AANBIE~2
Tekst van het document
bezoekadres Westerbrink 1 9405 BJ Assen
Aan
De colleges van burgemeester en wethouders en gedeputeerde staten van Drenthe Verzending per -mail
ons kenmerk 202200549
uw brief van/kenmerk team Staf
bijlage(n) 1
behandeld door M. van den Berg
telefoon 0592 - 754569
datum 8 juli 2022
e-mail m.vandenberg@ruddrenthe.nl
onderwerp Rapportage RUD Drenthe eerste vier maanden 2022
Geachte collegeleden, Hierbij bieden wij u de rapportage aan van de RUD Drenthe over de eerste vier maanden van 2022, inclusief een eindejaarsprognose. De rapportage is ambtelijk afgestemd en bestuurlijk vastgesteld in de vergadering van het dagelijks bestuur van 17 juni. In de vergadering van het algemeen bestuur van 4 juli is deze rapportage nader toegelicht en besproken. In deze brief geven leest u een korte toelichting op de rapportage. We zijn het jaar gestart met een flinke extra opgave Eind vorig jaar is het jaarprogramma 2022 vastgesteld. Deze wijkt substantieel af van het jaarprogramma 2021 en eerder. Dit komt omdat al voorzien meerwerk vooraf inzichtelijk is gemaakt en opgenomen in het jaarprogramma (in plaats dat dit achteraf in rekening wordt gebracht). Daarnaast is het effect van de 1e fase herijking van de Drentse Maat verwerkt en wordt extra ingezet op asbest- en energietoezicht. Daarmee is 28.271 uur meer opgenomen dan in het Jaarprogramma 2021. De rapportage laat een gematigd positief beeld zien, de organisatie bereidt zich voor op de opgave De voorjaarsrapportage is de verantwoording van onze activiteiten in de periode van 1 januari tot en met 30 april opgenomen. In kwantitatieve zin kan worden vastgesteld dat de uitvoering achterligt op schema. We hebben tot nu toe 28% gerealiseerd, iets minder dan verwacht mag worden na 4 maanden.
Dit heeft deels te maken met een capaciteitsprobleem als gevolg van een tekort aan medewerkers in combinatie met een hoog ziekteverzuim. Vooruitlopend op de begrotingswijziging 2022 zijn we begonnen met het uitzetten van vacatures om de formatie op orde te krijgen om de productie van het jaarprogramma 2022 te kunnen behalen. Omdat het jaarprogramma eind december is vastgesteld zijn wij begin dit jaar begonnen met de bezetting zoals deze eind 2021 was. We zien daarom onder andere bij toezicht (vooral energie en asbest) dat de vraag flink is verhoogd maar onze organisatie nog niet direct de volle inzet kon leveren. We hebben nieuwe toezichthouders kunnen aantrekken. De eerste resultaten hiervan zijn positief. We zijn echter nog niet op niveau. Daarom huren wij ook extra (gekwalificeerde) toezichthouders in, echter ook deze zijn schaars. Ook voor andere functies blijkt dat de invulling van de ene vacature makkelijker gaat dan de andere. Daarnaast gaat er uiteraard veel aandacht naar opleidingen en het inwerken van nieuwe collega’s omdat
niet alle nieuwe medewerkers direct volledig voldoen aan de kwaliteitseisen. Om de voortgang ondanks een verminderde capaciteit te waarborgen werken we aan structurele oplossingen. Voor een overzicht van de werkzaamheden die wij op milieugebied voor de deelnemers hebben verricht verwijzen wij u graag naar de rapportage. Hierin wordt aan de hand van omgevingswaarden een toelichting gegeven op de verschillende activiteiten. Inzet gericht op 100 % realisatie Ondanks de lichte achterstand is onze inzet er op gericht om aan het eind van het jaar alsnog 100% van de productieve uren gerealiseerd te hebben. Zoals hiervoor aangegeven hebben we hiervoor in het eerste kwartaal extra medewerkers aangetrokken waarvan het effect bij de volgende rapportage zichtbaar zal zijn. Daarnaast vindt extra inhuur plaats. Uit voorzorg plan in voorbereiding voor afschaling indien nodig Voor de zomervakantie vindt een volledige inventarisatie plaats om te bepalen welke inzet er (nog) nodig is om de volledige productie te behalen. Indien het niet mogelijk blijkt om de volledige inzet voor het jaarprogramma te leveren dan gaan we keuzes voor afschaling voorbereiden in nauwe samenspraak met de deelnemers. Daarvoor wordt de komende periode in samenwerking met de deelnemers een prioritering uitgewerkt om te zorgen dat in ieder geval de inzet daar plaats vindt waar dat het meeste nodig is.
Als afschaling nodig is dan vindt dit, zo veel als mogelijk, plaats op werkzaamheden met een minder hoge prioriteit. Hierover vindt nauwe afstemming plaats met de ambtelijke vertegenwoordigers van de deelnemers. Het dagelijks bestuur maakt in het derde kwartaal de balans op of bijstelling van het jaarprogramma nodig is. Stand van zaken jaarprogramma en financiën De stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van het Jaarprogramma 2022 en de financiën is op peildatum 1 mei 2022 als volgt: • Productie Uren planning 2022 Uren gerealiseerd 1e kwartaal Percentage:
161.380 44.852 28%
• Financiën De Staat van baten en lasten tot en met april geeft de realisatie afgezet tegen de begrotingswijziging 2022. Dit resulteert per saldo in een positief resultaat van € 194K. Dit positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere bedrijfsvoeringskosten (€ 91K) en het niet benutten van de begrote budgetten voor de posten onvoorzien (€ 42K) en incidentele lasten (€ 33K). De totale personeelskosten zijn € 30K (0,67%) lager dan begroot. Doordat de formatie nog niet op het niveau van het Jaarprogramma is en er een aantal moeilijk in te vullen vacatures zijn, is er extra (duurder) personeel ingehuurd. Deze extra uitgaven worden gecompenseerd door lagere uitgaven op de reiskosten, opleidingen en overige personeelskosten. • Ontwikkeling ziekteverzuim Het ziekteverzuim in het eerste kwartaal ligt, mede door de gevolgen van Covid, gemiddeld op 11,47%. De verzuimcijfers van de maand mei laten echter een daling zien naar 8,64 %. Deze daling is te verklaren door een afname van de griep/covidgolf en het vertrek van een medewerker die langdurig ziek was. In de aanbiedingsbrief van de begroting RUD Drenthe wordt een overzicht gegeven van de extra inzet op het voorkomen en beperken van verzuim. Met deze rapportage en de toelichting daarop hopen wij u voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd.
Wij verzoeken u de rapportage met deze toelichting ter informatie toe te zenden aan uw raden of staten. Hoogachtend, Het algemeen bestuur van de RUD Drenthe, De voorzitter, R.H. Meijer
de secretaris, M. Heidekamp-Prins
2
Voorjaarsrapportage Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe 1 januari 2022 – 30 april 2022 17 juni 2022
1
Samenvatting Het jaar is gestart met een flinke extra opgave Eind vorig jaar is het jaarprogramma 2022 vastgesteld. Het jaarprogramma 2022 wijkt substantieel af van het jaarprogramma 2021 en eerder. In dit jaarprogramma is al voorzien meerwerk vooraf inzichtelijk gemaakt in plaats dat dit achteraf in rekening wordt gebracht. Daarnaast is het effect van de 1e fase herijking van de Drentse Maat verwerkt. Ook wordt extra ingezet op asbest- en energietoezicht. Daarmee is 28.271 uur meer opgenomen dan in het Jaarprogramma 2021. Het totale aandeel van de Provincie Drenthe in de extra opgave in het Jaarprogramma 2022 is iets meer dan 50%. Dit komt omdat de Provincie Drenthe heeft gekozen om de herijking van de productie meteen in 2022 in de vraag op te nemen. Gemeentelijke deelnemers hebben gekozen voor het budgetneutraal doorvoeren van de herijking Drentse maat. Daarbij hebben zij verzocht om de groeiende vraag gefaseerd via een groeimodel in de jaren tot en met 2024 in de opgave te verwerken. Naast dat gemeenten hierdoor meer tijd krijgen om hiermee rekening te houden in de eigen begroting, speelt ook de krappe arbeidsmarkt een rol. De RUD krijgt door het groeimodel meer tijd om de bedrijfsvoering aan te passen aan de gestegen vraag.
De rapportage laat een matig positief beeld zien, de organisatie bereidt zich voor op de opgave De Voorjaarsrapportage is de verantwoording van onze activiteiten in de periode van 1 januari tot en met 30 april opgenomen. In kwantitatieve zin kan worden vastgesteld dat de uitvoering achterligt op schema. We hebben tot nu toe 28% gerealiseerd, iets minder dan verwacht mag worden na 4 maanden. Dit heeft deels te maken met een capaciteitsprobleem als gevolg van een tekort aan medewerkers in combinatie met een hoog ziekteverzuim. Vooruitlopend op de Begrotingswijziging 2022 zijn we begonnen met het uitzetten van vacatures om de formatie op orde te krijgen om de productie van het JP 2022 te kunnen behalen. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt gaat de invulling van de ene vacature makkelijker dan de andere. Ook gaat er veel aandacht naar opleidingen en het inwerken van nieuwe collega’s omdat niet alle nieuwe medewerkers direct volledig voldoen aan de kwaliteitseisen. Om de voortgang ondanks een verminderde capaciteit te waarborgen werken we aan structurele oplossingen. Dit doen we het liefst zoveel mogelijk in samenwerking met andere omgevingsdiensten. Verdere digitalisering helpt ons om kwalitatief goed werk te blijven registreren en verrichten. Met het jaarprogramma 2022 is de inzet op energie- en asbesttoezicht fors verhoogd ten opzichte van voorgaande jaren.
Omdat het jaarprogramma 2022 eind december is vastgesteld is de uitvoering van energie- en asbesttoezicht in 2022 gestart met de bezetting zoals deze eind 2021 was. Dit heeft een onderproductie tot gevolg. In zeker mate geldt dit ook voor RGT, alleen door een geringere verhoging van de inzet is het effect op de onderproductie hier lager. Dit samen met een hoger ziekteverzuim dan verwacht veroorzaakt het achterblijven van de productie op RGT. Om de verhoogde inzet uit te kunnen voeren huren wij gekwalificeerde toezichthouders in, echter deze zijn ook schaars. Verder hebben wij nieuwe toezichthouders kunnen aantrekken. De eerste resultaten hiervan zijn positief. We zijn echter nog niet op niveau. Inzet gericht op 100 % realisatie Ondanks de lichte achterstand is onze inzet er op gericht, op basis van de huidige gegevens, om aan het eind van het jaar alsnog 100% van de productieve uren gerealiseerd te hebben. In het eerste kwartaal hebben we extra medewerkers aangetrokken waarvan het effect bij de volgende rapportage zichtbaar zal zijn. Daarnaast vindt extra inhuur plaats. Uit voorzorg plan in voorbereiding voor afschaling indien nodig Voor de zomervakantie vindt een volledige inventarisatie plaats om te bepalen welke inzet er (nog) nodig is om de volledige productie te behalen.
Indien het niet mogelijk blijkt om de volledige inzet voor het jaarprogramma te leveren dan gaan we keuzes voor afschaling voorbereiden in nauwe samenspraak met de deelnemers. Daarvoor wordt de komende periode in samenwerking met de deelnemers een prioritering in een memo uitgewerkt om te zorgen dat in ieder geval de inzet daar plaats vindt waar dat het meeste nodig is. Als afschaling nodig is dan vindt dit, zo veel als mogelijk, plaats op werkzaamheden
2
met een minder hoge prioriteit. Het dagelijks bestuur maakt in het derde kwartaal de balans op of bijstelling van het jaarprogramma nodig is. Wennen aan een nieuwe manier van tijdschrijven Landelijk staan we voor grote wijzigingen in ons werkveld, zoals de - opnieuw uitgestelde - invoering van de Omgevingswet en de overdracht van de bodemtaken van provincie naar gemeenten. We hebben ons hier onder andere op voorbereid door medio februari over te stappen naar zaakgericht urenschrijven. Dit geeft de deelnemers meer inzicht in de kentallen en zorgt voor transparantie in de organisatie. In deze Voorjaarsrapportage echter zorgt de overstap nog voor een vertekend beeld. Een aantal onderwerpen was moeilijk één op één te vergelijken en in sommige gevallen zijn productie-uren niet goed weggeschreven. In de 8-maandsrapportage wordt dit gecorrigeerd. Een voorbeeld hiervan is de correctie van de uren Administratieve Ondersteuning . Uit de eerste analyses op de geschreven uren in het nieuwe tijdschrijfsysteem, is gebleken dat er uren thuishoren op zaken (productie) die nu als Administratieve Ondersteuning zijn geschreven. De medewerkers krijgen hiervoor een duidelijke instructie en de geschreven uren worden in de 8-maansrapportage gecorrigeerd. Dit geeft naar schatting een verschuiving van 6000 uren van administratief naar productie jaarprogramma.
Stand van zaken jaarprogramma en financiën De stand van zaken ten aanzien van de uitvoering van het Jaarprogramma 2022 en de financiën is op peildatum 1 mei 2022 als volgt: • Productie Uren planning: Uren gerealiseerd: Percentage:
161.380 44.852 28%
• Financiën De Staat van baten en lasten tot en met april geeft de realisatie afgezet tegen de voor zienswijze ingediende begrotingswijziging 2022. Hieruit blijkt een positief resultaat van € 194K. Dit positieve resultaat wordt voornamelijk veroorzaakt door lagere bedrijfsvoeringskosten (€ 91K) en het niet benutten van de begrote budgetten voor de posten onvoorzien (€ 42K) en incidentele lasten (€ 33K). De totale personeelskosten zijn € 30K (0,67%) lager dan begroot. Doordat de formatie nog niet op het niveau van het Jaarprogramma is en er een aantal moeilijk in te vullen vacatures zijn, is er extra (duurder) personeel ingehuurd. Deze extra uitgaven worden gecompenseerd door lagere uitgaven op de reiskosten, opleidingen en overige personeelskosten.
3
Inhoud 1
INLEIDING ....................................................................................................................................................... 5
2
DE OMGEVINGSWAARDEN ............................................................................................................................. 6 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
ONZE ACTIVITEITEN ........................................................................................................................................ 9 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
4
STAAT VAN BATEN EN LASTEN TOT EN MET 30 APRIL ............................................................................................... 19 ONZE BATEN ................................................................................................................................................... 21 ONZE LASTEN .................................................................................................................................................. 21
MENS EN ORGANISATIE ................................................................................................................................ 25 5.1 5.2 5.3 5.4
6
OVERZICHT ....................................................................................................................................................... 9 DRENTSE MAAT............................................................................................................................................... 10 NIET-DRENTSE MAAT ....................................................................................................................................... 11 VERGUNNEN & BESLUITEN ................................................................................................................................. 11 MELDEN & ONTHEFFEN .................................................................................................................................... 12 INFORMEREN & BEOORDELEN............................................................................................................................. 13 KLACHTEN EN HANDHAVINGSVERZOEKEN ............................................................................................................. 13 ADVISEREN & TOETSEN ..................................................................................................................................... 13 BEZWAREN & BEROEP ......................................................................................................................................
14 TOEZICHT & HANDHAVING ................................................................................................................................ 15 PROJECTEN & MEERWERK ................................................................................................................................. 17
FINANCIËN .................................................................................................................................................... 19 4.1 4.2 4.3
5.
BODEM ............................................................................................................................................................ 6 GELUID ............................................................................................................................................................ 7 LUCHT ............................................................................................................................................................. 7 OMGEVINGSVEILIGHEID ....................................................................................................................................... 8 DUURZAME ENERGIE........................................................................................................................................... 8
ALGEMEEN ..................................................................................................................................................... 25 ZIEKTEVERZUIM ............................................................................................................................................... 25 INFORMATIE STURING ....................................................................................................................................... 27 OVERIG .......................................................................................................................................................... 27
LEREN EN ONTWIKKELEN .............................................................................................................................. 29 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
IMPLEMENTATIE OMGEVINGSWET ....................................................................................................................... 29 PROJECT EMPLOYER BRANDING NOORDELIJKE OMGEVINGSDIENSTEN ......................................................................... 30 DE RUD BEWEEGT ........................................................................................................................................... 30 OPLEIDINGEN EN TRAINEN ................................................................................................................................. 30 REGIONAAL VTH BELEID/ UNIFORM UITVOERINGS- EN HANDHAVINGSSTRATEGIE. ....................................................... 30
BIJLAGE. ................................................................................................................................................................ 31
4
1
Inleiding
De Voorjaarsrapportage is de eerste rapportage van dit jaar en is gebaseerd op het Jaarprogramma 2022 en de Begroting uit 2022. Het karakter van de rapportage is signalerend en heeft dezelfde herkenbare opbouw als het nieuwe Jaarprogramma 2023. Zo werken we aan een duidelijke en transparante communicatie. We koppelen alle activiteiten aan onze omgevingswaarden, want daar draait het tenslotte om; een veilig, gezond en duurzaam Drenthe. In 2021 is de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de dienst geëvalueerd. De conclusie was dat we al flinke stappen hebben gezet richting een solide en toekomstbestendige organisatie, met name op het gebied van uitvoering, te leveren kwaliteit en financiering. Maar er werden ook verbeterpunten aangedragen, zoals het investeren in de samenwerkingscultuur. De evaluatie heeft tien aanbevelingen opgeleverd waar we mee aan de slag zijn gegaan. In 2021 lag de nadruk op het herijken van de kentallen van de Drentse Maat. Deze basisproducten en -diensten worden door alle deelnemers afgenomen. In 2022 vormen ze opnieuw de basis voor het Jaarprogramma. Met de komst van de Omgevingswet gaan we echter over naar een andere verantwoording. Met het nieuwe systeem om uren zaakgericht te schrijven, zijn we hierop voorbereid. Daarnaast is veel tijd besteed aan het opstellen van de Uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie.
In de komende periode worden de raden/staten actief betrokken bij de verdere uitwerking hiervan. Ook met de overige aanbevelingen van de evaluatie is een start gemaakt. Zo vond bijvoorbeeld in februari een bestuurlijke sessie plaats voor meer duidelijkheid over het vergroten van de bestuurlijke slagkracht van het algemeen bestuur. Eenzelfde soort sessie heeft plaatsgevonden voor de ambtelijke overleggen. Het conceptrapport en de hieruit voorkomende actiepunten worden aan het eind van het tweede kwartaal besproken in het nieuwe algemeen bestuur. Het uitwerken van alle aanbevelingen zal de komende periode tijd en aandacht blijven vragen van ons en onze deelnemers. Het Jaarprogramma 2022 is op 20 december 2021 vastgesteld. De gewijzigde begroting 2022 wordt op 4 juli vastgesteld. Onze formatie is op dit moment nog niet toegerust voor de uitvoering van het Jaarprogramma 2022. Met de goedkeuring van de gewijzigde begroting in het vooruitzicht zijn we voorzichtig begonnen met het werven van de ontbrekende capaciteit voor de uitvoering van het Jaarprogramma 2022. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt doen we ons uiterste best om op korte termijn de vacatureruimte ingevuld te krijgen.
Vooroverleg Voorjaarsrapportage Aan het gezamenlijke eigenaren- en accounthoudersoverleg is in mei een presentatie gegeven over de cijfermatige verantwoording. Op basis van deze gegevens is richting gegeven aan de voortgang: • Maximale inzet om de formatie op orde te brengen voor de uitvoering van het Jaarprogramma 2022; • Maximale inzet voor de uitvoering van het ontwerp Jaarprogramma 2023 binnen de begroting 2022; • Maximale inzet op het terugdringen van het ziekteverzuim; • De productie niet afschalen en niet bestede budgetten in de jaarrekening verrekenen volgens de verrekensystematiek; • Volop inzetten op een effectieve samenwerking zodat we de uitvoering zonder extra inzet kunnen doen. Een groot pluspunt is dat het ontwerp Jaarprogramma 2023 en de ontwerp Begroting 2023 worden vastgesteld op 4 juli. Hierdoor kunnen we ons eerder en beter voorbereiden op de uitvoering in 2023.
5
2
De Omgevingswaarden
We werken aan een veilige, duurzame en schone Drentse leefomgeving aan de hand van vijf belangrijke omgevingswaarden die van invloed zijn op het milieu. Dat zijn bodem, geluid, lucht, omgevingsveiligheid en duurzame energie. Deze waarden zijn wettelijk of lokaal bepaald. De kwaliteit van de leefomgeving kan op basis hiervan worden gemeten, verantwoord en beoordeeld.
2.1
Bodem Alle bodemmeldingen worden door ons getoetst aan de wet- en regelgeving. Ook houden we toezicht op de toepassing van grond, bagger en bouwstoffen en helpen we een schone bodem in Drenthe te behouden en te beschermen.
Bodemtaken Bij alle nieuwe ontwikkelingen wordt de bodem door duurzaam bodembeheer geschikt gemaakt voor het gebruik dat maatschappelijk gewenst is. Naast beschermen, zorgen we voor het schoner maken van de bodem. Bijvoorbeeld bij bodemsaneringsprojecten die we namens de provincie en gemeente Emmen uitvoeren. Bovendien zetten we onze bodemkennis in voor het reguleren van activiteiten bij bedrijven, het geven van bodemadviezen bij milieuvergunningen en ondersteunen we nieuwe ontwikkelingen bij de opdrachtgevers. Het bodemjaarplan van de gemeente Emmen en van de provincie (de uitvoering bodemprogramma’s bodem en ondergrond) is de basis voor de uitvoering van bodemtaken. Daarnaast voeren we werkzaamheden uit voor het Besluit Bodemkwaliteit (alle gemeenten) en verzorgen we bodemspecialistische advisering en beleidsadvisering.
Omgevingsplan gemeente Samen met de ketenpartners nemen we bij een gemeente deel aan de bijeenkomsten over hun omgevingsplan en leveren we onze bodemexpertise hierin. Met behulp van praktijkcases wordt verkend welke voorschriften moeten worden opgenomen in het omgevingsplan. Onze input is gericht op de voorschriften voor bodem en ondergrond.
Drents grondstromenbeleid We hebben voorlichtingsbijeenkomsten gehouden over het Drentse grondstromenbeleid. Het betreft de geactualiseerde bodemkwaliteitskaart en de nota bodembeheer. De gemeenten De Wolden, Hoogeveen, Westerveld, Borger-Odoorn, Tynaarlo en Noordenveld zijn dit voorjaar geïnformeerd over het nieuwe grondstromenbeleid dat in 2021 door de Drentse gemeenten is vastgesteld. De overige gemeenten volgen in de loop van 2022. Bij een paar gemeenten wordt de mogelijkheid onderzocht om een kwaliteitskaart voor de wegen op te stellen. Als uit het onderzoek dat wij laten uitvoeren blijkt dat deze wegen schoner zijn dan op grond van de huidige bodemkwaliteitskaart wordt aangegeven, dan is vrijkomende grond van deze wegen beter herbruikbaar.
Regionaal Schakelpunt In opdracht van VNG zijn in Nederland zeven pilots gestart voor de opzet van een nationaal kennisnetwerk met regionale schakelpunten. Drenthe is één van de pilotregio’s. De RUD trekt deze pilot namens de Provincie Drenthe. Het concept van dit schakelpunt krijgt sinds begin 2022 steeds concreter vorm en de eerste communicatieve en organisatorische stappen zijn gezet.
6
Noord Nederlandse bodemdag Vorig jaar is de Noord Nederlandse bodemdag in verband met corona niet doorgegaan maar is een bodemboek uitgebracht. De organisatie van de bodemdag voor dit jaar is inmiddels gestart en zal op 10 november 2022 in het provinciehuis in Assen doorgaan.
2.2
Geluid Geluidbelasting en geluidbeleving spelen een steeds belangrijker rol in de samenleving. Overlast door geluidsbronnen heeft gelijk effect op de woonbeleving. In een dichtbevolkt als Nederland zal dit naar verwachting alleen maar toenemen.
Geluidsadviezen De inzet voor geluid is naast de reguliere uitvoering de voorbereiding voor de Omgevingswet. Alle medewerkers (vergunningverlening, toezicht en advies) volgen hiervoor trainingen. Bij het ontwerpen van omgevingsplannen is het aandeel geluid nog minimaal. We adviseren gemeenten om bij de ontwikkeling van de omgevingsplannen ons advies hierin mee te nemen. Een deel van de geluidsadviezen heeft betrekking op het toevoegen of bestemmen van woningen, en de vestiging van nieuwe bedrijven of uitbreiding van bestaande bedrijven. Woningbouw wordt mogelijk gemaakt, maar vaak wel met een hogere waardenbesluit. Deze procedure moet gelijktijdig met de planologische procedure plaatsvinden. We adviseren op het aandeel geluid rondom evenementen. Hier is al flink op ingezet en we verwachten een toename in de tweede helft van het jaar.
Geluidsklachten Geluidsklachten maken een steeds groter deel uit van ons werk. Voornamelijk vanuit activiteiten en verkeer, maar we worden ook gevraagd bij overlast in de buurt. Met het openen van het evenementenseizoen, zeker na de Covid-periode zien we nu al een stijgende lijn in het aantal geluid gerelateerde klachten. De laagfrequent geluidsklachten blijven toenemen. Deze nemen veel tijd in beslag omdat het vaak moeilijk is een oorzaak te achterhalen. Hier ontbreekt regelgeving. We overwegen om het protocol bij te stellen en overleggen hierover met de stichting LFG.
2.3
Lucht Geur kan voor veel overlast zorgen en vervuilde lucht is schadelijk voor het milieu en de gezondheid. Daarom doen we onderzoek en adviseren waar de luchtkwaliteit in Drenthe verbeterd moet worden.
Luchtadvies We adviseren de provincie bij Het Schone Lucht Akkoord en leveren kennis met betrekking tot de aanpak van Zeer Zorgwekkende Stoffen. Daarnaast worden we steeds vaker gevraagd om luchtadvies te geven inzake vergunningen. Dit komt mede dankzij de inventarisatie op dit vlak. Maar alleen advies is niet voldoende. De luchtemissies van activiteiten vragen om actieve monitoring en deze moeten daarvoor worden opgenomen in de voorschriften. De materie is complex en ingewikkeld waardoor experts op dit gebied moeilijk te vinden zijn. Onderbezetting en het inwerken van nieuwe medewerkers maakt het lastig hierop goed in te zetten.
7
Meten en monitoring Vanuit de EU-wetgeving hebben we een rapportage luchtkwaliteit opgesteld en aangeleverd. De budgetten voor het uitvoeren van metingen en monitoring zijn echter beperkt. Dit levert problemen bij het adequaat afhandelen van bijvoorbeeld klachtzaken. Hiervoor is additioneel steeds € 5.000 tot €10.000 nodig per basismeting. Graag agenderen we dit punt voor de gespreksnotitie in september met een uitvoeringsgericht Plan van aanpak monitoring luchtkwaliteit Drenthe.
Asbest De toepassing van asbest is sinds 1994 verboden. Bij sloopwerkzaamheden voeren wij toezicht uit op het verwijderen, het juist afvoeren van asbest en het op een juiste manier melden van een asbestsanering. In de eerste vier maanden van 2022 is er in Drenthe 37.500 m2 aan asbestdaken gesaneerd.
2.4
Omgevingsveiligheid De energietransitie zorgt voor steeds meer ontwikkelingen en initiatieven waarbij onze expertise wordt gevraagd.
Gevaarlijke stoffen Voor de Omgevingswet sluiten we ons aan bij het Register Externe Veiligheidsrisico’s (REV). Dit legt alle risico’s met gevaarlijke stoffen vast. De inzet van onze specialisten is daarbij substantieel. We hebben een module ontwikkeld waarin data kan worden gecontroleerd en milieubelastende activiteiten kunnen worden toegevoegd. Het ministerie heeft bepaald dat de financiering voor de REV naar rato over de gemeenten wordt verdeeld via een verdeelsleutel op basis van de geïnventariseerde risicovolle activiteiten die voor het REV relevant zijn. De hoogte van het subsidiebedrag is nog onbekend. We koppelen ons zaaksysteem aan de REV waarbij we gegevens via de Atlas Leefomgeving kunnen ontsluiten. Hierbij werken we actief samen met de twee andere noordelijke omgevingsdiensten.
2.5
Duurzame energie De klimaatverandering en de energietransitie worden steeds belangrijker. Ook in onze provincie wordt hier steeds meer op ingesprongen.
Energietoezicht Onze inzet zit vooral in energietoezicht bij bedrijven. Daar kan het verschil gemaakt worden en kunnen de bedrijven bijdragen aan de doelstellingen. De windmolenparken in het oosten van onze provincie zijn een uitwerking van de inspanning rondom de energietransitie. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Vooral de aspecten lichthinder, slagschaduw en laagfrequent geluid zijn onderwerpen van aandacht.
8
3
Onze activiteiten
3.1
Overzicht
We lopen iets achter op de inspanning vanuit het Jaarprogramma 2022. Er staan veel zaken in de werkvoorraad en de doorlooptijden lopen soms op. We verwachten op basis van de huidige gegevens, om aan het eind van het jaar alsnog 100% van de productieve uren gerealiseerd te hebben. We hebben te maken met een hoog ziekteverzuim, krapte op de arbeidsmarkt en we staan voor grote wijzigingen in ons werkveld zoals de invoering van de Omgevingswet. Dit alles vraagt om een grote flexibiliteit van onze organisatie. Over onze inzet op het terugdringen van het ziekteverzuim wordt u separaat geïnformeerd. Organisatie breed missen we productieve inzet vanwege een groot verloop van personeel in de eerste vier maanden van het jaar. Het traineeprogramma verloopt succesvol maar trainee-uren en hun begeleiding worden niet als productieve uren geboekt. Ook het inwerken van nieuwe medewerkers kost tijd die als niet-productief wordt opgevoerd. Uiteraard zullen de trainees en nieuwe werknemers later dit jaar de productiviteit weer verhogen. Halverwege februari zijn we overgestapt naar zaakgericht urenschrijven. De uren die tijdens de eerste zes weken van dit jaar nog in Exact geschreven werden, zijn wel meegenomen in deze Voorjaarsrapportage maar voor een aantal onderwerpen moeilijk één op één te vergelijken. Ook is het nu nog lastig een vergelijking te maken met de afgesproken kentallen.
Het aantal uren administratieve ondersteuning (proces-ondersteuning) is hoger dan vorig jaar. Wellicht ten overvloede: dit zijn wel productieve uren! Een verklaring hiervoor lijkt de introductie van zaakgericht urenschrijven. Directe productie-uren zijn waarschijnlijk weggeschreven als indirecte administratieve ondersteuning. Terwijl een aandeel ten goede zou moeten komen van de Drentse Maat en niet-Drentse Maat uren. Om deze uren op de juiste manier te kunnen laten schrijven in ons tijdregistratiesysteem is extra analyse nodig. We zullen dit onderzoeken en een correctie doorvoeren in de 8-maandsrapportage. De Drentse Maat is dit jaar nog de basis voor onze verantwoording. Met de opdrachtgevers kijken we naar de invloed van de Omgevingswet, ook wat betreft de verantwoordingssystematiek. We voorzien een verdere uitsplitsing van zaken, en hebben het urenschrijven er al op voorbereid. Het nieuwe Uniforme Uitvoerings- en Handhavingsbeleid (UUH-beleid) zal daar meer duidelijkheid over geven. Vanuit het UUH-beleid moeten outcome gerichte indicatoren worden vastgesteld om onze voortgang goed te monitoren.
9
Totaal (peildatum 30-04-2022) Producten
Uren planning
Uren realisatie
% besteed
Drentse maat
89.409
23.432
26%
niet Drentse maat
50.581
14.394
28%
Administratieve ondersteuning
12.000
5.720
2
48%
BOA
2.660
642
24%
Lucht
1.330
3
Energie
5.400
664
Totaal
161.380
44.852
12%
2 Correctie naar direct productieve uren in de 8-maandsrapportage. 3 De uren voor de luchtadviseur zijn verwerkt in de Drentse Maat uren en staan hier niet opgevoerd. In totaal is 605 uur door de
extra luchtadviseur geboekt.
3.2
Drentse Maat
Voor bepaalde onderdelen zoals bij vooroverleg en meldingen, is een toename van de vraag te zien. Hierdoor stijgt het aandeel advisering. De Drentse Maat-productie ligt wat achter op schema en we hebben te maken met een aantal lastige vraagstukken waardoor meer expertise nodig is. Deze tijd gaat ten koste van de productie Niet-DM, hetgeen te zien is in de cijfers voor advies. Er is een achterstand in de productieve uren voor Toezicht en Handhaving. Dit wordt met name veroorzaakt door een capaciteitsprobleem wat ook met extern toezichthouders op korte termijn niet is op te lossen. Het is daarom de vraag of we de ingebrachte uren voor dit product daadwerkelijk kunnen inzetten.
Drentse maat (peildatum 30-04-2022) Vergunningen 101 Omgevingsvergunning Milieu Oprichtingsvergunning
Uren planning
Uren realisatie
% besteed
2.670
491
18%
102 Omgevingsvergunning Milieu - Revisievergunning 103 Omgevingsvergunning Milieu - Milieuneutrale wijziging
3.730
1.146
31%
4.290
960
22%
104 Omgevingsvergunning Milieu - Veranderen
3.000
704
23%
105 Omgevingsvergunning Milieu - OBM
1.102
275
25%
106 Omgevingsvergunning Milieu - Actualiseren
1.040
86
8%
107 Maatwerkvoorschrift Milieu
1.165
274
24%
108 Vooroverleg milieu
2.521
1.127
45%
109 Besluit Gelijkwaardigheid Activiteitenbesluit
11
110 Intrekken van een vergunning
209
8
4%
6.032
3.046
50%
112 Melding niet inrichting gebonden
42
77
183%
113 Ontheffing verboden
197
146
74%
114 Informatieverstrekking bedrijfsactiviteit en milieu
521
635
122%
115 Advisering Rijksprocedures
35
0
1%
26.565
8.974
34%
111 Meldingen milieu
Subtotaal
0%
10
Toezicht en Handhaving 116 RGT
39.451
8.490
22%
120 Klachten
5.860
1.817
31%
528
183
35%
128 Ketentoezicht
2.576
567
22%
400 Asbest
8.082
1.486
18%
Subtotaal
56.497
12.544
22%
1.954
840
43%
96
34
35%
135
21
15%
2.435
547
22%
40
10
24%
126 Toezicht gebiedsgericht milieu
1.687
464
27%
Subtotaal
6.347
1.914
30%
Totaal Drentse maat
89.409
23.432
26%
127 Beoordelen eMJV’s
Bodem 121 Meldingen Besluit bodemkwaliteit 122 Melding calamiteit bodem 123 Toezicht bodemaspecten Wm-inrichtingen tanksaneringen 124 Toezicht Besluit bodemkwaliteit 125 Toezicht niet ernstige gevallen bodemsanering
Onze ureninzet op het uitvoeren van de bodemtaken behelst 23% van het jaarprogramma (DM en nDM). Hieronder vallen taken als advisering over bodemonderzoeken, plannen, en verstrekken van bodeminformatie, Wbb bevoegd gezag taken, meldingen en toezicht Bbk. We hebben helaas te maken gehad met het onvoorziene vertrek van een aantal bodemmedewerkers. Aangezien bodemmedewerkers verantwoordelijk zijn voor een bepaald gebied betekent dit dat tussen de opdrachtgevers verschillen zijn ontstaan wat betreft ingezette uren. Als er sprake is van meer ureninzet dan gepland in het Jaarprogramma, is dit vaak een gevolg van ruimtelijke/infrastructurele ontwikkelingen en transacties in de huizenmarkt. Hierdoor komen meer verzoeken om bodemadviezen over een bodemonderzoek binnen of bodeminformatieverzoeken. De tabellen voor de Drentse Maat en Niet-Drentse Maat per deelnemer zijn terug te vinden in de bijlage.
3.3
Niet-Drentse Maat
De inzet voor de Niet-DM blijft iets achter bij het Jaarprogramma. Dit is deels toe te schrijven aan opleidingen voor de Omgevingswet, ziekteverzuim en inzet voor het inwerken van nieuwe medewerkers. Daarnaast is er wel vraag, maar moeten adviseurs soms kiezen voor een DM-product (dit aandeel is nu iets hoger dan voorgaande jaren).
3.4
Vergunnen & besluiten
Een groot deel van de vergunningen en meldingen zijn vraaggestuurde producten. Dit aandeel loopt op dit moment iets voor op het Jaarprogramma qua productie DM (38%) en nDM (43%). Ingezoomd per product zijn er nog wel aardige nuanceverschillen. De verwachting voor dit jaar is dat de productieprognose tenminste wordt behaald, en dat er zelfs bij een aantal opdrachtgevers een overschrijding is te verwachten. Vanwege de moeizaam in te vullen vacatures zetten we hier wel een winstwaarschuwing bij. Indien nodig zullen we onze productie op de niet aanvraag gestuurde producten
11
moeten bijstellen. Ook de doorlooptijden van onze producten zullen langer zijn. Om dit te probleem te ondervangen zetten we onder andere in op trainees.
Milieu Effectrapportage (MER-beoordeling) Ten aanzien van MER-beoordelingen hebben enkele wettelijke wijzigingen plaatsgevonden. De aanmeldnotitie ervan mag nu tegelijk met een aanvraag voor een omgevingsvergunning worden ingediend. Beide producten worden dan apart behandeld, maar in één besluit afgerond. Dit zorgt niet voor minder bestedingstijd per product maar wel voor een snellere doorlooptijd.
Wintergarten Er zijn veel aanvragen in behandeling voor pluimveehouderijen. Daarbij wordt vaak het realiseren van een wintergarten aangevraagd. Dit zijn overdekte uitlopen aan een kippen- of kuikensstal om het Beter Leven pluimveekeurmerk te kunnen behouden. Daarbij speelt de onderdrukproblematiek. De stal, waarin het pluimvee wordt gehouden, moet een gegarandeerde constante onderdruk hebben zodat er geen geur, ammoniak en/of fijnstof via de wintergarten de stal verlaat. Dit moet worden onderbouwd door middel van een dimensioneringsplan en dat zorgt voor extra behandeltijd bij vergunningaanvragen.
Stikstof Veel aanvragen voor een omgevingsvergunning wachten nog op een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) inzake de Wet natuurbescherming (Wnb) van de Provincie Drenthe. Hierdoor zijn er wel veel uren gemaakt voor vergunningproducten, maar zijn er minder vergunningproducten afgehandeld.
Afwijkingen We zien duidelijke afwijkingen in het aantal uren wat besteed is aan vooroverleggen en informatieverzoeken. Deze liggen hoger dan gemiddeld. - Opvallend is dat er meer vooroverleggen zijn. Dit is mede te verklaren door het feit dat bedrijven nog een aanvraag willen indienen voordat de nieuwe Omgevingswet van kracht wordt. - Bij de informatieverzoeken valt op te merken dat dit veel complexere verzoeken waren, die vaak gerelateerd waren aan de stikstofproblematiek.
Bevoegd gezag taken Wet bodembescherming Ondanks de onderbezetting zijn in de afgelopen periode geen termijnoverschrijdingen geweest in de bodemsaneringsprocedures. In onderstaande grafieken is te zien hoeveel beschikkingen/bus meldingen en zorgplichtgevallen zijn afgehandeld in de eerste 4 maanden van 2022:
3.5
Melden & Ontheffen
We hebben dit jaar al veel van de meldingen en ontheffingen kunnen afronden en behandelen. Dit is goed te zien in onze ureninzet op het product meldingen milieu. Daarnaast hebben we na twee jaar weer ontheffingen mogen afgeven voor paasvuren. 12
Warmte Koude Opslag (WKO) Voor alle Drentse gemeenten samen zijn er in de eerste 4 maanden van dit jaar 46 meldingen voor de aanleg van in totaal 110 gesloten bodemenergiesystemen afgehandeld. Er worden dit jaar meer meldingen voor de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen verwacht dan in 2021. Ingeschat wordt dat het een toename van ca. 30% betreft. Vermoedelijk is de huidige energiecrisis hiervoor mede de aanleiding. Vanwege de hoge energieprijzen gaan inwoners op zoek naar duurzamere alternatieven van warmtevoorziening. In de gemeenten Tynaarlo en Borger-Odoorn worden ook diverse nieuwbouwprojecten gerealiseerd met voor elke woning een gesloten bodemenergiesysteem.
Ongewone voorvallen Zie onder Klachten en Handhavingsverzoeken.
3.6
Informeren & beoordelen
Het verzoek om informatie komt steeds vaker voor. Het betreft vragen van burgers of van het bevoegd gezag, van simpel tot erg ingewikkeld. Het beoordelen van de informatie kent vaak een formeel karakter. Het kunnen rapportages zijn die deel uitmaken van een verzoek of die worden opgelegd vanuit een voorwaarde. De Wet Open Overheid is hiervoor leidend.
3.7
Klachten en Handhavingsverzoeken
Klachten Het afhandelen van milieuklachten, meldingen ongewoon voorval, en/of calamiteiten met een negatief gevolg op de fysieke leefomgeving, heeft onze hoogste prioriteit. In de afgelopen periode hebben we 1817 uur ingezet op deze producten. De ingezette uren betreft 31% van de totale hoeveelheid ingebrachte uren, namelijk 5.860. De hoeveelheid klachten en daarmee de ureninzet was de voorgaande jaren tijdens de zomermaanden hoger dan in de rest van het jaar. Wanneer dit opnieuw het geval is in 2022, dan is onze prognose dat we meer uren aan dit product zullen besteden dan in het jaarprogramma is opgenomen.
Handhavingsverzoeken In het jaarprogramma 2022 wordt Drenthe-breed uitgegaan van een totaal van circa 12 handhavingsverzoeken. Deze input klopt niet want in 2021 werden 29 handhavingsverzoeken afgerond en in de jaren ervoor lag dat aantal ook steeds rond de 30. Tot en met mei zijn er inmiddels 11 handhavingsverzoeken in behandeling genomen. We verwachten dat in 2022 het totale aantal handhavingsverzoeken Drenthe-breed tussen de 30 en 35 zal liggen.
3.8
Adviseren & Toetsen
Bodem- en geluidadviezen De druk in de uitvoering blijft hoog. Het aantal adviesvragen is fors en hierdoor staan zaken langer in de werkvoorraad voordat ze opgepakt kunnen worden. Hierin speelt een tekort aan capaciteit een belangrijke rol. Bovendien worden er regelmatig spoedadviezen gevraagd waardoor andere zaken blijven liggen.
Luchtadviezen Er ligt veel advieswerk op dit lastige onderdeel. Ook de bijdrage voor de vergunningen en de klachten zijn complex en ingewikkeld. We werken op dit moment een extra luchtadviseur in die binnenkort volledig
13
inzetbaar is. Natuurlijk lopen de bestaande monitoringszaken, houden we toezicht bij bedrijven en zetten we in op tijdige afhandeling.
Omgevingsveiligheid (externe veiligheid) Voor het onderdeel omgevingsveiligheid is de druk op de uitvoering groot. Naast het inwerken en begeleiden van een trainee is veel tijd nodig voor de voorbereiding op de Omgevingswet (o.a. opleidingen)
Juridische ondersteuning De werkvoorraad voor bestuursrechtelijke handhaving neemt toe door een capaciteitsprobleem. Vanwege de afname van WOB-verzoeken, waarvoor in het Jaarprogramma van 2022 per bevoegd gezag 80 uur extra was opgenomen, hebben we capaciteit van Wob verzoeken kunnen overhevelen naar handhavingsprocedures.
Integrale adviezen en MER-beoordelingen Er wordt een flinke inzet gevraagd op het de milieuspecialistische taken. Hier vallen voornamelijk de integrale adviezen en de MER-beoordelingen onder. In de eerste 4 maanden van 2022 valt dan ook op te merken dat onze ureninzet op deze producten hoog is geweest.
3.9
Bezwaren & Beroep
De uren voor bezwaar (253 uur) en beroep (200 uur), welke eigenlijk gekoppeld zijn aan Drentse Maat producten, zijn niet toe te wijzen aan de juiste producttypes. Ze worden hier daarom apart genoemd. Zaken met betrekking tot (hoger) beroep en Last Onder Dwangsom (zie ook onder toezicht en handhaven) blijven vaak lang open staan in verband met langlopende procedures.
Juridische ondersteuning Onze juridische werkzaamheden spreiden zich uit over tal van producten. Een aantal is in onderstaande tabellen samengevat. In de brieven per bevoegd gezag wordt inhoudelijk ingegaan op de zaken die daar spelen. Het aantal Wob verzoeken blijft achter bij vorig jaar. De werkvoorraad en het aantal afgeronde zaken is per 1 mei 2022 als volgt: Juridische ondersteuning per product
Aantal zaken in behandeling
Aantal zaken afgerond
(Hoger) beroep
14
1
Advisering juridisch
15
3
Bezwaar
16
9
Gedoogbeschikking
2
0
Handhavingsverzoek
11
12
Last onder bestuursdwang
3
0
Last onder dwangsom
137
37
Voorlopige voorziening
0
1
WOB-verzoek
1
6
Eindtotaal
199
69
14
3.10 Toezicht & Handhaving Risicogericht toezicht Het toezicht op het naleven van milieuwet- en regelgeving wordt voornamelijk gedaan op basis van risicogericht toezicht (RGT). Hiervoor is 36.451 uur in het Jaarprogramma opgenomen. In de eerste vier maanden van 2022 hebben we 21,5% van het totaal, namelijk 8.490 uur, ingezet. Dit is circa 10% minder dan verwacht. Deze achterstand wordt met name veroorzaakt door een capaciteitsprobleem wat ook met extern toezichthouders op korte termijn niet is op te lossen. Het is daarom de vraag of we de ingebrachte uren voor dit product daadwerkelijk kunnen inzetten.
Beoordelen e-MJV’s In Drenthe bestaat voor 30 bedrijven de verplichting om een elektronisch Milieujaarverslag (e-MJV’s) voor 1 april bij het bevoegd gezag in te dienen. Voldoet een bedrijf niet aan deze verplichting dan wordt er een vooraankondiging Last onder Dwangsom opgelegd. Hier kwamen 5 bedrijven voor in aanmerking. In het Jaarprogramma is voor de beoordeling van e-MJV’s 528 uur ingebracht. Er is in het eerste tijdvak 183 uur (35%) besteedt. Dit komt overeen met de prognose omdat de ingediende e-MJV’s voor 1 juli 2022 beoordeeld en geaccordeerd moeten zijn. De nog niet bestede uren worden in het volgende tijdvak ingezet.
Ketentoezicht Eind 2021 zijn we gestart met ketentoezicht. Hiervoor zijn twee medewerkers vrijgemaakt die ondersteund worden door reguliere toezichthouders. In 2022 zal het ketentoezicht zich met name richten op grondstromen van en naar grondverzetbedrijven en afvalstromen naar covergistingsinstallaties. Ketentoezicht voeren we gezamenlijk uit met de Fumo en de ODG. De ingezette uren zijn met name gebruikt voor het verder vormgeven van ketentoezicht, het schrijven van plannen van aanpak en het uitvoeren van risicoanalyses. Hiervoor zijn 567 uren ingezet (22%). In het tweede en derde kwartaal gaan we het ketentoezicht fysiek uitvoeren. Hierdoor zal de ureninzet oplopen volgens prognose.
Asbesttoezicht Er zijn minder uren ingezet op asbesttoezicht (18%). De reden van het achterblijven van onze ureninzet op dit product is hetzelfde als genoemd onder het onderdeel RGT. Voor asbesttoezicht verwachten we echter wel gekwalificeerde toezichthouders in dienst te kunnen nemen of in te huren. Hierdoor zullen we de opgelopen achterstand wegwerken en is onze prognose dat we in 2022 de ingebracht uren voor dit product daadwerkelijk in kunnen zetten.
Energietoezicht In het Jaarprogramma is 5.400 uur ingebracht voor energietoezicht. Het eerste tijdvak is slechts 664 uur besteed (12%). Ook hier is capaciteit een probleem. Binnenkort treedt een toezichthouder energie in dienst. De uren van het programma zullen naar verwachting niet gehaald worden maar we zorgen dat we de juiste prioritering stellen voor de rest van het jaar. In september bespreken we in de gespreksnotitie met de deelnemers de toekomstige opgave voor energietoezicht voor 2024.
Versterkte Uitvoering Energie In 2022 zijn door het Rijk vanuit de Versterkte Uitvoering Energie (VUE) 1200 uren beschikbaar gesteld voor het uitvoeren van energietoezicht. Hiermee kan tijdens een toezichtbezoek op een bedrijf ook een energiecontrole worden uitgevoerd. De selectie van de bedrijven is informatiegericht uitgevoerd; de bedrijven waar de kans op de overtreding het grootst is worden als eerste bezocht.
15
In deze periode zijn 23 bedrijven, met een tijdsinzet van 276 uur (23%), gecontroleerd met gebruikmaking van de VUE. Dit is overeenkomstig onze planning. Doordat ons team binnenkort wordt versterkt met een toezichthouder Energie zullen de VUE-uren versneld worden ingezet. We verwachten dit jaar alle uren te benutten.
Complexe VTH-Taken Complexe VTH-taken zijn extra opdrachten in het jaarprogramma die voornamelijk ontstaan uit RGTzaken opgestart in 2021. Deze zaken zijn complex geworden doordat toezicht, dan wel handhaving, niet vanzelfsprekend is verlopen. Meestal door het niet op willen heffen van geconstateerde overtredingen. We hebben 1.329 uur (53%) aan deze zaken besteed waarbij sommige zaken inmiddels zijn afgerond. In de deelnemersbijlage worden ze per deelnemer verantwoord en geprognotiseerd.
Besluit Bodemkwaliteit/overig toezicht bodem We zien in het eerste kwartaal een iets groter aantal meldingen Besluit bodemkwaliteit (Bbk) dan we hadden verwacht. De aantallen per bevoegd gezag verschillen. Gedeeltelijk heeft het groter aantal meldingen te maken met grote projecten die er binnen die gemeenten spelen. Ook hebben we te maken met de bijstelling van de aantallen op basis van gegevens van andere jaren. Wat betreft het toezicht Bbk lopen we in de uren iets achter. Dit komt omdat het meeste toezicht volgt na een melding. Gebiedsgericht toezicht gebeurt volgens planning, waardoor meldgedrag toeneemt.
Toezicht bodemkwaliteit Het totaal aantal meldingen Besluit bodemkwaliteit in deze periode is hoger dan geraamd in het Jaarprogramma. We merken dat het meldgedrag beter is dan voorgaande jaren. Iets meer dan de helft van alle gecontroleerde meldingen resulteert in daadwerkelijk toezicht.
Toezicht warmte en koudeopslag (WKO) We hebben nagenoeg alle diepe boringen voor WKO-systemen gecontroleerd. Hoewel diepe boringen als hoogrisico worden gezien, gaan we er over nadenken of we het toezicht kunnen afschalen.
Bestuursrechtelijke handhaving De bestuursrechtelijke handhavingsproducten van de afgelopen periode zijn onderscheidend naar branche als volgt weer te geven: Branche Agrarisch Gebouwen & MKB Afval & Industrie Totaal
Vooraankondiging last onder dwangsom 14 12
Besluit last onder dwangsom 5 1
Bestuursdwang 0 0
(Voornemen) invorderingsbesluit 1 0
16 42
2 8
1 1
0 1
In het jaarprogramma 2022 is aangegeven dat handhaving aansluit op de inzet van risico gestuurd toezicht (RGT). Onze inzet wordt gerealiseerd daar waar dit het meest nodig is. In 2021 is door ziekte en openstaande vacatures een werkvoorraad ontstaan dat na inschakeling van inhuurkrachten eind van dat jaar en begin 2022 is weggewerkt. In vergelijking met 2021 wijken de aantallen niet grootschalig af, maar is een zekere stijging waar te nemen. De inzet van meer toezicht op plaatsen met verhoogd risico, leidt tot een toename van handhavingszaken. Dit zal ook doorzetten op het moment dat de formatie van team Toezicht & Handhaving op volle kracht is. We hebben voor veel opdrachtgevers in de eerste 4 maanden van dit jaar al meer handhavingszaken zoals Last onder Dwangsom in behandeling dan in heel 2021 werden afgerond. In totaal werden er toen
16
98 handhavingszaken afgerond. Nu zijn dat er al 38 en zijn er nog 141 handhavingszaken in behandeling, waarvan 44 nieuw gestart. De doorstroming van handhavingszaken is groot, wat goed is voor een schoon en veilig Drenthe, maar het leidt wel tot verhoogde inzet van handhavingsjuristen.
Strafrechtelijke handhaving Vanaf februari is er een fulltime BOA in dienst gekomen. Per 1 juni zal de capaciteit vergroot worden met een tweede BOA. Hiermee hopen we op termijn aan de vraag te kunnen voldoen. Naar verwachting zal het aantal strafrechtzaken in de rest van het jaar gestaag toenemen. We gaan eerst nog uit van een totale inzetbaarheid van ongeveer 1,5 fte. Dit betekent dat we voor dit jaar niet aan de planning kunnen voldoen. Oorzaak daarvoor is ziekte en het vertrek van een BOA. Het zoeken van vervanging heeft daarbij enige tijd gekost. De afgelopen periode zijn 3 processen verbaal opgemaakt voor overtredingen en 6 onderzoeken gestart om proces verbaal op te kunnen maken. De overtredingen betroffen bijvoorbeeld het niet in werking zijn conform verleende vergunning, uitvoeren van bodembedreigende activiteiten zonder toereikende bodembeschermende voorzieningen, opslag en afvoer van gevaarlijke stoffen in strijd met het Activiteitenbesluit, of illegale asbestsaneringen.
3.11 Projecten & Meerwerk Saneringsprojecten Wbb De uitvoering van de bodemuitvoeringsplannen (saneringsprojecten) loopt grotendeels als gepland. Daar waar er afwijkingen zijn vanwege onderbezetting worden afspraken gemaakt met het bevoegd gezag Wbb.
Gebiedsbeheer Gebiedsgericht grondwaterbeheer (GGB) Het gebiedsbeheer van het verontreinigde grondwater in Emmen, Hoogeveen en Assen loopt volgens planning. In Coevorden zijn we gestart met het overleg om te komen tot een bestuurlijke overeenkomst tussen gemeente en provincie over de instelling en financiering van GGB in Coevorden. Het vooruitzicht is dat beide partijen in de tweede helft van 2022 tot overeenstemming kunnen komen en het GGB vervolgens voor het einde van het jaar vastgesteld kan zijn.
Mandaatbesluiten en regelingen Omgevingswet Er is aan ons een opdracht verleend door het Omgevingsplatform Drenthe voor het opstellen van een concept mandaatbesluit voor de Omgevingswet. Daarnaast is ingestemd met het instellen van een werkgroep bestaande uit een vertegenwoordiging van alle deelnemers. Inmiddels zijn er concepten voor de nieuwe mandaten voor de Omgevingswet opgesteld en voorgelegd aan onze medewerkers voor input en collegiale toetsing. Het is de bedoeling om de concepten snel door het Algemeen Bestuur vast te laten stellen, waarna deze nog ingebracht zullen worden bij het Dagelijks Bestuur, eigenaren- en accounthoudersoverleg en MT. Ook de regelingen (Dienst verleningsovereenkomsten, Gemeenschappelijke regeling en andere regelingen) moeten worden aangepast met de inwerkingtreding van de Omgevingswet en de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regeling. Hierover moeten nog nadere afspraken met de opdrachtgevers worden gemaakt. Daarnaast is een werkgroep van de opdrachtgevers bezig met het aanpassen van de VTH-verordening. De komst van de Omgevingswet maakt dit nodig. Uit de verordening volgt onder andere aan welke kwaliteitseisen onze medewerkers moeten voldoen. Wij leveren juridische ondersteuning voor deze werkgroep.
Elektronisch milieujaarverslag (E-MJV) / Pollutant Release and Transfer Register (PRTR) Het Integraal PRTR-verslag is een jaarlijkse milieurapportage door industriële bedrijven. Hierin rapporteren ze hun afval, energie- en watergebruik en emissies naar lucht, water en bodem. Het rapport
17
wordt aangevuld met noodzakelijke bevragingen om milieubeleid te ontwikkelen en te monitoren, en te kunnen voldoen aan internationale rapportageverplichtingen. Jaarlijks moeten deze elektronische milieujaarverslagen uiterlijk 1 april over het voorgaande jaar ingediend te worden. Ten aanzien van het niet (tijdig) indienen van deze milieujaarverslagen zijn landelijk afspraken gemaakt ten aanzien van handhaving die strenger zijn dan voorheen door ons werden gehanteerd. Dat betekent ook dat juridisch handhaving ten aanzien van deze milieujaarverslagen vaker zal worden ingezet. Omdat het een jaarlijks terugkerend project is zullen we nadere werkafspraken moeten maken op basis van de landelijke handhavingsstrategie.
Archief werkzaamheden Onder deze werkzaamheden verstaan we het door ons ondersteunen bij het koppelen van milieudossiers aan (lopende) zaken. In het Jaarprogramma is hiervoor 1043 uur voor opgenomen. Van deze uren is 209 uur in de eerste vier maanden besteedt, dit komt overeen met 20% van het totaal.
18
4
Financiën
4.1
Staat van baten en lasten tot en met 30 april
De Staat van baten en lasten tot en met april geeft de realisatie afgezet tegen de voor zienswijze ingediende begrotingswijziging 2022. Uit de staat van onze baten en lasten, zoals op de volgende pagina weergegeven, blijkt ons positieve resultaat van € 194K. Dit positieve resultaat tot en met april komt met name door: • hogere realisatie overige baten dan geraamd (€ 11K) • lagere realisatie dan geraamde personeelskosten (€ 30K); • lagere realisatie dan geraamde kosten met betrekking tot de bedrijfsvoering (€ 91K); • lager dan geraamd positief saldo legesopbrengsten en legeskosten (-€ 13K) • lager dan geraamde incidentele lasten (€ 33K); • het niet gebruikte gedeelte van de begrote post Onvoorzien (€ 42K);
19
Tabel: Stand van zaken van onze baten en lasten tot en met 30 april 2022
20
4.2
Onze baten
We kennen baten uit deelnemersbijdragen, leges, projecten en overige baten. De totale baten tot en met april waren lager dan de begroting 2022 (afgerond - € 182K).
De baten uit deelnemersbijdragen In december 2021 is het Jaarprogramma voor het jaar 2022 vastgesteld. De begrotingswijziging 2022 is hierop aangepast. De realisatie geeft geen aanleiding tot aanpassing van de deelnemersbijdragen.
De baten uit leges De baten uit leges lopen ten opzichte van de begroting 2022 ruim achter. In de begroting was aan baten tot en met april € 67K gepland. In werkelijkheid zijn er voor de leges € 12K aan baten binnengekomen. Het achterblijven van de inkomsten wordt veroorzaakt door een gering aantal bouwprojecten waarover leges in rekening zijn gebracht. Tegenover deze baten staat een kostenpost van 70% voor de legeskosten van de betreffende gemeenten.
De baten uit projecten (voorziene- en onvoorziene extra opdrachten) In het Jaarprogramma zijn in een aparte bijlage de voorziene extra projecten (complexe VTH-taken en overige opdrachten) opgenomen voor 10.800 uur. De baten uit deze projecten lopen achter ten opzichte van de begroting. Tot en met april was er aan projectbaten € 420K geraamd. In werkelijkheid is er voor € 274K aan projectbaten gerealiseerd. Deze projectbaten worden gebruikt ter dekking van de voor deze projecten benodigde extra inhuur van personeel.
Overige baten De overige baten bestaan uit de doorberekende licentie- en beheerkosten van het Zaaksysteem voor de gemeenten Borger-Odoorn en Coevorden. Deze baten zijn € 11K hoger dan geraamd.
4.3
Onze lasten
We kennen kosten (lasten) van personeel, bedrijfsvoering, leges, projecten en onvoorzien/incidenteel. De totale lasten tot en met april waren lager dan de begroting 2022 (afgerond € 376K).
Personeelskosten De personeelskosten bestaan uit de loonkosten van de medewerkers, inhuur, opleidingskosten van het personeel in loondienst, reiskosten en algemene kosten. De totale personeelskosten tot en met april zijn afgerond € 4.463K. Ten opzichte van de begroting 2022 is dit 0,67% lager omdat de formatie nog niet op het niveau van het Jaarprogramma is en er een aantal moeilijk in te vullen vacatures zijn. Hiervoor wordt op dit moment personeel ingehuurd. Daarnaast zijn er lagere uitgaven voor reiskosten (€ 27K), opleidingen (€ 48K) en algemene kosten (€ 30K). De post Doorbelasting aan projecten betreft de gemaakte uren voor de extra projecten. Binnen de personeelskosten is dit een opbrengst en aan de lastenkant worden deze onder de Projectkosten verantwoord.
Bedrijfsvoeringskosten De bedrijfsvoeringskosten liggen € 91K lager dan de begroting 2022 (werkelijk gemaakte kosten € 869K t.o.v. € 959K geraamd). Dit wordt met name veroorzaakt door lagere uitgaven voor Overige licentie- en ICT-kosten (€ 34K) en Overige bedrijfsvoeringkosten (€ 42K).
21
Legeskosten De werkelijke legeskosten bedragen tot en met april 2022 € 8K terwijl er in de begroting aan kosten afgerond € 50K voor dit deel van het jaar is begroot. De legeskosten bedragen 70% van de in rekening gebrachte leges.
Overige projecten De kosten van overige projecten zijn € 274K. (begroot € 420K). Deze aanvullende projecten worden in opdracht van de bevoegde gezagen uitgevoerd. Alle kosten worden door de bevoegde gezagen gedekt (zie baten).
Onvoorzien Voor 2021 was een post Onvoorzien begroot van € 125K. Tot en met april is er voor een bedrag van € 13K aan frictiekosten gemaakt vanwege betalingsverplichtingen aan ex-medewerkers waarvoor geen bedrag in de voorziening was opgenomen. Deze kosten worden gedekt uit het voordeel op de post onvoorzien van € 42K.
Incidentele lasten Naast de post Onvoorzien is in de begroting 2022 een post van € 100K opgenomen voor het aanpassen van de processen in het kader van de Omgevingswet. Tot en met april zijn hier nog geen kosten voor gemaakt, wat ten opzichte van de begroting een voordeel oplevert van € 33K.