b. Jaarstukken 2020 RUD Drenthe
Tekst van het document
Bedrijven die uiterlijk 1 januari 2020 gestopt zijn met het houden van varkens of pluimvee. Dit betekent dat de Stoppersregeling hiermee voor deze bedrijven formeel is afgehandeld; b. Bedrijven die gestopt zijn met het houden van varkens of pluimvee maar nog andere diersoorten hebben en/of andere bedrijfsactiviteiten. Sommige bedrijven breiden een andere diersoort uit (intern salderen). Het gaat om 23 bedrijven die door de vergunningverlener worden bezocht om tot een adequate vergunning/meldingssituatie te komen. Deze bedrijven hebben inmiddels een vergunde situatie die voldoet aan het Besluit emissiearme huisvesting of de betreffende vergunning is in procedure. c. Bedrijven die hebben aangegeven een erkende emissiearme techniek toe te passen die aan de Regeling ammoniak en Veehouderij en aan het Besluit emissiearme huisvesting voldoet (de zogenoemde doorstarters). Deze bedrijven zijn grotendeels door de vergunningverleners bezocht voor een vooroverleg om de gewenste situatie te regelen. De bezoeken waren uitgesteld in verband
22
met de Corona-maatregelen, maar rekening houdend met de RIVM-richtlijnen konden deze bedrijven in de tweede helft van 2020 alsnog worden bezocht. • Vuurwerk Door corona was dit een bijzonder jaar. Er zijn ca 20 vergunningaanvragen en meldingen behandeld, maar door Corona zijn maar 2 evenementen doorgegaan. • Informatieverstrekkingen bedrijfsactiviteit en milieu Het aantal informatieverstrekkingen in 2020 heeft conform het jaarprogramma plaatsgevonden. De ureninzet in 2020 ligt hoger dan was geraamd. Vooral in de agrarische gemeenten zijn veel informatieverzoeken binnengekomen, waarbij gevraagd is naar de ammoniakrechten van bedrijven op een bepaalde datum. Dit heeft veel uitzoektijd gevergd.. Ook de creatieve verzoeken van initiatiefnemers als gevolg van de Coronacrisis zorgde ervoor dat er meer uitgezocht moest worden dan normaal. 2.1.4.4
Bijzonderheden bij het verrichten van toezicht
2.1.4.4.1
Paraat voor toezicht op de coronamaatregelen
Tijdens de eerste lockdown ten behoeve van het voorkomen van het verspreiden van het coronavirus is voor de hele provincie Drenthe een GRIP 4 situatie ontstaan. Deze situatie heeft de rest van het jaar voortgeduurd. Deze situatie zorgde ervoor dat het toezicht en handhaving van de coronamaatregelen vanuit de VRD werden gecoördineerd. Gelet op de druk die deze werkzaamheden op de toezichthouders en Boa’s in dienst van de Drentse gemeenten gaf heeft de VRD ons verzocht daar waar nodig extra toezichtcapaciteit te leveren. Hieraan hebben we gehoor gegeven. Van het daadwerkelijk inzetten van onze toezichthouders is in 2020 geen sprake geweest. Wel waren we wekelijks vertegenwoordigd tijdens het Covid-19 Handhavingsoverleg Drenthe. 2.1.4.4.2
Ondanks de bijgestelde prognose is de productie van het jaarprogramma gehaald
Zoals eerder is vermeld werken de coronamaatregelen met name door op het team Toezicht & Handhaving. Daarnaast kampt dit team met een hoog ziekteverzuim (onverminderd hoog en langdurig). Bovendien zijn er collega’s vertrokken. Het team Toezicht &Handhaving heeft bovenstaande situatie bij de start van het programmajaar 2020 op risico in geschat. Deze inschatting heeft ertoe geleidt dat er bij de start van 2020 extra toezichthouders zijn ingehuurd. Tijdens de uitvoering gedurende het jaar deden zich de volgende ontwikkelingen nog voor : - een verhoogde inzet op (illegale) asbestsaneringen, - een verhoogde inzet voor klachten en calamiteiten - een extra opdracht voor een specifiek toezicht probleem van een deelnemer. - er is hard gewerkt aan kwaliteitsverbetering wat effect heeft op relatief veel indirect productieve uren. De inzet op het gebied van kwaliteitsverbetering, zoals de hieronder toegelichte 4-ogen- check, drukt (nu nog) op de productiviteit in de zin van aantallen, maar zal zich duurzaam terugverdienen. Deze investering leidt tot een goed op elkaar afgestemde interne toezicht- en handhavingsketen wat bijvoorbeeld weer terug te zien is in een sterke verbetering van de datakwaliteit. Het effect van bovenstaande is dat we in onze najaarsrapportage 2020 de maatregelen door hebben berekend voor de rest van het programmajaar.
Dreigende overschrijding van onze personeelskosten
23
heeft een rem gezet om de noodzakelijke inhuur. Zoals is aangegeven in onze najaarsrapportage heeft dit geleid tot een bijstelling van de jaarproductie, naar 80-85% van het totaal van de toezichturen van het Jaarprogramma 2020. Hierbij werd gestreefd naar een zo gelijkwaardige mogelijke inzet per deelnemer.. Voor het prioriteren van de beperkte beschikbare uren is de systematiek gehanteerd zoals die vorig jaar is vastgesteld. Een voorbeeld van de kwaliteitsverbetering uitgelicht: de 4-ogen-check: Binnen team Toezicht & Handhaving was het de gewoonte om uitgaande brieven te beoordelen, de “4-ogen check”. Deze beoordeling richtte zich met name op de schrijfwijze en grammaticale fouten. De lage percentage data-bruikbaarheid over de periode 1 januari 2018 t/m 30 juni 2019 is aanleiding geweest om het blikveld van de “4-ogen check” te verruimen. De verruiming richt zich nu niet alleen de kwaliteit van de uitgaande brieven en data-bruikbaarheid. Het gaat veel verder. Ook de wijze van het omschrijven van wat tijdens een inspectie is beoordeeld op naleving, de omschrijving van een geconstateerde overtreding en het juist toepassen van de Landelijke Handhavingsstrategie worden in onze toezicht rapportages door de “4-ogen check” beoordeeld. Dit alles om de leesbaarheid van de rapportages te verhogen. Voor onzes opdrachtgevers, voor de burgers van Drenthe en andere betrokkenen.
Met als hoger doel te voldoen aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, waaronder het motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het verbod van misbruik van bevoegdheid. Deze noodzakelijke wijze van “4-ogen check” geeft onder de toezichthouders ook spanning. Er rijzen vragen over “heb ik het in het verleden nooit goed gedaan”, “waarom moet dit, ik snap toch wat er staat”, “wat is de noodzaak dat ik het gedrag van de overtreder goed omschrijf” etc. Een moeilijk en taai proces, waarbij soms het voorzetten van een spiegel als intimiderend wordt ervaren. We hebben deze spanningen erkend. Om deze spanningen weg te nemen heeft in 2020 Het Zuiderlicht de toezichthouders begeleid. Het proces om te komen tot kwaliteitsverbetering, uniform en transparant werken vergt tijd, tijd die nu ten koste gaat van de productie in aantallen. Maar als dit proces doorlopen is zijn zaken duurzaam makkelijker overdraagbaar, gaan juridische trajecten meer adequaat, kunnen Boa’s sneller overgaan tot het inzetten van strafrecht en werken we transparanter en beoordelen we meer uniform. De positieve doorwerking begint voorzichtig aan in beeld te komen. Zo zijn onze toezichtrapportages dusdanig verbeterd dat onze handhavingsjuristen effectiever een vooraankondiging last onder dwangsom op kunnen stellen.
Bovendien kregen wij recent van een opdrachtgever de opmerking dat de leesbaarheid van een toezichtrapport een stuk beter is dan voorheen. Daar doen we het voor, een goede transparante toezichtrapportage om te laten zien dat we doen wat nodig is voor een schoon en veilig Drenthe!
Prioritering in volgorde en per bevoegd gezag: 1. Calamiteiten/Rampen/Piket; Onvoorzien Toezicht: Bedrijven die onvoorzien extra toezicht behoeven o.a. ongewone voorvallen, handhaving; 2. Klachten; 3. Projecten van BG waarvoor opdrachten zijn verstrekt in JP2020; 4. Energietoezicht; 5. Regulier toezicht en extra. De planning is aangepast volgens bovenstaande keuzes. Resultaatgerichte teams/brancheteams hebben een andere samenstelling gekregen. Voor het toezicht op de Provinciale bedrijven hebben we de medewerkers samengevoegd in een speciaal team en zijn zij vrijgesteld van alle andere taken. Ondanks de afschaling zoals aangegeven in de najaarsrapportage zijn toch alle geraamde uren van het jaarprogramma voor RGT benut. Dit komt door het relatief grote aandeel dat van uit de andere disciplines (zoals juridisch medewerkers en specialisten lucht en geluid) ondersteunend is geleverd binnen het toezicht.
24
Tabel 4: De realisatie van het toezicht per deelnemer ten opzichte van het jaarprogramma 2020
In tabel 4 is de realisering per deelnemer inzichtelijk gemaakt. De spreiding tussen de deelnemers is relatief groot. Dit wordt in hoofdzaak veroorzaakt door het verschil in het aantal lopende handhavingstrajecten. Van handhavingstrajecten is bekend dat deze tijdrovend zijn, niet alleen voor een toezichthouder, maar ook zeker voor een jurist, adviseur of vergunningverlener.
2.1.4.4.3
Ruim 2.000 toezicht zaken afgerond
In dit programmajaar hebben wij 2.077 toezichtzaken afgerond. Deze zaken hebben een verschillende grondslag. In de onderstaande tabel wordt het totaaloverzicht gegeven. Tabel 5: Overzicht van alle afgeronde toezichtzaken in 2020 per producttype Producttype
tijdvak afronding
Gepland toezicht
afgeronde zaken van voor 2020
221
RGT 80%
357
RGT Steekproef 20%
62
afgeronde zaken van voor 2020
153
afgeronde zaken 2020
71
afgeronde zaken van voor 2020
5
afgeronde zaken 2020
6
afgeronde zaken van voor 2020
52
afgeronde zaken 2020
89
afgeronde zaken van voor 2020
140
afgeronde zaken 2020
77
Ongepland toezicht Opleveringscontrole Administratief toezicht Hercontrole
aantal per tijdvak
totaal
Klachten
afgeronde zaken 2020
Melding ongewoon voorval
afgeronde zaken 2020
Toezicht inrichtingen tanksaneringen
afgeronde zaken van voor 2020
20
afgeronde zaken 2020
61
Stoppersregeling
63
Energie
75
ZZS
14
e-MJV
15
Projecten
TOTAAL
640
224 11 141 217 540 56 81
167
2077
In de volgende paragrafen wordt verder ingegaan op deze tabel. •
Het regulier toezicht in relatie tot de 2 perioden van lockdown
Vanaf 13 maart zijn de reguliere controles met onmiddellijke ingang gestaakt. Alleen voor zaken die niet uitgesteld konden worden werden bedrijfsbezoeken uitgevoerd, o.a. bij klachten, calamiteiten, asbestsaneringen en handhavingstrajecten. in deze periode vooral gericht op het afwikkelen van
25
lopende zaken van 2019 en het eerste gedeelte van 2020, de administratieve controles, projecten uit het ontwikkelprogramma (o.a. locatiebestand op orde), het optimaliseren van onze registraties t.b.v. RGT, het versneld uitvoeren van energietoezicht (informatieplicht) en het voorbereiden van bedrijfsbezoeken. Daarnaast is er gestart met het invoeren van een nieuwe manier van administratief controleren van bedrijven, waarbij de bedrijven ons informatie toesturen en er op basis van steekproeven een fysieke controle plaats gaat vinden. Vanaf 1 juni ontstond weer ruimte om ons toezicht daar waar mogelijk weer op te pakken. Tijdens de tweede lockdown die inging op 15 december is een ander beleid, gelijk aan de periode tussen beide lockdowns, door ons gevoerd. Het toezicht is in die periode zo veel mogelijk uitgevoerd, waarbij de administratieve toetsing op basis van opgevraagde stukken van het bedrijf vooraf heeft plaatsgevonden, het fysiek ter plaatse gaan zoveel mogelijk is gemeden en beperkt is gebleven tot een bezoek in de buitenlucht.
2.1.4.4.4
De uitvoering van het RGT
Om inzicht te krijgen in de resultaten van het RGT is het nodig om in onze rapportages nieuwe indicatoren op te nemen. Evalueren en rapporteren van het RGT op basis van uren en aantallen toezichtbezoeken is zinloos. Daarom is er aangesloten bij de methodiek van de risicomatrix. Belangrijk onderdeel binnen de risicomatrix is de naleving. Dit aspect wordt evenals in onze vorige rapportages nu per branche via twee verschillende invalshoeken gemonitord en in deze rapportage in beeld gebracht: • Aantal overtredingen per branche gerelateerd aan het mogelijke milieueffect • Top 3 van de veel voorkomende overtredingen Het RGT kent nog een onderscheid tussen RGT-controles en steekproefcontroles. Gelet op de relatief nog geringe aantallen controles op brancheniveau heeft dit onderscheid nog geen meerwaarde. In onderstaande tabel is weergegeven hoeveel controles we, per branche, hebben uitgevoerd.
Tabel 6 : De aantallen overtredingen uitvoering RGT per risicoklasse en per branche
26
Tabel 7 : De meest voorkomende overtredingen RGT per branche
Gemiddelde prioriteit: De voorschriften die via digitale checklisten worden gecontroleerd zijn per voorschrift gekoppeld aan een prioriteitsklasse 1 tm 4. Deze classificatie komt sterk overeen met de risicoklassen die de landelijke handhavingsstrategie hanteert. Het geeft aan wat de mate van mogelijke milieuschade is bij een overtreding. Een cijfer achter de komma ontstaat doordat meerdere voorschriften aan een thema zijn gekoppeld. Daarvan is het gemiddelde bepaald bij het thema dat is aangegeven in de tabel.
2.1.4.4.5 Op weg naar informatiesturing: sterke verbetering van onze databruikbaarheid Onze bevindingen leggen we o.a. vast ten behoeve van de Landelijke Handhavingsstrategie, Inspectieview (voor de samenwerking met de ketenpartners) en het Risicogerichte Toezicht. Op basis van de groei in data zullen wij in staat zijn om via risicoanalyses te bepalen welke (sub)branches onze aandacht behoeven en te doen wat nodig is. Bij analyses is de bruikbaarheid van de data essentieel. Ten behoeve van het project RGT 1.0 is er, over de periode 01 januari 2018 t/m 30 juni 2019 een data-analyse uitgevoerd. Hierbij is onder andere gebleken dat de data-bruikbaarheid slechts 37% was. Om dit te verhogen is in januari 2020 de wijze van kwaliteitsborging van de registratie geïntensiveerd. Uit de laatste data-analyse, 01 juli 2019 t/m 30 juni 2020 is gebleken dat de bruikbare data inmiddels is gestegen naar 89%! Een prestatie waar het team Toezicht & Handhaving trots op is.
2.1.4.4.6 Verdere groei van data is een vereiste voor het trekken van conclusies Kanttekening is dat het aantal toezichtbezoeken in 2020 gering is, waardoor er nog geen conclusies kunnen worden verbonden aan deze informatie. Wat wel opvalt is dat het relatief grote aandeel van het aantal overtredingen dat valt binnen de zwaarste risicoklasse. Hieruit blijkt in ieder geval het nut van het toezicht binnen de via de risicomatrix geprioriteerde branches. De in dit jaar aangebrachte verbeteringen aan de risicomatrix die als basis dient voor het jaarprogramma van 2021 zullen naar verwachting leiden tot een nog gerichtere inzet op basis van de risico-inschatting Via de benoemde doorontwikkeling van het RGT is het mogelijk dat er nog wijzigingen worden aangebracht in de gebruikte indicatoren behorend bij het RGT, de wijze van meten en de wijze van het presenteren van de gegevens in onze rapportages.
27
2.1.4.4.7
Toezicht op energiebesparende maatregelen
Het houden van toezicht op energiebesparende maatregelen is één van de instrumenten die landelijk ingezet wordt om de Nederlandse klimaatdoelstellingen en daarmee het voldoen aan het Akkoord van Parijs te bewerkstellingen. Een belangrijke klimaatdoelstellingen is het met 49% verminderen van de CO2-uitstoot in 2030 t.o.v. 1990. Deze vermindering kan onder andere bewerkstelligd worden door het doorvoeren van energiebesparende maatregelen door burgers en ook zeker door bedrijven. Om laatste ook daadwerkelijk af te kunnen dwingen zijn er, onder andere in het Activiteitenbesluit milieubeheer en in omgevingsvergunningen, verplichtingen op genomen zodat energiebesparende maatregelen worden doorgevoerd. In 2020 hebben we op diverse wijze toezicht gehouden op het doorvoeren van energiebesparende maatregelen. Dit zijn: 1) Versterkte Uitvoering Energietoezicht (verder VUE 2020): VUE 2020 is een landelijk project en volledig gesubsidieerd door het Ministerie van Economische zaken en Klimaat (verder ministerie van EZK). Het project is opgestart om de milieu toezichthouders handvatten te geven om energietoezicht uit te voeren. Om deze handvatten te kunnen geven hebben wij een ervaren energietoezichthouder, bekostigd vanuit de eerdergenoemde subsidie, in gehuurd.
Deze energietoezichthouder voert in gezamenlijkheid met een eigen toezichthouder een energiecontrole uit, om ervaring en kennisoverdracht te bewerkstellingen, Het project is gestart in maart 2020 en had tot doel om bij 88 bedrijven een energiecontrole uit te voeren. Door de corona maatregelen zijn er echter 60 energiecontroles uitgevoerd. Het ministerie van EZK heeft richting ons aangegeven dat dit een landelijk beeld is en het project is om die reden verlengd tot 1 april 2021. De top 3 van meest voorkomende overtredingen is hieronder weergegeven. Deze maatregelen zijn relatief makkelijk te realiseren, kosten weinig en hebben een snelle terugverdientijd. Tabel 8: De meest voorkomende overtredingen bij het energietoezicht Top 3 veel voorkomende overtredingen Project versterkte uitvoering energietoezicht Het niet borgen van optimale afstelling klimaatinstallaties Het niet juist inregelen van de opstarttijd CV-installatie op basis van de buitentemperatuur Het niet beperken van het binnentreden van warme en/of vochtige lucht in een koelcel
2) Informatieplicht Activiteitenbesluit Op 1 juli 2019 is de informatieplicht energiebesparing opgenomen in het Activiteitenbesluit. Dit betekent dat bedrijven die niet vallen onder de verplichting om onder een omgevingsvergunning inwerking te kunnen zijn, boven bepaalde energieverbruiken aan het bevoegd gezag moeten laten zien welke energiebesparende maatregelen er zijn genomen en welke in de nabije toekomst nog worden doorgevoerd. Bij de start van de informatieplicht energiebesparing was landelijk, en zeker ook in Drenthe, een forse stijging van het aantal rapportages waar te nemen. Echter in het begin van 2020 daalde het aantal ingediende rapportages sterk, terwijl er nog een groot aantal bedrijven niet had voldaan aan de informatieplicht. Ook dit was overigens een landelijk beeld. Reden van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (verder RVO) om per provincie een overzicht te maken van bedrijven die volgens de RVO moeten voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Het verzoek van het RVO aan de RUD Drenthe was om de vermelde bedrijven aan te schrijven om te voldoen aan de genoemde verplichten. Aan het verzoek hebben we voldaan door in april 4.653 bedrijven aan te schrijven om te voldoen aan de informatieplicht energiebesparing. Nadat we dit gedaan hadden is echter gebleken dat er landelijke een foutmarge van 50% in het bestand van RVO zit.
Landelijk heeft dit bij de aangeschreven bedrijven geen goed gedaan. Maar aan de andere zijde heeft het
28
aanschrijven van de bedrijven in Drenthe wel een stijging van het aantal ingediende rapportages laten zien van 20%. .. De rapportages worden door de RVO ontvangen, beoordeeld en ingeschaald in risicogroepen. Hierbij heeft de groep R1 de hoogste risico en R3 de laagste risico. In onderstaande grafiek is weergegeven hoeveel rapportages de RVO per gemeente heeft ontvangen en in welke risicogroepen de bedrijven vallen. Figuur 2: De ingediende rapportages energie per risicogroep per gemeente
3) Energieproject provincie Drenthe Dit project is gestart in 2019 en is in 2020 afgerond. In deze periode zijn alle bedrijven die onder het bevoegd gezag vallen van de provincie Drenthe bezocht voor een energiecontrole. De resultaten van dit project worden separaat van dit jaarverslag met de provincie Drenthe gedeeld. 4) Energieproject gemeente Emmen Binnen dit project zijn 15 complexe type B bedrijven bezocht voor een energiecontrole. De diepgang van deze controles is gelijk aan de controles die uitgevoerd zijn onder het project VUE 2020. De resultaten van dit project worden separaat van dit jaarverslag met de gemeente Emmen gedeeld. 2.1.4.4.8 Toezicht op de stoppersregeling Zoals in de paragraaf “Bijzonderheden Vergunningverlening en meldingen” is vermeld hebben er in Drenthe 85 pluimvee- of varkenshouders deelgenomen aan het Actieplan Ammoniak en de landelijke Stoppersregeling. In deze zelfde paragraaf is te lezen dat de bedrijven onder te verdelen zijn in drie categorieën.
Het team Toezicht & Handhaving is betrokken geweest bij twee van deze categorieën, namelijk: 1) De bedrijven die hebben aangegeven vanaf 1 januari 2020 te stoppen met het houden van kippen of varkens, de stoppers; 2) De bedrijven die hebben aangegeven door te gaan met het houden van kippen of varkens maar waarvan de stalsystemen, per 1 januari 2020, moeten voldoen aan de Regeling ammoniak en Veehouderij en het Besluit emissiearme huisvesting, de doorstarters.
29
De groep stoppers bestaat uit 48 bedrijven. Deze bedrijven zijn in 2020 allemaal bezocht en er is door een toezichthouder beoordeeld of het houden van kippen of varkens daadwerkelijk gestaakt is. Ook alle doorstarters, totaal 14 bedrijven, zijn bezocht door een toezichthouder. Tijdens deze bezoeken is beoordeeld of de stalsystemen voldoen aan de gestelde eisen, zoals onder 2 genoemd. Tijdens de controles is gebleken dat niet alle bedrijven voldeden. Dit heeft ertoe geleidt dat in zes gevallen een handhavingstraject is opgestart. In middels zijn vier van deze trajecten met een positief resultaat afgerond. Omdat dit toezicht ondersteunend was aan het bijbehorende vergunningentraject zijn de toezichturen geboekt op vergunningen. 2.1.4.4.9 Toezicht verkoop consumentenvuurwerk In oktober 2020 hebben alle bekende vuurwerkverkooppunten in Drenthe (74) van ons een brief gekregen. In de brief stond informatie over de gevolgen van COVID-19, het verkoopverbod van knalvuurwerk en vuurpijlen, de subsidieregeling voor het opkopen van vuurwerkvoorraden en de verkoopdagen. Ook is uitleg gegeven over onze nieuwe toezichtstrategie voor vuurwerkverkooppunten Deze nieuwe werkwijze houdt in dat goede naleving beloond wordt, met minder toezicht en we ons met name gaan richten op de locaties met een slechte naleving.
Daarnaast is in de brief aangekondigd dat wij bij overtredingen een lik op stuk beleid voeren. Bij de brief is door ons een flyer gevoegd. In deze flyer zijn de meest voorkomende overtredingen benoemd en is aangegeven hoe deze te voorkomen. Volgend op bovengenoemde brief hebben wij administratieve controles uitgevoerd. Hierbij is telefonisch contact geweest met de verkooppunten en wanneer nodig verzocht stukken naar ons te mailen. Onder deze stukken vallen onder andere geldige keuringsbewijzen van de sprinklerinstallaties. De verkooppunten waarbij de afgelopen drie jaar geen overtredingen zijn geconstateerd zijn alleen bezocht in het kader van de administratieve controles. Alle andere verkooppunten zijn in de periode van 28 t/m 31 december 2020 bezocht. Tijdens deze bezoeken is gecontroleerd of het vuurwerk overeenkomstig de daarvoor geldende regels werd opgeslagen en of het tijdelijke verkoopverbod werd nageleefd. Tijdens deze controles zijn door ons geen overtredingen geconstateerd.
2.1.4.4.10 Klachten In 2020 hebben we in totaal 596 milieu gerelateerde klachten behandeld. Zoals in onderstaande tabel is weergegeven hebben de meeste klachten betrekking op het ondervinden van geluidhinder of klachten, waaronder stank, over de kwaliteit van de lucht. Tabel 9: De aantallen klachten per categorie Soort klacht klacht bedrijven klacht bodem klacht geluid klacht lucht klacht geur klacht overig milieu klacht piket klacht lozingen melding ongewoon voorval Totaal
30
aantal 52 36 149 138 26 109 25 5 56 596
Bij de door ons behandelde klachten worden beoordeeld of de klacht wordt veroorzaakt door het overtreden van milieuwet- en/of -regelgeving. Wanneer er sprake is van een overtreding is de klacht gegrond. Anders om is deze ongegrond. In onderstaande tabel is, in percentages, weergegeven wat onze conclusie is geweest op de klachten. Tabel 10: Resultaten van beoordeling van de milieuklachten In 34% van de binnen gekomen klachten is de conclusie “n.v.t.” is gegeven. Deze conclusie betekent in veel gevallen dat de klacht ten onrechte bij ons is binnengekomen. De reden hiervan kan zijn dat het een klacht is die getoetst moet worden aan andere wet- en regelgeving dan waar voor de RUD Drenthe gemandateerd is. Hierbij kan gedacht worden aan de APV, Bouwbesluit of bestemmingsplan. In andere gevallen gaat het om klachten waarbij het bevoegd gezag niet ligt bij onze opdrachtgevers. Een veel voorkomend voorbeeld hiervan is het uitrijden van meststoffen, waarvoor de toezichthoudende instantie de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit is. Daarnaast kan de conclusie “n.v.t.” betekenen dat de klacht nog in onderzoek is, waardoor er nog geen conclusie kan worden getrokken. Sinds januari 2020 worden alle uren die nodig zijn om de klacht op een juiste wijze af te handelen daadwerkelijk op het zaaktype “incidentmelding & klacht behandelen” geboekt.
Hiervoor is gekozen om zuivere kentallen te genereren, met als doel om inzichtelijk te krijgen hoeveel uren het afhandelen van een klacht nu daadwerkelijk in beslag neemt. Ten tijde van het vaststellen van het jaarprogramma 2020 was deze werkwijze nog niet in beeld. Het gevolg is dat er meer uren zijn gemaakt dan geraamd, zowel op concern- als op deelnemer niveau. Hieronder treft u de tabel aan waarin is opgenomen hoeveel procent van de uren ten opzichte van het jaarprogramma 2020 is besteed aan het afhandelen van klachten per deelnemer. Tabel 11: De ureninzet voor klachtafhandeling per deelnemer ten opzichte van het jaarprogramma per deelnemer
2.1.4.4.11 Toezicht op het verwijderen van asbest Er zijn in totaal 2.242 asbestsloopmeldingen ingediend en voorzien van een advies. Op basis van deze meldingen zijn 401 toezicht bezoeken uitgevoerd. Deze werkzaamheden hebben we uitgevoerd in totaal 3.485 uur, dit is 3% meer dan in het jaarprogramma 2020 is opgenomen. Uit onderstaande tabel blijkt dat de gevraagde inzet, per opdrachtgever, op dit product in 2020 erg verschillend is geweest.
31
Bij twee opdrachtgevers werden de ingebrachte uren voor het houden van toezicht op asbest dermate overschreden dat door ons om een extra financiële bijdrage is verzocht. Beide opdrachtgevers hebben hier gehoor aangegeven.
Tabel 12 : De ureninzet per deelnemer m.b.t. het beoordelen van asbestrapporten en het verrichten van bijbehorend toezicht
Verreweg de meeste overtredingen die we tijdens de controles constateren zijn ter plekke op te lossen. Het gaat hier om relatief kleine tekortkomingen zoals het ontbreken van een bordje of een lint. In de praktijk komt het steeds vaker voor dat asbestsaneerders hun werkzaamheden met ons afstemmen. In veel gevallen is het inzetten van handhaving aan de voorkant voorkomen. Uit een door ons uitgevoerd onderzoek is gebleken dat saneerders de eindtijden niet op de juiste wijze invoeren in het Landelijk Asbest Volg Systeem (LAVS). Om dit te verbeteren besteden onze toezichthouders hier tijdens hun controles aandacht aan. Asbestsaneerders kennen steeds beter de route naar ons, dit merken wij onder andere door dat ze afwijkingen in het werkplan in een eerder stadium aan ons kenbaar maken. In veel gevallen is hierdoor het inzetten van handhaving aan de voorkant voorkomen. Op basis van toezicht zijn vier processen-verbaal opgemaakt tegen de asbestsaneerders. Bij twee illegale asbestsaneringen is bestuursrechtelijk handhavend opgetreden. In één geval was het verzenden van een vooraankondiging last onder dwangsom voldoende om de geconstateerde overtredingen op te heffen. De aard van de overtredingen in het andere geval waren dermate ernstig dat er daadwerkelijk een last onder dwangsom is opgelegd.
Bovendien was het, doordat de openbare ruimte met asbest besmet was geraakt, noodzakelijk om een last onder bestuursdwang op te leggen. Ook voor het thema asbest wordt steeds meer afstemming gezocht met onze ketenpartners. Hiermee willen we voorkomen dat asbestsaneerders met een slecht naleefgedrag vrij spel hebben in de andere regio’s. Samen wordt nagedacht hoe er zoveel mogelijk uniformiteit kan worden toegepast. Op landelijk niveau zijn wij lid en deelnemer aan de werkkamer asbest van OD.nl. Bij het beoordelen van de asbestinventarisatierapporten is een aantal malen waargenomen dat deze niet overeenkomstig de eisen zijn opgesteld. Dit heeft ertoe geleid dat de certificerende instelling van het asbestinventarisatiebureau door ons meerdere malen is geïnformeerd. Overtredingen van inventarisatiebureaus kunnen niet door ons gesanctioneerd worden, maar uitsluitend door de certificerende instelling van dat bureau. Om de overtredingen te laten eindigen hebben wij deze actief bij de certificerende instelling van het asbestinventarisatiebureau gemeld. 2.1.4.4.12 Ketentoezicht In 2020 hebben wij ons binnen ketentoezicht bezig gehouden met de thema’s afval, asbest en biomassavergisting. Voor de thema’s afval en biomassavergisting hebben we met name ingezet op het verbeteren van de samenwerking tussen de Fumo en Omgevingsdienst Groningen.
Om hier invulling aan te geven hebben we deelgenomen aan Noordelijk Overlegorgaan Afvaltransporten en het Noordelijk Overleg Ketentoezicht. Tevens hebben we voor het thema afval inzet gepleegd tijdens afvaltransportcontroles in Noord Nederland.
32
In het kader van ketentoezicht zijn door ons ook controles uitgevoerd bij mobiele puinbrekers. Het starten van de werkzaamheden van de mobiele puinbreker moet minimaal 2 dagen voor de start van de werkzaamheden bij het bevoegd gezag gemeld worden.. Tijdens de controles is gebleken dat door de gebruiker van de mobiele puinbreker niet altijd op tijd de start van de werkzaamheden wordt gemeld. Daarnaast is gebleken dat niet al onze opdrachtgevers de genoemde start aan ons doorgeven. Dit bemoeilijkt het uitvoeren van een juiste controle. Ketentoezicht voor het thema asbest is door ons ingevuld door controles uit te voeren bij alle milieustraten in Drenthe. Tijdens deze controles is aandacht besteed aan het innemen, opslaan en werken met asbest. Hierbij was het doel om de medewerkers bij de milieustraten te attenderen op signalen van illegale asbestsaneringen en op welke wijze veilig met asbest gewerkt kan worden. Bij 11 milieustraten zijn de gesprekken gestart om het veilig werken met asbest op een hoger niveau te brengen. Twee milieustraten hebben de werkwijze uitmuntend voor elkaar, waardoor vervolggesprekken niet noodzakelijk zijn. 2.1.4.4.13 Beoordelen e-MJV’s 2020 Het e-MJV is een jaarlijkse milieurapportage door bedrijven met grote emissies, waarin zij rapporteren over hun afval, energie- en watergebruik en emissies naar lucht, water en bodem.
De rapportages worden gedaan in het kader van de ‘EG-verordening PRTR’, die rechtstreeks werkend is voor alle lidstaten. Het beoordelen van de e-MJV is een taak van de omgevingsdiensten. Bedrijfstakken die een e-MJV moeten opstellen zijn verplicht deze voor 1 april aan te leveren. Vervolgens heeft een omgevingsdienst tot 1 juli de tijd de e-MJV te beoordelen op volledigheid, consistentie en geloofwaardigheid. In het Jaarprogramma is geraamd dat er in 2020 12 e-MJV’s beoordeeld worden. In de praktijk is gebleken dat het aantal bedrijven in Drenthe dat de verplichting heeft om een e-MJV aan te leveren groter is, namelijk 38 bedrijven. Deze bedrijven hebben voldaan aan hun verplichting om voor 1 april 2020 hun e-MJV’s aan te leveren. In onze najaarsrapportage hebben wij onze verwachting uitgesproken dat de verificatie van alle ingediende e-MJV’s is afgerond. Voor verificatie van een eMJV is het noodzakelijk veel bij het betreffende bedrijf aanwezige stukken naast de gegevens zoals deze zijn opgenomen in het e-MJV te leggen en te beoordelen op correctheid. Door de opgelegde coronamaatregelen kan hier geen invulling aan worden gegeven en zijn van de 38 ingediende eMJV’s 15 e-MJV’s geaccordeerd. 2.1.4.4.14 Piket Buiten de kantooruren zijn we bereikbaar en beschikbaar voor het beoordelen, in behandeling nemen en afhandelen van milieumeldingen.
Op basis van een melding wordt een beoordeling gemaakt in hoeverre het incident spoedeisend is en er directe actie moet worden ondernomen of dat de melding minder spoedeisend is en de volgende dag kan worden opgepakt. Onze piketorganisatie is voor een aantal meldingen opgenomen in het melding classificatie systeem van de Meldkamer Noord- Nederland (MKNN). Dit betekent dat wij bij een aantal milieu gerelateerde incidenten worden geïnformeerd door de centralist van de MKNN. Op basis daarvan kan de piketmedewerker contact opnemen met de Officier van Dienst Brandweer (Vod) of de Officier van Dienst bevolkingszorg (OvDBZ) om de milieuaspecten van het incident te bespreken. Doordat we zijn opgenomen in het meldingssysteem van de MKNN worden we vroegtijdig betrokken en neemt de kans op milieuschade af omdat we daarmee in staat worden gesteld om proactief te reageren en maatregelen te treffen.
33
Tabel 13:De in 2020 binnengekomen incidentmeldingen bij de piketdienst
Bij GRIP is er sprake van Gecoördineerde Regionale Incidentbestrijdings Procedure. Dat betekent dat de hulpverleningsdiensten afstemmen over de bestrijding van het incident. In 2020 zijn wij actief betrokken geweest bij de volgende incidenten: • Ontruiming camping in de gemeente Aa en Hunze • Afvalbrand bij metaalverwerkend bedrijf in de gemeente Emmen • Natuurbrand in de gemeente Noordenveld • Brand bij een afvalverwerkend bedrijf in de gemeente Midden-Drenthe • Grote brand in een bedrijfspand in de gemeente Noordenveld • Ontmanteling chemische drugs productielocatie in de gemeente Hoogeveen • Tweemaal een ontmanteling van een chemische drugs productielocatie in de gemeente De Wolden • Assistentie bij een dumping van chemisch drugsafval in de gemeente Aa en Hunze • Inzet bij een brand bij een autodemontagebedrijf in de gemeente Hoogeveen • Assistentie bij een brand in twee café’ s met vermoedelijk asbest in de gemeente Hoogeveen. • Een asbestbrand in de gemeente Borger-Odoorn • Een industriebrand bij een zuivelverwerkingsbedrijf in de gemeente Hoogeveen In 2020 heeft Stichting Salvage het initiatief genomen om landelijk met de Omgevingsdiensten afspraken te maken over het oppakken van de taken bij asbestbranden. Stichting Salvage helpt gedupeerden na oproep van de brandweer en zij doen dat namens alle brandverzekeraars in Nederland.
De rolverdeling tussen gemeenten, de Omgevingsdiensten en de verzekeringsmaatschappij over het oppakken van vrijkomend asbest bij een brand was onduidelijk. Salvage heeft het initiatief genomen deze verantwoordelijkheid op zich te nemen door afspraken te maken met de Omgevingsdiensten. De Omgevingsdiensten konden zich hierbij vrijwillig aansluiten. Wij hebben ook aansluiting bij Salvage gezocht. Dat betekent dat bij een asbestbrand onze piketmedewerker in overleg gaat met de medewerker van Salvage en zij de eerste maatregelen treffen zoals de opdrachtverstrekking tot een asbestinventarisatie. Zo kunnen wij de asbestdakenkaart raadplegen en informatie verstrekken over de eventuele aanwezigheid van asbest of andere milieu gerelateerde aspecten. Nadat het incident is beëindigd wordt het als regulier werk opgepakt door de RUD.
34
2.1.4.4.15 Deelname Drentse crisisorganisatie We hebben binnen de VeiligheidsRegio Drenthe (VRD) toebedeelde taken in het kader van de calamiteiten- en rampenbestrijding. Onze piketmedewerkers worden tijdens deze rol ingezet op de plaats van het incident, terwijl opgeleide collega’s in de rampenbestrijdingsprocedure deelnemen in het team Omgevingszorg van de betreffende gemeente. Door ons wordt deelgenomen aan trainingen en oefening van de VRD. In 2020 zijn er door de Covid19 maatregelen geen oefeningen georganiseerd door de VRD. Ook gemeenten hebben geen oefeningen georganiseerd om aan deel te nemen.
2.1.4.5
Bijzonderheden bij handhaving en vergunningverlening
Als gevolg van Corona en verminderde toezichtcapaciteit zijn er minder handhavingstrajecten ontstaan. De benodigde inzet wordt naast het aantal handhavingstrajecten ook bepaald door de complexiteit van een traject. Er hoefde geen extra juridische capaciteit te worden ingehuurd bovenop wat reeds was voorzien. • Inzet BOA’s De inschaling van de overtredingen in de matrix van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHS) heeft wel geleid tot meer strafrechtwaardige zaken. Dit heeft geleid tot een tekort in BOA capaciteit. Uit een berekening van het aantal voorliggende zaken en de beschikbare BOA's is gebleken dat flink meer capaciteit is benodigd. In de najaarsrapportage is dit probleem benoemd. Dit probleem had de nodige aandacht van het bestuur en de officier van justitie. Aan het bestuur is daarvoor een Nota met mogelijke keuzes voorgelegd. Bestuurlijk is afgestemd dat er bij extra benodigde inzet van BOA capaciteit apart bij het bevoegde gezag wordt gefactureerd. De inzet van de uren wordt hiervoor door ons gemonitord zodat tijdig kan worden aangegeven als er sprake is van extra benodigde inzet. De onvoldoende capaciteit om alle strafrechtwaardige zaken op te pakken conform het handhavingsbeleid (LHS) heeft er onder andere in geresulteerd dat er afgelopen jaar slechts 1 Bestuurlijke strafbeschikking milieu is opgelegd.
In dit geval betrof het een sloop met asbest zonder inventarisatierapport( in 2019 waren dit er 5). Daarnaast is 6 maal een normaal proces verbaal opgemaakt. Verder is 1 maal volstaan met een waarschuwing en zijn er nog 6 zaken in voorbereiding en moet met 9 strafrechtwaardige zaken nog een start worden gemaakt. Op basis van de gemaakte afspraken kunnen deze 15 zaken in 2021 worden opgepakt. Zaken die wegens de capaciteitsproblemen waren blijven liggen worden inmiddels opgepakt. • Onze inzet gerelateerd aan producten Drentse Maat in beeld Onze juridische inzet, zoals bij bezwaar en beroep, wordt geschreven op het hoofdproduct. Veelal zijn dit toezicht- of vergunningsverleningsproducten die onder de Drentse maat vallen. Onze juridische werkzaamheden in 2020 zijn in onderstaande tabel samengevat. De advisering spreidt zich uit over verschillende producten. In de brieven aan de deelnemers wordt inhoudelijk ingegaan op de noemenswaardige zaken die daar spelen.
35
Tabel 14 : De afgeronde en nog in behandeling zijnde zaken behorend bij de juridische ondersteuning
Juridische ondersteuning per product
Aantal nog in behandeling zijnde zaken in januari 2021
Aantal afgeronde zaken in 2020 7
10
Advisering juridisch
6
13
Bezwaar
15
8
Gedoogbeschikking
0
1
Handhavingsverzoek
10
15
(Hoger) beroep
Last onder bestuursdwang
1
3
Last onder dwangsom
70
90
Voorlopige voorziening
4
0
Bestuurlijke strafbeschikking milieu
1
0
Proces verbaal
6
TOTAAL
120
140
Onder de kop “last onder dwangsom” vallen verschillende oplopende procedurestappen, beginnend met een vooraankondiging en eindigend bij het actief innen. Het aantal nog lopende zaken die betrekking hebben op de last onder dwangsom wordt verhoogd doordat een opgelegde dwangsom net zo lang geldt totdat deze wordt ingetrokken. De praktijk is dat het nodig kan zijn om deze besluiten jaren te laten gelden. Er zijn 60 vooraankondigingen van een last onder dwangsom verzonden in 2020 en er zijn 14 dwangsommen opgelegd en is 3 maal bestuursdwang toegepast. In totaal hebben dit jaar en eerder opgelegde lasten onder dwangsom geleid tot het verbeuren van een totaal bedrag van € 161.500,--. Met daarbij de opmerking dat slechts 6 zaken tot het verbeuren hebben geleid (met daartussen een uitschieter van € 125.000,--). Een groot deel van de overtredingen wordt voordat het tot een verbeuring komt beëindigd. Dossiers in het kader van beroep en hoger beroep kunnen zeer lange tijd bij de rechtbank en Raad van State liggen. • Bestuurlijke handhaving gekoppeld aan de branches binnen het RGT Wat betreft de bestuurlijke handhaving voortkomend uit het RGT is het onderstaande beeld te schetsen :
Tabel 15: De bestuurlijke handhaving voortkomend uit het RGT toezicht per branche Branche
36
Vooraankondiging Besluit last onder last onder dwangsom dwangsom
Afval
6
1
Agrarisch
22
7
Gebouwen en MKB
14
1
Industrie, bouw, metaal en mobiliteit
13
4
Totaal
55
13
•
Specifieke zaken die in 2020 relatief veel tijd in beslag namen
Bij een groot aantal vergistingsinstallaties is er sprake van slecht naleefgedrag. Dit leidt in een aantal gevallen tot diverse handhaving- en juridische procedures. Aanleiding van controles is vaak klachten over geur. Ook de vergunningprocedures bij dergelijke bedrijven nemen vaak veel tijd in beslag en vereisen vaak juridische ondersteuning. Ook een aantal specifieke bedrijven hebben de nodige aandacht en tijd gekost in verband met vergunningprocedures, klachten en handhaving. Dit hing dan samen met overlast van stof, geur en ongedierte. In de rapportages van de bevoegde gezagen is daar verder over gerapporteerd. 2.1.4.6
Meldingen en toezicht van de bodemproducten Drentse Maat
• Besluit bodemkwaliteit : hoger aantal meldingen werkt door in het toezicht Op basis van de beoordeling van de meldingen en het toezicht daarop streven we naar duurzaam bodembeheer. Als Drentse Maat is afgesproken dat circa 50% van de meldingen worden gecontroleerd. Het aantal ingediende en beoordeelde meldingen Besluit bodemkwaliteit (Bbk) is 250 hoger dan gepland in het jaarprogramma (was 967 is geworden 1.202). Op 50 % van het werkelijk aantal meldingen is zoals afgesproken ook toezicht gehouden. Een hoger aantal meldingen resulteert in een hoger aantal toezicht controles en dus ook in een hoger aantal uren inzet. Daarnaast zijn er grootschalige grondverzet projecten geweest waarbij het toezicht meer uren met zich meebrengt. • Tanksaneringen : lager dan geraamd De raming op het aantal tanksaneringen in het jaarprogramma is aan de hoge kant. Wij worden ingeschakeld bij tanksaneringen buiten inrichtingen als er sprake is van een verontreiniging in grond en grondwater. • Gebiedsgericht toezicht : toezicht vanuit het veld Binnen toezicht gebiedsgericht milieu wordt gekeken of er buiten ook grondverzet/saneringen plaatsvinden die niet gemeld worden en of het grondverzet wel wordt uitgevoerd binnen de Wet en regelgeving (Besluit bodemkwaliteit/Wet Bodembescherming). Vaak resulteert gebiedsgericht toezicht in meldingen Bbk of alsnog meldingen Wbb (BUS meldingen).
Door het uitvoeren van gebiedsgericht toezicht en het zichtbaar zijn van de toezichthouders zien/horen grondverzet bedrijven dat er toezicht plaatsvindt binnen Drenthe. Bij constateringen door de toezichthouder wordt er een zaak aangemaakt betreffende de vrije veld controle en zo ook een digitale Checklist. • Oplopend aantal bodemcalamiteiten We nemen een tendens waar van een oplopend aantal meldingen calamiteiten bodem. Dit komt omdat er beter wordt gemeld bij het bevoegd gezag. Echter calamiteiten bodem zijn niet voorspelbaar. Ondanks het oplopende aantal meldingen is onze ureninzet bij dit product laag omdat de officiële sanering/opruimen van de verontreiniging voornamelijk gedaan wordt nadat er een plan van aanpak is ingediend bij het bevoegd gezag. De uren voor toezicht op deze sanering/opruiming van verontreiniging boeken we niet bij dit product maar bij toezicht ernstige en niet ernstige gevallen in kader van zorgplicht.
37
2.1.5 DE NIET-DRENTSE MAAT 2.1.5.1
Wat hebben we gedaan ?
Tabel 16 : De uitvoering van de Niet-Drentse Maat producten en de realisatie van het jaarprogramma 2020 Producten Niet-Drentse Maat
JP 2020 (uren)
Realisatie (uren)
% tov JP2020
200-Bodem
25.903
27.121
300-Geluid, lucht en externe veiligheid
8.653
7.065
105% 82%
500-Juridische ondersteuning
993
1.216
122%
600-Milieuspecialistische taken
6.531
7.119
109%
700-Projecten
1.806
1.101
61%
801-Vergunning ontbranden/melden vuurwerk
1.059
488
46%
901-Ontheffing TUG
350
302
86%
1001-Toezicht ontbranding vuurwerk
618
139
23%
1101-Toezicht TUG
57
6
10%
1201-Boa's (Vrijveld toezicht) (alleen voor Emmen)
2.348
1.150
49%
1300-Extra werk BG
2.654
1.325
50%
Adm. Ondersteuning (NDM)
3.961
3.882
98%
Totaal Niet Drentse Maat
54.933
50.914
93%
De uren die hier in beeld zijn gebracht hebben voor een deel betrekking op uren die specifiek toebedeeld zijn aan een deelnemer. Zo worden de producten genoemd onder 801, 901, 1001, 1101 alleen afgenomen door de Provincie Drenthe.. Voor zover het advisering betreft in relatie tot de beoordeling van een product vallend onder de Drentse Maat, zoals advisering van geluid voor een omgevingsvergunning, zijn die uren toebedeeld aan het Drentse Maat product. In tabel 17 is de uitvoering van de Niet-Drentse Maat per deelnemer ten opzichte van ons jaarprogramma in beeld gebracht. Tabel 17: De inzet Niet-Drentse Maat per deelnemer ten opzichte van het jaarprogramma 2020 Niet Drentse Maat (NDM) Aa en Hunze Assen Borger-Odoorn
38
JP 2020 (uren)
Realisatie (uren)
% t.o.v. JP2020
978
613
63%
3.636
4.309
119%
654
1.025
157%
Coevorden
1.621
1.806
111%
De Wolden
2.269
1.861
82%
Emmen
15.423
13.714
89%
Hoogeveen
3.612
2.681
74%
Meppel
2.090
1.959
94%
Midden-Drenthe
2.104
2.571
122% 79%
Noordenveld
1.518
1.201
Provincie Drenthe
18.835
16.440
87%
Tynaarlo
1.073
1.383
129%
Westerveld
1.120
1.351
121%
Totaal
54.933
50.914
93%
2.1.5.2
Wat hebben we bereikt?
De uitvoering van deze Niet-Drentse Maat-taken draagt bij aan het waarborgen van een schoon en veilig Drenthe. Op hoofdlijnen valt wat betreft de Niet-Drentse Maat in 2020 het volgende op : ✓ Alle spoedlocaties Wbb in Drenthe zijn beschikt, waarmee de risico’s formeel zijn vastgesteld; ✓ De concrete uitvoering door de RUD Drenthe bij het gebiedsgericht bodembeheer kan in 2021 van start in Assen en Emmen. Alle voorbereidende fase en benodigde organisatie en besluitvorming is afgerond; ✓ Projectmatig zijn we samen met onze deelnemers aan de slag met het verbeteren van het bodeminformatiebeheer. Betrouwbare en volledige snel beschikbare bodeminformatie is van groot belang, juist ook in het licht van de Omgevingswet; ✓ Er is een groei van het aantal bodemenergiesystemen; ✓ Er is een toename aan inzet in relatie tot drugscriminaliteit in Drenthe, waarbij het opgestelde concept drugsprotocol goed blijkt te werken in de praktijk; ✓ Het project ZZS (inventarisatie zeer zorgwekkende stoffen) is samen met de ODG en de FUMO voortvarend opgepakt. Op basis van een eigen ontwikkelde werkwijze voor Noord Nederland is de inventarisatie in uitvoering.
De later verschenen landelijke handreiking is voor het overgrote deel overeenkomstig de werkwijze van Noord Nederland; ✓ Het stilste plekje van Nederland ligt in Drenthe……het Dwingelderveld! ✓ In het kader van Omgevingsveiligheid wordt samen met de FUMO en de ODG een regionaal adviesproduct ontwikkeld om gemeenten lokaal de beste beleidskeuzes te kunnen laten maken; ✓ De vraag om advisering omtrent de lokale luchtkwaliteit neemt sterk toe, wat capaciteitsproblemen gaf. Er zijn voor 2021 afspraken zijn gemaakt voor de borging van de continuïteit van luchtadvisering; ✓ We hebben veel Wob-verzoeken afgehandeld, waarvoor inhuur noodzakelijk was; ✓ We hebben weer meer inzet gepleegd bij de advisering van ruimtelijke plannen, een groeiende tendens. We verwachten een verdere groei in de vraag van advisering bij lucht (geur) en geluid en zoneringsvraagstukken, gelet op de ontwikkeling richting de op te stellen omgevingsplannen in het kader van de Omgevingswet. De normerende kaders van lucht(geur) en geluid verhuizen bij de inwerking trekding van de Omgevingswet vanuit het Activiteitenbesluit richting de omgevingsplannen en moeten dan gebied specifiek worden afgewogen. Deze kaders zijn vervolgens weer van belang bij het houden van toezicht bij bedrijven en het beoordelen van vergunningaanvragen.
De benodigde expertise en kennis over de lokale situatie en de aanwezige bedrijven is binnen onze organisatie aanwezig om deze advisering integraal te verzorgen.
39
In de volgende paragrafen wordt meer in detailinformatie gegeven over de verschillende producten binnen de Niet-Drentse Maat. 2.1.5.3
WBB (provincie en Emmen)
Naast het beschermen van de Drentse bodem dragen wij bij aan het schoner maken van de Drentse bodem. De bodem in Drenthe wordt geschikt gemaakt voor het gebruik dat maatschappelijk gewenst is. Dit gebeurt op basis van de uitvoering van de taken behorend bij de meerjarenprogramma’s Wet bodembescherming. Deze taken dragen bij aan het behalen van de landelijke doelstellingen uit het Convenant Bodem en Ondergrond 2016. Hieronder laten we het totaal aantal aan beschikkingen, BUS-meldingen en startsaneringen over 2020 zien. Tabel 18: Uitvoering van de WBB in 2020 . Ui tvoeri ng WBB tbv Provi nci e Drenthe en gemeente Emmen
aantal
BUS mel di ngen
29
Bes chi kki ngen s aneri ng
74
Start s aneri ngen
51
In 2020 is het Convenant Bodem en Ondergrond geëindigd. De doelstelling voor de aanpak van spoedlocaties is vrijwel behaald. Alle spoedlocaties zijn beschikt en de risico’s zijn daarmee formeel vastgesteld. Op zeven locaties na worden alle spoedlocaties gesaneerd. Drie van die zeven zijn gelegen in gebieden waar het grondwater beheerd wordt en vormen daarmee geen risico meer. Voor drie spoedlocaties is eind 2020 een saneringsplan opgesteld om deze risico's in 2021 beheerst te hebben en de locaties op die manier te saneren. De volgende verdere bijzonderheden zijn te melden m.b.t. de uitvoering van onze bodemtaken Wbb: • Het gebiedsgericht grondwaterbeheer richting uitvoering Voor het gebiedsgericht grondwaterbeheer in Assen en Emmen zijn de gebiedsplannen vastgesteld en heeft het bevoegd gezag Wbb instemming verleend en zijn de bestuursovereenkomsten getekend door de desbetreffende besturen. Na onze start in 2020 met de uitvoering van het gebiedsgericht grondwaterbeheer in Hoogeveen zullen wij in 2021 starten met uitvoering van het gebiedsgericht grondwaterbeheer in Assen en Emmen. Ook voor het gebiedsgericht grondwaterbeheer in Coevorden is een ontwerpgebiedsplan en uitvoeringsplan opgesteld. Beide plannen worden in procedure gebracht voor instemming bij het bevoegd gezag Wbb.
• Noordelijke Netwerkdag Bodem afgelast De gemeente Emmen en de provincie Drenthe zijn gezamenlijk met de andere twee noordelijke provincies, de FUMO, de ODG, de RUD Drenthe, de gemeenten Groningen en Leeuwarden, Bodem+ en de Inspectie Leefomgeving en Transport bezig geweest met de voorbereiding op de Noordelijke Netwerkdag. Deze was gepland voor 29 oktober echter vanwege de Coronacrisis kon deze geen doorgang vinden.
40
• Mede initiatiefnemer oprichting van het Platform Bodem OD.NL De RUD Drenthe heeft mede het initiatief genomen voor de oprichting van een Platform Bodem voor de gezamenlijke Omgevingsdiensten in Nederland. Bedoeling is vooral kennis te delen en ook op bestuurlijk niveau gesprekspartner te zijn met betrekking tot bodemaangelegenheden. PFAS is wat dit betreft een verhelderende ervaring geweest, maar ook recente rapportages over de teruggang van de bodemkwaliteit, zeer zorgwekkende stoffen in bodem en ondergrond en ondermijnend gedrag binnen de leefomgeving geven aanleiding om bodem nadrukkelijk aan de orde te stellen.
2.1.5.4
Bodemtaken Niet-Drentse Maat (excl. Wbb)
• Verstrekken bodeminformatie Via de gemeente komen de meeste informatieverzoeken binnen ( +/- 35 % van de totale verzoeken). Van de gemeente Emmen komen veel informatieverzoeken binnen die betrekking hebben op kabelen leidingwerkzaamheden, deze verzoeken hebben betrekking op een groter tracé en vergen daardoor meer tijd. Daaropvolgend komt de gemeente Assen. Voor de rest van de gemeentes is het aandeel informatieverzoeken bijna gelijk. • Concrete stappen in het verbeteren van de bodeminformatievoorziening De gemeenten en provincie hebben de verplichting om alle bodeminformatie, op aanvraag, beschikbaar te stellen voor derden. Om geen onnodige risico's te lopen is het van belang dat de bodeminformatie die wordt verstrekt correct en volledig is. We werken aan het bruikbaar maken van het bodeminformatiesysteem (BIS). Vanaf begin dit jaar is het weer mogelijk om via het landelijke portaal ‘het bodemloket’ bodeminformatie voor derden beschikbaar te stellen. Hoewel het BIS bruikbaar is, is het nog niet volledig op orde en zal er de komende jaren nog veel moeten worden opgepakt. Het afgelopen jaar is gewerkt aan het ontwikkelen van een concept visie en het optimaliseren van data in het bodeminformatiesysteem. De beheerorganisatie wordt onder de loep genomen. In een ambtelijke workshop bestaande uit alle deelnemers is een opgestelde concept visie voorgelegd.
De deelnemers is gevraagd om aan te geven welke thema’s uit de concept visie belangrijk zijn en die gevoed kunnen worden met de bodemdata vanuit het BIS. De conclusie uit de workshop is dat er nu geen thema’s zijn waarmee het bodeminformatiesysteem met extra bodemdata zou moeten worden gevuld. De resultaten uit de workshop gaan we in 2021 verder uitwerken en implementeren in het BIS. Het bureau MUG heeft alle data geanalyseerd op kwaliteit en heeft hiervoor een verbeterplan opgesteld. Uit deze analyse is gebleken dat veel aanwezige data niet correct en veelal onvolledig in het systeem aanwezig is. We zijn voortvarend bezig om de ingebrachte data te completeren, optimaliseren en te uniformeren. We doen dit op drie fronten, handmatig corrigeren en aanvullen, systematische wijzigingen worden via systeemtechnische wijze uitgevoerd en aanvullingen die nog moeten worden ingevoerd vanuit de bodemrapporten. Het invoeren van de bodeminformatie betreft zowel oudere als de nieuwe bodemrapporten die binnenkomen. Bij het compleet maken dan wel aanvullen van gegevens kan worden gedacht aan het intekenen in GIS van de locatie, dan wel koppelingen maken (adres, GIS, DMS, zaak e.d.). Duidelijk is geworden dat de bodeminformatievoorziening meer is dan het bodeminformatiesysteem. De bodeminformatievoorziening is het geheel wat nodig is om bodeminformatie te verzorgen zowel
41
voor de input als voor de output van bodemdata. De verbetering van de gehele bodeminformatievoorziening een gezamenlijke opgave van zowel de gemeenten, provincie als de RUD Drenthe. De opdrachtgevers en de RUD Drenthe hebben een projectgroep opgestart waarin deze opgave wordt onderzocht en uitgevoerd. De provincie en de gemeenten Assen en Hoogeveen hebben zitting in deze projectgroep. • Brede adviserende rol Naast het beoordelen van bodemonderzoeken voor het uitvoeren van saneringen beoordelen wij ook bodemonderzoeken en adviseren wij bij civieltechnische plannen, ruimtelijke plannen (bestemmingsplannen), VTH, rioleringsplannen, beheer stortplaatsen en kooptransacties percelen etc. Daarnaast adviseren wij ook bij beleidsvragen zoals PFAS en adviseren we over nieuwe wetgeving (bijvoorbeeld aanvullingswet Wbb in relatie tot de Omgevingswet en de aanpassing van de Provinciale Omgevingsverordening). • Toename drugsproblematiek in Drenthe De drugsproblematiek in Nederland ondervindt een verschuiving van het zuiden naar het oosten en noorden van ons land. Dit komt met name door de aanwezigheid van niet actieve landbouwbedrijven en/of leegstaande schuren in het noorden Wij zijn afgelopen jaar betrokken geweest bij diverse drugs gerelateerde zaken waarbij er sprake is van bodemverontreinigingen dan wel risico's voor bodemverontreiniging.
Afgelopen jaar betrof het 7 locaties waarbij sprake was van een drugslab of drugsdumping. In 2019 betrof dit nog 2 drugslocaties. De zaken spelen zich af in diverse gemeenten. Het concept drugsprotocol kent nog geen definitieve status. Er vindt nog steeds overleg plaats met vele participanten over het protocol. We passen het concept drugprotocol al wel toe bij de drugsdumpingen, ontmantelingen van drugslabs en bodemsaneringen van drugsafval. Het protocol is in de praktijk goed uitvoerbaar en verschaft voor alle stakeholders die er bij betrokkenen zijn duidelijkheid. Voor 2021 start de Provincie een pilot voor 2 druggerelateerde zaken (Veeningen en Kerkenveld). Het doel van de pilot is te kijken hoe we sneller zaken kunnen oppakken om grotere bodemverontreiniging te voorkomen en daardoor kosten te verminderen. De RUD Drenthe draait mee in deze pilot. • Groei in aanvragen voor aanleg bodemenergiesystemen Voor alle Drentse gemeenten samen zijn er 138 meldingen voor de aanleg van 302 gesloten Bodem energiesystemen afgehandeld. Daarbij gaat het ook om projecten waar bij meerdere woningen gesloten bodemenergiesystemen worden aangelegd. De meldingen voor de gesloten bodemenergiesystemen worden door ons ook geregistreerd in het Landelijk Grondwater Register (LGR).
Door het opnemen van het bodemenergiesysteem in het LGR kan bij eventuele nieuwe initiatieven in de omgeving rekening worden gehouden met bestaande systemen. Dit om te voorkomen dat bodemenergiesystemen elkaar negatief gaan beïnvloeden waardoor het doelmatig functioneren wordt geschaad. Doordat er steeds meer bodemenergiesystemen worden aangelegd wordt het risico dat deze systemen elkaar negatief gaan beïnvloeden steeds groter (interferentie). Met name in nieuwbouwwijken lijkt dit risico groot. De gemeente Noordenveld heeft daarom besloten om de nieuwbouwwijk Oosterveld te Norg aan te wijzen als interferentiegebied en een bodemenergieplan vast te stellen voor de woonwijk. In het bodemenergieplan worden de locaties van aan te leggen bodemenergiesystemen op een kaart geordend en worden beleidsregels geformuleerd. Hiermee moet onderlinge interferentie van de aan te leggen bodemenergiesystemen in de wijk worden
42
voorkomen en kan op iedere kavel in een wijk een gesloten bodemenergiesysteem worden aangelegd. Wij hebben, namens de gemeente Noordenveld, het opstellen van het bodemenergieplan begeleid. Daarnaast hebben we geadviseerd bij het voorbereiden van het raadsbesluit en het B&W-voorstel over het vaststellen van de verordening aanwijzing interferentiegebieden Noordenveld en het vaststellen van het bodemenergieplan Oosterveld Norg. Het bodemenergieplan en de Verordening liggen bij de gemeente ter inzage. In de toekomst, na de inwerkingtreding van de Omgevingswet, zal de gemeente Noordenveld het aangewezen interferentiegebied en de gebruiksregels in het bodemenergieplan opnemen in het gemeentelijke Omgevingsplan.’ Toezicht bij de aanleg van een WKO-installatie (mechanisch boren) heeft plaats gevonden in de Corona-tijd met inachtneming van de 1,5 m afstand. Tabel 19: Het aantal meldingen en aanleg bodemenergiesystemen in 2020 Gemeente
mel di ngen a a nl eg bodemenergi es ys temen
a a ntal bodems ys temen
Aa en Hunze
5
5
As s en
4
78
Borger-Odoorn
5
13
Mi dden-Drenthe
15
15
Noordenvel d
17
79
Tyna a rl o
25
25
Coevorden
5
5
De Wol den
10
10
Emmen
17
30
Hoogeveen
4
4
Meppel
8
15
Wes tervel d
23
23
Totaa l
138
302
2.1.5.5
Geluid
Geluidsadviezen maken, ondanks de beperkte aantallen aanvragen voor evenementen en horeca gerelateerde adviezen, nog steeds een bepalend deel uit van de advieswerkzaamheden. • De groei van 2019 is voor 2020 logischerwijs niet doorgezet. • Geluidsadviezen voor wegverkeerslawaai, spoorweglawaai, industrielawaai met bijbehorend zonebeheer, en overige aandachtsgebieden zijn vergelijkbaar met het voorgaande jaar. • Geluidsmetingen zijn wel minder uitgevoerd vanwege de op grote schaal geannuleerde evenementen in 2020. Dit zal voor 2021 waarschijnlijk deels ook nog zo zijn.
43
Het stilste plekje van Nederland ligt in Drenthe! Het Dwingelderveld is in september 2020 verkozen tot 'Stilste gebied van Nederland' door de Nederlandse Stichting Geluidshinder (NSG) . De verkiezing werd gehouden in het kader van het 50jarig bestaan van de stichting. En daar kwam dus het Dwingelderveld als winnaar uit. Alle provincies werd gevraagd geluid- en beeldmateriaal aan te leveren voor de verkiezing. Hier heeft geluidspecialist Gerrie Eleveld voor Drenthe werk van gemaakt. Stiltegebieden ontstaan niet zomaar. Het is een taak van alle provincies om stiltegebieden te creëren en daar de rust en stilte te handhaven. In Drenthe hebben we zelfs 12 van zulke stiltegebieden. Dat zijn het Leekstermeer, het Fochtelooerveen, de Drentsche Aa 1 en de Drentsche Aa 2, de Elperstroom, het Orvelterzand, het Hijkerveld, de Vledder- en Wapserveensche Aa, het Oosterzand, de Dwingeloosche Heide, de Mars- en Westerstroom, en het Amsterdamsche Veld. Stilte is een ruimtelijke topkwaliteit die we moeten koesteren. Het is daarmee een sprekend voorbeeld als het gaat om het vastleggen van ruimtelijke kwaliteit in de op te stellen omgevingsvisie en omgevingsplannen (Omgevingswet) op een dusdanig wijze dat men in Drenthe kan blijven genieten van stilte.
2.1.5.6
Lucht (en geur)
De lokale luchtkwaliteit staat sterk in de belangstelling. Vragen m.b.t. lucht gaan over zowel algemeen (de luchtkwaliteit rond wegen, houtkachels) als emissies specifiek voor bedrijven. Geur is een belangrijke bron van hinder/overlast. Hier speelt voor omwonenden (het vermoeden van) effecten op de eigen gezondheid. Ernstige geurhinder geldt ook zondermeer als schadelijk voor de gezondheid. Omdat de maatschappij meer aandacht vraagt voor het milieuaspect luchtkwaliteit vraagt dit ook steeds meer van de luchtspecialisten. Met de huidige bezetting kunnen wij de vraag nauwelijks aan. Er is momenteel hierdoor geen tijd/inzet op structureel inzicht in of monitoring van de luchtkwaliteit in Drenthe. Op basis van de afgegeven signalen hierover in onze najaarsrapportage zijn inmiddels afspraken gemaakt om de continuïteit van luchtadvisering te borgen. Bijzondere aandacht vraagt in dit kader ook de mogelijke toenemende vraag in het kader van de Omgevingswet en de Omgevingsplannen. Deze vraag zal ook voor 2021 onder de aandacht blijven (en geldt wellicht voor meerdere specialismen). Mocht deze trend zich voorzetten dan zullen we hierop anticiperen in het kader van de voorbereidingen op de Omgevingswet. Verdere bijzonderheden m.b.t. lucht en geur in 2020: • Zeer zorgwekkende stoffen: Dit project heeft dit jaar veel uren gekost.