Raadsvoorstel 10, bijlage 1 verordening VFL DRV (inclusief bijlagen)
Tekst van het document
2.
De vergunning wordt door burgemeester en wethouders verleend als omgevingsvergunning, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.
3.
Het verbod is niet van toepassing voor zover het gaat om een opdracht van een overheid.
4.
Het verbod is tevens niet van toepassing op geveltuinen en boomspiegels als bedoeld in artikel 3.1.1, zesde lid onder c.
5.
Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening en de Leidingenverordening.
Hier heeft de Wabo een ingewikkelde afstemmingsregeling gemaakt. In artikel 2.2. lid 1, aanhef en onder d Wabo geldt dat een gemeentelijke vergunning voor het aanleggen (enz) van een weg, geldt als Wabo – omgevingsvergunning “een weg aan te leggen of verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg, voor zover daarvoor tevens een verbod geldt als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b”. In artikel 2.1, eerste lid, onder b Wabo is het aanlegvergunningstelsel geregeld.
17
Bestemmingsplannen en andere ruimtelijke besluiten kunnen een aanlegvergunningstelsel in het leven roepen voor onder andere het aanleggen van een weg. Als er niet zo een stelsel geldt, kan het aanleggen (etc.) van een weg nog steeds in strijd met het bestemmingsplan zijn, omdat het bij het aanleggen van een weg kan gaan om verboden grondgebruik. Voorbeeld: het aanleggen van een weg is in strijd met de bestemming natuur, dus valt het onder strijdig gebruik. Voor het aanleggen (etc.) van een weg kunnen dus drie regimes gelden: 1. In strijd met het aanlegvergunningstelsel in het bestemmingsplan of ander ruimtelijk besluit (artikel 2.1 lid 1, aanhef en onder b Wabo). 2. Planologisch strijdig gebruik omdat het in strijd met de bestemming van het bestemmingsplan (etc.) is (artikel 2.1 lid 1, aanhef en onder c Wabo) 3. Verboden ingevolge artikel 3.1.2 Verordening Fysieke Leefomgeving (voormalig artikel 2:11 APV) Uit de Wabo volgt dat er omgevingsvergunning nodig is in geval van 1 en 2. Uit 2.2 Wabo volgt dat als er een combinatie is van 1 en 3, geldt dat 3 ook als omgevingsvergunning geldt. Als voor het aanleggen (etc.) van een weg geen aanlegverbod geldt, wordt de vergunning voor het aanleggen (etc.) van een weg (dus 2:11 APV, wordt 3.1.2 VFL) geen omgevingsvergunning, maar een “gewone” APV/VFL vergunning.
In voorkomend geval is daarnaast wel een omgevingsvergunning nodig voor grondgebruik in strijd met de bestemming (artikel 2.1 lid 1, aanhef en onder c Wabo). Artikel 3.1.2 lid 2 bepaalt voor die gevallen, dat dan ook de APV / VFL wordt verleend als omgevingsvergunning. De conclusie lijkt te moeten zijn dat het verbod van de APV / VFL om een weg aan te leggen (etc.), geldt als omgevingsvergunningplicht, als er samenloop is met een verbod uit een bestemmingsplan. In dat geval kunnen de benodigde toestemmingen worden geïntegreerd in 1 omgevingsvergunning. De motieven (oogmerk van regulering) van artikel 3.1.2 VFL (was 2:11 APV) zijn ook anders dan de planologische motieven van het bestemmingsplan (etc.) In de artikelsgewijze toelichting op artikel 2:11 APV staat dat deze bepaling ziet op regulering met het oog op de bruikbaarheid van die weg. Als een meervoudige omgevingsvergunning moet worden verleend (dus strijd met het verbod van artikel 3.1.2 VFL én strijd met het bestemmingsplan (etc), (dus grondgebruik of aanlegvergunningstelsel), dan moet worden getoetst aan al die motieven / belangen naast elkaar. Ook artikel 3.1.3 (uitweg) heeft specifieke toelichting nodig Artikel 3.1.3 Maken of veranderen van een uitweg 1.
Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het bevoegd gezag een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2.
In aanvulling op het bepaalde in artikel 2.7 wordt de vergunning geweigerd: a.
ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;
b.
als de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats;
c.
als door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of
d.
als er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
18
3.
Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Provinciale Wegenverordening
In de APV was dit een meldingenstelsel. Een aantal jaren terug is hiervoor gekozen vanuit overwegingen rond lastenverlichting voor de inwoner. In de praktijk blijkt de lastenverlichting niet zo uit te pakken en blijken de uiteindelijke lasten zelfs groter dan met een vergunningstelsel. Het meldingenstelsel zorgde voor problemen, omdat voor aanvrager en behandelaar vaak onduidelijk wat de juridische status en werking van melding en acceptatie was. Zodoende wisten vergunninghouders/melders en derden niet waar zij aan toe waren. Wat als een melding werd aangevraagd, bleek in de praktijk als een vergunningaanvraag te worden behandeld met een schriftelijke reactie. Dit is niet consequent en niet duidelijk. Dit mondde geregeld uit in juridische procedures en onzekerheid bij alle partijen. Daarbij is het van belang om te vermelden, dat een positieve reactie op een melding een besluit is waartegen belanghebbenden bezwaar en beroep kunnen instellen. Deze onduidelijkheid kan worden verholpen door er een vergunningstelsel van te maken. Zodoende is voor de Verordening Fysieke Leefomgeving gekozen voor een vergunningstelsel, dit overeenkomstig het VNG model van de APV. Wel is in afwijking van het VNG model gekozen voor het mede hanteren van de algemene weigeringsronden, naast de specifieke.
Er lijken namelijk geen goede redenen om de algemene weigeringsgronden niet te hanteren specifiek voor de uitweg. Hoofdstuk 4
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
uiterlijk aanzien van de gemeente Dit hoofdstuk gaat over de bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Meer in het bijzonder zijn de onderwerpen: het voorkomen of beperken van geluidhinder en hinder door verlichting, bodem-, weg- en milieuverontreiniging, het bewaren van houtopstanden en maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast. Voor de concrete activiteiten wordt verwezen naar de inhoudsopgave van de VFL. Verschillende algemene bepalingen zijn overgeplaatst naar en/of verwerkt in de algemene hoofdstukken 1, 2 en 9. Voor het overige is dit hoofdstuk inhoudelijk ongewijzigd overgenomen uit de APV. Voor de toelichting wordt dan ook verwezen naar de transponeringstabel en de toelichting op de modelverordening van de VNG. Artikel 4.12 (melding incidentele festiviteiten) heeft specifieke toelichting nodig Artikel 4.1.2 Melding incidentele festiviteiten 1.
Het is een milieu-inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, zowel binnen als buiten de inrichting, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, op voorwaarde dat de houder van de milieu-inrichting ten minste twee weken voor de het beginnen van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders.
2.
Het is een milieu-inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, op voorwaarde dat de houder van 19
de milieu-inrichting ten minste 10 werkdagen voor het beginnen van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders. 3.
Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast voor het doen van de melding.
4.
De melding wordt aangenomen te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.
5.
De melding wordt aangenomen te zijn gedaan wanneer burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een milieu-inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, ogenblikkelijk toestaan.
6.
Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de milieu-inrichting vanuit het bebouwde gedeelte van de milieu-inrichting, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter of in in- en aanpandige woningen, bedraagt niet meer dan de waarden zoals opgenomen in de tabel hieronder (onder e), waarbij er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a.
de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen gelden niet als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of laten uitvoeren van geluidsmetingen;
b.
de in de tabel aangegeven waarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
c.
de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;
d.
bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast.
Tabel
LAr,LT op de gevel van
07.00
19.00
23.00 07.00
19.00 uur
23.00 uur
uur
60 dB(A)
55 dB(A)
50 dB(A)
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
80 dB(A)
75 dB(A)
70 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
gevoelige gebouwen LAr,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen LAmax in in- en
55 dB(A)
aanpandige gevoelige gebouwen 7.
Op de dagen bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra (inclusief onversterkte) muziek - hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer – op zondag tot en met donderdag uiterlijk om 00:00 uur en in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag om uiterlijk 01:00 uur beëindigd. De muziek mag na de genoemde tijden tot de officiële sluitingstijd binnen de geldende geluidsnormen worden voortgezet. De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen gelaten.
20
8.
De geluidsnorm bedoeld in het zesde lid geldt voor het bebouwde gedeelte van de milieu-inrichting en niet voor de buitenruimte.
9.
Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.
In het verleden heeft onze gemeente ontheffingen geluidshinder verleend aan horecabedrijven op grond van artikel 4:6 van de op dat moment geldende Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen (APV). Met het verlenen van de ontheffing werd het mogelijk gemaakt om enkele keren per jaar muziek, boven de normale geluidsnorm zoals genoemd in het Activiteitenbesluit milieubeheer, op het terras van een horecabedrijf toe te laten. Gebleken is dat artikel 4:6 van de voormalige APV formeel niet bedoeld is voor horecabedrijven. De oorspronkelijke APV bood geen andere mogelijkheid. Bij de horeca is er wel een behoefte om, incidenteel, van de geluidsnormen op het terras af te kunnen wijken. Het overhevelen van de betreffende bepaling vanuit de APV naar de Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) biedt de kans om de gewenste mogelijkheid voor de horeca om af te wijken van de geluidsnormen op te nemen. Voorheen mocht een horecabedrijf al maximaal 12x per jaar een melding incidentele festiviteit doen waarvoor van de geluidsnormen binnen in de inrichting mocht worden afgeweken. De wijziging houdt in dat het mogen afwijken van de geluidsnormen nu voor maximaal 12x per jaar kan plaatsvinden voor zowel binnen als buiten het horecabedrijf. Voorheen was er geen begrenzing aan het aantal ontheffingen wat kon worden afgegeven. Dat is nu wel geregeld. Hoofdstuk 5
Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
Dit hoofdstuk gaat over
andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente.
Meer in het bijzonder gaat het om de onderwerpen Parkeerexcessen en stopverbod, Openbaar water en waterstaatswerken, Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden en Vuurverbod. Voor de concrete activiteiten wordt verwezen naar de inhoudsopgave. Verschillende algemene bepalingen zijn overgeplaatst naar en/of verwerkt in de algemene hoofdstukken 1, 2 en 9. Voor het overige is dit hoofdstuk inhoudelijk ongewijzigd overgenomen uit de APV. Voor de toelichting wordt dan ook verwezen naar de transponeringstabel en de toelichting van de modelverordening van de VNG.
Hoofdstuk 6
Erfgoed
Dit hoofdstuk gaat over erfgoed. Meer in het bijzonder zijn de onderwerpen gemeentelijk erfgoedregister, aanwijzing gemeentelijk monument, bescherming gemeentelijk monument, beeldbepalend pand, rijksmonumenten en archeologie en beschermde dorpsgezichten. Voor de concrete activiteiten wordt verwezen naar de inhoudsopgave. Verschillende algemene bepalingen zijn overgeplaatst naar en/of verwerkt in de algemene hoofdstukken 1, 2 en 9. Voor het overige is dit hoofdstuk inhoudelijk ongewijzigd overgenomen uit de Erfgoedverordening. Voor de toelichting wordt dan ook verwezen naar de transponeringstabel en de toelichting op de Erfgoedverordening. Hoofdstuk 7
Afvalstoffen en inzameling oud papier
Dit hoofdstuk gaat over afvalstoffen en inzameling oud papier. Meer in het bijzonder zijn de onderwerpen huishoudelijke afvalstoffen, bedrijfsafvalstoffen, zwerfafval en overige, en 21
Inzameling oud papier. Voor de concrete activiteiten wordt verwezen naar de inhoudsopgave. Verschillende algemene bepalingen zijn overgeplaatst naar en/of verwerkt in de algemene hoofdstukken 1, 2 en 9. Vanwege het verband tussen deze twee onderwerpen van deze twee verordeningen (afvalregulering), is gekozen om de inhoud te integreren in één hoofdstuk. Door het samenvoegen van de Afvalstoffenverordening en de Verordening inzameling oud papier ontstond er een afstemmingsvraagstuk rond het begrip “inzamelaar”, dat in beide verordeningen voorkwam. De (aangewezen / erkende) inzamelaar oud papier is veelal een school of andere maatschappelijke instelling, die hiermee wat geld voor het goede doel ophaalt. Het is niet de bedoeling dat deze wordt aangemerkt als een professionele inzamelaar van huishoudelijke- of bedrijfsafvalstoffen. Omgekeerd is het ook niet de bedoeling dat de professionele inzamelaar zich met het inzamelen van oud papier gaat bezighouden. Zodoende is er voor gekozen om de inzamelaar van oud papier, ook zo te noemen. Dit is een aanpassing van de definitiebepalingen in artikel 1.2.1, en in de paragraaf over het inzamelen van oud papier: § 7.4 Inzameling oud papier. Voor het overige is dit hoofdstuk inhoudelijk ongewijzigd overgenomen uit de Afvalstoffenverordening en de Verordening inzameling oud papier. Hoofdstuk 8
Voormalige Bouwverordening
Dit hoofdstuk gaat over de resterende onderwerpen van de gemeentelijke Bouwverordening. Meer in het bijzonder zijn de onderwerpen de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen (bouwen op verontreinigede grond) en het welstandsadvies. Voor de concrete activiteiten wordt verwezen naar de inhoudsopgave. Verschillende algemene bepalingen zijn overgeplaatst naar en/of verwerkt in de algemene hoofdstukken 1, 2 en 9. In artikel 8.1.3 is bepaald dat de artikelen uit hoofdstuk 8 zijn aan te merken als bouwverordening in de zin van artikel 8 van de Woningwet. Dit om discussie te voorkomen of op grond van artikel 8 van de Woningwet deze bepalingen wel opgenomen mogen worden in de Verordening Fysieke Leefomgeving of hiervoor een aparte bouwverordening in stand moet worden gehouden. Voor het overige is dit hoofdstuk inhoudelijk ongewijzigd overgenomen uit de Bouwverordening.. Hoofdstuk 9
Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Dit hoofdstuk betreft sanctie-, overgangs- en slotbepalingen van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Meer in het bijzonder zijn de onderwerpen sanctiebepalingen, toezichthouders, Intrekking oude verordeningen, overgangsbepalingen, inwerkingtreding en Citeertitel. Hieronder wordt ingegaan op deze onderwerpen. Artikel 9.1 Sanctiebepalingen Artikel 9.1 Sanctiebepaling 1.
Overtreding van het bij of krachtens de regels in hoofdstuk 3, 4 en 5 van deze verordening bepaalde en de op grond van de daarbij gegeven voorschriften en beperkingen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie.
22
2.
In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3.1.1, vijfde lid, 3.1.2, tweede lid, 4.3.1, eerste lid en 4.3.2, eerste lid.
3.
In geval van overtreding van de krachtens artikel 3, derde lid, van de Wet veiligheidsregio’s gestelde regels kunnen burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste de geldboete, bedoeld in artikel 64, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s.
4.
Degene, die handelt in strijd met het tweede lid van artikel 6.3.1 of artikel 6.3.2, tweede lid of artikel 6.7.1, eerste lid van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden.
5.
Overtreding van -
artikel 7.1.2,
-
artikel 7.1.4,
-
artikel 7.1.6 tot en met artikel 7.1.8,
-
artikel 7.2.2 tot en met artikel 7.3.6,
is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onderdeel 3, van de Wet op de economische delicten.
Het gaat hier over strafbaarstellingen van overtreding van bepalingen uit de APV (leden 1 – 3), de Erfgoedverordening (lid 4) en de Afvalstoffenverordening (lid 5). Met het uitgangspunt van beleidsneutrale omzetting van de betrokken verordeningen naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, zou niet goed zijn te rijmen een algehele of zelfs verbrede strafbaarstelling. Zodoende zijn de bestaande strafbepalingen ongewijzigd omgezet naar de opvolgers van betrokken bepalingen in de Verordening Fysieke Leefomgeving. De Verordening Fysieke leefomgeving bevat ook een aantal afbakeningen met het gewone (“commune”) strafrecht. Deze bepalingen zijn uiteraard ongewijzigd gelaten. Artikel 9.2 Toezichthouders Artikel 9.2 Toezichthouders 1.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: de opsporingsambtenaren zoals bedoeld in artikel 141 sub b Wetboek van Strafvordering.
2.
Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn eveneens belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen. Deze aanwijzing kan (tevens) krachtens artikel 5.10, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht zijn.
In artikel 9.2 zijn de bestaande bepalingen over toezichthouders bij elkaar gebracht. De bestaande bepalingen zijn: -
Artikel 6.2 APV,
-
Artikel 26 Erfgoedverordening,
-
Artikel 21 Afvalstoffenverordening.
De bepalingen zijn geïntegreerd in artikel 9.2 VFL. Hierbij is de regeling gelijk in de breedte over de hele Verordening Fysieke Leefomgeving getrokken. Dit biedt eventueel benodigde / gewenste
23
flexibiliteit en eenvoud. Benoeming door de burgemeester is niet uit de APV gekopieerd, omdat de Verordening Fysieke Leefomgeving geen burgemeestersbevoegdheden bevat.
Artikel 9.3 Intrekking oude verordeningen Artikel 9.3 Intrekking oude verordeningen 1.
2.
Ingetrokken worden a.
De Erfgoedverordening De Ronde Venen 2017
b.
De Afvalstoffenverordening
c.
De Verordening Inzameling oud papier
d.
De Bouwverordening
Betreffende verordeningen verliezen hun rechtskracht per hetzelfde moment dat de voorliggende Verordening Fysieke Leefomgeving van kracht wordt.
Artikel 9.4 Overgangsbepalingen Artikel 9.4 Overgangsbepalingen 1.
Besluiten inzake onderwerpen of bepalingen waarin de voorliggende Verordening Fysieke Leefomgeving DRV 2021 voorziet, genomen krachtens a.
De ingetrokken delen van de Algemene Plaatselijke Verordening DRV 2020
b.
de Erfgoedverordening De Ronde Venen 2017
c.
De Afvalstoffenverordening
d.
De Verordening Inzameling oud papier
e.
De Bouwverordening
of voorgangers van deze verordeningen, welke besluiten gelden op het moment van de inwerkingtreding van de voorliggende Verordening Fysieke Leefomgeving, en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening. 2.
Aanvragen en meldingen ingediend voordat de voorliggende verordening van kracht is geworden, worden afgehandeld volgens het oude recht. Als het gaat om een procedure als bedoeld in afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, geldt het oude recht als de eerste dag van de ter inzage legging van het ontwerp voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening is.
3.
Voor ambtshalve besluiten (niet op aanvraag) geldt de dag van besluiten (primair of op bezwaar). Als het gaat om een ambtshalve besluit dat wordt voorbereid met de procedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht, geldt het oude recht als de eerste dag van de ter inzage legging van het ontwerp voor de dag van inwerkingtreding van deze verordening is.
Voor een goede overgang van oud naar nieuw recht is overgangsrecht nodig. Als er geen uitdrukkelijk (geschreven) overgangsrecht wordt bepaald, gelden de algemene ongeschreven regels van het overgangsrecht. Dit leidt vaak tot onzekerheid en soms ongewenste effecten. Het kan onrechtvaardig overkomen als iemand onder het oude recht een aanvraag doet, waarna de regels wijzigen en daaraan wordt getoetst. Dat voelt dan als “tijdens het spel de spelregels veranderen”. Om deze situaties te voorkomen en de overgang van het oude naar het nieuwe recht in goede banen te leiden, wordt overgangsrecht gemaakt. 24
In het geval van de Verordening Fysieke Leefomgeving zal het meevallen met ongewenste effecten van de nieuwe regeling. Het uitgangspunt is immers beleidsneutrale overgang; aan de regels wordt in principe niets inhoudelijks veranderd. Toch lijkt het verstandig om voor alle duidelijkheid enkele basisregels te bepalen. Dit is gedaan in artikel 9.4. De belangrijkste regel is dat oude vergunningen, ontheffingen en andere toestemmingen, ook gelden onder het nieuwe recht. Hierin voorziet lid 1 van artikel 9.4. Dit lijkt vanzelfsprekend, maar door deze bepaling is dit voor iedereen snel buiten twijfel. Verder is een goede regeling nodig voor lopende procedures. Hierbij is de keuze van het “ijkmoment” oftewel “peilmoment” cruciaal. Grofweg is te kiezen tussen het moment van een aanvraag en het moment van vergunningverlening, of eventueel besluit op bezwaar. Zonder regeling geldt het moment van het besluit (van vergunningverlening) en daarboven het besluit op eventueel bezwaar. Zoals hierboven aangehaald, kan dat onverwachts en onredelijk voelen. Zodoende is voor besluiten op aanvraag gekozen voor het moment van een aanvraag. Hierbij is er een specifieke regeling voor gevallen waarin de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure wordt toegepast (de UOV = afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht = zienswijzen tegen een ontwerp).
Dit zou bij de Verordening Fysieke Leefomgeving een zeer uitzonderlijke situatie zijn, omdat deze procedure tot op heden nergens voorkwam, en ook is uitgesloten (artikel 2.4). Voor het geval deze procedure toch wordt toegepast, én dit samenvalt met de overgang van de betrokken verordeningen naar de Verordening Fysieke Leefomgeving, is er een overgangsregeling getroffen. Het gaat om de gebruikelijke overgangsregel bij UOV-procedures. Het houdt in dat als peilmoment geldt de eerste dag van ter inzage leggen van een ontwerp van het besluit. Tenslotte is er een regeling opgenomen voor ambtshalve besluiten. Ook daarvoor geldt dat het goed is als alle partijen weten waar zij op dat punt aan toe zijn. Hierbij is er geen sprake van een aanvraag. Zodoende is gekozen voor de hoofdregel: het peilmoment is het besluit, dan wel als er sprake is van bezwaar, het besluit op bezwaar. Ook voor de ambtshalve besluiten is gekozen voor de hoofdregel van overgangsrecht bij de UOV-procedure: de eerste dag van ter inzage legging van het ontwerp als peilmoment. Artikel 9.5 Inwerkingtreding Artikel 9.5 Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking per de dag na die van bekendmaking.
Ten behoeve van de rechtszekerheid wordt hier duidelijk gemaakt per welk moment de Verordening Fysieke Leefomgeving in werking treedt. Het gaat hier om een gebruikelijke regeling van inwerkingtreding. Artikel 9.6 Citeertitel Artikel 9.6 Citeertitel 25
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Fysieke Leefomgeving.
Ondertekening Bijlagen bij de Verordening Fysieke Leefomgeving Archeologische beleidskaart De archeologische beleidskaart berust op hoofdstuk 6 van de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen, het deel dat voorheen de gemeentelijke Erfgoedverordening was. De kaart moet worden vastgesteld door de gemeenteraad, en kan nadien door het college worden aangepast. De laatstgenoemde mogelijkheid is in het leven geroepen voor gevallen waarin uit nader onderzoek blijkt dat een bepaald deelgebied bij nader inzien toch niet archeologische interessant genoeg is om de regels te rechtvaardigen die bij de aanduidingen op de oorspronkelijk vastgestelde kaart hoorden. De kaart bestaat uit twee kaartdelen. Te samen vormen zij de archeologische beleidskaart. Reglement van Orde welstandscommissie Het gaat om de inhoud van (voormalige) bijlage 9 bij de (voormalige) Bouwverordening.
Bijlagen bij de toelichting Ter verduidelijking zijn de volgende bijlagen bij de toelichting opgenomen. 1. transponeringstabel van oude verordeningen naar Verordening Fysieke Leefomgeving 2. transponeringstabel van Verordening Fysieke Leefomgeving naar oude verordeningen 3. Toelichting op erfgoedverordening 2017
26
Bijlage T1: Transponeringstabel van VFL naar bestaande verordeningen Betrokken verordeningen 1. APV (deels) 2. Erfgoedverordening 3. Afvalstoffenverordening 4. Verordening inzameling oud papier 5. Bouwverordening Nummers zijn artikelnummers, tenzij ander aangegeven
Hoofdstuk / afdeling / artikel VFL
onderwerp
Hoofdstuk 1
Algemene bepalingen
§ 1.1
Algemene doelen Verordening Fysieke Leefomgeving
1.1.1
Algemene doelen
Artikel betrokken verordening
Nieuw + 2 Afvalstoffenverordening
§ 1.2
Begripsbepalingen
1.2.1
begripsbepalingen
1:1 APV 1 Erfgoedverordening 1 Afvalstoffenverordening 1 Verordening Inzameling Oud Papier 1.1 Bouwverordening
Hoofdstuk 2
Procedures
2.1
Verhouding tot de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
2.2
Indienen aanvraag
1:3, 4:11b APV
2.3
Bevoegd gezag
1:1 APV, 1.1 Bouwverordening,
2.4
Procedures
1:2 2:11 lid 6, 4:6 lid 6, 4:11a, 5:2 lid 5, 5:6 lid 4, 5:7 lid 3, 5:8 lid 6 APV 4-10, 15-18, 23, 24 Erfgoedverordening
2.5
Beslistermijn
1:2 APV, 7 Erfgoedverordening
2.6
Voorschriften en beperkingen
1:4 APV, 3 lid 2 Afvalstoffenverordening, 2.4.2 Bouwverordening
2.7
Weigering
1:8 APV, 14 en 19 Erfgoedverordening
2.8
Voor wie en hoe lang gelden vergunningen en ontheffingen
1:5 en 1:7 APV 27
2.9
Intrekken en wijzigen
1:6 APV, 10 lid 4, 13, 18 Erfgoedverordening
Hoofdstuk 3
Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
§ 3.1
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare plaatsen
3.1.1
Voorwerpen op of aan de weg
2:10 APV
3.1.2
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
2:11
veranderen van een weg 3.1.3
Maken of veranderen van een uitweg
2:12
3.1.4
Openen straatkolken en dergelijke
2:16
3.1.5
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
2:21
3.1.6
Objecten onder hoogspanningslijn
2:22
Hoofdstuk 4
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente
§ 4.1
Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
4.1.1
Aanwijzing collectieve festiviteiten
4:2
4.1.2
Melding incidentele festiviteiten
4:3
4.1.3
Onversterkte muziek
4:5
4.1.4
Overige geluidhinder
4:6
4.1.5
(Geluid)hinder door dieren
4:6a
4.1.6
Gebruik knalapparaten
4:6b
§ 4.2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
4.2.1
Natuurlijke behoefte doen
4:8
4.2.2
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
4:9
putten buiten gebouwen 4.2.3
Oplaten van ballonnen
§ 4.3
Het bewaren van houtopstanden
4.3.1
Omgevingsvergunning voor het vellen van waardevolle
4:9a
4:11
houtopstand 4.3.2
Omgevingsvergunning voor het vellen van publieke houtopstanden
4:11a
4.3.3
Bescherming publieke houtopstanden
4:11c
4.3.4
Bestrijding van boomziekten
4:12
4.3.5
Afstand van de erfgrenslijn
4:12a
§ 4.4
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
4.4.1
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
4:13 28
4.4.2
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
4:15
Hoofdstuk 5
Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de gemeente
§ 5.1
Parkeerexcessen en stopverbod
5.1.1
Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
5:2
5.1.2
Defecte voertuigen
5:4
5.1.3
Voertuigwrakken
5:5
5.1.4
Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen
5:6
5.1.5
Reclamevoertuigen
5:7
5.1.6
Grote voertuigen
5:8
5.1.7
Uitzichtbelemmerende voertuigen
5:9
5.1.8
Parkeren van voertuigen met gevaarlijke stoffen
5:10
5.1.9
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
5:11
5.1.10
Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de
5:11a
rijbaan 5.1.11
Parkeren van fietsen of bromfietsen
5:12
§ 5.2
Openbaar water en waterstaatswerken
5.1.2
Ligplaats vaartuigen
§ 5.3
Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
5.3.1
Crossterreinen
5:32
5.3.2
Beperking verkeer in natuurgebieden
5:33
§ 5.4
Vuurverbod
5.4.1
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
5:25
5:34
anderszins vuur te stoken 5.4.2
Verbod carbidschieten
5:34a
Hoofstuk 6
Erfgoed
§ 6.1
Algemeen
6.1.1
Gemeentelijk erfgoedregister
§ 6.2
Aanwijzing gemeentelijk monument
6.2.1
Aanwijzing als gemeentelijk monument
3
6.2.2
Voornemen tot aanwijzing
4
6.2.3
Voorbescherming
5
6.2.4
Advies Monumentencommissie
6
6.2.5
Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit
7
2 Erfgoedverordening
29
6.2.6
Bekendmaking aanwijzingsbesluit aan rechthebbenden en
8
inschrijving 6.2.7
Aanwijzing als voorlopig gemeentelijk monument
9
6.2.8
Wijziging gemeentelijk erfgoedregister, vervallen aanwijzing
10
monument § 6.3
Bescherming gemeentelijk monument
6.3.1
Instandhoudingsplicht gemeentelijk monument
11
6.3.2
Omgevingsvergunning gemeentelijk monument
12
6.3.3
Weigeringsgronden gemeentelijke monument
14
§ 6.4
Beeldbepalend pand
6.4.1
Advies omgevingsvergunning beeldbepalend pand
§ 6.5
Rijksmonumenten
6.5.1
Omgevingsvergunning rijksmonument
§ 6.6
Beschermde dorpsgezichten
6.6.1
Aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht
17
6.6.2
Wijziging, intrekking en vervallen van de aanwijzing als beschermd gemeentelijk dorpsgezicht
18
6.6.3
Verbodsbepaling en aanvraag omgevingsvergunning
19
§ 6.7
Archeologie
6.7.1
Instandhouding archeologische terreinen
20
6.7.2
Opgravingen en begeleiding
21
6.7.3
Aanpassing gemeentelijke archeologische beleidskaart
22
6.7.4
Advies archeologisch deskundige
23
Hoofdstuk 7
Afvalstoffen en inzameling oud papier
§ 7.1
Huishoudelijke afvalstoffen
7.1.1
Aanwijzing van de inzameldienst
3 Afvalstoffenverordening
7.1.2
Regulering van andere inzamelaars
4
7.1.3
Aanwijzing van inzamelplaats
5
7.1.4
Algemene verboden
6
7.1.5
Afvalscheiding
7
7.1.6
Gescheiden aanbieding
8
7.1.7
Tijdstip van aanbieding
9
7.1.8
Wijze en plaats van aanbieding
10
§ 7.2
Bedrijfsafvalstoffen
7.2.1
Inzameling bedrijfsafvalstoffen door inzameldienst
11
7.2.2
Aanbieden ter inzameling van bedrijfsafvalstoffen
12
7.2.3
Regeling van inzameling van bedrijfsafvalstoffen
13
15
16
30
§ 7.3
Zwerfafval en overige
7.3.1
Dumpingsverbod
14
7.3.2
Zwerfafval in de openbare ruimte
15
7.3.3
Zwerfafval rondom inrichtingen
16
7.3.4
Afval en verontreiniging op de weg
17
7.3.5
Geen opslag van afval in de open lucht
18
7.3.6
Ontdoen van autowrakken
19
§ 7.4
Inzameling oud papier
7.4.1
Registratie
2 Verordening Inzameling Oud Papier
7.4.2
Garantievergoeding
3
7.4.3
Aanwijsbesluit
4
7.4.4
locatie verzamelcontainer oud papier
5
7.4.5
Besteding opbrengst
6
Hoofdstuk 8
voormalige Bouwverordening
§ 8.1
De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen
8.1.1
Bodemonderzoek
2.1.5 Bouwverordening
8.1.2
Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem
2.4.1
8.1.3
Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen
2.4.2
§ 8.2
Welstand
8.2.1
De advisering door de welstandscommissie
9.1
8.2.2
Samenstelling van de welstandscommissie
9.2
8.2.3
Jaarlijkse verantwoording
9.4
8.2.4
Termijn van advisering
9.5
8.2.5
Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting
9.6
8.2.6
Afdoening onder verantwoordelijkheid
9.7
8.2.7
Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
9.8
8.2.8
Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere
10.6
voorschriften
Hoofdstuk 9
Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
9.1
Sanctiebepalingen
6.1 APV, 25 Erfgoedverordening, 20 Afvalstoffenverordening
9.2
Toezichthouders
6.2 APV, 26 Erfgoedverordening, , 21 Afvalstoffenverordening
31
9.3
Intrekking oude verordeningen
6.4 APV, 27 Erfgoedverordening, 22 Afvalstoffenverordening
9.4
Overgangsbepalingen
6.5 APV, 28 Erfgoedverordening, 23 Afvalstoffenverordening
9.5
Inwerkingtreding
6.6 APV, 29 Erfgoedverordening, 25 Afvalstoffenverordening, 9.5 Verordening Inzameling Oud papier
9.6
Citeertitel
6.7 APV, 29 Erfgoedverordening, 24 Afvalstoffenverordening, 9.6 Verordening Inzameling Oud papier
bijlage
Reglement van Orde van de welstandscommissie
Bijlage 9 Bouwverordening
32
Bijlage T2: Transponeringstabel van bestaande verordeningen naar VFL Betrokken verordeningen 1. APV (blijft voor deel APV, wordt voor deel overgezet, wordt voor deel gekopieerd naar VFL) 2. Erfgoedverordening 3. Afvalstoffenverordening 4. Verordening inzameling oud papier 5. Bouwverordening Hieronder per verordening een tabel Nummers zijn artikelnummers, tenzij ander aangegeven
Tabel 1 Hoofdstuk /
van APV (delen) naar VFL onderwerp
Artikel VFL
Algemene bepalingen
Blijft deel APV, deel overgezet
afdeling / artikel APV Hoofdstuk 1
naar VFL, deel gekopieerd naar VFL, Hoofdstuk 1 Artikel 1:1
Definities
1.2.1
Artikel 1:2
Beslistermijn
2.5
Artikel 1:3
Aanvraag vergunning of ontheffing, melding
2.2 (+ enkele verspreid)
Artikel 1:4
Voorschriften en beperkingen
2.6 (+ enkele verspreid)
Artikel 1:5
Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing
2.8
Artikel 1:6
Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing
2.9
Artikel 1:7
Termijnen
2.5
Artikel 1:8
Weigeringsgronden
2.7 (+ enkele verspreid)
Hoofdstuk 2
Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu
Blijft deel in APV, wordt deel Hoofdstuk 3 van VFL
Afdeling 1
Voorkomen of bestrijden van ongeregeldheden
Blijft in APV
Afdeling 2
Bruikbaarheid, uiterlijk aanzien en veilig gebruik van openbare
§ 3.1
plaatsen Artikel 2:10
Voorwerpen op of aan de weg
3.1.1
Artikel 2:11
(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
3.1.2
veranderen van een weg Artikel 2:12
Maken of veranderen van een uitweg
3.1.3
Artikel 2:15
Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp
Blijft in APV
Artikel 2:16
Openen straatkolken en dergelijke
3.1.4
Artikel 2:21
Voorzieningen voor verkeer en verlichting
3.1.5
33
Artikel 2:22
Objecten onder hoogspanningslijn
3.1.6
Afdeling 3
Evenementen
Blijft in APV
Afdeling 4
Toezicht op openbare inrichtingen
Blijft in APV
Afdeling 5
Regulering paracommerciële rechtspersonen en overige
Blijft in APV
aangelegenheden uit de de Drank- en Horecawet Afdeling 6
Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
Blijft in APV
Afdeling 7
Toezicht op speelgelegenheden
Blijft in APV
Afdeling 8.
Maatregelen ter voorkoming van overlast, gevaar of schade
Blijft in APV
Afdeling 9
Bestrijding van heling van goederen
Blijft in APV
Afdeling 10
Consumentenvuurwerk
Blijft in APV
Afdeling 11.
Drugsoverlast
Blijft in APV
Afdeling 12
Bijzondere bevoegdheden van de burgemeester
Blijft in APV
Hoofdstuk 3
Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante
Blijft in APV
onderwerpen Hoofdstuk 4.
Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
Blijft deel in APV, wordt deel
het uiterlijk aanzien van de gemeente
Hoofdstuk 4 van VFL
Afdeling 1
Voorkomen of beperken geluidhinder en hinder door verlichting
§ 4.1
Artikel 4:1
Definities
1.2.1
Artikel 4:2
Aanwijzing collectieve festiviteiten
4.1.1
Artikel 4:3
Melding incidentele festiviteiten binnen gebouwen
4.1.2
Artikel 4:5
Onversterkte muziek
4.1.3
Artikel 4:6
Overige geluidhinder
4.1.4
Artikel 4:6a
(Geluid)hinder door dieren
4.1.5
Artikel 4:6b
Gebruik knalapparaten
4.1.6
Afdeling 2
Bodem-, weg- en milieuverontreiniging
§ 4.2
Artikel 4:8
Natuurlijke behoefte doen
4.2.1
Artikel 4:9
Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
4.2.2
en putten buiten gebouwen Artikel 4:9a
Oplaten van ballonnen
4.2.3
Afdeling 3
Het bewaren van houtopstanden
§ 4.3
Artikel 4:10
Definities
1.2.1
Artikel 4:11
Omgevingsvergunning voor het vellen van waardevolle
4.3.1
houtopstand Artikel 4:11a
Omgevingsvergunning voor het vellen van publieke
4.3.2
houtopstanden Artikel 4:11b
Aanvraag
2.2 lid 5
Artikel 4:11c
Bescherming publieke houtopstanden
4.3.3
Artikel 4:12
Bestrijding van boomziekten
4.3.4
34
Artikel 4:12a
Afstand van de erfgrenslijn
4.3.5
Afdeling 4
Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast
§ 4.4
Artikel 4:13
Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke
4.4.1
Artikel 4:15
Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame
4.4.2
Afdeling 5
Kamperen buiten kampeerterreinen
Blijft in APV
Hoofdstuk 5.
Andere onderwerpen betreffende de huishouding van de
Blijft deel in APV, wordt deel
gemeente
Hoofdstuk 5 van VFL
Afdeling 1.
Parkeerexcessen en stopverbod
§ 5.1
Artikel 5:2
Voertuigen van autobedrijf en dergelijke
5.1.1
Artikel 5:4
Defecte voertuigen
5.1.2
Artikel 5:5
Voertuigwrakken
5.1.3
Artikel 5:6
Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen
5.1.4
Artikel 5:7
Reclamevoertuigen
5.1.5
Artikel 5:8
Grote voertuigen
5.1.6
Artikel 5:9
Uitzichtbelemmerende voertuigen
5.1.7
Artikel 5:10
Parkeren van voertuigen met gevaarlijke stoffen
5.1.8
Artikel 5:11
Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen
5.1.9
Artikel 5:11a
Parkeren of laten stilstaan van voertuigen anders dan op de
5.1.10
rijbaan Artikel 5:12
Parkeren van fietsen of bromfietsen
5.1.11
Afdeling 2
Collecteren
Blijft in APV
Afdeling 3
Venten
Blijft in APV
Afdeling 4
Standplaatsen
Blijft in APV
Afdeling 5.
Snuffelmarkten
Blijft in APV
Afdeling 6.
Openbaar water en waterstaatswerken
Blijft deel in APV, wordt deel 5.2.1 van VFL
Artikel 5:25
Ligplaats vaartuigen
5.2.1
Afdeling 7.
Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
§ 5.3
natuurgebieden Artikel 5:32
Crossterreinen
5.3.1
Artikel 5:33
Beperking verkeer in natuurgebieden
5.3.2
Afdeling 8.
Vuurverbod
§ 5.4
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
5.4.1
anderszins vuur te stoken Artikel 5:34a
Verbod carbidschieten
5.4.2
Afdeling 9
Asverstrooiing
Blijft in APV
Hoofdstuk 6
Sanctie-, overgangs- en slotbepalingen
Blijft deel in APV, wordt deel Hoofstuk 9 van VFL
35