CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

A. RUD Ontwerpbegroting-2025

Gemeenteraad 27 juni 2024, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststellen verzamelvoorstel Gemeenschappelijke Regelingen13.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ontwerpbegroting 2025 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe

Colofon De RUD Drenthe is de omgevingsdienst voor de inwoners en bedrijven van Drenthe. We hebben de milieukennis en -kunde, zijn betrouwbaar, innovatief en toekomstgericht. Samen met onze partners dragen we proactief en resultaatgericht bij aan een belangrijke taak: een schoon en veilig Drenthe. Nu én voor de volgende generaties.

Uitgave 11 april 2024 Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Postbus 1017 9400 BA Assen 0800-9102 https://www.ruddrenthe.nl Regiegroep@ruddrenthe.nl Fotografie Cover: Jan Duker Fotografie Binnenwerk: Jan Duker - Jan van der Wolf R. de Bruijn

2

VOORWOORD Voor u ligt onze ontwerpbegroting 2025. Met deze begroting presenteren we de financiële basis die benodigd is om de uitvoering van uw milieu VTH- en bodemtaken te borgen. Dat is een gemeenschappelijke uitdaging waarbij bundeling van middelen het meeste milieurendement creëert. ACTUELE UITGANGSPUNTEN

PRODUCTIVITEITSNORM

In deze Ontwerpbegroting 2025 zijn de Begrotingswijziging 2024, het Jaarprogramma 2024 en de indexeringsafspraken als uitgangspunten opgenomen. Twee jaar geleden zijn de kengetallen herijkt en is voor de invoering een meerjarig groeimodel vastgesteld. De RUD Drenthe koerst op dit kompas. Het gemeentelijke groeimodel RGT is met 1 jaar verlengd en dus al in deze Ontwerpbegroting 2025 meegenomen. Met de vorming van een ‘uitvoering- & handhavingsstrategie fase 2’ zijn de kengetallen eind 2025 wel aan een herijking toe.

We zetten ons in om het ziekteverzuimpercentage verder te verlagen. In 2024 wordt gerekend met 6,5%. Het voorstel is om voor 2025 ook uit te gaan van 6,5%. In 2025 wordt gewerkt met een productiviteitsnorm van 1.331 uur. Dit is 14 uur lager dan 2024 (1.345 uur). Deze vermindering is gelegen in het extra toegekende verlof uit de CAO 2024. De reservering voor het inwerken en begeleiden van nieuw personeel is vanaf de Begrotingswijziging 2024 uit de productiviteitsnorm gehaald. Deze uren zijn nu opgenomen onder de indirect productieve uren die apart worden geprogrammeerd.

NIEUW STELSEL Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking. De noodzaak tot monitoring op en bijsturing van onze inzet is daarmee nóg belangrijker geworden. Vooralsnog hebben we de impact op de primaire processen overgenomen zoals deze was verwoord in het Jaarprogramma 2024. Immers, ten tijde van het schrijven van deze Ontwerpbegroting hebben we nog onvoldoende ervaring opgedaan om te beoordelen hoe de financiële doorwerking eruitziet. De structurele en incidentele effecten zijn eind 2024 beter in beeld. Dan beschikken we over ervaringscijfers uit het eerste invoeringsjaar. Ook voor 2025 voorzien we dat de impact op ons werk en de begroting fors is.

KWALITEIT OP ORDE Invloeden zoals de kwaliteitscriteria 2.3 (en later 3.0), de pijlers uit het Programma “Versterking VTH” en diverse benchmarks zijn aanleiding om de organisatie op sterkte te brengen. Dit is noodzakelijk om de vereiste kwaliteit te kunnen garanderen. We zetten al meerdere jaren stevig in op de werving van gekwalificeerde ervaren mensen, en het opleiden van trainees en zij-instromers. Maar ook in 2025 ligt er nog een flinke personele opgave. Wij verwachten dat we eind 2025 de gewenste formatieve groei volledig gerealiseerd hebben. Vanuit die stabiliteit en rust kan de focus meer gericht worden op beperken van uitstroom en uitval. Het is belangrijk om onze experts blijvend te boeien en binden.

HUISVESTING De doorontwikkeling die de RUD Drenthe in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt vraagt ook om een verdere professionalisering van de huisvesting. In 2024 wordt een programma van eisen opgesteld waarbij rekening wordt gehouden met een organisatieomvang van 260 medewerkers. Een ander werkplekconcept met ruimte voor samenwerken, (digitaal) overleg en aanland plekken is nodig om efficiënt ons werk te blijven doen.

INZET VOOR EEN SCHOON EN VEILIG DRENTHE We hebben ons in de afgelopen 10 jaar doorontwikkeld tot een betrouwbare, deskundige en toekomstgerichte milieupartner op specialistische thema’s als afval, bodem, geluid, licht, lucht, omgevingsveiligheid en duurzaamheid. We werken met trots en passie aan een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving. Samen met onze partners dragen we bij aan een belangrijke taak: een schoon en veilig Drenthe. De Begroting 2025 vormt de basis voor die gezamenlijke inzet, nu én voor volgende generaties. Robert Meijer Voorzitter Dagelijks Bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe Marjan Heidekamp Secretaris Dagelijks Bestuur Regionale Uitvoeringsdienst Drenthe

3

INHOUD

1

BEGROTING IN ÉÉN OOGOPSLAG

6

2

DE BESTUURLIJKE BEHANDELING

7

3

ACTUELE ONTWIKKELINGEN

8

4

5

6

3.1

beleidsmatige ontwikkelingen

8

3.2

organisatorische ontwikkelingen

14

3.3

financieel effect van beleids- en organisatorische ontwikkelingen

16

DE PROGRAMMA'S

17

4.1

programma milieu

18

4.2

leges

18

4.3

algemene dekkingsmiddelen, overhead, vennootschapsbelasting, onvoorzien

18

PARAGRAFEN

19

5.1

Paragraaf leges/ lokale heffingen

19

5.2

Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing

20

5.3

Paragraaf financiële kengetallen

24

5.4

Paragraaf financiering

25

5.5

Paragraaf bedrijfsvoering

25

5.6

Paragraaf persoonlijke ontwikkelingen

25

FINANCIËLE BEGROTING

26

6.1

Meerjarenraming overzicht baten en lasten

26

6.2

Exploitatiebegroting

27

6.3

Uiteenzetting van de financiële positie en meerjarenraming

31

BIJLAGE A

INDEXERING

BIJLAGE B DEELNEMERSBIJDRAGE MEERJARENBEGROTING 4

36 37

1 BEGROTING 2025 IN ÉÉN OOGOPSLAG In onderstaande samenvatting wordt een overzicht gegeven van de financiën over 2025. Ter vergelijking zijn tevens de cijfers uit de jaarrekening 2023 en de begrotingswijziging 2024 weergeven. De complete meerjarige exploitatiebegroting is weergegeven in paragraaf 7.3. Een berekening van de deelnemersbijdragen is weergegeven in Bijlage B.

REALISATIE 2023

BEGROTINGSWIJZIGING 2024

BEGROTING 2025

Deelnemersbijdrage

19.143

25.118

26.642

Projectbaten

1.178

0

0

SPUK baten

908

444

260

Legesopbrengsten

200

200

200

Overige baten

306

271

274

TOTALE BATEN

21.735

26.033

27.375

Personeel primair proces

10.944

14.551

15.631

Personeel overhead

4.087

5.362

5.669

Frictiekosten, looncompensatie enz.

-79

-40

-42

Reis- opleidings- en algemene personeelskosten

994

1.265

1.674

Bedrijfsvoeringskosten

3.013

3.686

3.801

Projectkosten

1.178

0

0

Projectkosten SPUK

908

444

260

Doorbetaalde leges

140

150

140

Incidentele lasten

201

490

118

0

125

125

21.386

26.033

27.375

349

0

0

0

0

0

349

0

0

x 1.000

Onvoorzien TOTALE LASTEN RESULTAAT VOOR RESERVES MUTATIE RESERVES RESULTAAT NA MUTATIE RESERVES Tabel 1: begroting in één oogopslag, RUD Drenthe 2025

5

2 DE BESTUURLIJKE BEHANDELING

In dit document staan de financiële kaders en het budget voor het aankomende Begrotingsjaar vermeld. Er wordt omschreven wat wij daar op hoofdlijnen voor gaan doen. In onderstaand overzicht staat de afgesproken planning van de planning & control cyclus 2024. De ontwerp Begroting 2025 is in februari 2024 opgesteld en wordt conform deze cyclus in procedure gebracht.

RUD DRENTHE TIJDLIJN P&C CYCLUS 2024 EN DATA BESTUURSVERGADERINGEN

AB 12-2

• Jaarprogram • Verbeterplan robuustheid

JANUARI

FEBRUARI

DB 22-1

• Jaarprogram • Verbeterplan robuustheid

6

8-4 t er voorlopige vaststelling

8-7 ter vaststelling

• Jaarstukken 2023 • Begrotingswijziging (tkn) • Ontwerpbegroting 2025 (tkn) • Aanpassing GR-regeling

MAART

18-3

APRIL

• Jaarstukken 2023 • Rapportage vierde kwartaal (in jaarstukken) • Begrotingswijziging 2024 • Ontwerpbegroting 2025 • Aanpassing GR-regeling

MEI

9-9

• Jaarstukken • Voorjaarsrapportage (tkn)

JUNI

8-4 t er vaststelling Verzending voorlopig vastgestelde stukken naar de raden en staten

JULI

• Vaststelling begroting • Evt begrotings-wijziging

AUGUSTUS

SEPTEMBER

17-6

9-9

8-7

21-10

• Voorjaarsrapportage

Schriftelijke zienswijze reactie AB en raden/ staten

OKTOBER

Voorbereiding AB

• Najaarsrapportage

16-12

• Voorjaarsnotitie 2026 • Najaarsrapportage • Jaarprogramma (tkn)

NOVEMBER

DECEMBER

25-11

• Voorjaarsnotitie +2 • Jaarprogramma

21-10

• Najaarsrapportage

Figuur 1: Tijdlijn 2024 P&C-cyclus, RUD Drenthe 2024

Onze professionals werken dagelijks met trots en passie aan uw milieudoelen voor een schoner en veiliger Drenthe. We hebben de unieke expertise ervoor in huis.

Wij beoordelen de milieueffecten

we inzet bij de verwijdering van asbestdaken. Wij

van ruimtelijke plannen en handelen

controleren de meldingen voor energiebesparende

vergunningsaanvragen af die impact

maatregelen, één van de instrumenten die

hebben op de ruimte om ons heen. We

landelijk ingezet wordt om de Nederlandse

zijn op locatie aanwezig voor controles

klimaatdoelstellingen te halen. En we ondersteunen

omgevingsveiligheid wanneer bijvoorbeeld sprake is

met juridische expertise, bijvoorbeeld bij een

van risico’s bij het transport van gevaarlijke stoffen.

bezwaar op een geweigerde Omgevingsvergunning.

Binnen de Veiligheidsregio Drenthe hebben we

Ook treden we handhavend op. Wist u dat een

een taak bij calamiteiten- en rampenbestrijding.

vooraankondiging vaak al voldoende effect heeft

Onze piketmedewerkers gaan bijvoorbeeld af op

om overtredingen ongedaan te maken? We vinden

meldingen van afvaldumpingen, zoals restanten van

het erg belangrijk om zichtbaar aanwezig te zijn.

synthetische drugsproductie. We houden toezicht

We reageren dan ook nauwgezet op klachten van

op de toepassing van grond, bagger en bouwstoffen

inwoners over geluid, licht en lucht en andere

om de schone bodem in Drenthe te behouden.

vormen van hinder. Zo dragen we op proactieve

We verwerken meldingen voor de sanering van

wijze bij aan het verbeteren van de Drentse

historische verontreinigingen. Daarnaast leveren

omgevingskwaliteit.

7

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

In dit hoofdstuk beschrijven we kort de beleidsmatige of organisatorische ontwikkelingen die financiële doorwerking kunnen hebben op onze taakuitvoering. 3.1 BELEIDSMATIGE ONTWIKKELINGEN 3.1.1 DE OMGEVINGSWET De Omgevingswet behelst een algehele stelselherziening voor de wet- en regelgeving die gaat over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. In de impactanalyse hebben we de belangrijkste gevolgen van de Omgevingswet op het milieutakenpakket beschreven. De komende periode werken we aan de hand van geschatte analyses en berekeningen. Pas ná het eerste invoeringsjaar (begin 2025) kunnen we de opgedane ervaringen en effecten goed op waarde inschatten. Er worden ten tijde van het schrijven van dit document uitvoeringskeuzes gemaakt door gemeenten/provincie over het werk. Hiernaast spreken we gezamenlijk af welke prioritering we hanteren in de uitvoering van het werk. Onduidelijkheid over de wijze waarop en wanneer omgevingsvisies en omgevingsplannen worden opgesteld, geeft onzekerheid over de gevraagde inzet. Verschillen in de omgevingsplannen tussen de bevoegde

8

gezagen kunnen leiden tot inefficiëntie in de uitvoering van het werk. In de begroting 2025 houden we rekening met de informatie zover nu bekend, dus inclusief de impactanalyse van de Omgevingswet en de uitvoeringskeuzes van de gemeenten en provincie. Voor de overgang van een deel van de bodemtaken naar de gemeenten wordt uitgegaan van dezelfde ureninzet als voor 2024 was opgenomen. We vinden het – zeker gezien het nieuwe wettelijke kader- belangrijk om in onze datavoorziening navolgbaar te blijven. We willen onze rapportages, intern en extern, verder professionaliseren. Door onze ambitie om een hogere kwaliteit van sturingsinformatie te realiseren, zijn we in staat om steeds exacter per deelnemer dashboards en verantwoordingsoverzichten te genereren. We zien dat deze investering in het verbeteren van de monitoring, analyse, interpretatie en presentatie loont. We kunnen met onze opdrachtgevers een goed gesprek voeren op basis van een actueel detailoverzicht van onze werkzaamheden.

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.1.2 EVALUATIE GR (GEMEENSCHAPPELIJKE REGELING) UITVOERING- EN HANDHAVING STRATEGIE DRENTHE

In de Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe worden alle uitvoeringstaken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving die de gemeenten en de provincie Drenthe hebben overgedragen aan de RUD Drenthe voor de jaren 2022-2026 beschreven. Jaarlijks wordt een passend uitvoeringsprogramma opgesteld, waarin wordt benoemd welke VTH-instrumenten de RUD Drenthe concreet gaat inzetten en wat de formatieve en financiële gevolgen zijn. In 2024/2025 krijgt de vernieuwde U&H strategie verder vorm door een verdieping in de 2e fase. Het streven is om bijbehorende en daarop afgestemde beleidskaders, zoals risico gericht werken en de kwaliteitscriteria, te actualiseren. Het risicogerichte toezicht en de Landelijke Handhaving Strategie Omgeving (LHSO) zijn reeds bestaande onderdelen. Het nieuwe beleid levert een stevige kwaliteitsimpuls op: meer inhoudelijke en minder cijfermatige rapportages, waardoor onze toegevoegde waarde voor een veilige, duurzame en gezonde leefomgeving in Drenthe inzichtelijker wordt. Eenduidigheid over de opgave

van de RUD Drenthe is een aanbeveling uit de evaluatie GR.

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

HERIJKING DRENTSE MAAT

Met de komst van de omgevingswet en na het vaststellen van een uniforme uitvoering- en handhaving strategie zullen de kengetallen toe zijn aan actualisatie. Herijking van de kentallen kan naar verwachting eind 2025, begin 2026 uitgevoerd worden. Eind 2021 is in de eerste fase een meer realistisch kental voor de producten DM ontwikkeld, gebaseerd op de uitgevoerde benchmark met collega omgevingsdiensten. In december 2021 is besloten de eerste fase budgetneutraal door te voeren in het Jaarprogramma 2022. Tegelijkertijd is besloten tot een groeimodel voor onze deelnemers voor 2023, 2024 en uitloop 2025 zodat de RUD Drenthe over dezelfde hoeveelheid uren kan beschikken als andere omgevingsdiensten met een vergelijkbare omvang en opgave. Voor 2025 geldt dat de uren groeimodel 116 RGT, 3.273 uur, uit 2024 vanwege capaciteit zijn doorgeschoven naar 2025 (uitloopjaar in opschaling). Dit groeimodel is als volgt vastgesteld:

BEGROTINGSWIJZIGING 2024

BEGROTING 2025

BEGROTING 2026

BEGROTING 2027

BEGROTING 2028

Basis uitvoeringsniveau 2024

169.034

172.041

175.419

177.427

177.427

Groeimodeluren 2024 => RGT

0

3.273

0

0

0

1.400

0

0

0

0

170.434

175.314

175.419

177.427

177.427

3.752

2.113

2.008

0

0

174.186

177.427

177.427

177.427

177.427

Gepland meerwerk

6.175

6.275

6.275

6.275

6.275

Extra opdrachten (700)

5.140

5.450

5.450

5.450

5.450

Impact Omgevingswet

6.435

11.583

11.583

11.583

11.583

TOTAAL UITVOERING JAARPROGRAMMA (DIRECT)

191.936

200.735

200.735

200.735

200.735

Indirect productief (incidenteel)

24.160

18.000

18.000

18.000

18.000

TOTAAL UITVOERING JAARPROGRAMMA (DIRECT + INDIRECT)

216.096

218.735

218.735

218.735

218.735

Gefinanciering uit SPUK energietoezicht

-3.752

-2.113

-2.008

0

0

UITVOERING JAARPROGRAMMA VOOR REKENING VAN DEELNEMERS

212.344

216.622

216.727

218.735

218.735

Soort uren

Groeimodeluren 2024 => Energie TOTAAL NA GROEIMODEL SPUK energietoezicht TOTAAL BASIS UREN 2024

Tabel 2: Groeimodel 2024, 2025 , 2026, 2027 en 2028.

9

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

BELEIDSMATIGE ONTWIKKELING

3.1.3. DE UITVOERING VAN HET BELEID M.B.T. DE ZEER ZORGWEKKENDE STOFFEN (ZZS) Het weren van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) uit de leefomgeving heeft een groot maatschappelijk belang en hiermee bestuurlijk gewicht. De complexiteit van de wet- en regelgeving én de inhoudelijke complexiteit en diversiteit in stoffen, productieprocessen en emissies maken dat er aanzienlijke eisen worden gesteld aan het kennisniveau en de capaciteit van betrokken partijen. Zo wordt per regio een samenwerkingsstructuur ZZS ontwikkeld om een verbeterde kennisdeling tussen omgevingsdiensten en het RIVM te bewerkstelligen. ODG, FUMO & RUD Drenthe hebben een samenwerkingsplatform ZZS Noord-Nederland ingericht. In navolging op het project inventarisatie ZZS bij provinciale bedrijven, zijn wij in gesprek met onze gemeentelijke opdrachtgevers over de uitvoering van een projectmatige aanpak ZZS bij de verschillende branches. Het is duidelijk dat dit onderwerp een flinke inspanning vergt. Het blijven verrijken van kennis omtrent ZZS bij onze vergunningverleners, toezichthouders en specialisten is belangrijk. We volgen de ontwikkelingen op de voet om te bepalen welke invloed er op de inrichting van werken ontwikkelprogramma’s is. ODNL, de overkoepelende organisatie voor Omgevingsdiensten, heeft daarbij een coördinerende rol.

We merken als RUD Drenthe dat we daardoor in allerlei zaken rondom ZZS zelf minder ‘het wiel moeten uitvinden’ en er dus effectiever gewerkt kan worden. 3.1.4. REGIONALE KETENAANPAK MILIEUCRIMINALITEIT EN ONDERMIJNING EN ASBESTTOEZICHT De effecten van milieucriminaliteit en het daarbij behorende ondermijnende gedrag zijn vaak niet direct zichtbaar, maar brengt zowel economische-, milieu-en gezondheidsschade toe. Omgevingsdiensten zijn een steeds belangrijkere schakel om milieucriminaliteit te bestrijden en om te zorgen dat veroorzaakte schade wordt hersteld. In de Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe wordt de (inzet op) bestrijding van milieucriminaliteit, in het verlengde van de Landelijke Handhavingsstrategie (LHSO), nader uitgewerkt. De 10

deelnemers hebben verzocht om asbesttoezicht op een aanvaardbaar niveau te houden, mede in verband met de hieraan verbonden gezondheidsrisico’s. 3.1.5DE KLIMAATDOELEN IN RELATIE TOT ENERGIEBESPARING BIJ BEDRIJVEN WERKGEBONDEN PERSONENMOBILITEIT

Op 1 januari 2024 trad het Besluit CO2-reductie werkgebonden personenmobiliteit in werking. Op grond van dit Besluit zijn werkgevers, met meer dan 100 werknemers in dienst, verplicht om jaarlijks gegevens met betrekking tot werkgebonden personenmobiliteit te verstrekken. Het Besluit vloeit voort uit wat in het Klimaatakkoord van 2019 is overeengekomen, namelijk om in 2030 een CO2-reductie van één megaton te realiseren. De gemeenten zijn het bevoegde gezag op het gebied van toezicht en handhaving. De colleges geven de omgevingsdiensten een opdracht om de toezichts- en handhavingstaken uit te voeren. Zowel de toezichtstaak als de handhavingstaak vallen onder het mandaat zoals deze bij inwerkingtreding van de Omgevingswet is opgesteld. Medio 2024 of begin 2025 moeten deze taken worden uitgevoerd. Het in nu nog onduidelijk om hoeveel uren en ondernemingen het gaat. ENERGIETOEZICHT

In het klimaatakkoord van Parijs is vastgelegd dat de wereldwijde klimaatopwarming in 2100 beperkt moet zijn tot 2°C vergeleken met het niveau van vóór de opkomst van de industrie. In het verlengde hiervan hebben Provinciale Staten van Drenthe de doelstelling uitgesproken om in 2050 energieneutraal te zijn. Ook de gemeenten streven energiedoelen na. Daarnaast zijn energiedoelen door het rijk verwerkt in wet- en regelgeving. Tot en met 2026 is er een Specifieke Uitkering Toezicht en Handhaving Energiebesparingsplicht (SPUK-THE) beschikbaar ten behoeve van energietoezicht. Wij ontvangen deze middelen van het Rijk. Het geld wordt bij voorschot ontvangen en elk jaar bij de jaarrekening verantwoorden we hoeveel er is uitgegeven en hoe wij het geld hebben besteed. Dit gebeurt via de zogenaamde SiSa verantwoording (Single Information Single Audit). De accountant controleert deze verantwoording tegelijk met de jaarrekening. Aan de hand daarvan wordt de uitkering definitief vastgesteld. Deelnemers moeten de uitbreiding van het energietoezicht zelf financieren, daar waar de kosten niet kunnen worden betaald vanuit de SPUK-

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

THE gelden. Mogelijk worden na 2026 door het ministerie structurele middelen beschikbaar gesteld, maar hierover is nog geen duidelijkheid. 3.1.6 O  VERIGE WETSWIJZIGINGEN/LANDELIJKE ADVIEZEN De volgende wettelijke ontwikkelingen vragen in 2025 aandacht van ons: IPPC, WOO, SLA en IBP-VTH. We lichten in deze paragraaf toe wat de invloed precies inhoudt. IPPC

Actualisatieplicht vergunningen van IPPC-bedrijven (Integrated Pollution and Prevention Control). Bij publicatie van nieuwe (geactualiseerde) BBT-conclusies (best beschikbare technieken) van een bepaalde branche moeten de vergunningen van de betrokken bedrijven binnen 4 jaar na publicatie zijn aangepast. Een BBTreferentiedocument (BREF) is een document die de beste beschikbare technieken beschrijft. BBT-conclusies vormen de referentie voor toetsing en vaststelling van vergunningsvoorwaarden en actualisatie van deze voorschriften. WOO

De WOO is sinds 2022 van kracht. We stemmen continu met onze opdrachtgevers af wat dat betekent voor bestaande en nieuwe archieven. Het vraagt op vlak van informatisering en automatisering aanpassingen van de werkprocessen. De financiële impact is nog niet helder te schetsen. Adequate uitvoering van die afspraken zal daarbij cruciaal zijn. We dienen namelijk onze data aan te leveren volgens de landelijke standaarden.

SLA

BELEIDSMATIGE Het schone luchtakkoord ONTWIKKELING (SLA) zal extra inzet vragen voor luchtadvies bij activiteiten. Het doel van het SLA is om gezamenlijk de luchtkwaliteit in Nederland permanent te verbeteren. Met de aanpak van de binnenlandse bronnen streven we naar een gezondheidswinst van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. De maatregelen worden uitgewerkt in themagroepen en sluiten waar mogelijk aan bij lopende initiatieven. In alle sectoren starten overheden in samenspraak met bedrijven en burgers initiatieven en acties voor schonere lucht. Ook binnen de provincie Drenthe en voor de gemeente Assen is de inzet van onze experts gevraagd.

IBP-VTH

Op 8 juli 2022 heeft de staatssecretaris de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de versterking van het VTH-stelsel. De Kamerbrief met als bijlagen het interbestuurlijk programmaplan versterking VTH-stelsel en een overzicht opvolging aanbevelingen Cie van Aartsen heeft ook in 2025 onze aandacht. De RUD Drenthe verwijst voor de duiding van de impact in Drenthe naar de Voorjaarsnotitie 2023 en het Jaarprogramma 2023. Uiteraard houden wij de ontwikkelingen binnen het IBP nauwlettend in de gaten. Het IBP pakt het vaststellen van een landelijke normfinanciering op. Dit kan gevolgen hebben voor onze financieringsstructuur die gebaseerd is op een aantal uitgangspunten zoals een eerlijke verdeling naar rato van wat wordt afgenomen per opdrachtgever. Het is afwachten hoe de landelijke norm van de financiering van omgevingsdiensten eruit komt te zien.

11

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

IBP-VTH Het Interbestuurlijk Programma bestaat uit een zestal pijlers. 1. ROBUUSTE OMGEVINGSDIENSTEN EN FINANCIERING

Omgevingsdiensten zijn opgericht om de uitvoering van VTH-taken onafhankelijker te maken van bestuurlijke invloed. Indicatoren op vlak van effectiviteit, ontwikkelvermogen, wendbaarheid en efficiency geven aan hoe het gesteld is met de robuustheid van een organisatie. Iedere omgevingsdienst werd dan ook verzocht de organisatie te toetsen op zes kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Het gaat onder meer over kennis en kunde, mandaat, middelen voor uitvoering en opleiding CRITERIA OP DE en innovatiebudget. Bij de verdere VOLGENDE PAGINA ontwikkeling en professionalisering van de RUD Drenthe is dit aspect van groot belang. Zie hiervoor het ‘uitgelicht blokje’. 2. BESTUURSRECHTELIJKE EN STRAFRECHTELIJKE HANDHAVING EN VERVOLGING

Vermijdbare milieuschade voorkomen door ervoor te zorgen dat bedrijven wet- en regelgeving naleven. Een ‘levelplaying field’ voor bedrijven waarbij het voor de vergunning en handhaving van een bedrijfsactiviteit niet uitmaakt in welke regio deze activiteit ondernomen wordt. Twee doelen die met prioriteit aandacht moeten krijgen bij alle omgevingsdiensten. Extra BOA-inzet vormt dan ook een wezenlijk onderdeel van de kerntaak van de RUD Drenthe. 3. INFORMATIE-UITWISSELING EN DATAKWALITEIT

De uitwisseling van informatie in ons dagelijks werk wordt steeds belangrijker. We zien een ongebalanceerde groei aan instrumenten en applicaties. Terwijl optimale datakwaliteit erg belangrijk is bij het delen van gegevens. Deze pijler beoogt hier meer uniformiteit in aan te brengen. De effecten op de uitvoering van het werk van de RUD zijn groot. Denk bijvoorbeeld aan een verbeterslag van Inspectieview, een toekomstbestendig zaaksysteem waarmee ketensamenwerking soepel loopt, of de robotisering van processen. Naast de opbouw van onze data is het van belang om hier de juiste opvolging aan te geven. Innovatie en efficiëntie gaan vaak hand in hand. 4. KENNISINFRASTRUCTUUR INCLUSIEF ARBEIDSMARKT

De maatschappij staat voor grote transitieopgaven: de energietransitie, stikstofopgave, woningbouwopgave, klimaatadaptatie en circulariteit. Het is de ambitie

12

van het Rijk, provincies en gemeenten dat de omgevingsdiensten klaar zijn om een essentiële rol te pakken in de grote ontwikkelopgaven waar Nederland voor staat. De RUD Drenthe wil graag invulling geven aan deze opgave. Scholing en opleiding krijgt dankzij de SPUK-regeling versnelt meer aandacht. We werken over provinciegrenzen heen samen in de Noordelijke regio. Werving van nieuw personeel en het opleiden en inwerken van onze mensen maakt deel uit van een meerjarige strategische personeelsplanning met een effect op de begroting. 5. ONAFHANKELIJKE UITVOERING VAN TOEZICHT EN HANDHAVING

Onderwerpen als mandaten, professionaliteit en transparantie verdienen de aandacht om onafhankelijke uitvoering van toezicht en handhaving te kunnen waarborgen. Er wordt gewerkt aan een landelijk risicomodel en de implementatie van probleem- en risicoanalyse formats. Voor de RUD Drenthe betekent dit een verdere verdieping en detaillering van ons risicogericht toezicht model. Een ander belangrijk doel is de toepassing van een zogenaamde beleidscyclus waarbij onze deelnemers aangeven welke regionale doelen zij wil behalen. De doelen worden vertaald naar een uitvoeringsprogramma voor de RUD Drenthe. 6. MONITORING KWALITEIT MILIEUTOEZICHT

Pijler zes gaat over de gehele keten van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hiervoor zijn vijf onderdelen gedefinieerd: • Het inrichten van een systeem voor visitatie van omgevingsdiensten. Bij een visitatie wordt gereflecteerd op processen om inzichtelijk te maken hoe een organisatie functioneert. Het 2-jaarlijks in beeld brengen van wat goed gaat en beter kan staat centraal. Deze monitoring is van invloed op de uitvoering, en zal in 2025 weer plaatsvinden. • Inrichten systeem van thematische en signalerende onderzoeken VTH‐stelsel; • U  itvoeren van thematische en signalerende onderzoeken; • Ontwikkeling tweejaarlijks systeem van rapportage over de staat van VTH; • S  timuleren stevigere invulling van horizontale controle door gemeenteraden en provinciale staten op eigen bestuur.

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

CRITERIA PIJLER 1 ROBUUSTE OMGEVINGSDIENST Vanuit het Interbestuurlijk Programma Versterking VTHstelsel (IBP VTH) zijn robuustheidscriteria opgesteld, waaraan Omgevingsdiensten moeten voldoen. De RUD Drenthe voldoet bij pijler 1 aan de criteria 1 en 6. Op dit moment wordt nog niet (volledig) voldaan aan de andere criteria (2 t/m 5). Alle Omgevingsdiensten dienen uiterlijk 1 april 2026 te voldoen aan alle criteria (zo nodig door een fusie). Het gaat in ons geval om aantoonbaar voldoen aan de kwaliteitscriteria, een meerjarig innovatie-agenda en budget, voldoende weerstandsvermogen en opleidingsbudget. Hiervoor wordt een verbeterplan opgesteld, die voor 1 april 2024 moet zijn verstuurd. DE 6 CRITERIA ZIJN:

1. De omvang van het regionaal werkprogramma gecombineerd met het percentage medewerkers in eigen dienst. Deze omvang is minimaal € 16,5 miljoen (inclusief overhead en prijspeil 2023) en 80% van de medewerkers in het primaire proces is in dienst van de organisatie; 2. De dienst voldoet aan geldende kwaliteitscriteria VTH voor zowel de basistaken als de plustaken;

3. De dienst heeft voldoende aandacht, capaciteit en budget voor innovatie blijkend uit aanwezigheid van een (meerjarige) innovatieagenda en vrij besteedbaar budget voor innovatie. Het percentage voor het innovatiebudget wordt in het kader van het onderzoek naar de robuuste financiering nader bepaald. 4. De dienst kan risico’s en veranderingen in de omvang van het overgedragen takenpakket opvangen door het aanhouden van buffers (weerstandsvermogen). Dit blijkt uit afdoende algemene reserve voor geïdentificeerde risico’s en onverwachte operationele tegenvallers en expliciete afspraken over uitname. Het percentage voor het weerstandsvermogen wordt in het kader van het onderzoek naar de robuuste financiering nader bepaald. 5. De dienst kan relatie leggen tussen werk, mensen en geld. Er wordt informatiegestuurd gewerkt. Dat komt tot uitdrukking in het percentage van de uitvoeringsformatie VTH voor businessintelligence en opleidingsbudget van 3% van de loonsom. 6. De dienst past bij de identiteit van het werkgebied en er is sprake van samenhang (coherentie) in het takenpakket en logica in het geografisch werkgebied. De maatschappelijke opgave staat centraal.

13

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

AMENWERKING NOORDELIJKE OMGEVINGSDIENSTEN

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELING

3.2 ORGANISATORISCHE ONTWIKKELINGEN De volgende organisatorische ontwikkelingen hebben invloed op de uitvoering van onze producten en diensten. 3.2.1 STRATEGISCHE PERSONEELSPLANNING (SPP) RUD DRENTHE In 2019 is gestart met het project SPP. Trends en veranderingen die van invloed kunnen zijn op onze taken en verantwoordelijkheden worden jaarlijks in beeld gebracht zodat we voorbereid zijn op de personele opgaven in de komende jaren. Het project SPP richtte zich op de toekomstige personele opgaven. In 2021 is het ondergebracht bij de staande HRM-bedrijfsvoering. Het doel wat we in 2025 nastreven is om voorbereid te zijn op alle opgaves voor de komende jaren, en om de omslag te maken van personeelsplanning naar een bredere bedrijfsmatige planning. Deze planning zien we als een continu proces om te bepalen hoe de organisatie zich op de lange termijn positioneert en ontwikkelt. De Strategische Planning RUD Drenthe en de uniforme Uitvoering- en handhavingsstrategie Drenthe vormen samen input voor onze beleid- en organisatiedoelen en dalen neer in het Jaarprogramma. DUURZAME INZETBAARHEID

De RUD Drenthe heeft oog voor vitaliteit, ontwikkelpotentieel en diversiteit. In de afgelopen jaren is het ziekteverzuim daardoor steeds gedaald. Het meest recente jaargemiddelde (september 2023) is 5,86 %. We behouden aandacht voor duurzame inzetbaarheid en daling voor het ziekteverzuim. In de ambitie voor 2025 lijkt het vooralsnog realistisch om (ook gezien de leeftijdsopbouw van de organisatie) rekening te houden met een ziekteverzuimpercentage van 6,5 %. Om medewerkers te boeien en behouden, zodanig dat zij gezond, productief en met plezier het huidige en toekomstige werk kunnen uitvoeren, wordt er veel aandacht besteedt aan thema’s die bijdragen aan een duurzame inzetbaarheid.

14

Om de onderlinge samenwerking tussen de noordelijke omgevingsdiensten verder te verkennen is in een gezamenlijk overleg tussen de dagelijks besturen afgesproken daarvoor een onderzoek uit te voeren. Eind 2023 is een start gemaakt met dit onderzoek waarmee een businesscase wordt uitgewerkt van de mogelijkheden, randvoorwaarden en effecten van samenwerking. Op basis daarvan zullen eventuele vervolgstappen worden bepaald. DUURZAAM MOBILITEITSBELEID

Met duurzaam mobiliteitsbeleid willen we inspelen op een aantal maatschappelijke ontwikkelingen. We willen stimuleren dat medewerkers gebruik maken van het openbaar vervoer in plaats van een eigen auto, als één van de maatregelen in het kader van de CO2-reductie. Daarnaast willen we een aantrekkelijke werkgever zijn in de huidige arbeidsmarkt. Hierdoor kunnen we ons meten met en onderscheiden van onze concurrenten op de arbeidsmarkt. We faciliteren onze medewerkers in het werken waar ze het meest effectief zijn, en niet wat het meest voordelig is. Soms is dat thuis, soms in ons kantoorgebouw en soms is dat in de kantoorgebouwen van onze deelnemers. Met het nieuwe beleid willen we zorgen dat medewerkers hierin de juiste keuzes maken. ARBEIDSMARKTCAMPAGNE

De RUD Drenthe werkt waar mogelijk nauw samen met Omgevingsdienst Groningen en de FUMO. Ook als het gaat om de bedrijfsvoering of de werving van nieuw personeel. Verdere samenwerking tussen de noordelijke omgevingsdiensten draagt immers bij aan het stelsel van robuuste omgevingsdiensten. In 2023 is de campagne “Werken bij de NOD” gestart. Deze campagne geeft aandacht aan: • Het werven van zij-instromers die omgeschoold kunnen worden ten behoeve ons takenpakket; • De opleidingen van scholen om deze beter te laten aansluiten op onze praktijk; • De mogelijkheid om van traineeships gebruik te maken. Dat betekent een andere insteek in externe communicatie en een toename in opleiding en begeleiding van zijinstromers en trainees. Dit heeft ook in 2025 stevig de aandacht want het succes van de campagne verminderd de kwetsbaarheid van een aantal functies.

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

3.2.2 DATA- EN INFORMATIE-GESTUURD WERKEN

3.2.3 HUISVESTING

Het verzamelen, registreren en analyseren van data tot informatie is inmiddels een belangrijke taak en randvoorwaarde voor het goed functioneren van een omgevingsdienst. Het sluit aan op pijler 3 van het IBP-VTH. Uit de evaluatie GR is gebleken dat onze informatievoorziening in vergelijking met andere Omgevingsdiensten vooruitstrevend is. Er zijn een aantal onderwerpen die in 2025 extra inzet en aandacht vragen:

Sinds de start van de RUD Drenthe in 2014 is de organisatie flink gegroeid. Daarnaast is sinds de coronapandemie een andere huisvestingsbehoefte ontstaan vanwege het hybride werken (afwisselend thuis of op kantoor en vaker (deels) via onlineverbindingen). Dit was aanleiding om te komen tot een huisvestingsvisie. In 2023 hebben we onderzocht hoe onze nieuwe huisvesting er uit zou moeten zien. Daarbij is duidelijk geworden dat dit het best kan worden vormgegeven vanaf 1 kantoorlocatie. Op dit moment zijn we ons aan het oriënteren op een nieuwe locatie in Assen. De verwachting is dat deze gereed zou kunnen zijn in de eerste helft van 2025. Het uitgangspunt is dat de relatieve kosten per medewerker niet stijgen. Voor de kosten die te maken hebben met de herhuisvesting is zowel in 2024 als in 2025 € 100K incidenteel gereserveerd. In 2024 is dit budget bedoeld voor advisering, voorbereiding en aansturing van het project. In 2026 zullen de daadwerkelijke verhuiskosten een beslag op de begroting leggen.

DATAVOORZIENING

We vinden het belangrijk om navolgbaar te zijn. We willen onze rapportages, intern en extern, verder professionaliseren. Door onze ambitie om een hogere kwaliteit van sturingsinformatie te realiseren, zijn we in staat om steeds exacter per deelnemer dashboards en verantwoordingsoverzichten te genereren. We zien dat deze investering in het verbeteren van de monitoring, analyse, interpretatie en presentatie loont. GEO-INFORMATIE

De groeiende behoefte aan strategische, tactische en operationele stuurinformatie vraagt veel van onze informatievoorziening. In 2024 wordt een nieuwe basis gelegd voor een moderne GEO- informatievoorziening. Daarbij worden koppelingen tussen interne en externe databronnen gerealiseerd. De mogelijkheid om 2025 informatie geografisch weer te geven biedt onszelf, en daarmee de regio, nieuwe kansen. Als hiervoor extra middelen nodig zijn dan nemen we dit op in de begroting. ROBOTISERING

RUD Drenthe ziet Robotic Process Automation (RPA) als kansrijke technologie om verschillende onderdelen van processen gerobotiseerd te laten uitvoeren en daarbij een aantal doelstellingen te behalen. Denk aan het verlagen van de administratieve druk, versnellen van de uitvoering van processen en het wegnemen van saai en eentonig werk. Daarnaast kan RPA ook bijdragen aan efficiëntere dienstverlening en optimale bedrijfsvoering. De eerste stappen zijn in 2023/2024 gezet en ook in 2025 zal RPA een verdere groei doormaken.

ORGANISATORISCHE ONTWIKKELING

3.2.4 BEDRIJFSVOERING OP ORDE Vanaf het jaar 2024 is de organisatie verder versterkt om de verschillende opgaven effectief uit te kunnen voeren. Naast de ondersteuning van het primaire proces zijn de verschillende bovengenoemde projecten goed in de planning gezet om de gestelde doelen te kunnen behalen. In de meerjarenbegroting 20252028 zien we een lichte ombuiging van de inzet van overhead naar primair. De organisatie is in deze jaren voldoende op sterkte gebracht om de huidige taken goed uit kunnen voeren. Het percentage overhead voor de personele kosten is ongeveer gelijk gebleven. Het overheadpercentage bedraagt 26,3% (2024: 26,4%) o.b.v. definitie BBV.

15

3 ACTUELE ONTWIKKELINGEN

FINANCIEËL EFFECT

3.3 FINANCIELE ONTWIKKELINGEN INVENTARISATIE OPGAVEN

Net als in 2024 heeft het bestuur besloten dat te voorziene extra opdrachten moeten worden opgenomen in het jaarprogramma. Voor niet te voorziene extra opdrachten wordt nadien een extra opdracht verleend. Denk hierbij aan projecten handhavingszaken, complexe toezichtzaken, zeer complexe vergunningen en de inzet na calamiteiten, milieucriminaliteit en klachten. Alleen indien de beschikbare formatie ontoereikend is worden de niet te voorziene extra opdrachten geprioriteerd in het uitvoeringsprogramma. Meer- en minderwerk wordt verantwoord in de voor- en najaar rapportage en verrekend in de jaarrekening 2025 conform de verrekensystematiek. Net als in 2024 wordt te voorzien meerwerk opgenomen in het Jaarprogramma 2025. Uiteindelijk wordt afgerekend op basis van daadwerkelijk geleverde inzet vermenigvuldigd met het nacalculatorisch uurtarief op basis van werkelijke lasten verdeeld over het totaal te verrekenen aantal uren. Denk hierbij aan een toe- of afname in het aantal meldingen, vergunningaanvragen en klachten. De extra inzet voor BOA-taken en Luchtadvies is structureel in de begroting opgenomen en deze wordt net als in de voorgaande jaren achteraf verrekend op basis van gerealiseerde inzet.

KADERS EN KENTALLEN

Uit de evaluatie van de GR is gebleken dat de uitvoering van onze taken op basis van de oorspronkelijk vastgestelde Drentse Maat en niet-Drentse Maat niet overeenkomt met andere omgevingsdiensten met eenzelfde opgave. Daarom is een herijking van de Drentse Maat voorgesteld. De begroting 2025 is gebaseerd op de uitkomsten en besluitvorming van de eerste fase van deze herijking (december 2021), inclusief een groeimodel tot en met 2025. Met een uniforme vastgestelde Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe wordt een wettelijk verplichte uitvoeringsniveau afgesproken. Daarbij is ruimte om met (door de Omgevingswet beoogde) gebiedsgerichte kaders te werken waardoor bijvoorbeeld onderscheid kan worden gemaakt tussen landelijke of meer stedelijke gebieden. De doorontwikkeling en beleidsmatige borging van de (effecten van de) Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe vraagt om structurele inzet van strategische beleidsmedewerkers. UURTARIEF

Het uitgangspunt bij het uurtarief is dat deze volledig kostendekkend is en dat er geen exploitatietekort wordt behaald in 2025. Uitgangspunt is tevens dat het uurtarief gelijk is voor alle deelnemers en alle producten. Het tarief wordt berekend op basis van de totale lasten in de begroting verminderd met de overige baten, gedeeld door het aantal productieve uren. Het uurtarief 2025 is € 122,99. Dit uurtarief is een integraal tarief, waarin ook alle ontwikkelkosten, overhead, incidentele lasten en investeringen etc. zijn opgenomen. BEREKENING UURTARIEF

BEGROTING 2025

BEGROTINGSWIJZIGING 2025

Totale lasten

27.417.237

26.072.637

Overige baten

-515.804

-510.932

26.901.433

25.561.705

Uren jaarprogramma

218.735

216.096

Uurtarief

€ 122,99

€ 118,29

Totaal te verhalen

16

4 DE PROGRAMMA’S

Het BBV vereist dat de begroting in verschillende programma’s wordt weergegeven. Omdat de projecten niet langer apart worden gefinancierd maar integraal onderdeel uitmaken van het jaarprogramma, is het programma “milieu – projecten en leges” zoals dat voorheen werd gebruikt feitelijk niet langer nodig. Daarom is er nu nog maar één inhoudelijk programma: Milieu. De leges worden wel apart weergegeven omdat dit niet gaat om milieu-leges. Volgens het BBV dienen de algemene dekkingsmiddelen, de heffing VPB en het bedrag voor onvoorzien apart in het programmaplan

uiteengezet te worden. Daarnaast worden de kosten van de overhead in een apart programma getoond. De kosten van de andere programma’s dienen exclusief overheadkosten getoond te worden.

Bedragen x € 1000

BATEN

LASTEN

SALDO

Programma Milieu

26.901

17.935

8.967

200

140

60

0

0

0

Overhead

129

9.176

-9.047

Algemene dekkingsmiddelen

145

0

145

Heffing VPB

0

0

0

Bedrag onvoorzien

0

125

-125

27.375

27.375

150

Toevoeging aan reserves

0

0

0

Onttrekking aan reserves

0

0

0

27.375

27.375

0

Leges Programma organisatieontwikkeling

Saldo van baten en lasten vóór mutaties reserves

Saldo van baten en lasten na mutaties reserves Tabel 4: Hoofdoverzicht baten en lasten 2025 overeenkomstig indeling BBV

17

4 DE PROGRAMMA’S

Elk van de programma’s uit het overzicht wordt hieronder kort toegelicht.

4.1 PROGRAMMA MILIEU De milieutaken staan uitgebreid omschreven in het jaarprogramma. Voor toelichting op deze taken verwijzen wij u naar het meest recente jaarprogramma over 2024. Voor 2025 wordt er een uitvoeringsprogramma opgesteld die afgestemd wordt op deze begroting en op de Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe.

4.2 LEGES De verwachting bij de legesopbrengsten is onduidelijk. Dit heeft te maken met het feit dat provincie en gemeenten onder de Omgevingswet de mogelijkheid krijgen leges te heffen voor regulering van de milieuactiviteiten en het is nu nog niet duidelijk welke afspraken daar over worden gemaakt. De legeskosten zijn voor 2025 geraamd op € 140K. In paragraaf 2.1 en 2.2 wordt nader ingegaan op de gevolgen voor de leges onder de Omgevingswet.

4.3 ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN, OVERHEAD, VENNOOTSCHAPSBELASTING, ONVOORZIEN ALGEMENE DEKKINGSMIDDELEN

De algemene dekkingsmiddelen zijn inkomsten waarvoor geen specifiek bestedingsdoel is bepaald. Voor het jaar 2025 worden renteopbrengsten geraamd ten bedrage van € 145K. OVERHEAD

Het BBV (Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten) schrijft voor dat overheadkosten afzonderlijk worden begroot en niet in de inhoudelijke programma’s worden opgenomen. Op deze manier wordt beoogd om meer inzicht te geven in de overheadkosten voor de organisatie als geheel. De volgende kosten worden conform het BBV voor onze dienst tot de overhead gerekend: • Directie en management • Concern controller • Relatie- en Opgavemanager • Secretariaat • Staf/adviseurs (Informatisering & Automatisering, HRM, Financiën/Controlling, Informatievoorziening)

18

• Ondersteunende PIOFACH-taken (Personeel, Informatievoorziening, Organisatie, Financiën, Administratieve organisatie, Communicatie en Huisvesting), wanneer deze niet één op één aan het primaire proces kunnen worden gekoppeld. VENNOOTSCHAPSBELASTING (VPB)

Het BBV schrijft voor dat de heffing vennootschapsbelasting wordt uiteengezet in een separate post. Deze post is niet van toepassing op onze organisatie. Vennootschapsbelasting dient namelijk te worden afgedragen door een overheidsonderneming bij activiteiten die voor de Vpb gelden als onderneming en waarop geen objectvrijstellingen van toepassingen zijn. Ons uitgangspunt is dat, voor de activiteiten van de RUD Drenthe die kwalificeren als onderneming, wij in principe enkel die activiteiten ondernemen waarvoor sprake is van objectvrijstelling. ONVOORZIEN

Het BBV schrijft voor dat de post ‘onvoorzien’ eveneens apart getoond dient te worden. We hebben een bedrag van € 125K opgenomen voor onvoorzien, zoals afgesproken in de financiële verordening. Bestuurlijk is de wens geuit om de algemene reserve zo laag mogelijk te houden. Indien zich tegenvallers voordoen dan moeten wij ons tot de deelnemers wenden voor een verhoging van de deelnemersbijdrage. Het is daarom wenselijk om een post onvoorzien te hebben en daarnaast het weerstandsvermogen voldoende hoog te houden om onze financiële risico’s te kunnen dekken. Zo ontstaat er gedurende het jaar geen stagnatie in verband met extra besluitvormingsprocedures. Op ons weerstandsvermogen wordt verder ingegaan in paragraaf 2.1.

5 PARAGRAFEN

Het BVV vereist verschillende paragrafen. Vier daarvan zijn niet van toepassing op ons en worden daarom niet uitgewerkt. Op 5 paragrafen geven we in dit document een toelichting.

• Grondbeleid is niet van toepassing omdat de RUD Drenthe geen eigen grond bezit; • Verbonden partijen is niet van toepassing omdat de RUD Drenthe geen verbonden partijen heeft (het is zelf een verbonden partij); • Onderhoud kapitaalgoederen is niet van toepassing omdat het kantoor waarin de RUD Drenthe gehuisvest is, wordt gehuurd en er verder geen voor deze paragraaf relevante activa zijn; • De vennootschapsbelasting is niet van toepassing omdat het uitgangspunt van de RUD Drenthe is dat, voor de activiteiten van de RUD Drenthe die kwalificeren als onderneming, zij in principe enkel die activiteiten onderneemt waarvoor sprake is van objectvrijstelling.

De volgende verplichte paragrafen zijn in deze ontwerpbegroting 2025 opgenomen: • Paragraaf leges/ lokale heffingen • Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing • Paragraaf financiële kengetallen • Paragraaf bedrijfsvoering • Paragraaf personele ontwikkelingen

5.1 PARAGRAAF LEGES/ LOKALE HEFFINGEN Wij hebben in ons eigen beleid geen lokale heffingen. Voor de provincie Drenthe zijn wij wel gemandateerd om de heffingen van leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo/Omgevingswet. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. Wij hebben met de provincie de afspraak gemaakt dat het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven bij de leges de dekking is voor de administratieve ondersteuning voor het innen van de leges. Per saldo is het innen van de leges dus

19

5 DE PARAGRAFEN

een budgetneutraal project. In het kader van de Omgevingswet is dit veranderd. De uitkomst van de werkgroep leges van de OPD (het Omgevingsplatvorm Drenthe) zal daarbij leidend zijn. Het eventueel wegvallen van deze werkzaamheden is opgenomen in de volgende paragraaf.

RICHTLIJNEN WEERSTANDSCAPACITEIT BETEKENIS RATIO

RATIO WEERSTANDSCAPACITEIT

Uitstekend

> 2,0

Ruim voldoende

1,4 < x > 2,0

Voldoende

1,0 < x > 1,4

5.2 PARAGRAAF WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING

Matig

0,8 < x > 1,0

Onvoldoende

0,6 < x > 0,8

Bij het weerstandsvermogen gaat het om de mate waarin wij in staat zijn middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit betekent dat het beleid veranderd moet worden. Het gaat om de robuustheid van de begroting. Maar ook om de wendbaarheid en het adequaat kunnen handelen van een organisatie. En voor onze deelnemers om een organisatie die optimaal efficiënt kan bijdragen aan hun opgaven.

Ruim onvoldoende

Wij hebben ultimo 2023 een totaal eigen vermogen van € 660K met een algemene reserve van € 288K een bestemmingsreserve van € 23K en een positief exploitatieresultaat over 2023 van € 349K. De bestemmingsreserve maakt geen onderdeel uit van de weerstandscapaciteit, maar dat geldt wel voor het positieve exploitatieresultaat over 2023. Ook de post onvoorzien kan worden beschouwd als onderdeel van het weerstandsvermogen. Wanneer wordt besloten dat de deelnemers het positieve resultaat 2023 toevoegen aan de algemene reserve dan zal het weerstandvermogen iets toenemen. Bij het aanbieden van de jaarstukken 2023 wordt aan de deelnemers gevraagd om het positieve resultaat over 2023 van € 349K toe te voegen aan de algemene reserve. Daarnaast is in onderhavige begroting een post onvoorzien van € 125K opgenomen. Wanneer het positieve resultaat toegevoegd wordt aan de algemene reserve, dan stijgt het weerstandsvermogen naar € 762K. De ratio stijgt dan naar 1,5. Dat wordt beoordeeld als ruim voldoende.

20

< 0,6

FACTOR AANWEZIG/BENODIGD WEERSTANDSVERM. FACTOR

1,5

OORDEEL

ruim voldoende

Tabel 5: De conclusie van het weerstandsvermogen

FINANCIËLE RISICO’S

De omvang van ons weerstandsvermogen is gerelateerd aan de risico’s die de organisatie loopt. Deze risico’s zijn in kaart gebracht en ook financieel vertaald. Hierbij is rekening gehouden met reeds getroffen maatregelen, zoals verzekeringen. Een aantal van onze (financiële) risico’s worden in onderstaande tabel vermeld. In het model zijn risicobeoordeling en -kwantificering gehanteerd, zoals aanbevolen door het Ministerie van BZK. Deze risico’s geven inzicht in het benodigde weerstandsvermogen (zie onderstaande tabel). Hierbij worden kleinere risico’s geacht onderdeel te zijn van de reguliere bedrijfsvoering. De vermenigvuldiging met de wegingsfactoren impact en frequentie geeft het bedrag aan dat beschikbaar moet zijn als weerstandsvermogen om de risico’s te kunnen opvangen.

5 DE PARAGRAFEN

nr

CATEGORIE

OMSCHRIJVING

EFFECT

FINANCIEEL

IMPACT

FREQUENTIE

BENODIGDE WEERSTANDS CAPACITEIT (€)

1

personeel

Ziekteverzuim

productieverlies

€ 250.000

3

5

250.000

2

personeel / bedrijfsvoering

Werving nieuwe medewerkers

productieverlies

€ 150.000

3

4

112.500

3

personeel

Leges

frictiekosten

€ 50.000

1

5

50.000

4

personeel

Zaaksysteem

productieverlies

€ 500.000

2

2

100.000

5

personeel / bedrijfsvoering

Gevolgen omgevingswet

productieverlies

PM

PM

PM

PM

TOTAAL

512.500

Tabel 6: Het risicoprofiel 2025

IMPACT

IMPACT

PM

FREQUENTIE

PM

3

GEVOLGEN OMGEVINGSWET

IMPACT

FREQUENTIE

1

ZIEKTEVERZUIM

FREQUENTIE

BODEM INFORMATIESYSTEEM (BIS)

RISICO PROFIEL 2025

WERVING NIEUWE MEDEWERKERS

LEGES

5

5

1

IMPACT

4

FREQUENTIE

3

IMPACT

4

FREQUENTIE

KLASSE / IMPACT

FINANCIEEL

WEGINGSFACTOR

KLASSE/ FREQUENTIE

1

< 50.000

25.000

1

1 keer per 10 jaar of minder

0,10

2

50.001 - 100.000

75.000

2

1 keer per 5-10 jaar

0,20

3

100.001 - 250.000

175.000

3

1 keer per 2-5 jaar

0,50

4

250.001 - 1.000.000

625.000

4

1 keer per 1-2 jaar

0,75

5

> 1.000.000

1.000.000

5

1 keer per jaar of meer

1,00

KANS

WEGINGSFACTOR

21

5 DE PARAGRAFEN

In de risicoberekening is geen rekening gehouden met een eventuele bestuurlijke keuze om bij noodzakelijke herprioritering in het jaarprogramma 2025 alsnog te kiezen voor het beschikbaar stellen van extra middelen. Mocht op basis van het jaarprogramma 2025 een tekort aan uren zichtbaar worden, dan vraagt dat om expliciete bestuurlijke besluitvorming, herprioritering en beschikbaarstelling van extra middelen waarvoor dan een extra deelnemersbijdrage noodzakelijk is.

1. ZIEKTEVERZUIM

Algemeen In 2023 was het gemiddelde ziekteverzuim 5,68%. Bij de berekening van de beschikbare productieve uren is 6,5% ziekteverzuim opgenomen in de begroting 2025.

Beheersmaatregelen In 2024 en 2025 staat verzuim wederom hoog op onze agenda en het thema alsmede het verzuimprotocol is actief bij onze medewerkers onder de aandacht. Daarnaast zijn/worden de volgende maatregelen getroffen: • De preventie op- en de begeleiding van het beïnvloedbare verzuim is vergroot; • De toegankelijkheid van bedrijfsmaatschappelijk werk is vergroot; • De inzet op de pro-actieve uitvoering van het Arbobeleid is vergroot; • Er is een directe verzuimbegeleiding op de lopende dossiers; • In 2025 is de pandemie minder of niet meer van invloed op de keuze voor thuiswerken of op locatiewerken. De klus bepaalt hoe en waar gewerkt wordt waardoor het werkplezier zich kan herstellen. Onze huisvesting moet in 2025 ingericht zijn op deze hybride werkwijze van plaats- en tijd onafhankelijk werken. Calculatie financieel Voor de calculatie is 2 % van de loonsom van het primaire proces gebruikt.

22

5 DE PARAGRAFEN

2. WERVING NIEUWE MEDEWERKERS

Algemeen De krapte op de huidige arbeidsmarkt aan gekwalificeerd personeel noodzaakt ons tot meer inzet op werving en selectie van toekomstig benodigde medewerkers.

Beheersmaatregelen De RUD Drenthe voert een campagne "Werken bij de NOD” samen met de ODG en de FUMO. Daarbij zal bijzondere aandacht gegeven worden aan inclusie en diversiteit. In dat kader zetten we in om: • zij-instromers klaar te stomen voor onze taken; • opleidingen van scholen beter te laten aansluiten op onze praktijk; • van traineeships gebruik te maken. Dat betekent een andere insteek in communicatie naar buiten en een toename in opleiding en begeleiding van zij-instromers en trainees. Calculatie financieel In de begroting is een dekking van € 150K opgenomen ter dekking van mogelijk productieverlies. Algemeen Wij hebben in ons eigen beleid geen lokale heffingen. Voor de provincie Drenthe zijn wij wel 3. LEGES gemandateerd om de heffingen van de leges uit te voeren. Dit betreft leges voor de luchtvaart en de Wabo/Omgevingswet. De inning van de leges is gebaseerd op de Legesverordening van de provincie. Wij hebben met de provincie de afspraak gemaakt dat het verschil tussen de inkomsten en de uitgaven bij de leges de dekking is voor de administratieve ondersteuning voor het innen van de leges. Per saldo is het innen van de leges dus een budgetneutraal project. In het kader van de Omgevingswet verandert dit. De vraag is of gemeenten gebruik gaan maken van de mogelijkheid om leges te gaan innen en vervolgens of wij daar een rol in gaan spelen.

De uitkomst van de werkgroep leges van de OPD (het Omgevingsplatform Drenthe) zal daarbij leidend zijn.

De Omgevingswet is ingegaan op 1 januari 2024. Met de impactanalyse 4. GEVOLGEN zijn de verwachte structurele OMGEVINGSeffecten van de Omgevingswet WET in beeld gebracht. De invoering van de Omgevingswet heeft impact op de uitvoering van het takenpakket. In de impactanalyse verwachten we op basis van de huidige dienstverlening een stijging van 18%. Dit zijn de structurele effecten wanneer de Omgevingswet volledig doorwerkt in alle organisatie, d.w.z. dat bijvoorbeeld ook omgevingsplannen zijn vastgesteld door gemeenten. De verwachting is dat sprake zal zijn van een geleidelijke structurele stijging van inzet (over meerdere jaren). Via tijdelijke uitvoeringskeuzes kunnen de verwachte effecten van de Omgevingswet gedempt worden naar 9%. In deze begroting is het effect van 9% verwerkt. Daarnaast is een prioritering opgenomen die wordt toegepast wanneer de vraag vanuit de deelnemers groter is dan de beschikbare formatie. Op zowel de structurele als incidentele effecten vindt monitoring plaats.

5. AANVULLENDE FINANCIËLE RISICO'S • • • •

Aanvullende financiële risico’s Zoals in hoofdstuk 4 is omschreven, bestaan er nog een aantal relevante risico’s die op dit moment niet op geld zijn in te schatten zoals:

 ata- en informatie gestuurd werken/Digitale D Uitwisseling; Onderzoek naar de gevolgen van voortzetting van het huidige zaaksysteem Doorontwikkeling Uitvoering- en Handhaving Strategie Drenthe; Huisvesting in het jaar 2025.

Beheersmaatregelen Wij zijn actief betrokken bij de gesprekken van het OPD en de verschillende werkgroepen (waaronder leges) waar de gevolgen van het invoeren van de Omgevingswet besproken worden. Calculatie financieel In de begroting is een dekking van € 50K opgenomen ter dekking van de inzet van de betrokken medewerkers bij het team vergunningen.

23

5 DE PARAGRAFEN

5.3 PARAGRAAF FINANCIËLE KENGETALLEN Hieronder volgt een korte toelichting per kengetal met als basis de jaarrekening 2023, de begroting wijziging 2023 en de Ontwerpbegroting 2024. 2023 (JAARREKENING)

2024 (BEGROTINGSWIJZIGING)

2025 (BEGROTING)

2026 (BEGROTING)

2027 (BEGROTING)

2028 (BEGROTING)

Netto schuldquote

-3,2%

-2,5%

-2,4%

-2,9%

-3,2%

-3,6%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Solvabiliteitsratio

11,5%

11,4%

11,3%

13,7%

15,9%

18,1%

Structurele exploitatieruimte

1,1%

1,3%

-0,1%

0,2%

0,2%

0,2%

Tabel 7: percentages schuldquote en solvabiliteitsratio

NETTO SCHULDQUOTE

Dit cijfer geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De VNG adviseert om 130% als maximum norm te hanteren en daarboven de schuld af te bouwen. We hebben geen leningen waardoor de schuldpositie alleen bestaat uit kortlopende verplichtingen. Daarom hanteren wij een norm van 0% of lager. Om aan de norm te voldoen moeten de eigen middelen hoger zijn dan de schuldpositie. In afwijkende gevallen, bijvoorbeeld een grote investering waar geld voor aangetrokken wordt, stijgt het kengetal boven de 0% stijgen. Voor 2025 is het kengetal –2,4% en voldoet daarmee aan de gestelde norm. SOLVABILITEITSRATIO

Dit cijfer geeft inzicht in de mate waarin de organisatie in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid. Dit cijfer geeft dus een soort toekomstvisie weer. Het betreft het aandeel van het eigen vermogen in het totale vermogen. De VNG geeft aan dat bij een ratio lager dan 20% de organisatie zich op glad ijs bevindt, de norm voor ons is daarom minimaal 20%. Ons solvabiliteitsratio is op basis van de begroting 2025 uitgekomen op 11,3% waardoor de solvabiliteit van onze organisatie onder de norm ligt. Het kengetal valt lager uit omdat met voorschotten van de opdrachtgevers wordt gewerkt. De voorschotten leiden

24

tot een hoger kortlopend vreemd vermogen en hebben daarmee een negatief effect op de ratio maar zorgen niet voor een slechte financiële weerbaarheid. Immers, die voorschotten worden in het nieuwe boekjaar besteed aan de taken waarvoor wij dit geld hebben ontvangen. Daarnaast is het eigen vermogen na de onttrekking voor het ontwikkelprogramma geminimaliseerd. STRUCTURELE EXPLOITATIERUIMTE

Dit cijfer helpt mee om te beoordelen welke structurele ruimte wij hebben om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Wanneer dit cijfer negatief is, betekent het dat het structurele deel van de begroting onvoldoende ruimte biedt om de lasten te blijven dragen. De norm voor onze organisatie is 0% of hoger. In de begroting 2025 is de ratio -0,1% en daarmee onvoldoende. Vanaf het jaar 2026 is het weer positief. ALGEHEEL OORDEEL

Het BBV schrijft voor een beoordeling te geven van de onderlinge verhouding tussen de kengetallen in relatie tot de financiële positie. Van de drie geldende kengetallen voor onze organisatie geeft de solvabiliteitsratio aan dat deze onder de norm ligt. Het algehele beeld van onze financiële positie is dat oplettendheid is geboden. Zie ook de vorige paragraaf inzake het weerstandsvermogen.

5 DE PARAGRAFEN

5.4 PARAGRAAF FINANCIERING BELEIDSKADERS

De uitvoering van de financieringsfunctie dient plaats te vinden binnen de kaders zoals gesteld in de wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daarbij behorende ministeriële regelingen. In deze wet staan transparantie en risicobeheersing centraal. De transparantie komt daarbij tot uitdrukking in voorschriften voor een verplicht Financierings- (treasury-)statuut evenals een financieringsparagraaf in begroting en rekening. We werken volgens het Treasurystatuut dat is vastgesteld op 23 september 2013. RENTEVISIE

Gezien de geringe invloed van de renteontwikkeling op onze begroting is geen lange termijn rentevisie opgenomen. GELDLENINGEN

We zullen het overgrote deel van onze werkzaamheden betalen uit de vaste voorschotbetalingen van de deelnemers. De verwachting is dat deze voldoende zijn om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. We hebben geen geldleningen en verwachten deze voor de begroting van 2025 ook niet aan te hoeven gaan. Onze organisatie loopt op dit moment geen grote liquiditeitsrisico’s. In de praktijk factureren wij maandelijks of per kwartaal de projectinzet. KASGELDLIMIET

Ter beperking van het renterisico op de netto-vlottende schuld (schulden met een looptijd van minder dan één jaar) is een kasgeldlimiet vastgesteld. Zo wordt voorkomen dat fluctuaties van de korte rente direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten tijdens een boekjaar. Voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt de kasgeldlimiet 8,2% van het begrotingstotaal. Het saldo van vlottende schulden en vlottende middelen wordt afgezet tegen het begrotingstotaal. Dit betekent voor ons dat het maximale saldo in 2025 € 2,2 mln. mag bedragen.

aan herfinanciering en het bedrag aan renteherziening op de vaste schuld. Er is in 2025 geen sprake van herfinanciering omdat geen leningen worden aangegaan.

5.5 PARAGRAAF BEDRIJFSVOERING Bedrijfsvoering ondersteunt de andere programma’s in het voorzien van verschillende diensten als personeelszaken, informatievoorziening, administratie, communicatie, sturing, coaching en planning en control. De bedrijfsvoeringsopgaven waren in 20192020 opgenomen in een Ontwikkelprogramma. Hiermee is een deel van de basis op orde gebracht, is de professionalisering van de financiële functie tot beheersbaar niveau gebracht en groeit jaarlijks ons zelflerend vermogen. In 2021 is doorgepakt met een uitvoeringsprogramma voor de nog resterende opgaven en de afronding van eerder in gang gezette ontwikkelingen. Het Ontwikkelprogramma is inmiddels beëindigd. De organisatieontwikkeling van de RUD is onderdeel gemaakt van de begroting 2025. Nadat de U&H – strategie is vastgesteld en doorgevoerd, de Omgevingswet is geïmplementeerd en de effecten van het doorvoeren van de evaluatie GR inzichtelijk zijn kunnen de afspraken en visie op onze bedrijfsvoering worden herzien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14277019/1