Raadsvoorstel 10, bijlage 2 toelichting VFL
Tekst van het document
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 141 sub b Wetboek van Strafvordering.
2.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn eveneens belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. Deze aanwijzing kan (tevens) krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn.
In artikel 9.2 zijn de bestaande bepalingen over toezichthouders bij elkaar gebracht. De bestaande bepalingen zijn: 23
-
Artikel 6.2 APV,
-
Artikel 26 Erfgoedverordening,
-
Artikel 21 Afvalstoffenverordening.
De bepalingen zijn geïntegreerd in artikel 9.2 VFL. Hierbij is de regeling gelijk in de breedte over de hele Verordening Fysieke Leefomgeving getrokken. Dit biedt eventueel benodigde / gewenste flexibiliteit en eenvoud. Benoeming door de burgemeester is niet uit de APV gekopieerd, omdat de Verordening Fysieke Leefomgeving geen burgemeestersbevoegdheden bevat.
Artikel 9.3 Intrekking oude verordeningen Artikel 9.3 Intrekking oude verordeningen 1.
2.
Ingetrokken worden a.
De Erfgoedverordening De Ronde Venen 2017
b.
De Afvalstoffenverordening
c.
De Verordening Inzameling oud papier
d.
De Bouwverordening
Betreffende verordeningen verliezen hun rechtskracht per hetzelfde moment dat de voorliggende Verordening Fysieke Leefomgeving van kracht wordt.
Artikel 9.4 Overgangsbepalingen Artikel 9.4 Overgangsbepalingen 1.
Besluiten inzake onderwerpen of bepalingen waarin de voorliggende Verordening Fysieke Leefomgeving DRV 2021 voorziet, genomen krachtens a.
De ingetrokken delen van de Algemene Plaatselijke Verordening DRV 2020
b.
de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2017
c.
De Afvalstoffenverordening
d.
De Verordening Inzameling oud papier
e.
De Bouwverordening
of voorgangers van deze verordeningen, welke besluiten gelden op het moment van de inwerkingtreding van de voorliggende Verordening Fysieke Leefomgeving, en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2.
Aanvragen en meldingen ingediend voordat de voorliggende verordening van kracht is geworden, worden afgehandeld volgens het oude recht. Als het gaat om een procedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, geldt het oude recht als de eerste dag van de ter inzage legging van het ontwerp voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening is.
3.
Voor ambtshalve besluiten (niet op aanvraag) geldt de dag van besluiten (primair of op bezwaar). Als het gaat om een ambtshalve besluit dat wordt voorbereid met de procedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, geldt het oude recht als de eerste dag van de ter inzage legging van het ontwerp voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening is.
Voor een goede overgang van oud naar nieuw recht is overgangsrecht nodig. Als er geen uitdrukkelijk (geschreven) overgangsrecht wordt bepaald, gelden de algemene ongeschreven 24
regels van het overgangsrecht. Dit leidt vaak tot onzekerheid en soms ongewenste effecten. Het kan onrechtvaardig overkomen als iemand onder het oude recht een aanvraag doet, waarna de regels wijzigen en daaraan wordt getoetst. Dat voelt dan als “tijdens het spel de spelregels veranderen”. Om deze situaties te voorkomen en de overgang van het oude naar het nieuwe recht in goede banen te leiden, wordt overgangsrecht gemaakt. In het geval van de Verordening Fysieke Leefomgeving zal het meevallen met ongewenste effecten van de nieuwe regeling. Het uitgangspunt is immers beleidsneutrale overgang; aan de regels wordt in principe niets inhoudelijks veranderd. Toch lijkt het verstandig om voor alle duidelijkheid enkele basisregels te bepalen. Dit is gedaan in artikel 9.4. De belangrijkste regel is dat oude vergunningen, ontheffingen en andere toestemmingen, ook gelden onder het nieuwe recht. Hierin voorziet lid 1 van artikel 9.4. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar door deze bepaling is dit voor iedereen snel buiten twijfel. Verder is een goede regeling nodig voor lopende procedures. Hierbij is de keuze van het “ijkmoment” oftewel “peilmoment” cruciaal. Grofweg is te kiezen tussen het moment van een aanvraag en het moment van vergunningverlening, of eventueel besluit op bezwaar.
Zonder regeling geldt het moment van het besluit (van vergunningverlening) en daarboven het besluit op eventueel bezwaar. Zoals hierboven aangehaald, kan dat onverwachts en onredelijk voelen. Zodoende is voor besluiten op aanvraag gekozen voor het moment van een aanvraag. Hierbij is er een specifieke regeling voor gevallen waarin de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure wordt toegepast (de UOV = afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht = zienswijzen tegen een ontwerp). Dit zou bij de Verordening Fysieke Leefomgeving een zeer uitzonderlijke situatie zijn, omdat deze procedure tot op heden nergens voorkwam, en ook is uitgesloten (artikel 2.4). Voor het geval deze procedure toch wordt toegepast, én dit samenvalt met de overgang van de betrokken verordeningen naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, is er een overgangsregeling getroffen. Het gaat om de gebruikelijke overgangsregel bij UOV-procedures. Het houdt in dat als peilmoment geldt de eerste dag van ter inzage leggen van een ontwerp van het besluit. Tenslotte is er een regeling opgenomen voor ambtshalve besluiten. Ook daarvoor geldt dat het goed is als alle partijen weten waar zij op dat punt aan toe zijn. Hierbij is er geen sprake van een aanvraag. Zodoende is gekozen voor de hoofdregel: het peilmoment is het besluit, dan wel als er sprake is van bezwaar, het besluit op bezwaar.
Ook voor de ambtshalve besluiten is gekozen voor de hoofdregel van overgangsrecht bij de UOV-procedure: de eerste dag van ter inzage legging van het ontwerp als peilmoment. Artikel 9.5 Inwerkingtreding Artikel 9.5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking per de dag na die van bekendmaking.
25
Ten behoeve van de rechtszekerheid wordt hier duidelijk gemaakt per welk moment de Verordening Fysieke Leefomgeving in werking treedt. Het gaat hier om een gebruikelijke regeling van inwerkingtreding. Artikel 9.6 Citeertitel Artikel 9.6 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving.
Ondertekening Bijlagen bij de Verordening Fysieke Leefomgeving Archeologische beleidskaart De archeologische beleidskaart berust op hoofdstuk 6 van de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen, het deel dat voorheen de gemeentelijke Erfgoedverordening was. De kaart moet worden vastgesteld door de gemeenteraad, en kan nadien door het college worden aangepast. De laatstgenoemde mogelijkheid is in het leven geroepen voor gevallen waarin uit nader onderzoek blijkt dat een bepaald deelgebied bij nader inzien toch niet archeologische interessant genoeg is om de regels te rechtvaardigen die bij de aanduidingen op de oorspronkelijk vastgestelde kaart hoorden. De kaart bestaat uit twee kaartdelen. Te samen vormen zij de archeologische beleidskaart. Reglement van Orde welstandscommissie Het gaat om de inhoud van (voormalige) bijlage 9 bij de (voormalige) Bouwverordening.
Bijlagen bij de toelichting Ter verduidelijking zijn de volgende bijlagen bij de toelichting opgenomen. 1. transponeringstabel van oude verordeningen naar Verordening Fysieke Leefomgeving 2. transponeringstabel van Verordening Fysieke Leefomgeving naar oude verordeningen 3. Toelichting op erfgoedverordening 2017
26