Bijlage 8. Ruimtelijke onderbouwing
Tekst van het document
Conclusie Op basis van het gestelde in deze paragraaf wordt geconcludeerd dat er na het uitvoeren van een aanvullend bodemonderzoek en de benodigde sanering (saneringsplan af te stemmen met het bevoegd gezag) een voldoende bodemkwaliteit mogelijk is en ontstaat voor de beoogde woonfunctie. Voor de benodigde sanering zijn voldoende middelen begroot, waardoor het initiatief uitvoerbaar is.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 25
4.3
Flora en fauna
Op basis van wetgeving is bepaald dat ruimtelijke initiatieven geen (onevenredige) nadelige effecten mogen hebben op eventueel voorkomende beschermde flora en fauna. De bescherming van ecologische waarden en van planten- en diersoorten is geregeld in de Wet natuurbescherming. Wet natuurbescherming Per 1 januari 2017 is de voormalige Flora- en faunawet samen met de Boswet en Natuurbeschermingswet vervangen door de Wet natuurbescherming (Wnb). Onder de Wet natuurbescherming vervallen de huidige tabellen 1, 2 en 3 waarin de beschermde soorten zijn opgenomen. Tevens zijn er circa 200 soorten niet langer beschermd en worden enkele bedreigde soorten toegevoegd. De soortenbescherming binnen de Wet natuurbescherming is opgedeeld in de volgende beschermingsregimes: Vogelrichtlijnsoorten, Habitatrichtlijnsoorten en andere soorten. Voor alle beschermde soorten geldt een ontheffingsplicht. Het bevoegd gezag (de provincie) kan voor de soorten die zijn opgenomen in het ‘beschermingsregime andere soorten’ vrijstellingsbesluit nemen en hierin onderscheid maken tussen meer en minder strikt beschermde soorten.
In de verordening Ruimte van de provincie Utrecht is voor de volgende soorten vrijstelling opgenomen in het kader van ruimtelijke ontwikkelingen: Aardmuis, Gewone bosspitsmuis, Ondergrondse woelmuis, Bastaardkikker, Gewone pad, Ree, Bosmuis, Haas, Rosse woelmuis, Bruine kikker, Hermelijn, Tweekleurige bosspitsmuis, Bunzing, Huisspitsmuis, Veldmuis, Dwergmuis, Kleine watersalamander, Vos, Dwergspitsmuis, Konijn, Wezel, Egel, Meerkikker, Woelrat. Beschouwing Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. De voorziene activiteiten kunnen effecten hebben op beschermde flora en fauna. Daartoe is door onderzoeksbureau Blom Ecologie BV een quickscan Wet natuurbescherming, d.d. 11 april 2025 uitgevoerd.
In dit onderzoek staan de volgende doelen centraal: • Welke, krachtens de Wet natuurbescherming, beschermde flora en fauna zijn (potentieel) aanwezig op de planlocatie? • Welke negatieve effecten treden op voor (potentieel) aanwezige flora en fauna als gevolg van de beoogde ruimtelijke ingreep? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op het de instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden of de wezenlijke kenmerken en waarden van Natuurnetwerk Nederland, Belangrijke weidevogelgebieden en/of de Strategische reservering natuur? • Heeft de beoogde ruimtelijke ingreep een negatief effect op houtopstanden die middels de Wet natuurbescherming zijn beschermd? • Dienen er vervolgstappen in het kader van de Wet natuurbescherming te worden genomen, en zo ja, welke?
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 26
Het onderzoek bestaat uit een veldbezoek en raadpleging van externe bronnen. Het veldbezoek heeft plaatsgevonden op 20 maart 2025. Soortenbescherming Op basis van het veldbezoek en de bureaustudie wordt per soortgroep besproken wat de potentie van de projectnlocatie en de directe omgeving daarvan voor het voorkomen van soorten is, en welke effecten daarop te verwachten zijn ten gevolge van de beoogde ontwikkeling. De volgende soortgroepen zijn onderzocht: vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, vleermuizen, amfibieën, reptielen, vissen, insecten en andere ongewervelden en vogels. Uit het onderzoek blijkt de beoogde ruimtelijke ingreep niet leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent soortenbescherming. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van zoogdieren, kolonisatie door rugstreeppadden en algemene broedvogels. Voor deze soorten dienen maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. Gebiedsbescherming De projectlocatie maakt geen deel uit van een beschermd gebied en/of locatie betreffende: Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland. Op een afstand van circa 5,6 km ligt het Natura 2000-gebied ‘Botshol’. De projectlocatie is direct naastgelegen aan het Natuurnetwerk Nederland (de Amstel).
In het onderzoek wordt geconstateerd dat voor een aantal effecten (trillingen, geluid, optische verstoring etc.) geldt dat de afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden te groot is om tot verstoring te kunnen leiden. Wel dient het aspect stikstof nader beschouwd te worden; dit wordt hieronder besproken. Ten aanzien van het Natuurnetwerk Nederland geldt dat externe werking geen toetsingskader is. De beoogde ruimtelijke ingreep niet leidt niet tot overtreding van verbodsbepalingen omtrent gebiedsbescherming. Houtopstanden In de beoogde ingreep zijn geen kapwerkzaamheden voorzien aan (i) zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, met een oppervlakte van 1000 m2 of meer of (ii) een rijbeplanting met meer dan 20 bomen. Een meldingsplicht in het kader van Wnb is niet noodzakelijk. Maatregelen/specifieke zorgplicht Tijdens de werkzaamheden moet voorzichtig worden gehandeld met alle voorkomende flora en fauna (algemene zorgplicht). Ten aanzien van de specifieke zorgplicht is in het onderzoek het volgende gemeld: • Wanneer ondanks zorgvuldig handelen, onderzoek en advies schade lijkt te ontstaan voor beschermde flora en fauna, dient direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. • Eventueel aanwezige vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken) voorafgaand aan de werkzaamheden gefaseerd verwijderen.
Dit om grondgebonden dieren de kans te bieden zelfstandig de te verlaten.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 27
• Er wordt gelegenheid gegeven aan dieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. • De planlocatie tijdens de werkzaamheden en in de nieuwe situatie bij voorkeur niet verlichten en in de periode april-oktober de werkzaamheden tussen zonsopgang en zonsondergang uitvoeren (buiten schemerperiodes). Mocht verlichting noodzakelijk zijn hierbij een vleermuisvriendelijke verlichtingswijze toepassen (amberkleurig licht, lichtbundel nederwaarts richten, toepassen geconvergeerde lichtbundel). • Mogelijke overwinteringslocaties van algemene amfibieën (vorstvrije structuren als stenenstapels, houtwallen, dichte struwelen etc.) dienen verwijderd of ongeschikt gemaakt te worden buiten de overwinteringsperiode oktober – april. • De kap- en sloopwerkzaamheden opstarten of uitvoeren buiten het broedseizoen van vogels (indicatief medio maart t/m medio juli). Als dit niet mogelijk is dienen de potentiële nestlocaties van algemene broedvogels ruim voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt of ontoegankelijk gemaakt te worden. E.e.a. op aanwijzing van deskundige. • Als werkzaamheden in het broedseizoen worden uitgevoerd die mogelijk resulteren in het wegnemen of verstoren van broedgevallen dient voor aanvang door een ter zake deskundig gecontroleerd te worden of er broedvogels aanwezig zijn.
• Voor rugstreeppad dient het terrein gedurende de ontwikkeling ongeschikt gehouden te worden (bijv. aanbrengen puinbed, voorkomen ontstaan puinhopen, egaliseren terrein e.d.) en/of ontoegankelijk gemaakt te worden voor de soort gedurende de bouwwerkzaamheden. Het ontoegankelijk maken dient bij voorkeur voor de migratie- en voortplantingsperiode plaats te vinden. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen. Stikstof Door onderzoeksbureau Els&Linde is onderzocht (onderzoek d.d. 4 februari 2025) of er vanuit het aspect stikstof als gevolg van het initiatief significant negatieve effecten kunnen ontstaan ten aanzien van Natura 2000-gebieden. Voor de bouw- en de gebruiksfase is een berekening van de toename van stikstofdepositie op de beschermde Natura 2000-gebieden gemaakt. Met behulp van de meest actuele Aerius is berekend wat de depositie is in de nieuwe situatie. De depositie is berekend op de volgende Natura 2000-gebieden: • Botshol: ca. 5,6 Km afstand; • Kennemerland Zuid: ca 19,6 Km afstand; • Nieuwkoopse Plassen en de Haeck: ca 6,8 Km afstand.
De overige Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand van het projectgebied en zijn niet relevant. Uit de berekening van de depositie volgt dat er geen sprake is van een verhoging van de depositie op de verschillende Natura 2000-gebieden tijdens de bouw- en gebruiksfase. Er treden derhalve geen negatieve effecten op; een ontheffing/vergunning is niet nodig.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 28
Conclusie Het initiatief is in relatie tot de aspecten flora en fauna uitvoerbaar. De voorgestelde maatregelen ten aanzien van de algemene en specifieke zorgplicht worden in acht genomen. 4.4
Cultuurhistorie en archeologie
Erfgoedwet Op 1 juli 2016 is de Monumentenwet 1988, samen met enkele andere wetten op het gebied van de bescherming van cultureel erfgoed, samengevoegd tot de Erfgoedwet. Ten aanzien van het ruimtelijk domein regelt deze wet de omgang met rijksbeschermde gebouwde en archeologische monumenten en de beschermde stads- en dorpsgezichten. De Erfgoedwet werkt door in de Wet administratieve bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Beleidsbrief Modernisering Monumentenzorg (2009) (MoMo) Het doel van de MoMo is het doorvoeren van veranderingen in de monumentenzorg. Bij de uitwerking heeft de Minister zich op drie pijlers gericht. Eén van de pijlers uit de Modernisering Monumentenzorg van het Rijk is het opnemen van cultuurhistorische waarden in de ruimtelijke ordening. Deze wijziging is opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Wro/Bro In het Bro wordt het bestemmingsplan genoemd als instrument waarin cultuurhistorische waarden kunnen worden verankerd. Het Bro is een uitwerkingsbesluit van de Wro. Dit besluit verplicht gemeenten om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te beschrijven op welke wijze met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden (Artikel 3.1.6, lid 5).
Belangrijk daarbij is dat het cultuurhistorische belang uitdrukkelijk als afwegingsgrond in het ruimtelijk plan moet worden genoemd, omdat anders een juridische grond voor toetsing op basis van dit beleidsterrein ontbreekt. Beschouwing Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Archeologie In de vigerende beheersverordening is de "Archeologische Beleidskaart De Ronde Venen 2011” opgenomen. Op deze kaart ligt het projectgebied in een zone die is aangeduid als Archeologisch Waardevol Gebied van de tweede categorie (AWG2). Binnen deze zone geldt een onderzoeksplicht voor plannen groter dan 50 m2 en bodemingrepen dieper dan 30 cm –mv.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 29
Aangezien de voorgenomen ontwikkeling betrekking heeft op een groter oppervlakte dan 50 m2 is door ADC Archeoprojecten een bureauonderzoek (d.d. juni 2019) uitgevoerd om een gespecificeerde verwachtingswaarde te kunnen opstellen. Op basis van oude kaarten wordt verondersteld dat ongeveer ter plaatse van het plangebied een ‘Saaghmolen/Reijersmolen’ heeft gestaan. Op de Archeologische Monumentenkaart (AMK), waarop alle bekende behoudenswaardige archeologische terreinen in Nederland zijn weergeven, is binnen en rond het projectgebied geen archeologische terrein (monumenten) aanwezig. Op basis van dit onderzoek wordt geconcludeerd dat, ondanks dat de bodemopbouw grotendeels verstoord is, het aantreffen van archeologische resten (waaronder een oude molenplaats) niet uitgesloten kan worden. Het onderste deel van dieper ingegraven sporen kan nog bewaard zijn gebleven. In het onderzoek wordt geadviseerd om nader onderzoek uit te voeren door graafwerkzaamheden (inclusief de saneringswerkzaamheden) onder archeologische begeleiding te laten plaatsvinden. De archeologische begeleiding dient hetzelfde doel als een inventariserend veldonderzoek door middel van het aanleggen van proefsleuven (AB/IVO-P).
Dit betekent dat indien bij de civiele werkzaamheden toch vondsten of archeologische sporen worden aangetroffen, deze worden geregistreerd en, in zover de werkzaamheden dat toelaten, worden gedocumenteerd. De exacte invulling van de werkzaamheden dient te worden vastgelegd in een door de bevoegde overheid goed te keuren Programma van Eisen (PvE). De geplande sloop- en saneringswerkzaamheden zullen archeologisch begeleid worden. Omdat er nog geen booronderzoek heeft plaatsgevonden, zal de begeleiding gecombineerd worden met verkennende boringen om te toetsen op welke diepte het veraarde veen ligt en om de intactheid van de bodem te toetsen. Indien op basis van deze onderzoeken sprake blijkt van een behoudenswaardige vindplaats en archeologische niveaus binnen de verstoringsdiepte van de geplande nieuwbouw verwacht kunnen worden, zal, in overleg met de bevoegde overheid, moeten worden besloten of er een doorstart naar Opgraving (ter hoogte van het bouwvlak van de nieuwbouw) noodzakelijk is. Er is een Programma van Eisen (PvE) opgesteld dat voorziet in de kaders voor dit onderzoek. Dit PvE (d.d. 6 september 2024) is ter goedkeuring aan het bevoegd gezag voorgelegd. Cultuurhistorie Raadpleging van de Cultuurhistorische Atlas van de provincie Utrecht leert dat er ter plaatse van het projectgebied diverse cultuurhistorische kwalificaties worden gegeven.
Het betreft onder andere de duiding van een verdwenen molen, de vermelding dat het projectgebied deel uitmaakt van de Stelling van Amsterdam (verboden kring) en de duiding van onderliggende, maar inmiddels verdwenen structuren (veenlandschap met de kenmerkende verkaveling). Gesteld kan worden dat het projectgebied reeds bebouwd is (geweest), deel uitmaakt van het stedelijk gebied en geen cultuurhistorische waarden/elementen meer bevat. Ook is de voorziene ontwikkeling niet van negatieve invloed op dergelijke waarden/elementen in de omgeving van het projectgebied. Conclusie Op basis van een archeologisch bureauonderzoek blijkt dat er in de bodem het projectgebied mogelijk nog archeologisch waardevolle restanten aanwezig zijn. De graafwerkzaamheden die gepaard gaan met de ontwikkeling worden onder archeologische begeleiding uitgevoerd. Daartoe wordt in samenwerking met het bevoegd gezag een Programma van Eisen opgesteld. De aspecten archeologie en cultuurhistorie staan de uitvoerbaarheid van de voorgenomen
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 30
ontwikkeling niet in de weg. De omgevingsvergunning kan worden verleend nadat het PvE door de bevoegde overheid is goedgekeurd en als voorschrift aan de vergunning is verbonden. 4.5
Geluid
In de Wet geluidhinder zijn geluidsnormen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai opgenomen. Wanneer er een nieuwe geluidsgevoelige functie wordt gerealiseerd op een locatie waar momenteel geen geluidsgevoelige functie aanwezig of toegestaan is en deze locatie binnen de geluidszones van industrie, rail- of wegverkeer valt dient middels een akoestisch onderzoek onderzocht te worden of de geluidniveaus in relatie tot de geluidgevoelige functie aanvaardbaar zijn. Beschouwing Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Er worden derhalve nieuwe geluidgevoelige functies mogelijk gemaakt. Het projectgebied is niet gelegen binnen de geluidzone van een gezoneerde weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is de geluidbelasting vanwege de nietzoneplichtige 30 km/h-wegvakken (waaronder de Mijdrechtse Zuwe) inzichtelijk gemaakt. Daartoe is er door onderzoeksbureau Ulehake een akoestisch onderzoek wegverkeer, d.d. 5 juni 2025, uitgevoerd. Bij de beoordeling van de 30 km/u-weg is voor de beoordeling, hoewel niet van toepassing, wel de systematiek van de Wet geluidhinder toegepast.
In onderhavige situatie is sprake van een nieuwe woningen in stedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van woningen bedraagt 48 dB (art. 82 Wgh). Onder bepaalde voorwaarden kunnen door het bevoegd gezag hogere waarden worden vastgesteld. In voorliggende situatie is sprake van nieuwbouw in stedelijk gebied. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB in stedelijk gebied (art. 83, lid 2 Wgh). Voor dit onderzoek is het modelleringsprogramma 'DGMR Geomilieu, versie V2023.3, rekenmethode RMG-2012, wegverkeer' gebruikt. De verkeersintensiteiten en de verkeerssnelheden zijn uitgesplitst naar de drie categorieën motorvoertuigen. De gegevens zijn verstrekt door de gemeente De Ronde Venen. De etmaalintensiteit bedraagt 9.179 voertuigen per etmaal voor het peiljaar 2019. Het aantal voertuigen is omgerekend naar het jaar 2034 waarbij rekening is gehouden met een autonome groei van 1,5% per jaar, wat neerkomt op een etmaalintensiteit van 11.476 voertuigen per etmaal. Op de Mijdrechtse Zuwe bestaat het wegdek uit dicht asfaltbeton. De geluidbelasting ter plaatse van de nieuwe woningen wordt berekend ter plaatse van de begane grond (1,5 meter), eerste verdieping (4,5 meter), tweede verdieping (7,5 meter) en derde verdieping (10,5 meter). De geluidbelasting in de rekenpunten is bepaald exclusief de bijdrage van reflecties in de achterliggende gevel.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 31
Uit het onderzoek blijkt het volgende, met dien verstande dat formeel de Wet geluidhinder hier niet van toepassing is, echter voor het beoordelen van het akoestische klimaat worden de uitkomsten vergeleken met de wetgeluidhinder en het hogere waarde beleid van de gemeente. Gebouwdeel A Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van de zuidwestgevel (evenwijdig aan de Mijdrechtse Zuwe), een gedeelte van de zuidoostgevel (tussen gebouwdeel A en B) en een deel van de noordwestgevel de geluidbelasting inclusief aftrek Wgh hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De waarden op de betreffende gevel(delen) zijn respectievelijk maximaal 57dB, 53 dB en 52 dB. Echter wordt de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet overschreden. Gebouwdeel B Uit de resultaten blijkt dat ter plaatse van de zuidwestgevel (evenwijdig aan de Mijdrechtse Zuwe), een gedeelte van de zuidoostgevel en een gedeelte van de noordwestgevel de geluidbelasting inclusief aftrek Wgh hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De waarden op de betreffende gevel(delen) zijn respectievelijk maximaal 56dB, 52 dB en 51 dB. Echter wordt de maximaal te ontheffen waarde van 63 dB niet overschreden. Voor een verduidelijking van de geluidwaarden en de woningnummers wordt verwezen naar de tabellen en kaarten in het akoestisch onderzoek.
Maatregelen In verband met de geconstateerde overschrijding van de voorkeurswaarde vanwege de Mijdrechts Zuwe (N196) dient normaliter conform de systematiek van de Wet geluidhinder onderzocht te worden of er maatregelen getroffen kunnen worden waardoor aan de voorkeursgrenswaarde voldaan kan worden. Maatregelen kunnen bestaan uit bronmaatregelen , overdrachtsmaatregelen en maatregelen bij de ontvanger. In het onderzoek is beargumenteerd dat dergelijke maatregelen niet voldoende doeltreffend zijn en op overwegende bezwaren van stedenbouwkundig, financiële en verkeerskundige aard stuiten. Conform de systematiek van de Wet geluidhinder komt het bevoegd gezag, de gemeente De Ronde Venen, normaliter de mogelijkheid toe om hogere waarden vast te stellen voor de woningen met een overschrijding van de voorkeurswaarde. Daarbij dient voldaan te worden aan de voorwaarden die gesteld worden in het gemeentelijk geluidbeleid (Beleid hogere waarden Wet geluidhinder gemeente De Ronde Venen, d.d. 14 oktober 2011 vastgesteld), te weten: • •
•
De geluidsbelasting op de gevel van de geluidsluwe zijde bedraagt minder dan de ten hoogst toelaatbare waarden: 48 dB voor wegverkeer. Een woning met één of meerdere buitenruimtes heeft ten minste één geluidsluwe buitenruimte. Het geluidsniveau in deze buitenruimte van de woning mag (indien gelegen aan de bronzijde) niet meer dan 5 dB hoger zijn dan de geluidsbelasting op de als geluidsluw aangemerkte gevel. Elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer aan de geluidsluwe zijde.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 32
•
Minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt aan de geluidsluwe gevel gesitueerd.
In het onderzoek van Ulehake is verwoord of aan de gestelde eisen voldaan wordt om de hogere waarden te kunnen verlenen. Geconcludeerd wordt dat maatregelen nodig zijn voor de woningen: 7, 9, 10 en 12. Waarbij voor elk van deze woningen een slaapkamer aan de geluidluwe zijde gecreëerd dient te worden. Deze woningen zijn gesitueerd op de 1e, 2e en 3e verdieping. Er wordt een collectieve maatregel toegepast voor het creëren van geluidsluwe slaapkamers. Dit wordt gedaan door de galerij tussen blok A en blok B te voorzien van vaste beglazing. Voor de hoekwoningen 7, 10 en 12 dient ook de loggia (zuidwestzijde) geluidsluw gemaakt te worden. Ook hier wordt beglazing toegepast, in combinatie met een geluidabsorberend plafond. Wanneer tussen blok A en blok B op de eerste- en tweede verdieping vaste beglazing toegepast wordt met een minimaal gewicht van 10 kg/m2 en wanneer er geen kieren en naden aanwezig zijn, wordt voor woningen 7, 9, 10 en 12 voldaan aan het hebben van een geluidsluwe slaapkamer. Wanneer voor de hoekwoningen 7, 10 en 12 ook vaste beglazing toegepast wordt voor de loggia’s met hierboven beschreven eis voor de afscherming, wordt voldaan het hebben van een geluidsluwe buitenruimte. Hiermee voldoet blok A aan de gestelde eisen van de gemeente voor een goed akoestisch woonen leefklimaat en om hogere waarden te kunnen verlenen.
De gehele noordgevel van Bouwdeel B is geluidsluw, doordat elke woning een slaapkamer aan deze zijde heeft wordt hiermee voldaan aan het hebben van een slaapkamer gelegen aan de geluidsluwe zijde. De buitenruimtes van de woningen van blok B zijn gesitueerd aan de bronzijde, hierdoor is er geen sprake is van een geluidsluwe buitenruimte. Wanneer een geluidsluwe buitenruimte wordt gecreëerd door het plaatsen van de juiste schermen in combinatie met een geluidabsorberend plafond, wordt zowel voldaan aan de eis voor het hebben van een geluidsluwe buitenruimte als aan de eis dat minimaal 30% van het vloeroppervlak van de verblijfsruimtes gesitueerd dienen te zijn aan een geluidsluwe zijde. Bij woning 17 en 18 loopt het dak boven de loggia uit in een punt, hier worden schermen geplaatst tot het rechte gedeelte. De gemeente stelt dat het geluidsniveau in de geluidsluwe buitenruimte maximaal 5 dB hoger mag zijn dan de het geluidsniveau van de geluidsluwe zijde, dit betekent dat het niveau in de geluidsluwe buitenruimte maximaal 39 dB mag bedragen. Na het modeleren in Geomilieu blijkt op 1,5 meter hoogte achter het scherm het geluidsniveau maximaal 34 dB te bedragen bij woning 17 en 18. Ook voor woningen 13, 14, 15 en 16 is het geluidniveau op de loggia, bij toepassing van schermen berekend.
Voor deze woningen wordt het scherm uitgevoerd tot bovengelegen verdieping, het geluidniveau wordt hiermee voldoende gereduceerd.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 33
Wanneer men op correcte wijze schermen plaatst bij de buitenruimtes van blok B, wordt voldaan aan de eisen gesteld door de gemeente voor het creëren van een goed akoestisch woon- en leefklimaat en om hogere waarden te kunnen verlenen. Ten aanzien van de eis van de afschermende werking wordt het volgende gesteld. Indien sprake is van de hoogste of op-één-na-hoogste geluidklasse (“lawaaiig” of “zeer onrustig”) dan wordt de eerstelijnsbebouwing ten opzichte van de bron zodanig gesitueerd dat zij bijdraagt aan de afscherming van het erachter gelegen gebied. De geluidbelastingen in de tweedelijnsbebouwing ligt waar mogelijk onder de ten hoogste toelaatbare waarde. Er is in relatie tot dit project geen sprake van eerstelijns- of tweedelijnsbebouwing. Ter motivering van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en daarmee een goede ruimtelijke ordening wordt voorts aangedragen dat er ter plaatse van het projectgebied reeds woningen zijn toegestaan die vergelijkbare geluidwaarden ondervinden. Ook aan de andere zijde van de Mijdrechtse Zuwe heeft de gemeente, onder vergelijkbare omstandigheden woonfuncties toegestaan, waarbij geoordeeld is dat dit aanvaardbaar is. Op grond van het Bouwbesluit 2012 worden eisen gesteld aan de akoestische binnenwaarde bij woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai.
Bij het bepalen van de vereiste gevelgeluidwering wordt rekening gehouden met de berekende geluidbelasting op de gevels van de woningen. De hoogste berekende geluidbelasting vanwege verkeer bedraagt 57 dB. Op basis hiervan dient conform het Bouwbesluit te worden voldaan aan een minimale karakteristieke geluidwering tot een binnenwaarde van 33 dB(A). Door middel van een onderzoek naar de geluidwering van de gevel is aangetoond dat de karakteristieke geluidwering van de gevel (GA;k) voldoet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2012/BBL en dat de binnenwaarden gehaald worden. Conclusie Het initiatief is uitvoerbaar in relatie tot het aspect geluid. 4.6
Lucht
Wet milieubeheer / Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Omdat titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat deze ook wel bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in Amvb's en ministeriële regelingen. De nieuwe wetgeving kent een dubbele doelstelling: 1. De overheid wil een belangrijke impuls geven aan het treffen van maatregelen zodat in ons land de Europese normen worden gehaald; 2. De overheid wil er ook voor zorgen dat er meer mogelijkheden zijn om projecten door te laten gaan. Dat was nodig om dat in het verleden veel plannen door de rechter werden stilgelegd vanwege het niet halen van de normen. De Wet luchtkwaliteit vereist een genuanceerde toetsing of koppeling tussen (ruimtelijke) besluiten en de gevolgen voor de luchtkwaliteit. Een ruimtelijk plan is in overeenstemming met de Wet luchtkwaliteit als de planvorming niet leidt tot een overschrijding of een verdere
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 34
overschrijding van de normen. Projecten die 'niet in betekenende mate bijdragen' aan de concentraties, hoeven niet meer afzonderlijk getoetst te worden aan de grenswaarden voor de buitenlucht. Voor projecten die wel in betekenende mate bijdragen aan de concentratie is het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) relevant. Amvb Niet In Betekenende Mate en Regeling Niet In Betekenende Mate (NIBM) De Amvb NIBM en Regeling NIBM bevatten criteria waarmee kan worden bepaald of een project van een bepaalde omvang wel of niet als “in betekenende mate” moet worden beschouwd. NIBM projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. Er is een onderscheid gemaakt tussen grote en kleine ruimtelijke projecten. Een project is klein als het slechts in geringe mate (ofwel ‘niet in betekenende mate’) leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. De grens ligt bij een verslechtering van maximaal 3% van de grenswaarden voor de luchtkwaliteit. Een verslechtering van maximaal 3% komt overeen met een nieuwbouwproject van 1.500 woningen of 100.000 m2 kantoorvloeroppervlak.
Grotere projecten kunnen worden opgenomen in het NSL-programma, mits ook overtuigend wordt aangetoond dat de effecten van dat project worden weggenomen door de maatregelen van het NSL. Beschouwing Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Het initiatief blijft ver onder de grenzen van de regeling Niet in betekenende mate en heeft daarmee geen negatief invloed op de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar luchtkwaliteit is derhalve niet noodzakelijk. Naast de effecten van het onderhavige plan op de luchtkwaliteit, moet worden bezien of er voor de te realiseren appartementen en woningen voldaan kan worden aan een aanvaardbaar woonen leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwaliteit. Uit de gegevens van de NSLmonitoringstool blijkt dat langs de Mijdrechtse Zuwe de achtergrondconcentraties fijn stof en stikstofdioxide ruimschoots onder de wettelijk norm zitten van 40 μg/m³ zitten. Er kan derhalve gesproken worden van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Conclusie Voorliggend initiatief is uitvoerbaar in relatie tot het aspect luchtkwaliteit. 4.7
Externe veiligheid
Algemeen Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving als gevolg van gebruik en opslag van gevaarlijke stoffen bij bedrijven, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het water, het spoor en door buisleidingen. De risicobenadering externe veiligheid kent twee
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 35
begrippen om het risiconiveau van transport en aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in relatie tot de omgeving aan te geven. Deze begrippen zijn het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon, die zich continu en onbeschermd op een bepaalde plaats in de omgeving van een transportroute of inrichting bevindt, overlijdt door een ongeval met het transport van gevaarlijke stoffen op die route of binnen die inrichting. Plaatsen met een gelijk risico kunnen door zogenaamde risicocontouren op een kaart worden weergegeven. Voor nieuwe situaties is voor kwetsbare objecten (bijvoorbeeld woningen) de grenswaarde voor het PR gesteld op een niveau van 10-6/jr. Voor beperkt kwetsbare objecten (bijvoorbeeld bedrijven) is dit een richtwaarde. Het GR geeft aan wat de kans is op een ongeval met tien of meer dodelijke slachtoffers in de omgeving van de beschouwde transportroute of inrichting. Het aantal personen dat in de omgeving van de route of inrichting verblijft, bepaalt daardoor mede de hoogte van het GR. Risicovolle inrichtingen Voor risicovolle inrichtingen is het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) van toepassing. Voorbeelden van deze risicovolle bedrijven zijn LPG-tankstations, ammoniakkoelinstallaties en chemische fabrieken.
Het Bevi is opgesteld om de risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld vanwege risicovolle bedrijven te beperken. De normstelling van het Bevi richt zich zowel op vergunningverlening als ruimtelijke ordening. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object in het invloedsgebied toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord. Externe veiligheid transport In het Besluit externe veiligheid transportroutes, dat per 1 april 2015 in werking is getreden, heeft het Rijk het beleid vastgelegd met betrekking tot de afweging van veiligheidsbelangen die een rol spelen bij het vervoer van gevaarlijke stoffen. In het besluit zijn regels opgenomen voor het realiseren van (beperkt) kwetsbare objecten binnen de zogeheten basisnetafstanden van een transportroute voor gevaarlijke stoffen. Deze basisafstanden zijn vastgelegd in de Regeling Basisnet. Het besluit is onder meer van toepassing op omgevingsbesluiten, zoals het vaststellen van een bestemmingsplan. Buisleidingen Voor buisleidingen waardoor gevaarlijke stoffen worden vervoerd, is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) van toepassing. Op grond van het Bevb geldt voor de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar object dichtbij dergelijke buisleiding, een grenswaarde van 10-6 per jaar voor het plaatsgebonden risico.
Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als richtwaarde. Indien een ruimtelijk plan de aanleg, bouw of vestiging van een kwetsbaar of een beperkt kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een buisleiding toelaat, dient tevens het groepsrisico te worden verantwoord.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 36
Beschouwing Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Woningen worden gekwalificeerd als kwetsbare objecten. Raadpleging van de risicokaart leert dat er in de omgeving van het plangebied geen inrichtingen aanwezig zijn die vallen onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen. De N201 is opgenomen als weg waar gevaarlijke stoffen over vervoerd worden. Deze vormt vanwege de afstand van circa 800 meter tot het projectgebied geen belemmering voor het onderhavige initiatief. In de omgeving van het projectgebied zijn geen waterwegen en/of spoorwegen gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. In de omgeving van het plangebied zijn geen gasleidingen en/of overige leidingen gelegen waardoor significante hoeveelheden gevaarlijke stoffen worden getransporteerd. Er zijn in de omgeving van het plangebied geen hoogspanningslijnen aanwezig waarvan de indicatieve magneetveldzones tot het projectgebied reiken.
Uit de gegevens op de website www.antenneregister.nl blijkt dat in de omgeving van het plangebied enkele zendmasten aanwezig zijn (Uithoorn), maar dat die geen overschrijdingen van de blootstellingslimieten voor elektrische en magnetische veldsterkten veroorzaken. Met het initiatief wordt voorts geen nieuwe risicobron geïntroduceerd Gesteld kan worden dat het initiatief niet leidt tot een negatief effect op de bestaande veiligheidsniveaus (groepsrisico/plaatsgebonden risico). Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect externe veiligheid uitvoerbaar.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 37
4.8
Milieuzoneringen
Bedrijven zijn milieubelastende bestemmingen die hinder ten opzichte van milieugevoelige bestemmingen (waaronder wonen) kunnen veroorzaken. Om deze hindersituaties te voorkomen dient er bij ruimtelijke plannen, waarin milieubelastende en milieugevoelige bestemmingen in elkaars nabijheid mogelijk worden gemaakt, in principe uit te worden gegaan van scheiding van functies. Hiertoe zijn in de VNG-uitgave Bedrijven en Milieuzonering (2009; hierna te noemen B&M) richtafstanden opgesteld. In deze handreiking worden afstanden, zogeheten milieuzoneringen, tussen bedrijfsactiviteiten en milieugevoelige functies aangegeven waarmee wederzijdse hinder voorkomen wordt. Zo zorgt de milieuzonering ervoor dat nieuwe bedrijven op een passende afstand ten opzichte van woningen worden gesitueerd en dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bestaande bedrijven worden gepland. De invloed van een bedrijf op de omgeving hangt op de (milieubelastende) karakteristieken van het bedrijf. In de handreiking worden daarom zes milieucategorieën met de daarbij behorende richtafstanden onderscheiden (zie tabel). Deze afstanden zijn gebaseerd op de mate van verspreiding van de hinderaspecten geluid, stof, gevaar en geur. Voorts wordt onderscheid gemaakt in afstanden tot een rustige woonwijk en tot een gebied met een menging van functies.
De gedachte daarbij is dat gebieden met gemengde functies hogere achtergrondwaarden voor wat betreft de hinderaspecten kennen, waardoor milieubelasting van een specifiek bedrijf meer op zal gaan in de omgeving en minder snel als hinder zal worden ervaren. Milieucategorie
Richtafstanden tot rustige woonwijk 1 10 meter 2 30 meter 3 50 tot 100 meter 4 200 tot 300 meter 5 500 tot 1000 meter 6 1500 meter Afbeelding: Richtafstanden per milieucategorie.
Richtafstanden tot gemengd gebied 0 meter 10 meter 30 tot 50 meter 100 tot 200 meter 300 tot 700 meter 1000 meter
De VNG-publicatie voorziet in richtafstanden. Deze richtafstanden zijn bepaald op basis van gemiddelde productieprocessen. Door middel van een gedegen op een specifieke situatie toegespitste onderbouwing kan gemotiveerd van deze richtafstanden worden afgeweken. Naast het VNG-stelsel moeten bedrijven op basis van een vergunning krachtens de Wet milieubeheer/ Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (omgevingsvergunning milieu) of op basis van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Activiteitenbesluit) aan voorschriften voldoen. Deze voorschriften dienen onder andere ter regulering van de hinder voor de omgeving en kunnen daarmee relevant zijn voor de beschouwing van hindersituaties.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 38
Beschouwing Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Het projectgebied is gelegen binnen een woonomgeving. Op relevante afstand van de projectlocatie bevinden zich enkele hinderfuncties. Zo is aan de Mijdrechtse Zuwe 73 een metaalbewerkingsbedrijf gevestigd. De betreffende gronden zijn bestemd voor een bedrijf categorie 2 en specifiek voor een metaalbewerkingsbedrijf van ten hoogste categorie 3.2. Voor een dergelijke functie geldt voor geluid een richtafstand van 100 meter. Conform de systematiek van de VNG mag de richtafstand binnen een gemengd gebied met een stap verlaagd worden tot 50 meter. In de omgeving van het projectgebied zijn naast de woonfuncties diverse andere functies en een drukke weg gelegen. De omgeving kan daarmee gekwalificeerd worden als gemengd gebied. Het bedrijfsperceel (de bestemming) ligt op circa 36 meter afstand van het projectgebied, er wordt daarmee niet voldaan aan de richtafstand. Om aan te tonen dat er in relatie tot het metaalbewerkingsbedrijf ter plaatse van het projectgebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan is door onderzoeksbureau Kragten een akoestisch onderzoek industrielawaai, d.d. 14 juni 2024, uitgevoerd.
Het doel van het onderzoek is om inzicht te geven in de geluidemissie van de inrichting naar de directe omgeving. Ten behoeve van de ruimtelijke afweging wordt aansluiting gezocht bij het stappenplan uit de VNG-publicatie “Bedrijven en milieuzonering” uit 2009. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels uit de Handleiding meten en rekenen industrielawaai van 1999. Naast de systematiek van de VNG wordt in het onderzoek tevens getoetst aan de normen uit het Activiteitenbesluit. Ten aanzien van de bedrijfssituatie is uitgegaan van een worst case op basis van de bestaande terreinindeling. Uit het onderzoek blijkt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van de nieuwe appartementen ten hoogste 44 dB(A) in de dagperiode, 44 dB(A) in de avondperiode en 35 dB(A) in de nachtperiode (49 dB(A) etmaalwaarde) bedraagt. De streefwaarde van 50 dB(A) etmaalwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie wordt hiermee gerespecteerd. Ten aanzien van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Tevens wordt voldaan aan de grenswaarde van 50 dB(A) uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor het maximale geluidniveau (LAmax) is berekend dat dit niveau ter plaatse van de nieuwe appartementen ten hoogste 59 dB(A) in de dagperiode, 59 dB(A) in de avondperiode en 59 dB(A) in de nachtperiode (69 dB(A) etmaalwaarde) is.
De streefwaarde van 70 dB(A) etmaalwaarde uit stap 2 van de VNG-publicatie wordt hiermee gerespecteerd. Gezien het maximale geluidniveau (LAmax) kan gesteld worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Tevens wordt voldaan aan de grenswaarde van 70 dB(A) uit het Activiteitenbesluit milieubeheer.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 39
Het equivalente geluidsniveau (LAeq) veroorzaakt door het verkeer komende van en gaande naar de inrichting in de representatieve bedrijfssituatie bedraagt ter plaatse van het plangebied ten hoogste 47 dB(A) etmaalwaarde. De voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A) uit de Schrikkelcirculaire wordt daarmee gerespecteerd. Een andere bedrijfsfunctie in de omgeving is gelegen op het perceel 3413; hier is een timmerbedrijf van ten hoogste milieucategorie 3.2 toegestaan. Ook hier geldt een richtafstand van 50 meter uitgaande van gemengd gebied. De betreffende bestemming is op meer dan 70 meter van het projectgebied gelegen. Gezien deze afstand, de afschermende werking van tussenliggende bebouwing en de aanwezigheid van andere maatgevende woningen, kan gesteld worden dat er in relatie tot deze bedrijfsfunctie ter plaatse van het projectgebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan bestaan. Voorts is langs de Mijdrechtse Zuwe een bestemming Gemengd gelegen. Op basis van deze bestemming is dienstverlening toegestaan en in het pand aan de Mijdrechtse Zuwe 69 een horecafunctie tot en met categorie 2 (café, restaurant). Ter plaatse is aan de Mijdrechtse Zuwe 69 een café gevestigd. Op het aangrenzende adres is een supermarkt aanwezig met daarboven een woning. Voor dergelijke functies café/restaurant/supermarkt geldt een richtafstand van 10 meter. Het projectgebied is op circa 40 meter gelegen.
Gezien het feit dat er aan de richtafstand voldaan wordt en er aangrenzend aan deze functies reeds (maatgevende) woningen gelegen zijn, kan gesteld worden dat er ter plaatse van het projectgebied sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De realisatie van het initiatief zal derhalve niet tot hindersituaties leiden. Conclusie Het voorliggende initiatief is in relatie tot het aspect milieuzonering uitvoerbaar. 4.9 Kabels en leidingen In een ruimtelijk plan dienen planologisch relevante leidingen te worden opgenomen. Deze kunnen beperkingen opleggen aan het gebruik in de omgeving. Planologisch relevant zijn hoofdnutsvoorzieningen, zoals leidingen voor het transport van giftige, brandbare en/of ontplofbare stoffen, aardgasleidingen, hoogspanningsleidingen, afvalwaterleidingen, e.d. Indien dergelijke leidingen in het projectgebied voorkomen zullen deze als zodanig bestemd moeten worden, inclusief de afstand die vrijgehouden moet worden van bebouwing is ter bescherming van de leiding. Om graafschade te voorkomen en de veiligheid van de graver en de directe omgeving te bevorderen, heeft het Ministerie van Economische Zaken het initiatief genomen tot de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION), beter bekend als de ‘Grondroerdersregeling’.
Het Kadaster voert in opdracht van de ministeries van Economische Zaken (EZ) en Infrastructuur en Milieu (I&M) de WION uit en faciliteert de informatieverstrekking over de ligging van kabels en leidingen.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 40
Beschouwing Er bevinden zich geen planologisch relevante kabels of leidingen binnen of in de directe omgeving van het projectgebied. Conclusie Het initiatief is in relatie tot het aspect kabels en leidingen uitvoerbaar.
4.10
Verkeer en parkeren
Een ruimtelijk initiatief kan tot wijzigingen in verkeerstromen en de parkeervraag leiden. Omwille van een goede ruimtelijke ordening dient beargumenteerd te worden dat het wegennet de nieuwe verkeersintensiteiten voldoende aankan en dat er geen onaanvaardbare parkeerdruk ontstaat. Verkeer Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Het uitgangspunt is dat de verkeerdoorstroming en -veiligheid vanwege een ruimtelijke ontwikkeling niet belemmerd wordt. In het meest belastende scenario is er een toename van circa 8,2 verkeersbewegingen per woning (CROW Toekomstbestendig parkeren, 2012), dit houdt in dat dit plan tot 147 verkeersbewegingen per etmaal leidt. Aangezien de ontsluiting van het plangebied niet direct op een drukke weg plaatsvindt en gelet op de relatief gering omvang van de voorgenomen ontwikkeling (met bijbehorende relatief geringe verkeersaantrekkende werking) kan worden geconcludeerd dat de verkeersdoorstroming en - veiligheid niet wordt belemmerd.
Parkeren Ten aanzien van parkeren heeft de gemeente beleid (Beleidsplan Verkeer 2017-2021) geformuleerd waarbij het uitgangspunt is dat bij ruimtelijke ontwikkelingen op eigen terrein in de parkeerbehoefte moet worden voorzien. De parkeernormen die hier bij horen zijn op 24 november 2016 vastgesteld. Voor onderhavige plan betekent dit het volgende: het plangebied is gelegen in ‘Schil Centrum’. De parkeernorm voor een koopappartement in het sociale segment is 1,4 en voor een koopappartement in het middensegment 1,6. Dit komt erop neer dat er in het plangebied voor 28 auto’s een parkeergelegenheid moet zijn. Hierin wordt voorzien middels de realisatie van 28 parkeerplaatsen binnen het projectgebied. De parkeerplaatsen worden deels onder het gebouw langs de Mijdrechtse Zuwe gerealiseerd en deels elders op het terrein. Conclusie Het initiatief is in relatie tot de aspecten verkeer en parkeren uitvoerbaar.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 41
4.11
Besluit milieueffectrapportage
In het Besluit milieueffectrapportage is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit m.e.r. . De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een hulpmiddel om bij diverse procedures het milieubelang een volwaardige plaats in de besluitvorming te geven. Bij toetsing aan het Besluit m.e.r. zijn er vier mogelijkheden: • het plan of besluit is direct m.e.r.- plichtig; • het plan of besluit bevat activiteiten uit kolom 1 van onderdeel D, en ligt boven de (indicatieve) drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D. Het besluit moet eerst worden beoordeeld om na te gaan of er sprake is van m.e.r.-plicht: het besluit is dan m.e.r.beoordelingsplichtig. Voor een plan in kolom 3 ‘plannen’ geldt geen m.e.r-beoordelingsplicht, maar direct een (plan-)m.e.r.-plicht; • het plan of besluit bevat wel de activiteiten uit kolom 1, maar ligt beneden de drempelwaarden, zoals beschreven in kolom 2 ‘gevallen’, van onderdeel D: er dient in overleg met de aanvrager van het bijbehorende plan of besluit beoordeeld te worden of er aanleiding is voor het uitvoeren van een m.e.r.-beoordeling (als sprake is van een besluit) of het direct uitvoeren van een m.e.r. (als sprake is van een plan).
Deze keuze wordt uiteindelijk in het bijbehorende plan of besluit gemotiveerd; • de activiteit(en) of het betreffende plan en/of besluit worden niet genoemd in het Besluit m.e.r.: er geldt geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Sinds 16 mei 2017 geldt er een directe werking van het Europees recht. Daarom is per 7 juli 2017 het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag, waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling aan de orde is, moet: • door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld; • het bevoegd gezag binnen 6 weken een m.e.r.-beoordelingsbesluit nemen. Dit besluit hoeft niet in de Staatscourant gepubliceerd te worden; • de initiatiefnemer het (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsbesluit bij de vergunningaanvraag voegen (Artikel 7.28 Wet milieubeheer). De artikelen 7.16 tot en met 7.20a Wm zijn in de nieuwe wetgeving voor alle in het Besluit m.e.r. genoemde activiteiten van de D-lijst van toepassing. Uit toetsing aan het Besluit m.e.r. volgt dat het besluit tot vaststelling van dit plan onder de vierde optie valt. Het besluit kan niet geschaard worden onder een activiteit uit kolom 1.
Zo is er geen sprake van een activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. Deze conclusie wordt bekrachtigd door het volgende. Uit uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage afhangt van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. In de uitspraak ECLI:NL:RVS: 201901464/1/R1 wordt geoordeeld dat een ontwikkeling die uitgaat van de sloop
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 42
van een schoolgebouw, het invullen van dat gebied met 12 eengezinswoningen, waarbij het bebouwd oppervlak toeneemt en er sprake is van een functiewijziging, niet als een stedelijk ontwikkelingsproject gekwalificeerd kan worden. Met dit initiatief wordt een herstructurering mogelijk gemaakt, waarbij de functie van een bedrijfskavel met een woonfunctie verandert naar een woonfunctie, waarbij 18 appartementen gerealiseerd worden en waarbij het bebouwd oppervlak in beperkte mate toeneemt. Er is daarmee geen sprake van een stedelijke ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2 van onderdeel D van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Dit betekent dat het Besluit milieueffectrapportage niet van toepassing is en dat er geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.
Conclusie Het initiatief is in relatie tot het Besluit milieueffectrapportage uitvoerbaar.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 43
HOOFDSTUK 5: 5.1.
UITVOERBAARHEID
Financiële uitvoerbaarheid
In het kader van artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient de financieeleconomische uitvoerbaarheid van een afwijkingsbesluit te worden aangetoond. Dit bouwplan betreft een privaat initiatief. De kosten die samenhangen met het initiatief alsmede de bijbehoren leges zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Voor de gemeente zijn aan onderhavig initiatief geen financiële consequenties verbonden. Het initiatief is hiermee economisch uitvoerbaar. Met initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst gesloten. Het opstellen van een exploitatieplan wordt op basis van het bovenstaande niet nodig geacht. 5.2.
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Op grond van artikel 6.18 van het Besluit omgevingsrecht (Bor) wordt het initiatief voorgelegd aan de betrokken overlegpartners. Het ontwerpbesluit met bijbehorende stukken wordt gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd. Een ieder wordt tijdens deze periode in de gelegenheid gesteld om zienswijzen tegen het initiatief kenbaar te maken. Vervolgens bestaat de mogelijkheid voor belanghebbenden om eventueel in beroep en hoger beroep te gaan.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 44
HOOFDSTUK 6:
MOTIVERING
Met het initiatief dat in deze onderbouwing centraal staat wordt een voormalig bedrijfsperceel inclusief twee vervallen woningen aan de Mijdrechtse Zuwe 66-68 en Amstelkade 3 geherstructureerd tot een woongebied met 18 kwalitatief hoogwaardige appartementen. Het initiatief kan met een afwijkingsprocedure ex artikel 2.12 lid 1 onder a, onder 3° Wabo vergund worden. Met de inpassing van de woningen wordt een toekomstbestendige invulling aan de betreffende kavel gegeven. De inpassing van de woningen heeft een positieve invloed heeft op de ruimtelijke kwaliteit en de leefbaarheid van de omgeving. Met de beoogde inpassing van de woningen wordt aangesloten bij het streven van de gemeente om geschikte nieuwe woningen, die aansluiten bij de kwalitatieve behoefte, zoveel als mogelijk binnen stedelijk gebied te realiseren. In de voorgaande hoofdstukken is het relevante beleid in relatie tot het initiatief beschreven. Het initiatief past binnen de kaders van de beleidsuitgangspunten van het vigerende rijks-, provinciaal en gemeentelijk beleid. Ook is het plan uitvoerbaar in relatie tot geldende milieu- en omgevingsaspecten. Het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project voldoet aan de uitgangspunten van een goede ruimtelijke ordening.
Ruimtelijke onderbouwing Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe, te Amstelhoek
Pagina 45