2a BP Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers toelichting en regels.pdf
Tekst van het document
De regelgeving omtrent buisleidingen is opgenomen in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Het doel van wetgeving op het gebied van externe veiligheid is het tot een minimum beperken van risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle inrichtingen en
52
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
activiteiten. Het is noodzakelijk inzicht te hebben in de kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten en het plaatsgebonden en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) is de berekende kans per jaar dat een persoon overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval bij een risicobron, aangenomen dat hij op die plaats permanent en onbeschermd verblijft. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico (GR) is de kans dat een groep mensen overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het GR moet worden gezien als een maat voor maatschappelijke ontwrichting. Verder kunnen de veiligheidsrisico's worden verdeeld in risico's veroorzaakt door bedrijvigheid (inrichtingen) en in risico's veroorzaakt vanwege het transport (weg, spoor, water, buisleidingen) van gevaarlijke stoffen. Conform het nationale veiligheidsbeleid en de Visie externe veiligheid van de gemeente De Wolden is onderzoek verricht naar de veiligheidssituatie rondom het plangebied. 5.9.2
Situatie plangebied
Aan hand van de Risicokaart is een inventarisatie verricht van risicobronnen in en rond het plangebied. Op de Risicokaart staan meerdere soorten risico's, zoals ongevallen met brandbare, explosieve en giftige stoffen, grote branden of verstoring van de openbare orde. In totaal worden op de Risicokaart dertien soorten rampen weergegeven. In de volgende afbeelding is een uitsnede van de Risicokaart met betrekking tot het plangebied (paarse contour) en omgeving weergegeven.
Afbeelding 5.8 Uitsnede Risicok aart (Bron: Risicokaart.nl) Uit de inventarisatie blijkt dat de locatie:
53
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
zich niet bevindt binnen de risicocontour van Bevi- en Brzo-inrichtingen danwel inrichtingen die vallen onder het Vuurwerkbesluit (plaatsgebonden risico); zich niet bevindt in een gebied waarbinnen een verantwoording van het groepsrisico nodig is; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van het vervoer gevaarlijke stoffen; niet ligt binnen de veiligheidsafstanden van buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Opgemerkt wordt dat op de kaartuitsnede ten zuiden van het plangebied een gasbuisleiding te zien is. Dit is een gasbuisleiding van de NAM (NM-000768) welke op circa 210 meter van het plangebied ligt. De gasleiding heeft een uitwendige diameter van 203 mm en een maximale werkdruk van 95 bar. De 1% letaliteitsgrens voor deze leiding ligt op circa 130 meter. De 100% letaliteitsgrens ligt op circa 70 meter. Binnen deze strook mogen geen kwetsbare objecten worden geprojecteerd. Het invloedsgebied, de 100% letaliteitszone en de belemmeringenstrook van de hoge druk aardgastransportleiding ligt binnen het plangebied in een agrarische bestemming. Binnen de agrarische bestemming zijn geen bouwactiviteiten toegestaan. Het bouwblok van de dichtstbij gelegen bedrijvenbestemming ligt op circa 200 meter van de hoge druk aardgastransportleiding. Dit heeft tot gevolg dat een verantwoording van het groepsrisico niet hoeft te worden uitgevoerd.
Binnen het invloedsgebied van de leiding kan namelijk geen populatie binnen het plangebied worden geprojecteerd. Binnen de bedrijfsbestemming van voorliggend bestemmingsplan zijn bedrijven tot en met categorie 3.1 toegestaan. Echter Bevi bedrijven zijn niet toegestaan. Naast risicovolle activiteiten die onder het Bevi vallen bestaan er ook risicovolle activiteiten (binnen categorie 3.1) die niet onder het Bevi vallen. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een waterstoftankstation, waarvoor de risico's middels een QRA moeten worden berekend. Ook het plaatsen van een propaangastank is mogelijk, waarvoor veiligheidsafstanden gelden vanuit het Activiteitenbesluit. Wanneer wel risicobronnen, niet zijnde Bevi activiteiten, binnen categorie 3.1 worden toegelaten, wordt geadviseerd in de regels op te nemen dat de PR10E-06 en de veiligheidsafstand geldend vanuit het Activiteitenbesluit niet buiten de grens van de inrichting mag liggen. Deze beperking geldt niet als het perceel, waarin een veiligheidszone zou kunnen komen te liggen, geen verblijfsobjecten zijn toegestaan. Dit zou kunnen gelden voor de bestemmingen agrarisch, groen, verkeer en water. 5.9.3
Onderzoek en conclusie
Het plan is in overeenstemming is met wet- en regelgeving omtrent externe veiligheid.
5.10
Verkeer en parkeren
In paragraaf 3.4 is in het kader van de planbeschrijving reeds uitgebreid ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren. Hiernaar wordt verwezen.
5.11
Duurzaamheid
Voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw, geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). De energieprestatie bij BENG wordt bepaald aan de hand van 3 individueel te behalen eisen: 1. de maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr) 2. het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar (kWh/m2.jr) 3. het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten (%) De BENG-eisen zijn verschillend voor ieder gebouwtype. Voor de bedrijfsgebouwen en bedrijfswoningen op het bedrijventerrein gelden dus specifieke eisen waarin ze moeten voldoen om bijna energieneutraal gebouwd te worden. Het kabinet streeft er daarnaast naar daken vaker te benutten voor duurzame oplossingen voor
54
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
klimaatadaptatie of de opwek van zonne-energie, zoals de vergroening van daken of het aanbrengen van zonnepanelen. Daartoe is een wijziging van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) in voorbereiding, die naar verwachting uiterlijk 1 juli 2021 in werking zal treden. Het Bbl is onder de Omgevingswet de opvolger van het huidige Bouwbesluit 2012. Door de Bbl-wijziging krijgt de gemeente maatwerkmogelijkheden, waarmee zij bij nieuwe gebouwen die niet onder de voorgenomen BENG-eisen vallen (onverwarmde industriehallen) en bij bestaande gebouwen, het duurzaam gebruik van het dak kan eisen. De reden dat deze mogelijkheid zich niet richt op nieuwe gebouwen die al onder de voorgenomen BENG-eisen vallen, is dat die BENG-eisen al verplichten tot een minimaal aandeel hernieuwbare energie. Gemeente De Wolden gaat een dergelijke maatwerkregeling uitwerken die ook van toepassing zal zijn op bedrijventerrein Hoge Akkers.
55
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
56
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
6.2
Opzet van de regels
6.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. In de ministeriële Regeling standaarden ruimtelijke ordening is vastgelegd dat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) de norm is voor de vergelijkbaarheid van bestemmingsplannen. Naast de SVBP zijn ook het Informatiemodel Ruimtelijke Ordening en de Standaard Toegankelijkheid Ruimtelijke Instrumenten normerend bij het vastleggen en beschikbaar stellen van bestemmingsplannen. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012, waarbij rekening is gehouden met de bestaande systematiek van het bestemmingsplan Hoge Akkers 2008. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels.
6.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft op een eenduidige manier aan op welke wijze afstanden, dakhellingen en oppervlakten moeten worden gemeten en hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 6.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in: Bestemmingsomschrijving: Hierin is de omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan binnen deze bestemming opgenomen. Hierbij gaat het in beginsel om een beschrijving van de aan de grond toegekende functies. Bouwregels:
57
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
In deze regels zijn eisen opgenomen waaraan de binnen de bestemming voorkomende bebouwing aan moet voldoen. Waar en met welke maatvoering mag worden gebouwd is hierin vastgelegd. Afwijken van de bouwregels: Op basis van deze regels hebben burgemeester en wethouders de bevoegdheid om bij omgevingsvergunning af te wijken van de bouwregels in het plan. Specifieke gebruiksregels: In de specifieke gebruiksregels is bepaald welk gebruik van gronden en opstallen in elk geval strijdig is met of onder voorwaarden wordt toegestaan binnen deze bestemming. Afwijken van de gebruiksregels: Deze afwijkingen geven burgemeester en wethouders de bevoegdheid om met omgevingsvergunning af te wijken van het plan. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (indien van toepassing): In deze regels is aangegeven welke werken of werkzaamheden verboden zijn om uit te voeren zonder een omgevingsvergunning. 6.2.4
Algemene regels
Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied. Dit hoofdstuk is opgebouwd uit: Anti-dubbeltelregel (Artikel 8) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich bijvoorbeeld voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene gebruiksregels (Artikel 9) In dit artikel worden het strijdig en toegestaan gebruik in dit bestemmingsplan geregeld. Algemene afwijkingsregels (Artikel 10) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Onder meer kunnen de bestemmingsgrenzen van de bestemming woongebied worden overschreden ten behoeve van een stedenbouwkundig gewenste invulling van de wijk. Overige regels (Artikel 11) In dit artikel is een regel opgenomen ten aanzien van de aanvullende werking van de welstandsnota en zijn regels omtrent parkeren. 6.2.5
Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
6.3
Verantwoording van de bestemmingen
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er uitgegaan wordt van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische
58
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Hierbij zullen de bestemmingen in dezelfde volgorde als in de regels worden behandeld. 'Agrarisch' (Artikel 3) De agrarische gronden aan de noord en zuidzijde van het plangebied hebben de bestemming 'Agrarisch' gekregen. Het weiden vee en/of telen van gewassen is hier toegestaan en daarnaast het behoud, het herstel en de ontwikkeling van de landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden van de gronden. Verder zijn bijbehorende openbare nutsvoorzieningen, infrastructurele voorzieningen, waterhuishoudkundige voorzieningen, sloten, beken, en daarmee gelijk te stellen waterlopen en tuinen en erven mogelijk. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. Uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde zijn onder voorwaarden toegestaan. 'Bedrijventerrein' (Artikel 4) De gronden ter plaatse van het bedrijventerrein hebben de bestemming 'Bedrijventerrein' gekregen. Hier zijn bedrijven tot en met milieucategorie 3.1 toegestaan. Bedrijfswoningen zijn toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning: Bebouwing mag alleen ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Gebouwen dienen binnen het aangegeven bouwvlak te worden gebouwd met een maximale bouwhoogte van 10 meter.
Daarnaast dient de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen per bouwperceel ten minste 200 m² te bedragen, tenzij de gezamenlijke oppervlakte in de bestaande situatie minder dan 200 m2 bedraagt, in welk geval de bestaande oppervlakte is toegestaan. Het bebouwd oppervlak van een perceel bedraagt ten hoogste 70% van het totale perceelsoppervlak, tenzij het bebouwingspercentage in de bestaande situatie reeds meer dan 70 bedraagt, in welk geval het bestaande bebouwingspercentage is toegestaan. 'Groen' (Artikel 5) De robuuste groenstructuur langs de randen van en binnen het plangebied heeft de bestemming 'Groen' gekregen. Gronden met deze bestemming zijn bestemd voor groenvoorzieningen, paden, parkeervoorzieningen, speelvoorzieningen, ondergeschikte nutsvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen, bruggen, dammen en/of duikers en bijbehorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde tot maximaal 3,5 meter hoog. 'Verkeer' (Artikel 6) De wegen in het plangebied zijn bestemd als 'Verkeer'. Gronden met deze bestemming kunnen worden gebruikt voor wegen, fiets- en voetpaden, parkeervoorzieningen, bruggen, dammen en/of duikers, sloten, bermen en beplanting en groenvoorzieningen. Binnen deze bestemming mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouw zijnde ten dienste van de bestemming worden gebouwd.
'Leiding - Gas' (Artikel 7) De bestaande gasleiding aan de zuidrand van het plangebied heeft conform de geldende beheersverordening de bestemming 'Leiding - Gas' gekregen. De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een hoofdbuisleiding en/of hoge druk aardgastransportleiding met de daarbij behorende bouwwerken, geen gebouwen zijnde en een belemmeringenstrook. In geval van strijdigheid gaan de regels van deze dubbelbestemming voor de regels die ingevolge andere artikelen op de gronden van toepassing zijn.
59
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
60
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
Hoofdstuk 7
Uitvoerbaarheid
7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.1.1
Vooroverleg
Het Rijk In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. Provincie Drenthe Het voorontwerpbestemmingsplan voor wettelijk vooroverleg toegestuurd naar de provincie Drenthe. De vooroverlegreactie van de provincie is opgenomen Bijlage 9. Voor gemeentelijk reactie hierop wordt verwezen naar reactienota in Bijlage 10. Veiligheidsregio Drenthe Het voorontwerpbestemmingsplan voor wettelijk vooroverleg toegestuurd naar de veiligheidsregio. De veiligheidregio heeft geen reactie op het bestemmingsplan gegeven. Waterschap Drents Overijsselse Delta Het voorontwerpbestemmingsplan voor wettelijk vooroverleg toegestuurd naar het waterschap. Voor de vooroverlegreactie van het waterschap en de gemeentelijk reactie hierop wordt verwezen naar reactienota in Bijlage 10. 7.1.2
Omgevingsdialoog, inspraak en zienswijzen
Inspraak Het voorontwerpbestemmingsplan Uitbreiding Hoge Akkers, Ruinerwold' heeft van 15 juli 2021 tot en met 25 augustus 2021 ter inzage gelegen voor inspraak. Hierop zijn 3 inspraakreacties binnengekomen. De inspraakreacties hebben geleid tot enkele aanpassingen in het ontwerpbestemmingsplan. In de reactienota in Bijlage 10 worden de inspraakreacties en gemeentelijke reactie hierop nader beschreven. Zienswijzen Deze paragraaf wordt ingevuld nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen.
7.2
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Het eigendom van gronden in het plangebied is in gemeentelijke handen en om die reden kan worden afgezien van vaststelling van een exploitatieplan. Er is een grondexploitatie voor het gebied vastgesteld waarin de economische uitvoerbaarheid is aangetoond.
61
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
62
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
Bijlagen T oelichting
63
bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)
Bijlage 1 Bodemonderzoek
64
Verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold
Opdrachtgever: Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen
Organisatie
Telefoon
Projectnummer
Lievense Milieu B.V.
+31 (0)88 910 20 00
SOL011435
Adres
Datum
Documentnummer
Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden
8 april 2020
SOL011435.RAP002
Colofon Opdrachtgever Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen Postbus 100 7900 AC HOOGEVEEN Contactpersoon opdrachtgever De heer D. Roessink Contactgegevens Lievense Milieu B.V. Mevrouw drs. J.C. Pleumeekers Telnr. 088 910 22 56 Email JPleumeekers@Lievense.com
Autorisatie Projectnummer
Documentnummer
Status
SOL011435
SOL011435.RAP002
Definitief (versie 2)
Opgesteld door
Functie
Datum
Mevrouw drs. J.C. Pleumeekers
Senior Adviseur
8 april 2020
Geverifieerd door
Functie
Datum
De heer ing. R.M. Dijkstra
Senior adviseur
8 april 2020
Paraaf
Paraaf
Inhoudsopgave 1
Inleiding 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek 1.2 Kwaliteit
1 1 1
2
Vooronderzoek 2.1 Beschrijving van de locatie 2.2 Bevindingen vooronderzoek 2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie
3 3 3 5
3
Veldwerk en chemische analyses 3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden 3.2 Zintuiglijke waarnemingen 3.3 Asbestonderzoek 3.4 Grondwaterbemonstering 3.5 Chemische analyses
7 7 7 8 9 10
4
Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Toetsing van de analyseresultaten 4.2 Interpretatie 4.3 Toetsing hypothese
11 11 16 19
5
Noodzaak tot (spoedige) sanering 5.1 Geval van bodemverontreiniging 5.2 Saneringsnoodzaak 5.3 Noodzaak tot spoedige sanering
20 20 20 20
6
Conclusies
21
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2.1 Bijlage 2.2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6
Regionale ligging van de onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie (Haakswold 11) Profielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater, waterbodem en asbest Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Foto’s
1
Inleiding
In opdracht van Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Haakswold 11 en omgeving te Ruinerwold. De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek De aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van de locatie. Om de herinrichting en grondverzet mogelijk te maken is inzicht in de (water)bodemkwaliteit noodzakelijk. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of er ter hoogte van de onderzoekslocatie sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater. De opzet van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740:2009+A1:2016). Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem. De opzet van het verkennend waterbodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm de "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5720:2017). Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om na te gaan of de verdenking op asbest in de grond terecht is. De opzet van het verkennend asbestonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm “Inspectie en monsterneming asbest in bodem en partijen grond” (NEN 5707+C2:2017).
1.2 Kwaliteit Lievense Milieu B.V. is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001 en ISO 14001, VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Lievense Milieu B.V. is gecertificeerd als deskundig inventarisatiebedrijf volgens het asbestcertificatieschema en de CO2-prestatieladder trede 5. De certificaten van alle vestigingen van Lievense Milieu B.V. staan geregistreerd op onze hoofdvestiging te Nieuwegein. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Lievense Milieu B.V. conform de onderstaande protocollen: − Protocol 2001 “Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen”. − Protocol 2002 “Het nemen van grondwatermonsters”. − Protocol 2003 ‘’Veldwerk bij milieuhygiënisch waterbodemonderzoek’’. − Protocol 2018 “Locatie-inspectie en monsterneming van asbest in bodem”. Lievense Milieu B.V. is hiervoor gecertificeerd volgens de BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” en door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu erkend. De veldmedewerkers die zijn ingezet beschikken over de in de BRL gestelde ervaringseisen en
1/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
staan geregistreerd als erkend persoon bij Rijkswaterstaat Leefomgeving voor tenminste de voor dit project relevante protocollen. De analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. en Eurofins Analytico B.V. Deze laboratoria zijn geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 “Laboratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodemonderzoek”. De analyses zijn, waar mogelijk, verricht conform de AS3000. De onderzoekslocatie is geen eigendom van Lievense Milieu B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en het procescertificaat BRL 2000. Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. Lievense Milieu B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen.
2/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
2
Vooronderzoek
2.1
Beschrijving van de locatie
Het onderzochte terrein ligt ten westen van de Westerweiden in Ruinerwold. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 16 hectare en is momenteel als grasland met één boerenbedrijf (Haakswold 11) in gebruik. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Ruinerwold, sectie M, nummers 700, 716 en 1421 (ged.). De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. 2.2
Bevindingen vooronderzoek
In het kader van het verkennend onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5717:2017 en de NEN 5725:2017. In het kader hiervan zijn de volgende bronnen geraadpleegd: − Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen. − Bodemloket. − Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl). − Recent kaartmateriaal (Google Earth en Maps). − Kadaster (https://www.pdok.nl/viewer/#). Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen Uit informatie van de opdrachtgever is naar voren gekomen dat de bodem ter plaatse van onderzoekslocatie niet eerder milieukundig is onderzocht. Bodemloket Op het bodemloket is voor de huidige onderzoekslocatie geen relevante bodeminformatie aangetroffen. Het tot bedrijventerrein ontwikkelde gebied ten oosten van de onderzoekslocatie (gelegen aan de Westerweiden) is in 2008 verkennend onderzocht (EcoReest, projectnummer ER 080210, d.d. 20 februari 2008). Hierbij is vermeld dat de locatie voldoende is onderzocht. Ter hoogte van het boerenbedrijf is een bovengrondse dieselolietank gelegen. Historisch kaartmateriaal en kadaster Er zijn geen bijzonderheden aangetroffen op het historische kaartmateriaal van de internetsite www.topotijdreis.nl. Op de topografische kaarten is het gebied agrarisch in gebruik. Aan de Haakswold is vanaf 1911 bebouwing aanwezig (op verschillende plekken en verschillend in omvang).
Van noord naar zuid zijn twee sloten op het terrein gelegen met een lengte van ongeveer 850 en 640 meter. De sloten van noord naar zuid zijn door de jaren heen niet gewijzigd of gedempt. Van oost naar west was een sloot gelegen in de periode 1974 - 1994, die gedempt is. De onderzoekslocatie is aan de oost-, zuid- en westzijde omgeven door sloten.
3/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Het pad naar Haakswold 11 is vanaf 1933 tot 1973, van 1986 tot 1996 en vanaf 2006 op het kaartmateriaal te onderscheiden. Verder zijn enkele dammen in de sloten op de onderzoekslocatie te onderscheiden (eveneens op luchtfoto's en streetview). De bebouwing aan de Haakswold 11 dateert uit 1906 en uit de periode 1980 - 1995 (bagviewer). Terreininspectie Tijdens de terreininspectie ter plaatse van de onderzoekslocatie is ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11 een asbestverdachte plaat deels in de grond en deels uitstekend boven de grond aangetroffen (westelijk van de sloot). De bovengrondse dieselolietank zoals vermeld op de website van bodemloket staat ten noorden van de noordelijke loods in een bak met een dak. De op het terrein van Haakswold 11 aanwezige sloot is gedeeltelijk vol gestort met kuilvoer. De daken van de boerderij en de erachter gelegen loods aan Haakswold 11 bestaan (gedeeltelijk) uit asbestverdachte golfplaten; de daken van de zuidelijke en westelijke loods zijn vermoedelijk niet asbesthoudend. In de loods ten zuiden van de boerderij zijn op de verharding diverse asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen.
In verband met de geplande sloop en verbouwing van de diverse opstallen dient nog een asbestinventarisatie van de gebouwen te worden uitgevoerd (volgens opgave van de eigenaar nog niet uitgevoerd) en zal op basis daarvan een verkennend asbestonderzoek in de grond worden uitgevoerd (ter plaatse van een eventuele druppelzone en ter plaatse van het aantreffen van asbestverdachte plaatmaterialen op de bodem). In bijlage 6 zijn enkele foto’s van de locatie opgenomen en in bijlage 2 zijn de situatietekeningen opgenomen. Asbest In het vooronderzoek is tevens nagegaan of er sprake is van een asbestverdachte locatie (bijvoorbeeld bij ongecontroleerde sloop van gebouwen met asbesthoudende bouwstoffen, bij de aanwezigheid van ophooglagen of bij het gebruik van asbesthoudende beschoeiingen / afscheidingen). Op basis van de vermoedelijke aanwezigheid van puin in de dammen en ter plaatse van het (puin)pad is op deze deellocaties een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Verder is naar aanleiding van het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal in en op de grond ter hoogte van de bebouwing aan Haakswold 11, een verkennend asbestonderzoek ter hoogte van het aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal uitgevoerd. Er is in onderhavig onderzoek geen asbestonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11.
Hier zal eerst een asbestinventarisatie van de diverse gebouwen plaats vinden waarna gericht een eventueel verkennend asbestonderzoek zal plaats vinden.
4/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van de historie van het perceel (agrarisch), is sprake van een voor bodemverontreiniging onverdachte onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het weiland is gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016. De onderzoeksopzet volgt de strategie voor een grootschalig, onverdacht terrein (ONV-GR-NL). Ter hoogte van het agrarisch bedrijf (oppervlakte van circa 9.000 m2) is uitgegaan van een verdachte deellocatie. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de bovengrondse tank, de bebouwing en de opstallen is gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016. De onderzoeksopzet volgt de strategie voor een heterogeen verdacht terrein (VED-HE-NL). De bovengrondse tank is niet als aparte verdachte deellocatie aangemerkt aangezien de tank in een lekbak staat en voorzien is van een dak; op de klinkerverharding onder en rond de tank zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging met minerale olieproduct. Het gehele gebied ter hoogte van de bebouwing, inclusief bovengrondse brandstoftank, is als verdachte deellocatie aangemerkt waarbij één van de te plaatsen peilbuizen ter hoogte van de bovengrondse tank is geplaatst. Ten aanzien van de sloten is ervan uitgegaan dat geen sprake is van puntbronnen, verontreinigingen en/of asbesthoudende beschoeiingen.
Gezien het onverdachte karakter van de onderzoekslocatie en omgeving (agrarisch gebied), de afwezigheid van bebouwing en wegen langs de sloten en de afwezigheid van puntbronnen (voor zover bekend), is voor de onderzoeksinspanning uitgegaan van een lichte onderzoeksinspanning, volgens de onderzoeksstrategie LL (Lintvormig water, Lichte onderzoeksinspanning) uit de vigerende NEN 5720. Ter hoogte van de dammen is vaak sprake van puinhoudende grond waardoor de dam als asbestverdacht dient te worden gezien. Het onderzoek ter plaatse van de dammen is gebaseerd op de NEN 5740 en op de NEN 5707+C2:2017, volgens de strategie voor een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Hierbij is geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Analyses op asbest zijn enkel ingezet als daadwerkelijk sprake is van een voor asbest verdachte puinhoudende grondlaag of puinlaag. Het (puin)pad is asbestverdacht en het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5740 en op de NEN 5707+C2:2017, volgens de strategie voor een ‘verdachte locatie’ (VED-HE-L). Hierbij is geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Ter hoogte van de aangetroffen asbestverdachte golfplaat nabij Haakswold 11, is het grondonderzoek gebaseerd op de NEN 5707+C2:2017. Ter hoogte van de gedempte sloot is sprake van een verdachte deellocatie ten aanzien van mogelijke bodemverontreiniging.
Hier is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform de onderzoeksstrategie voor een ‘verdachte locatie’ (VED-HE-L) van de NEN 5740.
5/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
De bovengenoemde onderzoeksstrategieën zijn samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 1: Deellocaties met onderzoeksstrategieën Deellocatie
Oppervlakte
Strategie NEN 5740
Toelichting
Weiland
15,3 ha
ONV-GR-NL
Onverdacht
VED-HE-NL
Lange bewoningsgeschiedenis, bovengrondse tank in lekbak met afdak
LL
Lintvormig water, lichte onderzoeksinspanning
VEP en NEN 5707
Verdacht voor zware metalen en PAK in grond; verdacht op voorkomen asbest i.v.m. mogelijke puinbijmengingen
2
Rondom bebouwing Haakswold 11
9.000 m
Sloten
850 en 640 meter 2
Dammen
max. 10 m
Gedempte sloot
135 meter
VED-HE-L
Verdacht voor zware metalen en PAK in dempingsmateriaal
Puinpad
370 meter
VED-HE-L en NEN 5707
Verdacht voor zware metalen en PAK in grond; verdacht op voorkomen asbest i.v.m. mogelijke puinbijmengingen
Asbestverdacht plaatmateriaal aan maaiveld
5 m2
NEN 5707
Verdacht op voorkomen asbest
PFAS Vanaf 8 juli 2019 is middels een kamerbrief het handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie van kracht (kenmerk IENW/BSK-2019/131399). Hiermee is PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) een aanvulling geworden van de analyse op het standaardpakket. Vrijkomende grond die bij graafwerkzaamheden vrij komt, en elders wordt hergebruikt, kan na 1 oktober 2019 zonder aanvullende analyse op PFAS niet meer worden hergebruikt. Uitzondering op het aanvullend onderzoek op PFAS betreffen bodemlagen die evident niet verdacht zijn op verontreiniging van PFAS. Bijvoorbeeld onverdachte ongeroerde diepere bodemlagen dieper dan 1,0 m -mv. Omdat de locatie zal worden ingericht als bedrijventerrein, mag verondersteld worden dat er grond vrijkomt die mogelijk buiten de onderzoekslocatie wordt toegepast. Om afvoer van de grond naar elders mogelijk te maken, dient de grond aanvullend op PFAS geanalyseerd te worden. Formeel dienen alle te analyseren grond(meng)monsters conform de NEN 5740 en NEN 5720 aanvullend te worden geanalyseerd op PFAS (eerste meter van de (water)bodem). Gezien de ontwikkelingen op het gebied van PFAS (toevoeging aan de bodemkwaliteitskaart op korte termijn; aanpassingen in de normstelling) zijn in samenspraak met de gemeente ter indicatie op het voorkomen van PFAS in de bodem enkele grond- en waterbodemmonsters aanvullend geanalyseerd op PFAS.
6/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
3
Veldwerk en chemische analyses
3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 20 t/m 28 januari 2020 door de heer J. Kooistra. Tijdens het veldwerk zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 2: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Deellocatie
Boordiepte
Filterdiepte
(m -mv)
(m -mv)
1 t/m 4, 22 t/m 25, 42 t/m 45, 63 t/m 66
2,5
1,5 - 2,5
5, 6, 26, 27, 46, 47, 67, 68
2,0
-
7 t/m 21, 28 t/m 41, 48 t/m 62, 69 t/m 82
0,5
101** en 102
2,5
1,5 - 2,5
103 t/m 106
2,0
-
107 t/m 124
0,5
-
Sloten (ca. 1500 meter)
S1 t/m S20
ca. 0,5 *
-
Dammen (4 dammen)***
D1, D3, D5, D6 en D7
1,0 à 2,0
-
G1 t/m G4
2,0
-
P1, P2, P4, P7 en P8
0,5
-
P3, P5 en P6
1,0 à 2,0
-
A101 t/m A109
0,5
-
Weiland (15,3 ha)
Rondom bebouwing (9.000 m2)
Gedempte sloot (135 meter) Puinpad (370 meter)***
Asbestverdachte plaat aan maaiveld*** * ** ***
Boringen
meter beneden de waterspiegel geplaatst ter hoogte van de bovengrondse dieselolietank asbestinspectiegat (0,3 x 0,3 m) tot 0,5 m -mv, eventueel doorgeboord met een 12 cm boor
De verrichte veldwerkzaamheden zijn ingemeten ten opzichte van vaste punten en met behulp van 06-GPS (x-, y- en z-coördinaten). De situatieschetsen met boorpunten zijn opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen, de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn en de GPS-coördinaten. 3.2 Zintuiglijke waarnemingen Ter hoogte van de dammen zijn bij asbestinspectiegat D1 brokken baksteen en beton en sporen aardewerk aangetroffen in de bovenste meter (0,0 - 1,0 m -mv). Ter hoogte van het puinpad is de bovengrond tot 0,3 à 0,5 m -mv bij de asbestinspectiegaten P4, P5 en P6 (zeer) licht baksteenhoudend.
7/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Bij de sloten in het weiland (S1 t/m S10) is een dunne zandlaag van 5 tot 27 cm dik met laagjes slib aangetroffen. Bij de sloot bij de bebouwing aan het Haakswold 11 (S11 t/m S20) is geen slibbijmenging waargenomen. Verder zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. 3.3 Asbestonderzoek Tijdens uitvoering van het veldwerk is het bodemvochtpercentage voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden bepaald op meer dan 10%. Het maaiveld was minder dan 50% vrij inspecteerbaar door de aanwezige begroeiing. Ter hoogte van de dammen en ter plaatse van het (puin)pad zijn in de opgegraven en opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter hoogte van het aan maaiveld zichtbare uit de grond stekende asbestverdachte plaatmateriaal is in de opgegraven grond (0,0 - 0,5 m -mv) bij de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen (circa 400 tot 700 gram asbestverdacht materiaal per gat). Ter bepaling van de omvang van het voorkomen van het asbestverdachte plaatmateriaal in de grond zijn rondom de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 de asbestinspectiegaten A104 t/m A109 gegraven. Hierbij zijn in de opgegraven bovengrond geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Onderstaand zijn een aantal foto’s van de inspectiegaten en het aangetroffen plaatmateriaal weergegeven.
Asbestverdacht materiaal A102
Dam D1
Asbestverdachte plaat gedeeltelijk in de grond en gedeeltelijk aan maaiveld, westelijk van de sloot t.p.v. Haakswold 11
8/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Puinpad P4
3.4
Puinpad P1
Grondwaterbemonstering
Het grondwater is bemonsterd op 3 februari 2020 door de heer J. Kooistra. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EGV) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3: Peilbuisgegevens Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
Belucht
(m -mv)
(m -mv)
(ja/nee)
1
1,5 - 2,5
0,40
nee
2
1,5 - 2,5
0,38
3
1,5 - 2,5
4
pH
EGV
Troebelheid
(µS/cm)
(NTU)
5,89
1.163
26
nee
5,95
368
0
0,35
nee
5,55
484
42
1,5 - 2,5
0,41
nee
5,79
650
51
22
1,5 - 2,5
0,41
nee
5,75
429
56
23
1,5 - 2,5
0,41
nee
5,76
377
61
24
1,5 - 2,5
0,58
nee
5,85
412
56
25
1,5 - 2,5
0,72
nee
5,65
277
19
42
1,5 - 2,5
0,58
nee
5,78
280
14
43
1,5 - 2,5
0,42
nee
5,92
573
41
44
1,5 - 2,5
0,57
nee
5,71
425
6
45
1,5 - 2,5
0,55
nee
5,71
245
23
63
1,5 - 2,5
0,59
nee
5,66
436
13
64
1,5 - 2,5
0,49
nee
5,81
391
23
65
1,5 - 2,5
0,51
nee
5,52
353
14
9/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Tabel 3 (vervolg): Peilbuisgegevens Peilbuis
Filterdiepte
Grondwaterstand
Belucht
(m -mv)
(m -mv)
(ja/nee)
66
1,5 - 2,5
0,61
nee
101
1,5 - 2,5
0,90
102
1,5 - 2,5
0,40
pH
EGV
Troebelheid
(µS/cm)
(NTU)
5,90
254
51
nee
5,96
423
14
nee
6,05
739
23
De gemeten waarden voor EGV en pH zijn normaal voor grondwater in deze omgeving. De NTU is een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is niet te leggen aangezien de reflectie, vorm en kleur van de deeltjes sterk kunnen verschillen. 3.5
Chemische analyses
De geanalyseerde monsters van grond, grondwater, waterbodem en asbest, inclusief weergave van de parameters waarop de monsters zijn geanalyseerd, zijn opgenomen in de tabellen met analyseresultaten (paragraaf 4.1). De analysecertificaten voor grond, grondwater, waterbodem en asbest, inclusief samenstelling van de standaardpakketten, zijn opgenomen in bijlage 4.
10/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
4
Bespreking onderzoeksresultaten
4.1
Toetsing van de analyseresultaten
De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De betekenis van deze waarden is als volgt: − Achtergrondwaarde grond/streefwaarde grondwater: bij een gehalte lager dan de achtergrondwaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater wordt gesproken over niet verontreinigde bodem (bodemindex < 0). Wanneer een gemeten gehalte de achtergrondwaarde of de streefwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogd gehalte of een lichte verontreiniging (bodemindex > 0). − Interventiewaarde: wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterke verontreiniging of sterk verhoogd gehalte (bodemindex > 1,0). De achtergrond- en interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem: bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst.
Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in bijlage 5. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen. Naast de achtergrond-, streef- en interventiewaarde hanteren wij een zogenaamde tussenwaarde. Dit is het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (bodemindex > 0,5 en < 1,0). Overschrijding van de tussenwaarde wordt een matig verhoogd gehalte of matige verontreiniging genoemd. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Besluit bodemkwaliteit De resultaten van de grondanalyses zijn in onderhavig onderzoek (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Binnen het Besluit bodemkwaliteit worden de volgende kwaliteitsklassen voor grond onderscheiden: − AW2000 (landbouw/natuur); − Wonen; − Industrie; − Niet Toepasbaar. Asbest De interventiewaarde voor asbest is in de Circulaire bodemsanering vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Dit is gelijk aan de hergebruikswaarde volgens de Regeling bodemkwaliteit.
11/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) Sinds 8 juli 2019 is middels een kamerbrief het tijdelijk handelingskader voor PFAS van kracht waarmee onderzoek naar PFAS-componenten een verplicht aanvulling is geworden bij grondverzet en waterbodemonderzoek. De analyseresultaten zijn getoetst aan het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019). De toetsingsnormen voor PFAS zijn opgenomen bij het toetsingsresultaat in bijlage 5. Ernst en spoed Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan voor 1 januari 1987 (voor asbest voor 1 juli 1993) geldt het volgende. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten gehalte van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed.
Zorgplicht Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987 (voor asbest na 1 juli 1993) geldt het zorgplichtartikel (artikel 13 Wet bodembescherming). Hierin is bepaald dat een ieder die op of in de bodem handelingen verricht (als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming) en die weet of had kunnen weten dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd om de bodem te saneren en de gevolgen van verontreiniging te beperken of zo veel mogelijk ongedaan te maken. De saneringsnoodzaak bij zorgplichtsaneringen is onafhankelijk van de ernst van de verontreiniging of de spoedeisendheid. Een overzicht van de toetsingsresultaten staat weergegeven in de volgende tabellen.
12/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Tabel 4: Toetsingsresultaten grond (Wet bodembescherming) (Meng)monster
Diepte
Zintuiglijke
met boringen
(m -mv)
waarnemingen
M31 (1,4,7 t/m 11, 28,29)
0,0 - 0,5
–
M32 (24,27,30,31, 44,59,60,61)
0,0 - 0,5
M33 (62,65,67,69 t/m 72)
Analysepakket
> Achtergrond-
> Tussen-
> Interventie-
waarde
waarde
waarde
standaardpakket en PFAS
–
–
–
–
standaardpakket
–
–
–
0,0 - 0,5
–
standaardpakket en PFAS
PAK
–
–
M34 (2,5,14,15, 20,21)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket en PFAS
–
–
–
M35 (3,12,13,16, 17,22,26,34 t/m 36)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M36 (25,32,33, 37,43, 46,55 t/m 58)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M37 (54,63,66, 68,73 t/m 78)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M38 (18,19,23,38, 40 t/m 42,48)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M39 (45,47,49 t/m 52,64,80,81,82)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M40 (1,2,5,6)
0,5 - 1,0
–
standaardpakket en PFAS
–
–
–
M41 (4,24,27)
0,5 - 1,0
–
standaardpakket
–
–
–
M42 (44,65,67)
0,5 - 1,2
–
standaardpakket
–
–
–
M43 (22,26)
0,3 - 1,0
–
standaardpakket
–
–
–
M44 (25,43,46)
0,3 - 1,0
–
standaardpakket
–
–
–
M45 (63,66,68)
0,5 - 1,2
–
standaardpakket
–
–
–
M46 (23,42,47)
0,5 - 1,0
–
standaardpakket
–
–
–
M47 (64)
0,6 - 0,8
–
standaardpakket
–
–
–
Weiland
−
: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde
13/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Tabel 4 (vervolg): Toetsingsresultaten grond (Wet bodembescherming) (Meng)monster
Diepte
Zintuiglijke
met boringen
(m -mv)
waarnemingen
Analysepakket
> Achtergrond-
> Tussen-
> Interventie-
waarde
waarde
waarde
M51 (101,102,104, 115,116,124)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
zink
–
–
M52 (105,107,108, 121,122)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M53 (103,109,110, 112,114,118,123)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M54 (101,102,103, 104,106)
0,4 - 1,1
–
standaardpakket
–
–
–
M1 (D1)
0,0 - 1,0
brokken baksteen en beton, sporen aardewerk
standaardpakket en PFAS
–
–
–
M2 (D3,D5,D6)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M3 (D1)
1,0 - 1,4
–
standaardpakket
cadmium
–
–
M11 (P4,P5,P6)
0,0 - 0,5
(zeer) zwak baksteenhoudend
standaardpakket en PFAS
–
–
–
M12 (P1,P7,P8)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M21 (G1 t/m G4)
0,0 - 0,5
–
standaardpakket
–
–
–
M22 (G2)
0,5 - 1,5
–
standaardpakket
–
–
–
Rondom bebouwing
Dammen
Puinpad
Gedempte sloot
−
: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde
Tabel 5: Toetsingsresultaten waterbodem Mengmonster
Zintuiglijke
met slibsteken
waarnemingen
M61 (S1 t/m S10)
zwak slibhoudend, laagjes slib
M62 (S11 t/m S20)
–
Analysepakket
Toepassen in
landbodem
Verspreidbaar aangrenzende percelen
oppervlaktewater
Verspreiden in zoet oppervlaktewater
standaardpakket en PFAS
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
Altijd toepasbaar
Verspreidbaar
standaardpakket
Industrie
Verspreidbaar
Klasse A
Verspreidbaar
Toepassen op
14/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Tabel 6: Toetsingsresultaten grondwater (Wet bodembescherming) Peilbuis
Filterdiepte
Zintuiglijke
(m -mv)
waarnemingen
Analysepakket
1
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
2
1,5 - 2,5
–
3
1,5 - 2,5
4
> Streefwaarde
> Tussen-
> Interventie-
waarde
waarde
naftaleen
barium
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
–
standaardpakket
barium, koper
–
–
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
22
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
23
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, koper, naftaleen
–
–
24
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
25
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, koper, naftaleen
–
–
42
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
naftaleen
–
–
43
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
44
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, koper, zink, naftaleen
–
–
45
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
naftaleen
koper
–
63
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
64
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, naftaleen
–
–
65
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, koper, naftaleen
–
–
66
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, koper
–
–
Weiland
Rondom bebouwing
−
101
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium
–
–
102
1,5 - 2,5
–
standaardpakket
barium, xylenen, naftaleen
–
–
: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde
15/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Tabel 7: Gewogen gehalten asbest (grove + fijne fractie) (Meng)monster met inspectiegat(en) Fijne fractie
Traject (m -mv)
Zintuiglijke waarnemingen
Gewogen gehalte asbest in mg/kg d.s. Grove fractie (>20mm)
Grove fractie
Fijne fractie (<20 mm)
Fijne + grove fractie
M4 (D1)
–
0,0 - 0,7
brokken baksteen en beton, sporen aardewerk
–
< 0,4
< 0,4
M13 (P5)
–
0,0 - 0,5
zwak baksteenhoudend
–
< 0,4
< 0,4
M72 (A102)
M71 (A102)
0,0 - 0,5
–
1.244
77
1.321
M73 (A104 t/m A109)
–
0,0 - 0,5
–
–
< 0,6
< 0,6
− 1.517
4.2
Geen zintuiglijke waarnemingen / niet onderzocht Overschrijding interventiewaarde
Interpretatie
Weiland - grond Zintuiglijk zijn bij geen van de boringen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. In de mengmonsters van de bovengrond (M31 t/m M39) is bij één mengmonster een gehalte boven de achtergrondwaarde gemeten (PAK). Verder zijn in zowel de bovengrond als in de ondergrond (mengmonsters M40 t/m M47) geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In de bovengrond zijn gehalten aan PFOS en PFOA boven de detectiegrens maar beneden de achtergrondwaarde gemeten en in de ondergrond blijven de gehalten aan PFAS allen beneden de detectiegrens. Rondom bebouwing Haakswold 11 - grond Zintuiglijk zijn bij geen van de boringen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. In één van de drie mengmonsters van de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan zink aangetroffen. Verder zijn in zowel de boven- als ondergrond (M51 t/m M54) geen gehalten boven de toetsingswaarden gemeten. Dammen Op de onderzoekslocatie zijn vijf dammen aangetroffen. Enkel ter hoogte van asbestinspectiegat D1 zijn bodemvreemde bijmengingen met baksteen, beton en aardewerk aangetroffen (0,0 1,0 m -mv). In het mengmonster van de geroerde grond met baksteen, beton en aardewerk ter hoogte van dam D1 (M1) en in de bovengrond bij de overige drie dammen (M2) zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond.
In de zintuiglijk schone ondergrond bij dam D1 (M3; 1,0 - 1,4 m -mv) overschrijdt het gehalte aan cadmium de achtergrondwaarde.
16/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
In het mengmonster van de geroerde grond met baksteen, beton en aardewerk ter hoogte van dam D1 is geen asbest in de fijne fractie aangetroffen (M4). In het mengmonster van de geroerde grond met baksteen, beton en aardewerk ter hoogte van dam D1 zijn gehalten aan PFOS en PFOA boven de detectiegrens maar beneden de achtergrondwaarde gemeten (M1). Puinpad Bij de uitgevoerde asbestinspectiegaten is bij P4, P5 en P6 sprake van een (zeer) lichte bijmenging met baksteen. Bij de overige asbestinspectiegaten zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In de bovengrond van het puinpad zijn zowel in de licht baksteenhoudende grond (M11) als in de zintuiglijk schone grond (M12) geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. In het mengmonster van de licht baksteenhoudende bovengrond (P5) is geen asbest in de fijne fractie aangetroffen (M13). In de bovengrond van het puinpad zijn in de licht baksteenhoudende grond (M11) geen gehalten aan PFAS boven de detectiegrens gemeten. Gedempte sloot Ter hoogte van de gedempte sloot zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op een bodemverontreiniging of demping met bodemvreemd materiaal. Waarschijnlijk is de sloot destijds gedempt met gebiedseigen grond. Enkel opvallend is dat bij boring G2 de humeuze grondlaag veel dikker is dan bij de overige boringen ter hoogte van de demping en het weiland.
Mogelijk is hier sprake van de demping. In zowel het mengmonster van de bovengrond als in de humeuze ondergrond bij boring G2 (mengmonsters M21 en M22) zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Sloten In de twee sloten gelegen ter hoogte van het weiland (slibsteken S1 t/m S10) is een dunne zandlaag vermengd met slib aanwezig (5 t/m 27 cm dikte). In de sloot ter hoogte van Haakswold 11 (slibsteken S11 t/m S20) is geen slib en/of slibbijmenging waargenomen. In het mengmonster van de top van de waterbodem met slibresten (M61) zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden gemeten. Vrijkomende waterbodem uit de sloten ter plaatse van het weiland kan zonder beperkingen elders worden toegepast. In de slibhoudende waterbodem (M61) zijn geen gehalten aan PFAS boven de detectiegrens gemeten. In het mengmonster van de top van de waterbodem ter hoogte van Haakswold 11 (M62) zijn verhoogde gehalten aan zink, PCB en minerale olie gemeten. Bij vrijkomen kan de zandgrond op de kant worden verwerkt. Bij toepassing elders op de landbodem is sprake van de kwaliteitsklasse industrie. Grondwater In het grondwater verspreid over het gehele weiland en ter hoogte van Haakswold 11 zijn licht verhoogde concentraties barium, koper, zink, xylenen en/of naftaleen aangetroffen. Waarbij in
17/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
het grondwater uit peilbuis 1 (weiland) de concentratie barium de tussenwaarde overschrijdt en in het grondwater uit peilbuis 45 (weiland) overschrijdt de concentratie koper de tussenwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet aangetoond in gehalten die de streefwaarde overschrijden. In ondiep grondwater worden zware metalen (waaronder barium, koper en zink) vrij regelmatig aangetroffen in concentraties die de toetsingswaarden overschrijden. Er is in deze gevallen doorgaans sprake van een van nature verhoogde achtergrondwaarde. Gezien het onverdachte karakter van de locatie, de afwezigheid van verhoogde gehalten aan metalen in de grond (op twee mengmonsters na waar geringe overschrijdingen van de achtergrondwaarde in de bovengrond zijn gemeten), het feit dat in alle peilbuizen verhoogde concentraties voor metalen voorkomen en de lage pH waardoor metalen eerder in oplossing gaan, gaan wij ervan uit dat dat ook hier het geval is en de licht tot matig verhoogde concentraties barium, koper en zink behoeven derhalve niet nader te worden onderzocht. De gemeten overschrijdingen van de streefwaarde in het grondwater voor wat betreft naftaleen en xylenen zijn dermate gering en in dergelijke lage concentraties vrij algemeen, dat zij geen aanleiding geven tot verder onderzoek.
Asbestplaat aan maaiveld Ter hoogte van de sloot bij Haakswold 11 is een grote asbestverdachte plaat half in de grond en half aan maaiveld aangetroffen; deze plaat is niet bemonsterd en/of verwijderd. Bij het graven van de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 op deze plek zijn diverse kleine stukjes asbestverdacht plaatmateriaal in de grond aangetroffen (0,0 - 0,5 m -mv; circa 400 tot 700 gram verdacht plaatmateriaal) die zijn bemonsterd voor zover aanwezig in de asbestinspectiegaten. Ter bepaling van de omvang van de verontreiniging met asbest in de grond zijn rondom deze drie gaten de afperkende asbestinspectiegaten A104 t/m A109 gegraven waarbij geen verdachte plaatmaterialen in de grond zijn waargenomen. Het bemonsterde plaatmateriaal in gat A102 (meeste verdachte plaatmaterialen aangetroffen; 668 gram; M71) blijkt daadwerkelijk asbesthoudend (10-15% hechtgebonden chrysotiel). Daarnaast is in asbestinspectiegat A102 een gehalte aan asbest van 77 mg/kg d.s. in de fijne fractie aangetroffen (M72). Voor de grove en fijne fractie tezamen is in asbestinspectiegat A102 een ruime overschrijding van de interventiewaarde voor asbest aangetroffen.
Gezien de gemeten gehalten aan asbest in zowel de fijne als grove fractie bij asbestinspectiegat A102 en het aangetroffen plaatmateriaal in de asbestinspectiegaten A101 en A103 mag er van uit worden gegaan dat tevens bij de asbestinspectiegaten A101 en A103 sprake is van een ruime overschrijding van de interventiewaarde voor asbest. In de afperkende asbestinspectiegaten A104 t/m A109 is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. De verontreiniging met asbest is daarmee beperkt tot de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 (oppervlakte van circa 4 m2; bodemvolume van circa 2 m3). Het voorkomen van asbest boven de interventiewaarde in de bovengrond is weergegeven op de tekening in bijlage 2.2.
18/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)
Besluit bodemkwaliteit Indicatief getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit is voor alle geanalyseerde (meng)monsters van de boven- en ondergrond ter hoogte van het weiland, Haakswold 11, de dammen, de demping en het puinpad sprake van altijd toepasbare grond. Dit met uitzondering van de spot waar asbest boven de interventiewaarde is aangetroffen (asbestinspectiegaten A101 t/m A103). 4.3
Toetsing hypothese
Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "onverdacht" voor het weiland formeel dient te worden verworpen. De gemeten overschrijdingen van de achtergrond-, streef- en tussenwaarde zijn echter dermate gering en/of bovendien mogelijk van natuurlijke oorsprong (barium, koper en zink in grondwater), dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "verdacht" voor het gebied ter hoogte van de bebouwing aan Haakswold 11 en ter hoogte van de dammen kan worden aanvaard. De gemeten overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarde zijn echter dermate gering en bovendien mogelijk van natuurlijke oorsprong (barium in grondwater), dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek op deze verdachte terreindeel is daarom niet noodzakelijk. Voor wat betreft het puinpad en de gedempte sloot zijn de verwachte stoffen niet aangetroffen. De vooraf opgestelde hypothese ‘verdachte locatie’ voor wat betreft de aanwezigheid van asbest ter plaatse van de dammen en het puinpad kan worden verworpen. In de grond is geen asbest boven de detectielimiet aangetoond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek.