CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 63, bijlage 1 Integraal Ruimtelijk Perspectief - LR

Gemeenteraad 29 november 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Vaststellen Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), raadsvoorstel 63/2129.866 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

U16TRECHT GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

INTEGRAAL RUIMTELIJK PERSPECTIEF 2021-2040

SEPTEMBER 2021

VOORWOORD Voor u ligt het Integraal Ruimtelijk Perspectief 20212040, de gezamenlijke ontwikkelrichting tot 2040 van de 16 gemeenten in de regio Utrecht die samenwerken in U10-verband. Wij zijn trots op dit ambitieuze perspectief, dat concreet maakt hoe de regio op een gezonde en duurzame wijze zal groeien en hoe ze om zal gaan met de grote maatschappelijke opgaven. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP) is een concretisering van de contour REP, waar de raden in 2020 mee hebben ingestemd. En waarmee we ons voorbereiden op de uitvoering in het ruimtelijk domein voor de komende jaren. Als enige regio in Nederland hebben we een brede integrale visie en aanpak van de opgaven rond wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water, energie en gezondheid. De visie leidt tot duidelijke en scherpe keuzes, die lokale, regionale, provinciale en nationale opgaven met elkaar verbinden. Onze aanpak staat dan ook niet op zichzelf: het is in grote lijnen consistent met de visies van de provincie (Omgevingsvisie provincie Utrecht) en van het Rijk (NOVI) voor onze regio. En heeft doorwerking gevonden in de gezamenlijke visie van Rijk en regio (Utrecht Nabij). Dat maakt ons in vergelijking met andere regio’s in het land uniek. Wouter Veldhuis, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving, onderschrijft dit in zijn column (pagina 167).

En benadrukt nogmaals dat samenwerking essentieel is om kwaliteit te realiseren en om de strategische keuzes voor de regio nog scherper in te kleuren. Met dit IRP geven we een krachtig signaal af dat de 16 gemeenten schouder aan schouder staan in de ambitie,

Paul Heijmerink

Wethouder gemeente Bunnik

Peter Bekker

Wethouder gemeente IJsselstein

Bob Duindam

Wethouder gemeente Oudewater

Marcel Verweij

Wethouder gemeente Vijfheerenlanden

Madeleine Bakker-Smit

Wethouder gemeente De Bilt

Gerrit Spelt

Wethouder gemeente Lopik

Hetty Veneklaas

Wethouder gemeente Stichtse Vecht

Hans Buijtelaar

Wethouder gemeente Wijk bij Duurstede

de afwegingen en de aanpak om de regio (door) te ontwikkelen tot de gezonde ontmoetingsplek in een stedelijke regio voor iedereen. Hiermee bundelen en versterken we de kracht van inwoners, bedrijven, medeoverheden en andere partners. We kunnen de uitvoering in verschillende allianties slagvaardig ter hand nemen en we hebben een basis om elkaar aan te spreken op hoe we de regio samen vormgeven. Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces van de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven waar we voor staan. We kijken niet alleen naar het eigen grondgebied van de gemeente, maar ook naar de regio als geheel. Omdat gemeenten zich committeren aan elkaars opgaven, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de provincie. Het is dus wezenlijk om het IRP consistent en eensgezind als basis te gebruiken voor de regionale ontwikkeling. En om het te gebruiken als basis voor de gemeentelijke Omgevingsvisies. Het IRP is opgebouwd vanuit de lokale beleidslijnen, vervolgens zijn er (boven)lokale en regionale keuzes gemaakt. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen nog om voortzetting van de dialoog.

Daarom maken we met dit IRP keuzes, benoemen we een aantal gezamenlijke vraagstukken, werken we adaptief en geven we opdrachten aan onszelf voor de volgende fase. September 2021

Rein Kroon

Wethouder gemeente De Ronde Venen

Ivo ten Hagen

Wethouder gemeente Montfoort

Klaas Verschuure

Wethouder gemeente Utrecht

Tymon de Weger

Wethouder gemeente Woerden

Sander Bos

Wethouder gemeente Houten

Hans Adriani

Wethouder gemeente Nieuwegein

Rob Jorg

Wethouder gemeente Utrechtse Heuvelrug

Sander Jansen

Wethouder gemeente Zeist

INHOUDSOPGAVE

1.

INLEIDING - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

7

1.1

Waarom een IRP? - Een gezamenlijk en integraal perspectief voor de regio

9

1.2

Wat voorafging - De voorlopers van het IRP

13

1.3

De opgave - Wat de regio de komende jaren te doen staat

17

2.

DOELSTELLING 2040 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

23

2.1

Waar we naartoe willen - Zeven perspectieven

25

2.2

De ruimtelijke keuzes die we maken - Acht redeneerlijnen

33

2.3

Wat we nog meer afspreken - Verdiepende afspraken voor vijf thema’s

67

2.4

Toekomst op de kaart - Keuzes vertaald naar een integrale perspectiefkaart 2040

99

3.

UITWERKING - EEN NIEUW PERSPECTIEF VOOR ALLE DEELGEBIEDEN

107

3.1

Kromme Rijn Vallei

111

3.2

Noordoostflank

117

3.3

Vecht en Venen

123

3.4

Woerd, Waard en Vijfheerenlanden

129

3.5

De Centrale As

133

4.

UITVOERINGSSTRATEGIE - NAAR EEN ADAPTIEF ONTWIKKELPAD VOOR DE REGIO

141

4.1

Uitvoeringsstrategie - De organisatie van het vervolg

143

4.2

Financieringsstrategie - Een regionale investeringsagenda

151

4.3

Adaptief ontwikkelpad - Prioritering en tijdlijn

155

BIJLAGE

167

Column Wouter Veldhuis, Rijksadviseur voor de Fysieke Leefomgeving

1 6

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

INLEIDING -

VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is het cement tussen een groot aantal bestuurlijke en ruimtelijke plannen. Allereerst wordt de noodzaak geschetst van een gezamenlijk en integraal perspectief voor de regio (1.1), vervolgens de voorlopers van het IRP en het vervolg erop (1.2) en tot slot de opgaven voor de komende jaren op het gebied van landschap (inclusief water en groen), mobiliteit, wonen, werken en energie (1.3).

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

7

Samenhang plannen (beeld: KuiperCompagnons). 8

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

1.1

WAAROM EEN IRP? - EEN GEZAMENLIJK EN INTEGRAAL PERSPECTIEF VOOR DE REGIO

Wij werken als 16 Utrechtse gemeenten samen aan een integraal perspectief voor 2040. Niet omdat het moet, maar omdat we zien dat we voor opgaven staan die we alleen samen kunnen oplossen. Als we samenwerken aan een inhoudelijk perspectief, krijgen we samen meer voor elkaar.

Als iedere gemeente en iedere sector alleen verder zou bouwen aan de eigen toekomst, lopen we aan tegen de grenzen van de ruimte. Een beslissing om op een bepaalde plek te bouwen, heeft invloed op keuzes elders in de regio. Bovendien is deze plek dan niet meer te gebruiken voor een andere functie.

Dit perspectief is dus geen plan dat top-down boven de regio hangt, maar een doorkijk naar 2040 die van ons allemaal is en waarmee wij ons verbinden aan het gezamenlijk oplossen van de regionale opgaven. Samenwerking is niet alleen nodig bij het opstellen van dit perspectief, maar ook bij de uitwerking en uitvoering ervan. Wat in dit perspectief staat, nemen wij op in onze gemeentelijke visies en omgekeerd.

Om deze veranderingen in goede banen te leiden is het dus nodig om op verschillende schaalniveaus tegelijk te denken, en om de verschillende opgaven integraal te benaderen.

Waarom een gezamenlijk perspectief? De urgentie van dit perspectief vloeit voort uit het feit dat de regio Utrecht een van de snelst groeiende regio’s van Nederland is en een van de meest competitieve regio’s van Europa. De basis van dit succes ligt in de uitstekende kwaliteit van leven. Aantrekkelijke steden en dorpen liggen in een regio met de mooiste landschappen en de meest bijzondere cultuurhistorische elementen van het land. Het onderwijs is uitstekend en daarmee biedt de regio kansen voor iedereen. Deze bijzondere kwaliteit van leven trekt mensen van binnen en buiten Nederland naar onze regio. Dit succes gaat gepaard met een grote vraag naar ruimte voor de groeiende economie en naar ruimte voor de huidige en nieuwe bewoners. Dit levert ook meer verplaatsingen op, die het mobiliteitssysteem moet kunnen opvangen. Daarbij komt dat een groot deel van het groeiende (inter)nationale verkeer door onze regio rijdt. Het is het daarom belangrijk te beseffen dat de regio onderdeel is van een groter geheel en dat afstemming van de regionale opgave met de omliggende regio’s van belang is. Tegelijkertijd komen er nieuwe opgaven op ons af. We moeten ruimte maken om de klimaatveranderingen aan te pakken. Meer ruimte voor water en natuur, maar ook meer ruimte om op een duurzame manier in onze energie te voorzien.

Slim omgaan met de ruimte Om aan al deze vragen naar ruimte te voldoen, moeten we op een andere manier nadenken over de toekomst van onze regio. Hoe geven we ruimte aan groei en maken we tegelijk onze regio groener en mooier? Wat voor regio laten we na aan de generaties na ons? Hoe zorgen we ervoor dat ook zij kunnen leven in een gezonde regio? Hoe zorgen we ervoor dat dit op een sociaal rechtvaardige manier gebeurt? Hoe zorgen we voor een goede balans tussen mens en natuur?

Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is de plek waar de samenwerkende gemeenten in de U16 hun visie geven op hoe de regio ruimte kan maken voor alle verschillende functies. Het Perspectief kijkt hoe de regio er in 2040 uit kan zien en hoe dat voor iedereen aantrekkelijk kan zijn. Integraal denken over de regio vereist keuzes. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel plekken groter dan de ruimte die we hebben. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met die ruimte. In stappen van Koers naar perspectief U10 is het samenwerkingsverband van 16 gemeenten. Met de Ruimtelijk Economische Koers (REK) van 2018 heeft de regio ervoor gekozen om de groei op een duurzame wijze op te vangen. De regio wil zich (door)ontwikkelen tot de gezonde ontmoetingsplek in een stedelijke regio voor iedereen en wil in 2040 de internationaal toonaangevende regio op dit terrein zijn. In 2018 is gestart met het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) dat concreet invulling en uitvoering geeft aan deze koers. Met het REP heeft de U10 een integrale en breed gedragen visie en strategie op de toekomst (tot 2040) van de Metropoolregio Utrecht ontwikkeld. Zestien gemeenten brengen de thema’s wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water en energie uit de visie vervolgens samen in het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP).

In het IRP geeft de regio aan wat haar thematische en ruimtelijk-programmatische opgaven zijn, welke hoofdrichtingen worden gekozen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio en hoe al deze elementen samenhangen in een geïntegreerde visie en strategie. Aan het ruimtelijk economisch programma REP is de afgelopen drie jaar in fasen gewerkt. Er is een gezamenlijke koers bepaald, er is een integraal afwegingskader opgesteld, de opgaven zijn in beeld gebracht, er is een ruimtelijke Contour gemaakt en een verstedelijkingsstrategie.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

9

10

Ruimtelijke Economische Koers (REK 2018).

Provinciale Omgevingsvisie (POVI 2021).

Nationale Omgevingsvisie (NOVI 2020).

Utrecht Nabij (MIRT 2020).

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

Al deze eerdere fasen hebben geleid tot het voor u liggende Integraal Ruimtelijk Perspectief. Het IRP is nadrukkelijk geen eindbeeld, maar bevat een strategie en een adaptief ontwikkelpad. De volgende stap is Integraal Regionaal Programmeren, waarvan de kern is het gezamenlijk maken van afspraken over regionale programma’s en over een uitvoeringsstrategie op basis van allianties. Dit IRP is niet alleen door de U16-gemeenten opgesteld, maar is tot stand gekomen vanuit een brede samenwerking en afstemming met onder meer thematische bestuurstafels, 16 colleges van B en W en evenzovele gemeenteraden, de provincie Utrecht, U Ned, waterschappen, de Regionale Energiestrategie (RES) en legio experts. Het IRP als het cement tussen andere plannen In dezelfde periode waarin het IRP is gemaakt, zijn ook op andere tafels belangrijke kaders en visies tot stand gekomen. Vanuit het Rijk de NOVI, vanuit de provincie de Omgevingsvisie provincie Utrecht, in U Ned-verband de visie Utrecht Nabij en meerdere lokale ruimtelijke strategieën. Het IRP is een integraal en regionaal perspectief. Het is tot stand gekomen samen met 16 gemeenten die in U10verband samenwerken en hangt daardoor dus niet boven de gemeenten, maar is een gedeeld perspectief. Samen wordt invulling gegeven aan regionale opgaven, waarbij over gemeentegrenzen heen wordt gekeken.

Dit levert een gezamenlijke aanpak op, waarbij gemeenten elkaar scherp houden en een eenduidige boodschap hebben naar andere bestuurslagen en stakeholders. En de uitvoering in allianties oppakken. Het IRP is geen vrijblijvende afspraak, het is te zien als de basis voor de toekomstige samenwerking tussen de gemeenten op inhoud en proces. En een basis voor lokaal beleid en uitvoering en vice versa. Samen geven we invulling aan de regionale opgaven. Het is een adaptief perspectief, dus de inhoud wordt in de toekomst geconcretiseerd, waar nodig aangepast aan de (lokale) omstandigheden en periodiek geactualiseerd. Het IRP is immers geen eindbeeld, het geeft de gedragen

ontwikkelrichting weer voor de komende 20 jaar. De insteek is dan ook om het IRP periodiek te actualiseren en dit te consolideren via besluitvorming in de gemeenteraden. Zodat ontwikkelingen kunnen worden vastgelegd. De eerste actualisatie is voorzien na periode van twee jaar, er wordt onderzocht wat een passende ritmiek is voor de periode daarna. In de uitvoeringsstrategie wordt de positionering en de samenwerking verder uitgewerkt. Het IRP volgt, en zorgt tegelijk voor de regionale inbreng in, de NOVI, de Omgevingsvisie provincie Utrecht en de MIRT-afspraken met het Rijk. Het IRP heeft op hoofdlijnen dezelfde uitgangspunten, zoals gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, de focus op binnenstedelijk en gemengd bouwen op en nabij ov-knooppunten, het ontwikkelen van meerdere Metropoolpoorten, het Wiel met Spaken, het verdichten op Regiopoorten, het versterken van groen en landschap en de vitaliteit van kernen. Het IRP legt ook enkele andere accenten in vergelijking met bijvoorbeeld de Omgevingsvisie provincie Utrecht. De U16 ziet dit als input voor en een constructieve bijdrage aan het gesprek over de ruimtelijke kaders vanuit Rijk en provincie.

Gedeelde visie, verschillende rollen Intensieve coöperatie heeft geleid tot een gedeelde visie op de regio Utrecht vanuit Rijk, provincie, regiogemeenten en waterschappen, die vertaald is in drie regionale plannen: Omgevingsvisie provincie Utrecht, IRP U16 en Utrecht Nabij. Hierbij heeft elke overheid eigen rollen: accommoderen, bewaken en uitvoeren. Deze rollen wisselen ook nog eens, afhankelijk van thema’s, schaal en gebieden. Om de veranderingen van de komende decennia met vertrouwen tegemoet te treden is een gezamenlijke visie op de ruimte van de Utrechtse regio zo belangrijk. Zo kunnen we antwoord geven op de eisen die deze tijd aan onze besturen stelt, en kunnen we gezamenlijk, maar met oog voor de eigen verantwoordelijkheden, werken aan een robuuste regio in balans en aan gezond leven in een stedelijke regio.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

11

Woerden (beeld: Aerophotostock). 12

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

1.2

WAT VOORAFGING DE VOORLOPERS VAN HET IRP

Het IRP is een stap in de ruimtelijke programmering. De eerder genomen stappen vormen evenzovele uitgangspunten. Hieronder worden deze kort samengevat. Fase 1: De Ruimtelijk Economische Koers (2018) In de Ruimtelijk Economische Koers (REK) is door de regio gekozen voor een regio waar gezond stedelijk leven voor iedereen centraal staat. De zes geformuleerde toekomstbeelden uit de REK vormen de principes die ten grondslag liggen aan alle te maken verstedelijkingskeuzes in de regio. De zes toekomstbeelden voor 2040 zijn: 1. Utrecht is in 2040 de internationaal erkende regio voor life sciences, gezondheid en duurzaamheid. 2. Gemeenten in de regio zijn economisch complementair. 3. We kiezen voor een ongedeelde regio met voldoende woningen voor alle doelgroepen. 4. We groeien, met voorrang, op binnenstedelijke locaties, dat leidt tot kwaliteit en interactie. 5. We geven voorrang aan duurzame mobiliteit. 6. Groen, landschap en cultuurhistorie leveren een onmisbare bijdrage aan de stedelijke regio.

Fase 2: De Contour REP (2020) De Contour REP heeft de uitgangspunten van de REK vertaald in een aantal kaartbeelden. Hiermee is een eerste integratieslag gemaakt en zijn toekomstbeelden geschetst van de regio, waarbij in de ‘kaart van altijd’ de keuzes zijn vastgelegd die sowieso doorgang kunnen vinden. In de ‘kaart van alles’ zijn alle mogelijke plannen ingetekend, waardoor een beeld ontstaat van de keuzes die gemaakt kunnen worden. In de Contour is een beoordelingskader opgesteld waaraan de uiteindelijke keuzes worden getoetst; in de Contour zijn de keuzes dus nog niet gemaakt. Ook zijn er onderzoeksvragen geformuleerd die beantwoord moeten worden om tot keuzes te komen. Deze onderzoeksvragen zijn in dit IRP zoveel mogelijk beantwoord.

Ladder van verstedelijking Om te bepalen waar de opgaven voor wonen, werken en voorzieningen fysiek landen, hanteert het Integraal Ruimtelijk Perspectief een ladder van verstedelijkingskeuzes. In het kort komt deze ladder neer op een aantal uitgangspunten die voorrang geven aan bouwen op binnenstedelijke locaties en nabij openbaar vervoer, juist om het waardevolle landschap te sparen en om duurzame mobiliteit te stimuleren. Deze locatieladder betekent dat we de grote keuzes voor verstedelijking bij voorkeur in onderstaande volgorde maken: 1. Op binnenstedelijke locaties nabij ov-knooppunten. 2. Op overige binnenstedelijke locaties. 3. Op buitenstedelijke locaties nabij bestaande ovknooppunten. 4. Op locaties nabij nieuwe ov-knooppunten.

De kaart van Altijd

Naast deze ladder voor verstedelijkingslocaties is het ook belangrijk dat op lokaal niveau de vitaliteit van dorpen en steden geborgd wordt. De kaart van Alles Ruimtelijke Contour (2020).

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

13

Bunnik Kromme Rijn (beeld: Ben Jurgens). 14

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

Beoordelingskader Contour

Fase 3 (nu): Integraal Ruimtelijk Perspectief

In het kader van de Contour is door de regio een beoordelingskader gemaakt om verstedelijkingskeuzes af te wegen. Dit beoordelingskader zal in de vervolgstap Regionaal Programmeren gehanteerd worden om de hoofdkeuzes te beoordelen.

Dit perspectief is gebouwd op de uitgangspunten uit de eerdere fases. Samen met de 16 gemeenten, de provincie, waterschappen en andere belanghebbenden zijn op basis van de uitgangspunten keuzes gemaakt voor het integrale perspectief. Deze keuzes worden in de komende hoofdstukken toegelicht.

Vanuit de inhoudelijke hoofddoelen – bevorderen van een gezonde, duurzame energieke regio; versterken economie; faciliteren verstedelijkingsopgave; verhogen ruimtelijke kwaliteit; en faciliteren slimme en toekomstbestendige mobiliteit – zijn naast de bovengenoemde ladder als aanvullende uitgangspunten uit het beoordelingskader onder andere te destilleren: • Bevorderen van een gezonde leefstijl. • Vergroten van de ruimtelijke kwaliteit. • Zorgen voor nabijheid van wonen, werken, voorzieningen, groen en landschap. • Totstand brengen van gemengde gebieden. • Woningbouw juist niet mengen met cruciale werkgebieden die zich niet laten mengen. • Nieuwe woongebieden creëren nabij de belangrijke werkgebieden van de toekomst. • Ontlasten van Utrecht Centraal door kwalitatief en kwantitatief goede alternatieve knopen te maken. • Zorgen voor zicht op uitvoering en bekostiging. Dit zijn slechts een aantal van de doelen uit het beoordelingskader. Deze hebben richting gegeven aan de keuzes die in het IRP worden gemaakt. Onderzoeksvragen Contour

Fase 4 (toekomst): Integraal Regionaal Programmeren Na het afronden van het perspectief staat het integraal programmeren centraal, het maken van concrete afspraken over welk programma waar wordt gerealiseerd. Daarbij gaat het dus veel meer dan in het IRP om de stap richting uitvoering. Op het niveau van de hele regio, maar ook lokaal en in deelgebieden. Gemeenten en allianties werken op gebieds-, programmaen projectniveau de opgaven uit. Op regionale schaal werken we samen om de regionale keuzen verder aan te scherpen en randvoorwaarden voor elkaar te krijgen. Vraagstukken op regionale schaal vergen veelal samenwerking tussen gemeenten, maar ook met Rijk en provincie. In deze fase zetten we tevens in op participatietrajecten om de discussie breder te voeren. Programmeren gaat over het langjarig met elkaar scherp sturen en monitoren om de benoemde opgaven te realiseren. Het gaat om flexibiliteit en adaptief meebewegen met de veranderende context. Er zal in slimme allianties gewerkt worden om de benodigde slagkracht in organisatie en middelen te bewerkstelligen.

In het kader van de besluitvorming rond de Contour REP zijn onderzoeksvragen per thema meegegeven voor de uitwerking in het IRP en Regionaal Programmeren. Deze onderzoeksvragen vormden de basis voor het maken van dit IRP. Op vrijwel alle vragen is in dit IRP een antwoord geformuleerd. Sommige onderzoeksvragen zijn voor deze fase nog iets te gedetailleerd en zullen in de fase van het Regionaal Programmeren worden opgepakt. Verschillende gemeenteraden hebben moties en amendementen bij de Contour vastgesteld. In een separaat document is richting de raden teruggekoppeld hoe deze zijn verwerkt in dit IRP.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

15

Zegveld (beeld: Veenweiden Innovatiecentrum). 16

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

1.3

DE OPGAVE - WAT DE REGIO DE KOMENDE JAREN TE DOEN STAAT

De regio Utrecht groeit en staat voor de keuze hoe deze groei in te vullen. De vraag naar ruimte is groot, terwijl de regio niet groter wordt. De bekende manieren van groeien, vooral in woningbouw en mobiliteit, stuiten op hun grenzen. Daarom moet er op een andere manier worden gekeken naar de systemen en naar combinaties van functies. Er is een schaalsprong nodig, waarin landschap, dorp en stad in balans zijn. Toekomstgericht en integraal denken nodig De opgaven voor de toekomst worden voor een deel bepaald door ons gedrag: hoe wonen, werken, recreëren en bewegen we. Tegelijkertijd hebben ook veranderingen op een hoger schaalniveau impact op hoe we onze regio kunnen en moeten inrichten. Dan gaat het bijvoorbeeld over klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Hoe we hiermee omgaan bepaalt hoe we de regio achterlaten voor de volgende generaties. De toekomstige opgaven kunnen we alleen het hoofd bieden als we ze in samenhang met elkaar zien. Dat vereist integraal en toekomstgericht denken. De opgaven die in dit IRP worden opgelost zijn per Pijler verkend in de Contour REP en in een aantal Pijlerrapporten en onderzoeken verder verdiept. De vijf Pijlers zijn: 1. Landschap, water en groen 2. Mobiliteit 3. Wonen 4. Werken 5. Energie Per Pijler is de opgave scherp geduid. In dit IRP worden deze opgaven geïntegreerd en vertaald naar ruimte.

De invloed van de coronapandemie Ten tijde van het opstellen van het IRP werd de wereld getroffen door het coronavirus. De pandemie heeft directe effecten op ons gedrag en op onze samenleving. Economische sectoren staan onder druk, thuiswerken is de norm geworden en de immigratie is afgeremd. Op dit moment is moeilijk te voorspellen wat op langere termijn de precieze gevolgen zullen zijn van de pandemie. Er zijn nog geen aanwijzingen dat bijvoorbeeld de behoefte aan woningen en arbeidsplaatsen in 2040 moet worden bijgesteld. De U16 is ook gedurende de pandemie een aantrekkelijke regio gebleken. Wel benadrukt de pandemie het belang van gezondheid. Extra duidelijk is geworden hoe belangrijk het is om toegang te hebben tot voldoende binnen- en buitenruimte, zowel in de woning als in de directe woonomgeving.

De pandemie heeft ook laten zien dat gedragsverandering veel mogelijkheden biedt om de mobiliteit te beperken. De pandemie lijkt een aantal trends te hebben versneld, met name rond de functie van de werkplek en rond het winkelen. Toch is het nog te vroeg om conclusies te trekken over veranderende woonvoorkeuren, de effecten van de pandemie zijn immers nog volop in ontwikkeling. Daarom houden wij vooralsnog vast aan de prognoses voor bijvoorbeeld bevolkingsgroei en woningbehoefte die wij nu kennen. De weg richting uitvoering van dit perspectief verloopt via een adaptief ontwikkelpad en via de regionale programmering. Indien daartoe aanleiding is zullen bijgestelde prognoses in deze vervolgfases worden meegenomen. Hieronder worden de opgaven samengevat.

OPGAVE 1 – LANDSCHAP, WATER EN GROEN De opgave voor landschap, water en groen is: • De intrinsieke kwaliteit van landschap, inclusief de natuurwaarden en cultuurhistorie, behouden en verbeteren, dat is de ‘Utrechtse Trots’. De ontwikkeling van inherente natuurwaarden, inclusief biodiversiteit, en de leesbaarheid van de cultuurhistorie maken hiervan integraal onderdeel uit. • De toegankelijkheid van landschap, natuur en water verbeteren en daarmee ruimte creëren voor de groeiende recreatiebehoefte van een groeiende bevolking. • Ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin zoveel mogelijk behouden en mee laten groeien met de verstedelijkingsopgave, in weerwil van de groeiende druk op de ruimte. • Invulling geven aan een nieuwe en duurzame balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer en recreatie. Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt over waar welk aspect in het landschap leidend is en/ of waar en hoe deze aspecten elkaar juist kunnen versterken. Transitie naar circulaire, biodiverse en economisch rendabele landbouw maakt daarvan onderdeel uit. Verder moet de energieopgave de juiste plek in het landschap krijgen. • Invulling geven aan de water- en klimaatopgave, waaronder veiligheid bij overstromingen, voldoende water ondanks droogte, schoon en gezond water en de bestrijding van hittestress.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

17

In het Pijlerrapport Groen en Landschap is een kwantitatieve vertaling gemaakt van deze opgave. In totaal gaat het om het toevoegen van ruim 4.000 hectare natuur- en recreatiegebied, inclusief het toevoegen van ruim 400 kilometer aan recreatieve en ecologische verbindingen. Binnen deze groene opgave moet ook ruimte gevonden worden voor de klimaatopgave. Ook het bieden van economisch perspectief voor de agrarische sector in balans met natuur, water, bodemdaling en stikstofreductie is onderdeel van deze opgave. De opgave voor landschap, water en groen is nauw verbonden met de doelstellingen voor gezond leven. Water en klimaatverandering Klimaatverandering zorgt in combinatie met de groei van wonen en werken voor een grote druk op het watersysteem. Er treden vaker extremere weersomstandigheden op, met bijvoorbeeld ondergelopen straten en waterkwaliteitsproblemen als gevolg. Het punt is bereikt dat we het niet meer op kunnen lossen binnen het watersysteem. Voor het grootste deel van de regio gaat de afvoer van water nu via het Amsterdam-Rijnkanaal, dat nauwelijks ruimte heeft om extremere buien op te vangen. Het is nodig het watersysteem te optimaliseren én de afhankelijkheid ervan te verkleinen door een meer waterrobuuste inrichting van steden en polders.

Naast het optimaliseren van het watersysteem moet worden gewerkt aan een inrichting van stad en land die kan omgaan met hogere temperaturen en te veel of te weinig water. Om de regio veilig te houden versterken de waterschappen de komende jaren de dijken langs de Lek. Dat zijn grote projecten die veel meekoppelkansen bieden. Daarnaast moeten gevolgen van overstromingen, mochten die zich toch voordoen, worden tegengegaan. In de lager gelegen gebieden van de regio (veenweidegebieden en diepe polders) is het watersysteem kwetsbaar, ze kampen met bodemdaling en verzilting. Bij nieuwe ontwikkelingen is het essentieel om ook daar het watersysteem robuuster te maken, waarbij tegelijk een tekort aan water wordt voorkomen.

18

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

OPGAVE 2 – MOBILITEIT De opgave voor mobiliteit is groot en is niet door de regio alleen op te lossen. De belangrijkste infrastructuur voor wegen en spoor wordt beheerd door het Rijk, waardoor samenwerking tussen bestuurslagen essentieel is. Daarbij komt dat veel van het verkeer in de regio een bestemming en/of oorsprong buiten de regio heeft. De drukte op de weg en in de trein wordt dus voor een aanzienlijk deel bepaald door ontwikkelingen buiten de regio. Deze opgave is in U Ned in samenwerking met het Rijk en de Provincie onderzocht in het MIRT-onderzoek Utrecht Nabij. Het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij sluit nauw aan bij de uitgangspunten van de REP Contour en daarmee is er een stevige gezamenlijke basis voor samenwerking tussen Rijk en regio voor verstedelijking en mobiliteit. Uit deze onderzoeken blijkt dat de regio Utrecht richting 2030 afstevent op ernstige mobiliteitsknelpunten voor zowel auto, ov als fiets. De opgaven zijn het grootst in het stedelijk gebied van Utrecht en aan de randen ervan. Plekken waar ook veel aanvullende verstedelijking gepland staat. De opgaven voor mobiliteit zijn slechts voor een beperkt deel afkomstig uit de verstedelijkingsambities. De regio zal door de sterke autonome groei en door de reeds gerealiseerde en geplande verstedelijking op alle modaliteiten vastlopen.

Met name de wegen slibben dicht, waardoor auto’s en bussen vertraging oplopen. Daar komt bij dat de congestie op veel plekken nu al voor overlast zorgt. Omdat de alternatieven (fiets, ov en deelmobiliteit) in veel gevallen onvoldoende concurrerend zijn met de auto (te langzaam, oncomfortabel, te druk), kiezen mensen binnen de regio nu in grote meerderheid voor de auto. Als we de druk op de wegen willen verminderen, is het verbeteren van de alternatieven de belangrijkste opgave. Ook ligt er een opgave om de nabijheid te verbeteren voor plekken die fysiek wel dichtbij het stedelijk kerngebied liggen, maar waar één van de modaliteiten ondermaats is, bijvoorbeeld het zuidelijke deel van het stedelijk gebied (met name Nieuwegein en IJsselstein) voor wat betreft het ov. Bij het ontwikkelen van deze plekken zijn er bovendien opgaven die voortvloeien uit de ambitie van gezond leven in een stedelijke regio: op deze drukke plekken willen we gezonde woon- en werkmilieus mogelijk maken door bijvoorbeeld geluidsoverlast van mobiliteit te reduceren, barrières op te heffen of nieuwe verbindingen te maken.

Vanuit deze opgaven voor mobiliteit komt een schaalsprong van met name het regionale ov-systeem als drager voor de verstedelijking in de regio in beeld, in combinatie met een schaalsprong voor fietsverkeer en regionale afstemming voor het beperken van autoverkeer in de spits. Het doorgaande bovenregionale verkeer blijft gebruik maken van de bestaande hoofdstructuur van spoorwegen en snelwegen.

OPGAVE 3 – WONEN Volgens de samen met de Provincie opgesteld prognoses zijn tot 2040 circa 104.000 tot 125.000 extra woningen nodig. In de afgelopen jaren is deze behoefte een aantal keer naar boven bijgesteld, met name omdat de (buitenlandse) migratie naar de regio steeds hoger uitpakte dan voorspeld. Het is juist de factor migratie die sterk gevoelig is voor conjuncturele schommelingen en andere maatschappelijke factoren. Daarom wordt gewerkt met een bandbreedte. Tot de coronapandemie stevende de behoefte af op de bovenkant van de bandbreedte. De komende jaren zal duidelijk worden welk effect het economisch herstel heeft op de bevolkingsgroei en met name de migratie. Daarnaast is voor de korte termijn (2030) een afspraak gemaakt met het Rijk om te sturen op 30% ‘overprogrammering’: extra geplande woningbouwaantallen moeten zorgen voor een buffer in de planvoorraad, die kan compenseren voor planuitval en planuitstel. Dit betekent dat wordt gestuurd op een totale planbehoefte van 124.100 tot 147.500 van: • 87.100 tot 97.500 woningen tot 2030. • 37.000 tot 50.000 woningen van 2030 tot 2040.

We hanteren een bandbreedte in deze opgave om te zorgen voor een robuust woningbouwprogramma, dat de komende twintig jaar bestand is tegen veranderende omstandigheden als bijvoorbeeld tegenvallende aantallen woningen in binnenstedelijke projecten en bijgestelde prognoses voor de woningbehoefte. Het biedt ook mogelijkheden om plannen naar voren te halen of naar achteren te schuiven.

Kwalitatieve opgave De vraag naar woningen heeft een belangrijke kwalitatieve component. Er is in 2020 door bureau Companen een verdiepend onderzoek gedaan naar de kwalitatieve woningwensen in de regio. Het onderzoek laat zien dat we sterker moeten inzetten op het realiseren van stedelijke woonmilieus. Binnen de agglomeratie betekent dit centrumstedelijke en hoogstedelijke milieus, met een menging van wonen en werken, voorzieningen in de woonomgeving en een mobiliteitsprofiel dat op het ov en fietsen is gericht. In de agglomeratie is eveneens een behoefte aan groenstedelijke milieus, waarvoor aan de randen van de stedelijke agglomeratie ruimte moet worden gevonden. Buiten de stedelijke agglomeratie is behoefte aan milieus lokaal erg specifiek. Er is hier vooral behoefte aan ruimte voor doelgroepen die in de kleinere en middelgrote kernen gewenst zijn met het oog op doorstroming en vitaliteit. Toegankelijke woningmarkt voor iedereen Het tekort aan woningen heeft geleid tot een woningmarkt die niet voor iedere doelgroep voldoende ruimte biedt. Bij het inhalen van dit woningtekort is het van belang dat de opgave voor kwetsbare en minder kapitaalkrachtige doelgroepen in de gehele regio een plek krijgt.

Om te zorgen voor een inclusieve regio en ongelijkheid tegen te gaan is het van belang dat iedere gemeente haar verantwoordelijkheid neemt om te bouwen voor verschillende inkomensgroepen (sociaal en middelduur) en specifieke doelgroepen die kwetsbaar zijn of moeilijk aan een woning kunnen komen. Vitale kernen Tenslotte is het voor het perspectief van de regio als geheel vereist dat alle kernen in de regio een vitaal toekomstperspectief hebben. In vitaliteit voor kleine en middelgrote kernen spelen bevolkingsopbouw, woningvoorraad, economie, voorzieningenaanbod, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid een rol. Kleine en middelgrote kernen zijn allemaal verschillend en deze aspecten zullen dus in iedere kern in een andere mate spelen.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

19

Werkplek (beeld: HNWblog). 20

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

OPGAVE 4 – WERKEN

OPGAVE 5 – ENERGIE

Met het aantal inwoners groeit ook het aantal banen mee. De regio heeft een uitdaging om niet alleen voldoende banen te creëren die op de juiste plek liggen, maar ook een transitie vorm te geven naar een duurzame en circulaire economie. Onderstaand de belangrijkste opgaven voor de economie.

In het najaar van 2015 spraken 195 landen in Parijs met elkaar af om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en daarmee de opwarming van de aarde tegen te gaan. De Europese lidstaten hebben, op basis van het Parijsakkoord, afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot. Ook voor Nederland ligt er een enorme maatschappelijke opgave op het gebied van de energietransitie.

Voldoende werkgelegenheid voor iedereen De groei van de regio vertaalt zich in een groei van ten minste 80.000 arbeidsplaatsen tot 2040, waarvan er 70.000 zullen landen in de stad Utrecht (Bron: Stec Groep, 2020). Grove verdeling van deze arbeidsplaatsen: • 15.000 via werken vanuit huis. • 25.000 in kantooromgevingen. • 18.000 in gemengde milieus voor maatschappelijke doeleinden. • 9.000 in wetenschappelijk gerelateerde omgeving. • 15.000 op bedrijventerreinen. Dit vraagt om circa 216 ha bedrijventerrein extra tot 2040, ofwel via intensivering en menging, ofwel via uitbreiding. Het is van belang dat er arbeidsplaatsen worden gecreëerd voor alle opleidingsniveaus in de regio. Versterken van het economisch profiel De regio Utrecht kenmerkt zich door een grote diversiteit aan werklocaties op relatief korte afstand van aantrekkelijke woonmilieus op een centrale plek in Nederland. Het versterken van de economische profielen in de regio draagt bij aan het versterken van de economie als geheel. Een duidelijk voorbeeld is de aanwezigheid van het wetenschappelijk cluster dat zich steeds sterker profileert rond het thema life sciences. Maar ook de maakindustrie in Utrecht West kan profiteren van een sterke profilering. Complementariteit van de verschillende clusters moet het uitgangspunt zijn.

In het Nationale Klimaatakkoord is besloten dat Nederland in 2030 een CO2-reductie van 49% moet hebben gerealiseerd ten opzichte van 1990. Het doel voor 2050 is een reductie van 95%. Dat betekent energie besparen, overstappen op duurzame technieken en daarbij duurzame energiebronnen in de regio benutten. Energie gaat meer ruimte vragen en dat wordt zichtbaarder in de stad en in het landschap. Denk hierbij aan zonnepanelen en windturbines, het benutten van duurzame warmtebronnen en ook aan ruimte voor energie-infrastructuur en energieopslag. De nationale doelstellingen voor de CO2reductie werken door in alle Pijlers: van het verduurzamen van de woningvoorraad tot duurzame mobiliteit, van het verduurzamen van productieprocessen en het zorgen voor goed openbaar vervoer tot het opwekken van duurzame elektriciteit. In de U16 willen we in 2030 als bijdrage aan de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen ambities 1,8 TWh duurzame opwekking realiseren (landelijk 35TWh). Dat is een zesde van onze verwachte elektriciteitsbehoefte in 2050. We mikken op zoveel mogelijk zonnepanelen op daken, maar dat is niet genoeg voor de opgave. We maken daarom ook ruimte voor zonnevelden en windturbines. Langs snelwegen, bij bedrijventerreinen en in het landelijk gebied. Ook na 2030 is er een substantiële opgave om duurzame opwekking ruimtelijk in te passen.

Circulaire economie De regio Utrecht moet, net als de rest van Nederland, meer vaart maken met de zorgvuldige omgang met (grond)stoffen. De economie kan alleen groeien binnen de mogelijkheden die de aarde biedt, dus zonder haar grondstoffen steeds verder uit te putten. Deze opgave wordt niet alleen ingegeven door schaarste, het kan juist ook een motor voor innovatie zijn, een stimulans om betere netwerken te maken voor mensen en goederen.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

21

2 22

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

DOELSTELLING 2040 -

GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN De regio kiest voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. In dit hoofdstuk wordt dit concreet gemaakt in een integraal ruimtelijk perspectief voor de regio. Na de schets van het perspectief (2.1) wordt dit uitgewerkt in ruimtelijke keuzes langs acht redeneerlijnen (2.2) en voor vijf thema’s (2.3).

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

23

Kerckebosch (beeld: BDP). 24

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

2.1

WAAR WE NAARTOE WILLEN ZEVEN PERSPECTIEVEN

In 2040… leven we in een groene en gezonde leefomgeving. In 2040… is duurzame mobiliteit de logische keuze. In 2040… is er ruimte voor alle nieuwe bewoners door het toevoegen van compacte stedelijke gebieden. In 2040… profiteert iedereen in de regio van een sterke economie die volop in transitie is naar circulariteit. In 2040… zijn ook kleine en middelgrote kernen in de regio vitaal en bieden die een gezonde leefomgeving. In 2040… is de regio op weg naar energieneutraliteit. In 2040… leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio die zich voorbereid op zeespiegelstijging. De regio Utrecht kiest voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Om dit te bereiken moeten we scherpe keuzes maken. We kiezen er daarom voor om de bestaande kwaliteiten van de regio zo goed mogelijk te benutten en waar mogelijk te versterken. En we gaan zorgvuldig om met de ruimte die we hebben. We bouwen dus niet zomaar het groen vol, maar zoeken juist naar een manier van groeien die de groene kracht van de regio versterkt. Zo houden we ruimte om het landschap, de cultuurhistorie en de natuur (samen benoemd als ‘de Utrechtse Trots’) de komende decennia te versterken. Door ons groen te koesteren zorgen we niet alleen voor ruimte voor mens en natuur, maar sorteren we ook voor op de uitdagingen die de klimaatverandering op ons pad brengt.

Door het landschap te sparen versterken we tegelijkertijd de kwaliteit van onze steden, dorpen en stads- en dorpsranden. Door binnen en aan de randen van onze dorpen en steden de ruimte te vinden voor groei, kunnen we zo goed mogelijk gebruik maken van alles wat onze steden en dorpen zo mooi maakt. We versterken bestaande voorzieningen en gebruiken bestaande infrastructuur zo goed mogelijk. Bestaande en nieuwe (multimodale) ov-knopen worden de brandpunten van onze regio.

Deze versterking van zowel ons landschap als onze steden vereist wel een andere manier van denken en van werken. Ten eerste hebben we een schaalsprong nodig in ons denken over het landschap als drager van de regio. We scheppen een nieuw perspectief voor het landelijk gebied, waar een nieuwe balans tussen productie (landbouw), natuur en recreatie moet worden gevonden, die lokaal werkt. We trekken het landschap en groen diep onze dorpen en steden in, waardoor het landschap ook midden in de stad nooit ver weg is. Ten tweede hebben we een schaalsprong nodig in ons denken over mobiliteit. Als we doorgroeien zoals de afgelopen jaren, loopt de weginfrastructuur hopeloos vast, wat de leefbaarheid en gezondheid van de regio onder druk zet. Daarom wordt een regionaal netwerk van ov en fiets de drager van de groei. Het ov-netwerk Wiel met Spaken verbindt ov-knopen in de stad Utrecht en in de regio. Een netwerk van ondersteunend ov, aantrekkelijke fietsverbindingen en overstapmogelijkheden op multimodale hubs zorgt voor mobiliteitskeuzes in alle hoeken van de regio. De groei van automobiliteit proberen we af te buigen door functies dicht bij elkaar te brengen en gedragsverandering te stimuleren. Waar autoverkeer onvermijdelijk is, wordt lokaal gekeken naar de beste manier om dit in te passen.

Daarbij kan ervoor gekozen worden om te accepteren dat het autoverkeer er in de spits iets langer over doet. Vanuit deze visie op landschap en mobiliteitssysteem vinden we ruimte voor groei die onze regio verder versterkt. Zo ontwikkelen we dé plek voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Dit werken we verder uit in zeven perspectieven.

PERSPECTIEF 1 – EEN GROENE EN GEZONDE LEEFOMGEVING Het leven van bestaande en nieuwe inwoners speelt zich in 2040 af in een gezonde en groene leefomgeving. Gezond en groen begint bij de voordeur met onder andere speeltuintjes, sportvoorzieningen, parken en openbare ontmoetingsplaatsen en zet zicht voort in een netwerk van grote en kleine landschappelijke structuren op verschillende schaalniveaus, van plantsoen tot groene oever, van Heuvelrug tot veenweidegebied, van Lekdijk tot Waterlinie en alles er tussenin. Landschap, water en groen vormen de grondslag voor gezond leven. Binnen deze hoogwaardige landschappelijke context geven we vorm aan de stedelijke groei van wonen en werken en de toekomst van een natuurinclusieve, circulaire economisch rendabele landbouw. We zorgen voor voldoende ruimte voor water, duurzame energieopwekking, recreatie en natuur.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

25

‘Groen groeit mee’ is het leidmotief van de verstedelijkingsvisie. Dit betekent dat we als regio kiezen om te groeien in landschappelijke kwaliteit én kwantiteit. Voor de stedelijke groei van de regio is de versterking van de landschappelijke kwaliteit van het groene en blauwe netwerk voor natuur en recreatie een randvoorwaarde. De woon- en werklocaties worden natuur-inclusief, dat geldt zowel voor de openbare ruimte als voor de woningen en andere gebouwen. Een gezonde leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag en gezonde mobiliteit. De leefomgeving stimuleert om te wandelen, fietsen, spelen, sporten en ontmoeten. Uitstoot van verkeer en industrie moeten in 2040 teruggedrongen zijn. Dit stimuleren wij door te werken met een maatschappelijke handreiking waarmee ruimtelijke ontwikkelingen worden verrijkt.

PERSPECTIEF 2 – DUURZAME MOBILITEIT We zorgen ervoor dat in 2040 de keuze voor duurzame mobiliteit voor de hand ligt. Door stedelijke functies te concentreren en mengen op locaties dicht bij de stedelijke kern en rond knooppunten die goed zijn ontsloten met fiets en ov, wordt het zoveel mogelijk mensen zo gemakkelijk mogelijk gemaakt om zich op een duurzame manier te bewegen door de regio. Door een schaalsprong in het ov- en fietssysteem wordt het ov in de gehele regio beter toegankelijk. Het Wiel met Spaken vormt de basis van het regionale mobiliteitssysteem, dat op verschillende plekken wordt gevoed door regionale buslijnen en door een uitstekende fietsinfrastructuur. Op meerdere stations kan er op- en overgestapt worden op het (inter)nationale spoorwegnet. Stations ontwikkelen zich tot multimodale hubs en op verschillende plekken kan makkelijk en comfortabel worden overgestapt tussen verschillende modaliteiten. Als regio voor gezond leven zijn fietsen en wandelen de meest vanzelfsprekende keuze. De infrastructuur voor gezonde mobiliteit is uitstekend op orde. Een uitgebreid regionaal netwerk van fietsinfrastructuur maakt het mogelijk om snel en comfortabel door de regio te bewegen. De wegcapaciteit blijft in 2040 een beperkende factor voor het autoverkeer in de regio.

Daarom werken we samen aan het beperken van de drukte in de spits, zodat we de hoeveelheid benodigd nieuw asfalt kunnen terugdringen.

26

PERSPECTIEF 3 – COMPACTE STEDELIJKE GEBIEDEN De structuren van landschap, water en groen vormen de basis voor de kwaliteit van de regio en het mobiliteitssysteem zorgt ervoor dat we ons door de regio kunnen bewegen. Om het landschap zoveel mogelijk te ontlasten en het mobiliteitssysteem zo optimaal mogelijk te benutten, kiezen we als grote lijn voor het concentreren van de groei van het aantal inwoners en banen rond ovknooppunten. Deze ov-knooppunten worden allemaal een stapje intensiever gebruikt dan we tot nu toe gewend zijn en daarmee creëren we een woon-werkmilieu dat stedelijker en meer gemixt is dan nu. Per knooppunt wordt gezocht naar de manier die lokaal passend is. Zo is bijvoorbeeld stedelijkheid rond station Utrecht Leidsche Rijn van een andere orde dan rond een knooppunt als Breukelen. Een stedelijke en gemengde woonomgeving sluit niet alleen aan bij de ambities voor groen en mobiliteit, maar ook bij de kwalitatieve woningbehoefte. De bevolking ziet er in 2040 anders uit dan vandaag. Zo zal de huidige vergrijzingsgolf in de toekomst leiden tot meer beschikbare gezinswoningen. Om de woningmarkt in 2040 in balans te hebben, moeten we vooral bouwen voor de doorstroming. Door een betere balans in de woningvoorraad en meer doorstroming komen meer mensen terecht in de woning die zij wensen.

In de regio worden afspraken gemaakt over woningbouwprogrammering, waarbij de verantwoordelijkheid voor sociale en kwetsbare doelgroepen wordt gedeeld. Er zijn voldoende betaalbare woningen voor iedereen.

PERSPECTIEF 4 – EEN STERKE, CIRCULAIRE ECONOMIE In 2040 profiteert iedereen in de regio van een sterke toekomstbestendige economie die volop in transitie is naar duurzaamheid. We werken op klimaatadaptieve, waterrobuuste bedrijventerreinen die op zijn minst energieneutraal zijn. De kracht van de regio zit niet alleen in de kwaliteit van leven, maar ook in de kracht van de economie. In dit IRP maken we ruimte voor de drie grootste uitdagingen voor de economie in de regio: de transitie naar een duurzame economie, het zorgen voor werkgelegenheid voor iedereen en het behouden en versterken van het economische profiel van de regio. We verdichten daar waar mogelijk en zorgen ervoor dat werkgebieden complementair zijn. Samen creëren we genoeg werkgelegenheid voor de groeiende bevolking.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Hiervoor wordt op verschillende manieren ruimte gemaakt. Enerzijds zullen we steeds meer werken in gemengde stedelijke gebieden waar wonen, werken en voorzieningen bij elkaar komen. Plekken met een hoge dichtheid die intensief gebruikt worden. Rondom multifunctionele knooppunten, die zijn aangesloten op het nationale treinennet, is ruimte voor nieuwe kantoren. Rond het Utrecht Science park (USP) en de plekken die daarmee zijn verbonden ontwikkelt het wetenschapsmilieu zich verder, waarbij het profiel van life sciences verder wordt versterkt. Ook stedelijke bedrijvenlocaties met lichte bedrijvigheid en productie worden geïntensiveerd en gecombineerd met onder andere wonen, bijvoorbeeld in de A12-zone en rond de regionale multimodale hubs. Maar niet alle functies lenen zich voor menging. Daarom reserveren we ruimte voor niet-mengbare bedrijvigheid die zich daardoor ook verder kan ontwikkelen. Ook beschermen we kwetsbare werkmilieus die economisch waardevol zijn, vooral voor startende ondernemers. Juist ook op de niet-mengbare bedrijventerreinen geven we invulling aan de ruimte die de circulaire ketens vragen. De vraag naar bedrijventerreinen wordt opgelost door een combinatie van verdichting op bestaande terreinen en (intensieve) programmering van nieuwe terreinen.

Dit betekent ook dat er nieuwe regionale bedrijventerreinen nodig zijn en ook op lokale terreinen ruimte moet blijven voor dynamiek. Hoewel de verschillende soorten werkgebieden ieder andere eisen stellen aan hun omgeving, werken we voor alle gebieden aan het versterken van het profiel, zodat verschillende gebieden complementair zijn en we binnen de regio niet op locaties met elkaar concurreren. We werken volop samen met de belangrijke regio’s rondom U16 als het om internationale aspecten gaat zoals vestiging van internationaal opererende bedrijven en zoeken daarbij naar complementariteit die past bij ons profiel van gezondheid en natuurlijke kwaliteiten. Dit vereist bestuurlijke samenwerking.

PERSPECTIEF 5 – VITALE KLEINE EN MIDDELGROTE KERNEN MET EEN GEZONDE LEEFOMGEVING Met name in de kleinere kernen in de regio spelen lokaal specifieke vraagstukken, waarvoor ook ruimte moet worden gemaakt. Deze kernen dreigen te krimpen door huishoudensverdunning: door demografische veranderingen wonen er gemiddeld steeds minder mensen in een woning. Voor gemeenten waar deze opgave speelt, worden afspraken gemaakt over het bijbouwen van woningen voor de eigen vitaliteit. Het versterken van de vitale kernen zorgt ervoor dat toegang tot werk, voorzieningen en landschap overal in de regio goed is georganiseerd.

PERSPECTIEF 6 – ENERGIENEUTRALITEIT We hebben energie nodig om te werken, te wonen en voor vervoer. Ons huidige gebruik van fossiele brandstoffen zorgt voor opwarming van de aarde. We zitten aan het begin van een transitie van fossiele energie naar duurzame energie. Regionaal nemen wij hierin onze verantwoordelijkheid. In 2040 zijn we een flink eind op weg met de nationale klimaatdoelen voor 2050 (95% CO2-reductie). Dit betekent dat we ons energieverbruik hebben teruggebracht en dat we in een substantieel deel van onze warmte- en elektriciteitsbehoefte voorzien met duurzame regionale energiebronnen.

PERSPECTIEF 7 – EEN KLIMAATADAPTIEVE EN WATERROBUUSTE REGIO Het klimaat verandert. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Daarbij is het niet de vraag of de zeespiegel zal stijgen, maar hoeveel deze stijgt. In sommige scenario’s loopt dat op tot twee meter aan het einde van deze eeuw of zelfs nog meer. Welke invloed dit precies heeft op onze regio is nog niet met zekerheid te stellen, maar het is belangrijk om nu de keuzes te maken die ons ook na 2040 goed positioneren voor een veranderend klimaat. Het leren leven met meer water zet de huidige manier van het inrichten van de economie, landbouw en natuur onder druk, maar biedt ook volop kansen om de regio mooier en gezonder, veiliger en duurzamer te maken. In 2040 willen we onze samenleving en leefomgeving hebben aangepast aan de gevolgen van klimaatverandering en de zeespiegelstijging. Klimaat- en waterrobuust inrichten is dan ook een vanzelfsprekend onderdeel van onze plannen.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

27

Maarsseveense Plassen (beeld: Droomplekken). 28

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Zoals afgesproken in de regionale adaptatiestrategie (RAS) zorgen we ervoor dat nieuwbouw en herstructurering in 2040 klimaatadaptief gebeurt. Dit betekent met voldoende ruimte voor water, minder stenen en het juiste groen. Hiermee beperken we water- en droogteoverlast en gaan we hittestress tegen. Het bebouwd gebied fungeert steeds meer als een spons, die water zo lang mogelijk vasthoudt en buffer voor droge perioden. We zorgen voor voldoende koelte- en schaduwplekken en zwemwater, zodat de regio ook bij warm weer leefbaar is. We zetten in op klimaatadaptieve landbouw en natuurontwikkeling. De verstedelijkingsstrategie gaat uit van het concentreren van verstedelijking rond knooppunten. Concentratie betekent ook dat deze locaties effectiever beschermd kunnen worden tegen de stijging van de toekomstige zeespiegel. Zo beschermen we ook de vitale maatschappelijke functies tegen extreme weersinvloeden, denk hierbij aan het elektriciteitsnet, ict-voorzieningen, gezondheidszorg, et cetera. Een leefbare en gezonde regio is een waterrobuuste en klimaatbestendige regio met veel ruimte voor water en groen. Groenblauwe daken, groene gevels en boomrijke straten en pleinen zorgen voor koele woningen en

aangename ontmoetingsplekken in de zomer, zonder hittestress. Hevige regenval zorgt niet voor overstortende rioolsystemen, maar wordt opgevangen in wadi’s en waterpleinen. En het robuust aangelegde watersysteem met voldoende verversing zorgt ook bij hogere temperaturen voor een goede waterkwaliteit met volop leven en levendigheid in en langs het water. In de toekomst zal in delen van de regio de grondwaterstand verhoogd moeten worden om verzilting door stijging van de zeespiegel het hoofd te bieden. We streven daarbij naar een natuurlijk, robuust en veerkrachtig (grond)watersysteem, dat pieken kan opvangen in natte en droge perioden. We versterken het klimaatbewustzijn en handelingsperspectief van bewoners en bedrijven. Op die manier werken we samen aan een gezonde en leefbare regio. De inzichten die nu worden ontwikkeld in het kennisprogramma zeespiegelstijging worden in de toekomst naar de regio vertaald. Daarbij zijn nieuwe waterkeringen, ophogingen van de infrastructuur en meer open water niet uitgesloten.

Utrecht (Integraal Ruimtelijk Perspectief 2021 - 2040).

Hoe lang kunnen we tegen de stijging van de zeespiegel vechten? (Beeld: KuiperCompagnons).

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

29

Cablepark Nieuwegein (beeld: Downunder Nieuwegein). 30

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Handreiking voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen De regio Utrecht heeft de ambitie uitgesproken dat alle bestaande en nieuwe inwoners in 2040 in een gezonde en groene leefomgeving wonen. De keuzes die de regio maakt dragen bij aan dit grotere doel. Dit betekent dat bij alle ontwikkelingen in de regio aandacht moet zijn voor de kernwaarden die we als regio met elkaar delen. We maken daarom niet alleen afspraken over de ruimtelijke keuzes, maar ook over de keuzes die de kwaliteit van leven van onze bewoners bepalen. Groen en ruimte leveren een belangrijke bijdrage aan de vitaliteit van inwoners, maar voor persoonlijke ontwikkeling, ontmoeting en ontspanning hebben inwoners ook behoefte aan maatschappelijke voorzieningen, zoals onderwijs, zorg, sport en kunst en cultuur in de nabijheid. Deze voorzieningen leveren minstens zo’n grote bijdrage aan de vitaliteit. Doordat de regio voor een enorme woningbouwopgave staat, waarbij de voorkeur uitgaat naar inbreiding, is het van groot belang dat de randvoorwaarden voor een gezonde leef- en woonomgeving met een hoogwaardig voorzieningenniveau wordt geborgd. De geschiedenis leert dat de realisatie van minder financieel zwakkere nietwoonfuncties onder druk staat als er nieuwbouw gepleegd wordt. Daarom stellen wij voor om een handreiking voor maatschappelijke voorzieningen, groen en spelen te ontwikkelen.

Met deze handreiking krijgen deze voorzieningen een plek in het planproces. Doordat de diverse gemeenten in de regio qua samenstelling, opbouw en inrichting verschillen, is het niet mogelijk om één generieke norm te ontwikkelen waaraan gemeenten moeten voldoen. Nadere uitwerking dient uit te wijzen op welke wijze alle gemeenten bij toekomstige ontwikkelingen kunnen bijdragen aan de gezamenlijke ambitie van onze regio. Uitgangspunten bij het opstellen van de handreiking zijn dat: • Er woningen gebouwd worden voor iedereen. Hiervoor maken we afspraken over de verdeling van woningbouw in verschillende prijssegmenten en verschillende soorten woningen. • Er werk is voor iedereen, ongeacht van achtergrond of soort scholing. • Er volop ruimte komt voor zorg in relatie tot wonen. • Iedereen in de regio door een goede en eerlijke ruimtelijke verdeling van eerstelijns en andere zorgvoorzieningen toegang heeft tot zorgvoorzieningen. • Iedereen in de regio toegang heeft tot maatschappelijke voorzieningen die bijdragen aan het vormen van een lokaal sociaal vangnet of die mensen helpen zich verder te ontwikkelen. • Iedereen in de regio gelijke kansen heeft in het onderwijs. • Er in de gehele regio een rijk aanbod is van culturele voorzieningen. • Er voor iedereen toegang is tot sportvoorzieningen en recreatieve voorzieningen.

• Iedereen in de regio toegang heeft in de nabijheid van de eigen woning tot voldoende speelvoorzieningen, groen en ruimte die rust biedt en ontmoeting stimuleert. • Schone lucht, schoon water en een afname van geluidshinder voor mens en natuur uitgangspunten zijn in de ontwikkeling van de regio.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

31

Houten (beeld: Siebe Swart). 32

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

2.2

DE KEUZES DIE WE MAKEN ACHT REDENEERLIJNEN

De perspectieven op de regio leiden tot integrale ruimtelijke keuzes die hieronder worden toegelicht aan de hand van acht redeneerlijnen. Deze redeneerlijnen vormen samen de hoofdkeuzes waarmee de regio zich verder ontwikkelt tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. 1. De Utrechtse Trots als basis Landschap, water en groen zijn voorwaarden voor de groei van de regio. 2. Kiezen voor duurzame mobiliteit Nabijheid en een goed netwerk zorgen voor duurzaam mobiliteitsgedrag. 3. Een gezonde regio begint met vitale kernen Kleine en middelgrote kernen groeien voor eigen behoefte en voegen karakter toe aan de regio. 4. Nieuwe Metropoolpoorten maken van Utrecht het polycentrische hart van de regio De stad Utrecht maakt een schaalsprong binnen de stadsgrenzen. 5. Intensiveren van Regiopoorten Nieuwe woon- en werkmilieus bij ov-hubs in de regio, met stad en landschap binnen handbereik. 6. Nieuwe uitleglocaties beperkt nodig Grootschalige uitleg alleen mogelijk als het ov op orde is en het landschap wordt versterkt. 7. Toekomstbestendige werklocaties met een duidelijk profiel Verdichten van werklocaties in gemengde stedelijke gebieden én duidelijke keuzes voor bedrijventerreinen. 8. Duurzame energie is een gezamenlijke opgave In de regio kiezen we waar we ruimte maken voor de opwekking van duurzame energie.

REDENEERLIJN 1 – DE UTRECHTSE TROTS ALS BASIS Het landschap, de cultuurhistorie, de natuurgebieden, parken, plassen en rivieren vormen de grote trots van de regio. De ambitie om deze landschappen en groenstructuren te behouden en te versterken is de eerste stap naar gezond leven in een stedelijke regio. Groen is voorwaarde voor groei. De financiering van de landschappelijke opgave wordt daarom in samenhang bezien met de verstedelijking. De landschappelijke opgaven zijn net als infrastructurele opgaven, voorwaarden voor de groei van de regio. Groenopgaven in de stedelijke openbare ruimte en landschappelijke opgaven aansluitend op stedelijke ontwikkelingen zijn direct gekoppeld aan de groei. De regio zal voor de benodigde investeringen samenwerken met provincie, gemeenten, Rijk, waterschappen, natuurbeheerders, eigenaren en andere belanghebbenden. Het programma Groen Groeit Mee, waarin de provincie Utrecht samenwerkt met de waterschappen en regio’s, speelt hierin een belangrijke rol. De ruimtelijke keuzes voor groen, landschap en water staan niet op zichzelf. De keuze om groen voorop te zetten betekent ook iets voor de ontwikkeling van steden en dorpen. Het is bijvoorbeeld een keuze om zo weinig mogelijk (grootschalige) uitleglocaties te ontwikkelen en ze, waar ze toch nodig zijn, in te zetten voor de verbetering van het omliggende landschap.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10803303/1