4b BP Eursinge 7, verbeelding ON01.pdf
Tekst van het document
Stikstof
In verband met de uitspraak van de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State d.d. 29 mei 2019 is onderzocht of er in de nieuwe situatie sprake is van stikstofuitstoot op de dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden. Hieruit is gebleken dat dit niet leidt tot een hogere uitstoot dan 0,00 mol per hectare per jaar. Het ecologisch onderzoek is als bijlage 7 bij deze toelichting gevoegd. De stikstofberekening is als bijlage 8 aan deze toelichting gehecht.
4.10
Verkeer en parkeren
Met het toevoegen van één woning zal het verkeer aan de Eursinge niet significant toenemen. Doordat het agrarisch bedrijf stopt zal er per saldo sprake zijn van afname van het aantal verkeersbewegingen. Per vrijstaande woning dienen in ieder geval twee parkeerplaatsen op eigen perceel gerealiseerd moeten worden. Gezien de grootte van de percelen zal dit geen probleem zijn.
29
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
30
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Hoofdstuk 5
Juridische vormgeving
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Op basis van de informatie uit deze hoofdstukken zijn is het juridische bindende deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels, bepaald. De regels omvatten bepalingen betreffende het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding geeft de indeling van de bestemmingen en aanduidingen weer.
5.1
Algemeen
Het beleid en de planuitgangspunten, zoals verwoord in de voorgaande hoofdstukken, hebben in de regels van dit plan hun juridische vertaling gekregen. Daarmee zijn de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied vastgelegd. Het plan is opgesteld conform het Handboek bestemmingsplannen van de gemeente De Wolden en de landelijke Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012). De opzet van de bestemmingsregels is gebaseerd op de beheersverordening Buitengebied. Daarbij zijn de niet van toepassing zijnde begrippen en bepalingen niet opgenomen in dit plan. De regels van het plan bestaan uit vier hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels; 2. Bestemmingsregels; 3. Algemene regels; 4. Overgangs- en slotregels. De regels zijn gebaseerd op de regels voor de bestemming ‘Wonen’ uit het bestemmingsplan Buitengebied, waarbij enkele maatwerkaanpassingen zijn getroffen. Tevens zijn de niet van toepassing zijnde regels weggelaten.
5.2
Inleidende regels
Begrippen (Artikel 1): In dit artikel is een omschrijving gegeven van de in regels van dit bestemmingsplan gebruikte begrippen. Wijze van meten (Artikel 2): Hierbij is een omschrijving aangegeven over de wijze van meten van in de regels aangegeven afstanden, oppervlakte- en inhoudsmaten.
5.3
Bestemmingsregels
In dit hoofdstuk zijn de regels betreffende de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen opgenomen. De bepalingen zijn als volgt opgebouwd: 1. Bestemmingsomschrijving: de omschrijving van het gebruik wat is toegestaan binnen de bestemming, 2. Bouwregels: de regels, waar en met welke maatvoering, mag worden gebouwd, 3. Nadere eisen: Eisen welke met het oog op het voorkomen van onevenredigs aantasting van de aangegeven aspecten kunnen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing 4. Afwijken van de bouwregels: de afwijkingsmogelijkheden welke specifiek gelden voor de bouwregels van de betreffende bestemming; 5. Specifieke gebruiksregels: in de specifieke gebruiksregels wordt aangegeven welk gebruik in strijd is met de bestemming, waaronder indien nodig specifieke voorwaardelijke verplichtingen. 6. Afwijken van de gebruiksregels: de afwijkingsmogelijkheden welke specifiek gelden voor de gebruiksregels van de betreffende bestemming; 7. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: vergunningstelsel voor specifiek aangegeven werkzaamheden en werken. In paragraaf 5.2 wordt een nadere toelichting gegeven van de binnen het plangebied voorkomende bestemmingen.
31
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
5.4
Algemene regels
De op het plan van toepassing zijn de algemene regels worden beschreven in hoofdstuk 3. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel: Deze regel is opgenomen om te voorkomen dat een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de beoordeling van een bouwplan en op die wijze meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogd. Algemene gebruiksregels: In deze regel is aangegeven wat onder strijdig gebruik wordt verstaan. Deze regel gaat uit van de gedachte dat het gebruik uitsluitend mag plaatsvinden in overeenstemming met de bestemming. Algemene afwijkingsregels: In deze regel is aan burgemeester en wethouders de bevoegdheid gegeven om bij een omgevingsvergunning af te wijken van bepaalde, in het bestemmingsplan geregelde, onderwerpen. De criteria, die bij toepassing van deze bevoegdheid in acht moeten worden genomen, zijn aangegeven. Algemene aanduidingsregels: In dit artikel zijn de regels betreffende de algemene aanduidingsregels aangegeven. In dit plan specifiek betreffende de ‘Milieuzone - hydrologische beïnvloeding’.
5.5
Overgangs- en slotregels
In dit hoofdstuk staan de overgangs- en slotregels vermeld. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven onder welke titel het plan bekend staat.
5.6
Wijze van bestemmen
In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld.
5.7
Agrarisch (artikel 3)
De percelen die niet tot de woonbestemming behoren zijn bestemd als Agrarisch. Omdat op de verbeelding geen bouwvlak op deze gronden is weergegeven is het oprichten van gebouwen op gronden met de bestemming Agrarisch niet toegestaan.
5.8
Wonen (artikel 4)
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-verbonden beroep, dan wel een kleinschalige bedrijfsmatige activiteit, die zijn genoemd in de Bijlage B Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid bij wonen, met de daarbij behorende wegen en paden, water, tuinen, erven en terreinen, woningen, aan- en uitbouwen, bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. In de bouwregels zijn de maximale oppervlaktes en de maximaal toelaatbare goot- en bouwhoogtes van de gebouwen opgenomen. Ook is, zoals in hoofdstuk 3 al opgenomen, een voorwaardelijke verplichting opgenomen welke waarborgt dat het landschapsplan wordt uitgevoerd. Het landschapsplan is als bijlage A aan de regels toegevoegd.
5.9
Dubbelbestemming Waarde - Archeologie (artikel 5)
Met de dubbelbestemming Waarde – Archeologie worden de naar verwachting aanwezige waarden in de bodem van een planologische beschermingsregeling voorzien. Deze regeling is materieel geheel gelijk aan de geldende regeling voor archeologie in de beheersverordening Buitengebied.
32
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Hoofdstuk 6 M aatschappelijke en economische uitvoerbaarheid
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Bro is het voorontwerpbestemmingsplan door het college toegezonden aan onder meer de provincie, het waterschap Vechtstromen en de veiligheidsregio Drenthe. De provincie Drenthe heeft een inhoudelijke reactie gegeven op het Landschappelijk Ontwikkelingsplan. Naar aanleiding hiervan is dit aangepast, Provincie Drenthe heeft aangegeven akkoord te gaan met dit nieuwe plan. Vervolgens zal het voorliggend bestemmingsplan als ontwerp ter visie worden gelegd gedurende de periode van 6 weken. Binnen deze termijn kan eenieder een zienswijze bij de gemeenteraad indienen. Hieraan voorafgaande heeft de initiatiefnemer, in het kader van de participatie, de omwonenden uitgenodigd om kennis te nemen van de plannen en hun mening daarover te geven. Hiervan is verslag gemaakt dat als bijlage 9 aan deze toelichting is gevoegd. De omwonenden kunnen instemmen met de voorgenomen plantontwikkeling.
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Het gaat om een particulier initiatief waarbij de initiatiefnemer garant staat voor de economische uitvoerbaarheid van het plan. Eventuele planschadekosten en aan dit plan verwante kosten komen voor rekening van de initiatiefnemer. Tevens is een anterieure overeenkomst met daarin een sloopverplichting gesloten tussen de initiatiefnemers en de gemeente.
33
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
34
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Bijlagen bij toelichting
35
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Bijlage 1 Huidige en nieuwe situatie
36
6431
6530
3 6552 6269
5747
5
/ts 22 6531
5749
9
w nieu inrit 6271
2. 6553
Ro o
H.
ilijn
4288
inr it b est aa n
5783
Erf verh ard Pan ing nen dak
5784
5150
I.
11
Bes taan de
d
laur ierh aag
C. 7
A. 13
inr it b est aa n
3. Graslandschap
6557
Doorzich
d
E.
B.
D. Boo m fruitb gaard m ome n. 3 et hoogs rijen tam .
G. t
4525
6172
Rietd ak
F. 4524
Erf h alfve rhard
Renvooi Kaveloppervlaktes: 1. = 5.815 m2 2. = 1.634 m2 3. = 6.169 m2
1.
2910
Graslandschap 6556
Niet te slopen bebouwing: A. Woonhuis = 72 m2 B. Schuur = 270 m2 + Totaal: = 342 m2 4284
Te slopen bebouwing: C. Tuinhuisje = 44 m2 D. Schuur = 169 m2 E. Schuur = 146 m2 F. Schuur = 217 m2 G. Schuur = 140 m2 + Totaal: = 716 m2 Nieuw te bouwen: H. Woonhuis I. Schuur Totaal:
2710
= max. 200 m2 = max. 150 m2 = max. 350 m2
253
Werk: Eursinge 7 Schaal: Gewijzigd: Opdrachtgever: J. Derks Getekend: Projectnummer: 19036 Teknr.: Onderdeel: Situatie NIEUW Formaat: Status: DEFINITIEF Tek. datum: De Stijll B.V. Hoofdstraat 9a 7902 EA Hoogeveen, Tel: 0528-240496 info@destijll.nl www.destijll.nl
1 : 1000 GR 001B A3 11-09-2020
Auteursrecht voorbehouden: Onverminderd de bepalingen van de auteurswet heeft "De Stijll B.V. "het uitsluitend recht van verwezenlijking, openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn ontwerpen, schetsen, tekeningen, modellen enz. Het ter hand stellen van de ontwerpen, tekeningen enz.. geeft niet het recht deze zonder toestemming van "De Stijll B.V." al of niet gewijzigd uit te voeren of te doen uitvoeren, evenmin deze stukken te tonen aan derden, die ze te eigen behoeve of in het belang van anderen in strijd met de Auteurswet zouden willen aanwenden.
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
38
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Bijlage 2 Landschapsinrichtingsplan
39
Bestaand doorzicht handhaven
unt
4
Zi ch
tp u
nt
5
w nieu inrit
Zic htp
2.
Beukenhaag
ilijn Ro o
A
inrit bestaand
Afrastering met palen en draad
Erf verharding Bes taan de la urie rha ag
Erfverharding
B
Huiskavel
Pannendak
C
3. inr it b est aa n
`Solitaire bomen
D
d
woning/schuur
Grasland
Boomgaard met hoogstam fruitbomen. 3 rijen.
Zich
n tpu
t1
Rietdak Erf halfverhard
1. Grasland Bestaand doorzicht handhaven
Renvooi Kaveloppervlaktes: 1. = 5.815 m2 2. = 1.634 m2 3. = 6.169 m2
2 Zichtpunt
Zichtpun t
A: Woning B: Schuur
max. 200 m2 max. 150 m2
C + D: Woning + Schuur/woning
max. 350 m2
Afbeeldingen van de zichtpunten staan wergevenop blad 001B - Afbeeldingen zichtpunten
3
Werk: Eursinge 7 Schaal: Gewijzigd: Opdrachtgever: J. Derks Getekend: Projectnummer: 19036 Teknr.: Onderdeel: Landschapinrichtingsplan Formaat: Status: DEFINITIEF Tek. datum: De Stijll B.V. Hoofdstraat 9a 7902 EA Hoogeveen, Tel: 0528-240496 info@destijll.nl www.destijll.nl
1 : 1000 GR 001A A3 11-09-2020
Auteursrecht voorbehouden: Onverminderd de bepalingen van de auteurswet heeft "De Stijll B.V. "het uitsluitend recht van verwezenlijking, openbaarmaking en verveelvoudiging van zijn ontwerpen, schetsen, tekeningen, modellen enz. Het ter hand stellen van de ontwerpen, tekeningen enz.. geeft niet het recht deze zonder toestemming van "De Stijll B.V." al of niet gewijzigd uit te voeren of te doen uitvoeren, evenmin deze stukken te tonen aan derden, die ze te eigen behoeve of in het belang van anderen in strijd met de Auteurswet zouden willen aanwenden.
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
41
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
42
De Stijll bv t.a.v. dhr. G. Reitsema Hoofdstraat 9A 7902 EA Hoogeveen
Betreft : Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Eursinge 7 te Eursinge Project : 20201609 Datum : 7 juli 2020 Behandeld door : ing. W. Spreen
Geachte heer Reitsema, Hierbij ontvangt u de geluidsnotitie wegverkeerslawaai voor de te realiseren woning Eursinge 7 te Eursinge. Algemeen De woning ligt binnen de geluidzones van de N375 en de Eursinge. Daarom dient de geluidsbelasting ten gevolge van deze wegen te worden getoetst aan de grenswaarden van de Wet geluidhinder. In afbeelding 1 is de situatie met de te bouwen woning weergegeven. Achter de woning zal een schuur worden gebouwd. In dit onderzoek is de geluidsbelasting berekend zonder rekening te houden met de afschermende werking van de schuur (worst case). Daarmee bestaat uit vanuit akoestisch oogpunt geen verplichting de schuur te realiseren. Afbeelding 1: situatie met woning
Wettelijk kader De voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bedraagt voor geluidsgevoelige objecten 48 dB. (incl. aftrek art. 110g Wgh). Indien deze voorkeursgrenswaarde wordt overschreden moet onderzoek worden gedaan naar mogelijke bron- en/of overdrachtsmaatregelen. Ingevolge artikel 110g van de Wet geluidhinder dient, vanwege het in de toekomst stiller worden van het verkeer, een aftrek te worden toegepast op de geluidsbelasting vanwege een weg, van de gevel van woningen of van andere geluidsgevoelige gebouwen of aan de grens van geluidsgevoelige terreinen. Deze aftrek bedraagt: a. 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; b. 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; c. 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidsbelasting afwijkt van de onder a en b genoemde waarden; d. 5 dB voor de overige wegen; e.
0 dB bij toepassing van de artikelen 3.2 en 3.3 van het Bouwbesluit 2012 en bij toepassing van de artikelen 111b, tweede en derde lid, 112 en 113 van de Wet geluidhinder. Op de N375 geldt een rijsnelheid van meer dan 70 km/h. De toe te passen aftrek is daarom afhankelijk van de berekende geluidsbelasting exclusief aftrek. Omdat de geluidsbelasting ten gevolge van de N375 exclusief aftrek afwijkt van de onder a en b genoemde waarden, is voor deze weg een aftrek van 2 dB gehanteerd. De wettelijke rijsnelheid op Eursinge bedraagt 60 km/h. De toe te passen aftrek voor deze weg bedraagt 5 dB. De aftrek volgens art. 110g Wgh is in de berekeningen verdisconteerd in de vorm van een groepsreductie (zie bijlage 1). Verkeersgegevens Bij het berekenen van de geluidbelasting dient rekening te worden gehouden met de situatie over 10 jaar (2030). De gemeente heeft van de te hanteren verkeersgegevens aangeleverd. De gehanteerde verkeersgegevens zijn weergegeven in tabel 1. Tabel 1: gehanteerde verkeersgegevens 2030 wegvak weekdag intensiteit mvt/etmaal
uurintensiteit (%) dag avond nacht
Voertuigverdeling lv mv zv
N375 Eursinge
6,5 7,0
84,0 84,8
5.500 293
2,1 2,6
1,7 0,7
4,0 10,8
12,0 4,4
Het wegdek op beide wegen bestaat uit Dicht Asfalt Beton (referentiewegdek). De wettelijke rijsnelheid op de N375 bedraagt 80 km/h en op de Eursinge 60 km/h.
Rekenmodel De berekeningen zijn uitgevoerd volgens Standaard Rekenmethode II (SRMII) conform het Rekenen Meetvoorschrift geluid 2012. Hierbij is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geo-milieu Versie 5.21 van DGMR. De harde bodemgebieden zijn in het rekenmodel ingevoerd. Voor de overige gebieden is uitgegaan van een zacht bodemgebied (Bf = 1,0). De woning heeft twee geluidsgevoelige bouwlagen. De geluidsbelastingen zijn daarom berekend op 1,5 meter en 4,5 meter boven maaiveld. In bijlage 1 zijn de invoergegevens van het rekenmodel weergegeven.
2
Geluidsbelasting wegverkeerslawaai De berekende geluidsbelastingen ten gevolge van de N375 zijn weergegeven in bijlage 2 en zijn samengevat in tabel 2. Tabel 2: geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh) Rekenpunt berekende geluidsbelasting [Lden in dB] Ho = 1,5 m Ho = 4,5 m 01 Noordgevel 27 33 02 Oostgevel 45 46 03 Zuidgevel 47 48 04 Westgevel 42 43
De geluidsbelasting ten gevolge van de N375 bedraagt ten hoogste 48 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
De geluidsbelastingen ten gevolge van de Eursinge zijn weergegeven in bijlage 3 en zijn samengevat in tabel 3. Tabel 2: geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh) Rekenpunt berekende geluidsbelasting [Lden in dB] Ho = 1,5 m Ho = 4,5 m 01 Noordgevel 43 43 02 Oostgevel 37 39 03 Zuidgevel 17 17 04 Westgevel 37 38
De geluidsbelasting ten gevolge van de Eursinge bedraagt ten hoogste 43 dB (incl. aftrek art. 110g Wgh). Hiermee wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.
Uit dit onderzoek volgt dat de geluidsbelasting ten gevolge van de N375 en de Eursinge niet meer bedraagt dan de voorkeursgrenswaarde van L den = 48 dB. Vanuit het aspect wegverkeerslawaai ontmoet de bouw van de woning op deze locatie geen bezwaren.
Met vriendelijke groet,
W. Spreen
bijlage 1: invoergegeven rekenmodel bijlage 2: geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh) bijlage 3: geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh)
3
BIJLAGEN
Ingenieursbureau Spreen
Bijlage 1 Rekenmodel (wegen, objecten en bodemgebieden) Wegen Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken
532750
532700 0m
100 m schaal = 1 : 3000
532650
153294 532600
153309 153313
532550
153316 153312
153315
153303 153291 153311
532500
153550 153302 153314
532450
153321 153299
153304 153292 02
532400
153296
153318 153297
153310
153301
161857 532350
152892 152984 152931 152947
152957 152904
153305 161852 161853 153320
153362
01
532300
532250
532200
532150
532100
532050
225850 225900 225950 226000 226050 226100 226150 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21
226200
226250
226300
226350
153593
Ingenieursbureau Spreen
Bijlage 1 Rekenmodel (beoordelingspunten) Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken
532475
0m
40 m
532450 schaal = 1 : 1000
532425
532400
01 04 532375
02 03
532350
532325
532300
532275
532250
225975 226000 226025 226050 226075 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21
226100
226125
Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:
Naam 01 02
Bijlage 1 Wegen
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Omschr. N375 prov.weg Eursinge
Geomilieu V5.21
Wegdek W0 W0
Wegdek Referentiewegdek Referentiewegdek
V(LV(D)) 80 60
V(LV(A)) 80 60
V(LV(N)) 80 60
V(MV(D)) 80 60
V(MV(A)) 80 60
V(MV(N)) 80 60
V(ZV(D)) 80 60
7-7-2020 21:23:47
Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:
Naam 01 02
Bijlage 1 Wegen
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
V(ZV(A)) 80 60
V(ZV(N)) 80 60
Geomilieu V5.21
Totaal aantal 5500,00 293,00
%Int(D) 6,50 7,00
%Int(A) 2,10 2,60
%Int(N) 1,70 0,70
%LV(D) 84,00 84,80
%LV(A) 84,00 84,80
%LV(N) 84,00 84,80
%MV(D) 4,00 10,80
%MV(A) 4,00 10,80
%MV(N) 4,00 10,80
7-7-2020 21:23:47
Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:
Naam 01 02
Bijlage 1 Wegen
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
%ZV(D) 12,00 4,40
%ZV(A) 12,00 4,40
Geomilieu V5.21
%ZV(N) 12,00 4,40
7-7-2020 21:23:47
Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:
Bijlage 1 Objecten
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Gebouwen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
ItemID 152892 152904 152931 152947 152957
Omschr. Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
Hoogte 6,00 3,00 3,00 3,00 6,00
Refl. 63 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 125 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 250 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 500 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 1k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 2k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 4k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
Refl. 8k 0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
152984 153291 153292 153294 153296
Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
6,00 6,00 6,00 3,00 6,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
153297 153299 153301 153302 153303
Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
4,50 3,00 2,50 6,00 5,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
153304 153305 153309 153310 153311
Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
2,50 2,50 6,00 6,00 5,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
153312 153313 153314 153315 153316
Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
3,00 3,00 6,00 5,00 6,00
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
153318 153320 153321 153362 153550
Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
6,00 6,00 6,00 6,00 4,50
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80 0,80
153593 161852 161853 161857
Gebouw Gebouw Gebouw Gebouw
6,00 6,00 3,50 6,00
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
0,80 0,80 0,80 0,80
Geomilieu V5.21
7-7-2020 21:23:22
Ingenieursbureau Spreen Model: Groep:
Naam 01 02 03 04
Bijlage 1 Beoordelingspunten
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Omschr. Noordgevel Oostgevel Zuidgevel Westgevel
Hdef. Relatief Relatief Relatief Relatief
Geomilieu V5.21
Hoogte A 1,50 1,50 1,50 1,50
Hoogte B 4,50 4,50 4,50 4,50
Hoogte C -----
Hoogte D -----
Gevel Ja Ja Ja Ja
7-7-2020 21:22:56
Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model:
Groepsreducties Wegverkeerslawaai
Groep
Reductie Dag 5,00 2,00
Eursinge N375
Geomilieu V5.21
Avond 5,00 2,00
Bijlage 1 Groepsreducties
Nacht 5,00 2,00
Sommatie Dag 5,00 2,00
Avond 5,00 2,00
Nacht 5,00 2,00
7-7-2020 21:30:39
Ingenieursbureau Spreen
Bijlage 2 Geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh) Ho = 1,5 m / 4,5 m Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken periode: groep:
Lden N375 Inclusief groepsreducties
532450
0m
40 m schaal = 1 : 1000
532425
532400
01: 27/33 02: 45/46 04: 42/43 532375
03: 47/48
532350
532325
532300
532275
532250
225975 226000 226025 226050 226075 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21
226100
226125
Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 2 Geluidsbelasting N375 (incl. aftrek art. 110g Wgh)
Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten N375 Ja
Naam Toetspunt 01_A 01_B 02_A 02_B 03_A
Omschrijving Noordgevel Noordgevel Oostgevel Oostgevel Zuidgevel
X 226029,62 226029,62 226036,53 226036,53 226034,92
Y 532387,44 532387,44 532381,64 532381,64 532372,83
Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50
Dag 25 31 43 44 45
Avond 20 26 38 40 41
Nacht 20 25 37 39 40
Lden 27 33 45 46 47
03_B 04_A 04_B
Zuidgevel Westgevel Westgevel
226034,92 226027,79 226027,79
532372,83 532378,71 532378,71
4,50 1,50 4,50
46 40 41
42 35 36
41 34 35
48 42 43
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.21
7-7-2020 21:24:22
Ingenieursbureau Spreen
Bijlage 3 Geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh) Ho = 1,5 m / 4,5 m Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen Hulpvlakken periode: groep:
Lden Eursinge Inclusief groepsreducties
532450
0m
40 m schaal = 1 : 1000
532425
532400
01: 43/43 02: 37/39 04: 37/38 532375
03: 17/17
532350
532325
532300
532275
532250
225975 226000 226025 226050 226075 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [Eursinge 7 mantelzorg, dagb. en blftuin - Wegverkeerslawaai] , Geomilieu V5.21
226100
226125
Ingenieursbureau Spreen Rapport: Model: Groep: Groepsreductie:
Bijlage 3 Geluidsbelasting Eursinge (incl. aftrek art. 110g Wgh)
Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Eursinge Ja
Naam Toetspunt 01_A 01_B 02_A 02_B 03_A
Omschrijving Noordgevel Noordgevel Oostgevel Oostgevel Zuidgevel
X 226029,62 226029,62 226036,53 226036,53 226034,92
Y 532387,44 532387,44 532381,64 532381,64 532372,83
Hoogte 1,50 4,50 1,50 4,50 1,50
Dag 42 43 37 39 17
Avond 38 39 33 34 12
Nacht 32 33 27 29 7
Lden 43 43 37 39 17
03_B 04_A 04_B
Zuidgevel Westgevel Westgevel
226034,92 226027,79 226027,79
532372,83 532378,71 532378,71
4,50 1,50 4,50
17 36 38
13 32 34
7 26 28
17 37 38
Alle getoonde dB-waarden zijn A-gewogen
Geomilieu V5.21
7-7-2020 21:24:48
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
59
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Eursinge 7, Eursinge (ontwerp)
Bijlage 4 Bodemonderzoek 9 september 2020
60
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen Tel. (0591) 65 91 28 Fax (0591) 65 93 25 www.sigma-bm.nl E-mail info@sigma-bm.nl
september ’20
Onderwerp:
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
Projectnummer:
20-M9355
Opdrachtgever:
De Stijl Buro voor Bouwen-Ruimte-Milieu
Datum:
9 september 2020
0
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
onderwerp
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN 5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
datum
woensdag 9 september 2020
projectnummer
20-M9355
in opdracht van
De Stijll Buro voor Bouwen-Ruimte-Milieu Hoofdstraat 9A 7902 EA Hoogeveen
uitgevoerd door
Sigma Bouw & Milieu Phileas Foggstraat 153 7825 AW Emmen tel: (0591) 659128 fax:(0591) 659325
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015, het uitvoeren van milieukundige bodemonderzoeken en geotechnische onderzoeken Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Monsterneming Bouwstoffenbesluit SIKB 1000 protocol 1001: Monsterneming grond voor partijkeuringen”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek SIKB 2000 protocollen 2001, 2002 en 2018”
Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens “Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat Milieukundige begeleiding (water)bodemsaneringen en nazorg SIKB 6000, protocol 6001: Milieukundige begeleiding landbodemsanering met conventionele methoden”
(het onderhavige onderzoek heeft uitsluitend betrekking op de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000, protocol 2001 en 2002)
Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar worden gemaakt door middels van druk, fotokopie, microfilm of anderszins zonder voorafgaande, schriftelijke toestemming van de opdrachtgever of Sigma Bouw & Milieu.
september ’20
1
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
Inhoudsopgave 1
2
INLEIDING ...................................................................................................................................3 1.1
Algemeen ............................................................................................................................3
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek ...................................................................................3
1.3
Doel van het onderzoek .......................................................................................................3
1.4
Referentiekader van het onderzoek .....................................................................................4
1.5
Opbouw van het rapport ......................................................................................................4
VOORONDERZOEK ....................................................................................................................5 2.1
3
4
5
Hypothese en onderzoeksstrategie .................................................................................... 10
VELDONDERZOEK ................................................................................................................... 12 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek ...................................................................................... 12
3.2
Resultaten van het veldonderzoek ..................................................................................... 13
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK.................................................................................. 15 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek .................................................... 15
4.2
Toetsingscriteria ................................................................................................................ 16
4.3
Analyseresultaten en interpretatie ...................................................................................... 17
4.3.1
Milieuhygiënische kwaliteit grond ................................................................................... 17
4.3.2
Milieuhygiënische kwaliteit grondwater ........................................................................... 19
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ....................................................................................... 21
LITERTUURLIJST ............................................................................................................................ 25 COLOFON ........................................................................................................................................ 26
Bijlagen 1. Topografisch overzicht 1A. Historisch topografisch overzicht 2. Onderzoekslocatie met boorplan (1:500) 3. Beschrijvingen inspectiegaten/boringen/foto’s 4. Analysecertificaten 5. Onafhankelijkheidsverklaring
september ’20
2
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
1
INLEIDING
1.1
Algemeen
In opdracht van De Stijll is in mei/juli 2020 door Sigma Bouw & Milieu een verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 uitgevoerd op een deel van een perceel gelegen aan de Eursinge nabij nr. 7 te Eusinge. De plaats en situering van de onderzoekslocatie is weergegeven in bijlage 1 en 2. In dit onderzoek worden allereerst de locatiegegevens, de historische gegevens ofwel het bodemgebruik in het verleden evenals de resultaten van eventuele voorgaande bodemonderzoeken besproken. Vervolgens wordt de bodemopbouw, geologie en geohydrologie besproken. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek is een onderzoekshypothese opgesteld. Het verdere onderzoek is op basis van deze hypothese uitgevoerd. De onderzoeksresultaten worden geïnterpreteerd. Aan de hand van de interpretatie van de onderzoeksresultaten wordt een eindconclusie geformuleerd. kwaliteitsborging: Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd volgens de norm NEN-EN-ISO 9001:2015. Het verkennend milieukundig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de richtlijnen uit het besluit uitvoeringskwaliteit Bodembeheer (KWALIBO). Zo is de gehanteerde onderzoeksstrategie opgesteld volgens de normen NEN-5725 en NEN-5740 en zijn de veld- en laboratoriumwerkzaamheden uitgevoerd volgens geldende beoordelingsrichtlijnen en accreditatieschema’s.
De veldwerkzaamheden van Sigma Bouw & Milieu zijn verricht onder het procescertificaat BRL SIKB 2000 (Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) waarvoor Sigma Bouw & Milieu is gecertificeerd en erkend door het ministerie van I&W. In het kader van het onderhavige onderzoek zijn de protocollen 2001 (plaatsen van handboringen en peilbuizen t.b.v. het nemen van grond- en grondwatermonsters) en 2002 (het nemen van grondwatermonsters) van toepassing. Sigma Bouw & Milieu verklaart bij deze volledig onafhankelijk te zijn in de uitvoering van het onderzoek en op geen enkele wijze gerelateerd te zijn aan de eigenaar van het te onderzoeken terrein.
1.2
Aanleiding van het bodemonderzoek
Aanleiding tot de uitvoering van dit verkennend milieukundig bodemonderzoek vormt de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie.
1.3
Doel van het onderzoek
Het verkennend bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 heeft tot doel inzicht te verkrijgen in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en vast te stellen of er sprake is van bodemverontreiniging. Aan de hand van dit onderzoek wordt inzicht verkregen in hoeverre het bodemgebruik van de locatie heeft geleid tot verontreiniging. Op basis van de onderzoeksresultaten kan een milieuhygiënische beoordeling worden gegeven ten aanzien van de beoogde c.q. de toekomstige gebruiksmogelijkheden van de locatie. Indien uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er sprake is van bodemverontreiniging zal worden beoordeeld of vervolgonderzoek noodzakelijk geacht wordt.
september ’20
3
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
1.4
Referentiekader van het onderzoek
Teneinde de kwaliteit van de grond op de onderhavige locatie juist in te schatten is de onderzoeksopzet van het bodemonderzoek gebaseerd op de onderzoeksstrategie voor verkennend bodemonderzoek, onderzoeksnorm NEN 5740+A1 (literatuur 1). 1.5
Opbouw van het rapport
In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: vooronderzoek, (hoofdstuk 2) veldonderzoek, (hoofdstuk 3) chemisch-analytisch onderzoek, (hoofdstuk 4) conclusies en aanbevelingen, (hoofdstuk 5).
september ’20
4
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
2
VOORONDERZOEK
Het vooronderzoek wordt voorafgaand aan het feitelijke onderzoek (veld- en chemisch-analytisch onderzoek) uitgevoerd. Het vooronderzoek omvat het verzamelen van informatie over het vroegere en huidige gebruik van de onderzoekslocatie en de omgeving, onder meer gericht op het vinden van mogelijke bronnen van bodembelasting. De uitwerking van het vooronderzoek is gebaseerd op de onderzoeksnorm NEN 5725, strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (literatuur 9). In de NEN-5725 (2017) zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Voor elke afzonderlijke aanleiding tot vooronderzoek dienen verschillende onderzoeksvragen te worden beantwoord. De verplicht te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in Tabel 1. Tabel 1: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek
Onderzoeksaspecten 1. Locatiegegevens
Aanleiding tot vooronderzoek Eigendomssituatie
A 0
B 0
C
D
3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit
F
G
✓
Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie Bodemopbouw
E
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Antropogene lagen in de bodem
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Geohydrologie
✓
✓
Geval van ernstige bodemverontreiniging?
✓
✓
✓
✓
✓
✓
Kwaliteit o.b.v. BKK
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
O.b.v. uitgevoerde bodemonderzoeken
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓
0
✓
✓
✓
✓
✓
✓
✓ 0
✓
✓
✓
✓
✓
4. Gebruik en beïnvloeding van de locatie, verdachte situatie, activiteiten, ongewoon voorval Voormalig Huidig
✓
Toekomstig Asbestverdacht?
✓
✓
✓
✓
5. Terreinverkenning ✓ Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd 0 Optioneel
september ’20
5
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
aanleiding vooronderzoek Het onderhavige bodemonderzoek betreft een verkennend bodemonderzoek in het kader van de geplande herontwikkeling van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is uitgevoerd op basis van aanleiding A, conform paragraaf 6.2.1 “opstellen hypothese bodemkwaliteit ten behoeve van een bodemonderzoek” uit de NEN-5725 (2017). geraadpleegde bronnen in het kader van het vooronderzoek Voor het vooronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • informatie verstrekt door de opdrachtgever/eigenaar; • informatie verstrekt door de gemeente De Wolden (verkregen via RUD, e-mail d.d. 21-04-2020); • informatie bodemloket.nl; • informatie van de bodematlas van de Provincie Drenthe; • www.topotijdreis.nl; • Kadaster/BAG Viewer; • grondwaterkaart van Nederland; • ahn.nl; • Dinoloket.nl; • handelsbestand van de Kamer van Koophandel; • terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden. Het uitgevoerde vooronderzoek heeft betrekking tot de onderhavige onderzoekslocatie alsmede de aangrenzende percelen binnen een straal van 25 meter. De onderzoeksvragen voor het opstellen van de onderzoekshypothese en de gekozen onderzoeksstrategie zijn, voor zover relevant, in de onderstaande paragrafen nader uitgewerkt. locatiegegevens In Tabel 2 is een overzicht van de basisinformatie/locatiegegevens weergegeven. Tabel 2: overzicht basisinformatie
Adres Plaats Gemeente Topografisch overzicht Coördinaten Kadastrale aanduiding Eigendomssituatie Oppervlakte onderzoekslocatie (onderzochte deel van de locatie, plangebied) Algemene omschrijving Bebouwing en bouwjaar (Kadaster BAG) Terreinverharding Ondergrondse infrastructuur Archeologische waarden
Geplande herinrichting bijzonderheden: -
september ’20
Eursinge ongenummerd Eursinge De Wolden Zie bijlage 1 X = 264,259 Y= 526,358 Gemeente Ruinen, sectie E nrs. 4288 en 6557 (ged.) Niet onderzocht 1.500 m2. De onderzoekslocatie betreft een deel van een agrarisch perceel. Voor de locatie is geen bouwjaar vermeld. De locatie is onverhard. Geen informatie, bij grondwerk dient een KLICmelding gedaan te worden. De locatie heeft op basis van de archeologische waardenkaart (IKAW) de vermelding “middelhoge trefkans”. nieuwbouw woning.
6
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
afbakening onderzoekslocatie Het onderhavige onderzoek, het geografisch besluitvormingsgebied, betreft het onderzochte onderzoekslocatie, zoals weergegeven in bijlage 2. Figuur 1. onderzoekslocatie
bodemgebruik In de onderstaande Tabel 3 is de beschikbare informatie weergegeven over het historisch, huidig en toekomstig gebruik van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tabel 3: beschrijving bodemgebruik
Omschrijving
Gebruik
Potentieel bodembedreigende activiteiten en situaties
Onderzoekslocatie Historisch (op basis van topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig
Op kaarten vanaf 1905 tot heden is de locatie voor zover te beoordelen onderdeel van een agrarisch perceel.
Geen.
agrarisch perceel.
Geen.
Toekomstig
wonen met tuin.
Geen.
Directe omgeving (<25 m) Historisch (op Op kaarten vanaf 1905 is in de directe omgeving van basis van de locatie bebouwing te herkennen. topografische kaarten, Topotijdreis) Huidig en Noordzijde: Eursinge en achtergelegen agrarisch toekomstig perceel. Westzijde: agrarisch perceel. Oostzijde: toegangspad en achtergelegen woning (nr. 9). Zuidzijde: achtergelegen agrarisch perceel.
september ’20
Geen.
Geen
7
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
bedrijfsmatige activiteiten, bodembedreigende activiteiten en calamiteiten In Tabel 4 staat een overzicht weergegeven van de potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten op basis van de beschikbare informatie. Tabel 4: overzicht potentieel bodembedreigende activiteiten en calamiteiten
Gebruik
Bouwvergunning Milieuvergunning Handelsregister Aanwezigheid brandstoftanks
Aanwezigheid asbest
De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, betreft een deel van een agrarisch perceel. Er is geen informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten/calamiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) op de onderzoekslocatie. Voor de onderzoekslocatie zijn in het verleden geen bouwvergunningen verleend. Niet bekend. De locatie Eursinge nabij nr. 7 wordt niet vermeld in het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Er is geen informatie omtrent de eventuele aanwezigheid of voormalige aanwezigheid van boven- of ondergrondse brandstoftanks op de onderzoekslocatie, t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat boven- en ondergrondse brandstoftanks in het verleden geplaatst zijn zonder melding, de aanwezigheid van dergelijke tanks blijkt niet uit de verkregen informatie. Op basis van de asbestdakenkaart bevinden zich in de directe omgeving van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte daken.
Er is geen informatie bekend omtrent de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem t.p.v. het plangebied. Er bestaat altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. is begraven. Op voorhand is hiervan geen informatie bekend. Ophogingen/dempingen/stortingen Er is geen informatie omtrent evt. met bodemvreemd materiaal gedempte watergangen/ sloten t.p.v. de onderzoekslocatie (binnen het onderzochte terreindeel). Er is geen informatie omtrent evt. opgebrachte gebiedsvreemde grond (ophogingen), verhardingsmateriaal, puinmateriaal en/of afval op de onderzoekslocatie. PFAS-verdachtheid Op of nabij de onderzoekslocatie bevinden zich geen locaties die de bodem verdacht maken voor PFAS en GenX verbindingen als gevolg van puntbronnen. De kans op verontreiniging met PFAS in de grond t.p.v. de onderzoekslocatie t.g.v. puntbronnen wordt gering geacht. De bovengrond, diepere geroerde bodemlagen en de waterbodem zijn op basis van het Tijdelijk Handelingskader PFAS in heel Nederland verdacht op het diffuus voorkomen van PFAS als gevolg van atmosferische depositie. Verwacht wordt dat de bodem van de onderzoekslocatie diffuus onverdacht is voor PFAS en onverdacht is op GenX. Niet gesprongen explosieven Geen informatie, in Nederland zijn er niet gesprongen explosieven (NGE) uit de Tweede Wereldoorlog in de grond achtergebleven.
De (potentiële) aanwezigheid van niet gesprongen explosieven kan een bedreiging inhouden bij grondroerende werkzaamheden en kan tot vertraging leiden
september ’20
8
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
Verdachte activiteiten < 25 m
bij planvorming en uitvoering van werkzaamheden. NGE's worden met name aangetroffen ter plaatse van 'strategische doelen' zoals binnensteden, verbindingswegen, spoorwegen, bruggen en havens. De gemeente is op basis van regelgeving verantwoordelijk voor het opsporen en ruimen va niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Voor aanvullende informatie wordt verwezen naar de gemeente. -
voorgaande bodemonderzoeken in Tabel 5 is een overzicht van voorgaande bodemonderzoeken en informatie van de bodemkwaliteitskaart weergegeven. Tabel 5: overzicht voorgaande bodemonderzoeken en bodemkwaliteitskaart
voorgaande bodemonderzoeken Onderzoekslocatie
-
Omgeving <25 m
-
Vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging op de locatie of een deel daarvan informatie bodemkwaliteitskaart
-
-
bodemopbouw, geohydrologie en antropogene beïnvloeding De ondiepe geologie in het onderzoeksgebied is afgeleid van de Grondwaterkaart van Nederland (Dienst grondwaterverkenning TNO/DGGV) en ontleend aan het dinoloket (www.dinoloket.nl). De bovenste laag, de deklaag, heeft een hoogte van ca. 10.8 m+NAP. In Tabel 6 staat de geohydrologische opbouw weergegeven. Tabel 6: geohydrologische opbouw
diepte m-mv 0-1,0 1,0-6,0 6,0-9,0 9,0-27,0 27,0-39,0 39,0-58,0
Beschrijving
formatie
Zand Leem Zand matig fijn, grindig Zand matig fijn Zand matig matig grof-uiterst grof Zand uiterst grof
Antropogeen Drente, laagpakket van Gieten Drachten Peelo Urk, laagpakket van Veenhuizen Appelscha, laagpakket van Weerdinge
De stromingsrichting van het ondiepe grondwater van het eerste watervoerend is in het kader van dit onderzoek niet vastgesteld. Opgemerkt dient te worden dat de stromingsrichting van het grondwater beïnvloed kan worden door drainagepatroon, ligging van sloten, riolering, kabels, leidingen en funderingen.
september ’20
9
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
(financieel-) juridische situatie In Tabel 7 zijn de financieel- juridische aspecten weergegeven. Tabel 7: financieel/juridische aspecten
kadastrale gegevens opdrachtgever/ belanghebbende rechtspersonen
Gemeente Ruinen, sectie E nr. 4288 en 6557 (ged.) -
In het kader van onderhavig bodemonderzoek is behoudens de opgenomen kadastrale gegevens geen nadere financieel juridische informatie verzameld. Het uitvoeren van een daadwerkelijke juridische toets maakt geen deel uit van onderhavig bodemonderzoek.
2.1
Hypothese en onderzoeksstrategie
Volgens de onderzoeksnorm NEN 5740 dient, m.b.t. de aanwezigheid van eventuele bodemverontreiniging, vooraf een onderzoekshypothese te worden opgesteld. De hypothese kan worden opgesteld op basis van bekende (historische) gegevens, uit de betrokken informatie kan blijken dat de onderzoekslocatie, vooraf, als “verdacht” of “onverdacht” wordt aangemerkt. Op basis van de historische informatie uit het vooronderzoek blijkt dat op de locatie geruime tijd in gebruik is geweest als agrarisch perceel. T.a.v. het plangebied is geen andere informatie beschikbaar omtrent evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende activiteiten (verbranding afval, opslag van gevaarlijke stoffen etc.) of evt. (voormalige) potentieel bodembedreigende calamiteiten. De onderzoekslocatie, het beoogde plangebied, is in eerste aanleg als milieuhygiënisch "onverdacht" aangemerkt. Op basis van deze hypothese is het bodemonderzoek t.p.v. de onderzoekslocatie uitgevoerd conform de bijbehorende onderzoeksstrategie, volgens NEN 5740+A1, paragraaf 5.1, strategie voor een onverdachte locatie (ONV-NL) (literatuur 1). In Tabel 8 is de gehanteerde onderzoeksstrategie weergegeven. Tabel 8: gehanteerde onderzoeksstrategie
mogelijke verontreiniging (deel)locatie
grond
grondwater
onderzoeksstrategie
-
-
ONV-NL
NEN-5740+A1 plangebied (ca. 1.500 m2) Op basis van bekende informatie zijn geen gegevens bekend dat op de locatie sprake zou kunnen zijn van een bodemverontreiniging met asbest. Op voorhand is geen concrete informatie bekend waaruit blijkt dat t.p.v. de onderzoekslocatie asbesthoudend materiaal in de bodem aanwezig is. Er is in dit onderzoek vooralsnog geen onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in grond uitgevoerd. Het opgeboorde monstermateriaal op de onderzoekslocatie is in dit onderzoek visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Opgemerkt dient te worden dat asbestanalyses geen september ’20
10
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
deel uitmaken van uitgevoerde analyses in het kader van de NEN-5740+A1. Onderhavig onderzoek betreft geen asbest onderzoek in bodem volgens NEN-5707+C2 of NEN-5897+C2. Er bestaat echter altijd de mogelijkheid dat asbest (afval/puin) ed. in de bodem terecht gekomen is of is begraven. Alleen een verkennend onderzoek asbest in grond volgens NEN-5707+C2 of onderzoek asbest in puin volgens NEN-5897+C2 kan een uitspraak doen over de evt. aanwezigheid van asbest in de bodem. Tevens dient opgemerkt te worden dat aanwezig puinmateriaal en/of (half)verhardingsmaterialen niet chemisch-analytisch zijn onderzocht.
september ’20
11
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
3
VELDONDERZOEK
In dit hoofdstuk wordt het uitgevoerde veldwerkonderzoeksprogramma beschreven. Daarnaast worden de resultaten van het veldonderzoek weergegeven. 3.1
Uitvoering van het veldonderzoek
Het veldonderzoek is uitgevoerd onder procescertificaat BRL SIKB 2000 en conform de eisen uit de protocollen 2001 en 2002. Het onderzoeksprogramma is ruimtelijk weergegeven in bijlage 2. In deze bijlage zijn alle geplaatste boringen geprojecteerd. Het uitvoeren van boringen, het plaatsen van de peilbuis en het nemen van grondmonsters heeft plaatsgevonden op 07 mei 2020. Het bemonsteren van het grondwater is (conform NEN-5740+A1) ruim een week na plaatsing van de peilbuizen op 23 juli 2020 uitgevoerd. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door en onder toezicht van dhr. M. van Wuykhuyse geregistreerde veldwerkers van Sigma Bouw & Milieu te Emmen. Bedrijfs- en persoonerkenningen zijn weergegeven op de internetsite van Bodem+ (https://www.bodemplus.nl/aanvragen/erkenningen/zoekmenu). Een onafhankelijkheidsverklaring is opgenomen in bijlage 5. Voorafgaand aan het plaatsen van boringen is een locatie-inspectie gehouden. Hierbij zijn op de onderzoekslocatie geen bijzonderheden waargenomen. De locatie betreft een deel van een tuin. Alle geplaatste boringen zijn zodanig ruimtelijk verspreid over de onderzoekslocatie dat een zo representatief mogelijke indruk van de onderzoekslocatie wordt verkregen. De positionering van alle boringen is weergegeven in bijlage 2. Het veldwerkprogramma staat weergegeven in Tabel 9. Tabel 9: veldwerkprogramma
Onderdeel
Aantal
Diepte (m-mv)
Nummers
6
0,5
3 t/m 8
1
2
2
1
3,2
1
2
Onderzoekslocatie (1.500 m ) Boringen Peilbuis
De geplaatste peilbuis is opgebouwd uit 1 meter HDPE peilfilter omstort met filtergrind. Het filtergrind zorgt voor een goede instroming van het grondwater in het filter, daarnaast voorkomt het dat het filter dichtslibt. Het peilfilter bevindt zich 0,5 meter beneden het grondwaterniveau. Boven het peilfilter bevindt zich blinde HDPE opzetbuis, omstort met bentoniet (zwelklei). De zwelklei dient ervoor te zorgen dat toestroming vanuit de bovengrond wordt voorkomen. De peilbuis is geplaatst conform de eisen uit het protocol 2001.
september ’20
12
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
monstername grond Het vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op bodemkundige eigenschappen, o.a. de korrelgrootteverdeling (textuur), kleur en eventueel aanwezige verontreinigingskenmerken. Na de zintuiglijke beoordeling is het bodemmateriaal in trajecten van 0,5 meter of per afwijkende bodemlaag bemonsterd. Grondmonsters t.b.v. analyse op vluchtige aromaten zijn m.b.v. een steekbus bemonsterd. Grondmonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2001. monstername grondwater Om een representatief grondwatermonster te verkrijgen is de peilbuis, na plaatsing en voor monstername, grondig (3 maal de inhoud van het peilfilter) afgepompt. Voorafgaand aan de bemonstering is de grondwaterstand t.o.v. het maaiveld ingemeten. Grondwatermonsters zijn genomen conform de eisen uit het protocol 2002 en NEN-5744 (literatuur 11). Tijdens de monstername van het grondwater is in het veld de zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EGV) bepaald. 3.2
Resultaten van het veldonderzoek
bodemopbouw De boorprofielbeschrijvingen van alle verrichte boringen met bijbehorende zintuiglijke waarnemingen zijn grafisch uitgewerkt en opgenomen in bijlage 3. In Tabel 10 is op basis van de waarnemingen de lokale bodemopbouw beschreven. Tabel 10: lokale bodemopbouw
bodemlaag m-mv 0,0-0,4 0,4-1,5 1,5-3,2
hoofdbestanddeel
toevoeging
kleur
zand zand zand
zwak siltig zwak siltig, matig grindig sterk zandig
bruin-grijs beige-geel geel-grijs
Veldmetingen grondwater De resultaten van de veldwaarnemingen van het grondwater zijn in weergegeven in Tabel 11. Tabel 11: veldwaarnemingen grondwater
Peilbuis filtertraject grondwaterstand voorpompen pH EGV troebelheid m-mv m-mv liter geleidingsvermogen (NTU) µS/cm 1 2,2-3,2 1,90 6 7,3 490 8,9
september ’20
13
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
Zintuiglijke waarnemingen grond Het bij de boringen vrijkomende bodemmateriaal is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen. De zintuiglijke waarnemingen zijn omschreven en grafisch weergegeven in bijlage 3. Op basis van zintuiglijke waarnemingen zijn in het opgeboorde monstermateriaal geen bodemvreemde afwijkingen waargenomen welke duiden op een vorm van bodemverontreiniging. grondwater Het bemonsterde grondwater bevatte geen zintuiglijk waarneembare afwijkingen. asbest Tijdens de locatie-inspectie is aandacht geschonken aan de aanwezigheid van asbest op het maaiveld, hierbij is op het maaiveld geen asbestverdacht materiaal aangetroffen. Het opgeboorde monstermateriaal (grond) is zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van asbesthoudend materiaal. Op basis van zintuiglijke waarnemingen van het opgeboorde monstermateriaal is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen (indicatieve waarneming). Hierbij wordt opgemerkt dat in dit onderzoek handboringen zijn uitgevoerd met een 5 cm edelman boor de trefkans op het aantreffen van asbesthoudend materiaal (t.g.v. verdringing van materiaal) is kleiner dan bij het graven van inspectiegaten volgens NEN-5707+C2. Bij het graven van proefgaten of proefsleuven ontstaat een beter beeld van eventueel aanwezig bodemvreemd materiaal.
Met nadruk wordt vermeld dat onderzoek naar de aanwezigheid van asbest in de bodem/puin geen onderdeel uitmaakt van het onderhavige onderzoek dat volgens NEN-5740+A1 is uitgevoerd. Het onderhavige onderzoek kan daarom geen uitspraak doen over de aan- of afwezigheid van asbest in de bodem op de onderhavige locatie. Opgemerkt dient te worden dat geen asbestanalyses van grond en/of puin e.d. hebben plaatsgevonden. Asbestanalyses maken geen deel uit van verkennend bodemonderzoek in het kader van de NEN-5740+A1. Tevens wordt opgemerkt dat de zintuiglijke beoordeling op asbest en de locatie-inspectie niet opgevat dient te worden als een onderzoek uitgevoerd op basis van NEN-5707+C2 (asbestonderzoek in grond) en/of NEN-5897+C2 (monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat). Alleen een asbestonderzoek volgens NEN-5707+C2 / NEN-5897+C2 geeft meer zekerheid over de aanwezigheid van asbest in de bodem resp. puin. De chemische samenstelling van eventueel aanwezig verhardingsmateriaal is niet in dit onderzoek onderzocht.
september ’20
14
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
4
CHEMISCH-ANALYTISCH ONDERZOEK
In dit hoofdstuk worden de uitvoering, het toetsingskader en de resultaten van de chemische analyses besproken. Vervolgens worden de resultaten van het chemisch-analytisch onderzoek geïnterpreteerd Het chemisch onderzoek van grond is uitgevoerd door het NEN-EN-ISO 17025 geaccrediteerde milieulaboratorium van Omegam. Alle analyses zijn geanalyseerd volgens het accreditatieschema AS3000 “laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”, waarvoor Omegam is geaccrediteerd en erkend door het ministerie van I&W. De conservering van grond- en grondwatermonsters is uitgevoerd conform SIKB protocol 3001 “conserveringsmethoden en conserveringstermijnen voor milieumonsters”. 4.1
Onderzoeksprogramma chemisch-analytisch onderzoek
grond Teneinde in het kader van het verkennend bodemonderzoek een indruk te krijgen van de algemene kwaliteit van de grond zijn de grondmonsters, welke tijdens het veldonderzoek zijn genomen, in het laboratorium met elkaar gemengd tot grondmengmonsters. Van het totaal aantal genomen grondmonsters op de locatie zijn twee grond(meng)monsters samengesteld en geanalyseerd. grondwater Uit de geplaatste peilbuis is een grondwatermonster genomen en geanalyseerd. In onderstaande Tabel 12 wordt de samenstelling van de grondmengmonsters, grondwatermonsters, de monsternamediepte en de uitgevoerde analyses weergegeven. Tabel 12: analyseschema
Monstercode boringnummer(s) grond 1 (MM1) 2 (MM2)
diepte (m-mv) zintuigelijke waarnemingen
analysepakket
1 t/m 8 1+2
0,0-0,5 0,5-2,0
-
NEN-grond(*)+AS3000 NEN-grond(*)+AS3000
1
2,2-3,2
-
NEN-grondw.(**)+AS3000
Grondwater 1 (peilbuis)
verklaring van de gebruikte afkortingen en codes:(1) * NEN-grond = Standaard Pakket Grond omvat AS3000 voorbehandeling, 9 zware metalen, PAK (10-VROM), minerale olie (GC), PBC’s, droge stof, organische stof en lutum; **NEN-water = Standaard Pakket Grondwater omvat AS3000 voorbehandeling zware metalen, vluchtige aromaten (incl. naftaleen), chloorhoudende oplosmiddelen, chloorbenzenen, minerale olie, styreen en bromoform; Zware metalen = barium (Ba)/cadmium (Cd)/Cobalt(Co)/koper (Cu)/lood (Pb)/nikkel (Ni)/zink (Zn)/Molybdeen (Mo)/kwik(Hg); Vluchtige aromaten = Benzeen (B), Tolueen (T), Ethylbenzeen (E), Xylenen (X), Naftaleen (N) Styreen (S) (BTEXNS); PCB = Polychloorbifenylen; PAK = Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen; VOH = Vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen. Bromoform = Tribroommethaan
september ’20
15
verkennend milieukundig bodemonderzoek volgens NEN-5740+A1 Eursinge E, nrs. 4288 en 6557 (ged.) te Eursinge
4.2
Toetsingscriteria
Om de kwaliteit van de bodem en de mate van verontreiniging te kunnen beoordelen, zijn de analyseresultaten van grondmonsters getoetst aan de geldende toetsingswaarden; 1) de achtergrondwaarde (AW-2000) zoals opgenomen in bijlage B van “de Regeling Bodemkwaliteit” 2) de interventiewaarde zoals opgenomen in tabel 1 van “de Circulaire Bodemsanering”, De toetsing van de meetresultaten is uitgevoerd middels BoToVa, de Bodem Toets Validatie Service van de overheid voor grond, grondwater en waterbodem, waarbij de toetsmodules T12 en T13 zijn gehanteerd. BoTova gaat uit van het wettelijk kader dat per 1 juli 2013 van kracht is. In de BoToVa toetsing worden de meetwaarden gecorrigeerd/teruggerekend voor de “standaard bodem” (humus=10% en lutum=25%). Generiek toetsingskader Voor de beoordeling van de analyseresultaten van de grond- en grondwatermonsters wordt gebruik gemaakt van de achtergrondwaarden grond zoals opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit, de streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering. Achtergrondwaarde (AW-2000): De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft de kwaliteit weer die 'van nature' voorkomt in de bodem van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen.
De achtergrondwaarden zijn opgenomen in het Besluit Bodemkwaliteit en zijn gebaseerd op het onderzoek ‘Achtergrondwaarden 2000’. Hierin zijn gehalten vastgesteld van een groot aantal stoffen in bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland. De achtergrondwaarde (AW-2000) geeft het niveau aan waarbij sprake is van duurzame bodemkwaliteit. Bij overschrijding van de achtergrondwaarde is er sprake van bodemverontreiniging. Tussenwaarde/bodemindex-waarde >0,5:; De gemiddelde waarde van de achtergrondwaarde en de interventiewaarde (S+I)/2, hierna te noemen 'tussenwaarde'(T), wordt gehanteerd om aan te geven dat bij overschrijding de kans aanwezig is dat er sprake is van een ernstige verontreiniging, ofwel dat nader onderzoek noodzakelijk is. De tussenwaarde heeft geen wettelijke status maar is een indicatieniveau voor het uitvoeren van aanvullend onderzoek. De tussenwaarde geeft het concentratieniveau aan waarboven onder bepaalde omstandigheden risico’s voor mens en milieu aan de orde kunnen zijn. De tussenwaarde is zodoende een indicatiewaarde voor nader onderzoek. Bij overschrijding van de T-waarde of bodemindex waarde (>0,5) dient aanvullend/nader bodemonderzoek in overweging genomen te worden. Een nader onderzoek wordt uitgevoerd indien er een vermoeden bestaat dat er sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Interventiewaarde: De interventiewaarde (I) geeft aan dat bij overschrijding van deze waarde de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, plant en dier ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Is er sprake van een ernstige bodemverontreiniging en wordt de interventiewaarde in meer dan 25 m3 grond of 100 m3 grondwater (bodemvolume) overschreden, dan kan er noodzaak zijn tot sanering. De saneringsurgentie wordt bepaald door blootstellingsrisico's van mens, dier en plant en de verspreidingsrisico's van de betreffende stoffen (actuele risico’s). De interventiewaarden zijn gebaseerd op de risico's voor de volksgezondheid en het milieu (onderzoek RIVM). Bij de beoordeling van bodemverontreiniging aan de hand van de genoemde toetsingswaarden spelen nog een aantal aspecten een rol. Rekening dient te worden gehouden met het feit dat de mobiliteit van stoffen in de bodem en daardoor de verspreiding van stoffen afhankelijk is van diverse bodemkenmerken. Daarnaast speelt de bestemming en het gebruik van de locatie in de huidige situatie alsmede de toekomstige situatie, een grote rol bij de beoordeling van de risico's voor het milieu.