3a. Ontwerpbestemmingsplan Hoofdstraat 125 toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
5.2
Opzet van de regels
5.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels (begripsbepalingen en wijze van meten); Bestemmingsregels; Algemene regels (o.a. afwijkingsregels); Overgangs- en slotregels.
5.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze bouwhoogtes, afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden.
35
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
5.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen (bebouwingshoogte, bebouwingspercentage, etc.); Nadere eisen: in sommige gevallen kan het college nadere eisen stellen aan de plaats en afmetingen van bebouwing; Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn; Afwijken van de bouw- en gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouwregels en bestemming; In paragraaf 5.3 worden de bestemmingen nader toegelicht. 5.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. algemene bouwregels In dit artikel staan regels voor ondergronds bouwen. Algemene gebruiksregels In dit artikel staat beschreven welk gebruik van gronden en bouwwerken in elk geval strijdig zijn met het bestemmingsplan. Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene procedure regels Dit artikel beschrijft de te volgen procedure bij het besluit tot nadere eisen. Overige regels In de overige regels zijn voorschriften opgenomen om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid. 5.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregels wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
36
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
5.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar mogelijk gemaakt worden en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Wonen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor wonen in woonhuizen. In dit geval gaat het om de grondgebonden woningen. Het totaal aantal woonhuizen bedraagt ten hoogste 10 en de woonhuizen moeten binnen het bouwvlak gebouwd worden. De goothoogte van een woonhuis mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte en de bouwhoogte van een woonhuis mag niet meer bedragen dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. De hoogtes zijn afgestemd op de hoogtes zoals beschreven in paragraaf 2.2.
Wonen - Woongebouw De voor 'Wonen - Woongebouw'aangewezen gronden zijn bestemd voor woongebouwen. In dit geval gaat het om het appartementengebouw aan de Hoofdstraat. Het woongebouw wordt binnen een bouwvlak gebouwd én de goothoogte van een woongebouw bedraagt niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)' aangegeven goothoogte. De bouwhoogte van een woongebouw bedraagt niet meer dan de ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' aangegeven bouwhoogte. Een hoofdgebouw zal zijn voorzien van een kap waarvan de dakhelling ten minste 30° en ten hoogste 60° bedraagt. In het woongebouw mogen maximaal 4 woningen komen. Tuin De bestemming 'Tuin' is gekozen voor de delen die voor de naar aan de naar de openbare ruimte gekeerde zijde van de uitgeefbare percelen liggen. In de bestemming 'Tuin' mogen geen gebouwen worden gebouwd. Wel zijn voor de voorgevel van het hoofdgebouw gelegen entreepartijen, of erkers toegelaten. Ook zijn binnen de bestemming 'Tuin' uitsluiten bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegestaan tot maximaal 1 meter hoogte. Concreet wordt hiermee voorkomen dat aan de straatzijde van de woonbebouwing hoge schuttingen worden geplaatst die doorzichten en het ruimtelijke gevoel belemmeren.
Groen De bestemming 'Groen' is van toepassing op de groenvoorzieningen in het plangebied en deze bestemming is gericht op de versterking en de bescherming van groene waarden en groene inrichting van het gebied. De bestemming valt (tezamen met de bestemming 'Verkeer') samen met de begrenzing van het openbaar gebied in de beoogde woonwijk. Dit groen zorgt voor een groot deel voor de groene kwaliteiten van het woongebied. Binnen de bestemming 'Groen' mogen geen gebouwen worden gebouwd, uitgezonderd noodzakelijke gebouwen voor de nutsvoorziening en bouwwerken geen gebouwen zijnde.
37
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
Verkeer De nieuwe wegen binnen het bestemmingsplan zijn bestemd als 'Verkeer'. Binnen deze bestemming zijn geen gebouwen toegestaan. Wel zijn bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan die noodzakelijk zijn voor de verkeersfunctie, zoals lichtarmaturen en bewegwijzering.
38
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Over de verdeling van de kosten, voor de herinrichting van het openbaar gebied, worden afspraken gemaakt. De kosten hiervoor komen uit financiële middelen van de ontwikkelaar. De kosten voor de ontwikkeling van de woningen worden verhaald uit de verkoop van de woningen. Het in paragraaf 2.2 beschreven programma is afgestemd op de noodzakelijke investeringen. Zoals beschreven in hoofdstuk 3 is de behoefte voor dit programma evident. Daarmee is de financiële haalbaarheid geborgd. Kostenverhaal De grondexploitatieregeling uit de Wro is van toepassing op dit bestemmingsplan. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van woongebouwen en grondgebonden woningen. Dit zijn bouwplannen zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro. De grondexploitatieregeling bepaalt dat de gemeente in beginsel samen met dit bestemmingsplan een exploitatieplan moet vaststellen. Hiervan kan worden afgezien als de kosten 'anderszins verzekerd' zijn, bijvoorbeeld door overeenkomsten. De betrokken partijen hebben een exploitatieovereenkomst gesloten, waarin onder andere de verdeling van kosten is verzekerd.
Van de verplichting tot het opstellen van een grondexploitatieplan kan daarom worden afgezien.
39
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
40
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
Hoofdstuk 7
M aatschappelijke uitvoerbaarheid
In dit hoofdstuk wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven. De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel om aan te tonen dat het bestemmingsplan maatschappelijk draagvlak heeft. Voorbereidingsfase In het kader van vooroverleg wordt het voorontwerpbestemmingsplan voorgelegd aan de direct betrokkenen en verzonden aan de overlegpartners. Verder zijn de omwonenden middels een informatiebijeenkomst geïnformeerd. Verslaglegging hiervan is met de gemeente gedeeld. Over het algemeen is de omgeving positief tegenover het voornemen. Het plan wordt niet voor inspraak ter inzage gelegd. Ontwerpfase Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen formele bestemmingsplanprocedure. Dit betekent dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage wordt gelegd. Een ieder krijgt de gelegenheid voor het indienen van zienswijzen. Vaststellingsfase Ten aanzien van de ingekomen zienswijzen wordt een gemeentelijk standpunt bepaald in de zienswijzennota. Het resultaat van de zienswijzennota wordt verwerkt in het vast te stellen bestemmingsplan. De indieners van de zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. De gemeenteraad stelt het bestemmingsplan vast. Tot slot is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
41
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
42
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
Bijlagen bij de toelichting
43
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
Bijlage 1 Locatiepaspoort
44
Bakkerij Drost, Hoofdstraat 125 Zuidwolde
Eswe
De gemeente De Wolden is een aantrekkelijke plattelandsgemeente waar het goed wonen, werken en verblijven is. In de bestaande kernen worden kansen benut om woningen toe te voegen. Dit locatiepaspoort geeft een beeld van de gewenste invulling van de locatie. Deze is het eindresultaat van een analyse van de locatie in zijn omgeving en in combinatie met de maatschappelijke opgave waar we voor staan in De Wolden: ‘Ontwikkelen en versterken van de kwaliteit van wonen, leven en werken in De Wolden, waarbij naoberschap voorop staat’.
Ontwerpuitgangspunten
Status
Programma
Het locatiepaspoort is een document dat de minimale kaders weergeeftvoor de ruimtelijke ontwikkeling van een locatie. De initiatiefnemer kan hiermee aan de slag. De financiële haalbaarheid van de ontwikkeling moet zijn gewaardborgd; vanuit de gemeente wordt geen financiële bijdrage geleverd. Het locatiepaspoort is bestuurlijk vastgesteld maar is geen document waarover formele inspraak plaatsvindt. Er kunnen daarom geen rechten aan worden ontleend. Het is een dynamisch sturingsinstrument en kent een houdbaarheid van twee jaar.
Bosscherhof
-
Overig Nader onderzoek moet, afhankelijk van de invulling, worden verricht naar cultuurhistorie, bodem, archeologie, ecologie, externe veiligheid, afval en geluid. Om wateroverlast te beperken moet voor iedere vierkante meter oppervlak die verhard wordt ten gevolge van de planontwikkeling daken en bestrating), 25 liter regenwater opgevangen kunnen worden (berging).
Ligging van de locatie Het locatiepaspoort is gericht op het ontwikkelen van de locatie van bakkerij Drost zodat daar woningbouw gerealiseerd kan worden. De locatie ligt nabij het centrum van Zuidwolde, direct aan de Hoofdstraat. Het is een herkenbare en markante plek in de groene dorpskern. Bij de herontwikkeling wordt ingezet op het behoud van de industriële sfeer van de bakkerij met de winkel aan de Hoofdstraatzijde (westzijde). Deze sfeer is de inspiratie voor de nieuwe bebouwing. De krachtige groenstructuur met mooie bomen die de Burgerzinstraat begeleidt blijft bij de herontwikkeling bewaard. De nieuwe woonbebouwing aan de oostzijde van het plangebied sluit in bouwhoogte en bouwstijl aan op de dorpse sfeer en karakteristiek van de Burgerzinstraat. De groene ruimte verbindt de Bosscherhof ruimtelijk met de Burgerzinstraat.
status, vastgesteld ............
Wonen, max. 12 woningen. (4 appartementen, 3 - 4 patiowoningen en 2 2/1 kap woningen of 2 vrijstaande woningen)
Structuur Westzijde Historische, ‘industriële’ en ‘winkelsfeer’ van bakkerij is inspiratie voor bebouwing Appartementen of woningen binnen ‘hoofdvolume’ (bouwenveloppe) van de bakkerijwinkel Lage grondgebonden woningen in bouwvolume van de fabriek (bv. patiobungalows, 1 bouwlaag, met bijzonder dak) Hoogteverschillen en gevelkarakteristiek inzetten om ‘industriële’ sfeer te realiseren. Oostzijde Grondgebonden woningen Aansluiten op sfeer dorpse woonbebouwing in het groen Woningen 1 bouwlaag, voorzien van kap
Ontsluiting en parkeren
bomen aan Burgerzinstraat behouden
-
Ontsluiting vanaf omliggende straten Parkeerbalans conform CROW Parkeren op eigen terrein
Groen -
Duurzaamheid De Wolden kiest voor bouwen in het bestaande dorp, nabij de voorzieningen. Dat is een duurzame stedelijke ontwikkeling. Ook bij de uitwerking van het initiatief is duurzame ontwikkeling het uitgangspunt. Bij de bebouwing en inrichting gaat daarbij zowel om het zoeken naar de menselijke maat als om de functionaliteit (gebruikswaarde), de ruimtelijke kwaliteit (toekomstwaarde en aantrekkelijkheid; passend bij de omgeving en bij de kwaliteiten van de plek) als om een duurzaam gebruik (comfort) en exploitatie (energie, grondstoffen en water). Ook de maatvoering en materiaalkeuze van de openbare ruimte moet zijn afgestemd op de te ontwikkelen functies en op boven beschreven duurzame keuzes.
Zuide r
Doel
g
Hoofdstr aat
Burgerzinstraat
Bomen aan Burgerzinstraat behouden Kroonprojectie/boomwortels beschermen en vrijhouden van bebouwing
inspiratie voor “industriële architectuur”
P
referentie “appartementencomplex” P
P
bestemmingsplan Zuidwolde, deelplan Hoofdstraat 125 (ontwerp)
Bijlage 2 Ecologisch onderzoek
46
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 projectnummer
211736
Pagina 2 van 29
TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 211736 S. Haakmeester M.K. Pinxterhuis Versienummer: Datum: Reden vervallen: 1.0 16 november Vigerende versie 2021
Paraaf vrijgave
OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres
WVG Ontwikkeling B.V. Dhr. S. ter Wal Blankenstein 120, 7943 PE Meppel
UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982
Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355
Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397
Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Hoofdstraat 125 te Zuidwolde Dr, in opdracht van WVG Ontwikkeling B.V.. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.
Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Zuidwolde_211736_kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 3 van 29
INHOUD 1.
INLEIDING.................................................................................................................... 4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Beschrijving van het projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen ........................................... 5
2.
INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................. 12
2.1 2.2 2.3
Bronnenonderzoek ...................................................................................................................... 12 Veldinspectie ............................................................................................................................... 12 Toetsing ...................................................................................................................................... 12
3.
EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN .......................... 13
3.1 3.2 3.3 3.4
Natura 2000 ................................................................................................................................ 13 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 14 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 14 Houtopstanden ........................................................................................................................... 15
4.
EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 17
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Voorselectie soortgroepen .......................................................................................................... 17 Flora ............................................................................................................................................ 17 Broedvogels ................................................................................................................................ 17 Vleermuizen ................................................................................................................................ 19 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 21 Overige soorten ........................................................................................................................... 22
5.
CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 23
5.1 5.2 5.3 5.4
Gebiedsbescherming en houtopstanden ..................................................................................... 23 Soortenbescherming ................................................................................................................... 23 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 24 Verantwoording .......................................................................................................................... 25
GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 26 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Drenthe 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 4 van 29
1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het projectgebied en de beoogde ontwikkeling.
1.1
Aanleiding en doel
Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om de huidige bebouwing ter plaatse van de kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1914 te slopen en op de desbetreffende percelen nieuwbouwwoningen te realiseren. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het project. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.
1.2
Wettelijk kader
Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen.
Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘ nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 5 van 29
Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Drenthe is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast.
Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht. Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen. Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).
1.3
Beschrijving van het projectgebied en voorgenomen ontwikkelingen
Huidige situatie projectgebied Het projectgebied is gelegen aan de oostelijke kant van de buurt ‘Zuidwolde kern’ ter plaatse van kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (figuur 1.1). Ter plaatse van perceel 1917 is er een winkel met bakkerij (bouwjaar 1950) aanwezig. Boven de winkel is een woning aanwezig. Aan de noordzijde bevinden zich nog een overkapping en een oude opslagschuur. Ter plaatse van perceel 1395 is een grasveld met een schuurtje aanwezig. Dit grasveld en schuurtje zijn in gebruik door een aantal schapen. Afbeelding 1.2 tot en met 1.9 geven een impressie van het projectgebied. De winkel met daarboven woongelegenheid is een gebouw met twee lagen, welke is opgetrokken uit bakstenen. Het gebouw beschikt over een puntdak, dat bedekt is met dakpannen. Aan de achterzijde bevindt zich de bakkerij, welke verbonden is met de winkel. De bakkerij is een gebouw wat bestaat uit één laag en bestaat uit bakstenen en beschikt over een plat dak. De winkel, woning en bakkerij beschikken over een spouwmuur. De conclusie dat er een spouwmuur aanwezig is, is getrokken op basis van het veldbezoek en het feit dat de winkel, woning en bakkerij gebouwd zijn in 1950. Panden die in deze periode gebouwd zijn beschikken vaak over een spouwmuur. Ten noorden van de bakkerij zijn één overkapping (afbeelding 1.6) en een oude opslagschuur (afbeelding 1.7) aanwezig.
De overkapping bestaat uit betonblokken met een golfplaten dak. De oude opslagschuur is opgetrokken uit bakstenen waarbij geen sprake is van een spouw. Er is hier geen dak meer aanwezig.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 6 van 29
Het schuurtje ter plaatse van perceel 1395 is opgetrokken uit bakstenen en beschikt over een golfplaten dak (afbeelding 1.9). Er is geen sprake van een spouw. Binnen het projectgebied, aan de zuidzijde, is een strook met opgaand groen aanwezig met onder andere zomereik, berk, huls, hedera en rododendron. Er is binnen het projectgebied geen oppervlaktewater aanwezig. Nabij het projectgebied is groen aanwezig. Het groen bestaat voornamelijk uit grasveldjes, opgaand groen in de voor- en achtertuinen van omliggende woningen en perkjes. Op zo’n 100 meter ten oosten van het projectgebied ligt gelegen, het sportpark Woltingeslag. Hier zijn een aantal sportvelden gelegen met daartussen bomensingels.
Figuur 1.1 Projectgebied (bron: opdrachtgever).
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 7 van 29
Afbeelding 1.2 Voorgevel van de bakkerij.
Afbeelding 1.3 Noordzijde bakkerij.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 8 van 29
Afbeelding 1.4 Zuidzijde bakkerij.
Afbeelding 1.5 Noordzijde bakkerij.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 9 van 29
Afbeelding 1.6 Overkapping noordzijde projectgebied.
Afbeelding 1.7 Opslagschuur noordzijde projectgebied.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 10 van 29
Afbeelding 1.8 Zuidzijde grasveld.
Afbeelding 1.9 Schuurtje ter plaatse van het grasveld.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 11 van 29
Voorgenomen ontwikkelingen WVG Ontwikkeling B.V. is voornemens om de huidige bebouwing ter plaatse van de kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1914 te slopen en op de desbetreffende percelen elf nieuwbouwwoningen te realiseren. De nieuwe ontwikkelingen passen binnen de huidige bestemmingsplannen van de percelen. De bomensingel ter plaatse van de Burgerzinsstraat, noordzijde beide percelen, zal behouden blijven. Vooralsnog zal de singel met opgaand groen aan de zuidzijde van het projectgebied behouden blijven. Wel zal deze opgeschoond moeten worden, hierover is de opdrachtgever nog in overleg met de gemeente. De sloop van de bebouwing staat vooralsnog gepland in het begin van 2022. In figuur 1.10 is de nieuwe situatie weergegeven.
Figuur 1.10 Voorgenomen nieuwbouw (bron: opdrachtgever).
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 12 van 29
2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaan uit een veldinspectie van het projectgebied, aangevuld met het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen.
2.1
Bronnenonderzoek
Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het projectgebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 18 oktober 2021 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2021) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffing plichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van één kilometer rond het projectgebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). In bijlage 3 zijn de beschermde soorten binnen één kilometer afstand van het projectgebied weergegeven. In de omgeving zijn beschermde gebouw- en boombewonende vogelsoorten, gebouwbewonende vleermuizen (zoals gewone dwergvleermuis), beschermde en niet beschermde grondgebonden zoogdieren, beschermde flora en een beschermde vlindersoort bekend. Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het projectgebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.
2.2
Veldinspectie
Het projectgebied en de directe omgeving zijn onderzocht door een ecoloog van Eco Reest. Het veldbezoek vond overdag plaats op 21 oktober 2021 (regenachtig, bewolkt, windkracht 4 Bft, temperatuur 9°C) is uitgevoerd. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het projectgebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn.
2.3
Toetsing
Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen bomenkap is beoordeeld of het beschermingsregime vanuit de Wnb ten aanzien van beschermde houtopstanden van toepassing is, en of vervolgstappen aan de orde zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 13 van 29
3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1
Natura 2000
Ligging projectgebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het projectgebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Dwingelderveld en Mantingerzand, op respectievelijk 15,6 en 18,7 kilometer afstand (zie figuur 3.1).
Figuur 3.1 Globale ligging projectgebied ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden (Bron: AERIUS Calculator).
Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de categorie woningbouw in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Effectbeoordeling Aangezien het projectgebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, beperken eventuele effecten zich tot externe werking. Vanwege de afstand tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden (>15 kilometer), de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties (Vegte et al. 2014, Krijgsveld et al. 2008, Broekmeyer 2006) en de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn negatieve effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand uitgesloten. Er zijn geen vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 nodig. Het aspect stikstofdepositie is voor voorliggend project niet relevant. Voor de stikstofemissie gedurende de tijdelijke aanlegfase geldt per 1 juli 2021 met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling (Staatsblad, 2021a,b). In de gebruiksfase zal Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 14 van 29
geen sprake zijn van toevoeging van emitterende bronnen en/of een meer intensief gebruik van het projectgebied of directe omgeving. Vervolgstappen ten aanzien van stikstofdepositie zijn niet aan de orde.
3.2
Natuurnetwerk Nederland
Ligging projectgebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het projectgebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Ook maakt het geen onderdeel uit van een ecologische verbindingszone. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op circa 550 meter afstand. Effectbeoordeling Gezien de afstand (550 meter), de aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling, is geen sprake van aantasting van wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Ook kent de provincie Drenthe geen externe werking ten aanzien van het NNN (Provincie Drenthe, 2018a). Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.
Afstand: 550 meter
Figuur 3.2 Ligging projectgebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen) op circa 550 meter afstand(rode stippellijn) (Bron: Provincie Drenthe, 2021).
3.3
Natuur buiten het NNN
In het Drentse ruimtelijk beleid is naast bescherming van natuur binnen het NNN ook aandacht voor bescherming van natuur buiten het NNN, namelijk in bijzonder provinciale natuurgebieden, ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe – Omgevingsvisie, 2018). In Drenthe is momenteel één gebied aangewezen als bijzonder provinciaal natuurgebied: Landgoed Overcingel. Dit gebied ligt in Assen, op meer dan 35 kilometer afstand. Ook ligt het projectgebied niet in/nabij ecologische verbindingen en ganzenrustgebieden (Provincie Drenthe – Omgevingsvisie, Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 15 van 29
2018). In Drenthe is alleen het Leekstermeer als ganzenrustgebied aangewezen. Gezien de afstanden tot deze gebieden en het tussenliggende bebouwde gebied dat een afschermde werking heeft, is geen sprake van negatieve effecten. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.
3.4
Houtopstanden
Binnen het projectgebied bestaat de kans dat er ten behoeve van de voorgenomen werkzaamheden opgaand groen verwijderd wordt (afbeelding 3.3). Het betreft hier de singel met opgaand groen die opgeschoond moet gaan worden. Deze bomensingel met opgaand groen bestaat voornamelijk uit: zomereik en berk. Er vindt nog overleg plaats tussen opdrachtgever en gemeente (zie ook paragraaf 1.3).
Afbeelding 3.3 Mogelijk te kappen bomen en verwijdering van opgaand groen (rood omlijnd).
Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Gezien het feit dat de kaarten van ‘bebouwde kom grens bosbouw’ bij gemeente De Wolden niet meer actueel zijn, is er op basis van gemeentegrenzen geconcludeerd dat het projectgebied binnen de begrenzing ligt van ‘bebouwde kom Wet Natuurbescherming’, zodat het beschermingsregime van de Wet natuurbescherming ten aanzien van houtopstanden hiervoor niet geldt. Tevens voldoet de mogelijk te kappen bomensingel niet aan het oppervlaktecriterium van rijbeplanting van meer dan 20 bomen of de houtopstand groter is dan 10 are. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 16 van 29
De aanwezige bomen staan eveneens niet op de lijst van ‘Waardevolle en Monumentale bomen’ van gemeente De Wolden (bron: gemeente De Wolden, Waardevolle bomenlijst, 2012). Mogelijk is wel een vergunning nodig bij bomenkap op gemeentegrond.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 17 van 29
4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1
Voorselectie soortgroepen
Vanwege de eigenschappen van het projectgebied zijn niet op alle beschermde soortgroepen effecten te verwachten. Aangezien binnen het projectgebied oppervlaktewater ontbreekt, is aanwezigheid van vissen en (voortplanting van) amfibieën en libellen op voorhand uitgesloten.
4.2
Flora
Het onderzoek is uitgevoerd tijdens de groei- en bloeiperiode van vele soorten planten waardoor determinatie nauwkeurig kan worden uitgevoerd voor deze soorten. Tevens zijn er ook planten die tijdens het onderzoek niet in de groei- en bloeiperiode zaten, hierdoor is determinatie voor deze soorten in het veldonderzoek lastig. Het projectgebied bestaat uit een grasveld met algemeen voorkomende soorten als raaigras, smalle weegbree, ridderzuring, boterbloem, rode klaver, smeerwortel en brandnetel. Tevens is er een bomensingel aanwezig met opgaand groen. De bomen die in het projectgebied aanwezig zijn hadden nog blad. De bomensingel bestaat voornamelijk uit zomereik, berk, hulst, braam, hedera en rododendron. Dit zijn voornamelijk soorten die groeien op een voedselrijke bodem. Hieruit volgt dat de aanwezige bodem voedselrijk is. Uit het vooronderzoek NDFF kwamen twee soorten naar voren, namelijk: Kartuizer anjer en knolspirea. Beide soorten komen op warme, zonnige en droge plekken voor. Tevens groeien beide soorten op voedselarme en kalkhoudende grond. Kartuizer anjer bloeit van juni tot en met augustus en knolspirea van juni tot en met juli, wat determinatie tijdens het veldbezoek lastig maakt. Het is van belang dat de bodem stikstofarm is voor beide soorten (Verspreidingsatlas, 2021).
Aan de hand van deze aspecten en de aangetroffen soorten die op een voedselrijke bodem groeien, kunnen deze soorten binnen het projectgebied worden uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.
4.3
Broedvogels
Soorten met een jaarrond beschermd nest In de omgeving van het projectgebied zijn diverse soorten met jaarrond beschermde nesten bekend, zoals huismus en gierzwaluw (NDFF, bijlage 3). De veldinspectie is uitgevoerd na het broedseizoen van vele soorten vogels. Nestlocaties zijn daardoor minder goed waar te nemen. Tijdens het veldonderzoek zijn er geen soorten met jaarrond beschermde nesten waargenomen. Tevens zijn er ook geen kenmerken van nestplaatsen waargenomen. In het projectgebied ontbreekt het aan potentiële plekken voor nestlocaties van gebouwbewonende vogelsoorten, waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. De dakgoten zijn strak afgewerkt, er zijn geen losliggende dakpannen en tevens is er ook geen ruimte onder de nokvorsten (afbeelding 4.3.1 en 4.3.2). Dit maakt dat de bebouwing binnen het projectgebied ongeschikt is als (potentiële) nestlocatie voor gebouwbewonende vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn, zoals huismus en gierzwaluw. Vaste rust- en verblijfplaatsen, waaronder nesten, van andere beschermde soorten die in categorie 1 t/m 4 zijn ingedeeld (zie bijlage 2) worden niet verwacht binnen het projectgebied gezien het ontbreken van geschikt broedgelegenheid in combinatie met de ligging binnen de bebouwde kom en/of de reeds aanwezige verstoringsbronnen.
Ook zijn in de directe omgeving van het projectgebied geen nesten van deze soorten waargenomen en/of bekend en zijn tijdens het veldbezoek ook geen waarnemingen van exemplaren en sporen gedaan (o.a. nesten, braakballen, uitwerpselen) die duiden op aanwezigheid binnen het projectgebied.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 18 van 29
Afbeelding 4.3.1 Geen losliggende dakpannen.
Afbeelding 4.3.2 Dakgoten strak afgewerkt.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 19 van 29
Overige soorten met jaarrond beschermd nest (categorie 5) Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied zijn diverse categorie 5-soorten (zie bijlage 2) zoals boomkruiper, spreeuw, grote bonte specht en gekraagde roodstaart broedend en/of foeragerend te verwachten. Deze categorie 5-soorten hebben voldoende flexibiliteit om, als een broedplaats verloren gaat, zich elders te vestigen, mits voldoende geschikte alternatieve nestlocaties aanwezig zijn. In de (directe) omgeving van het projectgebied zijn voldoende alternatieve nestlocaties voor de te verwachten categorie 5-vogelsoorten aanwezig. Enerzijds biedt bebouwing en opgaand groen in de omringende woonwijk geschikte mogelijkheden. Anderzijds vormen de bospercelen ten oosten van het projectgebied geschikt biotoop voor broedvogels. Hieruit wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden waardoor sprake is van een jaarronde bescherming. Vervolgstappen ten aanzien van categorie 5soorten zijn niet aan de orde. Vervolgstappen ten aanzien van soorten met jaarrond beschermde nesten zijn niet aan de orde. Soorten zonder jaarrond beschermd nest Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied kunnen diverse algemeen voorkomende vogels -zonder jaarrond beschermd nest- van stedelijk milieu, zoals roodborst en merel, in het aanwezige opgaand groen tot broeden komen.
Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Ook zal het projectgebied deel uitmaken van het foerageergebied van deze soorten. De te verwachten soorten komen voor in stedelijk milieu, in de nabijheid van menselijke activiteiten. Het toekomstig gebruik (bewoning) leidt zodoende niet tot aantasting van essentieel leefgebied. In de directe omgeving van het projectgebied is voldoende beschikbaar alternatief foerageergebied binnen de woonwijken, groensingels en bospercelen aanwezig. Daarnaast laten deze soorten een wijde verspreiding binnen en in de omgeving van Zuidwolde zien (NDFF, 2021).
4.4
Vleermuizen
Verblijfplaatsen Binnen het projectgebied zijn tijdens het veldbezoek de aanwezige bomen visueel geïnspecteerd op potentiële verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuissoorten. Hierbij zijn geen potentieel geschikte plekken zoals holtes, spleten of loszittende schorsdelen waargenomen. Er is een volledig beeld verkregen, doordat de boomstammen duidelijk te zien waren. De bladeren zorgden er niet voor dat de boomstammen niet visueel zichtbaar waren. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan worden uitgesloten ter plaatse van de schuur, overkapping en oude opslagschuur. Deze gebouwen hebben geen spouwmuur, geen geschikt dak en geen potentiële invliegopeningen om dienst te doen als vaste rusten verblijfplaats van gebouwbewonende vleermuissoorten. Ook de woning en de winkel zijn vanwege het ontbreken van potentiële toegangsmogelijkheden voor vleermuizen (strakke afwerking boeidelen en dakpannen), niet geschikt als vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. Aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten ter plaatse van de aanliggende bakkerij. Er is hier sprake van rotte boeiboorden (afbeelding 4.4.2 en 4.4.3). Dit maakt dat er diverse potentiële invliegopeningen aanwezig zijn die toegang bieden tot de spouwmuren of de ruimte tussen boeidelen.
De bakkerij is daarmee potentieel geschikt als paar-, zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals de in de directe omgeving bekende gewone dwergvleermuis (NDFF, bijlage 3). Door de voorgenomen
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 20 van 29
sloop kunnen mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast worden. Nader soortgericht onderzoek is noodzakelijk op eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten.
Afbeelding 4.4.2 Mogelijke invliegopening zuidzijde bakkerij (rood omlijnd).
Afbeelding 4.4.3 Mogelijke invliegopening noordzijde bakkerij (rood omlijnd).
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 21 van 29
Vliegroute Vleermuizen gebruiken ter oriëntatie lijnvormige elementen zoals opgaand groen, bomenrijen, straten en waterwegen als vliegroute tussen verblijfplaatsen en verder gelegen foerageergebieden. Het mogelijk te kappen opgaand groen binnen het projectgebied kan onderdeel uitmaken van groenstructuren die kunnen fungeren als vliegroute. Geadviseerd wordt in het nader soortgerichte onderzoek ten aanzien van vleermuizen het aspect essentiële vliegroute mee te nemen om te beoordelen of/in welke mate het projectgebied van belang is als essentiële vliegroutes voor vleermuizen. Foerageergebied Het projectgebied kan door onder meer de aanwezigheid van opgaand groen, onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende gewone dwergvleermuis. Door de mogelijke kap en verwijdering van de bomensingel met opgaand groen, kan dit foerageergebied worden aangetast. Geadviseerd wordt in het nader soortgerichte onderzoek ten aanzien van vleermuizen het aspect foerageergebied mee te nemen om te beoordelen of/in welke mate het projectgebied van belang is als foerageergebied voor vleermuizen.
4.5
Grondgebonden zoogdieren
Beschermde grondgebonden zoogdieren Binnen het projectgebied zijn diverse schuilmogelijkheden in de vorm van dichte begroeiingen aanwezig voor (kleine-) marterachtigen. Kleine marterachtigen komen met name voor in landelijk gebied cq. natuurgebied en niet in stedelijk gebied. Deze soorten worden daardoor niet binnen het projectgebied verwacht. Mogelijk vormt het projectgebied onderdeel van het leefgebied, met name als foerageergebied, van steenmarter. In de nabije omgeving is soortgelijk leefgebied aanwezig voor steenmarter en het gaat daarom niet om een essentieel leefgebied van steenmarter. Verblijfplaatsen van deze soort worden door het ontbreken van geschikte schuilmogelijkheden (takkenhopen en toegangsmogelijkheden tot het gebouw) uitgesloten. De aanwezige oude schuur ter plaatse van het weiland is reeds in gebruik door vee (schapen). Tevens zijn er geen geschikte schuilmogelijkheden in het gebouw aanwezig, derhalve worden vaste rust- en verblijfplaatsen van steenmarter in dit gebouw niet verwacht. Binnen het projectgebied zijn geen geschikte schuilmogelijkheden voor overige beschermde grondgebonden zoogdieren aanwezig. Het ontbreekt namelijk aan holen en burchten, die kunnen fungeren als vaste rust- en verblijfplaats, binnen het projectgebied. Hierdoor wordt de aanwezigheid van verblijfplaatsen van deze soorten niet verwacht binnen het projectgebied.
Bij de voorgenomen werkzaamheden worden negatieve effecten op overige beschermde grondgebonden zoogdieren derhalve uitgesloten. Overige zoogdieren Binnen het projectgebied kan aanwezigheid van leefgebied en vaste rust- en verblijfplaatsen van egel niet worden uitgesloten. Binnen het projectgebied is ter plaatse van de singel met opgaand groen aanwezig waar de egel gebruik van kan maken tijdens de zomer om te schuilen. Ter plaatse van de bomensingel kan een zomerrustplaats van egel niet worden uitgesloten. Eveneens zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals muizen te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 22 van 29
In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Drenthe vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.
4.6
Overige soorten
Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater (in de ruime omgeving) worden vissen en (voortplanting van) amfibieën en libellen uitgesloten (zie ook paragraaf 4.1). Gelet op de terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vlinders en overige ongewervelden ter plaatse van het projectgebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 23 van 29
5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1
Gebiedsbescherming en houtopstanden
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het projectgebied ligt buiten Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde gebieden liggen op circa 15,6 en 18,7 kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosiseffectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten, op voorhand uitgesloten. Het aspect stikstofdepositie is voor voorliggend project niet relevant. Voor de stikstofemissie gedurende de tijdelijke aanlegfase geldt per 1 juli 2021 met de inwerkingtreding van de Wet stikstofreductie en natuurverbetering een vrijstelling (Staatsblad, 2021a,b). In de gebruiksfase zal geen sprake zijn van toevoeging van emitterende bronnen en/of een meer intensief gebruik van het projectgebied of directe omgeving. Vervolgstappen ten aanzien van stikstofdepositie zijn niet aan de orde. Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen project heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>550 meter) , de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het projectgebied ligt buiten de bebouwde komgrens Wnb van Zuidwolde.
Voor de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Wel kunnen vervolgstappen vanuit de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van bomen van toepassing zijn.
5.2
Soortenbescherming
Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Het projectgebied biedt, gezien de terreinkenmerken en afwezigheid van nestmogelijkheden ter plaatse van de bebouwing geen geschikte broedgelegenheid voor jaarrond beschermde nesten van vogels. Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn er eveneens geen holtes of nesten aangetroffen die als nestplaats kunnen dienen voor jaarrond beschermde vogelsoorten. Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied kunnen wel vogelsoorten zonder jaarrond beschermd nest tot broeden komen. Alle in gebruik zijnde nesten zijn tijdens het broedseizoen beschermd en mogen dan niet worden weggenomen. - De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand uitgesloten worden doordat de rotte boeiboorden potentiële invliegopening bieden tot de spouw. Het aanwezige mogelijk te kappen opgaand groen binnen het projectgebied vormt mogelijk onderdeel van een doorlopend groenelement dat als vliegroute kan worden gebruikt door vleermuizen. Het projectgebied fungeert mogelijk als foerageergebied voor diverse soorten vleermuizen. Nader onderzoek is nodig om aan-/afwezigheid van verblijfplaatsen, de functie van het plangebied als vliegroute en foerageergebied en de effecten als gevolg van het project te beoordelen.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 24 van 29
- Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. - In het projectgebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.
5.3
Advies en vervolgstappen
Soortgericht nader onderzoek vleermuizen Om te bepalen of er verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing aanwezig zijn, is aanvullend onderzoek nodig. Alleen dan kan bepaald worden of er bij de voorgenomen werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming. Leidraad voor vleermuisonderzoek is het vleermuisprotocol van 2021 (Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Voor een volledig vleermuisonderzoek zijn meerdere veldbezoeken nodig in de periode half mei - september. Afhankelijk van de resultaten wordt bepaald of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Overige broedvogels Binnen en in de directe omgeving van het projectgebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum.
Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden wordt geadviseerd potentiële nestlocaties voor het broedseizoen ongeschikt te maken voor vogels door tijdig voorafgaand het broedseizoen te snoeien. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continu door te werken. Wanneer de werkzaamheden in het broedseizoen worden opgestart en de locaties niet van te voren ongeschikt gemaakt kunnen worden, moet de locatie voorafgaand aan de werkzaamheden worden vrijgegeven door een ervaren ecoloog. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen moet een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Houtopstanden (gemeentelijk beleid) Geadviseerd wordt om navraag bij de gemeente De Wolden te doen over de verplichting tot aanvraag van een kapvergunning met betrekking tot de kap van bomen. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen.
Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 25 van 29
5.4
Verantwoording
De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.4 beschreven werkzaamheden en onder de voorwaarden en uitgangspunten genoemd in het document (en overige communicatie met de opdrachtgever). Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.
Quickscan Wet natuurbescherming kadastrale percelen Zuidwolde sectie I perceelnummers 1395 en 1917 (kenmerk: 211736 v1.0)
Pagina 26 van 29
GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten BIJ12 (2017). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Versie 1.0, juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Provincie Drenthe (2018). Omgevingsverordening 2018. Versie 3 oktober 2018, vastgesteld door Provinciale Staten. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. Internet Ministerie van LNV - Natura 2000-gebieden. Geraadpleegd op 21 oktober 2021, van https://www.natura2000.nl/ Nationale Databank Flora en Fauna. Geraadpleegd op 21 oktober 2021, van www.NDFF.nl1 Overheid (2020). Wetstekst Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 21 oktober 2021, van https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Ruimtelijke plannen (2020). Het landelijke portaal voor ruimtelijke plannen. Geraadpleegd op 21 oktober 2021, van https://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/index