CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

4b BP Eursinge 7, verbeelding ON01.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 722.319 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Stikstof

In verband met de uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 is onderzocht of er in de nieuwe situatie sprake is van stikstofuitstoot op de dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden. Hieruit is gebleken dat dit niet leidt tot een hogere uitstoot dan 0,00 mol per hectare per jaar. Het ecologisch onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. De stikstofberekening is als bijlage 8 aan deze toelichting gehecht.

4.10

Verkeer en parkeren

Met het toevoegen van één woning zal het verkeer aan de Eursinge niet significant toenemen. Doordat het agrarisch bedrijf stopt zal er per saldo sprake zijn van afname van het aantal verkeersbewegingen. Per vrijstaande woning dienen in ieder geval twee parkeerplaatsen op eigen perceel gerealiseerd moeten worden. Gezien de grootte van de percelen zal dit geen probleem zijn.

29

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

30

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Hoofdstuk 5

Juridische vormgeving

In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Op basis van de informatie uit deze hoofdstukken zijn is het juridische bindende deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels, bepaald. De regels omvatten bepalingen betreffende het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de indeling van de bestemmingen en aanduidingen weer.

5.1

Algemeen

Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente De Wolden en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De opzet van de bestemmingsregels is gebaseerd op de beheersverordening Buitengebied. Daarbij zijn de niet van toepassing zijnde begrippen en bepalingen niet opgenomen in dit plan. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. De regels zijn gebaseerd op de regels voor de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan Buitengebied, waarbij enkele maatwerkaanpassingen zijn getroffen. Tevens zijn de niet van toepassing zijnde regels weggelaten.

5.2

Inleidende regels

Begrippen (Artikel 1): In dit artikel is een omschrijving gegeven van de in regels van dit bestemmingsplan gebruikte begrippen. Wijze van meten (Artikel 2): Hierbij is een omschrijving aangegeven over de wijze van meten van in de regels aangegeven afstanden, oppervlakte- en inhoudsmaten.

5.3

Bestemmingsregels

In dit hoofdstuk zijn de regels betreffende de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen opgenomen. De bepalingen zijn als volgt opgebouwd: 1. Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van het gebruik wat is toegestaan binnen de bestemming, 2. Bouwregels: de regels, waar en met welke maatvoering, mag worden gebouwd, 3. Nadere eisen: Eisen welke met het oog op het voorkomen van onevenredigs aantasting van de aangegeven aspecten kunnen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing 4. Afwijken van de bouwregels: de afwijkingsmogelijkheden welke specifiek gelden voor de bouwregels van de betreffende bestemming; 5. Specifieke gebruiksregels: in de specifieke gebruiksregels wordt aangegeven welk gebruik in strijd is met de bestemming, waaronder indien nodig specifieke voorwaardelijke verplichtingen. 6. Afwijken van de gebruiksregels: de afwijkingsmogelijkheden welke specifiek gelden voor de gebruiksregels van de betreffende bestemming; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: vergunningstelsel voor specifiek aangegeven werkzaamheden en werken. In paragraaf 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven van de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen.

31

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

5.4

Algemene regels

De op het plan van toepassing zijn de algemene regels worden beschreven in hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel: Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van een bouwplan en op die wijze meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Algemene gebruiksregels: In deze regel is aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Algemene afwijkingsregels: In deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene aanduidingsregels: In dit artikel zijn de regels betreffende de algemene aanduidingsregels aangegeven. In dit plan specifiek betreffende de ‘Milieuzone - hydrologische beïnvloeding’.

5.5

Overgangs- en slotregels

In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels vermeld. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het plan bekend staat.

5.6

Wijze van bestemmen

In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.

5.7

Agrarisch (artikel 3)

De percelen die niet tot de woonbestemming behoren zijn bestemd als Agrarisch. Omdat op de verbeelding geen bouwvlak op deze gronden is weergegeven is het oprichten van gebouwen op gronden met de bestemming Agrarisch niet toegestaan.

5.8

Wonen (artikel 4)

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in de Bijlage B Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen, met de daarbij behorende wegen en paden, water, tuinen, erven en terreinen, woningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bouwregels zijn de maximale oppervlaktes en de maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogtes van de gebouwen opgenomen. Ook is, zoals in hoofdstuk 3 al opgenomen, een voorwaardelijke verplichting opgenomen welke waarborgt dat het landschapsplan wordt uitgevoerd. Het landschapsplan is als bijlage A aan de regels toegevoegd.

5.9

Dubbelbestemming Waarde - Archeologie (artikel 5)

Met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie worden de naar verwachting aanwezige waarden in de bodem van een planologische beschermingsregeling voorzien. Deze regeling is materieel geheel gelijk aan de geldende regeling voor archeologie in de beheersverordening Buitengebied.

32

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Hoofdstuk 6 M aatschappelijke en economische uitvoerbaarheid

6.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerpbestemmingsplan door het college toegezonden aan onder meer de provincie, het waterschap Vechtstromen en de veiligheidsregio Drenthe. De provincie Drenthe heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het Landschappelijk Ontwikkelingsplan. Naar aanleiding hiervan is dit aangepast, Provincie Drenthe heeft aangegeven akkoord te gaan met dit nieuwe plan. Vervolgens zal het voorliggend bestemmingsplan als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende de periode van 6 weken. Binnen deze termijn kan eenieder een zienswijze bij de gemeenteraad indienen. Hieraan voorafgaande heeft de initiatiefnemer, in het kader van de participatie, de omwonenden uitgenodigd om kennis te nemen van de plannen en hun mening daarover te geven. Hiervan is verslag gemaakt dat als bijlage 9 aan deze toelichting is gevoegd. De omwonenden kunnen instemmen met de voorgenomen plantontwikkeling.

6.2

Economische uitvoerbaarheid

Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemer garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschadekosten en aan dit plan verwante kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tevens is een anterieure overeenkomst met daarin een sloopverplichting gesloten tussen de initiatiefnemers en de gemeente.

33

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

34

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Bijlagen bij toelichting

35

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Bijlage 1 Huidige en nieuwe situatie

36

6431

6530

3 6552 6269

5747

5

/ts 22 6531

5749

9

w nieu inrit 6271

2. 6553

Ro o

H.

ilijn

4288

inr it b est aa n

5783

Erf verh ard Pan ing nen dak

5784

5150

I.

11

Bes taan de

d

laur ierh aag

C. 7

A. 13

inr it b est aa n

3. Graslandschap

6557

Doorzich

d

E.

B.

D. Boo m fruitb gaard m ome n. 3 et hoogs rijen tam .

G. t

4525

6172

Rietd ak

F. 4524

Erf h alfve rhard

Renvooi Kaveloppervlaktes: 1. = 5.815 m2 2. = 1.634 m2 3. = 6.169 m2

1.

2910

Graslandschap 6556

Niet te slopen bebouwing: A. Woonhuis = 72 m2 B. Schuur = 270 m2 + Totaal: = 342 m2 4284

Te slopen bebouwing: C. Tuinhuisje = 44 m2 D. Schuur = 169 m2 E. Schuur = 146 m2 F. Schuur = 217 m2 G. Schuur = 140 m2 + Totaal: = 716 m2 Nieuw te bouwen: H. Woonhuis I. Schuur Totaal:

2710

= max. 200 m2 = max. 150 m2 = max. 350 m2

253

Werk: Eursinge 7 Schaal: Gewijzigd: Opdrachtgever: J. Derks Getekend: Projectnummer: 19036 Teknr.: Onderdeel: Situatie NIEUW Formaat: Status: DEFINITIEF Tek. datum: De Stijll B.V. Hoofdstraat 9a 7902 EA Hoogeveen, Tel: 0528-240496 info@destijll.nl www.destijll.nl

1 : 1000 GR 001B A3 11-09-2020

Auteursrecht voorbehouden: Onverminderd de bepalingen van de auteurswet heeft "De Stijll B.V. "het uitsluitend recht van verwezenlijking, openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn ontwerpen, schetsen, tekeningen, modellen enz. Het ter hand stellen van de ontwerpen, tekeningen enz.. geeft niet het recht deze zonder toestemming van "De Stijll B.V." al of niet gewijzigd uit te voeren of te doen uitvoeren, evenmin deze stukken te tonen aan derden, die ze te eigen behoeve of in het belang van anderen in strijd met de Auteurswet zouden willen aanwenden.

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

38

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Bijlage 2 Landschapsinrichtingsplan

39

Bestaand doorzicht handhaven

unt

4

Zi ch

tp u

nt

5

w nieu inrit

Zic htp

2.

Beukenhaag

ilijn Ro o

A

inrit bestaand

Afrastering met palen en draad

Erf verharding Bes taan de la urie rha ag

Erfverharding

B

Huiskavel

Pannendak

C

3. inr it b est aa n

`Solitaire bomen

D

d

woning/schuur

Grasland

Boomgaard met hoogstam fruitbomen. 3 rijen.

Zich

n tpu

t1

Rietdak Erf halfverhard

1. Grasland Bestaand doorzicht handhaven

Renvooi Kaveloppervlaktes: 1. = 5.815 m2 2. = 1.634 m2 3. = 6.169 m2

2 Zichtpunt

Zichtpun t

A: Woning B: Schuur

max. 200 m2 max. 150 m2

C + D: Woning + Schuur/woning

max. 350 m2

Afbeeldingen van de zichtpunten staan wergevenop blad 001B - Afbeeldingen zichtpunten

3

Werk: Eursinge 7 Schaal: Gewijzigd: Opdrachtgever: J. Derks Getekend: Projectnummer: 19036 Teknr.: Onderdeel: Landschapinrichtingsplan Formaat: Status: DEFINITIEF Tek. datum: De Stijll B.V. Hoofdstraat 9a 7902 EA Hoogeveen, Tel: 0528-240496 info@destijll.nl www.destijll.nl

1 : 1000 GR 001A A3 11-09-2020

Auteursrecht voorbehouden: Onverminderd de bepalingen van de auteurswet heeft "De Stijll B.V. "het uitsluitend recht van verwezenlijking, openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn ontwerpen, schetsen, tekeningen, modellen enz. Het ter hand stellen van de ontwerpen, tekeningen enz.. geeft niet het recht deze zonder toestemming van "De Stijll B.V." al of niet gewijzigd uit te voeren of te doen uitvoeren, evenmin deze stukken te tonen aan derden, die ze te eigen behoeve of in het belang van anderen in strijd met de Auteurswet zouden willen aanwenden.

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

41

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Bijlage 3 Akoestisch onderzoek

42

De Stijll bv t.a.v. dhr. G. Reitsema Hoofdstraat 9A 7902 EA Hoogeveen

Betreft : Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Eursinge 7 te Eursinge Project : 20201609 Datum : 7 juli 2020 Behandeld door : ing. W. Spreen

Geachte heer Reitsema, Hierbij ontvangt u de geluidsnotitie wegverkeerslawaai voor de te realiseren woning Eursinge 7 te Eursinge. Algemeen De woning ligt binnen de geluidzones van de N375 en de Eursinge. Daarom dient de geluidsbelasting ten gevolge van deze wegen te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. In afbeelding 1 is de situatie met de te bouwen woning weergegeven. Achter de woning zal een schuur worden gebouwd. In dit onderzoek is de geluidsbelasting berekend zonder rekening te houden met de afschermende werking van de schuur (worst case). Daarmee bestaat uit vanuit akoestisch oogpunt geen verplichting de schuur te realiseren. Afbeelding 1: situatie met woning

Wettelijk kader De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt voor geluidsgevoelige objecten 48 dB. (incl. aftrek art. 110g Wgh). Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient, vanwege het in de toekomst stiller worden van het verkeer, een aftrek te worden toegepast op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen. Deze aftrek bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e.

0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. Op de N375 geldt een rijsnelheid van meer dan 70 km/h. De toe te passen aftrek is daarom afhankelijk van de berekende geluidsbelasting exclusief aftrek. Omdat de geluidsbelasting ten gevolge van de N375 exclusief aftrek afwijkt van de onder a en b genoemde waarden, is voor deze weg een aftrek van 2 dB gehanteerd. De wettelijke rijsnelheid op Eursinge bedraagt 60 km/h. De toe te passen aftrek voor deze weg bedraagt 5 dB. De aftrek volgens art. 110g Wgh is in de berekeningen verdisconteerd in de vorm van een groepsreductie (zie bijlage 1). Verkeersgegevens Bij het berekenen van de geluidbelasting dient rekening te worden gehouden met de situatie over 10 jaar (2030). De gemeente heeft van de te hanteren verkeersgegevens aangeleverd. De gehanteerde verkeersgegevens zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: gehanteerde verkeersgegevens 2030 wegvak weekdag intensiteit mvt/etmaal

uurintensiteit (%) dag avond nacht

Voertuigverdeling lv mv zv

N375 Eursinge

6,5 7,0

84,0 84,8

5.500 293

2,1 2,6

1,7 0,7

4,0 10,8

12,0 4,4

Het wegdek op beide wegen bestaat uit Dicht Asfalt Beton (referentiewegdek). De wettelijke rijsnelheid op de N375 bedraagt 80 km/h en op de Eursinge 60 km/h.

Rekenmodel De berekeningen zijn uitgevoerd volgens Standaard Rekenmethode II (SRMII) conform het Rekenen Meetvoorschrift geluid 2012. Hierbij is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geo-milieu Versie 5.21 van DGMR. De harde bodemgebieden zijn in het rekenmodel ingevoerd. Voor de overige gebieden is uitgegaan van een zacht bodemgebied (Bf = 1,0). De woning heeft twee geluidsgevoelige bouwlagen. De geluidsbelastingen zijn daarom berekend op 1,5 meter en 4,5 meter boven maaiveld. In bijlage 1 zijn de invoergegevens van het rekenmodel weergegeven.

2

Geluidsbelasting wegverkeerslawaai De berekende geluidsbelastingen ten gevolge van de N375 zijn weergegeven in bijlage 2 en zijn samengevat in tabel 2. Tabel 2: geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh) Rekenpunt berekende geluidsbelasting [Lden in dB] Ho = 1,5 m Ho = 4,5 m 01 Noordgevel 27 33 02 Oostgevel 45 46 03 Zuidgevel 47 48 04 Westgevel 42 43

De geluidsbelasting ten gevolge van de N375 bedraagt ten hoogste 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

De geluidsbelastingen ten gevolge van de Eursinge zijn weergegeven in bijlage 3 en zijn samengevat in tabel 3. Tabel 2: geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh) Rekenpunt berekende geluidsbelasting [Lden in dB] Ho = 1,5 m Ho = 4,5 m 01 Noordgevel 43 43 02 Oostgevel 37 39 03 Zuidgevel 17 17 04 Westgevel 37 38

De geluidsbelasting ten gevolge van de Eursinge bedraagt ten hoogste 43 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Uit dit onderzoek volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de N375 en de Eursinge niet meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van L den = 48 dB. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai ontmoet de bouw van de woning op deze locatie geen bezwaren.

Met vriendelijke groet,

W. Spreen

bijlage 1: invoergegeven rekenmodel bijlage 2: geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh) bijlage 3: geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh)

3

BIJLAGEN

Ingenieursbureau Spreen

Bijlage 1 Rekenmodel (wegen, objecten en bodemgebieden) Wegen Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken

532750

532700 0m

100 m schaal = 1 : 3000

532650

153294 532600

153309 153313

532550

153316 153312

153315

153303 153291 153311

532500

153550 153302 153314

532450

153321 153299

153304 153292 02

532400

153296

153318 153297

153310

153301

161857 532350

152892 152984 152931 152947

152957 152904

153305 161852 161853 153320

153362

01

532300

532250

532200

532150

532100

532050

225850 225900 225950 226000 226050 226100 226150 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

226200

226250

226300

226350

153593

Ingenieursbureau Spreen

Bijlage 1 Rekenmodel (beoordelingspunten) Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken

532475

0m

40 m

532450 schaal = 1 : 1000

532425

532400

01 04 532375

02 03

532350

532325

532300

532275

532250

225975 226000 226025 226050 226075 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

226100

226125

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01 02

Bijlage 1 Wegen

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Omschr. N375 prov.weg Eursinge

Geomilieu V5.21

Wegdek W0 W0

Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek

V(LV(D)) 80 60

V(LV(A)) 80 60

V(LV(N)) 80 60

V(MV(D)) 80 60

V(MV(A)) 80 60

V(MV(N)) 80 60

V(ZV(D)) 80 60

7-7-2020 21:23:47

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01 02

Bijlage 1 Wegen

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

V(ZV(A)) 80 60

V(ZV(N)) 80 60

Geomilieu V5.21

Totaal aantal 5500,00 293,00

%Int(D) 6,50 7,00

%Int(A) 2,10 2,60

%Int(N) 1,70 0,70

%LV(D) 84,00 84,80

%LV(A) 84,00 84,80

%LV(N) 84,00 84,80

%MV(D) 4,00 10,80

%MV(A) 4,00 10,80

%MV(N) 4,00 10,80

7-7-2020 21:23:47

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01 02

Bijlage 1 Wegen

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

%ZV(D) 12,00 4,40

%ZV(A) 12,00 4,40

Geomilieu V5.21

%ZV(N) 12,00 4,40

7-7-2020 21:23:47

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Bijlage 1 Objecten

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

ItemID 152892 152904 152931 152947 152957

Omschr. Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

Hoogte 6,00 3,00 3,00 3,00 6,00

Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

152984 153291 153292 153294 153296

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

6,00 6,00 6,00 3,00 6,00

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

153297 153299 153301 153302 153303

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

4,50 3,00 2,50 6,00 5,00

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

153304 153305 153309 153310 153311

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

2,50 2,50 6,00 6,00 5,00

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

153312 153313 153314 153315 153316

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

3,00 3,00 6,00 5,00 6,00

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

153318 153320 153321 153362 153550

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

6,00 6,00 6,00 6,00 4,50

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80 0,80

153593 161852 161853 161857

Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw

6,00 6,00 3,50 6,00

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

0,80 0,80 0,80 0,80

Geomilieu V5.21

7-7-2020 21:23:22

Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:

Naam 01 02 03 04

Bijlage 1 Beoordelingspunten

Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012

Omschr. Noordgevel Oostgevel Zuidgevel Westgevel

Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief

Geomilieu V5.21

Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50

Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50

Hoogte C -----

Hoogte D -----

Gevel Ja Ja Ja Ja

7-7-2020 21:22:56

Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model:

Groepsreducties Wegverkeerslawaai

Groep

Reductie Dag 5,00 2,00

Eursinge N375

Geomilieu V5.21

Avond 5,00 2,00

Bijlage 1 Groepsreducties

Nacht 5,00 2,00

Sommatie Dag 5,00 2,00

Avond 5,00 2,00

Nacht 5,00 2,00

7-7-2020 21:30:39

Ingenieursbureau Spreen

Bijlage 2 Geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh) Ho = 1,5 m / 4,5 m Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken periode: groep:

Lden N375 Inclusief groepsreducties

532450

0m

40 m schaal = 1 : 1000

532425

532400

01: 27/33 02: 45/46 04: 42/43 532375

03: 47/48

532350

532325

532300

532275

532250

225975 226000 226025 226050 226075 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

226100

226125

Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Bijlage 2 Geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh)

Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten N375 Ja

Naam Toetspunt 01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

Omschrijving Noordgevel Noordgevel Oostgevel Oostgevel Zuidgevel

X 226029,62 226029,62 226036,53 226036,53 226034,92

Y 532387,44 532387,44 532381,64 532381,64 532372,83

Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

Dag 25 31 43 44 45

Avond 20 26 38 40 41

Nacht 20 25 37 39 40

Lden 27 33 45 46 47

03_B 04_A 04_B

Zuidgevel Westgevel Westgevel

226034,92 226027,79 226027,79

532372,83 532378,71 532378,71

4,50 1,50 4,50

46 40 41

42 35 36

41 34 35

48 42 43

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.21

7-7-2020 21:24:22

Ingenieursbureau Spreen

Bijlage 3 Geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh) Ho = 1,5 m / 4,5 m Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken periode: groep:

Lden Eursinge Inclusief groepsreducties

532450

0m

40 m schaal = 1 : 1000

532425

532400

01: 43/43 02: 37/39 04: 37/38 532375

03: 17/17

532350

532325

532300

532275

532250

225975 226000 226025 226050 226075 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21

226100

226125

Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:

Bijlage 3 Geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh)

Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Eursinge Ja

Naam Toetspunt 01_A 01_B 02_A 02_B 03_A

Omschrijving Noordgevel Noordgevel Oostgevel Oostgevel Zuidgevel

X 226029,62 226029,62 226036,53 226036,53 226034,92

Y 532387,44 532387,44 532381,64 532381,64 532372,83

Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50

Dag 42 43 37 39 17

Avond 38 39 33 34 12

Nacht 32 33 27 29 7

Lden 43 43 37 39 17

03_B 04_A 04_B

Zuidgevel Westgevel Westgevel

226034,92 226027,79 226027,79

532372,83 532378,71 532378,71

4,50 1,50 4,50

17 36 38

13 32 34

7 26 28

17 37 38

Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen

Geomilieu V5.21

7-7-2020 21:24:48

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

59

bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)

Bijlage 4 Bodemonderzoek 9 september 2020

60

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl

september ’20

Onderwerp:

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

Projectnummer:

20-M9355

Opdrachtgever:

De Stijl Buro voor Bouwen-Ruimte-Milieu

Datum:

9 september 2020

0

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

onderwerp

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

datum

woensdag 9 september 2020

projectnummer

20-M9355

in opdracht van

De Stijll Buro voor Bouwen-Ruimte-Milieu Hoofdstraat 9A 7902 EA Hoogeveen

uitgevoerd door

Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”

Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”

(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.

september ’20

1

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

Inhoudsopgave 1

2

INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1

Algemeen ............................................................................................................................3

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3

1.3

Doel van het onderzoek .......................................................................................................3

1.4

Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4

1.5

Opbouw van het rapport ......................................................................................................4

VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1

3

4

5

Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 10

VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 12 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12

3.2

Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 15 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 15

4.2

Toetsingscriteria ................................................................................................................ 16

4.3

Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 17

4.3.1

Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 17

4.3.2

Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 19

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 21

LITERTUURLIJST ............................................................................................................................ 25 COLOFON ........................................................................................................................................ 26

Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A. Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring

september ’20

2

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

1

INLEIDING

1.1

Algemeen

In opdracht van De Stijll is in mei/juli 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van een perceel gelegen aan de Eursinge nabij nr. 7 te Eusinge. De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.

De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.

1.2

Aanleiding van het bodemonderzoek

Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.

1.3

Doel van het onderzoek

Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.

september ’20

3

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

1.4

Referentiekader van het onderzoek

Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5

Opbouw van het rapport

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde:  vooronderzoek, (hoofdstuk 2)  veldonderzoek, (hoofdstuk 3)  chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4)  conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).

september ’20

4

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

2

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek

Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens

Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie

A 0

B 0

C

D

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

F

G

✓

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw

E

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Antropogene lagen in de bodem

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Geohydrologie

✓

✓

Geval van ernstige bodemverontreiniging?

✓

✓

✓

✓

✓

✓

Kwaliteit o.b.v. BKK

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓

0

✓

✓

✓

✓

✓

✓

✓ 0

✓

✓

✓

✓

✓

4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig

✓

Toekomstig Asbestverdacht?

✓

✓

✓

✓

5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel

september ’20

5

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente De Wolden (verkregen via RUD, e-mail d.d. 21-04-2020); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie

Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden

Geplande herinrichting bijzonderheden: -

september ’20

Eursinge ongenummerd Eursinge De Wolden Zie bijlage 1 X = 264,259 Y= 526,358 Gemeente Ruinen, sectie E nrs. 4288 en 6557 (ged.) Niet onderzocht 1.500 m2. De onderzoekslocatie betreft een deel van een agrarisch perceel. Voor de locatie is geen bouwjaar vermeld. De locatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge trefkans”. nieuwbouw woning.

6

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie

bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik

Omschrijving

Gebruik

Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties

Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig

Op kaarten vanaf 1905 tot heden is de locatie voor zover te beoordelen onderdeel van een agrarisch perceel.

Geen.

agrarisch perceel.

Geen.

Toekomstig

wonen met tuin.

Geen.

Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1905 is in de directe omgeving van basis van de locatie bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: Eursinge en achtergelegen agrarisch toekomstig perceel. Westzijde: agrarisch perceel. Oostzijde: toegangspad en achtergelegen woning (nr. 9). Zuidzijde: achtergelegen agrarisch perceel.

september ’20

Geen.

Geen

7

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten

Gebruik

Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks

Aanwezigheid asbest

De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een deel van een agrarisch perceel. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn in het verleden geen bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie Eursinge nabij nr. 7 wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart bevinden zich in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte daken.

Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven.

De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden

september ’20

8

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

Verdachte activiteiten < 25 m

bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. -

voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart

voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie

-

Omgeving <25 m

-

Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart

-

-

bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 10.8 m+NAP. In Tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw

diepte m-mv 0-1,0 1,0-6,0 6,0-9,0 9,0-27,0 27,0-39,0 39,0-58,0

Beschrijving

formatie

Zand Leem Zand matig fijn, grindig Zand matig fijn Zand matig matig grof-uiterst grof Zand uiterst grof

Antropogeen Drente, laagpakket van Gieten Drachten Peelo Urk, laagpakket van Veenhuizen Appelscha, laagpakket van Weerdinge

De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.

september ’20

9

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

(financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten

kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen

Gemeente Ruinen, sectie E nr. 4288 en 6557 (ged.) -

In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.

2.1

Hypothese en onderzoeksstrategie

Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als agrarisch perceel. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie

mogelijke verontreiniging (deel)locatie

grond

grondwater

onderzoeksstrategie

-

-

ONV-NL

NEN-5740+A1 plangebied (ca. 1.500 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen september ’20

10

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.

september ’20

11

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

3

VELDONDERZOEK

In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1

Uitvoering van het veldonderzoek

Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 07 mei 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 23 juli 2020 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. De locatie betreft een deel van een tuin. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma

Onderdeel

Aantal

Diepte (m-mv)

Nummers

6

0,5

3 t/m 8

1

2

2

1

3,2

1

2

Onderzoekslocatie (1.500 m ) Boringen Peilbuis

De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.

september ’20

12

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2

Resultaten van het veldonderzoek

bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw

bodemlaag m-mv 0,0-0,4 0,4-1,5 1,5-3,2

hoofdbestanddeel

toevoeging

kleur

zand zand zand

zwak siltig zwak siltig, matig grindig sterk zandig

bruin-grijs beige-geel geel-grijs

Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater

Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 2,2-3,2 1,90 6 7,3 490 8,9

september ’20

13

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.

Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.

september ’20

14

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

4

CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK

In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1

Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek

grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn twee grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema

Monstercode boringnummer(s) grond 1 (MM1) 2 (MM2)

diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen

analysepakket

1 t/m 8 1+2

0,0-0,5 0,5-2,0

-

NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000

1

2,2-3,2

-

NEN-grondw.(**)+AS3000

Grondwater 1 (peilbuis)

verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan

september ’20

15

verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge

4.2

Toetsingscriteria

Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.

De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.

Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12311848/1