Raadsvoorstel 26, bijlage 3. Ontwerp Begroting 2022
Tekst van het document
BEGROTING 2022 ONTWERPVERSIE 7 APRIL 2021
1 Voorwoord Voor u ligt de Programmabegroting Stichtse Groenlanden 2022, opgesteld namens het dagelijks bestuur door bedrijfsvoeringsorganisatie Recreatie Midden-Nederland (RMN). Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten De Bilt, De Ronde Venen, Houten, Lopik, Stichtse Vecht, Nieuwegein, Utrecht, Woerden en IJsselstein en de provincie Utrecht samen aan beheer en ontwikkeling van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Recreatieschap Stichtse Groenlanden is in 1999 opgericht “ter behartiging van het belang van de deelnemers bij de intergemeentelijke openluchtrecreatie en de bescherming van natuur en landschap.” Deze taakomschrijving is en blijft ongewijzigd, maar wat hieronder wordt verstaan en hoe hier invulling aan wordt gegeven, is wel aan verandering onderhevig. Het recreatieschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden - Beheer & Onderhoud, Toezicht & Handhaving, Exploitatie, Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning - belegd bij RMN. RMN is dé uitvoeringsorganisatie voor recreatieschap Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht e.o. en Routebureau Utrecht. Het zijn turbulente tijden voor het recreatieschap.
Vanwege de corona-crisis en maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, worden onze gebieden vaker en door meer mensen bezocht. Hierdoor nemen de werkzaamheden en de werkdruk voor onze toezichthouders en beheeren onderhoudsmedewerkers toe. Tegelijkertijd zijn, vanwege dezelfde maatregelen, een groot deel van onze exploitanten in deze gebieden gesloten en doen zij een beroep op het schap om minder huur/pacht te betalen. Daarnaast heeft het schap eind 2020 uitgesproken geen toekomst te zien in de wijze waarop de samenwerking momenteel georganiseerd is. Naar verwachting zal uitvoeringsorganisatie RMN geliquideerd worden en wordt het recreatieschap omgevormd tot een ander samenwerkingsverband met een ‘lichtere’ structuur. Deze onzekerheden leggen extra druk op de uitvoeringsorganisatie die al onvoldoende toegerust was op haar taak. De begroting 2022 is opgesteld in een onzekere periode waar de toekomst van het recreatieschap en haar uitvoeringsorganisatie ter discussie staat. Omdat het toekomstperspectief nog ongewis is en er nog geen besluiten zijn genomen (ten tijde van het opstellen van de stukken), gaat de begroting uit van een ongewijzigde situatie, ook al weten we dat de toekomst er anders uit komt te zien.
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. dag-maand-jaar
Dhr. J.R.C. van Everdingen Voorzitter
Mevr. S. Stolwijk Secretaris 2
INHOUD Beleidsbegroting ...................................................................................................................................... 5 2
Programmaplan ............................................................................................................................... 5 2.1
Inleiding ................................................................................................................................... 5
2.2
Programma 1: Beheer en onderhoud ...................................................................................... 7
2.2.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................... 7
2.2.2
Wat mag het kosten? ....................................................................................................... 7
2.3
2.3.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................... 8
2.3.2
Wat mag het kosten? ....................................................................................................... 8
2.4
Programma 3: Ontwikkeling .................................................................................................... 9
2.4.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................... 9
2.4.2
Wat mag het kosten? ..................................................................................................... 11
2.5
Programma 4: Exploitatie ...................................................................................................... 12
2.5.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? ............................................. 12
2.5.2
Wat mag het kosten? ..................................................................................................... 13
2.6
3
Programma 2: Toezicht en handhaving .................................................................................. 8
Programma 5: Algemeen (incl. overhead) ............................................................................. 14
2.6.1
Wat willen we bereiken? ................................................................................................ 14
2.6.2
Wat gaan we daarvoor doen? ....................................................................................... 14
2.6.3
Wat mag het kosten? ..................................................................................................... 14
Paragrafen ..................................................................................................................................... 16 3.1
Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing ........................................................... 16
3.1.1
Generieke risico’s .......................................................................................................... 16
3.1.2
Risico’s werkgebied Stichtse Groenlanden ................................................................... 17
3.1.3
Risico’s werkgebied Vinkeveense Plassen ................................................................... 17
3.1.4
Conclusie risico’s recreatieschap .................................................................................. 18
3.1.5
Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit .................................... 18
3.2
Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen ................................................................................ 20
3.3
Paragraaf financiering ........................................................................................................... 20
3.3.1
Beleidsuitgangspunten .................................................................................................. 20
3.3.2
Risicobeheer .................................................................................................................. 20
3.3.3
Kasgeldlimiet ................................................................................................................. 20
3.3.4
Renterisiconorm............................................................................................................. 21
3.3.5
Mutaties in de leningenportefeuille ................................................................................ 21
3.3.6
BBV en rentetoerekening .............................................................................................. 21
3.4
Paragraaf bedrijfsvoering ...................................................................................................... 21
3.4.1
Bedrijfsvoering ............................................................................................................... 21 3
3.4.2 3.5
Overhead en toerekening personeelskosten ................................................................. 22
Paragraaf verbonden partijen ................................................................................................ 22
Financiële Begroting .............................................................................................................................. 23 4
Overzicht baten en lasten per programma en toelichting .............................................................. 23
5
Overzicht incidentele baten en lasten ........................................................................................... 24
6
5.1
Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting ............................................................. 24
5.2
Presentatie van het structureel begrotingssaldo ................................................................... 24
Uiteenzetting van de financiële positie .......................................................................................... 25 6.1
Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid..................................................................... 25
6.2
Geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar......................................... 25
6.3
EMU-saldo ............................................................................................................................. 25
6.4
Meerjaren investeringsbegroting ........................................................................................... 26
6.5
Stand en verloop van de reserves ......................................................................................... 26
6.5.1
Werkgebied Stichtse Groenlanden ................................................................................ 27
6.5.2
Werkgebied Vinkeveense Plassen ................................................................................ 27
6.6
Baten en lasten per taakveld ................................................................................................. 28
6.7
Deelnemersbijdrage 2022 ..................................................................................................... 29
6.7.1
Stichtse Groenlanden .................................................................................................... 29
6.7.2
Vinkeveense Plassen .................................................................................................... 29
Bijlagen .................................................................................................................................................. 30 7
Bijlage 1: Begroting ‘oude’ stijl....................................................................................................... 30 7.1
Werkgebied Stichtse Groenlanden ........................................................................................ 30
7.2
Werkgebied Vinkeveense Plassen ........................................................................................ 31
4
BELEIDSBEGROTING
2 Programmaplan 2.1 Inleiding Het recreatieschap is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Op basis van deze wet kunnen gemeenten, provincies en waterschappen publiekrechtelijk samenwerken aan een belang dat verder strekt dan de gemeente- of provinciegrens. Het belang van recreatie, natuur en landschap is regionaal van aard. De behartiging daarvan — waaronder begrepen het dragen van de kosten die gepaard gaan met de instandhouding en verbetering van voorzieningen — is daarom in een intergemeentelijk of regionaal samenwerkingsverband georganiseerd. Recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft als taak ‘beheer & onderhoud’, ‘toezicht & handhaving’, ‘ontwikkeling’ en ‘exploitatie’ van (vrij) toegankelijke en eigentijdse recreatievoorzieningen in het buitengebied. Dit buitengebied is veelzijdig: van uitgestrekte veenweidegebieden en de Vinkeveense Plassen tot agrarische gebieden en de Lek met zijn prachtige uiterwaarden. Wandelen, fietsen, vissen en watersporten als zwemmen en kanoën: het kan allemaal in de gebieden van Stichtse Groenlanden. Het recreatieschap zorgt voor de volgende terreinen: Strijkviertel, Oortjespad/Eend, Grutto, Maarsseveense Plassen, Vinkeveense Plassen, Salmsteke, ’t Waal, De Leijen, Heulsewaard, Nedereindse Plas, Laagraven, Haarrijnse Plas, Ruigenhoek, Hampoort/de Rivier en Heemstede Noord.
Daarnaast beheert het schap verschillende paden en kilometers lange routes voor wandelaars, fietsers, ruiters en kanoërs. Gescheiden financiële huishouding In 2018 is gemeente De Ronde Venen, na opheffing van recreatieschap Vinkeveense Plassen, toegetreden tot recreatieschap Stichtse Groenlanden. Besloten is dat de financiële huishouding binnen het recreatieschap voorlopig wordt gescheiden in twee delen: het werkgebied van Stichtse Groenlanden van voor 2018 (programma A) en het werkgebied de Vinkeveense Plassen (Programma B) dat gemeente De Ronde Venen heeft ingebracht. Dit betekent dat er twee financiële administraties worden gevoerd en dat er over twee onderdelen verantwoording wordt afgelegd in de jaarrekening. Hiermee worden de financiële risico’s over en weer gescheiden. De ‘oude’ deelnemers van Stichtse Groenlanden lopen geen risico verband houdend met het Vinkeveense gebied en De Ronde Venen loopt geen risico in verband met het werkgebied van Stichtse Groenlanden van voor 2018. Deze afspraak wordt in 2024 heroverwogen. Transitie Momenteel zijn het recreatieschap en RMN ‘in transitie’. Naar verwachting wordt het schap in 2021 omgevormd tot een ‘lichter’ samenwerkingsverband en wordt RMN geliquideerd. Streven is om per 1 januari 2022 over te gaan in de nieuwe situatie/rechtsvorm.
Derhalve is voor 2022 een beleidsarme begroting opgesteld, waarbij de bedragen voor 2022 zullen worden geïndexeerd conform de uitgangspunten die zijn vastgesteld in de ‘Uitgangspunten begroting 2022’.
5
Leeswijzer De begroting 2022 is opgebouwd naar de aard van de activiteiten van het schap: • • • • •
Programma 1. Beheer en Onderhoud Programma 2. Toezicht & handhaving Programma 3. Ontwikkeling Programma 4. Exploitatie Programma 5. Algemeen (incl. overhead)
Omdat sprake is van een gescheiden financiële huishouding tussen het werkgebied Stichtse Groenlanden (programma A) en het werkgebied de Vinkeveense Plassen (programma B) is in de bijlage een begroting opgenomen die aansluit op deze indeling.
6
2.2 Programma 1: Beheer en onderhoud 2.2.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het recreatieschap. Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst. 2.2.1.1 Optimalisatie In 2021 wordt ‘de basis op orde’ gebracht door het opstellen/verbeteren van de onderhoudsbestekken voor Dagelijks Onderhoud, het MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP), de digitalisering van het areaal in het GIS-systeem Geovisia en het opstellen van nieuw beleid en richtlijnen. In 2022 zullen de resultaten van deze inspanningen zichtbaar worden en zal de nadruk liggen op het verder verbeteren/optimaliseren en waar mogelijk digitaliseren van deze processen. 2.2.1.2 Duurzaamheid De duurzaamheid-thema’s ‘klimaatverandering’/‘klimaatadaptatie’, ‘biodiversiteit’, ‘circulaire economie’ en ‘energietransitie’ staan steeds hoger en prominenter op de politieke agenda’s. Het schap heeft in de afgelopen jaren een aantal stappen gezet op het gebied van duurzaamheid.
Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit, worden natuurvriendelijke oevers aangelegd. In 2022 streven we naar verdere verduurzaming. 2.2.1.3 Routebureau Utrecht Het recreatieschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening & marketing m.b.t. de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) loopt via het Routebureau. Het recreatieschap draagt hier, vanuit de middelen voor beheer & onderhoud, voor het werkgebied Stichtse Groenlanden jaarlijks €140.658 en voor het werkgebied Vinkeveense plassen jaarlijks €29.878 aan bij.
2.2.2
Wat mag het kosten?
Programma 1
Begroting 2022 (bedragen in €) 1.740.900 1.408.300 332.600 453.100 352.400 231.900
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat 2.2.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) zijn als volgt opgebouwd: -
Inhuur personeel: Afschrijvingen vaste activa: Lasten onderhoud en beheer recreatiegebieden: Overige lasten:
48.900 46.900 1.533.500 10.900
2.2.2.2 Toelichting baten De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen.
7
2.3 Programma 2: Toezicht en handhaving 2.3.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn gastheer én handhaver en zetten zich in om overlast te voorkomen of bestrijden. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Onze toezichthouders handhaven onze eigen verordening (bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken. In 2022 is de begrote capaciteit voor toezicht & handhaving 2,68 fte. Dit betekent dat de BOA’s doorgaans alleen toezicht (i.p.v. in duo’s) houden en het niet mogelijk is om iedere dag op ieder terrein toezicht te houden.
2.3.2
Wat mag het kosten?
Programma 2
Begroting 2022 (bedragen in €) 562.000 454.700 107.300 17.500
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
89.800
2.3.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) zijn als volgt opgebouwd: -
Doorbelaste personele lasten: Inhuur personeel: Overige lasten:
371.800 182.000 8.500
2.3.2.2 Toelichting baten De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen.
8
2.4 Programma 3: Ontwikkeling 2.4.1 2.4.1.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? Werkgebied Stichtse Groenlanden
In 2019 heeft het schapsbestuur een meerjarig ontwikkel- en investeringsprogramma vastgesteld. De projecten uit dat programma hebben een lange doorlooptijd. Meerdere projecten hebben in 2020 en 2021 vertraging opgelopen, vooral als gevolg van de coronacrisis. Gelet op het voornemen om in 2021 uitvoeringsorganisatie RMN te liquideren, worden de lopende projecten in 2021 voorbereid op een overdracht. Wat we willen bereiken en wat we daarvoor gaan doen in 2022 is om die reden abstract weergegeven in onderstaande tabel.
Beleidsterrein Maarsseveense Plassen
Strijkviertel
Noorderpark/Ruigenhoek
Hampoort/ de Rivier
Salmsteke
Laagraven/ Heemstede Noord
Doelstelling Ten westen van de hoofdingang is er nog ontwikkelruimte. In 2021 inventariseren we welke wensen, eisen en mogelijkheden er zijn ten aanzien van toekomstige ontwikkeling en exploitatie van met name het strandbad. Afhankelijk van besluitvorming daarover wordt daar in 2022 een vervolg aan gegeven. We werken aan het verbeteren van het recreatieve aanbod op dit terrein. Er is een ondernemer die een nieuwe horecavoorziening gaat realiseren aan de noordoever van de plas. Daar moet dan ook een nieuw strand worden gerealiseerd. Als gevolg van de coronacrisis zijn de plannen vertraagd en zal, mede onder voorbehoud van de planologische procedure, 2022 mogelijk het eerste jaar van uitvoering zijn. Herontwikkeling BMX-baan De in 2015 aangelegde BMX-baan in Ruigenhoek is in verval geraakt en kan niet langer veilig gebruikt worden. Naar verwachting hebben we met de gemeente Utrecht in 2021 een plan ontwikkeld en gerealiseerd om het terrein een nieuwe functie te geven. Inmiddels is de voorbereiding iets vertraagd, waardoor realisatie mogelijk doorloopt in 2022. Realisatie oefengolfbaan Met ondernemer/ontwikkelaar Golfcentrum Utrecht hebben we sinds 2015 een voorovereenkomst voor de realisatie van een oefengolfbaan, inclusief openbare horecavoorziening in Ruigenhoek.
In 2021 moeten de plannen van de ondernemer nog verder worden uitgewerkt en voorbereid en moeten verschillende onderdelen van de overeenkomst nog worden geactualiseerd. Afhankelijk van de voortgang daarin is 2022 een jaar van uitvoering. We verwachten in 2021 daadwerkelijk de percelen Hampoort/ de Rivier van de provincie over te nemen om deze recreatief te ontwikkelen en het gebied in te richten als toegangspoort tot het achterliggende recreatiegebied met Haarzuilens als grote trekker. In 2021 werken we aan een plan, dat op zijn vroegst in 2022 gerealiseerd zou kunnen worden. In samenwerking met HDSR, provincie Utrecht, Rijkswaterstaat, gemeente Lopik en Staatsbosbeheer werken we aan het versterken van de dijk en een recreatieve verbetering van de uiterwaard door aanleg van een zwemplas en de mogelijkheid voor jaarrond horeca. Begin 2021 moet het definitief ontwerp gereedkomen. Afhankelijk van de verdere voorbereiding van de uitvoering zou er in 2022 daadwerkelijk aan de realisatie gewerkt kunnen worden. Laagraven is een groene buffer in een stedelijke omgeving. We hebben in 2020 grond bij Heemstede Noord overgenomen van de 9
Tull en ’t Waal/ Honswijkerplas
De Leijen
Nedereindse Plas
2.4.1.2
provincie om het recreatief aanbod in dit gebied te vergroten. In 2021 werken we samen met omgevingspartijen aan een plan voor de recreatieve invulling van het gebied. Met de realisatie daarvan kan op zijn vroegst in 2022 worden begonnen. In de tussentijd proberen we al wel kleine, concrete verbeteringen te realiseren, die niet per se afhankelijk zijn van het grotere ontwikkelplan. De ontwikkeling van deze terreinen is afhankelijk van de verbetering van de ontsluiting ervan. We verwachten dat er in het kader van de versterking van de Lekdijk belangrijke besluiten worden genomen over de verkeerscapaciteit en daarmee de ontwikkelmogelijkheden voor deze terreinen. We verkennen de mogelijkheden om op dit terrein een (kleine, hoogwaardige) horecavoorziening te realiseren, zodat het beter benut kan worden voor dagrecreatie. Enkele jaren geleden zijn hier al investeringen voor gedaan (een speelvoorziening, een waterleiding en een persriool). In de eerste helft van 2021 willen we een projectplan voorleggen aan het dagelijks bestuur. In 2022 kan er dan mogelijk verder gewerkt worden aan het vestigen van een duurzame grondpositie, het aantrekken van een ondernemer en het daadwerkelijk realiseren van een nieuwe voorziening. In 2021 worden besluiten genomen over de verhoudingen tussen gemeente Utrecht en het recreatieschap.
De bedoeling is om samen met de gemeenten IJsselstein en Nieuwegein een plan uit te werken voor recreatieve doorontwikkeling van het gebied, met name van de landdelen. Er wordt ook gekeken of er andere functies mogelijk zijn in combinatie met recreatie, zoals duurzame energieopwekking. Als het plan wordt vastgesteld en er voldoende financiering is, zou er in 2022 gestart kunnen worden met realisatie.
Werkgebied Vinkeveense Plassen
Beleidsterrein De Basis op orde
Recreatieve ontwikkeling (van de zandeilanden)
Maatschappelijke verbreding
Doelstelling Vervangen beschoeiingen zandeilanden en legakkers Mits alle vergunningen en toestemmingen in 2021 worden verleend, vervangen we vanaf 2022 ruim 3.000 meter aan beschoeiingen van de zandeilanden en (groene) legakkers. Mogelijk wordt een deel uitgevoerd met een natuurvriendelijke oever. Entrees gebied In 2021 zijn we naar verwachting gestart met de verbetering van de entrees Winkelpolder en Eiland 4. In 2022 wordt het werk afgerond. Na vaststelling van het bestemmingsplan Plassengebied (gemeente De Ronde Venen) werven we ondernemer(s), we begeleiden de plannen/ontwerp en vergunningaanvraag, we stellen pachtcontract(en) op en eventueel passen we de verordening aan. Ook zetten we ons in voor een goede en zorgvuldige communicatie met omwonenden en stakeholders. Pilots verzonden (blauwe) legakkers In plaats van het afgraven van de verzonken (blauwe) legakkers (opdracht vanuit het programma) bekijken we mogelijkheden om deze zonder extra kosten te kunnen behouden. Duurzaamheid Bij de ontwikkeling van Winkelpolder en de zandeilanden stellen we eisen op het gebied van duurzaamheid en deze wegen mee in de beoordeling van de voorstellen.
10
2.4.2
Wat mag het kosten?
Programma 3 Lasten Baten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Begroting 2022 (bedragen in €) 24.400 19.700 4.700 4.700
2.4.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) hebben betrekking op afschrijvingslasten inzake projecten, voor zover deze niet worden gedekt door subsidies en/of de bestemmingsreserves. 2.4.2.2 Toelichting baten De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen.
11
2.5 Programma 4: Exploitatie 2.5.1
Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen?
De exploitatie van het recreatieschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huuren gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Daarnaast kan het schap leges heffen. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft voor het werkgebied Stichtse Groenlanden geen exploitatiebeleid of -doelstellingen geformuleerd. Het werkgebied Vinkeveense Plassen heeft wel een verdienopgave geformuleerd om de financiële gevolgen van het uittreden van Amsterdam ope vangen. Het programma Vinkeveense Plassen richt zich op het realiseren van deze verdienopgave. 2.5.1.1 Erfpachtovereenkomsten werkgebied Stichtse Groenlanden Het schap heeft erfpachtovereenkomsten met o.a. SpaSereen en InnStyle bij de Maarsseveense Plassen, Down Under bij Laagraven, Kameryck op Oortjespad, Skipiste Nieuwegein en de Wielercoöperatie bij de Nedereindse Plas en op Ruigenhoek hebben we de Forelvijver. Voor Ruigenhoek, Strijkviertel en Hampoort Heemstede Noord worden voorbereidingen getroffen om overeenkomsten te vestigen. Deze exploitanten dragen voor een belangrijk deel bij aan de recreatievoorzieningen en -mogelijkheden op een terrein en vormen een belangrijke bron van inkomsten.
2.5.1.2 Erfpachtovereenkomsten werkgebied Vinkeveense Plassen Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor de horeca op eiland 1 1 en de Watersportvereniging Vinkeveen-Abcoude op eiland 4. 2.5.1.3 Huur- en gebruiksovereenkomsten werkgebied Stichtse Groenlanden Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor verschillende activiteiten. Terreinen worden geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven of verhuurd voor het laten weiden van schapen en koeien, jacht- en visrecht, snackuitgifte, (sport)evenementen (zoals de Triatlon, een roeikamp en een volleybaltoernooi) en festivals (waaronder Ultrasonic, Soenda, Verknipt en Lief). Het gaat om zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. 2.5.1.4 Leges, huur- en gebruiksovereenkomsten werkgebied Vinkeveense Plassen Het schap ontvangt inkomsten (leges) uit de verkoop van waterskiontheffingen en duikpenningen voor het gebruik van de duikzone op eiland 4. Daarnaast worden huur- en gebruiksovereenkomsten aangegaan voor het gebruik van de eilanden jacht- en visrecht, snackuitgifte en het gebruik van (een deel van) het eiland voor een activiteit zoals groepskamperen (eiland 9) en evenementen zoals de rommelmarkt, eilandgolf en Rap en Ruig.
1 Op dit moment is dit nog een huurovereenkomst, maar er wordt onderhandeld om deze om te zetten in een
erfpachtovereenkomst.
12
2.5.2
Wat mag het kosten?
Programma 4
Begroting 2022 (bedragen in €) 2.034.700 2.975.500 -940.800 83.700
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
-1.024.500
2.5.2.1 Toelichting lasten De lasten (inclusief mutatie reserves) zijn volgt opgebouwd: -
Doorbelaste personele lasten: Doorbelaste apparaatskosten: Inhuur personeel: Afschrijvingen vaste activa: Communicatie en marketingEnergie en water: Overige lasten:
938.200 42.700 125.400 661.900 119.500 47.300 16.000
2.5.2.2 Toelichting baten De baten die gemoeid zijn met programma 4 exploitatie zijn als volgt opgebouwd: -
Toegerekende dekkingsmiddelen: Opbrengst eigendommen (huur, pacht, entreegelden): Rechten (duikontheffingen en waterskiën): Overige baten
1.646.100 960.700 98.900 269.800
13
2.6 Programma 5: Algemeen (incl. overhead) 2.6.1
Wat willen we bereiken?
Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead opgenomen.
2.6.2
Wat gaan we daarvoor doen?
Programma 5 is een beleidsarm programma.
2.6.3
Wat mag het kosten?
Programma 5
Begroting 2022 (bedragen in €) 2.347.800 1.894.700 452.300 453.100
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
2.6.3.1 Toelichting baten De lasten (inclusief mutatie reserves) zijn als volgt opgebouwd: -
Doorbelaste personele lasten: Doorbelaste apparaatskosten: Bestuur en apparaatskosten: Belastingen en verzekeringen: Overige lasten:
1.161.200 1.084.900 60.600 35.600 5.500
2.6.3.2 Toelichting lasten De baten bestaan uit toegerekende dekkingsmiddelen. 2.6.3.3 Overzicht algemene dekkingsmiddelen De algemene dekkingsmiddelen zijn die inkomsten die geen specifiek bestedingsdoel kennen. Het BBV schrijft voor een overzicht algemene dekkingsmiddelen op te nemen. In onderstaand overzicht worden de bedragen voor de begroting van 2020 t/m 2024 weergegeven evenals realisatiecijfers van 2019. Omdat conform de regeling taakvelden de deelnemersbijdrage toegerekend dient te worden aan de taakvelden waaraan zij besteed wordt, is bij het recreatieschap geen sprake van algemene dekkingsmiddelen.
Lokale heffingen waarvan de besteding niet gebonden is Algemene uitkeringen Dividend Saldo financieringsfunctie Overige algemene dekkingsmiddelen Totaal algemene dekkingsmiddelen
2019 realisatie 0
2021 0
2022 begroting 0
2023 begroting 0
2024 begroting 0
2025 begroting 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
0
14
2.6.3.4 Bedrag onvoorzien Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording is het verplicht het jaarlijks opgenomen bedrag voor onvoorziene lasten in de begroting afzonderlijk te presenteren. De omvang van de post onvoorzien is gebaseerd op 0,1% van de totale lasten en bedraagt €7.000
Post onvoorzien In % totale lasten
2019 realisatie n.v.t. n.v.t.
2021 6.700 0,1%
2022 begroting 7.000 0,1%
2023 begroting 7.000 0,1%
2024 begroting 7.100 0,1%
2025 begroting 6.600 0,1%
2.6.3.5 Overzicht overhead Met ingang van de begroting 2018 moeten gemeenschappelijke regelingen overhead centraal begroten en verantwoorden in de begroting en jaarstukken. Onder overhead wordt verstaan het geheel van functies gericht op sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Enkele voorbeelden van overhead zijn: leidinggevende primair proces, juridische zaken, facilitaire zaken, ICT, huisvesting en financiën, toezicht en controle op de eigen organisatie. Deze werkzaamheden worden voor het Recreatieschap uitgevoerd door Recreatie Midden-Nederland. Het is verplicht een overzicht van kosten van overhead op te nemen. In onderstaand overzicht is aangegeven hoeveel de overhead bedraagt: Overzicht overhead Lasten
Begroting 2022 (bedragen in €) 2.347.800
Baten Saldo van baten en lasten
2.347.800
Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
2.347.800
15
3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor SGL geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van SGL, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Wel/niet opgenomen Niet Wel
Toelichting
Wel Wel Wel Wel Niet
Zie §3.2 Zie §3.3 Zie §3.4 Zie §3.5 SGL voert geen actief of passief grondbeleid.
SGL heft geen lokale gemeentelijke belastingen Zie §3.1
3.1 Paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing 3.1.1
Generieke risico’s
De risico’s van het recreatieschap hebben zowel betrekking op de te realiseren exploitatieopbrengsten, als op de kosten voor beheer & onderhoud vanwege achterstallig onderhoud, klimaatveranderingen en kostenstijging als gevolg van de aantrekkende economie. Binnen recreatieschap Stichtse Groenlanden zijn de risico’s per programma waar nodig beschreven. De generieke risico’s voor geheel het schap worden hieronder als eerste weergegeven. Omschrijving risico Rente Klimaatverandering Uitkomsten inspecties MJOP SGL/RMN in transitie Totaal
1 2 3 4
Bedrag 62.000 85.000 PM PM 147.000
Wanneer 2022 e.v. 2022 e.v. 2022 e.v. 2022 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
1. Rente Het rentepercentage voor het aangaan van vaste geldleningen is voor 2022 geraamd op 2,5%. Op basis van de thans geldende rente voor langlopende leningen moet dat ruim voldoende zijn, maar de markt kan zich altijd anders ontwikkelen. Een rentepercentage van 1,0% hoger bij de huidige leningenportefeuille betekent extra lasten van € 62.000 per jaar. Dit risico is ingeschat op €62.000 2. Klimaatverandering Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen en de noodzaak van piekopvang daarbinnen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten die extra kosten met zich meebrengen: • • •
Langer en veranderd seizoen (meer (zwerf) afval, extra maaibeurten, bewateren, stormschade); wateroverlast (zoals ondergelopen parkeerterreinen en beschadiging van beplanting); ontwikkeling van ziektes en exoten (de bestrijding van essentaksterfte -kap + herplant - en de steeds eerdere ontwikkeling van blauwalg).
16
Dit soort situaties zijn in het verleden voorgevallen en daarmee een realistisch gegeven voor de komende jaren. Het risico is geraamd op € 85.000. 3. Uitkomsten inspecties MJOP In de jaarrekening 2019 is de voorziening groot onderhoud vrijgevallen omdat onvoldoende aansluiting bestond tussen de administratieve en de technische staat van het onderhoud. In 2020 en 2021 worden inspecties uitgevoerd naar de technische staat van het onderhoud. De uitkomsten van deze inspecties geven inzicht in het benodigde onderhoud. Het risico bestaat dat uit de inspecties blijkt dat de kosten voor onderhoud hoger zullen zijn dan nu in de begroting opgenomen. Omdat via de inspecties dit inzicht verkregen wordt is het op dit moment niet mogelijk het risico te kwantificeren. 4. SGL/RMN in transitie Het recreatieschap oriënteert zich op een wijziging van de wijze waarop de samenwerking is vormgegeven en de bedrijfsvoeringsorganisatie RMN wordt vermoedelijk geliquideerd. Het toekomstperspectief is nog onvoldoende helder om uit te kunnen in cijfers. De juridische-, personeleen financiële consequenties zijn op het moment van de totstandkoming van deze begroting nog niet bekend, daarom is een PM-post Transitiekosten SGL/RMN als risico opgenomen.
3.1.2
Risico’s werkgebied Stichtse Groenlanden
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s van programma A opgenomen.
5 6
Omschrijving risico Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen) Vertraging overdracht beheer Oortjespad Totaal
Bedrag 125.000
Wanneer 2022 e.v.
Frequentie Jaarlijks
90.000
2022.e.v.
Jaarlijks
215.000
5. Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen) De geraamde omzet uit erfpacht, verhuur en evenementen bedraagt ongeveer € 500.000. Het risico dat de exploitanten niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen i.v.m. de gevolgen van Coronamaatregelen, is aanwezig. Het risico wordt geschat op 25% van de omzet, zijnde € 125.000. 6. Vertraging overdracht Oortjespad Voor Oortjespad is een overeenkomst gesloten met de ondernemer van Kameryck. Het beheer en onderhoud van het gehele terrein is per 2020 overgedragen aan de ondernemer, maar de opstallen nog niet. De coronacrisis leidt tot een risico voor de ondernemer van Kameryck en daarmee ook voor SGL.
3.1.3
Risico’s werkgebied Vinkeveense Plassen
In onderstaande tabel zijn de belangrijkste risico’s van programma B opgenomen.
7 8
Omschrijving risico Exploitatie zandeilanden VVP Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP Totaal
Bedrag 78.000
Wanneer 2023 e.v.
Frequentie Jaarlijks
PM
2019 e.v.
Tot afronding beschoeiingsproject
78.000
17
7. Exploitatie zandeilanden In het Toekomstplan VVP is rekening gehouden met een netto opbrengst van de exploitatie van de zandeilanden van minimaal € 78.000 per jaar in 2023/2024 (Toekomstplan, H7). Er is een groot risico dat de opbrengsten niet haalbaar blijken, ook omdat het dagelijks bestuur heeft besloten om de beleidsmaatregel ‘invoeren snelvaren’ te stoppen door ontbreken van draagvlak binnen de gemeente. Ontwikkeling van de zandeilanden is mede afhankelijk van het nog vast te stellen herziene bestemmingsplan door gemeente De Ronde Venen. De planning hiervan is vertraagd. Vaststelling door de raad valt niet te verwachten eerder dan 2022. Dit geeft een onzeker toekomstbeeld, omdat de jaren gaan dringen. Het schap levert door het aanstellen van een programmamanager en een projectleider zoveel mogelijk inspanning dat vanaf 2023 (moment van wegvallen bijdrage Amsterdam) sprake is van een gezonde exploitatie van het voormalig recreatieschap Vinkeveense Plassen. 8. Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP De aanbesteding van de 1e tranche is geweest. Het bedrag per meter is hoger uitgevallen dan in het Toekomstplan was berekend. Daar tegenover staat dat we door de verkoop van legakkers minder meters hoeven te beschoeien. De verwachting is dat de aanbesteding voor de 2e tranche aanzienlijk hoger zal uitvallen als de 1e tranche.
Dit heeft onder andere met de aantrekkende markt en kostenstijging van materiaal e.d.. Mogelijk compenseert de minder kosten van de aanleg van het gedeelte Natuurvriendelijke Oever de te verwachten hogere kosten van de harde beschoeiingen. Tranche 2 en 3 zullen Europees worden aanbesteed als de omgevingsvergunning is verleend. Omdat sprake is van een risico ten aanzien van de aanbesteding is het niet mogelijk hiervoor een concreet bedrag te benoemen.
3.1.4
Conclusie risico’s recreatieschap
In de onderstaande tabel is een totaaloverzicht weergegeven van de risico’s voor recreatieschap Stichtse Groenlanden en de financiële inschatting van deze risico’s. Het totaalbedrag komt uit op € 458.000.
1 2 3 4 5 6 7 8 9
3.1.5
Omschrijving risico Rente Klimaatverandering Uitkomsten inspecties MJOP SGL/RMN in transitie Erfpacht & huur (niet nagekomen verplichtingen) Vertraging overdracht Oortjespad Tegenvallende opbrengsten strandbad Maarsseveense Plassen Exploitatie zandeilanden VVP Aanbesteding vervangen beschoeiingen VVP Totaal
Bedrag 62.000 85.000 PM PM 125.000
Wanneer 2022 e.v. 2022 e.v. 2022 e.v. 2022 e.v. 2022 e.v.
90.000 60.000
2022.e.v. 2022e.v.
78.000 PM
2023 e.v. 2022 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Tot definitieve tekening Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Tot afronding beschoeiingsproject
500.000
Inventarisatie en toelichting beschikbare weerstandscapaciteit
De weerstandscapaciteit is het totaal aan middelen waarover het recreatieschap beschikt om niet begrote financiële tegenvallers op te vangen. Net als tegenvallers kan ook de weerstandscapaciteit worden onderverdeeld in incidenteel en structureel. Incidentele weerstandscapaciteit is aanwezig in de vorm van begrotingsposten voor onvoorzien en aanwezige reserves met een weerstandsfunctie. Structurele weerstandscapaciteit betreft de middelen die permanent ingezet kunnen worden om tegenvallers in de exploitatie op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. Het gaat dan - naast de mogelijkheid van herschikking binnen bestaande budgetten - om de heffingscapaciteit van het recreatieschap. 18
De omvang van de incidentele en de structurele weerstandscapaciteit worden hieronder gepresenteerd. 3.1.5.1
Incidentele weerstandscapaciteit Beschikbaar per 31-12-2019 Algemene reserve 1.106.600 Stille reserves materiële vaste P.M. activa2 Post onvoorzien in de begroting n.v.t. Totaal incidentele 1.106.600 weerstandscapaciteit
Structurele weerstandscapaciteit Beschikbaar per 31-12-2019 Onbenutte ruimte heffingen 0 Heroverweging bestaand beleid P.M. Totaal structurele 0 weerstandscapaciteit
Begroot 2022 784.400 P.M. 7.000 791.400
3.1.5.2
Begroot 2022 0 P.M. 0
Onbenutte ruimte leges en heffingen Voor zover de hoogte van leges en andere heffingen niet gebonden is aan landelijk vastgestelde tarieven, is het beleid zoveel mogelijk gericht op 100% kostendekking. Zowel bedrijfseconomische factoren (vraaguitval), draagvlak (relatieve hoogte tarieven in vergelijking tot andere recreatieschappen) en beleidsinhoudelijke argumenten geven in de praktijk een begrenzing aan het volledig benutten van de aanwezige onbenutte capaciteit. Heroverweging bestaand beleid Door bestaand beleid te heroverwegen zijn er mogelijkheden om de structurele nadelen in de begroting op te vangen. 3.1.5.3 Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen geeft de relatie weer tussen de risico’s en de beschikbare weerstandscapaciteit.
Weerstandscapaciteit
Risico's
Weerstandsvermogen
De beschikbare weerstandscapaciteit bedraagt voor 2022 € 791.400.
2 De materiele vaste activa zijn conform het BBV gewaardeerd op verkrijgings- of vervaardigingprijs dan wel
lagere marktwaarde. Indien de marktwaarde echter boven de verkrijgings- of vervaardigingsprijs ligt dan is sprake van een stille reserve. Deze wordt gekapitaliseerd bij verkoop van het betreffende actief.
19
Het weerstandsvermogen wordt berekend door de risico’s te delen door de beschikbare weerstandscapaciteit. Op basis van de beschikbare weerstandscapaciteit van € 791.400 en € 500.000 aan risico’s komt het weerstandsvermogen in de begroting 2022 uit op 1,6. Relatie weerstandsvermogen en financiële kengetallen Gemeenschappelijke regelingen zijn verplicht in de paragraaf weerstandsvermogen een zestal financiële kengetallen op te nemen voor het laatste rekeningjaar, het lopende begrotingsjaar en het nieuwe begrotingsjaar. In onderstaande tabel zijn de betreffende kengetallen opgenomen en vervolgens voorzien van een beoordeling. De kengetallen grondexploitaties en onbenutte belastingcapaciteit zijn als niet van toepassing opgenomen omdat SGL geen grondexploitaties heeft en geen gemeentelijke belastingen oplegt.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteit Kengetal grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Onbenutte belastingcapaciteit
2019
2021
2022
2023
2024
2025
43% 43% 43% nvt -8% nvt
89% 89% 33% nvt 4% nvt
110% 110% 30% nvt 4% nvt
101% 101% 31% nvt 4% nvt
93% 93% 31% nvt 3% nvt
84% 84% 31% nvt 3% nvt
Omdat de kengetallen in de eerste plaats bedoeld zijn om inzicht te geven in de financiële positie ten behoeve van de horizontale verantwoording, is een externe normering niet aan de orde. Het is de rol van het dagelijks bestuur om aan de hand van de kengetallen de financiële positie toe te lichten en de rol van het algemeen bestuur om eventueel bijstellingen te verlangen. Wel heeft de VNG voor gemeenten enkele streefwaarden benoemd. Alhoewel deze niet specifiek van toepassing zijn op gemeenschappelijke regelingen geven we ze wel een duiding van de financiële positie. Op basis van deze streefwaarden is op alle van toepassing zijnde kengetallen de financiële positie van het recreatieschap goed te noemen.
3.2 Paragraaf onderhoud kapitaalgoederen In 2020 is gestart met inspecties om op basis daarvan een nieuw onderhoudsplan op te stellen. Voor een uitgebreide beschrijving van de beleidsvoornemens ten aanzien van het onderhoud van de verschillende kapitaalgoederen verwijzen wij u naar de toelichting bij programma 1 Beheer en onderhoud.
3.3 Paragraaf financiering 3.3.1
Beleidsuitgangspunten
Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
3.3.2
Risicobeheer
De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
3.3.3
Kasgeldlimiet
In de Uitvoeringsregeling Financiering Decentrale Overheden (UFDO) geeft het ministerie aan tot welk bedrag gemeenschappelijke regelingen mogen financieren met kortlopende geldleningen: de 20
kasgeldlimiet. Het betreft een percentage van het totaal van de begroting, zijnde momenteel 8,2 %. Als de gemeenschappelijke regeling deze kasgeldlimiet structureel overschrijdt, dient ze de kortlopende schuld om te zetten in een langlopende schuld. Met name bij korte financiering is er sprake van een renterisico. Van de ene kant voorkomt de GR grote fluctuaties in de rentelasten door deze financieringsvorm in te kaderen. Van de andere kant is het schap sinds de invoering van de Wet FIDO flexibeler en krijgt ze grotere vrijheid om het cashmanagement vorm te geven. De verwachte kasgeldlimiet voor 2022 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten begroting 2022 € 6.709.900. De verwachte limiet is 8,2% zijnde € 550.200.
3.3.4
Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal, met als doel het beperken van de gevolgen van een stijgende rente op de rentelasten van het schap. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De verwachte renterisiconorm voor 2022 kan als volgt worden weergegeven: Totaal van de lasten begroting 2022 € 6.709.900. De verwachte limiet is 20% zijnde € 1.342.000. De begrote aflossingen voor 2022 zijn € 353.000 zodat deze ruim binnen deze limiet passen.
3.3.5
Mutaties in de leningenportefeuille
Omschrijving 2022 2023 2024 2025 Stand per 1 januari 5.849.000 6.546.000 6.187.000 5.878.000 Nieuwe leningen 1.050.000 0 0 0 Reguliere aflossing 353.000 359.000 309.000 309.000 Stand per 31 6.546.000 6.187.000 5.878.000 5.567.000 december Het uitgangspunt is dat in deze begrotingsperiode in totaal € 1.1 mln. aan nieuwe leningen wordt opgenomen. Dit is met name ter afdekking van de investeringen in de begroting en om te waarborgen dat vaste activa met vaste geldmiddelen gefinancierd zijn.
3.3.6
BBV en rentetoerekening
Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het schap heeft geen grondexploitaties zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 treasury. Conform historie wordt er geen renteresultaat begroot en worden de netto rentelasten 100% doorverdeeld naar de activa. Over reserves, voorzieningen en eigen vermogen wordt geen rente toegerekend. De omslagrente komt uit op 3,0%.
3.4 Paragraaf bedrijfsvoering 3.4.1
Bedrijfsvoering
In de begroting van het schap is geen apart programma bedrijfsvoering opgenomen. Dit komt omdat de bedrijfsvoering inclusief al het personeel is ondergebracht binnen de gemeenschappelijke regeling Recreatie Midden-Nederland (RMN). Hiertoe worden de personeels- en apparaatskosten binnen de begroting van RMN opgesteld en via vaste percentages doorbelast naar de schappen waar RMN werkzaamheden voor verricht. Voor het recreatieschap Stichtse Groenlanden is dit percentage 45,5% voor het werkgebied Stichtse Groenlanden en 23,5% voor het werkgebied Vinkeveense Plassen.
21
3.4.2
Overhead en toerekening personeelskosten
Overeenkomstig het BBV dienen de kosten van overhead verantwoord te worden op een afzonderlijk daarvoor aangewezen taakveld. Dit betreft enerzijds (een percentage van) de personele kosten zoals directeur, afdelingshoofden en medewerkers van ondersteunende afdelingen. Anderzijds betreft het apparaatskosten zoals ICT en huisvesting. Direct toewijsbare personeel- en apparaatskosten dienen op het taakveld verantwoord te worden waar deze betrekking op hebben. De verdeling op taakveldniveau is in bijlage 4 van deze begroting opgenomen. De doorbelaste kosten vanuit RMN (grotendeels overhead) voor de begroting 2022 is bepaald op € 3.598.800 waarvan € 2.471.200 personeelslasten. De overige kosten van overhead bestaan uit de doorbelaste apparaatslasten vanuit RMN.
3.5 Paragraaf verbonden partijen Het recreatieschap is deelnemer aan de bedrijfsvoeringsorganisatie RMN, de uitvoeringsorganisatie voor twee recreatieschappen. Recreatie Midden Nederland (RMN) Vestigingsplaats
Utrecht
Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling – bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO)
Doelstelling/Publiek belang
Het bieden van een op de behoefte van de recreatieschappen afgestemd uitvoeringsapparaat en het vervullen van de daarmee samenhangende rol van werkgever, alsmede het bevorderen van de onderlinge afstemming tussen de recreatieschappen van de uit te voeren werkzaamheden
Zeggenschap / bestuurlijk belang
Het bestuur van RMN bestaat uit 3 leden en een secretaris. Namens SGL heeft dhr. V.J.H. Molkenboer zitting in het bestuur van RMN.
Samenwerkingspartners
RMN kent drie deelnemers: recreatieschap Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht e.o. en provincie Utrecht.
Financieel belang
Deelnemers financieren via een deelnemersbijdrage de kosten van RMN en zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten.
Risico's / weerstandsvermogen
Er zijn geen materiële risico’s die effect hebben op de begroting van SGL. Alle kosten van RMN worden doorbelast aan de deelnemende schappen.
Kerncijfers
Bedragen in €
31-12-2018
31-12-2019
217.998
0
Vreemd Vermogen
1.777.429
2.582.294
Resultaat
0
0
Eigen vermogen
Overige informatie / website
https://www.recreatiemiddennederland.nl
22
FINANCIËLE BEGROTING
4 Overzicht baten en lasten per programma en toelichting Programma
Lasten Programma 1 Beheer en onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemeen (incl. overhead) • Waarvan Overhead • Waarvan bedrag onvoorzien • Transitie RMN Totaal lasten Baten Programma 1 Beheer en onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemeen (incl. overhead) • Waarvan Overhead • Waarvan bedrag onvoorzien Totaal baten Saldo van baten en lasten Mutaties reserves Onttrekkingen aan reserves Toevoegingen aan reserves Totaal mutaties reserves Geraamd resultaat (negatief bedrag = tekort)
Begroting 20213
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
1.531.800
1.740.900
1.692.000
1.699.400
1.721.200
562.000 24.400 2.034.700
595.900 61.800 2.001.000
610.400 61.800 2.036.300
625.300 61.800 2.067.900
2.361.000 6.700 PM 6.656.600
2.347.800 2.340.800 7.000 PM 6.709.800
2.408.500 2.401.300 7.000 PM 6.759.600
2.470.200 2.463.100 7.100 PM 6.878.500
2.533.600 2.526.000 6.600 PM 7.009.500
1.230.700
1.408.300
1.385.700
1.335.800
1.365.800
438.300
454.700
488.000
479.800
496.200
15.500 3.003.600
19.000 2.975.500
49.000 2.979.800
47.200 3.180.400
47.400 3.226.900
1.977.400
1.894.700
1.972.800
1.942.100
2.010.900
6.665.500 8.900
0 0 6.752.200 42.400
0 0 6.877.000 117.400
0 0 6.986.600 108.100
0 0 7.148.600 139.100
428.000 352.400 75.600
554.300 352.400 201.900
587.200 477.400 109.800
586.400 477.400 109.000
586.400 477.400 109.000
84.500
244.300
227.200
217.100
248.100
545.500 19.300 2.098.800 2.461.200
Begroting 2025
De baten, lasten en mutaties in reserves zijn gebaseerd op de beleidsinhoudelijke doelstellingen zoals per programma opgenomen in het programmaplan. Voor een nadere toelichting verwijzen wij daarom naar de individuele programma’s in het programmaplan.
3 De vergelijkende cijfers over 2019 zijn opgenomen in de bijlage ‘begroting oude stijl’ per werkgebied.
23
5 Overzicht incidentele baten en lasten 5.1 Overzicht incidentele baten en lasten en toelichting Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) en de notitie Incidentele baten en lasten van de Commissie BBV is het verplicht een overzicht op te nemen van de incidentele baten en lasten in de begroting inclusief een toelichting op de belangrijkste posten hieruit.
Totaal lasten exclusief mutaties reserves Totaal incidentele lasten exclusief mutaties reserves Totaal structurele lasten exclusief mutaties reserves Totaal baten exclusief mutaties reserves Totaal incidentele baten exclusief mutaties reserves Totaal structurele baten exclusief mutaties reserves Totaal stortingen in reserves Totaal incidentele stortingen in reserves Totaal structurele stortingen in reserves Totaal onttrekkingen uit reserves Totaal incidentele onttrekkingen uit reserves Totaal structurele onttrekkingen uit reserves
2022
2023
2024
2025
6.709.800 -
6.759.600 -
6.878.500 -
7.009.500 -
6.709.800
6.759.600
6.878.500
7.009.500
6.709.800 -
6.759.600 -
6.878.500 -
7.009.500 -
6.709.800
6.759.600
6.878.500
7.009.500
352.400 352.400 554.300 554.300
477.400 125.000 352.400 587.200 587.200
477.400 125.000 352.400 586.400 586.400
477.400 125.000 352.400 586.400 586.400
Onderstaand zijn de belangrijkste incidentele baten, lasten en reservemutaties (groter dan € 10.000) toegelicht: •
Storting ontwikkelreserve 2023 t/m 2025: €125.000
5.2 Presentatie van het structureel begrotingssaldo Om inzicht te bieden in het structureel begrotingssaldo is onderstaand opgenomen wat het effect is van de incidentele baten en lasten op de begroting 2022-2025. Dit overzicht is gebaseerd op het modeloverzicht zoals geadviseerd door de Commissie BBV in de notitie Incidentele baten en lasten.
Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves Begrotingssaldo na bestemming Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo
2022 48.000
2023 117.400
2024 108.100
2025 139.100
201.900
109.800
109.000
109.000
249.900 0
227.200 -125.000 352.200
217.100 -125.000 342.100
248.100 -125.000 373.100
24
6 Uiteenzetting van de financiële positie 6.1 Financiële gevolgen bestaand en nieuw beleid De begroting 2022 is een beleidsarme begroting, derhalve is er voor gekozen geen nieuw beleid in de begroting 2022 te verwerken. De begroting 2022 is daarmee volledig gebaseerd op bestaand beleid.
6.2 Geprognosticeerde begin- en eindbalans van het begrotingsjaar (Bedragen in €) Activa Immateriële vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa Totaal vaste activa Uitzettingen Liquide middelen Overlopende activa Totaal vlottende activa
Realisatie 2019 269.400 7.131.600 149.800 7.550.800 2.744.700 448.400 397.000 3.590.100 1.140.900
Totaal generaal activa
2021
2022
2023
2024
2025
150.500 9.245.900 47.800 9.444.200 1.217.200 385.500 94.800 1.697.500 11.141.70 0
92.000 9.825.200 47.800 9.965.000 1.245.000 358.400 94.800 1.698.200 11.663.20 0
42.800 9.340.400 47.800 9.431.000 1.239.600 607.900 94.800 1.942.300 11.373.30 0
8.760.900 47.800 8.808.700 1.277.700 835.400 94.800 2.207.900 11.016.60 0
8.181.400 47.800 8.229.200 1.381.700 1.004.800 94.800 2.481.300
4.595.200 5.849.000 10.444.20 0 471.100 226.400
4.448.900 6.546.000 10.994.90 0 441.800 226.400
4.588.700 6.187.000 10.775.70 0 371.200 226.400
4.638.000 5.878.000 10.516.00 0 274.200 226.400
697.500 11.141.70 0
668.200 11.663.10 0
597.600 11.373.30 0
500.600 11.016.60 0
10.710.500
Passiva
Eigen vermogen Vaste schulden Totaal vaste passiva Vlottende schulden Overlopende passiva Totaal vlottende passiva
4.744.200 3.562.600 8.306.800 1.478.300 1.355.800 2.834.100 1.140.900
Totaal generaal passiva
4.640.900 5.569.000 10.209.900 274.200 226.400 500.600 10.710.500
6.3 EMU-saldo Het (EMU-saldo) is het saldo van de inkomsten en uitgaven van de overheid. Decentrale overheden moeten inzicht geven in de berekening van hun aandeel in dit EMU-saldo. Deze informatie wordt middels enquêtes aangeleverd bij het CBS. Voor de EMU-enquête worden de gemeenten, de provincies en de waterschappen integraal waargenomen. Bij de gemeenschappelijke regelingen wordt een deelwaarneming gedaan. Een gemeenschappelijke regeling valt binnen de deelwaarneming indien het totaal aan baten of lasten op de exploitatierekening groter is dan 20 miljoen euro. Omdat het begrotingstotaal van het Recreatieschap onder deze grens van €20 miljoen ligt is toelichting van het EMU saldo niet verplicht en derhalve niet opgenomen.
25
6.4 Meerjaren investeringsbegroting In de begroting is tevens een meerjaren investeringsbegroting opgenomen. Deze begroting is gebaseerd op de netto investering (investering -/- eventueel van derden ontvangen specifieke bijdrage/subsidie). Op investeringen wordt afgeschreven vanaf het jaar volgend op het jaar van ingebruikname van het activum. Omschrijving Investeringsprogramma SGL Investeringsprogramma SGL 2022 Speeltoestel basketkort/balspel
2022 250.000 500.000 4.500
2023
2024
2025
Speeltoestel klimtoestel Speeltoestel combinatietoestel Speeltoestel waterspeelstoestel Speeltoestel waterspeelstoestel Bruggen buitengebied Pompinstallatie speeleiland Subtotaal werkgebied Stichtse Groenlanden Toiletgebouw eiland 7+8+9 Vervangen regiokantoor Vinkeveen Beschoeiingen investering Beschoeiingen kapitaaloverdracht Subtotaal werkgebied Vinkeveense Plassen Totaal per jaarschijf
12.000 23.000 12.500 11.000 60.000 45.000 45.000
0
0
470.000
3.048.455 -3.048.455 0
0
0
1.343.000
45.000
0
0
873.000 120.000 350.000
6.5 Stand en verloop van de reserves Reserves zijn middelen die onder het eigen vermogen vallen en waarvan het Algemeen Bestuur over de inzet kan besluiten. Onderstaand is per reserve het verloop gedurende de begrotingsperiode weergegeven. Als uitgangspunt is gehanteerd het saldo van de reserves conform de begroting 2020, rekening houdend met de voorgenomen omzetting van de voorziening groot onderhoud naar een bestemmingsreserve.
26
6.5.1
Werkgebied Stichtse Groenlanden
Naam reserve en voorziening Algemene reserve Subtotaal algemene reserve Reserve ontwikkeling komende jaren Bestem. reserve calamiteiten Bestem. reserve natuurontwikkeling fietspaden Bestem. reserve herplant Nedereindse Plas Bestem. Res. inr. Honswijkerplas (v/h 't Waal) Fietspad Nieuw Wulven Pomp Maarsseveense Plassen Speeleiland Maarsseveense Plassen Reserve ontwikkelplan MVP Reserve boomveiligheid Strategische keuze reserve Bestemmingsreserve onderhoud Subtotaal bestemmingsreserves Totaal eigen vermogen
6.5.2
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo eind 2021 Bij 2022 Af 2022 eind 2022 Bij 2023 Af 2023 eind 2023 Bij 2024 Af 2024 eind 2024 Bij 2025 Af 2025 eind 2025 391.759 27.273 364.486 152.155 516.641 141.862 658.502 169.379 827.881 391.759 27.273 364.486 152.155 516.641 141.862 658.502 169.379 827.881 209.356 48.900
-
-
209.356 48.900
125.000 -
-
334.356 48.900
125.000
459.356 48.900
125.000
584.356 48.900
45.378
-
-
45.378
-
-
45.378
45.378
45.378
14.386
-
-
14.386
-
-
14.386
14.386
14.386
901.918 40.739 1.755
-
50.000 5.800 900
851.918 34.939 855
-
50.000 5.800 825
801.918 29.139 30
50.000 5.800 -
751.918 23.339 30
50.000 5.800 -
701.918 17.539 30
5.979 544.689 16.000 7.600 1.118.337
277.400
5.958 21.000 1.400 367.400
21 523.689 16.000 6.200 1.028.337
277.400
21.000 367.200
21 502.689 16.000 6.200 938.537
21.000
21.000
277.400
367.200
21 481.689 16.000 6.200 848.737
277.400
367.200
21 460.689 16.000 6.200 758.937
2.955.037 3.346.796
277.400 277.400
452.458 479.731
2.779.979 3.144.465
402.400 554.555
444.825 444.825
2.737.554 3.254.195
402.400 544.262
444.000 444.000
2.695.954 3.354.456
402.400 571.779
444.000 444.000
2.654.354 3.482.235
Werkgebied Vinkeveense Plassen
Naam reserve en voorziening Algemene reserve Subtotaal algemene reserve Reseve entrees gebied project Winkelpolder Reserve Duiken Reserve herstel legakkers beschoeiing reserve verkoop legakkers Reserve uitvoering Programma VVP Bestemmings reserve onderhoud Subtotaal bestemmingsreserves Totaal eigen vermogen
Saldo Saldo Saldo Saldo Saldo eind 2021 Bij 2022 Af 2022 eind 2022 Bij 2023 Af 2023 eind 2023 Bij 2024 Af 2024 eind 2024 Bij 2025 Af 2025 eind 2025 308.176 84.487 392.663 97.484 490.147 85.572 575.719 575.719 308.176 3 392.663 97.484 490.147 85.572 575.719 575.719 149.810 36.542
-
20.300 12.500
129.510 24.042
-
20.300 12.500
109.210 11.542
20.300 11.491
88.910 51
20.300 -
68.610 51
93.103 37.500
-
10.400 -
82.703 37.500
-
10.400 -
72.303 37.500
10.400 -
61.903 37.500
10.400 -
51.503 37.500
49.385 573.838
75.000
5.000 55.200
44.385 593.638
75.000
5.000 94.200
39.385 574.438
156 94.200
39.229 480.238
94.200
39.229 386.038
940.178 1.248.354
75.000 75.003
103.400 103.400
911.778 1.304.441