CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2022 - 2025

Commissie Ruimtelijke Zaken 13 oktober 2021, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Programmabegroting 2022, raadsvoorstel /21 (20.00 uur)27.137 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Belastingsamenwerking Amstelland In een dienstverleningsovereenkomst is vastgelegd dat via een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie, genaamd Gemeentebelastingen Amstelland, de heffing en invordering van gemeentelijke belastingen en de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) tijdig en rechtmatig plaatsvinden.

BNG Bank De BNG Bank is de huisbankier van de gemeente.

N.V. Vitens Deze partij draagt bij aan de drinkwatervoorziening en –kwaliteit.

U10 De U10 werkt als een bestuurlijk netwerk. Ook werkt de U10 samen met andere overheden en private partners. Wij werken samen in U10-verband aan het realiseren van lokale opgaven door gemeenschappelijke onderwerpen en belangen te verkennen en op basis hiervan gemeenschappelijke ambities te formuleren en activiteiten te ondernemen. Leden van het college nemen op basis van hun portefeuille deel aan de regionale bestuurstafels. Dit gebeurt aan zes bestuurstafels: Duurzame bereikbaarheid, Economische positionering, Gezonde en inclusieve regio, Gezonde woon- en leefomgeving, Groen en landschap en Klimaatneutrale regio. Er is een opgaveteam Regionaal Economisch Programma (REP) actief dat werkt aan een Ruimtelijk integraal perspectief (IRP). Ook wordt samengewerkt in de Regionale Energiestrategie U16 en de Woondeal.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 61 van 207

Domein 3 | Wat mag het kosten? Wat mag het kosten? In dit domein komt de inzet van reserves en het resultaat tot uitdrukking in de "onttrekkingen" en "stortingen". Bedragen x €1.000 Exploitatie

Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

na wijziging PRG- Programma 1 01

Openbare orde en veiligheid

Lasten

3.594

3.585

3.645

3.695

3.684

3.683

Baten

162

109

79

79

79

79

3.432

3.476

3.566

3.615

3.604

3.604

Lasten

18.736

19.013

19.200

17.834

17.718

17.928

Baten

1.655

968

1.917

617

987

1.064

Totaal Programma 9

17.081

18.045

17.282

17.217

16.731

16.864

Lasten

2.663

2.664

1.417

1.262

1.424

1.327

Baten

64.414

67.369

68.622

67.828

68.144

68.723

Totaal Programma 10

-61.752

-64.705

-67.205

-66.566

-66.720

-67.396

-41.239

-43.184

-46.357

-45.734

-46.385

-46.929

-10.958

-8.269

-2.923

-2.385

-1.587

-475

Totaal Programma 1 Openbare orde en veiligheid PRG- Programma 9 09

Bestuur en ondersteuning

Bestuur en ondersteuning PRG- Programma 10 10

Financiering en algemene dekkingsmiddelen

Financiering en algemene dekkingsmiddelen Gerealiseerd saldo van baten en lasten PRG- Programma 10 10

Financiering en algemene dekkingsmiddelen

Onttrekkingen

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 62 van 207

Exploitatie

Rekening 2020 Begroting 2021 Begroting 2022

Raming 2023

Raming 2024

Raming 2025

na wijziging Stortingen

8.245

3.823

1.528

181

50

403

Totaal Programma 10

-2.713

-4.446

-1.395

-2.204

-1.536

-71

-43.952

-47.630

-47.752

-47.938

-47.921

-47.000

Financiering en algemene dekkingsmiddelen Totaal domein 3

Aansluiting ten opzichte van begroting 2021 - 2024 De verschillen ten opzichte van de vastgestelde begroting 2021 - 2024 in november 2020 zijn vermeld in onderstaande tabel. Hierbij geldt dat + = nadeel en - = voordeel. Vervolgens zijn deze verschillen toegelicht naar drie onderdelen. Hiervan is een specificatie opgenomen in de financiële begroting.

2022

2023

2024

2025

-46.034

-44.538

-45.242

-45.166

1. Beleidsontwikkelingen

811

619

718

718

2. Raadsbesluiten tot en met juli 2021

-726

10

-13

-13

3. Autonome ontwikkelingen

-2.133

-710

-318

-802

4. Inzet reserves domeinen

666

-1.587

-975

1

5. Effect op financieel resultaat

-336

-1.732

-2.091

-1.738

Herziene stand 2022 - 2025

-47.752

-47.938

-47.921

-47.000

Basis begroting 2021 - 2024 Mutaties:

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 63 van 207

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 64 van 207

Paragrafen

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 65 van 207

Lokale heffingen Samenvatting Het heffen van lokale belastingen en heffingen stelt de gemeente in staat om maatschappelijke voorzieningen op een evenwichtige wijze in stand te houden. Daarnaast stellen belastingen en heffingen de gemeente in staat maatschappelijke kosten door te belasten aan specifieke veroorzakers, zoals bijvoorbeeld de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. In het verlengde hiervan stelt het heffen van lokale belastingen en heffingen de gemeente in staat een sluitend meerjarenperspectief te bereiken. Aanpassing van de belastingtarieven zorgt ervoor dat de koopkracht van de gemeentelijke middelen gehandhaafd blijft. Onze lokale heffingen behoren tot één van de laagste in de provincie Utrecht. Ondanks dat de financiële positie van alle gemeente onder druk staan stijgen de woonlasten in 2022 niet harder dan de inflatie van 1,6%. Vanaf 2022 heffen we geen precariobelasting aan nutsbedrijven en vervalt de teruggave aan onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Deze kosten worden door de nutsbedrijven niet meer in rekening gebracht. Naast de reguliere autonome ontwikkelingen op de lokale heffingen is in verband met de begrotingsopgave 2022 - 2025 de gewenste OZB opbrengst niet woningen met € 2.000.000 structureel verhoogd. Deze verhoging is aan de hand van het aangenomen amendement "beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m.

Corona" gereduceerd van € 2.000.000 verhoging naar € 1.700.000 voor begrotingsjaar 2022. De belastingtaken zijn uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland (GBA). Het gaat om taken op het gebied van de uitvoering van de Wet WOZ, de heffing en invordering van de belastingen onroerende zaakbelastingen, roerende zaakbelastingen, afvalstoffenheffing, rioolheffing, hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting en de Bedrijven Investeringszone Zone belasting.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 66 van 207

Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)

Nr.

1

2

Naam van de heffing Onroerendezaakbelasting voor woningen Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen

2020

2021

2022

2023

2024

2025

5.760

5.940

6.050

6.050

6.050

6.050

2.049

3.150

3.900

4.200

4.200

4.200

3

Rioolheffing

4.938

4.990

5.146

5.146

5.146

5.146

4

Afvalstoffenheffing

4.648

5.792

5.918

5.918

5.918

5.918

5

Precariobelasting

2.261

2.253

0

0

0

0

6

Leges wonen en bouwen

2.512

2.125

1.966

2.359

1.662

1.456

7

Leges burgerzaken

470

445

384

346

716

793

8

Begraafplaatsrechten

354

337

367

367

367

367

9

Forensenbelasting

249

322

327

327

327

327

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 67 van 207

Nr.

Naam van de heffing

2020

2021

2022

2023

2024

2025

10

Landtoeristenbelasting

159

298

378

378

378

378

11

Watertoeristenbelasting

52

55

70

70

70

70

12

Hondenbelasting

164

174

180

180

180

180

13

Overige leges

161

143

165

165

165

165

14

Roerende zaakbelasting

75

82

83

83

83

83

15

Bedrijveninvesteringszones (BIZ)

112

110

110

110

110

110

16

Marktgelden

8

55

55

55

55

55

17

Parkeerheffingen

35

6

6

6

6

35

Onroerende zaakbelasting voor woningen en niet-woningen De Onroerende zaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZwaarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast. Daarbij wordt de opbrengst van 2021 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2021 voor de begroting 2022). Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZ-waarde een lager

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 68 van 207

tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Indien de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats. Om inzicht te geven in de berekening van de OZB inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ waarde. Deze WOZ wordt continue geactualiseerd. Eind 2021 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.

Toelichting

OZB voor

OZB voor niet-woningen

woningen Eigenaar

Gebruiker

Samen

5.940.000

1.990.000

1.160.000

3.150.000

Areaaluitbreiding

18.000

0

0

0

Indexering 1,6%

95.000

32.000

19.000

51.000

0

350.000

350.000

700.000

-3.000

-2.000

1.000

-1.000

6.050.000

2.370.000

1.530.000

3.900.000

8.538.500.000

937.500.000

780.750.000

-

0,0709%

0,2528%

0,1960%

0,4488%

Berekening opbrengst: Basis meerjarenbegroting 2021

Amendement: 'Beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. corona' [1] Afronding Gewenste opbrengst voor 2022 Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2021 [2] Voorlopig tarief 2022

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 69 van 207

Toelichting

OZB voor

OZB voor niet-woningen

woningen Eigenaar

Gebruiker

Samen

[1] In de begrote belastingopbrengsten OZB niet-woningen is in verband met de begrotingsopgave 2021 - 2024 de gewenste opbrengst verhoogd met 2.000.000 euro per jaar. Door het aangenomen amendement "Beperking verhoging OZB bedrijven i.v.m. corona" is deze verhoging voor de begrotingsjaren 2021 en 2022 naar beneden bijgesteld. Voor begrotingsjaar 2021 betreft de verhoging nu afgerond 1.000.000 euro en voor begrotingsjaar 2022 1.700.000 euro. [2] Bij de WOZ-waarden voor gebruikers van niet-woningen is rekening gehouden met leegstand en de correctie voor woondelen conform amendement De Pater van 2006.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 70 van 207

Onroerende zaakbelastingen en de relatie met de algemene uitkering Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. Voor De Ronde Venen gaat het om € 56 miljoen. De hoogte van dit bedrag bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc. Het genormeerde OZB inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ waarden in de gemeente. In onderstaand overzicht is de aftrekpost opgenomen voor onze gemeente voor 2022.

Onderdeel

Woningen | eigenaren Niet-woningen | eigenaren Niet-woningen | gebruikers [1]

Woz-waarden

Landelijke

Landelijk

factor

tarief

Aftrekpost

8.538.500.000

0,8%

-0,0838

-5.724.000

937.500.000

0,7%

-0,1631

-1.070.000

867.500.000

0,7%

-0,1315

-799.000

Totaal

-7.593.000

De bovenstaande drie tarieven zijn voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZB-aftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarde van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente de OZBtarieven verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering. [1] Correctie bij niet-woningen voor woondelen conform amendement De Pater van 2006

Onroerende zaakbelastingen in vergelijking met omliggende gemeenten In onderstaande grafieken zijn de tarieven 2021 van Onroerende zaakbelastingen vergeleken met omliggende gemeenten. Hierbij is gebruik gemaakt van de 'Atlas van de lokale lasten 2021'. Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2022 wordt de Atlas van de lokale lasten 2022 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting. Woningen

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 71 van 207

Niet-woningen Zowel de eigenaar als de gebruiker van een niet-woning betaalt onroerende zaakbelasting. De afzonderlijke tarieven voor de eigenaar en voor de gebruiker zijn niet erg interessant voor de lastenontwikkeling. Die zeggen namelijk niets over de vraag welk deel de eigenaar of de gebruiker uiteindelijk betaalt. Immers, belasting wordt als het even kan afgewenteld. Zo zal de verhuurder van een bedrijfspand de ozb die hij moet betalen zoveel mogelijk doorberekenen in de huur. Daarom zijn de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven.

Rioolheffing Uitgangspunten: •

De rioolheffing is 100% kostendekkend.

•

De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.

•

De verordening op de heffing en invordering rioolheffing is zo opgebouwd dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing moeten betalen om de gemeentelijke watertaken te kunnen bekostigen. Deze watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 72 van 207

structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente. •

Bij een waterverbruik boven de 300 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik

Specificatie rioolheffing (bedragen maal € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

Rioolheffing

4.990

5.146

5.146

5.146

5.146

Totaal opbrengsten

4.990

5.146

5.146

5.146

5.146

3.386

3.418

3.347

3.273

3.248

221

439

543

625

649

1.383

1.289

1.256

1.248

1.249

Totaal kosten

4.990

5.146

5.146

5.146

5.146

Dekkingspercentage

100%

100%

100%

100%

100%

Tarieven

2021

2022

2023

2024

2025

•

Vast bedrag per perceel

216,60

220,20

220,20

220,20

220,20

•

Variabel bedrag voor het

0,85

0,85

0,85

0,85

0,85

Opbrengsten: •

Kosten: •

Directe kosten

•

Verrekening met voorziening rioolheffing

•

Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.

aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd voor zo ver dat meer bedraagt dan driehonderd (300) kuub

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 73 van 207

Afvalstoffenheffing Uitgangspunten: •

De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.

•

Het uitvoeren van het Grondstoffenbeleidsplan wordt in 2022 voortgezet. Keuzes voor tariefdifferentiatie worden in 2022 gemaakt.

•

De inzameling van huishoudelijk afval is ten opzichte van 2021 ongewijzigd. De kosten zijn geactualiseerd en het tarief voor de afvalstoffenheffing is geïndexeerd met 1,6%.

•

De afvalstoffenheffing wordt geheven van gebruikers van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens en recreanten.

Specificatie afvalstoffenheffing (bedragen maal € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

Opbrengsten: •

Afvalstoffenheffing

5.792

5.918

5.918

5.918

5.918

•

Overige opbrengsten

354

444

444

444

444

6.146

6.362

6.362

6.362

6.362

4.551

4.789

4.353

4.509

4.521

77

82

537

381

366

1.518

1.491

1.472

1.472

1.475

Totaal kosten

6.146

6.362

6.362

6.362

6.362

Dekkingspercentage

100%

100%

100%

100%

100%

Tarieven

2021

2022

2023

2024

2025

•

Eenpersoonshuishouden

256,20

260,40

260,40

260,40

260,40

•

Meerpersoonshuishouden

332,40

337,80

337,80

337,80

337,80

•

Recreatiewoningen

256,20

260,40

260,40

260,40

260,40

Totaal opbrengsten Kosten: •

Directe kosten

•

Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing

•

Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 74 van 207

Specificatie afvalstoffenheffing (bedragen maal € 1.000) 2021

2022

2023

2024

2025

•

Extra container 140 liter (grijs)

150,00

152,40

152,40

152,40

152,40

•

Extra container 240 liter (grijs)

195,60

198,00

198,00

198,00

198,00

Precariobelasting Gemeenten die op 10 februari 2017 in hun belastingverordening een tarief hadden voor nutsnetwerken, mogen uiterlijk tot 1 januari 2022 nog precariobelasting op nutsnetwerken blijven heffen. Onder de overgangsregeling kan een gemeente maximaal het tarief in rekening brengen dat op 10 februari 2016 gold. Vanaf 2022 wordt er dus geen precariobelasting meer geheven.

Overige heffingen en tarieven De overige heffingen en tarieven zijn verhoogd met 1,6 % tenzij er sprake is van vastgestelde rijkstarieven. Ondernemers binnen een Bedrijven Investeringszone (BI-zone) moeten belasting betalen in de vorm van een BIZ-bijdrage. De gemeente geeft dit geld via een subsidie aan de stichting Koopcentrum Mijdrecht.

Forensenbelasting Onder de naam "forensenbelasting" wordt een directe belasting geheven van de natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan 90 dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De WOZ-waarde dient als grondslag voor de heffing.

Landtoeristenbelasting Onder de naam 'landtoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. De landtoeristenbelasting wordt geheven als algemeen dekkingsmiddel en als een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting. Op grond van de verordening is per persoon en per overnachting een bedrag verschuldigd. Het tarief voor landtoeristenbelasting is per 1 januari 2022 verhoogd met 1,6 % naar € 1,52. Bij deze tariefbepaling is er rekening mee gehouden dat het amendement "Aanpassen toeristenbelasting" alleen voor 2021 geldig was. De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 75 van 207

Watertoeristenbelasting Onder de naam 'watertoeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf op vaartuigen die aanwezig zijn in wateren binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook, door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven. Ook watertoeristenbelasting wordt geheven als algemeen dekkingsmiddel en als een bijdrage in de lasten van gemeentelijke voorzieningen. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting. Op grond van de verordening is per gemiddeld aantal personen en per gemiddeld aantal dagen dat verblijf op het water wordt gehouden een bedrag verschuldigd. Het tarief voor watertoeristenbelasting is per 1 januari 2022 structureel verhoogd met 1,6 % naar € 1,52. Er is rekening mee gehouden dat het amendement "Aanpassen toeristenbelasting" alleen voor 2021 geldig was. De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Hondenbelasting Onder de naam hondenbelasting wordt door de gemeente De Ronde Venen een belasting geheven ter zake van het houden van honden. De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden. Het belastingtarief 2021 is met 1,6% verhoogd om het belastingtarief 2022 te bepalen. Het belastingtarief 2022 bedraagt € 65 euro per hond. Daarnaast is er een afwijkend tarief van € 296 voor honden gehouden in een kennel die is geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland. De hondenbelasting is een belasting die, net als de OZB, naar de algemene middelen van de gemeente vloeit. Dat neemt niet weg dat deze inkomsten voor honden voornamelijk worden gebruikt voor de hieraan gerelateerde kosten. De wettelijke basis is de gemeentewet en de Verordening op de heffing en de invordering van hondenbelasting. De uitvoering van deze belastingtaak is uitbesteed aan Gemeentebelastingen Amstelland.

Ontwikkeling woonlasten voor inwoners In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijk zijn de woonlasten over het jaar 2021 weergegeven. Voor de jaren 2019 - 2021 bedroeg de teruggave als compensatie voor precariobelasting 40 euro per jaar. Vanaf 2022 vervalt deze teruggave in verband met de wettelijke afschaffing van de precariobelasting.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 76 van 207

Nr.

1

Omschrijving OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde (2021: € 400.000 en 2022: € 438.000)

2021

2022

306

311

2

Rioolheffing

217

220

3

Afvalstoffenheffing

332

338

4

Teruggaaf precario

-40

0

815

869

5

Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZwaarde

Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO)

Landelijk gemiddelde (Bron: COELO)

898

811

Nog niet bekend Nog niet bekend

De benchmark betreft een vergelijking van de gemeentelijke woonlasten (ozb, riool- en afvalstoffenheffing) binnen de provincie Utrecht. Ook de landelijke en provinciale gemiddelden worden vergeleken. Middels deze (grafische) vergelijking worden de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker gemaakt.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 77 van 207

Ontwikkeling belastingdruk voor ondernemers Bij het vatststellen van de programmabegroting 2021 is het amendement “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van dit amendement worden de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht. De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit: •

OZB niet-woningen,

•

rioolheffing

•

afvalstoffenheffing

•

marktgelden

•

Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage.

De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting. Ondernemers worden ingedeeld naar: •

winkel

•

kantoor

•

hotel

•

agrarisch bedrijf

•

groothandel

•

productiebedrijf.

Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZ-waarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op gemeentelijk niveau. Van de lokale lasten is de onroerende zaakbelasting de belangrijkste voor ondernemers. Uit de vergelijking met omliggende gemeenten blijkt dat we een laag tarief hanteren.

Kwijtscheldingsbeleid Niet iedere inwoner van De Ronde Venen is in staat om de gemeentelijke belastingen en heffingen te betalen. Onder bepaalde voorwaarden kan kwijtschelding worden verleend voor: 1. Onroerende zaakbelastingen; 2. Belasting op roerende ruimten; 3. Afvalstoffenheffing; 4. Rioolheffing; 5. Hondenbelasting (kwijtschelding is beperkt tot één hond). Voor kwijtschelding van lokale heffingen is structureel € 105.000 opgenomen in domein 1 | Sociaal domein.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 78 van 207

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Samenvatting Voor de jaren 2022 - 2025 is er sprake van een structureel sluitende begroting. Als gemeente brengen we zoveel mogelijk relevante risico’s die we lopen in beeld, zodat we adequate maatregelen kunnen treffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarvoor stimuleren we het risicobewustzijn van medewerkers en het tijdig treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van risico’s. Als toch een financieel risico zich voortdoet dan kunnen we het weerstandsvermogen inzetten. De geactualiseerde verhouding tussen risico's en de mogelijkheid om deze te kunnen opvangen vanuit het weerstandsvermogen is "uitstekend" voor 2022 - 2025. Er zijn drie kanttekeningen bij de bovenstaande beoordeling: 1. Door nog uit te voeren investeringen in wegen, sportvelden, kindcentrum Hofland en beschoeiingen van de legakkers nemen de kosten van afschrijvingen toe met € 1,1 miljoen van € 4,1 miljoen in 2020 naar € 5,2 miljoen in 2025. Dit zorgt ervoor dat de gemeentelijke kosten steeds meer een langdurig karakter hebben. Hierdoor neemt de wendbaarheid in de begroting af. 2. Door onze ambities in de openbare ruimte is er sprake van een oplopende omvang van de boekwaarden van investeringen met een maatschappelijk nut.

Hierdoor overschrijden we vanaf 2022 onze eigen norm. 3. Om de investeringsactiviteiten uit te voeren gaan we geldleningen aantrekken om de activiteiten te financieren. Hierdoor neemt de schuldenpositie toe en dat is zichtbaar in het financieel kengetal 'netto schuldquote'. 4. Door de geplande afname van de algemene reserve naar de ondergrens van € 10 miljoen zijn er minder mogelijkheden om incidentele kosten op te vangen. We zullen we in samenwerking met de auditcommissie een voorstel voorbereiden over de wijze waarop we omgaan met incidentele kosten.

Beleidskader voor weerstandsvermogen en risicobeheersing We willen bereiken dat er sprake is van een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting en jaarrekening, maar daarnaast voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.

Financiële kengetallen Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 79 van 207

de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.

Nr.

Kengetal

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

Netto schuldquote

45%

65%

91%

93%

97%

93%

2

Netto schuldquote gecorrigeerd

43%

63%

88%

91%

95%

91%

voor alle verstrekte leningen 3

Solvabiliteitsratio

26%

23%

18%

16%

14%

15%

4

Structurele exploitatieruimte

-1,8%

-0,9%

0,0%

0,2%

0,1%

0,4%

5

Grondexploitatie

-2%

-1%

0%

0%

0%

0%

6

Belastingcapaciteit

97%

101%

107%

107%

107%

107%

7

Afschrijvingen x € 1.000

4.128

4.180

4.342

4.655

5.248

5.236

8

Afschrijvingen uitgedrukt in een

3,3%

4,0%

4,5%

4,8%

5,5%

5,5%

percentage t.o.v. de lasten

Toelichting: 1. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De schuldpositie neemt toe om de geplande investeringen te kunnen financieren. 2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, zoals het startersfonds SVn, vertoont hetzelfde beeld. 3. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. 4. Voor de structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten geeft meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. 5. Voor de structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter. Een begroting waarvan de structurele baten hoger zijn dan de structurele lasten geeft meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. 6. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde.

Het landelijk gemiddelde in 2021 is € 811 aan gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onze woonlasten voor 2022 zijn 7% boven het landelijke gemiddelde van 2021. In het voorjaar van 2022 wordt de Atlas van de lokale lasten uitgebracht door de COELO waarin het landelijk gemiddelde van 2022 is opgenomen. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 80 van 207

Nr.

Kengetal

2020

2021

2022

2023

2024

2025

7. In overleg met de auditcommissie is het kengetal 'afschrijvingen' voor de eerste keer toegevoegd in deze begroting. 8. Een procentuele toename van de afschrijvingen ten opzichte van de totale lasten geeft aan een vermindering van de wendbaarheid in de begroting.

Ontwikkeling investeringsplafond met een maatschappelijk nut Bij het behandelen van de Kadernota 2018 is een amendement aangenomen om te komen tot een investeringsplafond voor investeringen met een maatschappelijk nut. Door aanpassing van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zorgen deze investeringen namelijk voor nieuwe kosten van afschrijvingen en rente in het meerjarenperspectief. Bij investeringen met een maatschappelijk nut gaat het om investeringen in de openbare ruimte: (water)wegen, straten, pleinen, viaducten, geluidswallen, parken en openbare verlichting. Door onszelf een norm op te leggen die gebaseerd is op het investeringsvolume in relatie tot de onbenutte belastingcapaciteit ontstaat automatisch een waarschuwingsmechanisme. Dit mechanisme houdt in dat naarmate er minder onbenutte belastingcapaciteit is – en dus minder mogelijkheden om meer inkomsten te genereren – er minder risico’s genomen kan worden op het gebied van investeringen. Als maatstaf voor het investeringsvolume werkt daarbij het beste om uit te gaan van de totale boekwaarde van investeringen met een maatschappelijk nut. Immers, de boekwaarde en daarmee het risico voor de gemeente loopt ieder jaar per investering af. Zo ontstaat er bij een continu onderhoudscyclus steeds ruimte voor vervangingsinvesteringen.

Aangezien we vanaf 2017 zijn begonnen met het activeren van investeringen met een maatschappelijk nut is er nog geen sprake van een continu niveau. Het is niet aannemelijk dat de raad besluit om in enig jaar de volledige onbenutte belastingcapaciteit in te zetten. Daarom is deze belastingcapaciteit op 50% gesteld maal de factor 7. We zijn de eerste gemeente die een investeringsplafond koppelen aan de onbenutte belastingcapaciteit. In 2021 is het investeringsplafond besproken in de auditcommissie en daarin is aangegeven om de komende jaren de huidige werkwijze voort te zetten. Wel met de aanvulling om het totaal van afschrijvingen op te nemen bij de financiële kengetallen.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 81 van 207

Door onze ambities in de openbare ruimte is er sprake van een oplopende omvang van de boekwaarden van investeringen met een maatschappelijk nut. Hierdoor overschrijden we vanaf 2022 onze eigen norm.

Relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen In december 2017 heeft de raad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. Hierin is opgenomen dat in zowel de begroting als in de verantwoording inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen. Vanaf 2022 eindigen de bouwgronden in exploitatie en dan komt de omvang van aflossingen en afschrijvingen meer naar elkaar toe.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 82 van 207

Ratio weerstandsvermogen

2022

2023

2024

2025

1

Beschikbare weerstandscapaciteit

24.015.000

22.325.000

21.292.000

21.696.000

2

Risico's

9.013.000

9.013.000

9.013.000

9.013.000

3

Ratio weerstandsvermogen

2,7

2,5

2,4

2,4

Een ratio hoger dan 2 wordt bestempeld als uitstekend.

Beschikbare weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onvoorziene en (mogelijk) materiële kosten te dekken. De weerstandscapaciteit kan structureel en incidenteel van aard zijn. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vermogen van de gemeente om eenmalige risico’s te dekken, zonder dat dit invloed heeft op het bestaande beleid. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van het beleid.

Top tien van de risico's In het onderstaande overzicht is de top tien van de totale risico-inventarisatie opgenomen. Daarnaast zijn onder nummer 11 de overige risico's (totaal 32) samengevoegd.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 83 van 207

Samenvatting kwantificering – bedragen x € 1.000 Onderwerp 1

Algemene uitkering

Gemiddeld 2.000

Beheersmaatregelen Ontwikkelingen vanuit het Rijk worden nauwlettend gevolgd.

2

Covid-19

500

Monitoren van inkomsten & uitgaven, ontwikkelingen volgen vanuit het Rijk.

3

Gevolgen uitspraak

500

Samen met diverse belanghebbenden wordt een

Programma Aanpak

praktische werkwijze vormgegeven zodat

Stikstof (PAS)

vergunningverlening voor de meeste bouwplannen kan worden gecontinueerd. Voor de grotere projecten wordt per project bekeken en gerekend aan de stikstofdepositie.

4

Revitalisering en

500

huurkwestie woonwagens

Aan de hand van een extern onderzoek de behoeftestelling voor de 2e en 3e generatie vaststellen

5

Openeinderegelingen

450

sociaal domein -

Gebruik sociale basis versterken en meer regie voeren op inzet jeugdhulp

Jeugdwet 6

7

Financiering

Openeinderegelingen

300

200

sociaal domein - Wet

•

Spreiding van leningenportefeuille.

•

Periodiek overleg met de bank.

Per 2021 wordt het normenkader van bureau HHM gehanteerd.

WMO 8

Openeinderegelingen

200

sociaal domein -

Inzet op snelle uitstroom van het bijstandsbestand.

Participatiewet/Werk en inkomen 9

Kwetsbaarheid personeel

175

(door ziekte/kennis)

Focus op voorkomen van ziekteverzuim; indien verzuim optreedt vroegtijdig aandacht om zieke werknemer weer aan het werk te houden/ te krijgen.

10

Cybercrime

175

•

Voorzien van veilige verbindingen en toegang.

•

Vergroten risicobewustzijn bij medewerkers.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 84 van 207

Samenvatting kwantificering – bedragen x € 1.000 Onderwerp

Gemiddeld

Beheersmaatregelen •

Aansluiten bij informatiebeveiligingsdienst van de VNG.

11

Overige risico's

4.013

Dit betreft de kwantificering van de overige 32 risico's.

Totaal

9.013

Beschikbare weerstandscapaciteit De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken per 31 december 2022 - 2025 om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2022 -2025 (bedragen in euro’s) 2022

2023

2024

2025

1

Post onvoorzien

113.000

114.000

116.000

117.000

2

Begrotingsresultaat 2022 - 2025

11.000

181.000

50.000

403.000

3

Algemene reserve

12.474.000

10.613.000

9.709.000

9.759.000

4

Onbenutte belastingcapaciteit

7.500.000

7.500.000

7.500.000

7.500.000

5

Stille reserves

3.917.000

3.917.000

3.917.000

3.917.000

Totaal

24.015.000

22.325.000

21.292.000

21.696.000

Toelichting: 1. In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is budget opgenomen voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten voor de jaren 2022 - 2025. 2. De begrotingsresultaten van de jaren 2022 - 2025 maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. 3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Dat betekent niet dat dit vermogen geen functie heeft. De algemene reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 85 van 207

Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2022 -2025 (bedragen in euro’s) 2022

2023

2024

2025

4. De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerende zaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De onbenutte belastingcapaciteit van € 7.500.000 is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken hanteert voor het aanvragen van financiële steun ex artikel 12. In de berekening is uitgegaan van de meest recente gegevens over 2021. Hierdoor komen onze belastingmaatregelen voor 2022 op de onbenutte belastingcapaciteit tot uitdrukking in de begroting 2023. 5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2021 € 3.917.000 euro. Zie hiervoor de paragraaf Grondbeleid. Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van de BNG en Vitens. Deze kunnen op termijn verkocht worden. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’.

Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 86 van 207

Kapitaalgoederen Samenvatting Voor de kapitaalgoederen wegen, riolering, groen en gebouwen zijn eerder beleidskaders c.q. beheerplannen vastgesteld. In 2021 wordt het beheerplan gebouwen geactualiseerd. De actualisatie van het gemeentelijk rioleringsplan wordt in 2022 opgepakt. Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte legt beslag op een substantieel deel van de financiële middelen in de gemeentebegroting. Daarom is het belangrijk dat meerjarig de kaders voor het beheer zijn vastgesteld en de financiële gevolgen inzichtelijk zijn en vertaald in de programmabegroting. Actuele beleids- en beheerplannen is een belangrijke stap naar het inzichtelijk hebben van toekomstige investeringen en structureel beschikbare onderhoudsbudgetten om de kapitaalgoederen in stand te houden.

Wegen | Beleid

•

Het wegenbeheerplan 2018 - 2022 is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode.

•

Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.

•

Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor heeft de raad in november 2019 een beheerplan 2020 - 2024 vastgesteld op basis van assetmanagement.

•

Het beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024 is in december 2019 door de raad vastgesteld.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 87 van 207

Wegen | Uitvoering Voor wegen staan in 2022 de volgende projecten gepland voor uitvoering: •

Reconstructie Ringdijk 2e Bedijking -> doorgeschoven vanuit 2021;

•

Reconstructie Bovendijk;

•

Voorbereiding reconstructie Baambrugse Zuwe.

Voor kunstwerken staan in 2022 de volgende projecten gepland: •

Heulbrug (beweegbare brug), Stokkelaarsbrug (beweegbare brug), Geuzenbrug (beweegbare brug);

•

Diverse betonnen en houten vaste bruggen

Voor verlichting gaan we in 2022 circa 250 masten en circa 1.100 armaturen vervangen.

Wegen | Financiën Financiën In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud wegen, kunstwerken en openbare verlichting opgenomen. De investering Baambrugse Zuwe van 5,0 mln. euro doet vanaf 2025 de lasten toenemen met 100.000 euro aan jaarlijkse afschrijvingen.

Riolering | Beleid Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk rioleringsplan (geactualiseerd en vastgesteld bij raadsbesluit van 30 november 2017) geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater.

Riolering | Uitvoering Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2022 worden de acties uit het gemeentelijk rioleringsplan (GRP) opgepakt. Deze acties zijn het actualiseren van het GRP en het vervangen / renoveren van de riolering n.a.v. inspectie 2020.

Riolering | Financiën In het budgetoverzicht van programma 7 "milieu en duurzaamheid" zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.

Water | Beleid Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 88 van 207

gebaggerd en geschoond moet worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van haar Keur eisen aan de watergangen. De gemeente heeft ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel. Het huidige beleid beperkt zich op calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren.

Water | Uitvoering Voor de beschoeiingen worden alleen de calamiteiten uitgevoerd. De watergangen worden geschoond van vegetatie. Daarnaast wordt de vrijgekomen bagger verwerkt, conform de wettelijke ontvangstplicht.

Water | Financiën In het budgetoverzicht van programma 2 "Verkeer, vervoer en waterstaat" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud aan beschoeiingen en baggeren opgenomen.

Groen | Beleid

Hoe we met ons openbaar groen om willen gaan en wat we belangrijk vinden, is vastgelegd in het groenbeleidsplan 2017 - 2040.

Groen | Uitvoering In 2021 zijn we gestart met het bestrijden van de Japanse duizendknoop op een aantal risicolocaties. Alle locaties die bekend zijn worden gemonitord. In 2022 zetten we dit voort. Het vervangingsplan van populieren in de buitengebieden wordt voortgezet.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 89 van 207

Groen | Financiën In het budgetoverzicht van programma 5 "Cultuur, recreatie en sport" zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen.

Gebouwen | Beleid De nota Vastgoed en het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. In 2021 vindt actualisatie van het beheerplan gebouwen plaats (besluitvorming 2e helft 2021). Deze plannen vormen het beleid voor de komende jaren. In 2018 is een voorstel voor verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed aan de raad aangeboden. In dit voorstel zijn ambitie, technische en financiële kaders voor de toekomst opgenomen.

Gebouwen | Uitvoering Het gemeentelijke vastgoed bestaat uit, kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in de paragraaf Grondbeleid bij het onderdeel Eigendommen die niet voor de publieke taak zijn bestemd. In 2021 worden de werkzaamheden uitgevoerd conform het huidige beheerplan gebouwen. Momenteel vindt er een actualisatie plaats van het beheerplan gebouwen waar besluitvorming van wordt verwacht in de tweede helft van 2021. Op grond van de BBV dient deze eenmaal per 4 jaar geactualiseerd te worden.

Gebouwen | Financiën In de verschillende domeinen en programma's staan toevoegingen aan de onderhoudsvoorziening "Onderhoud gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de Financiële begroting. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 90 van 207

Financiering Samenvatting •

Voor 2022 is rekening gehouden met het aantrekken van 30 miljoen euro aan nieuwe geldleningen. Dit is onder meer nodig om de investeringen te kunnen betalen.

•

Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,0%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel 0,3 miljoen euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

•

Landelijk gelden er twee risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Beleidskader Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. De aanvullende regels vanuit het Treasurystatuut zijn mede bepalend voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. In december 2017 heeft de gemeenteraad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld. Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om: 1. te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn; 2. het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn; 3. het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen; 4. het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.

Risicobeheersing - Algemeen Onder renterisico wordt verstaan de onzekerheid over de hoogte van toekomstige rente uitgaven. Deze onzekerheid geldt alleen voor de nieuw aan te trekken geldleningen. Voor 2022 is rekening gehouden met 30 miljoen euro aan nieuwe langlopende geldleningen. Voor de rentekosten is uitgegaan van 1,0%. Risico bij 100% stijging van rentepercentage is structureel 0,3 miljoen euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Landelijk gelden er twee andere risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.

Risicobeheersing - Kasgeldlimiet Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 91 van 207

decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn. Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). Voor 2022 betekent dit een limietbedrag van 8,2 miljoen euro. De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.

Berekening geldstromen en toets op de kasgeldlimiet Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van 2021 tot en met 2025 zijn hierna vermeld.

2021

1

Kas- en banksaldi per 1 januari

10.208

2022

2023

-

-

10.899

6.460

2.614

3.453

-

-

23.905

4.303

25.730

2024

-6.892

2025

10.040

Geldstromen:

2

Operationele activiteiten

-8.500

3

Investeringsactiviteiten

-7.137

4

Financieringsactiviteiten

-5.470

5

Kas- en banksaldi per 31 december

6

Kasgeldlimiet

7

Ruimte onder de kasgeldlimiet

8

Overschrijding van de kasgeldlimiet

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 92 van 207

10.899

8.200

2.699

4.708

5.485

-8.315

-2.460

418

459

409

-

-

6.892

10.040

8.200

8.200

8.100

1.740

1.308

-6.460

-6.606

8.000

1.394

1.940

2021

2022

2023

2024

2025

Toelichting 1

Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2021 tot en met 2025.

2

In de operationele activiteiten zijn onder meer verwerkt de effecten van bouwgronden in exploitatie, de inzet van reserves en voorzieningen, ontwikkelingen in de vorderingen en schulden.

3

De bestedingen aan investeringen, de effecten van desinvesteringen en bijdragen van derden vallen onder de investeringsactiviteiten. Dit is in de balans toegelicht bij het onderdeel (im)materiële vaste activa.

4

Hierin is opgenomen de aflossingen op de geldleningen en het aantrekken van langlopende leningen.

5

Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2021 tot en met 2025.

6

De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal.

7

Beschikbare ruimte binnen de kasgeldlimiet.

8

We mogen het kasgeldlimiet 2 kwartalen overschrijden. Als we ook daarna boven deze grens zitten, moeten we onze toezichthouder informeren. Dat is het college van gedeputeerde staten van Utrecht.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 93 van 207

Risicobeheersing - Renterisiconorm Om ongewenste financiële gevolgen van rentewijzigingen te beperken wordt jaarlijks een renterisiconorm aangegeven. De jaarlijkse aflossingen en het aantrekken van nieuwe leningen mogen niet meer bedragen dan 20% van het begrotingstotaal. Het doel is dat op deze wijze gemeenten hun leningenportefeuille zo moeten spreiden, dat de te lopen renterisico’s gelijkmatig over de jaren worden verspreid.

Renterisiconorm 2022 - 2025 bedragen x € 1.000 2022

2023

2024

2025

1

Renterisiconorm (20% van begrotingstotaal)

19.400

19.200

19.100

18.900

2

Renterisico = aflossingen + renteherzieningen

4.270

4.582

4.541

4.591

3

Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2)

15.130

14.618

14.559

14.309

Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever. In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen ruimschoots onder de vastgestelde norm gebleven. Voor de jaren 2022 - 2025 gaan we de norm niet overschrijden.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 94 van 207

Ontwikkeling langlopende leningen In onderstaand grafiek is de omvang van leningen opgenomen voor de periode 2020 - 2025. Hierbij is rekening met de nog aan te trekken geldleningen in de jaren 2022 - 2025.

Leningenportefeuille De opbouw van de leningenportefeuille is hierna vermeld per 1 januari 2022 met daarbij het oorspronkelijk bedrag, de geldgever, het laatste jaar van aflossing en het rentepercentage. Oorspronkelijk

Geldgever

Jaar van

Rente

Saldo op

laatste

1 januari

aflossing

2022

4.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2031

4,150%

1.600.000

4.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2033

4,560%

1.840.000

5.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2022

2,650%

125.000

8.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2032

2,745%

4.400.000

6.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2033

2,800%

3.375.000

10.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2033

2,860%

6.000.000

8.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2034

2,180%

5.100.000

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 95 van 207

Oorspronkelijk

Geldgever

Jaar van

Rente

Saldo op

laatste

1 januari

aflossing

2022

11.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2029

1,215%

5.867.000

1.500.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2024

4,190%

225.000

2.500.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2023

5,045%

333.000

2.500.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2028

5,035%

875.000

10.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2039

1,062%

9.000.000

10.000.000

N.V. Bank Nederlandse Gemeenten

2060

0,540%

9.563.000

Totaal

48.303.000

Schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is vanaf juli 2021 op 2% van het begrotingstotaal. Voor De Ronde Venen geldt voor 2022 als drempelbedrag € 1.940.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 96 van 207

Rente- en treasuryresultaat De kosten van rente is in overeenstemming met landelijke verslagleggingsrichtlijnen toegerekend aan bouwgronden in exploitatie en investeringen. Er is sprake van een renteresultaat en een treasuryresultaat. In het laatste resultaat is opgenomen de opbrengst van dividend. Rekening

Begroting

Begroting

Raming

Raming

Raming

2020

2021

2022

2023

2024

2025

1

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

1.121

1.001

1.044

1.125

1.082

1.017

2

De externe rentebaten over de korte en lange financiering

-38

-134

-29

-29

-29

-29

3

Saldo

1.083

867

1.015

1.096

1.053

988

-351

-21

22

0

0

0

-801

-977

-1.026

-1.242

-1.238

-1.271

-69

-131

11

-146

-185

-283

-17

-47

-47

-47

-47

-47

0

-36

-0

-0

-36

-36

-86

-214

-36

-193

-268

-366

Toerekening:

4

5

6

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend Aan taakvelden toe te rekenen externe rente Renteresultaat (afrondingsverschillen in de toe te rekenen rente)

7

Ontvangen dividend BNG Bank

8

Ontvangen dividend Vitens

9

Treasuryresultaat (- = voordeel en + nadeel)

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 97 van 207

Bedrijfsvoering Samenvatting De gemeentelijke organisatie werkt in en voor een politieke omgeving met als doel te zorgen voor een goede leef- en werkomgeving met en voor onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. Naast de wettelijke taken bereidt de gemeentelijke organisatie op onafhankelijke wijze besluitvorming voor het college en de gemeenteraad voor en voert hetgeen door hen besloten is uit. Goede dienstverlening aan inwoners en bestuur vereist een wendbare organisatie, goede bedrijfsvoering en aansprekend personeelsbeleid. Op onderdelen zijn hierin de afgelopen jaren verbeteringen gerealiseerd. Door taakstellingen, coronamaatregelen en het zoveel mogelijk vasthouden aan de ambities, is de organisatie tegelijkertijd op de proef gesteld. In 2022 werken we een aantal nieuwe initiatieven en plannen uit om een meer toekomstbestendige organisatie te realiseren die de dienstverlening en de kwaliteit kan vergroten. Het gaat hierbij vooral om het aanbrengen van samenhang tussen organisatiestructuur, leiderschap, resultaatsturing, samenwerking, digitalisering en huisvesting. De ontwikkelingen op deze onderdelen moeten elkaar versterken.

Beleidskader voor bedrijfsvoering Goede bedrijfsvoering blijft de ruggengraat van de organisatie. Alleen door goed lopende ondersteunende processen kan de dienstverlening worden gewaarborgd. We bouwen voort op de in 2021 gekozen speerpunten en zetten verdere stappen op het gebied van digitalisering en de control van onze organisatie. De uitgangspunten die gelden voor het aansturen van - en het werken in de organisatie, welke in 2018 met de Besturingsvisie zijn vastgesteld, blijven op hoofdlijnen één van de uitgangspunten voor deze ontwikkeling.

Bedrijfsvoering | Personeel & organisatie Personeel en organisatie De arbeidsmarkt trekt na een onzeker coronajaar weer aan waardoor het voor sommige functies moeilijker is om goede mensen te vinden. De arbeidsmarkt wordt voorlopig alleen maar krapper. Een deel van de oplossing moet komen uit het zelf opleiden van medewerkers. De organisatie van de gemeente De Ronde Venen heeft een goede schaalgrootte om kansen te bieden aan ambitieuze jonge mensen, die met de ervaring die zij bij ons opdoen, ook op een gegeven moment weer kunnen uitstromen. Bij deze ontwikkeling past ook dat managers meer ruimte krijgen om binnen de vastgestelde personeelskosten, budget vrij te maken voor scholing van minder ervaren medewerkers. Strategische personeelsplanning en opleiden en ontwikkelen van medewerkers blijven belangrijke pijlers van het personeelsbeleid. Het gaat hierbij om meer dan alleen het bijhouden van vakkennis van de bestaande medewerkers: het eigen maken van nieuwe (digitale) werkwijzen en ontwikkelen van competenties op gebied van samenwerking en eigenaarschap hebben een prominente plek in het

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 98 van 207

opleidingsaanbod. Deze ontwikkeling draagt ook bij aan het verbreden van de inzetbaarheid van medewerkers. Het stimuleren en sturen van de ontwikkeling van medewerkers wordt steeds belangrijker. Vanaf 2022 wordt gewerkt met een vernieuwde methode van personeelsgesprekken, welke de medewerkers meer zal uitdagen om kennis en vaardigheden die in de nabije toekomst nodig zijn, te ontwikkelen. Ziekteverzuim blijft een belangrijk aandachtspunt. Het langdurig ziekteverzuim is ongeveer gelijk gebleven. Het kortdurend verzuim is afgenomen. Het thuiswerken heeft hieraan bijgedragen. Organisatieontwikkeling Doelstelling is, zoals in de inleiding gesteld, om meer samenhang aan te brengen in de ontwikkeling van de organisatie. In de afgelopen jaren zijn er in de afdelingen verschillende keuzes gemaakt ten aanzien van het aantal leidinggevenden en de ondersteuning binnen de organisatie. In 2022 voeren we een aanpassing van de structuur door. We maken keuzes ten aanzien van de aansturing, leiderschap en ondersteuning die hiermee in lijn zijn. Ook de afwegingen tussen de taken die wij zelf uitvoeren en welke wij uitbesteden moeten passen bij de lijn die wij voor de organisatie als geheel willen volgen. Een ander belangrijk speerpunt vormt het zogenaamde hybride werken in relatie tot de huisvesting.

De ervaringen die zijn opgedaan met het thuiswerken als gevolg van corona hebben ons geleerd dat medewerkers voor wie dit mogelijk is, het liefst ‘hybride’ werken. Dit wil zeggen dat zij het werken op kantoor, werken op locatie en thuiswerken combineren. Arbeidsvoorwaarden, devices en huisvesting worden hier structureel op aangepast. In het gemeentehuis zijn minder werkplekken en meer ruimtes voor overleg nodig, projectteams en ontmoeting. Binnen de bestaande huisvesting wordt hier al zoveel mogelijk op voorgesorteerd, maar de mogelijkheden zijn beperkt. Voor de plannen voor de verbouwing van het gemeentehuis zal het hybride werken uitgangspunt zijn. Besluitvorming over modernisering van het gemeentehuis is in 2022 noodzakelijk en levert een bijdrage aan het werkplezier van medewerkers en de professionele uitstraling van de organisatie.

Bedrijfsvoering | Informatievoorziening & automatisering Een goede, digitale en veilige informatievoorziening moet de dienstverlening en de interne processen zo goed mogelijk ondersteunen. We werken aan toekomstgerichte oplossingen voor onze ICTinfrastructuur. Dit betekent onder meer dat wij de digitale werkplek zodanig inrichten dat deze ondersteunend is aan het hybride (samen)werken en de digitalisering. Ook bewegen we mee met ontwikkelingen in de markt zoals het migreren van onze applicaties naar de Cloud. Hierdoor wordt het mogelijk om op termijn de eigen datacenters uit te faseren. De eerstvolgende grootschalige vervanging van de ICT-infrastructuur (servers e.d.) is nodig per 2024. Het uit faseren van de eigen datacenters per 2024 is alleen realistisch als we in 2022 en 2023 het overgrote deel van onze applicaties migreren naar de Cloud en hierdoor nauwelijks meer eigen servers voor applicaties en data nodig hebben. Naast de techniek ontwikkelen we organisatiebreed kennis en kunde op het gebied van informatiemanagement, dataveiligheid, informatiebeheer en functioneel beheer van applicaties. Ook zetten we in op het vergroten van de digitale vaardigheden.

Programmabegroting 2022 - 2025 - pagina 99 van 207

Bedrijfsvoering | Juridische zaken Het onder de aandacht brengen van het vroegtijdig inschakelen van juridische zaken blijft van groot belang. Daarnaast wordt met ingang van 2022 een nieuwe start gemaakt met de uitvoering van legal audits, die de juridische kwaliteit van processen en besluiten waarborgen. Nieuw is de invoering van de Wet open overheid (Woo). Hieruit volgt de verplichting om documenten actief openbaar te maken. Dit heeft een grote impact op de informatiehuishouding binnen onze hele organisatie.

Bedrijfsvoering | Communicatie De ingeslagen weg om de inzet van onze sociale media-kanalen verder te professionaliseren zetten we voort. De inzet van tools om berichten snel en efficiënt te plaatsen en eventuele vragen te beantwoorden wordt verder verfijnd. We gaan de impact van berichten (views, likes) beter monitoren. Op die manier kunnen we beter bepalen welke middelen het beste aansluiten bij welke doelgroepen. Daarnaast zetten we verder in op duidelijk taalgebruik door de gemeente. Zo worden collega’s die zijn getraind in Helder Schrijven geholpen bij het herschrijven van standaardbrieven.

Bedrijfsvoering | Facilitaire zaken & huisvesting Er wordt gewerkt aan plannen voor de lange termijn voor het gemeentehuis. Om die reden wordt voor de korte termijn alleen het hoogst noodzakelijke gedaan. Dit betekent dat het in stand houden en beheren van het gebouw binnen de raming van het Meerjaren Onderhouds Plan (MJOP) uiteraard het uitgangspunt vormt. Dit neemt niet weg dat extra uitgaven niet worden uitgesloten als bijvoorbeeld blijkt dat bepaalde voorzieningen in het gebouw stuk gaan, omdat ze technisch zijn afgeschreven en reparatie niet mogelijk is.

Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken In het kader van artikel 213a van de Gemeentewet worden jaarlijks 2 onderzoeken gedaan op het gebied van doelmatigheid. In 2022 doen we onderzoek op basis van 'Zero Based Budgetting' naar programma 4 en 5 van de programmabegroting.

Interbestuurlijk toezicht De provincie is toezichthouder voor meerdere beleidsonderwerpen op basis van de Wet Revitalisering Generiek Toezicht. De laatst bekende beoordelingen van de provincie Utrecht over onze gemeente zijn: •

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10575695/1