CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

B.2 Begroting 2027 - VERSIE 2.0

Besluitvormende vergadering: “D’r op an” 25 juni 2026, gemeente De WoldenBij agendapunt: Verzamelvoorstel GR’en De Wolden11.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Begroting 2027

Inleiding De beleidsvisie 2025–2028 en het onderliggende risicoprofiel schetsen een beeld van de wereld om ons heen en de situatie waarin de organisatie VRD haar werk uitvoert. Deze plannen geven richting aan onze opgaven in 2027. Ze laten zien dat onze samenleving snel verandert, dat veiligheidsrisico’s complexer worden en dat de verwachtingen van inwoners, partners en gemeenten hoog is. Wat nu in deze begroting is opgenomen, betreft de keuzes en financiële gevolgen voor 2027 als onderdeel van een meerjarenperspectief. We verdelen op nadrukkelijk verzoek van het algemeen bestuur zowel het perspectief, de ontwikkelingen als de financiële effecten over meerdere jaren.

Uitgangspunten bij het vaststellen van de visie Bij het vaststellen van beleidsvisie 2025-2028 was ons uitgangspunt helder: wij wilden de VRD voorbereiden op een samenleving die sneller verandert dan voorheen en waarin naast bekende risico’s er ook complexere en minder voorspelbare risico’s ontstaan. In de visie gaven wij richting aan hoe wij onze kerntaken toekomstbestendig willen organiseren. Daarbij keken we vooruit naar opgaven als de druk op vrijwilligers en personeel, toenemende natuurbrandrisico’s, effecten digitalisering en mogelijke uitval van vitale voorzieningen en een veranderend zorglandschap. We rekenden erop dat deze ontwikkelingen zich door zouden zetten, maar niet in het tempo en met de impact die we inmiddels ervaren.

Ontwikkelingen gaan sneller dan verwacht In 2027 zien we dat de werkelijkheid de verwachtingen overtreft. De druk op de vrijwillige brandweer neemt toe, digitale verstoringen zijn reëler en ingrijpender geworden en de verschuiving van de zorg naar de thuissituatie brengt nieuwe kwetsbaarheden met zich mee. Ook de schaarste op de arbeidsmarkt raakt alle organisatieonderdelen. Deze ontwikkelingen bevestigen de noodzaak van de lijnen die we de visie hebben uitgezet, maar maken óók dat we sommige stappen sneller, steviger of anders moeten zetten dan voorzien. Een belangrijk voorbeeld van een thema dat sneller is gaan bewegen dan voorzien, is maatschappelijke weerbaarheid. Hoewel dit al een pijler was in de beleidsvisie, hebben recente ontwikkelingen gevraagd om een extra versnelling. Hierdoor is het programma weerbaarheid opgezet en inmiddels in uitvoering. Naast deze versnelling van ontwikkelingen zien we dat de uitvoering van ons primaire proces al kwetsbaar wás. Dit bleek ook uit het benchmarkonderzoek van Bureau Berenschot dat we in 2025 met het algemeen bestuur hebben gedeeld. Daaruit kwam naar voren dat de VRD zowel absoluut als relatief met lage kosten werkt, in het primaire proces én de overhead. Het budget van de VRD ligt lager dan gemiddeld, zowel in totale omvang als gecorrigeerd naar het aantal inwoners.

Begroting past niet meer bij de opgave Deze ontwikkelingen, in combinatie met de door de benchmark aangegeven relatief smalle financiële marge, vergroten de noodzaak voor aanpassingen in de begroting. Financiële aanpassing is nodig om de basis op orde te houden, onze informatiepositie te versterken en onze opgave voor de Drentse samenleving uit te voeren. Daarbij worden nieuwe gemeenteraden direct na hun aantreden geconfronteerd met deze vraagstukken. Zij moeten vroeg in hun bestuursperiode keuzes maken over

2

investeringen die cruciaal zijn voor veiligheid en continuïteit. Dit zijn lastige, maar noodzakelijke keuzes, zowel voor gemeenten als voor de VRD. Voor 2027 betekent dit dat we in de begroting keuzes moeten maken die aansluiten op drie centrale constateringen: 1. Onze opgaven groeien sneller dan de beschikbare mensen en middelen. Dat vraagt om scherpe prioritering, slimme organisatie en investeren in vakmanschap, technologie en informatiepositie. 2. De samenleving rekent op meer dan incidentbestrijding alleen. Of het nu gaat om zorgcontinuïteit, voorbereiding op digitale ontwrichting of lokale veerkracht bij uitval van stroom: inwoners verwachten dat wij klaarstaan en gemeenten hierin ondersteunen. 3. De grote transities (energietransitie, vergrijzing, digitalisering en klimaatverandering) beïnvloeden onze veiligheidstaak direct. Hierdoor verschuift de focus meer naar preventie, informatiegestuurde veiligheid en netwerkgericht werken.

Meerjarenperspectief Het dagelijks bestuur heeft aan deze begroting een meerjarenperspectief toegevoegd en stelt voor om de kosten voor inhoudelijke versterking te spreiden over de periode 2027 – 2030. Hiermee neemt zij haar verantwoordelijkheid richting de deelnemende gemeenten, waar financiële ruimte beperkt is.

Leeswijzer In deze begroting 2027 maken we zichtbaar hoe we onze inzet aanscherpen in het licht van de actuele realiteit. We versterken waar nodig, versnellen waar het moet en maken keuzes die passen bij de verwachtingen van de Drentse samenleving. Zo blijven we trouw aan het uitgangspunt van de visie: anders kijken om toekomstbestendige veiligheid te blijven bieden. Deze begroting kenmerkt zich door een overzichtelijk indeling: brandweerzorg inclusief de Meldkamer, crisisbeheersing, GHOR en bedrijfsvoering. Dat lijken op het eerste gezicht vier afzonderlijke onderdelen. Er is echter een grote verwevenheid en in deze begroting is dat ook zichtbaar. De begroting schetst ontwikkelingen en beleidsvoornemens. Het dagelijkse werk van de VRD is niet allemaal in tekst terug te lezen.

Tot slot Nieuwe dreigingen en uitdagingen leiden ertoe dat we keuzes maken in de context en dynamiek van het moment waarin deze keuzes nodig zijn. Deze context kan korte tijd later alweer heel anders zijn. We kijken daarom naar de grotere lijnen. Wij maken keuzes op het moment dat deze nodig zijn.

3

Brandweerzorg De brandweer in Drenthe is al generaties lang een vertrouwde en onmisbare schakel in onze samenleving. Vrijwilligers staan dag en nacht klaar om de veiligheid van onze dorpen en steden te waarborgen. Dat systeem heeft ons veel gebracht, maar we lopen tegen grenzen aan. De uitdagingen voor brandweerzorg nemen toe door veranderende vrijwilligheid, door uitzonderlijke kostenstijgingen van brandweermaterieel en door een steeds complexer risicobeeld, onder andere als gevolg van klimaatverandering en de energietransitie. Deze ontwikkelingen komen niet abrupt, maar sluipen geleidelijk in onze dagelijkse praktijk. Hierdoor wordt het steeds noodzakelijker om gericht te investeren en mee te bewegen, zodat de brandweer haar cruciale rol ook de komende jaren kan blijven vervullen. Veranderende vrijwilligheid De Drentse brandweer bestaat uit 36 brandweerposten, waarvan er 35 volledig draaien op vrijwilligers. Daarmee is onze brandweer in de kern een vrijwilligersorganisatie: zonder deze groep van ruim 750 betrokken inwoners zou brandweerzorg in Drenthe eenvoudigweg niet bestaan. Deze vrijwilligheid is al decennia de kracht van onze brandweerorganisatie en blijft ook in de toekomst de basis waarop wij onze paraatheid organiseren.

Maar de samenleving is veranderd: mensen werken flexibeler, hebben meer hobby’s/activiteiten, zijn minder gebonden aan één locatie en de samenleving is individualistischer geworden. Daarmee verandert óók de vrijwilliger. De vrijwilliger van nu vraagt om meer flexibiliteit en meer ondersteuning vanuit de organisatie. Om vrijwilligheid als basis te behouden, moeten wij als organisatie meebewegen. Wanneer wij dit niet doen, wordt het steeds minder vanzelfsprekend dat de brandweer op tijd komt. Ook verliezen we vrijwilligers of er komen onvoldoende nieuwe mensen bij. Dat betekent minder inzetbare en minder goed opgeleide mensen. De veiligheid van zowel onze eigen brandweermensen en de mogelijkheid om snelle, adequate en professionele hulp te verlenen daardoor onder druk te staan. Materieel strategische keuzes Tegelijkertijd worden we geconfronteerd met materieel dat steeds duurder wordt. Specialistische voertuigen en uitrusting komen uit een nichemarkt waar de prijzen exponentieel zijn gestegen. Een duidelijk voorbeeld hiervan is de tankautospuit: in 2014 bedroeg de aanschafprijs circa €325.000, terwijl dit in 2027 is opgelopen tot €600.000. In slechts twaalf jaar tijd is de prijs daarmee bijna verdubbeld.

De huidige middelen voor vervanging zijn onvoldoende, terwijl modern materieel essentieel is om te voldoen aan de huidige wet- en regelgeving én om te kunnen inspelen op de risico’s van vandaag: elektrische voertuigen, complexe bebouwing, gevaarlijke stoffen en de gevolgen van klimaatverandering. Complexer risicobeeld Verder zijn er de toenemende en veranderende maatschappelijke risico’s die een steeds grotere rol spelen en leiden tot nieuwe uitdagingen. Veel ontwikkelingen sluipen er langzaam in, waardoor de gevolgen pas gaandeweg zichtbaar worden. De effecten van klimaatverandering zijn daar een duidelijk voorbeeld van. Het effect van de opwarming leiden tot langere en intensere periodes van

4

droogte. Met als gevolg dat de kans op een grote natuurbrand steeds hoger wordt. Maar deze verschuiving in risico’s voltrekt zich in kleine stappen over meerdere jaren. Ook de veranderingen in gebouwgebruik, de energietransitie en nieuwe technologie brengen risico’s met zich mee die niet van de ene op de andere dag ontstaan, maar geleidelijk een steeds grotere impact krijgen op onze inzet. Deze gestaag groeiende complexiteit vraagt om blijvende waakzaamheid, moderne kennis en de capaciteit om risico’s tijdig te herkennen en daarop te anticiperen.

Toekomstbestendige brandweerzorg De kern is duidelijk: het ijs is dun. Bij een gelijkblijvende begroting neemt de kwaliteit af. Vrijwilligheid verandert, materieel wordt duurder en risico’s worden complexer. Zonder extra financiële aanpassingen nemen de risico’s toe dat de brandweer later komt, stijgt de kans op fouten bij inzet en de persoonlijke veiligheid neemt af. In de begroting 2027 vragen wij daarom om de middelen die nodig zijn om de basis van onze brandweerorganisatie op orde te houden. Zodat onze vrijwilligers veilig kunnen werken, onze paraatheid op orde blijft en wij de Drentse samenleving ook de komende jaren de brandweerzorg kunnen bieden die zij mag verwachten. Dit betekent concreet dat we in 2027 doorgaan met een aantal ontwikkelingen waar we in 2026 al mee zijn begonnen, zoals de ondersteuning van brandweervrijwilligers, 24/7 risicomonitoring en inzetondersteuning, en de herziening basisopleiding brandweermensen. Parallel aan deze ontwikkelingen gaan we in 2027 concreet met het volgende aan de slag en lopen deze door in de jaren erna. -

-

-

-

Verstevigen fundament: We leggen in 2027 de focus op het terugbrengen van stevigheid in de brandweerorganisatie. Dit betekent dat vakbekwaamheid op orde komt en we meer ruimte creëren om ondersteuning te bieden aan de posten. Daarnaast spelen we in op differentiatie en maatwerk voor vrijwilligers, zodat zij hun rol goed kunnen vervullen. Het fundament bestaat uit betrouwbare processen, adequaat materieel en een informatievoorziening die opleiden en oefenen optimaal ondersteunt. Prioritering binnen Risicobeheersing: In 2026 is Risicobeheersing een samenwerking gestart met Sqale om de risico’s uit het regionaal risicoprofiel te prioriteren. Op basis van deze prioritering willen we de beschikbare capaciteit binnen het team gerichter toedelen. In 2027 leggen we deze capaciteitsverdeling, gekoppeld aan de gekozen risicoprioriteiten, ter besluitvorming voor aan het bestuur van de VRD. Het bestuur bepaalt vervolgens op welke risico’s en via welke vormen van beïnvloeding wordt ingezet. Dit kan onder meer via voorlichting, advies, toezicht en handhaving, regelgeving, communicatie richting eigenaren, kennisdeling en handelingsperspectief voor de incidentbestrijding. Klimaatadapatie/natuurbrandbeheersing: In 2027 investeren we gericht in het borgen van de vakbekwaamheid van onze natuurbrandeenheden.

Met de extra middelen versterken we opleiding, training en toetsing, zodat de teams beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden om effectief en veilig op te treden bij natuurbranden. Daarmee lopen we de achterstand in. Duurzaamheid: In 2027 wordt duurzaamheid nog meer gekoppeld aan onze primaire veiligheidsopgaven. Dat wordt in de praktijk zichtbaar doordat oefeningen vaker gaan over hitte, natuurbrand en uitval van voorzieningen. Verder gaat crisiscommunicatie meer klimaat specifieke boodschappen bevatten en risicoanalyses worden uitgebreid met klimaat- en

5

-

energietransitierisico’s. Ook onze gebouwen, voertuigen en ICT worden stap voor stap ingericht op extremere omstandigheden en grotere afhankelijkheden. Zo wordt duurzaamheid onderdeel van de manier waarop we veiligheid leveren. Huisvesting: In 2027 maken wij de slag van visie naar uitvoering. Huisvesting wordt expliciet gepositioneerd als een beleidsinstrument dat direct bijdraagt aan de kerntaken van de VRD en aan de weerbaarheid van organisatie en samenleving. Dit doen wij in nauwe samenwerking met de Drentse gemeenten. In 2026 is het onderzoek naar de toekomst van de huisvesting van de brandweer in Drenthe gestart. De brandweerposten functioneren als kritische bedrijfsmiddelen die direct bijdragen aan de vitaliteit van de posten en daarmee aan de continuïteit van de brandweerzorg. In 2027 ronden wij dit onderzoek af en vertalen we de resultaten naar concrete keuzerichtingen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan het bestuur van de VRD. Het aflopen van de erfpachtconstructie van acht brandweerposten per 1 januari 2029 vormt hierbij een onlosmakelijk onderdeel.

Meldkamer Noord-Nederland De meldkamer is een noodzakelijk en onmisbaar onderdeel van onze organisatie. Zonder een goed functionerende meldkamer staan er geen brandweervoertuigen voor de deur, is er geen aansturing tijdens incidenten en ontbreekt de basis voor effectief crisismanagement. Alles wat we doen binnen crisisbeheersing en brandweer begint hier. Het in stand houden van een betrouwbare meldkamer is daarmee geen vanzelfsprekendheid, maar een kritieke randvoorwaarde voor onze slagkracht. Binnen 3Noord, de samenwerking tussen de drie noordelijke veiligheidsregio’s, dragen we samen de verantwoordelijkheid voor de meldkamer. In 2025 is vastgesteld dat de 24/7 paraatheid op de meldkamer op orde is. In de begroting 2026 hebben de drie veiligheidsregio’s vervolgens gezamenlijk de noodzakelijke aanpassingen gedaan om de bezetting van centralisten en CaCo’s goed te borgen. De meldkamer zelf is echter een technologisch complex systeem. Zij opereert in een netwerk van verschillende diensten, 10 meldkamers en 25 veiligheidsregio’s, waarin intensieve samenwerking noodzakelijk is en waar technologische ontwikkelingen zich snel opvolgen. Die samenwerking is maximaal, maar kost ook tijd. Daardoor ontstaat er spanning tussen het dagelijks leveren van 24/7dienstverlening en het up-to-date houden van systemen, processen en onderlinge afstemming.

Hoewel de meldkamer operationeel 24/7 op orde is, ontbreekt het ons aan ontwikkelcapaciteit om óók op de lange termijn op orde te blijven. Dat maakt de meldkamer kwetsbaar: niet vanwege de inzet, maar vanwege het ontbreken van ruimte om vooruit te kijken, tijdig aan te haken bij landelijke en regionale ontwikkelingen en mee te bewegen met technologische vernieuwing. Dat vraagt om structurele en tijdige investeringen. Omdat het gaat om langjarige, kostbare en technisch complexe trajecten, moeten we nu werken aan vervanging en doorontwikkeling om de continuïteit voor de komende jaren te waarborgen. Dit betekent voor 2027 concreet het volgende: -

Versterking en doorontwikkeling: Vanaf 2027 wordt de benodigde structurele dekking opgenomen in de begroting. In 2027 wordt 3,3 fte geworven om de voorgestelde versterking en doorontwikkeling van de meldkamerfunctie daadwerkelijk te kunnen uitvoeren. Deze uitbreiding biedt de noodzakelijke armslag om de meldkamer toekomstbestendig te maken en om aan te

6

blijven sluiten bij de technologische en organisatorische eisen die aan ons gesteld worden. De lasten van deze extra inzet worden verdeeld over de drie veiligheidsregio's.

7

Financiën Programma Brandweerzorg bedragen x € 1.000 Programma Brandweerzorg Incidentbestrijding Techniek en Logistiek Huisvesting MNN Investeringen Saldo baten Incidentbestrijding Operationele informatievoorziening Techniek en logistiek Vakbekwaamheid Risicobeheersing Huisvesting MNN Investeringen Saldo Lasten Totaal programma Brandweerzorg

Baten Baten Baten Baten Baten Saldo Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten Saldo

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

9 42 82 0 225 358 -11.581 -232 -3.359 -4.942 -2.502 -711 -791 -4.077 -28.194 -27.836

7 22 59 65 119 272 -11.634 -225 -3.074 -4.252 -2.552 -531 -867 -4.478 -27.613 -27.341

7 37 69 215 119 447 -12.032 -238 -3.463 -5.036 -2.612 -922 -1.128 -4.687 -30.119 -29.672

Meerjarenraming 2028

7 37 69 215 119 447 -12.214 -373 -3.463 -5.589 -2.612 -922 -1.169 -4.903 -31.245 -30.798

2029

7 37 69 215 119 447 -12.393 -373 -3.463 -5.795 -2.812 -922 -1.213 -4.952 -31.924 -31.477

2030

7 37 69 215 119 447 -12.579 -373 -3.463 -6.045 -3.112 -922 -1.260 -5.002 -32.756 -32.309

Toelichting bij de tabel: -

De kapitaalslasten nemen toe in overeenstemming met eerdere afspraken. Door ontwikkeling van loonkosten nemen de kosten voor MMN en Incidentbestrijding toe Kosten voor huisvesting voor de posten in de gemeente Tynaarlo zijn toegevoegd Kosten voor de impuls ontwikkeling van het programma brandweerzorg zijn opgenomen

Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: - Onder Incidentbestrijding worden de kosten van de vrijwilligers en de medewerkers op de meldkamer verantwoord. - Onder Operationele informatievoorziening zijn de kosten opgenomen voor soft- en hardware voor navigatie en paraatheidsystemen. - Onder Techniek en logistiek staan de kosten voor het onderhoud materieel. - Onder Vakbekwaamheid staan de kosten voor het opleiden en oefenen van het repressieve brandweerpersoneel. - Onder Risicobeheersing worden de kosten verantwoord voor (brand)veilig leven. De kosten bestaan uit het geven van voorlichting onder meer op scholen en het voeren van campagnes, zoals de Bock-campagne. - Onder Huisvesting worden de kosten verantwoord voor het beheer en onderhoud van de verschillende brandweerposten, voor zover dat de verantwoordelijkheid is van de VRD als gebruiker. - Onder MNN wordt ons aandeel in de kosten voor de Meldkamer Noord Nederland verantwoord. - Onder de Investeringen worden de kosten van vervanging van het materieel verantwoord.

8

Crisisbeheersing De samenleving verwacht dat overheden en crisisorganisaties risico’s en incidenten tijdig signaleren en hier snel, zorgvuldig en continu op anticiperen. Door maatschappelijke ontwikkelingen doen zich steeds vaker zogenoemde sluimerende crises en ongekende crises voor: situaties die zich geleidelijk ontwikkelen en waarbij vroege signalen al zichtbaar zijn, maar niet altijd direct als crisis worden herkend. Juist in de koude en lauwe fase liggen belangrijke kansen om ontwikkelingen te volgen, risico’s te duiden en waar nodig tijdig voorbereidende maatregelen te treffen. Tegelijkertijd verandert de context waarin crisisbeheersing plaatsvindt in hoog tempo. Veiligheidsvraagstukken worden complexer en ontwikkelingen volgen elkaar sneller op. Dit betekent dat we vanuit alle disciplines binnen de crisisbeheersing inspelen op deze ontwikkelingen. Concreet betekent dit het volgende voor 2027:

-

Informatiegestuurde veiligheid Crisisbeheersing ondersteunt naast de crisisorganisatie in toenemende mate ook externe partners, zoals de provincie Drenthe en de GGD. Het Veiligheidsinformatie Knooppunt (VIK) voert daarnaast steeds vaker omgevingsanalyses uit op specifieke thema’s. Door geverifieerde data te combineren tot actuele veiligheidsbeelden worden risico’s eerder gesignaleerd en is de organisatie beter bestuurlijk en operationeel voorbereid op crises en incidenten. Informatie en informatiebronnen zijn voortdurend in ontwikkeling. Internationale en nationale ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op. Het VIK beschikt momenteel niet over een 24/7bezetting. Er wordt daarom onderzocht hoe een structurele 24/7-informatievoorziening kan worden ingericht, zodat de organisatie ook in koude, lauwe en warme fasen van incidenten optimaal wordt ondersteund. Met deze doorontwikkeling investeren we in een moderne en toekomstbestendige crisisorganisatie die besluitvorming steeds meer baseert op actuele, betrouwbare en geduide informatie.

-

Uniform Kwaliteitsniveau Bevolkingszorg (UKB): Het UKB is een samenwerking tussen gemeenten op een aantal kernfuncties binnen het crisismanagement onderdeel bevolkingszorg. Gemeenten gaan op dit onderdeel samenwerken onder regie én kwaliteitsbewaking van het algemeen bestuur van de VRD. Met de implementatie wordt zorgvuldig gebouwd aan een stabiele, duurzaam bezette crisisorganisatie en tegelijkertijd de benodigde organisatorische en financiële randvoorwaarden geborgd. Een deel van de acht kernfuncties van bevolkingszorg wordt dit jaar geïmplementeerd. Deze functies vormen de ruggengraat van de operationele aansturing en zijn essentieel om de nieuwe werkwijze binnen de crisisorganisatie te kunnen laten functioneren. In deze fase wordt de basis gelegd voor opleiding, voorbereiding en aansluiting op de overige kolommen.

9

-

Weerbaar Drenthe: Maatschappelijke weerbaarheid is een belangrijk onderdeel van onze opgaven. We trekken hierin samen op met gemeenten en andere partners. Het vergroten van weerbaarheid is namelijk een gezamenlijke opgave: van overheid, veiligheidsregio’s, gemeenten, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties én inwoners. Deze gezamenlijke inspanning hebben we gegoten in een programma dat organisatiebreed wordt gedragen. Waar in 2026 de nadruk lag op voorbereiding, richten we ons in 2027 op verdere verankering. De structuren staan, de samenwerkingen werken en maatschappelijke weerbaarheid wordt steeds meer onderdeel van de dagelijkse praktijk van organisaties én inwoners. Rijksfinanciering ondersteunt de inzet in 2027.

Naast de bovenstaande stappen, blijven we in 2027 maximaal inzetten op de volgende ontwikkelingen: -

-

-

-

-

Planvorming Binnen de planvorming zijn de landelijke ambities op dit terrein groot. Dat is begrijpelijk en passend binnen de maatschappelijke context waarin we opereren. Zowel landelijk als binnen 3Noord werken we intensief samen aan dit onderwerp. Van Drenthe wordt verwacht dat zij hieraan actief bijdraagt, zodat landelijke planvorming ook herkenbaar en toepasbaar is voor de regio’s. Tegelijkertijd vraagt ieder landelijk vastgesteld plan om een zorgvuldige implementatie en vertaling naar de Drentse situatie. Daarbij ligt de nadruk op de doorleving en toepasbaarheid van plannen, onder meer door deze te verbinden met opleiden, trainen en oefenen Versterken vakmanschap: In 2027 ligt de nadruk op het versterken van vakmanschap én veerkracht van de crisisorganisatie. De ingezette vernieuwing binnen multidisciplinair opleiden, trainen en oefenen (MOTO) wordt doorgezet. Continuïteit van de crisisorganisatie: De crisisorganisatie is een lerende organisatie die zich continu ontwikkelt op basis van evaluaties, oefenresultaten en kwaliteitsrapportages. In 2026 hebben we vastgesteld dat blijvende investering in een stevige en solide basis noodzakelijk is. Zo zorgen we dat de organisatie niet alleen effectief kan optreden bij flitscrises, maar ook voorbereid is op langdurige, complexe en ongekende crisissituaties.

Het doel is een crisisorganisatie die, ook onder langdurige druk en beperkte personele inzet, betrouwbaar, wendbaar en uitvoerbaar blijft. Evalueren en leren: In 2027 blijven we projectmatig werken aan de verbeteropgaven die voortkomen uit o.a. verschillende evaluaties en rapportages. Daarnaast geven we uitvoering aan het geactualiseerde crisisplan. Een van de doorontwikkel opgaven daarin betreft de verdere invulling van het grensliaison‑schap met Duitsland, waarmee we de grensoverschrijdende samenwerking versterken.

Financiën Programma Crisisbeheersing bedragen x € 1.000 Programma Crisisbeheersing Crisisbeheersing Saldo baten Crisisbeheersing Saldo lasten Totaal programma Crisisbeheersing

Baten Saldo Lasten Saldo

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

2.105 2.105 -2.623 -2.623 -518

1.861 1.861 -2.380 -2.380 -519

1.750 1.750 -3.251 -3.251 -1.501

Meerjarenraming 2028

1.750 1.750 -3.488 -3.488 -1.738

2029

1.750 1.750 -3.448 -3.448 -1.697

2030

1.750 1.750 -3.448 -3.448 -1.698

Toelichting bij de tabel:

10

-

Door ontwikkeling van loonkosten nemen de kosten voor crisisbeheersing toe Kosten voor uitvoering UKB zijn aan dit programma toegevoegd Verlaging van de korting op de rijksbijdrage (Bdur) is verwerkt

Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: -

-

Onder het programma Crisisbeheersing worden de kosten verantwoord voor het in stand houden van de Drentse crisisorganisatie. Bijvoorbeeld de kosten voor de systeemtest en oefenen in de veiligheidsketen. De van het Rijk ontvangen middelen voor de Versterking Crisisbeheersing.

11

GHOR De GHOR is de schakel tussen zorg en veiligheid en speelt een belangrijkere rol nu crises complexer worden en de zorgketen onder druk staat. Een weerbare zorg is essentieel voor een weerbare samenleving: ook in moeilijke omstandigheden moet toegang tot goede zorg blijven bestaan. Daarom werkt de GHOR nauw samen met zorginstellingen, gemeenten en veiligheidsregio’s, zowel binnen Drenthe als in 3Noord‑verband. De vraag naar inzet van de GHOR groeit. Zorgpartijen zijn versnipperd, werken onder verschillende wetten en hebben meer behoefte aan ondersteuning. Tegelijkertijd neemt de druk op het acute zorgsysteem toe en groeit het belang van maatschappelijke weerbaarheid. De GHOR helpt organisaties om crisisbewust te worden, plannen te maken en te oefenen, zodat de zorgketen als geheel sterker wordt. Daarbij is het team al langere tijd structureel te klein om alle wettelijke taken goed en duurzaam uit te voeren. Daarom is versterking nodig. In aanvulling op de uitbreiding die in 2026 is gevraagd, die in de begroting 2027 wordt gecontinueerd, wordt vanuit een meerjaren perspectief voorgesteld om in 2028 het team uit te breiden met een aanvullende fte. Deze gefaseerde groei is noodzakelijk om de wettelijke taken te blijven vervullen en het zorgnetwerk professioneel te laten ondersteunen. Dit betekent voor 2027 dat we verder gaan met de volgende ontwikkelingen: -

-

Weerbaarheid: De GHOR vervult een belangrijke rol tussen zorgsector en veiligheidsregio’s., maar de toenemende taken drukken zwaar op het kleine team. Een weerbare zorgketen is essentieel voor maatschappelijke weerbaarheid; hiervoor wordt intensiever samengewerkt binnen 3Noord en met zorginstellingen. De GHOR ondersteunt zorgorganisaties met bewustwording, crisisbeleidstrainingen en het opstellen van crisisplannen, zodat zorgcontinuïteit ook onder extreme omstandigheden gewaarborgd blijft. Informatiemanagement: Door snelle digitalisering is sterk informatiemanagement onmisbaar. Via centrale gegevensdeling ontstaat een actueel en gedeeld beeld voor alle partners, wat besluitvorming versnelt. Nieuwe systemen zoals LCMS-GZ en KCR2 versterken dit zowel in koude als warme fase. De GHOR levert een taakspecifieke bijdrage aan informatie gestuurde veiligheidzoals die bij crisisbeheersing beschreven is.

Financiën Programma GHOR bedragen x € 1.000 Programma GHOR GHOR Saldo baten GHOR Saldo lasten Totaal programma GHOR

Baten Saldo Lasten Saldo

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

0 0 -1.547 -1.547 -1.547

0 0 -1.793 -1.793 -1.793

0 0 -1.814 -1.814 -1.814

Meerjarenraming 2028

0 0 -1.999 -1.999 -1.999

2029

0 0 -2.075 -2.075 -2.075

2030

0 0 -2.154 -2.154 -2.154

Toelichting bij de tabel: - Door ontwikkeling van loonkosten nemen de kosten voor de GHOR toe, in de kosten voor 2028 is de toename van de formatie met 1 Fte meegenomen.

12

Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: -

Onder de GHOR staan de kosten voor de dienstverleningsovereenkomst met de GGD.

13

Bedrijfsvoering De brandweer, crisisorganisatie en meldkamer, moeten altijd kunnen blijven werken, ook als er druk is of er onverwachte situaties ontstaan. Bedrijfsvoering helpt daarbij: het zorgt voor rust, duidelijkheid en goede ondersteuning. Zo kunnen collega’s veilig en professioneel hun werk doen. Onze mensen zijn de dragers van het werk: hun vakmanschap, hun inzetbaarheid en hun duurzame (mentale) gezondheid bepalen de kwaliteit van onze dienstverlening. Daarom vraagt bedrijfsvoering voortdurende aandacht voor behoud van medewerkers, het versterken van wendbaarheid en het voorkomen van uitval. We investeren structureel in duurzame inzetbaarheid, vitaliteit, professionele ontwikkeling en een werkomgeving die veiligheid en duidelijkheid biedt. Zo houden we de inzetbaarheid hoog en het ziekteverzuim laag. In een waardegedreven organisatie als de VRD betekent dit ook: blijven investeren in cultuur, samenwerking en een manier van werken die meegaat met veranderende regelgeving, maatschappelijke opgaven en de behoeften van onze collega’s die ondertussen uit 4 verschillende generaties komen. Voor 2027 bouwen we verder op deze koers. Hieronder worden de opgaven samengevat zoals ze in 2027 zichtbaar worden in de praktijk: -

-

-

-

-

-

Bedrijfscontinuïteit: We zorgen dat de VRD onder alle omstandigheden kan blijven functioneren. Kernprocessen worden robuust ingericht, kennis wordt breder belegd en we kunnen snel opschalen wanneer dat nodig is. We kiezen bewust voor betrouwbare leveranciers en systemen. Betrouwbare informatievoorziening: We versterken de digitale basis met duidelijk eigenaarschap van kernsystemen, beter beheerde data en ondersteuning van teams bij hun informatieorganisatie. Er is een actieve bijdrage aan informatiegestuurde veiligheid van team crisisbeheersing. In dit vakgebied spelen geopolitieke ontwikkelingen en de groeiende afhankelijkheid van grote techbedrijven nadrukkelijk een rol: onze informatievoorziening moet veilig, stabiel en adaptief blijven. Tegelijk groeien we door naar kennisgedreven werken, waarbij data en technologie (waaronder AI) verantwoord worden benut. Digitale veiligheid en privacy blijven randvoorwaarden. Vakmanschap en duurzame inzetbaarheid: We investeren in een gezonde en veilige werkomgeving, zodat medewerkers wendbaar, vakbekwaam en duurzaam inzetbaar blijven. Bedrijfsvoering zorgt voor de randvoorwaarden zodat iedereen zijn werk professioneel en met plezier kan uitvoeren. Integraal voldoen aan wet- en regelgeving: Wet- en regelgeving grijpt steeds dieper in op het primaire proces van de VRD en daarmee op de rol die bedrijfsvoering vervult.

In 2027 hebben we te maken met de effecten en implementatie van onder andere cyberbeveiligingswetgeving, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid 2.0, AI Acte, AVG en de nieuwe archiefwet. Slim en voorspelbaar organiseren: Door schaarste aan mensen en middelen richten we ons op eenvoudige processen, duidelijke kaders en het slim inzetten van technologie en data. Niet als doel op zich, maar om focus, voorspelbaarheid en professionaliteit te vergroten. Duurzaam en maatschappelijk verantwoord handelen: Duurzaamheid wordt verder geïntegreerd in onze besluitvorming. We maken alternatieven zichtbaar, wegen maatschappelijke waarde mee en borgen duurzame werkwijzen in processen, systemen en inkoop.

14

Financiën Programma Bedrijfsvoering bedragen x € 1.000 Programma Bedrijfsvoering ICT Organisatie Huisvesting Algemene personeelskosten Weerbaarheid Regietafel Nieuwkomers Saldo baten ICT Organisatie Huisvesting Algemene personeelskosten Weerbaarheid Regietafel Nieuwkomers Saldo lasten Totaal programma Bedrijfsvoering

Baten Baten Baten Baten Baten Baten Saldo Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten Lasten Saldo

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

0 286 1.019 218 180 621 2.324 -1.667 -5.304 -2.163 -2.341 -85 -621 -12.181 -9.857

225 365 949 0 0 782 2.321 -2.076 -6.398 -1.970 -1.476 -390 -771 -13.080 -10.759

225 206 1.029 68 440 925 2.893 -2.173 -6.007 -2.135 -1.021 -440 -924 -12.701 -9.808

Meerjarenraming 2028

2029

225 206 1.029 68 440 925 2.893 -2.173 -6.125 -2.135 -1.021 -440 -924 -12.819 -9.926

225 206 1.029 68 440 925 2.893 -2.173 -6.224 -2.135 -1.021 -440 -924 -12.918 -10.025

2030

225 206 1.029 68 440 925 2.893 -2.173 -6.305 -2.135 -1.021 -440 -925 -12.999 -10.106

Toelichting bij de tabel: - Door ontwikkeling van loonkosten nemen de kosten voor de bedrijfsvoering toe. Hier wordt ter informatie kort opgesomd welke kosten onder de verschillende posten worden verantwoord: -

Onder de kosten van ICT worden de kosten verstaan voor het beheer, onderhoud en vervanging van de informatiesystemen. Onder Organisatiekosten zijn de facilitaire kosten, landelijke contributies, kosten salaris- en financieel systeem verantwoord. Onder Personeel worden de overige personeelskosten verantwoord. De projecten Regietafel Nieuwkomers en Weerbaarheid zijn onderdeel van dit programma

Financiële en algemene dekkingsmiddelen Dit hoofdstuk geeft inzicht in de dekkingsmiddelen die de VRD ter beschikking staan voor de uitvoering van de taken. Het betreft hier de gemeentelijke- en de rijksbijdrage. Onder de post overige kosten is opgenomen de nog aan producten toe te wijzen compensatie voor prijsontwikkeling. bedragen x € 1.000 Dekkingsbronnen Gemeentelijke bijdrage Bdur Overige inkomsten Saldo baten Overige kosten Heffing vennootschapsbelasting Onvoorzien Saldo lasten Totaal aan dekkingsbronnen

Baten Baten Baten Saldo Lasten Lasten Lasten Saldo

Jaarrekening

Begroting

Begroting

2025

2026

2027

33.583 6.505 200 40.288 -270

-270 40.018

35.641 5.515 200 41.356 -193 0 0 -193 41.163

37.871 5.910 281 44.062 -1.066 0 0 -1.066 42.996

Meerjarenraming 2028

40.491 5.910 281 46.682 -2.138 0 0 -2.138 44.544

2029

42.457 5.910 281 48.648 -3.082 0 0 -3.082 45.566

2030

44.542 5.910 281 50.733 -4.056 0 0 -4.056 46.678

Toelichting bij de tabel: -

De gemeentelijke bijdrage neemt toe op basis van loon- en prijsstijgingen en de extra benodigde investering ten behoeve van het programma Brandweerzorg en UKB. De post overige kosten zoals hierboven aangegeven bevat de nog niet verdeelde middelen voor loon- en prijsontwikkeling.

15

Paragrafen 1. Inleiding De van toepassing zijnde paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording voor de VRD zijn: -

Weerstandvermogen en risicobeheersing Financiering Verbonden partijen Bedrijfsvoering Onderhoud kapitaalsgoederen

De paragrafen Grondbeleid en Lokale heffingen zijn niet van toepassing voor de VRD.

2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen geeft de relatie aan tussen de risico’s waar geen maatregelen voor zijn getroffen en de weerstandscapaciteit die de gemeenschappelijke regeling heeft om de niet begrote kosten op te vangen. De paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing is als volgt opgebouwd: -

Risicobeleid Weerstandscapaciteit Risico-inventarisatie per 31 december 2025 Weerstandspositie Kengetallen

2.1 Risicobeleid

De werkgroep GRIP op GR-en, bestaande uit Drentse griffiers en VDG-bestuur, heeft de notitie ‘Samen werken voor Drenthe’ opgesteld. In de notitie, die vanaf 2022 van toepassing is voor de gemeenschappelijke regelingen, worden ten aanzien van de weerstandsparagraaf de volgende werkafspraken gemaakt: 1. Weerstandscapaciteit is aanwezig bij de deelnemers en in beperkte mate bij de gemeenschappelijke regeling. 2. Het dagelijks bestuur van de gemeenschappelijk regelingen vermeldt in de begroting het verschil tussen benodigd en beschikbaar weerstandsvermogen in totaal en naar rato voor de afzonderlijke deelnemers. 3. Een algemene reserve is toegestaan om ontwikkelingen in het loon- en prijspeil af te dekken, met een maximale omvang van 2,5% van de lasten van het betreffende jaar. 4. Als de verwachting is dat de ontwikkelingen in het loon- en prijspeil boven de maximale omvang van 2,5% uitkomt, is afwijken van de richtlijn van 2,5% mogelijk. Hiervoor doet het DB van de gemeenschappelijke regeling een gemotiveerd voorstel aan het algemeen bestuur. 5. Het bedrag boven het vastgestelde maximum van de algemene reserve, vloeit naar rato van de deelnemersbijdrage terug naar de deelnemers. De Veiligheidsregio Drenthe heeft deze afspraken in zijn geheel overgenomen en uitgevoerd.

16

2.2 Weerstandscapaciteit

Voor het berekenen van de weerstandscapaciteit mag op basis van de richtlijnen van het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) alleen de Algemene Reserve worden meegenomen. De weerstandscapaciteit geeft aan in welke mate de VRD in staat is de risico’s in financiële zin op te vangen. Op basis van de notitie “Samen werken voor Drenthe” heeft de Algemene Reserve van de VRD een bestemming gekregen en kan deze alleen worden ingezet voor het opvangen van loon- en prijsontwikkelingen. De VRD heeft daardoor zelf geen beschikbaar weerstandsvermogen. De hoogte van de reserve loonen prijsontwikkelingen bedraagt maximaal 2,5% van de totale begrote lasten, zijnde 2,5% van € 48.951.000 wat overeenkomt met een bedrag van € 1.224.000. In onderstaande tabel is de verwachtte stand van de reserves voor 2027 voor weergegeven: Bestemmingsreserves Reserve loon- en prijsontwikkeling Reserve Versterking Crisisbeheersing Reserve Goed Werkgeverschap Saldo bestemmingsreserves

Beginbalans Toevoeging Onttrekking Eindbalans 1-jan-27 31-dec-27 552.263 0 0 552.263 1.357.955 410.737 209.200 1.559.492 1.152.480 0 0 1.152.480 3.062.698 410.737 209.200 3.264.235

2.3 Risico-inventarisatie voor 2027 Risico

Risicokans Impact

Bedrag

Algemeen Klimaateffecten

zeer groot

zeer groot

1.125.000

Beschikbaarheid en prijs van energie

gemiddeld

groot

375.000

Arbeidsmarktproblematiek

gemiddeld

groot

375.000

Financieel/economisch Loonontwikkelingen boven compensatie

gemiddeld

gemiddeld

150.000

Prijsontwikkelingen boven compensatie

gemiddeld

gemiddeld

150.000

Onverwachte ontwikkeling groot brandweermaterieel

zeer groot

groot

675.000

klein

groot

225.000

gemiddeld

gemiddeld

150.000

groot

groot

525.000

gemiddeld

groot

375.000

klein

groot

225.000

gemiddeld

groot

Rentebeeld Europese Centrale Bank (ECB) Huisvesting Ontwikkelingen huisvesting ICT en informatievoorziening Digitale verstoring/Cybercrime Brandweer Verstoring van het huidige opleiding- en oefenensysteem Bovenmatige aantal grotere incidenten Niet gedekte risico's voor de brandweermensen Totaal risico's

375.000 4.725.000

Uit bovenstaande tabel blijkt dat alle risico’s zijn gewogen naar de kans dat ze zich kunnen voordoen en de financiële impact die ze voor de VRD kunnen hebben. Op geld gewaardeerd betekent dit een bedrag van € 4.725.000. Bij het inventariseren van de risico’s hebben wij het voorzichtigheidsprincipe in acht genomen. Dit betekent dat wij rekening houden met alle mogelijke risico’s op balansdatum. Risico’s doen zich normaal gesproken niet gelijktijdig voor.

17

Risico’s algemeen Klimaateffecten De ontwikkelingen in het klimaat hebben invloed op de primaire processen van de brandweer. Het risico op grotere calamiteiten als gevolg van klimaatontwikkelingen neemt toe, wat zorgt voor extra inzet van vrijwilligers en middelen. Langdurige inzet heeft effect op de inzetbaarheid van personeel en de continuïteit van de operationele leiding. Deze staan al onderdruk en komen hierdoor verder onder druk te staan. Bij de inzet van de brandweer op deze grotere calamiteiten staat daarnaast het reguliere proces onder druk. Beschikbaarheid en prijs van energie De gas- en elektriciteitsprijzen zijn de afgelopen tijd gestabiliseerd. De energiemarkt wordt nog steeds beïnvloed door diverse externe factoren zoals geopolitieke spanningen, klimaatverandering en de wereldwijde vraag naar energie. Dit heeft effect op de beschikbaarheid van gas en elektriciteit. Daarnaast is het belangrijk om rekening te houden met de wereldwijde ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen en de overgang naar een duurzamer energiesysteem. Dit kan op lange termijn stabiliteit brengen, maar in de overgangsperiode kan het ook leiden tot fluctuaties in de prijzen van traditionele energiebronnen, zoals gas en andere brandstoffen.

Arbeidsmarktproblematiek In de huidige arbeidsmarkt zien we steeds vaker uitdagingen bij het invullen van vacatures, doordat het beschikbare potentieel blijft afnemen. Dit vergroot het risico dat onze dienstverlening onder druk komt te staan wanneer we niet tijdig de juiste mensen op de juiste plek krijgen. De effecten hiervan zijn inmiddels merkbaar, met stijgende kosten voor werving, inhuur en langere inwerkperiodes. Dit vraagt om meer creativiteit en aanpassingen binnen onze organisatie om wendbaar te blijven en de continuïteit van onze dienstverlening te waarborgen. Risico’s financieel/economisch Loonontwikkelingen boven compensatie De bestemmingsreserve loon- en prijsontwikkelingen is maximaal 2,5% van de begrote lasten op basis van de notitie “Samen werken voor Drenthe”. Voor de loonontwikkelingen in de begroting wordt uitgegaan van de CPB reeksen; Prijs Bruto binnenlandsproduct, Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. De stand van de bestemmingsreserve per 31 december 2025 is € 1.051.500. Als de werkelijke loonontwikkeling hoger zijn dan de meegegeven compensatie ontstaat er een tekort, de reserve is dan de eerste opvang. Prijsontwikkelingen boven compensatie De bestemmingsreserve loon- en prijsontwikkelingen is maximaal 2,5% van de begrote lasten op basis van de notitie “Samen werken voor Drenthe”.

Voor de prijsontwikkelingen in de begroting wordt uitgegaan van de CPB reeksen; Prijs Bruto binnenlandsproduct, Prijs overheidsconsumptie beloning werknemers. In de begroting 2025 is de meegekregen compensatie van de gemeenten voor prijsontwikkelingen verwerkt. Hogere prijsontwikkeling door inflatoire ontwikkelingen zoals zich de laatste jaren in de markt hebben voorgedaan kunnen leiden tot hogere kosten. Als deze kosten hoger zijn dan de ontvangen compensatie wordt een beroep gedaan op de reserve loon- en prijsontwikkelingen.

18

Onverwachte ontwikkelingen groot brandweermaterieel Ten aanzien van het groot brandweermaterieel worden we meer en meer geconfronteerd met ontwikkelingen waarop niet te sturen is. Hieronder vallen de aanbestedingstrajecten die veelal langer duren dan verwacht. Om het vervangende materieel langer in stand te houden worden daardoor extra kosten gemaakt. Ook snelle veranderingen op technisch vlak spelen hier een rol, meestal leiden deze ontwikkelingen tot een hogere vervangingsprijs. Rentebeleid Europese Centrale Bank (ECB) In 2025 zet de Europese Centrale Bank de voorzichtige koers voort die in 2024 is ingezet. Na de reeks renteverhogingen in 2023, die gericht waren op het terugdringen van de hoge inflatie, heeft de ECB in 2024 en begin 2025 stappen gezet richting een geleidelijke normalisatie van het rentepeil. De afnemende inflatiedruk heeft ruimte geboden voor kleine renteverlagingen, waardoor de volatiliteit rondom financieringskosten verder is afgenomen. Hoewel het renteklimaat daarmee stabieler lijkt, blijft er onzekerheid bestaan over de ontwikkeling van prijzen en economische groei. Stijgende kosten of nieuwe economische schokken kunnen nog steeds invloed hebben op onze financieringsbehoefte. Risico’s huisvesting Ontwikkelingen huisvesting Onze huisvesting is een cruciale factor voor onze bedrijfsvoering.

Het gebouw aan de Mien-Ruysweg vertoont steeds vaker tekenen van overbelasting en onderhoudsachterstand. Deze risico’s benadrukken de noodzaak van een duurzame huisvestingsstrategie om operationele verstoringen en oplopende kosten te voorkomen. Daarnaast lopen wij risico’s bij stagnatie in de bouw van nieuwe kazernes. Dit kan leiden tot hogere kosten voor het langer in stand houden van bestaande locaties of het huren van tijdelijke voorzieningen voor materieel. Risico’s ICT en informatievoorziening Digitale verstoring/Cybercrime De snelle ontwikkelingen in ICT bieden kansen, maar vergroten ook de risico’s van digitale verstoringen en cybercrime. Onze toenemende afhankelijkheid van digitale systemen maakt ons kwetsbaar voor incidenten zoals stroomuitval, hacking of datadiefstal. Dergelijke verstoringen kunnen grote gevolgen hebben voor onze primaire processen, vooral voor de continuïteit van de acute hulpverlening. Het blijft essentieel om te investeren in cyberbeveiliging, back-upsystemen en crisisplannen om de impact van digitale dreigingen te minimaliseren. Risico’s brandweer Verstoring van het huidige opleiding- en oefensysteem De maatschappelijke trend dat mensen zich steeds minder lang binden is ook bij vrijwilligers te merken: zij nemen eerder afscheid van de organisatie.

Dit brengt het risico met zich mee dat er een tekort ontstaat aan geschoolde en geoefende vrijwilligers. Om voldoende brandweermensen beschikbaar te hebben voor de primaire taken van de organisatie moeten hogere kosten worden gemaakt voor opleiden en oefenen. Het aanbod van scholing, door BON en NIPV, staat onder druk waardoor niet alle rollen tijdig ingevuld kunnen worden.

19

Bovenmatig aantal grotere incidenten Met de opheffing van de bestemmingsreserve Rampenpot is binnen de VRD geen specifieke financiële buffer meer aanwezig om bovenmatige kosten als gevolg van grote incidenten direct op te kunnen vangen. Bij dergelijke incidenten moeten vaak snelle operationele beslissingen worden genomen, die directe financiële consequenties kunnen hebben. In het verleden werd de Rampenpot gebruikt wanneer op het moment van handelen nog niet duidelijk was wie de uiteindelijke financiële drager zou zijn.

Niet gedekte risico’s voor de brandweermensen Het werk voor de brandweer brengt inherente risico’s met zich mee, waarbij de vraag blijft of deze voldoende zijn afgedekt binnen de huidige afspraken. Beroep gerelateerde ziekten, zoals langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen en de impact van fysieke en mentale belasting, vormen een groeiende zorg. Dit vraagt om voortdurende aandacht voor preventieve maatregelen, passende vergoedingen en beleid dat inspeelt op nieuwe inzichten rondom beroepsrisico’s en gezondheidsschade.

2.4 Weerstandspositie

De weerstandspositie wordt uitgedrukt in een ratio. Deze ratio wordt, overeenkomstig de regels in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) berekend door het aanwezige weerstandsvermogen te delen door de financiële totaalwaardering van de risico’s. Het Nederlands Instituut voor Risicomanagement (NARIS) heeft een beoordelingsmatrix opgesteld om de weerstandsratio te kunnen kwalificeren.

Door het ontbreken van weerstandsvermogen bij de VRD is de ratio voor de VRD 0. De VRD is onvoldoende in staat om de mogelijke risico’s zelf op te vangen en zal bij het zich voordoen van deze risico’s een beroep doen op de bij gemeenten aanwezige weerstandscapaciteit.

20

Gemeente Aa en Hunze Assen Borger-Odoorn Coevorden De Wolden Emmen Hoogeveen Meppel Midden Drenthe Noordenveld Tynaarlo Westerveld Totaal

Benodigd weerstandsvermogen 272.341 562.814 257.271 379.691 464.700 941.531 456.643 287.228 337.201 278.637 274.492 212.450 4.725.000

21

2.5 Kengetallen

De BBV schrijft een verplichte set van vijf financiële kengetallen voor. De kengetallen grondexploitatie en belastingcapaciteit zijn niet van toepassing op de VRD. Naast het opnemen van deze kengetallen vindt ook een beoordeling plaats van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Door middel van de genoemde kengetallen wordt ‘de structureel en reëel sluitende begroting’ onderbouwd. Hierna volgt een overzicht van de kengetallen. Om een beeld te krijgen van de financiële positie van de VRD zijn vier voor ons verplichte toepasbare financiële kengetallen ontwikkeld: 1. 2. 3. 4.

netto schuldquote solvabiliteit taakvelden structurele exploitatieruimte

Netto schuldquote/ Netto schuldquote gecorrigeerd

Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de VRD ten opzichte van de totale inkomsten en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.

Langlopende schulden Kortlopende schulden Financiele activa Vorderingen Liquide middelen Subtotaal Totale baten Netto schuldquote

2027 30.573 4.508 -415 -3.638 -2.500 28.528 49.153 83,0%

2028 38.333 4.708 0 -2.355 -4.100 36.586 51.773 95,6%

Langlopende schulden Kortlopende schulden Vorderingen Liquide middelen Subtotaal Totale baten Netto schuldquote gecorrigeerd

2027 30.573 4.508 -3.638 -2.500 28.943 49.153 83,9%

2028 38.333 4.708 -2.355 -4.100 36.586 51.773 95,6%

De VNG heeft als richtlijn een norm van maximaal 130% voor de schuldquote. Daar blijft de VRD ruim onder. Solvabiliteit

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de VRD in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Als er sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemeneen de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid.

22

Solvabiliteitsratio 2027 2028 2029 2030

8,6 7,8 6,8 7,5

Structurele exploitatieruimte

In de begroting 2027 en volgende jaren wordt een storting gedaan in de reserves. De structurele exploitatieruimte is daarom in 2027 positief.

Structurele exploitatieruimte 2027 0,46% 2028 0,18% 2029 0,60% 2030 0,81%

3. Financiering 3.1 Wet fido

Het Rijk stelt regels aan hoe gemeenten en provincies hun geld en kapitaal beheren. Die regels staan in de Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). Hoeveel geld gemeenten en provincies mogen lenen, is afhankelijk van de hoogte van de begroting. De kasgeldlimiet bepaalt hoeveel geld ze mogen lenen voor een periode van maximaal 1 jaar. De renterisiconorm schrijft voor hoeveel maximaal geleend mag worden voor een periode langer dan 1 jaar. Gemeenten en provincies mogen liquide middelen aanhouden bij de schatkist (schatkistbankieren). 3.2 Renterisico kort en langlopende financiering Kasgeldlimiet

De door het Rijk opgelegde kasgeldlimiet beperkt het risico van stijgende rentelasten van de kortlopende financiering. De limiet beperkt de maximale omvang van de gemiddelde korte schuld tot 8,2% van de totale lasten (€ 48.786.000) van de programmabegroting. Voor 2027 bedraagt de limiet € 4,0 miljoen. In de onderstaande tabel wordt de ontwikkeling van de voor de komende jaren weergeven. Uitgaande van de geldende limieten blijven wij in 2027 binnen de gestelde normen. Berekening kasgeldlimiet (bedrag * € 1.000)

2027

2028

2029

2030

* In procenten van de grondslag

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

* In bedrag

4.014

4.239

4.383

4.544

2 Omvang vlottende schuld

4.508

4.708

8.185

10.562

3 Vlottende middelen

3.750

5.350

2.800

8.500

4 Totaal netto vlottende schuld

758

-642

5.385

2.062

Toegestane kasgeldlimiet

4.014

4.239

4.383

4.544

Ruimte

3.256

4.880

-1.003

2.482

1 Toegestane kasgeldlimiet

Toets kasgeldlimiet

23

2027 1e kwartaal

2027 2e kwartaal

2027 3e kwartaal

2027 4e kwartaal

* In procenten van de grondslag

8,20%

8,20%

8,20%

8,20%

* In bedrag

4.014

4.014

4.014

4.014

2 Omvang vlottende schuld

4.107

4.529

5.044

4.508

3 Vlottende middelen

1.500

2.250

3.000

3.750

2.607

2.279

2.044

758

Berekening kasgeldlimiet (bedrag * € 1.000) 1 Toegestane kasgeldlimiet

Toets kasgeldlimiet 4 Totaal netto vlottende schuld Toegestane kasgeldlimiet

4.014

4.014

4.014

4.014

Ruimte

6.621

6.293

6.058

4.772

Renterisiconorm

De renterisiconorm beperkt het renterisico op de langlopende financiering. De norm bevordert de spreiding van de looptijd van de kapitaalmarktleningen (looptijd lening > 1 jaar) door de omvang te beperken van de leningen waarvoor de rente in een bepaald jaar moeten worden aangepast. Het Rijk heeft de maximale omvang van leningen met een renteaanpassing vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Voor de VRD komt het neer op een bedrag van € 9,8 miljoen. Het renterisico is gelijk aan de jaarlijkse aflossing op de langlopende leningen voor de VRD € 3,6 miljoen. Hierdoor blijft de VRD binnen de berekende norm. Kasstroom/Emu overzicht

In het stabiliteitspact binnen de Europese Unie is afgesproken dat een tekort voor de totale overheidssector niet hoger dan 3 procent van het bruto binnenlands product (BBP) mag zijn. Een goede informatievoorziening is essentieel voor het monitoren en beheersen van het EMU-saldo. Tabel EMU saldo nr. Omschrijving (bedragen 8 € 1.000) 1 Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit de reserves (zie BBV, artikel 17c)

2027 202

83

292

411

2 Afschrijvingen ten laste van de exploitatie 3 Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie 4 Investeringen in (im)materiële vaste activa, die op de balans worden geactiveerd 5 Baten uit bijdragen van andere overheden, de EU en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post 4 6 Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa, voor zover niet op de exploitatie verantwoord 7 Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, en woonrijpmaken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) 8 Baten bouwgrondexploitatie : Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord 9 Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen 10 Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen ed.) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van de bovenstaande posten

3.400

3.250

3.500

3.500

0

0

0

6.900

10.450

6.115

6.065

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

neen

neen

neen

neen

2028

2029

2030

11 Verkoop van effecten : a. Gaat u effect verkopen ? (ja/nee) b. Zo ja wat is bij verkoop de verwachte boekwinst op de exploitatie ? Berekend EMU saldo

0

0

0

0

-3.298

-7.117

-2.323

-2.154

24

Kasstroomoverzicht Resultaat voor reserves Operationele activiteiten Investeringen Afschrijvingen Mutatie Voorzieningen Saldo Financieringsactiviteiten Aflossing leningen Mutatie Uitgezette leningen Mutatie Vorderingen Mutaties overig Mutatie kortlopende schulden Mutatie reserves Saldo Mutatie liquide middelen Liquide middelen Stand 1 januari Stand 31 december

2027 2028 201.537 82.787 201.537 82.787 -6.900.000 -10.450.000 3.400.000 3.250.000 -526.158 -496.760 -3.824.621 -7.613.973 -3.623.084 -7.531.186 -4.073.244 -4.239.911 10.000.000 12.000.000 130.998 1.282.475 -324.375 -194.071 400.404 199.905 201.537 82.787 6.335.320 9.131.185 2.712.236 1.600.000 2.500.000 4.100.000 250.000 2.500.000 2.500.000 4.100.000

2029 291.987 291.987 -6.115.000 3.500.000 -496.760 -2.819.773 -2.527.786 -4.262.133 558.013 -87.700 3.477.619 291.987 -22.214 -2.550.000 1.550.000 4.100.000 1.550.000

2030 410.737 410.737 -6.065.000 3.500.000 -485.000 -2.639.263 -2.228.526 -4.262.133 10.000.000 441.987 -1.039.198 2.377.133 410.737 7.928.526 5.700.000 7.250.000 1.550.000 7.250.000

25

4. Verbonden Partijen 4.1 Definitie Verbonden Partij

Een Verbonden Partij (VP) is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin de VRD een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als de VRD aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als de VRD vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties kent de VRD één verbonden partij, namelijk Stichting Brandweer opleidingen Noord. Daarnaast worden partijen genoemd waarmee de VRD een nauwe betrokkenheid heeft. 4.2 Stichting Brandweer opleidingen Noord (BON)

De VRD neemt samen met de veiligheidsregio’s Fryslân en Groningen deel aan de Stichting Brandweeropleidingen Noord. De stichting is aandeelhouder in de Bon Holding B.V. De Bon Holding B.V. heeft een 100%-deelneming in Oefencentrum Noord B.V., Brandweeropleidingen Noord B.V. en de Brandweer Flexpool Noord B.V.. De BON factureert de afgenomen dienstverlening (opleiden of oefenen). 4.3 Nederlands Instituut voor Publieke Veiligheid

Dit is de organisatie die de krachten bundelt op het terrein van de publieke veiligheid in Nederland. Klimatologische, digitale, maatschappelijke en internationale ontwikkelingen brengen Nederland nieuwe typen crises en complexe maatschappelijke vraagstukken. Het Instituut wordt bestuurd door de voorzitters van de 25 veiligheidsregio’s. Het NIPV levert onder andere een bijdrage aan de brandweeropleidingen en het delen van informatie en expertise. Ook houdt het NIPV zich bezig met het verwerven en beheren van materieel, uitrusting en telecommunicatievoorzieningen. Een deel van de geldstroom aan het NIPV komt bij de veiligheidsregio's vandaan, hiervoor betaalt de VRD jaarlijks contributie. Samenwerkingspartijen

De VRD kan haar taken beter uitvoeren in samenwerking met andere partijen. De beste resultaten uit samenwerking zijn te behalen als de betrokken partijen zich vanzelfsprekend met elkaar verbonden voelen, bijvoorbeeld vanwege gemeenschappelijke waarden of belangen. Kwaliteit- en resultaatverbetering staan voorop. Voorbeelden van samenwerking zijn: -

dienstverleningsovereenkomst met de Gemeente Tynaarlo voor de uitvoering van de salarisadministratie dienstverleningsovereenkomst met GGD Drenthe voor de administratievoering van de GHOR samenwerkingsovereenkomst met Veiligheidsregio Fryslân en Groningen voor de uitvoering van de personeelsadministratie voor het personeel van de MKNN dat werkt voor de drie Veiligheidsregio's. samenwerkingsovereenkomst Zorg- en VeiligheidsHuis Drenthe (Pijofach, AB besluit 3-10-2018).

5. Bedrijfsvoering 5.1 Rechtmatigheidsverantwoording

VRD heeft als publieke organisatie de wettelijke en maatschappelijke taak om zorg te dragen voor de toetsing van de rechtmatigheid en doelmatigheid van de financiële handelingen. Deze toetsing is noodzakelijk om de uitgaven beheersbaar te houden en de kwaliteit van de geleverde diensten te kunnen garanderen. Daarnaast moet VRD verantwoording afleggen over het voldoen aan wet- en regelgeving (compliance). Om aan te kunnen tonen dat VRD rechtmatig en doelmatig heeft gehandeld wordt jaarlijks een intern controleplan opgesteld. Met dit interne controleplan wil VRD

26

aantonen dat processen op orde zijn, de kwaliteit is gewaarborgd en risico’s worden beheerst, maar ook dat integer en kostenbewust wordt gehandeld met publiek geld. Na afloop van het boekjaar legt VRD verantwoording af over de uitgevoerde activiteiten in de jaarrekening. Onderdeel van de jaarrekening is vanaf het jaar 2023 de rechtmatigheidsverantwoording. Het Dagelijks Bestuur geeft in deze rechtmatigheidsverantwoording aan of in overeenstemming met wet- en regelgeving is gehandeld. Hiervoor zijn afspraken gemaakt met het Algemeen Bestuur. Zo is er een verantwoordingsgrens afgesproken, is het normenkader vastgesteld en is de financiële verordening GGD en VRD aangevuld met afspraken over de rechtmatigheidsverantwoording. 5.2 Verantwoordingsgrens VRD

Het AB van de VRD heeft in de vergadering van 3 september 2025 de kaders voor de rechtmatigheidsverantwoording vastgesteld. De verantwoordingsgrens is vastgesteld op 2% van de totale lasten (inclusief dotaties aan de reserves). Dat betekent dat het AB geïnformeerd wordt over fouten en onzekerheden die boven deze grens liggen. Rechtmatigheidsverantwoording Percentage

Totale lasten (incl.dotatie reserves)*

Verantwoordingsgrens

Fouten

2%

49.153.000

983.057

Onzekerheden

2%

49.153.000

983.057

* o.b.v. begroting 2027. 5.3 Wet Open Overheid 1. Inleiding De Wet Open Overheid (Woo) geeft iedereen de mogelijkheid om te weten wat de overheid doet, hoe ze dat doet en waarom. Overheidsorganisaties, zoals de Veiligheidsregio Drenthe (VRD), moeten informatie actief openbaar maken of beschikbaar stellen als iemand erom vraagt. Zo kan iedereen de overheid controleren. Openbaarheid is belangrijk en versterkt het vertrouwen in de overheid. De invoering van de Woo vindt plaats in tranches die gefaseerd in de tijd van kracht worden. Op dit moment is nog niet duidelijk hoe de fasering voor 2027 eruitziet. De VRD zal haar werkzaamheden inrichten zodra hier meer zicht op is.

27

6. Onderhoud kapitaalgoederen 6.1 Kapitaallasten materieel

Er wordt in de bijdrage van de basisbrandweerzorg uitgegaan van een bijdrage in het materieel op basis van het materieel vervangingsplan. De basis hiervoor is het overgenomen materieel van de gemeenten. De VRD moet binnen deze bijdrage zorgdragen voor de financiering en vervanging van het materieel. Op basis van de afgelopen jaren zullen de afschrijvingslasten de komende jaren stijgen. Hiervoor is jaarlijks een verhoging van de gemeentelijke bijdrage van € 60.000 noodzakelijk. 6.2 Huisvesting

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17025109/1