Raadsvoorstel 38, Bijlage 1 Toelichting Demmerik 58 Vinkeveen
Tekst van het document
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
5.2.2 Parkeren Om de nieuwe parkeerbehoefte te onderzoeken is er gebruik gemaakt van het beleidsplan Verkeer 2017–2021 van de gemeente De Ronde Venen. In dit beleidsplan worden de parkeercijfers uit de ASVV2012 (CROW-normen) als parkeernormen vastgesteld bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Op basis daarvan kan worden geconcludeerd dat de parkeernormen die gehanteerd worden in de onderhavige ontwikkeling voldoen aan het gemeentelijk beleid. Er is aansluiting gezocht bij de normen van vrijstaande koopwoningen in de rest van de bebouwde kom. Dit geeft een parkeerbehoefte van 2,2 parkeerplaatsen per woning en dit is als verplichting opgenomen in de planregels. Bij elke schuurwoning worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd en bij het veilinggebouw worden 5 parkeerplaatsen gerealiseerd. Nabij de woning aan Demmerik 56 worden 2 parkeerplaatsen gerealiseerd voor algemeen gebruik. Dit betekent dat er in totaal 11 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.
Overzicht parkeerplaatsen (rood gemarkeerd)
5.2.3 Conclusie Er zijn op het gebied van verkeer geen belemmeringen ten behoeve van onderhavige ontwikkeling.
5.3 Geluid Het aspect geluidhinder is geen belemmering bij de uitvoering van het bouwplan, omdat het oprichten van 2 schuurwoningen en het voormalige veilinggebouw plaatsvindt in een geluidsluw gebied. De wegen in de directe nabijheid van het plangebied zijn niet van invloed op de onderhavige ontwikkeling. Het plangebied grenst bovendien aan de Demmerik, een 30-km weg als gevolg waarvan de zones op grond van artikel 74 lid 2 sub b Wet Geluidhinder niet van toepassing zijn. In het kader van een “goede ruimtelijke ordening” moet er echter sprake zijn van een akoestisch aanvaardbaar klimaat. Er kan daarbij aansluiting worden gezocht met de bepalingen uit de Wet Geluidhinder inzake de maximaal toegestane geluidsbelasting van de gevel van een woning. Dit mag op grond van artikel 82 lid 1 Wet Geluidhinder niet meer dan 48 dB bedragen.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
In de directe omgeving is voldoende afschermende en geluiddempende bebouwing aanwezig (woningen en arken). De afstand tussen de weg en de gevel van de dichtstbijzijnde schuurwoning bedraagt ten minste 50 meter en tussen de weg en de dichtstbijzijnde schuurwoning is bovendien een woning gesitueerd. Als gevolg daarvan wordt er aan het vereiste geluidniveau van 48 dB voldaan In artikel 3.2 Bouwbesluit is vastgelegd dat een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB moet hebben. Dit moet ertoe bijdragen dat het binnenniveau in de woning niet groter mag zijn 33 dB. De woningen zijn gelegen aan een doodlopend privé toegangspad dat uitsluitend wordt gebruikt voor de ontsluiting van deze drie woningen. Hierdoor is de geluidsbelasting van buiten minimaal. Bij het bouwen van het veilinggebouw en de schuurwoningen worden uitsluitend uitwendige scheidingsconstructies (gevels / daken) gebruikt die voldoen aan de eisen uit het Bouwbesluit en die er tevens voor zorgen dat het vereiste geluidniveau van 33 dB niet wordt overschreden. Op basis van de bestaande omgevingsfactoren en de materialen die worden gebruikt, is er sprake van een akoestisch aanvaardbaar klimaat.
5.4 Luchtkwaliteit 5.4.1 Wettelijk kader De milieukwaliteitseisen omtrent luchtkwaliteit zijn verankerd in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2). De kern van titel 5.2 Wet milieubeheer bestaat uit luchtkwaliteitsnormen gebaseerd op Europese richtlijnen en uit basisverplichtingen inzake het beoordelen van de luchtkwaliteit. De milieukwaliteitseisen zijn door middel van grenswaarden vastgelegd voor luchtverontreinigingscomponenten: stikstofdioxide (NO2), zwevende deeltjes (PM10 of fijn stof), zwaveldioxide (SO2), lood (Pb), benzeen (C6H6) en koolmonoxide (CO). De grenswaarden gelden overal in de buitenlucht en in artikel 5.16 lid 1 Wet milieubeheer wordt aangegeven wanneer een (luchtvervuilend) project toelaatbaar is. Er moet aannemelijk worden gemaakt dat het project aan één of een combinatie van de volgende voorwaarden voldoet: • er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; • een project leidt per saldo niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; • een project draagt alleen ‘niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; • een project is opgenomen in, of past binnen, het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of een regionaal programma van maatregelen.
Er wordt een onderscheid gemaakt tussen projecten die ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) en ‘In betekenende mate’ (IBM) bijdragen aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. De uitvoeringsregels voor NIBM staan in de Algemene Maatregel van Bestuur ‘niet in betekenende mate bijdragen' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM). Er worden kwantitatieve grenzen gesteld en voor projecten die de hoeveelheid fijnstof en stikstofdioxide in de lucht met maximaal 3% verhogen hoeven geen aanvullende maatregelen getroffen te worden. Het project draagt dan “niet in betekende mate” (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. De NIBM-grens voor woningbouwlocaties is als volgt bepaald: 3% criterium ≥ 1500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg, en ≥ 3000 woningen bij minimaal twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Voor kantoren en bedrijventerrein ligt deze grens bij 100.000 m².
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Op 29 september 2020 is er een stikstof berekening uitgevoerd (AERIUS Calculator) en daarin wordt geconcludeerd dat het project geen depositieresultaten oplevert boven 0,00 mol/ha/jr. 5.4.2 Conclusie Bij de onderhavige ontwikkeling blijft het aantal woningen ver onder de norm van 1500 woningen bij één ontsluitingsweg. Dit houdt in dat de onderhavige ontwikkeling “niet in betekende mate” bijdraagt aan de aantasting van de luchtkwaliteit. Op basis van het 3% criterium kan er op goede gronden worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een project dat in betekenende mate bijdraagt aan de luchtverontreiniging. De AERIUS berekening concludeert dat er met betrekking tot stikstof geen belemmeringen zijn. Een nader onderzoek inzake de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
5.5 Bodem Op grond van het Besluit ruimtelijke ordening dient in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening te worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. Bij functiewijzigingen dient te worden bekeken of de bodemkwaliteit voldoende is voor de beoogde functie en moet worden vastgesteld of er sprake is van een saneringsnoodzaak. Op basis daarvan is het wettelijk verboden om te bouwen op verontreinigde grond en daarbij kan er aansluiting worden gezocht bij het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet bodembescherming en het Besluit bodemkwaliteit. 5.5.1 Onderzoeken Een bodemonderzoek is noodzakelijk bij het wijzigen van de bestemming, bij de aanvraag van een omgevingsvergunning of bij graafwerkzaamheden. Als er sprake is van een ernstige bodemverontreiniging, dient de bodem gesaneerd te worden en dient er voorafgaand aan de ontwikkeling een saneringsplan te worden opgesteld. Er zijn diverse onderzoeken uitgevoerd binnen het plangebied en hieronder volgt een korte beschrijving en de resultaten. 1. Eindsituatie bodemonderzoek Demmerik 58 Vinkeveen R12-B121, april 2012 APS Milieu BV In dit bodemonderzoek is vastgesteld of er sprake is van een bodemverontreiniging en of een nader bodemonderzoek gewenst is naar de geconstateerde bodemverontreiniging.
Er wordt geconcludeerd dat de toplaag (tot 0,7 m-mv) licht tot matig verontreinigd is met zware metalen en PAK (Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen: dit betreffen materialen die koolstof bevatten). De ondergrond is licht tot sterk verontreinigd met zware metalen en PAK (0,9 tot 1,5 m-mv). Het grondwater is licht verontreinigd met barium, kwik en molybdeen. In het onderzoek is de locatie verdeeld in drie deellocaties en ten aanzien van deellocatie 1 (oude tanklocatie) wordt er geconcludeerd dat er sprake is van een matige verontreiniging met minerale olie. Op basis daarvan wordt er geconcludeerd dat er waarschijnlijk sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Er wordt aanbevolen om een aanvullend bodemonderzoek uit te laten voeren naar de ernst en omvang van de matige olieverontreiniging ter plaatse van deellocatie 1. 2. Nader bodemonderzoek Demmerik 58 Vinkeveen R13-B353, augustus 2013 APS Milieu BV Om de ernst en omvang van de aangetroffen matige verontreiniging met minerale olie vast te stellen is er een nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van deellocatie 1. Op basis daarvan wordt er geconcludeerd dat er sprake is van lichte verontreinigingen met minerale olie. Er is op de locatie geen sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging met minerale olie.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Uitsnede kaart met deellocatie 1 (tanklocatie voor 2005)
3. Nader bodemonderzoek asbest Demmerik 56-58 Vinkeveen R16-B741, oktober 2016, APS Milieu BV De locatie is ten behoeve van het onderzoek opgedeeld in vier ruimtelijke eenheden. In ruimtelijke eenheid 1 (puinpad) is in de toplaag asbest aangetoond in een concentratie die de norm niet overschrijd. De aangetoonde concentratie asbest geeft geen aanleiding voor het uitvoeren van een aanvullend nader bodemonderzoek. In de ruimtelijke eenheden 2, 3 en 4 is geen asbestverdacht materiaal op of in de grondlaag/puinlaag aangetroffen. De resultaten uit het onderzoek vormen geen belemmering voor de geplande bouw- en sloopwerkzaamheden. 4. Oplegnotitie bodemonderzoek Demmerik 58 Vinkeveen R20-B788, 21 oktober 2020 De bovenstaande bodemonderzoeken zijn uitgevoerd in de periode 2012-2016 en in dat kader heeft er in oktober 2020 een actualisatie plaatsgevonden door middel van een oplegnotitie. In deze oplegnotitie wordt geconcludeerd dat er vanaf 2016 geen bodemverontreinigde activiteiten hebben plaatsgevonden. Het verwijderen van het asbestdak heeft geen bodemverontreiniging veroorzaakt en een aanvullend bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Er is op deze locatie sprake van een immobiele verontreiniging (zware metalen / PAK) en er is geen sprake van een wijziging in de situatie van deze verontreiniging, dan wel een nieuwe bodemverontreiniging.
5.5.2 Conclusie Het aspect bodemkwaliteit is in voldoende mate onderzocht en op basis van de uitkomsten dient de bodem op de locatie te worden gesaneerd. Er zijn geen belemmeringen te verwachten ten aanzien van de onderhavige ontwikkeling, met dien verstande dat de grond voorafgaand aan de bouwactiviteiten gesaneerd moet worden.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
De RUD Utrecht heeft ingestemd met de BUS-melding en de bodemsanering zal worden uitgevoerd overeenkomstig de gestelde voorwaarden van de beschikking van de RUD Utrecht (kenmerk: Z-BDM_HZ-2019-4787-01), hetgeen in de (toekomstige) bouwvergunning voor het bouwen moet worden opgenomen.
5.6 Externe Veiligheid 5.6.1 Wettelijk kader Ten aanzien van externe veiligheid moeten er naar verschillende aspecten worden gekeken: • bedrijven waar opslag, gebruik en/of productie van gevaarlijke stoffen plaatsvindt; • vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of leidingen. In diverse wettelijke regelingen zijn voorschriften opgenomen de risico’s zoveel mogelijk te reguleren: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); • Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev); • Besluit externe risico buisleidingen. 5.6.2 Conclusie Om te bezien in hoeverre er Bevi-bedrijven aanwezig zijn is de risicokaart geraadpleegd. Op basis daarvan kan er worden geconcludeerd dat er op korte afstand van het plangebied geen Bevi-bedrijven zijn gelegen. Hieronder is de uitsnede van de risicokaart weergegeven:
Uitsnede risicokaart met het plangebied rood gemarkeerd.
Er zijn op het gebied van externe veiligheid geen beperkingen, temeer het plangebied niet is gelegen binnen een zone als bedoeld in het Besluit externe risico buisleidingen of binnen een zone van gevaarlijk vervoer.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
5.7 Bedrijven en milieuzonering 5.7.1 Wettelijk kader Een goede kwaliteit van het leefmilieu moet bevorderd worden waarbij voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten moet voorkomen worden. Een belangrijk instrument is milieuzonering, als gevolg waarvan er voldoende ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende bedrijven / inrichtingen en milieugevoelige functies (zoals woningen) wordt aangebracht. Dit betekent concreet dat er een bepaalde afstand wordt aangehouden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, met dien verstande dat de afstand groter is als het milieu sterker (negatief) wordt belast. Milieuzonering moet hinder en gevaar zoveel mogelijk voorkomen of beperken en het moet zekerheid aan bedrijven bieden dat de activiteiten onder aanvaardbare condities kunnen worden uitgeoefend. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden wordt er getoetst aan: • VNG handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’(editie 2009); • Wet milieubeheer. In de publicatie “Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)” wordt er door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten een handreiking gegeven ten behoeve van het verantwoord inpassen van bedrijfsactiviteiten in de omgeving. In de publicatie worden bedrijven ingedeeld in categorieën met de bijbehorende gewenste afstand tot milieugevoelige functies.
Ook maakt de handreiking een onderscheid in verschillende gebiedstypen zoals een rustige woonwijk, rustig buitengebied en gemengd gebied. Aan de hand van de categorie-indeling kan bepaald worden of, en eventueel onder welke voorwaarden, een bedrijf inpasbaar is in de omgeving. De omgeving van het plangebied kan worden beschouwd als gemengd gebied, omdat het is gelegen in een lint in een dorpskern waar meerdere functies naast elkaar zitten. Bij een gemengd gebied kunnen de richtafstanden tussen milieubelastende en milieugevoelige functies, voor met name het aspect geluid, met één afstandsstap verlaagd worden, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. 5.7.2 Bedrijvigheid in de omgeving van het plangebied Er zijn op relatief korte afstand slechts bedrijven/inrichtingen gelegen die verder geen beperkingen geven aan de bouw van de schuurwoningen en het veilinggebouw: Pimia Diving duikcentrum / opleidingen Ark of Beauty schoonheidssalon HOSS onderhouds- en sloopwerk Het Spoorhuis Vinkeveen evenementenlocatie Assurantiekantoor van Veen assurantiën
Demmerik 25 Vinkeveen Demmerik 66c Vinkeveen Demmerik 66e Vinkeveen Demmerik 68 Vinkeveen Demmerik 15 Vinkeveen
De bovengenoemde bedrijven/inrichtingen kunnen conform de VNG handreiking “Bedrijven en milieuzonering (editie 2009)” worden gekwalificeerd als categorie 1 bedrijven/inrichtingen. Dit betekent dat er sprake moet zijn van een minimale afstand van 10 meter tussen de bedrijven/inrichtingen en de onderhavige ontwikkeling. De afstand tussen deze bedrijven/inrichtingen en het plangebied bedraagt meer dan 10 meter. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen agrarische bedrijven gevestigd. De afstand tussen de bestaande agrarische bedrijven is dermate groot dat deze niet van invloed zijn op het plangebied. In de directe nabijheid van het plangebied zijn geen industriële bedrijven gelegen, met uitzondering van Vobi Holding BV (aannemingsmaatschappij in beton- en waterbouw). Deze
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
inrichting is gelegen aan Spoorlaan 31 te Vinkeveen en derhalve op een aanzienlijke afstand van het plangebied. Tussen het bedrijfsterrein van Vobi Holding BV en het plangebied zijn diverse woningen van derden gelegen, zodat er geen sprake is van een belemmering voor de onderhavige ontwikkeling. 5.7.3 Conclusie Er zijn op het gebied van externe veiligheid geen belemmeringen ten behoeve van onderhavige ontwikkeling.
5.8 Duurzaamheid 5.8.1 Wettelijk kader Duurzaamheid in het algemeen en reductie van het energie in het bijzonder speelt een belangrijke rol bij het realiseren van diverse ontwikkelingen. In 2013 is in Nederland het Nationaal Energieakkoord gesloten waarin bindende afspraken zijn gemaakt met betrekking tot de toename van duurzame energieopwekking en het bestrijden van energieverspilling. Een aantal van deze afspraken zijn inmiddels verankerd in wet- en regelgeving, waaronder de eisen ten aanzien van de energiezuinigheid van een gebouw. In dat kader geldt er vanaf 1 januari 2015 voor een woningen een wettelijk Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC) van 0,4 en uiteindelijk wordt er toegewerkt aan een EPC van 0 in 2020 (energieneutraal). De gemeente De Ronde Venen hanteert een 10% scherpere EPC dan in het Bouwbesluit is vastgelegd. In maart 2011 kwam de provincie Utrecht met de Utrecht 2040 strategie, waarin er wordt gestreefd naar een “klimaatneutrale en een klimaatbestendige” provincie. De provincie Utrecht maakt concreet geld vrij om verduurzamingsprojecten te financieren. De gemeente De Ronde Venen is actief op het gebied van duurzame ontwikkeling en heeft voor het onderdeel duurzaam bouwen verschillende beleidsdocumenten vastgesteld, waarin ambities zijn opgenomen.
De oorsprong voor het duurzaamheidsbeleid van de gemeente De Ronde Venen is het werkprogramma “nieuwe energie voor het klimaat” en het klimaatakkoord gemeenten en rijk 2007-2011. Op basis daarvan is er een plan van aanpak klimaatbeleid 2008-2011 voor de gemeente De Ronde Venen geformuleerd ten aanzien van de nieuwbouw van woningen en bedrijven. In dit plan van aanpak wordt aansluiting gezocht bij de in 2006 opgestelde notitie “duurzaamheidsambitie voor projecten” In dit plan van aanpak wordt als doel gesteld om met een projectmatige aanpak 10% duurzame energieproductie te bereiken in 2020. De Ronde Venen wil in 2040 een klimaatneutrale gemeente zijn door niet bij te dragen aan klimaatverandering in de vorm van CO2 uitstoot. De concrete uitwerking naar diverse projecten staat beschreven in het spoorboekje naar klimaatneutrale gemeente in 2040. Ook in de structuurvisie De Ronde Venen 2030 staat deze ambitie beschreven, waarin het behouden of verbeteren van de kwaliteit van het leven van huidige en toekomstige generaties centraal staat. Het beleid van de gemeente De Ronde Venen is gericht op het nemen van energiebesparende maatregelen en het opwekken van duurzame energie, met dien verstande dat er minimaal 20% van de totale energiebehoefte in 2030 duurzaam wordt opgewekt.
In het coalitieakkoord 2018 “Verbindend, innovatief en ondernemend” wordt er aansluiting gezocht bij plannen die in het spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040 staan beschreven. Er wordt ingezet om zonne-energie en nieuwe huizen dienen zoveel mogelijk gebouwd als “0 op de meter woningen” of zijn in ieder geval gasloos. Om ervoor te zorgen dat bij nieuwbouw daadwerkelijk energiebesparing plaatsvindt en deze op duurzame wijze wordt ingericht, kan er concreet worden gedacht aan: • toepassen van duurzame technieken met een terugverdientijd van vijf jaar of minder; • compact bouwen (zo min mogelijk gevel- en dakoppervlak per m²);
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
• • •
70% zongericht verkavelen; zon gericht en energiebesparend gebouwontwerp; hellingshoek daken geschikt voor zonnepanelen of zonneboilers, dakhelling tussen de 20 en 70 graden of een plat dak; • isolatie volgens de gemeentelijke normen; • gebruik van minimaal één vorm van een actieve duurzame energie; • gebruikshandeling voor installaties; • gebruik van duurzame materialen volgens het gemeentelijke beleid. Geheel overeenkomstig het gemeentelijk beleid wordt er prioriteit gegeven aan duurzame energie aan duurzame energie uit warmte / koude opslag, biogas en zon. 5.8.2 Conclusie In het bouwplan is rekening gehouden met verschillende energiezuinige- en duurzaamheidsuitgangspunten. Er zijn in het bouwplan diverse aspecten verwerkt, waarbij er concreet rekening wordt gehouden met duurzaamheid als gevolg van: • het voldoen aan een hogere energieprestatiecoëfficiënt (EPC) dan minimaal wettelijk verplicht is.
De woningen worden uitgevoerd met een EPC van 0,3 ten opzichte van de wettelijk verplicht EPC van 0,4; • gasloos bouwen; • het toepassen van een warmtepomp voor de verwarming en een warmwatervoorziening die is voorzien van bodemwisselaars voor warmte / koude opslag in de zomer en winter; • energiezuinige ventilatievoorziening door middel van een warmte terug win installatie (WTW); • het toepassen van hoge isolatiewaarden voor de vloeren, wanden en het dak; • het toepassen van driedubbel glas beglazing; • oriëntatie van het dak en de dakhelling geschikt maken voor het toepassen van PV zonnepanelen; • het plaatsen van PV zonnepanelen op het dak; • het optioneel aanbieden om de woningen energieneutraal te maken door het aantal PV zonnepanelen te vergroten; • het toepassen van zoveel mogelijk duurzame materialen en herbruikbare materialen.
5.9 Water 5.9.1 Gemeentelijke wet- en regelgeving De waterbelangen moeten op een goede manier worden beschreven en afgewogen binnen de ruimtelijke ordening. In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de watertoets opgenomen met behulp waarvan ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden getoetst aan het vigerende waterbeleid. Op deze manier worden de waterbelangen volledig meegewogen bij de besluitvorming omtrent een goede ruimtelijke ordening. Dit proces komt in samenwerking met Waternet (waterbeheerder) tot stand. Een belangrijk wateraspect betreft de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater en hemelwater en onder verwijzing naar artikel 10.33 Wet milieubeheer en artikel 3.5 Waterwet is de gemeente hiervoor verantwoordelijk. Op grond van artikel 3.5 Waterwet mag de gemeente zelf bepalen op welke wijze het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt. Daarnaast heeft de gemeente op grond van artikel 3.6 Waterwet de zorgplicht om structurele problemen als gevolg van een voor de gebruiksfunctie nadelige grondwaterstand in openbaar bebouwd gebied te voorkomen of te beperken. In het Gemeentelijk Rioleringsplan De Ronde Venen 2018-2022 streeft de gemeente De Ronde Venen naar een duurzaam rioolstelsel dat verschillende soorten afvalwater zoveel mogelijk uit elkaar houdt. Om dat te bewerkstelligen is het streven erop gericht om een
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
robuust watersysteem aan te leggen en dat betekent dat huishoudelijk afvalwater wordt afgevoerd via het riool en hemelwater volgens de voorkeursvolgorde: lokaal infiltreren, vertraagd afvoeren of direct afvoeren. De gemeente De Ronde Venen verwacht van bewoners dat hemelwater zoveel mogelijk op eigen perceel wordt verwerkt of waar mogelijk direct op een aangesloten oppervlaktewater wordt geloosd. Mocht dat niet mogelijk zijn, dan wordt aangesloten op een door de gemeente aangeboden voorziening. Als er sprake is van nieuwbouw dan wordt er geen verhard oppervlak aangesloten op het gemend stelsel en worden waterstromen gescheiden aangeboden. In het geval van inbreidingen in bestaand (stedelijk) gebied moet er worden aangesloten op de aanwezige voorzieningen, met dien verstande dat het alleen is toegestaan om huishoudelijk afvalwater te lozen op het riool. Voor hemelwater geldt het hierboven genoemde uitgangspunt. Grondwateroverlast moet voorkomen worden en dat betekent dat in het geval van nieuwbouw er beschreven moet worden wat de mogelijke gevolgen zijn voor het grondwatersysteem. Voor het voorkomen van grondwateroverlast wordt de volgende voorkeursvolgorde aangehouden: 1. bouwkundige aanpassingen; 2. integraal ophogen van het maaiveld; 3. grondverbetering; 4. robuuste ontwateringsmiddelen.
5.9.2 Provinciale wet- en regelgeving Met betrekking tot grondwater is de rol van provincie Utrecht belangrijk en in het Grondwaterplan 2008-2013 is het actuele beleid met betrekking tot de kwaliteit en kwantiteit van het grondwater opgenomen. In dit beleid worden algemene kaders gegeven voor gemeenten en waterschappen in de vorm van randvoorwaarden ten behoeve van grondwateronttrekkingen. Daarnaast gelden er specifieke regels inzake ondergronds en bovengronds ruimtegebruik en bijzondere gebieden. De provincie Utrecht heeft bij verordening beschermingszones aangewezen waarbinnen specifieke regels gelden ter bescherming van het drinkwater. Daarnaast heeft de provincie Utrecht het Provinciaal Waterplan 2010-2015 opgesteld waarin wordt aangegeven hoe er moet worden omgegaan met waterveiligheid, waterbeheer, gebruik en beleving van water. 5.9.3 Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht Het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht heeft het Waterbeheersplan 2016-2021 opgesteld. In dit waterbeheersplan ligt de focus op waterveiligheid, voldoende water en schoon water. Het is belangrijk dat plassen, vaarten, sloten en rivieren geschikt zijn om in en bij te kunnen wonen, werken en recreëren. Water moet gezond zijn, goed worden beheerd en onderhouden om op deze manier in de toekomst een rol te blijven spelen bij natuur- en milieuontwikkelingen.
Er moet ruimte voor het water blijven en op een zodanige wijze dat wateroverlast wordt voorkomen. In het kader daarvan is duurzaamheid bepalend voor een toekomstbestendig beleid in combinatie met het op orde houden van het waterpeil, zodat het water een thuisbasis kan blijven voor verschillende planten en dieren. Om zijn doelen te kunnen realiseren beschikken waterschappen over een eigen verordening, die van oudsher de Keur heet. De Keur kent "verboden" en "geboden" voor de manier van inrichten, gebruik en onderhoud van waterkeringen, oevers en wateren. Voor een deel van de verboden activiteiten uit de Keur kan onder voorwaarden vergunning worden verleend, maar in veel gevallen is een meldplicht van toepassing. Ruimtelijke ontwikkelingen en werkzaamheden dienen te worden getoetst aan de Keur en aan het vigerende beleid van het hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Op basis van deze toetsing kan er worden geconcludeerd dat er geen watervergunning nodig is. Er worden geen (bouw)werkzaamheden uitgevoerd bij een dijk en/of primaire waterkering, er wordt geen water onttrokken en er worden geen dammen of bruggen aangelegd. Als de oeverbeschoeiing wordt vervangen dan moet dit worden gemeld 5.9.4 Conclusie Als gevolg van de sloop van het voormalige bedrijfsgebouw neemt het totale oppervlakte aan verharding af. De oppervlakte van het voormalige bedrijfsgebouw inclusief funderingen bedraagt meer dan 1.200 m² en in de onderhavige ontwikkeling wordt er niet meer dan 1.000 m² verhard. Er wordt gebouwd in bestaand (stedelijk) gebied en geheel overeenkomstig het gemeentelijk beleid wordt het huishoudelijk afvalwater afgevoerd via het riool. De kosten voor de aanleg en het aansluiten van de riolering zijn volledig voor de initiatiefnemer, met dien verstande dat de aan te leggen riolering qua capaciteit toereikend zal zijn in relatie tot het aantal vervuilingseenheden. Er is binnen en naast het plangebied voldoende grond en oppervlaktewater beschikbaar om het hemelwater te infiltreren. Het afvoeren van het hemelwater zal derhalve niet via het riool plaatsvinden. Er wordt een afwateringssysteem aangelegd die het hemelwater in de richting van het oppervlaktewater en de naastgelegen grond zal transporteren.
Dit systeem zal niet bestaan uit uitlogende materialen zoals lood en zink en dat geldt ook voor de gevels, daken en goten van de schuurwoningen en het veilinggebouw. Het plangebied ligt in een gebied met een zeer geringe drooglegging. Het maaiveld ligt op -1,80 NAP en het waterpeil ligt op -2,15 NAP en dit geeft een drooglegging van circa 35cm. Dit gegeven is betrokken in de planontwikkeling en op basis daarvan worden er in de schuurwoningen en in het veilinggebouw geen kelders en kruipruimtes gemaakt. Als gevolg van deze bouwkundige aanpassing wordt grondwateroverlast voorkomen en het plangebied zal tevens met 0,50 cm worden opgehoogd alvorens met de nieuwbouw wordt begonnen. Het plangebied is niet gelegen in een (provinciale) beschermingszone, het plan voorziet niet in het varen of aanmeren en/of evenementen. Er geen sprake van natuurontwikkeling, recreatie of van een uitbreidingsplan. De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op het oprichten van 2 schuurwoningen het oprichten van het voormalige veilinggebouw en deze ontwikkeling is via de website van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht getoetst aan de Keur. De schuurwoningen en het veilinggebouw liggen buiten de beschermingszone van 0,4 meter van de oever. Er wordt geen grondwater onttrokken of water geloosd en op basis daarvan is er geen watervergunning nodig en geldt er ook geen meldingsplicht.
In het kader van de watertoets is het bestemmingsplan op 5 september 2019 voorgelegd aan Waternet. Waternet heeft op 11 september 2019 geconcludeerd dat er geen grote opmerkingen zijn op het bestemmingsplan. Het is daarentegen wel belangrijk dat de waterkwaliteit niet verslechtert en dat betekent dat er geen verontreinigde stoffen mogen worden geloosd in het oppervlaktewater. Hieraan wordt voldaan doordat er uitsluitend hemelwater via een afwateringssysteem wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater en de (verontreinigde) grond zal bovendien worden gesaneerd.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
5.10 Ecologie Ruimtelijke ontwikkelingen moeten worden getoetst aan de natuurbeschermingswetgeving. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming (o.a. Wet natuurbescherming) en soortenbescherming (Flora- en faunawet). In deze wetten zijn de Europese Vogelrichtlijn en de Europese Habitatrichtlijn verankerd in de nationale wetgeving. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. 5.10.1 Gebiedsbescherming Voor de gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen met een hoge wettelijke bescherming. Hiervoor zijn Natura 2000-gebieden, beschermde natuurmonumenten, wetlands en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) opgenomen, Onder gebiedsbescherming valt ook de toetsing aan het provinciaal ecologisch beleid, waarmee bepaalde gebieden en landschapselementen worden beschermd (Natuur Netwerk Nederland). Natura 2000 Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de effecten van het plan op Natura 2000-gebieden. Het gaat daarbij specifiek om handelingen die negatieve effecten kunnen hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000 gebied.
Voor nieuwe projecten en handelingen die de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied aantasten is in ieder geval een vergunning vereist. Beschermde Natuurmonumenten Een belangrijke doelstelling is het behoud, herstel en ontwikkeling van natuurschoon of de natuurwetenschappelijke betekenis van een bepaald gebied. De bescherming van beschermde natuurmonumenten is met de inwerkingtreding van de Wet natuurbescherming komen te vervallen. Provincies kunnen er wel voor kiezen om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. In dat geval worden deze gebieden toegevoegd aan de Natuur Netwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of – landschap. Natuur Netwerk Nederland Door middel van Wet ruimtelijke ordening wordt de Natuur Netwerk Nederland (voorheen: Ecologische Hoofdstructuur) planologisch beschermd. Het NNN is een netwerk waarmee de migratie van planten en dieren tussen natuurgebieden gewaarborgd wordt zodat zij niet geïsoleerd raken. In het Natuur Netwerk Nederland liggen: • bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken); • nieuwe natuurgebieden en alle Natura 2000 gebieden; • landbouwgebieden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer; • ruim 6 miljoen hectare grote wateren, meren, rivieren, de kustzone van de Noordzee en de Waddenzee.
De provincie Utrecht beschermt het NNN via het ruimtelijk beleid om ervoor te zorgen dat de omvang en kwaliteit van deze gebieden niet afneemt. Dit is geregeld in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie en dat betekent dat er bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met de natuur. Nieuwe gemeentelijke bestemmingsplannen moeten daarom voldoen aan de provinciale regels en voorschriften. Dat gaat met behulp van de “nee, tenzij”-toets. Een nieuw project, dat de natuur significant aantast, mag niet worden toegestaan in het bestemmingsplan (“nee”), tenzij het een groot openbaar belang dient én er geen alternatieven zijn buiten de
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
natuur. Als het toegestaan is, is natuurcompensatie verplicht (op een andere plek moet dan nieuwe natuur komen). 5.10.2 Soortbescherming Op basis van de Wet natuurbescherming zijn gebieden aangewezen voor de bescherming van dier- en plantensoorten. De werkingssfeer van de Wet natuurbescherming is niet beperkt tot of gerelateerd aan speciaal aangewezen gebieden, maar geeft soorten overal in Nederland bescherming. In de Wet natuurbescherming staan verbodsbepalingen en het gaat daarbij om activiteiten die schadelijk zijn voor beschermde dier- en plantsoorten. Op basis daarvan is het verboden om groeiplaatsen van beschermde plantsoorten te verwijderen en is het verboden om voortplantings- of vaste rust- of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten te verstoren. In de Wet natuurbescherming worden beschermde soorten in twee groepen verdeeld. Strikt beschermde soorten waaronder soorten uit de Vogel- en Habitatrichtlijn. In de tweede categorie staan andere soorten, bijvoorbeeld uit de Rode Lijst. In de Wet natuurbescherming worden 75 soorten vaatplanten beschermd en vrijwel alle zoogdieren blijven beschermd.
Bij een ontheffingsaanvraag op grond van de Wet natuurbescherming wordt er getoetst aan drie criteria: • is er sprake van bepaalde, in de wet genoemde belangen • is er een ‘andere bevredigende oplossing’ mogelijk • doet de ontheffing afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding van de soort 5.10.3 Zorgplicht De zorgplicht op grond van de Wet natuurbescherming heeft zowel betrekking op gebiedsbescherming als op soortbescherming. Er wordt bescherming geboden aan Natura 2000 gebieden, dieren, planten en hun directe leefomgeving. Het uitgangspunt van de zorgplicht is dat burgers, ondernemers en overheden alle handelingen die een nadelig effect zouden kunnen hebben op dieren en planten achterwege laten. Degene die een bepaalde handeling wil verrichten moet zich daarom vooraf op de hoogte stellen van de aanwezige natuurwaarden, de kwetsbaarheid ervan en de mogelijke gevolgen daarvoor van zijn handelen. Concreet betekent dit dat bij een ruimtelijke ingreep rekening moet worden gehouden met alle aanwezige dieren en planten door middel van planning en uitvoering. Voor alle grondgebonden zoogdieren en amfibieën in het plangebied geldt de zorgplicht. Dit houdt in dat deze dieren gedurende de werkzaamheden zoveel mogelijk moeten worden ontzien.
5.10.4 Conclusie Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een provinciaal beschermd natuur gebied (Natura 2000) of binnen het Natuur Netwerk Nederland. Om deze reden is er geen sprake van gebiedsbescherming. Op 4 februari 2019 heeft Adviesbureau E.C.O. Logisch een Quickscan Natuurbescherming uitgevoerd (projectcode: DDNA1901). In deze Quickscan Natuurbescherming wordt geconcludeerd dat er met betrekking tot vleermuizen geen essentiële vliegroutes zijn te verwachten binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Het projectgebied biedt geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen en op basis daarvan is een aantasting of vernieling van vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen niet te verwachten. Er kan tijdens nachtelijke werkzaamheden mogelijk sprake zijn van een verstoring van foeragerende en passerende vleermuizen, maar er zullen geen nachtelijke werkzaamheden worden uitgevoerd. Ten aanzien van vogels wordt er geconcludeerd dat nesten of functioneel leefgebied van vogels waarvan de nesten jaarrond zijn beschermd, niet worden verwacht.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
In de Quickscan Natuurbescherming wordt geadviseerd om het voorkomen van de ringslang nader te onderzoeken. Op 11 maart 2019 is er een aanvullend onderzoek uitgevoerd inzake de ringslang. In dit aanvullend onderzoek d.d. 19 maart 2019, kenmerk: DDNA1902 wordt er geconcludeerd dat het projectgebied geen beschermde functies voor de ringslang herbergt. Op het gebied van ecologie zijn verder geen belemmeringen aanwezig voor het uitvoeren van de onderhavige ontwikkeling.
5.11 Archeologie 5.11.1 Wettelijk kader In 1992 is het 'Verdrag van Malta' in werking getreden dat tot doel had om het nog aanwezige archeologische erfgoed te beschermen. Deze wetgeving regelt dat bij de realisering van grootschalige ingrepen in gebieden die op de Indicatieve Kaart Archeologische Waarden (IKAW) van de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB) zijn aangegeven als gebied met een 'indicatief hoge waarde' een oriënterend onderzoek moet worden uitgevoerd. Op de IKAW-kaart zijn gebieden met verschillende archeologische verwachtingswaarden te onderscheiden, met elk andere vrijstellingsgrenzen. De vrijstellingsgrens voor bodemingrepen ligt wel telkens op 30 centimeter onder het maaiveld.
Uitsnede AMK en IKAW kaart met het plangebied rood gemarkeerd.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Als er geen archeologie in het vigerende bestemmingsplan is opgenomen (oude bestemmingsplannen), dan wordt er onder andere naar de IKAW-kaart en AMK terreinen gekeken. Bij AMK terreinen geldt dat archeologisch vooronderzoek verplicht is bij een plangebied groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm onder het maaiveld. Het plangebied ligt volgens de AMK en IKAW kaart voor een deel (paars aangegeven op de kaart) in een gebied van hoge archeologische waarde. In de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2013 is het archeologisch beleid vastgelegd en hieraan is de Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen 2011 gekoppeld. Het archeologisch beleid uit deze kaart is in de gemeente De Ronde Venen geldend. Geworden. Het plangebied ligt volgens de beleidskaart in een gezoneerd gebied. Direct aan de Demmerik is een terreindeel dat is geclassificeerd als AWG 2 (onderzoeksplicht bij 50 m² en verstoringen dieper dan 30 cm -Mv). Centraal in het midden van het terrein is een terrein met AWV-1 (onderzoeksplicht bij de bodemingrepen groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm -Mv) toegekend. Het achterste gedeelte van het perceel heeft het terrein de waardering AWV-6.(onderzoeksplicht bij plangebieden groter dan 1 hectare en verstoringen dieper dan 30 cm –Mv).
Uitsnede Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen 2011 met het plangebied rood gemarkeerd.
5.11.2 Conclusie In het plangebied is door Transect een archeologisch bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek verkennende fase uitgevoerd, d.d. 31 december 2018, projectnummer: 160100016. Hierin wordt geconcludeerd dat de archeologische verwachting voor het plangebied laag is en dat er geen bodemvondsten te verwachten zijn binnen het plangebied. Op basis van het uitgevoerde veldonderzoek wordt er geconcludeerd dat er geen nader onderzoek is vereist. De archeologische verwachting voor het plangebied is laag en er zijn geen archeologische belemmeringen en/of bezwaren tegen de voorgenomen (her)ontwikkeling van het plangebied. Er wordt geadviseerd om het plangebied vrij te geven voor de voorgenomen werkzaamheden.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
6. Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid In artikel 3.1.6 lid 1, aanhef en onder f Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat onderzocht moet worden of een bestemmingsplan uitvoerbaar is. Hieronder wordt ingegaan op de economische uitvoerbaarheid. Voor de gemeente De Ronde Venen zijn er aan de uitvoering van dit bestemmingsplan geen kosten verbonden. De onderhavige ontwikkeling die door dit plan wordt mogelijk gemaakt, betreft een particulier initiatief. De kosten die gepaard gaan met de uitvoering worden door de initiatiefnemer gedragen. De kosten voor de gemeente De Ronde Venen inzake planvorming worden doorberekend aan de initiatiefnemer op grond van artikel 6.24 lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening. Er is op 6 november 2018 een anterieure overeenkomst gesloten tussen de gemeente De Ronde Venen en de initiatiefnemer. Er zijn geen aanwijzingen die duiden op financiële onhaalbaarheid van dit plan. De economische uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan is derhalve voldoende aangetoond. De initiatiefnemer is bereid om eventuele planschadekosten voor zijn rekening te nemen en daartoe is op 6 november 2018 een planschade overeenkomst gesloten tussen de gemeente De Ronde Venen in initiatiefnemer. De initiatiefnemer is in staat om de eventuele planschadekosten en de kosten inzake het saneren van de grond zelfstandig te voldoen.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Een bestemmingsplan dient maatschappelijk uitvoerbaar te zijn en dat betekent dat de voorgenomen ontwikkeling moet zijn besproken met belanghebbenden. Hiermee wordt aansluiting gezocht met artikel 3.1.6 lid 1 sub e Besluit ruimtelijke ordening waarin is bepaald dat er een beschrijving dient te worden opgenomen van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereidingen van het bestemmingsplan zijn betrokken. Consultatie omwonenden In de periode juli – september 2016 heeft de initiatiefnemer de omwonenden schriftelijk in kennis gesteld van zijn voornemen om twee schuurwoningen op te richten en het voormalige veilinggebouw op te richten. De omwonenden zijn in de gelegenheid gesteld om hun bezwaren ten aanzien van de onderhavige ontwikkeling kenbaar te maken. Op verzoek van initiatiefnemer heeft er op 10 januari 2017 een gesprek met de omwonenden plaatsgevonden. In dit gesprek zijn de omwonenden in de gelegenheid gesteld hun bezwaren nogmaals kenbaar te maken. Onder verwijzing naar dit gesprek is initiatiefnemer verzocht om rekening te houden met de bezwaren van de omwonenden. Dit heeft geresulteerd in een aantal aanpassingen die door initiatiefnemer zijn doorgevoerd: • • •
de afmetingen van de schuurwoningen zijn aangepast (verkleind); de afstand tussen de schuurwoningen is vergroot; de positionering van de schuurwoningen is aangepast (gespiegeld);
Hiermee is initiatiefnemer tegemoet gekomen aan de wens van de bewoners van de arken om voldoende doorzicht te realiseren vanuit de arken naar het noorden.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Initiatiefnemer heeft bovendien in het inrichtingsplan (groenplan) rekening gehouden met de wensen van omwonenden met betrekking tot de (open) inrichting van het perceel: • lager groen zonder grote bomen bij de schuurwoningen; • dichter groen bij de vaarveiling; • dakpannen, zonnepanelen en zonnecollectoren worden uitgevoerd in matte uitvoering. Op 12 april 2017 heeft er een tweede bespreking plaatsgevonden met de omwonenden naar aanleiding van de nieuwe situatietekeningen die door initiatiefnemer zijn opgesteld. Deze nieuwe situatietekeningen zijn opgesteld als gevolg van de geconstateerde schaalfout. Er is door initiatiefnemer expliciet rekening gehouden met de correcte kadastrale gegevens. Op 9 januari 2018 heeft er een derde bespreking plaatsgevonden met de omwonenden inzake de voorgenomen ontwikkeling. Tijdens dit gesprek heeft initiatiefnemer de onderhavige ontwikkeling toegelicht met behulp van de situatietekeningen en het inrichtingsplan. Op 14 januari 2020 zijn de omwonenden nogmaals uitgenodigd voor een bijeenkomst en is men in de gelegenheid gesteld een reactie te geven op de voorgenomen ontwikkeling.
Naar aanleiding daarvan is de ontwikkeling op de volgende onderdelen aangepast: • de afmetingen van de schuurwoningen zijn wederom aangepast (2 meter korter en 1 meter breder); • de afstand tussen de schuurwoningen is wederom vergroot (naar 24 meter); • de maximale inhoud van de schuurwoningen is terug gebracht tot 900 m³ en dit is opgenomen in het bestemmingsplan; • de eerste schuurwoning wordt met uitzondering van de veranda gebouwd in het bouwvlak van de bestaande loods; • de parkeerplaatsen ter plaatse van de woning Demmerik 56 zijn aangepast. Initiatiefnemer heeft de reacties van de omwonenden vastgelegd in een verslag en dit verslag is als bijlage toegevoegd. Op basis van de diverse consultaties is er in voldoende mate kennis genomen van de bezwaren en wensen van de omwonenden. Bij de planontwikkeling heeft de initiatiefnemer binnen de stedenbouwkundige en planologische randvoorwaarden op grond van het bovenstaande zoveel mogelijk rekening gehouden met de omwonenden voor wat betreft de inrichting van het plangebied.
Wettelijk (voor)overleg Artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg pleegt met de besturen van de betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. In het kader van het overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het voorontwerp van het bestemmingsplan 'Demmerik 58 Vinkeveen' aan de volgende instanties gezonden: 1. Provincie Utrecht 2. Waternet 3. MooiSticht 4. Veiligheidsregio Utrecht
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Alleen de Veiligheidsregio Utrecht heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een advies uit te brengen. In de brief d.d. 20 november 2019 stelt de Veiligheidsregio Utrecht vast dat: • het stedenbouwkundig ontwerp in onvoldoende mate laat zien of het plangebied toegankelijk is voor hulpdiensten; • daarnaast is het plangebied in onvoldoende mate voorzien van bluswatervoorzieningen. Reactie op advies Veiligheidsregio Utrecht In het stedenbouwkundig ontwerp is rekening gehouden met de bereikbaarheid van het plangebied voor hulpdiensten. Via de Demmerik is het plangebied toegankelijk en er is een opstelplaats gecreëerd voor de brandweer en hulpdiensten aangeduid met borden. Wij zijn van mening dat het plangebied hiermee voldoende toegankelijk is voor de hulpdiensten.
Toegankelijkheid plangebied voor hulpdiensten (rood aangegeven)
In het plangebied is ook een bluswatervoorziening gerealiseerd ten behoeve van de brandweer. Wij zijn van mening dat het plangebied hiermee in voldoende mate is voorzien van een bluswatervoorziening.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Locatie opstelplaats brandweer en hulpdiensten (oranje aangegeven) en locatie bluswatervoorziening (blauw aangegeven)
Inspraak Het bestemmingsplan heeft van 13 februari 2021 t/m 29 maart 2021 ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn zijn er geen zienswijzen ingediend.
7. Juridische planbeschrijving 7.1 Algemeen In een bestemmingsplan worden de regels voor het gebruik en het bebouwen van grond vastgelegd. Er wordt door middel van bestemmingen en aanvullende aanduidingen aangegeven op welke gronden welke functies zijn toegestaan en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Om het dit juridisch-planologisch mogelijk te maken dient er een ruimtelijk besluit te worden opgesteld dat bestaat uit een toelichting, verbeelding en regels. In de toelichting staat beschreven welke beleidskeuzes er zijn gemaakt en in de regels staan per bestemming de specifieke regels met betrekking tot bouwen en het gebruik van gronden. De plankaart geeft weer aan welke gronden welke bestemming is toegekend. Het opstellen van het bestemmingsplan moet rekening worden gehouden met de raadpleegbaarheid en uitwisselbaarheid van ruimtelijke plannen. Het gaat daarbij om de standaardisering en digitalisering en in de Regeling Standaarden Ruimtelijke Ordening 2012 zijn hiervoor bepalingen opgenomen. Een bestemmingsplan opgesteld volgens deze bepalingen is een digitaal bestand in GML-formaat, waarin geometrisch bepaalde planobjecten zijn vastgelegd. Technisch gezien is een bestemmingsplan zodoende een verzameling objecten (zoals bestemmingsvlakken), waaraan informatie (zoals ligging en naam) is gekoppeld.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Het volledige bestemmingsplan kan geraadpleegd worden via www.ruimtelijkeplannen.nl en door de interactie met de verbeelding worden de regels van de betreffende bestemming weergegeven. De toelichting is ook raadpleegbaar, maar is juridisch gezien niet bindend. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd welke systematiek voor dit bestemmingsplan is gehanteerd en hoe dit uiteindelijk is vertaald in de toegekende bestemmingen. Er volgt tevens een korte toelichting per artikel van de planregels.
7.2 Plansystematiek Voor de plansystematiek is uitgegaan van het erfadvies van de ervenconsulent Utrecht. Dit betekent dat het groene karakter en de relatie tussen het landschap en de locatie als uitgangspunt is genomen en is aangevuld. De schuurwoningen en het veilinggebouw krijgen de bestemming wonen, waarbij er is gekozen voor een stoer en schuurachtig volume met passend materiaal- en kleurgebruik. De regels zijn uniform opgesteld, met dien verstande dat de er voor de schuurwoningen een andere goothoogte (4 meter) is vastgesteld in vergelijking met het veilinggebouw (6 meter). Voor alle woningen geldt dat de hoofdgebouwen binnen het bouwvlak moeten worden gebouwd. Vrijstaande bijgebouwen zijn niet toegestaan en erkers en entreeportalen zijn slechts onder voorwaarden toegestaan. Om de unieke relatie met het omringende landschap te waarborgen is er gekozen voor de bestemming groen. De toegangsweg vanaf Demmerik krijgt de bestemming verkeer.
7.3 Planregels Het bestemmingsplan is opgesteld conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Hierin zijn regels opgenomen over onder andere de indeling van de planregels en de naamgeving van bestemmingen. De planregels kennen standaard vier hoofdstukken. Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden een aantal begrippen verklaard die genoemd worden in de planregels. Dit artikel moet voorkomen dat er bij de uitvoering van het bestemmingsplan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde begrippen. Artikel 2: Wijze van meten In dit artikel is bepaald hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moeten worden. Dit artikel moet voorkomen dat er interpretatieverschillen voorkomen bij de toepassing van de regels.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3: Tuin-Landschappelijk De bestemming ‘Tuin-Landschappelijk’ heeft betrekking op de groenstroken en op de inrichting van het plangebied. In de bestemming “Tuin-Landschappelijk” zijn onder andere groenvoorzieningen, gazons, beplantingen, tuinen, waterpartijen, steigers, in- en uitritten, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde toegestaan. De instandhouding van de openheid en de unieke relatie met het omringende landschap moet behulp van de bestemming `Tuin-Landschappelijk` worden gewaarborgd. Artikel 4: Verkeer-Verblijfsgebied De toegangsweg heeft de bestemming `Verkeer-Verblijfsgebied`. De gronden zijn bestemd voor parkeervoorzieningen, nutsvoorzieningen en bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de wegverharding. Artikel 5: Wonen Binnen de bestemming `Wonen` zijn bouwvlakken aangegeven waarbinnen de schuurwoningen en het veilinggebouw gebouwd moeten worden. De maximale goothoogte en de maximale inhoud van de schuurwoningen is op de verbeelding aangegeven.
Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 6: Anti-dubbeltelbepaling De anti-dubbeltelregel moet op grond van het Besluit Ruimtelijke Ordening worden opgenomen om bijvoorbeeld te voorkomen dat, wanneer volgens een bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken niet meer dan een bepaald deel van een bouwperceel mogen beslaan, het overgebleven terrein niet nog eens meetelt bij het toestaan van een ander gebouw of bouwwerk, waaraan een soortgelijke eis wordt gesteld. Artikel 7: Algemene bouwregels In dit artikel staan algemene bouwregels, die in het gehele plangebied van toepassing zijn. Deze hebben betrekking op ondergeschikte bouwdelen en ondergronds bouwen. Artikel 8: Algemene gebruiksregels In dit artikel staan enkele gebruiksregels die van toepassing zijn in het gehele plangebied. Artikel 9: Algemene afwijkingsregels Dit artikel geldt als flexibiliteitsbepaling. Er worden enkele gevallen genoemd, waarin in afwijking van de regels van het bestemmingsplan toch een omgevingsvergunning kan worden verleend. Het gaat om beperkte afwijkingen van de genoemde maten en het bouwen van nutsvoorzieningen. Artikel 10: Algemene wijzigingsregels Dit artikel heeft betrekking op het aanbrengen van wijzigingen in de plaats, richting en/of afmetingen van bestemmings- en aanduidingsvlakken, bouwgrenzen en/of aanduidingen.
De Dukdalf Beheer BV
Toelichting Bestemmingsplan Demmerik 58 Vinkeveen
Artikel 11: Algemene procedureregels Dit artikel heeft betrekking op de procedure die gevolgd moet worden bij het nemen van een beslissing omtrent het stellen van nadere eisen. Artikel 12: Overige regels Dit artikel heeft betrekking op het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid met inachtneming van het Beleidsplan Verkeer 2017-2021 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13: Overgangsrecht Dit artikel bevat overgangsregels die als doel hebben de rechtstoestand tijdens de overgang naar een nieuw bestemmingsplan vast te leggen. Het gaat hierbij specifiek om de rechtstoestand van bouwwerken die op het tijdstip van het ter visie leggen van dit ontwerpbestemmingsplan zijn gebouwd of nog gebouwd kunnen worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen en die afwijken van de regels van dit plan. Ook zijn overgangsregels opgenomen ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken, voor zover dit gebruik op het tijdstip van rechtskracht verkrijgen van het bestemmingsplan afwijkt van dat plan. Voor zowel bouwwerken als gebruik van gronden en bouwwerken geldt voorts de uitzondering dat het overgangsrecht niet van toepassing is op een bouwwerk of gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan. Artikel 14: Slotregel De titelbepaling geeft citeertitel van het plan aan: bestemmingsplan “Demmerik 58 Vinkeveen”