2025 Rekenkamer De Wolden - Rapport inwonerparticipatie De Wolden (2025)
Tekst van het document
Voor de Toekomstvisie had een groot participatietraject plaatsgevonden, dus de participatiebijeenkomsten voor de Woon(zorg)visie moesten verdiepend zijn en er moest doelmatig met de tijd en energie van participanten worden omgesprongen. Vanuit de raad werd niet veel sturing meegegeven wat betreft het participatietraject. Volgens de betrokken beleidsambtenaar is bij iedere activiteit steeds gecommuniceerd hoe het traject van de totstandkoming van de Woon(zorg)visie eruit zag en hoe de activiteit paste binnen het traject. Om participanten op de hoogte te houden van het proces zijn contactgegevens geregistreerd en zijn betrokken geïnformeerd tot en met de besluitvorming in de raad.
26
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
De woonavond was volgens de betrokken beleidsambtenaar vooral belangrijk om input van inwoners te krijgen over hun voorkeuren. Een aantal ingebrachte onderwerpen zijn teruggekomen in de Woon(zorg)visie, bijvoorbeeld de mogelijkheid van erfdelen (het splitsen van erven ten behoeve van meerdere woningen). Een aandachtspunt volgens de betrokken beleidsambtenaar is de representativiteit van de participanten. De deelnemers aan de woonavond waren relatief oud, maar door de tijdsdruk was er onvoldoende tijd om ook genoeg jongere inwoners te betrokken. Bij de toekomstvisie was al wel meer nadruk gelegd op het perspectief van jongeren, en die input is ook meegenomen bij de Woon(zorg)visie. De betrokken beleidsambtenaar kijkt positief terug op het doorlopen traject. Ook de reacties van participanten waren positief. Wel blijven ontwikkelaars wijzen op de prijsgrenzen. Ontwikkelaars voorzien dat het wellicht moeilijk is om woningen binnen die grenzen te realiseren, maar hebben ook begrip voor de keuzes die in de Woon(zorg)visie daarover zijn gemaakt. Participanten Voor deze casus hebben we twee participanten gesproken. De twee gesprekspartners waren professionals in de woonsector en namen deel aan de rondetafelgesprekken. We hebben geen inwoners kunnen spreken die deelnamen aan de woonavond.
De betrokken beleidsambtenaar had wel contactgegevens van deelnemers, maar het was onduidelijk of die gegevens in het kader van dit onderzoek met de onderzoekers konden worden gedeeld. We hebben wel de contactgegevens van de voorzitter van een dorpsbelangenvereniging gekregen die aan het traject had deelgenomen, maar deze participant kon ons niet te woord staan. We hebben wel de vervanger van de voorzitter gesproken, maar die had geen directe ervaringen met het participatietraject in het kader van de woon(zorg)visie. We hebben geen andere namen doorgekregen van inwoners die deelnamen aan de woonavond. Beide gesprekspartners zijn benaderd voor deelname aan de rondetafelgesprekken vanwege hun kennis van de woningmarkt in gemeente De Wolden. Een van de gesprekspartners vindt dat goed is uitgelegd wat het doel en de scope van de bijeenkomst was. Ook is deze gesprekspartner positief over het verslag dat achteraf is opgesteld en nadien onder deelnemers werd verspreid. De gesprekspartner is op de hoogte te houden van de behandeling van het beleid in de gemeenteraad. Wel geeft de gesprekspartner aan dat het rondetafelgesprek zich snel toespitste op de prijzen van toekomstige woningbouw, omdat er vooral makelaars aan tafel zaten.
De gesprekspartner die geen makelaar was vond het moeilijk om in dat gesprek over de prijzen de eigen punten onder de aandacht te brengen en heeft ook het idee dat die daarom niet helemaal goed zijn meegenomen. De andere gesprekspartner kijkt niet positief terug op het participatietraject. Dit heeft onder meer te maken dat tijdens het eerste rondetafelgesprek voor deze gesprekspartner duidelijk werd dat de gemeente een extern bureau uit het midden van het land had ingeschakeld dat onderzoek had gedaan naar de woningmarkt in De Wolden. 15 De bevindingen van dit onderzoek werden gepresenteerd tijdens het rondetafelgesprek, maar waren volgens de gesprekspartner achterhaald. Dit werd door verschillende deelnemers volgens gesprekspartner aangegeven, maar in de uiteindelijke Woon(zorg)visie zijn toch de cijfers over prijzen van het externe 15 De ambtelijke organisatie geeft aan dat in het kader van dat woningmarktonderzoek, dat voorafgaand aan de woon(zorg)visie
is uitgevoerd, ook participatie (o.a. een online enquête, gesprekken met lokale makelaars en dorpsbelangenorganisaties) heeft plaatsgevonden.
27
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
bureau overgenomen. 16 Gesprekspartner had het gevoel dat de Woon(zorg)visie “met stoom en kokend water” tot stand moest komen, waardoor er volgens de deelnemer wellicht te weinig is gedaan met de inbreng van de woonpartners. Deze gesprekspartner had het gevoel dat de rondetafelgesprekken ‘voor de vorm’ werden gehouden. Gesprekspartner is door de teleurstelling afgehaakt en weet ook niet hoe de Woon(zorg)visie in de raad is behandeld. Volgens deze gesprekspartner was het beter geweest als de woonpartners in een eerder stadium waren betrokken. 4.2.4 Observaties Op basis van de bevindingen kunnen de volgende observaties worden gedaan: —
—
—
—
De Woon(zorg)visie moest binnen een korte tijd tot stand komen. Ondanks de korte doorlooptijd heeft de gemeente inwoners en organisaties betrokken bij het opstellen van de nieuwe Woon(zorg)visie. Bij de opzet en uitvoering van het participatieproces heeft de gemeente de expertise van een extern bureau ingeschakeld. Inwoners en woonpartners zijn in een vroegtijdig stadium betrokken bij de totstandkoming van de Woon(zorg)visie. Een van de participanten merkte desondanks op dat het beter was geweest als de woonpartners nog eerder betrokken waren. De ambtelijke organisatie geeft aan dat woonpartners ook in de voorfase, namelijk bij de totstandkoming van het woon(behoefte)onderzoek, zijn betrokken. Daarnaast waren relatief veel ouderen aanwezig bij de woonavond en gaf een van de participanten aan dat bij een van de rondetafelgesprekken vooral makelaars aanwezig waren; het betrekken van verschillende doelgroepen in het participatieproces is benoemd als aandachtspunt. Op basis van de verstrekte informatie lijkt de communicatie naar participanten over het doel van de bijeenkomsten en de terugkoppeling duidelijk. De twee participanten aan de rondetafelgesprekken hebben een verschillend beeld over of de gemeente duidelijk communiceerde wat er met hun inbreng zou gebeuren. Een van de participanten beoordeelde de communicatie duidelijk en de andere participant niet.
Beide participanten aan de rondetafelgesprekken hebben niet het idee dat hun inbreng goed tot hun recht is gekomen in de uiteindelijke Woon(zorg)visie. Omdat de participanten beperkt zicht hebben op het volledige participatietraject, is dit beeld niet zomaar door te trekken naar de ervaringen van alle participanten. De projectleider heeft namelijk ook veel positieve reacties ontvangen op de conceptnota. In de discussienotitie en de uiteindelijke Woon(zorg)visie is duidelijk toegelicht hoe de Woon(zorg)visie tot stand is gekomen. In de discussienotitie is daarnaast een participatieverslag opgenomen en zijn de belangrijkste discussiepunten uitgewerkt. Deze discussiepunten/beleidskeuzes zijn in de raad besproken. De raad is op verschillende momenten tijdens het proces van de totstandkoming van de Woon(zorg)visie geïnformeerd over het proces, de wijze waarop invulling zou worden gegeven aan participatie en de opbrengsten van het participatieproces.
4.3 Nota Volksgezondheid
16 De ambtelijke organisatie geeft aan dat de inbreng van participanten wel is meegenomen, omdat de prijzen uit het woon(be-
hoefte)onderzoek wel zijn verhoogd en de verdeling tussen segmenten (betaalbaar, middelduur en duur) is gewijzigd.
28
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
4.3.1 Context van de casus In 2020 werd de landelijke nota gezondheidsbeleid 2020-2024 gepubliceerd. Gemeenten kregen vervolgens twee jaar de tijd om een gemeentelijke nota volksgezondheid vast te stellen. Daarnaast was de nota volksgezondheid die er in de gemeente was verouderd. Dit was de aanleiding om een nieuwe nota volksgezondheid op te stellen. In september 2021 heeft gemeente de Wolden het Volksgezondheidsbeleid 2022 – 2025 inclusief uitvoeringsprogramma vastgesteld. Tijdens de totstandkoming van de nieuwe nota volksgezondheid loopt ook het proces rondom de herijking van het sociaal domein. Het participatietraject voor de totstandkoming voor de herijking van het sociaal domein en de nota volksgezondheid worden daarom samen opgepakt. In de eerste instantie zou er ook één nota komen, maar omdat het onderdeel volksgezondheid zo groot werd is besloten daar een aparte nota van te maken. Ten tijde van het schrijven van de nota volksgezondheid komt ook het nationaal preventieakkoord tot stand, met daarbij het verzoek aan gemeenten om ook zelf een preventieakkoord te maken. De input uit het participatietraject voor de lokale preventieakkoorden wordt daarom ook gebruikt voor de nota volksgezondheid. 4.3.2 Verloop van het participatieproces In september 2020 wordt de raad geïnformeerd over het plan van aanpak over de herijking van het sociaal domein.
Vervolgens zijn eind 2020 een aantal bijeenkomsten in het kader van de herijking van het sociaal domein en de nota volksgezondheid. Uit de documentenstudie blijkt dat er een uitnodiging is verstuurd voor deze bijeenkomst, maar niet aan wie deze uitnodiging is gericht. De bijeenkomsten worden georganiseerd door een extern bureau. De eerste online sessie staat in het teken van de zorgafnemer en wordt georganiseerd op 17 november 2020. Bij deze bijeenkomst zijn uitsluitend zorgafnemers uit gemeente De Wolden of hun vertegenwoordigers en afgevaardigden van verschillende cliëntenraden aanwezig. Er hebben zich zeven deelnemers aangemeld. In het procesverslag van de bijeenkomst valt te lezen dat de bijeenkomst anders verliep dan verwacht. De cliëntenraden uit het sociaal domein hebben de ochtend voorafgaand aan de bijeenkomst laten weten van mening te zijn te laat betrokken te zijn geweest bij de aangekondigde bezuinigingen. Dit had invloed op de sessie, aldus het verslag. Volgens het procesverslag voelden de cliëntenraden niet de ruimte om vrijuit te spreken en waren ze van mening dat meer cliënten aanwezig moesten zijn bij een dergelijke sessie. Er is toen in gezamenlijkheid besloten dat voortzetting van de sessie geen zin had. Vervolgens worden twee bijeenkomsten georganiseerd om input bij het sociale veld op te halen.
Uit de documentenstudie blijkt dat voor deze bijeenkomsten verschillende organisaties die actief zijn in het sociaal domein via de mail zijn uitgenodigd. De tweede bijeenkomst vindt plaats op 25 november 2020 en de derde bijeenkomst op 3 december 2020. Op de deelnemerslijst staan deelnemers vanuit het sociale veld, bestuurders en ambtenaren. Uit het procesverslag blijkt dat ‘om de kou uit de lucht te halen’ er voorafgaand aan de tweede bijeenkomst gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de cliëntenraden en het college van B&W. Daarbij is afgesproken dat de cliëntenraden zich tijdens de bijeenkomsten niet zouden focussen op de bezuinigingen. De opbrengst van de bijeenkomsten wordt vervolgens verwerkt in praatplaten en verslagen. In januari en februari 2021 worden drie themabijeenkomsten georganiseerd voor de lokale preventieakkoorden. Voor deze bijeenkomsten worden professionals en inwoners uitgenodigd. De uitkomsten van deze bijeenkomsten worden ook gebruikt voor de totstandkoming van de conceptnota volksgezondheid.
29
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
De conceptnota volksgezondheid wordt vervolgens voorgelegd aan partners van de gemeente. Op 3 februari 2021 wordt een raadsbijeenkomst georganiseerd. Tijdens deze bijeenkomst worden onder meer de uitkomsten van de werksessies besproken. Op 28 oktober 2021 stelt de raad de nota volksgezondheid inclusief het uitvoeringsprogramma unaniem vast. 4.3.3 Ervaringen Gemeente Binnen gemeente De Wolden is geen algemeen kader of een ‘toolkit’ voor het opzetten van participatietrajecten waar ambtenaren gebruik van kunnen maken. De vormgeving van een participatietraject vindt vaak plaats in afstemming met de teamleider en de betrokken wethouder. Bij het participatieproces in het kader van de totstandkoming van de herijking van het sociaal domein (waar de nota volksgezondheid op dat moment onderdeel van was) heeft de gemeente een extern bureau ingeschakeld. Voor de nota volksgezondheid was op zichzelf voldoende capaciteit en expertise aanwezig in de gemeente, maar dit traject werd meegenomen in de brede herijking van het sociaal domein. Die herijking was zo omvangrijk dat een bureau dat ervaring had met vergelijkbare trajecten ingeschakeld moest worden. Ook voor het organiseren van de bijeenkomsten in het kader van de preventieakkoorden heeft de gemeente gebruik gemaakt van een externe partij.
Vanuit het college van B&W werd aangegeven dat het van belang was dat professionals en inwoners zouden worden betrokken bij de totstandkoming van de nota volksgezondheid. Verder zijn er vanuit de raad en/of het college geen kaders meegegeven met betrekking tot de participatie. Volgens de betrokken beleidsambtenaar zijn bijna alle ideeën die tijdens de bijeenkomsten naar voren zijn gekomen ook verwerkt in de nota volksgezondheid. Er waren geen grote belangentegenstellingen en er kwamen in aanvulling op de speerpunten uit de landelijke nota volksgezondheid ook niet veel nieuwe aanvullingen. De ervaring van de betrokken beleidsambtenaar met dit traject is positief. Er is veel input opgehaald, en de reacties op de verwerking ervan in de conceptnota waren positief. Het valt de betrokken beleidsambtenaar op dat deelnemers aan participatietrajecten vaker professionals zijn dan particuliere inwoners. Participanten We hebben met vier participanten gesproken die we hebben gevraagd naar hun ervaring met het participatieproces. Eén van de vier gesprekspartners (een inwoner van gemeente De Wolden) heeft alleen deelgenomen aan de bijeenkomsten in het kader van de preventieakkoorden.
De tweede gesprekspartner (een inwoner van gemeente De Wolden/lid van een speeltuinvereniging) heeft niet deelgenomen aan de participatiebijeenkomsten voor de herijking van het sociaal domein, de nota volksgezondheid of de preventieakkoorden. De laatste gesprekspartner raakte pas betrokken toen de preventieakkoorden bijna klaar waren. Een andere gesprekspartner was vanuit een adviserende rol aan de gemeente erg betrokken bij het opstellen van de nota volksgezondheid, maar meer vanuit rol als klankbord dan vanuit een participerende rol. De adviseur begeleidde bijvoorbeeld ook een van de deelsessies. De laatste gesprekspartner nam vanuit een professionele rol bij een welzijnsorganisatie deel aan het participatieproces. Over het algemeen zijn gesprekspartners tevreden over het participatieproces. Uit de gesprekken blijkt dat het lastig is voor enkele gesprekspartners om de verschillende trajecten (herijking sociaal domein, nota volksgezondheid en preventieakkoorden) uit elkaar te houden. Dit
30
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
heeft wellicht ook te maken met het feit dat het al even geleden is dat het participatietraject heeft plaatsgevonden (2020/2021). De twee participanten die vanuit een professionele rol betrokken waren bij de totstandkoming van de nota volksgezondheid werkten al samen met de betrokken beleidsambtenaar en zijn op die manier bij het traject betrokken geraakt bij de totstandkoming van de nota volksgezondheid. Gesprekspartners zijn tevreden over het verloop van de bijeenkomsten, de communicatie daarover en de terugkoppeling. De bijeenkomsten vonden – vanwege corona – digitaal plaats en werden georganiseerd door een externe partij. Gesprekspartners geven aan dat digitale bijeenkomsten niet hun voorkeur hebben, maar dat dit niet anders kon in verband met corona. In paragraaf 4.3.2 is te lezen dat uit het verslag van het participatieproces blijkt dat cliëntenraden tijdens de eerste bijeenkomst in eerste instantie minder tevreden waren. Hierbij wordt opgemerkt dat deze bijeenkomst plaatsvond in de bredere context van de herijking van het sociaal domein en dus niet alleen betrekking had op de nota volksgezondheid. De twee gesprekspartners die vanuit hun professionele rol (bij een organisatie in het sociaal domein) bij de nota volksgezondheid betrokken waren, zijn tevreden met het eindresultaat van de nota volksgezondheid.
Over het algemeen zijn de lijnen uit de landelijke nota volksgezondheid ook gevolgd in het lokale beleid. Uit de bijeenkomsten die zijn georganiseerd in het kader van de preventieakkoorden is een werkgroep ontstaan. Gesprekspartners zijn positief over het feit dat het participatieproces ook een structureel vervolg heeft gekregen in de vorm van een werkgroep waar inwoners en professionals uit het sociaal domein aan deelnemen. 4.3.4 Observaties Op basis van de bevindingen kunnen de volgende observaties worden gedaan: —
—
— —
—
(Vertegenwoordigers van) zorgafnemers uit gemeente De Wolden zijn in een vroeg stadium uitgenodigd voor de eerste participatiebijeenkomst met als titel Stem van de zorgafnemer. Voor deze bijeenkomst waren zeven aanmeldingen van zorgafnemers en clientenraden. De totstandkoming van de nota volksgezondheid liep tegelijk met de totstandkoming van de herijking van het sociaal domein en de lokale preventieakkoorden. Voor de herijking sociaal domein, de nota volksgezondheid en de preventieakkoorden zijn bijeenkomsten georganiseerd, waarbij de gemeente een extern bureau heeft ingeschakeld. Alle gesprekspartners zijn positief over de communicatie tijdens het proces en de verslaglegging van de bijeenkomsten achteraf. Ook zijn alle gesprekspartners positief over het eindresultaat. Uit de bestudering van de documenten blijkt dat tijdens de eerste bijeenkomst met onder meer cliëntenraden, de cliëntenraden niet de ruimte voelden om vrijuit te spreken. Uit de reacties die in het procesverslag zijn te lezen, valt op dat er vragen waren over de kaders van het te volgen proces. De raad is aan het begin van het proces geïnformeerd over de aanpak van de herijking van het sociaal domein en is een aantal maanden later tijdens een raadsbijeenkomst geïnformeerd over onder meer de uitkomsten van de participatiebijeenkomsten.
4.4 Huus voor Sport en Cultuur (Wolderhuus)
31
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
4.4.1 Context van de casus De eerste plannen voor een nieuw Huus voor Sport en Cultuur in Zuidwolde vinden hun oorsprong in 2017. Dan ligt een collegevoorstel voor om de sporthal en gymzaal in Zuidwolde te renoveren of vervangen. De gemeenteraad besluit per amendement om een onderzoek te doen naar de haalbaarheid van een multifunctionele accommodatie (MFA) ter vervanging van die faciliteiten. Voor dat onderzoek wordt op 19 oktober 2017 een startnotitie in de raad goedgekeurd. Hierin wordt besproken dat er op het gebied van participatie nauw overlegd moet worden met huidige en mogelijke toekomstige gebruikers. Ook moet dorpsbelangen Zuidwolde op de hoogte worden gehouden. Direct omwonenden moeten worden geïnformeerd over het onderzoek en zij moeten input kunnen geven over de verkeersafwikkeling rondom de MFA. In 2018 is het haalbaarheidsonderzoek afgerond. In het voorjaar van 2019 besluit de gemeenteraad om onder begeleiding van adviesbureau ICS het project verder doorgang te laten vinden. Uiteindelijk wordt ‘het Wolderhuus’ op 29 juni 2024 geopend en in gebruik genomen. 4.4.2 Verloop van het participatieproces Het participatieproces kent verschillende fasen, waarbij de eerste stappen al in 2018 zijn gezet. In lijn met de startnotitie wordt in het kader van het haalbaarheidsonderzoek gesproken met de huidige en mogelijk toekomstige gebruikers.
In het plan dat bij de stukken voor de raad is gevoegd, is te lezen dat als stakeholders worden gezien: — de gebruikers van de sportzaal, gymzaal en tennishal; — het bestuur van MFA De Boerhoorn (de voormalige MFA in Zuidwolde); — de muziekvereniging; — het primair onderwijs. Daarnaast wordt nog gesproken over toekomstige gebruikers, zonder dat die bij naam worden genoemd. In ieder geval is daarbij gesproken met Biblionet Drenthe. Dorpsbelangen Zuidwolde wordt in gesprekken geïnformeerd over de plannen. Direct omwonenden worden betrokken bij de inrichting van de omgeving van het Wolderhuus. Tijdens keukentafelgesprekken wordt besproken hoe de verkeersstromen om de accommodatie en het terrein aan de wensen van deze omwonenden kunnen voldoen. In de presentaties en het Programma van Eisen (PvE) dat in 2019 in de raad wordt besproken, wordt niet uitgebreid ingegaan op het verloop en de opbrengsten van de gesprekken die zijn gevoerd. Wel is te lezen dat er breed draagvlak is voor een MFA. Daarbij wordt vermeld dat er “vele gesprekken zijn gevoerd met gebruikers en mogelijke deelnemers.
(…) Hiermee is bevorderd dat ambitie, visie, expertise en creativiteit van alle betrokkenen, inclusief direct omwonenden, optimaal in het eindresultaat tot hun recht komen.” 17 De raad besluit te kiezen voor het scenario met de MFA (en niet voor nieuwbouw en/of renovatie van de sporthal en nieuwbouw van de gymzaal). De toenmalige projectleider geeft in een interview dat het zwaartepunt van de inwonerparticipatie (in lijn met de startnotitie) bij gesprekken met stakeholders ligt. Op basis van een gestructureerde vragenlijst worden voor alle potentiële gebruikers de eisen en wensen in kaart gebracht. De projectleider geeft aan dat in de regel alle wensen van de partijen, overgenomen zijn” in het programma van eisen. Bij de wensen die niet kunnen worden overgenomen wordt uitgelegd waarom dat niet kan en wordt waar mogelijk een alternatieve oplossing gevonden. Zo wordt bijvoorbeeld de wens om een tennisaccommodatie binnen de MFA te bouwen niet 17 Raadsvoorstel Uitkomst haalbaarheidsonderzoek MFA Zuidwolde, 28 maart 2019, p. 9.
32
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
ingewilligd, maar wordt de bestaande tennishal naar aanleiding van de gesprekken wel grondig gerenoveerd. De participatie vanuit inwoners blijft beperkt tot een informatieavond met open uitnodiging voor alle inwoners van de gemeente, en daarnaast wordt Dorpsbelangen Zuidwolde actief betrokken geweest in deze fase. Vanuit de gesprekken met Dorpsbelangen worden onder meer de wensen van senioren in het dorp en van de biljartclub meegenomen in het programma van eisen. Ook met direct omwonenden worden nog aparte gesprekken gevoerd waarbij met name op de inrichting van de buitenruimte wordt ingegaan. Bij de bespreking van de kadernota 2020 (juni 2019), waarin de benodigde investering voor een nieuwe MFA is opgenomen, geeft de raad opdracht aan het college om een financiële risicoanalyse uit te voeren en een tijdspad voor de realisatie van de MFA op te stellen. Daarbij moeten beslis- en informatiemomenten voor het project en voor de gemeenteraad ook duidelijk worden. Op aangeven van de raad wordt ICS adviseurs gevraagd deze opdracht uit te voeren, omdat deze ruime ervaring had in het opzetten van vergelijkbare accommodaties. ICS voert als eerste stap een nieuwe ronde gesprekken met de belangrijkste stakeholders van de accommodatie, zodat het beeld uit het haalbaarheidsonderzoek nog kan worden bijgesteld op basis van eventuele actuele ontwikkelingen.
Deze stakeholders zijn de bestuurders van de beheerstichting van De Boerhoorn, Bibliotheek Zuidwolde, Stichting Welzijn De Wolden, Sporthalkantine Zuidwolde en Atlas Sport. Het bestuur van de beheerstichting treedt bij deze gesprekken ook op als vertegenwoordiger van de gebruikers van De Boerhoorn. Doordat er eerder bijeenkomsten zijn georganiseerd voor deze gebruikers, heeft de beheerstichting een goed beeld van de behoeften die spelen bij die groep. Daarmee is het bestuur voldoende in positie om namens haar gebruikers wensen en eisen over te brengen. In deze fase worden de gebruikers van de Boerhoorn daarom niet meer direct betrokken bij de gesprekken. De verschillende gesprekken van ICS met de stakeholders leiden niet tot grote aanpassingen. In het najaar van 2019 is de financiële analyse afgerond en wordt deze samen met het tijdspad voor realisatie van de plannen gepresenteerd. De gemeenteraad neemt hierop het besluit om het project door te laten gaan. De eerstvolgende stap waarbij participatie wordt toegepast is de selectie van een architect. Hiervoor wordt een selectiecommissie samengesteld waarin onder meer de direct omwonenden zitting mogen nemen en mee mogen beslissen. In het vervolg van het project wordt structureel overlegd met de toekomstige gebruikers. Het beheer (en eigendom) wordt uiteindelijk overgedragen aan beheerstichting Het Wolderhuus.
Hierin nemen in eerste instantie twee bestuursleden van de beheerstichting De Boerhoorn zitting. Deze nemen ook zitting in de selectiecommissie die de overige bestuursleden aantrekt en selecteert. Dit bestuur is aanspreek punt voor ICS en de gemeente waar het ging om verdere inrichting en aankleding van de accommodatie. Voor zover binnen de plannen mogelijk worden nieuwe ideeën nog meegenomen, bijvoorbeeld als het gaat om het inbouwen van een backstageruimte. 4.4.3 Ervaringen Het project is vanuit de gemeente door twee beleidsmedewerkers opgepakt. De eerste heeft het leeuwendeel van het traject voor zijn rekening genomen. Hij geeft aan dat vanuit het college altijd duidelijk is uitgesproken dat het belang van de inwoners voorop moest gaan. Dat is ook in de startnotitie iets concreter gemaakt en het was van belang dat zowel gebruikers van de te vervangen accommodaties, mogelijk nieuwe gebruikers en omwonenden betrokken
33
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
werden. Er waren verder geen volledig uitgewerkte eisen aan de participatie vanuit het college of de gemeenteraad. Bij de start van het traject heeft de beleidsmedewerker wel aan de hand van een door de organisatie ontwikkelde ‘menukaart’ 18 in het collegevoorstel aangegeven hoe inwoners en organisaties betrokken zouden worden in het traject. Dit bood enig houvast voor de medewerker, maar hier lag geen werkinstructie of richtlijn onder. De keuzes voor werkvormen voor participatie moest de ambtenaar zelf nemen. Dat was geen probleem omdat de gekozen methoden (zoals beschreven in 4.4.2) wat hem betreft erg voor de hand lagen. De selectie van stakeholders werd door alle partijen logisch gevonden, en dat direct omwonenden betrokken werden bij de inrichting van hun eigen leefomgeving was wat hem betreft ook logisch. Deze medewerker geeft aan vanuit de inwoners en stakeholders altijd positieve geluiden te hebben gehoord over hun betrokkenheid. Het zwaartepunt lag wat hem betreft in de haalbaarheidsstudie. Daarbij zijn zoals gezegd vrijwel alle wensen meegenomen, dan wel beargumenteerd afgewezen (waarvoor dan weer begrip was). Dit creëerde volgens hem een basis van vertrouwen en een goede verstandhouding met de stakeholders, die tijdens het hele traject in stand is gebleven. Deze ervaring wordt door zijn opvolger en door de projectleider vanuit ICS onderschreven.
Zij geven aan altijd goed in gesprek te zijn gebleven met de stakeholders vanuit de gedachte om waar mogelijk nog aan de wensen tegemoet te komen. Naast het ophalen van signalen, is door hen ook werk gemaakt om stakeholders maar ook andere inwoners van de gemeente te blijven informeren over de voortgang en verdere plannen binnen het project. Op een aantal momenten is de voortgang ‘gevierd’ met bijeenkomsten waarbij uitleg werd gegeven over wat er was gedaan en wat nog komen zou. Zo is getracht de betrokkenheid optimaal te houden. Een verbeterpunt dat ICS en de projectleider aankaarten is het feit dat het bestuur van de nieuwe beheerstichting vrij laat in functie is gekomen. Op dat moment lagen alle plannen al grotendeels vast, en daarmee ook de rol van de beheerstichting ten opzichte van de andere gebruikers. Participanten Een bestuurder van de beheerstichting onderschrijft dat punt. Hij legt uit dat het bestuur bij aantreden voor een aantal voldongen feiten kwam te staan. Zo is tijdens het project altijd het idee geweest dat gezamenlijke ruimtes voor de gebruikers (zoals de bibliotheek) makkelijk ‘geleend’ zouden kunnen worden. Het bestuur van de beheerstichting heeft echter het standpunt ingenomen dat extra ruimte gehuurd moet worden om zo de exploitatie rendabel te krijgen.
Ook is besloten om de horeca in eigen beheer te houden, terwijl in eerdere besprekingen het uitgangspunt was dat hier een externe partij voor zou worden gezocht. Als het bestuur eerder in stelling was gebracht om mee te denken over hoe de gebruikers zich tot elkaar en tot de centrale beheerstichting zou verhouden, dan waren deze koerswijzigingen niet nodig geweest. Gesprekspartners vanuit de Bibliotheek Zuidwolde herkennen dit punt. Zij geven aan dat zij bij het bepalen van de benodigde ruimte waren uitgegaan van gratis gebruik van een aantal gezamenlijke ruimtes. Als men had geweten dat dit uiteindelijk niet mogelijk zou zijn dan had men in de eerste fasen van het traject meer ruimte voor de bibliotheek zelf gevraagd. Overigens is dit wat hen betreft een klein verbeterpunt en onderstrepen ze vooral dat ze het hele traject vanaf de eerste planvorming als uiterst positief hebben ervaren. 18 Gemeente De Wolden, “Investeren in betrokkenheid”, burger- en overheidsparticipatie in De Wolden, 2011, p. 23.
34
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
Een gesprekspartner vanuit Dorpsbelangen heeft gemengde ervaringen met de participatietraject. Hij geeft aan dat Dorpsbelangen in de eerste fase van de haalbaarheidsstudie goed in contact was met de gemeente en dat de toen uitgesproken wensen goed zijn meegenomen. Na die eerste fase is de communicatie echter zeer beperkt gebleven. Dorpsbelangen is wel aanwezig geweest bij informatiebijeenkomsten voor het brede publiek, maar men vindt het jammer dat de vereniging niet meer als vertegenwoordiger namens de inwoners is benaderd of geïnformeerd. 4.4.4 Observaties Op basis van de bevindingen is een aantal belangrijke opmerkingen te maken: — Bij het project is als uitgangspunt door het college genomen dat het belangrijk is dat het belang van de inwoners voorop kwam te staan. — Hierbij is ervoor gekozen om de behoeften van inwoners vooral in kaart te brengen door in gesprek te gaan met de beoogde gebruikers van het Wolderhuus. Zij konden hun wensen duidelijk maken en deze zijn vrijwel volledig overgenomen bij de planvorming. Dat heeft de plannen uiteraard beïnvloedt, en draagvlak gecreëerd. — Met de direct omwonenden zijn daarnaast gesprekken gevoerd, met name om de inrichting van de buitenruimte (en dus hun woonomgeving) te bespreken. — Bredere participatie met alle inwoners van Zuidwolde of de gemeente is beperkt gebleven tot een aantal gesprekken met Dorpsbelangen.
Die werd geacht in positie te zijn om de wensen van de inwoners in beeld te hebben. Daarnaast zijn wel bijeenkomsten georganiseerd die een informerende insteek hadden. — Door het intensieve contact gedurende het traject is de communicatie over verwachte opbrengsten, proces en verwerking van inbreng goed geweest. — De participanten die we spraken zijn over het algemeen tevreden over de manier waarop zij hebben kunnen meedenken en meebeslissen over de opzet en invulling van het Wolderhuus. Eén partij was graag ook in een later stadium meer betrokken willen zijn. — Achteraf had de nieuwe beheerstichting beter eerder in positie kunnen worden gebracht.
35
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
5 Analyse
5.1 Inleiding In de voorgaande hoofdstukken hebben we het beleidskader en de beleidspraktijk in volle breedte van de organisatie beschreven en dit beeld verder uitgediept met drie casestudy’s. In dit hoofdstuk zetten we de bevindingen op een rij om tot een totaalbeeld te komen. Ten aanzien van de rol van de gemeenteraad zijn de volgende deelvragen beantwoord: 5. Op welke wijze zijn de rollen (kaderstelling, controle en volksvertegenwoordiging) van de gemeenteraad geborgd met betrekking tot het beleid en de uitvoering van inwoner participatie? 6. Hoe zien de raadsleden hun rol bij inwonerparticipatie en wordt er ook in overeenstemming met die rol gehandeld (representatief versus participatief)? 7. In hoeverre worden de uitkomsten van inwonerparticipatie meegenomen in beleidsen besluitvorming? We constateren dat kaderstelling vanuit de gemeenteraad door middel van overkoepelend beleid niet van toepassing is op de situatie in De Wolden. Dit beleid is verouderd en wordt niet meer gekend binnen bestuur of organisatie. Voor controle op inwonerparticipatie is de raad afhankelijk van goede informatie over de participatie binnen een beleidstraject. De kwaliteit van de informatievoorziening is niet geborgd in richtlijnen en wisselt daardoor per dossier.
Raadsleden die we spraken zouden op beide punten een betere rol willen pakken, maar hiervoor ontbreken afspraken over hoe dit kan worden ingericht. De uitkomsten van inwonerparticipatie worden doorgaans meegenomen in de besluitvorming voor zover ze in de raadsvoorstellen en beleidsstukken zijn verwerkt. Raadsleden wijken doorgaans niet af van de keuzes die hierin door het college worden gemaakt. In dit hoofdstuk wordt ook antwoord gegeven op de vraag: 8. In hoeverre zijn de huidige vormen van inwonerparticipatie doelmatig en doeltreffend? Doelmatigheid en doeltreffendheid is op veel manieren te meten. In paragraaf 5.3 is een aantal normen op dit gebied gebruikt om te kijken welke resultaten de gemeente bereikt op het
36
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
gebied van inwonerparticipatie. Het totaalbeeld is grotendeels positief. Er wordt tijdig en weloverwogen participatie georganiseerd. Verwachtingen worden goed gemanaged, al laat de communicatie over wat er precies met de inbreng gebeurt soms te wensen over. De tevredenheid van de participanten die we spraken is wisselend en hetzelfde geldt voor de effecten op het draagvlak. Wel worden de resultaten van participatie goed gebruikt voor aanpassing van beleid en/of uitvoering. In paragraaf 5.2 beoordelen we het beleid en de gestelde kaders. Paragraaf 5.3 beschrijft de analyse van de uitvoering, doelmatigheid en doeltreffendheid van inwonerparticipatie en in paragraaf 5.4 wordt een analyse gemaakt van de rol van de gemeenteraad in bij dit onderwerp.
5.2 Beleid en kaders Beleid is gewenst om duidelijkheid te bieden aan betrokkenen over de afweging en het doel om participatie in te zetten. Ten aanzien van het beleid hebben we in hoofdstuk 2 geconstateerd dat het overkoepelende participatiebeleid van gemeente De Wolden – de Beleidsnota Burgerparticipatie uit 2011 – niet meer actueel is, niet bij iedereen bekend is en ook niet leeft binnen de organisatie. Wel heeft de gemeente actueel beleid als het gaat om participatie op specifieke beleidsterreinen, zoals participatie in het sociaal domein (de Verordening cliënt- en burgerparticipatie sociaal domein) en participatie in het ruimtelijk domein (Beleidskader participatie Omgevingswet). Daarmee is De Wolden overigens geen uitzondering. Bij andere gemeenten hebben de onderzoekers vaker gezien dat overkoepelend participatiebeleid ontbreekt. In een recente metastudie naar rekenkameronderzoek over participatie is gebleken dat (heel) vaak aanbevelingen worden gedaan over het formuleren van beleid. 19 Uit de interviews blijkt dat participatie onderdeel is van de cultuur in gemeente De Wolden. De gemeente vindt het belangrijk dat inwoners worden meegenomen bij de ontwikkeling van nieuwe plannen/beleid. Vanuit het bestuur is er volgens gesprekspartners ook altijd aandacht voor participatie.
Volgens een van de gesprekspartners zit participatie ‘ingebakken in de manier van werken van de organisatie’. In het verleden werd in de gemeente gebruik gemaakt van ‘de Woldense menukaart’. Dit werd gebruikt om het college en de raad te adviseren over of participatie al dan niet een geschikt middel was om toe te passen. Uit de interviews blijkt dat het kopje ‘participatie’ nog steeds een vast onderdeel is van college- en raadsvoorstellen, al is de hieronder verstrekte informatie spaarzaam te noemen. Dat participatie als belangrijk wordt gezien blijkt ook uit de lijst met projecten die is aangedragen voor de selectie van de casussen voor dit onderzoek; vanaf 2021 zijn er meer dan dertig projecten afgerond waarbij participatie is toegepast. Dit alles neemt niet weg dat er geen vaste structuren zijn waarmee de participatie georganiseerd wordt. Anders gezegd, de manier waarop inwonerparticipatie nu vorm krijgt hangt voornamelijk aan personen en is niet geborgd binnen de organisatie. Dat maakt het kwetsbaar; als goede ervaren projectleiders vertrekken is er geen kader waarop kan worden teruggevallen om de participatie toch volgens de gewenste standaarden te laten plaatsvinden. In de interviews met participanten is in dat kader aangegeven dat het van de betrokken beleidsambtenaar afhankelijk is hoe een traject wordt vormgegeven.
Het ontbreken van een overkoepelend beleid zorgt 19 Van Stipdonk en Van den Berg, Veel gedaan, genoeg te doen. Metadossier en meta-analyse van 102 rekenkameronderzoeken naar participatie, Vereniging van Rekenkamers, april 2025, p. 13.
37
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
voor onduidelijkheid bij betrokkenen. Participatie vindt weliswaar plaats en vaak ook met voldoende kwaliteit, maar nog niet vanuit een overkoepelende of gedeelde visie en werkwijze. Uit de interviews blijkt dat voor het opzetten van participatieprocessen geen actuele uitgeschreven werkinstructies of handleidingen zijn. Per traject stemt de betrokken beleidsambtenaar de opzet hiervan af met de betrokken bestuurder. In de praktijk loopt de participatie vaak goed. Bij alle drie de bestudeerde casussen heeft de gemeente gebruik gemaakt van externe bureaus bij het opzetten en uitvoeren van participatie. In deze casussen zijn de ervaringen met het inschakelen van externe partijen positief. Daarbij gaat om het in huis halen van specifieke expertise op het gebied van inwonerparticipatie en inhoudelijke expertise over het beleidsterrein. Daarbij komt dat een participatietraject soms tijdelijk verhoogde capaciteit vergt, die soms niet intern kan worden gevonden. Het is de vraag of het wenselijk is om deze expertise en capaciteit volledig in huis te halen, zodat externe adviseurs niet meer nodig zouden zijn. Vaak is de behoefte aan deze expertise niet structureel, wat buiten de participatietrajecten zou leiden tot overcapaciteit.
Daarom beantwoorden we de vraag of er voldoende kennis en capaciteit beschikbaar is positief; de gemeentelijke organisatie is goed in staat om ervoor te zorgen dat participatie op een goede manier wordt ingezet. TABEL 5.1: NORMEN TEN AANZIEN VAN BELEIDSKADERS INWONERPARTICIPATIE
Norm
Bevinding
De gemeente heeft een actuele visie, beleid en kaders vastgesteld voor inwonerparticipatie. Deze visie is duidelijk en concreet geformuleerd.
Nee
De rollen en taken van de gemeente, inwoners en raadsleden zijn duidelijk verwoord. Het beleid voor participatie is voor zover nodig uitgeschreven in concrete werkinstructies. Er is voldoende kennis en capaciteit beschikbaar in de organisatie om participatie (al dan niet met externe ondersteuning) goed vorm te geven en uit te voeren. De gemeente monitort en evalueert de uitvoering van het beleid rondom inwonerparticipatie.
Beleid is niet actueel
Beleid is niet actueel
Nee Ja
Nee
5.3 Uitvoering, doelmatigheid en doeltreffendheid In hoofdstuk 3 hebben we voor drie casussen onderzocht hoe de participatie in gemeente De Wolden in de praktijk wordt uitgevoerd. We hebben daarbij ook gekeken naar de beleving van participanten. De bevindingen op basis van de bestudering van de drie casussen zijn in onderstaande tabel weergegeven. Daarbij moeten we de kanttekening plaatsen dat het beeld uit deze casussen mogelijk niet representatief is voor de praktijksituatie in het algemeen. Verder hebben we per casus twee tot drie participanten kunnen spreken. 20 We hebben in totaal met zes inwoners/organisaties gesproken. Hoewel dat ook niet een representatief beeld oplevert, geeft het wel een indicatie over hoe participanten het traject hebben beleefd. 20 Zie bijlage 2 met een overzicht van de gesprekspartners.
38
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
Uit de recente meta-analyse van de NVRR blijkt dat de kern van goede participatie blijkt te bestaan uit: ‘tijdige betrokkenheid wanneer er nog iets te kiezen valt, transparante communicatie over kaders en verwachtingen, inclusiviteit en toegankelijkheid, zorgvuldige terugkoppeling, en voldoende middelen voor uitvoering.’ 21 Als het gaat om tijdige betrokkenheid blijkt bij alle drie de onderzochte casussen dat de gemeente inwoners/organisaties vroeg betrekt bij de totstandkoming van beleid of het project. Voorafgaand aan de trajecten lijkt zorgvuldig te zijn nagedacht over hoe participatie vorm moet krijgen. In de bestudeerde casussen is daarbij steeds gebruik gemaakt van externe bureaus die vaak al ervaring hadden met vergelijkbare trajecten en kennis hebben van het beleidsterrein. In een van de casussen is opgemerkt dat aan de woonavond relatief gezien veel ouderen op afkwamen en dat dit een aandachtspunt kan zijn voor toekomstige participatietrajecten.. Een landelijke ontwikkeling die hierbij relevant kan zijn is de inzet van burgerberaden. Bij deze participatievorm worden deelnemers door loting geselecteerd, in plaats van dat zij actief op openbare oproepen moeten reageren. Het idee is dat hierdoor een meer representatieve groep participanten wordt betrokken, waarmee de zogeheten ‘zwijgende meerderheid’ ook een positie krijgt bij inwonerparticipatie.
22 In alle drie de casussen hebben participanten enkele kanttekeningen bij het gevolgde proces. Deze kanttekeningen zagen voornamelijk op het moment dat sommige participanten werden betrokken; enkele participanten hadden graag (nog) eerder of op een ander moment betrokken willen worden. De betrokken beleidsambtenaren kijken in alle drie de casussen positief terug op het gevolgde proces. Uit de documenten die zijn aangeleverd blijkt dat duidelijk wordt gecommuniceerd over het doel van de bijeenkomsten. Participanten zijn bij twee van de drie casussen tevreden over de opbrengsten in verhouding tot hun inspanningen. Alleen bij de casus Woon(zorg)visie waren de gesprekspartners kritisch. Zij hadden het gevoel dat hun inbreng niet of te weinig terugkwam in de Woon(zorg). De betrokken beleidsambtenaren zijn tevreden over de opbrengsten van het participatieproces in verhouding tot de inspanningen. De participatie heeft bij de gesprekspartners van twee van de drie casussen draagvlak gecreëerd. Onze gesprekspartners in de derde casus vonden dat hun inbreng uiteindelijk te weinig terugkwam; bij hen is het draagvlak niet groter geworden, maar het is niet te zeggen of dit voor de brede groep participanten in dit traject geldt.
21 Van Stipdonk en Van den Berg, Veel gedaan, genoeg te doen. Metadossier en meta-analyse van 102 rekenkameronderzoeken naar participatie, Vereniging van Rekenkamers, april 2025, p. 4. 22 VNG, Handreiking burgerberaden verschenen, 15 oktober 2024, https://vng.nl/nieuws/handreiking-burgerberaden-verschenen
39
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
TABEL 5.2: NORMEN TEN AANZIEN VAN UITVOERING, DOELMATIGHEID EN DOELTREFFENDHEID
Norm De gemeente betrekt de inwoners tijdig bij de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering, verantwoording en evaluatie van het beleid. De gekozen vorm en het niveau van inwonerparticipatie wordt voorafgaand aan het traject zorgvuldig afgewogen. Participanten weten wat de gemeente De Wolden van hen verwacht in een participatietraject en hoe zij kunnen participeren. De gemeente communiceert duidelijk en volledig met participanten over wat er met hun inbreng gebeurt, en over het verdere verloop van het dossier. Participanten die hebben deelgenomen aan participatieprocessen zijn tevreden over de opbrengsten in verhouding tot de inspanningen. Betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie zijn tevreden over de opbrengsten in verhouding tot de inspanningen. Participanten die hebben deelgenomen aan participatieprocessen zijn tevreden over het gevolgde proces. Betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie zijn tevreden over het gevolgde proces. De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project De participatie heeft geleid tot aanpassing van beleid en/of uitvoering. De doelen die in het participatiebeleid zijn geformuleerd worden gehaald.
Bevinding Ja Ja Ja Deels Deels Ja Deels Ja Deels Ja N.v.t.
5.4 Rol van de raad We constateren dat de gemeenteraad het belang van inwonerparticipatie groot acht. Dat volgt onder meer uit de manier waarop participatie een structureel een plek heeft gekregen in de vergadercyclus. In 3De Wolden en 4De Wolden is elke maand een bijeenkomst ingepland waarmee raadsleden in contact komen met inwoners. Deze bijeenkomst is thematisch ingestoken en wordt niet rechtstreeks bepaald door de agenda van de andere raadsvergaderingen in de betreffende maand. Uit gesprekken blijkt dat bij verschillende partijen (raad, ambtenaren en bestuurders) soms onduidelijkheid is over hoe deze participatie ingebed kan worden in beleidsprocessen en participatie die in het kader van die processen wordt georganiseerd. Als we kijken naar inwonerparticipatie bij beleidsvorming zien we dat dit in de bestudeerde casussen altijd serieus wordt opgepakt. Dat is in lijn met de wensen en standpunten die tijdens het groepsgesprek met de raad zijn uitgesproken, en met het beeld dat vanuit griffie en college wordt geschetst van hoe de raad daar in zit. Tegelijkertijd zien we dat het beleid op het gebied van inwonerparticipatie uit 2011 stamt. Dit beleid staat bij verschillende gesprekspartners, waaronder raadsleden en ambtenaren, niet scherp op het netvlies en is ook per definitie verouderd.
We kunnen daaruit concluderen dat het beleidsstuk niet ‘leeft’ en dat er dus in feite sprake is van ontbrekend beleid. De gemeenteraad wil daar graag weer een kaderstellende rol oppakken, maar voorlopig is die rol niet ingevuld. De sturing van de raad kan ook aan het begin van elk beleidstraject plaatsvinden. De raad kan zich dan uitspreken over welke stakeholders en doelgroepen meegenomen zouden moeten worden in het traject en/of welke vormen van participatie gewenst zijn. Dat gebeurt momenteel niet structureel. Er is bijvoorbeeld geen sprake van het structureel gebruik van een start-
40
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
notitie waarin overwegingen met betrekking tot inwonerparticipatie uitgebreid aan bod komen. Wel wordt de raad vaak op de hoogte gebracht van de plannen op het gebied van participatie binnen een dossier. De informatievoorziening aan de raad over de opbrengsten van participatie is geborgd in het format van de raadsvoorstellen die worden voorgelegd. Het gaat dan echter vaak om een paar regels tekst waarin wordt gezegd wat voor activiteiten zijn ondernomen. In dit format is geen eis gesteld aan informatie over hoe de opgehaalde inbreng wordt gepresenteerd, of informatie over hoe de inbreng is verwerkt in het voorliggende stuk. Er kan wel sprake zijn van meer uitvoerige informatie in de beleidsstukken zelf, maar daarbij is de omvang en inhoud dan wisselend. Het is dan ook moeilijk voor de gemeenteraad om uitkomsten van inwonerparticipatie mee te nemen, anders dan akkoord te gaan met raadsvoorstellen waarin die uitkomsten al in zijn verwerkt. Hoewel de gemeenteraadsleden vinden dat de informatievoorziening over participatie in de raadsstukken beter kan, is aan het college tot nu toe niet gevraagd of opgedragen om deze informatievoorziening structureel te verbeteren. Dat is in elk geval niet gebleken uit de casussen, noch uit het gesprek met de gemeenteraad. Ook op dit punt is De Wolden geen uitzondering van het beeld uit andere gemeenten.
Uit de eerder genoemde metastudie blijkt ook dat vaak aanbevelingen worden gedaan over verbeterde informatieverstrekking. 23 De onderzoekers hebben zelf bij andere gemeenten vaker geconstateerd dat informatievoorziening naar de raad zelden een volledig beeld van de opgehaalde inbreng bevat. 24 TABEL 5.3: NORMEN TEN AANZIEN VAN DE ROL VAN DE RAAD
Norm De rollen en taken van raadsleden bij inwonerparticipatie zijn duidelijk beschreven. Raadsleden worden betrokken bij het formuleren of aanpassen van het beleid met betrekking tot inwonerparticipatie. Raadsleden worden geïnformeerd over participatietrajecten en de uitkomsten hiervan. De informatie stelt de raadsleden in staat om zich een oordeel te vormen over de kwaliteit van de participatie. De uitkomsten van de inwonerparticipatie worden aantoonbaar meegenomen in de beleids- en besluitvorming. Raadsleden weten wat de gemeente van hen verwacht en hoe de gekozen vorm van inwonerparticipatie zich verhoudt tot de besluitvorming.
Beoordeling Nee Deels Deels Deels Deels Deels
23 Van Stipdonk en Van den Berg, Veel gedaan, genoeg te doen. Metadossier en meta-analyse van 102 rekenkameronderzoeken naar participatie, Vereniging van Rekenkamers, april 2025, p. 14. 24 Dit blijkt uit rekenkameronderzoek van Pro Facto in Staphorst, Meppel en Midden-Drenthe.
41
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
Bijlage 1: Geraadpleegde documenten
Algemene documenten — Beleidskader participatie omgevingswet — Beleidsnota burgerparticipatie – investeren in betrokkenheid — Brochure de gemeenteraad van De Wolden werkt anders — Definitieve rapportage werkwijze 3DeWolden — Dorpskracht in De Wolden – stand van zaken — Economisch Actieplan De Wolden — Format collegevoorstellen De Wolden — Format raadsvoorstel De Wolden — Raadsbredeprogramma 2022-2026 De Wolden — Raadsbrief voortgang EigenWijsheid De Wolden — Raadsvoorstel Reglement van Orde 2024 — Raadsvoorstel vergadersystematiek — Samenwerking dorpsbelangen, ambtenaren en college en raad — Schema vergadermodel 4DeWolden — Subsidieregeling Initiatiefrijk de Wolden 2023-2026 — Toekomstvisie De Wolden 2022-2040, Samen aan zet — Van de ontmoeting naar de verdieping, 6 januari 2015 — Werkafspraken gemeenteraad De Wolden Woon(zorg)visie — Discussienotitie woon(zorg)visie — Overzicht deelnemers externe bijeenkomsten — Raadsbrief actualisatie woonvisie — Raadsbrief – discussienotitie actualisatie woon(zorg)visie — Raadsbrief projectopdracht en plan van aanpak actualisatie woonvisie — Raadsvoorstel vaststelling woonvisie — Reactienota woon(zorg)visie De Wolden — Rondetafelgesprek 29-09-2022 – verslag discussienotitie — Uitnodiging woonavond — Uitnodiging partners rondetafelgesprek — Woonavond – concepttekst krant en social media — Woonavond 10-10-2022 – verslag discussienotitie
42
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
—
Woon(zorg)visie De Wolden
Nota volksgezondheid — Aanmeldingen de Wolden nieuw — Aantekeningen thema avonden — Agendaverzoek — De Wolden sessies sociale veld – agenda — De Wolden stem van het veld — Draaiboek raadsbijeenkomst 27 januari 2021 — Genodigdenlijst — Nota volksgezondheid — Praatplaat de stem van de zorgafnemer — Planning herijking sociaal domein — Presentatie raadsbijeenkomst herijking sociaal domein 3-2-2021 — Preventieakkoord alcohol — Preventieakkoord roken — Preventieakkoord gezond gewicht — Procesverslag De Wolden jan 2021 concept — Reacties meelezen nota — Uitnodiging meedoen herijking sociaal domein De Wolden — Uitnodiging herijking sociaal domein de Wolden 25 nov en 3 dec Huus voor Sport en Cultuur — — — — — — — — — —
Startnotitie en Plan van aanpak Multifunctionele (sport)accommodatie (MFA) Zuidwolde Programma van Eisen (PvE) MFA Zuidwolde (inclusief bijlagen) Raadspresentaties PvE 24 mei en 11 november 2018 Raadsvoorstel MFA Zuidwolde Raadsversie rapport second opinion onderzoek MFA Zuidwolde Presentatie second opinion MFA Zuidwolde gemeenteraad Presentatie Huus voor Sport en Cultuur (HSC) Zuidwolde gemeenteraad Raadsvoorstel- en besluit HSC (inclusief bijlagen) Uitnodiging infobijeenkomst voorlopig ontwerp HSC Raadsbesluit aanvullend krediet
43
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
44
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
Bijlage 2: Gesprekspartners
Algemene interviews — Burgemeester — Griffier — Beleidsadviseur ruimtelijk domein — Ambtelijk opdrachtgever bestuurlijke projecten — Vier raadsleden (groepsgesprek) Casestudy’s Huus voor Sport en Cultuur — Projectmanager — Voormalig beleidsadviseur — Projectleider vanuit ICSadvies — Dorpsbelangen Zuidwolde — Teammanager backoffice en regiomanager (Biblionet Drenthe) — Voorzitter beheerstichting Wolderhuus Woon(zorg)visie — Beleidsadviseur — Zelfstandig adviseur ruimtelijke ordening — Makelaar Nota Volksgezondheid — Beleidsadviseur — Bestuurslid Speeltuinvereniging — Adviseur publieke gezondheid, GGD Drenthe — Opbouwwerker, Welzijn De Wolden — Ondernemer in gemeente De Wolden Inwonersorganisaties — Dorpsbelangen Zuidwolde — Belangenvereniging De Wijk — Dorpsbelangen Ruinen
45
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
Bijlage 3: Normenkader
Beleid
De gemeente heeft een actuele visie, beleid en kaders vastgesteld voor inwonerparticipatie. Deze visie is duidelijk en concreet geformuleerd. De rollen en taken van de gemeente, inwoners en raadsleden zijn duidelijk verwoord.
Uitvoering
Het beleid voor participatie is voor zover nodig uitgeschreven in concrete werkinstructies. Er is voldoende kennis en capaciteit beschikbaar in de organisatie om participatie goed vorm te geven en uit te voeren. De gemeente betrekt de inwoners tijdig bij de voorbereiding, besluitvorming, uitvoering, verantwoording en evaluatie van het beleid. De gekozen vorm en het niveau van inwonerparticipatie wordt voorafgaand aan het traject zorgvuldig afgewogen. Inwoners weten wat de gemeente De Wolden van hen verwacht in een participatietraject en hoe zij kunnen participeren. De gemeente monitort en evalueert de uitvoering van het beleid rondom inwonerparticipatie. Inwonerparticipatie draagt bij aan de totstandkoming en kwaliteit van een voorstel of beleid volgens zowel de participerende inwoners als betrokkenen binnen de organisatie. De gemeente communiceert duidelijk en volledig met participanten over wat er met hun inbreng gebeurd, en over het verdere verloop van het dossier.
Doelmatigheid/ doeltreffendheid
Doelmatig: Inwoners die hebben deelgenomen aan participatieprocessen zijn tevreden over de opbrengsten in verhouding tot de inspanningen.
46
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
Betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie zijn tevreden over de opbrengsten in verhouding tot de inspanningen. Doeltreffend: Inwoners die hebben deelgenomen aan participatieprocessen zijn tevreden over het gevolgde proces. Betrokkenen binnen de gemeentelijke organisatie zijn tevreden over het gevolgde proces. De participatie heeft geleid tot een groter draagvlak voor het beleid of project. De participatie heeft geleid tot aanpassing van beleid en/of uitvoering. De doelen die in het participatiebeleid zijn geformuleerd worden gehaald. Rol van de raad
De rollen en taken van raadsleden bij inwonerparticipatie zijn duidelijk beschreven. Raadsleden worden betrokken bij het formuleren of aanpassen van het beleid met betrekking tot inwonerparticipatie. Raadsleden worden geïnformeerd over participatietrajecten en de uitkomsten hiervan. De informatie stelt de raadsleden in staat om zich een oordeel te vormen over de kwaliteit van de participatie. De uitkomsten van de inwonerparticipatie worden aantoonbaar meegenomen in de beleids- en besluitvorming. Raadsleden weten wat de gemeente van hen verwacht en hoe de gekozen vorm van inwonerparticipatie zich verhoudt tot de besluitvorming.
47
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
48
INWONERPARTICIPATIE IN DE GEMEENTE DE WOLDEN
49