Definitieve Programmabegroting 2023 - 2026
Tekst van het document
•
De opbrengst van onroerendezaakbelasting voor niet-woningen neemt toe ten opzichte van 2022 doordat de tijdelijke verlaging ten tijde van de coronacrisis vervalt.
Meerjarig overzicht van de opbrengsten van lokale heffingen (bedragen x € 1.000)
Nr. 1
Naam van de heffing
2022
2023
2024
2025
2026
Onroerendezaakbelasting
6.200
6.272
6.272
6.272
6.272
3.620
3.951
4.326
4.326
4.326
voor woningen 2
Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen
3
Rioolheffing
4.922
5.090
5.136
5.183
5.229
4
Afvalstoffenheffing
6.105
6.370
6.437
6.504
6.571
5
Leges wonen en bouwen
1.966
1.645
2.427
2.991
2.334
6
Leges burgerzaken
480
349
738
737
840
7
Begraafplaatsrechten
342
367
367
367
367
8
Forensenbelasting
327
337
337
337
337
9
Landtoeristenbelasting
298
389
389
389
389
10
Watertoeristenbelasting
55
72
72
72
72
11
Hondenbelasting
160
0
0
0
0
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 42 van 165
Nr.
Naam van de heffing
2022
2023
2024
2025
2026
12
Overige leges
171
171
171
200
171
13
Roerende zaakbelasting
83
85
85
85
85
14
Bedrijveninvesteringszones
110
110
110
110
110
55
57
55
56
56
(BIZ) 15
Marktgelden
01 | Onroerendezaakbelasting voor woningen Algemeen De onroerendezaakbelasting (OZB) is een algemene heffing, die wordt bepaald aan de hand van de in de begroting vastgestelde opbrengst en de WOZ-waarden van de objecten in de gemeente. In de begroting stellen we de opbrengst vast. Daarbij wordt de opbrengst van 2022 vermenigvuldigd met een indexatie en vindt er een correctie plaats naar aanleiding van de stijging van het aantal objecten (peildatum is 1 januari 2022 voor de begroting 2023). Het tarief wordt vervolgens bepaald door de gewenste opbrengst te delen door de totale WOZ-waarde. Dit betekent bij een stijging van de WOZwaarde een lager tarief en bij daling van de WOZ-waarde een hoger tarief wordt vastgesteld. Als de opbrengst achteraf hoger blijkt te zijn dan waar mee gerekend was, dan levert dit eenmalig een voordeel op, maar het jaar er na vindt een neerwaartse bijstelling van het tarief plaats. Berekening tarief 2023 Om inzicht te geven in de berekening van de OZB-inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstelling is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Deze WOZ wordt continu geactualiseerd. Eind 2022 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.
OZB voor woningen x € 1.000 Basis opbrengst meerjarenraming
6.050
Areaaluitbreiding (140 woningen)
40
Indexering 3,0%
182
Gewenste opbrengst 2023
6.272
Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2022
9.823.000
Indicatie tarief 2023
0,0639%
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 43 van 165
Onroerendezaakbelasting voor woningen en de relatie met de algemene uitkering Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. Voor De Ronde Venen gaat het om € 66,9 miljoen. De hoogte van dit bedrag bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc. Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. In onderstaand overzicht is de aftrekpost opgenomen voor onze gemeente voor 2023.
Onderdeel
WOZ-waarden
Landelijke factor
Landelijk tarief
x € 1.000 Woningen | Eigenaren
9.823.000
Aftrekpost x € 1.000
0,8%
-0,0857
-6.735
Het bovenstaande tarief is voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZBaftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZBtarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 44 van 165
Onroerendezaakbelasting voor woningen in vergelijking met omliggende gemeenten In onderstaand grafiek is het tarief 2022 van de onroerendezaakbelasting woningen vergeleken met omliggende gemeenten in de provincie Utrecht. Hierbij is gebruik gemaakt van de 'Atlas van de lokale lasten 2022'. Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2023 wordt de Atlas van de lokale lasten 2023 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 45 van 165
02 | Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen Algemeen Voor de onroerendezaakbelasting voor niet-woningen geldt dezelfde methodiek als beschreven bij "Onroerendezaakbelasting voor woningen". Berekening tarief 2023 Om inzicht te geven in de berekening van de OZB-inkomsten en de daaraan gekoppelde tariefstellingen is in onderstaande tabel de berekening opgenomen. Het heffingstarief is afhankelijk van de ontwikkeling van de WOZ-waarden. Deze WOZ wordt continu geactualiseerd. Eind 2022 wordt een tariefvoorstel gedaan waarbij de meest actuele WOZ wordt betrokken.
Berekening tarieven 2023 voor niet-woningen x € 1.000 Eigenaren
Gebruikers
Samen
2.520
1.680
4.200
76
50
126
0
-375
-375
2.596
1.355
3.951
1.016.500
664.960
0,2554%
0,2038%
Basis opbrengst meerjarenraming Indexering 3,0% Amendement eenmalige verlaging OZB-niet woningen 2023 Gewenste opbrengst Indicatie WOZ-waarden per 1/1/2022 na correctie leegstand bij gebruikers Indicatie tarief
0,4592%
Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen en de relatie met de algemene uitkering Alle gemeenten ontvangen van het Rijk een algemene uitkering uit het gemeentefonds. Dit is de belangrijkste inkomstenpost voor iedere gemeente. Voor De Ronde Venen gaat het om € 66,9 miljoen. De hoogte van dit bedrag bestaat uit een genormeerd kosten georiënteerd bestanddeel waarvan de genormeerde OZB-inkomsten worden afgetrokken. Het kosten georiënteerde bestanddeel wordt bepaald door verschillende variabelen; aantal inwoners en woningen, leeftijdsopbouw, aantal bijstandontvangers, centrumfunctie, etc. Het genormeerde OZB-inkomsten bestanddeel wordt bepaald door een genormeerd landelijk uniform rekentarief over de WOZ-waarden in de gemeente. In onderstaand overzicht is de aftrekpost opgenomen voor onze gemeente voor 2023.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 46 van 165
Onderdeel
WOZ-
Landelijke
Landelijk
Aftrekpost
waarden
factor
tarief
x € 1.000
1.016.500
0,7
-0,2796%
-1.989
874.620
0,7
-0,2127%
-1.302
x € 1.000 Niet-woningen | Eigenaren Niet-woningen | Gebruikers (voor leegstand) Totaal
-3.291
De bovenstaande tarieven zijn voor alle gemeenten gelijk. Verschillen tussen gemeenten in de OZBaftrekpost worden daardoor alleen bepaald door verschillen in de waarden van onroerende zaken. De tarieven die de gemeenten werkelijk in rekening brengen bij de gebruikers en eigenaren van onroerende zaken spelen hierbij geen enkele rol. Dit betekent dat wanneer een gemeente het OZBtarief verhoogt of verlaagt dat geen gevolgen voor de algemene uitkering uit het gemeentefonds heeft. Alleen als de waarde verandert, door hertaxatie of door nieuwbouw of sloop, verandert de algemene uitkering. Onroerendezaakbelasting voor niet-woningen in vergelijking met omliggende gemeenten Zowel de eigenaar als de gebruiker van een niet-woning betaalt onroerendezaakbelasting. De afzonderlijke tarieven voor de eigenaar en voor de gebruiker zijn niet erg interessant voor de lastenontwikkeling. Die zeggen namelijk niets over de vraag welk deel de eigenaar of de gebruiker uiteindelijk betaalt. Immers, belasting wordt als het even kan afgewenteld. Zo zal de verhuurder van een bedrijfspand de ozb die hij moet betalen zoveel mogelijk doorberekenen in de huur. Daarom zijn de tarieven voor niet-woningen gebundeld weergegeven.
In bovenstaand grafiek is het tarief 2022 van de onroerendezaakbelasting niet-woningen vergeleken met omliggende gemeenten in de provincie Utrecht. Hierbij is gebruik gemaakt van de 'Atlas van de lokale lasten 2022'. Deze atlas is samengesteld door een onafhankelijk onderzoeksinstituut die
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 47 van 165
verbonden is aan de Rijksuniversiteit Groningen. In het voorjaar van 2023 wordt de Atlas van de lokale lasten 2023 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.
03 | Rioolheffing Uitgangspunten: •
De rioolheffing is 100% kostendekkend.
•
De rioolheffing wordt geheven van eigenaren van woningen en niet-woningen.
•
De verordening op de heffing en invordering rioolheffing is zo opgebouwd dat alle eigenaren van panden met een WOZ-waarde hoger dan € 30.000 rioolheffing moeten betalen om de gemeentelijke watertaken te kunnen bekostigen. Deze watertaken zijn het inzamelen van afvalwater, verwerken van hemelwater en het treffen van maatregelen om structureel grondwateroverlast te voorkomen. Dus het gaat niet alleen om het object maar over de waterhuishouding binnen de gehele gemeente.
•
Bij een waterverbruik boven de 300 kuub ontvangt de gebruiker een aanslag voor het meerverbruik.
Specificatie rioolheffing (bedragen maal € 1.000) 2022
2023
2024
2025
2026
4.922
5.090
5.136
5.183
5.229
4.922
5.090
5.136
5.183
5.229
3.655
3.989
3.659
3.622
3.578
Opbrengsten: •
Rioolheffing
Totaal opbrengsten Kosten: •
Directe kosten
•
Verrekening met voorziening rioolheffing
-22
-237
175
257
351
•
Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.
1.289
1.338
1.302
1.304
1.300
Totaal kosten
4.922
5.090
5.136
5.183
5.229
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
100%
Tarieven
2022
2023
2024
2025
2026
210,20
216,00
216,00
216,00
216,00
0,85
0,85
0,85
0,85
0,85
•
Vast bedrag per perceel
•
Variabel bedrag voor het aantal kubieke meters afvalwater dat vanuit het perceel wordt afgevoerd voor zo ver dat meer bedraagt dan driehonderd (300) kuub
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 48 van 165
04 | Afvalstoffenheffing Uitgangspunten: •
De afvalstoffenheffing is 100% kostendekkend.
•
De inzameling van huishoudelijk afval is ten opzichte van 2022 ongewijzigd en de kosten zijn geactualiseerd.
•
De afvalstoffenheffing wordt in 2023 geheven van gebruikers van eenpersoons- en meerpersoonshuishoudens en recreanten.
Specificatie afvalstoffenheffing (bedragen maal € 1.000) 2022
2023
2024
2025
2026
Opbrengsten: •
Afvalstoffenheffing
6.105
6.370
6.437
6.504
6.571
•
Overige opbrengsten
444
552
552
552
552
6.549
6.922
6.989
7.056
7.123
4.802
4.996
5.134
5.149
5.129
257
317
272
320
408
1.490
1.609
1.583
1.587
1.586
Totaal kosten
6.549
6.922
6.989
7.056
7.123
Dekkingspercentage
100%
100%
100%
100%
100%
Tarieven
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal opbrengsten Kosten: •
Directe kosten
•
Verrekening met voorziening afvalstoffenheffing
•
Toegerekende kosten overhead, BTW e.d.
•
Eenpersoonshuishouden/recreatiewoning
270,40
278,40
278,40
278,40
278,40
•
Meerpersoonshuishouden
347,80
358,20
358,20
358,20
358,20
•
Extra container 140 liter (grijs)
152,40
157,00
157,00
157,00
157,00
•
Extra container 240 liter (grijs)
198,00
204,00
204,00
204,00
204,00
05 | Leges wonen en bouwen Onder dit onderdeel vallen de leges voor de fysieke leefomgeving/omgevingsvergunning. Hiervan is een deel afhankelijk van te bouwen woningen waarvan de locatie in eigendom van derden is. Dit zorgt voor een wisselende omvang van de opbrengst leges in het financiële meerjarenperspectief.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 49 van 165
06 | Leges burgerzaken Voor de afgifte van paspoort, rijbewijs of identiteitskaart wordt leges in rekening gebracht. In de meerjarenramingen is rekening gehouden dat inwoners om 10 jaar een paspoort aanvragen en om de 5 jaar een rijbewijs. Het Rijk bepaalt de tarieven voor akten burgerlijke stand, reisdocumenten, rijbewijzen en verklaring omtrent gedrag.
07 | Begraafplaatsen Er zijn drie gemeentelijke begraafplaatsen: 1. aan de Bijdorplaan te Abcoude; 2. aan de Rijksstraatweg te Baambrugge; 3. aan de Ringdijk te Wilnis; Voor het gebruik van de begraafplaats en voor de door de gemeente te verlenen diensten bij een begrafenis worden heffingen in rekening gebracht. Deze heffingen worden jaarlijks aangepast via de 'Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten'.
08 | Forensenbelasting De forensenbelasting dient ertoe om mensen die relatief veel in een gemeente verblijven, maar geen ingezetene zijn van deze gemeente, mee te laten betalen aan voorzieningen in die gemeente. Het doel is niet om kosten voor deze voorzieningen één op één te verhalen, maar juist om een bijdrage te vragen aan het algemene voorzieningenniveau van de gemeente. De opbrengsten van de forensenbelasting zijn doorgaans relatief laag in verhouding tot de andere belastingen die de gemeente heft. Een uitzondering geldt voor de gemeenten met veel tweede woningen; hier kan de forensenbelasting juist een substantieel deel van de begroting vormen.
09 en 10 | Land- en watertoeristenbelasting Er zijn 2 soorten toeristenbelasting: 1. landtoeristenbelasting (voor overnachtingen in een hotel, b&b, pension, vakantiewoning, caravan en tent); 2. watertoeristenbelasting (voor overnachtingen op boten). Het voornemen is om vanaf 2023 te differentiëren op meegenomen accommodatie (tent, caravan) en aanwezige accommodatie (hotel, vakantiehuis). Dus niet op basis van prijs, soort accommodatie en langverblijf. Verder stelt het college voor de watertoeristenbelasting niet te differentiëren en te koppelen aan het hoogste tarief van de toeristenbelasting. In deze begroting is een voorstel opgenomen met tarieven op basis van actuele gegevens. In de provincie Utrecht heffen de meeste gemeenten toeristenbelasting. In onderstaande grafiek is opgenomen de prijs per hotelovernachting bij een gemeente in de provincie Utrecht.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 50 van 165
De gemeenten Bunschoten, IJsselstein en Montfoort kennen geen toeristenbelasting. Het hoogste tarief geldt voor een hotelovernachting in de gemeente Utrecht.
11 | Hondenbelasting We schaffen de Hondenbelasting af, zoals afgesproken in het coalitieakkoord ‘In het hart'.
12 | Overige leges In de overige leges is opgenomen de verstrekte vergunningen APV, parkeergelden en toezicht op kinderopvang.
13 | Roerende zaakbelasting Roerende zaakbelasting is een gemeentelijke belasting op roerende woon- en bedrijfsruimten. Voorbeelden hiervan zijn woonschepen. De roerende zaakbelasting bestaat uit 2 soorten belasting: een eigenaren- en een gebruikersbelasting.
14 | Bedrijveninvesteringszones (BIZ) De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Deze regeling geldt voor de jaren 2020 - 2024.
15 | Marktgelden Voor het innemen van standplaatsen op de wekelijkse warenmarkten wordt “marktgeld” geheven.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 51 van 165
Ontwikkeling woonlasten voor inwoners In de onderstaande tabel is de ontwikkeling van de gemeentelijke woonlasten opgenomen van een meerpersoonshuishouden. De OZB, rioolheffing en afvalstoffenheffing vormen samen de gemeentelijke woonlasten voor huishoudens. Ter vergelijking zijn de woonlasten over het jaar 2022 weergegeven.
Omschrijving
2022
2023
375
386
Rioolheffing
210
216
Afvalstoffenheffing
348
358
933
960
OZB-lasten bij gemiddelde WOZ-waarde (2022: € 518.000 en 2023: € 605.000) *|
Totale woonlasten voor een gezin bij een gemiddelde WOZ-waarde van een koopwoning
Gemiddelde woonlasten in de provincie Utrecht (Bron: COELO)
Landelijk gemiddelde (Bron: COELO)
993
904
Nog niet bekend Nog niet bekend
* | In het COELO-rapport 2022 is toegelicht dat de berekeningsmethode van de gemiddelde WOZwaarde dit jaar is gewijzigd.Tot en met 2021 publiceerde het CBS alleen de gezamenlijke gemiddelde WOZ-waarde voor zowel koop- als huurwoningen. Sinds december 2021 publiceert het CBS ook de afzonderlijke gemiddelde WOZ-waarde van koop- en huurwoningen (gegevens voor de jaren vanaf 2019). Omdat de gemiddelde WOZ-waarde van koopwoningen een beter beeld geeft van de gemiddeld betaalde OZB door huishoudens met een koopwoning gaat het COELO voortaan uit van deze waarde. De waarde van koopwoningen is over het algemeen hoger dan die van huurwoningen. Dit verklaart de ontwikkeling van het landelijk gemiddelde van de woonlasten van € 811 voor 2021 naar € 904 in 2022.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 52 van 165
In onderstaande grafiek is een vergelijking opgenomen van de gemeentelijke woonlasten (ozb, rioolen afvalstoffenheffing) binnen de provincie Utrecht. Ook de landelijke en provinciale gemiddelden zijn daarbij vermeld. Hiermee zijn de onderlinge verschillen tussen gemeenten nog inzichtelijker gemaakt.
(Bron: Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden) In het voorjaar van 2023 wordt de Atlas van de lokale lasten 2023 uitgebracht. De uitkomsten hiervan nemen we op in de volgende begroting.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 53 van 165
Ontwikkeling belastingdruk voor ondernemers Bij het vaststellen van de programmabegroting 2021 is de motie “Ondernemers in beeld” aangenomen. Op basis van deze motie zijn de lasten voor de ondernemer in De Ronde Venen (zoveel mogelijk) in beeld gebracht. De lokale heffingen voor ondernemers bestaan uit OZB niet-woningen, rioolheffing, afvalstoffenheffing, marktgelden en Bedrijven investeringszone (BIZ)-bijdrage. De BIZ-bijdrage is geen inkomsten voor de gemeente maar wordt door de gemeente geheven en als subsidie overgedragen aan de Stichting Koopcentrum Mijdrecht. Er zijn ook lokale heffingen die niet ten laste komen van de ondernemers maar wel via de ondernemer worden geheven, dat zijn land- en watertoeristenbelasting. Ondernemers worden ingedeeld naar winkel, kantoor, hotel, agrarisch bedrijf, groothandel en productiebedrijf. Door de variatie in ondernemers ontstaan verschillen in de gemiddelde WOZwaarden, waterverbruik en afval. Hierdoor is er geen benchmark beschikbaar op gemeentelijk niveau. Van de lokale lasten is de onroerendezaakbelasting de belangrijkste voor ondernemers. Uit de vergelijking met omliggende gemeenten blijkt dat we een laag tarief hanteren.
Kwijtscheldingsbeleid Als inwoners een laag inkomen hebben dan kunnen zij in aanmerking komen voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. De belasting hoeft dan niet of niet helemaal betaald te worden. In 2023 is rekening gehouden met € 145.000 aan kwijtscheldingen. Deze kosten maken onderdeel uit van het gemeentelijk minimabeleid.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 54 van 165
Weerstandsvermogen en risicobeheersing Samenvatting 1. Voor de jaren 2023 - 2026 is er sprake van een structureel sluitende begroting. 2. Als gemeente brengen we zoveel mogelijk relevante risico’s die we lopen in beeld, zodat we adequate maatregelen kunnen treffen. We streven ernaar dat het optreden van risico’s zo weinig mogelijk effect heeft op de uitvoering van het bestaande beleid. Daarvoor stimuleren we het risicobewustzijn van medewerkers en het tijdig treffen van maatregelen ter voorkoming of beperking van risico’s. Als toch een financieel risico zich voortdoet dan kunnen we het weerstandsvermogen inzetten. De geactualiseerde verhouding tussen risico's en de mogelijkheid om deze te kunnen opvangen vanuit het weerstandsvermogen is "uitstekend". 3. Door nog uit te voeren investeringen in wegen, sportvelden, kindcentrum Hofland en beschoeiingen van de legakkers nemen de kosten van afschrijvingen toe met € 1,6 miljoen van € 4,1 miljoen in 2021 naar € 5,7 miljoen in 2026. Dit zorgt ervoor dat de gemeentelijke kosten steeds meer een langdurig karakter hebben. Hierdoor neemt de wendbaarheid in de begroting af. 4. Om de geplande investeringen uit te voeren gaan we geldleningen aantrekken om deze te financieren. Hierdoor neemt de schuldenpositie toe en dat is zichtbaar in het financieel kengetal 'netto schuldquote'.
Beleidskader voor weerstandsvermogen en risicobeheersing We willen bereiken dat er sprake is van een gezonde financiële positie om voldoende slagkracht te hebben voor het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Dat vergt niet alleen een structureel sluitende begroting en jaarrekening, maar daarnaast voldoende weerstandscapaciteit in relatie tot de risico's. Informatie over de financiële positie, het weerstandsvermogen en de risico's zijn beschreven in deze paragraaf.
Financiële kengetallen Landelijk is bepaald dat in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing vijf kengetallen worden opgenomen. De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument, maar zijn juist bedoeld om de gemeentelijke financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken en de onderlinge vergelijkbaarheid tussen gemeenten te vergroten.
Nr.
Kengetal
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Landelijke financiële kengetallen 1
Netto schuldquote
51%
56%
67%
64%
57%
55%
2
Netto schuldquote gecorrigeerd
49%
54%
65%
62%
55%
53%
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 55 van 165
Nr.
Kengetal
2021
2022
2023
2024
2025
2026
voor alle verstrekte leningen 3
Solvabiliteitsratio
31%
29%
27%
31%
37%
40%
4
Grondexploitatie
-3%
0%
0%
0%
0%
0%
5
Structurele exploitatieruimte
2,9%
1,4%
1,7%
5,7%
7,6%
3,1%
6
Belastingcapaciteit
100%
103%
104%
104%
104%
104%
Lokale financiële kengetallen 7
Afschrijvingen x € 1.000
4.099
4.091
4.344
5.078
5.410
5.674
8
Afschrijvingen uitgedrukt in een
4,1%
3,7%
4,2%
4,9%
5,2%
5,5%
percentage t.o.v. de lasten Toelichting: 1. De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de gemeentelijke schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft dus een indicatie van de mate waarin de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie drukken. Een laag percentage is gunstig. De schuldpositie neemt toe om de geplande investeringen te kunnen financieren. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we onder de categorie 'minst risicovol'. 2. De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen, zoals het startersfonds SVn, vertoont hetzelfde beeld. 3. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger dit percentage, hoe gunstiger dit is voor de financiële weerbaarheid van de gemeente. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we onder de categorie 'risicovol'. 4. De boekwaarde van de voorraden grond worden terugverdiend bij de verkoop. Kenmerkend voor grondexploitaties is dat de looptijd meerdere jaren is. Naarmate de inkomsten verder in de toekomst liggen, brengt dit meer rentekosten en risico’s met zich mee. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we onder de categorie 'minst risicovol'. 5. Voor de structurele exploitatieruimte geldt: hoe hoger het percentage, hoe beter.
Als de baten structureel hoger zijn dan de structurele lasten geeft dit meer slagkracht om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Ten opzichte van de landelijk afgesproken signaleringswaarden vallen we onder de categorie 'minst risicovol'. 6. De belastingcapaciteit geeft inzicht in hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Het landelijk gemiddelde in 2022 is € 904 aan gemeentelijke woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Onze woonlasten zijn in 2022 3% hoger ofwel € 933. In 2023 wordt het landelijk gemiddelde voor 2023 bekend gemaakt. 7. In overleg met de auditcommissie is het kengetal 'afschrijvingen' toegevoegd aan de financiële kengetallen. 8. Een procentuele toename van de afschrijvingen ten opzichte van de totale lasten geeft aan een vermindering van de wendbaarheid in de begroting.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 56 van 165
Relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen In het Treasurystatuut 2018 - 2021 is opgenomen dat in zowel de begroting als in de verantwoording inzicht wordt verstrekt tussen de relatie tussen de omvang van afschrijvingen en die van aflossingen. Dit is van belang om inzicht te geven of op termijn de aflossingen ongeveer gelijk gaan lopen met de afschrijvingen.
In 2023 zijn de afschrijvingen en aflossingen nagenoeg gelijk aan elkaar. Dankzij de begrotingsoverschotten 2024 - 2026 zijn minder leningen benodigd en daardoor ontstaan verschillen tussen de omvang van aflossingen en afschrijvingen.
Ratio weerstandsvermogen
2023
2024
2025
2026
1
Beschikbare weerstandscapaciteit
36.240
42.620
51.607
56.177
2
Risico's
11.290
11.290
11.290
11.290
3
Ratio weerstandsvermogen
3,2
3,8
4,6
5,0
Een ratio hoger dan 2 wordt bestempeld als uitstekend.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 57 van 165
Beschikbare weerstandscapaciteit, risico's en weerstandsvermogen De weerstandscapaciteit bestaat uit het geheel van middelen en mogelijkheden om niet begrote, onvoorziene en (mogelijk) materiële kosten te dekken. De weerstandscapaciteit kan structureel en incidenteel van aard zijn. Incidentele weerstandscapaciteit bestaat uit het vermogen van de gemeente om eenmalige risico’s te dekken, zonder dat dit invloed heeft op het bestaande beleid. De structurele weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen die permanent kunnen worden ingezet om risico’s af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van het beleid.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 58 van 165
Top tien van de risico's In het onderstaande overzicht is de top tien van de totale risico-inventarisatie opgenomen. Daarnaast zijn onder nummer 11 de overige risico's (totaal 41) samengevoegd.
Samenvatting kwantificering – bedragen x € 1.000 Onderwerp 1
Algemene uitkering
Gemiddeld 2.000
Beheersmaatregelen Ontwikkelingen vanuit het Rijk worden nauwlettend gevolgd.
2
Risico dat de financiële
1.000
In gesprek met onze relaties komen tot een
gevolgen van de
passende oplossing, waarbij meerdere opties
meerjarige
worden overwogen.
onderhoudskosten van onze relaties (dorpshuizen, verenigingsgebouwen, zwembaden, vastgoed in gebruik van derden, etc.) op de begroting van de gemeenten gaan drukken. 3
Cybercrime - gijzeling van
500
informatie en systemen
Toepassen van de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheden) en dan met name: •
Vergroten informatieveiligheidsbewustzijn van de medewerkers
•
Toepassen van Multi Factor Authenticatie
•
Segmentering van het computernetwerk
•
Toepassen van firewall-technieken
•
Toepassen van NAC-technieken (Network
•
Toepassen van patch- en hardenings-
Access Control) management •
Monitoren van beheer-accounts (gepland 2022)
4
Cybercrime - Overig (o.a. fraude, phisingmails, schade aan buiten
500
Toepassen van de BIO (Baseline Informatieveiligheid Overheden) en dan met name: •
installaties en software)
Vergroten informatieveiligheidsbewustzijn van de medewerkers
•
Toepassen van actuele endpoint-
•
Toepassen van een email-‘wasstraat’
•
Toepassen van ‘vier-ogen’-principe bij
bescherming
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 59 van 165
Samenvatting kwantificering – bedragen x € 1.000 Onderwerp
Gemiddeld
Beheersmaatregelen financiële transacties •
Toepassen van software-whitelisting op de gemeentelijke apparaten
5
Extra onvoorziene
500
Focus op het voorkomen van verzuim door
personele uitgaven,
aandacht voor goede werkomstandigheden en -
vanwege toenemend
werkrelaties. Bij ziekte vroegtijdig aandacht voor
verzuim, afname van
herstel en begeleiding terug naar werk. Door
kennis door verloop,
opleidings- en ontwikkelmogelijkheden en
toenemende complexiteit
toepassing van arbeidsvoorwaarden voorkomen
van taken en betaling WW
dat medewerkers de organisatie vroegtijdig
door de reorganisatie.
verlaten. Bij reorganisatie in overleg met de betreffende medewerker op zoek gaan naar passende werkzaamheden binnen of buiten de organisatie.
6
Revitalisering en
500
huurkwestie woonwagens
Aan de hand van een extern onderzoek de behoeftestelling voor de 2e en 3e generatie vaststellen
7
Terugbetaling na
500
verantwoording
Kennis over verantwoording doeluitkeringen en werkwijzen breder delen.
doeluitkeringen vanwege fouten, ziekte, nalatigheid, niet behalen van het doel of andere omstandigheden. 8
Openeinderegelingen
450
sociaal domein - Jeugdwet 9
10
Financiering
Openeinderegelingen
Gebruik sociale basis versterken en meer regie voeren op inzet jeugdhulp
300
250
•
Spreiding van leningenportefeuille.
•
Periodiek overleg met de bank
Inzet op snelle uitstroom van het bijstandsbestand.
sociaal domein - Regeling Participatiewet /Werk en inkomen 11
Overige risico's
4.790
Dit betreft de kwantificering van de overige 41 risico's.
Totaal
11.290
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 60 van 165
Beschikbare weerstandscapaciteit De middelen waarover de gemeente De Ronde Venen kan beschikken per 31 december 2023 - 2026 om niet begrote kosten te dekken zijn weergegeven in onderstaande tabel.
Berekening beschikbare weerstandscapaciteit per 31 december 2023 - 2026 (bedragen x € 1.000) 2023
2024
2025
2026
125
126
128
129
1
Post onvoorzien
2
Begrotingsresultaat 2023 - 2026
1.811
6.217
8.540
3.291
3
Algemene reserve
22.332
24.305
30.967
40.785
4
Onbenutte belastingcapaciteit
7.684
7.684
7.684
7.684
5
Stille reserves
4.288
4.288
4.288
4.288
Totaal
36.240
42.620
51.607
56.177
Toelichting: 1. In overeenstemming met het begrotingstoezicht van de provincie Utrecht is budget opgenomen voor het opvangen van onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare kosten voor de jaren 2023 - 2026. 2. De begrotingsresultaten van de jaren 2023 - 2026 maken onderdeel uit van de weerstandscapaciteit. 3. De algemene reserve is het niet-bestemde deel van het eigen vermogen van de gemeente. Deze reserve speelt een belangrijke rol in de weerstandscapaciteit van de gemeente. 4. De gemeente kan structureel (extra) middelen genereren door belastingen te verhogen en heffingen meer kostendekkend te maken (voor zover daar nog mogelijkheden voor bestaan). Het structureel genereren van extra middelen kan worden ingezet om de weerstandscapaciteit te versterken. De belastingruimte is hoofdzakelijk te vinden bij de onroerendezaakbelasting, omdat kostendekkende tarieven het uitgangspunt is bij de rioolheffing en afvalstoffenheffing. De onbenutte belastingcapaciteit is afgeleid uit de norm die het Ministerie van Binnenlandse Zaken voor 2023 hanteert voor het aanvragen van financiële steun. 5. De stille reserves worden gevormd door de voorraden grond waarvan de taxatiewaarde hoger ligt dan de boekwaarde. Deze reserves zijn van betekenis in relatie tot het balanstotaal, dan wel de financiële positie. De omvang van de stille reserves bedraagt per 1 januari 2022 € 4.288.000.
Naast de voorraden grond bezit de gemeente aandelen van BNG Bank en Vitens. Deze kunnen op termijn verkocht worden. Doordat de aandelen van deze partijen in het bezit zijn van het Rijk, provincies en gemeenten is hiervoor geen ‘markt’. Hierdoor wordt volstaan met een melding in deze paragraaf.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 61 van 165
Kapitaalgoederen Samenvatting •
Het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte legt beslag op een substantieel deel van de financiële middelen in de programmabegroting. Daarom is het belangrijk dat meerjarig de kaders voor het beheer zijn vastgesteld en de financiële gevolgen inzichtelijk zijn en vertaald in de gemeentebegroting.
•
Actuele beleids- en beheerplannen is een voorwaarde voor het inzichtelijk hebben van toekomstige investeringen en onderhoudsbudgetten om de kapitaalgoederen in stand te houden.
•
De openbare ruimte wordt ook komend jaar beheerd en onderhouden op basis van wettelijke regels, zorgplicht en de bedoelde functionaliteit en kwaliteit zoals die in de beleids- en beheerplannen is benoemd.
•
In 2022 wordt voor de kapitaalgoederen wegen, riolering en gebouwen het beheerplan geactualiseerd en ter vaststelling aan de gemeenteraad aangeboden. Voor kunstwerken en openbare verlichting is een actueel beheerplan beschikbaar.
•
Voor groen is een actueel beheerplan beschikbaar. In de periode 2023 - 2026 is op basis van het coalitieakkoord 'In het hart' voor het onderhoud van het openbaar groen een aanzienlijk extra budget opgenomen om het onderhoud van het openbaar groen op orde te brengen en te verbeteren.
Wegen | Beleid •
Het wegenbeheerplan 2023 - 2027 is in december 2022 in de raad ter goedkeuring. Dit beheerplan is opgesteld op basis van assetmanagement en is de leidraad voor het wegenbeheer in deze periode.
•
Jaarlijks wordt er een risicoanalyse opgesteld om de (nieuwe) prioritering voor het wegenonderhoud op te stellen.
•
Onder het onderdeel wegen vallen ook de civieltechnische kunstwerken. Hiervoor heeft de raad in november 2019 een beheerplan voor de periode 2020 - 2024 vastgesteld op basis van assetmanagement.
•
Het beleidsplan openbare verlichting 2020 - 2024 is in december 2019 door de raad vastgesteld.
Wegen | Uitvoering Voor wegen staan in 2023 de volgende projecten gepland: •
Reconstructie Ringdijk 2e Bedijking -> doorgeschoven vanuit 2022;
•
Reconstructie Tienboerenweg;
•
Reconstructie deel Veldweg;
•
Aanpak parkeersituatie Vinkeveen Noord;
•
Voorbereiden 2e Velddwarsweg;
•
Voorbereiden A.C. Verhoefweg;
•
Voorbereiden Dukaton;
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 62 van 165
•
Scenario's uitwerken reconstructie Baambrugse Zuwe.
Voor kunstwerken staan in 2023 de volgende projecten gepland: •
Heulbrug (beweegbare brug);
•
Nellesteinsebrug (beweegbare brug);
•
Stokkelaarsbrug (beweegbare brug);
•
Diverse vaste betonnen en houten bruggen.
Voor verlichting gaan we in 2023 circa 300 masten en circa 700 armaturen in Abcoude vervangen.
Wegen | Financiën •
In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 2.1 Verkeer en vervoer zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud wegen, kunstwerken en openbare verlichting opgenomen.
•
De investeringsbudgetten uit het wegenbeheerplan 2023 - 2027 zijn verwerkt in het overzicht nieuwe investeringen 2023 - 2026 van deze programmabegroting.
Riolering | Beleid Een goede riolering draagt bij aan de bescherming van de volksgezondheid, het milieu en het tegengaan van wateroverlast. Met het gemeentelijk rioleringsplan geeft de gemeente aan hoe zij op een doelmatige manier omgaat met de zorgplichten voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. Eind 2022 wordt het Water en rioleringsplan (WRP) 2023-2027 aan de raad ter vaststelling aangeboden.
Riolering | Uitvoering Het onderhoud van het gemeentelijk rioolstelsel omvat onder meer het reinigen, ontstoppen en repareren van riolen, dagelijks beheer van rioolgemalen en het vegen van straten. In 2023 worden de acties uit het gemeentelijk water- en rioleringsplan (WRP) opgepakt.
Riolering | Financiën In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 7.2 Riolering zijn de jaarlijkse kosten en opbrengsten van riolering opgenomen. De investeringsbudgetten uit het Water- en rioleringsplan 2023 - 2027 zijn verwerkt in het overzicht nieuwe investeringen 2023 - 2026 van deze programmabegroting. Zoals blijkt uit de paragraaf Lokale heffingen zijn de tarieven van rioolheffing kostendekkend.
Water | Beleid Water is van grote betekenis voor maatschappij, mens en milieu. Om "droge voeten" te houden is het van belang dat de gemeente haar watergangen goed beheert. Dit betekent dat de watergangen tijdig gebaggerd en geschoond moet worden. Daarnaast moet de gemeente de oevers in stand houden. Het waterschap stelt door middel van haar Keur eisen aan de watergangen. De gemeente heeft
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 63 van 165
ontvangstplicht voor de vrijgekomen bagger en maaisel. Het huidige beleid beperkt zich op calamiteitenonderhoud van beschoeiingen en baggeren.
Water | Uitvoering Voor de beschoeiingen worden alleen de calamiteiten uitgevoerd. De watergangen worden geschoond van vegetatie. Daarnaast wordt de vrijgekomen bagger verwerkt, conform de wettelijke ontvangstplicht.
Water | Financiën In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 2.4 Economische havens en waterwegen zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud aan beschoeiingen en baggeren opgenomen.
Groen | Beleid In 2017 is het groenbeleidsplan 2017-2040 vastgesteld. Met dit beleidsplan wordt, aan de hand van streefbeelden, duidelijk hoe we de komende jaren om willen gaan met het openbaar groen.
Groen | Uitvoering •
De gemeente zorgt voor het in stand houden van het openbaar groen, zodanig dat deze veilig, heel en schoon is. En voldoet aan de huidige functies, zoals sierfunctie, afschermende functie of gebruiksfunctie.
•
In 2023 gaan we op basis van het groenbeheerplan extra investeren in onderhoud van het openbaar groen om zo de kwaliteit van de openbare ruimte te verbeteren.
•
In 2021 zijn we gestart met het bestrijden van de Japanse duizendknoop op een aantal risicolocaties. Alle locaties die bekend zijn worden gemonitord. We zien dat het aantal locaties met Japanse duizendknoop toeneemt. We proberen zoveel mogelijk de risicolocaties met een geringe oppervlakte bestrijden. Dit wordt in 2023 voortgezet.
•
Het vervangingsplan van populieren in de buitengebieden wordt voortgezet.
Groen | Financiën In het budgetoverzicht van programma 1 Wonen, taakveld 5.7 Openbaar groen en recreatie zijn de jaarlijkse kosten van onderhoud van groen en speelvoorzieningen opgenomen. Vanuit de kadernota 2023 en vanuit het coalitieakkoord "In het hart" is respectievelijk € 250.000 en € 500.000 aan de onderhoudsbudgetten 2023 toegevoegd.
Gebouwen | Beleid De nota Vastgoed en het beheerplan gebouwen zijn in 2017 vastgesteld. Uitvoering wordt gegeven aan de nota Vastgoed. In de tweede helft van 2022 vindt besluitvorming plaats over het geactualiseerde beheerplan gebouwen. De kosten verbonden aan de verduurzaming van de gemeentelijke vastgoedportefeuille is hierin ook inzichtelijk gemaakt. In het nieuwe beheerplan gebouwen zijn de ambities, technische en financiële kaders voor de komende periode opgenomen.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 64 van 165
Gebouwen | Uitvoering De gemeentelijke vastgoedportefeuille bestaat uit kantoorgebouwen, onderwijshuisvesting/gymzalen, Veenweidebad, maatschappelijk vastgoed en gebouwen/gronden die te koop staan of komen. Deze laatste categorie is toegelicht in paragraaf Grondbeleid, bij het onderdeel Gronden die niet voor de publieke taak zijn bestemd. In 2023 wordt uitvoering gegeven aan het meerjarenonderhoudsplan gebouwen
Gebouwen | Financiën In de verschillende domeinen en programma's staan toevoegingen aan de "Onderhoudsvoorziening gemeentelijk vastgoed". Deze voorziening is toegelicht in de Financiële begroting. Naast deze toevoeging aan de voorziening zijn voor verschillende gebouwen budgetten beschikbaar voor regulier contractonderhoud, verzekeringen, energie en belastingen.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 65 van 165
Financiering Samenvatting •
Voor de periode 2022 - 2026 is rekening gehouden met het aantrekken van 35 miljoen euro aan nieuwe geldleningen. Dit is onder meer nodig om investeringen te kunnen betalen.
•
Voor de nieuw aan te trekken geldleningen is rekening gehouden met 1,5%.
•
Voor stijging van rente is rekening gehouden met een risico van 0,3 miljoen euro. Dit risico is opgenomen in de risico-inventarisatie zoals weergegeven in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
•
Aan de boekwaarde van investeringen is 1,0% toegerekend.
•
Voor 2023 gelden er twee landelijke normen waaraan we voldoen: o
Kasgeldlimiet 8,9 miljoen euro;
o
Renterisiconorm 20,8 miljoen euro.
Beleidskader Het gemeentelijke financieringsbeleid is erop gericht om: •
Te voorzien in de financieringsbehoefte op korte en lange termijn.
•
Het beheersen van de risico’s die met deze transacties verbonden zijn.
•
Het zoveel mogelijk beperken van de rentekosten van de leningen.
•
Het beperken van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities.
Het uitvoeren van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders zoals gesteld in de Wet financiering decentrale overheden, de Wet houdbare overheidsfinanciën en wet verplicht schatkistbankieren voor decentrale overheden. De aanvullende regels vanuit het Treasurystatuut zijn mede bepalend voor het uitvoeren van de financieringsfunctie. In december 2017 heeft de gemeenteraad het Treasurystatuut 2018 - 2021 vastgesteld.
Risicobeheersing - Algemeen Landelijk gelden er twee risicobeheersingsrichtlijnen waaraan de gemeente De Ronde Venen moet voldoen, te weten de kasgeldlimiet en renterisiconorm. Aan beide normen voldoet de gemeente De Ronde Venen.
Risicobeheersing - Kasgeldlimiet Voor korte financiering (looptijd tot 1 jaar) geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct een relatief grote invloed hebben op de rentelasten. Dit risico wordt beperkt door een zogenoemde kasgeldlimiet op basis van de wet financiering decentrale overheden. Dit houdt in dat de omvang van de kortlopende schuld maximaal 8,5% van het begrotingstotaal mag zijn. Binnen de kasgeldlimiet wordt een deel van de financieringsbehoefte afgedekt uit kortlopende leningen (kasgeldleningen). De kasgeldlimiet wordt optimaal benut vanuit de
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 66 van 165
gedachte dat rente van kortlopend geld, zoals daggeld en kasgeld, lager is dan van langlopende leningen.
Berekening geldstromen en toets op de kasgeldlimiet Een kasstroomoverzicht geeft inzicht in de geldstromen. Deze geldstromen hebben effecten op de omvang van de liquide middelen. Hieronder wordt verstaan het totaal van de kas en banksaldi. De geldstromen van 2021 tot en met 2026 zijn hierna vermeld.
Kasstroomoverzicht (bedragen x € 1.000) 2021
2022
2023
2024
2025
2026
1
Kas- en banksaldi per 1 januari
10.208
-1.779
840
-2.564
3.389
4.876
2
Kasstroom uit operationele
-1.297
1.713
5.300
11.392
13.878
9.117
-5.196
-10.199
-14.434
-11.086
-7.988
-4.167
-5.494
11.105
5.730
5.647
-4.403
-4.403
-1.779
840
-2.564
3.389
4.876
5.423
activiteiten 3
Kasstroom uit investeringsactiviteiten
4
Kasstroom uit financieringsactiviteiten
5
Kas- en banksaldi per 31 december Toets op de kasgeldlimiet
6
Kasgeldlimiet
-8.200
-8.300
-8.900
-8.800
-8.800
-8.800
7
Ruimte binnen kasgeldlimiet
-6.421
-9.140
-6.336
-12.189
-13.676
-14.223
Toelichting: 1. Dit betreft de kas en banksaldi per 1 januari van de jaren 2021 tot en met 2026. 2. In de operationele activiteiten zijn onder meer verwerkt de effecten van bouwgronden in exploitatie, de inzet van reserves en voorzieningen, ontwikkelingen in de vorderingen en schulden. 3. Dit betreft de bestedingen aan investeringen. 4. Hierin is opgenomen de aflossingen op de geldleningen en het aantrekken van langlopende leningen. 5. Dit betreft de kas en banksaldi per 31 december van de jaren 2021 tot en met 2026. 6. De kasgeldlimiet is 8,5% van het begrotingstotaal. 7. Beschikbare ruimte binnen de kasgeldlimiet. We mogen het kasgeldlimiet 2 kwartalen overschrijden vervolgens informeren we onze toezichthouder, te weten het college van gedeputeerde staten van Utrecht.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 67 van 165
Risicobeheersing - Renterisiconorm Bij het aantrekken van langlopende leningen moet rekening worden gehouden met de renterisiconorm. Deze norm heeft als doel het toekomstig renterisico te beperken door de aflossingen en renteherzieningen te spreiden. Voorkomen moet worden dat er in enig jaar een te grote concentratie plaatsvindt van aflossingen en renteherzieningen op lopende leningen. Onder renteherzieningen wordt verstaan het bedrag aan leningen waarvan op grond van de leningsvoorwaarden de rente in het lopende kalenderjaar eenzijdig door de tegenpartij kan worden herzien. In de leningenportefeuille zijn er geen contracten met een eenzijdige renteherziening door de geldgever.
Renterisiconorm 2021 - 2026 (bedragen x € 1.000)
1
Renterisiconorm (20% van
2021
2022
2023
2024
2025
2026
19.200
19.450
20.830
20.700
20.790
20.710
5.470
3.890
4.270
4.350
4.400
4.400
13.730
15.560
16.560
16.350
16.390
16.310
oorspronkelijke begrotingstotaal) 2
Renterisico = aflossingen + renteherzieningen
3
Ruimte onder renterisiconorm (1 min 2)
In de afgelopen jaren is de gemeente De Ronde Venen ruimschoots onder de vastgestelde norm gebleven. Voor de jaren 2022 - 2026 gaan we de norm niet overschrijden.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 68 van 165
Ontwikkeling langlopende leningen In onderstaande grafiek is de omvang van leningen opgenomen voor de periode 2021 - 2026. Hierbij is rekening gehouden met de nog aan te trekken geldleningen in de jaren 2022 - 2026.
Schatkistbankieren De regeling schatkistbankieren verplicht decentrale overheden hun overtollige liquide middelen en beleggingen aan te houden bij het ministerie van Financiën. Dit behoudens een drempelbedrag wat bepaald is op 2% van het begrotingstotaal. Dat is voor 2023 € 2.080.000. Om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen mag een gemeente gemiddeld over het hele kwartaal maximaal het drempelbedrag buiten de schatkist aanhouden. Deelname van de decentrale overheden aan schatkistbankieren draagt bij aan een lagere EMU-schuld van de collectieve sector. Dit verlaagt namelijk de externe financieringsbehoefte van het Rijk, waardoor het Rijk minder hoeft te financieren op de markt, hetgeen zich weer vertaalt in een lagere staatsschuld. Daarnaast verwacht het Rijk een verdere vermindering van de beleggingsrisico’s waaraan decentrale overheden worden blootgesteld. De middelen die een gemeente in de schatkist aanhoudt, blijven beschikbaar voor de uitoefening van de publieke taak.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 69 van 165
Rente- en treasuryresultaat De kosten en opbrengsten van rente zijn volgens landelijke verslagleggingsrichtlijnen toegerekend aan bouwgronden in exploitatie en investeringen. Er is sprake van een rente- en een treasuryresultaat. In het laatste resultaat is opgenomen de opbrengst van dividend.
1 De externe rentelasten over de korte en lange
Rekening
Begroting
Begroting
Raming
Raming
Raming
2021
2022
2023
2024
2025
2026
1.002
950
1.105
1.162
1.145
1.054
-138
-29
-30
-30
-30
-30
864
921
1.075
1.132
1.115
1.024
-18
-15
0
0
0
0
5 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
-903
-915
-976
-1.075
-1.179
-1.184
6 Renteresultaat (afrondingsverschillen in de toe
-57
-9
99
57
-64
-160
7 Ontvangen dividend BNG Bank
-98
-85
-70
-70
-70
-70
8 Ontvangen dividend Vitens [1]
0
-0
-0
-36
-36
-36
-155
-94
29
-49
-170
-266
financiering 2 De externe rentebaten over de korte en lange financiering 3 Saldo rentelasten en rentebaten Toerekening: 4 De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
te rekenen rente)
9 Treasuryresultaat (- = voordeel en + nadeel)
[1] Voor de jaren 2020 - 2023 ontvangen we geen dividend om daarmee de kosten van verouderde waterleidingen te kunnen opvangen en het verbeteren van de financiële positie van Vitens.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 70 van 165
Bedrijfsvoering Inleiding Een overheid moet betrouwbaar zijn. Gemeente De Ronde Venen wil een sterke, betrouwbare en moderne organisatie zijn voor onze inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medewerkers. De gemeentelijke organisatie staat tussen de inwoners. Om nog beter in te kunnen spelen op de veranderingen in de samenleving en de inhoudelijke ambities van de gemeenteraad en het college is een aantal ontwikkelingen noodzakelijk. Deze ontwikkelingen staan onderstaand beschreven.
Een sterke gemeentelijke organisatie (Organisatieontwikkeling) Organisatieontwikkeling Om beter in te kunnen spelen op de veranderende rol van de overheid in een veranderende wereld is de ontwikkeling van de organisatie in gang gezet. In 2022 is de structuur van de organisatie aangepast. In 2023 ligt de focus op de gewenste manier van werken: ‘Samen voor elkaar’. Met als belangrijkste kernwaarden durf, resultaat en verbinding. Het is van groot belang dat we samenhang creëren tussen werkzaamheden, waardoor processen optimaal uitgevoerd kunnen worden. Aantrekkelijke werkgever Om een sterke gemeentelijke organisatie te blijven is het van groot belang dat we de huidige medewerkers blijven binden en boeien en dat we een aantrekkelijke werkgever zijn voor nieuw talent. Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is het meer dan ooit belangrijk dat we blijvend investeren in de talenten van onze huidige medewerkers. Hiervoor vragen we extra opleidingsbudget. Het opleidingsbudget gebruiken we zowel voor trainingen die we organisatiebreed aanbieden als voor individuele opleidingswensen van medewerkers. Verstevigen positie op de arbeidsmarkt Vanwege de krapte op de arbeidsmarkt is het niet vanzelfsprekend dat werkzoekenden massaal reageren op onze vacatures. Dit leidt op sommige plekken in de organisatie tot uitdagingen.
Deze uitdagingen bieden wij het hoofd door op sommige plekken in de organisatie te kiezen voor inhuur, maar onze doelstelling is om deze vacatures in te vullen met medewerkers die zich aan onze organisatie willen binden. Om die reden zetten we in 2023 een extra stap in het verstevigen van onze positie op de arbeidsmarkt. We zetten extra in en herijken onze arbeidsmarktcommunicatie en verstevigen ons recruitment.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 71 van 165
Een eigentijdse dienstverlening Dienstverlening Vragen van inwoners en ondernemers worden snel en oplossingsgericht beantwoord. Op het moment dat inwoners zich niet gehoord voelen of niet weten waar of hoe zij op hun vraag antwoord kunnen krijgen is een (online) loket beschikbaar. Dit geldt ook voor inwoners met vragen binnen het sociaal domein als zij er met het servicepunt niet uitkomen. Digitalisering en ICT De digitaliseringsopgave van De Ronde Venen laat zich samenvatten als het organisatie breed verder invoeren en op orde krijgen van het digitaal werken. Zowel in de werkprocessen, de bedrijfsvoering en in de klantcontacten met inwoners, ondernemers en (maatschappelijke) partners. Nieuwe wet- en regelgeving vraagt (ook) om een steeds forsere digitaliseringscomponent. ICT is een randvoorwaarde om digitalisering mogelijk te maken. Ondersteunend aan de digitaliseringsopgave realiseren we een vernieuwde, moderne digitale werkomgeving. Om digitaliserings-, wet- en regelgeving en ICT-projecten vanuit regie op te pakken en hierbij keuzes te kunnen maken, stellen we een meerjarig digitaliseringsplan op. Dit plan geeft inzicht in de meerjarige financiële effecten van onze ICT(-omgeving). Op deze manier wordt duidelijk waar we de komende jaren moeten investeren
Een betrouwbare gemeente (Juridische kwaliteitszorg en rechtmatigheid, informatieveiligheid en privacy) Informatieveiligheid en privacy De gemeente beheert veel gegevens van inwoners. We gaan zorgvuldig met deze gegevens om en houden dit veilig. Dit borgen we onder andere in de ICT-infrastructuur van de gemeente, maar juist ook door hier blijvend aandacht voor te houden in de gemeentelijke organisatie. Om die reden geven wij onder andere (online) trainingen, zodat het bewustzijn van de verantwoordelijkheid voor informatieveiligheid constant onder de aandacht blijft. Juridische kwaliteitszorg We maken komend jaar de beweging om formele bezwaren en klachten te verminderen, door juist aan de voorkant informele gesprekken te voeren. Daarnaast vormt de juridische kwaliteitszorg onderdeel van de algehele kwaliteitszorg van (werk)processen en bij de voorbereiding en uitvoering van besluiten. Op deze manier werken we aan een gemeente die voorspelbaar is voor onze inwoners en voorkomen we bezwaren. Rechtmatigheid door het college Op 31 mei 2022 is door de Tweede Kamer besloten dat vanaf verslagjaar 2023 de rechtmatigheidsverantwoording door het college wordt afgegeven. De belangrijkste processen, de processen met een grote financiële impact, zijn vormgegeven in het business control framework. Als uit de eigen controles wordt geconstateerd dat er sprake is van afwijkingen op
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 72 van 165
rechtmatigheidsaspecten, dan wordt dit verantwoord in de verantwoording 2023. Hierbij geven we dan aan hoe we dit in de toekomst gaan oplossen.
Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken Doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken komen voort uit de Gemeentewet artikel 213a. Deze wet schrijft voor dat het college jaarlijks zijn eigen beleid tweemaal dient te toetsen. Sinds de gemeente een goed functioneerde rekenkamercommissie heeft ingesteld, heeft de raad de mogelijkheid om zelfstandig opdrachten te verstrekken aan de rekenkamercommissie voor eigen doelmatigheids- en doeltreffendheidsonderzoeken.
Interbestuurlijk toezicht Eén van de kerntaken van de provincie is toezicht houden op de uitvoering van wettelijke taken door gemeenten, waterschappen en gemeentelijke regelingen. Dit gebeurt risicogericht, proportioneel, op afstand waar het kan, ingrijpen waar het moet. Het gaat om de volgende beleidsterreinen: •
Financiën
•
Omgevingsrecht
•
Archiefwet
•
Huisvesting vergunninghouders
De provincie Utrecht publiceert de resultaten van het interbestuurlijk toezicht op internet. De resultaten zijn te vinden op https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/alle-onderwerpen/interbestuurlijktoezicht/.
Personeel & Organisatie CAO-ontwikkeling In de meerjarenbegroting van personeelskosten is voor 2023 e.v. is rekening gehouden met een stijging van de cao-lonen van 4%. De huidige cao-afspraken lopen tot 31 december 2022. Gelet op de economische ontwikkelingen, de uitkomst van de cao-onderhandelingen van het Rijk en een tijd waarbij inflatie en schaarste op de arbeidsmarkt in 2023 doorwerkt, is het niet onredelijk om met een loonstijging van deze omvang rekening te houden. In 2021-2022 bedroeg de werkelijke loonstijging in totaal ook circa 4%. De formatie van 2023 betreft 320,1 FTE.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 73 van 165
Bedrijfsvoeringskosten | Definities De hieronder beschreven definities zijn landelijk bepaald en gelden voor alle gemeenten. 1. Capaciteitskosten zijn de totale kosten die de organisatie maakt aan salarissen, sociale lasten, werkkostenregeling en inhuur. Hierbij wordt buiten beschouwing gelaten de griffie en het bestuur. Deze kosten worden niet afzonderlijk toegelicht omdat ze onderdeel zijn van overhead en apparaatskosten. 2. Overhead betreft alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Een groot deel hiervan bestaat uit capaciteitskosten van medewerkers van ondersteunende afdelingen en leidinggevenden. Daarnaast zijn er kosten voortkomend uit ondersteunende taken die gedekt worden uit voor die taken opgenomen budgetten, zoals informatievoorziening en ICT. De kosten van overhead zijn opgenomen in programma 4 Bestuur en bedrijfsvoering. 3. Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (capaciteitskosten), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten (zoals meubilair) die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.
Overhead Onder de overheadkosten vallen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met het primair proces worden de activiteiten bedoeld die rechtstreeks een bijdrage leveren aan de totstandkoming van de producten en diensten voor onze burgers en bedrijven. Overhead bestaat uit: •
Personele capaciteitskosten overhead (management, bestuur- en managementondersteuning primair proces, alle kosten van personele inzet voor personeel en organisatiebeleid, inkoop, communicatie, juridische zaken, informatievoorziening en automatisering, documentaire informatievoorziening, huisvesting, facilitaire zaken, financiën etc.).
•
Materiële kosten (goederen en diensten) voor: o
Bestuurszaken en bestuursondersteuning (exclusief de griffie omdat die geen
o
Documentaire informatievoorziening (DIV)
o
Facilitaire zaken en Huisvesting (incl. beveiliging)
o
Financiën, toezicht en controle voor de eigen organisatie
o
Informatievoorziening en automatisering
o
Inkoop (inclusief aanbesteding en contractmanagement)
o
Interne en externe communicatie m.u.v. klantcommunicatie
o
Juridische zaken
o
Personeel en organisatie
onderdeel uitmaakt van de ambtelijke organisatie)
De onderstaande kosten van overhead bij programma 4 Bestuur en ondersteuning maken onderdeel uit van de apparaatskosten.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 74 van 165
Uit deze tabel blijkt dat de kosten van overhead in 2023 toeneemt en vervolgens in de jaren 20242026 afnemen. De toename t.o.v. 2022 wordt grotendeels veroorzaakt doordat de inzet van 2 FTE data-analisten, 2 FTE inkoop, 1 FTE adviseur organisatieontwikkeling en 1 FTE Strategisch adviseur inwonersparticipatie allen het label 'overhead' hebben. Daar staat tegenover een besparing op minder management -1,8 FTE. Op het gebied van Informatievoorziening & Automatisering (046 I&A) wordt extra structureel budget vrijgemaakt om een impuls aan de ICT van de organisatie te gegeven van 425.000. Bedragen x €1.000 Exploitatie
Rekening
Begroting 2022
Begroting
Raming
Raming
Raming
2021
na wijziging
2023
2024
2025
2026
E040 E040 Overhead
8.775
9.387
9.732
9.514
9.514
9.514
E041 E041 Personeel en organisatiebeleid
639
1.003
1.163
888
888
888
E042 E042 Regionaal inkoopbureau
143
107
155
155
155
155
E043 E043 Communicatie
139
133
289
169
169
169
E044 E044 Juridische zaken
124
401
361
397
413
413
E045 E045 Bestuurszaken bestuursonderst
91
108
95
95
95
95
E046 E046 I&A
2.288
2.701
3.260
2.947
3.166
3.168
E047 E047 DIV
512
548
534
532
532
532
E048 E048 Facilitaire zaken huisvesting
589
1.052
826
734
734
713
E049 E049 Financiële adminstratie
179
262
262
262
262
262
13.480
15.702
16.675
15.693
15.927
15.909
Totaal overhead
Apparaatskosten Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (alle loonkosten voor het ambtelijk apparaat en alle inhuurkosten) en de materiele kosten voor overhead exclusief griffie en bestuur. Bedragen x €1.000 Exploitatie
Rekening 2021
Begroting 2022 na
Begroting 2023
Raming 2024
Raming 2025
Raming 2026
wijziging Lasten
29.256
32.944
33.796
32.425
32.659
32.641
Baten
391
69
54
54
54
54
Totaal
28.865
32.875
33.742
32.371
32.605
32.587
apparaatskosten
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 75 van 165
Landelijke bedrijfsvoeringsindicatoren
Naam van de indicator
2021
2022
2023
2024
Bestuur en organisatie 1
Toegestane formatie per 1.000 inwoners
6,8
7,0
7,0
7,0
2
Werkelijke bezetting per 1.000 inwoners
6,5
6,5
6,4
6.4
3
Apparaatskosten in euro's per inwoner
661
729
743
705
4
Externe inhuurkosten als % van totale loonsom + totale kosten
10%
10%
10%
10%
13%
14%
16%
15%
inhuur externen 5
Overhead als percentage van totale lasten
Toelichting: 1.
De toegestane formatie over de periode 2021 - 2024 vertoont een stabiel beeld.
2. Idem 3. De apparaatskosten voor 2023 stijgen met 2% ten opzichte van 2022. 4. Voor de jaren 2021 - 2024 is uitgegaan van 10% aan inhuurkosten. 5. De kosten van overhead over de periode 2021 - 2024 vertoont een stabiel beeld.
Programmabegroting 2023 - 2026_2022-11-10 (1) - pagina 76 van 165
Verbonden partijen Samenvatting We hebben het voornemen om de samenwerking met de U10 netwerkorganisatie voort te zetten. Daarnaast brengen we in 2022/2023 een herziene nota verbonden partijen uit.
Beleidskader voor verbonden partijen Bestuurlijk en financieel belang: •
Voor het uitvoeren van gemeentelijk beleid vindt samenwerking plaats met andere partijen. Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente een bestuurlijk én een financieel belang heeft. De gemeente heeft bestuurlijke en financiële belangen in meerdere gemeenschappelijke regelingen, deelnemingen en overige verbonden partijen.
•
Bestuurlijk belang is zeggenschap, ofwel via vertegenwoordiging in het bestuur ofwel via stemrecht. Er is sprake van bestuurlijk belang als een bestuurder of een ambtenaar van de gemeente namens de gemeente in het bestuur van de partij plaatsneemt, of namens de gemeente stemt.
•
Een financieel belang is een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat, ofwel het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt.
Aangaan en beëindigen van verbonden partijen: •