CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Raadsvoorstel 33, Bijlage 2 Concept IRP DEF LR

Commissie Ruimtelijke Zaken 15 juni 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP), fase 3, REP U10, raadsvoorstel 33/21 (20.00 uur)27.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

U16TRECHT GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

INTEGRAAL RUIMTELIJK PERSPECTIEF MAART 2021

VOORWOORD Voor u ligt het Integraal Ruimtelijk Perspectief U16. Daarin hebben 16 gemeenten in de regio Utrecht een gezamenlijke ontwikkelrichting tot 2040 opgesteld. Wij zijn trots dat er een ambitieus gezamenlijk perspectief ligt dat concreet maakt hoe de regio op een gezonde en duurzame wijze zal groeien en omgaat met de maatschappelijke opgaven. Hiermee ligt er een ruimtelijke en uitvoeringsgerichte vertaling van de ambities uit de Ruimtelijk Economische Koers die door gemeenten is omarmd. En bereiden we ons voor op de uitvoering in het ruimtelijk domein voor de komende jaren. In onze regio zijn we nog niet eerder zo ver geweest. Als enige regio in Nederland hebben we een brede integrale aanpak op wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water, energie, en gezondheid. Dit valt ook andere regio’s in het land op. Met dit IRP versterken de gemeenten de samenwerking, doordat we een stevig signaal afgeven dat de 16 gemeenten schouder aan schouder staan in de ambitie, de afwegingen en de aanpak om de regio (door) te ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Hiermee bundelen en versterken we de kracht richting inwoners, bedrijven, medeoverheden en andere partners. Kunnen we slagvaardig aan de slag met de uitvoering in verschillende allianties en hebben we een titel om elkaar aan te spreken op hoe we de regio samen vormgeven.

Wat in het IRP staat is de uitkomst van een gezamenlijk proces met de 16 gemeenten. Samen vinden we dit de beste manier om een plek te geven aan de regionale opgaven die voor ons liggen. We vinden dit niet alleen voor het eigen grondgebied van de gemeente, maar we vinden dit ook voor de regio als geheel. Omdat gemeenten voor elkaars opgaven staan, kunnen zij eenduidig en sterker optreden naar andere bestuurslagen, zoals het Rijk en de provincie. Daarbij is het belangrijk om consistent en eensgezind het IRP als basis te gebruiken voor het regionale verhaal. En het mee te nemen als basis bij gemeentelijke omgevingsvisies. Het IRP is opgebouwd met de lokale beleidslijnen als basis en er zijn (boven)lokale en regionale keuzes gemaakt. Over veel onderwerpen is overeenstemming, andere onderwerpen vragen erom de dialoog voort te zetten. Daarom maken we met dit IRP keuzes, benoemen we een aantal gezamenlijke vraagstukken en geven we opdrachten aan onszelf voor de volgende fase. Bestuurlijk opdrachtgevers Integraal Ruimtelijk Perspectief (REP) Klaas Verschuure en Sander Jansen

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING: VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

6

1.1

Een gezamenlijk en integraal perspectief voor de regio

8

1.2

Wat vooraf ging aan het IRP

14

1.3

De opgave: wat de regio de komende jaren te doen staat

18

2.

WAAR WE NAARTOE WILLEN IN 2040:

24

GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN 2.1

Het Perspectief: gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen

30

2.2

Acht redeneerlijnen die leiden tot ruimtelijke keuzes

38

2.3

Thematische verdieping

72

2.4

De regio in lagen

98

3.

UITWERKING IN DEELGEBIEDEN:

102

EEN NIEUW PERSPECTIEF VOOR ALLE DEELGEBIEDEN 3.1

De Kromme Rijn Vallei

106

3.2

Noordoostflank

112

3.3

Vecht en Venen

118

3.4

Woerd, Waard en Vijfheerenlanden

124

3.5

De Centrale As

128

4.

UITVOERINGSSTRATEGIE:

136

NAAR EEN ADAPTIEF ONTWIKKELPAD VOOR DE REGIO 4.1

Uitvoeringsstrategie

138

4.2

Adaptief ontwikkelpad IRP

148

1 6

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

INLEIDING:

VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

7

De kaart van Altijd Uit: de Ruimtelijke Contour (2020)

Zoekgebied regionaal bedrijventerrein Groene scheggen Landbouw Bosgebied / Utrechtse heuvelrug Groenblauwe verbindingen Nieuwe bedrijventerreinen Woningbouwontwikkeling Intensivering stedelijk gebied Historische kern Huidige bedrijventerreinen Huidige steden

Vitale kernen Weg Vitale kernen Utrecht Centraal Treinstation aan het wiel Treinstation (zwaar) Treinstation Tram-/bushalte

Perspectiefkaart: Regio Utrecht in 2040

8

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

De kaart van Alles

1.1

EEN GEZAMENLIJK EN INTEGRAAL PERSPECTIEF VOOR DE REGIO

16 Utrechtse gemeenten werken samen aan een integraal perspectief voor 2040. Niet omdat het moet, maar omdat we zien dat we voor een opgave staan die we alleen samen kunnen oplossen. Als we samenwerken aan een inhoudelijk perspectief, krijgen we samen meer voor elkaar. Dit perspectief is dus geen plan dat top-down boven de regio hangt, maar een doorkijk naar 2040 die van ons allemaal is en waarmee wij ons allen verbinden aan het oplossen van de regionale opgaven. Daarvoor is samenwerking niet alleen nodig in het opstellen van dit perspectief, maar ook richting uitwerking en uitvoering. Wat in dit perspectief staat nemen wij op in onze gemeentelijke visies en omgekeerd. Waarom een gezamenlijk perspectief? De urgentie van dit perspectief komt doordat de regio Utrecht een van de snelst groeiende regio’s van Nederland is en een van de meest competitieve regio’s van Europa. De basis van het succes ligt in de uitstekende kwaliteit van leven. Aantrekkelijke steden en dorpen liggen in een regio met de mooiste landschappen en de meest bijzondere cultuurhistorische elementen van het land. Het onderwijs is uitstekend en daarmee biedt de regio kansen voor iedereen. Deze bijzondere kwaliteit van leven trekt mensen van binnen en buiten Nederland naar onze regio. Dit succes gaat gepaard met een vraag naar ruimte voor de groeiende econome en ruimte voor bestaande en voor nieuwe bewoners.

Dit levert ook meer beweging op die het mobiliteitssysteem moet kunnen opvangen. Dit terwijl ook veel van het groeiende (inter)nationale verkeer door onze regio rijdt. Tegelijkertijd komen er nieuwe opgaven op ons af. We moeten ruimte geven aan een veranderend klimaat en tegelijkertijd deze verandering tegengaan. Meer ruimte voor water en natuur, maar ook ruimte om op een duurzame manier in onze energie te voorzien. Slim omgaan met de ruimte Om aan al deze vragen naar ruimte te voldoen moeten we op een andere manier nadenken over de toekomst van onze regio. Hoe geven we ruimte aan de groei en maken we tegelijk onze regio groener en mooier? Wat voor regio laten we na aan de generaties na ons? Hoe zorgen we ervoor dat ook zij kunnen leven in een gezonde regio? Hoe zorgen we ervoor dat dit op een sociaal rechtvaardige manier gebeurt? Hoe zorgen we voor een goede balans tussen mens en natuur?

Als iedere gemeente en iedere sector verder bouwt aan haar eigen toekomst, lopen we aan tegen grenzen van de ruimte. Een beslissing om op een bepaalde plek te bouwen heeft invloed op keuzes elders in de regio. Bovendien is deze plek dan niet meer te gebruiken voor een andere functie. Om deze veranderingen in goede banen te leiden is het dus nodig om te denken door verschillende schaalniveaus heen en om de verschillende opgaven integraal te benaderen. Het Integraal Ruimtelijk Perspectief is de plek waar de samenwerkende gemeenten in de U16 hun visie geven op hoe de regio ruimte kan maken voor al deze verschillende functies. Het perspectief kijkt naar hoe de regio er in 2040 uit kan zien en hoe dat voor iedereen een aantrekkelijk perspectief kan zijn. Het integraal denken over de regio vereist keuzes. Niet alles kan zomaar, want de optelsom van de wensen is op veel plekken groter dan de ruimte die we hebben. Dat betekent dat we slim moeten omgaan met die ruimte. In stappen van koers naar perspectief U16 is het samenwerkingsverband van 16 gemeenten. Met de Ruimtelijk Economische Koers (REK) van 2018 heeft de regio ervoor gekozen om de groei op een duurzame wijze op te vangen. De regio wil zich (door)ontwikkelen tot de ontmoetingsplek van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen en in 2040 de internationaal erkende regio op dit terrein zijn.

Met het Ruimtelijk Economisch Programma (REP) wordt daar concreet invulling en uitvoering aan gegeven. Met het REP maakt de U16 een integrale en breed gedragen visie en strategie op de toekomst (tot 2040) van de metropoolregio Utrecht. De zestien samenwerkende gemeenten brengen de thema’s wonen, werken, mobiliteit, groen, landschap, water en energie samen in een integrale visie het Integraal Ruimtelijk Perspectief (IRP). In het IRP geeft de regio aan wat haar thematische en ruimtelijk-programmatische opgaven zijn, welke hoofdrichtingen worden gekozen voor de toekomstige ontwikkeling van de regio en hoe al deze elementen samenhangen in een geïntegreerde visie en strategie.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

9

Uit: de Ruimtelijke Economische Koers (REK)

Provinciale Omgevingsvisie POVI (BVR, 2021)

Nationale Omgevingsvisie (NOVI), Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, september 2020

10

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

Aan het ruimtelijk economisch programma REP is de afgelopen drie jaar in fasen gewerkt. Er is een gezamenlijke koers bepaald, er is een integraal afwegingskader opgesteld, de opgaven zijn in beeld gebracht, er is een ruimtelijke contour gemaakt en een verstedelijkingsstrategie. Al deze eerdere fasen hebben geleid tot dit nu voorliggende Integraal Ruimtelijk Perspectief. Het IRP is nadrukkelijk geen eindbeeld, maar bevat een strategie en een adaptief ontwikkelpad. De volgende stap in het REP wordt het gezamenlijk afspraken maken over regionaal programmeren en een uitvoeringsstrategie op basis van allianties. Dit IRP is niet alleen door de U16 gemeenten opgesteld, maar is tot stand gekomen vanuit een brede samenwerking en afstemming met onder meer thematische bestuurstafels, 16 colleges van B&W en gemeenteraden, de Provincie Utrecht, UNed, waterschappen, Regionale Energiestrategie (RES) en met consultatie van legio experts. Het IRP als het cement tussen andere plannen In dezelfde periode waarin het IRP is gemaakt, zijn ook op andere tafels belangrijke kaders en visies tot stand gekomen. Vanuit het Rijk de NOVI, vanuit de Provincie de POVI, in UNed verband het MIRT onderzoek en visie Utrecht Nabij en meerdere lokale ruimtelijke strategieën. Het IRP is in dit kader een integraal en een regionaal perspectief.

Het is tot stand gekomen samen met de 16 gemeenten en hangt daardoor dus niet boven de gemeenten, maar is een gezamenlijk beeld. Door de regionale aanpak is het méér dan een optelsom van 16 gemeentelijke visies. Samen wordt invulling gegeven aan regionale opgaven, waarbij over gemeentegrenzen heen gekeken wordt. Dit levert een gezamenlijke aanpak op, waarbij gemeenten een eenduidige boodschap hebben naar andere bestuurslagen en stakeholders.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

11

Waterpraatkaart Stichtse Rijnlanden (2019)

Utrecht Nabij (2020)

NOVI-perspectiefgebied Utrecht, Gezond Stedelijk Leven voor Iedereen

Propositie van Zeist, Gemeente Zeist, oktober 2020

12

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 concept (RSU2040)

Regionale Omgevingsagenda Lopikerwaard 2040, Gemeenten IJsselstein, Lopik, Montfoort, Oudewater, Woerden en Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, maart 2020

Het IRP is te zien als een convenant tussen de gemeenten. Samen geven we invulling aan de regionale opgaven. Het is een adaptief perspectief, dus in de toekomst kan de inhoud veranderen. Het IRP kan ook gezien worden als cement tussen de gemeentelijke visies, waarbij het IRP de visies aan elkaar bindt en het regionale huis sterker maakt. Het is dus meer dan een optelsom van gemeentelijke visies. In de uitvoeringsstrategie wordt de positionering en de samenwerking verder uitgewerkt. Het IRP volgt en geeft tegelijk ook de regionale inbreng aan de NOVI, de POVI en de MIRT afspraken met het Rijk. Het IRP heeft op hoofdlijnen dezelfde uitgangspunten, zoals een gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, de focus op binnenstedelijk en gemengd bouwen, op en nabij OV-knooppunten, het ontwikkelen van meerdere metropoolpoorten, het wiel met spaken, verdichten op regiopoorten, versterken van groen en landschap en de vitaliteit van kernen. Het IRP kent ook enkele accentverschillen met bijvoorbeeld de POVI. De U16 ziet dit als input voor en een constructieve bijdrage aan het gesprek over de ruimtelijke kaders vanuit Rijk en Provincie.

Gedeelde visie, verschillende rollen Vanuit een intensieve coöperatie is er een belangrijke en rijke strategische stap gezet in de regio, waarbij er sprake is van een gedeelde visie op de regio Utrecht vanuit Rijk, Provincie, regiogemeenten en waterschappen, die vertaald zijn in drie regionale plannen: POVI, IRP en Utrecht Nabij. Hierbij heeft elke overheid eigen rollen; accommoderen, bewaken en uitvoeren. Deze rollen zijn vaak ook nog wisselend; op thema’s, schaal en in verschillende gebieden. Om de veranderingen van de komende decennia met vertrouwen tegemoet te treden is een gezamenlijke visie op de ruimte van de Utrechtse regio daarbij zo belangrijk. We geven zo antwoord op de eisen die deze tijd aan onze besturen stelt, en werken gezamenlijk, maar met oog voor de eigen verantwoordelijkheden aan een robuuste regio in balans; aan gezond leven in een stedelijke regio.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

13

Foto: Woerden, Aerophotostock 14

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

1.2

WAT VOORAF GING AAN HET IRP

Het IRP is een stap in het ruimtelijk programmeren. De eerdere stappen die hierin zijn genomen vormen de uitgangspunten van dit IRP. Deze uitgangspunten vatten we hier kort samen: Fase 1: De Ruimtelijk Economische Koers (2018) In de Ruimtelijk Economische Koers is door de regio gekozen voor een regio waar gezond stedelijk leven voor iedereen centraal staat. De zes geformuleerde toekomstbeelden uit het REK vormen de principes die ten grondslag liggen aan alle te maken verstedelijkingskeuzes in de regio. De zes toekomstbeelden zijn: 1. Utrecht is in 2040 de Internationaal erkende regio voor life sciences, gezondheid en duurzaamheid; 2. Gemeenten in de regio zijn economisch complementair; 3. We kiezen voor een ongedeelde regio met voldoende woningen voor alle doelgroepen; 4. We groeien, met voorrang, op binnenstedelijke locaties, dat leidt tot kwaliteit en interactie; 5. We geven voorrang aan duurzame mobiliteit; 6. Groen, landschap en cultuurhistorie leveren een onmisbare bijdrage aan de stedelijke regio. Ladder van verstedelijking Een belangrijk uitgangspunt voor het Integraal Ruimtelijk Perspectief, vormt de door de regio gehanteerde ladder van te maken verstedelijkingskeuzes (waar laten we de opgaven voor wonen, werken en voorzieningen fysiek landen in de regio).

In het kort komt deze ladder neer op een aantal uitgangspunten die voorrang geven aan binnenstedelijk en nabij OV bouwen, juist om het waardevolle landschap te sparen en om duurzame mobiliteit te stimuleren. Deze locatieladder betekent dat we bij voorkeur de grote keuzes voor verstedelijking benaderen via onderstaande volgorde: 1. Op binnenstedelijke locaties nabij OV-knooppunten 2. Overige binnenstedelijke locaties 3. Buitenstedelijke locaties nabij bestaande OVknooppunten 4. Ontwikkelkansen nabij nieuwe OV-knooppunten en buitenstedelijk met hoogwaardig OV Naast deze ladder voor verstedelijkingslocaties is het in de koers ook belangrijk dat op lokaal niveau vitaliteit van dorpen en steden geborgd moet worden.

Fase 2: De contour REP (2020) De contour REP heeft de uitgangspunten van de REK vertaald in een aantal kaartbeelden. Hierbij is een eerste integratieslag gemaakt en zijn toekomstbeelden geschetst van de regio, waarbij in de “kaart van altijd” de keuzes zijn vastgelegd die sowieso doorgang kunnen hebben. In de “kaart van alles” zijn alle mogelijke plannen ingetekend, waardoor een beeld ontstaat van de keuzes die gemaakt kunnen worden. In de contour is een beoordelingskader opgesteld waaraan de uiteindelijke keuzes getoetst worden, maar deze keuzes zijn in de contour dus nog niet gemaakt. Ook zijn er onderzoeksvragen geformuleerd die beantwoord moeten worden om tot keuzes te komen. Deze onderzoeksvragen zijn zoveel mogelijk in dit IRP beantwoord. Beoordelingskader Contour In het kader van de Contour is door de regio een beoordelingskader gemaakt, om verstedelijkingskeuzes af te wegen. Dit beoordelingskader zal in de vervolgstap Programmeren gehanteerd worden om de hoofdkeuzes te beoordelen. Vanuit de inhoudelijke hoofddoelen: bevorderen van een gezonde, duurzame energieke regio; versterken economie; faciliteren verstedelijkingsopgave; verhogen ruimtelijke kwaliteit; en faciliteren slimme en toekomst vaste mobiliteit, zijn naast de bovengenoemde ladder ook als belangrijke uitgangspunten uit het beoordelingskader te distilleren o.a.: • • • • • • • •

Het bevorderen van een gezonde leefstijl; Vergroten van de ruimtelijke kwaliteit; Het maken van gemengde gebieden; Nabijheid van wonen, werken, voorzieningen, groen en landschap; Het juist niet mengen met woningbouw van cruciale en potentievolle werkgebieden; Nieuwe woongebieden nabij de belangrijke werkgebieden van de toekomst; Het ontlasten van Utrecht Centraal door kwalitatief en kwantitatief goede alternatieve knopen te maken; Zicht op uitvoering en bekostiging.

Dit zijn slechts een aantal van de doelen uit het beoordelingskader. Deze hebben richting gegeven aan de keuzes die in het IRP worden gemaakt.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

15

Foto: Bunnik Kromme Rijn, Ben Jurgens 16

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

Onderzoeksvragen Contour In het kader van de besluitvorming rond de Contour REP zijn onderzoeksvragen per thema meegeven voor de uitwerking in het IRP en Programmeren. Deze onderzoeksvragen hebben aan de basis gelegen voor het maken van dit IRP. Op vrijwel alle vragen is in dit IRP een antwoord geformuleerd. Sommige onderzoeksvragen zijn voor deze fase nog iets te gedetailleerd en zullen in de fase van Programmeren worden opgepakt. In de bijlage bij dit IRP is een overzicht van de onderzoeksvragen opgenomen en daarbij aangegeven waar in het IRP hierop wordt ingegaan. Verschillende gemeenteraden hebben moties en amendementen bij de Contour vastgesteld. In een separaat document is richting de raden teruggekoppeld hoe deze zijn verwerkt in dit IRP. Fase 3 (nu): Integraal Ruimtelijk Perspectief Dit perspectief is gebouwd op de uitgangspunten uit de eerdere fases. Samen met de 16 gemeenten, de Provincie, waterschappen en andere belanghebbenden zijn op basis van de al staande uitgangspunten keuzes gemaakt voor het integrale perspectief. Deze keuzes worden in de komende hoofdstukken toegelicht. Fase 4 (toekomst): Regionaal Programmeren Na het afronden van het perspectief staat het programmeren centraal. Dit worden concrete afspraken over welk programma waar wordt gerealiseerd. Het gaat dus veel meer om de stap richting de uitvoering.

Op het niveau van de hele regio, maar ook lokaal en in deelgebieden. Vraagstukken op regionale schaal vergen veelal samenwerking tussen gemeenten, maar ook met Rijk en Provincie. In deze fase zetten we ook in op participatietrajecten om de discussie breder te voeren. Programmeren gaat over het langjarig met elkaar scherp sturen en monitoren om de benoemde opgaven te realiseren. Het gaat om flexibiliteit en adaptief meebewegen met de veranderende context. Er zal in slimme allianties gewerkt worden om de benodigde slagkracht in organisatie en middelen te bewerkstelligen.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

17

Foto: Zegveld, Veenweiden Innovatiecentrum 18

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

1.3

DE OPGAVE: WAT DE REGIO DE KOMENDE JAREN TE DOEN STAAT

De regio Utrecht groeit. Om deze groei op te vangen staat de regio voor een keuze voor hoe deze groei in te vullen. De vraag naar ruimte is groot, terwijl de regio niet groter wordt. Het doorgaan op de bekende manieren van groei, vooral in verstedelijking en mobiliteit, loopt tegen grenzen aan. Daarom moet er op een andere manier gekeken worden naar de systemen en naar combinaties van functies. Er is een schaalsprong nodig, waarin landschap, dorp en stad in balans zijn. Toekomstgericht en integraal denken nodig Hiervoor is integraal en toekomstgericht denken nodig. Onze opgaven worden voor een deel bepaald door ons gedrag, zoals hoe we wonen, werken, recreëren en bewegen. Tegelijkertijd hebben ook veranderingen op een hoger schaalniveau impact op hoe we onze regio kunnen en moeten inrichten. Dan gaat het bijvoorbeeld over klimaatverandering, bodemdaling en zeespiegelstijging. Deze opgaven kunnen we alleen het hoofd bieden als we ze in samenhang met elkaar zien. Hoe we hiermee omgaan bepaalt de regio die wij achterlaten voor de volgende generaties. De opgaven die in dit IRP worden opgelost zijn per pijler verkend in de contour REP en in een aantal pijlerrapporten en onderzoeken verder verdiept. De vijf pijlers zijn: • • • • •

Groen, landschap en water Mobiliteit Wonen Werken Energie

Per pijler is de opgave scherp geduid. In dit IRP worden deze opgaven vertaald naar ruimte en met elkaar geïntegreerd. De invloed van de coronapandemie Ten tijde van het opstellen van het IRP is Nederland gebukt onder de beperkingen die de coronapandemie met zich meebrengt. Dit heeft directe effecten op ons gedrag en op onze samenleving. Economische sectoren staan onder druk, thuiswerken is de norm geworden en de immigratie is afgeremd. Voor een deel zitten er in deze gedragsverandering kansen, bijvoorbeeld op het gebied van mobiliteit. Aan de andere kant kan de economische schade nog jaren negatief doorwerken. Op dit moment is nog niet te zeggen welke blijvende effecten corona zal hebben op de toekomst van onze regio. Daarom houden wij vooralsnog vast aan de prognoses voor bijvoorbeeld bevolkingsgroei en daarmee de woningbehoefte die wij nu kennen.

De weg richting uitvoering van dit perspectief verloopt via een adaptief ontwikkelpad en via het regionaal programmeren. Indien daar aanleiding toe is zullen bijgestelde prognoses in deze vervolgfases worden meegenomen. De opgave per thema samengevat: 1. Opgave landschap, water en groen De opgave voor landschap, water en groen is om: • De intrinsieke kwaliteit van landschap, inclusief de natuurwaarden en cultuurhistorie, te behouden en te verbeteren, de ‘Utrechtse Trots’. De ontwikkeling van inherente natuurwaarden, inclusief de biodiversiteit, en de afleesbaarheid van cultuurhistorie maken hier onderdeel van uit. • De toegankelijkheid van landschap, natuur en water te verbeteren en daarmee ruimte te bieden voor de groeiende recreatieve behoefte van een groeiende bevolking. • Ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin zoveel mogelijk te behouden en mee te laten groeien met de verstedelijkingsopgave, ondanks de groeiende druk op de ruimte. • Invulling te geven aan een nieuwe en duurzame balans tussen landbouw, natuur, waterbeheer en recreatie. Dit betekent dat er keuzes gemaakt moeten worden over waar welk aspect in het landschap leidend is en/ of waar en hoe deze aspecten elkaar juist kunnen versterken. Transitie naar circulaire, biodiverse en economisch rendabele landbouw maakt daar onderdeel van uit.

Ook de energieopgave de juiste plek in het landschap geven valt onder deze opgave. In het pijlerrapport Groen en Landschap is een kwantitatieve vertaling gemaakt van deze opgave. In totaal gaat het om het toevoegen van ruim 4.000 ha natuur- en recreatiegebied inclusief het toevoegen van ruim 400 kilometer aan recreatieve en ecologische verbindingen. . Binnen deze groene opgave moet ook ruimte gevonden worden voor de klimaatopgave. Ook het bieden van een economisch perspectief voor de agrarische sector in balans met natuur, water, bodemdaling en stikstofreductie is onderdeel van deze opgave. De opgave voor landschap, water en groen is nauw verbonden aan de doelstellingen voor gezond leven. Water en klimaatverandering Klimaatverandering én de groei van wonen en werken zorgt voor een grote druk op het watersysteem. Er treden vaker extremere weersomstandigheden op, met bijvoorbeeld ondergelopen straten of waterkwaliteitsproblemen als gevolg. Het punt is bereikt dat we het niet meer binnen het watersysteem kunnen oplossen.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

19

De afvoer van water gaat nu voor het grootste deel van de regio via het Amsterdam-Rijnkanaal, waarin nauwelijks ruimte is om deze extremere buien op te vangen. Het is nodig het watersysteem te optimaliseren én de afhankelijkheid ervan te verkleinen door meer waterrobuuste inrichting van steden en polders. Naast het optimaliseren van het watersysteem moet worden gewerkt aan een inrichting van stad en land die kan omgaan met hogere temperaturen en te veel of te weinig water. Om de regio veilig te houden versterken de waterschappen de komende jaren de dijken langs de Lek; grote projecten met velen meekoppelkansen. Daarnaast moeten gevolgen van overstromingen, mochten die zich toch voordoen, worden tegengegaan. In de lager gelegen gebieden van de regio (veenweidegebieden en diepe polders) is het watersysteem kwetsbaar en spelen bodemdaling en verzilting. Bij nieuwe ontwikkelingen is het essentieel om ook daar het watersysteem robuuster te maken, waarbij ook een tekort aan water wordt voorkómen. 2. Opgave mobiliteit De opgave voor mobiliteit is groot en is niet door de regio alleen op te lossen. De belangrijkste infrastructuur voor wegen en spoor wordt beheerd door het Rijk, waardoor samenwerking tussen bestuurslagen essentieel is. Daarbij komt dat veel van het verkeer in de regio een bestemming en/of oorsprong buiten de regio heeft.

De drukte op de weg en in de trein wordt dus voor een aanzienlijk deel bepaald door ontwikkelingen buiten onze regio. Deze opgave is in U Ned in samenwerking met het Rijk en de Provincie onderzocht in het MIRT onderzoek Utrecht Nabij. Het Ontwikkelperspectief Utrecht Nabij sluit nauw aan bij de uitgangspunten van de REP Contour en daarmee is er een stevige gezamenlijke basis voor samenwerking tussen Rijk en Regio voor verstedelijking en mobiliteit. Uit deze onderzoeken blijkt dat de regio Utrecht richting 2030 afstevent op ernstige mobiliteitsknelpunten voor zowel auto, OV als fiets. De opgaven zijn het grootst in het stedelijk gebied van Utrecht en aan de randen ervan. Plekken waar ook veel aanvullende verstedelijking gepland staat.

20

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

De opgaven voor mobiliteit zijn slechts voor een beperkt deel afkomstig uit de verstedelijkingsambities. De regio zal door sterke autonome groei en door reeds gerealiseerde en geplande verstedelijking op alle modaliteiten vastlopen. Met name de wegen lopen vast, waardoor auto’s en bussen vertraging oplopen. Daar komt bij dat deze congestie op veel plekken nu al voor overlast zorgt. Omdat de alternatieven (fiets, OV en deelmobiliteit) in veel gevallen onvoldoende concurrerend zijn met de auto (te langzaam, oncomfortabel, te druk) kiest verkeer binnen de regio nu in grote meerderheid voor de auto. Als we de problematiek op de wegen willen verminderen, is het verbeteren van de alternatieven de belangrijkste opgave. Ook is er een opgave om de nabijheid te verbeteren voor plekken die wel fysiek dichtbij stedelijk kerngebied liggen, maar niet goed verbonden zijn met één van de modaliteiten, bijvoorbeeld het zuidelijke deel van het stedelijk gebied (m.n. Nieuwegein en IJsselstein) voor wat betreft OV. De bijkomende opgave bij het ontwikkelen van deze plekken komt voort uit de ambitie van gezond leven in een stedelijke regio; op deze drukke plekken willen we gezonde woon- en werkmilieus mogelijk maken door geluidsoverlast van mobiliteit te reduceren en bijvoorbeeld barrières op te heffen of nieuwe verbindingen te maken.

Vanuit deze opgaven voor mobiliteit komt een inzet op een schaalsprong van met name het regionale OV systeem als drager voor de verstedelijking in de regio in beeld, in combinatie met een schaalsprong voor fietsverkeer en regionale afstemming voor het beperken van autoverkeer in de spits. Het doorgaande bovenregionale verkeer blijft gebruik maken van de bestaande hoofdstructuur van spoorwegen en snelwegen.

3. Opgave wonen De totale woningbehoefte tot 2040 is ca. 104.000 tot 125.000 volgens de prognoses die samen met de Provincie zijn opgesteld. In de afgelopen jaren is deze behoefte een aantal keer naar boven bijgesteld, met name omdat de (buitenlandse) migratie naar de regio steeds hoger uitpakte dan voorspeld en de modellen daarop zijn aangepast. Het is juist de factor migratie die sterk gevoelig is voor conjuncturele schommelingen of andere maatschappelijke factoren, zoals we hebben kunnen zien in 2020. Daarom wordt gewerkt met een bandbreedte, waarbij we tot voor de coronapandemie op koers zaten richting de bovenkant van de bandbreedte. De komende jaren zal duidelijk worden welk effect het economisch herstel heeft op de bevolkingsgroei en met name de migratie. Daarnaast is voor de korte termijn (2030) een afspraak gemaakt met het Rijk om te sturen op 30% overprogrammering van woningbouwaantallen om ervoor te zorgen dat er een buffer zit in de planvoorraad om te compenseren voor planuitval en planuitstel. Dit betekent dat op de korte termijn wordt gestuurd op: • • •

Tot 2030: een planbehoefte van 87.100 – 97.500 2030 – 2040: woningbehoefte van 37.00 – 50.000 Totaal: planbehoefte 124.100 – 147.500

We hanteren een bandbreedte in deze opgave om te zorgen voor een robuust woningbouwprogramma dat bestand is tegen veranderende omstandigheden in de komende 20 jaar door bijvoorbeeld tegenvallende aantallen woningen in binnenstedelijke projecten en bijgestelde prognoses voor de woningbehoefte. Het biedt ook mogelijkheden om plannen naar voren te halen en naar achteren te schuiven.

Buiten de stedelijke agglomeratie is een overschot aan dorpse milieus. Ook hier is dus behoefte aan milieus die net een stapje stedelijker zijn. Dit biedt kansen voor doelgroepen die in het kader van doorstroming en vitaliteit gewenst zijn in de kleinere en middelgrote kernen. Toegankelijke woningmarkt voor iedereen Het tekort aan woningen heeft geleid tot een woningmarktsituatie waarbij er niet voor iedere doelgroep voldoende ruimte is. Bij het inhalen van dit woningtekort is het van belang dat de opgave voor kwetsbare en minder kapitaalkrachtige doelgroepen in de gehele regio een plek krijgt. Om te zorgen voor een inclusieve regio en het tegengaan van ongelijkheid in de regio is het van belang dat iedere gemeente haar verantwoordelijkheid neemt om te bouwen voor verschillende inkomensgroepen (sociaal en middensegment) en specifieke doelgroepen die kwetsbaar zijn of moeilijk aan een woning kunnen komen. Vitale kernen Tenslotte is het voor het perspectief van de regio als geheel voorwaardelijk dat alle kernen in de regio een vitaal toekomstperspectief hebben. In vitaliteit voor kleine en middelgrote kernen spelen bevolkingsopbouw, woningvoorraad, economie, voorzieningenaanbod, mobiliteit, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid een rol. Kleine en middelgrote kernen zijn allemaal verschillend en deze aspecten zullen dus in iedere kern in een andere mate spelen.

Kwalitatieve opgave De vraag naar woningen heeft een belangrijke kwalitatieve component. Er is in 2020 een verdiepend onderzoek gedaan naar de kwalitatieve woningwensen in de regio door het bureau Companen. Het onderzoek laat zien dat we sterker moeten inzetten op het realiseren van stedelijke woonmilieus. Binnen de agglomeratie betekent dit centrumstedelijke en hoogstedelijke milieus. Mengen van wonen en werken, voorzieningen in de woonomgeving, en een mobiliteitsprofiel dat op het OV en fietsen is gericht. In de agglomeratie is eveneens een behoefte aan groenstedelijke milieus, waarvoor aan de randen van de stedelijke agglomeratie ruimte voor moet worden gevonden.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

21

Foto: HNWblog 22

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

4. Opgave werken Met het aantal inwoners groeit ook het aantal banen mee. De regio heeft een uitdaging voor zich liggen om niet alleen voldoende banen te creëren die op de juiste plek liggen, maar ook een transitie vorm te geven naar een duurzame en circulaire economie. De belangrijkste opgaven voor de economie: Voldoende werkgelegenheid voor iedereen De groei van de regio en met name stad Utrecht vertaalt zich naar een groei van ten minste 80.000 arbeidsplaatsen tot 2040 (Bron: STEC). 70.000 zullen landen in de stad Utrecht. Van deze arbeidsplaatsen voorzien we • Ca. 15.000 arbeidsplaatsen via werken vanuit huis. • Ca. 28.000 arbeidsplaatsen in kantooromgevingen, • Ca. 18.000 arbeidsplaatsen in gemengde milieus voor maatschappelijke doeleinden, • Ca. 9.000 arbeidsplaatsen in wetenschap gerelateerde omgeving • Ca. 15.000 arbeidsplaatsen erbij op bedrijventerreinen. Dit vraagt om circa 216 ha bedrijventerrein extra tot 2040 via ofwel intensivering en menging danwel uitbreiding. Het is van belang dat er arbeidsplaatsen worden gecreëerd voor alle opleidingsniveaus in de regio. Versterken van het economisch profiel De regio Utrecht kenmerkt zich door een grote diversiteit aan soorten werklocaties op relatief korte afstand van aantrekkelijke woonmilieus op een centrale plek in Nederland.

Het versterken van de economische profielen in de regio draagt bij aan het versterken van de economie als geheel. Een duidelijk voorbeeld is de aanwezigheid van het wetenschappelijk cluster dat zich steeds sterker profileert onder het thema life sciences. Maar ook de maakindustrie in Utrecht West kan sterker worden door sterkere profilering, waarbij complementariteit van verschillende clusters het uitgangspunt zou moeten zijn.

5. Opgave Energie In het najaar van 2015 spraken 195 landen in Parijs met elkaar af om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en daarmee de opwarming van de aarde tegen te gaan. De Europese lidstaten hebben, op basis van het Parijsakkoord, afspraken gemaakt over het terugdringen van de CO2-uitstoot. Voor Nederland ligt er een enorme maatschappelijke opgave op het gebied van de energietransitie. In het Nationale Klimaatakkoord is besloten dat Nederland in 2030 49% CO2-reductie gerealiseerd moet hebben ten opzichte van 1990. Het doel voor 2050 is een reductie van 95%. Dat betekent energie besparen, overstappen op duurzame technieken en duurzame energiebronnen in de regio benutten. Energie gaat meer ruimte vragen en het wordt meer zichtbaar in de stad en in het landschap. De nationale doelstellingen op CO2 reductie heeft een doorwerking op alle pijlers: van het verduurzamen van de woningvoorraad tot duurzame mobiliteit, Van het verduurzamen van productieprocessen en het zorgen voor goed openbaar vervoer tot het opwekken van duurzame elektriciteit. In de U16 willen we in uitwerking van de landelijke doelstelling en in relatie tot onze eigen ambities ten minste 1,8 TWh duurzame opwek realiseren in 2030 (landelijk 35TWh). Dat is 1/6 van onze verwachte elekltriciteitsbehoefte in 2050. We benutten zoveel mogelijk de daken, maar dat is niet genoeg voor de opgave.

We maken daarom ook ruimte voor zonnevelden en windmolens. Langs snelwegen, bij bedrijventerreinen en in het landelijk gebied. Ook na 2030 is er een substantiële opgave om duurzame opwek ruimtelijk in te passen.

Circulaire economie Nederland en ook de regio Utrecht moet meer vaart maken om tot een meer zorgvuldige omgang met (grond)stoffen, en productielijnen om te gaan. Zo willen we ook recht doen aan groei van de economie binnen de mogelijkheden die de aarde biedt zonder haar grondstoffen steeds verder uit te putten. Dit is niet alleen een opgave vanuit schaarste, maar juist ook een motor voor innovatie, een stimulans om betere netwerken te maken voor mensen en goederen.

HOOFDSTUK 1 - VAN KOERS NAAR PERSPECTIEF

23

2 24

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

WAAR WE NAARTOE WILLEN IN 2040:

GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN De regio kiest voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. In dit hoofdstuk maken we dit concreet in een integraal ruimtelijk perspectief op de regio. We schetsen dit perspectief (2.1) en werken dit vervolgens uit in ruimtelijke keuzes langs redeneerlijnen (2.2) en langs thema’s (2.3).

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

25

Bestaande situatie Regio Utrecht 2020

Groenblauwe verbindingen Groene scheggen Landbouw Bosgebied / Utrechtse Heuvelrug Huidige steden Weg Fietsroute Spoor met treinstation 26

Tramlijn

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

27

Perspectiefkaart: Regio Utrecht in 2040

Zoekgebied regionaal bedrijventerrein Groene scheggen Landbouw Bosgebied / Utrechtse Heuvelrug Groenblauwe verbindingen Nieuwe bedrijventerreinen Woningbouwontwikkeling Intensivering stedelijk gebied Historische kern Huidige bedrijventerreinen Huidige steden Vitale kernen Weg Fietsroute Utrecht Centraal Treinstation aan het wiel Treinstation (zwaar) Treinstation 28

Tram-/bushalte HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

29

Foto: Kerckebosch, BDP 30

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

2.1

PERSPECTIEF: GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

De regio Utrecht kiest voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Om dit te bereiken moeten we scherpe keuzes maken. We kiezen er daarom voor om de bestaande kwaliteiten van de regio zo goed mogelijk te benutten en waar mogelijk te versterken. We gaan daarom zorgvuldig om met de ruimte die we hebben. We bouwen dus niet zomaar het groen vol, maar zoeken juist naar een manier van groeien die de groene kracht van de regio versterkt. Zo houden we ruimte om het landschap, de cultuurhistorie en de natuur (samen de Utrechtse Trots) de komende decennia te versterken. Door ons groen te koesteren zorgen we niet alleen voor ruimte voor mens en natuur, maar sorteren we ook voor op de uitdagingen die de verandering van het klimaat op ons pad brengen. Door het landschap te sparen versterken we tegelijkertijd de kwaliteit van onze steden, dorpen en stads- en dorpsranden. Door binnen en aan de randen van onze dorpen en steden de ruimte te vinden voor groei, kunnen we zo goed mogelijk gebruik maken van alles wat onze steden en dorpen zo mooi maken. We versterken bestaande voorzieningen en gebruiken bestaande infrastructuur zo goed mogelijk. Bestaande en nieuwe (multimodale) OV knopen worden de brandpunten van onze regio. Deze versterking van zowel ons landschap als onze steden vereist wel een andere manier van denken en van werken.

Ten eerste hebben we een schaalsprong nodig in ons denken over het landschap als drager van de regio. We scheppen een nieuw perspectief voor het landelijk gebied, waar een nieuwe balans tussen productie (landbouw), natuur en recreatie gevonden moet worden die lokaal werkt. We trekken het landschap en groen diep onze dorpen en steden in, waardoor het landschap ook midden in de stad nooit ver weg is. Ten tweede hebben we een schaalsprong nodig in ons denken over mobiliteit. Als we doorgroeien zoals de afgelopen jaren, loopt de weginfrastructuur hopeloos vast, wat de leefbaarheid en gezondheid van de regio onder druk zet. Daarom wordt een regionaal netwerk van OV en fiets de drager van de groei. Het OV Netwerk “wiel met spaken” verbindt OV knopen binnen en buiten de stad Utrecht tot diep in de regio. Een netwerk van ondersteunend OV, aantrekkelijke fietsverbindingen en overstapmogelijkheden op multimodale hubs zorgt voor mobiliteitskeuzes in alle hoeken van de regio. De groei van automobiliteit proberen we af te buigen door functies dichtbij elkaar te organiseren en gedragsverandering te

stimuleren. Waar autoverkeer onvermijdelijk is wordt lokaal gekeken naar de beste manier om dit in te passen of kan ervoor gekozen worden om te accepteren dat het autoverkeer er in de spits iets langer over doet. Binnen deze basis van landschap, gedragen door een uitstekend mobiliteitssysteem vinden we ruimte voor groei die onze regio verder versterkt. Zo ontwikkelen we door naar dé plek voor gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen. Dit werken we verder uit in zeven perspectieven. Perspectief 1: In 2040 leven we in een groene en gezonde leefomgeving Het leven van bestaande en nieuwe inwoners speelt zich in 2040 af in een gezonde en groene leefomgeving. Gezond en Groen begint bij de voordeur met o.a. speeltuintjes, sportvoorzieningen, parken en openbare ontmoetingsplaatsen en is verbonden met een netwerk van grote en kleine landschappelijke structuren op verschillende schaalniveaus, van plantsoen tot groene oever, van Heuvelrug tot veenweidegebied van Lekdijk tot Waterlinie en alles er tussenin. Landschap, water en groen vormen het centrale motief waarlangs het gezond leven plaatsvindt. Binnen deze hoogwaardige landschappelijke context geven we vorm aan de stedelijke groei van wonen en werken en de toekomst van een circulaire economisch rendabele landbouw. We zorgen voor voldoende ruimte voor water, duurzame energieopwekking, recreatie en natuur.

‘Groen groeit mee’ is het leitmotief van de visie op de verstedelijking. Dit betekent dat we als regio kiezen om te groeien in landschappelijke kwaliteit en kwantiteit. Voor de stedelijke groei van de regio is de groei van de landschappelijke kwaliteit met het groene en blauwe netwerk voor natuur en recreatie randvoorwaardelijk. De woon- en werklocaties worden natuurinclusief, zowel in de openbare ruimte rekening als in de woningen en andere gebouwen. Een gezonde leefomgeving nodigt uit tot gezond gedrag en gezonde mobiliteit. De leefomgeving stimuleert om te wandelen, fietsen, spelen, sporten en ontmoeten. Uitstoot van verkeer en industrie moet in 2040 teruggedrongen zijn. Dit stimuleren wij door te werken met een maatschappelijke handreiking waarmee ruimtelijke ontwikkelingen verrijkt worden.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

31

Foto: IJsselstein, UitinIJ 32

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Perspectief 2: In 2040 is duurzame mobiliteit de logische keuze We zorgen ervoor dat in 2040 het kiezen voor duurzame mobiliteit voor de hand ligt. Door het concentreren en mengen van stedelijke functies op locaties dicht bij de stedelijke kern en rond knooppunten, die goed zijn ontsloten met fiets en OV, wordt het voor zoveel mogelijk mensen zo gemakkelijk mogelijk gemaakt om op een duurzame manier te bewegen door de regio. Door een schaalsprong in het OV en fietssysteem wordt het OV voor de gehele regio beter toegankelijk. Het wiel met spaken vormt de basis van het regionale mobiliteitssysteem, dat op verschillende plekken wordt gevoed door regionale buslijnen en door een uitstekende fietsinfrastructuur. Op meerdere stations kan er op- en overgestapt worden op het (inter)nationale spoorwegnet. Stations ontwikkelen zich door tot multimodale hubs en op verschillende plekken wordt de overstap tussen verschillende modaliteiten makkelijk en comfortabel gemaakt. Het autoverkeer is in 2040 een stuk schoner, maar de wegcapaciteit blijft een beperkende factor in de regio. Daarom werken we samen aan het beperken van de drukte in de spits, zodat we de hoeveelheid benodigd nieuw asfalt kunnen beperken. Als regio voor gezond leven zijn fietsen en wandelen de meest vanzelfsprekende keuzes. De infrastructuur voor gezonde mobiliteit is uitstekend op orde.

Een uitgebreid regionaal netwerk van fietsinfrastructuur helpt ons snel en comfortabel door de regio te bewegen. Perspectief 3: In 2040 is er ruimte voor alle nieuwe bewoners door het toevoegen van compacte stedelijke gebieden De structuren van landschap, water en groen vormen de basis voor de kwaliteit van de regio en het mobiliteitssysteem zorgt ervoor dat we ons door de regio kunnen bewegen. Om het landschap zoveel mogelijk te ontlasten en het mobiliteitssysteem zo optimaal mogelijk te voeden kiezen we als grote lijn voor het concentreren van de groei van het aantal inwoners en banen rond de OV-knooppunten. Deze OV-knooppunten worden allemaal een stapje intensiever gebruikt dan we tot nu toe gewend zijn en we creëren daarmee een woon-werkmilieu dat stedelijker en meer gemixt is dan nu. Dit moet per knooppunt verder ingevuld worden op een manier die lokaal passend is. Zo is bijvoorbeeld stedelijkheid rond station Utrecht Leidsche Rijn van een andere orde dan stedelijkheid rond een knooppunt als Breukelen.

Een stedelijke en gemengde woonomgeving sluit niet alleen aan bij ambities voor groen en mobiliteit, maar sluit ook aan bij de kwalitatieve woningbehoefte. De bevolking ziet er in 2040 anders uit dan vandaag. We bouwen om in 2040 de woningmarkt in balans te hebben. Voor een groot deel betekent dit dat we bouwen voor de doorstroming. Door een betere balans in de woningvoorraad en meer doorstroming komen meer mensen terecht in de woning die zij wensen. Een groot deel van de voorraad van eengezinswoningen kent in 2040 andere bewoners, waarbij de huidige vergrijzingsgolf in de toekomst leidt tot meer beschikbare gezinswoningen. In de regio worden afspraken gemaakt over woningbouwprogrammering, waarbij de verantwoordelijkheid voor sociale en kwetsbare doelgroepen wordt gedeeld. Er zijn voldoende betaalbare woningen voor iedereen. Perspectief 4: In 2040 profiteert iedereen in de regio van een sterke economie die volop in transitie is naar circulariteit We werken op klimaatadaptieve, tenminste energieneutrale en waterrobuuste bedrijventerreinen. In dit IRP maken we ruimte voor de drie grootste uitdagingen voor de economie in de regio. De kracht van de regio zit niet alleen in de kwaliteit van leven, maar ook in de kracht van de economie.

In dit IRP maken we ruimte voor de drie grootste uitdagingen voor de economie in de regio: De transitie naar een duurzame economie, het zorgen voor werkgelegenheid voor iedereen en het behoud en versterken van het economische profiel in de regio. We verdichten daar waar mogelijk en zijn complementair in de regio. Hiervoor wordt ruimte gemaakt op verschillende manieren. Enerzijds zullen we steeds meer werken in gemengde stedelijke gebieden waar wonen, werken en voorzieningen bij elkaar komen. Plekken met een hoge dichtheid die intensief gebruikt worden. Rondom multifunctionele knooppuntlocaties die aangesloten zijn op het nationale treinennet is ruimte voor nieuwe kantoren. Rond het USP en de plekken die daarmee zijn verbonden ontwikkelt het wetenschapsmilieu zich verder door, waarbij het profiel van life sciences verder wordt versterkt. Ook stedelijke bedrijvenlocaties met lichte bedrijvigheid en productie worden geïntensiveerd en gecombineerd met o.a. wonen, bijvoorbeeld in de A12-zone en rond de regionale multimodale hubs.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

33

Foto: Houten, Siebe Swart 34

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

Maar niet alle functies lenen zich voor menging. Daarom reserveren we ruimte voor niet-mengbare bedrijvigheid die zich daardoor ook verder kan ontwikkelen. Ook beschermen we werkmilieus die kwetsbaar maar economisch waardevol zijn, vooral voor startende ondernemers. Juist op de niet-mengbare bedrijventerreinen geven we invulling aan de ruimte die de circulaire ketens vragen. De vraag naar bedrijventerreinen wordt opgelost door een combinatie van verdichting op bestaande terreinen en (intensief) programmeren van nieuwe terreinen. Dit betekent ook dat er nieuwe regionale bedrijventerreinen nodig zijn. Samen creëren we in deze verschillende gebieden genoeg werkgelegenheid voor de groeiende bevolking. Hoewel de verschillende soorten werkgebieden ieder andere eisen stellen aan hun omgeving werken we voor alle gebieden aan het versterken van het profiel, zodat verschillende gebieden complementair zijn aan elkaar en we binnen de regio niet op locaties met elkaar concurreren. Perspectief 5: In 2040 zijn ook kleine en middelgrote kernen in de regio vitaal en bieden een gezonde leefomgeving Naast meer stedelijke, compacte en op fiets en OV gerichte milieus spelen er lokaal specifieke vraagstukken, met name in de kleinere kernen in de regio, waarvoor ook ruimte gemaakt moet worden.

Deze kernen dreigen te krimpen door huishoudensverdunning – door demografische veranderingen wonen er gemiddeld steeds minder mensen in een woning. Voor gemeenten waar deze opgave speelt worden afspraken gemaakt over het bijbouwen van woningen voor de eigen vitaliteit en marktdynamiek. Het versterken van de vitale kernen zorgt ervoor dat toegang tot werk, voorzieningen en landschap overal in de regio goed georganiseerd is. Perspectief 6: In 2040 is de regio op weg naar energieneutraliteit We hebben energie nodig om te werken, te wonen en voor vervoer. Ons huidige gebruik van fossiele brandstoffen hiervoor zorgt voor opwarming van de aarde. We zitten aan het begin van een transitie van fossiele energie naar duurzame energie. Regionaal nemen wij hierin onze verantwoordelijkheid. In 2040 willen we een flink eind op weg zijn naar de nationale klimaatdoelen voor 2050 (95% CO2 reductie). Dit betekent dat we voldoende ruimte hebben voor duurzame opwekking van energie, en dat het verminderen van energieverbruik volop onderdeel is van de manier waarop we leven en onze samenleving inrichten.

Perspectief 7: In 2040 leven we in een klimaatadaptieve en waterrobuuste regio die zich voorbereid op zeespiegelstijging Het klimaat verandert. Hierdoor neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Daarbij is het niet de vraag of de zeespiegel zal stijgen maar hoeveel deze stijgt. In sommige scenario’s loopt dat op tot 2 meter aan het einde van deze eeuw of zelfs nog meer. Welke invloed dit precies heeft op onze regio is nog niet met zekerheid te stellen, maar het is belangrijk om nu de keuzes te maken die ons ook na 2040 goed positioneren voor een veranderend klimaat. Het leren leven met meer water zet de huidige manier van het inrichten van de economie, leefbaarheid, landbouw en natuur onder druk, maar biedt ook volop kansen om de regio mooier en gezonder, veiliger en duurzamer te maken. In 2040 willen we onze samenleving en leefomgeving aangepast hebben aan de gevolgen van klimaatverandering. Klimaat- en waterrobuust inrichten en voorbereid zijn op zeespiegelstijging is dan een vanzelfsprekend onderdeel van onze plannen. Zoals afgesproken in de regionale adaptatiestrategie zorgen we ervoor dat in 2040 nieuwbouw en herstructurering klimaatadaptief gebeurt. Dit betekent met voldoende ruimte voor water, minder stenen en het juiste groen. Hiermee beperken we water- en droogteoverlast en gaan we hittestress tegen.

Het bebouwd gebied fungeert steeds meer als spons, waarbij water zo lang mogelijk wordt vastgehouden en water wordt gebufferd voor droge perioden. We zorgen voor voldoende koelte- en schaduwplekken en zwemwater, zodat de regio ook bij warm weer leefbaar is. We zetten in op klimaatadaptieve landbouw en natuurontwikkeling. De verstedelijksstrategie gaat uit van het concentreren van verstedelijking rond knooppunten. Concentratie betekent ook dat deze locaties effectiever beschermd kunnen worden tegen zeespiegelstijging in de toekomst. Zo beschermen we ook de ‘vitale en kwetsbare functies’ die essentieel zijn voor het functioneren van de maatschappij tegen extreme weersinvloeden – denk hierbij aan het elektriciteitsnet, ICT-voorzieningen, gezondheidszorg, etc. Een leefbare en gezonde regio is een waterrobuuste en klimaatbestendige regio met veel ruimte voor water en groen. De groenblauwe daken, groene gevels en boomrijke straten en pleinen zorgen voor koele woningen en aangename ontmoetingsplekken in de zomer, zonder hittestress. Hevige regenval zorgt niet voor overstorten van rioolsystemen, maar wordt opgevangen in wadi’s en

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

35

Foto: Maarsseveense Plassen, Droomplekken 36

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

waterpleinen. En het robuust aangelegde watersysteem met voldoende verversing zorgt ook bij hogere temperaturen voor een goede waterkwaliteit met volop leven en levendigheid in en langs het water. In de toekomst zal in delen van de regio de grondwaterstand verhoogd moeten worden om verzilting door stijging van de zeespiegel het hoofd te bieden. We streven daarbij naar een natuurlijk, robuust en veerkrachtig (grond) watersysteem, dat in balans is en ook pieken kan opvangen in natte en droge perioden. We versterken het klimaatbewustzijn en handelingsperspectief van bewoners en bedrijven. Op die manier werken we samen aan een gezonde en leefbare regio. De inzichten die nu ontwikkeld worden in het kennisprogramma zeespiegelstijging worden in de toekomst in het perspectief op de regio verwerkt. Daarbij zijn nieuwe waterkeringen, verhogen van infrastructuur en meer open water niet uitgesloten.

Diagram: Hoe lang kunnen we tegen de druk van het water vechten? (KuiperCompagnons)

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

37

Ruimtelijke opgaven Groen & Landschap

Ruimtelijke opgaven groen en landschap (beeld: BVR)

7 Gebiedsgerichte opgaven Groen & Landschap

Gebiedsgerichte opgaven groen en landschap (beeld: BVR) 38

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

December 2020

Gebiedsgerichte opgaven groen & landschap 1. Blauwe krans Stelling van Amsterdam 2. Polderscheg Lange Linschoten - Woerden – Breukelen 3. Hollandsche IJsselscheg - Rijnenburg - A12zone 4. Waterliniescheg 5. Groene Zoom Vijfheerenlanden 6. Groen raamwerk Heuvelrug-Lek 7. Agrarisch groenblauw netwerk

December 2020

2.2

ACHT REDENEERLIJNEN DIE LEIDEN TOT RUIMTELIJKE KEUZES De perspectieven op de regio leiden tot integrale ruimtelijke keuzes die hieronder worden toegelicht aan de hand van de acht redeneerlijnen.

REDENEERLIJN 1: DE UTRECHTSE TROTS ALS BASIS Ontwikkeling landschap, water en groen is voorwaardelijk voor de groei van de regio Het landschap, de cultuurhistorie, de natuurgebieden, parken, plassen en rivieren vormen de grote trots van de regio. De ambitie tot het behoud en de versterking van deze landschappen en groenstructuren is de eerste stap in de visie op de verstedelijking van de regio. Het leggen van deze groene basis is een voorwaarde om te komen tot de visie voor gezond leven in een stedelijke regio. Groen is voorwaarde voor groei. Daarom wordt de financiering van de landschappelijke opgave in samenhang bezien met de verstedelijking. De landschappelijke opgaven zijn net als infrastructuur voorwaardelijk voor de groei van de regio. Groenopgaven in de stedelijke openbare ruimte en aansluitend op stedelijke ontwikkelingen zijn direct te koppelen. Andere regionale opgaven zijn indirect randvoorwaardelijk. De regio zal voor de benodigde investeringen samenwerken met Provincie, Gemeenten, het Rijk, Waterschappen, Natuurbeheerders, eigenaren en andere belanghebbenden. Het programma ‘groen groeit mee’, waarin de provincie Utrecht samenwerkt met de waterschappen en regio’s, speelt hierin een belangrijke rol.

• ◦

◦

◦

◦

De ruimtelijke keuzes voor groen, landschap en water staan niet op zichzelf. De keuze om groen voorop te zetten betekent ook iets voor de ontwikkeling van steden en dorpen. Het is ook een keuze om zo weinig mogelijk (grootschalige) uitleglocaties te ontwikkelen en waar deze toch nodig zijn in te zetten voor de verbetering van het omliggende landschap.

◦

Keuzes die bij deze redeneerlijn horen: • Op alle schaalniveaus wordt daarom gekozen voor een ambitieus programma voor landschap, water en groen dat meegroeit met de regio. Dit betekent: ◦ Het versterken van de intrinsieke kwaliteit van het landschap, inclusief de natuurwaarden en cultuurhistorie ◦ Vergroten van de ruimte voor groen, natuur, cultuurhistorie en water in kwantitatieve zin. ◦ Vergoten van de toegankelijkheid van landschap, en daarmee ruimte te bieden voor de groeiende recreatieve behoefte van een groeiende bevolking. ◦ Het bieden van perspectief aan het landelijk gebied en specifiek aan de agrarische sector ◦ Ruimte voor en/of integreren van de wateropgave en klimaatadaptatie ◦ Adem- en beweegruimte voor een groeiende bevolking met een steeds grotere behoefte aan ruimte voor recreatie en natuurbeleving

◦

◦

◦

Kiezen voor deze acht principes voor de realisatie van de programmatische opgave voor landschap water en groen: Het Utrechts landschap is de kwaliteitsdrager voor de hele U16. Dit betekent dat alle ontwikkelingen in de regio ruimtelijk zijn verbonden met het landschap. Onafhankelijk van de aard van de ontwikkeling, wordt er over nagedacht hoe deze ontwikkeling zich verhoudt tot het versterken van de kwaliteit van het landschap. Slim clusteren van de landschapsopgaven per deelgebied. Gebiedsgericht uitwerken van de landschapsopgaven in coalities van verschillende stakeholders, gemeenten en andere partijen gekoppeld aan of gecombineerd met andere doelen. Stad en land verbinden door de opgaven voor recreatie, natuur en landschap te verweven met die van de stad. Door deze ruimtelijk de steden in te trekken met groenblauwe verbindingen, scheggen en het aanleggen van ontbrekende schakels in het netwerk. De druk op bestaande kwetsbare gebieden wordt verspreid. Biodiversiteit: Logisch ecologisch netwerk bouwen dat bestaande en nieuwe natuurgebieden met elkaar verbindt en zorgt voor verbeterde mogelijkheden tot uitwisseling van flora en fauna, wat zorgt voor een grotere biodiversiteit. Landschapselementen herstellen die sinds midden 20e eeuw zijn verdwenen uit het landschap en bouwen aan een fijnmazig netwerk van levendige boerensloten en soortenrijke slootkanten.

Meekoppelkansen in verschillende opgaven benutten, met name op locaties waar landschaps- en natuuropgaven nabij water-, stedelijke ontwikkelingsof energieopgaven liggen. Landschap, water en groen-inclusief ontwikkelen, waarbij de verbinding tussen landschap, water en groen en de (stedelijke) ontwikkeling vanzelfsprekend is en een winwinsituatie ontstaat. Toekomstbestendige landbouw, waarbij een duurzaam economisch perspectief wordt geboden aan de agrarische sector en waar deze sector in transititie naar circulaire kringloop landbouw, waar ook een belangrijke beheerder van het waardevolle landschap is.

•

Naast deze ruimtelijke keuzes geven een aantal meer programmatische keuzes sturing aan het uitvoeren van de ontwikkeling van groen en landschap: ◦ Voor het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug wordt ingezet op het vergroten van het nationaal park en het robuuster maken van de Heuvelrug voor natuur en recreatie en ook water. Landgoederen zijn daarbij een voorbeeld van een economische verdienmodel om voor versterking van natuur en recreatie en behoud cultureel erfgoed te zorgen.

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

39

Groene scheggen

Groenblauwe verbindingen 40

HOOFDSTUK 2 - GEZOND LEVEN IN EEN STEDELIJKE REGIO VOOR IEDEREEN

◦ Voor het Groene Hart wordt aangesloten bij de agenda van het NOVI-gebied en de daarbij horende overleggen en afspraken voor het Groene Hart • ◦

◦

◦

◦

Kiezen voor een leefbare en gezonde regio is ook kiezen voor een waterrobuuste en klimaatbestendige regio: De openbare ruimte in de regio wordt ingericht met gezond leven als uitgangspunt. Het groen begint zoveel mogelijk bij de voordeur en staat in verbinding met grotere groenstructuren met wandel- en fietspaden. De openbare ruimte draagt bij aan het verminderen van hittestress. De groenblauwe daken, groene gevels en boomrijke straten en pleinen zorgen voor koele woningen en aangename ontmoetingsplekken in de zomer, zonder hittestress. Waterretentie en infiltratie zorgen ervoor dat er geen aanvullende druk op het watersysteem komt. Hevige regenval wordt opgevangen in wadi’s en waterpleinen (en zorgt niet voor overstorten van rioolsystemen). En het robuust aangelegde watersysteem met voldoende verversing zorgt ook bij hogere temperaturen voor een goede waterkwaliteit met volop leven en levendigheid in en langs het water. Nieuwe verstedelijking wordt natuurinclusief & klimaatadaptief ontworpen.

De schaalsprong voor landschap, water en groen voor de regio U16 op basis van deze redeneerlijn is gekwantificeerd (U16 Ruimtelijke Opgave Groen & Landschap 2020-2040, BVR dec 2020) en bestaat uit: • Groene scheggen zorgen voor de verbinding tussen stad en landschap en dat groene kwaliteiten vanuit de stad dichtbij en goed toegankelijk zijn. De groene scheggen zijn landschappen van elk tientallen km2 groot. In deze scheggen liggen diverse functies van landbouw tot natuur, recreatie en cultuurhistorie. De intensiteit van recreatief bezoek en gebruik varieert van parken in de stad, recreatiegebieden in de stadsranden zo dicht mogelijk bij de woonomgeving (2-5 km) afstand van de centra, tot verder weg gelegen gebieden met natuur, landbouw en recreatie tot recreatief medegebruik in het agrarisch gebied. Deze groene scheggen sluiten aan op de groenstructuren in de stad Utrecht, zoals in de RSU verder uitgewerkt en brengen daarmee het groen vanuit de regio tot in de haarvaten van de stad. Er zijn 6 á 10 scheggen benoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10183660/1