CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

2a BP Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers toelichting en regels.pdf

Gemeenteraad 26 januari 2023, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling BP Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers29.085 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

BESTEMMINGSPLAN RUINERWOLD, UITBREIDING HOGE AKKERS

GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN

BESTEMMINGSPLAN RUINERWOLD, UITBREIDING HOGE AKKERS GEMEENTE DE WOLDEN ONTWERP PLAN

Identificatienummer NL.IMRO.1690.2020BP1006002-ON01 Datum 25-4-2022

Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers NL.IMRO.1690.2020BP1006002-ON01, Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers _____________________________________________________________________________________ Status voorontwerp ontwerp vastgesteld onherroepelijk

datum besluit B&W / Raad

publicatiedatum

inzagetermijn

10-5-2022

_____________________________________________________________________________________ Vaststellingsbesluit

...........................................................................

Raad van State (onherroepelijk) ...........................................................................

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging van het plangebied 1.3 De bij het plan behorende stukken 1.4 Huidige planologisch regime 1.5 Leeswijzer

7 7 7 8 8 9

Hoofdstuk 2 Ruinerwold en beschrijving plangebied 2.1 Ruinerwold 2.2 Beschrijving plangebied en omgeving

11 11 11

Hoofdstuk 3 Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten 3.1 Inleiding 3.2 De ontwikkeling 3.3 Beeldkwaliteit 3.4 Verkeer en parkeren

15 15 15 16 17

Hoofdstuk 4 Beleidskader 4.1 Rijksbeleid 4.2 Provinciaal beleid 4.3 Gemeentelijk beleid

19 19 22 27

Hoofdstuk 5 Milieu- en omgevingsaspecten 5.1 Bodem 5.2 Archeologie en Cultuurhistorie 5.3 Water 5.4 Natuur en Ecologie 5.5 Geluid 5.6 Milieuzonering bedrijven 5.7 Milieueffectrapportage (MER) 5.8 Luchtkwaliteit 5.9 Externe veiligheid 5.10 Verkeer en parkeren 5.11 Duurzaamheid

31 31 32 36 40 43 44 49 50 52 54 54

Hoofdstuk 6 Juridische aspecten en planverantwoording 6.1 Inleiding 6.2 Opzet van de regels 6.3 Verantwoording van de bestemmingen

57 57 57 58

Hoofdstuk 7 Uitvoerbaarheid 7.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 7.2 Economische uitvoerbaarheid

61 61 61

Bijlagen Toelichting

63

Bijlage 1

Bodemonderzoek

64

Bijlage 2

AERIUS berekeningen

315

Bijlage 3

Natuurtoets

407

2

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Bijlage 4

Hemelwatersysteem 1

425

Bijlage 5

Hemelwatersysteem 2

427

Bijlage 6

Afstroming hemelwater

429

Bijlage 7

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r. beoordeling

431

Bijlage 8

M.e.r. besluit

455

Bijlage 9

Vooroverlegreactie provincie

457

Bijlage 10

Reactienota

460

Regels

473

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

475 475 480

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7

Bestemmingsregels Agrarisch Bedrijventerrein Groen Verkeer Leiding - Gas

481 481 482 485 486 487

Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11

Algemene regels Anti-dubbeltelbepaling Algemene gebruiksregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

489 489 490 491 492

Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

493 493 494

Bijlagen regels

495

Bijlage 1

Beeldkwaliteitsplan

497

Bijlage 2

Staat van bedrijven

523

3

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Toelichting

5

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

6

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Aan de zuidwestzijde van het dorp Ruinerwold bevindt zich bedrijventerrein Hoge Akkers. De laatste kavel op het bedrijventerrein is in 2018 verkocht. Zowel vanuit de Ondernemersvereniging Ruinerwold als individuele ondernemers is er sindsdien echter een continue vraag naar bedrijvenkavels. Gemeente De Wolden wil haar ondernemers nu en in toekomst kunnen huisvesten op haar bedrijventerreinen of in vrijkomende agrarische bebouwing. Bij een aangetoonde behoefte worden bedrijventerreinen hiervoor uitgebreid. In voorliggend geval is de behoefte aan bedrijvenkavels in Ruinerwold aangetoond en is het plan opgevat het bestaande bedrijventerrein in westelijke richting met circa 6,5 ha uit te breiden. De uitbreiding sluit aan op de ontwikkeling van bedrijfslocatie Haakswold 11, waarvoor een separate bestemmingsplanprocedure loopt. Gezamenlijk vormen de bedrijvenlocaties de nieuwe westelijke rand van de kern Ruinerwold. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet in overeenstemming is met het geldende bestemmingsplan 'Hoge Akkers 2008' en de beheersverordening 'Buitengebied', dient het bestemmingsplan herzien te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet hierin. In dit bestemmingsplan wordt aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

1.2

Ligging van het plangebied

Het plangebied ligt aan de zuidwestkant van de kern Ruinerwold en grenst aan de oostzijde direct aan het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers. Aan de noordzijde grens het plangebied aan de bedrijfslocatie Haakswold 11. Ten zuiden bevinden zich agrarische cultuurgronden. Op onderstaande afbeelding wordt de ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ruinerwold en directe omgeving weergegeven. In de begrenzing is een strook van het reeds bestaande bedrijventerrein meegenomen, zodat de grenzen in de nieuwe situatie goed op elkaar aansluiten. Verder zijn de ontsluiting op het Haakswold en de agrarische gronden tussen deze ontsluitingsweg en de kern Ruinerwold meegenomen in het plangebied. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de verbeelding behorend bij dit bestemmingsplan.

Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de kern Ruinerwold en directe omgeving (Bron: PDOK)

7

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

1.3

De bij het plan behorende stukken

Het bestemmingsplan 'Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers' bestaat uit de volgende stukken: verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1690.2020BP1006002-ON01en een renvooi; regels en bijbehorende bijlagen. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting. De toelichting geeft een duidelijk beeld van het bestemmingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan.

1.4

Huidige planologisch regime

Het plangebied ligt deels binnen de begrenzing van het bestemmingsplan 'Hoge Akkers 2008' (vastgesteld op 10 december 2009) en deels binnen de begrenzing van de beheersverordening 'Buitengebied' (vastgesteld op 28 februari 2019). In beide plannen hebben de gronden grotendeels een agrarische gebiedsbestemming. In het bestemmingsplan 'Hoge Akkers 2008' is daarnaast een strook van circa 20 meter voorzien van de aanduiding 'specifieke vorm van opgaande beplanting' ten behoeve van groenvoorzieningen en opgaande/afschermende beplanting. Daarnaast is een deel van het bestaande bedrijventerrein met de bestemming 'Bedrijventerrein' met een bouwvlak voor bedrijven tot en met categorie 3.1 en 'Groen'. Verder geldt voor de gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' ter bescherming van in de grond aanwezige archeologische waarden. In afbeelding 1.2 is een uitsnede van de verbeelding van het geldende bestemmingsplan en de geldende beheersverordening opgenomen. Het plangebied is indicatief met de rode contour aangegeven. Voor de exacte begrenzing wordt verwezen naar de verbeelding.

8

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Afbeelding 1.2 Verbeelding geldende bestemmingsplannen (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.5

Leeswijzer

Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de kern Ruinerwold en wordt tevens een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied gegeven. Hoofdstuk 3 bevat de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, provincie Drenthe en de gemeente De Wolden beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieu- en omgevingsaspecten de revue. In de hoofdstukken 6 en 7 wordt respectievelijk ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording en de economische uitvoerbaarheid van het project. Hoofdstuk 8 gaat in op vooroverleg en de inspraak.

9

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

10

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Hoofdstuk 2 2.1

Ruinerwold en beschrijving plangebied

Ruinerwold

In de twaalfde en dertiende eeuw worden de uitgestrekte veengebieden voor het eerst bewoont. Ontwikkelingen in landbouw- en ontginningentechnieken maakten het gebruik van sommige delen van de venen voor landbouw mogelijk, de bevolkingsdruk stimuleerde de uitbreidingen. Het eerst werden de laagvenen in het noorden en zuidwesten van Drenthe gekoloniseerd: de zogenaamde woldontginningen. De naam "wold" wijst op een bosachtige begroeiing. In een aantal gevallen namen kloosters het initiatief tot ontginningen, zoals in Ruinerwold. Bebouwingspatroon Met een duidelijk herkenbare lineaire structuur van de oorspronkelijke bebouwing is Ruinerwold duidelijk aan te merken als een wegdorp. Een belangrijk kenmerk van een wegdorp is de aanwezigheid van bebouwing aan één of twee zijden van de weg. Zo is bijvoorbeeld de bebouwing langs de Dr. Larijweg in Ruinerwold lang beperkt gebleven tot de hoge noordzijde van de weg. Naast dit onderscheid kunnen de wegdorpen in Zuidwest-Drenthe worden onderverdeeld in één- of twee-rijige wegdorpen. Voor Ruinerwold is een tweerijige structuur herkenbaar met de Dr. Larijweg en Dijkhuizen als structuurbepalende elementen. Verschillende panden kunnen hier door hun gave, typische dorpse bouwtrend als karakteristiek worden aangemerkt. Van een echt centrum was rond de eeuwwisseling (1900) in de wegdorpen nog geen sprake.

De voorzieningen lagen enigszins verspreid langs de linten. Ter plaatse van een dwarsverbinding trad er een verdichting in de bebouwing op. Het voormalig gemeentehuis (1903) van Ruinerwold is een voorbeeld van verdichting nabij een kruispunt. In de directe nabijheid vestigden zich destijds voorzieningen als winkels, ambachtsbedrijfjes, een school en een zuivelfabriekje. Na de Tweede Wereldoorlog heeft het dorp haar woonfunctie verstevigd door de ontwikkeling van enkele woonwijken. De woningbouw heeft zich eerst in verschillende fasen ten noorden van de Dijkhuizen ontwikkeld. Meer recentelijk is ook het gebied ten zuiden van de Dijkhuizen woningbouw gerealiseerd. Verder is vanaf de jaren 70 aan de zuidwestzijde van het dorp het bedrijventerrein Hoge Akkers ontwikkeld tot haar huidige omvang.

2.2

Beschrijving plangebied en omgeving

Zoals reeds aangegeven ligt het plangebied is aan de zuidwestzijde van de kern Ruinerwold. De ruimtelijke en functionele structuur van de omgeving wordt bepaald door het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers aan de oostzijde, agrarische bouwpercelen en woonerven aan Haakswold aan de noordzijde en aan de west en zuidzijde agrarische cultuurgronden. Het Haakswold ten noorden, de Kerkweg ten oosten en de Wold Aa ten zuiden van het plangebied zijn belangrijke ruimtelijke structuurdragers in de omgeving. Het plangebied zelf bestaat uit agrarische cultuurgronden met daarin enkele solitaire bomen en sloten. Hieronder wordt met een luchtfoto en een straatbeeld vanaf Haakswold de huidige situatie in het plangebied weergegeven.

11

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Afbeelding 2.1 Luchtfoto ligging plangebied (Bron: PDOK)

12

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Afbeelding 2.2 Straatbeeld bestaande situatie (Bron: Google Streetview)

13

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

14

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Hoofdstuk 3 3.1

Gewenste ontwikkeling en uitgangspunten

Inleiding

Zoals in hoofdstuk 1 reeds aangegeven is er zowel vanuit de Ondernemersvereniging Ruinerwold als individuele ondernemers een continue vraag naar bedrijvenkavels in Ruinerwold. De laatste kavel op het reeds bestaande bedrijventerrein is in 2018 verkocht. Gemeente De Wolden wil haar ondernemers nu en in toekomst kunnen huisvesten op haar bedrijventerreinen of in vrijkomende agrarische bebouwing. Bij een aangetoonde behoefte worden bedrijventerreinen hiervoor uitgebreid. In dit hoofdstuk worden de planuitgangspunten beschreven. Eerst wordt ingegaan op de ontwikkeling en vervolgens wordt aandacht besteed aan verkeersgeneratie, ontsluiting en parkeren.

3.2

De ontwikkeling

Het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers wordt in westelijke richting met circa 6,5 ha uitgebreid. De uitbreiding sluit aan op de ontwikkeling van bedrijfslocatie Haakswold 11, waarvoor een separate bestemmingsplanprocedure loopt. Gezamenlijk vormen de bedrijvenlocaties de nieuwe westelijke rand van de kern Ruinerwold. In de begrenzing van het plan is ook een strook van het reeds bestaande bedrijventerrein meegenomen, zodat de grenzen in de nieuwe situatie goed op elkaar aansluiten. Verder zijn de nieuwe ontsluiting op het Haakswold en de agrarische gronden tussen deze ontsluitingsweg en de kern Ruinerwold meegenomen in het plangebied. Het nieuwe bedrijventerrein voorziet in 24 bedrijvenkavels met een uiteenlopende omvang van bijna 6.000 m2 tot circa 1.400 m2. Bedrijfsactiviteiten tot en met milieucategorie 3.1 zijn toegestaan en daarnaast mogen op de kavels langs de randen van het bedrijventerrein bedrijfswoningen worden gebouwd. Deze kavels zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding 'bedrijfswoning'. De randen van het nieuwe gedeelte van het bedrijventerrein worden afgehecht met een robuuste groenstrook met bomen en struiken. Ook aan de noordzijde van het bestaande bedrijventerrein worden een brede groenstrook aangebracht, zodat het bedrijventerrein gezien vanaf het Haakswold grotendeels aan het zicht wordt onttrokken.

Ook binnen het plangebied worden langs de wegen groenstroken met bomen aangeleverd waarmee een groene uitstraling wordt gecreëerd. De groenstroken met bomen lopen door in het plan van bedrijvenlocatie Haakswold 11. In afbeelding 3.1 wordt de ontwikkeling weergegeven. Het betreft de uitbreiding inclusief de nieuwe ontsluiting op het Haakswold en bijbehorende beplanting. Opgemerkt wordt dat het plangebied van voorliggend bestemmingsplan groter is Dit omdat een deel van het bestaande bedrijventerrein en de agrarische gronden gelegen tussen de ontsluiting en de bebouwde kom van Ruinerwold hierin zijn meegenomen.

15

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Afbeelding 3.1 Stedenbouwkundig plan (Bron: Gemeente De Wolden)

3.3

Beeldkwaliteit

Vanwege de ligging van het plangebied aan de rand van Ruinerwold en de bijbehorende cultuurhistorische- en landschappelijke waarden, verdient het de voorkeur om voor deze nieuwe bebouwing specifieke eisen voor de beeldkwaliteit op te stellen. Voor de ontwikkeling is daarom door B+O architectuur en stedebouw een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Om de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe bebouwing goed op lokale karakteristiek aan te laten sluiten zijn de geldende welstandsnota en het Landschappelijke OntwikkelingsKader (LOK) als uitgangspunt genomen en daar waar nodig aangescherpt. Het beeldkwaliteitsplan wordt door de gemeenteraad vastgesteld als toevoeging op de welstandsnota en is tevens als Bijlage 1 bij voorliggend bestemmingsplan opgenomen. In het beeldkwaliteitsplan zijn diverse ruimtelijk structurerende elementen van het bedrijventerrein beschreven. De situering van de gebouwen komt voort uit de bestemmingen en bouwvlakken die in het bestemmingsplan zijn vastgelegd. Daarnaast zijn in het beeldkwaliteitsplan uitgangspunten/criteria voor

16

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

de vormgeving, detaillering, kleuren en materialen van de gebouwen en bijgebouwen geformuleerd. Ook zijn de uitgangspunten voor reclame uitingen en bewegwijzering opgenomen. Tot slot gaat het plan in op de landschappelijke elementen en groenstructuur in het plangebied. Het volledige beeldkwaliteitsplan is opgenomen in Bijlage 1 van de regels van dit bestemmingsplan.

3.4

Verkeer en parkeren

3.4.1

Algemeen

Bij het opstellen van bestemmingsplannen moet rekening worden gehouden met de parkeerbehoefte en verkeersgeneratie die ontstaat door een nieuwe ontwikkeling. Hiertoe kunnen berekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie 'Toekomstbestendig parkeren', publicatie 381 (december 2018)' van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Overigens wordt opgemerkt dat bij iedere functie, in de CROW-publicatie, een maximum en minimum wordt genoemd. Dit is de bandbreedte. Veelal wordt bij nieuwe ontwikkelingen het gemiddelde gehanteerd. Bij het gebruik van kencijfers moet rekening worden gehouden met onder meer de bereikbaarheidskenmerken van de locatie. 3.4.2

Uitgangspunten

Het plangebied is gelet op de omgevingsadressendichtheid (CBS Statline) gelegen in een gebied met de stedelijkheidsgraad 'niet stedelijk' in een deel van gemeente De Wolden dat behoort tot het gebiedstype 'rest bebouwde kom'. In voorliggend geval gaat het om een bedrijventerrein waar bedrijven met een maximale milieucategorie 3.1 gehuisvest mogen worden. Wanneer voor een gebied met de functie bedrijventerrein nog geen bedrijfsspecifieke informatie voorhanden is, kan toch een globale berekening van de verkeersgeneratie op etmaalniveau worden gemaakt. De publicatie 'Toekomstbestendig parkeren' van het CROW heeft aan dat hiervoor wordt gekeken naar het type bedrijventerrein. In voorliggend geval is sprake van het bedrijventerreintype: 'Gemengd bedrijventerrein'. Voor een gemengd bedrijventerrein geldt per netto hectare bedrijventerrein de volgende verkeersgeneratie per weekdagetmaal: 128 personenauto's 30 vrachtauto's Voor het parkeren is gekeken naar een bandbreedte tussen de volgende bedrijfstypen die binnen een gemengd bedrijventerrein kunnen voorkomen: bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief (gemiddeld 2,35 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo) bedrijf arbeidsextensief/bezoekersintensief (gemiddeld 1,05 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo Voor het bepalen van de verkeersgeneratie is het aantal m2 bvo bepalend.

In voorliggend geval zijn daarom de kaveloppervlakten bij elkaar opgeteld. Dit resulteert in maximaal 49.501 m2 bvo ofwel 4,95010 ha. 3.4.3

Berekening parkeerbehoefte

De ondernemers zullen hun parkeerbehoefte op eigen terrein moeten oplossen. In artikel 11.2 van dit bestemmingsplan zijn parkeerregels opgenomen om dit te kunnen waarborgen. De kencijfers uit de hiervoor genoemde CROW publicatie zijn leidend.

17

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

3.4.4

Verkeersgeneratie en ontsluiting

Op basis van bovenstaande gegevens is er sprake van een verkeersgeneratie van circa: 634 personenauto's per weekdagetmaal 149 vrachtauto's per weekdagetmaal De totale verkeergeneratie bedraagt hiermee circa 783 voertuigbewegingen per weekdagetmaal. Het bedrijventerrein wordt in de nieuwe situatie via meerdere wegen ontsloten. Enerzijds wordt het bedrijventerrein via de bestaande ontsluitingswegen Westerwijden en Hoge Akkers ontsloten op de Kerkweg. De Kerkweg gaat in zuidelijke richting over in Blijdenstein en vervolgens Broekhuizen en ontsluit het verkeer op de N375 in de westelijke richting van Meppel en de A32, en oostelijke richting van Pesse en de A28. Anderzijds wordt in noordelijke richting een extra ontsluiting gerealiseerd waardoor het verkeer via Haakswold wordt ontsloten in westelijke richting van Meppel en de A32. In november 2021 zijn verkeersmetingen verricht om een ruwe schatting te kunnen maken van het effect op de direct aangrenzende wegen als gevolg van het plan. Indien de helft van het extra verkeer als gevolg van de uitbreiding (50% van 783 voertuigbewegingen) gebruik maakt van de nieuwe ontsluiting aan de noordzijde, op Haakswold, leidt dat tot een procentuele toename van het verkeer op dit wegvak van ca. 13%.

Indien de andere helft van het extra verkeer als gevolg van de uitbreiding gebruik maakt van de ontsluiting aan de westzijde, via de Kerkweg - Blijdenstein, leidt dat tot een procentuele toename van het verkeer op dit wegvak van ca. 15%. Door de nieuwe ontsluiting op Haakswold kan een gedeelte van het extra verkeer het noordelijke deel van de Kerkweg en de rotonde Kerkweg/Haakswold/Dijkhuizen vermijden. Dit geldt ook voor een deel van het verkeer gerelateerd aan het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers. Met het realiseren van de extra ontsluiting is derhalve een betere spreiding van het verkeer mogelijk wat ook de verkeersveiligheid ter plaatse van de Kerkweg en de rotonde Kerkweg/Haakswold/Dijkhuizen ten goede komt. Om ter plaatse van de ontsluiting op Haakswold een verkeersveilige situatie te waarborgen, wordt een plateau gerealiseerd en een voorrangssituatie voor Hoge Akkers gecreëerd. Deze maatregelen hebben een afremmende werking op de snelheid van het verkeer op Haakswold. Doordat Haakswold is voorzien van een vrijliggend fietspad heeft de toename van het verkeer op Haakswold geen effect op de verkeersveiligheid van de fietsers ter plaatse van dit wegvak. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede en verkeersveilige ontsluiting van het plangebied in meerdere richtingen. 3.4.5

Conclusie

De aspecten parkeren en verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor het bestemmingsplan.

18

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Hoofdstuk 4

Beleidskader

Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.

4.1

Rijksbeleid

4.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

4.1.1.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven. Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.1.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut.

Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio's Er zijn vooral in steden en stedelijke regio's nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio's behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio's geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de duurzame kringlooplandbouw.

Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water. In alle gevallen zetten we in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan.

19

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4.1.1.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen. Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten komst gaat van die van toekomstige generaties. 4.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Het kabinet heeft in de SVIR vastgesteld dat voor een beperkt aantal onderwerpen de bevoegdheid om algemene regels te stellen moet worden ingezet. De SVIR bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze zijn bedoeld om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wro, gewenst. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Door de nationale belangen vooraf in bestemmingsplannen te borgen, wordt met het Barro bijgedragen aan versnelling van de besluitvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen en vermindering van de bestuurlijke drukte. In het Barro zijn geen specifieke regels opgenomen voor het onderhavig plangebied. 4.1.3

Ladder voor duurzame verstedelijking

De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 ook als procesvereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Daarin is in artikel 3.1.6 een lid 2 ingevoegd waarin een motiveringsplicht is opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen (inclusief detailhandel) in bestemmingsplannen. De ladder ondersteunt gemeenten en provincies in vraaggerichte programmering van hun grondgebied, het voorkomen van overprogrammering en de keuzes die daaruit volgen. In het gewijzigde Bro, van kracht sinds 1 juli 2017, is artikel 3.1.6, lid 2 gewijzigd in: "De toelichting van een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan de voorgenomen stedelijke ontwikkeling. Indien blijkt dat de stedelijke ontwikkeling niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien, bevat de toelichting een motivering daarvan en een beschrijving van de mogelijkheid om in die behoefte te voorzien op de gekozen locatie buiten het bestaand stedelijk gebied". Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.

In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit).

20

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4.1.4

Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het Rijksbeleid

De Nationale Omgevingsvisie laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de Omgevingsvisie en het Barro. De uitbreiding van bedrijventerrein Hoge Akkers kan gelet op haar aard en omvang worden aangemerkt als een nieuwe stedelijke ontwikkeling en daarmee ladderplichtig. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting bij een bestemmingsplan een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Op basis van de definitie van het Bro moet worden geconcludeerd dat het plangebied niet binnen bestaand stedelijk gebied ligt. Daarom dient niet alleen de behoefte onderbouwd te worden, maar moet ook nagegaan worden of er geen alternatieven binnen bestaand stedelijk gebied voorhanden zijn. Is er behoefte aan de voorgenomen ontwikkeling? Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). In voorliggend geval is in 2018 de laatste kavel op het huidige bedrijventerrein Hoge Akkers verkocht.

Zowel vanuit de ondernemersvereniging Ruinerwold als individuele plaatselijke ondernemers is vanaf 2017 een continue vraag naar bedrijvenkavel in Ruinerwold. Dit blijkt ook uit inventarisaties die door de gemeente zijn verricht in 2019 en 2020. Bij de aankoop van het agrarisch perceel waarop de uitbreiding gaat plaatsvinden heeft een eerste inventarisatie onder belangstellenden plaatsgevonden. Dit was in juni 2019. Op dat moment hadden 26 ondernemers belangstelling voor maximaal 5,1 hectare grond, waarbij circa 75 % aangeeft binnen 2 jaar dat te willen realiseren. In mei/juni 2020 hebben er vervolggesprekken plaatsgevonden met deze ondernemers. Het beeld op dat moment is dat er 22 ondernemers zijn die belangstelling hebben voor in totaal circa 4,2 hectare grond. Na die gesprekken zijn er nieuwe belangstellenden bijgekomen. In oktober/november 2020 zijn er gesprekken gevoerd aan de hand van een verkavelingskaart en zijn er (betaalde) optieovereenkomsten aangeboden. Van deze gelegenheid hebben 17 ondernemers gebruik gemaakt en een optie genomen. In totaal is nu circa 35.000 m² onder optie. 1 kavel ter grootte van 2.847 m² is al daadwerkelijk onder voorbehoud van vaststelling van het bestemmingsplan verkocht. In totaal voorziet het voorliggende bestemmingsplan in circa 5,6 hectare aan uitgeefbare bedrijfsgrond.

Uit het bovenstaande blijkt dat er reeds een concrete belangstelling is voor 2/3 van het gehele terrein. De overige gronden zijn beschikbaar voor de toekomstige behoefte en een gezonde mate van frictieleegstand. Gemeente De Wolden gaat na de uitgifte van het nieuwe deel van het bedrijventerrein tevens aan de slag met een kwaliteitsslag van het huidige bedrijventerrein Hoge Akkers. Dit mede als reactie op het project 'Toekomstigbestendigheid bedrijventerreinen Drenthe', maar vooral vanuit de gemeentelijke visie daarop. De betrokken ondernemers die nu naar de uitbreiding toe willen geven aan dat het niet alleen verplaatsing betreft, maar ook uitbreiding. De gemeente gaat bezien in hoeverre het nieuwe deel van het bedrijventerrein daadwerkelijk invloed heeft op het huidige terrein. Er wordt geen leegstand verwacht, maar de gemeente wil dat ook voorkomen en met de huidige ondernemers daarover in gesprek blijven. Daarnaast wordt de openbare ruimte op het bestaande gedeelte ook toekomstbestendiger gemaakt. Hierbij wordt onder andere gedacht aan het terugbrengen van groenstroken in het gebied en het terugbrengen van het parkeren op de openbare weg. Op deze wijze wordt de ruimtelijke kwaliteit verhoogd en blijft het huidige bedrijventerrein een aantrekkelijke vestigingsplaats voor ondernemers.

Noodzaak ontwikkelen buiten bestaand stedelijk gebied De ruimtevraag in Nederland moet bij voorkeur worden opgevangen in het bestaand stedelijk gebied. In het Bro is in artikel 1.1.1 een definitie opgenomen voor bestaand stedelijk gebied. De definitie luidt: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'.

21

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Als de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied is gepland, moet op grond van artikel 3.1.6 lid 2 Bro gemotiveerd worden waarom niet binnen bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Daarbij spelen de beschikbaarheid en geschiktheid van locaties binnen bestaand stedelijk gebied een rol. Argumenten dat binnen bestaand stedelijk gebied geen mogelijkheden zijn voor de nieuwe stedelijke ontwikkeling kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op: kwalitatieve aspecten van de behoefte (denk bijvoorbeeld aan de aard en schaal van de bedrijvigheid die niet binnen bestaand stedelijk gebied kunnen worden ingepast); andere functies die ter plaatse al aanwezig zijn of, op grond van ruimtelijk beleid zoals een structuurvisie worden beoogd. Bijvoorbeeld park, maatschappelijke functies of woonplannen die later worden beoogd. aanzienlijke investeringen die eerst nodig zijn voor de inbreidingsplekken, bijvoorbeeld vanwege milieuaspecten die kunnen spelen op inbreidingsplekken. Dit bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein Hoge Akkers. De uitbreiding in oostelijke richting is een logisch vervolg op de ontwikkeling van het bedrijventerrein die sinds de jaren '70 plaatsvindt.

Binnen het bestaand bebouwd gebied van Ruinerwold zijn geen geschikte inbreidingslocaties aanwezig om de behoefte aan bedrijfsterrein (6,5 ha) in te vullen en bovendien conflicteert de functie bedrijventerrein met bijbehorende geluid- en verkeershinder met de woonfuncties binnen de bestaande kern. Verder is er sprake van een lokale behoefte uit Ruinerwold, waardoor de vraag niet kan worden ingevuld op bedrijventerrein bij kernen in de omgeving van Ruinerwold. Tenslotte wordt opgemerkt dat de beoogde uitbreiding van het bedrijventerrein past binnen de gemeentelijke ambities zoals verwoord in het collegeprogramma 'De Wolden onderneemt': Gemeente De Wolden geeft hierin aan dat bedrijven terecht kunnen op haar bedrijventerreinen en dat bij een aangetoonde behoefte wordt ingezet op uitbreiding als daar mogelijkheden voor zijn. In voorliggend geval is de uitbreiding ruimtelijk verantwoord (zie hiervoor ook de conclusies in hoofdstuk 5) en is de ontwikkeling tevens reeds bestuurlijk afgestemd met de provincie Drenthe. Bereikbaarheid Een goede ontsluiting is één van de redenen het bedrijventerrein Hoge Akkers aan de zuidwestzijde van de kern Ruinerwold is ontwikkeld. Via de Kerkweg en vervolgens Broekhuizen wordt het bedrijventerrein in zuidelijke richting ontsluiten op de provinciale weg N375. Hierbij gaat het verkeer niet door de kern Ruinerwold.

Hetzelfde geldt voor Haakswold, deze weg ontsluit het bedrijventerrein in westelijke richting op de A28. Gelet op het voorgaande geldt dat met deze ontwikkeling wordt voldaan aan de uitgangspunten van de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. Er is sprake van verantwoord ruimtegebruik. Conclusie toetsing ladder voor duurzame verstedelijking Resumerend kan worden geconcludeerd dat het rijksbeleid geen belemmering vormt voor de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling.

4.2

Provinciaal beleid

Het provinciaal beleid behelst een doorvertaling van rijksbeleid en is verwoord in tal van plannen. De belangrijkste betreffen de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de bijbehorende Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018. De omgevingsverordening heeft in juli 2019 een wijziging ondergaan. 4.2.1

Omgevingsvisie Drenthe 2018

4.2.1.1 Algemeen Op 3 oktober 2018 is de Omgevingsvisie Drenthe 2018 en de Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018 vastgesteld. Met de vaststelling is het proces van de revisie van de omgevingsvisie afgerond. De Omgevingsvisie beschrijft de ruimtelijk-economische ontwikkeling van Drenthe in de periode tot 2030, met in sommige gevallen een doorkijk naar de periode daarna. In de komende jaren zullen er

22

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

provinciaal een vijftal belangrijke ontwikkelingen gaan spelen: de demografische ontwikkeling; de klimaatverandering; de afname van de biodiversiteit; de transitie naar een kennis- en netwerkeconomie; de transitie naar een duurzame energievoorziening. 4.2.1.2 Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van Drenthe is hoog en de ruimtelijke identiteit is herkenbaar en beleefbaar. Het tot dusver gevoerde ruimtelijk beleid heeft ertoe geleid dat ontwikkelingen altijd in samenhang met de ondergrond en met besef van de cultuurhistorie hebben plaatsgevonden. Er is evenwicht en onderscheid tussen stad en platteland, tussen rust en dynamiek, tussen historie en het heden. Het Drentsche landschap is rijk aan herinneringen aan vroegere bewoning, kent karakteristieke bebouwingspatronen, heeft hoge natuurwaarden en is beleefbaar. In Drenthe kan nog steeds openheid, rust, ruimte en duisternis worden ervaren. Deze aspecten worden in de rest van het land steeds zeldzamer en wordt door de samenleving steeds meer gewaardeerd. Omdat niet alle kernkwaliteiten goed te duiden zijn in het fysiek-ruimtelijk domein, zijn ze vertaald naar indicatoren. Rust is vertaald naar stilte en duisternis. Ruimte staat voor de openheid van het landschap.

De kernkwaliteit natuur is uitgewerkt in het kunnen beleven en benutten van de natuur die Drenthe rijk is en daarnaast het beschermen om de biodiversiteit in stand te houden en te versterken. Oorspronkelijkheid is concreet gemaakt in de kernkwaliteiten cultuurhistorische, archeologische en aardkundige waarden. Veiligheid staat voor sociale, externe en verkeersveiligheid. De kernkwaliteiten naoberschap, menselijke maat en kleinschaligheid zijn lastig ruimtelijk te duiden, maar zijn meegenomen in de begrippen 'leefbaarheid en 'passend bij Drenthe'. De verschillende kernkwaliteiten zijn de basis van de kernkwaliteit landschap. Er is immers een duidelijke relatie tussen de ondergrond, de historische ontwikkeling, leefbaarheid, 'passend bij Drenthe' en het landschap. Daar komt bij dat de gaafheid en de diversiteit van het Drentse landschap overal beleefbaar is binnen Drenthe. Daarmee vormt de kernkwaliteit landschap de kapstok voor de kernkwaliteiten. Voor het plangebied gelden de volgende kernkwaliteiten: Kernkwaliteit Cultuurhistorie; Kernkwaliteit Landschap; Kernkwaliteit aardkundige waarden In paragraaf 4.2.2 (omgevingsverordening) wordt het plan aan de kernkwaliteiten getoetst. 4.2.1.3 Zorgvuldig ruimtegebruik Ruimtelijke kwaliteit zit in het zorgvuldig gebruik maken van de ruimte en in het waarborgen van de kwaliteit van het milieu en de leefomgeving.

Om zorgvuldig ruimtegebruik in Drenthe te stimuleren, wordt gestreefd naar het bundelen van wonen en werken. Verdichting gaat voor uitbreiding. Extra ruimte voor wonen en werken is er in of aansluitend op het bestaande bebouwde gebied en gebundeld rond de regionale voorzieningen voor infrastructuur en openbaar vervoer. Uiteraard is het niet de bedoeling dat dit streven ten koste gaat van cultuurhistorisch waardevolle dorpskernen. In zulke situaties met de betrokken partijen gezocht naar een maatwerkoplossing.

23

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4.2.1.4 Economie De inzet van de provincie Drenthe op economisch terrein is uitgewerkt in de Economische Koers Drenthe 2015-2019. Deze koers is een logische opvolger van de Drentse Economische agenda en het Kader voor Economische Investeringen (KEI) 2011-2015. Het wordt gevoed door de huidige stand van de economie en een analyse van verwachte trends en uitdagingen waar het beleidsterrein Economie voor staat. Maar het is géén programma, laat staan een projectenlijst. Aansluitend bij de werkwijze van de Noordelijke Innovatie Agenda (NIA) is de Economische Koers Drenthe bedoeld als handreiking aan de partners van de provincie Drenthe, om gezamenlijk initiatieven te ontwikkelen die de Drentse Economie de komende jaren gaan versterken. Dit gebeurt langs vier programmalijnen: concurrentiekracht: versterken van de concurrentiepositie van het bedrijfsleven; groene economie: realisatie van een duurzame en groene economie; vestigingsklimaat: op de toekomst voorbereid; fysieke en digitale vestigingsvoorwaarden in relatie tot omgevingskwaliteit; arbeidsmarkt: investeren in een duurzame arbeidsmarkt, waar vraag en aanbod goed in balans zijn. Met deze programmalijnen geeft de provincie uitwerking aan de ambities en opgaven in de Noordervisie, Noordelijke Innovatieagenda (NIA) en de Meerjaren Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)-Gebiedsagenda Noord-Nederland.

Bedrijventerreinen Specifiek over bedrijventerreinen wordt in de omgevingsvisie Drenthe aangegeven dat een belangrijke prioriteit binnen het Drentse ondernemersklimaat is, het borgen van een aantrekkelijk aanbod van werklocaties, passend bij het gewenste ruimtelijk-economisch profel van de locatie en bij de (veranderende) marktvraag. De provincie maakt zich sterk voor bovenregionale afstemming over herontwikkeling en uitbreiding van bedrijfslocaties, gevoed door een reële, marktconforme inschatting van de toekomstige vraag. Ingezet wordt gepleegd in de herstructurering en kwaliteitsverbetering van verouderde bedrijventerreinen. Hierbij is regionale afstemming over regionale werklocaties van belang, om onderlinge concurrentie tussen gemeenten en overaanbod te voorkomen. Er worden drie afstemmingsregio's onderscheiden: Groningen-Assen, Zuidoost Drenthe (Dutch Tech Zone, voorheen Vierkant voor Werk: Emmen, Coevorden en Hoogeveen) en Meppel-Zwolle. Een belangrijke prioriteit binnen het Drentse ondernemersklimaat is het borgen van een aantrekkelijk aanbod van werklocaties. Dat aanbod moet inspelen op de veranderende vraag. De provincie maakt zich sterk voor bovenregionale afstemming over herontwikkeling en uitbreiding van bedrijfslocaties, gevoed door een reële, marktconforme inschatting van de toekomstige vraag.

Daarnaast moet Drenthe inspelen op huisvestingswensen van doelgroepen als zzp'ers, starters en nieuw te vestigen bedrijven. In de omgevingsvisie is tevens geduid wat wordt verstaan onder regionale en lokale werklocaties. In voorliggend geval van de uitbreiding van bedrijventerrein Hoge Akkers gaat het om een lokale werklocatie omdat het bedrijventerrein: overwegend plaats biedt aan bedrijven die vanwege een sociale binding aan de kern (veelal doordat de eigenaar daar in de buurt woonachtig is) lokaal georiënteerd zijn, zowel wat betreft de arbeidsmarkt als de toeleveranciers en de afnemers; bedrijven huisvest die overwegend kleinschalig zijn; de beoogde kwaliteit van de bedrijfsbebouwing, een volume en een kavelgrootte kent die aansluit bij de kwaliteit van de directe omgeving (de structuur van de nabijgelegen kern); geen significant milieubelastende activiteiten huisvest (maximaal categorie 3); bedrijven huisvest die geen grootschalige vervoersstromen met zich meebrengen; woon-werkfuncties faciliteert.

24

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4.2.1.5 Toetsing van het initiatief aan de Omgevingsvisie Drenthe Binnen het plangebied wordt 6,5 hectare uitgeefbare bedrijfsgrond gerealiseerd. In paragraaf 4.1.4 (Toetsing Rijksbeleid/Ladder voor duurzame verstedelijking) is reeds geconcludeerd dat de ontwikkeling inspeelt op zowel de kwantitatieve en kwalitatieve behoefte aan bedrijvenkavels in Ruinerwold. Er zijn voor de invulling van deze behoefte geen alternatieve locaties binnen de kern van Ruinerwold, waardoor de ontwikkeling in lijn is met de principes van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik. Daarnaast is de uitbreiding van het bestaande bedrijventerrein een logische keuze gelet op de ontsluiting en milieuhinder die vanuit de bedrijfsfuncties gaat. Via een robuuste groene rand om het terrein worden de nieuwe bedrijven goed gecamoufleerd en wordt er gezorgd voor een passende overgang naar het omliggende landschap. Bedrijventerrein Hoge Akkers blijft met de beoogde uitbreiding een lokaal bedrijventerrein dat invulling geeft aan de huisvestingswensen van ondernemers uit Ruinerwold en directe omgeving. Hiermee is er geen sprake van strijd met provinciale belangen en/of kernkwaliteiten zoals genoemd in de Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie is (deels) doorvertaald naar een verordening voor zover het planologisch relevante aspecten betreft. De Provinciale Omgevingsverordening Drenthe wordt hierna behandeld. 4.2.2

Provinciale Omgevingsverordening Drenthe 2018

4.2.2.1 Algemeen De provinciale omgevingsverordening is een instrument om het omgevingsbeleid uit de provinciale omgevingsvisie uit te kunnen voeren. In de verordening staan de regels die bij deze plannen en ideeën gelden. Gemeenten en waterschappen moeten aan de regels uit deze verordening voldoen bij het opstellen van hun ruimtelijke plannen. In voorliggend geval zijn artikel 2.6 (Werken met kernkwaliteiten) en artikel 2.18 (bedrijvigheid) van belang om nader te belichten. 4.2.2.2 Relevante artikelen Artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten 1. Als kernkwaliteiten worden aangewezen de thema's en gebieden zoals die zijn neergelegd op de bij deze verordening behorende kaart A (kaartlaag stilte), kaart D3 (kaartlaag Natuurnetwerk Nederland), kaarten D4 t/m D7 waarbij voor de kaart D7 (Kernkwaliteit landschap) geldt dat van een provinciaal belang alleen sprake is in de situaties zoals in de omgevingsvisie (hoofdstuk 4) omschreven. 2. Als bij een ruimtelijk plan kernkwaliteiten betrokken zijn: 3. wordt in het ruimtelijk plan uiteengezet hoe het desbetreffende plan zich verhoudt tot het behoud en de ontwikkeling van de bij het plan betrokken kernkwaliteiten conform het provinciaal beleid, en de strategische opgaven en de sturingsniveaus zoals die zijn verwoord in de omgevingsvisie; 4.

maakt het desbetreffende ruimtelijk plan geen nieuwe activiteiten dan wel wijziging van bestaande activiteiten mogelijk die deze kernkwaliteiten significant aantasten. Artikel 2.18 Bedrijvigheid 1. Een ruimtelijk plan kan alleen voorzien in nieuwe regionale werklocaties of uitbreiding van een bestaande regionale werklocatie indien dit past in een regionale werklocatievisie, dan wel in een gemeentelijke werklocatievisie mits deze regionaal is afgestemd, en indien in het desbetreffende ruimtelijk plan wordt onderbouwd dat deze werklocatievisie voldoende actueel is. 2. Een ruimtelijk plan dat niet betrekking heeft op het bestaand stedelijk gebied van de plaatsen Hoogeveen, Emmen, Meppel, Assen en Coevorden kan alleen voorzien in nieuwe of uitbreiding van lokale werklocaties wanneer het desbetreffende ruimtelijk plan vergezeld gaat van een beeldkwaliteitsplan en wanneer de locatie wordt bestemd voor kleinschalige en lokaal georiënteerde bedrijvigheid. 3. Gedeputeerde staten kunnen nadere regels stellen met betrekking tot de mogelijkheid dat een

25

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4.

5.

6. 7. 8.

ruimtelijk plan voorziet in vestiging of significante uitbreiding van een solitair buiten bestaand stedelijk gebied gelegen regionaal georiënteerd bedrijf. Deze regels hebben geen betrekking op bedrijven binnen de sector recreatie en toerisme en overige functioneel aan het buitengebied verbonden bedrijvigheid. Een ruimtelijk plan voorziet alleen in de vestiging van nieuwe bedrijven voor zover deze niet volgens de VNG systematiek 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering' zouden vallen in de milieucategorieën 4, 5 en 6, tenzij op regionale werklocaties. In afwijking van het vierde lid kan een ruimtelijk plan voorzien in nieuwe bedrijvigheid die volgens de VNG systematiek 'Handreiking Bedrijven en Milieuzonering' valt in de categorie 4 voor zover dit gebeurt via door de betreffende gemeente vastgesteld uitzonderingsbeleid. Een ruimtelijk plan voorziet niet in nieuwe locaties voor detailhandel, voor zover deze ten koste gaan van het bestaande kernwinkelgebied. Een ruimtelijk plan voorziet niet in de mogelijkheid tot het realiseren van weidewinkels. Een ruimtelijk plan dat voorziet in de ontwikkeling van een nieuwe werklocatie dient vergezeld te gaan van een beeldkwaliteitsplan dat juridisch is verbonden aan het desbetreffende ruimtelijke plan.

4.2.2.3 Toetsing aan Provinciale Omgevingsverordening Drenthe Toetsing artikel 2.6 Werken met kernkwaliteiten Kernkwaliteit Cultuurhistorie Het plangebied ligt in deelgebied 8, De Reest en Meppel. De provincie geeft in de omgevingsvisie aan de volgende voor dit plan relevante ambities te hebben in dit gebied: Leidend in dit deelgebied is een samenloop van verschillende waterlopen waartussen en waarlangs verschillende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden. De sturing is verschillend voor elk van deze onderdelen. De provincie wil sturen op het in stand houden van het oude en het nieuwere lint van Ruinerwold en de ligging ervan in de omgeving. Dit doet de provincie door het herkenbaar houden van de verschillen in positionering, weginrichting en architectuur, door het vasthouden aan de verkavelingstructuren en door het open houden van de ruimte tussen de twee bebouwingslinten; Toetsing In voorliggend geval worden agrarische cultuurgronden aansluitend aan het bestaande bedrijventerrein aan de zuidwestzijde van de kern Ruinerwold ontwikkeld voor de uitbreiding van het bedrijventerrein Hoge Akkers. Deze uitbreiding doet geen afbreuk aan ruimtelijke kwaliteit van de bebouwingslinten. Deze linten liggen ter noorden van het plangebied (Haakswold – Boerpad en Haakswold – Dr. Larijweg).

Verder doet de uitbreiding door direct aan te sluiten aan het bestaande bedrijventerrein niet of nauwelijks afbreuk aan het open laagveenontginningenlanschap door de ingebruikname van agrarische gronden voor bedrijvigheid. Kernkwaliteit Landschap Het plangebied ligt in het Wegdorpenlandschap van de laagveenontginningen. In de omgevingsvisie heeft de provincie aangeven dat in dit gebied van provinciaal belang zijn het open weidegebied en de smalle verkaveling met het fijnmazige slotenpatroon. Het provinciaal beleid is gericht op het behouden en versterken van het open karakter en de smalle verkavelingsstructuur. Toetsing In voorliggend geval worden agrarische cultuurgronden aansluitend aan de kern Ruinerwold ontwikkeld voor bedrijvenkavels. Door direct aan te sluiten op het reeds bestaande bedrijventerrein wordt de kern Ruinerwold welliswaar in omvang groter, maar het open landschap ten westen van Ruinerwold blijft hiermee behouden. Er is geen sprake van nieuwe bebouwingsclusters in het open landschap Kernkwaliteit aardkundige waarden Drenthe heeft een eigen karakter, een eigen (ruimtelijke) identiteit, die door inwoners en bezoekers hoog

26

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

wordt gewaardeerd. Het aardkundige landschap van Drenthe is hiervoor in belangrijke mate bepalend. Het aardkundig erfgoed is de enige informatiebron over de natuurlijke ontstaansgeschiedenis van Drenthe. Aardkundige waarden die bijdragen aan het specifieke Drentse karakter wil de provincie behouden en, waar mogelijk, herstellen. Het provinciaal belang ligt in het behouden en, waar mogelijk, ontwikkelen van de kernkwaliteit aardkundige waarden. De provincie wil inhoud geven aan ruimtelijke kwaliteit, om de identiteit en aantrekkelijkheid van Drenthe te behouden en te versterken. Het doel is de archiefwaarde van de bodem te behouden en de landvormen, die karakteristiek zijn voor het Drentse landschap, te behouden en te versterken, als onderdeel van de kernkwaliteit oorspronkelijkheid. Deze ambitie is verwoord en uitgewerkt in de beleidsnota wAARDEvol Drenthe (2013). Volgens de omgevingsverordening geldt voor het plangebied een generiek beschermingsniveau. Dit houdt in dat de provincie in deze gebieden de lokale, aardkundige kenmerken voor de toekomst wil bewaren. De provincie verwachten van gemeenten dat zij in deze gebieden nagaan welke kenmerkende aardkundige waarden aanwezig zijn en dat zij hieraan bescherming geven via het gemeentelijk bestemmingsplan en plannen en initiatieven daarop beoordelen.

Bij ontwikkelingen kunnen aardkundige kwaliteiten als inspiratiebron worden gebruikt. Toetsing In voorliggend geval zijn aan de gronden geen specifieke aardkundige waarde toegekend in het bestemmingsplan/de beheersverordening. Wel hebben de gronden een archeologische verwachtingswaarde op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart. In paragraaf 5.2 wordt hier nader op ingegaan. Toetsing artikel 2.18 Bedrijvigheid Zoals hiervoor reeds beschreven gaat het in voorliggend geval niet om een regionale werklocatie, maar om een lokale werklocatie waar bedrijvenkavels worden uitgegeven met een maximale milieucategorie 3.1. Het bedrijventerrein voorziet niet in de mogelijkheid voor detailhandel waaronder weidewinkels.

4.3

Gemeentelijk beleid

Het gemeentelijk beleid is een doorvertaling van rijks- en provinciaal beleid en is verwoord in tal van plannen en beleidsnota;s. De belangrijkste voor voorliggende ontwikkeling betreft de Structuurvisie De Wolden 2010-2030. 4.3.1

Structuurvisie De Wolden 2010-2030

4.3.1.1 Algemeen Gemeente De Wolden heeft op 10 maart 2011 de “Structuurvisie 2010-2030” vastgesteld. Met deze structuurvisie legt De Wolden een basis voor de ruimtelijk-economische ontwikkeling voor de komende 20 jaar. De structuurvisie is een nadere uitwerking van de strategische toekomstvisie “De Wolden actief en betrokken”. De structuurvisie bestaat uit een visie, een uitvoeringsprogramma en een plankaart. De visie voor 2030 richt zich op het versterken van de kenmerken en kwaliteiten die de plattelandsgemeente heeft. De plattelandsgemeente die wordt gekenmerkt door de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied (het landschap) en de leefbaarheid op het platteland de maatschappelijke aantrekkelijkheid om in het gebied te wonen en te werken. 4.3.1.2 Beleidskeuzes bedrijvigheid Een kenmerk van een plattelandsgemeente als De Wolden is de verspreide lokale bedrijvigheid over de kerndorpen, kleine kernen en in het buitengebied. Op dit moment is er geen grootschalig bedrijventerrein aanwezig en de gemeente gaat hier ook in de toekomst niet op inzetten. De gemeente zet in op uitbreidingsmogelijkheden van de lokale bedrijvigheid, in de kernen en in het buitengebied, passend binnen de landschappelijke kenmerken. Gemeente De Wolden participeert in het samenwerkingsverband van de Drentse Zuidas. De Drentse

27

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Zuidas heeft als doel de kracht en ontwikkelingspotentie van deze regio te versterken. Binnen de Drentse Zuidas richt De Wolden zich als plattelandsgemeente met name op het midden- en kleinbedrijf, de landschappelijke inpassing van bedrijven en de combinatie van wonen en werken in vrijkomende agrarische bedrijven. De beleidskeuzes in het kader 'bedrijvigheid' is nader uitgewerkt voor de onderdelen 'bedrijventerreinen' en 'vrijkomende agrarische bedrijven'. Hieronder wordt nader ingegaan op de 'bedrijventerreinen'. Hierbij wordt op voorhand opgemerkt dat de inhoud stamt uit het jaar 2010 en inmiddels deels is achterhaald. In de toetsing wordt hier nader op ingegaan. 'Bedrijventerreinen' Voor De Wolden is de bedrijventerreinsituatie krap. Behalve op het nieuwe gedeelte van bedrijventerrein de Hoge Akkers in Ruinerwold is op dit moment geen nieuwe ruimte meer beschikbaar. Er is ook geen leegstand behoudens onvermijdelijke roulatieleegstand. De verdere ontwikkeling van bedrijventerreinen is in het landelijk gebied beperkt mogelijk. Opgave is er voor te zorgen dat uitbreiding van lokale bedrijventerreinen ruimtelijk goed wordt ingepast. Op de bestaande bedrijventerreinen in Zuidwolde, Ruinerwold en Ruinen wordt ruimte gereserveerd voor uitbreidingen. Lokale bedrijvigheid krijgt daarmee de mogelijkheid, ook bij uitbreidingen, bij het bestaande dorp gevestigd te blijven.

Deze ontwikkeling is van groot belang voor de lokale economie. Voor de uitbreiding van de bedrijventerreinen zal de SER-ladder als afwegingskader worden gebruikt. De SER-ladder is een methode om tot een goede afweging te komen als het gaat om nieuwe bedrijventerreinen of de uitbreiding van bestaande. Volgens de SER-ladder moet eerst worden bekeken of er op de bestaande bedrijventerreinen nog ruimte beschikbaar is, of er door herstructurering nog ruimte kan worden gemaakt en of het mogelijk is de ruimte effectiever te benutten. Pas als al die mogelijkheden zijn benut, mag er tot de aanleg van een nieuw bedrijventerrein worden besloten. En dan nog moeten de verschillende belangen tegen elkaar worden afgewogen, want “bedrijventerreinen dienen de kwaliteit van natuur en landschap te respecteren en waar mogelijk te versterken. Op de structuurvisiekaart is de uitbreidingsrichting van bedrijventerrein Hoge Akkers reeds aangegeven.

Afbeelding 4.1 Uitsnede structuurvisiekaart (Bron: Gemeente De Wolden)

28

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

4.3.2

Toetsing aan Structuurvisie De Wolden 2010-2030

Zoals hiervoor reeds vermeld is de locatie van het plangebied op de structuurvisiekaart aangeduid als uitbreidingslocatie voor het bedrijventerrein. In lijn met de structuurvisie realiseert de gemeente bedrijvenkavels voor de lokale bedrijvigheid, zodat deze de mogelijkheid krijgt bij het bestaande dorp gevestigd te blijven. Deze ontwikkeling is van groot belang voor de lokale economie van Ruinerwold. De SER-Ladder voor zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is inmiddels vervangen voor de 'Ladder voor duurzame verstedelijking'. In paragraaf 4.1.4 is de ontwikkeling reeds getoetst aan de ladder en is geconcludeerd dat de ontwikkeling invulling geeft aan een concrete lokale behoefte waarbij tevens sprake is van verantwoord ruimtegebruik.

29

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

30

bestemmingsplan Ruinerwold, uitbreiding Hoge Akkers (ontwerp)

Hoofdstuk 5

M ilieu- en omgevingsaspecten

Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening moet in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop de milieu- en omgevingsaspecten bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieu- en omgevingsaspecten en ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de thema's geluid, bodem, luchtkwaliteit, externe veiligheid, milieuzonering, ecologie, archeologie & cultuurhistorie, Besluit milieueffectrapportage, water en duurzaamheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12311842/1