CConstaterende datDe Wolden
Koppel je AI →
Document · PDF

2a BP Ruinerwold, deelplan Haakswold 11 toelichting en regels.pdf

Gemeenteraad 30 juni 2022, gemeente De WoldenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Ruinerwold, deelplan Haakswold 1125.502 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4. Vervolg watertoets en beoordeling Inf ormeel overleg over de uitgangspunten Dit document geef t u handvatten om uitvoering te geven aan de waterhuishouding. Het is de bedoeling dat u op basis van dit document het plan uitwerkt. Mocht u nog vragen hebben over de uitgangspunten notitie of graag in gesprek gaan over de uitwerking van de waterhuishouding in het plan dan gaan wij graag met u in gesprek. Het waterschap denkt graag met u mee! Beoordeling en of f icieel wateradvies Wanneer u de uitgangspunten hebt verwerkt in uw plan, stuurt u deze ter beoordeling naar het waterschap. In de meeste gevallen geef t het waterschap haar wateradvies in het vooroverleg zoals dat bedoeld is in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het waterschap kan alleen een of f icieel wateradvies af geven op basis van een compleet plan. Dat wil zeggen dat wij een bestemmingsplan beoordelen op basis van de toelichting, de planregels en de verbeelding. Alleen de waterparagraaf geef t ons onvoldoende inf ormatie. Controle op het watertoetsproces Het waterschap controleert of het wateradvies is opgenomen in het plan. Af hankelijk van het moment waarop ons wateradvies is gegeven, gebeurt dat op basis van het voorontwerp of het ontwerp bestemmingsplan.

Geldigheid van het uitgangspuntennotitie De uitgangspunten in deze uitgangspuntennotitie komen tot stand op basis van de beleidsregels van het waterschap. Ruimtelijke plannen hebben soms een lange doorlooptijd. Tegelijkertijd ontstaan er soms veranderende inzichten in het beleid ten aanzien van de waterketen, waterkeringen en het watersysteem. Om te garanderen dat de juiste uitgangspunten worden toegepast in de planvorming hanteert het waterschap een uiterste houdbaarheidsdatum van maximaal 1 jaar. Wanneer deze termijn verstreken is kunt u contact opnemen met het waterschap voor eventueel een verlenging met nogmaals 1 jaar. Heef t u een watervergunning nodig op grond van de Waterwet? Het wateradvies dat uiteindelijk wordt af gegeven in het kader van de watertoets is geen watervergunning. Gaat u bijvoorbeeld werkzaamheden verrichten in de verbodszone van de Keur, of gaat u grondwater onttrekken voor de werkzaamheden? Dan kunt u een watervergunning aanvragen op onze website: www.wdodelta.nl. De aanvraag zal getoetst worden aan het dan vastgestelde beleid. In de uitgangspunten (paragraaf 2) is aangegeven waar mogelijk een watervergunning voor moet worden aangevraagd.

2 Hierover vindt nadere afstemming plaats met het waterschap

Uitgangspunten Haakswold 11, Ruinerwold

Pagina 6 van 7

Vergunningplichtige activiteiten volgens de Keur: Activiteiten in, onder of boven een waterstaatswerk Activiteiten in de beschermingszone of profiel van vrije ruimte van een waterstaatswerk (te raadplegen op de website): Voor watergangen: 5 m uit de insteek Voor waterkeringen: breedte variabel Graven van een oppervlaktewaterlichaam Dempen van een oppervlaktewaterlichaam Lozen van water in of onttrekken van water uit een oppervlaktewaterlichaam Op basis van de Algemene Regels bestaat vrijstelling (zonder meldplicht) mits aan de volgende criteria wordt voldaan: De lozing veroorzaakt benedenstrooms geen wateroverlast voor derden De lozing wordt gestaakt wanneer dit voor het waterbeheer noodzakelijk is. Het brengen van stof f en in een oppervlaktewaterlichaam Onttrekken of inf iltreren van grondwater Ontwateren met drainagemiddelen

© Waterschap Drents Overijsselse Delta Dit document is opgesteld door op 8-10-2020. De geleverde informatie in deze uitgangspuntennotitie is houdbaar tot maximaal 1 jaar na opsteldatum en heeft alleen betrekking op het plan, zoals dat wordt genoemd in dit document. Kijk voor meer informatie over de watertoets op de website van het waterschap.

Uitgangspunten Haakswold 11, Ruinerwold

Pagina 7 van 7

bestemmingsplan Ruinerwold, deelplan Haakswold 11 (ontwerp)

Bijlage 2 Verkennend milieukundig (water) bodemonderzoek

53

Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold

Opdrachtgever: Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen

Organisatie

Telefoon

Projectnummer

Lievense Milieu B.V.

+31 (0)88 910 20 00

SOL011435

Adres

Datum

Documentnummer

Orionweg 28 8938 AH Leeuwarden

8 april 2020

SOL011435.RAP002

Colofon Opdrachtgever

Contactpersoon opdrachtgever

Contactgegevens Lievense Milieu B.V.

Autorisatie Projectnummer

Documentnummer

Status

SOL011435

SOL011435.RAP002

Definitief (versie 2)

Opgesteld door

Functie

Datum

Senior Adviseur

8 april 2020

Functie

Datum

Senior adviseur

8 april 2020

Geverifieerd door

Paraaf

Paraaf

Inhoudsopgave 1

Inleiding 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek 1.2 Kwaliteit

1 1 1

2

Vooronderzoek 2.1 Beschrijving van de locatie 2.2 Bevindingen vooronderzoek 2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie

3 3 3 5

3

Veldwerk en chemische analyses 3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden 3.2 Zintuiglijke waarnemingen 3.3 Asbestonderzoek 3.4 Grondwaterbemonstering 3.5 Chemische analyses

7 7 7 8 9 10

4

Bespreking onderzoeksresultaten 4.1 Toetsing van de analyseresultaten 4.2 Interpretatie 4.3 Toetsing hypothese

11 11 16 19

5

Noodzaak tot (spoedige) sanering 5.1 Geval van bodemverontreiniging 5.2 Saneringsnoodzaak 5.3 Noodzaak tot spoedige sanering

20 20 20 20

6

Conclusies

21

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2.1 Bijlage 2.2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6

Regionale ligging van de onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie Situatietekening onderzoekslocatie (Haakswold 11) Profielbeschrijvingen Analysecertificaten grond, grondwater, waterbodem en asbest Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden

1 In opdracht van Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend milieukundig (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van Haakswold 11 en omgeving te Ruinerwold. De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. 1.1 Aanleiding, doel en opzet van het onderzoek De aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van de locatie. Om de herinrichting en grondverzet mogelijk te maken is inzicht in de (water)bodemkwaliteit noodzakelijk. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is vast te stellen of er ter hoogte van de onderzoekslocatie sprake is van een verontreiniging van grond en/of grondwater. De opzet van het verkennend bodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5740:2009+A1:2016). Het doel van het verkennend waterbodemonderzoek is vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de waterbodem. De opzet van het verkennend waterbodemonderzoek is gebaseerd op de Nederlandse norm de "Onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek" (NEN 5720:2017). Het doel van het verkennend asbestonderzoek is om na te gaan of de verdenking op asbest in de grond terecht is. De opzet van het verkennend asbestonderzoek is gebaseerd op de 5707+C2:2017). 1.2 Kwaliteit Lievense Milieu B.V.

is door Normec Certification gecertificeerd voor de ISO 9001 en ISO 14001, VCA** en in het kader van de Regeling Kwalibo voor de BRL SIKB 1000, 2000 en 6000. Lievense Milieu B.V. is gecertificeerd als deskundig inventarisatiebedrijf volgens het asbestcertificatieschema en de CO2-prestatieladder trede 5. De certificaten van alle vestigingen van Lievense Milieu B.V. staan geregistreerd op onze hoofdvestiging te Nieuwegein. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Lievense Milieu B.V. conform de onderstaande protocollen: ingen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen,

-inspectie en monsterne Lievense Milieu B.V.

-

n Milieu erkend. De veldmedewerkers die zijn ingezet beschikken over de in de BRL gestelde ervaringseisen en

1/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

staan geregistreerd als erkend persoon bij Rijkswaterstaat Leefomgeving voor tenminste de voor dit project relevante protocollen. De analyses zijn uitgevoerd door SYNLAB Analytics & Services B.V. en Eurofins Analytico B.V. Deze laboratoria zijn geaccrediteerd conform de NEN-EN-ISO 17025:2005 en de AS3000 oratoriumanalyses voor milieuhygiënisch bodem , waar mogelijk, verricht conform de AS3000. De onderzoekslocatie is geen eigendom van Lievense Milieu B.V., daaraan gelieerde ondernemingen of overige bij de uitvoering van het onderzoek betrokken partijen. Derhalve voldoet het onderzoek aan de onafhankelijkheidseisen uit de Regeling bodemkwaliteit en het procescertificaat BRL 2000. Disclaimer Bodemonderzoek betreft per definitie een steekproef. Het hanteren van de actuele normen en protocollen draagt in grote mate bij aan het verkrijgen van een correct beeld van de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem. Het steekproefsgewijze karakter van het onderzoek maakt het echter onmogelijk om garanties te geven ten aanzien van de resultaten van het onderzoek. Lievense Milieu B.V. accepteert geen aansprakelijkheid voor eventuele beslissingen die opdrachtgever of derden op basis van dit onderzoek nemen.

2/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

2 2.1

Beschrijving van de locatie

Het onderzochte terrein ligt ten westen van de Westerweiden in Ruinerwold. De onderzoekslocatie heeft een oppervlakte van circa 16 hectare en is momenteel als grasland met één boerenbedrijf (Haakswold 11) in gebruik. De locatie staat kadastraal bekend als gemeente Ruinerwold, sectie M, nummers 700, 716 en 1421 (ged.). De ligging van de locatie en de situatietekening zijn opgenomen in bijlagen 1 en 2. 2.2

Bevindingen vooronderzoek

In het kader van het verkennend onderzoek is een vooronderzoek uitgevoerd overeenkomstig de NEN 5717:2017 en de NEN 5725:2017. In het kader hiervan zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen. Bodemloket. Historisch kaartmateriaal (www.topotijdreis.nl). Recent kaartmateriaal (Google Earth en Maps). Kadaster (https://www.pdok.nl/viewer/#). Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen Uit informatie van de opdrachtgever is naar voren gekomen dat de bodem ter plaatse van onderzoekslocatie niet eerder milieukundig is onderzocht. Bodemloket Op het bodemloket is voor de huidige onderzoekslocatie geen relevante bodeminformatie aangetroffen. Het tot bedrijventerrein ontwikkelde gebied ten oosten van de onderzoekslocatie (gelegen aan de Westerweiden) is in 2008 verkennend onderzocht (EcoReest, projectnummer ER 080210, d.d. 20 februari 2008). Hierbij is vermeld dat de locatie voldoende is onderzocht. Ter hoogte van het boerenbedrijf is een bovengrondse dieselolietank gelegen. Historisch kaartmateriaal en kadaster Er zijn geen bijzonderheden aangetroffen op het historische kaartmateriaal van de internetsite www.topotijdreis.nl. Op de topografische kaarten is het gebied agrarisch in gebruik. Aan de Haakswold is vanaf 1911 bebouwing aanwezig (op verschillende plekken en verschillend in omvang).

Van noord naar zuid zijn twee sloten op het terrein gelegen met een lengte van ongeveer 850 en 640 meter. De sloten van noord naar zuid zijn door de jaren heen niet gewijzigd of gedempt. Van oost naar west was een sloot gelegen in de periode 1974 - 1994, die gedempt is. De onderzoekslocatie is aan de oost-, zuid- en westzijde omgeven door sloten.

3/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Het pad naar Haakswold 11 is vanaf 1933 tot 1973, van 1986 tot 1996 en vanaf 2006 op het kaartmateriaal te onderscheiden. Verder zijn enkele dammen in de sloten op de onderzoekslocatie te onderscheiden (eveneens op luchtfoto's en streetview). De bebouwing aan de Haakswold 11 dateert uit 1906 en uit de periode 1980 - 1995 (bagviewer). Terreininspectie Tijdens de terreininspectie ter plaatse van de onderzoekslocatie is ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11 een asbestverdachte plaat deels in de grond en deels uitstekend boven de grond aangetroffen (westelijk van de sloot). De bovengrondse dieselolietank zoals vermeld op de website van bodemloket staat ten noorden van de noordelijke loods in een bak met een dak. De op het terrein van Haakswold 11 aanwezige sloot is gedeeltelijk vol gestort met kuilvoer. De daken van de boerderij en de erachter gelegen loods aan Haakswold 11 bestaan (gedeeltelijk) uit asbestverdachte golfplaten; de daken van de zuidelijke en westelijke loods zijn vermoedelijk niet asbesthoudend. In de loods ten zuiden van de boerderij zijn op de verharding diverse asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen.

In verband met de geplande sloop en verbouwing van de diverse opstallen dient nog een asbestinventarisatie van de gebouwen te worden uitgevoerd (volgens opgave van de eigenaar nog niet uitgevoerd) en zal op basis daarvan een verkennend asbestonderzoek in de grond worden uitgevoerd (ter plaatse van een eventuele druppelzone en ter plaatse van het aantreffen van asbestverdachte plaatmaterialen op de bodem). en in bijlage 2 zijn de situatietekeningen opgenomen. Asbest In het vooronderzoek is tevens nagegaan of er sprake is van een asbestverdachte locatie (bijvoorbeeld bij ongecontroleerde sloop van gebouwen met asbesthoudende bouwstoffen, bij de aanwezigheid van ophooglagen of bij het gebruik van asbesthoudende beschoeiingen / afscheidingen). Op basis van de vermoedelijke aanwezigheid van puin in de dammen en ter plaatse van het (puin)pad is op deze deellocaties een verkennend asbestonderzoek uitgevoerd. Verder is naar aanleiding van het aantreffen van asbestverdacht plaatmateriaal in en op de grond ter hoogte van de bebouwing aan Haakswold 11, een verkennend asbestonderzoek ter hoogte van het aangetroffen asbestverdachte plaatmateriaal uitgevoerd. Er is in onderhavig onderzoek geen asbestonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11.

Hier zal eerst een asbestinventarisatie van de diverse gebouwen plaats vinden waarna gericht een eventueel verkennend asbestonderzoek zal plaats vinden.

4/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

2.3 Hypothese en onderzoeksstrategie Op basis van de historie van het perceel (agrarisch), is sprake van een voor bodemverontreiniging onverdachte onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van het weiland is gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016. De onderzoeksopzet volgt de strategie voor een grootschalig, onverdacht terrein (ONV-GR-NL). Ter hoogte van het agrarisch bedrijf (oppervlakte van circa 9.000 m2) is uitgegaan van een verdachte deellocatie. Het verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de bovengrondse tank, de bebouwing en de opstallen is gebaseerd op de NEN 5740:2009+A1:2016. De onderzoeksopzet volgt de strategie voor een heterogeen verdacht terrein (VED-HE-NL). De bovengrondse tank is niet als aparte verdachte deellocatie aangemerkt aangezien de tank in een lekbak staat en voorzien is van een dak; op de klinkerverharding onder en rond de tank zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging met minerale olieproduct. Het gehele gebied ter hoogte van de bebouwing, inclusief bovengrondse brandstoftank, is als verdachte deellocatie aangemerkt waarbij één van de te plaatsen peilbuizen ter hoogte van de bovengrondse tank is geplaatst. Ten aanzien van de sloten is ervan uitgegaan dat geen sprake is van puntbronnen, verontreinigingen en/of asbesthoudende beschoeiingen.

Gezien het onverdachte karakter van de onderzoekslocatie en omgeving (agrarisch gebied), de afwezigheid van bebouwing en wegen langs de sloten en de afwezigheid van puntbronnen (voor zover bekend), is voor de onderzoeksinspanning uitgegaan van een lichte onderzoeksinspanning, volgens de onderzoeksstrategie LL (Lintvormig water, Lichte onderzoeksinspanning) uit de vigerende NEN 5720. Ter hoogte van de dammen is vaak sprake van puinhoudende grond waardoor de dam als asbestverdacht dient te worden gezien. Het onderzoek ter plaatse van de dammen is gebaseerd op de NEN 5740 en op de NEN 5707+C2:2017, volgens de strategie voor een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP). Hierbij is geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Analyses op asbest zijn enkel ingezet als daadwerkelijk sprake is van een voor asbest verdachte puinhoudende grondlaag of puinlaag. Het (puin)pad is asbestverdacht en het onderzoek is gebaseerd op de NEN 5740 en op de NEN 5707+C2:2017, volgens de strategie voor een -HE-L). Hierbij is geen grondwateronderzoek uitgevoerd. Ter hoogte van de aangetroffen asbestverdachte golfplaat nabij Haakswold 11, is het grondonderzoek gebaseerd op de NEN 5707+C2:2017. Ter hoogte van de gedempte sloot is sprake van een verdachte deellocatie ten aanzien van mogelijke bodemverontreiniging.

Hier is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd conform -HE-L) van de NEN 5740.

5/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

De bovengenoemde onderzoeksstrategieën zijn samengevat in de onderstaande tabel. Tabel 1: Deellocaties met onderzoeksstrategieën Deellocatie

Oppervlakte

Strategie NEN 5740

Toelichting

Weiland

15,3 ha

ONV-GR-NL

Onverdacht

VED-HE-NL

Lange bewoningsgeschiedenis, bovengrondse tank in lekbak met afdak

LL

Lintvormig water, lichte onderzoeksinspanning

VEP en NEN 5707

Verdacht voor zware metalen en PAK in grond; verdacht op voorkomen asbest i.v.m. mogelijke puinbijmengingen

2

Rondom bebouwing Haakswold 11

9.000 m

Sloten

850 en 640 meter 2

Dammen

max. 10 m

Gedempte sloot

135 meter

VED-HE-L

Verdacht voor zware metalen en PAK in dempingsmateriaal

Puinpad

370 meter

VED-HE-L en NEN 5707

Verdacht voor zware metalen en PAK in grond; verdacht op voorkomen asbest i.v.m. mogelijke puinbijmengingen

Asbestverdacht plaatmateriaal aan maaiveld

5 m2

NEN 5707

Verdacht op voorkomen asbest

PFAS Vanaf 8 juli 2019 is middels een kamerbrief het handelingskader voor hergebruik van PFAShoudende grond en baggerspecie van kracht (kenmerk IENW/BSK-2019/131399). Hiermee is PFAS (poly- en perfluoralkylstoffen) een aanvulling geworden van de analyse op het standaardpakket. Vrijkomende grond die bij graafwerkzaamheden vrij komt, en elders wordt hergebruikt, kan na 1 oktober 2019 zonder aanvullende analyse op PFAS niet meer worden hergebruikt. Uitzondering op het aanvullend onderzoek op PFAS betreffen bodemlagen die evident niet verdacht zijn op verontreiniging van PFAS. Bijvoorbeeld onverdachte ongeroerde diepere bodemlagen dieper dan 1,0 m -mv. Omdat de locatie zal worden ingericht als bedrijventerrein, mag verondersteld worden dat er grond vrijkomt die mogelijk buiten de onderzoekslocatie wordt toegepast. Om afvoer van de grond naar elders mogelijk te maken, dient de grond aanvullend op PFAS geanalyseerd te worden. Formeel dienen alle te analyseren grond(meng)monsters conform de NEN 5740 en NEN 5720 aanvullend te worden geanalyseerd op PFAS (eerste meter van de (water)bodem). Gezien de ontwikkelingen op het gebied van PFAS (toevoeging aan de bodemkwaliteitskaart op korte termijn; aanpassingen in de normstelling) zijn in samenspraak met de gemeente ter indicatie op het voorkomen van PFAS in de bodem enkele grond- en waterbodemmonsters aanvullend geanalyseerd op PFAS.

6/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

3 3.1 Uitgevoerde veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 20 t/m 28 januari 2020 door de heer J. Kooistra. Tijdens het veldwerk zijn de volgende werkzaamheden verricht: Tabel 2: Overzicht uitgevoerde werkzaamheden Deellocatie

Boordiepte

Filterdiepte

(m -mv)

(m -mv)

1 t/m 4, 22 t/m 25, 42 t/m 45, 63 t/m 66

2,5

1,5 - 2,5

5, 6, 26, 27, 46, 47, 67, 68

2,0

-

7 t/m 21, 28 t/m 41, 48 t/m 62, 69 t/m 82

0,5

101** en 102

2,5

1,5 - 2,5

103 t/m 106

2,0

-

107 t/m 124

0,5

-

Sloten (ca. 1500 meter)

S1 t/m S20

ca. 0,5 *

-

Dammen (4 dammen)***

D1, D3, D5, D6 en D7

1,0 à 2,0

-

G1 t/m G4

2,0

-

P1, P2, P4, P7 en P8

0,5

-

P3, P5 en P6

1,0 à 2,0

-

A101 t/m A109

0,5

-

Weiland (15,3 ha)

Rondom bebouwing (9.000 m2)

Gedempte sloot (135 meter) Puinpad (370 meter)***

Asbestverdachte plaat aan maaiveld*** * ** ***

Boringen

meter beneden de waterspiegel geplaatst ter hoogte van de bovengrondse dieselolietank asbestinspectiegat (0,3 x 0,3 m) tot 0,5 m -mv, eventueel doorgeboord met een 12 cm boor

De verrichte veldwerkzaamheden zijn ingemeten ten opzichte van vaste punten en met behulp van 06-GPS (x-, y- en z-coördinaten). De situatieschetsen met boorpunten zijn opgenomen in bijlage 2. In bijlage 3 zijn de gedetailleerde boorbeschrijvingen weergegeven met de bodemopbouw, de diepten waarop grondmonsters zijn genomen, de diepten waarop eventuele peilfilters geplaatst zijn en de GPS-coördinaten. 3.2 Zintuiglijke waarnemingen Ter hoogte van de dammen zijn bij asbestinspectiegat D1 brokken baksteen en beton en sporen aardewerk aangetroffen in de bovenste meter (0,0 - 1,0 m -mv). Ter hoogte van het puinpad is de bovengrond tot 0,3 à 0,5 m -mv bij de asbestinspectiegaten P4, P5 en P6 (zeer) licht baksteenhoudend.

7/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Bij de sloten in het weiland (S1 t/m S10) is een dunne zandlaag van 5 tot 27 cm dik met laagjes slib aangetroffen. Bij de sloot bij de bebouwing aan het Haakswold 11 (S11 t/m S20) is geen slibbijmenging waargenomen. Verder zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging. 3.3 Asbestonderzoek Tijdens uitvoering van het veldwerk is het bodemvochtpercentage voorafgaand aan en tijdens de werkzaamheden bepaald op meer dan 10%. Het maaiveld was minder dan 50% vrij inspecteerbaar door de aanwezige begroeiing. Ter hoogte van de dammen en ter plaatse van het (puin)pad zijn in de opgegraven en opgeboorde grond geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter hoogte van het aan maaiveld zichtbare uit de grond stekende asbestverdachte plaatmateriaal is in de opgegraven grond (0,0 - 0,5 m -mv) bij de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 asbestverdacht plaatmateriaal aangetroffen (circa 400 tot 700 gram asbestverdacht materiaal per gat). Ter bepaling van de omvang van het voorkomen van het asbestverdachte plaatmateriaal in de grond zijn rondom de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 de asbestinspectiegaten A104 t/m A109 gegraven. Hierbij zijn in de opgegraven bovengrond geen asbestverdachte plaatmaterialen aangetroffen. Onderstaand zijn een aan spectiegaten en het aangetroffen plaatmateriaal weergegeven.

Asbestverdacht materiaal A102

Dam D1

Asbestverdachte plaat gedeeltelijk in de grond en gedeeltelijk aan maaiveld, westelijk van de sloot t.p.v. Haakswold 11

8/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Puinpad P4

3.4

Puinpad P1

Grondwaterbemonstering

Het grondwater is bemonsterd op 3 februari 2020 door de heer J. Kooistra. Tijdens de bemonstering zijn aan het grondwater geen afwijkingen waargenomen. De grondwaterstand, de zuurgraad (pH), de elektrische geleidbaarheid (EGV) en de troebelheid van het grondwater zijn tijdens de monstername in het veld bepaald. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tabel en geven geen aanleiding de analysestrategie te wijzigen. Tabel 3: Peilbuisgegevens Peilbuis

Filterdiepte

Grondwaterstand

Belucht

(m -mv)

(m -mv)

(ja/nee)

1

1,5 - 2,5

0,40

nee

2

1,5 - 2,5

0,38

3

1,5 - 2,5

4

pH

EGV

Troebelheid

(µS/cm)

(NTU)

5,89

1.163

26

nee

5,95

368

0

0,35

nee

5,55

484

42

1,5 - 2,5

0,41

nee

5,79

650

51

22

1,5 - 2,5

0,41

nee

5,75

429

56

23

1,5 - 2,5

0,41

nee

5,76

377

61

24

1,5 - 2,5

0,58

nee

5,85

412

56

25

1,5 - 2,5

0,72

nee

5,65

277

19

42

1,5 - 2,5

0,58

nee

5,78

280

14

43

1,5 - 2,5

0,42

nee

5,92

573

41

44

1,5 - 2,5

0,57

nee

5,71

425

6

45

1,5 - 2,5

0,55

nee

5,71

245

23

63

1,5 - 2,5

0,59

nee

5,66

436

13

64

1,5 - 2,5

0,49

nee

5,81

391

23

65

1,5 - 2,5

0,51

nee

5,52

353

14

9/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Tabel 3 (vervolg): Peilbuisgegevens Peilbuis

Filterdiepte

Grondwaterstand

Belucht

(m -mv)

(m -mv)

(ja/nee)

66

1,5 - 2,5

0,61

nee

101

1,5 - 2,5

0,90

102

1,5 - 2,5

0,40

pH

EGV

Troebelheid

(µS/cm)

(NTU)

5,90

254

51

nee

5,96

423

14

nee

6,05

739

23

De gemeten waarden voor EGV en pH zijn normaal voor grondwater in deze omgeving. De NTU is een maat voor de troebelheid (turbiditeit) van een vloeistof. Een direct verband tussen de hoeveelheid deeltjes en de gemeten NTU is niet te leggen aangezien de reflectie, vorm en kleur van de deeltjes sterk kunnen verschillen. 3.5

Chemische analyses

De geanalyseerde monsters van grond, grondwater, waterbodem en asbest, inclusief weergave van de parameters waarop de monsters zijn geanalyseerd, zijn opgenomen in de tabellen met analyseresultaten (paragraaf 4.1). De analysecertificaten voor grond, grondwater, waterbodem en asbest, inclusief samenstelling van de standaardpakketten, zijn opgenomen in bijlage 4.

10/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

4 4.1

Toetsing van de analyseresultaten

De analyseresultaten zijn getoetst aan de door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu vastgestelde achtergrond- en interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater. De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgelegd in de Regeling bodemkwaliteit. De interventiewaarden voor grond en de streef- en interventiewaarden voor grondwater zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering 2013. De betekenis van deze waarden is als volgt: Achtergrondwaarde grond/streefwaarde grondwater: bij een gehalte lager dan de achtergrondwaarde voor grond en de streefwaarde voor grondwater wordt gesproken over niet verontreinigde bodem (bodemindex < 0). Wanneer een gemeten gehalte de achtergrondwaarde of de streefwaarde overschrijdt, wordt gesproken over een licht verhoogd gehalte of een lichte verontreiniging (bodemindex > 0). Interventiewaarde: wanneer een gemeten gehalte hoger is dan de interventiewaarde wordt gesproken over een sterke verontreiniging of sterk verhoogd gehalte (bodemindex > 1,0). De achtergrond- en interventiewaarden gelden voor een zogenaamde standaardbodem: bodem met een lutumgehalte van 25% en een organisch stofgehalte van 10%. Conform de Regeling bodemkwaliteit zijn de analyseresultaten op basis van het gemeten lutum- en organische stofgehalte omgerekend naar deze standaardbodem en vervolgens getoetst.

Zowel de originele als de gecorrigeerde analyseresultaten zijn opgenomen in de toetsingstabellen in bijlage 5. Hierin zijn tevens de toetsingswaarden opgenomen. Naast de achtergrond-, streef- en interventiewaarde hanteren wij een zogenaamde tussenwaarde. Dit is het gemiddelde van de achtergrond- of streefwaarde en de interventiewaarde (bodemindex > 0,5 en < 1,0). Overschrijding van de tussenwaarde wordt een matig verhoogd gehalte of matige verontreiniging genoemd. Deze waarde kan, afhankelijk van het doel van het onderzoek, als triggerwaarde worden gehanteerd voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Besluit bodemkwaliteit De resultaten van de grondanalyses zijn in onderhavig onderzoek (indicatief) getoetst aan het Besluit bodemkwaliteit (Bbk). Binnen het Besluit bodemkwaliteit worden de volgende kwaliteitsklassen voor grond onderscheiden: AW2000 (landbouw/natuur); Wonen; Industrie; Niet Toepasbaar. Asbest De interventiewaarde voor asbest is in de Circulaire bodemsanering vastgesteld op 100 mg/kg gewogen (serpentijnasbestconcentratie vermeerderd met 10 maal de amfiboolasbestconcentratie). Dit is gelijk aan de hergebruikswaarde volgens de Regeling bodemkwaliteit.

11/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) Sinds 8 juli 2019 is middels een kamerbrief het tijdelijk handelingskader voor PFAS van kracht waarmee onderzoek naar PFAS-componenten een verplicht aanvulling is geworden bij grondverzet en waterbodemonderzoek. De analyseresultaten zijn getoetst aan het Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (geactualiseerde versie van 29 november 2019). De toetsingsnormen voor PFAS zijn opgenomen bij het toetsingsresultaat in bijlage 5. Ernst en spoed Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan voor 1 januari 1987 (voor asbest voor 1 juli 1993) geldt het volgende. Er is sprake van een geval van ernstige verontreiniging indien voor ten minste één stof het gemiddelde gemeten gehalte van minimaal 25 m 3 bodemvolume in het geval van grondverontreiniging, of 100 m3 bodemvolume in het geval van een grondwaterverontreiniging, hoger is dan de interventiewaarde. Bij een verontreiniging met asbest in grond is het volumecriterium niet van toepassing en is bij overschrijding van de interventiewaarde direct sprake van een geval van ernstige verontreiniging. De spoedeisendheid van de sanering is afhankelijk van de actuele risico's van de ernstige verontreiniging voor de volksgezondheid, het ecosysteem en verspreiding via het grondwater. Indien geen sprake is van actuele risico's, dan hebben saneringsmaatregelen geen spoed.

Zorgplicht Voor bodemverontreinigingen die zijn ontstaan na 1 januari 1987 (voor asbest na 1 juli 1993) geldt het zorgplichtartikel (artikel 13 Wet bodembescherming). Hierin is bepaald dat een ieder die op of in de bodem handelingen verricht (als bedoeld in de artikelen 6 tot en met 11 van de Wet bodembescherming) en die weet of had kunnen weten dat door die handelingen de bodem kan worden verontreinigd, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem/haar kunnen worden gevergd om de bodem te saneren en de gevolgen van verontreiniging te beperken of zo veel mogelijk ongedaan te maken. De saneringsnoodzaak bij zorgplichtsaneringen is onafhankelijk van de ernst van de verontreiniging of de spoedeisendheid. Een overzicht van de toetsingsresultaten staat weergegeven in de volgende tabellen.

12/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Tabel 4: Toetsingsresultaten grond (Wet bodembescherming) (Meng)monster

Diepte

Zintuiglijke

met boringen

(m -mv)

waarnemingen

Analysepakket

> Achtergrond-

> Tussen-

> Interventie-

waarde

waarde

waarde

Weiland M31 (1,4,7 t/m 11, 28,29)

0,0 - 0,5

standaardpakket en PFAS

M32 (24,27,30,31, 44,59,60,61)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M33 (62,65,67,69 t/m 72)

0,0 - 0,5

standaardpakket en PFAS

M34 (2,5,14,15, 20,21)

0,0 - 0,5

standaardpakket en PFAS

M35 (3,12,13,16, 17,22,26,34 t/m 36)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M36 (25,32,33, 37,43, 46,55 t/m 58)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M37 (54,63,66, 68,73 t/m 78)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M38 (18,19,23,38, 40 t/m 42,48)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M39 (45,47,49 t/m 52,64,80,81,82)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M40 (1,2,5,6)

0,5 - 1,0

standaardpakket en PFAS

M41 (4,24,27)

0,5 - 1,0

standaardpakket

M42 (44,65,67)

0,5 - 1,2

standaardpakket

M43 (22,26)

0,3 - 1,0

standaardpakket

M44 (25,43,46)

0,3 - 1,0

standaardpakket

M45 (63,66,68)

0,5 - 1,2

standaardpakket

M46 (23,42,47)

0,5 - 1,0

standaardpakket

M47 (64)

0,6 - 0,8

standaardpakket

PAK

: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde

13/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Tabel 4 (vervolg): Toetsingsresultaten grond (Wet bodembescherming) (Meng)monster

Diepte

Zintuiglijke

met boringen

(m -mv)

waarnemingen

Analysepakket

> Achtergrond-

> Tussen-

> Interventie-

waarde

waarde

waarde

Rondom bebouwing M51 (101,102,104, 115,116,124)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M52 (105,107,108, 121,122)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M53 (103,109,110, 112,114,118,123)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M54 (101,102,103, 104,106)

0,4 - 1,1

standaardpakket

zink

Dammen brokken baksteen en beton, sporen aardewerk

standaardpakket en PFAS

M1 (D1)

0,0 - 1,0

M2 (D3,D5,D6)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M3 (D1)

1,0 - 1,4

standaardpakket

cadmium

Puinpad (zeer) zwak baksteenhoudend

standaardpakket en PFAS

M11 (P4,P5,P6)

0,0 - 0,5

M12 (P1,P7,P8)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M21 (G1 t/m G4)

0,0 - 0,5

standaardpakket

M22 (G2)

0,5 - 1,5

standaardpakket

Gedempte sloot

: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde

Tabel 5: Toetsingsresultaten waterbodem Mengmonster

Zintuiglijke

met slibsteken

waarnemingen

M61 (S1 t/m S10)

zwak slibhoudend, laagjes slib

M62 (S11 t/m S20)

Analysepakket

Toepassen in

landbodem

Verspreidbaar aangrenzende percelen

oppervlaktewater

Verspreiden in zoet oppervlaktewater

standaardpakket en PFAS

Altijd toepasbaar

Verspreidbaar

Altijd toepasbaar

Verspreidbaar

standaardpakket

Industrie

Verspreidbaar

Klasse A

Verspreidbaar

Toepassen op

14/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Tabel 6: Toetsingsresultaten grondwater (Wet bodembescherming) Peilbuis

Filterdiepte

Zintuiglijke

(m -mv)

waarnemingen

Analysepakket

> Streefwaarde

> Tussen-

> Interventie-

waarde

waarde

Weiland 1

1,5 - 2,5

standaardpakket

naftaleen

2

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

3

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, koper

4

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

22

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

23

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, koper, naftaleen

24

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

25

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, koper, naftaleen

42

1,5 - 2,5

standaardpakket

naftaleen

43

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

44

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, koper, zink, naftaleen

45

1,5 - 2,5

standaardpakket

naftaleen

63

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

64

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, naftaleen

65

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, koper, naftaleen

66

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, koper

barium

koper

Rondom bebouwing 101

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium

102

1,5 - 2,5

standaardpakket

barium, xylenen, naftaleen

: Geen zintuiglijke waarnemingen / geen van de onderzochte parameters overschrijdt de betreffende toetsingswaarde

15/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Tabel 7: Gewogen gehalten asbest (grove + fijne fractie) (Meng)monster met inspectiegat(en) Fijne fractie

Traject (m -mv)

Zintuiglijke waarnemingen

Gewogen gehalte asbest in mg/kg d.s. Grove fractie (>20mm)

Grove fractie

Fijne fractie (<20 mm)

Fijne + grove fractie

M4 (D1)

0,0 - 0,7

brokken baksteen en beton, sporen aardewerk

< 0,4

< 0,4

M13 (P5)

0,0 - 0,5

zwak baksteenhoudend

< 0,4

< 0,4

77

1.321

< 0,6

< 0,6

M72 (A102)

M71 (A102)

M73 (A104 t/m A109)

1.517

4.2

0,0 - 0,5 0,0 - 0,5

1.244

Geen zintuiglijke waarnemingen / niet onderzocht Overschrijding interventiewaarde

Interpretatie

Weiland - grond Zintuiglijk zijn bij geen van de boringen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. In de mengmonsters van de bovengrond (M31 t/m M39) is bij één mengmonster een gehalte boven de achtergrondwaarde gemeten (PAK). Verder zijn in zowel de bovengrond als in de ondergrond (mengmonsters M40 t/m M47) geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen. In de bovengrond zijn gehalten aan PFOS en PFOA boven de detectiegrens maar beneden de achtergrondwaarde gemeten en in de ondergrond blijven de gehalten aan PFAS allen beneden de detectiegrens. Rondom bebouwing Haakswold 11 - grond Zintuiglijk zijn bij geen van de boringen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op het voorkomen van een bodemverontreiniging. In één van de drie mengmonsters van de bovengrond is een licht verhoogd gehalte aan zink aangetroffen. Verder zijn in zowel de boven- als ondergrond (M51 t/m M54) geen gehalten boven de toetsingswaarden gemeten. Dammen Op de onderzoekslocatie zijn vijf dammen aangetroffen. Enkel ter hoogte van asbestinspectiegat D1 zijn bodemvreemde bijmengingen met baksteen, beton en aardewerk aangetroffen (0,0 1,0 m -mv). In het mengmonster van de geroerde grond met baksteen, beton en aardewerk ter hoogte van dam D1 (M1) en in de bovengrond bij de overige drie dammen (M2) zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond.

In de zintuiglijk schone ondergrond bij dam D1 (M3; 1,0 - 1,4 m -mv) overschrijdt het gehalte aan cadmium de achtergrondwaarde.

16/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

In het mengmonster van de geroerde grond met baksteen, beton en aardewerk ter hoogte van dam D1 is geen asbest in de fijne fractie aangetroffen (M4). In het mengmonster van de geroerde grond met baksteen, beton en aardewerk ter hoogte van dam D1 zijn gehalten aan PFOS en PFOA boven de detectiegrens maar beneden de achtergrondwaarde gemeten (M1). Puinpad Bij de uitgevoerde asbestinspectiegaten is bij P4, P5 en P6 sprake van een (zeer) lichte bijmenging met baksteen. Bij de overige asbestinspectiegaten zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen. In de bovengrond van het puinpad zijn zowel in de licht baksteenhoudende grond (M11) als in de zintuiglijk schone grond (M12) geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetoond. In het mengmonster van de licht baksteenhoudende bovengrond (P5) is geen asbest in de fijne fractie aangetroffen (M13). In de bovengrond van het puinpad zijn in de licht baksteenhoudende grond (M11) geen gehalten aan PFAS boven de detectiegrens gemeten. Gedempte sloot Ter hoogte van de gedempte sloot zijn zintuiglijk geen waarnemingen gedaan die duiden op een bodemverontreiniging of demping met bodemvreemd materiaal. Waarschijnlijk is de sloot destijds gedempt met gebiedseigen grond. Enkel opvallend is dat bij boring G2 de humeuze grondlaag veel dikker is dan bij de overige boringen ter hoogte van de demping en het weiland.

Mogelijk is hier sprake van de demping. In zowel het mengmonster van de bovengrond als in de humeuze ondergrond bij boring G2 (mengmonsters M21 en M22) zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde aangetroffen. Sloten In de twee sloten gelegen ter hoogte van het weiland (slibsteken S1 t/m S10) is een dunne zandlaag vermengd met slib aanwezig (5 t/m 27 cm dikte). In de sloot ter hoogte van Haakswold 11 (slibsteken S11 t/m S20) is geen slib en/of slibbijmenging waargenomen. In het mengmonster van de top van de waterbodem met slibresten (M61) zijn geen overschrijdingen van de achtergrondwaarden gemeten. Vrijkomende waterbodem uit de sloten ter plaatse van het weiland kan zonder beperkingen elders worden toegepast. In de slibhoudende waterbodem (M61) zijn geen gehalten aan PFAS boven de detectiegrens gemeten. In het mengmonster van de top van de waterbodem ter hoogte van Haakswold 11 (M62) zijn verhoogde gehalten aan zink, PCB en minerale olie gemeten. Bij vrijkomen kan de zandgrond op de kant worden verwerkt. Bij toepassing elders op de landbodem is sprake van de kwaliteitsklasse industrie. Grondwater In het grondwater verspreid over het gehele weiland en ter hoogte van Haakswold 11 zijn licht verhoogde concentraties barium, koper, zink, xylenen en/of naftaleen aangetroffen. Waarbij in

17/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

het grondwater uit peilbuis 1 (weiland) de concentratie barium de tussenwaarde overschrijdt en in het grondwater uit peilbuis 45 (weiland) overschrijdt de concentratie koper de tussenwaarde. De overige onderzochte parameters zijn niet aangetoond in gehalten die de streefwaarde overschrijden. In ondiep grondwater worden zware metalen (waaronder barium, koper en zink) vrij regelmatig aangetroffen in concentraties die de toetsingswaarden overschrijden. Er is in deze gevallen doorgaans sprake van een van nature verhoogde achtergrondwaarde. Gezien het onverdachte karakter van de locatie, de afwezigheid van verhoogde gehalten aan metalen in de grond (op twee mengmonsters na waar geringe overschrijdingen van de achtergrondwaarde in de bovengrond zijn gemeten), het feit dat in alle peilbuizen verhoogde concentraties voor metalen voorkomen en de lage pH waardoor metalen eerder in oplossing gaan, gaan wij ervan uit dat dat ook hier het geval is en de licht tot matig verhoogde concentraties barium, koper en zink behoeven derhalve niet nader te worden onderzocht. De gemeten overschrijdingen van de streefwaarde in het grondwater voor wat betreft naftaleen en xylenen zijn dermate gering en in dergelijke lage concentraties vrij algemeen, dat zij geen aanleiding geven tot verder onderzoek.

Asbestplaat aan maaiveld Ter hoogte van de sloot bij Haakswold 11 is een grote asbestverdachte plaat half in de grond en half aan maaiveld aangetroffen; deze plaat is niet bemonsterd en/of verwijderd. Bij het graven van de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 op deze plek zijn diverse kleine stukjes asbestverdacht plaatmateriaal in de grond aangetroffen (0,0 - 0,5 m -mv; circa 400 tot 700 gram verdacht plaatmateriaal) die zijn bemonsterd voor zover aanwezig in de asbestinspectiegaten. Ter bepaling van de omvang van de verontreiniging met asbest in de grond zijn rondom deze drie gaten de afperkende asbestinspectiegaten A104 t/m A109 gegraven waarbij geen verdachte plaatmaterialen in de grond zijn waargenomen. Het bemonsterde plaatmateriaal in gat A102 (meeste verdachte plaatmaterialen aangetroffen; 668 gram; M71) blijkt daadwerkelijk asbesthoudend (10-15% hechtgebonden chrysotiel). Daarnaast is in asbestinspectiegat A102 een gehalte aan asbest van 77 mg/kg d.s. in de fijne fractie aangetroffen (M72). Voor de grove en fijne fractie tezamen is in asbestinspectiegat A102 een ruime overschrijding van de interventiewaarde voor asbest aangetroffen.

Gezien de gemeten gehalten aan asbest in zowel de fijne als grove fractie bij asbestinspectiegat A102 en het aangetroffen plaatmateriaal in de asbestinspectiegaten A101 en A103 mag er van uit worden gegaan dat tevens bij de asbestinspectiegaten A101 en A103 sprake is van een ruime overschrijding van de interventiewaarde voor asbest. In de afperkende asbestinspectiegaten A104 t/m A109 is zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest aangetroffen. De verontreiniging met asbest is daarmee beperkt tot de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 (oppervlakte van circa 4 m2; bodemvolume van circa 2 m3). Het voorkomen van asbest boven de interventiewaarde in de bovengrond is weergegeven op de tekening in bijlage 2.2.

18/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Besluit bodemkwaliteit Indicatief getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit is voor alle geanalyseerde (meng)monsters van de boven- en ondergrond ter hoogte van het weiland, Haakswold 11, de dammen, de demping en het puinpad sprake van altijd toepasbare grond. Dit met uitzondering van de spot waar asbest boven de interventiewaarde is aangetroffen (asbestinspectiegaten A101 t/m A103). 4.3

Toetsing hypothese

Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "onverdacht" voor het weiland formeel dient te worden verworpen. De gemeten overschrijdingen van de achtergrond-, streef- en tussenwaarde zijn echter dermate gering en/of bovendien mogelijk van natuurlijke oorsprong (barium, koper en zink in grondwater), dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Uit het voorgaande blijkt dat de hypothese "verdacht" voor het gebied ter hoogte van de bebouwing aan Haakswold 11 en ter hoogte van de dammen kan worden aanvaard. De gemeten overschrijdingen van de achtergrond- of streefwaarde zijn echter dermate gering en bovendien mogelijk van natuurlijke oorsprong (barium in grondwater), dat zij vanuit milieukundig oogpunt geen bezwaar vormen. Nader onderzoek op deze verdachte terreindeel is daarom niet noodzakelijk. Voor wat betreft het puinpad en de gedempte sloot zijn de verwachte stoffen niet aangetroffen.

asbest ter plaatse van de dammen en het puinpad kan worden verworpen. In de grond is geen asbest boven de detectielimiet aangetoond. De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. asbest ter hoogte van de asbestverdachte plaat bij de sloot ter plaatse van Haakswold 11 kan worden aangenomen. In de bovengrond bij de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 is een gehalte aan asbest boven de interventiewaarde gemeten (zowel in de grove als in de fijne fractie). In de slibhoudende waterbodem in de sloten ter plaatse van het weiland zijn geen gehalten boven de achtergrondwaarde gemeten; bij vrijkomen is de waterbodem altijd toepasbaar. In de waterbodem in de sloot bij de bebouwing van Haakswold 11 is sprake van kwaliteitsklasse industrie (toepassen op de landbodem) en klasse A (toepassen in oppervlaktewater); de waterbodem is verspreidbaar op de kant langs de sloot.

19/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

5 5.1

Geval van bodemverontreiniging

In de Wet bodembescherming (artikel 1) is een geval van bodemverontreiniging gedefinieerd als grondgebieden die vanwege die verontreiniging, de oorzaak of de gevolgen daarvan in techn Voor de aangetroffen verontreiniging met asbest in een gehalte boven de interventiewaarde geldt dat sprake is van organisatorische, technische en ruimtelijke samenhang. Er is daarmee sprake van één geval van bodemverontreiniging. 5.2

Saneringsnoodzaak

Opgemerkt wordt dat bij onderhavig geval niet vastgesteld kan worden wanneer de verontreiniging met asbest is ontstaan (vòòr of na 1993). Conform de HUM Wbb (Handhavingsuitvoeringsmethode Wet bodembescherming (landbodems), versie 7.5 d.d. 14 oktober 2010) is in dergelijk gevallen de saneringsregeling van toepassing die geldt voor oude verontreinigingen. Als vaststaat dat de verontreiniging voor 1993 is ontstaan dan dient sanering volgens de regeling voor oude verontreinigingen plaats te vinden (conform de HUM Wbb (Handhavingsuitvoeringsmethode Wet bodembescherming (landbodems), versie 7.5 d.d. 14 oktober 2010). Omdat sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde voor asbest, is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging (volumecriterium voor een bodemverontreiniging met asbest is niet van toepassing bij het vaststellen van de ernst). 5.3

Noodzaak tot spoedige sanering

De bepaling van de eventuele risico's als gevolg van de aanwezigheid van de asbestspot is uitgevoerd conform het protocol asbest opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013. De verontreiniging met asbest is aanwezig in de bovenste 0,5 meter van de bodem ter plaatse van een volledig met gras begroeid terreingedeelte waar vooralsnog geen graafwerkzaamheden worden uitgevoerd. Op basis daarvan is geen sprake van onaanvaardbare risico's en is sanering niet spoedeisend. Bij een wijziging van het huidige gebruik kunnen de conclusies uit de bovenstaande bepaling veranderen. Aanbevolen wordt de bepaling bij een wijziging in gebruik opnieuw uit te voeren.

20/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

6 6.1

Conclusies

In opdracht van Samenwerkingsorganisatie De Wolden Hoogeveen heeft Lievense Milieu B.V. een verkennend asbest- en (water)bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold. De aanleiding voor dit onderzoek wordt gevormd door de voorgenomen herinrichting van de locatie. Om de herinrichting en grondverzet mogelijk te maken is inzicht in de bodemkwaliteit noodzakelijk. Uit het onderzoek blijkt het volgende: ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11 is op één plek asbestverdacht plaatmateriaal gedeeltelijk aan maaiveld en gedeeltelijk in de grond aangetroffen; ter hoogte van de dammen zijn bij asbestinspectiegat D1 brokken baksteen en beton en sporen aardewerk aangetroffen in de bovenste meter (0,0 - 1,0 m -mv). Ter hoogte van het puinpad is de bovengrond tot 0,3 à 0,5 m -mv bij de asbestinspectiegaten P4, P5 en P6 (zeer) licht baksteenhoudend. Verder zijn geen waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de mogelijke aanwezigheid van bodemverontreiniging; bij de sloten in het weiland is een dunne zandlaag van 5 tot 27 cm met laagjes slib aangetroffen. Bij de sloot bij de bebouwing aan het Haakswold 11 is geen slibbijmenging waargenomen; in de bovengrond ter hoogte van het weiland en ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11 zijn in slechts twee mengmonsters gehalten aan PAK of zink boven de achtergrondwaarde gemeten.

Verder zijn in zowel boven- als ondergrond voor geen van de onderzochte parameters gehalten boven de achtergrondwaarde gemeten; ter hoogte van het puinpad en de gedempte sloot zijn in de grond geen gehalten boven de achtergrondwaarde gemeten. Ter hoogte van het puinpad is geen asbest boven de detectiegrens aangetroffen (fijne fractie); ter hoogte van de dammen is in de ondergrond een licht verhoogd gehalte aan cadmium aangetoond; in de bovengrond zijn geen verhoogde gehalten gemeten. Ter hoogte van de meest verdachte dam is geen asbest boven de detectiegrens aangetroffen (fijne fractie) indicatief getoetst aan de normen uit de Regeling bodemkwaliteit is voor alle geanalyseerde (meng)monsters van de boven- en ondergrond sprake van altijd toepasbare grond; in de bovengrond zijn plaatselijk gehalten aan PFOS en PFOA boven de detectiegrens maar beneden de achtergrondwaarden gemeten. In de ondergrond en in de waterbodem blijven de gehalten aan PFAS allen beneden de detectiegrens; ter hoogte van de sloot bij Haakswold 11 is sprake van een asbestspot met gehalten ruim boven de interventiewaarde in de bovengrond (oppervlakte van circa 4 m2; bodemvolume van circa 2 m3).

Er is sprake van een historisch geval van ernstige bodemverontreiniging; in het grondwater verspreid over de gehele locatie zijn over het algemeen licht verhoogde concentraties barium, koper, zink, xylenen en/of naftaleen gemeten. In het grondwater uit twee peilbuizen zijn matig verhoogde concentraties barium of koper aanwezig (naar alle waarschijnlijkheid van nature verhoogde achtergrondwaarden).

21/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

6.2

Aanbevelingen

Voorafgaand aan een eventuele grondsanering van het asbest ter hoogte van de asbestinspectiegaten A101 t/m A103 dient een BUS-melding Immobiel te worden gedaan. Deze BUSmelding wordt bij het bevoegd gezag ingediend (provincie Drenthe) en na instemming kan de grondsanering worden uitgevoerd. De sanering dient te worden uitgevoerd door een BRL7001 gecertificeerde aannemer en onder milieukundige begeleiding van een BRL6001 gecertificeerde milieukundig begeleider. In de opstallen aan Haakswold 11 is vermoedelijk asbest aanwezig en in de loods ten zuiden van de boerderij zijn op de verharding diverse asbestverdachte plaatmaterialen waargenomen. Er is in onderhavig onderzoek geen asbestonderzoek uitgevoerd ter hoogte van de bebouwing aan de Haakswold 11. In verband met de geplande sloop en verbouwing van de opstallen dient nog een asbestinventarisatie van de gebouwen te worden uitgevoerd. Als daadwerkelijk sprake is van asbesthoudende opstallen wordt aanbevolen gezien het feit dat asbestverdachte materialen op de verharding in de loods zijn waargenomen, na de beoogde sloop van de opstallen en de handpicking een verkennend asbestonderzoek uit te laten voeren (eventuele druppelzone en ter plaatse van het aantreffen van asbesthoudende plaatmaterialen op de bodem).

Er gelden wettelijke beperkingen bij het verplaatsen en elders toepassen van grond, die kunnen leiden tot extra kosten. Derhalve wordt aanbevolen bij grondverzet zoveel mogelijk grond op de locatie te hergebruiken. Indien bij eventuele graafwerkzaamheden op deze locatie grond vrijkomt, die elders zal worden hergebruikt, is het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. Ten aanzien van het Besluit bodemkwaliteit is de gemeente het bevoegd gezag.

22/22 | Verkennend (water)bodemonderzoek Haakswold 11 e.o. te Ruinerwold | SOL011435 | 8 april 2020 Definitief (versie 2)

Bijlage 1 Regionale ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 2.1 Situatietekening onderzoekslocatie Bijlage 2.2 Situatietekening onderzoekslocatie (Haakswold 11) Bijlage 3 Profielbeschrijvingen Bijlage 4 Analysecertificaten grond, grondwater, waterbodem en asbest Bijlage 5 Getoetste analyseresultaten en toetsingswaarden Bijlage 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11604615/1