen digitaal op weg’ vastgesteld. De actiepunten vanuit dit beleidsplan, en de realisatie ervan, zijn als volgt: Actiepunten beleidsplan
Gerealiseerd
Er worden verdere accenten gelegd op het inzetten van verantwoorde digitale software en optimalisatie van het internet (aanleg glasvezelverbinding).
2019/2020 Onderhanden
De basiskennis en ICT-vaardigheden van het personeel worden vergroot door scholing en begeleiding.
2020/2021
Voor de personeelsleden waar het betrekking op heeft is een draagbaar device voor zakelijk gebruik ter beschikking gesteld. Met ingang van schooljaar 2018/2019 wordt hen ondersteuning verleend om deskundig en vaardig om te gaan met dit device. In schooljaar 2029/2020 wordt herhaling en verdieping op dit onderwerp aangeboden op de scholen en bovenschools via de Wolderwijs academie.
2020/2021
Iedere school heeft het eigen ICT-schoolplan geactualiseerd, waarbij het bovenschoolse beleidsplan richtinggevend is.
2020/2021
De leerlingen worden in de eigen school voorbereid op de 21e-eeuwvaardigheden zoals het maken van presentaties en het gebruik van communicatiesoftware.
2020/2021 Nog te realiseren
De leerlingen worden in de eigen school voorbereid op de omgang met digitale geletterdheid.
2020/2021 e.v.
Scholing In het schooljaar 2020/2021 zijn er opnieuw op alle scholen, evenals in de bovenschoolse Wolderwijs academie, ICT-trainingen ingepland die geënt zijn op de integratie van Office 365 en het gebruik van het mobiele zakelijke device (Microsoft Surface Pro 4). De nadruk van de trainingen van dit jaar liggen op het gebruik van Teams en het thuiswerken. Na de lockdown in de eerste helft van 2020, is er meer ingezet op het digitaal vaardig en voorbereid zijn om (deels) thuisonderwijs te kunnen geven.
27
Cloudmigratie en Office365 Eind kalenderjaar 2020 is de cloudmigratie op alle scholen afgerond waardoor er geen netwerkservers meer in de organisatie gebruikt worden. Voor het werken met documentatie en software wordt zoveel mogelijk aangestuurd op het werken in cloud. Daarbij is binnen de organisatie documentatie volledig weggezet in onze eigen Microsoft tenant en worden nieuwe softwarepakketten voor leerlingen alleen nog maar op basis van abonnementen in de cloud ingekocht. Tevens zijn alle scholen vanaf 2021 geprovisoned naar Office365 en vind alle interne communicatie plaats via het Microsoft platform met Teams als centrale hub. Heutink-ICT is daarin de mede-beherende netwerkpartij, naast de eigen Office365 beheerders. In de praktijk houdt het in dat er voor alle groepen klassenTeams beschikbaar zijn, waarvan het ledenbestand via de LAS-Basispoort/MOO koppeling actueel gehouden wordt. Vooralsnog worden de leerkrachten handmatig gekoppeld. Een verdere automatisering hierin ligt in de planning. Via de online leeromgeving MOO heeft een leerling toegang tot oefen- , verwerkings- en toetssoftware, en een digitale samenwerkomgeving in Microsoft Teams. Het Chromebook is daarin de voornaamste en veelgebruikte digitale werkplek voor leerlingen.
Op de scholen vindt nog steeds een uitbreiding van digitale werkplekken plaats, zodat er bijna een 1 op 1 digitale werkplekleerling verhouding is voor alle leerlingen die digitaal verwerken. Voor de groepen 6 t/m 8 is er voor iedere leerling een digitale werkplek.
Digitale geletterdheid De visiegroep Digitale Geletterdheid heeft een visiestuk geschreven dat aan het directieberaad zal worden voorgelegd. Het directieberaad heeft inmiddels uitgesproken veel belang te hechten aan het oppakken van Digitale Geletterdheid.
Websites en communicatieapps Voor Wolderwijs is een nieuwe website gerealiseerd die inmiddels vier scholensites automatisch voorziet van algemene informatie. Twee scholen staan ook al in de planning voor zo’n update. Vier scholen hebben gekozen voor een eigen website aanbieder zodat eind schooljaar ’20-’21 alle websites aantrekkelijk en up-to-date zijn. Negen van de tien scholen gebruiken een app voor de communicatie richting ouders. Drie scholen maken gebruik van de Klasbord ouder-app van SchoolWapps (Heutink-ICT). Deze app ondersteunt de mogelijkheid om ook ouders/verzorgers van de opvang hierin op te nemen. Op die manier kan de locatie communiceren via één platform richting ouders/verzorgers van zowel onderwijs als opvang. Zes locaties maken gebruik van Parro (ParnasSys) of de gratis versie van Klasbord. De gratis versie van Klasbord zal op den duur overgaan in de Klasbord ouderapp van SchoolWapps. Vanuit de organisatie is de wens om over te gaan naar de Klasbord ouderapp om zo vanuit één loket te communiceren naar ouders/verzorgers die Wolderwijs onderwijs en opvang als één organisatie zien. De Rozebottel in Koekange bezint zich op dit moment op één van de oudercommunicatie platformen.
Wifinetwerk Ten behoeve van een vervolgcontract voor een schoolbreed wifinetwerk, is Wolderwijs lid geworden van de onderwijscoöperatie SIVON. De gesprekken hierover zijn inmiddels gestart en een volledige afronding wordt verwacht in juli 2021.
28
5.
Financiën
5.1
Algemeen
Financiële prestatiemaatstaven zijn van belang voor het samenvatten van meetbare bedrijfseconomische consequenties van ondernomen acties. Ontwikkelingen in de andere perspectieven komen uiteindelijk tot uitdrukking in financiële (deel)resultaten. Financiële metingen zijn grotendeels gericht op de korte termijn en geven aan hoe de organisatie presteert ten aanzien van haar eigen (financiële) beleid. In dit jaarverslag zijn de financiële (deel)resultaten van 2020 inzichtelijk gemaakt. Daarnaast is het te allen tijde van belang financieel inzicht te hebben voor de langere termijn. De meest actuele verwachte (financiële) consequenties van de bedrijfsvoering van Stichting Wolderwijs in de komende jaren zijn beschreven in de begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021 tot en met 2024. Dit rapport vormt de basis voor de continuïteitsparagraaf in dit jaarverslag (zie onderdeel 6 Continuïteitsparagraaf).
5.2
Succesbepalende factoren
Het volgende doel is gesteld in 2020: Succesbepalende factor
Periode
Onderdeel
Verantwoord inzetten van een deel van het eigen vermogen ter verbetering van de kwaliteit van onderwijs.
2020 en latere jaren
5.3.5
De scholen maken een plan voor het aantrekkelijker maken van het schoolplein/buurtplein.
2020 t/m 2022
5.3.5
5.3
Financiën verslagjaar
In dit onderdeel wordt verslag gedaan van de financiële gevolgen en resultaten van de bedrijfsvoering in 2020.
5.3.1
Financieel beleid
Bedrijfseconomische principes zijn belangrijk voor het te voeren financiële beleid, zoals een gezonde ontwikkeling van de baten en lasten, een verantwoorde liquiditeitspositie en verantwoorde kengetallen. Het gaat voornamelijk om het beheren van de financiële positie van de stichting, het op een verantwoorde manier verdelen van de baten over de organisatie en het monitoren van de liquide middelen voor nu en in de toekomst. Essentieel hierbij is de aanwezigheid van een betrouwbare administratieve organisatie en interne controle. Het financiële beleid dat gevoerd wordt door Stichting Wolderwijs is een belangrijke randvoorwaarde voor het behalen van de ambities, doelstellingen en beoogde resultaten.
5.3.2
Begroting en resultaat
Begroting De begroting van 2020 geeft een weergave van de verwachte baten en lasten voor aanvang van het jaar 2020. De begroting is grotendeels opgesteld op basis van de realisatie (werkelijke cijfers) van 2019, waar nodig bijgesteld conform de wijzigingen en verwachtingen voor 2020. Het beleid dat ten grondslag ligt aan de begroting is dat de begroting jaarlijks regulier sluitend is (regulier begrotingsresultaat nihil). Naast de reguliere bedrijfsvoering zet Stichting Wolderwijs jaarlijks een deel van haar eigen vermogen in voor aanvullende kwaliteitsinvesteringen, waarvan de kosten ten laste komen van de reserves (het eigen vermogen) van Stichting Wolderwijs. Dat verklaart waarom het totale begrote resultaat negatief is (zie 5.3.5). Deze kwaliteitsinvesteringen hebben te allen tijde een tijdelijk karakter.
Resultaat inclusief resultaatanalyse in hoofdlijnen Het begrote resultaat van 2020 bedraagt € 398.333 negatief. Het gerealiseerde resultaat van 2020 bedraagt € 774.804 negatief. Dit resultaat wijkt € 376.471 negatief af van het begrote resultaat. Van deze afwijking is € 285.704 veroorzaakt door incidentele salariskosten in februari 2020, waar incidentele bekostigingsontvangsten ultimo 2019 tegenover staan (CAO-akkoord). Om deze reden is er ultimo 2019 een personele bestemmingsreserve van € 276.428 gevormd, waarvan de incidentele salariskosten in 2020 ten laste worden gebracht (middels resultaatbestemming). Zonder deze bijzondere last zou het (geschoonde) gerealiseerde resultaat € 489.100 negatief zijn geweest. Dit resultaat wijkt € 90.767 negatief van het begrote resultaat. Naast de hiervoor genoemde incidentele salariskosten, die ten laste van de personele bestemmingsreserve worden gebracht, zijn er nog een aantal bijzondere resultaatafwijkingen geweest in 2020, wat maakt dat het (geschoonde) resultaat € 90.767 negatief afwijkt van het begrote resultaat. De meest opvallende afwijkingen betreffen de meerkosten van vervanging ten opzichte van de vervangingsuitkeringen, de hoge malus (afrekening) van het Vervangingsfonds én de gerealiseerde kosten die voortkomen uit handelingen naar aanleiding van de coronapandemie (‘coronakosten’).
29
Voorgaande resultaatanalyse is op de volgende pagina schematisch weergegeven.
Schematische weergave resultaatanalyse 2020 op hoofdlijnen: Resultaat gerealiseerd Incidentele salariskosten t.l.v. personele bestemmingsreserve Resultaat exclusief invloed personele bestemmingsreserve Resultaat begroot Verschil resultaat gerealiseerd en resultaat begroot-90.767
-774.804 -285.704 -489.100 -398.333 -90.767
Bijzondere resultaatafwijkingen t.o.v. begroting (afgerond): Gerealiseerd Begroot - Meerkosten vervanging - Niet-declarabele kosten (personeel) -41.000 0 -41.000 - Meerkosten vervanging - Vervangingsfonds malus (personeel) -102.000 -10.000 -92.000 - Coronakosten (personeel, huisvesting en overig) -46.000 0 -46.000
Afwijking
-179.000 88.233
Resultaat exclusief bijzondere resultaatafwijkingen:
NB: Naast bovenstaande meest opvallende resultaatafwijkingen zijn er uiteraard meer (reguliere) deelresultaten. Deze worden op de volgende pagina's in detail behandeld. Conclusie: Zonder de invloed van bovengenoemde bijzondere resultaatafwijkingen zou het gerealiseerde resultaat ten opzichte van het begrote resultaat in 2020 positief zijn afgeweken.
Resultaatbestemming Het totale gerealiseerde resultaat van 2020 is als volgt verwerkt in de reserves/het eigen vermogen: Eigen vermogen Resultaatbestemming 3131-12-2019-12-2019 Baten/lastenten ToevoegingT
12-202031-12-2020 Algemene reserve
2.021.767
-283.540
-9.276
Eigen vermogen MutaMutatieie 31-
-292.816
1.728.951
Personele reserve 276.428 -285.704 9.276 -276.428 0 Overige reserves 429.197 -205.560 0 -205.560 223.637 Bestemmingsreserve 705.625 -491.264 9.276 -481.988 223.637 2.727.392
-774.804
0
-774.804
1.952.588
Voor het verloop van de reserves wordt verwezen naar de jaarrekening 2020, als onderdeel van het jaarverslag. Specifiek voor de realisatie van de voor 2020 begrote kwaliteitsinvesteringen ten laste van de reserves wordt er verwezen naar onderdeel 5.3.5 Realisatie kwaliteitsinvesteringen.
Algemene opmerking bij resultaten 2019 en 2020 Zoals in dit onderdeel beschreven is het resultaat van 2019 positief beïnvloed door incidentele bekostigingsontvangsten ultimo 2019. Deze bekostiging diende ingezet te worden ter dekking van incidentele salariskosten in februari 2020, conform het CAO-akkoord. Landelijke regelgeving maakte het onmogelijk om deze incidentele baten en lasten in hetzelfde boekjaar te verwerken. Om deze reden is voor een deel van het resultaat van 2019, de incidentele bekostigingsontvangsten van € 276.428, een personele bestemmingsreserve gevormd ultimo 2019. Vervolgens is het resultaat van 2020, door € 285.704 incidentele salariskosten, lager uitgevallen. Dit deel van het resultaat van 2020 wordt in 2020 ten laste gebracht van de personele bestemmingsreserve. Het directe inzicht in het gerealiseerde resultaat van zowel boekjaar 2019 als 2020 is dus vertroebeld, waar dit niet het geval was geweest als de baten en lasten in hetzelfde boekjaar verwerkt konden worden. Per saldo zijn de incidentele lasten in 2020 € 9.276 hoger uitgevallen dan de hoogte van de gevormde personele bestemmingsreserve in 2019. Dit verschil is gecompenseerd vanuit de algemene reserve, zoals in voorgaand overzicht te zien is. Op de volgende pagina is de exploitatierekening van 2020 weergegeven, inclusief de vergelijkende cijfers van de begroting 2020 en exploitatierekening 2019.
30
Exploitatierekening 2020 inclusief afwijkingen t.o.v. begroting en voorgaand jaar
Baten 3.1 Rijksbijdrage OCW Rijksbijdrage Overige subsidies Samenwerkingsverband 3.1 Totaal rijksbijdrage OCW 3.2 Overige overheidsbijdragen Overig 3.2 Totaal overige overheidsbijdragen 3.5 Overige baten Overig 3.5 Totaal overige baten Totaal baten
Lasten Personeelslasten Lonen en salarissen Uitkeringen (-/-) Overige personele lasten 4.1 Totaal personeelslasten
Realisatie 2020
Begroot 2020
8.475.578 293.453 288.353 9.057.384
8.121.203 249.992 310.000 8.681.195
354.375 43.461 21.647 376.189
8.483.395 257.466 339.304 9.080.165
-7.817 35.987 -50.951 -22.781
31.807 31.807
12.680 12.680
19.127 19.127
25.563 25.563
6.244 6.244
194.993 194.993 9.284.184
193.184 193.184 8.887.059
1.809 1.809 397.125
192.355 192.355 9.298.083
2.638 2.638 -13.899
Realisatie 2020
Begroot 2020
Verschil begroting
Verschil begroting
Realisatie 2019
Realisatie 2019
Verschil t.o.v. 2019
Verschil t.o.v. 2019
4.1
8.365.151 -572.109 468.512 8.261.554
7.666.977 -495.384 422.105 7.593.698
199.126 54.055 253.181
192.661 55.873 248.534
34.488 291.916 166.444 233.822 11.391 5.035 743.096
4.4 Overige lasten 310.916 Administratie- en beheerslasten 196.710 Inventaris, apparatuur en leermiddelen 294.517 Overig 4.4 Totaal overige lasten 802.143 Totaal lasten 10.059.974
4.2 Afschrijvingen Inventaris en apparatuur Leermiddelen 4.2 Totaal afschrijvingen 4.3 Huisvestingslasten Huur Onderhoud Water en energie Schoonmaakkosten Heffingen Overig 4.3 Totaal huisvestingslasten
Saldo baten en lasten 5 Financiële baten en lasten Resultaat
7.594.540 -506.064 762.261 7.850.737
770.611 -66.045 -293.749 410.817
6.465 1.818 4.647
181.168 54.528 235.696
17.958 -473 17.485
33.000 280.250 154.255 197.040 8.090 3.700 676.335
1.488 11.666 12.189 36.782 3.301 1.335 66.761
17.170 295.277 162.369 193.582 11.795 7.090 687.283
17.318 -3.361 4.075 40.240 -404 -2.055 55.813
296.225 219.100 256.500 771.825 9.290.392
14.691 22.390 38.017 30.318 769.582
316.003 201.443 225.370 742.816 9.516.532
-5.087 -4.733 69.147 59.327 543.442
-775.790 986
-403.333 5.000
-372.457 4.014
-218.449 18.648
-557.341 17.662
-774.804
-398.333
-376.471
-199.801
-575.003
31
698.174 76.725 46.407 667.856
Bijzondere baten/lasten (incidentele rijksbijdrage OCW in 2019 t.o.v. incidentele salariskosten in 2020; via bestemmingsreserve personeel) Resultaat excl. bijzond. baten/lasten
-285.704
0
-285.704
276.428
-562.132
-489.100
-398.333
-90.767
-476.229
-12.871
Toelichting realisatie ten opzichte van begroting 2020 op hoofdlijnen BATEN: 3.1 Rijksbijdrage OCW: De rijksbijdrage is ongeveer € 354.000 hoger dan begroot. Daarvan heeft € 170.000 betrekking op een nagekomen indexering van de bekostiging 2019/2020 en € 145.000 op de indexering van de bekostiging 2020/2021. Tevens is er € 39.000 groeibekostiging ontvangen. De overige subsidies zijn ongeveer € 43.000 hoger dan begroot. Naast de ontvangst van € 9.000 studieverlofsubsidie is er € 8.000 meer prestatieboxbekostiging ontvangen. Tevens is er subsidie inhaal- en ondersteuningsprogramma onderwijs 2020/2021 aangevraagd en ontvangen (i.v.m. onderwijsachterstanden door de gevolgen van de coronapandemie). Het gaat om een totale subsidie van € 131.400, waarvan € 24.336 betrekking heeft op 2020 (met evenhoge meerkosten). Vanuit het samenwerkingsverband passend onderwijs is er ongeveer € 22.000 minder ontvangen dan begroot. Dit is het gevolg van een begrotingscorrectie bij het samenwerkingsverband met betrekking tot schooljaar 2020/2021. Deze negatieve correctie is voor een groot deel gecompenseerd door een aanvullende (reserve)uitkering ten behoeve van hetzelfde schooljaar. 3.2 Overige overheidsbijdragen: De overige overheidsbijdragen zijn ongeveer € 19.000 hoger dan begroot in verband met de ontvangst van een aantal ontwikkelingsen onderzoekssubsidies.
Tegenover deze ontvangsten staan evenhoge kosten (zie 4.4). 3.5 Overige baten: De overige baten zijn ongeveer € 2.000 hoger dan begroot. De doorbelasting aan Stichting Kindcentra Wolderwijs valt ongeveer € 4.000 lager uit dan begroot. Daarentegen zijn er € 6.000 meer ontvangsten geweest in verband met doorbelaste loonkosten aan onder andere samenwerkingspartners. LASTEN: 4.1 Personeelslasten: De totale salariskosten zijn, rekening houdend met de ontvangen uitkeringen van het Vervangingsfonds en het UWV, ongeveer € 621.000 hoger dan begroot. Hiervan is € 285.704 veroorzaakt door incidentele salariskosten in februari 2020 (CAO-akkoord), wat ten laste wordt gebracht van de ultimo 2019 gevormde personele bestemmingsreserve (zoals beschreven in de resultaatanalyse in onderdeel 3.3 van het jaarverslag). Exclusief de incidentele salariskosten zijn de salariskosten ongeveer € 335.000 hoger dan begroot. Deze meerkosten worden volledig gedekt door meeropbrengsten. De salariskosten zijn hoofdzakelijk hoger uitgevallen door meer reguliere personeelsinzet gebaseerd op actuele bekostigingsontvangsten. Daarnaast vallen de vervangingskosten € 41.000 hoger uit dan de vervangingsuitkeringen. De overige personele lasten zijn ongeveer € 46.000 hoger dan begroot. Enerzijds vallen de kosten van personele voorzieningen, personeel niet in loondienst en scholing tezamen € 60.000 lager uit dan begroot.
Anderzijds vallen de overige kosten € 106.000 hoger uit dan begroot. Dit laatste is hoofdzakelijk het gevolg van een € 110.000 hogere afrekening/malus van het Vervangingsfonds (€ 120.000 t.o.v. € 10.000 begroot). 4.2 Afschrijvingen: De afschrijvingen zijn ongeveer € 5.000 hoger dan begroot. Er is door de scholen relatief veel en eerder in het jaar geïnvesteerd in ICT/digitale leermiddelen, als gevolg van de coronapandemie (met onderwijs op afstand). 4.3 Huisvestingslasten: De totale huisvestingslasten zijn ongeveer € 67.000 hoger dan begroot, wat drie hoofdoorzaken heeft. De onderhoudskosten zijn € 12.000 hoger omdat klein onderhoud niet meer via de onderhoudsvoorziening mag lopen. De energiekosten zijn € 12.000 hoger in verband met nagekomen afrekeningen over 2019. De schoonmaakkosten zijn € 37.000 hoger in verband met de actualisatie van de schoonmaakovereenkomst (meerkosten € 27.000) én noodzakelijke coronakosten (€ 10.000). 4.4 Overige lasten: De totale overige lasten zijn ongeveer € 30.000 hoger dan begroot. De administratie- en beheerskosten zijn € 15.000 hoger in verband met hogere ICT- en reproductiekosten (indirect gevolg coronapandemie). De overige kosten zijn € 38.000 hoger, met name
32
veroorzaakt door noodzakelijke coronakosten (€ 27.000) én subsidiabele kosten (€ 15.000) waar ontvangsten tegenover staan (zie 3.2). Daarentegen zijn de kosten van leermiddelen € 22.000 lager (indirect gevolg coronapandemie). 5 Financiële baten en lasten: De ontvangen rente op de belegde gelden in 2020 is lager uitgevallen dan de begrote renteontvangsten. De rentepercentages op de spaartegoeden zijn wederom verder gedaald, met een gemiddeld rendement van 0,05%.
33
5.3.3
Financiële positie per balansdatum
Hieronder worden, ter vergelijking in jaren, de balansen in hoofdlijnen weergegeven van de jaren 2018 tot en met 2020. BALANS
31-12-2020
31-12-2019
31-12-2018
Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
932.610 0
1.025.881 0
893.731 1.700.000
572.009 2.117.455
615.905 2.593.392
543.813 1.387.984
3.622.074
4.235.178
4.525.528
1.952.588
2.727.392
2.927.193
475.660 1.193.826
531.730 976.056
600.741 997.594
3.622.074
4.235.178
4.525.528
Vlottende activa Vorderingen Liquide middelen Totaal activa
Passiva Eigen vermogen Eigen vermogen Vreemd vermogen Voorzieningen Kortlopende schulden Totaal passiva
In 2019 zijn de financiële vaste activa vrijgevallen ten gunste van de liquide middelen. Het ging hier om langlopende spaarovereenkomsten die afliepen. Het eigen vermogen (algemene reserve en bestemmingsreserve) is afgenomen met de hoogte van het negatieve resultaat in 2020 (zie onderdeel 5.3.2; resultaatbestemming). Aan de besteding van de bestemmingsreserve liggen concrete (meerjaren)plannen ten grondslag. Voor de toekomstige besteding van de algemene reserve worden er jaarlijks vooraf budgetten en/of plannen goedgekeurd door de raad van toezicht en vastgesteld door de bestuurder. De in de nabije toekomst geplande bestedingen vanuit de reserves zijn beschreven in de begroting 2021 en meerjarenbegroting 2021 tot en met 2024 van Stichting Wolderwijs. De reserves worden te allen tijde ingezet rekening houdend met het toekomstig behoud van een financieel gezonde organisatie.
5.3.4
Kengetallen en signaleringswaarden
Hieronder worden, ter vergelijking, de kengetallen weergegeven van de jaren 2018 tot en met 2020.
Solvabiliteit 2 (eigen vermogen + voorzieningen)/ totale passiva Weerstandsvermogen eigen vermogen/ totale baten
2020
2019
67%
77%
21%
29%
2018 Toelichting De solvabiliteit laat zien in hoeverre Stichting Wolderwijs op lange termijn aan 78% haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen het eigen vermogen en het totaal vermogen. Signaleringsondergrens Onderwijsinspectie: 30%. Het weerstandsvermogen geeft een indicatie in hoeverre Stichting Wolderwijs 34% zich een tekort kan permitteren in relatie tot de opgebouwde reserves. Signaleringsondergrens Onderwijsinspectie: 5%.
Liquiditeit De liquiditeit laat zien in hoeverre Stichting Wolderwijs op korte termijn aan vlottende activa/ 2,25 3,29 1,94 haar verplichtingen kan voldoen. Dit blijkt uit de verhouding tussen de kortlopende schulden vlottende activa en de kortlopende schulden. Signaleringsondergrens Onderwijsinspectie: 0,75. NB: De liquiditeit is in 2019 positief beïnvloed door de vrijval van langlopende spaartegoeden die voorheen onder de financiële vaste activa waren verwerkt. Personeelslasten/totale lasten De personeelslasten betreffen de grootste kostenpost van Stichting Personeelslasten/ 82% 82% 82% Wolderwijs. De personeelslasten afgezet tegen de totale lasten geeft als totale lasten kengetal een goede indicatie van het verloop in de tijd. Stichting Wolderwijs houdt 80% aan als ondergrens.
Signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen:
34
De Inspectie van het Onderwijs heeft in maart 2020 de ‘signaleringswaarde voor mogelijk bovenmatig publiek eigen vermogen van onderwijsinstellingen’ geïntroduceerd. Deze signaleringswaarde is, als kengetal, geen vaste norm maar een startpunt voor communicatie met de Inspectie van het Onderwijs en/of het Ministerie van OCW. Op basis van de jaarrekening 2020 is de signaleringswaarde voor Stichting Wolderwijs: € 1.462.810. In feite is dit de bovengrens van het normatieve eigen vermogen, waar Stichting Wolderwijs qua hoogte van het eigen vermogen boven zit. In de continuïteitsparagraaf (onderdeel 6) is de verwachte toekomstige ontwikkeling van de signaleringswaarde weergegeven.
5.3.5
Realisatie kwaliteitsinvesteringen
Naast de regulier sluitende begroting vinden er jaarlijks kwaliteitsinvesteringen plaats, waarvan de kosten ten laste komen van de reserves van Stichting Wolderwijs. Alle kwaliteitsinvesteringen zijn van tijdelijke duur. In 2020 zijn er zowel kwaliteitsinvesteringen ten laste van de algemene reserve als kwaliteitsinvesteringen ten laste van de bestemmingsreserve geweest. De begrote kwaliteitsinvesteringen ten laste van de algemene reserve zijn als volgt gerealiseerd: Kwaliteitsinvesteringen ten laste van de algemene reserve
Kwaliteitsinvestering Beleid LIO en zij-instroom
Begroting / budget Realisatie 30.000
22.123
Verschil
Resultaat/opbrengst
7.878 Gerealiseerd budget (%):
Doel: Actief beleid m.b.t. het werven van (jonge) leerkrachten. Anticiperen op het landelijk tekort aan leerkrachten door het bieden van passende beloningen voor LIO'ers en/of zij-instromers en het aanbieden van een aantrekkelijke leer- en werkplek.
74%
Het LIO-beleid is met regelmaat onderwerp van gesprek geweest in het directieberaad in 2020. In 2020 zijn er twee LIO'ers in dienst geweest, verdeeld over de twee schooljaren. In 2021 zal het zogenaamde 'beleid instroom personeel' verder worden vormgegeven, passende bij de marktomstandigheden en de ontwikkelingen en beleidskeuzes binnen Wolderwijs.
Innovatie en ontwikkeling Doelen:
155.000
122.418
32.582 Gerealiseerd budget (%):
- Strategisch: Zorgvuldige overdracht werkzaamheden bij bestuurswisseling.
35.000
35.329
-329 Tussentijds resultaat: De overdrachtsperiode is geweest van 1 mei tot 1 augustus. Berien Bakker is deze periode als bestuurder optimaal geïntroduceerd binnen de diverse geledingen van de organisatie. De overdracht qua bestuurswerkzaamheden was eveneens optimaal en het bestaande beleid is geborgd.
Communicatie/informatie: Actuele informatievoorziening richting ouders en externe belanghebbenden en expertise ouders in kaart brengen.
30.000
23.767
6.233 De Wolderwijswebsite en nagenoeg alle locatiewebsites zijn geactualiseerd en gemoderniseerd. De afronding van dit project zal plaatsvinden eind schooljaar 2020/2021. Negen locaties hebben een oudercommunicatieapp in gebruik, waarvan drie in samenwerking met Stichting Kindcentra Wolderwijs (opvang). Deze laatstgenoemde ontwikkeling wordt vervolgd in 2021. Door de coronapandemie is de expertise van de ouders, t.b.v. eventuele inzet op projectbasis, nog niet in kaart gebracht. De verwachting is dat dit in 2021 zal gebeuren.
- Duurzaamheid: Uitdagende school-/buurtpleinen stimuleren a.d.h.v. investeringsbijdragen plannen.
30.000
26.214
3.786 Twee IKC's hebben het plein vernieuwd (meer uitdaging). Een derde is daarmee bezig eind schooljaar 2020/2021. Een vierde locatie is begin 2021 bezig met de afronding van een plan voor vernieuwing van het buitenterrein. Het beoogde doel van het uitdagend maken van de pleinen van vijf locaties is hiermee net niet gehaald. Uiteraard blijft Wolderwijs dergelijke initiatieven in de toekomst stimuleren.
- Personeelsbeleid: Kwaliteitsslag P&O m.b.t. hoofdzakelijk actualiteit van beleid en vitaliteit van de organisatie en haar medewerkers (inclusief terugdringen verzuim).
35.000
5.760
29.240 Met ingang van 1 januari 2020 is er een nieuwe P&O'er in dienst, die bezig is geweest met de actualisatie van verschillende beleidsstukken en het (preventief) terugdringen van langdurig verzuim. Verschillende onderdelen van het IPB, zoals het functiehuis en de gesprekkencyclus, zijn ultimo 2020 geactualiseerd. Het ziekteverzuim is teruggedrongen, met beduidend minder langdurige ziektegevallen als gevolg, en het uitstromen van een tweetal langdurig arbeidsongeschikte medewerkers.
35
79%
- Onderwijskwaliteitsbeleid: Actualisatie van de kennis van de directeuren n.a.v. het nieuwe toezichtkader van de Inspectie PO, waardoor zij goed zicht hebben op de onderwijskwaliteit.
25.000
31.348
-6.348 Alle directeuren volgen in schooljaar 2020/2021 de opleiding 'auditor in education 2.0'. Door de coronapandemie heeft de studie vertraging opgelopen (er konden geen audits worden afgenomen, en zal naar verwachting in schooljaar 2021/2022 worden afgerond. Op dat moment zullen de locaties voldoen aan de eisen die gesteld worden in het toezichtkader van de Inspectie PO en zijn de eigen ambities met betrekking tot resultaten beschreven in het schooljaarverslag en
Subtotaal
185.000
144.541
40.459
De begrote kwaliteitsinvesteringen ten laste van de bestemmingsreserve zijn als volgt gerealiseerd: Kwaliteitsinvesteringen ten laste van de bestemmingsreserve Kwaliteitsinvestering ICT-beleidsplan
Begroting / budget Realisatie 115.000
107.227
Verschil
Resultaat/opbrengst
7.773 Gerealiseerd budget (%):
Doel: Het onderwijs van Wolderwijs op ICT-gebied moet van goede kwaliteit zijn, aansluitend op de algemene moderne/actuele ontwikkelingen.
Onderwijsondersteuning
40.000
40.000
0 Gerealiseerd budget (%):
Doel: Per direct een voldoende niveau qua inzet onderwijsondersteunend personeel en dit niet af te laten hangen van toekomstige (toegezegde) bekostigingsverhogingen, met het oog op werkdrukvermindering. Personele inzet overbrugging na afloop van samenvoegingsbekostiging
93%
In maart 2018 is het bovenschools ICT-beleidsplan vastgesteld. De tussentijdse resultaten zijn beschreven in onderdeel 4.6 ICT-beleidsplan. De aangestelde verantwoordelijke ICT-beleidsmedewerker heeft zorggedragen voor aansluiting van het huidige onderwijs op de actuele ICT-ontwikkelingen, het voldoende ICTvaardig maken van de werknemers en de introductie van het digitaal werken. Eind schooljaar 2020/2021 loopt het plan af. In de periode erna ligt de focus op verdere verdieping qua ICT-kennis van medewerkers en de vertaalslag richting het onderwijskundige aspect (o.a. digitale geletterdheid). 100%
Door dit aanvullende budget, in afwachting van de laatste toekomstige verhoging van de bekostiging werkdrukvermindering, is er reeds voldoende inzet aan algemeen ondersteunend personeel (o.a. facilitair en administratief) mogelijk gemaakt. Dit helpt bij de verlaging van de werkdruk op de locaties.
58.333
58.333
0 Gerealiseerd budget (%):
100%
In schooljaar 2020/2021 is er 2 fte aanvullende personeelsformatie ter beschikking gesteld aan de scholent. Hiermee is de forse uitdaging voor het rondkrijgen van de formatie voor schooljaar 2020/2021 gematigd en kon het noodzakelijk ontslaan van personeelsleden worden voorkomen.
Doel: Gedeeltelijk overbruggen/ opvangen van de forse terugval aan personeelsinzet in schooljaar 2020/2021 n.a.v. het niet meer ontvangen van samenvoegingsbekostiging. Subtotaal
213.333
205.560
7.773
Totaal
398.333
350.101
48.232 Gerealiseerd budget (%):
36
88%
De kwaliteitsinvesteringen ten laste van de algemene reserve en bestemmingsreserve verlagen het eigen vermogen van de stichting. In de continuïteitsparagraaf (onderdeel 6) is beschreven wat Stichting Wolderwijs als ondergrens aanhoudt van het eigen vermogen én wat de Inspectie van het Onderwijs aanhoudt als signaleringswaarde (bovengrens) van het eigen vermogen.
5.4
Treasuryverslag
Stichting Wolderwijs heeft een treasurystatuut op basis waarvan liquide middelen belegd worden. Het treasurystatuut is een uitwerking van de regeling beleggen, lenen en derivaten OCW 2016, waarin de voorwaarden genoemd zijn ten aanzien van het beleggen van gelden. Stichting Wolderwijs conformeert zich aan de bepalingen in het treasurystatuut. In 2020 zijn de overtollige liquide middelen, voor een totaalbedrag van € 2.000.000, volledig ondergebracht bij de Rabobank. Daarbij heeft Stichting Wolderwijs, naast een rekening-courant, gekozen voor direct opeisbare spaartegoeden, mede gezien het zeer lage rendement in 2020 van 0,05%. Jaarlijks wordt er beschouwd of het langdurig beleggen van overtollige liquide middelen (financieel) interessant is. In de loop van 2020 is het rentepercentage op de spaartegoeden verder gedaald en bedraagt 0,01%. Met ingang van 1 januari 2021 hanteert de Rabobank een negatieve rente van 0,5% over tegoeden boven € 250.000. Dit is reden om begin 2021 te beschouwen of er een andere constructie mogelijk is rondom het onderbrengen van liquide middelen.
5.5
Allocatie van middelen
Algemeen In de meerjarenbegroting is aangegeven op welke wijze de middelen zijn toebedeeld aan de organisatieonderdelen (schoolniveau, bovenschools niveau en bestuursniveau). Deze begroting geeft een financiële weergave van gemaakte en te maken strategische keuzes op de verschillende beleidsterreinen. Aangezien de baten en lasten voor personeel ruim 80% van de begroting bepalen, is het bestuursformatieplan één van de meest bepalende beleidsdocumenten, als uitwerking van de (meerjaren)begroting. De reguliere personeelsbekostiging wordt volledig aan de scholen toebedeeld. Hetzelfde geldt voor de materiële bekostiging. Bekostiging in het kader van personeels- en arbeidsmarktbeleid alsmede de prestatiebox worden voor een groot deel aan bovenschools niveau en bestuursniveau toebedeeld. Deze bekostiging wordt ingezet ter dekking van kosten op bovenschools niveau (o.a. vakspecialisme, professionalisering, scholing, begeleiding, vervanging bij verlof, arbozorg) en bestuursniveau (o.a. bestuurder en beleidsmedewerkers). De bekostiging voor onderwijsachterstandenbeleid komt in beginsel terecht bij de scholen, afhankelijk van de jaarlijks geplande inzet ervan. Bij de verdeling van middelen over de scholen wordt te allen tijde rekening gehouden met de (strategische) keuzes op schoolniveau en kunnen bijzondere omstandigheden leiden tot de toewijzing van extra middelen.