2024 04 25 Gemeente De Wolden Gemeenteraad De Wolden
Tekst van het document
TRANSCRIPT VAN DE GEMEENTERAAD VAN GEMEENTE DE WOLDEN d.d. 25 april 2024
A. Vragenhalfuur voor de inwoners De voorzitter: Goedenavond, goedenavond gemeenteraad, goedenavond college, goedenavond publiek op de tribune en schrijvende pers op de tribune. En goedenavond aan de mensen thuis die meekijken en natuurlijk de ambtenaren die ook volop meekijken en ons volop adviseren. We gaan beginnen met het vragenhalfuurtje en we beginnen altijd met een vragenhalfuur voor inwoners en allereerst heeft zich gemeld de heer Schaper, die wil inspreken over de Mariakerk in Ruinen. Mijnheer Schaper, ik vraag u gaarne naar voren. U mag hier komen, mijnheer Schaper, echt naar het spreekgestoelte. Ja. En u weet, u bent geïnstrueerd dat u vijf minuten heeft, mijnheer Schaper. Gaat uw gang. De heer Schaper: Goed, mijn naam is Schaper en ik spreek hier namens de kerkenraad van de Mariakerk in Ruinen. Ik ben blij dat ik hier een paar minuten krijg om in te spreken. Het gaat over ons project rondom de Mariakerk in Ruinen. Dit project, voor degenen die niet weten, bestaat uit vier eenheden die met elkaar verbonden zijn en in tijd gefaseerd.
Eén is de modernisatie en flexibilisatie van de kerk zelf, twee is het bouwen van een paviljoen op het kerkelijk erf verbonden met de kerk door een nieuwe kloostergang met daaraan toiletten en een koffieruimte, drie is het converteren van pastorie De Bron in vijf appartementen en vier is het uitbreiden en aanpassen van een semiopenbaar toegankelijk deel van het kerkelijk erf. Voor de activiteiten hebben we van de kerk en de nieuwbouw op 13 augustus 2023 een vergunning gekregen. De elementen drie en vier, voor element drie de verbouw is de vergunning aangevraagd, maar die is afhankelijk van de bouw van de nieuwbouw. Want zolang we de nieuwbouw niet hebben, kunnen we gewoon De Bron niet beschikbaar stellen voor de conversie van de appartementen. In het najaar hebben we een tijdelijke bouwstop gehad omdat er een bezwaar was ingediend van de eigenaar en de huurder, maar dat is ingetrokken. De werkzaamheden in de kerk zijn op dit moment vrijwel afgerond maar omdat er nog een bezwaar hing van de RCE, was het eigenlijk niet verantwoord om al met de nieuwbouw verder te gaan. Vandaar dat het op dit moment een slordige toestand is rond de kerk, want de bouwput ligt er in feite. In januari, februari en maart hebben we met de RCE een constructief overleg over de aanpassing van het uiterlijk van de nieuwbouw gehad.
Dit heeft geresulteerd een aantal modificaties, vastgelegd in nieuwe bouwtekeningen. De Rijksdienst heeft ons verzekerd dat als wij zo gaan bouwen, dat ze hun bezwaar in zullen trekken. En de RCE is het enige bezwaar dat het onherroepelijke van de vergunning nog in de weg staat. Wij hebben op 16 maart de gemeente verzocht om de oude tekeningen en de vergunningsaanvragen door de nieuwe te vervangen, iets wat ons door de gemeente verzekerd is procedureel mogelijk is. De voorwaarde is wel dat de wijzigingen van ondergeschikte aard zijn. De gemeente heeft echter beslist hier niet aan mee te werken. Hun argumentatie was gebaseerd op dat de verkeerde procedure bij de vergunningslening is gebruikt en de uiterlijke verschillen zo groot zijn dat hier geen sprake is van wijziging van ondergeschikte aard . Het eerste vinden we niet relevant, want daar vragen we helemaal niet om. Dat is een beslissing die later genomen kan worden. Wij vragen simpel om de tekeningen te vervangen. Het argument om niet aan het tweede mee te werken is ook een beetje vreemd, want het is een welstandsvrij gebeuren en in feite wordt alleen als argument aangedragen, niet dat de grootte ongewijzigd is gebleven, dat de plaats ongewijzigd is gebleven, dat de vorm ongewijzigd is gebleven, alleen het is een andere kleur en de ramen zijn aangepast. Dat lijkt me een vrij zwak argument in een welstandsvrij gebeuren.
Maar niettemin heeft het college ons een brief gestuurd waarin ze adviseert dat zij niet meewerken aan deze tekeningenvervanging en zeggen ze dat de enige mogelijkheid om deze voorwaarden van de RCE dat we zo gaan bouwen te borgen is om een uitgebreide
procedure op te starten. Met andere woorden, doe alles maar overnieuw. We hebben op 11 april het college met klem verzocht dit besluit te heroverwegen. Dat hebben we onderbouwd met een juridisch memorandum waarin duidelijk gemaakt werd dat deze veranderingen die we wilden van ondergeschikte aard zijn en dat niets in de weg staat om de vergunning op die manier aan te passen. Maar dan moet het college wel meewerken. Het college kan dus in feite met een hele simpele pennenstreek, het vervangen van de tekeningen, de zaak oplossen. Dan is ook het bezwaar van de RCE weg, is er ook geen discussie meer over de procedure, dan is het gewoon klaar en kunnen we aan de gang gaan. Dat het college dus dat kan doen maar niet doet, niet wil doen, geeft ons aan dat we in feite gewoon niet echt meer weten of de gemeente nog achter ons project staat. Het lijkt erop alsof het argument wat tot nu toe gebruikt is, het RCE- bezwaar waar we dus eigenlijk al bijna een half jaar mee bezig zijn, dat het meer een voorwendsel is dan dat het echt een uitdrukkelijk element is. We hebben bij de oorspronkelijk beslissing van het college gewoon alle elementen op een rijtje gezet van de voordelen van het project. Niet alleen voor ons, maar ook voor de gemeente.
Voor ons is het nieuwbouw, het paviljoen zoals de RCE het noemde, essentieel omdat we daar ook 42 zonnepanelen op willen zetten en we zijn in de kerk van het gas af. We hebben zelf gekeken of in onze optiek de interesses van zowel de gemeente als van ons nog steeds parallel lopen, wij zien eigenlijk geen verschillen. Als de gemeente zegt we willen bouwen, bouwen, bouwen, ja help dan mee want dan kunnen we vijf nieuwe appartementen neerzetten. Dat is in feite dat ik dus gedwongen word om eigenlijk onze juridische positie te gaan voorbereiden, want wij kunnen gewoon niet leven met alles opnieuw te gaan doen. Dat vind ik erg jammer, want ik ben voor een oplossing als je het met praten kunt bereiken, dat hebben we met de RCE ook gedaan. Maar je hebt daar twee partijen voor nodig en vandaar dat we hier de inspraak benutten om in ieder geval u te verzoeken, denk daar alsjeblieft nog eens een keer over na, hou er ook als raad rekening mee dat het natuurlijk een belang is dat verder gaat dan alleen de kerk zelf, dat ook het hele dorp betreft. Dank voor de tijd. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schaper. Ik kijk even de gemeenteraad rond. Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel, voorzitter. Mijnheer Schaper dank u wel, heldere uiteenzetting. Ik heb nog even een vraag, want ik heb natuurlijk ook een bezoek gebracht.
Volgens mij hebben jullie ook nog wel een belangrijke plek volgens mij als dat allemaal gerealiseerd is, ook voor onder andere toerisme, ook een belangrijke plek binnen onze gemeente. Kunt u daar nog wat toelichting op geven? De heer Schaper: Ja, in feite is het zo dat we alle dingen die we doen eigenlijk twee effecten hebben. Eén effect is voor ons als kerk maar het tweede is dat we in feite ook naar het dorp zelf kijken. Om een voorbeeld te geven, we hebben in de kerk een inbouw gemaakt zodat de kerk langer open kan zijn, een beperkt afgesloten stuk maar wel dat de hele kerk gezien kan worden. En dat betekent dat de toeristen die langskomen, die hebben dan van de zomer de gelegenheid om daar naar binnen te lopen en de kerk te zien. De voorzitter: Dank u wel. Zijn nog andere vragen? Mijnheer Jansen. De heer Jansen: Dank u wel voorzitter, ik heb een vraag. Wat is eigenlijk uw verbinding met de Mariakerk? Hoe staat u daar? De heer Schaper: Ik ben de voorzitter van de kerkenraad. En voor ons is het heel belangrijk, de kerk is niet de kerk als gebouw, het is ook een kerk als een kerkgemeenschap. En voor ons is het heel belangrijk om dit voor elkaar te krijgen, om te zorgen dat die kerkgemeenschap ook over twintig, dertig jaar er nog is. En ik denk dat dat wel een heel belangrijk effect is wat soms bij architecten misschien een klein beetje buiten de boot valt.
De heer Jansen: Dank je wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schaper. Ik kijk nog, ja mijnheer Hulst. De heer Hulst: Dank u wel. Cruciaal in dit verband is denk ik eigenlijk het standpunt van de RCE, dat zij het bezwaar willen gaan intrekken. Hoe hard is dat en waar zit de waarborg daar? De heer Schaper: Ja, hoe hard is dat? Het staat in de brief van de gemeente van 3 april, maar ik heb ook emails van de RCE zelf die gewoon zeggen dat ze hier echt achterstaan en dus het bezwaar in gaan trekken. En dat is juist wat zo schrijnend is, dat je dan misschien naar een juridische procedure geforceerd wordt terwijl het niet nodig is. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Schaper. Zijn er nog meer vragen? Ja, mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Dank u wel, voorzitter. Even aansluitend op wat mijnheer Hulst vraagt, dat bezwaar intrekken hoe hard is dat. Maar stel nou dat bijvoorbeeld de vergunning aangepast wordt op basis van de modificaties die door de RCE zijn aangeven ook in de vergunning worden aangepast, zou die opnieuw dan ter inzage worden gelegd volgens mij. Is het dan zo dat het dan opnieuw langs de RCE zou gaan, zodat ze nog een keer formeel daarop kunnen reageren? De heer Schaper: Nee, in principe niet. In principe als de bouwtekeningen vervangen worden, zijn de bouwtekeningen onderdeel van de bestaande vergunning geworden.
En dat betekent ook dat wij verplicht zijn op dat moment om volgens die nieuwe tekeningen te bouwen. De voorzitter: Goed, ik kijk nog even rond. Ik denk dat de vragen gesteld zijn en de antwoorden zeker gegeven. Dank u wel, mijnheer Schaper voor uw inspraak. De raad heeft goed naar u geluisterd. Dan ga ik vervolgens over naar de heer Joost Kam over het voornemen om de gaskraan in Groningen te sluiten. Mijnheer Kam, mag ik u uitnodigen? Ja, u mag wat uitdelen maar u heeft welgeteld vijf minuten, dus. Oké. Geen probleem mijnheer Kam, wij zijn hier ruimdenkend. U heeft het knopje en ook u heeft vijf minuten, mijnheer Kam. De heer Kam: Dag, ik ben Joost Kam, ik ben inwoner van De Wijk al sinds dertig jaar met veel genoegen en om maar even heel kort te gaan, ik maak mij ernstig zorgen over het voornemen en het al genomen besluit van deze overheid om de gaskraan in Groningen dicht te draaien. Ik ben blij voor de mensen in Groningen, ik hoop dat daar ook heel snel een fatsoenlijke oplossing voor gevonden wordt. Maar wij wonen hier in deze streek van Hoogeveen tot Giethoorn, op een enorm gasveld en ik heb de laatste dagen een beetje ingelezen in het geheel en ik hoop dat de mensen van deze raad dat ook gedaan hebben.
Ik maak me zorgen, want de overheid kan wel zeggen we draaien de gaskraan in Groningen dicht, maar wat belet de overheid om de gaskraan onder de gemeente De Wolden vol open te draaien, met als gevolg dat wij hier ook te maken kunnen krijgen met aardbevingen en bodemdaling? Er zijn in rapporten die ik online heb gevonden allerlei protocollen, die kunt u ook overal vinden op de site van de NAM. Er zijn 18 productielocaties onder onze gemeente, er is één gasveld dat niet gebruikt wordt maar wat wel twee gasvelden aan elkaar kan koppelen en wat dus ook gebruikt kan gaan worden. Er is een bodemdaling in een verhaal wat ik heb gevonden uit 2018 zeggen ze dat tot 2050 de bodem 29 centimeter mag dalen, maar ik ben serieus benieuwd naar wat voor gevolgen dat heeft voor de bewoning en de bewoners en de huizen hier in deze gemeente. En eigenlijk is concreet mijn vraag, heeft de gemeente De Wolden contacten met omliggende gemeenten om te kijken of daar protocollen zijn, of er rekening gehouden is en of er in samenspraak met die andere gemeenten iets gedaan kan worden als dat
nodig is, om te voorkomen dat we hier met diezelfde problemen te maken gaan krijgen als we in Groningen hebben gezien in de afgelopen jaren. Dat is eigenlijk concreet mijn vraag. De voorzitter: Ja, dat is een hele concrete vraag, mijnheer Kam. Ik kijk de gemeenteraad rond, wie wil een vraag stellen aan mijnheer Kam? Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Ja, ik ben niet goed thuis in deze materie dus eigenlijk is mijn vraag aan u, er zijn bestaande productielocaties maar welke aanwijzingen zijn er precies? Of wat doet vermoeden dat de productie verhoogd wordt of dat we ons vanaf dit moment extra zorgen moeten maken? De heer Kam: Extra zorgen weet ik niet, maar ik heb de laatste jaren wat ik zie aan de betrouwbaarheid van de overheid als geheel, heb ik daar ernstige zorgen over. Ik ben geen doemdenker, ik ben zeker geen wappie, maar ik kan me zo voorstellen dat met alle plezier de gaskraan hier vol opengedraaid wordt als die in Groningen dichtgaat. Er zijn partijen geweest die zich zorgen maken over de hoeveelheid gas die we hebben en over de verwarming van de rest van het land het komende jaar en de komende periodes. Ja, wie zegt dat ze dat niet vol gaan opendraaien? Ze zijn, denk ik, maar nogmaals ik heb me daar niet echt in verdiept, maar ik denk dat als ze dat gaan doen dat ze dat ook lekker wegstoppen en daar niet echt veel ruchtbaarheid aan zullen geven.
En ik denk dat een gemeenteraad juist het orgaan is dat daar duidelijkheid in zou kunnen verstrekken of zou kunnen opvragen bij de NAM of bij de overheid. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Kam. Ik kijk nog, zijn er nog andere vragen? Nee. Oké, ik dank u voor uw inspraak. Ook hiervoor geldt dat de gemeenteraad u goed gehoord heeft, dank u wel. B. Vragenhalfuur voor de raad De voorzitter: Dan gaan we door met het vragenhalfuurtje voor de raad. Allereerst waren er vragen van de heer Groot over de rioolwateranalyse en voor de beantwoording en het leiden van de discussie geef ik zo meteen de leiding over aan de heer Brouwer, aangezien ikzelf portefeuillehouder ben. Maar wij blijven wel even op onze plek zitten, als u dat goed vindt. Mijnheer Groot. De heer Groot: Dank u wel, portefeuillehouder. Dank u wel, voorzitter. Het gaat over de rioolwateranalyse. Bij de begrotingsbehandeling 2024-2027 is door de fractie van Gemeentebelangen De Wolden een motie ingediend en aangenomen door deze raad. Het betreft de motie over onderzoek naar drugsdumping, drugsgebruik, door middel van rioolwateranalyse in navolging van een amendement in de gemeente Staphorst. In de motie is het verzoek richting het college opgenomen de punten die erin staan uit te werken en uiterlijk 1 februari 2024 met een financieel onderbouwd voorstel terug te komen bij de raad.
Tot op heden heeft de raad echter nog geen voorstel mogen ontvangen. In navolging van bovenstaande meldt een artikel in de Meppeler Courant van 17 april dat de gemeente Staphorst vooralsnog alleen start met rioolwateronderzoek. Geciteerd wordt, De Wolden heeft twee gemalen en komt zo voor dubbele kosten te staan, ze doet niet mee. Bovenstaande heeft bij de fractie van Gemeentebelangen De Wolden geleid tot de volgende vragen. De eerste is, is het college op de hoogte van het feit dat de gemeente Staphorst vooralsnog alleen aan de slag gaat met het rioolwateronderzoek? Heeft er in het kader van de motie overleg plaatsgevonden met deze en of andere in het artikel genoemde gemeenten? Welke afweging is er door het college gemaakt om zoals vermeld in het krantenartikel niet mee te doen met een gezamenlijke rioolwateranalyse? Waarom zijn we als raad niet in een eerder stadium hierover geïnformeerd? En wat is de reden dat we als raad tot op heden nog geen voorstel betreffende rioolwateronderzoek hebben ontvangen en wanneer kunnen wij deze tegemoet zien? Namens de fractie van Gemeentebelangen.
De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mijnheer Groot. Voor de beantwoording van deze vragen kijk ik naar mijn rechterzijde, de portefeuillehouder mevrouw Nieuwenhuizen. Mevrouw Nieuwenhuizen: Dank u wel, voorzitter. Allereerst de eerste twee vragen, die kan ik meteen bevestigend beantwoorden. Wij zijn op de hoogte dat de gemeente Staphorst vooralsnog alleen aan de slag gaat met het rioolwateronderzoek en we hebben in het kader van de motie die u heeft ingediend ook met Staphorst, maar ook met andere gemeenten, overleg gevoerd. Het tweede punt, of uw derde vraag is eigenlijk, heeft vermeld op wat is de afweging geweest om niet mee te doen. We hebben afgelopen tijd onderzoek gedaan en offertes opgevraagd. De eerste offerte die wij kregen ging over een eenmalige meting en kwamen de kosten tussen de 51.500 tot 61.500, waarbij we u eerder hadden gezegd wij denken dat die rond de 30.000 zou zitten. Dus dat waren echt forse kosten en dit is dus eigenlijk een verdubbeling ten opzichte van de eerste raming. En dat kwam met name omdat rioolwater van de gemeente De Wolden wordt gemengd met rioolwater van elders. En de meting moet vervolgens dus bij twee tot vier gemalen plaatsvinden. We hebben contact gezocht met de gemeente Staphorst, en dat hadden we ook gezegd dat we dat zouden doen, omdat daar een vergelijkbaar traject loopt.
Maar de grootste kostenpost zit in de bemonstering en die verandert niet bij het gelijktijdig uitvoeren van het rioolwateronderzoek met de gemeente Staphorst. Dus er is een kleine efficiencyslag die we kunnen maken, maar het komt dan uit op misschien 5.000 euro minder kosten. Dat is het enige wat we daaruit kunnen halen. Dat vonden wij eigenlijk nog hele hoge kosten, relatief nog steeds. Dus wij hebben ook gekeken naar andere mogelijkheden en er is nog een uitvraag gedaan bij een ander bureau, die loopt nog, en een derde uitvraag bleek ook dat de GGD van plan is ook om een dergelijk onderzoek op te starten en eigenlijk nog veel breder, ook medicijngebruik daarbij mee te nemen. Eigenlijk lag er ook een raadsbrief klaar, totdat bleek dat eigenlijk het tweede bureau waar ik het net aan refereerde, die uitvraag nog niet was gedaan en we hebben gezegd laten we die uitvraag toch ook nog doen voordat we een raadsbrief uitsturen dat eigenlijk de kosten veel hoger zijn dan dat we in eerste instantie dachten en dat we eigenlijk die uitvraag eigenlijk helemaal compleet willen hebben voordat we een dergelijk groot onderzoek in gang zetten. Dus ja, waarom hebben we de raad niet eerder geïnformeerd? Wat ik al zei, we hadden een raadsbrief klaarliggen om dat te doen.
Ik heb u ook gezegd bij de behandeling van de motie in november, in eerste instantie willen wij ons preventieplan natuurlijk ook volop doorzetten tegelijkertijd. Dat is ook gebeurd. We hebben daar ook in januari nog over gesproken, toen is ook het preventieplan alcohol en drugs vastgesteld. En ook in die vergadering hebben we nog een keer gezegd, we hoopten toen binnen een maand met een voorstel te komen. Maar met deze toelichting, die hadden we wellicht even in een raadsbrief moeten vatten, die hebben we even tegengehouden, die lag denk ik een week of drie geleden in het college voor, omdat er nog een uitvraag moest komen en die komt er dus aan. Maar met name vinden we het belangrijk dat u zo meteen een goede afweging kunt maken aan de hand van de kosten en wat levert zo'n onderzoek nou uiteindelijk op. Dus die verwachten we echt wel binnenkort aan u te kunnen leveren, dat die binnenkort richting een raadsvoorstel komt met bijbehorende kosten voor het onderzoek. En dan kunt u de weging maken, wilt u dat wel of niet gaan doen. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel, mevrouw Nieuwenhuizen voor uw uitvoerig antwoord. Ik kijk even naar mijnheer Groot, aanvullende vraag? Aan u het woord. De heer Groot: Ja graag voorzitter, dank u wel. Ja, in ieder geval een mooi uitgebreid antwoord, duidelijk, we zitten er een beetje tussenin allemaal.
We wachten gewoon in ieder geval het onderzoek af. Wat ik me wel afvraag is, het voordeel wat u noemt dat dan eigenlijk maar heel matig, heel weinig behaald gaat worden. Wordt daar verder nog wel op ingezet bij het aanstaande bedrag wat er gemaakt wordt voor het onderzoek? Dus gaat u nog wel de contacten zoeken met Staphorst of gaat Staphorst echt alleen door, maar gaan we het
wel misschien samen met de GGD doen? Hoe denkt u dat dat gaat verlopen? Of zet u echt in gemeente De Wolden, we gaan dit kosten voor de gemeente De Wolden en alles wat dan meezit, valt het mee? De plaatsvervangend voorzitter: Mevrouw Nieuwenhuizen. Mevrouw Nieuwenhuizen: Eigenlijk is dat de uitvraag. Dus we willen een goede vergelijking kunnen maken en uiteindelijk ook aan u als raad een voorstel kunnen doen wat recht doet aan de motie zoals die is ingediend en de resultaten gaat opleveren die gewenst zijn door u als gemeenteraad. En dat is denk het allerbelangrijkste, zeker in het huidige financiële tij waarin we zeiden we verwachte rond de 30.000, hebben we toen gezegd. Maar uiteindelijk is de eerste informatie die we krijgen, liggen die kosten veel malen hoger en vinden we ook dat u als raad dan de weging moet maken, doet u dat wel of niet zo'n dergelijk onderzoek. De plaatsvervangend voorzitter: Dank u wel. Ik kijk nog een keer naar mijnheer Groot, die knikt, afdoende beantwoord. Dan sluit ik het hierbij af en geef ik met plezier het voorzitterschap weer over aan burgemeester Nieuwenhuizen. De voorzitter: Dank u wel. Dan ga ik over naar mevrouw Vrielink, u wilde vragen stellen over het VVE-beleid. Mevrouw Vrielink, gaat uw gang. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ja dank u wel, voorzitter.
Voor- en vroegschoolse educatie is een belangrijk onderdeel van het onderwijsachterstandbeleid en het doel is om peuters met een mogelijke achterstand of taalachterstand beter voor te bereiden op de basisschool en ervoor te zorgen dat kleuters zonder achterstand naar groep drie kunnen. Het huidige VVE-beleid dateert van 2017 en om die reden dient het huidige VVEbeleid herschreven te worden. Op een interne raadsbijeenkomst op 1 juni vorig jaar zijn we als raad uitgebreid geïnformeerd hoe samen met verschillende organisaties hard gewerkt is aan een nieuw beleidsplan ten aanzien van voor- en vroegschoolse educatie. Deze zou in september, oktober 2023 worden vastgesteld door de raad. Maar dit is nog niet gebeurd. Voor de fractie van Gemeentebelangen is dit aanleiding tot het stellen van de volgende vragen aan het college. Waarom is dit vernieuwde beleidsstuk nog niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd? Tweede vraag is, wanneer verwacht het college het raadsvoorstel over het nieuwe VVE-beleid aan de raad te kunnen sturen? De derde vraag is, zijn de betrokkene organisaties op de hoogte gebracht van de vertraging. En de vierde is, heeft deze vertraging ook gevolgen gehad voor de VVE-kinderen en de betrokken organisaties? Namens de fractie van Gemeentebelangen De Wolden. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Vrielink. Wethouder Turksma. De heer Turksma: Ja voorzitter, dank u wel.
Ja, de vroeg- en voorschoolse educatie, inderdaad een belangrijk onderdeel wat we inderdaad vanaf 2017 hebben ingezet en wat toe is aan een vernieuwde blik en terecht de opmerking waarom is dit vernieuwde beleidsstuk nog niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. We hebben in die presentatie in juni 2023 een presentatie geven over het proces en de inhoudelijke ontwikkelingen en we hadden toen het idee dat met het ophalen van de diverse ideeën in september, oktober wel tot besluitvorming hadden kunnen overgaan. Maar dat bleek dan toch te vroeg en niet haalbaar. We hadden gewoon meer tijd nodig om samen met de partners tot een kwalitatief goed en gedragen beleidsplan te komen. En waar wij in eerste instantie nog rekening hadden gehouden met een periode van evalueren en gezamenlijk bepalen van standpunten, vonden we het toch ook belangrijk om samen met de partners die speerpunten verder uit te werken tot een juiste formulering van dat beleid, dus eigenlijk nog een verdiepingsslag te maken. En dat hebben we gedaan in verschillende werkgroepen en inhoudelijke thema's die op die manier zijn doorontwikkeld en die hebben zich vooral gericht op de het vernieuwen van de
doelgroepdefinitie, het verbeteren van de doorgaande lijn, inzichtelijk te maken van het bereik en nonbereiken, en vooral dat non-bereik was in het oude beleid nog wel een dingetje, dus het wel signaleren maar dan toch niet de ouders bereid te krijgen om tot dat VVE-traject in te stappen, en ook het formuleren van de resultaatafspraken. En die onderdelen hebben ertoe geleid dat we die tijd toch wat langer nodig hadden. En daarnaast hebben we natuurlijk partners uit de kinderopvang, jeugdverpleegkundigen van de GGD en ook de Adviesraad Sociaal Domein actief betrokken om in de conceptuele fase met ons mee te denken. En dat is eigenlijk de reden waarom het allemaal wat langer heeft geduurd. Ik realiseer me terdege dat we dit ook proactiever hadden kunnen opzetten, mijn excuses daarvoor. Maar dit is nu die situatie. Uw tweede vraag is, wanneer verwachten we nu dat het college het raadsvoorstel naar de raad stuurt? Daar ga ik u nu een nieuwe richting voor geven. Wij verwachten dat in juni, juli van dit jaar, laat ik dat er even duidelijk bij zeggen, dit ter besluitvormingen te kunnen aanbieden aan de raad. Dan zegt u, zijn betrokken organisaties op de hoogte gebracht van de vertraging? Ja, ze zijn op de hoogte omdat ze ook actief betrokken waren en zijn bij dat proces, dus in die zin je zou eigenlijk kunnen zeggen ook onderdeel uitmaakten van die vertraging.
Dus ik kan daarvan zeggen, ja dat klopt. En dan, heeft deze vertraging gevolgen gehad voor de VVE-kinderen en betrokken organisaties? Wij hebben doorlopend overleg over de thema's onderwijs en jeugd onder andere in het periodieke LEA-overleg en daar zitten de bestuurders bij vanuit onderwijs, kinderopvang, welzijn en de gemeente om op allerlei manieren de ontwikkelingskansen van onze jeugd te vergroten. We hebben niet de verwachting dat op dit moment de gevolgen van deze vertraging negatief zijn. We hebben wel de stellige overtuiging dat het uiteindelijke nieuwe VVE-beleid hier een verrijkingsslag door krijgt. En tot zover, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Mevrouw Vrielink, zijn daarmee uw vragen beantwoord? Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ja, mijn vragen zijn beantwoord en ik hoop dat dan juni, juli 2024, dat het dan ook echt gaat gebeuren. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we snel door naar mevrouw De Boer. Die wil graag een vraag stellen over een nieuwe flexwijk in De Wolden. Gaat uw gang, mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Ja dank u wel, voorzitter.
Even kijken, 13 april lazen wij met enige verbazing in Dagblad van het Noorden dat De Wolden voornemens is een flexwijk te bouwen met 120 huurwoningen aan de rand van een bestaande wijk of dorp en die flexwijk zou bestemd zijn voor verschillende doelgroepen, zoals statushouders, jonge gezinnen en internationale werknemers die zich voor langere tijd willen vestigen. Volgens het artikel is de aanleiding van dit initiatief de achterstand die de gemeente heeft bij de to ewijzing van woningen aan statushouders. We zijn natuurlijk heel blij dat er allerlei mogelijke manieren worden aangegrepen om de woningbouw te bevorderen en dat soort initiatieven hebben we natuurlijk ook uitgebreid besproken in de Woonvisie-avond met onze inwoners en meegenomen in ons raadsbreedprogramma, om ook daarmee een oplossing te vinden voor de grote zorg die al jaren leeft onder met name de starters en onder onze jongeren. Maar we vinden het wel spijtig om te lezen dat de achterstand bij toewijzing van statushouders de drijfveer lijkt te zijn. En lijkt, want we hadden in eerste instantie alle informatie uit de krant moeten halen.
Vervolgens hebben we dus wat verder onderzoek gedaan en wat blijkt, op 2 april van dit jaar heeft het college een besluit genomen over dit thema waarbij het voorstel dateert van 25 maart en er wordt onder andere voorgesteld in te stemmen met een plan van aanpak voor de huisvesting van statushouders en de raad te informeren via een bijgevoegde brief met bijlage. Maar deze informatie heeft onze fractie niet bereikt. Dus naar aanleiding van het krantenartikel en uiteindelijk ook het collegebesluit heeft het CDA dan de volgende vragen. Waarom is de raad zoals op 2 april besloten in het college niet via een brief geïnformeerd? En wanneer wordt de raad volledig geïnformeerd, zoals op twee april besloten? En vindt het college dat via
publicatie van het betreffende collegebesluit is voldaan aan de actieve informatieplicht die volgt uit de Gemeentewet? Wat is de reden dat de besluitvorming over de opties in het collegevoorstel niet is meegenomen in de dialoogavond met belanghebbenden die vorige week notabene plaatsvond op initiatief van de gemeente? Zijn de belangrijkste redenen om de aanleg van een flexwijk te overwegen vooral ingegeven vanuit de verplichting vanuit de provincie en taakstelling voor huisvesting van statushouders? En, hoe verhoudt zich dat dan tot de enorme noodkreet die al jaren bij onze eigen inwoners bestaat en met name bij de jongeren? In het collegevoorstel staat dat de voorkeur ernaar uitgaat een en ander pas voor te leggen als de planvorming verder gevorderd is. Ja, is niet zo dat zo'n aanpak juist leidt voor onrust en vragen bij inwoners? En tot slot, volgens het collegevoorstel ligt de nadruk bij participatie op goed en transparant informeren en in hoeverre vindt het college dat de communicatie met inwoners van De Wolden en de leden van de raad tot op heden duidelijk en transparant is verlopen, en hoe gaan omwonenden en andere betrokkenen meegenomen in het vervolg van dit dossier? We horen heel graag de reactie. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Boer. Wethouder Hempen. Mevrouw Hempen: Dank u wel, voorzitter. Ik wil eerst graag eventjes iets over het plan zelf zeggen.
In elk geval zijn we, net als uw raad hecht het college ook heel veel waarde aan transparantie en zorgvuldige communicatie over wat de gemeente doet. En het idee van de flexwijk in De Wolden komt vooral voort uit de grote behoefte aan woningen in De Wolden. Mede hierdoor hebben we in 2023 twee keer niet kunnen voldoen aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders. We moesten van de provincie dan ook plan van aanpak opstellen om aan te geven hoe we in de toekomst ernaar streven wel te kunnen voldoen aan de taakstelling. Deze moest in februari klaar zijn, maar we hebben hiervoor uitstel gekregen. Het plan dat we hebben opgesteld is een koers die we in de aankomende tijd verder gaan uitwerken. En dat doen we dan vooral aan de hand van de voorwaarden voor de opvang vluchtelingen die de raad dan zelf heeft vastgesteld . Hierbij de beantwoording dan. Waarom is de raad, zoals op 2 april besloten is in het college, niet via de brief geïnformeerd en wanneer wordt de raad alsnog geïnformeerd? De brief aan de raad is onbedoeld niet verzonden en dit is uiteraard niet hoe het moet gaan en waarvoor dan ook onze excuses en eigenlijk ook een bedankje voor uw alertheid, want nu kunnen we ook de gehele raad eventjes meenemen in het besluit wat het college heeft genomen. De brief is inmiddels naar de griffie verstuurd en zal ook zo snel mogelijk na vanavond met u gedeeld worden.
Vindt het college dat via publicatie van een betreffende collegebesluit is voldaan aan de actieve informatieplicht die volgt uit de Gemeentewet? Ja, het gepubliceerd collegebesluit bevat alle relevante informatie voor zover op dit moment bekend is. In het collegebesluit hebben we nadrukkelijk aangegeven dat het plan in deze fase vooral te beschouwen is als een uit te zetten koers, wat ik net ook al zei, waar nog nadere besluitvorming over moet plaatsvinden en waar nog wijzigingen op mogelijk zijn. Het plan is daarmee op dit moment ook niet meer dan een eerste aanzet die op alle punten verder onderzocht en uitgewerkt moet worden. Op dit moment is er dus nog niet meer informatie bekend. De provincie heeft de gemeente verzocht een plan van aanpak in te dienen voor de manier waarop de gemeente verwacht te kunnen gaan voldoen aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders en dit verzoek hebben wij ook eerder met u gedeeld. In dit plan van aanpak voor de provincie hebben wij geschetst wat volgens ons de meest realistische route is voor de korte termijn, de middellange termijn en de lange termijn . En hierbij hebben we ook heel nadrukkelijk de hulp van de provincie zelf gevraagd, onder andere het financiële stukje. Want zoals we u ook eerder hebben geïnformeerd komen flexwoningprojecten tot nu toe niet van de grond omdat het financieel niet haalbaar is.
Wat is de reden dat de besluitvorming over de opties in het collegevoorstel niet is meegenomen in de dialoogavond met belanghebbenden die vorige week plaatsvond op initiatief van de gemeente? De dialoogavond op 18 april ging over de opvang van verschillende doelgroepen, asielzoekers, Oekraïense vluchtelingen en statushouders, en daarbij niet alleen over de
huisvesting van statushouders. Het doel was vooral informatie ophalen bij de betrokkenen en ook hoe zij tegen de opvang van de verschillende doelgroepen aankijken, om op basis hiervan juist de voorwaarden op te kunnen stellen hoe we in De Wolden vluchtelingen en statushouders op een goede manier kunnen gaan opvangen in de toekomst. De opties in het collegevoorstel kunnen hier nadere uitwerking van zijn. Als we de verschillende opties gaan uitwerken, moeten deze voldoen aan de voorwaarden die naar aanleiding van de dialoogavond worden opgesteld en u als raad besluit aan welke voorwaarden de uitwerking van het plan moet voldoen. Zijn de belangrijkste redenen om de aanleg van de flexwijk te overwegen vooral ingegeven vanuit een verplichting vanuit de provincie en taakstelling voor huisvesting van statushouders? Nee, eigenlijk is het antwoord nee. Het is een van de redenen. Ik heb net al eventjes gezegd het financiële stukje, de taakstelling voor statushouders is echter wel een factor die de problematiek acuut inzichtelijk maakt. De flexwijk is daarom ook niet alleen voor de huisvesting van statushouders bedoeld, maar voor iedereen die een woning zoekt. En hierbij ook heel nadrukkelijk de hulp van de provincie gevraagd, wat ik net al heb verteld.
Zo ja, hoe verklaart het college dan dat deze redenen wel tot versnelling van dit soort initiatieven leiden en de reeds bestaande woningnood onder jongeren en starters blijkbaar niet? Juist door deze koppeling te maken proberen we een flexwijk wel financieel haalbaar te maken, dus een extra kans voor onze jongeren om te starten op de woonmarkt. Maar we doen natuurlijk nog veel meer voor onze starters, zo hebben we ook woningbouwsplitsing mogelijk gemaakt, hanteren we lagere prijzen dan het rijk als het gaat om betaalbaarheid, hebben we een lagere grondprijs voor sociale koop en huur, hebben we een antispeculatiebeding en zelfbewoningsplicht op grond die we straks zelf uitgeven, zijn we bezig met de starterslening en aan het onderzoeken of opkoopbescherming mogelijk is, zijn we beleid aan het ontwikkelen voor erfdelen en zijn we aan het onderzoeken of we flexwoningen op het eigen erf kunnen realiseren. Met andere woorden, we proberen op alle vlakken de woningnood onder jongeren en starters aan te pakken. En met de flexwijk pakken wij op een middellange termijn dus ook heel actief en zeker ook versneld de woningnood in de gemeente De Wolden aan voor al onze inwoners. In het collegevoorstel staat dat de voorkeur ernaar uitgaat een en ander pas voor te leggen als de planvorming verder gevorderd is.
Begrijpt het college dat zo'n aanpak juist voor onrust en vragen leidt bij inwoners? Ja, daarbij wil ik toch vooral zeggen dat alle woningbouwplannen die we op dit moment willen realiseren onrust geven. In het collegevoorstel is ook aangegeven dat de plannen in dit stadium eigenlijk nog onvoldoende uitgewerkt zijn om daar nu al een definitieve beslissing over te kunnen nemen en dat ze daarnaast vragen om besluitvorming door zowel het college als de gemeenteraad. De druk vanuit de provincie en de noodzaak om actie te ondernemen om aan de taakstelling te voldoen maakten echter dat we in dit stadium al iets hebben moeten besluiten. We hebben hier geen onrust mee willen veroorzaken maar wilden aangeven dat we liever een plan voorleggen en bespreken waarover we alle vragen kunnen beantwoorden, dan een plan dat alleen nog maar een voorlopige koers bevat. Volgens het, dit is de laatste vraag voorzitter, volgens het collegevoorstel ligt de nadruk bij participatie op goed en transparant informeren. In hoeverre vindt het college dat de communicatie met inwoners van De Wolden en de leden van de raad tot op heden duidelijk en transparant is verlopen en hoe gaan omwonenden en andere betrokkenen meegenomen worden in de voortgang van dit dossier? Wij informeren de raad redelijk frequent over de stand van zaken van de huisvesting van de statushouders.
De laatste keer hebben we hierbij ook aangegeven dat we in opdracht van de provincie een plan van aanpak moesten opstellen en we hebben een opgave die we moeten en ook gaan uitvoeren. Vorige week heeft de dialoogavond plaatsgevonden, waar u net ook al op doelde, waarop we met betrokkenen in gesprek zijn geweest over de manier waarop we vluchtelingen in de gemeente kunnen opvangen. En de input van deze dialoogavond wordt straks verwerkt in het handelingskader en op basis daarvan vindt ook de communicatie met de inwoners plaats. Voorzitter, ik heb het idee dat ik de vragen heb beantwoord. Ik heb het er warm van gekregen.
De voorzitter: Ja ik dacht al, daar hoort een punt te staan. Mevrouw De Boer, ik denk dat alle vragen goed uitvoerig beantwoord zijn. Mevrouw De Boer-Overbeek: Zeer uitvoerig, waarvoor dank, absoluut. Ik ben er blij mee. Ik heb nog even twee kleine puntjes. Die flexwijk was eigenlijk onmogelijk om te bouwen, waarschijnlijk misschien ook financieel onhaalbaar. Is het nu zo dat met hulp van de provincie dat dan ook financiële ondersteuning komt? Hoe moet ik wat zien? De voorzitter: Wethouder Hempen. Mevrouw Hempen: Dat is in elk geval wat we de provincie hebben gevraagd. Een flexwijk maken, het klinkt allemaal wel heel erg makkelijk, maar we zijn er wel wat meer bij nodig. En dat is niet alleen dat stukje financieel, maar daar is eigenlijk nog wel meer hulp bij nodig. De voorzitter: Dank u wel. Mevrouw De Boer-Overbeek: Ja, dank u wel. Dus dan begrijp ik heel goed dat deze aanvliegroute gekozen is. Dus bedankt voor deze toelichting. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw De Boer. En dank u wel wethouder Hempen voor de uitgebreide beantwoording. Ik ga dan naar mijnheer Van IJzendoorn die niet zozeer een vraag aan het college heeft, maar meer een algemene opmerking wil maken. Mijnheer Van IJzendoorn. De heer Van IJzendoorn: Dank voorzitter, het kan kort.
Naar aanleiding van de brief die wij alle fracties hebben ontvangen van de GMR van Stichting Wolderwijs verzoekt de fractie van GroenLinks ondersteund door de fractie van Gemeentebelangen om deze brief met als onderwerp, dringende oproep om ondersteuning van het openbaar basisonderwijs in De Wolden, als bespreekstuk op te nemen in de agenda van de raadsvergadering van 30 mei 2024. Dat is mijn verzoek. De voorzitter: En ik begrijp dat u daarvoor een agendaverzoek aan de agendacommissie gaat doen. Dus dat is meer een aankondiging naar u als raad. Volgens mij maakt u daar zelf deel vanuit. C. Mededelingen van het college De voorzitter: We gaan door naar de mededelingen van het college, met gezwinde spoed. Wethouder Hooch Antink wilde twee mededelingen doen. Gaat uw gang. De heer Hooch Antink: Ja dank u wel, voorzitter. Op dit moment is de accountant druk met de controle van de jaarrekeningen en op twee dossiers zijn aanvullende vragen gesteld. Binnen de SVO doen we ons uiterste best om deze van antwoorden te voorzien en we kunnen op dit moment echter niet voorzien of en op welke wijze deze het jaarrekeningproces gaan raken. Mocht zich dat wel voordoen, dan wordt u uiteraard hierover geïnformeerd.
En de tweede mededeling is de parkeerplaats aan de noordzijde van het Wolderhuus, op dit ogenblik is de aannemer bezig met de inrichting van de parkeerplaats aan het Wolderhuus aan de noordkant. In dit ontwerp zit een omissie wat de verkeersveiligheid betreft en die brengt gevaarlijke situaties met zich mee. Zoals nu in het ontwerp staat worden het kofferparkeerplekken, dat wil zeggen doodlopende parkeerplekken aan een doorgaande weg. En als die volstaan en je wilt parkeren en het lukt niet, dan moet je achteruit de openbare weg weer op rijden. Het is een zeer onwenselijke situatie. Ik heb dit ook met
wethouder Turksma en wethouder Haar overlegd en met de stuurgroep en we komen tot de oplossing dat we op die parkeerplekken nu rond kunnen rijden en dat je weer vooruit de openbare weg kunnen op rijden. Dat brengt veel veiligheid met zich mee. Dit kost wel vier plekken en die moeten elders op het terrein weer aangelegd worden en dat kan ook, maar dat brengt wel extra kosten met zich mee en dat kost ongeveer 27.000 euro volgens de begroting. We nemen dit werk nu mee, omdat later corrigeren veel meer gaat kosten en we willen ongelukken voorkomen. En we komen hier op terug met de bestuursrapportage zodat de aannemer nu extra materiaal kan bestellen en de aanleg geen vertraging oploopt. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, wethouder Hooch Antink. Dat leidt niet tot vragen. Dat waren de mededelingen van het college. Dan hebben we het vragenhalfuurtje in drie kwartier afgerond en gaan we over naar de opening van de raadsvergadering. 1.
Opening De voorzitter: Hierbij open ik de raadsvergadering van 25 april. We hebben geen afwezigen, zij het dat één stoel later deze vergadering gevuld gaat worden.
2.
Vaststelling agenda De voorzitter: We gaan de agenda vaststellen, agendapunt 2. Wie van de raadsleden wil daar iets over zeggen? Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Ja, dank u wel. Ik wil graag een opmerking maken bij ingekomen stuk 13 en de fractie van Gemeentebelangen samen met de fractie van het CDA wil een motie vreemd aan de orde over de wolf indienen. De voorzitter: Motie vreemd over de wolf wilt u indienen, dan komt die aan het einde van de agenda, wordt die toegevoegd na agendapunt 10 wordt dat. Dan wordt het agendapunt 10b. Even kijken, mevrouw Brouwer. Mevrouw Brouwer-Dekker: Voorzitter, dank u wel. Ja, het CDA wil voorstellen om de agendapunten 6 en 7 te verwisselen. Dus eerst agendapunt 7, het vaststellen van de kaders van de ombuigingen behandelen en vervolgens agendapunt 6, dat is de evaluatie van het raadsbreedprogramma. Voor beide agendapunten staat een uur gepland maar wij voorzien echter dat agendapunt kaders ombuigingen wel iets langer zal duren dan een uur en wij vinden het onderwerp dermate belangrijk dat we niet onder tijdsdruk willen komen te staan, want de kaders ombuigingen gaat tenslotte over onze toekomst. En wanneer blijkt dat een onderwerp echt tot meer dan een uur vraagt, dan denk ik dat het misschien besloten kan worden om de evaluatie raadsbreedprogramma in een iets kortere tijd te doen, dat zal wat makkelijker gaan dan andersom.
De voorzitter: U doet het ordevoorstel om agendapunt 6 en 7 om te wisselen, eerst het vaststellen van kaders van de ombuigingen en dan het vaststellen evaluatie raadsbreedprogramma. U heeft twee fracties daarvoor nodig. Mevrouw Haanstra. Mevrouw Haanstra: Ik kan u zeggen dat onze fractie dit niet ondersteunt. Het impliceert een beetje alsof het raadsbreedprogramma minder belangrijk zou zijn, dat vinden we net zo goed belangrijk. En dat willen we ook heel graag behandelen want we gaan niks wat ons betreft doorschuiven omdat het de komende nog heel erg druk wordt. En bovendien zijn we er zelf bij als het gaat om spreektijden. Dus ik wil gewoon onszelf aankijken om ons aan de spreektijden te gaan houden.
De voorzitter: Mevrouw Brouwer, u wil daarop reageren. Mevrouw Brouwer-Dekker: Dan wil ik er toch even op wijzen dat wij het woord van verplaatsten naar een andere vergadering niet in de mond hebben genomen. Wij hebben het puur gehad over het verwisselen van de agendapunten. De voorzitter: Ik kijk naar mijnheer Hulst, u heeft twee fracties nodig om dit ordevoorstel door te kunnen voeren. Mijnheer Hulst. De heer Hulst: Ik vind het prima om dit ordevoorstel door te voeren. De voorzitter: Daarmee hebben we twee fracties en kunnen we dus deze agendapunten omwisselen. Dus daarmee is besloten om agendapunt 6 en 7 om te wisselen. Andere opmerkingen naar aanleiding van de agenda zoals die is voorgesteld? Mevrouw De Boer. Mevrouw De Boer-Overbeek: Ja voorzitter, ik wil graag een opmerking plaatsen bij de toezeggingenlijsten totaal, punt 4. De voorzitter: Is genoteerd. Andere zaken? Ja, mijnheer Den Hollander. De heer Den Hollander: Ik zou graag een korte opmerking plaatsen bij ingekomen stuk 10, de raadsbrief informatiebeveiliging. De heer Groot: Staat genoteerd. Mijnheer Groot. De heer Groot: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag onder punt 4 toezeggingenlijst totaal bij de motie rioolwateranalyse graag nog even een kleine opmerking willen maken. De voorzitter: Staat genoteerd. Mevrouw Vrielink.
Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ik zou graag bij de toezeggingenlijst nog een toezegging toe willen voegen zo meteen, als dat kan. De voorzitter: Dan gaan we uitgebreid bij de toezeggingenlijst stilstaan. Andere zaken? Misschien nog even een mededeling is dat bij het raadsvoorstel en het raadsbesluit agendapunt 8 over de herbenoeming leden Raad van Toezicht Wolderwijs, die waren niet geheel correct, u heeft daar een aangepast voorstel voor ontvangen. En ik stel voor om dat voorstel in behandeling te nemen straks. Gaat u daarmee akkoord? Dank u wel. Dan is daarmee de agenda vastgesteld. 3.
Vaststellen besluitenlijst raad 28 maart 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 3, de besluitenlijst van 28 maart 2024. Kunnen we die op deze manier vaststellen? Dank u wel, aldus besloten.
4.
Toezeggingenlijst totaal per april 2024 De voorzitter: Dan gaan we naar de toezeggingenlijst totaal per april 2024. Dan geef ik allereerst het woord aan mevrouw De Boer.
Mevrouw De Boer-Overbeek: Ja dank u wel, voorzitter. Nog even ten aanzien van nummer 215 meerjarige agenda. Daar is een toezegging gedaan voor een doelstellingenkader en de vorige keer is aangegeven dat hier al een raadsbrief onderweg is, dat was in de vorige raadsvergadering. Maar wij hebben in ieder geval nog niks voorbij zien komen. Kan dat kloppen? De voorzitter: En het nummer van de toezegging was? Mevrouw De Boer-Overbeek: 218, meerjarige agenda. De voorzitter: Oké. Kunt u daar iets over zeggen, wethouder Hempen? Mag ik dat vragen? ‘…’ (Buiten microfoon) De voorzitter: Nee oké, we zijn daar over de ... Nee nog niet, tweede kwartaal staat er. Mevrouw De Boer-Overbeek: Excuses, 215 hoor ik net. Ik heb het verkeerd opgeschreven. Mijn eigen handschrift en ik had de bril niet op, dus dit gaat helemaal fout. Ik had de bril gewoon niet op. 215, sorry. De voorzitter: Daar zijn we over de termijn heen, dat klopt. Dat kan ik dan als portefeuillehouder zeggen en we hopen daar zo snel mogelijk mee te komen. Mevrouw De Boer-Overbeek: Oké. De voorzitter: Even kijken, dat is mevrouw De Boer. De heer Groot. De heer Groot: Ja dank u wel, voorzitter. Ja, de rioolwateranalyse stond natuurlijk ook vermeld op deze toezeggingenlijst en is die staat genoemd voor 1 februari. Het zou mooi zijn als die aangepast wordt naar een nadere datum zoals u voorgesteld heeft net.
De voorzitter: Die gaan we aanpassen, mijnheer Groot. Mevrouw Vrielink. Mevrouw Vrielink-Linthorst: Ja, dank u wel. Ik heb zojuist een 37-aanvraag gesteld aan de wethouder Turksma over VVE-beleid en ik heb hem horen zeggen dat we in juni, juli 2024 een klap op het nieuwe beleidsplan kunnen geven. Dus mijn verzoek is om deze ook op de toezeggingenlijst te zetten. De voorzitter: Ook deze nemen we op. Ja, klopt, komt op de toezeggingenlijst, wordt toegevoegd. Kunnen we dan met deze toevoegingen akkoord gaan met de toezeggingenlijst? Aldus besloten. 5. a. Benoeming raadslid D66 De voorzitter: Dan gaan we naar de benoeming raadslid D66. In april heeft mevrouw Salomé haar ontslag als raadslid voor D66 bij de voorzitter van de raad ingediend. En ik wilde toch eerst even mevrouw Salomé toespreken, ze is ook in de zaal. Beste mevrouw Salomé, beste Eva, op 8 april heb je jouw ontslag per 15 april ingediend als raadslid voor D66 bij mij als voorzitter van de raad. Daarmee komt voor jou een eind aan iets meer dan twee jaar raadslidmaatschap, een raadslidmaatschap dat je voortvarend hebt opgepakt omdat jouw voorganger in de raad Albert Haar wethouder werd. En je hebt me eerder verteld dat je in de politiek bent
beland door je inzet voor een veilig fietspad bij Weerwille. In de afgelopen twee jaar liet je een geheel eigen geluid hier horen, een echt D66-geluid en ik bedoel een echt D66-geluid waarbij je veel aandacht vroeg voor klimaat, natuur en immigratie en andere maatschappelijke thema's. Dat deed je bovendien op een manier waarin je overduidelijk door de wetenschap gevoed werd en je had je ongelooflijk goed voorbereid en ingelezen. Ik denk dat het meest opvallend jouw bijdragen waren bij de algemene beschouwingen van de begrotingsbehandeling van 2023 en de kadernotabehandeling voor de begroting 2024. Dat deed je in beide gevallen met een geheel eigen stemgeluid, waarbij je vanuit een algemene maatschappelijke analyse keek naar de thema's die De Wolden raken en daarbij vroeg je om aandacht voor iedereen en dat iedereen aangehaakt zou blijven om onvrede en polarisatie te voorkomen. Met elkaar in verbinding blijven, zei je letterlijk. Uitspraken, als regelgeving komt nadat de norm is verschoven, blijven bij mij in ieder geval in mijn geheugen gegrift. Naar mijn idee had je zeker bij de beschouwingen maar ook bij al je andere bijdragen de volle aandacht van de andere raadsleden bij jouw manier van beschouwen. En je vertelde ook in de raadzaal eerlijk dat je tweeëneenhalf uur ambtelijke bijstand had gehad om de programmabegroting te kunnen lezen en doorgronden.
Dit geeft aan hoeveel energie en tijd je in het raadswerk stak. Op ieder onderwerp heb je afgelopen jaren meegepraat en mede besluiten genomen. Het verdient respect de manier waarop jij je raadslidmaatschap hebt ingevuld als zogenaamde eenpitter. Bovendien ben je ook een gewaardeerd lid van de klankbordgroep van de Rekenkamercommissie. En volgens mij heb je ook nog volop tegen de inrichting, de herinrichting van deze raadzaal aan bemoeid. Beste Eva, ik heb de samenwerking met je als raadslid enorm gewaardeerd. Met je inbreng in de raadsvergadering liet je een geheel eigen D66-geluid horen. Ik betreur dat je onze mooie gemeente gaat verlaten maar heb begrip voor de beweegreden die je schrijft voor jullie verhuizing naar Meppel. Namens de raad wens ik je alle goeds, dank je wel. Door het vertrek van mevrouw Salomé is er een vacature ontstaan. Door het centraal stembureau is de heer Lotterman benoemd tot raadslid van de gemeente De Wolden. De benoeming is inmiddels door de heer Lotterman aanvaard. Hierbij stel ik een commissie in die de geloofsbrieven onderzoekt waarna het mogelijk is voor de gemeenteraad om de heer Lotterman toe te laten als raadslid van de gemeenteraad. En dan wil ik graag de volgende commissie instellen voor het onderzoek van de geloofsbrieven, als voorzitter mevrouw Assink, daarnaast de heer Gol en daarnaast de heer Hulst.
En ik stel voor dat we vijf minuten de vergadering schorsen, zodat de onderzoekscommissie haar werk kan doen. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Mag ik u verzoeken weer plaats te nemen? Ik heropen de raadsvergadering en ik geef graag het woord aan mevrouw Assink als voorzitter van de commissie die de geloofsbrieven heeft onderzocht. Mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Voorzitter, de commissie heeft de geloofsbrieven van het kandidaat-raadslid, de heer H. Lotterman onderzocht en akkoord bevonden. De benoemde kandidaat voldoet aan alle in de Gemeentewet gestelde eisen en de commissie adviseert tot haar toelating als beëdigd raadslid van de raad van de gemeente De Wolden. De voorzitter: Dank u wel. Dank u wel, commissie voor uw werk. En dan gaan we over tot beëdiging van de heer Lotterman. U heeft aangegeven de belofte te willen afleggen en ik verzoek aan iedereen voor zover dat mogelijk is te gaan staan. En ik vraag de heer Lotterman naar voren te komen. U heeft aangegeven de belofte te willen afleggen? De heer Lotterman: Ja.
b. Beëdiging raadslid D66 De voorzitter: Ik verklaar dat ik, om tot lid van de raad benoemd te worden rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk, enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de raad naar eer en geweten zal vervullen. De heer Lotterman: Dat verklaar en beloof ik! De voorzitter: Van harte gefeliciteerd. De heer Lotterman: Dank u wel. De voorzitter: Ja, ik geef u even vijf minuten om de heer Lotterman even te feliciteren. Dat vind ik wel op zijn plek. Schorsing Besluitvormend/bespreekstuk 7.
Vaststellen kaders ombuigingen De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Excuses, ik had net formeel ook even moet schorsen. Maar we gaan weer met gezwinde spoed door, we zijn bij agendapunt 6 wat vervangen is. We gaan beginnen met het bespreken van het vaststellen van de kaders van de ombuigingen. Sinds enkele jaren is bekend dat gemeenten vanaf 2026 structureel minder geld vanuit het rijk gaan krijgen, 2026 wordt daarmee het ravijnjaar genoemd. Per gemeente zijn de gevolgen verschillend. Voor De Wolden lijkt de financiële opgave vooralsnog fors. Vanaf 2026 krijgen we structureel 3,5 miljoen minder vanuit het rijk. Ter voorbereiding op dit ravijnjaar wordt de raad gevraagd om bijgaande kaders vast te stellen betreffende ombuigingen waarbij het college wordt opgedragen om in december 2024 te komen met een mogelijk maatregelenpakket waarmee de financiële opgave ingevuld kan worden. Het voorgesteld besluit luidt dan ook, bijgaand kader met ombuigingen vast te stellen. Ik kijk de gemeenteraad rond. Wie wil op dit onderwerp het woord voeren? Mevrouw Assink, mevrouw Brouwer, de heer Benning, de heer Hulst, de heer Van IJzendoorn, de heer Den Hollander en de heer Lotterman. Allereerst geef ik het woord aan de heer Benning. Gaat uw gang. De heer Benning: Dank u, voorzitter.
Zoals u al zei krijgen we vanaf 2026 fors minder uitkering vanaf het rijk en dit loopt in 2026 inderdaad naar rond de 3,5 miljoen euro. Tot nu toe hebben we op advies van de VNG als gemeente alleen deze tekorten zichtbaar gemaakt, maar er nog geen invulling aan gegeven om deze in te vullen. Op dit moment is het advies van de VNG om dit wel te gaan doen, om werk te gaan maken om maatregelen om deze tekorten op te vangen. Bij de afgelopen begrotingsvergadering heeft de raad aan het college gevraagd om met kaders te komen zoals we ze nu voor ons zien waarbinnen afwegingen kunnen worden gemaakt voor de ombuigingen. Voorzitter, het college stelt nu een twaalftal kaders voor en Gemeentebelangen kan daar in principe mee instemmen maar ik wil nog wel even een paar opmerkingen maken. Bij punt één, en we gebruiken actuele cijfers voor de berekeningen van de tekorten, vaak zien we vooral de mei- en septembercirculaire te laat om bij de kadernota en begroting te betrekken. Hoe gaan we hier dan mee om? Dat staat ook in het stuk, we gaan ervan uit dat we zo snel mogelijk hierover worden
geïnformeerd maar dat kan nog wel gevolgen hebben dan. Punt drie, we zullen er niet voor wegkomen wat ons betreft om ook naar de inkomsten nog te gaan kijken, de opgave is dermate groot, ook al gezegd, kleinere passen ook naar kijken. Dan punt vijf, de medebewindstaken, dat is een beetje een ingewikkelde tekst die daar staat, vind ik. Dat zijn eigenlijk taken die de gemeente uitvoert voor de rijksoverheid, waar we dus ook geld voor krijgen, dan zijn we als gemeente doorgeefluik. Het gaat hier om een heel groot bedrag binnen de gemeentebegroting. Daarom is het ook goed om daarnaar te kijken en vooral ook via de VNG blijven bij de overheid aankloppen om voldoende middelen bij deze taken te doen. Dan bij punt tien, dat gaat over onze investeringsruimte. Jaarlijks hebben we een pot van 4 miljoen euro beschikbaar voor investeringen. Dat is een goede zaak, om te investeren. Om toch daar heel goed de vinger aan de pols te houden is het goed om deze lijst jaarlijks te actualiseren en om dit ook bij de kadernota dan actief elke keer een afweging te kunnen maken. Voorzitter, de twaalf kaders die hier genoemd zijn bereiken in volle breedte de gemeentebegroting zo ongeveer en het is volgens ons goed om op dit moment ook geen beleidspassen uit te zonderen en inderdaad in de volle breedte van de begroting te zoeken naar ombuigingsmogelijkheden.
Voorzitter zoals al gezegd, Gemeentebelangen kan verder instemmen met het voorstel en nu deze kaders vastgesteld zijn kan het college aan de slag en het is voor de raad van belang en zoals in het stuk ook staat, dat de raad in het voorjaar van 2025 aan de slag kan om te spreken over invullingen van de ombuigingen. Zoverre, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Benning. Dan ga ik over naar mevrouw Assink. Mevrouw Assink: Dank u wel, voorzitter. Vanaf 2026 krijgen gemeenten minder geld vanuit het rijk. Het gemeentefonds is onze belangrijkste bron van inkomsten en een korting hierop heeft direct gevolgen voor onze gemeentelijke begroting. Voorbereiding op het ravijnjaar is uiteraard verstandig waarbij we als eerste uitgangspunt willen benadrukken, geen taken zonder knaken. In het raadsvoorstel wordt omfloerst benoemd, ombuigingen op medebewindstaken prioriteren we hoger dan onze autonome taken. Minder omfloerst wil dat zeggen, het teruggeven van gedecentraliseerde taken aan de rijksoverheid als deze niet betaald worden . Daar kunnen we ons in vinden, in dat uitgangspunt. Wij zijn als gemeente geen gekke Eppie die de gaten gaat dichtlopen die het rijk laat vallen. De balans tussen taken en bekostiging raakt steeds verder uit het lood.
Uitgaven voor taken stijgen harder dan de inkomsten vanuit het rijk voor de uitvoering zonder dat de decentrale overheid invloed heeft op hoe welke taken worden uitgevoerd. Het rapport Taken en middelen in balans, opgesteld in opdracht van de VNG, constateert dat belangrijke ambities van de landelijke overheid die deels door gemeenten worden uitgevoerd dreigen stil te vallen. Het rijk schiet zichzelf in de voet met de bezuiniging van 3 miljard op het gemeentefonds. Maar dat betekent dus voor ons als gemeente dat we niet als een dolle gaan bezuinigen op autonome zaken, zoals bijvoorbeeld sport en cultuur., maar dat we eigenlijk rucksichtslos moeten blijven terugdrukken naar Den Haag en samen moeten optrekken met Drentse gemeenten, buurgemeenten en de VNG om gezamenlijk de geen-taken-zonder-knaken-boodschap uit te dragen. De gemeente is voor haar inwoners meer dan een loket dat paspoorten en bijstandsuitkeringen verstrekt. Wij willen blijven zorgen voor een goed leefklimaat in de brede zin, dus aanbod van dorpshuizen, zwembaden, sport- en cultuurinstellingen en een goed onderhouden openbare ruimte zijn fundamentele elementen die de leefbaarheid mede bepalen. Dan ten aanzien van de twaalf keuzes die gemaakt zijn, daar kunnen wij ons in vinden waarbij wij nog een aantal accenten willen leggen. De beleidskeuzen maken en niet de kaasschaaf hanteren, daar kunnen we ons in vinden.
Bepaal wat je als gemeente wel doet en wat niet, in plaats van alle programma's met een bepaald percentage te korten. Een advies dat we nog mee willen geven is dat de keuzes wat je wel en niet doet, om die af te laten hangen van wat wel en geen effectief beleid is en wat aantoonbaar bijdraagt aan de opdrachten die we onszelf hebben meegegeven in het raadsbreedprogramma en het collegeprogramma. En uiteraard houdt dat in dat we ook in de GR’en beleidskeuzes maken. Want zij zijn immers, hoewel op afstand gezet, de uitvoerders van het gezamenlijke
beleid van de gemeentes. En ook uiteraard wordt de ambtelijke formatie afgebouwd als we stoppen met het uitvoeren van bepaalde taken. Bij beleidskeuzes hoort ook dat we kritisch zijn op hoe we de taken uitvoeren, dat we dat ook zo effectief en efficiënt mogelijk doen. Dus een actieve inhoudelijke bemoeienis van de gemeente bij de uitvoering om te zorgen dat we kosteneffectief blijven in het beleid dat we wel blijven doen. Een goed voorbeeld is in de gemeente De Wolden dat de gemeente betrokken is bij herindicaties in het sociaal domein en vroeginterventie doet bij sociale problematiek om meer kosten door niet of te laat optreden te voorkomen. Dan wordt er ook in het raadsvoorstel gememoreerd aan de opbrengstenkant en dat is een terecht punt waarbij wij het advies willen meegeven om het speelveld voor de inkomsten te verbreden. Met alleen lokale opbrengsten als leges en ozb krijgen we de 3,5 miljoen niet dicht. In 2024 hebben we een kleine 12 miljoen inkomsten uit leges, ozb en heffingen. Hiervan is 5 miljoen ozb en 2,7 miljoen afvalstoffenheffing en rioolheffing. Afvalstoffenheffing mag maximaal kostendekkend zijn en leges zijn relatief klein bier, dus de enige verhoging die echt zoden aan de dijk zet zou dan de ozb kunnen zijn. Enige verhoging is acceptabel aangezien we als De Wolden een vrij gematigd tarief hanteren waar onze inwoners relatief welvarend zijn.