Raadsvoorstel 38, Bijlage 9 BUS melding
Tekst van het document
APS - Milieu B.V.
Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 Fax: (023) 537 78 21 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl
Provincie Utrecht Postbus 80300 3508 TH Utrecht
datum:
9 november 2016
ons kenmerk:
R16-B840
onderwerp:
BUS-melding Demmerik 58 te Vinkeveen
Geachte heer/mevrouw, Hierbij stuur ik u de BUS-melding + bijbehorende stukken voor de locatie Demmerik 58 te Vinkeveen. De volgende bijlage zijn meegestuurd: x x x x x x x
Bijlage 1: Kadastrale kaarten Bijlage 2: Eigendomsgegevens Bijlage 3: Eindsituatie bodemonderzoek Bijlage 4: Nader bodemonderzoek Bijlage 5: Nader bodemonderzoek asbest Bijlage 6: Bouwtekeningen %LMODJH +LVWRULVFKRQGHU]RHN
Met vriendelijke groet,
Dhr. R.L. Kortbeek
IBAN: NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01
Melding Immobiel BUS sanering Administratieve gegevens (invullen door overheid) dag
maand
jaar
Datum van ontvangst nummer
1
Behandelnummer
|
Dossier
|
Saneringslocatie | Demmerik 58 te Vinkeveen
1.1 Locatienaam
1.2 Adres
Straat
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
| Demmerik
| 58
|
Postcode 3
6
Plaats 4
5
E
D
| Vinkeveen
Kadastrale gemeente
Sectie
Nummer
Oppervlakte kadastraal perceel
Kadastraal perceel 1
| Vinkeveen
|
D
| 1538
|
2365 m2 |
1339 m2 | Mevr. C.J. van 't Kruis
Kadastraal perceel 2
| Vinkeveen
|
D
| 1539
|
2475 m2 |
1747 m2 | De Dukdalf Beheer BV
Kadastraal perceel 3
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 4
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 5
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 6
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 7
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 8
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 9
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 10
|
|
|
|
m2 |
m2 |
Kadastraal perceel 11
|
|
|
|
m2 |
m2 |
1.3 Kadastrale gegevens Oppervlakte te saneren locatie
Naam eigenaar / erfpachter
> Recente kadastrale gegevens (kadastrale kaart met eigendomsverhoudingen niet ouder dan 3 maanden) verplicht toevoegen
Documentnummer: 030022_ANL_versie 4.1_1_januari_2012
|
2 van 11
2
Saneerder (Bedrijfs)Naam
2.1 Contactgegevens saneerder
| De Dukdalf Beheer BV
> De saneerder is opdrachtgever
Contactpersoon
| Dhr. F. Jansen
van de sanering 2.2 Saneerder is
■ Eigenaar van één of meerdere van de percelen Q
> Indien saneerder anders dan de
Q Anders, namelijk
Q Erfpachter van één of meerdere van de percelen
eigena(a)r(en)/ erfpachter(s), documenten waaruit machtiging blijkt verplicht als bijlage toevoegen. Gebruik hiervoor het standaard machtigingsformulier.
> NAW-gegevens saneerder en eigena(a)r(en)/ erfpachter(s) volledig invullen bij 12
3
Afbakening reikwijdte
3.1 Is er sprake van een landbodem?
■ ja Q
Q nee
3.2 De verontreininging is veroorzaakt voor 1 januari 1987 (voor asbest 1 juli 1993)?
■ ja Q
Q nee
3.3 Het betreft een immobiele verontreinigingssituatie?
■ ja Q
Q nee
3.4 Het betreft een verontreiniging met stoffen zoals bedoeld in bijlage 6 van de Regeling onder de categorie Immobiel
■ ja Q
Q nee
4
> Indien alle vragen met 'ja' zijn beantwoord, wordt voldaan aan de reikwijdtecriteria die gelden voor werkzaamheden die met dit formulier gemeld kunnen worden. Indien één of meerdere vragen met nee beantwoord zijn, wordt niet voldaan aan de criteria en kan geen gebruik gemaakt worden van dit formulier. Zie voor meer informatie het stroomschema op de website of neem contact op met het bevoegd gezag.
Situering en gebruik saneringslocatie
4.1 De saneringslocatie is gelegen in een beschermingsgebied?
Q ja
4.2 Zo ja, welk soort beschermingsgebied
|
4.3 Het gebruik van de saneringslocatie
■ nee Q
Gebruik
Huidig
Toekomstig
(Wonen met) moestuin of volkstuin
Q
Q
Wonen met (sier)tuin
■ Q
■ Q
Plaatsen waar kinderen spelen
Q
Q
Natuur
Q
Q
Landbouw
Q
Q
Groen met natuurwaarden
Q
Q
Overig (openbaar) groen
Q
Q
Bebouwing (incl. wonen zonder tuin)
Q
Q
Infrastructuur
Q
Q
Bedrijfsterrein, industrie
Q
Q
Overig namelijk,
Q
Q
3 van 11
Melding Immobiel BUS sanering
Infrastructuur en Milieu
5
Uitgevoerd bodemonderzoek
5.1 Is er een vooronderzoek uitgevoerd conform NEN 5725?
■ ja Q
Q nee
5.2 Is er een verkennend onderzoek uitgevoerd conform NEN 5740?
■ ja Q
Q nee
5.3 Is er asbest onderzoek uitgevoerd conform NEN 5707?
■ ja Q
Q nee
5.4 Is er een nader onderzoek uitgevoerd conform NTA 5755 danwel de Richtlijn nader onderzoek, deel 1 van SDU?
■ ja Q
Q nee
5.5 Is er andersoortig onderzoek uitgevoerd?
Q ja
■ nee Q
> De hierboven bedoelde onderzoeksrapporten, voor zover relevant en actueel, als bijlage toevoegen.
6
Verontreinigingssituatie Stof
Max. Concentratie mg/kg
6.1 Vier maatgevende stoffen voor de sanering, die in de grond voorkomen in een gehalte groter dan de interventiewaarde zijn (in mg/kg.ds).
| lood
| 760
|
|
|
|
> Indien asbest voorkomt boven de
|
|
interventiewaarde, vermeld dan het gewogen gehalte. 6.2 Wordt tot onder het grondwaterniveau ontgraven?
■ ja Q
Q nee
6.3 Is de kwaliteit van het grondwater onderzocht?
■ ja Q
Q nee
6.4 Vier maatgevende stoffen, die in het grondwater voorkomen in een gehalte groter dan de tussenwaarde zijn (in ug/l):
> Zo nee, ga door naar blok 7
Stof
Max. Concentratie ug/l
|
|
|
|
|
|
|
|
4 van 11
7
Aanleiding en type saneringsaanpak
7.1 Wat is de aanleiding voor de werkzaamheden?
| herontwikkeling perceel / realisatie van drie woningen
7.2 Welke type saneringsaanpak is van toepassing? (meerdere aanpakken mogelijk*)
Q ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde (blok 8a)
* Binnen de categorie immobiel is het mogelijk om binnen de saneringsloactie te kiezen voor één of voor meerdere saneringsaanpakken (voorbeeld een gedeelte van de locatie wordt gesaneerd door middel van een leeflaag en een ander deel wordt gesaneerd door middel van een duurzame verhardingslaag). In dat geval kruist u meerdere saneringsaanpakken aan en vult u meerdere onderdelen van blok 8 in. Geef in dat geval duidelijk op een tekening aan voor welke delen van de saneringslocatie welke saneringsaanpak wordt toegepast. Alleen de saneringsaanpak ontgraving dunne stedelijke toplaag en aanbrengen van een aanvullaag (blok 8d) kan niet in combinatie met een andere aanpak worden gekozen.
■ aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag (blok 8c) Q
■ aanbrengen van een leeflaag (blok 8b) Q
Q ontgraving dunne stedelijke toplaag en aanbrengen van een aanvullaag (blok 8d)
Toelichting: Ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde Bij deze saneringsaanpak is de doelstelling om binnen de saneringslocatie de verontreiniging te verwijderen tot een bepaalde terugsaneerwaarde. De terugsaneerwaarde wordt bepaald door de vastgestelde bodemfunctieklasse of door Lokale Maximale Waarden die door een gemeente in het kader van het Besluit bodemkwaliteit zijn vastgesteld. Indien geen bodemfunctieklassekaart is vastgesteld of de locatie niet is ingedeeld op de kaart, geldt de Achtergrondwaarde als terugsaneerwaarde. Zie ook art. 3.1.2 van de Regeling uniforme saneringen. Aanbrengen van leeflaag Bij deze saneringsaanpak worden contactmogelijkheden met de verontreiniging voorkomen door de aanleg van een leeflaag bestaande uit een laag van grond (standaarddikte 1,0 m) van voldoende kwaliteit. Een afwijkende leeflaagdikte van minimaal 50 centimeter is toegestaan in geval van bijzondere situaties waarbij als gevolg van de situering van het gebied waarbinnen de saneringslocatie is gelegen al beperkingen in het gebruik gelden (zie voor meer informatie de Handreiking uniforme saneringen). De kwaliteitseis van de leeflaag wordt bepaald door de vastgestelde bodemfunctieklasse of door Lokale Maximale Waarden die door een gemeente in het kader van het Besluit bodemkwaliteit zijn vastgesteld.
Indien geen bodemfunctieklassekaart is vastgesteld of de locatie niet is ingedeeld op de kaart, geldt de Achtergrondwaarde als kwaliteitseis.Afhankelijk van de ligging van het toekomstig maaiveld kan voorafgaand aan de aanleg van de leeflaag onderliggende verontreinigde grond worden ontgraven of herschikt. Zie ook de artikelen 3.1.3 en 3.1.4 van de Regeling uniforme saneringen. Aanbrengen van een duurzame aaneengesloten afdeklaag Bij deze saneringsaanpak worden contactmogelijkheden met de verontreiniging voorkomen door de aanleg van een duurzame aaneengesloten afdeklaag bestaande uit beton, asfalt, asfaltbeton, stelconplaten of bestrating met klinkers of tegels. Ook een vloer van aan te leggen bebouwing wordt als isolatielaag gezien. Op spoorwegterreinen kan de afdeklaag ook bestaan uit een laag ballastmateriaal of een splitbed. Afhankelijk van de ligging van het toekomstig maaiveld kan voorafgaand aan de aanleg van de leeflaag onderliggende verontreinigde grond worden ontgraven of herschikt. Zie ook de artikelen 3.1.3 en 3.1.4 van de Regeling uniforme saneringen. Ontgraving dunne stedelijke toplaag en aanbrengen van een aanvullaag Deze saneringsaanpak is alleen mogelijk in stedelijke gebieden waarvoor geen gebiedsspecifiek toetsingskader is vastgesteld.
Daarnaast moet sprake zijn van een dunne verontreinigde toplaag (niet dikker dan 50 cm) en moet de bodemlaag daaronder een kwaliteit hebben die voor alle stoffen voldoet aan het kwaliteitsniveau 0,5 maal de interventiewaarden. De saneringsaanpak bestaat uit het ontgraven van de verontreinigde grond tot de terugsaneerwaarde (0,5 maal de interventiewaarde) en vervolgens aanbrengen van aanvulgrond in een dikte van minimaal 50 cm. De kwaliteit van de aanvulgrond moet overeenkomen met de bijbehorende bodemfunctieklasse. Zie ook art. 3.1.5 van de Regeling uniforme saneringen.
8
Saneringsaanpak
> Onderstaande vragenblokken hoeven alleen ingevuld voor zover van toepassing 8a
Ontgraving tot niveau terugsaneerwaarde
8a.1 De oppervlakte die wordt ontgraven bedraagt
|
m2
8a.2 Maximale ontgravingsdiepte t.o.v. huidig maaiveld
|
meter
8a.3 Er wordt gesaneerd tot ten hoogste het niveau van:
Q de achtergrondwaarde van tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit
> Let op: de terugsaneerwaarde wordt
Q de generieke maximale waarden van de bodemfunctieklasse Wonen uit tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit
bepaald door de bodemfunctieklassekaart danwel Lokale Maximale Waarden (LMW’s) Q de generieke maximale waarden van de bodemfunctieklasse Industrie uit tabel 1 van bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit die door de gemeente vanuit het Besluit bodemkwaliteit is vastgesteld. Zie artikel 3.1.5 van de Regeling uniforme saneringen. Q de door de gemeente vastgestelde Lokale Maximale Waarde (gebiedsspecifiek beleid) Zijn geen LMW’s vastgesteld , is de locatie niet ingedeeld op een bodemfunctieklassekaart of ontbreekt een bodemfunctieklassekaart, dan is de achtergrondwaarde de terugsaneerwaarde. Neem contact op met de gemeente voor meer informatie over de bodemfunctieklassekaart of LMW’s.
5 van 11
Melding Immobiel BUS sanering
Infrastructuur en Milieu
8a.4 De hoeveelheid verontreinigde grond die wordt ontgraven is
8a.5 De aard en kwaliteit van de aangevulde grond is:
|
m3
Kwaliteitklasse1
Herkomst
Soort (klei, zand, zavel)
Hoeveelheid
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
1 <AW2000, Wonen, Industrie of <Lokale Maximale Waarden
Q ja
Q nee
8b.1 De oppervlakte die wordt voorzien van een leeflaag is
|
2502 m2
8b.2 Indien ontgraving plaatsvindt t.b.v. het aanbrengen van de leeflaag, wat is de hoeveelheid verontreinigde grond die wordt ontgraven?
|
m3
8b.3 Wat is de dikte van de leeflaag?
|
0,50 m
■ ja Q
Q nee
8a.6 Vindt er opslag van verontreinigde grond in een tijdelijk depot plaats?
8b
Aanbrengen van leeflaag
> Let op: de dikte van de leeflaag moet minimaal 1,0 m zijn. Alleen onder bijzondere omstandigheden mag de leeflaagdikte geringer zijn (zie hiervoor de Handreiking uniforme saneringen). 8b.4 Is de kwaliteit van de bodem op ontgravingsdiepte bekend?
8b.5 De aard en kwaliteit van de leeflaag is:
Kwaliteitklasse1
Herkomst
Soort (klei, zand, zavel)
Hoeveelheid
| Wonen
| nader te bepalen
| zand
|
1251 m3
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
1 <AW2000, Wonen, Industrie of <Lokale Maximale Waarden
8b.6 Wordt er onder de leeflaag een signaleringslaag aangebracht?
■ ja Q
Q nee
Zo ja, door aanleg van geotextiel Zo nee, waarom niet? Q ja
■ nee Q
8b.8 Vindt er opslag van verontreinigde Q ja grond in een tijdelijk depot plaats?
■ nee Q
8b.7 Is er sprake van herschikken van grond?
8c
Aanbrengen van duurzame aaneengesloten afdeklaag
8c.1 De oppervlakte die wordt voorzien van een afdeklaag is
|
584 m2
8c.2 Indien ontgraving plaatsvindt t.b.v. het aanbrengen van de afdeklaag, wat is de hoeveelheid verontreinigde grond die wordt ontgraven?
|
214 m3
8c.3 Wordt de ontgraving aangevuld voor Q ja het aanbrengen van de afdeklaag?
■ nee Q
6 van 11
8c.4 Uit welk materiaal bestaat de afdeklaag?
Materiaal
Oppervlakte
Q Asfalt
|
m2
Q Asfaltbeton
|
m2
Q Beton
|
m2
Q Stelconplaten
|
m2
Q Klinkers/tegels
|
m2
■ Bebouwing Q
|
584 m2
Q Ballastmateriaal minimaal 0,25m dik met geotextiel
|
m2
Q Splitbed minimaal 0,25m dik met geotextiel
|
m2
8c.5 Is er sprake van herschikken van grond?
Q ja
■ nee Q
8c.6 Vindt er opslag van verontreinigde grond in een tijdelijk depot plaats?
Q ja
■ nee Q
8d
Ontgraven dunne stedelijke toplaag en aanbrengen van een aanvullaag
|
8d.1 De oppervlakte die wordt ontgraven is
m2
8d.2 De ontgravingsdiepte ten opzichte | van maaiveld is
m (max 0,5 m)
8d.3 Zijn de gehalten in de onderliggende bodem (> 0,5 m-mv) lager dan 0,5 maal de I-waarde?
Q ja
8d.4 De hoeveelheid verontreinigde grond die wordt ontgraven is
|
m3
8d.5 Wordt er een aanvullaag aangebracht Q ja tot niveau van huidig maaiveld? 8d.6 Wat is de dikte van de aanvullaag?
8d.7 De aard en kwaliteit van de leeflaag is:
> Indien deze vraag met nee is beantwoord, kunt u geen gebruik maken van deze saneringsaanpak
Q nee
Q nee m > Let op: de dikte van de aanvullaag moet minimaal 0,5 m zijn
| Kwaliteitklasse1
Herkomst
Soort (klei, zand, zavel)
Hoeveelheid
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
|
|
|
|
m3
1 <AW2000, Wonen, Industrie of <Lokale Maximale Waarden
Q ja
Q nee
8d.9 Vindt er opslag van verontreinigde Q ja grond in een tijdelijk depot plaats?
Q nee
8d.8 Is er sprake van herschikken van grond?
9 9a
Termijn uitvoering en kosten
9a.1 Wat is de geplande startdatum?
Saneringsuitvoering Dag 1
maand 8
0
jaar 2
2
0
1
7
> Aanvullend op deze melding dient tevens uiterlijk vijf werkdagen vantevoren een melding start sanering te worden gedaan bij het bevoegd gezag. Dag 9a.2 Geplande einddatum alle saneringswerkzaamheden? 9a.3 De kosten (incl BTW) van de werkzaamheden bedragen
1
maand 8
€ 60000,00
0
jaar 7
2
0
1
7
7 van 11
Melding Immobiel BUS sanering
Infrastructuur en Milieu
9b
Grondverzet aan- en afvoer
9b.1 De hoeveelheden grond die worden verzet bedragen per soort (in m3):
9b.2 De bestemming van de afgevoerde grond is (indien van toepassing):
Kwaliteitsklasse
Afvoeren
Aanvoeren
Totaal ontgraven
> i-waarde
|
m3 |
Herschikken
m 3|
Hergebruik
|
|
m3
Industrie
|
214 m3 |
|
m3 |
m3 |
214 m3
Wonen
|
m3 |
|
m3 |
1251 m3 |
m3
< AW2000
|
m3 |
|
m3 |
m3 |
m3
< Lokale Maximale Waarden
|
m3 |
|
m3 |
m3 |
m3
Bestemming1
Naam ontvanger (indien bekend) of type bestemming
> Indien sprake van herschikken, plaats aangeven op tekening
10 10.1 De volgende vergunningen zijn relevant en zijn/worden aangevraagd
10.2 De volgende meldingen zijn relevant en zijn/worden gedaan
> NB: Vragen dienen enkel als checklist voor de saneerder. Bevoegd gezag Wbb hoeft een BUS melding niet op deze vragen te beoordelen.
Hoeveelheid ton d.s.
| Reiniger
| nader te bepalen
|
214 m3 |
|
|
|
m3 |
ton
|
|
|
m3 |
ton
1 Reinger, Stortplaats, Toepassing elders (onder Bbk)
9b.3 Waar wordt de grond herschikt (indien van toepassing)?
Hoeveelheid m3
Plaats
Hoeveelheid
Q Onder leeflaag
|
m3
Q Onder duurzaam aaneengesloten afdeklaag
|
m3
Q Onder bebouwing
|
m3
Vergunningen en meldingen Watervergunning
Q ja
■ nvt Q
Omgevingsvergunning
■ ja Q
Q nvt
Aanlegvergunning
Q ja
■ nvt Q
Andere, namelijk
Q ja
■ nvt Q
Lozing op gemeentelijk riool
Q ja
■ nvt Q
Lozing op oppervlaktewater
Q ja
■ nvt Q
Reinigbaarheid grond
Q ja
■ nvt Q
KLIC (WION)
Q ja
■ nvt Q
Grondwateronttrekking
Q ja
■ nvt Q
Wet milieubeheer (tijdelijk depot)
Q ja
■ nvt Q
Ontheffing wegafzetting
Q ja
■ nvt Q
Andere, namelijk
Q ja
■ nvt Q
340 ton
8 van 11
11
Bijlagen
11.1 Bij de melding dienen de volgende Recente kadastrale kaart met daarop aangegeven de contour van de gesaneerde locatie, inclusief bijlagen (in enkelvoud) te worden kadastraal uitreksel met eigendomsituatie gevoegd, indien van toepassing: Situatietekening(en) van de saneringslocatie met daarop aangegeven (voor zover relevant): > Indien bijgevoegd, vul aankruishokje in - Begrenzing van saneringslocatie -
■ ja Q
■ ja Q
Belangrijkste infrastructurele voorzieningen, zoals gebouwen, wegen, verhardingen en kabels/leidingen
■ ja Q
-
Ontgravingstekening (inclusief dwarsprofielen)
Q ja
■ nvt Q
-
Ligging van depots voor tijdelijke opslag verontreinigde grond
Q ja
■ nvt Q
-
Ligging van aan te brengen leeflaag, afdeklaag of aanvulllaag
■ ja Q
Q nvt
-
Plaatsaanduiding van te herschikken grond
Q ja
■ nvt Q
Onderzoeksrapporten over de saneringslocatie:
> Indien bijgevoegd geef aan welke
-
Vooronderzoek, al dan niet conform NEN 5725
■ ja Q
Q nvt
-
Verkennend onderzoek, al dan niet conform NEN 5740
■ ja Q
Q nvt
-
Asbest onderzoek, al dan niet conform NEN 5707
■ ja Q
Q nvt
-
Nader onderzoek, conform NTA 5755 danwel de Richtlijn nader onderzoek, deel 1 van SDU
■ ja Q
Q nvt
-
Andere onderzoeken, namelijk
Q ja
■ nvt Q
Overige van belang zijnde informatie -
Ondertekend machtigingsdocument
Q ja
■ nvt Q
-
Overige, namelijk
■ ja Q
Q nvt
bouwtekeningen
12
Contactgegevens (Bedrijfs)Naam
12.1 Saneerder (= opdrachtgever van de sanering)
| De Dukdalf Beheer BV Contactpersoon
| Dhr.
F. Jansen
Straat
| Constructieweg Postcode 3
6
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
| 22
|
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
|
|
|
Plaats 4
1
S
B
| Mijdrecht
Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
(Bedrijfs)Naam
12.2 Eigenaar, erfpachter (indien niet zijnde de saneerder)
|
> Als er meer dan één eigenaar/erfpachter
|
betrokken is, andere eigenaar/erfpachters opgeven bij Overige betrokkenen
Contactpersoon
Straat
| Postcode
Plaats
| Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
|
9 van 11
Melding Immobiel BUS sanering
Infrastructuur en Milieu
(Bedrijfs)Naam
12.3 Melder (diegene die het formulier heeft ingevuld)
| APS-Milieu BV Contactpersoon
| Dhr.
Kortbeek
Straat
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
| 12
|E
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
| 12
|E
Straat
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
| Tappersweg
| 12
|E
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
|
|
| Tappersweg Postcode 2
0
|
Plaats 3
1
E
T
| Haarlem
Telefoonnummer
E-mailadres
| 023 5385191
| info@apsmilieu.nl
(Bedrijfs)Naam
12.4 Milieukundig begeleider (processturing, indien bekend)
| APS-Milieu BV Contactpersoon/projectleider
| Dhr.
Kortbeek
Straat
| Tappersweg Postcode 2
0
|
Plaats 3
1
E
T
| Haarlem
Telefoonnummer
E-mailadres
| 023 5385191
| info@apsmilieu.nl
Naam milieukundig begeleider
|
nader te bepalen
Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
(Bedrijfs)Naam
12.5 Milieukundig begeleider (verificatie, indien bekend)
| APS-Milieu BV Contactpersoon
| Dhr.
Kortbeek
Postcode 2
0
|
Plaats 3
1
E
T
| Haarlem
Telefoonnummer
E-mailadres
| 023 5385191
| info@apsmilieu.nl
Naam milieukundig begeleider
| nader te bepalen Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
(Bedrijfs)Naam
12.6 Aannemer (indien bekend)
| nader te bepalen Contactpersoon
| Straat
| Postcode
Plaats
| Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
|
10 van 11
Rol
12.7a Overige betrokkenen 1
|
> Denk bij rol aan: aannemer, adviseur,
(Bedrijfs)Naam
belanghebbende, eigenaar, erfpachter, gebruiker, gemachtigde, huurder, melder, veroorzaker, opdrachtgever, voormalige eigenaar, projectontwikkelaar, uitvoerder
| Contactpersoon/projectleider
| Straat
| Postcode
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
|
|
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
|
|
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
|
|
Huisnummer
Huisletter Toevoeging
|
|
|
Plaats
| Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
Rol
12.7b Overige betrokkenen 2
| (Bedrijfs)Naam
| Contactpersoon/projectleider
| Straat
| Postcode
|
Plaats
| Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
Rol
12.7c Overige betrokkenen 3
| (Bedrijfs)Naam
| Contactpersoon/projectleider
| Straat
| Postcode
|
Plaats
| Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
Rol
12.7d Overige betrokkenen 4
| (Bedrijfs)Naam
| Contactpersoon/projectleider
| Straat
| Postcode
Plaats
| Telefoonnummer
E-mailadres
|
|
|
Omgevingskaart
Klantreferentie: R16-B840
0m
125 m
625 m
Deze kaart is noordgericht. Hier bevindt zich Kadastraal object VINKEVEEN D 1538 Demmerik 58, 3645 ED VINKEVEEN CC-BY Kadaster.
Schaal 1: 12500
Kadastraal bericht object
pagina 1 van 2
Kadastraal bericht object Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft:
VINKEVEEN D 1538
Demmerik 58 3645 ED VINKEVEEN Uw referentie: R16-B840 Toestandsdatum: 8-11-2016
https://kadaster-on-line.kadaster.nl/objprod.asp
9-112016 11:38:04
9-11-2016
Kadastraal bericht object
pagina 2 van 2
Kadastraal object Kadastrale aanduiding: Grootte: Coördinaten: Omschrijving kadastraal object: Locatie:
VINKEVEEN D 1538 23 a 65 ca 123882-469005 ERF - TUIN
Koopsom: Ontstaan op:
Demmerik 58 3645 ED VINKEVEEN € 32.460 21-11-2014
Ontstaan uit:
VINKEVEEN D 1531
Jaar: 2014
Publiekrechtelijke beperkingen Het kadastraal object is onbekend in de Landelijke Voorziening WKPB zodat er geen informatie over gemeentelijke beperkingen van de gemeente De Ronde Venen kan worden geleverd. Neem contact op met de gemeente De Ronde Venen.
Gerechtigde EIGENDOM Mevrouw Cornelia Jacoba van 't Kruis Donkereind 24 A 3645 TD VINKEVEEN Geboren op: 27-11-1954 Geboren te: MIJDRECHT (Persoonsgegevens zijn ontleend aan Basisregistratie Personen) Recht ontleend aan: HYP4 65226/100 Eerst genoemde object in VINKEVEEN D 1538 brondocument:
d.d. 24-11-2014
Aantekening recht BURGERLIJKE STAAT GEHUWD Betrokken persoon: De heer Franciscus Johannes Cornelis Jansen Donkereind 24 A 3645 TD VINKEVEEN Geboren op: 14-06-1951 Geboren te: WILNIS (Persoonsgegevens zijn ontleend aan Basisregistratie Personen) Ontleend aan: HYP4 65226/100 d.d. 24-11-2014
Gerechtigde ZAKELIJK RECHT ALS BEDOELD IN ART.5,LID 3,ONDER B,VAN DE BELEMMERINGENWET PRIVAATRECHT Stedin Netten B.V. Blaak 8 3011 TA ROTTERDAM Zetel: ROTTERDAM KvK-nummer: 64930149 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het KvK-nummer. Recht ontleend aan: HYP4 68898/120 d.d. 25-8-2016 OORSPRONKELIJK GEVESTIGD BIJ 4 02166 00045 UTT Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.
https://kadaster-on-line.kadaster.nl/objprod.asp
9-11-2016
Kadastraal bericht object
pagina 1 van 2
Kadastraal bericht object Dienst voor het kadaster en de openbare registers in Nederland Gegevens over de rechtstoestand van kadastrale objecten, met uitzondering van de gegevens inzake hypotheken en beslagen Betreft:
VINKEVEEN D 1539
Demmerik 58 3645 ED VINKEVEEN Uw referentie: R16-B840 Toestandsdatum: 8-11-2016
https://kadaster-on-line.kadaster.nl/objprod.asp
9-112016 11:36:36
9-11-2016
Kadastraal bericht object
pagina 2 van 2
Kadastraal object Kadastrale aanduiding: Grootte: Coördinaten: Omschrijving kadastraal object: Locatie:
VINKEVEEN D 1539 24 a 75 ca 123964-469029 WONEN ERF - TUIN
Ontstaan op:
Demmerik 58 3645 ED VINKEVEEN 21-11-2014
Ontstaan uit:
VINKEVEEN D 1531
Aantekening kadastraal object LOCATIEGEGEVENS ONTLEEND AAN BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN Ontleend aan: ATG 75403 d.d. 12-1-2015
Publiekrechtelijke beperkingen Het kadastraal object is onbekend in de Landelijke Voorziening WKPB zodat er geen informatie over gemeentelijke beperkingen van de gemeente De Ronde Venen kan worden geleverd. Neem contact op met de gemeente De Ronde Venen.
Gerechtigde EIGENDOM De Dukdalf Beheer B.V. Constructieweg 22 3641 SB MIJDRECHT Zetel: MIJDRECHT Recht ontleend aan: Eerst genoemde object in brondocument: Recht ontleend aan: Eerst genoemde object in brondocument:
HYP4 62602/67 d.d. 25-2-2013 VINKEVEEN D 1456 HYP4 55245/45 d.d. 14-8-2008 VINKEVEEN D 1456
Gerechtigde ZAKELIJK RECHT ALS BEDOELD IN ART.5,LID 3,ONDER B,VAN DE BELEMMERINGENWET PRIVAATRECHT Stedin Netten B.V. Blaak 8 3011 TA ROTTERDAM Zetel: ROTTERDAM KvK-nummer: 64930149 (Bron: Handelsregister) Voor de meest actuele naam, zetel en adres, raadpleeg het KvK-nummer. Recht ontleend aan: HYP4 68898/120 d.d. 25-8-2016 OORSPRONKELIJK GEVESTIGD BIJ 4 02166 00045 UTT Einde overzicht De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt ten aanzien van de kadastrale gegevens zich het recht voor als bedoeld in artikel 2 lid 1 juncto artikel 6 lid 3 van de Databankenwet.
https://kadaster-on-line.kadaster.nl/objprod.asp
9-11-2016
APS - Milieu B.V.
Tappersweg 12E 2031 ET Haarlem Tel.: (023) 538 51 91 Fax: (023) 537 78 21 info@apsmilieu.nl www.apsmilieu.nl
Eindsituatie bodemonderzoek YHUVLH R12-B121 Demmerik 58 Vinkeveen
Opdrachtgever: Dukdalf BV Constructieweg 22 3641 SB Mijdrecht april 2012
IBAN: NL52 RABO 0175 8032 77 NL44 INGB 0002 0722 15 KvK Haarlem: 34123303 BTW nr: 815463844B01
APS - Milieu B.V.
Inhoudsopgave 1 Inleiding .............................................................................................................................. 4 1.1 Doel en opzet van het onderzoek................................................................................. 5 1.2 Vooronderzoek ............................................................................................................ 6 1.3 Asbest .......................................................................................................................... 8 1.4 Bodemopbouw en geohydrologie ................................................................................ 8 1.5 Hypothese en strategie ................................................................................................. 9 2 Uitvoering ......................................................................................................................... 10 2.1 Veldwerk ................................................................................................................... 10 2.2 Laboratoriumonderzoek............................................................................................. 12 3 Analyseresultaten..............................................................................................................
14 4 Conclusies en aanbevelingen ............................................................................................ 18 5 Betrouwbaarheid ............................................................................................................... 21
Bijlage 1. Topografische kaart............................................................................................. 22 Bijlage 2. Kadastrale kaart................................................................................................... 24 Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten ......................................................................... 26 Bijlage 4. Overzicht vooronderzoek .................................................................................... 28 Bijlage 5. Toetsingskader .................................................................................................... 30 Bijlage 6. Referenties .......................................................................................................... 33 Bijlage 7. Boorstaten ........................................................................................................... 35 Bijlage 8. Fotorapportage .................................................................................................... 40 Bijlage 9. Analysecertificaten.............................................................................................. 42
2
APS - Milieu B.V.
Samenvatting Soort onderzoek
eindsituatie bodemonderzoek NEN-5740
Aanleiding tot het onderzoek
milieuvergunning/transactie
Projectcode
R12-B121
Opdrachtgever
Dukdalf BV
Adres opdrachtgever
Constructieweg 22
Woonplaats en postcode
3641 SB Mijdrecht
Locatieadres
Demmerik 58
Locatieplaats en postcode
Vinkeveen
Kadastrale aanduiding
sectie D, nummer 1456 gemeente Vinkeveen
Coördinaten
123942 / 469029
Oppervlakte onderzoekslocatie
2900 m2
Te onderscheiden deellocaties
3
Aantal boringen en peilbuizen
17 waarvan 4 afgewerkt met een peilbuis
Datum veldwerk
30-03-2012
Datum watermonsters
10-04-2012
Aantal analyses
16 waarvan 4 grondwatermonsters
Aanwijzingen asbest Aangetroffen verontreinigingen
geen toplaag licht tot sterk puinhoudend, licht tot matig verontreinigd is met zware metalen en PAK ondergrond maximaal licht puinhoudend, licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en PAK grondwater licht verontreinigd met barium, kwik en molybdeen deellocatie 1 matig verontreinigd met minerale olie waarschijnlijk ernstig geval van bodemverontreiniging aanvullend onderzoek naar ernst en omvang olieverontreiniging
Conclusies en aanbevelingen
3
APS - Milieu B.V.
1 Inleiding In april 2012 heeft APS-Milieu in opdracht van Dukdalf BV te Mijdrecht een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op de locatie Demmerik 58 te Vinkeveen. Het onderzoek is uitgevoerd conform BRL SIKB 2000, VKB- protocol 2001 plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen en VKB- protocol 2002 het nemen van grondwatermonsters. APS-Milieu verklaart dat er geen andere relaties bestaan met de opdrachtgever van het bodemonderzoek anders dan die van opdrachtgever versus opdrachtnemer. Onderstaanden verklaren de veld- en/of rapportagewerkzaamheden conform de geldende normen te hebben uitgevoerd. Naam: Certificaatnummer: Ondertekening:
Ing. J.J. de Vlieger VB-028/2
Naam: Certificaatnummer: Ondertekening:
Dhr. R.L. Kortbeek VB-028/2
De aanleiding tot het laten uitvoeren van het bodemonderzoek is tweeledig. Enerzijds is er de verplichting tot het uitvoeren van een eindsituatie onderzoek zoals opgenomen in de Wm-vergunning. Het doel van een eindsituatie bodemonderzoek in het kader van de Wet Milieubeheer is het verkrijgen van een toetsingsgrondslag met het oog op mogelijke veroorzaakte bodemverontreiniging voortvloeiende uit vergunningspichtige activiteiten. In het nulsituatie onderzoek van juli 2005 uitgevoerd door Holland Railconsult BV onder projectnummer D58\BOD-ED-050034025 is een referentieniveau vastgelegd, waarbij de eventueel al aanwezige verontreiniging in kaart is gebracht. Alleen dan kan middels het eindsituatie onderzoek worden vastgesteld of er gedurende de periode sinds het nulsituatie onderzoek nieuwe verontreiniging is bijgekomen.
4
APS - Milieu B.V.
Anderzijds is de aanleiding tot het laten uitvoeren van het onderzoek de voorgenomen koop/verkoop van het perceel. Het doel van een bodemonderzoek in het kader van een transactie waarbij de kwaliteit van de bodem een rol speelt, is het wegnemen van onzekerheden en het regelen van aansprakelijkheid voor (toekomstige) kosten verband houdend met bodemverontreiniging. Een dergelijk onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de NEN-5740 (nul/eindsituatie strategie). Het vooronderzoek moet voldoen aan het basisniveau van de NEN-5725. De onderzoekslocatie wordt bepaald door de grenzen van de inrichting.
1.1 Doel en opzet van het onderzoek Doel van een verkennend bodemonderzoek is: x Bepalen of er al dan niet van bodemverontreiniging sprake is, conform de Wet Bodembescherming. x Eventueel bepalen of er een nader onderzoek gewenst is naar de ernst van de bodemverontreiniging. x Eventueel verkrijgen van een eerste indicatie van de verspreiding van de verontreiniging, zonodig door heranalyse van afzonderlijke monsters. De opzet van een verkennend onderzoek omvat de volgende fasen: x Vaststellen van het (juridische) kader van het onderzoek. x Verrichten van (historisch) vooronderzoek naar mogelijke verontreiniging. x Verrichten van vooronderzoek naar geohydrologie en bodemopbouw. x Opstellen van hypothese en onderzoeksstrategie voor het bodemonderzoek. x Uitvoering veldwerk (boringen, peilbuizen en bemonsteringen). x Uitvoering laboratoriumanalyses in een erkend RvA geaccrediteerd laboratorium. x Interpretatie van de resultaten van het onderzoek. x Toetsing van hypothese en strategie. x Eventueel herhalen van (enkele van) de voorgaande fasen als de hypothese en strategie niet toereikend blijken te zijn geweest. x Bepalen of er sprake is van bodemverontreiniging, en indicaties geven over de verspreiding ervan. x Eventueel bepalen of nader onderzoek gewenst is. x Rapportage en eindbespreking.
5
APS - Milieu B.V.
1.2 Vooronderzoek De ligging van de locatie is aangegeven op de topografische kaart (bijlage 1) en tevens op een kadastrale tekening (bijlage 2). Ook zijn er foto's gemaakt van het onderzochte terrein (bijlage 8). Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5725:2009, strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek. In bijlage 4 is een overzicht van de verkregen gegevens opgenomen. De onderzoekslocatie is gelegen in Vinkeveen. Het perceel staat kadastraal bekend onder de aanduiding sectie D, nummer 1456 van de gemeente Vinkeveen. De totale oppervlakte van de onderzoekslocatie bedraagt ongeveer 2900 m2. De bestemming is en blijft bedrijfsterrein (berging-stalling). Momenteel is het perceel buiten gebruik. Op het perceel is een loods aanwezig met een oppervlakte van ongeveer 720 m2. De loods is deels verhard met beton en deels met klinkers. De klinkers zijn ongeveer 0,4 m verzakt ten opzichte van de betonnen fundering. Aan de voorkant is de locatie verhard met ongeveer 0,9 m sintels en puingranulaat. Aan de achterzijde van het perceel is een met puin en sintels verhard pad aanwezig. De overige locatie is braakliggend. Aan de achterzijde van de locatie is een gronddepot aanwezig met een volume van naar schatting 150 m3. De herkomst van de grond is onbekend. Op de onderzoekslocatie zijn geen kabels en/of leidingen aanwezig.
Op het allerachterste deel van de locatie heeft tussen 1948 en 2010 een veilinggebouw (Coöperatieve Groenten en fruitveiling Vinkeveen) gestaan. In dit gebouw hebben volgens opgave opdrachtgever geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. In de loods zijn twee voormalige dieseltanklocaties aanwezig. Eén voormalige bovengrondse tanklocatie van vóór 2005 aan de voorzijde van de loods en één voormalige bovengrondse tanklocatie van na 2005 aan de achterzijde van de loods. De tanklocatie van na 2005 is voorzien van een vloeistofdichte betonvloer. In het verleden heeft op het achterterrein nog een schuur gestaan, deze is inmiddels verwijderd.
6
APS - Milieu B.V.
Op de onderzoekslocatie is het volgende bodemonderzoek uitgevoerd: x Milieukundig bodemonderzoek Demmerik 58 Vinkeveen, Holland Railconsult BV, projectnummer D58\BOD-ED-050034025, 13 juli 2005. De locatie is destijds opgedeeld in drie deellocaties: 1. Oude tankplaats: er zijn in de zandige toplaag tot 0,7 m-mv lichte verontreinigingen met koper, nikkel, lood, zink, minerale olie, EOX en PAK aangetroffen. In de venige ondergrond van 0,7 tot 3,5 m-mv zijn lichte verontreinigingen met kwik, nikkel, lood en EOX gemeten. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. 2. Nieuwe tankplaats: er zijn in de zandige toplaag tot 0,7 m-mv lichte verontreinigingen met lood, zink, minerale olie en PAK aangetroffen. In de venige toplaag ter plaatse van boring 5507 is tot 0,7 m-mv een sterke verontreiniging met zink aangetroffen, matige verontreinigingen met koper en lood en lichte verontreinigingen met kwik, nikkel, EOX en PAK. In de venige ondergrond van 0,7 tot 3,5 m-mv zijn lichte verontreinigingen met cadmium, nikkel, lood, zink, minerale olie en PAK aangetroffen. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. 3. Overige bedrijfsterrein: in het mengmonster van de puinlaag tot 0,8 m-mv zijn lichte verontreinigingen met koper, lood, minerale olie en PAK aangetoond. Het zandige toplaagmonster is tot 0,7 m-mv licht verontreinigd met koper, nikkel, lood, zink en PAK.
Het venige toplaagmonster is tot 0,5 m-mv licht verontreinigd met koper, nikkel, lood, zink, minerale olie, EOX en PAK. Het olieverdachte monster ter plaatse van boring 5522 op het achterterrein is slechts licht verontreinigd met minerale olie. De venige ondergrond is van 0,5 tot 2,5 m-mv licht verontreinigd met koper, kwik, nikkel, lood, zink, EOX en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met zink. Tevens is een stukje asbestverdacht materiaal aangetroffen en bemonsterd dit bleek voor 10 tot 15% uit chrysotiel te bestaan.
7
APS - Milieu B.V.
1.3 Asbest Bij verkennend bodemonderzoek wordt ook gekeken of er mogelijk asbest op de locatie aanwezig is (op gebouwen, op de grond of in de bodem). Indien dat het geval is kan dat eventueel leiden tot aanvullend onderzoek. In het onderhavige onderzoek zijn aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van asbest. Bij visuele inspectie werden op het achter trein enkele kapotte asbesthoudende golfplaten aangetroffen. Daarnaast is de bodem over de gehele locatie licht tot sterk puinhouden. In de opgeboorde grond/puin zijn echter geen asbestverdachte materialen aangetroffen.
1.4 Bodemopbouw en geohydrologie De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Vinkeveen. Er is geen sprake van een bodembeschermingsgebied. Het maaiveld ligt op ongeveer NAP –1,6 m. De geologie wordt bepaald door een deklaag van Holocene ouderdom welke reikt tot een diepte NAP –15 m. Op de nieuwe geologische kaart van Nederland (TNO-RGD, 1:50000) is er sprake van een Holocene deklaag bestaande uit Hollandveen op oude klei- en zandafzettingen. Aan de onderzijde gaat het Holocene pakket over in Pleistocene afzettingen (meestal dekzanden van de Twenteformatie). Uit de bodemkaart van Nederland (STIBOKA 1:50000) is er sprake van een dikke veenlaag met een eerdlaag. Het Gemiddeld Hoogste Grondwaterpeil (GHG) ligt op <40 cm-mv. Het Gemiddeld Laagste Grondwaterpeil (GLG) ligt op 50-80 cm-mv.
8
APS - Milieu B.V.
1.5 Hypothese en strategie Aan de hand van een vooronderzoek (uitgevoerd volgens de NEN-5725) worden deellocaties benoemd waarvoor verschillende hypothesen gelden met betrekking tot de (mogelijke) bodembelasting. In de onderstaande tabel worden de deellocaties en de daarvoor geldende aannames (aard en voorkomen van de verontreiniging) nader uitgewerkt. De hypothese “verdacht met diffuse bodembelasting heterogeen verdeeld (VED-HE)” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk diffuse bodembelasting heeft plaatsgevonden met een heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming. Hierbij valt te denken aan ophooglagen. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen. De hypothese “verdacht met plaatselijke bodembelasting waarvan de kern bekend is (VEP)” wordt gesteld als er uit het vooronderzoek blijkt dat er op de locatie mogelijk bodembelasting afkomstig een bekende bron heeft plaatsgevonden. Bij de bronnen kan sprake zijn geweest van lozingen, lekkages, morsingen, brandplaatsen, lekkende tanks e.d. Er wordt op deze deellocaties verontreiniging in de grond en/of het grondwater verwacht met bepaalde stoffen.
Overzicht van deellocaties en gevolgde strategie code DL1
DL2
deellocatie tanklocatie voor 2005
tanklocatie na 2005
strategie
schaal
boringen
analyses
toplaag (0.5 m)
1
1
ondergrond (0.5-2.0 m)
1
1
freatisch grondwater (met PB)
1
1
toplaag (0.5 m)
3
1
ondergrond (0.5-2.0 m)
3
2
1
1
toplaag (0.5 m)
13
3
ondergrond (0.5-2.0 m)
5
3
freatisch grondwater (met PB)
2
2
2
25 m
NEN-5740 VEP
200 m2
NEN-5740 VEP
freatisch grondwater (met PB) DL3
overige terrein
2
2675 m
NEN-5740 VED-HE
Bij overlappende deellocaties kunnen boorpunten gecombineerd worden.
9
opmerking
APS - Milieu B.V.
2 Uitvoering 2.1 Veldwerk Het veldwerk bestond uit het uitvoeren van boringen, het plaatsen van peilbuizen en het nemen van grond- en grondwatermonsters. Van alle boringen is een boorbeschrijving gemaakt conform de NEN-5104, welke zijn opgenomen in bijlage 7. Over het gehele terrein zijn lichte tot matige bijmengingen met puin en sintels aangetroffen. Inpandig en ter plaatse van boring 10 zijn in de toplaag zeer sterke bijmengingen van puin en sintels aangetroffen. Aan de voorzijde van het terrein en ter plaatse van het puinpad is ten behoeve van de boringen eerst de puinlaag verwijderd met behulp van een minigraver. Ter plaatse van deellocatie 2 is een vloeistofdichte betonvloer aanwezig. Er is voor gekozen de boring langs de rand van de betonvloer te plaatsen. Het op het achterterrein aanwezige gronddepot is indicatief gekeurd middels vijf gutssteken welke zijn samengevoegd tot één veldmengmonster. Het grondwater is elf dagen na plaatsing van het filter bemonsterd. In het veld is de grondwaterstand opgemeten en is de geleidbaarheid van het grondwater bepaald. De monsters zijn gekoeld getransporteerd en opgeslagen. In de onderstaande tabellen zijn de veldwerkgegevens, evenals de zintuiglijke waarnemingen weergegeven.
10
APS - Milieu B.V.
Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen boring
diepte
PB
datum
van
tot
opmerkingen
1
200
X
30-03-2012
0
30
puingranulaat
30
40
sintels/asfalt
40
90
sintels / lichte oliegeur
0
40
puingranulaat
40
50
asfalt
50
90
puingranulaat
90
140
licht puinhoudend
0
40
licht puinhoudend
40
90
sintels/puin
90
150
licht puinhoudend
50
100
matig sintelhoudend
100
150
licht sintelhoudend
0
40
lege ruimte
40
45
tegel
45
90
zeer sterk sintelhoudend / gestuit
0
40
lege ruimte
40
45
tegel
45
90
zeer sterk puin en sintelhoudend
90
140
licht puinhoudend
0
40
lege ruimte
40
45
tegel
45
100
zeer sterk puin en sintelhoudend
100
150
licht puinhoudend
0
40
lege ruimte
40
45
tegel
45
90
zeer sterk puin en sintelhoudend
90
140
licht puinhoudend
2
3
4
5
6
7
8
240
200
200
90
140
150
140
X
X
X
30-03-2012
30-03-2012
30-03-2012
30-03-2012
30-03-2012
30-03-2012
30-03-2012
9
50
30-03-2012
0
50
licht puinhoudend
10
110
30-03-2012
0
60
zeer sterk puin en sintelhoudend
11
APS - Milieu B.V.
Overzicht van boringen, peilbuizen en zintuiglijke waarnemingen boring
diepte
11
PB
datum
van
tot
opmerkingen
50
30-03-2012
0
50
matig puinhoudend
12
30
30-03-2012
0
30
licht puinhoudend / gestuit op hout
13
130
30-03-2012
0
40
puingranulaat
40
80
sintels
80
130
licht puinhoudend
14
40
30-03-2012
0
40
licht puinhoudend / gestuit
15
50
30-03-2012
0
50
licht puinhoudend
16
30
30-03-2012
0
30
matig puinhoudend / gestuit
17
50
30-03-2012
0
50
licht puinhoudend
Overzicht peilbuis- monstername PB
van
tot
monsters
gws
EC (mS/cm)
pH
datum
1
100
200
0700426138 / 0691227913
40
1,044
8,1
10-04-2012
2
140
240
0691227892
43
1,344
8,8
10-04-2012
3
95
195
0700426153 / 0691227903
30
1,058
8,1
10-04-2012
4
100
200
0700568796 / 0691230393
30
2,091
7,7
10-04-2012
opmerking
2.2 Laboratoriumonderzoek De in het veld genomen monsters zijn volgens het onderstaande schema ter analyse aangeboden aan een door de RvA geaccrediteerd laboratorium. Eventueel zijn grondmonsters gecombineerd tot mengmonsters. Bij grondwateronderzoek worden in verband met per soort analyse verschillende voorgeschreven wijze van bemonstering en conservering soms meerdere monsters uit een filter genomen.
12
APS - Milieu B.V.
Overzicht van uitgevoerde analyses en samenstelling mengmonsters code
omschrijving
analysepakket
monster
boring
van
tot
M01
monster bovengrond (DL1)
minerale olie
0506163489
1
40
90
M02
monster ondergrond (DL1)
minerale olie
0506163490
1
100
150
MM03
mengmonster bovengrond (DL 3 inpandig)
NEN-5740 grondpakket
0506163488
5
45
90
0506163481
6
45
90
0506163482
7
45
100
0506163483
8
45
90
0506163485
3
0
40
0506163477
11
0
50
0506163479
12
0
30
0506164120
15
0
50
0506164121
16
0
30
0506163487
4
0
50
0506163484
9
0
50
0506163480
14
0
40
0506164118
17
0
50
MM04
MM05
MM06
M07
mengmonster bovengrond (DL 2)
mengmonster bovengrond (DL 3 zand)
mengmonster bovengrond (DL 3 veen)
NEN-5740 grondpakket
NEN-5740 grondpakket
NEN-5740 grondpakket
NEN-5740 grondpakket
0506163476
10
0
50
M08
monster bovengrond (DL 3 sterk puinhoudend) monster ondergrond (DL3 inpandig)
NEN-5740 grondpakket
0506164104
6
90
140
MM09
mengmonster ondergrond (DL2)
NEN-5740 grondpakket
0506164117
7
100
150
0506164033
8
90
140
0506163493
2
90
140
0506163486
3
100
150
0506163491
4
100
150
0506164068
10
60
110
0506163478
13
80
130
MM10
mengmonster ondergrond (DL3 buiten)
NEN-5740 grondpakket
M11
monster diepe ondergrond (DL2)
NEN-5740 grondpakket
0506163492
2
190
240
VMM01
veldmengmonster depot
NEN-5740 grondpakket
0506164097
5 steken
0
100
WM01
grondwatermonster (DL 1)
100
200
grondwatermonster (DL 2)
0700426138 / 0691227913 0691227892
1
WM02
NEN-5740 grondwaterpakket minerale olie + BTEXN
2
140
240
WM03
grondwatermonster (DL 3)
95
195
grondwatermonster (DL 3)
0700426153 / 0691227903 0700568796 / 0691230393
3
WM04
NEN-5740 grondwaterpakket NEN-5740 grondwaterpakket
4
100
200
13
APS - Milieu B.V.
3 Analyseresultaten De resultaten van het laboratoriumonderzoek zijn in de onderstaande tabellen getoetst aan de meest recente versie van de streef/AW2000- en interventiewaarden van VROM, waarbij de waarden voor de bodem zijn omgerekend volgens het gehalte organisch stof en kleidelen (lutum). Het toetsingskader is bij dit rapport opgenomen als bijlage 5. Voor een volledig overzicht van de gemeten waarden verwijzen wij naar de analysecertificaten in bijlage 9. Analyse monster bovengrond (DL1) M01, toetsing grond volgens Wbb H=12,3% L=7% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
minerale olie
3900
mg/kg d.s.
230
3200
6200
opm
toetsing >T
Analyse monster ondergrond (DL1) M02, toetsing grond volgens Wbb H=34,5% L=12,3% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
[geen overschrijdingen]
Analyse mengmonster bovengrond (DL3 inpandig) MM03, toetsing grond volgens Wbb H=9,7% L=3,8% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
kobalt
16
mg/kg d.s.
5,1
35
65
>S
koper
49
mg/kg d.s.
26
74
120
>S
kwik
0,32
mg/kg d.s.
0,11
14
27
>S
molybdeen
2,2
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
nikkel
25
mg/kg d.s.
14
27
39
>S
lood
110
mg/kg d.s.
37
220
400
>S
zink
99
mg/kg d.s.
76
230
390
>S
PAK
5,9
mg/kg d.s.
1,5
21
40
>S
14
opm
toetsing
APS - Milieu B.V.
Analyse mengmonster bovengrond (DL2) MM04, toetsing grond volgens Wbb H=4,2% L=6,2% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
kobalt
7,4
mg/kg d.s.
6,2
43
79
>S
koper
52
mg/kg d.s.
24
68
110
>S
kwik
0,16
mg/kg d.s.
0,11
14
27
>S
nikkel
19
mg/kg d.s.
16
31
46
>S
lood
210
mg/kg d.s.
36
210
380
>S
zink
190
mg/kg d.s.
75
230
390
>S
PAK
5,4
mg/kg d.s.
1,5
21
40
>S
Analyse mengmonster bovengrond (DL3 zand) MM05, toetsing grond volgens Wbb H=5,3% L=6,1% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
cadmium
0,48
mg/kg d.s.
0,42
4,8
9,2
>S
kobalt
9,8
mg/kg d.s.
6,2
42
78
>S
koper
64
mg/kg d.s.
24
70
120
>S
kwik
0,15
mg/kg d.s.
0,11
14
27
>S
nikkel
22
mg/kg d.s.
16
31
46
>S
lood
88
mg/kg d.s.
36
210
380
>S
zink
380
mg/kg d.s.
76
230
390
>T
PAK
3,8
mg/kg d.s.
1,5
21
40
>S
Analyse mengmonster bovengrond (DL3 veen) MM06, toetsing grond volgens Wbb H=25% L=13,6% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
cadmium
1,2
mg/kg d.s.
0,78
8,8
17
>S
koper
73
mg/kg d.s.
42
120
200
>S
kwik
0,72
mg/kg d.s.
0,14
17
34
>S
molybdeen
4
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
lood
240
mg/kg d.s.
52
300
550
>S
zink
300
mg/kg d.s.
130
390
660
>S
PAK
38
mg/kg d.s.
3,8
52
100
>S
15
opm
toetsing
APS - Milieu B.V.
Analyse monster bovengrond (DL3 sterk puinhoudend) M07, toetsing grond volgens Wbb H=10,4% L=4% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
kobalt
9,6
mg/kg d.s.
5,2
36
66
>S
koper
51
mg/kg d.s.
26
76
120
>S
kwik
0,13
mg/kg d.s.
0,11
14
28
>S
molybdeen
1,6
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
nikkel
24
mg/kg d.s.
14
27
40
>S
lood
240
mg/kg d.s.
38
220
400
>T
zink
190
mg/kg d.s.
78
240
400
>S
PAK
12
mg/kg d.s.
1,6
22
42
>S
Analyse monster ondergrond (DL3 inpandig) M08, toetsing grond volgens Wbb H=31,4% L=2,6% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
kobalt
7,2
mg/kg d.s.
4,5
31
58
>S
koper
72
mg/kg d.s.
39
110
190
>S
kwik
0,98
mg/kg d.s.
0,13
16
31
>S
molybdeen
1,9
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
nikkel
23
mg/kg d.s.
13
24
36
>S
lood
180
mg/kg d.s.
49
290
520
>S
Analyse mengmonster ondergrond (DL2) MM09, toetsing grond volgens Wbb H=28,8% L=10% stofnaam
meting
eenheid
kobalt
8,3
mg/kg d.s.
koper
130
kwik
S (AW)
T
I
8
55
100
>S
mg/kg d.s.
43
120
200
>T
2
mg/kg d.s.
0,14
17
34
>S
molybdeen
2,2
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
nikkel
26
mg/kg d.s.
20
39
57
>S
lood
690
mg/kg d.s.
52
300
550
>I
zink
280
mg/kg d.s.
120
380
630
>S
16
opm
toetsing
APS - Milieu B.V.
Analyse mengmonster ondergrond (DL3) MM10, toetsing grond volgens Wbb H=34,3% L=9,4% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
cadmium
1
mg/kg d.s.
0,91
10
20
>S
kobalt
11
mg/kg d.s.
7,7
53
98
>S
koper
210
mg/kg d.s.
46
130
220
>T
kwik
2,2
mg/kg d.s.
0,14
17
35
>S
molybdeen
3,4
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
nikkel
33
mg/kg d.s.
19
37
55
>S
lood
760
mg/kg d.s.
55
320
580
>I
zink
540
mg/kg d.s.
130
400
670
>T
PAK
4,9
mg/kg d.s.
4,5
62
120
>S
Analyse monster diepe ondergrond (DL2) M11, toetsing grond volgens Wbb H=45,5% L=9,5% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm
toetsing
koper
69
mg/kg d.s.
53
150
250
>S
kwik
0,7
mg/kg d.s.
0,15
19
37
>S
lood
170
mg/kg d.s.
62
360
650
>S
zink
180
mg/kg d.s.
150
450
750
>S
Analyse veldmengmonster depot VMM01, toetsing grond volgens Wbb H=24% L=12% stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
kwik
0,21
mg/kg d.s.
0,14
17
34
>S
molybdeen
6
mg/kg d.s.
1,5
96
190
>S
zink
170
mg/kg d.s.
120
370
630
>S
17
opm
toetsing
APS - Milieu B.V.
Analyse grondwatermonster WM01 (DL1), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
barium
190
ug/l
50
340
630
opm.
toetsing >S
Analyse grondwatermonster WM02 (DL2), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm.
toetsing
[geen overschrijdingen]
Analyse grondwatermonster WM03 (DL3), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
barium
99
ug/l
50
340
630
opm.
toetsing >S
Analyse grondwatermonster WM04 (DL3), toetsing grondwater volgens Wbb stofnaam
meting
eenheid
S (AW)
T
I
opm.
toetsing
barium
150
ug/l
50
340
630
>S
kwik
0,12
ug/l
0,05
0,17
0,3
>S
molybdeen
9,5
ug/l
5
150
300
>S
4 Conclusies en aanbevelingen Deellocatie 1 Ter plaatse van deellocatie 1 (tanklocatie voor 2005) is in de sintellaag van 0,4 tot 0,9 mmv een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In de onderliggende veenlaag is geen verontreiniging met minerale olie gemeten. In het grondwater is een lichte verontreiniging met zink aangetoond. Deellocatie 2 Ter plaatse van deellocatie 2 (tanklocatie na 2005) zijn in de sterke puin- en sintelhoudende bodemlaag van 0,45 tot 1,0 m-mv lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, nikkel, lood, zink en PAK aangetroffen. In de onderliggende veenlaag van 0,9 tot 1,5 m-mv is een sterke verontreiniging met lood en een matige verontreiniging met koper gemeten. Tevens zijn hier lichte verontreinigingen met kobalt, kwik, molybdeen, nikkel en zink aangetroffen. In de diepere ondergrond van 1,9 tot 2,4 m-mv zijn slechts lichte verontreinigingen met koper, kwik, lood en zink aangetoond. In het grondwater is geen van de onderzochte parameters in een verhoogd gehalte aangetroffen.
18
APS - Milieu B.V.
Deellocatie 3 Inpandig zijn in de sterke puin- en sintelhoudende bodemlaag van 0,45 tot 0,9 m-mv lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, lood, zink en PAK aangetroffen. De ondergrond inpandig is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel en lood. Ter plaatse van het achterterrein is in de zandige toplaag een matige verontreiniging met zink aangetroffen. Tevens zijn in de zandige toplaag lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, koper, kwik, nikkel, lood en PAK gemeten. In de venige toplaag zijn lichte verontreinigingen met cadmium, koper, kwik, molybdeen, lood, zink en PAK aangetroffen. In de sterk puin- en sintelhoudende toplaag ter plaatse van boring 10 zijn een matige verontreiniging met lood en lichte verontreinigingen met kobalt, koper, kwik, molybdeen, nikkel, zink en PAK aangetroffen. De ondergrond ter plaatse van het achterterrein is vanaf 0,6 tot 1,5 m-mv sterk verontreinigd met lood en matig verontreinigd met koper en zink. Daarnaast zijn in de ondergrond lichte verontreinigingen met cadmium, kobalt, kwik, molybdeen, nikkel en PAK aangetoond. In het grondwater zijn lichte verontreinigingen met barium, kwik en molybdeen aangetroffen. Depot In het op het achterterrein aanwezige gronddepot zijn slechts lichte verontreinigingen met kwik, molybdeen en zink aangetroffen.
Samengevat kan gesteld worden dat de licht tot sterk puinhoudende toplaag van de locatie licht tot matig verontreinigd is met zware metalen en PAK en dat de onderliggende veenlaag licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen en PAK. In vergelijking met het onderzoek uit 2005 kan gesteld worden dat de verontreinigingsgraad van de toplaag sinds 2005 nauwelijks is gewijzigd. De kwaliteit van de ondergrond is in vergelijking met het onderzoek van 2005 wel sterk achteruit gegaan. Hierbij wordt opgemerkt dat in het onderzoek van 2005 zeer lange trajecten van 0,5 tot minimaal 2,5 m-mv van de ondergrond zijn samengevoegd tot één analysemonster. Deze werkwijze kan een vertekend beeld van de bodemkwaliteit direct onder de puinlaag veroorzaakt hebben. In onderhavig onderzoek zijn in de diepere ondergrond ter plaatse van boring 2 ook uitsluitend lichte verontreinigingen met enkele zware metalen aangetroffen. Ter plaatse van de tanklocatie voor 2005 is in 2005 een lichte verontreiniging met minerale olie aangetroffen. In onderhavig onderzoek is een matige verontreiniging met minerale olie aangetroffen. Hierbij wordt opgemerkt dat in 2005 bij deellocatie 1 uitsluitend inpandig is geboord ter plaatse van de tanklocatie terwijl in het huidige onderzoek buiten is geboord ter plaatse van het voormalige afleverpunt.
19
APS - Milieu B.V.
Formeel is een nader onderzoek naar de ernst en omvang van de aangetroffen matige en sterke verontreinigingen in de toplaag en ondergrond noodzakelijk. Met het oog op de aangetroffen puin bijmengingen lijkt het echter aannemelijk dat de verontreiniging vrij homogeen verdeeld over de locatie aanwezig is. Er is waarschijnlijk sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging (> 25 m3 sterk verontreinigd). De aangetroffen verontreinigingen vormen geen belemmering voor het beoogde terreingebruik (opslagterrein). Als de bestemming van het terrein wijzigt of er grondverzet t.b.v. werkzaamheden plaatsvindt zijn wellicht een nader bodemonderzoek en eventueel sanerende maatregelen noodzakelijk. Aanbevolen wordt wel een aanvullend bodemonderzoek uit te voeren naar de ernst en omvang van de aangetoonde matige olieverontreiniging ter plaatse van deellocatie 1.
20
APS - Milieu B.V.
5 Betrouwbaarheid Bodemonderzoeken worden door APS-Milieu op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de daartoe bestaande normen (protocollen) en gangbare inzichten. Indien in opdracht van de klant, en eventueel in overleg met het bevoegde gezag, is afgeweken van de gangbare normen en/of protocollen van onderzoek, dan wordt dit in de rapportage uitdrukkelijk vermeld. APS-Milieu aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de gevolgen die deze afwijkingen kunnen hebben voor de kwaliteit en betrouwbaarheid van het onderzoek. Maar ook indien conform de protocollen wordt gewerkt blijven er enige beperkingen van kracht, met betrekking tot de betrouwbaarheid van de resultaten van dit onderzoek. a. Kwaliteit van het vooronderzoek Een bodemonderzoek wordt uitgevoerd op basis van een vooronderzoek. Een dergelijk vooronderzoek bestaat uit het verzamelen van (historische) gegevens over de locatie, een inspectie van de locatie en verzamelen van gegevens over bodemopbouw en hydrologie. Indien belangrijke feiten over de locatie niet worden achterhaald, bestaat de kans dat de hypothese en de strategie van het onderzoek niet voldoen. Het onderzoek geeft dan onvoldoende informatie en is dus minder bruikbaar of betrouwbaar. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van onvolledig of onjuist opgegeven informatie in het kader van het vooronderzoek. b.
Restrisico De monsterdichtheid welke de protocollen voorschrijven heeft tot gevolg dat kleine verontreinigingskernen kunnen worden gemist. Dit beperkte restrisico wordt aanvaardbaar geacht, omdat de kosten van bodemonderzoek anders te hoog zouden oplopen. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor dergelijke normale restrisico’s. c. Veroudering De onderzoeksresultaten vormen slechts een momentopname. De resultaten en conclusies kunnen verouderen door drie oorzaken: x Er wordt nieuwe verontreiniging toegevoegd aan de locatie. x Bestaande verontreiniging is mobiel en verspreidt zich verder. x De normstelling door de overheid verandert. APS-Milieu acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van veroudering van de rapportage.
21
APS - Milieu B.V.
Bijlage 1. Topografische kaart
22
Omgevingskaart
0m
125 m
Deze kaart is noordgericht.
625 m
Schaal 1: 12500
Hier bevindt zich Kadastraal object VINKEVEEN D 1515 Demmerik 56, 3645 ED VINKEVEEN © De auteursrechten en databankenrechten zijn voorbehouden aan de Topografische Dienst Kadaster.
APS - Milieu B.V.
Bijlage 2. Kadastrale kaart
24
Uittreksel Kadastrale Kaart
50
1497 50a
1495
1506
1389 1467
ik
52
De m mer
54
1365
1515
23
56
1454 25
1399
1525
0m
12345 25
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Voorlopige grens Bebouwing Overige topografie
Voor een eensluidend uittreksel, Apeldoorn, 30 maart 2012 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
5m
25 m
Schaal 1:500 Kadastrale gemeente Sectie Perceel
VINKEVEEN D 1515
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
APS - Milieu B.V.
Bijlage 3. Locatietekening met boorpunten
26
APS - Milieu B.V.
Bijlage 4. Overzicht vooronderzoek
28
APS - Milieu B.V.
R12-B121 Vooronderzoek basisformulier Code
Beoordelingsaspect
00.001
Gegevens verzameld op basis voorafgaand locatiebezoek ?
j
00.002
Gegevens bij gemeente of provincie opgevraagd ?
j
00.003
Gegevens opgevraagd bij gebruiker of eigenaar ?
j
Naam:
00.004
Is er eerder bodemonderzoek op de locatie verricht ?
j
Data: 2005
00.005
Zijn er nog andere bronnen van informatie geraadpleegd ?
j
Welke: bodemloket
01.001
Is er sprake van oude stedelijke ophooglagen ?
n
Beleid:
01.002
Is er sprake van een regionaal aanwezig toemaakdek ?
j
Beleid:
01.003
Zijn er regionale verhoogde achtergrondwaarden bekend ?
j
Welke: zware metalen
01.004 01.005 01.006
Opmerkingen
Zijn er in de directe omgeving gevallen van n bodemverontreiniging bekend ? Zijn er in de directe omgeving grootschalige bronnen van n verontreiniging aanwezig ? Is verspreiding van baggerspecie uit oppervlaktewateren over j het perceel mogelijk geweest ?
Datum:
Welke: Welke: Waar: gehele terrein
01.007
Is op of naast de locatie ooit een brand geweest ?
n
Datum:
02.001
Zijn er mogelijk verdachte verhardingslagen aanwezig ?
j
Welke: puin en sintelverharding
02.002
Zijn er mogelijk verdachte ophooglagen aanwezig ?
n
Welke:
02.003
Zijn er mogelijk verdachte dempingen/opvullingen aanwezig ?
n
Welke:
02.004
Is er sprake van bodembelastende agrarische activiteiten ?
n
Welke:
02.010
Zijn er ondergrondse olietanks op de locatie aanwezig ?
n
Status:
02.011
Zijn er ondergrondse olietanks op de locatie aanwezig geweest ?
n
Gesaneerd:
02.012
Is er sprake van bovengrondse opslag van olieproducten?
n
Kritiek:
02.013
Is er sprake geweest van bovengrondse opslag van olie ?
j
Wanneer:
02.014
Zijn op de locatie afleverpunten voor brandstof aanwezig ?
n
Kritiek?
02.015
Zijn afleverpunten voor brandstof aanwezig geweest?
j
Wanneer:
02.016
Zijn of worden op de locatie motorvoertuigen onderhouden ?
n
Kritiek?
02.020
Is op de locatie ooit vaste brandstof gebruikt of opgeslagen ?
n
Soort:
02.021
Zijn of worden op de locatie chemicaliën opgeslagen?
n
Soort:
02.022
Zijn er andere bodembelastende activiteiten bekend ?
n
Soort:
02.023
Zijn er andere calamiteiten op de locatie bekend ?
n
Wanneer:
29
APS - Milieu B.V.
Bijlage 5. Toetsingskader
30
APS - Milieu B.V.
Toetsingskader bodemverontreiniging De kwaliteit van de bodem wordt getoetst aan streef/AW2000- en interventiewaarden. De toetsing betreft enerzijds de grond (landbodem) of het sediment (waterbodem), en anderzijds het grondwater. Voor grond/sediment moeten deze waarden worden gerelateerd aan de zogenaamde standaardbodem. Dit is een bodem met 10% organisch stof (humus) en 25% kleideel (lutum). Deze bodemcomponenten hebben namelijk de eigenschap verontreinigingen vast te leggen, en hun verspreiding te verhinderen. De gemeten concentraties aan verontreiniging moeten dan ook altijd teruggerekend worden naar standaardbodem aan de hand van de aan deze bodem bepaalde gehalten lutum en humus. Hiervoor zijn standaardformules in gebruik. Voor grondwater geldt een dergelijke omrekening niet. De Streefwaarden/AW2000 worden afgeleid en vastgesteld binnen het INS-proces. De Interventiewaarden zijn vastgelegd in de Circulaire bodemsanering (VROM 2009). Streefwaarde/AW200 (S/AW200-waarde) De streefwaarde/AW2000 wordt voor Organische stoffen gesteld op een honderdste deel van de MTR (maximaal toelaatbaar risico) van de betreffende stof. Voor metalen wordt de streefwaarde/AW2000 bepaald door de Natuurlijke achtergrondconcentratie op te tellen bij een honderdste deel van de MTR voor het betreffende metaal.
In de praktijk treden in door menselijk handelen beïnvloede bodemlagen overschrijdingen op tengevolge van langdurige diffuse belasting. In die gevallen is sprake van lokaal verhoogde “achtergrondwaarden”. Door veel gemeenten worden deze momenteel geïnventariseerd en wettelijk vastgelegd. Voor het saneringscriterium van oude verontreinigingen (voor 1987) zijn de achtergrondwaarden de ondergrens voor de saneringsdoelstelling. Ook voor grondverzet is de achtergrondwaarde en niet de streefwaarde doorslaggevend. Een verontreiniging boven de streefwaarden wordt “licht” genoemd. Tussenwaarde (T-waarde=(I+S)/2) De tussenwaarde, dat is de helft van de som van streef/AW2000- en interventiewaarde, speelt een rol in een aantal toetsingen. Indien bij een verkennend onderzoek een concentratie boven de tussenwaarde wordt gemeten, is er doorgaans aanleiding voor het uitvoeren van een nader onderzoek. Verkennend onderzoek dient slechts om de aan- of afwezigheid van verontreiniging aan te tonen. Bij verontreiniging boven de tussenwaarde wordt de kans reëel geacht dat bij nader onderzoek concentraties boven de interventiewaarde worden vastgesteld. Verder speelt de tussenwaarde een rol bij de risicoanalyses van een urgentiebepaling. Een verontreiniging boven de tussenwaarde wordt “matig” genoemd.