4. Ontwerp BP Gedempte Hoofddiep 26 Toelichting en Regels
Tekst van het document
Hierin worden waardevolle gebieden op basis van de combinatie van historische (steden)bouwkunst en historisch cultuurlandschap. . Onderzoek Het plangebied heeft een lage archeologische en cultuurhistorische verwachtingswaarde op basis van de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW). Tevens zijn er op basis IKAW geen (rijk)monumenten gelegen binnen het plangebied en/of in de directe omgeving. Daarnaast geldt voor het plangebied geen cultuurhistorische waarden op basis van het vigerend bestemmingsplan. Op basis van de Cultuurhistorische waarden kaart van de gemeente De Wolden bevindt zich een waardevol gebied nabij het plangebied aan de Braambergerweg te Kerkenveld. Dit gebied wordt gekenmerkt door bebouwing van vroeg 20e-eeuwse ontginningsboerderijen. De Braambergerweg ligt parallel aan de Gedempte Hoofddiep. Het plangebied valt echter buiten dit waardevolle gebied zoals te zien is op afbeelding 4.3
31
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Afbeelding 4.3: Uitsnede cultuurhistorische waardenkaart De Wolden Conclusie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische gewaardeerde aspecten of monumenten aanwezig. De bebouwing in het plangebied zijn niet aangewezen als (rijks)monument en het betreffen geen (bijzondere) karakteristieke gebouwen. In de (directe) omgeving van het plangebied is het cultuurhistorisch waardevolle gebied van de Braambergerweg gelegen. Het voorliggend plan vormt geen belemmering voor dit gebied. Als gevolg van het onderhavige plan gaan geen cultuurhistorische waarden verloren en worden ook niet aangetast. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan. 4.9.3
Conclusie
Het aspect erfgoed vormt geen belemmering voor de vaststelling van voorliggend plan.
32
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
4.10
Verkeer en parkeren
4.10.1 Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat. In dit geval wordt voor wat betreft de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie aangesloten bij publicatie ‘Toekomstbestendig parkeren (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW deze publicatie opgesteld. Deze kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeersgeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. 4.10.2 Beoordeling Voor het plangebied worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Verstedelijkingsgraad: niet stedelijk – gemeente De Wolden (Bron: CBS Statline). Stedelijke zone: Buitengebied. Kengetal voor de parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie: Het gemiddelde van de minimale en maximale bandbreedte. Verkeer Het planvoornemen heeft mogelijk een vergroting van het bedrijf tot gevolg en de daarmee gepaarde verkeersbewegingen. De in- en uitrit aan de Gedempte Hoofddiep zal gelijk blijven aan de bestaande situatie.
Beoordeeld dient te worden of de verkeerswegenstructuur berekend is op de toename die met het planvoornemen zal ontstaan. Onderstaand zijn de berekeningen op basis van de CROW publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' weergegeven.
Manege - bestaand Manege - Nieuw
Buitengebied, weinig stedelijke gemeente verkeersgeneratie per bezette aantal eenheden Totaal box 4 44 4 23 Totaal
176 92 268
Door het toevoegen van 23 extra paardenboxen worden 92 extra verkeersbewegingen per etmaal gegenereerd. Dit betreffen dusdanig lage aantallen waar het omliggende wegennetwerk geen moeite zal ondervinden om het te verwerken. Op basis van bovenstaand kan worden geconstateerd dat het plangebied goed bereikbaar is en het omliggende wegennetwerk de relatief beperkte toename aan verkeersbewegingen eenvoudig kan opvangen. Parkeren Buitengebied, weinig stedelijke gemeente aantal eenheden parkeernorm
benodigde parkeerplaatsen Manege - bestaand 44 0,4 17,6 Manege - Nieuw 23 0,4 9.2 Totaal 26.8 Uit de parkeernormennota volgt dat met het planvoornemen 27 parkeerplaatsen op eigen terrein nodig zijn om aan de parkeernormennota te kunnen voldoen.
33
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Op het eigen terrein zijn 25 vaste parkeerplekken aanwezig (zie figuur 4.3). Per lesuur zijn maximaal 7 klanten aanwezig waardoor de berekende parkeerbehoefte van 27 parkeerplaatsen niet altijd nodig is. Ten zuiden van de oprit, in het weiland, is ook ruimte om te parkeren. Deze ruimte is altijd beschikbaar en wordt bijvoorbeeld ten tijde van piekmomenten (zoals wedstrijden) gebruikt als aanvulling op de vaste parkeerplaatsen.
Figuur 4.3 weergave parkeervoorzieningen 4.10.3 Conclusie Het aspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor de uitvoering van voorliggend plan.
4.11
Kabels en leidingen
4.11.1 Algemeen In het kader van het bestemmingsplan dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheid van ondergrondse planologisch relevante leidingen (hoofdtransportleidingen). Indien daartoe aanleiding bestaat dient rondom een leiding een zone te worden aangegeven waarbinnen mogelijke beperkingen gelden.
34
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
4.11.2 Onderzoek Aardgastransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen aardgastransportleidingen. Hoogspanningsleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Rioolleidingen De rioolleidingen leiden voor dit plan leidt dit niet tot enige belemmering. Watertransportleidingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen watertransportleidingen. Straalverbindingen In het plangebied of in de nabijheid hiervan bevinden zich geen straalverbindingen. Kabels en niet planologisch relevante leidingen Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt de wettelijk verlichte KLIC-melding uitgevoerd. Een dergelijke melding zorgt ervoor dat netwerkbeheerders van kabels en leidingen een melding krijgen van geplande werkzaamheden in de ondergrond. Aan de hand van de melding sturen netwerkbeheerders tekeningen naar de aanvrager. De tekeningen kunnen vervolgens gebruikt worden om na te gaan of er kabels en leidingen aanwezig zijn op de plaats waar gegraven gaat worden. Tijdens het bouwrijp maken van het plangebied worden deze bestaande kabels en leidingen verwijderd dan wel omgelegd. 4.11.3 Conclusie In en nabij het plangebied van dit plan zijn geen planologisch relevante leidingen en/of verbindingen aanwezig. Er zijn daarom geen belemmeringen te verwachting.
Bij graafwerkzaamheden op het terrein dient wel rekening te worden gehouden met eventueel aanwezige kabels en niet-planologische leidingen.
4.12
Besluit milieueffectrapportage
4.12.1 Algemeen De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffect-rapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bij-lage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de
35
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). In het geval dat een activiteit wel genoemd staat in de D-lijst maar onder de genoemde drempelwaarde blijft, is een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig. 4.12.2 Beoordeling 4.12.2.1 Drempelwaarden Besluit m.e.r. In het voorliggende geval is geen sprake van activiteiten die op grond van onderdeel C van het Besluit milieueffectrapportage m.e.r.-plichtig zijn. Wel is sprake van een activiteit die is opgenomen in onderdeel D van het Besluit m.e.r., namelijk: 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Daarom dient te worden getoetst of er sprake is van m.e.r-beoordelingsplicht. Hier is sprake van indien de activiteiten de volgende drempelwaarden uit onderdeel D overschrijden: een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Gezien de drempelwaarden wordt geconcludeerd dat voor dit bestemmingsplan geen sprake is van een m.e.r. beoordelingsplicht. Echter, zoals ook in het voorgaande aangegeven, dient ook wanneer ontwikkelingen onder drempelwaarden blijven, het bevoegd gezag zich er van te vergewissen of activiteiten geen aanzienlijke milieugevolgen kunnen hebben.
Gelet op de aard- en omvang van de voorgenomen ontwikkeling is het de vraag of er sprake is van een 'stedelijk ontwikkelingsproject' als bedoeld in onderdeel D 11.2 van het Bestluit milieueffectrapportage. Uit jurisprudentie (ABRvS 15 maart 2017, ECLI:NL:RVS:2017:694) volgt dat het antwoord op deze vraag afhankelijk is van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als de aard en de omvang van de voorziene ontwikkeling moet worden beoordeeld of sprake is van een stedelijk ontwikkelingsproject. Niet relevant is of per saldo aanzienlijke negatieve gevolgen voor het milieu kunnen ontstaan. Gelet op de kenmerken van het project (zoals het karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de verwachte milieuhinder en cumulatie met andere projecten), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Eén en ander is tevens bevestigd in de in Hoofdstuk 4 opgenomen milieu- en omgevingsaspecten en de daarvoor, indien van toepassing, uitgevoerde onderzoeken. Deze paragraaf wordt in dit geval beschouwd als de vormvrije m.e.r.-toets. 4.12.3 Conclusie Op basis van deze vormvrije m.e.r.-toets neemt de gemeente een formeel besluit dat een mer-procedure niet doorlopen hoeft te worden. Het aspect MER vormt geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan.
36
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planopzet
Plansystematiek
Het bestemmingsplan is vervat in planregels, een verbeelding en een toelichting. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn conform de RO-standaarden 2012 onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse bepalingen artikelsgewijs worden besproken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De toelichting heeft géén bindende werking. De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Het bestemmingsplan is opgesteld conform de landelijke richtlijn Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012), alsmede de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro), Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
5.2
Toelichting op de regels
In de volgende paragrafen is een toelichting opgenomen van de in de regels opgenomen bestemmingen. Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden waar nodig de in de regels gebruikte begrippen verklaard. Dit is alleen het geval wanneer begrippen niet op voorhand voor een eenduidige uitleg, conform normaal spraakgebruik, vatbaar zijn. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel wordt beschreven op welke wijze de in de regels voorgeschreven maatvoeringen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2: De bestemmingsregels In het bestemmingsplan komen de volgende bestemmingen voor: 'Sport-manege' Binnen deze bestemming zijn de gronden onder andere bestemd voor sport doeleinden in de vorm van een manege. 'Waarde - Archeologie' Binnen deze dubbelbestemming zijn gronden eveneens bestemd ter bescherming van mogelijke archeologische waarden. Hoofdstuk 3: Algemene regels Anti-dubbeltelregel De anti-dubbeltelregel ziet er op toe dat grond die reeds eerder bij een verleende omgevingsvergunning voor het bouwen is meegenomen, niet nog eens bij de verlening van een nieuwe omgevingsvergunning voor het bouwen mag worden meegenomen. De anti-dubbeltelregel heeft uitsluitend betrekking op situaties die plaatsvinden ten tijde van het geldende bestemmingsplan.
37
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Algemene gebruiksregels In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken.
Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Het overgangsrecht voor bouwwerken dient ter vergroting van de rechtszekerheid voor bouwwerken die bestonden of mochten worden gebouwd op het moment waarop dit plan in werking treedt en die afwijken van dit plan. Het opnemen van deze regel en de redactie daarvan is wettelijk voorgeschreven. Bouwwerken die al met het eerder geldende plan in strijd waren, vallen niet onder het overgangsrecht van het nu voorliggende plan. Het overgangsrecht voor het gebruik van gronden en bouwwerken dient ter vergroting van de rechtszekerheid voor gebruik dat bestond op het moment waarop dit plan in werking treedt en die afwijken van dit plan. Het opnemen van deze regel en de redactie daarvan is wettelijk voorgeschreven. Vormen van gebruik die al met het eerder geldende plan in strijd waren, vallen niet onder het overgangsrecht van het nu voorliggende plan. Slotregels Tenslotte geeft de slotregel aan onder welke naam de regels dienen te worden aangehaald.
38
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Hoofdstuk 6 6.1
Uitvoerbaarheid
Financiele uitvoerbaarheid
Bij de voorbereiding van een ruimtelijke procedure dient op grond van artikel 3.1.6 lid f van het Bro onderzoek plaats te vinden naar de economische uitvoerbaarheid van het plan. Met de inwerkingtreding van de Wro op 1 juli 2008 is de gemeente verplicht, op grond van artikel 6.12 lid 1 van die wet, tot kostenverhaal bij grondexploitatie. Deze verplichting houdt in dat als de gemeente er bij een ruimtelijke ontwikkeling niet in slaagt met alle particuliere eigenaren in het gebied een overeenkomst te sluiten over grondexploitatie, de gemeente publiekrechtelijk de kosten moet verhalen bij alle eigenaren in het exploitatiegebied waarmee niet is gecontracteerd. Gemaakte kosten (limitatief opgesomd in artikelen 6.2.3 tot en met 6.2.5 van het Bro) zoals plankosten, onderzoekskosten, kosten van inrichting van de openbare ruimte etc. kunnen worden verhaald door middel van een exploitatieplan dat gelijktijdig met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan is opgenomen in artikel 6.2.1 Bro (o.a. bouw van 1 of meer woningen, bouw van 1 of meer hoofdgebouwen). Het bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van een manege/ paardenhouderij. Deze ontwikkeling maakt daarmee een bouwplan mogelijk in de zin van artikel 6.2.1 Bro.
De gemeente heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten over grondexploitatie (een anterieure overeenkomst). Hierin zijn afspraken gemaakt over de betaling van de gemeentelijke kosten. De kosten van grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden zijn hiermee anderszins verzekerd. Het maken van een exploitatieplan is niet nodig.
6.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
De procedures voor de vaststelling van een bestemmingsplan zijn door de wetgever geregeld. Aangegeven is dat tussen gemeente en verschillende instanties waar nodig overleg over het plan moet worden gevoerd alvorens een ontwerpplan ter visie gelegd kan worden. Bovendien is het noodzakelijk dat belanghebbenden de gelegenheid hebben om hun visie omtrent het plan te kunnen geven. Pas daarna kan de wettelijke procedure met betrekking tot vaststelling van het bestemmingsplan van start gaan. 6.2.1
Vooroverleg
In het Bro is in artikel 3.1.1 opgenomen dat de gemeente bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moet plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en rijk die betrokken zijn bij de zorg voor ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. Vanuit het Waterschap Drents Overijsselse Delta is aangegeven dat de waterparagraaf aangevuld dient te worden met de informatie van het waterschap zelf. Hierop is paragraaf 4.7 aangevuld. De provincie Drenthe heeft aangegeven dat het plan gepaard dient te gaan met een erfinrichtingsplan dat inzicht geeft op de impact op de zichtbaarheid van het achterliggende gebied. In bijlage 2 bij de toelichting is het inrichtingsplan bijgevoegd. Tevens is paragraaf 2.3 van de toelichting hierop aangevuld en is het inrichtingsplan vastgelegd in de regels. De provincie heeft aangegeven in te kunnen stemmen met toegevoegd inrichtingsplan. 6.2.2
Participatie
Met de buren, in een straal van 250 meter rondom de locatie, is gesproken over het planvoornemen. Van deze gesprekken is een verslag gemaakt. Deze is bijgevoegd als bijlage 3 aan deze toelichting. De reacties van de buren zijn positief. De buren geven aan dat ze momenteel geen hinder van het bedrijf ervaren. En dat ze vonden dat het bedrijf er netjes bij ligt. Het plan kan rekenen op goedkeuring van de buren.
39
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
6.2.3
Ontwerpbestemmingsplan
De procedure van het bestemmingsplan zal plaatsvinden volgens de artikelen 3.7 en 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan zal in dit kader, voor een periode van zes weken, ter inzage worden gelegd. Gedurende deze zes weken kan een ieder een zienswijze bij de gemeenteraad naar voren brengen. 6.2.4
Beroep
Na vaststelling wordt het bestemmingsplan voor de tweede maal zes weken ter visie gelegd. Gedurende deze periode kunnen belanghebbenden tegen het vaststellingsbesluit beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Indien geen beroep wordt ingesteld, is het plan na deze beroepstermijn onherroepelijk en treedt het plan in werking.
40
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Bijlagen bij de toelichting
41
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Bijlage 1 Uitbreidingsplan Vogelzang
42
Voorstel plannen optimalisatie stal
Audrey en Inge Vogelzang Gedempte Hoofddiep 26 Kerkenveld
Inleiding 2019 was het jaar dat Vogelzang stal 26 haar 10-jarig bestaan vierde. In 2021 willen wij ons graag voorbereiden op de toekomst. In de afgelopen 10 jaar hebben wij ons bedrijf naar een mooie stal weten op te bouwen. Waar wij begonnen zijn met 8 paarden en lesgeven in een buitenbak aan 35 lesklanten. Kunnen wij nu lesgeven in een binnenbak aan +/- 200 lesklanten in de week. In onze stal hebben wij nu 44 boxen. Bij onze stal beschikken wij over 2 hectare grasland waar wij onze paarden en pony’s dagelijks laten grazen. Wanneer het grasland niet geschikt is kunnen wij uitwijken naar onze buitenbakken en paddocks voor de dagelijkse beweging. Onze hooi voorraad komt van eigen land welke wij van andere percelen halen. Dit doen wij allemaal in eigen beheer zodat wij ons hooi optimaal kunnen afstemmen op onze paarden. In combinatie met hoogwaardig krachtvoer houden wij onze paarden en pony’s in topconditie. Op dit moment zijn wij trots op wat wij bereikt hebben met onze stal. Qua grote van ons bedrijf (lesgeven) zijn wij dan ook tevreden en hoeven wij hier ook niet veel in uit te breiden. Wel is het economisch belangrijk dat we meer en betere voorzieningen treffen voor training en pensionstalling. Met de plannen die verder in dit voorstel naar voren komen willen wij ons bedrijf gaan optimaliseren.
Hiermee willen we ons voorbereiden op de toekomst en hierdoor ons werk makkelijker en beter kunnen uit voeren. Ook op de gebieden van duurzaamheid en paarden welzijn richten we ons hiermee op de toekomst. Dit plan is een doel welke in fases uitgevoerd
1
Toelichting op plan A. Uitbreiden en dichtmaken bestaande overkapping.
De open zijde van de huidige overkapping is verkeerd gesitueerd ten opzichte van weersinvloeden. De wind en neerslag heeft vrij spel en komt ver de overkapping in. Wat weer veel tocht oplevert in de overige stallen. Door het uitbreiden en dichtmaken (schuif of roldeur) kunnen we het vloeroppervlak efficiënter indelen. En creëren we een beter beheersbaar binnenklimaat voor onze paarden en pony’s. De uiteindelijke vorm zal gelijk zijn aan de rijhal. Bij te bouwen oppervlakte: 88m² Goothoogte: ± 4300mm nokhoogte: ± 8200m
B. Uitbreiden zadelkamer
De huidige zadelkamer biedt te weinig ruimte voor het plaatsen van afsluitbare zadelkasten voor onze klanten en ons eigen gebruik. Door het schuine dak kunnen we ook geen hogere kasten plaatsen. Door de zadelkamer uit te breiden en hier een platdak boven te maken, kunnen wij deze efficiënter gaan gebruiken. Daarnaast kunnen we hiermee onze entree verfraaien (zie 3d tekening). Bij te bouwen oppervlakte: 28m² Goothoogte: ± 3700mm
C. Rijhal vergroten naar rijbaan van 20x60m
Wij brengen onze eigen paarden uit op concours. Hiermee kunnen wij meekomen op Z-niveau in de dressuur. Een discipline die wordt verreden in een rijbaan van 20x60m. Om hier goed voor te trainen is het voor ons van belang dat wij onze faciliteiten hierop aan passen. Zoals het instaleren van een geluidsinstallatie voor het rijden van een kür op muziek. Bij te bouwen oppervlakte: 400m² Goothoogte: ± 4300mm (als bestaand) nokhoogte: ± 8200mm (als bestaand)
D. Rijhal 12m extra verlengen voor opslag en machine.
Naast het verlengen van de huidige rijhal (vergroten rijbaan), zouden we deze graag nog 12m willen verlengen. Dit voor de opslag van materialen (Hindernissen e.d.) en machines (trekker + diverse werktuigen. Voor deze materialen en machines is momenteel geen plek voor binnen stalling. Wat meer slijtage en dus snellere afschrijving betekend. Bij te bouwen oppervlakte: 240m² Goothoogte: ± 4300mm (als bestaand) Nokhoogte: ± 8200mm (als bestaand)
E. Realiseren van overkapping longeercirkel.
Om onze paarden en pony’s goed te trainen en fit te houden. Moeten ze volgens een bepaald training ritme gelongeerd worden. In onze huidige longeercirkel is de bodem door het intensieve gebruik lastig goed te houden. Hier werken de weersinvloeden helaas niet aan mee. Deze longeercirkel is dus vaak in de winter te nat en in de zomer te droog. Door een overkapping te realiseren kunnen we deze beter onderhouden. En geeft het ons zelf en onze klanten meer comfort (geen wind, regen of zon) tijdens het trainen. Bij te bouwen oppervlakte: 240m² Goothoogte: ± 3000mm nokhoogte: ± 6000mm
2
F. Realiseren van overkapping van trailers en menwagens.
Voor het behoud van onze trailers en de trailers van onze klanten. Willen we een overkapping realiseren, daarnaast moet deze ook plek bieden voor de menwagens. Deze menwagens staan nu in de rijhal gestald naast het stro waardoor deze binnen korte tijd onder het stof zitten. Bij te bouwen oppervlakte: 120m² goothoogte: ± 3000mm nokhoogte: ± 4500mm
G. Bestaand dak verhogen en uitvoeren als platdak i.v.m. optimalisatie van stallen.
Aan deze zijde van de stal zijn onze pony stallen gesitueerd. Deze stallen moeten met de hand worden uitgemest. En de open ruimte boven deze stallen is ook beperkt door het schuine dak. Voor de optimalisatie van onze stal zouden we hier graag het dak verhogen en uit voeren als plat dak. Op deze manier kunnen we stallen maken waar schuifwanden in komen, hierdoor kunnen wij makkelijker uitmesten met de shovel. Daarbij komt er ook meer ventilatie in deze stallen door het hogere plafond. Bij te bouwen oppervlakte: blijft gelijk. Goothoogte: ± 3700mm
H. Realiseren uitbreiding kantine en overdekt terras
Onze huidige kantine geeft uitzicht op de binnenbak en beperkt uitzicht op de buitenbak. Om de ouders meer zicht te geven op de lessen, is deze uitbreiding gepland. Bij de uitbreiding willen we ook graag een overkapping realiseren om de ouders tijdens het buiten seizoen in de schaduw mee te kunnen laten genieten van de rijlessen. Bij te bouwen oppervlakte: 87m² Goothoogte: ± 3000mm
I. Realiseren van quarantaine stallen naast bestaande hal
Voor onze rijlessen hebben wij af en toe nieuwe paarden/pony’s nodig. Deze worden vaak aangekocht, omdat je niet van de buitenkant kan zien of deze paarden/pony’s ziekten met zich meedragen. Zouden we deze graag een aantal weken in een aparte quarantaine stal willen zetten. Zodat ze eerst afgeschermd zijn van de rest van de stal. En hopen we eventuele verspreiding te voorkomen. Bij te bouwen oppervlakte: 110m² Goothoogte: ± 3700mm (als bestaand)
J. Realiseren Overkapping rijbak
De huidige situatie met de coronacrisis heeft ons aan het denken gezet, over de flexibiliteit van het bedrijf. Hieruit is de wens gekomen om de kleinste buitenrijbaan te voorzien van een overkapping. Om een buiten situatie te behouden zullen de zijkanten openblijven, eventueel met windbreekgaas om het rijden aangenamer te maken. Bij te bouwen oppervlakte: 1200m² Goothoogte: ± 4300mm (als naast gelegen rijhal) Nokhoogte: ± 8200mm (als naast gelegen rijhal)
3
Privé.: K. Bij te bouwen Uitbreiding bedrijfswoning
De bedrijfswoning willen we graag uitbreiden om meer ruimte te creëren. Van de keuken wordt veel gebruikt gemaakt overdag, omdat hier ook veel administratietaken worden uitgevoerd. Bij te bouwen oppervlakte: 58m² Goothoogte: ± 2600mm (als bestaande woning) Nokhoogte: ± 6600mm (als bestaande woning)
L. Realiseren bijgebouw (schuur)
In de het voorste deel van de stal zit een klein hoekje wat nu als privé gebruikt wordt. Omdat deze grenst aan de stal komt er veel stof in deze ruimte. In de nieuwe plannen wordt deze ruimte in gebruik genomen door stallen. Hiervoor in de plek komt er dan een bijgebouw op voor gestelde plek. Nieuw te bouwen oppervlakte: 110m² Goothoogte: ± 2700mm Nokhoogte: ± 4800mm
Samenvatting
Na de eerder genoemde punten zal het volgende aantallen naar voren komen. Bedrijfsmatige bebouwing: Huidige bedrijfsmatige bebouwing: Uitbreiding bedrijfsmatige bebouwing:
2500m² 2475m²
Aantal bedrijfsmatige bebouwing na uit voeren plan: 4975m Aantal paarden na uitbreiding: Totaal paardenstallen: 20 stuks Totaal ponystallen: 30 stuks Parkeren op eigen terrein: 18 vaste parkeerplekken + 7 plekken langs oprit bij extra drukte. 7 lesklanten per uur is max 14 auto’s per les wissel. Bij onderlinge wedstrijd is er extra parkeerplaats in het weiland grenzend aan de oprit.
4
hwa
hwa
Wasplaats
wand tot 1200+
hwa
Brandblusser
C K
A
1.2 to ilet 1.3
Brandblusser
to ilet
hwa
hwa
hwa
hwa
hwa
H I
Longeercirkel
B
Lesbak
G L
Kapschuur trailers/menwagens
Dressuurbak
F Bestrating
Stapmolen Springbak
E
paddock Grote paddock paddock
Grote paddock
Voorstel Bouwblok:
paddock
Bestaande bebouwing:
Te realiseren Plannnen : A.: Uitbreiden en dicht maken bestaande overkapping. Na de uitbreiding heeft de huidige overkapping dezelfde vorm als de rijhal. ( oppervlakte: 88m²) B.: Uitbreiden zadelkamer en dak uitvoeren als platdak. ( oppervlakte: 28m²) C.: Rijhal vergroten van 20x40 naar 20x60 ( oppervlakte: 400m²) D.: Rijhal 12m langer maken voor machine en opslag ( oppervlakte: 240m²) E.: Realiseren van overkapping over bestaande Longeercirkel ( oppervlakte : 202m²) F.: Realiseren van overkapping voor stalling van trailers en menwagens ( oppervlakte: 120m²) G.: Bestaand dak verhogen en uitvoeren als platddak ivm optimalisatie van stallen. H.: Realiseren van uitbreiding kantine en overdekt terras ( oppervlakte: 87m²) I.: Realiseren van dak boven buiten rijbak ( opppervlakte: 1200m²) Prive.: K.: Uitbreiding bedrijfswoning ( oppervlakte: 58m², totaal 158m²) L.: Realiseren bijgebouw (schuur) ( oppervlakte: 72m² tot max 100m²)
paddock
Gedempte hoofddiep
overheaddeur
D
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Bijlage 2 Erfinrichting Stal Vogelzang
50
Erfplan Vogelzang stal 26
Voorstel 4 bomen (Eiken)
Gedempte hoofddiep 26
Bestaand 1/2 jaars bloemen veld Bestaande Singel B
Bestaande Eik
Bestaande Singel A
h wa
h wa
h wa
B randblusser
C A h wa
h wa
h wa
H I
Longeercirkel
K
h wa
B
G
L
Lesbak
Dressuurbak
F Bestrating
Stapmolen
E
paddock Grote paddock
Springbak paddock
Grote paddock
0 2.5
5
paddock
paddock
7.5 10m
Bestaande Singel C Met eiken
Betaande singels en hagen zullen intact blijven bij dit erfplan
Bestaande Singel D
Bestaande Singel D Bestaande Singel D
Bestaande haag Voorstel 4 fruitbomen
Gedempte hoofddiep
o ve rheaddeur
D
Begeleidend schrijven Erfplan Vogelzang stal 26 Rondom de bebouwing zijn verschillend soorten Singels te vinden. Elke Singel heeft zijn eigen samenstelling en aanplant tijd. Door de jaren heen hebben we verschillende wijzigen en extra beplanting aangebracht. Met als hoofddoel de natuurlijke afscheiding van het erf te behouden. Hieronder een omschrijving per singel: Singel A, Deze singel is de oudste bestaande singel met daarin volwassen bomen zoals berk en eik. Daartussen zitten struiken als de meidoorn en lijsterbes. Het gaat hier om een smalle singel die in de breedte gesnoeid wordt om de bebouwing ernaast te beschermen en begroeiing in de sloot te voorkomen. Singel B en C, Deze 2 singels zijn tegelijkertijd aangeplant. Om het bebouwingsvlak rondom te ontsluiten en ook om de zuidwesten wind die vooral vanuit de vlakte veel kracht heeft te breken. Vooral tijdens het voorjaar wanneer de akkers net ingezaaid zijn en de bodem relatief droog is. Kan het behoorlijk stof doen op waaien. Hierdoor is er destijds voor een relatief dichte begroeiing gekozen in combinatie met een groen blijver in de winter. De aangeplante soorten zijn onder andere laurier, amelanchier lamarckii en Cornus alba. In de Singel C zijn er om de +/- 10 meter eiken bomen geplant. De singels zijn inmiddels goed gegroeid naar een hoogte van ongeveer 3 meter. De eiken bomen steken hier boven uit.
Inmiddels groeien er ook meidoorn, lijsterbes en andere soorten in deze singel. Het onderhoud in deze singels betreft nu vooral de breedte bij snoeien en verdunning voor het behoudt van lucht voor de eiken bomen. Singel D, Deze singel is ook een combinatie van verschillende beplantingen die reeds op het terrein aanwezig waren. Deze beplanting is tijdens de bouw van de rijhal verplaats rondom de stapmolen en voorzijde paddocks. om deze beplanting te behouden. Deze singel bevat ook meidoorn, lijsterbes, andere soorten en aantal jonge berken bomen. Onderhoud van deze singel bestaat vooral in het snoeien in de breedte en verdunning. Singel E, Deze singel is ook een van oudere leeftijd. Hierin staan vooral populieren van hogere leeftijd. Tussen deze populieren staan een aantal eiken bomen van verschillende leeftijden. Komende jaren zullen er een aantal populieren plaats moeten maken om de eikenbomen meer lucht te geven. Tussen de bomen groeien verschillende soorten struiken zoals de meidoorn, lijsterbes en hazelaar.
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Bijlage 3 Participatieverslag
53
Praticipatieverslag bestemmingsplanwijziging Gedempte hoofddiep 26 Kerkenveld Datum: 24 September 2022 Huisnummers: 24 -28- 31a - 33 - 33a en 35 Hoewel wij een goede band hebben met onze directe omgeving. Vonden wij het een goed plan om een extra informatie te geven over de aankomende plannen. Wij hebben ervoor gekozen om bij alle buren die binnen een straal van 250 meter van het plangebied liggen langs te gaan om het plan persoonlijk toe te lichten. Wanneer hebben we gesproken met de bewoners Op zaterdag 24 September 2022 zijn wij bij deze buren langs gegaan. Wij hebben hier gesproken met de bewoners van de huisnummers: 24 -28- 31a - 33 - 33a en 35. Helaas hebben we de bewoners van 37 niet kunnen spreken. Deze bewoners zijn vrijwel nooit aanwezig en hebben we ook nooit persoonlijk ontmoet. Wat hebben we gedeeld Bij alle bewoners hebben we het plan doorlopen. En uitleg gegeven waarom er een bestemmingsplan wijziging zal worden aangevraagd. Daarnaast hebben we uitleg wat de plannen voor de omgeving zou kunnen betekenen. Hierin hebben we doorgenomen wat de gewenste bebouwing zou zijn. En de verder in de toekomst liggende plannen zouden kunnen zijn. Ook hebben we bij de buren uitleg gegeven hoe wij de ons bedrijf zien in de toekomst. Wij hebben aangegeven dat we met deze plannen vooral ons bedrijf willen optimaliseren en niet in dier aantallen willen uitbreiden.
Wat waren de reacties De reacties die we hebben gekregen waren positief. De buren gaven aan dat ze momenteel geen hinder van ons ervaren. En dat ze vonden dat het bedrijf er netjes bij ligt. Het plan dat we hebben uitgelegd zal dan ook op goedkeuring van de buren kunnen rekenen. In een van de gesprekken kwam de start van ons bedrijf nog naar voren. Hier was het voor de buurt onduidelijk was wat voor bedrijf er zou komen en hoe groot dit zal zijn. Maar ze gaven direct aan dat ze erg tevreden waren hoe het in zijn geheel gaat. Wij hebben hierop nog extra toelichting geven waar de geplande bebouwing zal komen en dat dit niet in de kijklijn ligt vanuit hun woning. Tot slot Wij hebben aan alle bewoners laten weten dat we net als altijd open zijn over onze plannen, omdat we hier veel waarde aan hechten richting de buurt. En mochten er in de loop van de tijd nog vragen en/of aanmerkingen zijn op onze plannen, wij uiteraard extra toelichting willen geven.
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Regels
55
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
56
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
In deze regel worden verstaan onder: 1.1
plan
het bestemmingsplan 'Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld' van de gemeente De Wolden; 1.2
bestemmingsplan
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.1690.2022BP1002016-ON01 met de bijbehorende regels en de daarbij horende bijlagen; 1.3
de verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de in het bestemmingsplan opgenomen digitale ruimtelijke informatie; 1.4
aanduiding
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.5
aanduidingsgrens
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.6
aaneengebouwde woning
een woning deel uitmakend van in een rij aaneengebouwde woningen; 1.7
aan huis gebonden bedrijf
kleinschalige bedrijvigheid als bedoeld in Bijlage 2 Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend; 1.8
aan huis gebonden beroep
een dienstverlenend beroep als bedoeld in Bijlage 2 Lijst toelaatbare beroepen en vormen van bedrijvigheid dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is; 1.9
achtererfgebied
erf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 m achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied, zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het erf achter het hoofdgebouw te komen; 1.10
architectonisch ondergeschikt
een aan-, uit- of bijgebouw die qua omvang en uitstraling ondergeschikt is aan een op dezelfde plaats voorkomend hoofdgebouw; dit kan zich uiten door materiaalgebruik, gevelindeling en/of nokhoogte (minimaal 1 m lager dan de nokhoogte van het hoofdgebouw);
57
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
1.11
bebouwing
één of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde; 1.12
bebouwingspercentage
de bebouwde oppervlakte van de gebouwen uitgedrukt in procenten van de totale oppervlakte van nader aangegeven gronden; 1.13
bedrijf
een onderneming waarbij het accent ligt op het vervaardigen, bewerken, installeren, inzamelen en verhandelen van goederen, waarbij eventueel detailhandel uitsluitend plaatsvindt als ondergeschikt onderdeel van de onderneming in de vorm van verkoop dan wel levering van ter plaatse vervaardigde, bewerkte of herstelde goederen dan wel goederen die in rechtstreeks verband staan met de uitgeoefende handelingen; 1.14
bestaand
a. bij bouwwerken: een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan aanwezig of in uitvoering is dan wel gebouwd kan worden krachtens een vergunning; b. bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan; c. het onder a en b bedoelde geldt niet voor zover sprake is van strijd met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder mede begrepen het overgangsrecht van het bestemmingsplan, of een andere planologische procedure; 1.15
bestemmingsgrens
de grens van een bestemmingsvlak; 1.16
bestemmingsvlak
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.17
bevoegd gezag
bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning; 1.18
bijbehorend bouwwerk
architectonisch ondergeschikte uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd op de grond staand gebouw of ander bouwwerk met een dak (waaronder een overkapping die hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijde open is); 1.19
bouwen
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen en/of het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.20
bouwgrens
de grens van een bouwvlak;
58
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
1.21
bouwlaag
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw en zolder; 1.22
bouwperceel
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.23
bouwperceelsgrens
de grens van een bouwperceel; 1.24
bouwvlak
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.25
bouwwerk
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.26
dak
iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.27
detailhandel
het bedrijfsmatig te koop aanbieden (waaronder de uitstalling ten verkoop), het verkopen en/of leveren van goederen, geen motorbrandstoffen zijnde, aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. Onder detailhandel vallen geen afhaalzaken en maaltijdbezorgdiensten; 1.28
dienstverlening
werkzaamheden bestaan uit het verlenen van economische en maatschappelijke diensten aan derden al dan niet met inbegrip van ondergeschikte detailhandel ten dienste van deze voorzieningen, waaronder zijn begrepen reisbureaus, kapsalons, wasserettes, stomerijen, makelaarskantoren, bankfilialen, schoonheidsinstituten, fotostudio's en naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijven en inrichtingen, met uitzondering van garagebedrijven; 1.29
eerste bouwlaag
de bouwlaag op de begane grond; 1.30
eerste verdieping
de tweede bouwlaag van een hoofdgebouw, een souterrain of kelder niet daaronder begrepen; 1.31
erker
een plat afgedekte uitbouw aan de gevel van een woning;
59
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
1.32
evenement
een voor publiek toegankelijke verrichting van kunst, ontwikkeling, ontspanning of vermaak, feesten en muziekvoorstellingen daaronder begrepen, waarvoor ingevolge regelgeving een melding moet worden gedaan dan wel vergunning of ontheffing moet worden aangevraagd en verleend; 1.33
erf
al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan of beheersverordening van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.34
gebouw
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.35
gevellijn
de op de verbeelding aangegeven lijn, waar de voorgevel van een hoofdgebouw naar toe is gekeerd, die niet door gebouwen mag worden overschreden, behoudens krachtens deze regels toegelaten afwijkingen. 1.36
hoofdgebouw
het gebouw, of gedeelte daarvan, op een perceel dat gelet op de bestemming en uiterlijke verschijningsvorm het belangrijkste is; 1.37
huishouden
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren; 1.38
levensloopbestendige woning
een woning geschikt voor iedere levensfase van een bewoner waarbij ten minste de primaire leefruimten op een woonlaag zijn gelegen zonder gebruik van trappen of andere obstakels; 1.39
omgevingsvergunning
vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; 1.40
overig bouwwerk
een bouwkundige constructie van enige omvang, geen gebouw zijnde, die direct en duurzaam met de aard is verbonden; 1.41
overkapping
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat hooguit aan twee zijden tegen gevels is aangebouwd en aan minimaal twee zijden open is; 1.42
peil
a. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de hoogte van het terrein ter hoogte van die hoofdtoegang bij voltooiing van de bouw; c. indien de onder a en b genoemde peilen in het veld aanleiding geven tot onduidelijkheden, een door of namens burgemeester en wethouders aan te wijzen peil;
60
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
1.43
primaire leefruimten
alle noodzakelijke ruimtes in een woning om te kunnen wonen, hieronder worden in ieder geval begrepen de keuken, de badkamer, het toilet, een woonkamer en ten minste 1 slaapkamer 1.44
seksinrichting
de voor het publiek toegankelijke besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in de omvang alsof zij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch/pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, alsmede een erotische massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.45
uitbouw
een bijbehorend bouwwerk dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, waarmee het in directe verbinding staat, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; functionele ondergeschiktheid is niet vereist; 1.46
verbeelding
de analoge en digitale voorstelling van de inhoud van een bestemmingsplan conform het gestelde in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening; 1.47
voorgevel
de naar de weg gekeerde gevel van een gebouw of, indien een perceel met meerdere zijden aan een weg grenst, de als zodanig door burgemeester en wethouders aan te wijzen gevel; 1.48
vrijstaande woning
een woning zonder gemeenschappelijke wand met een andere woning; 1.49
watergang
een werk, al dan niet overdekt, dienend om in het openbaar belang water te ontvangen, te bergen, af te voeren en toe te voeren, de boven water gelegen taluds, bermen en onderhoudspaden daaronder mede verstaan; 1.50
woning
een gebouw of een gedeelte van een gebouw, krachtens aard en indeling geschikt en bestemd voor de huisvesting van één huishouden; 1.51
woonhuis
een gebouw, hetzij vrijstaand, hetzij aaneengebouwd, dat slechts één woning omvat; 1.52
woonruimte
besloten ruimte die, al dan niet tezamen met een of meer andere ruimten, bestemd of geschikt is voor bewoning door een huishouden; 1.53
zelfstandige woonruimte
een woonruimte welke een eigen toegang heeft en welke door een huishouden kan worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
61
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
1.54
zijerf
gedeelte van het erf dat aan de zijkant van het gebouw is gelegen.
62
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1
de dakhelling:
langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. Hieronder wordt tevens verstaan de hoogste zijde van een lessenaarsdak. 2.3
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.4
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een overig bouwwerk met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.5
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. Overstekken van daken, dieper dan 40 cm, worden meegerekend bij de oppervlakte van bouwwerken; 2.6
de afstand tot de (bouw)perceelgrens:
vanaf enig punt van een bouwwerk tot de (bouw)perceelgrens; 2.7
de hoogte van een molen of windturbine:
vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de molen of windturbine. Bij de toepassing van het bepaalde over het bouwen binnen bouwvlakken of bestemmingsvlakken worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de bouw- c.q. bestemmingsgrens, dan wel de rooilijn met niet meer dan 1 m wordt overschreden.
63
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
64
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Hoofdstuk 2
Artikel 3 3.1
Bestemmingsregels
Agrarisch
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. agrarisch grondgebruik; b. het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden; met daaraan ondergeschikt: a. openbare nutsvoorzieningen; b. recreatief medegebruik; met de daarbij behorende: a. b. c. d. 3.2
infrastructurele voorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; sloten, beken en daarmee gelijk te stellen waterlopen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; Bouwregels
a. het bouwen van gebouwen en overkappingen is niet toegestaan. b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. silo's en bassins zijn niet toegestaan; 2. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; 3. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 5 m bedragen. 3.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. het bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; g. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1 Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het opslaan van mest en/of overige landbouwproducten buiten het bouwperceel, met uitzondering van tijdelijke opslag van akkerbouwproducten; b. het gebruik van bouwwerken voor verblijfsrecreatieve doeleinden;
65
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
c. het dempen van beken; 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het aanplanten van bomen en/of houtgewas, over een oppervlakte van meer dan 100 m² voor zover niet gelegen binnen een bouwperceel, met uitzondering van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen; 2. het kappen en/of rooien van houtgewas en/of -singels; 3. het verharden van agrarische perceel-, kavelontsluitings- en/of onderhoudswegen buiten het bouwperceel met een grotere breedte dan 4 m; 4. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen ten behoeve van het agrarisch gebruik buiten het bouwperceel, niet zijnde perceel- en/of kavelontsluitingswegen, met een oppervlakte van meer dan 50 m²; 5. het aanleggen van fiets-, voet- en ruiterpaden buiten het bouwperceel; 6. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden, zodanig dat er een verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 30 cm; 7. het aanleggen van voorzieningen ten behoeve van het recreatief medegebruik; 8. het wijzigen van de grondsamenstelling en/of het aanbrengen van voorzieningen ten behoeve van de aanleg van paardrijbakken; 9. het aanleggen van ligplaatsen voor vaartuigen; 10.
het graven of dempen, verdiepen of verbreden van sloten en daarmee gelijk te stellen waterlopen, uitsluitend indien dit een wijziging van het kavelpatroon tot gevolg heeft; 11. het aanleggen van wegen ten behoeve van gebiedsontsluiting; 12. het aanplanten van bomen en/of houtgewas ten behoeve van houtteelt, sier- en fruitteelt en/of overige opgaande teeltvormen. b. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. c. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.
66
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Artikel 4 4.1
Sport - manege
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Sport - manege' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een manege; b. wonen ten behoeve van het bedrijf; met de daarbij behorende: c. d. e. f. g. h.
wegen en paden; water; tuinen, erven en terreinen; bedrijfswoningen; aan- en uitbouwen en bijgebouwen bij een bedrijfswoning; bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Een en ander met dien verstande dat gebruik van de gronden ten behoeve van de in 4.1 genoemde opsomming pas is toegestaan als de landschappelijke inpassingsmaatregelen worden uitgevoerd en in stand gehouden conform het in de bijlage van de regels opgenomen inpassingsplan (Bijlage 2 Erfinrichting Stal Vogelzang) 4.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen van gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. per bouwperceel mogen uitsluitend gebouwen en overkappingen ten behoeve van één manege; 2. gebouwen en overkappingen dienen binnen een bouwvlak te worden gebouwd; 3. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste één per manege bedragen; 4. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen zal niet meer bedragen dan 4975 m2; 5. de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens zal ten minste 5 m bedragen; 6. de maatvoering van een gebouw en een overkapping zal voldoen aan de eisen die in het volgende bouwschema zijn gesteld:
b. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; 2. de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, zal ten hoogste 10 m bedragen.
67
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
4.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: a. het bebouwingsbeeld; b. de woonsituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de sociale veiligheid; e. de milieusituatie; f. de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; g. de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing. 4.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 3.2 sub a onder 4 en toestaan dat de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen en overkappingen per bestemmingsvlak wordt vergroot tot maximaal 120% van de bestaande gezamenlijke oppervlakte; b. lid 3.2 sub a onder 5 en toestaan dat de afstand van gebouwen en overkappingen tot de perceelgrens wordt verkleind; c. lid 3.2 sub a onder 6 en toestaan dat de goothoogte van bedrijfswoningen wordt vergroot tot 5,5 m met dien verstande dat dit voor maximaal voor 25% wordt toegepast; d. lid 3.2 sub a onder 6 en toestaan dat de dakhelling van aan- en uitbouwen wordt verlaagd tot 0º. 4.5
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van detailhandel; b. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden, indien de horecavloeroppervlakte groter is dan 100 m². 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verwijderen van erfbeplanting. b. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. c. De sub a genoemde vergunning kunnen slechts worden verleend, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.
68
bestemmingsplan Buitengebied, deelplan Gedempte Hoofddiep 26, Kerkenveld (ontwerp)
Artikel 5 5.1
Waarde - archeologie
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede voor: het behoud en herstel van de archeologische waarden. 5.2
Bouwregels
Daar waar de gronden bestemd zijn als Waarde - archeologie dient, voor zover de oppervlakte van de ingreep in de grond betrekking heeft groter is dan 30.000 m² en de activiteit op een grotere diepte dan 30 cm, het volgende te worden uitgevoerd: a. dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen als bedoeld in de Wabo een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld; b. kunnen aan een omgevingsvergunning als bedoeld in de Wabo de volgende regels worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische resten in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de oprichting van het bouwwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties, tenzij in het rapport als bedoeld onder a naar het oordeel van het bevoegd gezag is aangetoond dat het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft niet zal leiden tot een onevenredige aantasting van archeologische waarden. 5.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 5.2 voor de overlegging van het aldaar genoemd archeologische rapport indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie voldoende is vastgesteld. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden met een oppervlakte van meer dan 30.000 m² uit te voeren daar waar de gronden bestemd zijn als Waarde - archeologie, zulks ongeacht het bepaalde in de regels bij de andere op deze gronden van toepassing zijnde bestemmingen: 1. het ontgronden, afgraven, egaliseren, mengen, diepploegen, ontginnen en/of anderszins ingrijpend wijzigen van de bodemstructuur dieper dan 30 cm, met dien verstande dat geen vergunning nodig is wanneer het betreft niet-bodemkerende werkzaamheden ten behoeve van het verbeteren van de verdichte bodemstructuur (woelen) tot ten hoogste 10 cm onder de bouwvoor; 2. het graven en/of baggeren van sloten, vaarten en andere watergangen dieper dan 30 cm; 3.