A. RUD Ontwerpbegroting-2025
Tekst van het document
5.6 PERSONELE ONTWIKKELINGEN We starten 2024 met 179 fte vaste medewerkers en 31 fte inhuur, wat neerkomt op totaal 210 fte bezetting. Een toelichting op de verdeling van ons personeel over de verschillende clusters in relatie tot de totale opgave in 2025, volgt in het Jaarprogramma 2025. In het kader van de versterking van het VTH-stelsel zijn de kwaliteitscriteria voor ‘kritieke massa’ (deskundigheid en ervaring) daarbij een belangrijk instrument. De komende jaren laten nog geen grote uitstroom zien als gevolg van pensionering. De gemiddelde leeftijd bedraagt 49 jaar. Wij verwachten dat we eind 2025 de gewenste formatieve groei volledig gerealiseerd hebben. Vanuit die stabiliteit en rust kan de focus meer gericht worden op beperken van uitstroom en uitval.
RENTE RISICONORM
Ter beperking van het renterisico op vaste schuld is er een rente risiconorm vastgesteld. De rente risiconorm schrijft voor welk deel van de lange termijn leningen (> 1 jaar) maximaal vernieuwd mag worden in een begrotingsjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen zoals de RUD Drenthe is dit vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal. Het renterisico op de vaste schuld in een jaar wordt als volgt berekend: de som van het bedrag 25
6 FINANCIËLE BEGROTING
In 2018 is als onderdeel van de verbetering van onze financiële grip de opzet van de begroting verbeterd, in afstemming met de deelnemers. Ook de begroting 2025 is volgens deze verbeterde opzet opgesteld. 6.1
OPZET BEGROTING
We werken langs de volgende uitgangspunten: • De begroting is in overeenstemming met het BBV opgesteld, waarbij alle benodigde paragrafen en voorgeschreven onderdelen zijn opgenomen; • In de exploitatiebegroting is een nadere specificatie van de budgetten opgenomen. Zo is er bijvoorbeeld onderscheid gemaakt naar personeels- en inhuurbudgetten voor het primair proces en de overhead; • De meerjarenbegroting maakt onderdeel uit van de financiële begroting.
26
Met ingang van 2025 is er geen apart programma “milieu, leges en projecten” meer. De projecten maken integraal onderdeel uit van het jaarprogramma waardoor deze niet langer apart aan de deelnemers in rekening worden gebracht. De hiermee samenhangende lasten en baten zijn opgenomen in het programma “milieu”. Dat programma valt volgens de IV3–informatievoorschriften voor gemeenten en gemeenschappelijke regelingen onder taakveld 7.4 Milieubeheer. De leges worden apart weergegeven omdat deze niet onder dat taakveld vallen. Dit gaat hoofdzakelijk om bouwleges.
6 FINANCIËLE BEGROTING
• Het gewogen indexcijfer (4,65%) door toepassing van de index loonvoet sector overheden de prijsindex netto materiële overheidsconsumptie; • Een productiviteitsnorm van 1.331 uur per FTE, waarbij rekening gehouden is met een ziekteverzuimpercentage van 6,5 %; • De in 2020 vastgestelde verrekensystematiek voor de deelnemersbijdragen.
6.2 MEERJARENRAMING OVERZICHT BATEN EN LASTEN De meerjarenraming 2026 - 2028 is op basis van de geldende normen geïndexeerd. De financiële en beleidsmatige uitgangspunten die leiden tot de begroting 2025 bestaan uit: De uitgangspunten van de begroting 2024, inclusief de begrotingswijziging 2024;
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Programma Milieu
18.944
25.587
26.901
28.306
29.495
30.565
Leges
2.484
200
200
208
217
225
Overhead
151
101
129
134
140
145
Algemene dekkingsmiddelen
155
145
145
145
145
145
Heffing VPB
0
0
0
0
0
0
Bedrag onvoorzien (rente)
0
0
0
0
0
0
Baten totaal
21.734
26.033
27.375
28.794
29.997
31.080
Programma Milieu
12.398
17.068
17.935
18.739
19.534
20.249
Leges
2.426
150
140
140
140
140
Overhead
6.562
8.690
9.176
9.640
10.049
10.416
Algemene dekkingsmiddelen
0
0
0
0
0
0
Heffing VPB
0
0
0
0
0
0
Bedrag onvoorzien
0
125
125
125
125
125
21.386
26.033
27.375
28.644
29.847
30.930
348
0
0
150
150
150
Toevoeging aan bestemmings reserve Zaaksysteem
0
0
0
150
150
150
Onttrekking reserves
0
0
0
0
0
0
348
0
0
0
0
0
Lasten totaal
Saldo van baten en lasten vóór mutaties reserves
Saldo van baten en lasten na mutaties reserves Tabel 8: Overzicht van de meerjarenraming
De begroting kan worden gewijzigd in geval van hernieuwde inzichten, te weten werkelijke indexcijfers, toe- en/of afname van de productie op basis van het nog op te stellen jaarprogramma 2025, wanneer er een concrete begroting is voor de projecten 2025, in geval van concretisering van het investeringsbudget of als er zich onvoorziene zaken voordoen. In ieder geval dient
sprake te zijn van een gelijkblijvend takenpakket of een gelijkblijvend uitvoeringsniveau. Wijziging in omvang, intensiteit of kwaliteit van de werkzaamheden leidt tot begrotingseffect of herprioritering van taken. Een aantal risico’s die mogelijk substantiële begrotingseffecten meebrengen zijn in deze rapportage reeds benoemd.
27
6 FINANCIËLE BEGROTING
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Totale baten
21.735
26.033
27.375
28.794
29.997
31.080
Deelnemersbijdragen
19.143
25.118
26.642
28.046
29.495
30.565
Reguliere deelnemersbijdrage
18.743
25.118
26.642
28.046
29.495
30.565
Bijdrage incidentele aanvullende kosten
400
0
0
0
0
0
Legesopbrengsten Projectbaten Projectbaten SPUK
200
200
200
208
217
225
1.178
0
0
0
0
0
908
444
260
260
0
0
Financiële baten
155
145
145
145
145
145
Inkomsten overige baten
151
126
129
134
140
145
Totale lasten
21.386
26.033
27.375
28.644
29.847
30.930
Personeelslasten
15.947
21.138
22.932
23.917
25.202
26.125
Loonsom primair proces
10.686
12.512
13.290
13.895
14.484
15.014
Loonsom overhead
3.337
4.615
4.700
4.914
5.122
5.309
Doorbelasting loonkosten
-2.203
-444
-260
-260
0
0
looncompensatie enz.
-79
-40
-42
-44
-45
-47
Inhuur primair proces
2.462
2.483
2.601
2.709
2.824
2.927
750
747
970
1.010
1.053
1.091
Frictiekosten,
Inhuur overhead Reiskosten
306
313
728
758
790
819
Opleidingen
321
415
435
453
472
489
Overige personele kosten
367
536
511
482
503
521
Bedrijfsvoeringskosten
3.013
3.686
3.801
4.002
4.172
4.324
Packagedeal gem. Emmen en prov. Drenthe
1.794
2.029
2.136
2.225
2.319
2.404
Huur zaaksysteem / licentie LOS
247
287
287
299
312
323
Overige licentie- en ICT-kosten
523
728
701
773
806
835
Overige bedrijfsvoeringskosten
449
642
677
705
735
762
Doorbetaalde leges
140
150
140
140
140
140
Projectkosten Projectkosten SPUK Onvoorzien
1.178
0
0
0
0
0
908
444
260
260
0
0
0
125
125
125
125
125
Incidentele lasten
201
490
118
200
208
216
Saldo van baten en lasten vóór mutatie reserves
349
0
0
150
150
150
Toevoeging aan bestemmingreserve Zaaksysteem
0
0
0
150
150
150
Onttrekking reserves Saldo van baten en lasten na mutatie reserves
0
0
0
0
0
0
349
0
0
0
0
0
Tabel 9: De exploitatiebegroting
INDEXATIE
De posten in de exploitatiebegroting voor het jaar 2025 en de meerjarenraming (2026-2028) zijn geïndexeerd op basis van een inschatting van de directie voor de jaren 2025-2028. Dit is schematisch weergegeven in bijlage A. 28
6 FINANCIËLE BEGROTING
Hieronder worden de belangrijkste posten waarin afwijkingen in de begroting 2025 plaatsvinden ten opzichte van de begroting 2024 toegelicht.
INDIRECT PRODUCTIEVE PROJECTEN
6.3.1 BATEN DEELNEMERSBIJDRAGE
De deelnemersbijdrage stijgt ten opzichte van de begrotingswijziging 2024 met € 1,5 mln. Een specificatie per deelnemer is weergegeven in de bijlagen. De stijging wordt veroorzaakt door de volgende posten: OMSCHRIJVING
BEDRAG
Indexering 4,65% en CAO ontwikkelingen
1.556K
Ontwikkel/innovatiebudget
50K
Overige incidentele kosten*
-444K
Aanpassing uren jaarprogramma
147K
Minder SPUK energietoezicht
184K
Overige wijzigingen
31K
Totaal
1.523K
Tabel 10: Mutatie deelnemersbijdrage * dit betreft de mutatie ten opzichte van de begrotingswijziging 2024.
SPUK BATEN
De Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK) is bedoeld om voor meerdere jaren extra capaciteit voor toezicht en handhaving te realiseren, zodat de organisatie op dit vlak een professionaliseringsslag kan maken. De uitkering loopt tot en met 2026. In de jaren 2025 en 2026 wordt een jaarlijkse uitkering van € 260K verwacht. In 2024 was dit nog € 444K. Na afloop van de uitkering moeten de kosten door de deelnemers zelf worden gedragen. AANPASSING UREN JAARPROGRAMMA
In de begrotingswijziging 2024, gebaseerd op het jaarprogramma 2024, zijn we uitgegaan van 191.936 direct productieve uren. In dat jaar is afgeschaald op een aantal onderdelen omdat er veel extra inzet nodig is om te leren werken met de omgevingswet. Onze inschatting is dat de structurele impact omgevingswet (9%) en het groeimodel RGT (3.273) in 2025 wel volledig kan worden gerealiseerd, waardoor wij verwachten uit te komen op 200.735 direct productieve uren. Dit is een toename van bijna 8.800 uur. Voor de urenverdeling per deelnemer wordt verwezen naar bijlage B.
Vanaf de begrotingswijziging 2024 zijn de indirect productieve uren apart geprogrammeerd. Dit zijn uren die we besteden aan werkzaamheden en projecten die bijdragen aan het efficiënter en effectiever maken van het primaire proces in de organisatie. Deze manier van ramen is zuiverder (voorheen in de productienorm opgenomen) en biedt meer zicht op de onderdelen die het betreft en de daarbij behorende tijdsbesteding. De indirect productieve uren worden geraamd op 18.000 uur. Het totale aantal productieve uren komt hiermee op 218.735 (200.735 + 18.000). 6.3.2 LASTEN PERSONEELSLASTEN
De personeelslasten nemen toe met € 1.794K (zie de exploitatiebegroting onder 6.3). Dit komt voornamelijk door inflatie en overige te verwachten CAO ontwikkelingen. Enkele andere aspecten spelen een rol; deze worden hierna toegelicht. De vraag vanuit de deelnemers neemt naar verwachting toe met 8.800 uur. Echter doordat er minder indirecte uren nodig zullen zijn in 2025 (18.000 i.p.v. 24.160) en omdat de ondersteunende teams al in 2024 zijn uitgebreid, kan de formatieve groei beperkt blijven tot ongeveer 2 fte (€ 147K). Er is rekening gehouden met een eenmalig budget van € 25K voor inhuur in verband met HR digitalisering. Ook zijn er meerkosten opgenomen in verband met het houden van een ronde functiewaardering (€ 160K in 2025 inclusief incidentele advieskosten, vanaf 2026 € 180K structureel). Doordat zowel de omgevingswet en de organisatiefilosofie van ‘Zo werken wij’ andere vaardigheden vraagt van en bevoegdheden geeft aan de functies is het actualiseren van het loongebouw relevant. Niet alleen om de medewerkers een reële beloning te bieden voor het werk wat zij doen, maar ook om een aantrekkelijk werkgever te blijven. BIJDRAGE INCIDENTELE AANVULLENDE KOSTEN
In de begrotingswijziging 2024 is rekening gehouden met een bedrag van € 490K aan incidentele lasten. In de begroting 2025 is hiervoor € 118K geraamd. Dit bedrag is bestemd voor de verwachte kosten in verband met herhuisvesting (€ 100K) en voor een risico-inventarisatie en -evaluatie (€ 18K).
29
6 FINANCIËLE BEGROTING
BEDRIJFSVOERING KOSTEN
De bedrijfsvoering kosten stijgen ten opzichte van de begrotingswijziging 2024 met € 115K. Dit betreft hoofdzakelijk inflatie. ONVOORZIEN
De post ‘onvoorzien’ wordt ten opzichte van voorgaande begrotingen niet verhoogd en blijft met € 125K gelijk aan de begrotingswijziging 2024. De afspraken hierover zijn opgenomen in de financiële verordening.
6.3.3 NIEUWE UITZETTINGEN VANAF 2025 Zoals vermeld wordt een groot deel van de extra uitzettingen in de begroting 2025 veroorzaakt door inflatie en door de groei van de organisatie. Dat laatste wordt vooral zichtbaar door hogere personele kosten. Hiernaast zijn er enkele andere uitzettingen die nieuw zijn ten opzichte van de begrotingswijziging 2024. Deze aspecten zijn hierboven bij de verschillende onderdelen besproken. We vatten dit samen in één overzicht:
INCIDENTELE EXTRA UITZETTINGEN
BEDRAG
Kosten herhuisvesting (2024 en 2025)
100K
HR digitalisering
25K
FUWA traject (inhuur)
50K
Risico-inventarisatie en -evaluatie
18K 193K
(effect op het uurtarief: € 0,88)
STRUCTURELE EXTRA UITZETTINGEN vcFUWA traject en CAO ontwikkelingen
510K
Organisatieontwikkeling en innovatie
50K 560K
30
(effect op het uurtarief: € 2,56)
6 FINANCIËLE BEGROTING
6.4 UITEENZETTING VAN DE FINANCIËLE POSITIE EN MEERJARENRAMING
6.4.1. GEPROGNOSTICEERDE BEGIN- EN EINDBALANS Onderstaand wordt de (geprognosticeerde) begin- en eindbalans weergegeven voor het begrotingsjaar. Tevens wordt de meerjarenraming uiteengezet. Het verschil in toevoeging aan de bestemmingsreserve en het resultaat voor toevoeging aan de bestemmingsreserve wordt aan de algemene reserve toegevoegd.
Na besluitvorming door DB wordt deze paragraaf toegevoegd. Artikel 20 van het BBV schrijft voor dat in de begroting een uiteenzetting van de financiële positie, voorzien van toelichting, dient te worden opgenomen. Tevens dient dit ook in meerjarig perspectief te gebeuren. In onderhavige paragraaf volgt deze uiteenzetting.
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa
-
-
-
-
-
-
Materiële vaste activa
10
41
26
10
42
25
Financiële vaste activa
-
-
-
-
-
-
10
41
26
10
42
25
korter dan één jaar
5.586
5.400
5.500
5.600
5.700
5.800
Liquide middelen
15
250
250
250
250
250
VLOTTENDE ACTIVA Uitzetting met een rentetypische looptijd
Overlopende activa
141
89
52
54
56
58
5.742
5.739
5.802
5.904
6.006
6.108
5.752
5.780
5.828
5.914
6.048
6.133
- Algemene reserve
289
638
638
638
638
638
- Bestemmingsreserve
23
23
23
23
23
23
-
-
-
150
300
450
TOTAAL ACTIVA Vaste passiva
- Bestemmingsreserve Zaaksysteem - Resultaat voor bestemming
349
-
-
-
-
-
Eigen vermogen
661
661
661
811
961
1.111
Voorziening voor verlofsparen
35
35
35
35
35
35
696
696
696
846
996
1.146
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
2.244
2.400
2.500
2.500
2.500
2.500
Overlopende passiva
2.812
2.684
2.632
2.568
2.552
2.487
5.056
5.084
5.132
5.068
5.052
4.987
5.752
5.780
5.828
5.914
6.048
6.133
VLOTTENDE PASSIVA
TOTAAL PASSIVA Tabel 11: Balans
31
6 FINANCIËLE BEGROTING
6.4.2. EMU-SALDO In onderstaand overzicht is het EMU-saldo opgenomen voor het begrotingsjaar, voorgaande jaren en is eveneens de meerjarenraming uiteengezet.
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
349
0
0
150
150
150
15
14
15
16
16
17
3. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorziening ten bate van de exploitatie
30
0
0
0
0
0
4. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden \ geactiveerd
0
0
0
0
0
0
5. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overige, die niet op de exploitatie zijn verantwoorden niet al in mindering zijn gebracht bij post 4
0
0
0
0
0
0
6. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im) materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
0
7. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan)
0
0
0
0
0
0
8. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voor zover transacties niet op exploitatie verantwoord
0
0
0
0
0
0
9. lasten op balanspost Voorzieningen voor zover deze transacties met derden betreffen
0
0
0
0
0
0
10. Lasten i.v.m. transacties met derden, die niet via de onder post 1 genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten
0
0
0
0
0
0
11. Boekwinst bij verkoop effecten
0
0
0
0
0
0
394
14
15
166
166
167
1. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q.ontttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) 2. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie
Berekend EMU-Saldo Tabel 12: Overzicht van het EMU-saldo
32
6 FINANCIËLE BEGROTING
6.4.3. J AARLIJKS TERUGKERENDE ARBEIDSKOSTEN GERELATEERDE VERPLICHTINGEN VAN VERGELIJKBAAR VOLUME De begroting dient de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbare volume weer te geven. In ons geval geldt dat alle arbeidskosten gerelateerde verplichtingen met een vergelijkbaar volume in de begroting zijn opgenomen. Dit geldt bijvoorbeeld voor het IKB, aanvullende uitkeringen, tijdelijke loondoorbetalingen en verzekeringspremies. Maar ook voor de wettelijke verlofsaldi van medewerkers, omdat deze binnen twee jaar moeten worden opgemaakt. Enkel voor spaarverlof en overmatige verlofsaldi (“verlofstuwmeren”) wordt een voorziening getroffen. 6.4.4. INVESTERINGEN INVESTERINGEN MET EEN ECONOMISCH NUT
Ten behoeve van de thuiswerkfaciliteiten van onze medewerkers zijn extra bureaustoelen aangeschaft. Deze bureaustoelen zijn eigendom van de RUD Drenthe en worden in bruikleen uitgegeven. Bij uitdiensttreding worden de stoelen weer ingeleverd. De bureaustoelen zijn door ons geactiveerd op de balans en worden in 3 jaar afgeschreven. In de meerjarenraming houden wij er rekening mee dat afgeschreven activa worden vervangen.
6.4.5. DE FINANCIERING Het BBV schrijft voor dat tevens aandacht dient te worden geschonken aan de financiering bij de uiteenzetting van de financiële positie. De financiering is nader uitgewerkt in paragraaf 2.2. RESERVES
In de jaarrekening 2023 wordt aan het bestuur voorgesteld het rekeningresultaat over 2023 (€ 349K) toe te voegen aan de algemene reserve. Dit ter verbetering van de robuustheid van het weerstandsvermogen, zodat wij beter in staat zullen zijn om onverwachte tegenvallers op te kunnen vangen. In de jaren daarna worden geen wijzigingen in de algemene reserve voorzien. Voor wat betreft de bestemmingsreserve ontwikkelprogramma kan worden gesteld dat deze min of meer overbodig is geworden. De kosten van organisatieontwikkeling worden indien nodig in de begroting opgenomen. Wij zullen dan ook korte termijn voorstellen deze reserve op te heffen. Voor het vervangen van het zaaksysteem in de toekomst wordt voorgesteld een nieuwe bestemmingsreserve in het leven te roepen, waarin jaarlijks € 150K wordt gestort vanaf 2026. Op deze wijze drukken de kosten van de aanbesteding van het zaaksysteem minder op de begroting van één enkel begrotingsjaar.
33
6 FINANCIËLE BEGROTING
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Algemene reserve Saldo per 1-1
289
638
638
638
638
638
Bij: Resultaat
349
0
0
0
0
0
Af: Resultaat
0
0
0
0
0
0
Bij: Bijdrage deelnemers resultaat
0
0
0
0
0
0
638
638
638
638
638
638
23
Saldo per 31-12 Bestemmingsreserve (Doorontwikkeling organisatie) Saldo per 1-1
46
23
23
23
23
Bij: Resultaat
0
0
0
0
0
0
Af: Resultaat
23
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
23
23
23
23
23
23
0
0
0
0
150
300 150
Bestemmingsreserve Zaaksysteem Saldo per 1-1 Bij: Resultaat
0
0
0
150
150
Af: Resultaat
0
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
0
0
0
150
300
450
661
661
661
811
961
1.111
Totaal van de reserves Tabel 13: overzicht van de reserves
VOORZIENINGEN
Wij hebben sinds de uitgave van de jaarrekening 2017 een voorziening gevormd voor verlofsparen. Ieder jaar wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld wat de hoogte van deze voorziening moet zijn. In de (meerjarige) begroting wordt deze post niet structureel meegenomen.
Bedragen x € 1.000
2023 (JAARREKENING)
2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)
2025 (BEGROTING)
2026 (BEGROTING)
2027 (BEGROTING)
2028 (BEGROTING)
Voorziening voor verlofsparen Saldo per 1-1
5
35
35
35
35
Bij:
30
0
0
0
0
0
Af:
0
0
0
0
0
0
Saldo per 31-12
35
35
35
35
35
35
Tabel 14: overzicht van de voorzieningen
34
35
35
BIJLAGEN
BIJLAGE A - INDEXERING INDEX
2023
2024
2024BW
2025
2026
2027
2028
Loonvoet sector overheid
3,5%
4,7%
6,1%
4,9%
4,3%
4,4%
3,8%
Prijs netto materiele overheidsconsumptie
6,2%
3,0%
3,3%
2,4%
2,9%
2,8%
2,4%
Gewogen index (90% loonvoet / 10% materiele overheidsconsumptie)
3,8%
4,5%
5,8%
4,7%
4,2%
4,2%
3,7%
Tabel 15: Overzicht van meerjaren indexering
acro-economische verkenning 2023, publicatie 17-08-2023 Bron: M (CPB) voor de jaren 2024-2028
36
BIJLAGE
BIJLAGE B – DEELNEMERSBIJDRAGE MEERJARENBEGROTING BEGROTINGSWIJZIGING 2024
BEGROTING 2025
BEGROTING 2026
BEGROTING 2027
BEGROTING 2028
Gemeente Aa en Hunze
1.137.628
1.243.059
1.308.668
1.379.524
1.428.516
Gemeente Assen
1.681.858
1.799.659
1.894.708
1.995.847
2.068.227
Gemeente Borger-Odoorn
1.285.651
1.403.383
1.477.567
1.556.439
1.612.883
Gemeente Coevorden
2.047.417
2.215.535
2.333.528
2.457.038
2.546.142
Gemeente Emmen
4.619.894
4.829.647
5.084.832
5.356.259
5.550.503
Gemeente Hoogeveen
1.854.270
2.040.067
2.147.874
2.262.527
2.344.577
Gemeente Meppel
1.536.052
1.699.451
1.789.238
1.884.747
1.953.097
Gemeente Midden-Drenthe
1.904.480
2.070.243
2.179.597
2.295.944
2.379.206
Gemeente Noordenveld
1.063.812
1.175.718
1.237.811
1.303.885
1.351.170
Gemeente Tynaarlo
1.187.317
1.237.565
1.303.016
1.372.571
1.422.347
Gemeente Westerveld
1.207.010
1.309.876
1.379.072
1.452.687
1.505.369
Gemeente De Wolden
1.434.979
1.566.901
1.649.603
1.737.658
1.800.675
Provincie Drenthe
4.157.559
4.050.429
4.261.954
4.440.985
4.602.037
Totaal
25.117.927
26.641.533
28.046.468
29.495.110
30.564.749
DEELNEMER
Tabel 16 : Overzicht Meerjarenbegroting
* Getallen in euro's
BEGROTINGSWIJZIGING 2024 VERSUS BEGROTING 2025
DEELNEMER
DEELNEMERSBIJDRAGE BEGROTINGSWIJZIGING 2024
DEELNEMERSBIJDRAGE BEGROTING 2025
TOENAME
Gemeente Aa en Hunze
1.137.628
1.243.059
105.431
Gemeente Assen
1.681.858
1.799.659
117.801
Gemeente Borger-Odoorn
1.285.651
1.403.383
117.732
Gemeente Coevorden
2.047.417
2.215.535
168.118
Gemeente Emmen
4.619.894
4.829.647
209.753
Gemeente Hoogeveen
1.854.270
2.040.067
185.798
Gemeente Meppel
1.536.052
1.699.451
163.399
Gemeente Midden-Drenthe
1.904.480
2.070.243
165.763
Gemeente Noordenveld
1.063.812
1.175.718
111.906
Gemeente Tynaarlo
1.187.317
1.237.565
50.248
Gemeente Westerveld
1.207.010
1.309.876
102.866
Gemeente De Wolden
1.434.979
1.566.901
131.923
Provincie Drenthe
4.157.559
4.050.429
-107.130
Totaal
25.117.927
26.641.533
1.523.066
Tabel 17 : Overzicht deelnemersbijdrage
* Getallen in euro's
37
BIJLAGE
SPECIFICATIE DEELNEMERSBIJDRAGE 2025 BEGROTINGSWIJZIGING 2024
INFLATIE EN CAO ONTWIKKELINGEN
OVERIGE INCIDENTEEL
Gemeente Aa en Hunze
1.137.628
72.719
-20.754
Gemeente Assen
1.681.858
105.280
Gemeente Borger-Odoorn
1.285.651
Gemeente Coevorden
MINDER SPUK
OVERIGE WIJZIGINGEN
BEGROTING 2025
39.585
10.095
3.787
1.243.059
-30.047
22.466
14.620
5.482
1.799.659
82.105
-23.433
43.297
11.487
4.276
1.403.383
2.047.417
129.610
-36.991
50.736
18.014
6.749
2.215.535
Gemeente Emmen
4.619.894
282.543
-80.638
-46.199
39.334
14.713
4.829.647
Gemeente Hoogeveen
1.854.270
119.348
-34.062
77.676
16.621
6.215
2.040.067
Gemeente Meppel
1.536.052
99.421
-28.375
73.340
13.837
5.177
1.699.451
Gemeente Midden-Drenthe
1.904.480
121.108
-34.564
56.117
16.795
6.307
2.070.243
Gemeente Noordenveld
1.063.812
68.781
-19.630
49.601
9.572
3.582
1.175.718
Gemeente Tynaarlo
1.187.317
72.401
-20.663
-15.355
10.095
3.770
1.237.565
Gemeente Westerveld
1.207.010
76.633
-21.871
33.410
10.704
3.991
1.309.876
Gemeente De Wolden
1.434.979
91.662
-26.161
48.943
12.705
4.773
1.566.901
Provincie Drenthe
4.157.559
234.263
-66.859
-286.733
-
12.199
4.050.429
Totaal
25.117.927
1.555.874
-444.050
146.884
183.878
81.020
26.641.533
DEELNEMER
GROEI
Tabel 18: Specificatie deelnemersbijdrage
* Getallen in euro's
SPECIFICATIE UREN JAARPROGRAMMA DEELNEMERS
DEELNEMER
BASISUREN
EXTRA OPDRACHTEN
COMPLEXE VTH TAKEN
INDIRECTE UREN*
TOTAAL UREN BEGROTING 2025
SPUK
Gemeente Aa en Hunze
8.557
250
575
841
-116
10.107
Gemeente Assen
13.433
150
0
1.218
-168
14.633
Gemeente Borger-Odoorn
9.593
300
700
950
-132
11.411
Gemeente Coevorden
14.897
375
1.450
1.499
-207
18.014
Gemeente Emmen
34.653
1.100
700
3.269
-452
39.270
Gemeente Hoogeveen
14.573
225
600
1.381
-191
16.588
Gemeente Meppel
11.502
325
1.000
1.150
-159
13.818
Gemeente Midden-Drenthe
14.450
250
925
1.401
-193
16.833
Gemeente Noordenveld
8.649
150
75
796
-110
9.560
Gemeente Tynaarlo
9.091
150
100
838
-116
10.063
Gemeente Westerveld
9.637
150
100
8817
-123
10.651
Gemeente De Wolden
11.601
175
50
1.060
-146
12.740
Provincie Drenthe
28.374
1.850
0
2.710
0
32.934
Totaal
189.010
5.450
6.275
18.000
-2.113
216.622
Tabel 19: Overzicht uren Jaarprogramma deelnemers 38
* Dit betreft de urenbesteding aan projecten, programma’s en werkzaamheden met als doel het effectiever en efficiënter maken van de organisatie.
BIJLAGE
BIJLAGE C – VARIANT OMGEVINGSWET
DEELNEMER
DEELNEMERSBIJDRAGE BEGROTING 2025 VARIANT A
DEELNEMERSBIJDRAGE BEGROTING 2025 VARIANT B
VERSCHIL TUSSEN VARIANT A EN B
Gemeente Aa en Hunze
€ 1.243.059
€ 1.228.726
€ -14.333
Gemeente Assen
€ 1.799.659
€ 1.775.012
€ -24.647
Gemeente Borger-Odoorn
€ 1.403.383
€ 1.387.345
€ -16.038
Gemeente Coevorden
€ 2.215.535
€ 2.191.250
€ -24.285
Gemeente Emmen
€ 4.829.647
€ 4.768.697
€ -60.950
Gemeente Hoogeveen
€ 2.040.067
€ 2.014.560
€ -25.507
Gemeente Meppel
€ 1.699.451
€ 1.680.609
€ -18.842
Gemeente Midden-Drenthe
€ 2.070.243
€ 2.045.698
€ -24.545
Gemeente Noordenveld
€ 1.175.718
€ 1.160.039
€ -15.679
Gemeente Tynaarlo
€ 1.237.565
€ 1.221.254
€ -16.311
Gemeente Westerveld
€ 1.309.876
€ 1.292.398
€ -17.478
Gemeente De Wolden
€ 1.566.901
€ 1.545.803
€ -21.098
Provincie Drenthe
€ 4.050.429
€ 4.001.382
€ -49.047
Totaal
€ 26.641.533
€ 26.312.772
€ -328.761
VOETNOOT Variant A houdt rekening met een stijging van het aantal uren tbv de omgevingswet van 9% (+4% t.o.v. 2024) Variant B houdt rekening met een stijging van het aantal uren tbv de omgevingswet van 5% (conform 2024)
DEELNEMER
TOTAAL AANTAL UREN BEGROTING 2025 VARIANT A
TOTAAL AANTAL UREN BEGROTING 2025 VARIANT B
VERSCHIL TUSSEN VARIANT A EN B
Gemeente Aa en Hunze
10.107
9.876
-231
Gemeente Assen
14.633
14.267
-366
Gemeente Borger-Odoorn
11.411
11.151
-260
Gemeente Coevorden
18.014
17.613
-402
Gemeente Emmen
39.270
38.330
-940
Gemeente Hoogeveen
16.588
16.193
-395
Gemeente Meppel
13.818
13.508
-310
Gemeente Midden-Drenthe
16.833
16.443
-390
Gemeente Noordenveld
9.560
9.324
-236
Gemeente Tynaarlo
10.063
9.816
-246
Gemeente Westerveld
10.651
10.388
-262
Gemeente De Wolden
12.740
12.425
-316
Provincie Drenthe
32.934
32.162
-772
Totaal
216.622
211.498
-5.124
39