CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

BP 2 planToelichting BP VVP25

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 202533.238 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Vaststelling Gemeente De Ronde Venen

Bestemmingsplan “Vinkeveense Plassen 2025”

PROJECTGEGEVENS GEMEENTE DE RONDE VENEN

BESTEMMINGSPLAN VINKEVEENSE PLASSEN 2025

Werknummer

622.114.60

Opdrachtgever Contactpersoon

Gemeente De Ronde Venen geanonimiseerd

Datum

9 december 2024

Procedureoverzicht Fase

Datum

Concept

11 januari 2024

Ontwerp

26 april 2024

Vaststelling

9 december 2024

geanonimiseerd 622.114.60

TOELICHTING

2

Inhoudsopgave

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

5

Aanleiding Planopzet Plangebied Vigerende beheersverordening Ontwikkelen met kwaliteit Leeswijzer

Hoofdstuk 2 Huidige situatie 2.1 2.2

Historie Ruimtelijke structuur

Hoofdstuk 3 Planbeschrijving 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5

Doel van het plan Richtinggevende keuzes en programma Ontwikkelscenario Recreatieve ontwikkeling van de zandeilanden Landschaps- en stedenbouwkundig plan Vinkeveense Plassen Natuurplan

Hoofdstuk 4 Beleid 4.1

4.2

4.3

4.4

5 6 6 10 10 10 12 12 14 19 19 21 28 29 30 32

Europees Beleid 4.1.1 Vogel- en habitatrichtlijn 4.1.2 Kaderrichtlijn Water Rijksbeleid 4.2.1 Nationale Omgevingsvisie 4.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Provinciaal beleid 4.3.1 Omgevingsvisie Utrecht 4.3.2 Interim omgevingsverordening Utrecht 4.3.3 Bodem- en waterprogramma provincie Utrecht 2022-2027 Gemeentelijk beleid 4.4.1 Structuurvisie de Ronde Venen 2030 4.4.2 Visie Recreatie en Toerisme De Ronde Venen 2020 4.4.3 Visie verblijfsrecreatie (2020) 4.4.4 Welstandsnota De Ronde Venen (2006) 4.4.5 Groenbeleidsplan 2017-2040 4.4.6 Landschapsnota De Ronde Venen 2030 (2014) 4.4.7 Economische visie tot 2025 "Ontwikkelen vanuit het hart" 4.4.8 Verkeersvisie 2030 4.4.9 Spoorboekje naar een Klimaatneutrale gemeente in 2040

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

32 32 32 33 33 37 41 41 44 52 53 53 56 57 58 60 62 63 66 68

3

Hoofdstuk 5 Milieuplanologische aspecten 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6 5.7 5.8 5.9 5.10 5.11 5.12 5.13

M.e.r.-procedure Ladder voor duurzame verstedelijking Archeologie en cultuurhistorie Natuur Watertoets Verkeer en parkeren Bedrijven en milieuzonering Luchthavenindelingsbesluit Bodem Geluid Luchtkwaliteit Externe Veiligheid Leidingen en verbindingen

Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 6.2 6.3 6.4

Algemeen Plansystematiek Indeling planregels Toezicht en handhaving

69 69 80 85 91 100 104 107 109 109 110 111 112 112 114 114 114 114 121

Hoofdstuk 7 Economische uitvoerbaarheid

126

Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

127

8.1 8.2 8.3 8.4

Omgevingsdialoog / participatie Wettelijk vooroverleg Zienswijzen Vaststelling

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

127 127 127 127

4

Bijlagen bij de toelichting Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Bijlage 9 Bijlage 10 Bijlage 11 Bijlage 12 Bijlage 13 Bijlage 14 Bijlage 15 Bijlage 16 Bijlage 17 Bijlage 18 Bijlage 19 Bijlage 20 Bijlage 21

Landschaps- en stedenbouwkundig plan Vinkeveense Plassengebied, KuiperCompagnons, oktober 2024 Natuurplan, Bureau Waardenburg, 7 februari 2019 Milieueffectrapport, Antea Group, 17 april 2023 Natuurtoets soortenbescherming, Antea Group, 17 april 2023 Onderzoek stikstofdepositie, Antea Group, 22 november 2024 Natuurkwaliteitsplan, Antea Group, 8 november 2024 NNN-rapport, Antea Group, 9 december 2024 Parkeeronderzoek, Empaction, 6 december 2024 Verkeersonderzoek, Goudappel, 6 december 2024 Historisch vooronderzoek bodemkwaliteit, Arcadis, 7 april 2019 Memo externe veiligheid, Arcadis, 20 maart 2019 KRW-toets, Antea Group, 25 november 2024 Watertoets, Antea Group, 25 november 2024 Passende beoordeling, Arcadis, 9 oktober 2017 Aanvulling passende beoordeling, Antea Group, 9 december 2024 Nota inspraak en vooroverleg Ontheffing Verstedelijkingsverbod Vinkeveense Plassen, Provincie Utrecht, 19 december 2023 Notitie waterkwaliteit, 25 november 2024 Inrichting- en beheerplan ’t Meertje, 21 mei 2024 Nota zienswijzen Addendum natuurtoets: Memo uitvoerbaarheid bestemmingsplan in het kader van soortbescherming, 29 november 2024

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

5

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het Vinkeveense Plassengebied wordt gekenmerkt door haar karakteristieke waaiervormige indeling met legakkers in een relatief diepe laagveenplas, met open water en de ring van twaalf zandeilanden. Het veenweidelandschap dat overloopt in de zandeilanden aan de voormalige zandwinningsplas maken het gebied verrassend afwisselend. Op, in en rondom de Vinkeveense Plassen bevinden zich diverse natuurvariëteiten. Het Vinkeveense Plassengebied vormt een uniek gebied en biedt voor ieder wat wils op het gebied van natuur en (water)recreatie. Beleidsmatig gelden voor het gebied zowel water-, natuur- als recreatieve doelstellingen. De specifieke problematiek in het gebied betreft bebouwing op legakkers, waarvan het meeste bedoeld voor verblijfsrecreatie. In de loop der jaren zijn namelijk diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, met de grootste aantallen en concentraties in de Noordplas. In totaal is er ongeveer 10 ha aan recreatieve bebouwing aanwezig in het plangebied, voorzieningen als horeca en duikschool niet meegerekend. In de vigerende beheersverordening is circa 1,6 ha aan bebouwing, gericht op recreatief verblijf, planologisch vastgelegd of later vergund.

Het grootste deel van de bebouwing betreft vakantieparken en recreatiewoningen met bijbehorende voorzieningen zoals (bijvoorbeeld) afdaken en tuinhuisjes nabij de kern Vinkeveen en in het gebied Winkelpolder. Een overgroot deel van de aanwezige bebouwing op de legakkers in het plangebied is niet planologisch verankerd in de vigerende beheersverordening en ook niet vergund. Hiermee is sprake van een feitelijk illegale situatie voor een groot deel van de aanwezige bebouwing in het plangebied en zeker op de aanwezige legakkers. Er staan circa 2.000 illegale bouwwerken op de legakkers. Voor deze legakkers geldt echter wel dat legakkereigenaren hun percelen in stand houden en onderhouden, gericht op recreatief verblijf. Zonder dit onderhoud is het aannemelijk dat (alle) legakkers op termijn verdwijnen door afkalving (het in elkaar zakken of inglijden van oevers van waterlopen). Voor de legakkers geldt dat instandhouding van de (cultuurhistorische) legakkerstructuur een belangrijk uitgangspunt is. Daarom is gezocht naar een balans tussen het planologisch toestaan van gebruik en bouwwerken in relatie tot de genoemde kaders en wensen van legakkereigenaren.

Het voorliggende bestemmingsplan vormt de noodzakelijke planologisch-juridische verankering van de nieuwe mogelijkheden en bijbehorende voorwaarden die gemeente De Ronde Venen wil bieden voor verblijfsrecreatie en bebouwing op legakkers, waarbij de legakkereigenaren de legakkers tevens beheren en in stand houden.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

6

Daarnaast wordt in het voorliggende bestemmingsplan (extra) planologische ruimte geboden voor (nieuwe) voorzieningen en economische dragers, waarmee een positieve impuls wordt beoogd voor de recreatieve waarden van het gebied en daarmee ook de lokale economie. Dit alles gebeurt met gelijktijdige inzet op behoud en versterking van de gebiedskwaliteiten van landschap, natuur en water. In het bestemmingsplan zijn daarom diverse bestemmingen en regelingen opgenomen, specifiek gericht op deze onderwerpen. Flankerend hieraan zijn en worden er diverse maatregelen uitgewerkt en uitgevoerd, zodat de bijzondere waarden van het gebied behouden en versterkt worden. Dit alles is beoordeeld in een MER, waarmee een zorgvuldige, onderbouwde afweging is gemaakt tussen bijvoorbeeld belangen van omwonenden, natuur, landschap, waterkwaliteit en belangen van (recreatie-)ondernemingen. 1.2

Planopzet

Het bestemmingsplan bestaat formeel uit twee onderdelen: 

een verbeelding (met IMRO-ID: bestemmingen in het plangebied zijn weergegeven. Deze bestemmingen (met eventuele specifieke aanduidingen) zijn gerelateerd aan de in de planregels opgenomen juridische regeling. de planregels waarin het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden en bouwwerken juridisch is geregeld. Deze regels zijn in de "Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen" (SVBP2012) zoveel mogelijk gestandaardiseerd (o.a. volgorde, indeling, benaming, begripsbepalingen, overgangsbepalingen en de slotbepaling).

Deze twee onderdelen dienen in samenhang te worden bekeken en zijn juridisch bindend. Het bestemmingsplan gaat vergezeld van een toelichting waarin de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de verantwoording als bedoeld in artikel 3.1.6 Bro zijn opgenomen. Ook maken de uitkomsten van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Bro deel uit van de toelichting. 1.3

Plangebied

Het plangebied ligt in de gemeente De Ronde Venen en bestaat uit 2 grote wateren; de Noordplas en de Zuidplas (inclusief de Kleine plas). Het Vinkeveense Plassengebied is een natuur- en watersportgebied in het noordwesten van de Nederlandse provincie Utrecht, ten noordoosten van het dorp Vinkeveen. Andere naburige plaatsen zijn Baambrugge, Loenersloot, Mijdrecht en Abcoude. Aan de noordwestzijde van het water ligt de snelweg A2 en de N201 loopt door een deel van de Zuidplas.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

7

Afbeelding 1.1.: Plangebied (rode omkadering)

De Vinkeveense Plassen zijn via de Winkel en de Waver en de Holendrecht verbonden met de rivier de Amstel. Ze zijn ontstaan door de winning van turf ten behoeve van Amsterdam. De huidige langwerpige eilanden zijn de zogenoemde legakkers, deze waren vroeger in gebruik als droogvelden voor de nog natte turf. Nadat het veen was weggebaggerd bleven er veenplassen achter, gevormd door de trekgaten die door afslag van de oevers steeds groter werden. Veel later werd ook de onderliggende zandlaag hier en daar weggebaggerd, om op grote schaal zand te winnen voor bouw van de Bijlmermeer en de aanleg van de A2, waardoor de plassen een voor Nederland ongekende diepte van 50 meter bereiken. Om het omliggende land te beschermen tegen afslag werden de zandeilanden aangelegd. De Vinkeveense Plassen bieden voor ieder wat wils op het gebied van recreatie en natuur en zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland. De plassen worden gekenmerkt door de legakkers en de ring van 12 zandeilanden. Door de centrale ligging in de Randstad vormen de plassen een populair watersportgebied. Voor waterrecreatie zijn hier unieke mogelijkheden; langs en op het water zijn dan ook vele (water)recreatievoorzieningen aanwezig.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

8

In de Noordplas is een ring van 12 zandeilanden aangelegd. Deze eilanden beschikken over aanlegvoorzieningen en diverse zwemplaatsen. De zandeilanden zijn ideaal voor de varende recreant. De eilanden 1, 2, 4 en 5 zijn via een vaste oeververbinding vanaf land bereikbaar. Hier zijn tevens parkeervoorzieningen aanwezig. Bij eiland 4 is een duikzone aanwezig. Aan de zandeilanden mag 3×24 uur worden afgemeerd. Een gedeelte van zandeiland 9 is gedurende de zomermaanden ingericht voor groepskamperen.

Afbeelding 1.2.: Impressie Vinkeveense Plassen

Het plangebied is in de volgende zones opgedeeld: 

zone I: De legakkers in deze zone zijn intensief bebouwd. In deze zone komen meerdere functies voor en wordt op basis van de vigerende beheersverordening reeds bebouwing en verblijfsrecreatie toegestaan. zone II en III: De recreatieve bebouwing op de legakkers in deze zone is de afgelopen jaren merendeels illegaal ontstaan (en dus niet planologisch verankerd). Het bebouwingspercentage voor zone III ligt daarbij lager dan zone II. zone X: deze zone bestaat uit 3 verschillende gebieden. Het betreft een verblijfsrecreatiegebied aan de noordoostzijde van de Noordplas, bestaande uit de recreatieparken Winkelpolder, Eilinzon, camping de Tachtig Morgen Vinkeveen en Buitenborgh. Daarnaast ligt het Achterbos aan de zuidwestzijde van de kern Vinkeveen dat een landschappelijke functie heeft en als laatste de Zuidplas die wordt gebruikt voor diverse soorten van watersport.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

9

zone Z (zandeilanden): de ring van 12 zandeilanden in de Noordplas wordt primair gebruikt voor openbare dagrecreatie, maar delen van de eilanden kennen ook een groene, landschappelijke uitstraling. De Noordplas zelf wordt gebruikt voor diverse soorten van watersport. De Noordplas staat in verbinding met de Zuidplas.

Afbeelding 1.3.: Indeling plangebied in zones

Voor alle zones is in onderhavig bestemmingsplan een passende regeling opgenomen die toegespitst is op de betreffende situatie, waarbij met name rekening wordt gehouden met de ruimtelijke uitstraling binnen de zone. In paragraaf 3.2 wordt hier nader op ingegaan.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

10

1.4

Vigerende beheersverordening

Met de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan komen delen van Beheersverordening Buitengebied (vastgesteld 28 september 2017) te vervallen. 1.5

de

Ontwikkelen met kwaliteit

Alhoewel het bestemmingsplan vaak nog wordt gezien als het belangrijkste instrument van de gemeente om sturing te geven aan ontwikkelingen, om kansen te benutten en om de kenmerkende waarden en kwaliteiten van het gebied te beschermen en te behouden, blijkt in de praktijk echter dat het bestemmingsplan met algemene regels beperkte mogelijkheden bevat om maatwerk toe te passen. De gemeente beschikt over meer instrumenten om ontwikkelingen te sturen en het beleid voor het buitengebied vorm te geven. De gemeente nodigt initiatiefnemers graag uit om verder te kijken dan de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt, door in gesprek te gaan. Deze initiatieven zullen op maat beoordeeld worden, waarbij de gemeente het motto 'ja, mits er sprake is van kwaliteit' hanteert. Die kwaliteit laat zich niet in absolute grootheden vastleggen maar dient per vraag en per gebied steeds opnieuw bepaald te worden. Ook is het afhankelijk van het type ontwikkeling welke vorm van kwaliteit in dat plan opgenomen kan worden (bijvoorbeeld extra natuur, water(berging), duurzaamheidsmaatregelen, verbetering architectonische uitstraling). Daarmee is ruimtelijke kwaliteit gebiedsgericht en contextgebonden, zowel in ruimte als in tijd.

Omdat het bestemmingsplan niet het juiste instrument is om voor elke mogelijke ontwikkeling te voorzien in kwalitatieve voorwaarden, wil de gemeente via afzonderlijke procedures aan dergelijke ontwikkelingen meewerken. Dit vraagt om het organiseren van een goed gesprek tussen initiatiefnemers en de gemeente aan het begin van zo'n planproces. Afhankelijk van het type ontwikkeling, de locatie, de kansen en de knelpunten zal in samenspraak bepaald moeten worden met welke waarden rekening gehouden moet worden en welke kansen er zijn voor kwaliteitsverbetering. Een mogelijke ontwikkeling moet ook goed afgestemd worden met de provincie en voldoen aan de omgevingsverordening. Dit vraagt om een andere kijk op ontwikkelingen, zowel van initiatiefnemers als van de gemeente die de plannen beoordeelt. Bij het maken, beoordelen en realiseren van deze (ruimtelijke) plannen is het aan te raden meer oog te hebben voor relevante, ruimtelijke kwaliteitsaspecten. De leefomgeving wordt er mooier, vitaler en aantrekkelijker van. Het 'kwaliteitsdenken' staat in dit geval centraal. Deze werkwijze sluit tevens aan bij het beleid van de provincie.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

11

1.6

Leeswijzer

In het vervolg van deze toelichting wordt in hoofdstuk 2 ingegaan op de historie en de huidige situatie van het plangebied. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het doel van dit bestemmingsplan en de keuzes die zijn gemaakt voor de ontwikkeling van het gebied. In hoofdstuk 4 wordt de gewenste ontwikkeling getoetst aan de geldende beleidskaders. In het daarop volgende hoofdstuk 5 wordt in verschillende subparagrafen het voornemen getoetst aan de sectorale (milieu)wetgeving. Hoofdstuk 6 bevat de juridische planbeschrijving, waarin de regels nader worden toegelicht. In hoofdstuk 7 en 8 worden de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan besproken. Bij het lezen van dit bestemmingsplan dient in ogenschouw te worden genomen dat op 1 januari 2024 de Omgevingswet in werking is getreden. Het bestemmingsplan valt, conform het overgangsrecht in de Invoeringswet Omgevingswet, nog onder het oude recht (Wet ruimtelijke ordening), omdat het ontwerp bestemmingsplan vóór 1 januari 2024 ter inzage is gelegd. Wetgeving die per 1 januari 2024 in werking is getreden, is daarom niet van toepassing en niet opgenomen en getoetst in het vast te stellen bestemmingsplan. Ook in de bijlagen (rapporten) bij deze toelichting worden enkel de voor dit plan relevante kaders (onder de Wro) geschetst. De rapporten gaan niet in op wet- en regelgeving onder de Omgevingswet.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

12

Hoofdstuk 2 2.1

Huidige situatie

Historie

De geschiedenis van het Vinkeveense Plassengebied gaat terug tot in de vroege middeleeuwen. Ook voor die tijd was er al sprake van bewoning van het gebied, maar in de 11e eeuw trokken mensen het gebied rond Vinkeveen in en begonnen het land te ontginnen. Dit vond plaats vanuit de omliggende veenriviertjes en weteringen. Loodrecht op de riviertjes werden op vaste afstanden sloten gegraven om het gebied te ontwateren en te kunnen gebruiken voor teelt van gewassen en later voor veeteelt. De ontginning in De Ronde Venen vond plaats vanuit De Kromme Mijdrecht, de bovenloop van de Amstel, de Waver, de Winkel, de Angstel en de Aa, die samen een bijna gesloten cirkel om het gebied vormen. Binnen deze cirkel was sprake van één grote veenmoskoepel. Hierdoor ontstond er een natuurlijke ronde vorm in de ontginning waarbij de sloten (vrijwel) bijeenkwamen op een punt centraal in de huidige gemeente. De ronde vorm is kenmerkend voor het Rondeveense landschap en bepaalt voor een belangrijk deel de uniciteit ervan.

Afbeelding 2.1: Uitsnede uit de kaart van 1593 met Vinkeveen en omgeving (bron: Beek & Kooiman, 10 juli 2012: Inventarisatie en waardering legakkers provincie Utrecht: Vinkeveense Plassen).

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

13

Vanaf ongeveer de 13e eeuw kwam ook de turfwinning in de omgeving goed op gang, omdat er een groeiende vraag kwam vanuit de (steeds grotere) steden en industrieën in het land. Het werd hierdoor voor grondeigenaren erg aantrekkelijk om te gaan vervenen. Eerst werd alleen het veen dat boven het grondwater was gelegen afgestoken, maar vanaf de 16e eeuw werd er ook dieper verveend. Dit proces had tot gevolg dat grote gebieden met brede petgaten en smalle legakkers ontstonden en er dus steeds meer land werd omgezet in water. Deze ontwikkeling begon al snel zorgen te baren. De grote open wateren betekenden ook een risico voor de veiligheid van het omliggende land. De Staten van Utrecht namen dan ook eind 16e eeuw al maatregelen om ongebreidelde voortgang van verveningen in de hand te houden en ze stelden ook randvoorwaarden aan de wijze waarop dit gebeurde. Vanaf de 18e eeuw werd het verplicht om bij plannen voor vervening ook meteen een plan te maken voor toekomstige drooglegging. De 19e en 20e eeuw stond vervolgens in het teken van de drooglegging van verschillende polders in De Ronde Venen. Dit 'nieuwe' land werd agrarisch in gebruik genomen.

Afbeelding 2.2: Plangebied in 1850 (links) en in 1948 (rechts) (bron: Beek & Kooiman, 10 juli 2012: Inventarisatie en waardering legakkers provincie Utrecht: Vinkeveense Plassen).

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

14

Het gebied van de Vinkeveense Plassen liep in feite achteraan in deze ontwikkeling. De kwaliteit van het veen en de moeizame vervening in dit gebied maakte dat de turfwinning pas in de jaren '50 van de 19e eeuw op gang kwam. Door grootschalige turfwinning en vervening van het gebied ontstonden aaneengesloten plassen met daarin legakkers. Op de legakkers werd turf te drogen gelegd in grote hopen, steupels genoemd. De oude zuwes (dijk dwars op de hoofddijk) vormden de ontsluitingen van het gebied. Hierlangs ontstond (woon)bebouwing. De vervening volgde de structuur van de middeleeuwse verkaveling. Vandaar dat in de Vinkeveense legakkers en zuwen nog steeds de waaiervorm van deze verkaveling te herkennen is. In Vinkeveen werd eerst handmatig turf gestoken (tot 1957), later met een turfsteekmachine (tot 1975). Deze machinale vervening leverde een diepe, loodrechte manier van steken op, die bepalend is voor de ook nu nog zeer steile overgangen tussen legakkers en water in Vinkeveen. Deze machinale vervening maakt dat de Vinkeveense Plassen tussen de legakkers dieper zijn dan andere plassen in de omgeving. De vervening in Vinkeveen is nog doorgegaan tot circa 1975. In 1954 hebben Gedeputeerde Staten van Utrecht besloten dat de (verplichte) drooglegging van de Vinkeveense Plassen niet zou plaatsvinden.

Dit besluit was ingegeven doordat men met de plassen andere doelstellingen voor ogen had. Na de Tweede Wereldoorlog vonden namelijk twee ontwikkelingen plaats die van grote betekenis zijn voor de huidige Vinkeveense Plassen: 1. Grote bouw- en infrastructurele projecten werden de grond uit gestampt. De bouw van de Bijlmermeer en de aanleg van de A2 maakten dat de gemeente Amsterdam en Rijkswaterstaat een grote behoefte hebben aan zand om de ondergrond te verstevigen. Hiervoor gebruiken zij de Noordplas om zand te winnen. Hierdoor ontstond een diepe zandput (tot ruim 50 meter diep). De zandeilanden werden gerealiseerd om het omliggende land te beschermen tegen de golfslag die in het diepe deel van de plas kan ontstaan. En ook om te voorkomen dat het achterland langzaamaan richting het zandgat schuift. Vanaf de plassen zijn Amsterdam en de snelweg A2 zichtbaar aan de randen van de horizon. 2. De Nederlanders van na de oorlog hadden meer vrije tijd en behoefte aan recreatiemogelijkheden. Jachthavens, recreatiewoningen, dagrecreatievoorzieningen en evenementen voorzagen vanaf het midden van de vorige eeuw in de toenemende recreatiebehoefte van bewoners van de stad en de regio. Er ontstond bijvoorbeeld veel dagrecreatie op de particuliere legakkers. De zandeilanden bleven publiek eigendom en werden eveneens ontwikkeld als dagrecreatieterreinen. 2.2

Ruimtelijke structuur

Cultuurlandschap Het Groene Hart en daarbinnen de Hollands Utrechtse plassen zijn iconen voor een oerHollands landschap. De Vinkeveense Plassen maken hier onderdeel van uit. De kwaliteit van het (Utrechtse deel van het) Groene Hart wordt bepaald door de openheid van het landschap, het veenweidekarakter, de landschappelijke diversiteit en de rust & stilte.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

15

Openheid is het belangrijkste kenmerk van het landschap in De Ronde Venen, vooral dankzij de veeteelt. De landbouw vormt de drager van de kernkwaliteit openheid, die onlosmakelijk verbonden is met het veenweidelandschap en de droogmakerijen. Lijnstructuren zoals dijken en infrastructuur, maar ook lintbebouwing, zorgen langs de randen van deze landschappen voor contrasten in de beleving. De meer gevoelsmatige kernkwaliteit van rust & stilte is vaak nauw met de openheid verbonden. De Vinkeveense Plassen bestaan uit een noordelijke en een zuidelijke plas. In alle delen zijn legakkers en petgaten aanwezig die zorgen voor een deels open gebied en deels meer gesloten gebied (met zichtlijnen). In de noordelijke plas wordt het open, voormalige zandwinningsgebied omringd door zandeilanden. De legakkers in de plassen tonen een historisch energielandschap waarbij veengrond werd gestoken en later opgebaggerd om tot turven te drogen. Van oorsprong zorgde dit voor een open en leeg landschap. Het waterlandschap met lange smalle stroken land biedt veel afzonderlijke zichtlijnen. Ten behoeve van de afwatering van de oorspronkelijke polder zijn dwars in het gebied een kade en wetering aangelegd, de huidige Groenlandse kade en Vinkenkade. Grote delen van de plas bestaan inmiddels uit open water.

Ten westen van Achterbos is de 'tussenfase' te zien van de middeleeuwse verkaveling naar het verveningslandschap met legakkers en petgaten. Op de Noordplas zijn gebieden aanwezig waar de legakkerstructuur nog het meest intact is; het gebied tegen Achterbos aan en de oostelijke hoek van de Noordplas (Vinkenrust en de Eendenkooi). De overige gebieden zijn relatief aangetast, maar de structuur is nog wel herkenbaar. Met name de zones waar de aanhechting met naastgelegen gebieden plaatsvindt (langs de Botsholsedijk) zijn waardevol. De Noordplas omvat ook de zandeilanden; een nieuw cultuurlandschap dat ontstaan is vanuit zandbehoefte van de Bijlmer. De zandeilanden zijn een noodzaak vanuit fixatie en zijn functioneel ingericht voor waar behoefte aan was, namelijk recreatie en vrije tijdsbesteding. De ronde vormen en functionele inrichting leveren een compleet eigen sfeer op binnen het plassengebied. Ook op de Zuidplas zijn de structuren relatief aangetast, maar nog wel herkenbaar. Hier is de overgang van deze zone naar de naastliggende polder Groot Wilnis Vinkeveen belangrijk om te behouden. Water De gemeente De Ronde Venen ligt in het stroomgebied van de Amstel en de Vecht.

Het is een hydrologisch complex en afwisselend gebied dat wordt gekenmerkt door sterke (zoute) kwel en sterke wegzijging van grondwater in de verschillende landschapstypen en door een vrijwel volledig door mensenhand gestuurd waterregime.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

16

Een netwerk van riviertjes, watergangen en kunstwerken voorkomen wateroverlast in het gebied en zorgen voor voldoende drooglegging in de polders en droogmakerijen. De Vinkeveense Plassen fungeren in dit systeem als tussenboezem voor de omliggende peilgebieden. Het water wordt via de ringvaarten van de gemeente afgevoerd en uitgeslagen via het gemaal De Ruiter in het oosten en het gemaal Pondskoekersluis in het westen van de gemeente. Er is geen hydrologische relatie tussen de Vinkeveense Plassen en de Botshol. De Vinkeveense Plassen hebben een peil van -2,15 meter NAP. Dit betekent een hoogteverschil van ongeveer plus 4 meter ten opzichte van de naastliggende polder Groot Mijdrecht. Hierdoor ontstaat wegzijging vanuit de plas richting deze polder. De waterkwaliteit van de Vinkeveense Plassen is over het geheel genomen goed. De kwaliteit wordt beïnvloed door inlaat van gebiedsvreemd water (o.a. vanuit het Amsterdam Rijnkanaal), lozingen op de plas, belasting vanuit omliggende (landbouw) gebieden en onttrekkingen en ontwatering. Met name de fosfaatbelasting is kritisch voor de plassen. Begin deze eeuw is een defosfateringsinstallatie gerealiseerd achter de Demmerik om de fosfaatbelasting van de plassen terug te dringen. De fosfaatbelasting gaat de goede kant op, maar extra belasting kan dit evenwicht eenvoudig verstoren.

Natuur De Vinkeveense Plassen zijn onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland is een robuust, samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingen daartussen op nationaal niveau. Het NNN bestaat uit bestaande natuurgebieden en gebieden waar nog nieuwe natuur tot ontwikkeling moet komen. Natura 2000 is een Europees netwerk van natuurgebieden dat onderdeel uitmaakt van het NNN. Voor Natura 2000 gebieden geldt een zwaarder beschermingsregime. De invulling van het NNN in de omgeving van De Ronde Venen kenmerkt zich door een netwerk van gebieden en verbindingen met natte natuur: moerasnatuur, veenmosrietlanden, moerasheide, trilveen, nat-schraalgrasland en nat weidevogelgrasland. De Vinkeveense Plassen zijn onderdeel van het natte netwerk van Biesbosch tot Lauwersmeer. De robuuste verbinding loopt grofweg van noordoostelijke in zuidwestelijke richting en verbindt het Vechtplassengebied met de Nieuwkoopse Plassen. Aan de noordzijde worden natte verbindingen met name via riviertjes en stapstenen van natuur richting de randmeren gerealiseerd. De A2 is een harde barrière in dit systeem. Onderdoorgangen bij riviertjes en een nieuwe ecopassage bij het viaduct over de N201 maken verbindingen mogelijk. Naast de rol die het gebied van de Vinkeveense Plassen speelt in het NNN, is er ook sprake van op zichzelf staande bijzondere natuurwaarden.

Deze zijn met name gebonden aan het water en niet zozeer aan het land. De waterkwaliteit is de bepalende factor voor de natuurwaarden. De omstandigheden op de plassen zijn dusdanig goed (goed doorzicht, lage nutriënten belasting) dat karakteristieke kranswiersoorten tot ontwikkeling kunnen komen. Op enkele plaatsen is ook moerasvegetatie aanwezig.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

17

Het heldere, vrij voedselarme water maakt ook dat enkele bijzondere vissoorten voorkomen in de Vinkeveense Plassen, zoals de kwabaal. Daarnaast foerageren er in de winter diverse soorten duikeenden en broeden er krooneenden. Beide foerageren met name op de kranswieren. Op de ongebruikte legakkers in de Zuidplas en Noordplas zitten broedkolonies van meeuwen, waaronder kokmeeuwen en kleine mantelmeeuwen. De Noordplas grenst aan de noordwestzijde aan de Botshol (Natura2000-gebied). Met name deze hoek functioneert dan ook als voedsel- en rustgebied voor vogels zoals de krooneend, het is een buffer. Hier komt ook nog bijzondere moerasvegetatie voor. Minder bijzondere moerasvegetatie komt ook voor langs de legakkers in het gebied dat grenst aan het dorp. De kranswiervegetaties komen vooral voor rond de zandeilanden en ook in het diepere open water komen beschermde soorten voor. Tussen de legakkers zijn de natuurwaarden lager. Aan de noordrand van de Zuidplas en in de kleine plas tegen Groot Wilnis Vinkeveen aan komen eveneens kranswiervegetaties voor. Ook hier hebben de legakkers zelf weinig waarde voor de natuur en is met name de waterkwaliteit bepalend voor de natuurwaarden. De Vinkeveense Plassen maken deel uit van hetzelfde peilgebied als een deel van de naastliggende polder.

Het meest oostelijke puntje van de kleine plas loopt uit op de ecologische verbinding onder de A2 richting de Angstel. Gebruiksfuncties De Vinkeveense Plassen worden primair bezocht door lokale en regionale bezoekers. De watersport op de Vinkeveense Plassen omvat een breed spectrum aan mogelijkheden: zwemmen op zwemstrandjes of vanaf de eilanden zeilen, sloepvaren, kanoën, vissen, duiken en waterskiën. De meeste actieve recreatie concentreert zich op de Noordplas. Hier zijn op de zandeilanden 1, 2, 4 en 5 zwemstranden aanwezig die vanaf de weg bereikbaar zijn. Ook zandeilanden 3 en 8 bevatten zwemlocaties. Bij eiland 4 ligt ook een duikzone die (vanwege het heldere water) uit het hele land duikers trekt. Ook de meeste jachthavens bevinden zich aan deze plas en wordt de plas gebruikt om te zeilen. Aan de noordzijde is een cluster jachthavens en recreatiewoning-/caravanparken aanwezig, die grotendeels in particulier bezit zijn. Aan de noordoostzijde van de kern Vinkeveen wordt veel gerecreëerd op de legakkers. Ook dit zijn vooral seizoensgasten.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

18

Afbeelding 2.3: De 12 zandeilanden

De Zuidplas is rustiger dan de Noordplas. Wel is hier een waterskibaan aanwezig, parallel aan de Groenlandse kade en de A2. Aan de Zuidplas wordt daarnaast veel gevist en bij een geschikte windrichting wordt hier eveneens gesurft. Nabij de kern Vinkeveen ligt tot slot nog een zeilschool. Rond de Vinkeveense Plassen zijn diverse fiets- en wandelroutes aanwezig. Het gebied is opgenomen in het wandel- en fietsknooppuntennetwerk. De plassen zijn ook opgenomen in het sloepennetwerk dat over Nederland is uitgerold. Dit netwerk verbindt de Vinkeveense Plassen via een eenvoudig routesysteem met de omliggende plassen en rivieren. In Vinkeveen centrum (bij de zeilschool) en in de Winkelpolder (bij de toegang naar zandeiland 1 en 2) zijn Toeristische Overstappunten (TOP's) aanwezig. Deze TOP's bieden kansen om ter plekke de horeca te bezoeken of gebruik te maken van de andere recreatievoorzieningen in de omgeving.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

19

Hoofdstuk 3 3.1

Planbeschrijving

Doel van het plan

3.1.1 Belang instandhouding legakkers Natuurwaarden De Vinkeveense plassen vormen op bovenregionale schaal een ecologische stapsteen tussen de moerasgebieden de Biesbosch, in het Groene Hart de Reeuwijkse Plassen en de Nieuwkoopse plassen, de Botshol en de Oostelijke Vechtplassen (met o.a. het Naardermeer), naar de Randmeren rond Flevoland, met aansluiting op de IJsselmonding, het Zwarte meer naar de Wieden Weerribben. Een groot aantal van deze gebieden behoren tot het Natura 2000-netwerk. Het gehele Vinkeveense Plassengebied ligt in het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en is een natuurparel voor verschillende beschermde icoonsoorten (krooneend, ringslang en kwalbaal). De natuurwaarden, die van belang zijn voor N2000, NNN en het duurzaam voorbestaan van beschermde soorten, komen voort uit een goede waterkwaliteit met kranswieren, de rietoevers met moerasvogels en de verbindingsfunctie van de plas voor de natuur. De legakkers zorgen voor variatie in de plas, golfbreking, beschutting en leef- en broedgebied voor vissen, water-, moeras- en rietvogels en andere waterdieren en micro-organismen die zorgen voor enige zuivering van het water. Cultuurhistorie en erfgoed Daarnaast vormt het landschap met de diverse legakkers een uniek cultuurlandschap. De unieke structuur van de Vinkeveense legakkers is ontstaan tijdens de turfwinning.

Grote lappen veengrond werden afgeplagd, uitgestoken en te drogen gelegd. De afgeplagde stukken werden slootjes; de lappen grond waar het veen te drogen lag werden legakkers. Het gebied maakt tevens onderdeel uit van de kernzone van de Stelling van Amsterdam. Fort aan de Winkel, gelegen ten noorden van het Vinkeveense Plassengebied, bestaat uit een schootsveld en inundatiegebied dat in 1895 is aangelegd als verdedigbaar aardwerk door het aanbrengen van een zandlichaam dat zorgde voor het inklinken van de bodem. De provincie zet zich in voor behoud en versterking van de kernkwaliteiten van de Stelling van Amsterdam, waaronder de universele waarden van het UNESCO werelderfgoed en in het bijzonder de karakteristieke openheid rondom het fort. Conclusie Instandhouding van de (cultuurhistorische) legakkerstructuur is een belangrijk uitgangspunt voor dit bestemmingsplan. Wanneer de legakkers verdwijnen gaan de unieke waarden van het Plassengebied verloren. Dit heeft een negatief effect op het cultuurlandschap én Natura 2000-gebieden / NNN gebied / andere ecologische- en natuurwaarden.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

20

3.1.2 Nut en noodzaak beschoeiing en onderhoud Beschoeiing en onderhoud van deze beschoeiing is absoluut noodzakelijk om de legakkers te behouden. De steile en hoge oevers van de legakkers zijn kwetsbaar. Ze slaan af door water- en winderosie en omvallende hoge bomen beschadigen de smalle legakkers. Door zandwinning in het verleden zijn de Vinkeveense Plassen op sommige plekken vijftig meter diep. Die grote hoeveelheid water geeft een grote golfslag. Door de water- en winderosie zijn op verschillende plaatsen in het gebied de legakkers onder water verdwenen (verzonken). Door het verdwijnen van legakkers ontstaan er grotere vlakken open water. Dit heeft als negatief gevolg dat omringende legakkers te kampen hebben met (nog) meer golfslag, hetgeen het erosieproces versneld. Om erosie te voorkomen, moeten legakkers worden beschoeid of voorzien worden van een natuurvriendelijke oever. Door te beschoeien blijven de legakkers voor het landschap behouden. Daarbovenop zijn er redenen die extra urgentie geven aan het herbouwen van eilanden, namelijk natuurontwikkeling; beperking van de strijklengte over het water van zuidwestenwind die oevers kan beschadigen; en de (toename van) recreatiefuncties. Daarom is het duurzaam verbeteren van bestaande oevers en zo het consolideren van bestaande legakkers absoluut noodzakelijk.

Conclusie Als de legakkers niet worden onderhouden, gaat het proces van het verdwijnen van eilanden door. In de loop van de jaren is al een groot deel van de cultuurhistorisch waardevolle legakkerstructuur verloren gegaan. Eilanden in diverse stadia van verval zijn ook nu aanwezig in het gebied. Geen actie ondernemen betekent dat in toenemend tempo legakkers onder water verdwijnen. 3.1.3 Bereiken instandhouding legakkers Beheer en onderhoud in relatie tot de kosten Het behoud van de legakkers brengt kosten met zich mee, vooral op het gebied van beschoeiing en onderhoud. Hoewel publieke middelen nodig zullen blijven, kan de gemeente de kosten voor beschoeiing van alle legakkers niet (geheel) op zich nemen. Er zijn geen mogelijkheden tot het verkrijgen van subsidies en bovendien zijn er geen investeerders te vinden voor de particuliere gronden. Daarom is gezocht naar een manier om de kosten te verdelen. Daarbij investeert de gemeente een deel in natuurontwikkeling (natuurcompensatie in ’t Meertje) en komen de kosten van onderhoud van een legakker (aanleg en instandhouding van beschoeiing, beplanting) voor rekening van de eigenaar / rechthebbende van een kavel. Op deze manier probeert de gemeente de kosten beheersbaar te maken. Daarbij dient opgemerkt te worden dat de meerwaarde van een legakker ook meer opbrengsten uit onroerende zaakbelasting oplevert voor de gemeente.

Die gelden worden dan o.a. gebruikt voor het onderhoud van natuur en aanleg van bijvoorbeeld vissenbossen. Bouw- en gebruiksmogelijkheden in relatie tot natuurbehoud In principe is verstelijking in het NNN-gebied niet wenselijk. De legalisering van bestaande bebouwing en nieuwbouw op de legakkers vindt echter plaats in het belang van het behoud van de cultuurhistorisch waardevolle legakkerstructuur. Het toestaan van bebouwing op de

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

21

legakkers zal eigenaren namelijk stimuleren om investeringen te doen om de legakkers in stand te houden. Het gegeven dat verstedelijking in het landelijk gebied een bijdrage kan leveren aan de verwezenlijking van andere gemeentelijke en provinciale belangen is een bijzondere (locatie-specifieke) omstandigheid. Dat betekent dat er nadrukkelijk eisen worden gesteld aan de inrichting van de kavels, om te zorgen dat de bouw- en gebruiksmogelijkheden goed worden gereguleerd. De bouwmogelijkheden op de legakkers worden daarom in dit bestemmingsplan niet bij recht toegestaan, maar enkel via een afwijkingsbevoegdheid. Er dient dus eerst een omgevingsvergunning te worden verkregen voor het afwijken van het bestemmingsplan, voordat de bouwwerken op de legakkers zijn toegestaan. Aan deze vergunning zitten voorwaarden verbonden, waaronder een maximaal oppervlak aan bebouwing en verharding op de kavel en er zijn landschappelijke- en stedenbouwkundige eisen opgenomen in een landschaps- en stedenbouwkundig plan (zie bijlage 1 bij deze toelichting). Ook wordt aan eigenaren (in ruil voor de bebouwingsmogelijkheden) de verplichting opgelegd om maatregelen te treffen die afkalving van de legakker tegengaan, zoals het toepassen van beschoeiing en/of natuurvriendelijke oevers en de instandhouding hiervan.

Bij een aanvraag voor de omgevingsvergunning moet, met een inrichtingsplan, worden aangegeven hoe aan deze eisen wordt voldaan. Een inrichtingsplan bestaat uit een of meer kaartbeelden met een toelichtende tekst waarin de landschappelijke inpassing is weergegeven in relatie tot de bouw- en gebruiksmogelijkheden op de kavel. Om de kavels te mogen te gebruiken voor dag- en/of verblijfsrecreatie, moet bovendien 25% van de kavel worden ingericht met inheemse beplanting, moet er afdoende beschoeiing op de kavel worden aangebracht en moet een vuilwatervoorziening aanwezig zijn. Het naleven van de regels zorgt ervoor dat negatieve effecten op de natuur en waterkwaliteit in het gebied worden beperkt. Natuurcompensatie Met het toestaan van deze bouw- en gebruiksmogelijkheden dient compensatie plaats te vinden voor het verlies aan beschermde natuur. De natuurcompensatie wordt beoogd in ’t Meertje, wat nu een agrarische bestemming in het NNN- gebied betreft, maar met dit bestemmingsplan wordt omgezet naar 11 hectare natuurbestemming. De kosten voor aanleg van de natuurcompensatie in het gebied ’t Meertje komen voor rekening van de gemeente. In onder meer paragraaf 3.5, 4.3.2 en 5.4.2 wordt hier nader op ingegaan. In Bijlage 7 is de invulling van de compensatie van het NNN nader toegelicht. Handhaving De gemeente ziet strikt toe op de handhaving van de voorwaardelijke verplichtingen.

Ook op de voorwaardelijke verplichting van een vuilwatervoorziening wordt strak ingezet om ervoor te zorgen dat de waterkwaliteit niet afneemt. 3.2

Richtinggevende keuzes en programma

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

22

Zoals in de vorige subparagraaf is toegelicht, wil de gemeente de instandhouding van de cultuurhistorische legakkerstructuur borgen door legakkereigenaren een bepaalde mate van ruimte te bieden qua bebouwing en gebruik van legakkers, waarbij de legakkereigenaren de legakkers beheren en in stand houden. Dit uitgangspunt is ook opgenomen in de Toekomstvisie legakkers en is nog steeds leidend. De bestaande situatie met veel illegale bebouwing wordt hierbij ook meegewogen. In deze paragraaf wordt ingegaan op de richtinggevende keuzes die hierin zijn gemaakt en het concrete programma dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Hierin zijn de volgende twee aspecten leidend, die in de navolgende sub paragrafen 3.2.1 en 3.2.2 uiteen zijn gezet: 1. De wijze waarop in het gebied is omgegaan met de toedeling van de hoeveelheid bebouwing en verharding aan de kavels, in relatie tot de (realistische inschatting van de) aantasting van de natuur; 2. De concrete richtinggevende keuzes per legakker zone en de doorvertaling hiervan naar regels in het bestemmingsplan, inclusief een overzicht van het programma. 3.2.1 Totstandkoming hoeveelheid aantasting NNN Bij de toedeling van de hoeveelheid bebouwing en verharding aan de kavels is onderscheid gemaakt in 3 verschillende zones.

In principe geldt: hoe dichter bij het Natura 2000-gebied Botshol, des te beperkter de bouwmogelijkheden op de kavels. Op die manier wordt een eenduidige en transparante regeling geboden aan de kaveleigenaren. Zone 1 heeft minste impact op de natuur, en zone 3 de meeste impact. Per zone is steeds gekeken naar wat realistisch is qua bebouwing en hoe dat te maximeren. Dat is natuurlijk altijd arbitrair, maar de gemeente vindt de balans tussen natuur en bebouwing) belangrijk en heeft daarin een afgewogen besluit gemaakt. Daarbij is ook met een schuin oog gekeken naar de aanwezige bebouwing (consensus in het gebied). Van daaruit zijn per zone maximale m2 en maximale percentages per kavel bepaald. Zo neemt het bebouwingspercentage per zone af van 25%, naar 20% en naar 15% in zone 3. De bouwmogelijkheden verschillen daarnaast ook per kavel. Dat heeft ermee te maken dat bijvoorbeeld het percentage bebouwing en verharding wordt gerelateerd aan de grootte van een kavel. Een kleinere kavel heeft hierdoor minder bouwmogelijkheden dan een grote kavel. Voor grotere kavels is ook in absolute zin een maximum oppervlakte aan bebouwing opgenomen. Met het hanteren van deze kaders is sprake van een evenwicht tussen mogelijkheden voor legakkereigenaren en (gezamenlijke) opgaven voor natuur, landschap en handhaving.

Het toegestane maximale bebouwingspercentage is het resultaat van jarenlang overleg met de stakeholders en dit is afgestemd met de coalitiepartijen. De gehanteerde percentages bewaken dat de openheid op de legakkers in stand blijft, maar bieden toch voldoende mogelijkheden tot bebouwing op de legakkers.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

23

Omdat het erg lastig is om alle kavels te inventariseren en om de precieze oppervlakte aan aantasting van elke kavel in beeld te brengen, is in samenwerking met de provincie Utrecht een realistische inschatting gemaakt van de maximaal aanvaardbare aantasting van het NNN-gebied door de bebouwing en verharding die het bestemmingsplan mogelijk maakt. Bij deze inschatting is onder meer rekening gehouden met het feit dat veel eigenaren van (kavels gesitueerd op) legakkers er voor kiezen om niet de volledige in het bestemmingsplan toegestane (maximale) vierkante meters aan bebouwing te realiseren en met het feit dat er veel kleinere kavels zijn die vanwege het maximum toegestane bebouwingspercentage van 25% nooit aan de maximale 40 m2 bebouwing kunnen komen, omdat de kavel daarvoor te klein is. Sommige kavels zijn namelijk te smal en te klein om er überhaupt op te bouwen. Daar komt bij dat sommige legakkers een natuurbestemming hebben gekregen en het realiseren van gebouwen op die kavels is uitgesloten. Ook is rekening gehouden met twee recreatieve ontwikkelingen op de zandeilanden, waaraan een concrete behoefte is. Realistische inschatting In goed overleg met de provincie is er voor het legakkergebied (zone 1, 2, en 3) een inschatting gemaakt van de aantasting van de natuur door de (grotendeels reeds aanwezige bestaande) bebouwing op de legakkers.

(hiervoor wordt tevens verwezen naar het NNN-rapport in bijlage 7): •

Zone 1: zeer weinig kavels, maximaal meegenomen als aantasting op het NNN.

•

Zone 2: omvat 1.250 kavels. Daarvan zijn er ruim 400 kleiner dan 200 m 2 en dat drukt op de gemiddelde grootte van de bebouwing, wat uitkomt op gemiddeld 29 m2. De aantasting door de verharding/vlonders is realistisch ingeschat op 15 m 2.

•

Zone 3: omvat 141 kavels, waarbij de gemiddelde grootte van de bebouwing is ingeschat op 20 m2. De aantasting door de verharding/vlonders is realistisch ingeschat op 20 m2.

•

Binnen de waterbestemming is de aantasting van alle steigers expliciet meegenomen. Daarin is afgewogen dat niet iedereen een steiger zal realiseren.

Feit is dat in de werkelijke situatie de meeste kavels al illegaal bebouwd zijn. Deze situatie is in de loop der jaren ontstaan. Er is wel gekozen om alle illegaal gerealiseerde bebouwing (de gebouwen, de verharding/vlonders en de steigers) allemaal even zwaar als aantasting te laten meetellen. Momenteel staat er zo’n 8,3 ha aan illegale bebouwing op de kavels. Daarvan zal dus per saldo een deel (circa 1,5 ha) afgebroken / aangepast moeten worden en voor het overige deel biedt dit bestemmingsplan de mogelijkheid om de bebouwing met een afwijkingsvergunning te legaliseren. In de nieuwe situatie zal de totale aantasting van de natuur door legaal aanwezige bebouwing 6,8ha (dat is inclusief de nog te bebouwen kavels) bedragen. In de volgende paragraaf wordt ingegaan op de bouwmogelijkheden die met dit bestemmingsplan worden toegestaan.

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

24

3.2.2 Bebouwing op de legakkers In onderstaand overzicht is de richtinggevende keuze voor de bebouwing en gebruik van zone I, II en III weergegeven. Zone I Zone 1 is gelegen het dichtstbij Vinkeveen, nabij de Herenweg en Het Achterbos. In deze zone is veel al veel recreatie aanwezig en de bestemming Groen Legakker 1 is de bestemming met de ruimste bouwmogelijkheden (25% van het landdeel van de kavel, met een maximum van 40m2). Belangrijkste reden is dat deze zone het verst afligt van de natuur en het dichtst bij de bebouwde kom van Vinkeveen. Concrete uitgangspunten zone 1:     

 

Maximaal 250 m3 recreatiewoning binnen bouwvlak. Caravanpark. Recreatiearken. Opschaling van caravans naar chalets. Op legakkers bebouwing via omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking (en (indien van toepassing een omgevingsvergunning voor bouwen) maximale oppervlakte aan bouwwerken bedraagt 40 m2, inclusief aaneengesloten veranda, afdak en/of overkapping en een bebouwingspercentage van maximaal 25% per landdeel van een kavel. Rondom de gehele legakker dient een afdoende beschoeiing te worden aangelegd en gehandhaafd. Nadere invulling van inrichting, vegetaties en steigers in landschaps- en stedenbouwkundig plan.

Zone II Zone 2 is het (grote) overgangsgebied tussen zone 1 en zone 3. In deze zone zijn nog de meeste legakkers. De bebouwingsmogelijkheden zijn hier qua % van het landdeel van kavels iets minder (namelijk 20%), maar ook voor deze zone geldt met een maximum van 40m2). Deze zone grenst niet aan natuur, maar het noordelijkste deel van zone 2 ligt al wel een stuk dichter bij Botshol (Natura2000). Concrete uitgangspunten zone 2: 

 

Op legakkers bebouwing via omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking (en (indien van toepassing een omgevingsvergunning voor bouwen), maximale oppervlakte aan bouwwerken bedraagt 40 m2, inclusief aaneengesloten veranda, afdak en/of overkapping en een bebouwingspercentage van maximaal 20% per landdeel van een kavel. Rondom de gehele legakker dient een afdoende beschoeiing te worden aangelegd en gehandhaafd. Nadere invulling van inrichting, vegetaties en steigers in landschaps- en stedenbouwkundig plan.

Zone III

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

25

Zone 3 grenst direct aan natuur (Botshol, Demmerikse polder, Vinkenrust) En om die reden is dit de zone waar het minste bebouwing wordt toegestaan. Namelijk 15% van het landdeel van de kavel, met een maximum van 30m2). Zone 3 grenst in het noorden direct aan Botshol (Natura2000) maar is ook de zone die het meest bescherming nodig heeft. Omdat in zone 3 nabij Botshol al heel veel legakkers zijn verdwenen/afgekalfd (door weer/wind/stroming) is het behoud van de nog bestaande legakkers zeer belangrijk. Enige bebouwing toestaan in deze zone zorgt ervoor dat de legakkers blijven bestaan (eigenaren blijven investeren in hun kavel). En het behoud van de legakkerstructuur is het hoofddoel van het bestemmingsplan. Zone 3 grenst in het zuiden aan de Demmerikse polder. En in het gebied zijn er nog drie gebieden die ook meer bescherming genieten. Zoals op de Zuidplas en bij natuurgebied Vinkenrust. Om die redenen zijn deze gebieden ook aan zone 3 toebedeeld. Concrete uitgangspunten zone 3: 

 

Op legakkers bebouwing via omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking (en (indien van toepassing een omgevingsvergunning voor bouwen), maximale oppervlakte aan bouwwerken bedraagt 30 m2, inclusief aaneengesloten veranda, afdak en/of overkapping en een bebouwingspercentage van maximaal 15% per landdeel van een kavel. Rondom de gehele legakker dient een afdoende beschoeiing te worden aangelegd en gehandhaafd. Nadere invulling van inrichting, vegetaties en steigers in landschaps- en stedenbouwkundig plan.

Afbeelding 3.1: Globale zonekaart (de verbeelding geeft expliciet aan welke bestemming er ligt op een kavel).

Binnen de planperiode van dit bestemmingsplan dient de bestaande situatie in overeenstemming te worden gebracht met de planologische situatie in het bestemmingsplan. Dit betekent het volgende: Voor de bestaande situatie is in de regels van dit bestemmingsplan gekozen voor de

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

26

peildatum 27 april 2023. Van deze datum is een luchtfoto beschikbaar waaruit blijkt welke bebouwing op dat moment aanwezig was en hoe het gebied is verkaveld. Aan de hand van de luchtfoto is een kaart gemaakt waarop de op 27 april 2023 bestaande verkaveling is ingetekend. De verkaveling is van belang, want dit bestemmingsplan biedt bepaalde bouwen gebruiksmogelijkheden onder bepaalde voorwaarden voor een kavel die voor of op 27 april 2023 bestond. Een kavel is omschreven als een aaneengesloten stuk grond zoals weergegeven in Bijlage 4 bij de regels, waarin de verkaveling zoals dat feitelijk aanwezig was op peildatum 27 april 2023 staat. Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen zijn er nog enkele aanpassingen gemaakt op de verkavelingskaart. De verkavelingskaart is onderdeel van het bestemmingsplan (bijlage 4 bij de regels). Verkaveling na deze peildatum levert (dus) geen bouw- en gebruiksmogelijkheden op. Er zal dan ook geen omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking worden verleend voor bebouwing en gebruik voor een stuk grond dat na 27 april 2023 is afgescheiden van een kavel. Een bestaand illegaal bouwwerk op een kavel mag alleen worden gebruikt indien een omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijking is verleend.

Als het bestaande illegale bouwwerk niet voldoet aan de bouwregels van dit bestemmingsplan (het is bijvoorbeeld groter dan de toegestane oppervlakte) dan moet het bouwwerk daarop fysiek worden aangepast zodat wel wordt voldaan aan de bouwregels. Zoals hiervoor is aangegeven geldt er bovendien een aantal voorwaardelijke verplichtingen met betrekking tot beschoeiing, beplanting, vuilwatervoorzieningen en (indien van toepassing) natuurcompensatie waaraan moet worden voldaan. Coulanceregeling Op het verkavelingsverbod is één uitzondering, die is afgestemd met de provincie Utrecht. Deze uitzondering is van toepassing op eigenaren die, in afwachting op dit bestemmingsplan, geen illegale bouwwerken hebben geplaatst. Om deze eigenaren tegemoet te komen is bepaald dat wanneer een bestaande kavel een oppervlakte heeft van ten minste 1.500 m2, en hierover een zienswijze is ingediend op het ontwerpbestemmingsplan, een kavel gesplitst kan worden in delen van minimaal 750 m2 per kavel. Deze aanpassingen zijn verwerkt op de verkavelingskaart die onderdeel is van het bestemmingsplan. Voor de overige kavels geldt dat de luchtfoto van 27 april 2023 leidend is voor de aanwezigheid van een kavel. Totale oppervlakte bebouwing legakkers Het bestemmingsplan maakt in totaal 6,8 hectare bebouwing mogelijk op de legakkers. De bebouwing is in de feitelijke situatie al aanwezig en wordt gelegaliseerd.

Ook de kavels die wegens de coulanceregeling bouwmogelijkheden bevatten, zijn meegenomen in de berekening van 6,8 hectare bebouwing waarvoor een ontheffing is verleend. Dit komt neer op in totaal 1.400 kavels. Max m2 bebouwing op kavel

Max % van landdeel

Bouwhoogte

Recreatief nachtverblijf

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

Natuurcompensatie op legakker

27

Zone I

40 m2*

25 %

Zone II

40 m2*

20 %

Zone III

30 m2*

15 %

3,5 m (max 1 bouwlaag) 3,5 m (max 1 bouwlaag) 3 m (max 1 bouwlaag)

Ja

25%

Ja

25%

Ja

25%

*Bebouwing: overkappingen en gebouwen. Tabel 3.1: bouwmogelijkheden per kavel (zoals opgenomen op verkavelingskaart)

De bouwmogelijkheden die per zone zijn toegestaan zijn opgenomen in bovenstaande tabel. De toegestane maximale bebouwingsmogelijkheden (oppervlaktes, percentages en hoogtes) zijn het resultaat van jarenlang overleg met de stakeholders en afstemming met de coalitiepartijen. De gehanteerde percentages bewaken dat de openheid op de legakkers in stand blijft, maar bieden toch voldoende mogelijkheden tot bebouwing op de legakkers. Daarmee is sprake van een evenwicht tussen mogelijkheden voor legakkereigenaren en (gezamenlijke) opgaven voor natuur, landschap en handhaving. Zie hiervoor ook paragraaf 3.2.1. De totale oppervlakte aan bebouwing en verharding op de legakkers (zone 1, 2 en 3) komt neer op 6,6 ha, waarvan: •

+/- 4ha

: aan gebouwen/overkappingen

•

+/- 2,2ha

: vlonders/verhardingen

•

+/- 0,4ha

: steigers

Bebouwing op de zandeilanden Dit bestemmingsplan maakt, naast de gedeeltelijke legalisatie van bebouwing op de legakkers, via een afwijking twee ontwikkelingen mogelijk van in totaal 0,2 hectare. Het betreft een multifunctioneel gebouw (inclusief duikwinkel/duikschool, horeca en kantoor) en de uitbreiding van een bestaand horecagebouw op zandeiland 1. Ontwikkellocatie

Gewenste ontwikkelingen

Zandeiland 1

Uitbreiden horeca (700 m2 b.v.o.).

Zandeiland 4

Toevoegen multifunctioneel gebouw met horeca (250 m 2), een duikwinkel (250 m2, inclusief opslag), en kantoor (150 m2).

Tabel 3.2: bouwmogelijkheden zandeilanden

De horecavoorziening is in de feitelijke situatie al aanwezig. Vanwege de recreatieve waarde van het Vinkeveense Plassengebied en de toename van de hoeveelheid bezoekers is er concrete behoefte aan de uitbreiding van deze voorziening, inclusief terras. Het multifunctionele gebouw heeft als doel om diverse functies die op dit moment verspreid over zandeiland 4 zijn gehuisvest, te clusteren. De ontwikkelingen komen voort uit het programma en ontwikkelscenario van het recreatieschap Stichtse Groenlanden, waarin onder meer is gekeken naar de locatie van deze ontwikkelingen in relatie tot de natuurwaardenzones (zie voorts paragraaf 3.3).

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

28

Overige bebouwing - randgebieden Rond het plangebied liggen diverse functies, waaronder jachthavens, recreatieterreinen en caravanparken. Het bestemmingsplan is voor wat betreft deze functies conserverend. Uitsluitend de bestaande bouw- en gebruiksmogelijkheden conform de beheersverordening zijn in dit bestemmingsplan opgenomen. Totaaloverzicht toename bebouwing en verharding De 6,8 hectare aan bebouwing is als volgt onderverdeeld: Overzicht toename bebouwing en verharding BP Vinkeveense Plassengebied Legakkers

Zandeilanden

Functie(s)

Oppervlak (+/-)

Gebouwen/overkappingen

4 ha

Vlonders/verhardingen

2,2 ha

Steigers

0,4 ha

Horeca, multifunctioneel gebouw

0,2 ha

Totaal

6,8 ha

Naast deze nieuwe bebouwing worden op de zandeilanden 9, 10 en 12 in totaal 35 seizoensgebonden tenten mogelijk gemaakt. 3.3

Ontwikkelscenario Recreatieve ontwikkeling van de zandeilanden

Inleiding De Vinkeveense Plassen is een populair recreatiegebied. Jaarlijks bezoeken honderdduizenden mensen uit Amsterdam, Utrecht en andere omliggende gebieden, de Plassen. Vanwege de bevolkingsgroei, zal het aantal recreanten de komende jaren toenemen. Zij hebben behoefte aan meer en een meer divers aanbod van activiteiten bij de Vinkeveense Plassen. De bezoekers moeten ook in de toekomst kunnen blijven genieten van dit unieke, belangrijke recreatiegebied. Daarom wordt in de komende jaren geïnvesteerd in het verbeteren van het gebied en het creëren van extra aanbod door ondernemers. Het dagelijks bestuur van recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft in februari 2020 het ontwikkelscenario voor de Vinkeveense Plassen vastgesteld en de gemeente De Ronde Venen en betrokken partijen daarvan in kennis gesteld. In dit plan staat beschreven hoe het recreatiegebied in de komende jaren verbeterd kan worden en onder welke voorwaarden. Het ontwikkelscenario richt zich specifiek op de recreatieve ontwikkeling van de 12 zandeilanden. Het recreatieschap wil op de eilanden het recreatief aanbod vergroten en beter laten aansluiten bij de behoefte van bezoekers. Het bestuur heeft gekozen voor het ontwikkelscenario waarbij de huidige recreant als uitgangspunt is genomen en voor ondernemers een jaarrondexploitatie op de zandeilanden mogelijk wordt gemaakt.

In het gebied worden zones aangegeven waar recreatieve ontwikkelingen mogelijk worden en waar natuur de boventoon voert. Het recreatieschap heeft het ontwikkelplan aan de gemeente De Ronde Venen aangeboden en verzocht het ontwikkelscenario in het gemeentelijk beleid mogelijk te maken en, voor zover mogelijk, in onderhavig

Bestemmingsplan "Vinkeveense Plassen 2025" Vaststelling

29

bestemmingsplan mee te nemen. Ontwikkelscenario Het ontwikkelscenario stelt verschillende soorten maatregelen voor. Sommige maatregelen zijn fysieke toevoegingen aan het gebied, andere zijn meer beleidsmatig van aard. Iedere maatregel draagt in meer of mindere mate bij aan de doelstellingen van het recreatieschap om de Vinkeveense Plassen aantrekkelijker te maken en het recreatief aanbod te vergroten. Uitgangspunt is dat het recreatieschap Stichtse Groenlanden kiest voor de passende recreatieve functies op de juiste plek voor de beoogde gebruiker. Dit leidt in het ontwikkelscenario tot de volgende gewenste ontwikkelingen: Ontwikkellocatie

Gewenste ontwikkelingen

Winkelpolder

- Verbeteren vindbaarheid en herkenbaarheid entree. - Toevoegen Camperplaats (10 plekken).

Zandeiland 1

Uitbreiden horeca (700 m2 bvo).

Zandeiland 4

Toevoegen multifunctioneel gebouw met horeca (250 m2), een duikwinkel (250 m2, inclusief opslag), en kantoor (150 m2).

Zandeiland 9

Toevoegen seizoensgebonden verblijfsrecreatie (20 tenten).

Zandeiland 10

Toevoegen seizoensgebonden verblijfsrecreatie (5 tenten).

Zandeiland 12

Toevoegen seizoensgebonden verblijfsrecreatie (10 tenten).

In dit bestemmingsplan zijn de gewenste ontwikkelingen deels direct toegelaten, deels via binnenplanse afwijking toegestaan. 3.4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14930761/1