CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 47, Toelichting

Besluitnemende agenda 30 september 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Baambrugse Zuwe 127a te Vinkeveen, raadsvoorstel 47/2114.592 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

TOELICHTING PROJECT

Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

STATUS

vastgesteld

PROJECTNUMMER

NL.IMRO.0736.BPP049bzuwe127a-va01

DATUM

31 mei 2021

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer

info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 - 744 08 38 085 - 744 08 37 Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 2

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

6 Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer

6 6 6 8

Planbeschrijving

9

2.1 2.2

9 9

Bestaande situatie Toekomstige situatie

Ruimtelijk beleid

11

3.1 3.2 3.3

11 13 14

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid

Omgevingsaspecten

22

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11

22 22 24 25 26 28 30 31 34 34 37

Verkeer- en parkeeraspecten Bodem Archeologie Cultuurhistorie Water Externe veiligheid Geluid Bedrijven en milieuzonering Luchtkwaliteit Natuur Milieueffectrapportage

Juridische aspecten

38

5.1 5.2

38 38

Inleiding Planopzet

Uitvoerbaarheid

40

6.1 6.2

40 40

Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 3

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 4

Toelichting

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding voor het bestemmingsplan

Ontwikkelcombinatie Haegse Zuwe B.V. is voornemens op de locatie Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen één woning te realiseren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken is een wijziging van het vigerende bestemmingsplan "Lintbebouwing Vinkeveen 2003" noodzakelijk. Voorliggend postzegelbestemmingsplan voorziet hierin.

1.2

Ligging plangebied

De planlocatie is gelegen aan de Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen. De locatie wordt omsloten door de Vinkeveense Plassen aan de noordzijde, woningen aan de oostzijde, de Baambrugse Zuwe aan de zuidzijde en Jachthaven Oldenburger aan de (noord- en)westzijde.

figuur 1.1 uitsnede planlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking)

1.3

Vigerend bestemmingsplan

"Lintbebouwing Vinkeveen 2003" Het vigerende bestemmingsplan ter plaatse van een gedeelte van de planlocatie is het bestemmingsplan "Lintbebouwing Vinkeveen 2003", welke in 2004 is vastgesteld door de raad van gemeente De Ronde Venen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan heeft de planlocatie de bestemming 'Horeca'. Aan het aanwezige bouwvlak met de daar bijbehorende bouwregels is goedkeuring onthouden door de provincie Utrecht. Een en ander is weergegeven op onderstaande afbeelding.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 6

figuur 1.2 uitsnede bestemmingsplan "Lintbebouwing Vinkeveen 2003" (bron: archief gemeente De Ronde Venen) Op basis van artikel 24 van de planregels zijn de voor Horeca aangewezen gronden bestemd voor horecabedrijven in de categorieën horeca -1, -2, en -3, alsmede hotels. Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn bedrijfsgebouwen, dienstwoningen, bijgebouwen, groenvoorzieningen, water, parkeerplaatsen, ontsluitingsverhardingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde toegelaten. Conform de bouwregels behorende bij de bestemming 'Horeca' is de realisatie van gebouwen enkel mogelijk binnen een bouwvlak. Nu aan het bouwvlak goedkeuring is onthouden, houdt dit in dat op de locatie geen bouwmogelijkheden (meer) zijn. De voorgenomen ontwikkeling behelst de realisatie van één woning op de planlocatie. De woonfunctie is niet toegestaan binnen de bestemming 'Horeca' en derhalve strijdig met het vigerende bestemmingsplan. Eveneens is de realisatie van gebouwen niet toegestaan op basis van het vigerende bestemmingsplan, nu een bouwvlak op de locatie ontbreekt. Om deze strijdigheden op te heffen, is voorliggend postzegelbestemmingsplan opgesteld.

"1e Herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003" Voor het overige gedeelte van de planlocatie is het bestemmingsplan "1e Herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003" vigerend. Deze herziening ziet niet toe op het grondgebonden perceel, daar de herziening voor wat betreft dit deel van het plangebied is vernietigd. Het bestemmingsplan "1e Herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003" is op 15 juni 2009 door de raad van gemeente De Ronde Venen vastgesteld. Op basis van dit bestemmingsplan heeft een gedeelte van de planlocatie de bestemming 'Water'. Dit is weergegeven op onderstaand figuur.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 7

figuur 1.3 uitsnede bestemmingsplan "1e Herziening Lintbebouwing Vinkeveen 2003" (bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Op dit gedeelte van de planlocatie zijn geen ontwikkelingen voorzien. Er is derhalve geen sprake van strijd met dit bestemmingsplan.

"Parapluplan Parkeren analoog" Naast de bestemmingsplan "Lintbebouwing Vinkeveen 2003" en "1e Herziening Lintbebouwing Vinkveen 2003" geldt voor de gronden in het plangebied tevens het bestemmingsplan "Parapluplan Parkeren analoog" (vastgesteld op 28 juni 2018). Dit bestemmingsplan bevat bepalingen die toezien op het voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen.

1.4

Leeswijzer

Dit bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: 1. Hoofdstuk 1 is de inleiding waarin kort aangegeven wordt wat de aanleiding is voor dit plan; 2. Vervolgens wordt in hoofdstuk 2 nader ingegaan op het plangebied en wordt het initiatief omschreven waarmee inzicht verkregen wordt in de doelstelling van dit plan; 3. Het beleid, voor zover relevant, komt in hoofdstuk 3 aan de orde; 4. In hoofdstuk 4 wordt het project getoetst op de uitvoerbaarheid aan de hand van verschillende ruimtelijke- en milieutechnische aspecten; 5. Vervolgens wordt in hoofdstuk 5 de juridische planbeschrijving toegelicht. In dit hoofdstuk wordt ook een belangrijk algemeen inzicht gegeven in de eisen van de Wet ruimtelijke ordening en de manier waarop bestemmingsplannen opgebouwd zijn. Voor niet-vakmensen is dit een belangrijk hoofdstuk om de plaats van het bestemmingsplan in de ruimtelijke ordening te kunnen bepalen; 6. In hoofdstuk 6 worden, tot slot, de maatschappelijke haalbaarheid van het plan, de uitkomsten van het overleg ex artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro), als ook het overleg met de omgeving, de inspraakresultaten en de ingekomen zienswijzen besproken.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 8

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

De planlocatie is gelegen aan de Baambrugse Zuwe. De Baambrugse Zuwe is een voormalige ontginningsas die dwars door de Vinkeveense Plassen loopt, van Vinkeveen, naar de Vinkenkade en de Groenlandsekade, langs de Rijksweg A2. Meer specifiek is de planlocatie gelegen aan de Baambrugse Zuwe 127A. In de huidige situatie ligt de planlocatie braak. Zoals in de Inleiding van deze toelichting reeds beschreven wordt de locatie omsloten door de Vinkeveense Plassen aan de noordzijde, woningen aan de westzijde, de Baambrugse Zuwe (met daarachter eveneens woningen) aan de zuidzijde en Jachthaven Oldenburger aan de (noord- en)westzijde.

2.2

Toekomstige situatie

De initiatiefnemer is voornemens de gronden behorende bij de planlocatie te herontwikkelen tot de functie wonen, waarbij één woning op de projectlocatie wordt gerealiseerd. In dit bestemmingsplan worden de kaders voor de herontwikkeling vastgelegd. Hierbij is rekening gehouden met zowel de ligging van de projectlocatie nabij de Vinkeveense plassen als de ligging nabij Jachthaven Oldenburger. Vanuit de Landschapsnota De Ronde Venen 2030, de Structuurvisie De Ronde Venen tot 2030 en de Welstandsnota De Ronde Venen, dient de openheid vanaf de Baambrugse Zuwe naar de Vinkeveense Plassen behouden te blijven en waar mogelijk versterkt te worden. Hierbij moet de betreffende kavel van dusdanige breedte zijn, en de woning dusdanig gesitueerd worden, dat niet de volledige kavel bebouwd wordt. De gemeente hanteert hiervoor per woning een kavelbreedte van 40 meter, waar het doorzicht van 10 meter onderdeel van is. Op deze manier wordt de uitstraling van het lint aan de Baambrugse Zuwe behouden. Het gewenste doorzicht van 10 meter naar de Vinkeveense Plassen is in onderhavig bestemmingsplan verankerd door hiervoor de bestemming 'Water' op te nemen.

Om te borgen dat deze watergang ook daadwerkelijk wordt gerealiseerd is in de regels van het bestemmingsplan opgenomen dat de toekomstige woning pas in gebruik mag worden genomen, als de voor 'Water' aangewezen gronden binnen een jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan ingericht zijn en in stand gehouden worden. Verder wordt voorzien in de bestemming 'Tuin - Landschappelijk' welke in zeer beperkte mate bebouwing toestaat. Het doel van de hiervoor genoemde watergang is tweeledig. Door deze watergang te realiseren wordt niet enkel een duurzaam en relevant doorzicht naar de achterliggende plas gerealiseerd, ook vormt deze een 'buffer' tussen de toekomstige woning en de naastgelegen Jachthaven Oldenburger zodat de bedrijfsvoering van de jachthaven niet wordt belemmerd door de voorgenomen ontwikkeling. Daarnaast wordt met dit bestemmingsplan aansluiting gezocht bij de gehanteerde goot- en bouwhoogte in het lint Baambrugse Zuwe. Zo zal de nieuw te realiseren woning een maximale goothoogte van 7 meter en een maximale bouwhoogte van 10 meter hebben. Het hoofdgebouw mag niet over een oppervlakte groter dan 200 m2 worden gebouwd.

Hierdoor wordt enerzijds geborgd dat - in lijn met de wens van de gemeente - niet het gehele kavel wordt bebouwd en wordt anderzijds recht gedaan aan de afspraken die zijn gemaakt met omwonenden in het kader van participatie (zie ook paragraaf 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid van deze toelichting). In het kader van deze participatie is het plan met een hoofdgebouw van maximaal 200 m2 getoond. Het hoofdgebouw over een groter oppervlak is niet wenselijk. Tot slot is de realisatie van bijgebouwen tot een maximum oppervlakte van 90 m2 mogelijk en is de realisatie van een boothuis met een maximum oppervlak van 60 m2 en een maximale afstand tot de waterlijn van 1 meter toegestaan. Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 9

Een en ander is nader vastgelegd in de Regels van dit bestemmingsplan.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 10

Hoofdstuk 3 3.1

Ruimtelijk beleid

Rijksbeleid

3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) In maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vastgesteld. De Structuurvisie heeft verschillende nota's vervangen, zoals de Nota Ruimte, Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de Mobiliteits Aanpak, de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving, de Agenda Landschap, de Agenda Vitaal Platteland en de Pieken in de Delta. De rijksoverheid streeft naar een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland, met een krachtige aanpak die ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. De ruimtelijke structuur van Nederland heeft zich ontwikkeld van steden in een landelijk gebied naar stedelijke regio's in interactie met landelijke en cultuurhistorische gebieden. Overheden, burgers en bedrijven krijgen de ruimte om oplossingen te creëren. Zij verdienen het vertrouwen dat ze dat op een goede manier doen. Het Rijk gaat zo min mogelijk op de stoel van provincies en gemeenten zitten en richt zich op het versterken van de internationale positie van Nederland en het behartigen van de belangen voor Nederland als geheel, zoals de hoofdnetwerken voor personen- en goederenvervoer, energie en natuur.

Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de provincies en gemeenten. Het Rijk blijft verantwoordelijk voor het systeem van ruimtelijk ordening. Daarnaast kan een rijksverantwoordelijkheid aan de orde zijn indien: Een onderwerp nationale baten en/of lasten heeft en de doorzettingsmacht van provincies en gemeenten overstijgt. Bijvoorbeeld ruimte voor militaire activiteiten en opgaven in de stedelijke regio's rondom de mainports, brainports, greenports en de valleys. Over een onderwerp internationale verplichtingen of afspraken zijn aangegaan. Bijvoorbeeld voor biodiversiteit, duurzame energie, watersysteemherstel of werelderfgoed. Een onderwerp provincie- of landsgrensoverschrijdend is en ofwel een hoog afwentelingsrisico kent ofwel in beheer bij het Rijk is. Bijvoorbeeld de hoofdnetten van weg, spoor, water en energie, maar ook de bescherming van gezondheid van inwoners. In de structuurvisie zijn dertien nationale belangen benoemd. De nationale belangen, die worden benoemd, betreffen de internationale concurrentiepositie, het gebruik van de ondergrond, het behouden en versterken van vervoer- en transportsystemen, de milieukwaliteit, de waterveiligheid en zoetwatervoorziening en behoud en versterken van natuur en cultuurhistorische waarden.

Geen van deze nationale belangen zijn van toepassing op dit project en daarmee wordt beleid hierover overgelaten aan de provincie en de gemeente. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Dit besluit legt nationale ruimtelijke belangen vast. Het beleid is erop gericht om het aantal regels terug te dringen. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Hierdoor is onder andere de aanwijzing van nationale landschappen vervallen. Het Rijk maakt bijvoorbeeld geen landsdekkende woningbouwafspraken meer, alleen nog in de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. Het Rijk benoemt alleen nog landelijke doelstellingen om de woningmarkt goed te laten werken. Het landschapsbeleid gaat ook naar de provincies. Provincies en gemeenten zijn volgens het kabinet beter op de hoogte van de situatie in de regio en de vraag van bewoners, bedrijven en organisaties. Daardoor kunnen zij beter afwegen wat er met een gebied moet gebeuren.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 11

Op dit moment legt het Barro geen restricties op voor de onderhavige locatie. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. met de Ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Wettelijk kader De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen. Daaraan is in het eerste lid een omschrijving toegevoegd van: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In artikel 3.1.6 lid 2 t/m 4 Bro is de werking van de Ladder opgenomen. Lid 2.

De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Lid 3. Indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Lid 4. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal één woning op de projectlocatie.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbvRS) heeft in een overzichtsuitspraak van de Ladder voor duurzame verstedelijking (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geoordeeld, dat een woningbouwontwikkeling van 11 woningen of minder, niet is aan te merken als een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van artikel 1.1.1 lid 1 sub i Bro. Omdat niet gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, is een toets aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet vereist.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 12

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie en (interim) Omgevingsverordening provincie Utrecht Provinciale Staten hebben op 10 maart 2021 de Omgevingsvisie de interim Omgevingsverordening vastgesteld. Beide stukken zijn per 1 april 2021 inwerking getreden. Met de inwerkingtreding van de Omgevingsvisie en (interim) Omgevingsverordening, zijn onder andere de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en de Provinciale Ruimtelijke Verordening ingetrokken. In de Omgevingsvisie is opgenomen op welke wijze de provincie zich wil voorbereiden op de toekomst, gezien de ontwikkelingen die op hen afkomen zoals de bevolkingsgroei en het opwekken van duurzame energie. In de (interim) Omgevingsverordening staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. Op basis van de (interim) Omgevingsverordening is het plangebied gelegen in het 'landelijk gebied'. In beginsel geldt een verstedelijkingsverbod landelijk gebied op grond van artikel 9.2 van de (interim) Omgevingsverordening. Op dit verstedelijkingsverbod bestaan een aantal uitzonderingen. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in artikel 9.3 t/m 9.11 PRV. Zo staat artikel 9.5 verstedelijking in bebouwingsenclaves- en linten toe, mits de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt verhoogd en aangesloten wordt op de functies in de omgeving. Dit artikel wordt in onderstaand kader weergegeven.

Artikel 9.5 Bebouwingsenclaves en -linten 1. Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen ‘landelijk gebied’ kan bestemmingen en regels bevatten die toestaan dat in bebouwingsenclaves of bebouwingslinten verstedelijking plaatsvindt, mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. gelijktijdig met de verstedelijking de ruimtelijke kwaliteit wordt verhoogd, en b. bebouwing vindt niet plaats buiten de bestaande bebouwingsenclaves of bebouwingslinten, en c. belangen van bestaande omringende functies worden niet onevenredig aangetast. 2. De toelichting op een ruimtelijk besluit voor gronden die zijn aangewezen als ‘landelijk gebied’ bevat een ruimtelijke onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Een beeldkwaliteitsparagraaf maakt onderdeel uit van de ruimtelijke onderbouwing.

In de toelichting op artikel 9.5 zijn diverse mogelijkheden genoemd voor het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit. Zo kan binnen bestaande bouwkavels gedacht worden aan herstel van waardevolle bebouwing, afbraak van storende bebouwing, sanering van storende functies in samenhang met vestiging van gewenste bestemmingen. Op naastgelegen onbebouwde kavels kan worden gedacht aan herstel van waterlopen en landschapsstructuren, herstel van doorzichten en dergelijke. De omvang en verschijningsvorm van een nieuwe of uit te breiden stedelijke functie moet passen binnen het omringende landschap en de bestaande bebouwing. De inhoud van de woning (m3) moet aansluiten bij de omliggende bebouwing. Relatie tot ontwikkeling Zoals hiervoor reeds is beschreven is het plangebied gelegen in het landelijk gebied. Derhalve dient voor de voorgenomen ontwikkeling getoetst te worden aan artikel 9.5, daar verstedelijking in het landelijk gebied in beginsel niet is toegestaan. Toets aan artikel 9.5 De projectlocatie is gelegen in het bebouwingslint van de Baambrugse Zuwe. In de huidige situatie wordt het bebouwingslint op de projectlocatie onderbroken, doordat het kavel braak

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 13

ligt. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt aangesloten op het bebouwingslint in de vorm van verstedelijking. Er wordt immers een woonfunctie mogelijk gemaakt op de locatie. Daarnaast wordt voorzien in een groen-blauwe invulling op de projectlocatie, waardoor de ruimtelijke kwaliteit ter plaatse wordt verhoogd. De groen-blauwe invulling wordt vormgegeven door de realisatie van een watergang met een breedte van 10 meter. Hierdoor de relatie met de achterliggende Vinkeveense Plassen versterkt. Daarnaast wordt een deel van de projectlocatie bestemd tot "Tuin - Landschappelijk' en krijgt daarmee een groene invulling. Van een onevenredige aantasting van de omliggende functies is geen sprake. De omringende bestaande functies betreffen met name de woonfunctie. Daarnaast is direct naast de projectlocatie Jachthaven Oldenburger gelegen. In paragraaf 4.8 van deze toelichting is getoetst of de jachthaven in zijn bedrijfsvoering wordt belemmerd. Uit deze toets blijkt dat hier geen sprake van is. Voor een nadere motivering wordt verwezen naar deze paragraaf. Vooralsnog kan in dit kader volstaan worden met de conclusie dat de belangen van bestaande omringende functies niet onevenredig worden geschaad. Derhalve wordt voldaan aan de voorwaarden voor verstedelijking in bebouwingslinten in het landelijk gebied conform artikel 9.5 (interim) Omgevingsverordening.

3.2.2 Conclusie provinciaal beleid De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het provinciaal beleid.

3.3

Gemeentelijk beleid

3.3.1 Structuurvisie De Ronde Venen 2030 Op 17 oktober 2013 heeft de raad van gemeente De Ronde Venen de Structuurvisie De Ronde Venen 2030 vastgesteld. Hiermee zijn de hoofdlijnen van voorgenomen ontwikkelingen en de hoofdzaken van het gemeentelijk ruimtelijk beleid op lange termijn beschreven. De structuurvisie heeft een looptijd tot 2030 en wordt in die periode tweemaal geëvalueerd en eventueel aangepast aan de actualiteit. De kwaliteit van de gemeente wordt bepaald door het landschap met haar vitale, levendige dorpen en kernen waar mensen graag wonen, werken en recreëren. Het samenspel van wonen, werken en voorzieningen zorgt voor leefbaarheid in de gemeente. De gemeente zet breed in op leefbaarheid in het landelijk gebied, maar vooral ook in de kernen. Inwoners, bedrijven en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een leefbare samenleving. Het is niet vanzelfsprekend dat het woon-, werk- en voorzieningenniveau in de kernen hetzelfde blijft. Vergrijzing en ontgroening kunnen gevolgen hebben voor de leefbaarheid. In de Structuurvisie heeft het gemeentebestuur van De Ronde Venen de gewenste ontwikkeling van de gemeente vastgelegd. Het beleid omtrent de relevante onderwerpen voor de onderhavige ontwikkeling is hieronder weergegeven.

Landschappelijke kwaliteit (kaart 1) Het karakter van de landschappen binnen De Ronde Venen wordt gekenmerkt door de openheid, het schaalniveau en de zichtbaarheid van randen en linten. Ontwikkelingen in het landschap dragen bij aan de kwaliteit. De landschapsvisie, waarin de verschillende landschapstypen in meer detail zullen worden gekarakteriseerd, geeft handvatten om kwaliteit te behouden. Veenweidegebied (kaart 2) De openheid van het landschap, zichtlijnen, verkavelingpatroon, andere cultuurhistorische elementen en aanwezige natuurwaarden worden beschermd. Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 14

In het veenweidegebied vinden we zowel op zichzelf staande natuur- en landbouwgebieden, als combinaties van landbouw- en natuurgebied. Ontwikkelingen (waaronder natuurontwikkeling) worden toegelaten wanneer deze een bijdrage leveren aan het behouden of versterken van de landschappelijke kwaliteit van deze gebieden. Uitwerking daarvan vindt ondermeer plaats in het kader van gebiedsprocessen. Plassen (kaart 2) Op en rond de Vinkeveense Plassen en het Abcoudermeer komen landschap, natuur en recreatie samen. Een goede balans tussen deze functies is het uitgangspunt. De plassen zijn landschappelijk van (boven)regionaal belang door het verveninglandschap in diverse stadia.Dit landschap wordt beschermd. Archeologie (kaart 6) Het is van groot belang om zorgvuldig om te gaan met in de bodem aanwezige archeologische (verwachtings-)waarden. De gemeente heeft beleid opgesteld om archeologische (verwachtings-) waarden in de bodem, ofwel in situ, te bewaren, of indien ruimtelijke ingrepen ter plaatse van deze waarden onvermijdelijk zijn, op een goede wijze archeologisch (voor)onderzoek uit te voeren en deze waarden buiten de bodem, ofwel ex situ, te bewaren. Wonen (kaart 9) Het beleid ten aanzien van wonen is gericht op een toekomstbestendige woningvoorraad, gelet op woonwensen, duurzaamheid en woningmarkt.

Het beleid heeft oog voor de woningen en wijken die er al zijn, oog voor initiatieven naast de gemeentelijke projecten en oog voor de positie van de gemeente op de regionale woningmarkt. Woningen en woonomgeving sluiten aan op de woonwensen en woningbehoefte van inwoners. Hierbij worden verschillen tussen de kernen erkend. Doorstroming is essentieel om de aansluiting tussen woonwensen en woningbehoefte en het woningaanbod te bereiken. Dit wordt bereikt door: Focus op kwaliteit bij nieuwbouw. hierbij wordt ingezet op ontwikkeling van nieuwe woonmilieus zoals 'wonen in het landschap' en gelijkvloerse woningen in het huur- en koopsegment, voornamelijk in centra. Voorwaarde is dat dew oningen een aanvulling vormen op de bestaande woningvoorraad. Dat ze bovendien energiezuinig zijn en een flexibele, eventueel levensloopbestendige indeling hebben. En dat de woonconsument vroegtijdig wordt betrokken bij de ontwikkeling zodat de vraag beter aansluit bij het aanbod. Bestaande voorraad beter benutten. Instroom van nieuwe inwoners door onderscheidende kwaliteit van de gemeente. De bestaande woningvoorraad en nieuwbouw zijn groter dan de vraag van inwoners van De Ronde Venen. Inzet op het aantrekken van nieuwe inwoners bevordert doorstroming. De focus ligt daarom bij de vermarkting van de gemeente en haar onderscheidende kwaliteiten.

Locatiekeuze bij nieuwbouw (kaart 9)

1. Bouwen binnen de rode contour, ofwel de grenzen van de kernen, is het uitgangspunt in De Ronde Venen: Verdichten op inbreidingslocaties, ofwel bebouwen van onbebouwde ruimte binnen de rode contour, en meervoudig ruimtegebruik, ofwel het combineren van functies op één locatie. Transformeren en herstructureren van wijken en gebieden die niet meer goed aan de Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 15

woonwensen voldoen (herontwikkeling van bestaande bebouwde ruimte) 2. Wanneer door bouwen binnen de rode contour de kwaliteit van de leefomgeving in het geding komt, terwijl wel sprake is van een aanzienlijke vraag, is bouwen buiten de contour, grenzend aan de kern in het landelijk gebied, mogelijk. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Beperkte omvang aan de randen van kernen en toevoegen van landschappelijke kwaliteit. Uitbreiding moet passen bij het huidige dorpse karakter van de kernen in De Ronde Venen. Nieuwbouw (kaart 9) 1. Bij woningbouwprogrammering wordt gestuurd op kwaliteit en niet op aantallen. Dat betekent dat woningen een kwalitatieve aanvulling op de bestaande voorraad vormen. 2. Bij woningbouwontwikkeling wordt geen vaste onderverdeling in huur/koop, prijsklasse of eigendomsverhouding gehanteerd. De gemeente kiest voor maatwerk op basis van de lokale samenstelling van de woningvoorraad en woningbehoefte ter plaatse. Zo wordt in Waverveen meer voor de lokale markt gebouwd dan in Abcoude, gezien de positie op de woningmarkt. Primair aandachtspunt is de invulling van de vraag naar sociale woningbouw. Per project wordt vastgesteld welk percentage sociale woningbouw gewenst is. 3. Uit woningbehoefteonderzoek (2012) blijkt dat inwoners de volgende nieuwe woonmilieus wensen: Wonen in of verbonden met het landschap. Gelijkvloers wonen, voornamelijk in centra. 4.

Woningzoekenden worden vroegtijdig bij ontwikkelingen betrokken. 5. De Woonvisie is leidend bij ontwikkeling van nieuwbouw. Relatie tot ontwikkeling Voor de onderhavige ontwikkeling is het beleid uit de structuurvisie ten aanzien van het landschap, archeologie en wonen relevant. De projectlocatie komt voor op kaart 1 en kaart 2 van de structuurvisie. Deze kaarten zien toe op de landschappelijke kwaliteit en landschappelijke elementen van gemeente De Ronde Venen. Daarnaast is de projectlocatie net buiten het indicatieve gebied van kaart 9 gelegen, waar verstedelijking ten behoeve van wonen wordt voorzien (zie figuur 3.1). De projectlocatie ligt daarmee buiten de 'rode contour'. Bij nieuwbouw buiten de 'rode contour', ligt de focus op het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteit. Het karakter van de landschappen binnen De Ronde Venen wordt gekenmerkt door de openheid, het schaalniveau en de zichtbaarheid van randen en linten. De projectlocatie is gelegen in het veenweidegebied, waar de openheid van het landschap, de zichtlijnen, het verkavelingspatroon en andere cultuurhistorische elementen en aanwezige natuurwaarden wordt beschermd. Daarnaast is de projectlocatie gelegen in het plassengebied, waar het landschap, natuur en recreatie samenkomen. Daarbij geldt dat een goede balans tussen deze functies het uitgangspunt is.

Zoals in paragraaf 3.2.1 reeds is beschreven, wordt op de projectlocatie de verbinding met en een doorzicht naar de Vinkeveense plassen gecreëerd. Naast de realisatie van het 10 meter brede doorzicht, wordt een deel van de projectlocatie bestemd tot 'Tuin -Landschappelijk'. Dit resulteert in een groen-blauwe invulling van de projectlocatie. Daarnaast ligt de projectlocatie weliswaar buiten de 'rode contour', maar wel in het bebouwingslint van de Baambrugse Zuwe. De invulling van het perceel met één woning sluit hier goed op aan.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 16

Figuur 3.1 uitsnede structuurvisie De Ronde Venen 2030, projectlocatie ter plaatse van rode pijl (bron: Structuurvisie De Ronde Venen 2030) Tot slot is rekening gehouden met het aspect archeologie. Hier wordt in paragraaf 4.3 nader op ingegaan.

3.3.2 Landschapsnota De Ronde Venen 2030 De Landschapsnota De Ronde Venen 2030 is op 5 juni 2014 vastgesteld door de raad van de gemeente De Ronde Venen en op 24 juni 2014 in werking getreden. Het hoofddoel van de Landschapsnota is het creëren van een ruimtelijk toetsingskader voor een zorgvuldige afweging van ruimtelijke initiatieven met landschappelijke impact. Het beleid in de Landschapsnota gaat in op de omgang met landschappelijke waarden. Deze waarden zijn in de nota beschreven. In de Structuurvisie De Ronde Venen 2030, Economische visie en Recreatievisie zijn de gewenste ontwikkelingen beschreven. De Landschapsnota dient primair als uitwerking van het beleid dat is vastgesteld in de Structuurvisie. De Landschapsnota is daarom, net als de Structuurvisie, geldig tot 2030. Elke vijf jaar na de vaststelling van de Landschapsnota vindt een evaluatie plaats, net als bij de Structuurvisie. In de Landschapsnota is een bepaalde toetsingsmethodiek opgenomen. Met de toetsingsmethodiek van de Landschapsnota zijn drie mogelijkheden te onderscheiden: 1. Na toetsing van het initiatief aan het bestemmingsplan blijkt dat een omgevingsvergunning kan worden afgegeven. 2. Het initiatief past niet in het bestemmingsplan, maar wel in een ander of hoger ruimtelijk beleid.

Er kan mogelijk een vergunning worden verleend (uitgebreide omgevingsvergunning), als de initiatiefnmer de landschapstoets volgt en voldoet aan de vereiste indieningsvereisten. 3. Het initiatief past niet in het bestemmingsplan en ook niet in een ander of hoger ruimtelijk beleid. Er wordt geen vergunning verleend.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 17

In de Landschapsnota is onderstaande beslisboom opgenomen. Deze beslisboom geeft de Landschapstoets weer.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 18

Figuur 3.2 Beslisboom landschapstoets (bron: Landschapsnota De Ronde Venen 2030)

Relatie tot ontwikkeling Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient de Landschapstoets doorlopen te worden. Het plan is namelijk in strijd met het vigerende bestemmingsplan. Op basis van de beslisboom dient de deelgebiedenkaart met bijbehorende deelgebiedbeschrijving geraadpleegd te worden.

Op basis van de deelgebiedenkaart is het plangebied gelegen in deelgebied 3 'Plassen: recreatie en natuur'. In de deelgebiedenomschrijving is de vertaling van de in 2013 vastgestelde 'Visie Legakkers' in het nieuwe bestemmingsplan 'Plassengebied' als ontwikkeling benoemd. Conform de beslisboom, zie figuur 3.3, dient de vraag beantwoord te worden of het voorgenomen initiatief kan aansluiten op de ontwikkelingen binnen het deelgebied en of het bijdraagt aan de vitaliteit van het landelijk gebied. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van het landelijk gebied. Daarnaast is het plangebied niet aan te merken als een legakker. De onderhavige ontwikkeling is derhalve niet aan te merken als een initiatief dat aansluit bij de ontwikkeling zoals benoemd in de Landschapsnota. Echter, dit is logisch verklaarbaar daar de ontwikkeling ook geen verband houdt met de legakkers die aanwezig zijn op de Vinkeveense Plassen.

Vervolgens dient conform de beslisboom, zie figuur 3.3, beoordeeld te worden of voor het plan een beperkt indieningsvereiste geldt of juist een uitgebreid indieningsvereiste. Dit kan beoordeeld worden aan de hand van de legenda bij de Landschapsbeleidskaart. Op basis hiervan kan vastgesteld worden dat het plangebied (gedeeltelijk) is gelegen in het beleidsobject 'openheid'. Het te voeren beleid voor dit beleidsobject houdt in dat tussen lijnstructuren (water, wegen, dijken etc.) de bestaande openheid bewaard moet blijven of juist versterkt moet worden. Men is vergunningplichtig indien er sprake is van het creëren of uitbreiden van een bouwvlak of het oprichten van een bouwwerk. Voor plangebieden tot 5.000 m2 gelden de beperkte indieningsvereisten. Het plangebied waarbinnen de mogelijkheden worden gecreëerd om de beoogde woning te realiseren is niet groter dan 5.000 m2. Derhalve gelden de beperkte indieningsvereisten.

De beperkte indieningsvereisten bepalen dat een compacte landschappelijke onderbouwing van het initiatief aan de hand van de deelgebiedenbeschrijving opgesteld moet worden. Het relevante onderdeel uit de deelgebiedenbeschrijving voor deelgebied 3, waar het plangebied in is gelegen, betreft het bewaren en waar mogelijk versterken van de openheid. Zoals in paragraaf 2.2 reeds is beschreven, wordt geborgd dat niet het volledige plangebied bebouwd kan worden teneinde de openheid / zichtlijn naar de achterliggende plas te behouden. Hierbij wordt aangesloten bij het door de gemeente gestelde uitgangspunt dat bij een kavelbreedte van 40 meter een doorzicht van 10 meter breed gerealiseerd moet worden. Op deze manier wordt de uitstraling van het lint aan de Baambrugse Zuwe behouden. Daarnaast wordt in de deelgebiedenbeschrijving de Baambrugse Zuwe aangemerkt als een van de historisch meest belangrijke structuren. De Baambrugse Zuwe is eén van de oudste wegen door deelgebied 3 en volgt de oorspronkelijke verkaveling. De voorgenomen ontwikkeling tast deze lijnstructuur niet aan.

Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in lijn met de Landschapsnota De Ronde Venen 2030 en voldoet aan de hierin beschreven indieningsvereisten.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 19

3.3.3 Woonvisie 2025 Op 29 juni 2017 is de 'Woonvisie 2025' vastgesteld door de raad van gemeente De Ronde Venen. Op 5 maart 2020 is de '1e wijziging Woonvisie 2025' vastgesteld door de gemeenteraad. De Ronde Venen wil een vitale gemeente blijven: een bevolking die op peil blijft, met een gezonde samenstelling van jong en oud. Hiertoe wil de gemeente de woningen en woonomgeving zo goed mogelijk aan laten sluiten op de woonwensen en woningbehoefte van de inwoners. De woonvoorraad sluit nu onvoldoende aan bij de woonwensen van de inwoners. Mede hierdoor is er een gebrek aan doorstroming. De visie richt zich op het bouwen van nieuwe woonmilieus om daarmee de doorstroming te bevorderen. Het richt zich dan ook op de kwaliteit van wonen in de gemeente. Naast woningen zelf zijn voorzieningen zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen belangrijke voorwaarden voor de kwaliteit van wonen in De Ronde Venen. Uit de woonvisie volgt dat tot 2025 sprake zal zijn van een toename van het aantal huishoudens (6%). Tot 2025 is de grootste behoefte aanwezig naar grondgebonden koopwoningen. Er is behoefte aan koopwoningen in alle prijsklassen, waarbij de vraag het grootst is naar duurdere woningen boven de €350.000. Daarnaast wordt in de woonvisie ingezet op het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en op duurzame nieuwbouw.

Bij nieuwbouwwoningen wordt vooruitlopend op de wetgeving, nu al gasloos bouwen als randvoorwaarde gesteld. Tot slot wordt met de wijzigingen die in 2020 in de woonvisie zijn doorgevoerd ('1e wijziging Woonvisie 2025') bij nieuwe projecten meer gestuurd op het toevoegen van sociale en middeldure huurwoningen. Concreet heeft dit zich vertaald in de volgende randvoorwaarden: Bij elk nieuwbouwproject, waar nog geen anterieure overeenkomst is gesloten, bedraagt het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30%. Bij woningbouwprojecten vanaf 50 woningen wordt, naast de sociale woningbouwopgave, aanvullend ten minste 15% in de middeldure huursector, dan wel als goedkope koop gerealiseerd. Relatie tot ontwikkeling De voorgenomen ontwikkeling plan betreft de realisatie van een vrijstaande woning. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan de woningbehoefte tot 2025. De beoogde vrijstaande woning begeeft zich in de prijsklasse boven € 350.000. Conform de woonvisie is aan woningen in deze prijsklasse de grootste behoefte. De beoogde woning wordt daarnaast gasloos uitgevoerd, waardoor wordt voldaan aan de randvoorwaarde ten aanzien van duurzaamheid uit de woonvisie. Tot slot is het gelet op de beperkte omvang van dit plan (realisatie van één woning) niet realistisch om de eis voor het aandeel sociale huurwoningen uit de '1e wijziging Woonvisie 2025' toe te passen.

Dit is aanleiding voor de gemeente om in dit specifieke geval af te zien van minimumpercentages sociale huur, middeldure huur en goedkope koop. Conclusie De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het beleid uit de woonvisie en de eerste wijziging daarop. 3.3.4 Spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040 De Ronde Venen heeft een ambitie om in 2040 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Onder klimaatneutraal verstaat de gemeente dat alle activiteiten en processen op het gemeentelijk grondgebied geen bijdrage meer leveren aan klimaatverandering in de vorm van CO2-uitstoot. Dit wil de gemeente bereiken met verschillende projecten. Deze projecten staan beschreven in het Spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040. Relatie tot ontwikkeling

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 20

Op de projectlocatie wordt, zoals reeds eerder beschreven, groen en water toegevoegd. De beoogde woning wordt gasloos uitgevoerd. Daarnaast dient vanaf 1 juli 2020 alle nieuwbouw te voldoen aan de BENG-eisen (Bijna Energie Neutraal Gebouw). Tot slot worden overige te treffen duurzaamheidsmaatregelen op de locatie nader onderzocht. 3.3.5 Conclusie gemeentelijk beleid De voorgenomen ontwikkeling is in overeenstemming met het gemeentelijk beleid.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 21

Hoofdstuk 4 4.1

Omgevingsaspecten

Verkeer- en parkeeraspecten

In het kader van de herontwikkeling moet gekeken worden wat de verkeersgeneratie is, wat de parkeerbehoefte is en hoe de ontsluiting geregeld wordt van de nieuwe functie om voldoende parkeerplaatsen te waarborgen en ongewenste verkeerssituaties tegen te gaan. Ontsluiting Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt gebruik gemaakt van de huidige ontsluiting van het perceel op de Baambrugse Zuwe. Vanaf de Baambrugse Zuwe wordt, via de Herenweg, binnen drie minuten de Provincialeweg N201 bereikt. Verkeersaantrekkende werking Aan de hand van de kencijfers uit de CROW-publicatie 381 'Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie' is de verkeersaantrekkende werking van het plan bepaald. Uitgaande van de ligging in 'rest bebouwde kom' bedraagt het gemiddelde kencijfer 8,2 per woning. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal één woning, waardoor dit plan maximaal 8 motorvoertuigen per etmaal genereert. De verwachting is dat de huidige ontsluiting deze vervoersbewegingen goed kan opvangen. Parkeerbehoefte Gemeente De Ronde Venen heeft in bijlage 1 van het beleidsplan 'Verkeer 2017 - 2021' parkeernormen voor toekomstige ontwikkelingen opgenomen. Uitgaande van de ligging in 'rest bebouwde kom' geldt voor de realisatie van een vrijstaande koopwoning een parkeernorm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. De onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van één woning.

Derhalve dient voorzien te worden in twee parkeerplaatsen. Het uitgangspunt hierbij is dat parkeren op eigen terrein dient te worden voorzien. Op de projectlocatie is hier voldoende ruimte voor. Conclusie Er wordt op eigen terrein voorzien in de parkeerbehoefte die het plan met zich meebrengt. Daarnaast is de verwachting dat de huidige ontsluiting op de Baambrugse Zuwe de verkeersgeneratie van het plan goed kan opvangen. Derhalve vormen de verkeer- en parkeeraspecten geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling.

4.2

Bodem

Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond of in het grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden.

Relatie tot ontwikkeling Door Hopman en Peters Milieutechniek is een verkennend bodemonderzoek (inclusief asbest, rapportnummer 15-P-146)) uitgevoerd op de projectlocatie. Dit onderzoek is opgenomen in bijlage 1 van deze toelichting. De conclusies van het onderzoek worden hieronder integraal overgenomen. Conclusies verkennend bodemonderzoek inclusief asbest

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 22

Grond en grondwater Geconcludeerd moet worden, dat gezien het feit dat er gehalten boven de achtergrondwaarden zijn aangetoond, de onderzoekshypothese ‘verdacht’ in de zin van de NEN 5740 formeel gehandhaafd dient te worden. De lichte tot sterke verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB’s in de (meng)monsters van het toemaakdek (MM 06 en MM 07) en het toemaakdek effect (MM 05) is het gevolg van het in het verleden ophogen van de locatie met toemaak. De overige mengmonsters (MM03 en MM08), is dit niet direct toe te schrijven en is mogelijk gevolg van langdurig gebruik van de locatie. De verontreinigingen zijn echter van dien aard, dat deze in principe verdere aandacht behoeven. Echter nader bodemonderzoek is volgens het protocol niet vereist. Er kan van uitgegaan worden dat de gehele locatie matig tot sterk is verontreinigd met lood omdat deze onderdeel uitmaakt van het gebied waar een toemaakdek is toegepast. Gelet op bovenstaande wordt vastgesteld dat op de locatie een toemaakdek aanwezig is op wisselende diepten van circa 0,5-1,3 m-mv. Het gemiddelde lood gehalte bedraagt 224 mg/kgds. Een gedeelte van de bovengrond van de locatie is niet verontreinigd. De lichte verontreiniging met barium in het grondwater is vermoedelijk van natuurlijke oorsprong en wordt regelmatig aangetroffen. De concentratie is van dien aard dat deze geen verdere aandacht behoeft.

Daar de concentratie lood boven de interventiewaarde ligt, is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het kader van de Wet bodembescherming. Hiervan is sprake als meer dan 25 m3 bodemvolume ernstig is verontreinigd (of 100 m3 bij grondwater). Asbest Geconcludeerd wordt dat er geen asbest in ruimtelijke eenheid RE 2 als verdachte locatie is aangetoond, de “verdachte actuele contactzone/verdachte ondergrond met een diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld” (geen duidelijke kern, heterogene verdeling) in de zin van de NEN 5707 formeel verworpen dient te worden. RE 2 wordt op basis van dit onderzoek als ”niet verdacht voor asbest” beschouwd. Geconcludeerd wordt dat op de locatie (RE 1) geen geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest aanwezig is. Een geval van ernstige bodemverontreiniging met asbest is vastgesteld bij interventiewaarde asbest boven de 100 mg/kg. Bij overschrijding van de interventiewaarde bij asbest wordt geen volumecriteria gehanteerd. Opgemerkt wordt dat de verharding (beton en asfaltgranulaat en grof puin) als funderingslaag moet worden aangemerkt en bestaat uit minder dan 50% grond. Dit betekend dat deze blijkens de NEN 5740 niet onder de Wet bodembescherming valt maar bij afvoer van de locatie als afvalstof dient te worden aangemerkt of is gekeurd / dient te worden gekeurd als niet vormgegeven bouwstof.

Gelet op de homogene samenstelling van het beton- en asfaltgranulaat worden deze funderingslagen als niet verdacht beschouwd voor asbest. Conclusie Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling dient de grond te gesaneerd te worden. Hiervoor is reeds een saneringsadvies opgevraagd. Ten tijde van de aanvraag voor de omgevingsvergunning bouwen, zal een saneringsplan of BUS melding overlegd dan wel uitgevoerd worden. De kosten voor sanering komen voor rekening van de initiatiefnemer. De initiatiefnemer heeft in de exploitatie rekening gehouden met kosten voor verwijdering en sanering. Op basis hiervan kan geconcludeerd worden dat het aspect bodem geen belemmering vormt voor de vaststelling van dit bestemmingsplan.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 23

4.3

Archeologie

De Erfgoedwet bevat de geldende wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De wet regelt tevens de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de modernisering van de monumentenzorg. De Erfgoedwet is een voorloper op de Omgevingswet, welke naar verwachting in 2021 in werking treedt. Voor het hele grondgebied van de gemeente De Ronde Venen is een archeologische beleidskaart (Herziening van de archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen 2016, Vestigia BV, V1385, 23 februari 2017) gemaakt. Hierop is te zien waar archeologische waarden in de bodem zitten of verwacht kunnen worden. Relatie tot ontwikkeling Op basis van de archeologische beleidskaart is de projectlcoatie gedeeltelijk in de verwachtingszone categorie 2b en gedeeltelijk in de verwachtingszone categorie 6 gelegen.

Figuur 4.1 uitsnede archeologische beleidskaart, projectlocatie rood omcirkeld (bron: gemeente de Ronde Venen) Voor de verwachtingszone categorie 2b geldt dat bij ingrepen van meer dan 100 m2 en waarbij dieper dan 30 cm onder maaiveld wordt gegraven, rekening moet worden gehouden met archeologische waarden. Voor de verwachtingszone categorie 6 geldt dat rekening moet worden gehouden met archeologische waarden bij ingrepen van meer dan 10.000 m2 en dieper dan 30 cm onder maaiveld. Bij de voorgenomen ontwikkeling worden diverse ingrepen uitgevoerd, waardoor archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Aan Bureau voor Archeologie is derhalve gevraagd een archeologisch onderzoek uit te voeren. Het onderzoek (projectnummer 2019091701, d.d. 19 november 2019) is opgenomen in bijlage 2 van deze toelichting. De samenvatting van het onderzoek wordt hieronder integraal overgenomen. Samenvatting archeologisch onderzoek Bureau voor Archeologie heeft een bureauonderzoek uitgevoerd in verband met bouwwerkzaamheden aan de Baambrugse Zuwe 127a te Vinkeveen. De vraagstelling van het onderzoek luidt: hoe kan rekening gehouden worden met eventuele archeologische waarden bij de voorgenomen ontwikkeling. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de richtlijnen van de KNA, protocol 4002.

In het kader van het onderzoek zijn kaarten, databases en literatuur geraadpleegd om te komen tot een gespecificeerde archeologische verwachting van het gebied. In het plangebied wordt een villa gerealiseerd. Deze villa heeft een omvang van ongeveer 240 Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 24

m². Voor de aanleg van de funderingen wordt tot ongeveer 80 cm onder maaiveld gegraven en wordt waarschijnlijk gebruik gemaakt van funderingspalen. Langs de zuidwestelijke grens van het plangebied wordt een sloot gegraven van minimaal 10 m breed. De diepte van de te graven sloot is onbekend. Voor de beoogde ingrepen zal het hele plangebied gesaneerd worden. De graafdiepte bij de saneringswerkzaamheden is onbekend. Het plangebied ligt in het archeologisch landschap 'Hollands-Utrechts veengebied’. De bodemopbouw in het plangebied bestaat uit Hollandveen. De top van het dekzand wordt verwacht op 6 m onder maaiveld (circa -8 m NAP). Op het dekzand is bewoning mogelijk in het Paleolithicum en Mesolithicum. Gedurende het holoceen vindt in het plangebied vernatting plaats en ontstaat een veenmoeras. Het plangebied is tot aan de Vroege middeleeuwen onaantrekkelijk voor bewoning door boeren. De Ronde Venen zijn ontgonnen in de 12e en 13e eeuw vanaf de omringende veenrivieren. Voor afwatering en als grens van de polders zijn naar het centrum van de veenkussen zuwes aangelegd. In de Nieuwe Tijd heeft in de omgeving op grote schaal turfwinning plaatsgevonden. Om de bodemdaling tegen te gaan en het bouwland te behouden zijn eeuwenlang toemaakdekken van bagger en Amsterdams huisvuil gelegd. Als gevolg van de turfwinning zijn vanaf de 18e eeuw grote veenplassen ontstaan.

Op basis van kaartmateriaal uit 1690 heeft langs de Baambrugse Zuwe sporadisch bebouwing gestaan. Er was geen sprake van een bewoningslint. Op historische kaarten is het plangebied van 1647 tot 1959 onbebouwd. In de 2e helft van de 20e eeuw staat in het plangebied een restaurant. Nu is het terrein braakliggend. Op basis van het milieuhygiënisch bodemonderzoek is het hele plangebied bij recente sloopwerkzaamheden verstoord tot dieptes tussen 50 (noordoosten) en 100 (zuidwesten) cm onder maaiveld. In het zuidwesten van het plangebied is een verhardingslaag met puin aanwezig tot dieptes tussen 80 en 100 cm onder maaiveld. In het noordoosten van het plangebied ligt het bouwvlak van de 20e eeuwse restaurant. Hier is een puinhoudende zandlaag aanwezig. De nieuwe villa ligt grotendeels in het vlak van de voormalige bebouwing. Onder de verstoringslagen is een toemaakdek aanwezig tot 50 cm diep in het veen. De kans is klein dat het plangebied ligt op een huiserf uit de Late Middeleeuwen of Nieuwe Tijd en een groot deel van het plangebied is geroerd in de 20e eeuw. Het is daarom onwaarschijnlijk dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn. Conclusie Gelet op het advies van Bureau voor Archeologie kan - naar verwachting - geconcludeerd worden dat het aspect archeologie geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling.

Het opnemen van een dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie' in de regels en op de verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan is derhalve niet noodzakelijk.

4.4

Cultuurhistorie

Vanuit een ontwikkelingsgerichte visie op de omgang met cultuurhistorie worden in de Nota Belvedère beleidsmaatregelen voorgesteld die tot een kwaliteitsimpuls bij de toekomstige inrichting van Nederland zouden moeten leiden. Doelstelling van de nota is om de alom aanwezige cultuurhistorische waarden sterker richtinggevend te laten zijn bij de inrichting van Nederland. Dit met als doel het aanzien van Nederland aan kwaliteit te laten winnen en tegelijkertijd de onderlinge samenhang van cultuurhistorische waarden op het terrein van de archeologie, gebouwde monumenten en historische cultuurlandschap te versterken. Het cultuurhistorische beleid van de gemeente is vastgelegd in de Kadernota Erfgoed (vastgesteld op 4 juli 2012). Relatie tot ontwikkeling De Baambrugse Zuwe is een lintvormige ontginningsas die de belangrijkste zuwe van het Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 25

plassengebied vormt. Deze zuwe loopt in een rechte lijn vanuit Baambrugge door de Vinkeveense Plassen naar Vinkeveen. Nabij beide einden van de zuwe staat een kerk. De zichtlijn van de Baambrugse Zuwe is van cultuurhistorische waarde. De voorgenomen ontwikkeling doet geen afbreuk aan deze zichtlijn, omdat de beoogde woning in lijn met de naastgelegen woningen wordt gesitueerd. Er zijn in of nabij het plangebied geen rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten aanwezig. Het opnemen van een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' in de regels en op e verbeelding behorende bij dit bestemmingsplan is derhalve niet noodzakelijk.

4.5

Water

De initiatiefnemer dient in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over een ruimtelijke planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer. Waternet voert taken uit in opdracht van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV). Waterbeheersplan 2016 - 2020 'Waterbewust en waterrobuust' Met het waterbeheerplan ‘Waterbewust en waterrobuust’ wil het waterschap Amstel, Gooi en Vechtstreek in de periode 2016 – 2020 inzetten op een hoger waterbewustzijn. Daarnaast staat het woord waterrobuust centraal in het waterbeheerplan. Het waterschap heeft de zorg voor het regionale watersysteem: optimale bescherming tegen overstromingen, beschikbaarheid van schoon water en efficiënte zuivering van afvalwater. Belangrijke kernwoorden daarbij zijn ‘duurzaam’ en ‘kosteneffectief’. Het waterschap vindt de intrinsieke waarde van water als beeldbepalend element in de leefomgeving heel belangrijk: water is ook om van te genieten! Het waterschap wil bijdragen aan de belevingswaarde door aandacht voor recreatie, landschap en cultuurhistorie.

Het waterschap wil bereiken dat mensen zich bewuster worden van het belang van een veilig en ‘robuust’ (toekomstbestendig) watersysteem. Het waterschap wil open en toegankelijk zijn, actief naar samenwerking zoeken en de dialoog aangaan. De strategische uitgangspunten voor de langere termijn (2030) zijn: samenbrengen van alle regionale waterbeheertaken in één regionale waterautoriteit; een klimaatbestendig en waterrobuust gebied; steden die beter bestand zijn tegen extreme regenbuien, wateroverlast, overstromingen, hitte en droogte; een omgeving die zich bewust is van waterveiligheid; water dat overal in het gebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie; gebruik van afvalwater als grondstof en bron voor energie en water; gebruik van vernieuwende oplossingen vanuit samenwerking met kennisinstellingen, andere overheden en marktpartijen; vermindering van regeldruk en vergroting van kosteneffectiviteit; afstemming over alle watertaken per stroomgebied; behoud van de zelfstandige bevoegdheid. Keur AGV en legger In de Keur staan regels van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Hiermee wil het waterschap de volgende doelen bereiken: schoon en genoeg water in onze sloten, grachten en meren sterke dijken tegen overstromingen gezonde waterplanten en vissen

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 26

De Keur gaat kortom over het gebruik en onderhoud van water, oevers en dijken. En welke middelen het waterschap heeft om zijn werk goed te doen. Op grond van artikel 2.3 van de Keur is het verboden zonder vergunning van het bestuur verhard oppervlak uit te breiden met een door het bestuur bij besluit te bepalen oppervlak. In de legger staat wie op welke plek verantwoordelijk is voor onderhoud. Dat kan Waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn. Maar ook een ander waterschap, de provincie of een boer met akkers langs het water. De legger is voor het waterschap een belangrijk document. Het waterschap gebruikt de legger ook bij het geven van een vergunning. De legger maken we onder andere op basis van de Keur. In de Keur staan de regels van het waterschap voor dijken en het water. Watertoets De ‘watertoets’ is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets maar een proces dat de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder met elkaar in gesprek brengt in een zo vroeg mogelijk stadium. Deze waterparagraaf is voorgelegd aan het AGV en de resultaten van dit overleg worden zijn verwerkt in de onderhavige paragraaf. Relatie tot ontwikkeling Waterkwantiteit In de huidige situatie ligt het perceel braak.

Op basis van artikel 2.3 van de Keur geldt een vergunningplicht bij het toevoegen van verhard oppervlak. Onder de 1.000 m2 verharding wordt een vrijstelling afgegeven. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van 1.000 m2 aan verhard oppervlak. De ontwikkeling valt daarmee onder de vrijstelling van het AGV. Wel wordt op de projectlocatie water toegevoegd in de vorm van een watergang met een breedte van 10 meter. Deze watergang sluit aan op de Vinkeveense plassen. Waterkwaliteit en waterafvoer Het plangebied grenst aan de Vinkeveense Plassen. De Vinkeveense Plassen zijn aangemerkt als een KRW-lichaam. Dit houdt in dat de kwaliteit van het water van groot belang is voor Waternet. Na een afstemmingsoverleg met Waternet (uitvoerende instantie van AGV) blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling in voldoende mate rekening houdt met het KRW-lichaam. In verband met het KRW-lichaam zijn natuurvriendelijke oevers aan de oosten westijzde van de nieuw aan te leggen watergang gewenst. Hierbij dient een talud van 1:3 aangehouden te worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid tot aanleg van dergelijke oevers. Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink, zo veel mogelijk vermeden / niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen.

Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse. De hemelwaterafvoer zal worden afgekoppeld van de afvalwaterafvoer. Daarnaast wordt onderzocht of het afvalwater aangesloten kan worden op het gemeentelijk rioleringsstelsel. Beschermde gebieden De projectlocatie is niet in of binnen een beschermingszone van een (primaire) waterkering of watergang gelegen. Dit is eveneens te zien op onderstaande afbeelding.

Mees Ruimte & Milieu | Baambrugse Zuwe 127A te Vinkeveen

Pagina | 27

Figuur 4.2 uitsnede Legger (bron: AGV)

Grondwaternorm In het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het gemeentelijk grondwaterbeleid voor nieuwe ontwikkelingen vastgesteld. Wat betreft woningbouw worden de volgende normen gesteld: woning zonder kruipruimte- drooglegging van 50 cm; woning met kruipruimte - drooglegging van 90 cm. Bij de onderhavige ontwikkeling wordt met deze normen rekening gehouden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10575720/1