3. Vaststelling Beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023
Tekst van het document
deze afwijking uitsluitend toegepast wordt ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking maximaal per bestemmingsvlak kan worden toegepast; 5. het groepsrecreatieverblijf telt als twee recreatieverblijven; 6. een afwijking voor het reduceren van de onderlinge afstand tot 0 m (zie ook sub a) bij maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast; c. lid 19.2 sub b onder 5 en toestaan dat van maximaal 25% van het totale aantal recreatieverblijven de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 125 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf; 2. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. aangetoond is dat deze vergroting noodzakelijk is ten behoeve van de combinatie zorg en recreatie; d. lid 19.2 sub b onder 6 en toestaan dat de oppervlakte van een recreatieverblijf inclusief eventueel bijgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 100 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief gebruik; e. lid 19.2 sub c onder 4 en toestaan dat de goothoogte wordt verhoogd tot 5,5 m, mits: 1.
deze afwijking uitsluitend wordt toegepast, ter plaatse van de aanduiding 'voorzieningengebouwen' met dien verstande dat bij de bedrijfswoning dit voor maximaal voor 25% wordt toegepast; f. lid 19.2 sub e onder 1 en toestaan dat de oppervlakte van een groepsaccommodatie wordt vergroot tot ten hoogste 750 m2. 19.5
Specifieke gebruiksregels
Onder strijdig gebruik met deze bestemming wordt begrepen het gebruik dat afwijkt van de bestemmingsomschrijving, waaronder in elk geval wordt begrepen: a. het gebruik van bouwwerken, uitgezonderd de bedrijfswoningen, voor permanente bewoning; b. het gebruik van gronden voor nieuwe recreatiewoningen (anders dan verbouw van bestaande recreatiewoningen) anders dan met een centrale bedrijfsmatige exploitatie; c. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van horecadoeleinden, zodanig dat de gezamenlijke horecavloeroppervlakte per bestemmingsvlak meer dan 300 m² bedraagt, tenzij de bestaande gezamenlijke horecavloeroppervlakte meer bedraagt in welk geval de gezamenlijke horecavloeroppervlakte per bestemmingsvlak niet meer mag bedragen dan de bestaande
92
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
oppervlakte. 19.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden a. Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden uit te voeren: 1. het verwijderen van beplanting binnen een strook van 10 m vanaf de bestemmingsgrens; 2. het afgraven, ophogen of egaliseren van gronden, zodanig dat er een verschil in hoogte, c.q. diepte ten opzichte van het bestaande maaiveld ontstaat van meer dan 30 cm; 3. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, niet zijnde de terreinontsluiting, met een oppervlakte van meer dan 100 m². b. Het sub a vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: 1. het normale onderhoud betreffen; 2. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van deze verordening. c. De sub a genoemde vergunningen kunnen slechts worden verleend, mits: 1. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de landschappelijke, de natuurlijke, de geomorfologische, cultuurhistorische en de archeologische waarden; 2. geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waterhuishouding van het gebied en de omliggende percelen, c.q. de gebruiksmogelijkheden daarvan.
93
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
Artikel 20 20.1
Recreatie - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Recreatie - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.
standplaatsen voor kampeermiddelen, waaronder stacaravans; kampeeraccommodaties; recreatieverblijven, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'recreatieverblijf'; voorzieningen ten dienste van de verblijfsrecreatie, waaronder: 1. sanitaire voorzieningen; 2. detailhandel; 3. dienstverlening; 4. sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen; 5. horeca in de vorm van kantines en/of restaurants; 6. wonen ten behoeve van het bedrijf; e. een groepsaccommodatie inclusief wonen ten behoeve van het bedrijf, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'groepsaccommodatie'; met dien verstande dat: f.
een strook van 10 m vanaf de bestemmingsgrens uitsluitend is bestemd voor groenvoorzieningen (opgaande beplanting bestaande uit inheemse struiken, heesters, bomen, geen gras); met daaraan ondergeschikt: g. dagrecreatieve voorzieningen; h. parkeervoorzieningen; met de daarbij behorende: i. tuinen, erven en terreinen; j. groenvoorzieningen en bebossing; k. wegen en paden; l. water; m. gebouwen ten behoeve van de verblijfsrecreatie; n. bijgebouwen bij recreatieverblijven; o. bedrijfswoningen; p. aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij bedrijfswoningen; q. bijgebouwen ten behoeve van bergruimte bij stacaravans; r. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 20.2
Bouwregels
a. Voor het bouwen van gebouwen en het plaatsen van stacaravans geldt de volgende regel: 1. de afstand van gebouwen en stacaravans tot de bestemmingsgrens zal ten minste 10 m bedragen. b. Voor het bouwen van de in lid 20.1 sub b genoemde gebouwen gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte van een kampeeraccommodatie zal ten hoogste 70m2 bedragen; 2. de goothoogte van een kampeeraccommodatie zal ten hoogste 3 meter bedragen; 3. de bouwhoogte zal ten hoogste 5 meter bedragen; 4. de dakhelling zal ten minste 15º en ten hoogste 60º bedragen. c. Voor het bouwen van de in lid 20.1 sub c genoemde gebouwen gelden de volgende regels: 1. de recreatieverblijven zullen vrijstaand worden gebouwd; 2. de onderlinge afstand tussen recreatieverblijven zal ten minste 15 m bedragen; 3. het aantal recreatieverblijven zal ten hoogste het ter plaatse aangeduide maximum aantal te bouwen recreatieverblijven bedragen, indien en voor zover de gronden zijn voorzien van de aanduiding 'maximum aantal te bouwen recreatieverblijven'; 4. het bouwen van nieuwe recreatieverblijven is slechts toegestaan indien deze centraal op een
94
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
bedrijfsmatige wijze zullen worden geëxploiteerd; 5. het aantal bijgebouwen zal per recreatieverblijf ten hoogste één bedragen; 6. de oppervlakte van een recreatieverblijf inclusief het daarbij behorende bijgebouw zal ten hoogste 80 m² bedragen, tenzij de bestaande oppervlakte meer bedraagt, in welk geval de oppervlakte ten hoogste de bestaande oppervlakte zal bedragen; 7. de oppervlakte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 15 m² bedragen, in welk geval de oppervlakte van een recreatieverblijf maximaal 65 m² zal bedragen; 8. de hoogte van een recreatieverblijf zal ten hoogste 7 m bedragen; 9. de dakhelling van een recreatieverblijf zal ten minste 15° bedragen, dan wel minimaal de bestaande dakhelling indien deze minder bedraagt. 10. de dakhelling van een bijgebouw bij een recreatieverblijf zal gelijk zijn aan de dakhelling van het recreatieverblijf, dan wel 0°, tenzij de bestaande dakhelling meer bedraagt, in welk geval de dakhelling ten hoogste de bestaande dakhelling zal bedragen. d. Voor het bouwen van de in lid 20.1 sub d genoemde gebouwen en overkappingen gelden de volgende regels: 1. het bebouwingspercentage zal per bestemmingsvlak ten hoogste 3% bedragen; 2. het aantal bedrijfswoningen zal ten hoogste het bestaande aantal per bouwperceel bedragen; 3. de oppervlakte van een bedrijfswoning zal ten hoogste 200 m² bedragen; 4.
de goothoogte van de gebouwen en overkappingen zal ten hoogste 4 m bedragen; 5. de dakhelling van de gebouwen zal ten hoogste 60° bedragen. e. Voor het bouwen van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen bij een bedrijfswoning gelden de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte van aan- en uitbouwen, bijgebouwen en overkappingen zal per bedrijfswoning ten hoogste 100 m² bedragen; 2. de goothoogte van een aan- of uitbouw, bijgebouw of overkapping zal ten hoogste 3 m bedragen; 3. de dakhelling van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 60° bedragen. f.
Voor het bouwen van de in lid 20.1 sub e genoemde groepsaccommodatie gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte van de groepsaccommodatie zal ten hoogste 400 m² bedragen, dan wel ten hoogste de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt; 2. de goothoogte van de groepsaccommodatie zal ten hoogste 4 m bedragen; 3. de dakhelling van de groepsaccommodatie zal ten minste 15º en ten hoogste 60° bedragen.
g. Voor het plaatsen van stacaravans en naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomens en de in lid 20.1 sub p genoemde bijgebouwen gelden de volgende regels: 1. de oppervlakte van een stacaravan en een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen, inclusief een bijgebouw, zal ten hoogste 70 m² bedragen; 2. de oppervlakte van een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 10 m² bedragen, in welk geval de oppervlakte van een stacaravan of een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen ten hoogste 60 m² zal bedragen; 3. de hoogte van een stacaravan, een naar de aard daarmee gelijk te stellen onderkomen en een vrijstaand bijgebouw zal ten hoogste 3,3 m bedragen. h. Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, gelden de volgende regels: 1. de bouwhoogte van erf- terreinafscheidingen voor de voorgevelrooilijn bedraagt ten hoogste 1 m en daarachter ten hoogste 2 m, met dien verstande dat de bouwhoogte op zijerven die grenzen aan een openbaar toegankelijk gebied op een afstand van 1 m of minder uit de perceelgrens ten hoogste 1 m bedraagt; 2. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen en geen overkapping zijnde, zal ten
95
beheersverordening Buitengebied de Wolden 2023 (ontwerp)
hoogste 10 m bedragen. 20.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen met het oog op het voorkomen van een onevenredige aantasting van: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; nadere eisen stellen aan: a. de plaats en afmetingen van de bebouwing; b. de verhouding tussen toeristische kampeerplaatsen en stacaravans vanuit een oogpunt van evenwichtigheid en een goede landschappelijke inpassing, ter plaatse van de aanduiding 'stacaravans'. 20.4
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegd gezag kan, mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan: het bebouwingsbeeld; de woonsituatie; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van omliggende gronden; de landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische waarden; bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in: a. lid 20.2 sub c onder 3 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een familieverblijf, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik; 2. deze afwijking uitsluitend toegepast wordt ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking voor maximaal 25% van het totale aantal recreatiewoningen per bestemmingsvlak kan worden toegepast; b. lid 20.2 sub c onder 3 en toestaan dat de onderlinge afstand tussen recreatiewoningen wordt gereduceerd tot 0 m ten behoeve van de mogelijkheid om twee recreatieverblijven te koppelen ten behoeve van een groepsrecreatieverblijf, met dien verstande dat: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatief gebruik; 2.
deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van recreatieterreinen met een bedrijfsmatige exploitatie; 3. de totale oppervlakte van een gekoppeld recreatieverblijf maximaal 200 m2 bedraagt; 4. de afwijking maximaal per bestemmingsvlak kan worden toegepast; 5. het groepsrecreatieverblijf telt als twee recreatieverbijven; c. lid 20.2 sub c onder 7 en toestaan dat de oppervlakte van een recreatieverblijf inclusief eventueel bijgebouw wordt vergroot tot ten hoogste 100 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf; d. lid 20.2 sub f onder 1 en toestaan dat de oppervlakte van een groepsaccommodatie wordt vergroot tot ten hoogste 750 m2; e. lid 20.2 sub c onder 7 en toestaan dat van maximaal 25% van het totale aantal recreatieverblijven de oppervlakte van een recreatieverblijf wordt vergroot tot ten hoogste 125 m², mits: 1. deze afwijking uitsluitend wordt toegepast ten behoeve van het recreatief verblijf;
96