CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij motivering 10 Ontplofbare oorlogsresten onderzoek (percelen 3262 en 3165)

Gemeenteraad 9 juli 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling TAM-omgevingsplan GMNO bloemrijk grasland (Akkoordstuk)11.286 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

CONFLICTPERIODE

PROJECT

NATUURDOELTYPEN GROOT MIJDRECHT NOORD OOST

KENMERK

BB24-146-OC-01 (DEFINITIEF)

OPDRACHTGEVER

PROVINCIE UTRECHT

Documentcode BB24-146-OC-01 Aantal pagina’s 41 Datum 29 juli 2024 Status Definitief

Bezoek- en postadres Damstraat 24 3371 AD Hardinxveld-Giessendam +31 (0)10 820 29 20 info@beobom.nl KVK: 61002046 BTW: NL08541.59.587.B01

Afbeelding voorzijde: Bristol Blenheim bommenwerpers. Op 27 juni 1940 is een Bristol Blenheim neergestort in Waverveen . Bron: tracesofwar.nl.

INHOUD MANAGEMENTSAMENVATTING ................................................................................................................. 5 INLEIDING ........................................................................................................................................................... 6 1.

ALGEMEEN .............................................................................................................................................. 7 1.1

Aanleiding .............................................................................................................................................. 7

1.2

Begrenzing onderzoeks- en projectgebied ............................................................................. 7

1.3

Doel ...................................................................................................................................................... 7

1.4

Beperkingen ...................................................................................................................................... 8

1.5

Terminologie ..................................................................................................................................... 8

1.6

Niet gesprongen explosieven (NGE) vs. conventionele explosieven (CE) en OO........ 9

1.7

Eerder uitgevoerde onderzoeken.............................................................................................. 11

2.

ONDERZOEK CONFLICTPERIODE (1939-1945) ........................................................................ 13 2.1

Inleiding en methode .................................................................................................................... 13

2.2

Literatuur ......................................................................................................................................... 13

2.3

Gemeentearchief en provinciaal archief ................................................................................ 14

2.4

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) ................................................. 16

2.5

Nationaal Archief Den Haag (NA) ............................................................................................. 18

2.6

Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA) ..................... 19

2.7

Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden.......................... 19

2.8 Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh...................................................................... 19 2.9

Krantenberichten ......................................................................................................................... 22

2.10

Collectie NIMH collecties 409 en 575 ................................................................................... 22

2.11

National Archives, Kew, Surrey ................................................................................................ 22

2.12

Bundesarchiv/Militärarchiv....................................................................................................... 24

2.13

The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA) ........ 25

2.14

Getuigenverklaringen.................................................................................................................. 25

2.15

Kadaster .......................................................................................................................................... 25

2.16

Library and Archives Canada (LAC) ........................................................................................ 25

2.17

Overige bronnen ........................................................................................................................... 26

3.

BRONNENANALYSE .......................................................................................................................... 27 3.1

Algemeen ........................................................................................................................................ 27

3.2

Chronologische gebeurtenissenlijst ....................................................................................... 27

3.3

Mijnenvelden ................................................................................................................................... 31

3.4 4.

Ruimingen ontplofbare oorlogsresten (1945-heden) ........................................................ 31 LUCHTFOTOANALYSE ..................................................................................................................... 33

4.1

Algemeen ........................................................................................................................................ 33

4.2

Resultaat luchtfotoanalyse ....................................................................................................... 33

4.3

Hoogteverschillen ........................................................................................................................ 34

5.

BEOORDELING EN EVALUATIE BRONNENMATERIAAL ....................................................... 36 5.1

Algemeen ........................................................................................................................................ 36

5.2

Indicaties ......................................................................................................................................... 36

5.3

Contra-indicaties .......................................................................................................................... 36

5.4

Leemten in de kennis .................................................................................................................. 36

5.5

Mogelijk aan te treffen (sub)soorten ontplofbare oorlogsresten ...................................37

5.6

Beoordeling indicaties en horizontale afbakening verdacht gebied .............................37

5.7

Verticale afbakening verdacht gebied ....................................................................................37

5.8

Advies ................................................................................................................................................37

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN .......................................................................................................... 39 BIJLAGEN ......................................................................................................................................................... 40

MANAGEMENTSAMENVATTING Ten behoeve van het project Natuurdoeltypen Groot Mijdrecht Noord Oost aan de Hoofdweg en Waverveensepad te Waverveen in de gemeente De Ronde Venen staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt een onderzoek ontplofbare oorlogsresten (hierna: OO) conflictperiode genoemd. Het onderzoek is uitgevoerd conform het vrijwillig Certificatieschema Vooronderzoek en Risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten (hierna: CS-VROO versie 2024-01, d.d. 1 maart 2024). Voorliggend rapport heeft betrekking op het projectgebied te Waverveen zoals getoond in dit onderzoek. In de voor dit onderzoek conflictperiode geraadpleegde bronnen zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied aangetroffen. Advies: Voorafgaande aan het uitvoeren van de geplande werkzaamheden in verdacht gebied, adviseert BeoBOM het volgende: Er is geen sprake van een verdacht gebied. Vanuit OOO-perspectief kunnen de voorgenomen werkzaamheden binnen het projectgebied doorgang vinden zonder aanvullende maatregelen.

Ten slotte adviseert BeoBOM ten zeerste om voorliggend rapport te overleggen aan de gemeente(n) waarbinnen het projectgebied is gelegen en waarop het onderzoek conflictperiode betrekking heeft. N.B.: op het kaartmateriaal in- en behorende bij deze rapportage worden mogelijk verdachte gebieden, indicaties en gebeurtenissen buiten het projectgebied getoond, welke niet direct van invloed zijn op het projectgebied maar die wel zijn geconstateerd. Omwille van de volledigheid worden deze tevens weergegeven. Buiten de contouren van het projectgebied, zoals getoond, kan niet worden gewerkt zonder aanvullend onderzoek.

5 6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

5

BB24-146-OC-01

INLEIDING Projectnaam

Onderzoek OO - Conflictperiode

Project

Natuurdoeltypen Groot Mijdrecht Noord Oost

Opdrachtgever

Provincie Utrecht

Projectadres

Hoofdweg en Waverveensepad te Waverveen in de gemeente De Ronde Venen

Besteknr./opdrachtnr.

BB24-146-OC-01

Werkomschrijving

Uitvoering onderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode en samenstellen bodembelastingkaart ontplofbare oorlogsresten conflictperiode conform het CS-VROO

Doelstelling

Uitvoering onderzoek OO conflictperiode

Uitvoerder

BeoBOM

Autorisatie rapportage en bodembelastingkaart Naam F.G.J. Barink

Functie Adviseur, senior deskundige opsporing ontplofbare oorlogsresten, bevoegd lid management

Paraaf

Naam J. van der Velden MA MSc

Functie Senior Historisch Onderzoeker

Paraaf

J. Boelen MA

Senior Historisch Onderzoeker

Auteur(s)

5

Bodembelastingkaart Naam J. Van der Velden MA MSc

Functie GIS-operator

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

6

Paraaf

6

BB24-146-OC-01

1.

ALGEMEEN

1.1

Aanleiding

Ten behoeve van project Natuurdoeltypen Groot Mijdrecht Noord Oost in de gemeente De Ronde Venen staan diverse bodemroerende werkzaamheden gepland. Voorafgaand aan de werkzaamheden zal zoals gesteld in de Arbeidsomstandighedenwet gezorgd moeten worden voor een veilige werkplek. Uit dien hoofde dient voorafgaande aan de geplande werkzaamheden een onderzoek naar de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten te worden uitgevoerd. Een dergelijk onderzoek wordt een onderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode (1939-1945) genoemd.

1

Voorliggend onderzoek is opgesteld conform de bij opdrachtverstrekking meest actuele versie van het vrijwillig CS-VROO (1 maart 2024). 1.2

Begrenzing onderzoeks- en projectgebied

Het projectgebied is begrensd op basis van de door opdrachtgever verstrekte gegevens en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Deze begrenzing wordt getoond in onderstaande figuur. Alle afbeeldingen waarop het projectgebied te zien zijn, zijn noord-zuid georiënteerd. Aan enkele afbeeldingen is ter verduidelijking een schaallat toegevoegd. Dit is gedaan om ook bij uitsneden de afstanden goed te kunnen inschatten. Tevens is een noordpijl toegevoegd aan de afbeeldingen waarbij dit als wenselijk wordt gezien.

5 6

Figuur 1: De begrenzing van het projectgebied te Waverveen (groene kader). Bron satellietbeeld: World Imagery.

1.3

Doel

Voorliggend onderzoek betreft een onderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

7

BB24-146-OC-01

Een onderzoek conflictperiode heeft als doel te beoordelen of er in het onderzoeksgebied sprake is van aanwijzingen (indicaties) voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, en indien deze aanwijzingen bestaan, het verdachte gebied af te bakenen. Een dergelijk onderzoek bestaat zowel uit het inventariseren als het beoordelen (analyseren) van bronnenmateriaal. Het eindresultaat is voorliggende rapportage en een bijbehorende Gebeurtenissenkaart en Bodembelastingkaart OO conflictperiode, waarop de op OO verdachte en onverdachte gebieden op basis van het onderzoek conflictperiode worden weergegeven. 1.4

1

Beperkingen

Met de opdrachtgever zijn geen beperkingen overeengekomen wat betreft de uitvoering van het onderzoek. 1.5

Terminologie

Voor het opstellen van Onderzoeken Conflictperiode en Na-Conflictperiode worden voor alle ontplofbare oorlogsresten-gerelateerde werkvlakken een zevental gebieden onderscheiden. Voor de verduidelijking wordt dit onderscheid in onderstaande diagram weergegeven: Projectgebied – gebied waarbinnen de reguliere werkzaamheden uitgevoerd gaan worden. Dit gebied wordt bepaald aan de hand van de door de opdrachtgever aangeleverde gegevens. Onderzoeksgebied – het gebied waarbinnen het onderzoek conflictperiode is uitgevoerd. Het CSVROO schrijft voor dat de rapportage tenminste de begrenzing van het onderzoeksgebied omvat. Als begrenzing van het te onderzoeken gebied heeft BeoBOM ervoor gekozen geen vaste buffer rond het projectgebied te nemen om te voorkomen dat gebeurtenissen over het hoofd worden gezien. Ten behoeve van ieder onderzoek conflictperiode wordt onderzocht op geografische relevante namen, dat wil zeggen dat de gebeurtenissen met betrekking tot de geografische locaties waarbinnen het projectgebied is gelegen worden onderzocht. Er wordt op die manier op bijvoorbeeld straat-, buurtschap-, plaats-, gemeente- en provincieniveau gezocht naar oorlogshandelingen en andere relevante gebeurtenissen.

De gevonden gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan een geografisch relevante locatie en mogelijk relevant zijn voor het projectgebied worden vervolgens gerapporteerd in het onderzoek conflictperiode. Ook wanneer deze gebeurtenissen na een nadere analyse geen invloed blijken te hebben op het projectgebied of de directe omgeving hiervan. Er wordt dus niet zozeer gekeken naar een vaste afstand (buffer) rondom het projectgebied, maar naar gebeurtenissen die in de bronnen worden gekoppeld aan bepaalde locaties die relevant zouden kunnen zijn voor het projectgebied. Omwille van het schetsen van een historische context (bijvoorbeeld het duiden van gebeurtenissen binnen een breder kader zoals een geallieerde operatie als Market Garden) kunnen ook gebeurtenissen op grote afstand van het projectgebied worden genoemd. Verdacht gebied conflictperiode – het deel van het onderzoeksgebied waarbinnen, blijkens het beschikbare onderzoek ontplofbare oorlogsresten conflictperiode, sprake is (geweest) van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten na de conflictperiode. Verdacht gebied na-conflictperiode – het deel van het onderzoeksgebied waarbinnen, na uitvoering van het onderzoek na-conflictperiode, nog steeds sprake is van de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

8

BB24-146-OC-01

5 6

Opsporingsgebied – gebied waar het verdachte gebied en het projectgebied elkaar overlappen. Wanneer sprake is van een opsporingsgebied dienen aanvullende maatregelen te worden genomen, welke kunnen bestaan uit een opsporingsproces als omschreven in het CS-OOO, maar ook uit aanvullend bureauonderzoek of andere beheersmaatregelen. Onverdacht gebied conflictperiode – het gebied dat op basis van het onderzoek conflictperiode niet als ‘verdacht gebied’ is aangemerkt. Dat wil zeggen: niet meer verdacht dan de overige onderzochte Nederlandse bodem waar geen sprake is van specifieke aanwijzingen voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten.

1

Onverdacht gebied na-conflictperiode – het gebied dat op basis van het onderzoek naconflictperiode (aanvullend) als onverdacht is aangemerkt, ofwel niet langer verdacht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Figuur 2: Schematische weergave van de verschillende deelgebieden.

1.6 Niet gesprongen explosieven (NGE) vs. conventionele explosieven (CE) en OO In de praktijk worden vaak de termen NGE (Niet Gesprongen Explosieven) of CE (conventionele explosieven) gehanteerd wanneer men doelt op de omgang met ontplofbare oorlogsresten. NGE is een overkoepelende term waarmee bijvoorbeeld ook explosieven voor terroristische doeleinden kunnen worden aangeduid. CE was de term waarmee binnen het WSCS-OCE gedoeld werd op: ‘Fabrieksmatig geproduceerde explosieven die zijn achtergebleven als gevolg van oorlogshandelingen tijdens de Tweede Wereldoorlog, waarop de richtlijnen van het WSCS-OCE van toepassing zijn.’ Binnen deze definitie vielen ook: CE die geen explosieve stoffen (meer) bevatten; restanten van CE die door leken als zodanig herkenbaar zijn; voorwerpen die door leken kunnen worden aangemerkt als CE; wapens of onderdelen daarvan.

6

Met de ingang van 2021 is het WSCS-OCE als het ware opgesplitst in een tweetal nieuwe certificatieschema’s, te weten het CS-OOO (Certificatieschema Opsporing Ontplofbare Oorlogsresten) en het CS-VROO (Certificatieschema vooronderzoek en risicoanalyse Ontplofbare Oorlogsresten). Deze laatste heeft betrekking op het voorliggende onderzoek. Onder ontplofbare oorlogsresten wordt verstaan alle achtergelaten ontplofbare munitie en nietgesprongen munitie zoals bedoeld in artikel 4.10, eerste lid, onderdeel d, van het Arbeidsomstandighedenbesluit (1997). Artikel 4.10 luidt als volgt:

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

9

5

BB24-146-OC-01

Artikel 4.10. Ontplofbare oorlogsresten 1.

In dit artikel wordt verstaan onder: a. ontplofbare munitie: conventionele munitie die explosieve stoffen bevat als bedoeld in het protocol inzake ontplofbare oorlogsresten van 28 november 2003 (Trb. 2004, 227) met inbegrip van mijnen, valstrikken en andere mechanismen; b. achtergelaten ontplofbare munitie: ontplofbare munitie die tijdens een gewapend conflict niet is gebruikt, die is achtergelaten of gedumpt door een partij bij een gewapend conflict en al dan niet voor ontsteking zijn geprepareerd, van een ontsteking zijn voorzien, op scherp zijn gezet of anderszins voor gebruik zijn voorbereid; c. niet-gesprongen munitie: in een gewapend conflict gebruikte ontplofbare munitie die ontstekingsgereed is, van een ontsteking is voorzien, op scherp is gezet of anderszins voor gebruik is voorbereid, en die niet tot ontploffing is gekomen; d. ontplofbare oorlogsresten: achtergelaten ontplofbare munitie en niet-gesprongen munitie. 2. In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld. 3.

Indien het oriënterend onderzoek de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten die gevaar kunnen opleveren voor de veiligheid of gezondheid van werknemers niet uitsluit wordt een nader onderzoek ingesteld. 4. Indien uit het nader onderzoek blijkt dat gevaar bestaat voor de veiligheid of gezondheid van werknemers door de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten , worden die ontplofbare oorlogsresten opgespoord of andere passende maatregelen getroffen om dit gevaar te voorkomen. 5. Het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een bedrijf dat voor de te verrichten arbeid in het bezit is van een certificaat opsporen ontplofbare oorlogsresten dat is afgegeven door Onze Minister of een door hem aangewezen certificerende instelling. 6.

De arbeid ten behoeve van het opsporen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken defensiemedewerkers of het Register veilig werken met explosieve stoffen, bedoeld in artikel 1.5j, eerste lid, onderdelen b of d, dan wel door een persoon van wie de beroepskwalificaties zijn gecontroleerd en toereikend bevonden overeenkomstig de artikelen 23, 27 en 28 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties en die deze arbeid verricht onder voortdurend toezicht van een daarvoor gekwalificeerde persoon die is geregistreerd in het Register veilig werken met explosieve stoffen. 7. Het ruimen van ontplofbare oorlogsresten wordt uitsluitend verricht door explosievenopruimingseenheden van het Ministerie van Defensie. 8. Een bewijs van registratie en herregistratie in het Register veilig werken met explosieve stoffen dan wel een afschrift van een dergelijk bewijs is op de arbeidsplaats aanwezig. 9. Artikel 1.5ha is van overeenkomstige toepassing. 10. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld ter uitvoering van het tweede tot en met vijfde lid.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

10

BB24-146-OC-01

1

5 6

Er worden de volgende 16 hoofdsoorten van ontplofbare oorlogsresten onderscheiden: Klein-kalibermunitie (KKM); Geschutmunitie; Handgranaten; Geweergranaten; Munitie voor granaatwerpers; Raketten; Afwerpmunitie; Submunitie; Onderwatermunitie; Landmijnen; Valstrikken; Explosieve stoffen; Vuurwerken; Vernielingsmiddelen; Ontstekingsinrichtingen; Toebehoren van munitie. 1.7

1

Eerder uitgevoerde onderzoeken

In het kader van dit onderzoek is nagegaan of in het verleden in, of in de nabijheid van, het projectgebied reeds (voor)onderzoeken door derden zijn uitgevoerd. Hiervoor heeft BeoBOM de volgende bronnen geraadpleegd: De VEO bommenkaart; Gemeenten waarbinnen het onderzoeksgebied is gelegen; ProRail indien in het onderzoeksgebied railinfrastructuur aanwezig is; Rijkswaterstaat, waterschap en/of provincie indien in het onderzoeksgebied infrastructuur aanwezig is die in het beheer van één of meerdere van deze organisaties is; Andere explosievenopsporingsbedrijven.1

5

Uit deze inventarisatie zijn onderstaande (voor)onderzoeken naar voren gekomen: Oranje: KWS, Onderzoek Conflictperiode Groot-Mijdrecht (kenmerk: 5230590-23, d.d. 23 juni 2023) In 2023 heeft KWS een Onderzoek Conflictperiode uitgevoerd volgens de huidige regelgeving CSVROO. Dit onderzoek overlapt niet met het voorliggende projectgebied. De conclusie luidde: ‘De analyse van bronnenmateriaal heeft geen concrete aanwijzingen van oorlogshandelingen opgeleverd welke herleidbaar zijn tot het onderzoeksgebied. Daarom is conform het CS-VROO aan het onderzoeksgebied ‘Groot-Mijdrecht’ de status ‘onverdacht’ toegekend.’ Blauw: BeoBOM, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Marickenland (kenmerk: BB20-139-VO01, d.d. 14 januari 2021) In 2021 heeft BeoBOM een Vooronderzoek uitgevoerd volgens de destijds geldende WSCS-OCE. Dit onderzoek overlapt niet met het voorliggende projectgebied. De conclusie luidde: ‘In de voor dit 1 Onderzoeken uitgevoerd door andere explosievenopsporingsbedrijven worden niet altijd op verzoek gedeeld.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

11

BB24-146-OC-01

6

vooronderzoek geraadpleegde literatuur- en archiefgegevens, zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Vanuit OCE-oogpunt kunnen de geplande werkzaamheden […] zonder aanvullend onderzoek of opsporingsproces worden uitgevoerd.’ Roze: BeoBOM, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Brug Botsholsedwarsweg Waverveen (kenmerk: BB20-156-VO-01, d.d. 21 september 2020) In 2020 heeft BeoBOM een Vooronderzoek uitgevoerd volgens de destijds geldende WSCS-OCE. Dit onderzoek overlapt niet met het voorliggende projectgebied. De conclusie luidde: ‘In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Het projectgebied geldt daarom als onverdacht op de aanwezigheid van CE.’

1

Geel: BeoBOM, Vooronderzoek Conventionele Explosieven Marickenland (kenmerk: BB19-218-VO-01, d.d. 14 februari 2020) In 2020 heeft BeoBOM een Vooronderzoek uitgevoerd volgens de destijds geldende WSCS-OCE. Dit onderzoek overlapt niet met het voorliggende projectgebied. De conclusie luidde: ‘In de voor dit vooronderzoek geraadpleegde bronnen zijn geen feitelijke indicaties voor de aanwezigheid van CE binnen het projectgebied aangetroffen. Het projectgebied geldt daarom als onverdacht op de aanwezigheid van CE.’

5 6 Figuur 3: De ligging van de verschillende (voor)onderzoeken van derden t.o.v. het huidige projectgebied (groen). Bron satellietbeeld: World Imagery.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

12

BB24-146-OC-01

2.

ONDERZOEK CONFLICTPERIODE (1939-1945)

2.1

Inleiding en methode

Het bronnenonderzoek voor het onderzoek conflictperiode vindt plaats op basis van een inventarisatie van gebeurtenissen en informatie de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten (indicaties) of juist de afwezigheid daarvan (contra-indicaties). Voor het onderzoek dienen de relevante bronnen te worden geïdentificeerd en geraadpleegd. In elk geval dienen te worden geraadpleegd de in onderstaande tabel als ‘verplicht’ (conform de eisen van het CS-VROO) aangemerkte bronnen. De als ‘aanvullend’ aangeduide bronnen worden geraadpleegd indien daarvoor aanleiding bestaat. Onderstaande tabel is niet limitatief. In het vervolg van deze rapportage wordt gemotiveerd waarom een aanvullende bron wel of niet is geraadpleegd. De eventuele leemten in de kennis zijn gespecificeerd in paragraaf 4 van hoofdstuk 5. Bron

Verplicht (CSVROO)

Aanvulle nd

Geraadpleegd

Paragraaf

Literatuur

√

√

2.2.

Gemeentearchief en provinciaal archief

√

√

2.3.

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

√

√

2.4.

Nationaal Archief Den Haag (NA)

√

√

2.5.

Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA)

√

√

2.6.

Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD)

√

√

2.7.

Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh

√

√

2.8.

Krantenberichten

√

√

2.9.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), collectie 575

√

√

2.10.

Nederlands Instituut voor Militaire Historie, collectie 409

√

The National Archives te Londen, gegevens aangaande luchtaanvallen door de Royal Air Force

√

The National Archives te Londen, gegevens aangaande artilleriebeschietingen / grondgevechten

2.10. √

√

2.11. 2.11.

Bundesarchiv-Militärarchiv te Freiburg

√

√

2.12.

National Archives and Records Administration II (NARA College Park, VS)

√

√

2.13.

Getuigenverklaringen

√

Kadaster (naoorlogs kaartmateriaal)

√

Héritage Canadiana, gegevens aangaande artilleriebeschietingen / grondgevechten

2.2

2.14. √

√

2.15. 2.16.

Literatuur

Ten behoeve van een Onderzoek Conflictperiode worden diverse literatuurbronnen geraadpleegd, zowel enkele standaardwerken als eventuele specifieke regionale informatiebronnen (macro- en microniveau). Conform het CS-VROO zijn de volgende (standaard)werken geraadpleegd: Molenaar, F.J., De luchtverdediging in de meidagen 1940 (2 delen, Den Haag 1970).

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

13

2

BB24-146-OC-01

5 6

Nierstrasz e.a. (Ministerie van oorlog, hoofdkwartier van de chef van de generale staf, krijgsgeschiedkundige afdeling), De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II (diverse delen, Den Haag 1952-1963). Tevens worden voor elk onderzoek conflictperiode geraadpleegd: Amersfoort, H. en Kamphuis, P., Mei 1940. De strijd op Nederlands grondgebied (‘s-Gravenhage 2012). Eversteijn, T., Bombardementen, raketbeschietingen, neergekomen vliegtuigverliezen in de periode 10 mei 1940 - 5 mei 1945 (z.p. 2011).

V-wapens

en

militaire

Foreman, J., The Fighter Command War Diaries volume 5: July 1944 to May 1945 (z.p. 2005). Klep, C. en Schoenmaker, B., De bevrijding van Nederland 1944-1945: oorlog op de flank (’s Gravenhage 1995).

2

Korthals-Altes, A., Luchtgevaar. Luchtaanvallen op Nederland 1940 – 1945 (Wormer 1984). Middlebrook, M. en Everitt, C., The Bomber Command War Diaries. An operational reference book 19391945 (Surrey 2011). Zwanenburg, G.J., En nooit was het stil… Kroniek van een luchtoorlog (2 dln., z.p., z.j.). Specifiek voor het huidige projectgebied zijn daarnaast onderstaande literatuurbronnen verzameld en geraadpleegd: Homan, J.J., Vinkeveen en Waverveen in oude ansichten (Zaltbommel 2009). Rinsma, J., De Ronde Venen… een omgekeerde wereld (Alphen aan den Rijn, z.j.). Ströer, C. en Verrips-Stappenbelt, D., Vinkeveen en Waverveen: twee dorpen aan de Plas, 1930-1980 (Zaltbommel 2008). Turkenburg, A., Vinkeveen en de Tweede Wereldoorlog: een beschrijving van de invloed van de oorlogsjaren 1940-1945 op het leven van Vinkeveen (Wilnis 2000). Wees, Van, P.J.J.M., Vinkeveen: van Demmerik tot Waverveen: de geschiedenis van een samenleving in het hart van de Ronde Venen (Wilnis 2012). Wit, De, F., Mijdrecht, Wilnis en Vinkeveen in beeld bijeen: De Ronde Venen 1940-1980 (Zaltbommel 2004). 2.3

Gemeentearchief en provinciaal archief

Ten behoeve van dit onderzoek conflictperiode is conform het CS-VROO een aantal archiefstukken uit het provinciaal en de relevante gemeentelijke archieven geïnventariseerd en geanalyseerd. Gedurende de oorlog was het projectgebied gelegen in de voormalige gemeente Vinkeveen en Waverveen. Derhalve zijn de stukken uit het archief van deze gemeente geraadpleegd in Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen. Behalve deze gemeentelijke archieven zijn stukken uit het provinciaal archief

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

14

BB24-146-OC-01

5 6

te Utrecht (Utrechts Archief) geïnventariseerd en geraadpleegd. Conform het CS-VROO wordt in deze archieven altijd geprobeerd stukken met betrekking tot luchtbescherming, stukken met betrekking tot het ruimen van munitie en stukken met betrekking tot oorlogsschade te raadplegen. Verdere relevante stukken zoals politierapporten, brandrapporten, verdedigingswerken of stukken met betrekking tot huisnummering en vernummering worden ook geraadpleegd indien beschikbaar. De gemeentearchieven en provinciale archieven worden, zo mogelijk, niet met behulp van zoektermen of sleutelwoorden doorzocht. In het verleden is gebleken dat verschillende archiefinstellingen er verschillende soorten zoekmachines op na houden, waarbij niet altijd even gevoelig gereageerd wordt op bepaalde zoektermen. Zo zijn er zoekmachines die alleen werken met exacte termen, waarbij een zoekopdracht op de term ‘schade’ dan geen inventarissen met de naam ‘oorlogsschade’ zou opleveren. Om deze reden neemt BeoBOM altijd de gehele inventaris door, om te voorkomen dat er relevante stukken gemist worden.

2

De geraadpleegde stukken zijn hieronder in een overzicht opgenomen, met vermelding van toegangsen inventarisnummers. Indien er staat aangegeven dat een dossier als ‘relevant’ is beoordeeld, betekent dit dat er in het betreffende dossier gegevens zijn aangetroffen die als indicaties of contraindicaties2 kunnen worden beschouwd voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen- of in de omgeving van het projectgebied. Indien een dossier wordt aangemerkt als zijnde ‘niet relevant’, dan betekent dit dat er in het betreffende dossier geen indicaties of contra-indicaties zijn aangetroffen voor de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Het kan dan bijvoorbeeld gaan om personeelslijsten, financiële gegevens of regelgeving die verder niets zeggen over de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten binnen het projectgebied. Indien relevant is de gevonden informatie weergegeven in de tabel met chronologische gebeurtenissen in hoofdstuk 3. Gemeentearchief Het gemeentearchief is reeds in het verleden bezocht door BeoBOM, waarbij niet meer te achterhalen viel wie dit heeft gedaan. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV)

5

1045 Gemeente Vinkeveen en Waverveen, 1946-1970 Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1045

417

Verslagen van de toestand van de gemeente, 1943-1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

1755

Stukken betreffende de aanvraag en toekenning rijksvergoedingen wegens kosten van hulpverlening burgerslachtoffers van oorlogsgeweld, 1943-1946

van aan

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten

1776

Stukken betreffende de inlevering van wapens en munitie, 1940, 1942, 1945 en 1946

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten

1998

Stukken betreffende de inlevering van militaire goederen van het Nederlandse leger

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten

2 Onder indicatie wordt verstaan: gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het onderzoeksgebied, of een gedeelte

daarvan, verdacht is op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Een contra-indicatie betreft een gebeurtenis/informatie die een aanwijzing vormt dat het verdacht gebied, of een gedeelte daarvan, als onverdacht kan worden aangemerkt. Een gebrek aan informatie over oorlogshandelingen binnen een projectgebied in een verder compleet lijkend archief kan ook als contraindicatie worden beschouwd, aangezien dit er expliciet op wijst dat er geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden. ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

15

BB24-146-OC-01

6

Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1999

Stukken betreffende verrichtte werkzaamheden voor en verleende diensten aan de bezettingsautoriteiten of de geallieerde strijdkrachten, alsmede de vergoeding van oorlogsschade

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten

2004

Stukken betreffende de aanwezigheid van defensieve werken en Duitse opstallen in de gemeente

Ja

2017

Declaraties ten laste van het "Departement van Binnenlandsche Zaken" te 's-Gravenhage wegens kosten van de vaste kern van de dienst, met bijlagen, 1940 en 1941

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten

2020

Stukken betreffende vermiste of gesneuvelde militairen

Ja

2021

Stukken betreffende de organisatie van en de getroffen maatregelen door het militair gezag, 1945

Nee, geen betrekking op ontplofbare oorlogsresten

Provinciaal Archief Het provinciaal archief is op 17 juni 2024 door J. van der Velden geraadpleegd op archieven.nl. 1136 Militair Gezag in de provincie Utrecht Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

1136

18

Enquêteformulieren waarop statistische gegevens zijn ingevuld door de Utrechtse gemeentebesturen 1945 – Sectie I Woningschade en herstel

Ja

23

Enquêteformulieren waarop statistische gegevens zijn ingevuld door de Utrechtse gemeentebesturen 1945 – Inundaties

Ja

207

Correspondentie over het melden van de ligplaatsen van landmijnen en andere onontplofte projectielen, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

504

DMC Utrecht-west: Opgaven van de bevrijdingsdata van de verschillende gemeenten door de burgemeesters van die gemeenten, 1945

Ja

510

DMC Utrecht-west: Weekrapporten van de Politieke Opsporingsdienst en rapporten van de Nederlandse Binnenlandse Strijdkrachten, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

2.4

Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD)

Ten behoeve van het onderzoek conflictperiode worden conform het CS-VROO in het NIOD ten minste de collecties van het Departement van Justitie (toegangsnummer 216k) en het Generalkommissariat für das Sicherheitswesen – Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West (toegangsnummer 077) geraadpleegd. In de collectie van het Departement van Justitie bevinden zich processen-verbaal met betrekking tot bomafworpen en andere luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in een aantal Nederlandse gemeenten. In de collectie van het Generalkommissariat bevindt zich een relatief compleet overzicht van bomafworpen en overige luchtoorloggerelateerde gebeurtenissen in Nederland tussen september 1940 en april 1941. Indien gemeentelijke archieven met betrekking tot luchtbescherming, bominslagen en luchtaanvallen ontbreken wordt dit gebrek aan informatie gedeeltelijk opgevangen door dit archief. Behalve bovengenoemde toegangen worden standaard enkele collecties geraadpleegd welke mogelijk aanvullende informatie bevatten over bijvoorbeeld luchtaanvallen en/of de aanwezigheid van Duitse troepen, troepenposities of verdedigingswerken (Groep Albrecht, 190a). Waar van toepassing (vaak afhankelijk van de locatie) worden ook aanvullende toegangen geraadpleegd.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

16

BB24-146-OC-01

2

5 6

077 Generalkommissariat für das Sicherheitswesen (Höhere SS- und Polizeiführer Nord-West) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

077

1328

Dagberichten van de Befehlshaber der Ordnungspolizei Den Haag betreffende vijandelijke luchtaanvallen, 1940-1941

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

1332

Stukken betreffende vijandelijke luchtaanvallen, landingen van vijandelijke vliegeniers, het vinden van versperringsballons, het werpen van springstoffen en het gebruik van sabotagematerialen, 1940-1943

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

190a Groep Albrecht Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

190a

48-49

Provincie Utrecht, diverse steden en dorpen

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

115

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse door de groep Albrecht vervaardigde berichten, rapporten en schetsen, alsmede enkele microfilms, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

116

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse niet nader gerubriceerde notities en berichten (merendeels in handschrift), afkomstig van de groep Albrecht, z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

117

Map, bevattende fotografische reproducties van diverse niet nader gerubriceerde notities en berichten (merendeels in handschrift), afkomstig van de groep Albrecht (vervolg), z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

122

Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d..

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

123

Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

124

Portefeuille, bevattende door de groep Albrecht verzamelde of vervaardigde schetsen, tekeningen, plattegronden e.d. van bunkers en andere verdedigingswerken, z.d.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

140

Bevrijdingsrapporten, 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

216k Departement van Justitie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

216k

178

Dagboek van de Inspectie Luchtbescherming, 10 augustus 1942 – 12 april 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

180-185

Rapporten van de plaatselijke luchtbeschermingsdiensten, politiekorpsen en de Marechaussee inzake het geven van het sein luchtalarm, het neerstorten van vliegtuigen en vliegtuigonderdelen en de vondst van niet-ontplofte explosieven, 23 juni 1943 - 28 april 1944

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

186

Meldingen van verschillende gemeenten betreffende ongevallen, beschietingen, bombardementen en het afwerpen van (lege) benzinetanks door vliegtuigen

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

637

Register van ingekomen en uitgaande telefonische berichten, 28 oktober - 8 december 1944

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

17

BB24-146-OC-01

2

5 6

2.5

Nationaal Archief Den Haag (NA)

In het Nationaal Archief worden conform het CS-VROO standaard diverse collecties geraadpleegd, in het bijzonder de verplichte toegangen 2.04.53.15 (Binnenlandse Zaken/Rijksinspectie Luchtbescherming te Den Haag 1940-1943) en 2.13.167 (Bunkerarchief). Daarnaast zijn verschillende overige collecties welke betrekking hebben op bombardementen, oorlogsschade, verdedigingswerken en diverse andere onderwerpen geraadpleegd. 2.04.53.15 Inspectie Bescherming Bevolking Luchtaanvallen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.04.53.15

42

Ingekomen minuten en uitgaande brieven van en aan diverse overheidsinstellingen 1940-1941: Commissaris van de koningin in de provincie Utrecht

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

74

Meldingen en processen-verbaal ontvangen van gemeenten over geallieerde luchtactiviteiten, 1940-1941, Utrecht

Ja

2

2.13.167 Inventaris van het archief van het 2e Geniecommandement, Bureau Registratie Verdedigingswerken van het Ministerie van Defensie (zgn. ‘Bunkerarchief’) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

272 284

-

Blokkaarten van werken 1A t/m 7U

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

285 296

-

Overzichtskaarten

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

2.13.71 Ministerie van Defensie te Londen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.71

1895

Rapporten betreffende verdedigingsstelsels in Nederland: Provincie Utrecht

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

5

2.08.88 Bureau Financiering Wederopbouw Publiekrechtelijke Lichamen Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.08.88

150

Stukken betreffende de vergoeding van de kosten die uitgegeven zijn voor de ruiming van explosieven door gemeenten, 1940-1979.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

2.13.210 Commissie van Proefneming Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.210

23

Staten onontplofte projectielen (1940)

Ja

24 t/m 26

Stukken ruimen (land)mijnen (1940-1941)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

28

Onschadelijk maken NGE en vliegtuigbommen (1941-1942)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

18

BB24-146-OC-01

6

2.13.25 Militair Gezag Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

2.13.25

1540

Stukken rubricering geheim archief of GA. Sectie IV

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

1568

Rapporten censuurdienst PTT betreffende bominslagen.

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

2.6

Semi-Statisch Informatie Beheer Ministerie Defensie te Rijswijk (SSA)

In het Semi-Statisch archief van Defensie te Rijswijk is conform het CS-VROO in de collectie MMOD (Mijn- en Munitieopruimingsdienst) nagegaan of binnen of in de directe nabijheid van het projectgebied in de periode 1945-1947 ruimingen van ontplofbare oorlogsresten zijn uitgevoerd. 2.7

2

Archief Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD) 1971-heden

Sinds 1971 worden meldingen van ruimingen (MORA’s) van ontplofbare oorlogsresten centraal geregistreerd door de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD). De MORA’s uit deze periode zijn eveneens ondergebracht in het SSA te Rijswijk en worden op aanvraag als scan aangeleverd. Meldingen van ruimingen van na 2010 worden door de EODD alléén digitaal geregistreerd en in een excelbestand verstrekt. Deze zijn conform het CS-VROO in de rapportage verwerkt. Ten behoeve van de nauwkeurigheid en volledigheid wordt bij de aanvraag van MORA’s ten allen tijde rekening gehouden met eventuele wijzigingen in de gemeentelijke indelingen in de periode 1971-2010 en mogelijk niet geheel correcte/foutieve registratie van de locatie (plaats/gemeente). Om na te gaan of binnen, of in de directe nabijheid van, het projectgebied tevens sprake is van de aanwezigheid van mijnenvelden worden conform het CS-VROO standaard ook de gegevens uit de collectie mijnenveldkaarten, leg- en ruimrapporten van de EODD geraadpleegd. Deze informatie kan gebruikt worden als verificatie van plaatsgevonden oorlogshandelingen of kan op zichzelf als indicatie of contra-indicatie dienen als deze uit andere bronnen ontbreken. 2.8

Luchtfotocollectie Wageningen UR, Kadaster en Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland te Edinburgh

Op basis van luchtfotoanalyse kan in veel gevallen een nauwkeuriger beeld ontstaan van de oorlogshandelingen die op een bepaalde locatie hebben plaatsgevonden en de sporen die deze mogelijk hebben achtergelaten. Sporen die zichtbaar kunnen zijn op luchtfoto’s van goede kwaliteit zijn bijvoorbeeld kraters door artillerie- of bominslagen, aangelegde stellingen, versperringen of beschadigde of vernielde bebouwing. Als deze sporen (correct) worden geïnterpreteerd kunnen bijvoorbeeld inslaglocaties nauwkeuriger worden vastgesteld dan op basis van literatuur- of archiefonderzoek mogelijk zou zijn. Interpretatie van luchtfotomateriaal is niet altijd eenvoudig: door weersomstandigheden, grote opnamehoogte en andere factoren kan de beeldkwaliteit onvoldoende zijn. Luchtfoto’s blijven bovendien momentopnamen. Een bominslag kan bijvoorbeeld na enkele dagen door herstelwerkzaamheden al niet meer zichtbaar zijn. Om deze reden wordt altijd geprobeerd diverse

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

19

BB24-146-OC-01

5 6

luchtfoto’s van verschillende data en van goede kwaliteit aan te schaffen. Hoeveel luchtfoto’s beschikbaar zijn verschilt sterk per locatie. Ten behoeve van dit onderzoek conflictperiode is conform het CS-VROO het beschikbare luchtfotomateriaal met betrekking tot de datums waarop de oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden geïnventariseerd in onderstaande luchtfotocollecties: Collecties ‘JARIC’ en ‘ACIU’ van de Royal Commission on the Ancient and Historical Monuments of Scotland / National Collection of Aerial Photography te Edinburgh; Wageningen UR te Wageningen; Kadaster te Zwolle; Laurier Military History Archive (LMH), Waterloo (Canada). Indien volstaan kan worden met luchtfoto’s uit Nederlandse archieven (Wageningen UR en het Kadaster) worden alleen deze archieven geraadpleegd. Mocht er aanvullend luchtfotomateriaal nodig zijn wordt gebruik gemaakt van buitenlandse archieven. Voor de inventarisatie van luchtfotomateriaal in de buitenlandse luchtfotocollecties (JARIC en ACIU) wordt al dan niet gebruik gemaakt van de diensten van de Luftbilddatenbank gevestigd in Estenfeld, Duitsland. Door deze instantie wordt op aanvraag een overzicht verstrekt van beschikbaar luchtfotomateriaal waarbij tevens de kwaliteit en schaal is vastgelegd. Uit de geïnventariseerde luchtfoto’s zijn de meest geschikte foto’s geselecteerd.

Bij deze selectie is rekening gehouden met dekking, opnamedatum in relatie tot de oorlogshandelingen, kwaliteit (eigen beoordeling) van het fotobeeld en de schaal. Het streven daarbij is luchtfoto’s te gebruiken van (kort) vóór een gebeurtenis/oorlogshandeling, en van zo kort mogelijk ná de relevante gebeurtenis. Een belangrijke voorwaarde voor laatstgenoemde is dat de foto van zodanige kwaliteit is dat een interpretatie op oorlogsschade mogelijk is. Om de betrouwbaarheid van de conclusies te vergroten is zo mogelijk luchtfotomateriaal van meerdere verschillende opnamedata gebruikt. Over het algemeen kan worden gesteld dat hoe meer sprake is van (mogelijk) relevante oorlogshandelingen, hoe meer luchtfoto’s worden geraadpleegd. Wanneer geen sprake is van relevante oorlogshandelingen is volstaan met fotomateriaal van twee verschillende datums waarop de situatie binnen het projectgebied duidelijk zichtbaar is. Meestal wordt geprobeerd om dan een foto aan te schaffen van vóór militaire operaties in Nederland (vanaf 14 september 1944) en van ná de bevrijding van het projectgebied (verschillende data).

Sortie

Datum

3043

400/74A

3092

4/2376

Schaal

Kwaliteit

Dekking Bron

Motivatie

16 september 1:27.000 Goed 1944

100%

DOTKA

De situatie ter hoogte van het projectgebied voor oorlogshandelingen

19 april 1945

100%

DOTKA

De situatie ter hoogte van projectgebied na de bevrijding

1:14.400 Goed

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

20

5 6

In onderstaande tabel wordt het geheel van geraadpleegde luchtfoto’s weergegeven. Luchtfotonummer(s)

2

het

BB24-146-OC-01

Dekking luchtfotomateriaal

2

Figuur 4: Dekking 16 september 1944 ten opzichte van het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery. Luchtfotonummer: 3043.

5 6

Figuur 5: Dekking 19 april 1945 ten opzichte van het projectgebied. Bron satellietbeeld: World Imagery. Luchtfotonummer: 3092.

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

21

BB24-146-OC-01

2.9

Krantenberichten

Voor het onderzoek naar contra-indicaties in de vorm van explosievenruimingen in de periode 19401972 is conform het CS-VROO gezocht naar krantenberichten via www.delpher.nl en via de verzameling krantenknipsels uit het archief van de Hulpverleningsdienst (NA, toegang 2.04.110, zie paragraaf 2.5.). Bovendien is via Google gezocht naar eventuele aanvullende krantenberichten uit regionale en nationale dagbladen. 2.10 Collectie NIMH collecties 409 en 575 Conform aan het CS-VROO dienen uit het archief van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) verschillende collecties te worden geraadpleegd. Voor elk onderzoek conflictperiode wordt standaard onderzoek uitgevoerd in de collectie 575 ‘Duitse verdedigingswerken’ om na te gaan of binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de aanwezigheid van verdedigingswerken en militaire objecten. Daarnaast wordt nagegaan of in de meidagen van 1940 mogelijk grondgevechten of artilleriebeschietingen hebben plaatsgehad. Hiervoor wordt allereerst onderzoek uitgevoerd in de collectie 492 ‘De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II’.

Indien hier aanwijzingen worden aangetroffen voor het plaatsvinden van troepenbewegingen, beschietingen en/of grondgevechten worden in de collectie 409 ‘Gevechtsverslagen en -rapporten’ de relevante gevechtsverslagen van de (mogelijk) daarbij betrokken Nederlandse eenheden geraadpleegd.

2

Daar er tijdens de meidagen 1940 geen oorlogshandelingen hebben plaatsgevonden ter hoogte van het projectgebied is collectie 409 niet geraadpleegd. Collectie 492 De strijd op Nederlands grondgebied tijdens de Wereldoorlog II / De Groene Serie Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

492

8

Deel 3. De operatiën van het Veldleger en het Oostfront -Vesting Holland

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

9

Deel 3. De operatiën van het Veldleger en het Oostfront -Vesting Holland, kaarten

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

Collectie 575 Bureau Inlichtingen/ Duitse verdedigingswerken (575-serie) Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

575

-

Geen relevante stukken aangetroffen

-

2.11

6

National Archives, Kew, Surrey

Conform aan het CS-VROO wordt voor elk onderzoek conflictperiode nagegaan of sprake is van luchtaanvallen uitgevoerd door één van de onderdelen van de Britse Royal Air Force, welke mogelijk invloed hebben op het projectgebied. De hierbij in beschouwing genomen periode is die van 10 mei 1940 tot en met 8 mei 1945. Er wordt onderzoek verricht in de relevante stukken van de vier belangrijkste onderdelen van de RAF, te weten:

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

22

5

BB24-146-OC-01

Bomber Command; Coastal Command; Fighter Command/Air Defence Great Britain; Second Tactical Air Force. Voor elk onderzoek conflictperiode wordt tevens onderzoek uitgevoerd in de collectie van de 2nd Tactical Air Force, gezien de zeer grote spreiding en intensiteit van operaties van dit onderdeel op Nederlands grondgebied vanaf september 1944. Het onderzoek in de stukken van de Royal Air Force is met name gericht op het vaststellen van het aantal, de hoofd- en subsoort(en), het gewicht en het type ontsteker(s) van zowel afwerpmunitie (vliegtuigbommen) als raketten die tijdens luchtaanvallen zijn ingezet, maar ook de inslaglocaties daarvan.

2

AIR 14 Air Ministry: Bomber Command: Registered Files. Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 14

26652680

Night Bomb Raid Sheets (May 1940 – May 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

33603368

Day Bomb Raid Sheets (May 1940 – May 1945)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

31623198

Summaries of Form E Reports of bombs dropped on targets

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

AIR 15 Air Ministry and Admirality: Coastal Command: Registered Files Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 15

766-771

Strike Sheets (April 1940 – September 1941)

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

5

AIR 24 Air Ministry and Ministry of Defense: Operations Record Books, Commands Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 24

217280

Bomber Command Intelligence Reports and Intelligence Narrative of Operations, May 1940 – June 1944

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

284321

Bomber Command Intelligence Reports and Intelligence Narrative of Operations, July 1944 – May 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

625650

Appendices Fighter Command, September 1944 – April 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

23

BB24-146-OC-01

6

AIR 37 Air Ministry: Allied Expeditionary Air Force, later Supreme Headquarters Allied Expeditionary Force (Air), and 2nd Tactical Air Force: Registered Files and Reports Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

AIR 37

715

Second Tactical Airforce Daily Log, September – October 1944

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

716

Second Tactical Airforce Daily Log, November – December 1944

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

717

Second Tactical Airforce Daily Log, January – February 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

718

Second Tactical Airforce Daily Log, March – May 1945

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

2

War Diaries geallieerde troepen Behalve stukken met betrekking tot de luchtoorlog beheren de National Archives tevens rapporten en overige documenten van het Britse leger. Wanneer sprake is van het mogelijk plaatsvinden van geallieerde artilleriebeschietingen, maar bijvoorbeeld ook grondgevechten (al dan niet van geringe omvang) wordt conform het CS-VROO onderzoek verricht in de collectie War Diaries, als het plaatsvinden of uitblijven van deze artilleriebeschietingen of grondgevechten niet voldoende door andere bronnen kunnen worden bewezen. Daar het projectgebied na de algehele overgave van Duitsland zonder oorlogshandelingen is bevrijd zijn geen War Diaries geraadpleegd. 2.12

Bundesarchiv/Militärarchiv

Conform aan het CS-VROO worden de collecties van de Luftwaffenführungsstab geraadpleegd voor informatie over luchtaanvallen en bombardementen, al dan niet uitgevoerd door de Luftwaffe. Het gaat om onderstaande collecties, waarvan de RM7 een aanvulling vormt op de RL2. Deze collecties bevatten meldingen over bomafworpen op Nederlands grondgebied vanaf de Duitse inval op 10 mei 1940 tot 10 november 1941.

6

RL 2 Luftlageberichte Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RL2

205 t/m 269

Luftlageberichte mei 1940 - november 1941

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

RM7 Luftwaffenführungsstab, Luftlageberichte Toeg.nr

Inv.nr

Omschrijving

Relevant

RM7

344 t/m 353

Luftlageberichte augustus - november 1940

Nee, geen (aantoonbare) betrekking op het projectgebied

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

24

5

BB24-146-OC-01

2.13

The National Archives and Records Administration, Washington D.C. (NARA)

Conform het CS-VROO wordt de toegang RG18 World War II Combat Operations Reports 1941-1946 geraadpleegd in de National Archives and Record Administration. Indien uit deze toegang of uit andere bronnen blijkt dat het onderzoeksgebied getroffen is door luchtaanvallen met afwerpmunitie uitgevoerd door de United States Army Air Forces, worden de relevante inventarisnummers geraadpleegd, met als doel het vaststellen van het aantal, de hoofd- en subsoort, gewichtsklasse en het type ontsteker(s) van de afwerpmunitie die tijdens de desbetreffende luchtaanval is ingezet, en op de inslaglocaties daarvan. Toeg.nr. RG18

Inv.nr. -

Omschrijving Geen relevante stukken aangetroffen

Relevant -

In de collectie van NARA wordt tevens gekeken naar eventueel beschikbare geallieerde stafkaarten, waarop (Duitse) verdedigingswerken zijn ingetekend (zogeheten Defense Overprints). Indien beschikbaar zijn deze kaarten gebruikt ter ondersteuning bij de uitvoering van de analyse van het luchtfotomateriaal. Voor het projectgebied waren geen Defense Overprints beschikbaar.

2

Indien sprake is van het mogelijk plaatsvinden van artilleriebeschietingen en/of grondgevechten door Amerikaanse troepen die niet (voldoende) beschreven worden door overige bronnen, worden eveneens War Diaries van de betrokken eenheden geraadpleegd. 2.14 Getuigenverklaringen In overleg met de opdrachtgever wordt bepaald of getuigen worden gehoord. Dit wordt conform het CS-VROO gerapporteerd. Indien getuigen worden gehoord dient een schriftelijke getuigenverklaring te worden opgesteld en getekend door de getuige en / of door een vertegenwoordiger van de opdrachtgever die bij het horen van de getuige aanwezig is. Een getuigenverklaring wordt opgenomen als bijlage bij het rapport. Deze getuigenverklaringen staan los van getuigenverklaringen aangetroffen in bijvoorbeeld literatuur of archiefstukken. Voor het voorliggende onderzoek conflictperiode zijn er geen getuigen gehoord, daar er geen getuigen zijn aangedragen door de opdrachtgever/geen getuigen gevonden zijn. 2.15

Kadaster

In het kader van het onderzoek naar contra-indicaties wordt in elk geval naoorlogs kaartmateriaal uit het archief van het kadaster geraadpleegd met het doel om naoorlogse ruimtelijke ontwikkelingen in kaart te brengen, conform het CS-VROO. 2.16

Library and Archives Canada (LAC)

Wanneer uit het overige bronnenmateriaal blijkt dat binnen of in de nabijheid van het projectgebied sprake is van de mogelijke inzet van Canadese troepen, worden tevens Canadese War Diaries geraadpleegd. Wanneer mogelijk wordt dit gedaan via de website van Project 44 (https://map.project44.ca/), waarbij via een kaartweergave de positie van verschillende Canadese eenheden op verschillende data wordt weergegeven, inclusief de War Diary op die datum. Indien er op deze manier geen War Diaries beschikaar zijn, wordt de collectie War Diaries – Second World War

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

25

BB24-146-OC-01

5 6

geraadpleegd op de website van Library and Archives Canada (LAC). Deze collectie bevat een veelheid aan War Diaries van Canadese eenheden die op het Europese vasteland zijn ingezet, op verschillende bevelniveaus. Daarnaast kan de collectie van Héritage Canadiana gebruikt worden voor dit doel. Voor voorliggend onderzoek conflictperiode zijn op project44.ca en/of in de collectie van het LAC en/of in de collectie van Héritage Canadiana onderstaande stukken geraadpleegd: Daar het projectgebied na de algehele overgave van Duitsland zonder oorlogshandelingen is bevrijd zijn geen War Diaries geraadpleegd. 2.17

Overige bronnen

Ter aanvulling van de bronnen geraadpleegd conform het CS-VROO zijn tevens enkele relevante persberichten, websites, landkaarten en andere aanvullende bronnen geraadpleegd:

2

ahn.nl; beeldbankwo2.nl; gahetna.nl; google earth; kadaster.nl; maps.google.com; pdok.nl; proosdijlanden.nl; topotijdreis.nl; tracesofwar.com; vergeltungswaffen.nl; verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl.

5 6

ONDERZOEK ONTPLOFBARE OORLOGSRESTEN CONFLICTPERIODE

26

BB24-146-OC-01

3.

BRONNENANALYSE

3.1

Algemeen

In dit hoofdstuk is het resultaat opgenomen van de beoordeling en evaluatie van het in het vorige hoofdstuk geïnventariseerde bronnenmateriaal. 3.2

Chronologische gebeurtenissenlijst

Hieronder is een overzicht opgenomen van de verschillende oorlogshandelingen die, blijkens de geraadpleegde bronnen, hebben plaatsgehad in (de omgeving van) het projectgebied. In de kolom ‘relevantie’ wordt besproken in hoeverre de gebeurtenis is beschouwd als zijnde van invloed op het huidige projectgebied en daardoor kan worden beschouwd als een indicatie of contra-indicatie voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Conform het CS-VROO worden de verschillende oorlogshandelingen/indicaties vertaald naar een locatie in de huidige topografie. Waar sprake is van onduidelijkheid of onbetrouwbaarheid in de locatieverwijzing of andere elementen van een melding/oorlogshandeling wordt dit beschreven. Locatieverwijzingen uit geschreven bronnen worden ongewijzigd overgenomen, tenzij sprake is van een dergelijke verschrijving/afwijkende spelling dat deze onleesbaar of onduidelijk is. Wanneer sprake is van twijfel over de daadwerkelijke locatie en of dit betrekking heeft op het projectgebied wordt dit beschreven. Datum Meidagen (1015 mei) 1940

Gebeurtenis Tijdens de meidagen oorlogshandelingen plaats Waverveen.3

vinden er geen in Vinkeveen en

Relevantie Relevant. Dit vormt een contra-indicatie voor het achterblijven van OO binnen het projectgebied. Deze gebeurtenis wordt in meerdere bronnen genoemd. De melding wordt als betrouwbaar ingeschat.

27 juni 1940

5 juli 1940

Een Bristol Blenheim, gevlogen door Pilot Officer J.R. Cronan van No. 235th Squadron, crasht in de dijk tussen Waverveen en de Poelweg. De piloot J.R. Cronan en zijn telegrafist P.L. Loyd komen om. Het derde bemanningslid A.O. Lancaster wordt gevangen genomen.4

Niet relevant. Het toestel kwam neer op circa 350 meter van het projectgebied.

Uit de opruimingsstaten van de Commissie van Proefneming blijkt dat er in de gemeente Vinkeveen en Waverveen op een onbekende locatie een vermoedelijk niet verschoten granaat van 7,5 cm is

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15570818/1