Raadsvoorstel 07, bijlage 3 contour rep u16 - lage resolutie
Tekst van het document
Voor de landbouwkerngebieden is een transitie in gang gezet waarbij toegewerkt wordt naar een meer natuur inclusieve bij voorkeur op de regio georiënteerde duurzame landbouw. In de nattere gebieden is, na een verkennende fase, een start gemaakt met de transformatie naar hierbij passende vormen van een meer watergebonden bodemgebruik. De verstedelijkingsstrategie gericht op binnenstedelijke bouwen rond knopen heeft een relatief gunstig effect op energieverbruik als gevolg van verdichting met de focus op OV, fiets en voetganger, en biedt daarnaast ruimte om in stad en landschap bronnen voor duurzame energie te realiseren.
De realisatie van verstedelijking bij een of meerdere genoemde knopen heeft invloed op het gebruik en beleving van delen van het landschap nabij deze knopen. Als regio zien we ook andere mogelijkheden, ieder met specifieke onderzoeksvragen. De realisatie van een of meerdere genoemde ingrepen heeft invloed op het gebruik en beleving van delen van het landschap nabij steden. Sommige locaties zijn gesitueerd in relatief natte delen van de regio en zullen bij realisatie vragen om stevige maatregelen m.b.t. klimaatadaptatie/klimaat-adaptief bouwen. Door het benutten van deze locaties voor wonen/werken kunnen deze locaties op langere termijn niet benut worden voor de realisatie van windenergie. Tevens heeft verstedelijking op deze locaties gevolgen voor de landbouw en de vitaliteit van de kernen in de betreffende gebieden. In bestaand stedelijk gebied wordt ingezet op klimaatadaptie, waarbij gelijktijdige kansen voor vergroening van bestaand stedelijk gebied kunnen worden benut. De verdichting bij buitenstedelijke OV-knooppunten kan als kans dienen voor het realiseren van goed bereikbare poorten naar het landschap. In totaal zijn er binnenstedelijk (al dan niet bij knooppunten) en buitenstedelijk bij bestaande knooppunten kansen circa 200.000 woningen te realiseren.
Wanneer al deze locaties in volle omvang tijdig gerealiseerd worden biedt deze verstedelijkingsstrategie daarmee mogelijkheden om de opgave te accommoderen. Bij het verzwaren van het programma voor stedelijke ontwikkeling en mobiliteit neemt gelijktijdig ook het programma voor natuur, groen en recreatie toe Waarbij bereikbaar en kwalitatief hoogwaardig en beleefbaar groen, landschap, natuur en cultuurhistorie meer inzet vragen om de kernkwaliteiten van een groene verbonden regio in stand te houden en barrières te slechten. Zodat voor mens en natuur de verbinding met en in het landschap behouden blijft middels een fijnmazige groenblauwe dooradering vanaf de woonomgeving tot in het landschap. De verstedelijkingsstrategie gericht op het realiseren van buitenstedelijke locaties heeft een relatief negatief effect op de toename het energieverbruik als deze locaties niet goed verbonden zijn aan het OV-knooppuntennetwerk. Door het benutten van deze locaties voor wonen/werken kunnen deze locaties op termijn niet benut worden voor de realisatie van windenergie. Wel bieden zij de mogelijkheid om energie-neutrale is zelfs energieleverende wijken te realiseren.
78
79
3.3 Inventarisatie woningbouwaantallen Inventarisatie potentiële verstedelijkingslocaties U10 lange termijn Ruimtelijke ontwikkelstrategie Om invulling te geven aan gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen, heeft de U10 in de Ruimtelijk Economische Koers uitspraken gedaan. Vervolgens is een verstedelijkingsstrategie nader uitgewerkt, aangezien hiervoor veel concrete informatie beschikbaar is. Het raakt zeer nauw aan andere thema’s en de ruimtelijke strategie kan worden aangevuld met ordeningsprincipes uit andere thema’s na concretere uitwerking aan bestuurstafels (sectoraal). Bij de uitwerking van het perspectief wil het REP deze ordeningsprincipes meenemen. Principes van verstedelijking Voor de principes van verstedelijking geldt het volgende: • •
Lokaal maatwerk is mogelijk om de vitaliteit en/of de ruimtelijke kwaliteit te vergroten. Daarnaast hanteren we bij de keuze voor verstedelijkingslocaties (wonen, werken, voorzieningen) de volgende ladder: 1. Binnenstedelijk en binnenstedelijk nabij bestaande OVknooppunten; 2. Buitenstedelijk nabij bestaande OV-knooppunten; 3. Ontwikkelkansen nabij nieuwe OV-knooppunten en buiten stedelijk met hoogwaardig OV.
Programmering & Fasering De overzichtskaarten van ‘Kaart van Altijd ’ en ‘Kaart van Alles’ bevatten deels witte vlekken en een ruime over programmering die ruimte biedt voor nadere keuzes. De kaartbeelden maken helder wat er mogelijk is als de ladder verstedelijking wordt toegepast. Deze ladder is een beleidsstrategie die niet absoluut kan worden toegepast, omdat deze spanning op kan leveren met de programmering in de praktijk (fasering). Projecten kunnen afvallen of eerder of later in de tijd worden gerealiseerd op basis van: • Urgenties: bijvoorbeeld op de woningmarkt of de mobiliteitsopgave; • Ruimtelijke kwaliteitsslag: bijvoorbeeld ontwikkeling van kernrandzones, kwalitatieve woningbehoefte; • Haalbaarheid en Realiseerbaarheid: bijvoorbeeld energie, klimaatadaptatie, mobiliteitsoplossingen of woningbouwlocaties. Kaarten van ‘Altijd’ en ‘Alles’ in cijfers In de kaarten zijn verschillende locaties opgenomen in de kaart van altijd en in de kaart van alles waar verstedelijking plaats kan vinden. Het bevat een veelheid aan ruimtelijke mogelijkheden voor de (middel) lange termijn. In onderstaande tabellen is opgenomen hoe dit is verdeeld naar gemeenten en naar trede in de verstedelijkingsstrategie.
80
81
Woningbouwpotentie naar verstedelijkingstrategie 1, 10 Kaart van Altijd 3
Kaart van Alles 2,4
Totaal 6
64950
74700
139650
550
21250
21800
0
35000
35000
Uitbreiding van kernen (buiten bestaand bebouwd gebied) 5
1100
7350
8450
Totaal 9
66600
138300
204900
Kaart van Altijd 3
Kaart van Alles 2,4
Totaal
Bunnik
800
6300
7100
De Bilt
500
850
1350
Houten
1900
13650
15550
IJsselstein
200
2700
2900
Lopik
350
550
900
Montfoort
250
450
700
Nieuwegein
4500
2500
7000
Oudewater
150
700
850
De Ronde Venen
1800
3200
5000
Stichtse Vecht
1750
10100
11850
Utrecht
41000
25500
66500
Utrechtse Heuvelrug
1100
100
1200
Vijfheerenlanden
3950
5000
8950
Wijk bij Duurstede
850
1400
2250
Woerden
4000
3100
7100
Zeist
3500
2200
5700
A12 zone 7
0
25000
25000
Loenersloot/N2017
0
10000
10000
Rijnenburg7
0
25000
25000
66600
138300
204900
Binnenstedelijk en binnenstedelijk nabij bestaande OV knooppunten Buiten stedelijk nabij bestaande OV knooppunten Ontwikkelkansen buitenstedelijk nieuwe OV knooppunten en hoogwaardig OV 7
Woningbouwpotentie naar verstedelijkingstrategie 1, 8, 10
Totaal9
82
Interpretatie en kanttekeningen bij de tabellen 1. De tabellen bevatten afgeronde cijfers, de volledige cijfers behorende bij figuur zijn opgenomen in bijlage 3. 2. In de tabel zijn de cijfers in kolom Kaart van alles de extra potentie naast de Kaart van altijd. 3. De ‘kaart van altijd’ is gebaseerd op de regionale uitgangspunten waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden in raden op basis van bouwstenen van bestuurstafels bijvoorbeeld bestaande plannen voor 67.000 woningen. Extra potentie staat op de kaart van alles, ook als er al lokaal besluitvorming is geweest. 4. De kolom ‘kaart van alles’ bevat alle opties die na 2030 in beeld zijn. Deze kaart bevat een ruime overprogrammering die nadere concretisering, keuzes, prioritering en programmering vergt. Daarbij zijn de randvoorwaarden voor ontwikkeling zoals bereikbaarheid, ro beleid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit, haalbaarheid en politiek en maatschappelijk draagvlak nog niet in beeld. 5. In veel gemeenten dragen de extra woningbouwaantallen bij aan de vitaliteitsopgave. Soms zijn dit binnenstedelijke locaties, soms buitenstedelijk bij bestaande knopen en soms overige locaties buiten het bestaande bebouwde gebied. De aantallen tbv vitaliteit zijn dan ook verdeeld over die categorieën.
De vastgestelde en geïnventariseerde mogelijkheden zijn meegenomen, daarnaast zal lokaal maatwerk nodig zijn om de opgaven en mogelijkheden in beeld te brengen. 6. Verschillende gemeenten hanteren een bandbreedte in hun woningbouwambities. Het maximum van de bandbreedtes is opgenomen in de kolom Kaart van alles. Waar een dergelijke ambitie bekend is, is toegerekend naar dit getal in de Kaart van alles, waar dit niet bekend is betreft het de mogelijkheden die
eerder in beeld zijn gebracht door Site, aangevuld met de visie van KuiperCompagnons op basis van de gesprekken in 2019. 7. Rijnenburg en Loenersloot/N201 zijn apart opgenomen buitenstedelijke locaties waar momenteel geen OV-knoop aanwezig is, de A12 zone is ook apart opgenomen. Hier betreft het binnenstedelijk gebied waar nog wel knooppuntontwikkeling nodig is. Zowel bij de A12 zone als bij Loenersloot/N201 kan de woningbouw in meerdere gemeenten worden gerealiseerd. 8. Het detailniveau van de cijfers verschilt sterk. Het betreffen optellingen van alle plannen, ambities en mogelijkheden. Per locatie verschilt het daarmee ook hoe concreet deze mogelijkheden in beeld zijn. 9. De woningbehoefte in de regio is 104.000 woningen tot 2040. We zoeken 30% plancapaciteit extra, om hiermee planuitval op te vangen. Er is behoefte aan keuzes over de verstedelijkingsrichting en –locaties. De ambities uit de REK U10 om de regio voor gezond stedelijk leven te zijn en de inzichten uit het MIRT onderzoek zijn daarbij leidend. 10. Alleen voor wonen is deze informatie beschikbaar, voor de andere bouwstenen is er geen plancapaciteit beschikbaar die op kaart kan worden verbeeld. 11. Er is een aantal specifieke locaties waarvoor een groot potentieel programma (met ruime bandbreedte) is opgenomen (binnenstedelijk Utrecht, A12 zone, Rijnenburg, Loenersloot/ N201).
De haalbaarheid en realiseerbaarheid van deze locaties moet nog nader worden onderzocht. De variatie in deze bandbreedte heeft directe impact op de totaalcijfers van de te realiseren woningen in de regio.
83
4 DEELGEBIEDEN In dit hoofdstuk worden ontwikkelmogelijkheden beschreven en mogelijke thema’s voor samenwerking aangereikt die eventueel in deelgebieden verder uitgewerkt zouden kunnen worden. Hier kan ook rekening gehouden worden met grensoverschrijdende samenwerking.
84
85
Om de grote uitdagingen in de komende decennia adequaat het hoofd te bieden is een actieve benadering noodzakelijk die aansluit op alle bestuursniveaus, van Rijk, Provincie, Waterschappen en gemeenten. De koppeling van korte en lange termijn aanpak staat hierbij centraal: opgaven op gebied van verstedelijking, mobiliteit, energie in samenhang met het perspectief voor natuur en agrarische sector.
3
2
Er liggen kansen voor om pragmatische, uitvoeringsgerichte samenwerkingen binnen het U16 te formeren, die binnen het integrale ruimtelijke perspectief gebieds- en opgave-gericht aan de slag gaan. Gedacht kan worden aan een uitvoeringsagenda op intergemeentelijk niveau, in deelgebieden van de U16 wordt vormgegeven, in overleg met de provincie, geschraagd door de Provinciale Omgevingsvisie en de bijbehorende verordening en ondersteund door het door U Ned aangestuurde BO MIRT Onderzoek. Energie is een grote ruimtelijke opgave die het landschap zal gaan veranderen.
5 4 1
We onderscheiden de volgende 5 deelgebieden of samenwerkingsverbanden: 1. 2. 3. 4. 5.
De Kromme Rijn-vallei Noordrand: Strategische waterlinie landschap en noordelijke heuvelrug Corridorontwikkeling Snelle Vecht tussen Utrecht en Amsterdam Woerd,Waard en Vijfheerenlanden De centrale as
Overzicht deelgebieden
86
87
1
88
89
4.1 D e Kromme Rijn-vallei HOUTEN Van Wijk bij Duurstede tot de stadswallen van Utrecht slingert de Kromme Rijn langs de Heuvelrug. Het is de verbindende factor in het zuidoosten van de regio: van de weidse uiterwaarden van de Lek tot aan de Oude Gracht. Gezien de historische betekenis van de Kromme Rijn is haar huidige verschijningsvorm bescheiden; soms slechts die van een onopvallende, maar nog steeds slingerende watergang langs de Provinciale weg. Wanneer de Kromme Rijn Utrecht nadert, is de invloed van snelwegen, spoor en stedelijke ontwikkeling van Bunnik, Odijk, Lunetten, USP dermate overheersend, dat de wijze waarop de rivier de stad binnenkomt, en de grachten met haar water voedt, nauwelijks te ervaren is. Ook de samenhang met het fortenlandschap van de Nieuwe Hollandse Waterlinie staat onder druk. Door de ontwikkeling van een aantal nieuwe stedelijke gebieden, gericht op de Kromme Rijn-vallei, en revitalisatie van de Kromme Rijn en haar omgeving zelf, kan de samenhang in de vallei weer worden versterkt, zodat in de Kromme Rijn-vallei een nieuwe balans tussen stad, dorpen, landschap en natuur kan ontstaan. Dit geldt voor de flank van de Heuvelrug, tussen Wijk en Odijk, waar versterking van het coulisselandschap gepaard kan gaan met kleinschalige bebouwing ten behoeve van recreatieve functies, nieuwe landgoederen en kleinschalige zonnevelden.
De Kom van de Kromme Rijn Daar waar de Kromme Rijn Utrecht nadert wordt de stedelijke dynamiek steeds groter. Het landschap krijgt betekenis door de aanwezigheid van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, maar de invloed van stad, snelwegen, spoor zijn dermate dominant, dat zeker hier sprake van een landschappelijke schaalsprong moet zijn om de samenhang in dat landschap en de balans met de stedelijke ontwikkeling te herstellen.
Kom van de Kromme Rijn-park: Forten, landgoederen en rivier Bij het verder verstedelijken rond A12, LunettenKoningsweg en de verbinding naar het USP biedt de kom van de Kromme Rijn-vallei – weliswaar bij aanzienlijke investeringen in landschap en natuur – de mogelijkheid om een uniek ensemble van rivier, forten, heuvellandschap en omringende nieuwe stedelijke milieus te maken.
CULEMBORG
De HOV- en treinstations bieden directe toegang tot dit landschap van de toekomst. De loop van de Kromme Rijn zelf is een directe toegangspoort vanuit het hart van Utrecht naar het landschap van de toekomst. Kortom, de kom van de Kromme Rijn-vallei is een onmisbare schakel in het Ringpark-concept.
De Kromme Rijn-Warande Via Zeist, Driebergen, Doorn en Leersum wordt de versterking van het Heuvelruglandschap vormgegeven met de Kromme Rijn-warande: een route – parallel aan de Stichtse Lustwarande – maar zuidelijker, op de overgang van de Kromme Rijn-vallei naar de Heuvelrug zelf. Nieuwe landgoederen en recreatie staan hierbij centraal. De verbindingen zijn gericht op langzaam verkeer, autoverkeer is niet doorgaand en beperkt. Station Driebergen-Zeist biedt zowel toegang tot de Heuvelrug als de Kromme Rijn, en biedt gelegenheid om landgoederen, bosrand en beperkte verstedelijking te combineren. De omgeving van knooppunt Driebergen-Zeist is een interessant zoekgebied voor integrale ontwikkelingen van wonen, werken en mobiliteit.
WIJK BIJ DUURSTEDE
Luchtfoto De Kromme Rijn
Stad De ontwikkelingen A12-zone, Lunetten-Koningsweg en USP vormen een stedelijke boog, verbonden door de SUNIJ-lijn die het landschap van de forten van de Waterlinie en de kom van de Kromme Rijn-vallei omspant. Verder naar het oosten gaat deze kwartcirkel via Zeist en Driebergen over in de Heuvelrug-flank. Achter Odijk en Bunnik slingert de Kromme Rijn tussen de forten Vechten en Rijnauwen door, en langs de Lunetten, Utrecht binnen. Sport- en recreatieterreinen, spoor- en snelwegen en het gehalveerde landgoed Amelisweerd bepalen nu het beeld.
90
Verkennende schets, Kom van de Kromme Rijn
91
Houten: schaalsprong in stedelijkheid; van naar binnen gekeerd naar buiten gericht De dubbele groeikern Houten is toe aan een nieuw perspectief met nieuwe verstedelijking. Het scharnier tussen Houten en Houten–Castellum biedt hiertoe gelegenheid. Houten is ontwikkeld als een dubbele kern: centra met stations in het midden en een rondweg eromheen. Door een nieuwe stedelijkheid toe te voegen in het “scharnier” - waar de beide kernen elkaar raken –en deze nadrukkelijk naar buiten te keren, in dit geval naar het nieuwe landschap van de Kromme Rijn-vallei, wordt ook hier een nieuw ensemble van stad en landschap geactiveerd; zeker wanneer de Houtense Rijn wordt gerealiseerd. Een verdere verdichting en herstructurering van de binnenstedelijke locaties Centrum, Molenzoom en de Koppeling kan een dynamisch hoog stedelijk gebied met een mix van wonen, werken en voorzieningen creëren. Het landschap wordt gevrijwaard van bebouwing, maar een samenhangende ontwikkeling is essentieel. Aan de noordwestkant van Houten zijn kansen om delen van de Doornkade, Oud-Wulven en Hof van Wulven te ontwikkelen tot een stedelijk woon- werkmilieu bestaande uit verschillende woningtypen. Door sterke (fiets)verbindingen met de stad te maken kan de interne groenstructuur worden versterkt.
Daarnaast geldt dat hierdoor landschappelijke en recreatieve verbeteringen mogelijk zijn (Nieuwe Hollandse Waterlinie, Nieuw Wulven, Amelisweerd, Laagraven Oost). Behalve inzet op binnenstedelijke ontwikkeling, heeft het ontwikkelen van Houten-Oost potentie. Door passende woningen te bouwen kunnen de verbindingen met het landschap van de Houtense Rijn worden verbeterd en recreatieve bestemmingen toegevoegd. De “Houtense Rijn”, een nieuwe rivierarm in de Kromme Rijn-vallei In het landschap ten noordoosten van Houten ligt een oude meander van de Kromme Rijn. Deze is deels al “opgegraven” bij de uitvoering van het Castellum. Gezien de toenemende behoefte aan waterberging is het opnieuw activeren van deze oude rivierbedding als zijarm van de Kromme Rijn een potentieel waardevolle toevoeging aan het landschap. De dorpen Bunnik en Odijk Nog dit jaar wordt er begonnen met de plannen voor een nieuwe wijk direct ten westen van Odijk. De nieuwe woningen zijn nodig voor de lokale behoefte en ondersteunen de voorzieningenstructuur in de dorpen. De omgeving van station Bunnik heeft potentie om verder te ontwikkelen als knooppunt waar bezoekers van het Utrecht Sciencepark eenvoudig kunnen wisselen tussen fiets, auto en openbaar vervoer. Met de verbeterde verbindingen en 92
voorzieningen kan de stationsomgeving transformeren naar een gemengd woon-werkgebied met hoge dichtheden. Een interessant vestigingsmilieu voor bedrijven en werknemers, die graag een directe relatie hebben met de stad en het Sciencepark. Naast de intensivering van het knooppunt Bunnik betekent het ook vermindering van doorgaand verkeer in de bebouwde kom en wordt het station een recreatieve knoop voor de relaties met het omringende landschap. Daarnaast wordt er ten zuiden van de A12 en het vernieuwde station nagedacht over de ontwikkeling van Bunnik-Zuid. In de nabijheid van het station in hoge dichtheden, maar verderop kan er met lagere dichtheden een gemengd woon- werk- en recreatielandschap ontstaan. Hierbij is aandacht voor de voorziene groei van (auto)mobiliteit in het gebied als gevolg van de verstedelijkingsambities. Ook is aansluitende landschapsontwikkeling van de ‘Houtense Rijn’ een essentieel onderdeel van het geheel. Wijk bij Duurstede Wijk bij Duurstede wil een aantrekkelijke en vitale gemeente zijn in Utrechtse regio bestaande uit een leefbare stad en vitaal platteland. Om dit te realiseren dient het woonprogramma te worden afgestemd op de woonbehoefte met in het bijzonder aandacht voor jongeren en ouderen.
In Wijk zijn er mogelijkheden voor een ruimtelijke kwaliteitsverbetering door het verder vergroenen en verzachten van de stadsrand met het gericht toevoegen van woningen in relatie tot groen met respect voor cultuurhistorische waarden. Ook kan de betekenis van Wijk bij Duurstede als bron van de Kromme Rijn verder worden versterkt door meer gebruik te maken van recreatieve mogelijkheden. Ten slotte is er ruimte voor beperkte uitbreiding van lokale bedrijven.
Utrechtse Heuvelrug De gemeente Utrechtse Heuvelrug is gelegen in het Nationaal Park de Utrechtse Heuvelrug en het Kromme Rijngebied: beide waardevolle landschappen, waarvoor een transformatieopgave geldt als het gaat om het versterken van natuur, biodiversiteit, klimaatadaptatie, energie en de omvorming naar duurzame landbouw. Ook krijgen deze landschappen te maken met een forse toename van recreatie. De grootste opgave voor de gemeente, maar zeker ook voor de regio, is het in balans brengen van deze activiteiten om zo te komen tot de vorming van het landschap van de toekomst. In samenwerking met partners, zoals Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug, de gebiedscommissie Kromme Rijn, de provincie en de regiogemeenten wordt hier nu al uitvoering aan gegeven. Daarbij hoort dat men opzoek moet naar een solide financiële model voor de transformatie van het buitengebied. De landschappen bieden weinig ruimte voor grootschalige woningbouwontwikkelingen. Er wordt nu met name gekeken naar de marinierskazerne en OV-knooppunt DriebergenZeist. OV knooppunt Driebergen-Zeist is een belangrijke zoeklocatie voor integrale ontwikkeling van wonen en werken. Er zijn kansen om de multimodale functie van het knooppunt (overstap van auto naar OV/fiets) ten behoeve van de regio - maar ook voor bezoekers van de natuur en het buitengebied - verder te ontwikkelen.
De voorziene extra vervoersvraag op het traject tussen Utrecht en Arnhem, inclusief knooppuntontwikkeling rond Lunetten Koningsweg, Bunnik en Driebergen-Zeist, is een kans om de capaciteit van de treindienstregeling verder uit te breiden.
Samenwerking Samenwerking in de kom van de Kromme Rijn tussen Utrecht, Houten, Bunnik/Odijk, Zeist, Wijk en Utrechtse Heuvelrug is gericht op: • Integrale ontwikkeling landschapen nieuw stedelijk gebied; • Op korte termijn ontwikkelen van een rijk scala aan nieuwe woonmilieus rondom en in de Kromme Rijn-kom; • Verder verrijken van het campusconcept van het Utrecht Science Park; • Optimaal gebruikmaken van de OVknooppunten, voor stedelijk én landelijk gebied; • Toevoegen recreatieve waarde en verdienmodellen aan het landelijk gebied; • Versterken van de natuurlijke en landschappelijke waarde van het landschap van de Kromme RijnKom; • Versterking van de samenhang van het Waterlinie-landschap.
Schetsbeeld Wijk bij Duurstede 93
Bestaande situatie Kromme Rijn-Vallei, zicht op Houten.
Schets Kromme Rijn-vallei. Op de achtergrond de A12, Lunetten/Koningsweg, Centraal het Scharnier van Houten, de Houtense Rijn, het knooppunt Bunnik Odijk Aan de rechterzijde de Kromme Rijn-Warande
Bestaande situatie Kromme Rijn-Vallei, zicht op Houten. Varianten Kromme Rijn-Vallei, zicht op Houten.
94
95
2
96
97
4.2 Noordoostflank: Strategisch waterlinie landschap en noordelijke heuvelrug Strategisch landschap, Waterlinie en Heuvelrug-Noord Ten Noorden van de kom van De Kromme Rijn is de afstand tot de stad Utrecht en de Heuvelrug het kleinst. Hier komen het strategisch landschap van de Waterlinie, Heuvelrug en stadsrand samen, doorsneden door infrastructuur van de snelwegen en spoorlijnen richting Arnhem, Amersfoort en Hilversum. In de toekomst is te verwachten dat de zuidzijde, grenzend aan de Fortenlinie, verder zal vernatten. Vergroting van de leefbaarheid en toegankelijkheid vanuit de noord- en oostzijde van Utrecht is - zeker bij een verdere verdichting rond station Overvecht, station Bilthoven en het Utrecht Science Park (USP) - na te streven. Hierbij blijft de Noordelijke Randweg ook in de toekomst wel een harde grens voor verstedelijking, wordt het Noorderpark beter toegankelijk in combinatie met de beleving van de Waterlinie met haar forten en sluit het landschap van de Heuvelrug met recreatieve routes goed aan op het stedelijk gebied. Hierbij zijn “natuurstations” Hollandse Rading en Driebergen-Zeist belangrijke toegangspoorten. Juist op deze plek bevindt zich ook het USP, één van de meest strategisch belangrijke “landschappen” van de regio. Op deze plaats ligt de robuuste natuurcorridor vanaf De Bilt West om het USP langs Zeist richting Bunnik en verder.
De campus heeft een uitloper naar het knooppunt rond station Bilthoven, via de institutenzone langs de Soestdijkse Weg. Het coulisselandschap rond Maartensdijk en Nieuwe-Wetering, dat analoog aan de zuidelijke flank van de Heuvelrug ook hier versterking en grotere robuustheid kan krijgen, gaat in het Noorden over in de bossen en landgoederen van de Noordelijke Heuvelrug, en in het westen in het veenweidelandschap richting het Stichtse plassengebied. De Bilt Ontwikkeling stationsgebied Bilthoven, in samenhang met de ontwikkeling en bereikbaarheid van de institutenzone (Life Science As) incl. USP Bilthoven, aansluiten op het USP is een belangrijke ambitie in dit deelgebied. De wijze waarop het doortrekken van de Uithoflijn en de ontwikkeling van transferia langs de A28 worden verbonden is nader te onderzoeken. Versterking coulisselandschap rond Bilthoven/Hollandse Rading, is gezien het landschappelijk en ecologisch verbindend karakter belangrijk, ook in het kader van de robuuste Heuvelrug. Het verder ontwikkelen van het strategisch landschap, vernatten en vergroten van de recreatieve waarde van het cultuurhistorisch fortenlandschap, zijn richting Noordrand Utrecht en Overvecht sleutelwoorden.
Zeist Een toekomstige doorgetrokken Uithoflijn of HOV verbinding tussen USP en Amersfoort biedt kansen voor de herontwikkeling van Zeist-Noord en transformatie bedrijventerreinen aan de A28 in combinatie met een P+R functie. Daarnaast zijn er in de gemeente mogelijkheden om aan de Utrechtseweg kantoren en bedrijventerreinen te transformeren naar woningbouw en gemengde woonwerkmilieus. Rond station Driebergen-Zeist is eveneens ruimte om gemengde woon-werk milieus en kantoren in groene setting te concentreren in combinatie met beter toegankelijk maken van de recreatieve mogelijkheden van de Heuvelrug en het Kromme Rijn gebied.
Samenwerking Samenwerking tussen Heuvelrug, Zeist, De Bilt, Stichtse Vecht en Utrecht is gericht op: • Knooppuntontwikkeling rond stations Driebergen-Zeist en Bilthoven; • Bereikbaarheid USP (De Uithof en Bilthoven) door onder andere de ontwikkeling van de OV-corridor langs de A28 in combinatie met verstedelijking en P+R; Daarbij dient een zorgvuldige afweging tussen landschappelijke en ecologische waarden, OV-vervoersontwikkeling en mogelijkheden voor verstedelijking in het gebied plaats te vinden. Hierdoor komen meerdere opties voor een tracé van een verlengde Uithoflijn of HOV-verbinding in beeld; • Ontwikkeling natuur en recreatieve waarde landschap met de bijbehorende verdienmodellen; • Verduurzaming huidige agrarisch landgebruik; • Ontwikkelen en behouden cultuurhistorische waarde; • Klimaatadaptatie van de bestaande waterhuishouding met oog voor het strategisch waterlinie-landschap; • Verstedelijking, kwalitatief, niet kwantitatief van karakter; • Gemengd verstedelijken van groene werklocaties.
Heuvelrug Waterlinie Knooppunten
Principe van vernatting strategisch landschap 98
99
Noordrand nu. De randweg en de scherpe scheiding van stad (Overvecht) en landschap
100
Schets Noordrand. Activering recreatie: wandelroutes vanuit Overvecht, recreatieve functies en recreatief medegebruik landschap
101
3
102
103
4.3 Corridor ontwikkeling Snelle Vecht tussen Utrecht en Amsterdam In het Noordwesten wijkt de Heuvelrug en opent zich het plassen- en veenweidelandschap richting het Noorden. Vanuit Utrecht lopen de gestrekte lijnen van spoor, kanaal en snelweg, en slingeren Amstel, Angstel en Vecht zich naar het noorden richting Amsterdam. Halverwege kruist de verbindingsweg van Amstelveen/Aalsmeer, via Mijdrecht en Vinkeveen deze bundel, richting Hilversum. De corridor tussen Utrecht en Amsterdam is in het verleden en naar de toekomst een essentieel deel van de urbane structuur van West-Nederland en de Randstad. De stedelijke ontwikkeling van deze corridor is een delicate operatie; historische gevoelige gebieden als het Vecht-lint, natuurgebieden als de plassen, en een gevoelige opgave betreffende veenoxidatie, bodemdaling en de agrarische toekomst van het gebied dienen te worden geadresseerd. Tegelijkertijd kent het gebied een moeilijke bodemgesteldheid én een hoge potentiële verstedelijkingsdruk in het spanningsveld UtrechtAmsterdam.
Landschappelijke transformatie Veenweidegebied Met name het landschap van de ronde Venen, waterrijke lage veenweidepolders zal te maken krijgen met grote veranderingen in waterbeheer, landgebruik en dus in agrarische verdienmodellen. Gezamenlijk zal gezocht moeten worden naar een nieuwe balans tussen water, landbouw, natuur en recreatie, waarbij het stoppen van bodemdaling en veenoxidatie prioriteit heeft en het landschap van een nieuw, duurzaam exploitatiemodel wordt voorzien. De verbinding tussen de west- en oostzijde van de “Snelle Vecht” wordt gewaarborgd door vensters, onderbrekingen in de corridor, open, groene gebieden waar ook ecologisch en recreatief naar verbinding wordt gestreefd.
Samenwerking Knooppuntontwikeling in de corridor In de “Snelle Vecht”, zoals Stichtse Vecht de corridor vanuit welbegrepen historisch perspectief heeft gedoopt, is de ontwikkeling van stedelijke knooppunten rondom (NS)stations een kansrijke strategie. Het betreft de bestaande knooppunten Zuilen, Maarssenbroek, Breukelen en Abcoude. Een nieuw knooppunt bij Loenersloot/N201, waar de snelle Vecht de N201 kruist, is evident en van groot belang voor de achterliggende verzorgingsgebieden van Ronde Venen, en Hilversum en kan op lange termijn een bijdrage leveren aan de regionale ontwikkeling. Voor Abcoude liggen er kansen voor de ontwikkeling als recreatieve poort naar het landschap. Het is interessant om te onderzoek of intensivering van ruimtegebruik mogelijk is aan de westkant van het station. In de komende decennia moet blijken hoe de knooppunten verder kunnen worden benut. Dit betekent verdichting: het toevoegen van woon- en werkfuncties, en het integreren van – in het geval van knooppunt Loenersloot – het aansluitende vervoersysteem richting Vinkeveen- Mijdrecht en Aalsmeer, Schiphol enerzijds, en Hilversum anderzijds. Ook hier vindt knooppuntontwikkeling plaats, maar op beperkte schaal, aansluitend op de (bus-) stations van Mijdrecht en Vinkeveen, in de N201-corridor.
Van belang is om in de strategie van corridorontwikkeling van de Snelle Vecht aandacht te houden voor open vensters in het landschap zodat de kernen niet volledig aan elkaar vastgroeien maar er een groene, open ruimte in het landschap blijft.
104
In het noorden is samenwerking tussen Stichtse Vecht, Ronde Venen, Woerden en Utrecht gericht op: • Optimalisatie van de knooppunten van de “Snelle Vecht”; • Optimalisatie van het daarop aansluitende oostwestelijke systeem van de HOV-knooppunten langs de N201 en bijbehorend fietsenrekken; • Verbetering van de verkeersafwikkeling richting Woerden/A12; • Ontwikkeling recreatieve betekenis veenweidelandschap westelijk van Leidsche Rijn en in het noorden (Amsterdam); • Transformatie/nieuwe toekomst voor agrarische bedrijven veenweidegebieden; • Ontwikkeling groene “oost-west-vensters“ in de Snelle Vecht; • Aandacht voor betekenis van de Stelling van Amsterdam en de Oude Hollandse Waterlinie.
105
VOORBEELDMATIGE VERBEELDING KNOOPPUNT BREUKELEN
Breukelen nu
Schets Breukelen in de nabije toekomst
Knooppuntontwikkeling in dit gebied zal, gezien hoogte ligging, bodemgesteldheid en te verwachten transformatie van het veenweidegebied, meer dan op andere plaatsen gebaseerd zijn op klimaatadaptief bouwen, gebaseerd op principes als: “Hoog en Compact” bij hoge dichtheden, en “Flexibel in Hoogte en Waterstand” bij lage dichtheden.
Breukelen 2020
Breukelen 2040 - klimaatadaptief knooppunt 106
Schets Breukelen in de toekomst 107
VOORBEELDMATIGE VERBEELDING KNOOPPUNT N201
Schets variant Zuid
Schets variant Noord
Schets varianten knooppunt N201 maximale uitbreiding Zuid en Noord
Schets Knooppunt N201 poort op het landschap
108
109
4
110
111
4.4 Woerd, Waard en Vijfheerenlanden Woerd, Waard en Vijfheerenlanden: Rivierlinten, veenweidegebied, vestingstadjes en regionale knooppunten Het landschap van het zuidwesten van de regio wordt gedragen door de historische rivierlinten van de Oude Rijn en de Hollandse IJssel in het noorden, en de Linge en de Lek in het zuiden, waarbij het tussenliggende landschap naar het westen toe steeds natter en lager wordt. Veenweidetransformatie is daar dan ook een belangrijke opgave. Het landschap tussen de rivierlinten is grootschalig en weids. De polders zijn doorregen met boerderij-linten die de rivierstadjes en lintdorpen verbinden. Hier betekent aandacht voor vitaliteit en leefbaarheid van kernen niet alleen iets voor de rivierstadjes, maar juist ook voor de polderdijken en -linten van de Lopikerwaard en Vijfheerenlanden. Tussen de linten vragen de polders om bezinning op de toekomst. In dit oer-Hollandse landschap zal waarschijnlijk veel veranderen betreffende klimaatadaptatie, waterbeheer en daarmee samenhangend landgebruik. Onderzoek naar klimaatadaptatie, alternatieve teelten en agrarische verdienmodellen zijn gewenst, evenals aandacht voor natuur, stilte en landschappelijke waarde. Hierin kan het landschap van Woerd, Waard en Vijfheerenlanden interessant zijn als experimenteerruimte.
Ruimtelijke ontwikkeling Woerd, Waard en Vijfheerenlanden Woerden, als historische stad aan de Oude Rijn, heeft een eigen positie in de regio. Woerden speelt als knooppunt op de corridor Utrecht-Zuidvleugel een belangrijke rol. Als onderdeel van het landelijke OV-netwerk, als entree naar het noordelijke Groene Hart en als vervoersknooppunt op enige afstand van Utrecht. Deze betekenis kan verder worden versterkt. Vanuit het stedelijke gebied van Utrecht-Leidsche Rijn is het mogelijk om het historisch en landschappelijk waardevolle landschap van Haarzuilen, Harmelen, Linschoten, Montfoort en Oudewater beter te ontsluiten en te koppelen aan groene routes vanuit de stad. Dit landschappelijke netwerk is minder gekend dan de oostzijde van de regio, en in die zin ondergewaardeerd. Door de kernen en het landschap in samenhang te ontwikkelen kan de waarde en aantrekkelijkheid van dit uitloopgebied verder versterkt worden. Dit geldt ook voor de recreatieve uitvalsroute van Utrecht, door Nieuwegein en IJsselstein richting de Lopikerwaard, waar vroeger de Hollandse IJssel aftakte van de Lek. Deze uitvalspoort vanuit het stedelijk gebied richting het rivierenlandschap van de Lopikerwaard kan meer waarde krijgen. IJsselstein, als poort tussen stad en waard, kan zich als zodanig ontwikkelen: een sterke stadsrand, opstappunt HOV en toegangspoort tussen stedelijke regio en Lopikerwaard.
IJsselstein, Vaartse RIjn, Poort naar de Lopikerwaard en de Lek 112
113
Midden in het Rivierenland, Lek in het noorden en Linge in het Zuiden, een rivierenlandschap met ecologisch rijke uiterwaarden, rietlanden en oude stroomruggen, ligt Vijfheerenlanden. De historische steden Leerdam (Glasmuseum) en Vianen zijn toeristische knooppunten. Vianen is het stedelijke bruggenhoofd van de Utrechtse regio, en is via HOV-knooppunt(en) een opstappunt voor reizigers uit het zuiden met bestemmingen in het stedelijk gebied van Utrecht. Het open, agrarische landschap van Vijfheerenlanden heeft belangrijke functies als waterwingebied, stiltegebied en bestaat voor een behoorlijk deel uit natuurnetwerk/natura 2000. Dit open en stille gebied en de gebieden langs de Lek, de Linge en het wandelgebied de Zouweboezem zijn aantrekkelijke recreatieve gebieden. Er zijn volop kansen om de groene en blauwe verbindingen voor natuur en recreatie (fiets-, wandel-, en vaarroutes) te versterken. De landschappelijke en cultuurhistorische waarde van de rivieroever van Culemborg tot aan Schoonhoven kan bijvoorbeeld verder worden benut door het aanleggen en uitbreiden van bestaande recreatieve routes. De uitdagingen van bodemdaling en veeweideproblematiek hebben ook gevolgen voor het boerenlandschap van Vijfheerenlanden. Het verkennen van de mogelijkheden van innovatieve landbouw zijn hierin een aanknopingspunt.
Samenwerking De samenwerking tussen Woerden, Montfoort, Oudewater, Lopik, IJsselstein, Vijfheerenlanden en Utrecht bestaat uit: • Afstemming vitale kernen en linten; • Ontsluiting van de vitale kernen met fiets, OV en auto; • Transformatie veenweidegebied; • Recreatieve ontsluitingen en natuurontwikkeling; • Knooppuntontwikkeling Woerden. Een kans zou zijn als Vijfheerenlanden en Lopikerwaard samen gaan nadenken over oplossingen voor de toekomst van de veenweidegebieden. Het (verder) ontwikkelen van strategische knooppunten langs snelwegen in relatie tot de behoefte aan uitbreidingsmogelijkheden van bedrijventerreinen dient in regionaal verband te worden onderzocht.
Door de gunstige ligging aan de snelwegen A2 en A27 zijn de bedrijventerreinen in Vianen, Lexmond, Meerkerk en Leerdam interessant als locaties voor bedrijvigheid. De gunstige ligging van de knooppunten aan snelwegen maakt dat de genoemde kernen ook geschikt kunnen zijn voor woningbouw. Aandachtspunten zijn leefbaarheid en woonkwaliteit langs snelwegen (fijnstof, geluidsoverlast) en goede OV-verbindingen met belangrijke bestemmingen in de regio. Eventuele benutting van potentieel moet ook worden onderzocht in relatie tot de landschappelijke en natuurlijke waarde van het gebied: de knooppunten kunnen ook functioneren als een poort naar het groen. Via het opwaarderen van de MerwedeLingelijn zouden Leerdam, maar ook Gorinchem, Arkel, Beesd en de Drechtsteden beter kunnen aansluiten op het knooppuntennetwerk van de Utrechtse regio. Bovendien heeft hoogwaardig openbaar vervoer de potentie om de verkeersdruk op snelwegen te verminderen.
114
115
5
116
117
4.5 De centrale as Zuid-Noord van Vijfheerenlanden via IJsselstein en Nieuwegein tot Utrecht Centrum Deze verstedelijkingszone is cruciaal in de verstedelijkingsstrategie van de regio. De mate waarin transformatie van bestaande stedelijke werkgebieden plaats gaat vinden, de connectiviteit van dezelfde gebieden kan worden verbeterd en de leefkwaliteit kan toenemen zijn daarbij bepalende factoren. De A12-zone bestaat uit diverse deelgebieden met vitale regionale economische functies. De van west naar oost lopende A12 kan een grote barrière vormen in de kwalitatieve ontwikkeling van dit gebied. De Zuid-Noord gerichte samenhang in de zone is groot, en wordt in de komende decennia alleen maar groter. Met de toenemende betekenis en verbetering van OV, zoals door de versnelling van de SUNIJ-lijn, en de verkorting van de reistijd vanuit Nieuwegein/IJsselstein naar Utrecht Centrum neemt de onderlinge verwevenheid toe. Zo kan de aanleg van een transferium in IJsselstein en de verbetering van de SUNIJ hier relatief eenvoudig leiden tot een kansrijke knoop in het mobiliteitssysteem. Door het knooppunt Vianen Lekbrug verder te intensiveren, kan een robuuste poort voor de noord-zuidas worden gecreëerd. Op de corridor naar het zuiden is ook Meerkerk (A27) kansrijk om als OV-knoop te ontwikkelen.
Alle drie de knooppunten hebben potentie om automobilisten te laten overstappen op een snel en betrouwbaar Ov-systeem richting het stedelijk gebied mits de koppeling door middel van goede P+R voorzieningen met het hoofdwegennet goed uitgevoerd wordt. In de landelijke studie BGU (Breda-GorinchemUtrecht) worden de mogelijkheden voor een dergelijk HOVsysteem op de corridor Utrecht-Brabant op de lange termijn onderzocht. Het verlengen van de snelfietsroute Utrecht-Nieuwegein/ IJsselstein naar Vijfheerenlanden biedt mogelijkheden om de zuidlob van de regio (recreatief) per fiets goed te ontsluiten. (Snel)fietsroutes van Utrecht langs het Merwedekanaal naar Nieuwegein/IJsselstein en door naar Vianen (en verder) zijn kansrijk en essentieel voor de ambitie om juist de zuidkant van Utrecht te verdichten. Aanvullend daarop werkt de regio ook aan een fietsroute tussen Houten, Nieuwegein (‘t Klooster) en Vianen parallel aan de A27 om vanuit de Zuidlob een directere route richting het USP aan te bieden. Behalve voor het verbinden van belangrijke woon-werklocaties kunnen fietsroutes fungeren als toegangspoort tot recreatieve gebieden bijvoorbeeld in Vijfheerenlanden en de Lopikerwaard.
118
De A12-zone, waar Nieuwegein en Houten grenzen aan Utrecht, speelt een grote rol in het mobiliteitsnetwerk van Nederland en de Utrechtse Regio. Het potentiële conflict tussen gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen en het nationale en regionale belang van grootschalige infrastructuur in de komt hier het duidelijkst naar voren. Met het besef dat in de komende decennia veel gaat veranderen betreffende mobiliteit met de aanname dat hierbij de intensiteit van verkeer nog verder zal toenemen, is juist hier een stapsgewijze en flexibele verstedelijkingsstrategie noodzakelijk. Dat de mogelijke ontwikkeling van de A12-zone kansrijk maar ook complex is, is een van de inzichten uit het MIRT Onderzoek. Door de projectgroep A12-zone zijn diverse ontwikkelbeelden onderzocht, die aanleiding vormen voor vervolgonderzoek. In het kader van de contour REP is er een aanvullende optie schetsmatig verbeeld om een bredere A12 zone te verkennen en hier adaptief mee om te gaan. Bij juiste aaneenschakeling van lange, middellange en korte termijn kan in de A12-zone een aanzienlijk deel van de verstedelijkingsopgave voor de regio adequaat worden gerealiseerd. De koppeling van een langetermijn perspectief aan goede “no-regret-besluitvorming” op korte termijn is daarbij van groot belang.
Gedacht kan worden aan een oost-west gerichte ruimtelijke reservering, waar eventueel in de komende decennia een deel van de benodigde infrastructuur kan worden gerealiseerd. Deze reservering kan bij verdergaand inzicht in de ontwikkeling van mobiliteit worden geactiveerd, zodat de verstedelijkingsmogelijkheden stapsgewijs mogelijk worden gemaakt. Aandachtspunt daarbij is dat we geen extra barrière in het gebied toe voegen en de uitwerking wiel met spaken als basis te nemen voor ontwikkeling.
119
ONTWIKKELBEELDEN A12-ZONE
AANVULLENDE VARIANTEN A12-ZONE
A12: STUDIE STATION WESTRAVEN
A12: STUDIE+: STATION WESTZIJDE + RIJNENBURG
A12: RESERVERING BYPASS
A12: VERSTEDELIJKING OP BASIS VAN HOV / SUNIJ
Stedelijk Mozaïek
Regionale Knoop
Dynamische stadslijn Ontwikkelbeelden met duiding van de maatregelen en ontwikkellocaties Bron: Ontwikkelbeelden A12-zone, juli 2019, Urhahn 120
Samenwerking Vijfheerenlanden, IJsselstein, Nieuwegein, Houten en Utrecht werken samen aan: • Onderzoek naar de gewenste intensiteit van verstedelijking in de Zuid-Noord-as, waarbij ook de gewenste woonkwaliteit in relatie tot de woningbehoefte en de principes van gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen wordt meegenomen; • Snelle (fiets)verbindingen tussen Utrecht, Nieuwegein, IJsselstein en Vijfheerenlanden voor ontsluiting van zuidkant regio; • Corridorontwikkeling van de op de Zuid-Noordas gelegen knooppunten (Utrecht, A12-zone, Nieuwegein, IJsselstein, Vianen, Meerkerk); • Ontsluiting vanuit Lopikerwaard en A2 ter hoogte van IJsselstein en Nieuwegein-zuid in samenwerking met Vaartsche Rijn en “IJsselpark”;
•
Invulling en aansluiting van de A12 zone m.b.t. verstedelijking en mobiliteit, bijvoorbeeld via de OV-tangenten naar Leidsche Rijn Centrum en Lunetten-Koningsweg
Gezien het nationale belang van dit vraagstuk is de samenwerking rijk-regio vanzelfsprekend. Dit wordt opgepakt binnen U Ned/ in het MIRT Onderzoek en in de MIRT Verkenning.
121
KATERN: INSPIRATIE RUIMTELIJKE STRATEGIE UTRECHT 2040 Utrecht Utrecht gebruikt de barcode-methodiek als instrument om de ruimtevraag inzichtelijk te maken. Dit betekent: • Van prioritaire gebieden naar prioriteiten per gebied. • Niet elke wijk is hetzelfde, niet overal doen we hetzelfde. • Onze hoofdinzet is de inbreiding en transformatie. • Voorzieningen groeien mee met de groei of verandering van de stad. • De barcode als methodiek en instrument in te zetten om de ruimtevraag inzichtelijk te maken. We spreken niet meer van prioritaire gebieden maar van prioriteiten per gebied. We nemen geen afscheid van onze inzet in de grote ontwikkelgebieden maar bieden een ruimtelijk perspectief voor de hele stad.
We zien vier ontwikkelstrategieën: 1. ‘Koesteren van de bestaande stad’; in deze gebieden zetten we vooral in op het versterken van bestaande kwaliteiten. Dit betekent overigens niet dat er geen ontwikkeling mogelijk is. 2. ‘Inbreiding’; groei opvangen binnen bestaande gebieden op plekken waar nog ontwikkelmogelijkheden zijn. Voor de barcode betekent het dat we de groei voor een deel kunnen opvangen met bestaande voorzieningen en deels moeten toevoegen. 3. ‘Transformeren’; bestaande delen van de stad omvormen op basis van vernieuwde uitgangspunten. Voor de barcode betekent deze variant dat we de groei opvangen door slimmer gebruik van voorzieningen, bijvoorbeeld door multifunctioneel gebruik van locaties, door het beter benutten van overcapaciteit of voorzieningen beter bereikbaar te maken. Er zullen zeker ook voorzieningen moeten worden toegevoegd om de disbalans binnen de bestaande stad op te lossen. 4. O ntwikkeling op uitleglocaties’; niet binnenstedelijk groeien, maar uitbreiding aan de randen van de stad. Daar geldt voor de barcode dat sprake zal zijn van nieuwbouw (woningbouw en werkgelegenheid) en aanleg van voorzieningen. Denk daarbij ook aan sportvelden, scholen, parken en meer. Hierbij is het belangrijk dat de nieuwe gebieden niet ten koste gaan van gezond stedelijk leven in de bestaande stad.
Bron: Op weg naar een Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040
Bron: Op weg naar een Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040
Volgorde verstedelijking Bron: Op weg naar een Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040
122
Utrechtse waarden Bron: Op weg naar een Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040
123
VOORBEELDMATIGE VERBEELDING VARIANTEN A12-ZONE + RIJNENBURG; FLEXIBELE, ADAPTIEVE STRATEGIE
124
Pauzelandschap waterberging recreatie energie
Verdere stappen: combinatie met verstedelijking richting IJssel zuidwestkant
Verdere stappen: combinatie met windturbines
Een sterker verstedelijkt Rijnenburg 125
Colofon Titel
Contour Integraal Ruimtelijk Perspectief – REP U16 Gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen
Auteurs
Opgaveteam REP U16 in samenwerking met KuiperCompagnons
Vormgeving
KuiperCompagnons
Correspondentie Integraal Ruimtelijk Perspectief en Programma - REP U16 rep@utrecht.nl Copyright Citaten en beelden mogen zonder schriftelijke toestemming van de auteurs worden gebruikt, op voorwaarde dat een duidelijke bronvermelding en naamsvermelding (Opgaveteam REP U16 en KuiperCompagnons) erbij worden vermeld. Maart 2020
Totstandkoming contour REP Met hartelijk dank aan iedereen die een bijdrage heeft geleverd aan de totstandkoming van de contour REP. Voor de totstandkoming van dit product is gesproken met: Gemeente Bunnik Gemeente De Bilt Gemeente De Ronde Venen Gemeente Houten Gemeente IJsselstein Gemeente Lopik Gemeente Montfoort Gemeente Nieuwegein Gemeente Oudewater Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Utrecht Gemeente Utrechtse Heuvelrug Gemeente Vijfheerenlanden Gemeente Wijk bij Duurstede Gemeente Woerden Gemeente Zeist Waterschap Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden Provincie Utrecht RES U16 U Ned / MIRT Onderzoek A12-zone U10 Bestuurstafels Bijeenkomsten U10 Collegedag –15 oktober 2019 U10 Informatiebijeenkomst U Ned en REP – 6 november Bestuurlijke werksessie REP – 6 december Bestuurlijke werksessie REP – 20 januari U10 Bestuurstafel – 5 februari U10 Informatiebijeenkomst REP & RES – 11 maart 126
127
BIJLAGEN
128
129
Bijlage 1: Beoordeling contour Inleiding De beoordeling van de contour aan de hand van het beoordelingskader REP is enkel op hoofdlijnen mogelijk. In de contour zijn de twee kaartbeelden (Kaart van Alles en Kaart van Altijd) een verzameling van een groot aantal wensen en ideeën, onder andere verzameld door input te vragen bij de Utrechtse gemeenten. De contour bevat daarmee tal van mogelijkheden, realisatie van al deze mogelijkheden zal op elementen leiden tot een kwantitatieve overschatting van wat nodig is (denk aan aantal woningen, ruimte voor arbeidsplaatsen, energie, landschap en recreatie). Het is dus nog nodig om keuzes te maken of pakketten van keuzes, om tot een scherpere beoordeling op indicatoren en doelstellingen te komen. De in hoofdstuk 2 weergegeven uitgangspunten, strategische keuzes van U16 en eerste globale doorkijken naar fysiek ruimtelijke inpassingen in de twee kaartbeelden, maken het wel mogelijk om de contour op hoofdlijnen langs het beoordelingskader te leggen. Dat doen we aan de hand van de hoofddoelstellingen en alleen voor de subdoelen waarop we al een score kunnen geven (subdoelen die nog niet beoordeeld kunnen worden zijn om die reden ook niet benoemd in de beoordeling):
De Kaart van Altijd
Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio. Door inzet op verstedelijking rondom bestaande OV-knooppunten en verdichting binnen het bestaande bebouwde gebied worden actieve vormen van mobiliteit en OV-gebruik gestimuleerd. Daarmee wordt positief bijgedragen aan de subdoelen gezonde leefstijl en leefomgeving. Door de verdichting worden daarnaast gunstige effecten op het gebied van energieverbruik verwacht (lager autogebruik, meer OV- en fietsgebruik). De Kaart van Altijd houdt rekening met het borgen en versterken van hoofdwatersystemen, of dat voldoende is om op het subdoel ‘Voldoende schoon en gezond water’ positief te scoren is nog niet te zeggen. Op dit moment kan gesteld worden dat op diverse kernindicatoren positief gescoord wordt. Economie versterken: aanjagen economische groei van de regio. Door de inzet op verstedelijking (waaronder ook werkmilieus) rondom knooppunten en binnen bestaand bebouwd gebied wordt in potentie de agglomeratiekracht van stedelijke regio’s vergroot. Het vestigingsklimaat is afhankelijk van meerdere factoren, zoals bereikbaarheid en voldoende (betaalbare) ruimte voor bedrijven op aantrekkelijke locaties. Op De Kaart van Altijd zijn vooralsnog diverse mogelijkheden geschetst die deze elementen in zich hebben. Op dit hoofddoel wordt dus eveneens in potentie positief gescoord.
Het is nog niet mogelijk de Kaart van Altijd te beoordelen op de aspecten circulariteit, innovatie en betekenisvolle werkgelegenheid, daarvoor is de kaart nog te abstract. Verstedelijkingsopgave faciliteren. De Kaart van Altijd bevat diverse ontwikkelingen die reeds in gang zijn gezet tot 2030 en geeft voor de periode daarna concreet aan dat gedacht wordt aan het invullen van ‘het wiel met spaken’. Als dat wordt gerealiseerd is zicht op voldoende planaanbod, maar De Kaart van Altijd benoemd deze keuze nog niet expliciet. De Kaart van Altijd schetst naast inzet op knooppuntontwikkeling en het wiel met spaken dat ook extra woningen bij kernen worden toegevoegd, daarmee lijkt een voldoende divers woonmilieu in de regio te ontstaan. Expliciet wordt benoemd dat wordt gewerkt aan de bereikbaarheid per fiets, OV en auto tussen knopen en kernen, daarmee wordt de toegang tot voorzieningen en werk vanuit woongebieden geborgd.
het stedelijk gebied en wordt in potentie het draagvlak voor recreatieve voorzieningen vergroot. Met de inzet op het ‘Ontwikkelbeeld Groen en Landschap U16’ wordt ook op een positieve manier gescoord op het verhogen van de kwaliteit van het landelijk gebied en het behouden en versterken van cultuurhistorische waarden. Nog niet concreet is gemaakt of het areaal natuur wordt vergroot. De Kaart van Altijd noemt expliciet het toevoegen van woningen in kernen om bij te dragen aan het borgen van de vitaliteit en kwaliteit van deze kernen. Op dat aspect wordt binnen dit hoofddoel dus ook positief gescoord. Slimme en toekomstvaste mobiliteit faciliteren. Door inzet op verstedelijking rondom bestaande knooppunten worden bestaande knopen verder benut. Informatie over eventuele robuustheid, dan wel overbelasting van infrastructuurnetwerken ontbreekt op dit moment nog. Het is dus lastig daar een waardeoordeel over te geven. Duidelijk is dat ingezet wordt op goede verbindingen voor fiets, OV en auto tussen knopen en kernen en worden fietspaden bij voorkeur in aantrekkelijke groene scheggen gerealiseerd, daarmee wordt het reizigerscomfort en de beleving verbeterd. Het is nog niet expliciet duidelijk of De Kaart van Altijd met deze ingrepen voldoende capaciteit op infrastructuurnetwerken mogelijk maakt en of daarmee urgente oplossingen op knelpunten worden opgelost.
Aandachtspunt is immers het versterken van de bereikbaarheid van de knopen, zeker wanneer daaromheen ingezet wordt op intensievere verstedelijking. Haalbaarheid. Door inzet op ontwikkeling van datgene dat al in gang is gezet scoort De Kaart van Altijd op het subdoel ‘zicht op uitvoering’ in potentie positief. Nog niet duidelijk is of alle plannen ook daadwerkelijk voor 2030 kunnen worden gerealiseerd. Door de veelheid aan betrokkenen en belangen is binnenstedelijk ontwikkelen vaak complexer en langduriger dan de ontwikkeling van uitleglocaties. Kosten en opbrengsten (financieel). Van De Kaart van Altijd zijn nog geen ramingen gemaakt ten aanzien van investeringen in infrastructuur of verstedelijking (beheer en exploitatie van OV en grondexploitaties). Om die reden is het nog niet mogelijk om op dit hoofddoel uitspraken te doen over een positieve of negatieve score.
Ruimtelijke kwaliteit verhogen. De Kaart van Altijd zet in op het slechten van barrières van grote infrastructurele werken, op fietspaden in aantrekkelijke groene scheggen en goede bereikbaarheid van natuur- en recreatiegebieden in en om de steden. Door deze inzet wordt positief gescoord op het verhogen van de ruimtelijke kwaliteit van
130
131
De Kaart van Alles
Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio. De Kaart van Alles zet na 2030 in op het invullen van kansen om buitenstedelijk nabij bestaande knooppunten woon- en werkmilieus toe te voegen. Dat brengt diverse uitdagingen met zich mee op het gebied van klimaatadaptatie, kansen voor energietransitie en het goed bereikbaar houden van steden, kernen, landschap en natuur. De Kaart van Alles heeft daar aandacht voor, maar uitwerking is nog beperkt concreet. Om op het hoofddoel ‘Bevorderen van een gezonde, duurzame en energieke regio’ positief te scoren zal blijvende aandacht en investeringen op deze domeinen nodig zijn. De Kaart van Alles maakt duidelijk dat kansen voor energietransitie in bepaalde delen van de regio beperkt zijn, oplossingen zullen elders (waaronder binnenstedelijk) gevonden moeten worden. Economie versterken: aanjagen economische groei van de regio. Door inzet op buitenstedelijke verdichting rondom knooppunten wordt in potentie lager gescoord op aspecten als agglomeratiekracht en versterking van het vestigingsklimaat. De afstanden tot economische centra zijn immers groter. Tegelijkertijd is in De Kaart van Alles aandacht voor verzwaring van het programma mobiliteit en infrastructuur, daarmee kan nabijheid worden vergroot en kunnen positieve effecten op de economische groei ontstaan.
De Kaart van Alles is onvoldoende concreet om uitspraken te doen over circulariteit en innovatie in de economie en over het stimuleren van betekenisvolle werkgelegenheid. Verstedelijkingsopgave faciliteren. De Kaart van Alles is een verzameling van projecten op de korte termijn en het toevoegen van programma op de lange termijn. Daarmee ontstaat voldoende potentie voor het realiseren de benodigde plancapaciteit. De veelheid en diversiteit aan locaties waar programma gerealiseerd zorgt voor een positieve score op de indicator ‘zicht op voldoende diversiteit woonmilieus’. De Kaart van Alles houdt rekening met een zwaar programma op het gebied van mobiliteit en bereikbaarheid, ook naar natuur, groen en recreatie. Daarmee wordt positief gescoord op de indicatoren toegang tot voorzieningen en toegang tot werk. Ruimtelijke kwaliteit verhogen. De Kaart van Alles zet in op een zwaar programma voor natuur, groen en recreatie. Bereikbaarheid en kwalitatief hoogwaardig en beleefbaar groen, landschap, natuur en cultuurhistorie staan daarin centraal. Vanuit deze investeringen wordt positief gescoord op het verhogen van de intrinsieke natuurwaarden en ruimtelijke kwaliteit. Dat geldt voor het stedelijk gebied, het landelijk gebied, de cultuurhistorische waarden en het zorgen voor voldoende draagvlak voor recreatieve
132
voorzieningen. Geen concrete uitspraken zijn gedaan over leefbaarheid en vitaliteit van kernen (hoewel daar in de Kaart van Altijd wel aandacht is), het stimuleren van levensloopbestendige wijken en het vergroten van het areaal natuur. Slimme en toekomstvaste mobiliteit faciliteren. Door te verdichten rondom bestaande buitenstedelijke OVknooppunten wordt in potentie positief bijgedragen aan het robuuster krijgen van infrastructuurnetwerken. Deze knooppunten worden ingezet als toegangspoorten naar het landschap vanuit woon- en werkgebieden, waarmee positief wordt gescoord op de indicator ‘vergroten toegankelijkheid van het verkeer- en vervoersysteem’. De knooppunten fungeren immers ook als spil in het netwerk tussen wonen en werken. Door de reservering voor een infrastructurele bypass in de A12-zone wordt in potentie positief bijgedragen aan het oplossen van urgente knelpunten en het borgen van voldoende capaciteit op het infrastructuurnetwerk. Haalbaarheid. Op het subdoel ‘zicht op uitvoering’ is naar aanleiding van de schetsen in De Kaart van Alles nog geen uitspraak te doen. Dat geldt in zekere zin ook voor het subdoel ‘mate van adaptiviteit en toekomstvastheid’. Echter, gezien de veelheid aan mogelijkheden en wensen van gemeenten is wel sprake van overcapaciteit op elementen.
Daarmee kan gesteld worden dat De Kaart van Alles voldoende toekomstvast is en dat daarbinnen dus nog ruimte is om keuzes te maken, waarmee hij ook adaptief is. Kosten en opbrengsten (financieel). Van De Kaart van Alles zijn nog geen ramingen gemaakt ten aanzien van investeringen in infrastructuur of verstedelijking (beheer en exploitatie van OV en grondexploitaties). Om die reden is het nog niet mogelijk om op dit hoofddoel uitspraken te doen over een positieve of negatieve score. Door de veelheid aan ingetekende wensen en ambities in de twee kaarten wordt op diverse hoofddoelen in potentie positief gescoord. Het is echter de vraag of inpassing van alle geschetste opgaven in de contour (verstedelijking, infrastructuur, recreatie, natuur, water) niet leidt tot suboptimale scores op de doelstellingen ruimtelijke kwaliteit, gezond leven in een stedelijke regio voor iedereen en mogelijk economie. Een integraal pakket waarin in samenhang (pakketten van wensen en investeringen) duidelijke keuzes worden gemaakt, biedt mogelijk meer kansen om tot optimalisatie van doelbereik te komen.
133