Bijlagen bij motivering 10 Ontplofbare oorlogsresten onderzoek (percelen 3262 en 3165)
Tekst van het document
Niet aantoonbaar relevant. Het is onbekend waar de granaten exact zijn aangetroffen.
Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
3 Van Wees, Vinkeveen: van Demmerik tot Waverveen, p. 252; Turkenburg, Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog, p. 9-11.
4 SGLO, T0729; RHCVV, toeg.nr. 1045, inv.nr. 2020; NA, toeg.nr. 2.04.53.15, inv.nr. 74; Van Wees, Vinkeveen: van Demmerik tot
Waverveen, p. 256; Turkenburg, Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog, p. 58-59. ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
27
3
BB24-146-OC-01
5 6
geruimd. Op een andere onbekende datum in 1940 worden er nog twee granaten van 7,5 cm aangetroffen op onbekende locaties binnen de gemeente.5
1 september 1940
Om circa 17:00 uur ontploft een granaat boven de boerderij van Oussoren, W1 in de gemeente Vinkeveen en Waverveen. De granaat komt vermoedelijk van afweergeschut. De boerderij loopt ernstige schade op.6
Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
Niet aantoonbaar relevant. De locatie van de genoemde boerderij is onbekend. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
30 september 1940
Twee granaten van een luchtafweergeschut komen neer in een weiland van E.A. Kooijman, gelegen nabij de Hoofdweg te Waverveen. Voor zover bekend zijn de granaten niet tot ontploffing gekomen.7
Niet aantoonbaar relevant. Het is niet bekend waar de granaten exact zijn neergekomen. Hoewel de Hoofdweg zich direct naast het projectgebied loopt is de genoemde weg circa 4,1 km lang. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
1941 13 mei 1941
Een Junkers Ju 88 van 5e Staffel van Kampfgeschwader 77 probeert tevergeefs een noodlanding te maken op de Vinkeveense Plassen. Drie van de vier bemanningsleden komen om. Het toestel is gedurende enkele maanden geborgen.8
Niet relevant. De Vinkeveense Plassen bevinden zich op minimaal 1,5 km van het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
1942
5 NA, toeg.nr. 2.13.210, inv.nr. 23.
6 NA, toeg.nr. 2.04.53.15, inv.nr. 74. 7 NA, toeg.nr. 2.04.53.15, inv.nr. 74.
8 SGLO, T1031A; NA, toeg.nr. 2.04.53.15, inv.nr. 74; Van Wees, Vinkeveen: van Demmerik tot Waverveen, p. 256; Turkenburg,
Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog, p. 60-61. ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
28
BB24-146-OC-01
3
5 6
1942
In 1942 vinden er, voor zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.
Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied.
Om 16:15 uur stort een AVRO Lancaster neer bij de Proosdijerdwarsweg te Waverveen. Volgens de SGLO stort het vliegtuig in de nacht neer om circa 04:11 uur na neergeschoten te zijn. Alle zeven bemanningsleden komen on. De gemeente dient voor de kosten van de opruimingswerkzaamheden bij de Duitse Wehrmacht een factuur in van fl. 161,80.9 Auteur Turkenburg speculeert dat de grootte van het gat van inslag erop kan duiden dat het vliegtuig zijn bommenlast nog bij zich droeg ten tijde van de crash.10 Het rapport van de Luchtbeschermingsdienst beschrijft inderdaad dat het vliegtuig ‘diep in de grond geslagen was en geheel uit elkander gesprongen. Vermoedlyk heb dit vliegtuig eeninge bommen van middel zwaarte aan boord gehad welke ontploft zyn. De reden hiervan is dat ik vermoed dat dit vliegtuig bommen mede voerde dat er in het weiland van de Wed. J. Treur als huurder een grootte krater is geslagen van minstens 15 meter middenlyn en plm over het geheel 1.50 diep. De aarde is byna geheel weg geslagen en terecht gekomen in een daar aanwezige sloot.’11
Niet relevant. De Proosdijerdwarsweg bevindt zich op circa 720 meter van het projectgebied.
In 1944 vinden er, voor zover bekend, geen noemenswaardige oorlogshandelingen plaats binnen of in de omgeving van het projectgebied.
Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied.
Het projectgebied wordt geïnundeerd.12
Niet relevant. Deze gebeurtenis is niet OOgerelateerd.
1943 30 maart 1943
Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
3
1944 1944
1945 Maart 1945
Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
9 SGLO, T2154; RHCVV, toeg.nr. 1045, inv.nr. 2020; Van Wees, Vinkeveen: van Demmerik tot Waverveen, p. 256; Turkenburg,
Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog, p. 62-63. 10 Turkenburg, Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog, p. 63. 11 RHCVV, toeg.nr. 1045, inv.nr. 2020. 12 Utrechts Archief, toeg.nr. 1136, inv.nr. 23. ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
29
BB24-146-OC-01
5 6
5 mei 1945
Duitsland capituleert. De Binnenlandse Strijdkrachten raken in Vinkeveen met de Duitse militairen in een vuurgevecht ter hoogte van de hoek van de Groenlandsekade en de Provinciale weg. Daarna ontstaat er wederom een vuurgevecht nabij de Bernhardlaan. Meerdere BS’ers en Duitse militairen komen om het leven.13
Niet relevant. Een vuurgevecht met kleinkalibermunitie met kalibers van minder dan 2 cm vormt geen aanleiding voor het afbakenen van verdacht gebied. Daarnaast vonden de vuurgevechten op minimaal 2,1 km van het projectgebied plaats. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.
7 mei 1945
De gemeente Vinkeveen en Waverveen wordt door geallieerde troepen zonder gevechtshandelingen bevrijd.14
Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied.
3
Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
17 juli 1945
De burgemeester van Vinkeveen en Waverveen meldt dat er in zijn gemeente geen permanente defensieve werken aanwezig zijn.15
Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd. Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
1945> Na de oorlog
Na de oorlog worden er overzichten gemaakt van oorlogsschade toegebracht aan woningen. Van de 1000 woningen in de gemeente Vinkeveen en Waverveen zijn er slechts twee licht beschadigd.16
Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in slechts één primaire bron genoemd.
13 Van Wees, Vinkeveen: van Demmerik tot Waverveen, p. 268; Turkenburg, Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog, p. 67-91. 14 Utrechts Archief, toeg.nr. 1136, inv.nr. 504. 15 RHCVV, toeg.nr. 1045, inv.nr. 2004.
16 Utrechts Archief, toeg. nr. 1136, inv.nr. 18.
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
30
BB24-146-OC-01
5 6
Echter, het betreft hier een officiële melding, welke als betrouwbaar wordt beschouwd.
3.3
Mijnenvelden
In het archief van de Explosieven Opruimingsdienst Defensie is nagegaan of tijdens de verschillende oorlogshandelingen binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied Duitse of geallieerde mijnenvelden zijn aangelegd. Voor zover bekend zijn er geen mijnenvelden aangelegd in en in de directe omgeving van het projectgebied. 3.4
Ruimingen ontplofbare oorlogsresten (1945-heden)
Hieronder wordt een overzicht gegeven van de verschillende ruimingen van ontplofbare oorlogsresten die zijn geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie en haar voorgangers, de M.M.O.D. en het korps Hulpverleningsdienst. Tevens worden eventuele incidentele vondsten uit overige bronnen vermeld. Ruimingen en meldingen M.M.O.D. (1945-1947) Voor de periode 1945-1947 zijn de volgende meldingen en ruimingen van ontplofbare oorlogsresten bekend. Datum
Locatie
Bijzonderheden
8 april 1946
Gemeente Vinkeveen en Waverveen
De burgemeester meldt dat er in zijn gemeente voor zover bekend geen explosieve stoffen of enigerlei munitie meer aanwezig zijn.
Explosieven Opruimingsdienst Defensie (1971-heden) Voor ruimingen uitgevoerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) geldt dat er een verschil kan bestaan in de locatie van het daadwerkelijk aangetroffen OO en de door de EODD geregistreerde locatie. Zo registreert de EODD vondsten meestal op een adres, omdat dit het dichtstbijzijnde adres is. Het kan echter zo zijn dat het betreffende OO bijvoorbeeld op een weiland achter het perceel, op enige afstand van het adres is aangetroffen. Ook is het mogelijk dat de ruiming wordt geregistreerd op een politiebureau of een gemeentehuis. Munitie is in veel gevallen dan daar gebracht. Omdat de oorspronkelijke context van de vondst daarbij verloren gaat, worden deze meldingen niet verwerkt in onderstaande lijst, tenzij er elders in de melding een vindplaats staat vermeld Binnen- en in de directe nabijheid van het projectgebied zijn bij de Explosieven Opruimingsdienst Defensie de volgende meldingen en ruimingen van ontplofbare oorlogsresten bekend. MORA
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
19770589
1
Fles nitrocellulose
-
19790650
Groot Mijdrechtsestraat 42, Mijdrecht Junianalaan 28, Vinkeveen
1 1
Pantsergranaat, 7,5 cm Lichtgranaat, 2 inch mortier
Duits -
19822057
Constructieweg 36, Mijdrecht
1 1
Bomlichaam, 500 ponder Bomlichaam, 1000 ponder
Leeg, Amerikaans Leeg, Amerikaans
19872216
Achterbos 69/71, Vinkeveen
-
Verkenning zoekactie
-
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
31
BB24-146-OC-01
3
5 6
MORA
Ligplaats
Aantal
Benaming/soort
Bijzonderheden
19951791
Veldweg 1b, Waverveen
60
Klein-kalibermunitie
Diverse, waarschijnlijk afkomstig uit een neergestort vliegtuig
Hieronder worden de geografische locaties van de vondsten zo nauwkeurig mogelijk weergegeven. Indien bij een vondst ‘Straatniveau’ staat aangegeven, betekent dit dat wel bekend is langs welke weg of watergang de vondst is gedaan, echter niet de exacte locatie langs deze weg of watergang. Indien er bij een vondst ‘Indicatief’ staat aangegeven, bestaat er enige onzekerheid over de exacte locatie. Dit kan bijvoorbeeld in bos-of heidegebieden zijn waar geen meer nauwkeurige plaatsbepaling mogelijk was, of als de EODD zelf de locatie slechts globaal geregistreerd heeft.
3
5
Figuur 6: Meldingen van de EODD in de omgeving van het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery.
Samenhang ruimingen tussen ontplofbare oorlogsresten en oorlogshandelingen Het beperkte aantal ruimingen sinds de Tweede Wereldoorlog onderschrijft het gebrek aan oorlogshandelingen welke zijn aangetroffen in de andere bronnen.
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
32
BB24-146-OC-01
6
4.
LUCHTFOTOANALYSE
4.1
Algemeen
Ten behoeve van dit onderzoek conflictperiode is een aantal luchtfoto’s door BeoBOM geanalyseerd. Deze luchtfoto’s zijn zo nauwkeurig mogelijk gegeorefereerd met minimaal 10, maar zonodig meer referentiepunten. Hierna zijn ze geïnterpreteerd op de aanwezigheid van schade aan het landschap als gevolg van oorlogshandelingen en militaire werken. In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s)
Sortie
Datum
Schaal
Kwaliteit
Dekking
Bron
3043
400/74A
16 september 1944
1:27.000
Goed
100%
DOTKA
3092
4/2376
19 april 1945
1:14.400
Goed
100%
DOTKA
Bij de classificatie van objecten op luchtfoto’s wordt de validiteit van de classificatie vastgelegd in drie niveaus van betrouwbaarheid, conform het CS-VROO: Bevestigd. BeoBOM is nagenoeg zeker (>99%) van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto; Waarschijnlijk. BeoBOM is overwegend zeker (>50%) van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto; Mogelijk. BeoBOM is overwegend onzeker (<50%) van de validiteit van de classificatie van het object op de luchtfoto. De betrouwbaarheid van de classificatie is per object vastgelegd. Wanneer één of meerdere objecten met de betrouwbaarheid ‘mogelijk’ invloed heeft op de afbakening van één of meer verdachte gebieden wordt dit bij het resultaat van de luchtfotoanalyse omschreven. Bij de luchtfotoanalyse/interpretatie zijn de volgende deskundigen betrokken geweest. Dit geldt tevens voor de classificatie van de objecten als van het betrouwbaarheidsniveau. Deskundige J. van der Velden MA MSc J. Boelen MA
4.2
Functie Senior Historisch Onderzoeker Senior Historisch Onderzoeker
Resultaat luchtfotoanalyse
Uit de analyse van het luchtfotomateriaal is een enkele verstoring binnen- en in de omgeving het projectgebied gesignaleerd.
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
33
BB24-146-OC-01
5 6
Figuur 7: Een ondefinieerbare verstoring (geel omcirkeld) in het zuidelijke deel van het projectgebied op 19 april 1945. Aangezien er geen oorlogshandelingen bekend zijn welke dit veroorzaakt kunnen hebben gaat BeoBOM er niet van uit dat de verstoring gerelateerd is aan ontplofbare oorlogsresten. Bron satellietbeeld: World Imagery. Luchtfotonummer: 3092.
Objecten luchtfoto Object
Datum/Luchtfotonummer
Betrouwbaarheid
Motivatie
Ondefinieerbare verstoring
19 april 1945 (3092)
Waarschijnlijk
Door twee deskundigen als zodanig beoordeeld. Er zijn geen oorlogshandelingen bekend die de verstoring hebben kunnen veroorzaakt.
4.3
5
Hoogteverschillen
Ter aanvulling van de luchtfotoanalyse wordt tevens middels LIDAR nagegaan in hoeverre sprake is van oorlogsgerelateerde verstoringen in het landschap. LIDAR staat voor Light Detection and Ranging of Laser Imaging Detection And Ranging, en houdt in dat hoogteverschillen in het landschap in kaart worden gebracht middels laserpulsen. Door hoogteverschillen te analyseren kunnen verstoringen zoals bomkraters of verdedigingswerken in sommige gevallen worden opgespoord. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan hoogteverschillen in het landschap die niet zichtbaar zijn op luchtfoto’s door bebossing of andere vegetatie. Ook hoogteverschillen die niet met het menselijk oog zichtbaar zijn worden soms zichtbaar als LIDAR wordt ingezet. Naast het in kaart brengen van mogelijke verstoringen als gevolg van oorlogshandelingen wordt LIDAR hier eveneens toegepast om de naoorlogse bodemroering in kaart te brengen. Naoorlogs opgehoogde gebieden onderscheiden zich duidelijk wanneer LIDAR wordt toegepast. Er zijn geen oorlogsgerelateerde verstoringen zichtbaar op de LIDAR gegevens. De verstoringen aan de oostelijke zijde van het projectgebied is begroeiing welke aanwezig was tussen 2017 en 2022.
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
34
BB24-146-OC-01
6
Figuur 8: Hoogtegegevens ter hoogte van het projectgebied (ditmaal ter verduidelijking weergegeven in rood). De genoemde verstoringen zijn zwart omkadert. Bron: AHN4.
5 6 Figuur 9: Luchtfotomateriaal van 2021 ter hoogte van het projectgebied. De begroeiing is duidelijk zichtbaar. Bron: Beeldmateriaal.nl.
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
35
BB24-146-OC-01
5.
BEOORDELING EN EVALUATIE BRONNENMATERIAAL
5.1
Algemeen
Uit het onderzoek zijn geen indicaties voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten naar voren gekomen. Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende indicaties, contraindicaties, leemten in de kennis en conclusies voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Allereerst wordt een opsomming gegeven waarin specifiek wordt ingegaan op indicaties welke mogelijk leiden tot een verdacht gebied binnen- of in de directe omgeving van het projectgebied. Vervolgens worden de overige (contra)indicaties en leemten in de kennis genoemd. Hierna wordt, indien er voldoende indicaties voor zijn aangetroffen gedurende het onderzoek, het op OO verdachte gebied afgebakend. Dit gebeurt normaliter conform de richtlijnen uit het CS-VROO-02. Indien hier van wordt afgeweken, wordt dit beschreven en gemotiveerd. 5.2
Indicaties
Op basis van het literatuur- en archiefmateriaal zijn de volgende indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in de omgeving van het projectgebied aangetroffen: Voor zover bekend hebben er tijdens de meidagen 1940 geen oorlogshandelingen plaatsgevonden ter hoogte van het projectgebied; Voor zover bekend zijn er geen vliegtuigen neergekomen binnen het projectgebied; Voor zover bekend is het projectgebied niet getroffen door luchtaanvallen; Voor zover bekend zijn er geen mijnenvelden aangelegd ter hoogte van het projectgebied; Voor zover bekend hebben er tijdens de bevrijding geen oorlogshandelingen plaatsgevonden ter hoogte van het projectgebied; Tijdens de oorlog zijn er enkel twee woningen lichtbeschadigd uit de 1000 woningen binnen de gemeente. 5.3
Contra-indicaties
De volgende contra-indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten zijn aangetroffen:
5
De EOD heeft een aantal ruimingen uitgevoerd in de omgeving van het projectgebied. 5.4
6
Leemten in de kennis
De volgende leemten in de kennis zijn gesignaleerd: Algemeen De ervaring leert dat niet alle archiefstukken de tand des tijds doorstaan, wat verschillende oorzaken kan hebben (onbewuste oorzaken zoals brand, of bewuste vernietiging van archiefstukken). Het is mogelijk dat ontplofbare oorlogsresten-gerelateerde informatie sinds 1945 verloren is gegaan. Hiermee samenhangend kan het eveneens voorkomen dat bepaalde gebeurtenissen, door verdwijning van de oorspronkelijke bron, niet meer getoetst kunnen worden en er enkel nog sprake is van een interpretatie van de oorspronkelijke bron (bijvoorbeeld in de literatuur). Ten tijde van de Tweede Wereldoorlog
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
36
BB24-146-OC-01
werden verder niet alle gebeurtenissen vastgelegd, simpelweg omdat deze onopgemerkt bleven, of omdat deze niet de moeite van het vastleggen waard geacht werden. Specifiek voor het projectgebied Niet alle in de bronnen genoemde oorlogshandelingen, kunnen aan een specifieke locatie worden gekoppeld; Niet alle naoorlogs gevonden/gemelde ontplofbare oorlogsresten, konden aan een specifieke locatie worden gekoppeld. Ook voor sommige MORA’s geldt, dat het niet altijd bekend is waar deze precies geplaatst dienen te worden. Dit geldt voornamelijk voor vondsten ‘op het politiebureau’ etc; In grote delen van Nederland op verschillende momenten gedurende de oorlog luchtdoelgeschut opgesteld gestaan. Wanneer granaten van luchtdoelgeschut niet ontploffen, komen deze wijd verspreid in de omgeving van het geschut terecht. Deze spreiding is te groot om de aanwezigheid van blindgangers van luchtdoelgeschut binnen het projectgebied zowel te bevestigen als uit te sluiten. Hiervoor geldt dat het risico op het aantreffen daarvan niet groter is als in de rest van Nederland. 5.5
Mogelijk aan te treffen (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten
Uit het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn geen indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen en/of in de directe omgeving van het projectgebied naar voren gekomen. 5.6
Beoordeling indicaties en horizontale afbakening verdacht gebied
Bij de beoordeling van indicaties en de horizontale afbakening van het verdachte gebied is het document ‘Nadere bepalingen beoordelen bronnenmateriaal en afbakening verdacht gebied, behorende bij het CS-VROO’ (CS-VROO-002)17 als richtlijn gehanteerd. Hierin wordt onder meer gebruik gemaakt van onderzoeksvragen, die beantwoord dienen te worden om de afbakening van het verdachte gebied te beargumenteren. Indien van deze richtlijnen (deels) is afgeweken is dit gemotiveerd en zijn de daarbij gemaakte keuzes onderbouwd.
5
In het geraadpleegde bronnenmateriaal zijn geen indicaties aangetroffen welke wijzen op de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. 5.7
6
Verticale afbakening verdacht gebied
Vanwege het ontbreken van voldoende indicaties voor het afbakenen van een verdacht gebied komt de verticale afbakening te vervallen. 5.8
Advies
Wanneer er sprake is van een verdacht gebied waarbinnen bodemroerende werkzaamheden plaats gaan vinden, zijn vervolgstappen mogelijk noodzakelijk. Waaruit deze vervolgstappen bestaan is afhankelijk van verschillende factoren, zoals de voorgenomen werkzaamheden, de typen ontplofbare oorlogsresten waarop het gebied verdacht is en eventueel plaatsgevonden naoorlogse bodemroering
17 Stichting VOMES, CS-VROO-02, versie 2023-01, d.d. 19 juli 2023.
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
37
BB24-146-OC-01
ter plaatse. In deze paragraaf wordt ingegaan op wat de meest passende vervolgstappen zijn voor de plaats te vinden werkzaamheden binnen het projectgebied. Er is geen sprake van een verdacht gebied. Een inschatting van passende vervolgstappen is daarvoor niet noodzakelijk. Vanuit OOO-perspectief kunnen de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied doorgang vinden zonder aanvullende maatregelen.
5 6
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
38
BB24-146-OC-01
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN Ten behoeve van Natuurdoeltypen Groot Mijdrecht Noord Oost aan de Hoofdweg en Waverveensepad te Waverveen in de gemeente De Ronde Venen staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt een onderzoek ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) conflictperiode genoemd. Het onderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: CS-VROO versie 2024-01, d.d. 1 maart 2024). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Waverveen zoals getoond in dit onderzoek. In de voor dit onderzoek conflictperiode geraadpleegde bronnen zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Advies: Voorafgaande aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in verdacht gebied, adviseert BeoBOM het volgende: Er is geen sprake van een verdacht gebied. Vanuit OOO-perspectief kunnen de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied doorgang vinden zonder aanvullende maatregelen.
Ten slotte adviseert BeoBOM ten zeerste om voorliggend rapport te overleggen aan de gemeente(n) waarbinnen het projectgebied is gelegen en waarop het onderzoek conflictperiode betrekking heeft. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.
5 6
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
39
BB24-146-OC-01
BIJLAGEN BIJLAGE 1. BB24-146-OC-01-OT-01 GEBEURTENISSENKAART
(LOSBLADIG)
5 6
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
40
BB24-146-OC-01
122000
Legenda
471000
471000
Projectgebied
0
40
80 m
±
Esri Nederland, Kadaster 122000
Project: BB24-146-OC-01 NATUURDOELTYPEN GROOT MIJDRECHT NOORD OOST
Klant: PROVINCIE UTRECHT
Tekeningnaam: BB24-146-OC-01-OT-01 GEBEURTENISSENKAART
Getekend door:
JV
Datum:
29-07-2024
Schaal:
1:2.000 A3
Revisie:
DEFINITIEF
BIJLAGE 2. BB24-146-OC-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART
(LOSBLADIG)
5 6
ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE
41
BB24-146-OC-01
122000
Legenda Projectgebied
471000
471000
Onverdacht gebied
0
40
80 m
±
Beeldmateriaal.nl
Esri Nederland, Kadaster 122000
Project: BB24-146-OC-01 NATUURDOELTYPEN GROOT MIJDRECHT NOORD OOST
Klant: PROVINCIE UTRECHT
Tekeningnaam: BB24-146-OC-01-OT-02 BODEMBELASTINGKAART
Getekend door:
JV
Datum:
29-07-2024
Schaal:
1:2.000 A3
Revisie:
DEFINITIEF