CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Quickscan Flora + Fauna

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan De Meijert Oost (Akkoordstuk)10.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 37 van 43

Afhankelijk van de uitkomsten van de berekening zijn vervolgstappen aan de orde. Voor ontwikkelingen waarbij is aangetoond dat er géén sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000gebieden (<0,00 mol/ha/jr), is geen vergunning nodig. In dat geval kan het plan worden vastgesteld en uitgevoerd zonder verdere vervolgstappen met betrekking tot de Wet natuurbescherming, onderdeel Natura 2000. Voor ontwikkelingen waarbij de depositie >0,00 mol/ha/jaar is, zijn significant negatieve effecten niet op voorhand uitgesloten en zijn vervolgstappen zoals een nadere ecologische beoordeling (voortoets stikstof), saldering en/of een vergunning aan de orde. Houtopstanden Geadviseerd wordt bij bevoegd gezag na te gaan waar voor de gemeente De Ronde Venen de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming ligt. Op basis hiervan kan met zekerheid worden bepaald of het plangebied erbinnen of buiten ligt en of vervolgstappen vanuit de Wet natuurbescherming aan de orde zijn. Vanuit gemeentelijk beleid kan een kapvergunning (en eventuele herplantplicht) aan de orde zijn. Geadviseerd wordt nader te (laten) inventariseren of en voor welke bomen/houtopstand een kapvergunning nodig is en met gemeente te overleggen of/ in welke vorm een herplantplicht aan de orde is.

Soortgericht nader onderzoek Aanvullend onderzoek is alleen nodig indien de werkzaamheden zorgen voor mogelijke overtreding(en) van de Wet natuurbescherming. Op basis van de resultaten van de nadere onderzoeken kan bepaald worden of er bij de voorgenomen planinrichting en werkzaamheden sprake is van overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming en of maatregelen en/of een ontheffing nodig zijn. Vleermuizen Gedurende het jaar verhuizen vleermuizen en hebben, afhankelijk van de het seizoen, verschillende verblijfplaatsen met verschillende functies (paar-, zomer-, winter- en kraamverblijfplaatsen). Voor onderzoek naar verblijfplaatsen, foerageergebieden en vliegroutes van vleermuizen is door de RVO samen met het Netwerk van Groene Bureaus een onderzoeksprotocol opgesteld. Dit vleermuisprotocol beschrijft per soort de geschikte onderzoeksperiodes en -methodes. Het vleermuisprotocol wordt door het bevoegd gezag gezien als de minimale verplichte inspanningseis voor vleermuisonderzoek. De meest recente versie van het protocol (versie 2021) zal als uitgangspunt dienen voor het nader onderzoek naar vleermuizen. Het nader onderzoek betreft meerdere nachtelijke bezoeken globaal in de periode april tot en met oktober.

Vogels met jaarrond beschermde nesten en boomgebonden vleermuizen Ten aanzien van boomgebonden vleermuizen en boomgebonden jaarrond beschermde vogels wordt geadviseerd een aanvullend veldbezoek in het late najaar/winter uit te voeren wanneer het blad van de bomen is. Doel ervan is om het plangebied nader te inventariseren op eventuele aanwezigheid van nest/roestplaatsen en geschikte locaties (holtes, spleten e.d.) voor vleermuizen. Afhankelijk van de resultaten van de bomencheck wordt bepaald of verder soortgericht aanvullend onderzoek naar daadwerkelijk gebruik van de locaties nodig is. Rugstreeppad - Locatie 5 Braakliggend terrein Gelet op de geschiktheid van het braakliggend terrein wordt bij werkzaamheden binnen deze locatie nader soortgericht onderzoek geadviseerd. Het onderzoek vindt plaats aan de hand van vijf veldbezoeken in de zomer/herfst periode op vochtige avonden. Bij afwezigheid van de rugstreeppad kunnen preventief amfibieschermen rondom het plangebied Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 38 van 43

worden geplaatst om te voorkomen dat de rugstreeppad alsnog zijn intrede neemt binnen het plangebied. Rugstreeppad - Overige locaties Tijdens uitvoering van het plan dient rekening te worden gehouden met vestiging van rugstreeppad binnen het plangebied. Van belang is dat er geen potentieel geschikte (tijdelijke) voortplantingswateren in de voortplantingsperiode mei tot en met juli ontstaan. Als de activiteiten niet uitgesteld kunnen worden tot buiten de voortplantingsperiode, moet voorafgaand aan de activiteiten het plangebied ontoegankelijk gemaakt worden voor rugstreeppadden. Er kan worden voorkomen dat rugstreeppadden de werklocatie gaan bevolken door het gebied waar de werkzaamheden plaats gaan vinden uit te rasteren. Dit kan bijvoorbeeld door het plaatsen van schermen van stevig plastic of worteldoek van 50 centimeter hoog en minimaal 10 centimeter ingegraven in de grond. De voorzieningen die getroffen zijn om het gebied ontoegankelijk te maken, moeten zodanig geplaatst en beheerd worden dat ze hun functie ten allen tijden kunnen vervullen (regelmatige check op kieren en op overhangende vegetatie). Let vooral ook op adequate voorzieningen bij toegangswegen voor bouwverkeer.

Als rugstreeppadden aanwezig zijn, moeten ze weggevangen worden en vervolgens direct verplaatst worden naar geschikt gebied in de directe omgeving maar buiten de invloedsfeer van de activiteiten (BIJ12, 2017). Overige broedvogels, zonder jaarrond beschermde rust- en verblijfplaats Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond beschermde) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels op broedvogels (kap en sloop) wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het algemeen een goed alternatief vormt. In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aangehouden als broedseizoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden.

Indien kwetsbare werkzaamheden, namelijk sloop/kap, binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd voorafgaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten van vogels, of in aanbouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in gebruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te starten en continue door te werken, zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Zorgplicht Wij merken op dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden. Deze zorgplicht houdt in dat nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of deze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 39 van 43

5.4

Verantwoording

De conclusies en adviezen zijn van toepassing op de door de opdrachtgever aangegeven en in hoofdstuk 1.3 beschreven ontwikkelingen. Indien deze wijzigen of er ook andere werkzaamheden worden uitgevoerd, dient er een herbeoordeling plaats te vinden. De initiatiefnemer of opdrachtgever is verantwoordelijk voor het gebruik van de rapportage. Eco Reest BV aanvaardt dan ook geen aansprakelijkheid voor de inhoud, interpretaties of conclusies indien gebruik wordt gemaakt van deelaspecten van deze rapportage, zonder verwijzing naar de volledige rapportage. Bovendien aanvaardt Eco Reest BV geen aansprakelijkheid voor kosten en vertraging die optreden als gevolg van het voorkomen van beschermde flora en fauna.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 40 van 43

GERAADPLEEGDE BRONNEN Literatuur / documenten Broekhuizen, S., Spoelstra, K., Thissen, J.B.M., Canters, K.J. & Buys, J.C. (2016). Atlas van de Nederlandse zoogdieren. – Natuur van Nederland 12. Naturalis Biodiversity Center & EIS Kenniscentrum Insecten en andere ongewervelden. Leiden. Broekmeyer, M.E.A. et al. (2014). Update effectenindicator Natura 2000. Wageningen, Alterra, voorjaar 2014. Broekmeyer, M.E.A. (redactie) (2006). Effectenindicator Natura 2000-gebieden; achtergronden en verantwoording ecologische randvoorwaarden en storende factoren. Wageningen, Alterra, Alterrapport 1375, oktober 2006. BIJ12 (2017). Kennisdocument rugstreeppad Bufo calamita. Versie 1.0, juli 2017. Dietz, C., O. von Helversen, D. Nill (2011): Vleermuizen; Alle soorten van Europa en noordwest-Afrika, De Fontein / Tirion Uitgevers B.V., Utrecht. Gemeente Utrecht (2003). Handhaafinstructie - Trillingen bij heien. Dienst stadsontwikkeling, afdeling bouwbeheer, januari 2003. Krijgsveld, K.L., R.R. Smits en J. van der Winden (2008). Verstoringsgevoeligheid van vogels - Update literatuurstudie naar de reacties van vogels op recreatie. 23 december 2008. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017). Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. Staatsblad (2021a).

Wijzigingswet Wet natuurbescherming en Omgevingswet (stikstofreductie en natuurverbetering), van https://wetten.overheid.nl/BWBR0044970/2021-07-01 Staatsblad (2021b). Besluit van 14 juni 2021 tot wijziging van enkele algemene maatregelen van bestuur (stikstofreductie en natuurverbetering, van https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stb-2021287.html#d17e1570 Vegte, F, van der, J. Bosman & D. Logemann (2014). Effectafstanden Natura 2000-gebieden Veluwe en Rijntakken. Arcadis, 18 februari 2014. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2021). Vleermuisprotocol 2021, januari 2021. Internet Gemeente Ronde Venen (2020). Algemene plaatselijke verordening, van https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR631206/1 Gemeente Ronde Venen (2014). Lijst waardevolle bomen, van https://admin.sduconnect.nl/linked_forms/1488796198Lijst_waardevolle_bomen_2014.pdf Ministerie van LNV (z.d.). Natura 2000-gebieden, van https://www.natura2000.nl/

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 41 van 43

Nationale Databank Flora en Fauna (2021). Geraadpleegd op 25 mei 2021, van www.NDFF.nl1 Provincie Utrecht (2020). Beschermde soorten Wet Natuurbescherming Provincie Utrecht, december 2020, van https://www.provincie-utrecht.nl/sites/default/files/202012/Beschermde%20soorten %20Wet%20natuurbescherming.pdf Provincie Utrecht (2018). Provinciale Ruimtelijke Verordening, geconsolideerd (incl. herijking 2016, correctie 2017 en 2e partiële herziening 2018). Geraadpleegd op 7 juni 2021, van https://ruimtelijkeplannen.provincie-utrecht.nl/ Provincie Utrecht (2021). Natuurnetwerk Nederland NNN – Groene Contour. Geraadpleegd op 7 juni 2021, van https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/natuurnetwerk-nederlandnnn#groene_contour Ravon (2021). Rugstreeppad. Geraadpleegd op 7 juni 2021, van https://ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/rugstreeppad RIVM (2021). AERIUS Calculator, versie 2020, van https://calculator.aerius.nl/calculator/ Vogelbescherming (2021). Halsbandparkiet. Geraadpleegd op 8 juni 2021, van https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/halsbandparkiet Zoogdiervereniging (2021). Steenmarter. Geraadpleegd op 14 juni 2021, van https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/steenmarter

1

In dit rapport worden gegevens gebruikt welke (deels) afkomstig zijn uit de NDFF. Deze mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar gemaakt worden.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

BIJLAGE 1 OVERZICHT VRIJGESTELDE SOORTEN PROVINCIE UTRECHT Vrijgestelde soorten (artikel 3.10 eerste lid, onderdeel c) provincie Utrecht Zoogdieren Aardmuis (Microtus agrestis) Bosmuis (Apodemus sylvaticus) Bunzing (Mustela putorius) Dwergmuis (Micromys minutus) Dwergspitsmuis (Sorex minutus) Egel (Erinaceus europaeus) Gewone bosspitsmuis (Sorex araneus) Haas (Lepus europeus) Hermelijn (Mustela erminea) Huisspitsmuis (Crocidura russula) Konijn (Oryctolagus cuniculus) Ondergrondse woelmuis (Pitymys subterraneus) Ree (Capreolus capreolus) Rosse woelmuis (Clethrionomys glareolus) Tweekleurige bosspitsmuis (Sorex coronatus) Veldmuis (Microtus arvalis) Vos (Vulpes vulpes) Wezel (Mustela nivalis) Woelrat (Arvicola terrestris) Amfibieën Bruine kikker (Rana temporaria) Gewone pad (Bufo bufo) Kleine watersalamander (Triturus vulgaris) Meerkikker Pelophylax ridibundus (Rana ridibunda) Middelste groene kikker / Bastaardkikker (Pelophylax klepton esculentus Rana esculenta)

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

BIJLAGE 2 LIJST VOGELS MET JAARROND BESCHERMDE NESTEN

De getoonde lijst toont de vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn onder alle omstandigheden jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn (Provincie Utrecht, 2020).

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15464368/1