CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 8 Quickscan Flora + Fauna

Gemeenteraad 12 juni 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Bestemmingsplan De Meijert Oost (Akkoordstuk)10.387 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht projectnummer

210693

Pagina 2 van 43

TITELBLAD RAPPORT Type onderzoek Locatie onderzoek Projectnummer Auteur Controle en vrijgave Versie rapport

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht 210693 S. Nap / M. Oudshoorn R.J.W. Huls Versienummer: Datum: 1.0 2 september 2021

Reden vervallen: Vigerende versie

Paraaf vrijgave

OPDRACHTGEVER Naam Contactpersoon Adres

Gemeente De Ronde Venen Mevr. S. Jansen Postbus 250, 3640 AG MIJDRECHT

UITGEVOERD DOOR info@ecoreest.nl www.ecoreest.nl Kantoor Zuidwolde Industrieweg 20 7921 JP Zuidwolde Tel: 0528 373 982

Kantoor Appingedam Opwierderweg 160 9902 RH Appingedam Tel: 0596 633 355

Kantoor Almere Transistorstraat 91-34 1322 CL Almere 036 82 00 397

Eco Reest Holding BV is gecertificeerd volgens “NEN-EN-ISO 9001:2015”, voor het geven van milieukundig advies in relatie tot ruimtelijke ontwikkelingen en gebouwen met inbegrip van de uitvoering van gerelateerde onderzoeksactiviteiten op het gebied van bodemonderzoek en -sanering, ecologie, asbestinventarisaties, sloopbegeleiding, bouwkundige opnames en energieprestatie advies. Eco Reest BV is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Als aangesloten adviesbureau zorgen we samen met de andere leden voor een betere borging van kwaliteit in de uitvoering van ecologisch onderzoek. Dit onderzoek en advies is tot stand gekomen onafhankelijk van de belangen van de opdrachtgever en derden. Eco Reest BV is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en is gemachtigd gebruik te maken van de ontheffingen en correspondentie met bevoegde gezagen van het Netwerk Groene Bureaus met betrekking tot Wet natuurbescherming. DISCLAIMER Dit rapport is het resultaat van een quickscan Wet natuurbescherming dat is uitgevoerd ter plaatse van Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht, in opdracht van Gemeente De Ronde Venen. Ten behoeve van de juiste interpretatie van dit rapport is het noodzakelijk te beschikken over de gehele rapportage, inclusief bijlagen.

Het rapport is ongeschikt voor toepassing in een juridische context indien de paginanummering van het rapport onjuist of onvolledig is, de bijlagen genoemd in de inhoudsopgave (deels) ontbreken en het projectnummer in het rapport en op de bijlage niet overeenkomt. © 2021 Eco Reest BV. Gebruik en overname van gegevens alleen toegestaan met volledige bronvermelding. Wijze van citeren: Eco Reest 2021 Mijdrecht_210693_Dr. J. van der Haarlaan_QS We stellen dit rapport alleen ter beschikking aan derden in geval van schriftelijke toestemming van de opdrachtgever.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 3 van 43

INHOUD 1.

INLEIDING.................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3

Aanleiding en doel......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader.............................................................................................................................. 4 Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen ................................................................................ 5

2.

INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING ................................................................. 17

2.1 2.2 2.3

Bronnenonderzoek ...................................................................................................................... 17 Veldinspectie ............................................................................................................................... 17 Toetsing ...................................................................................................................................... 17

3.

EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN .......................... 18

3.1 3.2 3.3 3.4

Natura 2000 ................................................................................................................................ 18 Natuurnetwerk Nederland .......................................................................................................... 19 Natuur buiten het NNN ............................................................................................................... 20 Houtopstanden ........................................................................................................................... 21

4.

EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING .......................................................... 23

4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

Voorselectie soortgroepen .......................................................................................................... 23 Flora ............................................................................................................................................ 23 Broedvogels ................................................................................................................................ 24 Vleermuizen ................................................................................................................................ 28 Grondgebonden zoogdieren ........................................................................................................ 32 Amfibieën .................................................................................................................................... 33 Overige soorten ........................................................................................................................... 34

5.

CONCLUSIE EN ADVIES ............................................................................................... 35

5.1 5.2 5.3 5.4

Gebiedsbescherming en houtopstanden ..................................................................................... 35 Soortenbescherming ................................................................................................................... 35 Advies en vervolgstappen ........................................................................................................... 36 Verantwoording .......................................................................................................................... 39

GERAADPLEEGDE BRONNEN ....................................................................................................... 40 BIJLAGEN 1 Overzicht vrijgestelde soorten provincie Utrecht 2 Lijst vogels met jaarrond beschermde nesten

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 4 van 43

1. INLEIDING In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de aanleiding en het doel van het onderzoek en het wettelijk kader. Daarnaast wordt ingegaan op de huidige situatie van het plangebied en de beoogde ontwikkeling.

1.1

Aanleiding en doel

Aanleiding tot het onderzoek is het voornemen om het plangebied ter plaatse van Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht te herontwikkelen met onder andere nieuw/-woningbouw. Voor het voornemen is wijziging van het bestemmingsplan nodig. Omdat de ontwikkeling negatieve gevolgen kan hebben op beschermde natuurwaarden, is het voornemen getoetst aan de natuurwet- en regelgeving. Het doel van de quickscan Wet natuurbescherming is inzicht verkrijgen in de mogelijke effecten op beschermde natuurwaarden als gevolg van het plan. Indien negatieve effecten niet zijn te voorkomen, wordt geadviseerd omtrent de vervolgstappen.

1.2

Wettelijk kader

Voor de bescherming van natuurwaarden is de Wet natuurbescherming (Wnb) van toepassing. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, beschermde soorten en houtopstanden. De volledige wetstekst is hier te vinden: https://wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2020-01-01. Daarnaast is, in het kader van gebiedsbescherming, ook het Natuurnetwerk Nederland (NNN) relevant. Natura 2000 Hoofdstuk 2 van de Wnb regelt de bescherming van Natura 2000-gebieden, bestaande uit Vogelen/of Habitatrichtlijngebieden. Per Natura 2000-gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd voor bescherming van habitattypen, habitats van soorten en leefgebieden van soorten en vogels. Vooraf is verplicht te beoordelen of plannen/projecten in of in de nabijheid van Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten kunnen hebben. Als uit de beoordeling (voortoets) blijkt dat geen effecten optreden dan kan een plan worden vastgesteld of is een vergunning voor een project of handeling niet nodig. Zijn (significante) effecten niet uit te sluiten dan is een nadere beoordeling en/of een vergunning nodig. Natuurnetwerk Nederland De bescherming van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en uitgewerkt in provinciale verordeningen. Provincies wijzen gebieden aan die het NNN vormen.

Via de provinciale verordeningen worden, in het belang van de bescherming, instandhouding en ontwikkeling van de wezenlijke kenmerken en waarden-, regels gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen. Voor nieuwe ontwikkelingen binnen het NNN, waarbij wordt afgeweken van het bestemmingsplan, geldt een ‘nee, tenzij’-afweging. Dit houdt kortweg in dat significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet is toegestaan. Regels voor beoordeling van effecten op het NNN zijn vastgelegd in provinciale verordeningen.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 5 van 43

Soortenbescherming In hoofdstuk 3 van de Wnb is het onderdeel soortenbescherming is opgenomen. De beschermingsregimes ten aanzien van beschermde soorten zijn te onderscheiden in Vogelrichtlijnsoorten (art. 3.1 – 3.4), Habitatrichtlijnsoorten (art 3.5 – 3.9) en nationaal beschermde soorten (art 3.10 – 3.11). Daarnaast is in de Wnb een zorgplichtartikel (1.11) opgenomen ter bescherming van alle in het wild levende flora en fauna. De Wnb gaat uit van het ‘nee, tenzij’-principe. Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van dit verbod kan onder voorwaarden worden afgeweken met een ontheffing of een vrijstelling. De provincie Utrecht is bevoegd gezag voor het uitvoeren van de Wet natuurbescherming en heeft voor de implementatie een verordening opgesteld met daarin onder andere een lijst met de vrijgestelde soorten (zie bijlage 1). Houtopstanden Hoofstuk 4 van de Wet natuurbescherming (art. 4.1-4.5) regelt de bescherming van houtopstanden. Een bij Wet beschermde houtopstand betreft een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, van meer dan tien are of meer dan 20 bomen in één of meerdere rijen, gelegen buiten de bebouwde komgrens Wet natuurbescherming. De gemeenteraad stelt de grens bebouwde kom Wet natuurbescherming vast.

Voor het kappen (van een deel) van een beschermde houtopstand geldt een meld- en herplantplicht. Provincies kunnen in de provinciale verordening regels opnemen. Voor specifieke houtopstanden zoals éénrijige populieren langs landbouwpercelen of specifieke velmaatregelen gelden uitzonderingsregels. Daarnaast kunnen ook per gemeente regels gelden ten aanzien van kap van bomen (APV).

1.3

Plangebied en voorgenomen ontwikkelingen

Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt in het westelijke deel van het dorp Mijdrecht, aan de Doctor J. van der Haarlaan in Mijdrecht en heeft een oppervlak van circa 5,5 hectare. In het gebied zijn momenteel verschillende functies aanwezig. De gemeentelijke locaties betreffen 2 tennislocaties (TVM (1) en TVDRV (3)) en park De Meijert (4). In het gebied zijn ook private eigendommen aanwezig, ook deze behoren tot het plangebied:  de locatie van voormalig partycentrum De Meijert. Dit betreft een braakliggend terrein (5);  een tennishal (2);  een bibliotheek (6). In onderstaande figuren 1.1 en 1.2 is het plangebied weergegeven, de percelen met een rode ster zijn privaat eigendom. De percelen zijn genummerd (1 t/m 6), deze nummers corresponderen met de nummers in de tekst hierboven. Het plangebied wordt aan de noordoostelijke, noordwestelijke en zuidwestelijke zijden begrensd door een watergang. In het plangebied bevinden zich diverse sloten en vijvers/oppervlaktewateren. Ten noorden van het plangebied ligt een brede watergang, de Kerkvaart. Ten noordwesten, westen en zuiden van het plangebied ligt het buitengebied van Mijdrecht, hoofdzakelijk bestaand uit agrarisch gebied.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 6 van 43

Figuur 1.1 Plangebied, percelen met rode ster zijn privaat eigendom (bron: gemeente De Ronde Venen, 2021).

Figuur 1.2 Plangebied (rood omrand), (bron achtergrondkaart: NDFF, 2021). Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 7 van 43

Locatie 1 Tennisbanen TVM

Figuur 1.3 Ingang tennisvereniging TVM, gezien vanuit zuidoostelijke richting.

Figuur 1.4 Overzichtsfoto van het terrein van TVM, gezien vanuit oostelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 8 van 43

Figuur 1.5 Kantine / verenigingsgebouw TVM, gezien vanuit westelijke richting.

Locatie 2 Tennishal

Figuur 1.6 Overzichtsfoto kantine en tennishal, gezien vanuit zuidelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 9 van 43

Figuur 1.7 Overzichtsfoto kantine en tennishal, gezien vanuit zuidwestelijke richting.

Figuur 1.8 Overzichtsfoto van de tennishal, gezien vanuit westelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 10 van 43

Locatie 3 Tennisbanen TVDRV

Figuur 1.9 Overzichtsfoto kantine / verenigingsgebouw TVDRV, gezien vanuit noordwestelijke richting.

Figuur 1.10 Ingang TVDRV, gezien vanuit oostelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 11 van 43

Locatie 4 Park de Meijert

Figuur 1.11 Overzichtsfoto van het park, gezien vanuit oostelijke richting.

Figuur 1.12 Overzichtsfoto, speelveld in het park, gezien vanuit noordelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 12 van 43

Figuur 1.13 Vijver in het park, gezien vanuit zuidoostelijke richting.

Locatie 5 Braakliggend terrein

Figuur 1.14 Overzichtsfoto braakliggend terrein, gezien vanuit westelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 13 van 43

Figuur 1.15 Overzichtsfoto braakliggend terrein, gezien vanuit oostelijke richting.

Figuur 1.16 Overzichtsfoto vijver, ten zuidoosten van braakliggend terrein, gezien vanuit noordoostelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 14 van 43

Locatie 6 Bibliotheek

Figuur 1.17 Overzichtsfoto van de voorzijde van de bibliotheek, gezien vanuit zuidwestelijke richting.

Figuur 1.18 Zijaanzicht van de bibliotheek, gezien vanuit oostelijke richting.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 15 van 43

Figuur 1.19 Achterkant van de bibliotheek, gezien vanuit westelijke richting.

Voorgenomen ontwikkelingen De plannen voor de herontwikkeling van het terrein zijn nog niet definitief bekend. Er bestaan op het moment nog verschillende scenario’s voor de verschillende locaties. In figuur 1.21 zijn ontwerptekeningen van de verschillende scenario’s zichtbaar. De twee tennisverenigingen (locatie 1 en 3) gaan in de toekomst zeer waarschijnlijk samen, waardoor er ruimte beschikbaar komt voor woningbouw. Locatie tennisvereniging TVM (locatie 1) is de beoogde woningbouwlocatie. De tennishal (locatie 2) zal in zijn huidige vorm blijven bestaan. Er wordt geen nieuwbouw op deze locatie gerealiseerd. De plannen voor het park (locatie 4) zijn eveneens nog niet geheel duidelijk. De mogelijkheid bestaat dat er aan de westzijde van het park enkele bomen gekapt gaan worden (zie figuur 3.4). Op dit moment wordt voor de invulling van het braakliggende terrein/voormalige Meijert locatie (locatie 5) gedacht aan een gezondheidscentrum, gecombineerd met woningen voor jongeren met een verstandelijke beperking en woningen voor ouderen met zorg. Deze plannen zijn echter nog niet definitief en er wordt nog volop gesproken met allerlei belanghebbenden. De invulling van de locatie van de bibliotheek (locatie 6) is nog niet duidelijk. Het is ook nog niet bekend of het pand in de huidige vorm behouden blijft. Op het moment zijn er drie scenario’s in beeld voor deze locatie.

Het is mogelijk dat de locatie geschikt wordt gemaakt voor woningbouw. Tevens is het ook mogelijk dat de huidige situatie gehandhaafd blijft, of dat er nieuwbouw plaatsvindt waarbij de functie van bibliotheek behouden blijft. Er zijn in principe geen werkzaamheden aan de bestaande watergangen en oppervlaktewateren voorzien. Een uitzondering hier op is (afhankelijk van planinvulling) mogelijke verplaatsing van de vijver in deelgebied 5. Ook is het mogelijk dat voor eventuele aanleg van een 12e tennisbaan een deel van de watergang aan de noordzijde van het plangebied wordt gedempt (zie figuur 1.20).

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 16 van 43

Figuur 1.20 Locatie mogelijke demping watergang (afhankelijk van realisatie 12e tennisbaan).

Figuur 1.21 Ontwerptekeningen van verschillende scenario’s voor invulling van het terrein (bron: Gemeente De Ronde Venen, 2021).

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 17 van 43

2. INVENTARISATIE EN EFFECTBEOORDELING Het onderzoek heeft bestaat uit het raadplegen van beschikbare bestaande bronnen aangevuld met een veldinspectie van het plangebied.

2.1

Bronnenonderzoek

Voorafgaand aan het veldbezoek is gestart met een bureaustudie naar het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. Dit bronnenonderzoek heeft bestaan uit het op 25 mei 2021 opvragen van gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF, 2021) van de afgelopen vijf jaar. Hierin is een overzicht opgevraagd van de ontheffingsplichtige soorten in de Wet natuurbescherming binnen een straal van een kilometer rond het plangebied. Bij het gebruik is rekening gehouden met de juridische houdbaarheid van de gegevens (3-5 jaar). Oudere waarnemingen kunnen worden gebruikt om de ecologische potenties in te schatten. Verder is gebruik gemaakt van bestaande literatuurgegevens, verspreidingsatlassen en kennisdocumenten. Ten aanzien van gebiedsbescherming is aan de hand van (provinciale) kaartenviewers nagegaan of het plangebied in/nabij beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden en/of het NNN) ligt.

2.2

Veldinspectie

De literatuurgegevens dienen als ondersteuning voor het veldbezoek dat overdag op 26 mei 2021 (droog, licht - half bewolkt, windkracht 2 Bft, temperatuur 11-15°C) is uitgevoerd. Het plangebied en de directe omgeving is onderzoek door een ecoloog van Eco Reest. Het bezoek is erop gericht om te beoordelen of in het plangebied en de directe omgeving potentiële leef- en groeiplaatsen van beschermde dier- en plantensoorten aanwezig zijn.

2.3

Toetsing

Voor het onderdeel gebiedsbescherming (H3) is ten aanzien van Natura 2000 een voortoets uitgevoerd, waarin is beoordeeld of (significant) negatieve effecten op de beschermde waarden (instandhoudingsdoelen) van Natura 2000-gebieden zijn te verwachten, en of er een diepgaandere beoordeling noodzakelijk is. Ten aanzien van de voorgenomen bomenkap is beoordeeld of het beschermingsregime vanuit de Wnb ten aanzien van beschermde houtopstanden van toepassing is, en of vervolgstappen aan de orde zijn. Voor de regels ten aanzien van het NNN is bepaald of mogelijk sprake is van negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN en of vervolgonderzoek nodig is. Voor het onderdeel soortenbescherming (H4) is op basis van het bronnenonderzoek en het veldbezoek beoordeeld welke beschermde soorten (mogelijk) aanwezig zijn. Vervolgens is op basis van het voornemen bepaald of en zo ja, welke effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Indien sprake is van negatieve effecten is advies gegeven over de te nemen vervolgstappen.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 18 van 43

3. EFFECTBEOORDELING GEBIEDSBESCHERMING EN HOUTOPSTANDEN 3.1

Natura 2000

Ligging plangebied t.o.v. Natura 2000-gebieden Het plangebied ligt buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden betreffen Nieuwkoopse Plassen & De Haeck, Botshol, Oostelijke Vechtplassen en het Naadermeer, op respectievelijk 4.5, 6, 12 en 18 kilometer afstand (zie figuur 3.1).

18 km

6 km

12 km 4,5 km

Figuur 3.1 Globale ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de dichtstbijzijnde Natura 2000gebieden (Bron: AERIUS Calculator, 2021).

Mogelijke effecten Op basis van de effectenindicator (Broekmeyer et al. 2014, 2006) kan de relevante categorie woningbouw in relatie tot de meest nabij gelegen Natura 2000-gebieden mogelijk leiden tot: oppervlakteverlies, versnippering, verontreiniging, verdroging, verstoring (licht, geluid, optisch), trillingen en mechanische effecten. Als aanvulling hierop kan ook sprake zijn van verzuring/vermesting als gevolg van stikstofdepositie. Aangezien het plangebied buiten de begrenzing van Natura 2000-gebied ligt, is geen sprake van de directe effecten oppervlakteverlies, versnippering en mechanische effecten. De mogelijke effecten beperken zich zodoende tot externe werking. Indien voor de beoogde woning heiwerkzaamheden worden uitgevoerd, is sprake van trillingen. Het trillingseffect als gevolg van heiwerkzaamheden reikt echter tot circa 50 meter (Gemeente Utrecht, 2003). Aangezien Natura 2000-gebieden op meer dan vier kilometer afstand liggen, is geen sprake

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 19 van 43

van verstoring als gevolg van trillingen. Gezien de beperkte omvang van eventueel benodigde bronbemaling en de ruime afstand tot Natura 2000-gebieden (>4 km), is geen sprake van verdrogingseffect. Verontreiniging is gezien de uitvoeringswijze en het toekomstige gebruik (bewoning) ook niet aan de orde. Op basis van bekende verstoringsafstanden tot maximaal 1.500 meter (Vegte et al., 2014; Broekmeyer et al. 2014 en Krijgsveld et al., 2008) en de afstanden tot de meest nabij gelegen Natura 2000gebieden (>4 kilometer), is geen sprake van verstoring op Natura 2000-gebieden. Ook ontbreken ecologische relaties tussen het plangebied en Natura 2000-gebieden. De aangewezen habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en (niet-)broedvogels van het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden Nieuwkoopse Plassen & De Haeck en Botshol zijn gebonden aan zeer specifieke (aquatische) biotopen (Min LNV, 2021). Gezien de habitateisen van de doelsoorten en de terreinkenmerken van het plangebied (bebouwing, tennisbanen, braakliggend, park) en nabijheid van diverse verstoringsbronnen (bebouwing/wegen/opgaand groen) worden deze soorten niet in het plangebied verwacht. Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de toekomstige gebruiksfase als gevolg van bebouwing/bewoning en extra verkeer een toename van stikstofdepositie ontstaan.

Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Geadviseerd wordt voor de gebruiksfase van het plan, op basis van de toekomstige typen en aantallen woningen en oppervlak overige bebouwing, een berekening met het rekenmiddel AERIUS Calculator te laten uitvoeren om inzichtelijk te maken of sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Met de inwerkingtreding van de nieuwe stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) geldt er per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase ten aanzien van bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten (Staatsblad, 2021a,b). Het aspect stikstofdepositie speelt hierdoor in het vergunningentraject alleen nog een rol in de gebruiksfase.

3.2

Natuurnetwerk Nederland

Ligging plangebied t.o.v. het NNN Op de kaart in figuur 3.2 is te zien dat het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op ruim twee kilometer afstand. Effectbeoordeling Aangezien het plangebied buiten de NNN-gebieden ligt, zijn directe effecten op de NNN-gebieden uit te sluiten. Een diepgaandere ‘nee, tenzij-toets’ is zodoende niet aan de orde. Externe effecten zijn, in het kader van een goede ruimtelijke ordening, ook niet te verwachten gezien de ruime afstand (>2 kilometer), de lokale aard en omvang van de voorgenomen ontwikkeling en het tussenliggende gebied (bebouwing, wegen) dat een afschermende werking heeft. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 20 van 43

2,1 km

2,6 km 3 km 2,5 km

2,6 km

Figuur 3.2 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van het NNN (groen), provinciegrens (gestippeld) (Provincie Utrecht, 2018).

3.3

Natuur buiten het NNN

De provincie Utrecht heeft in de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie (paragraaf 6.5.2) de Groene Contour opgenomen. In de Groene Contour worden landbouwgronden omgevormd tot natuurgebied om daarmee het Natuurnetwerk Nederland te versterken. Het gaat om een totale omvang van 3.000 hectare. Na realisatie wordt de nieuwe natuur opgenomen in het NNN (Provincie Utrecht, 2021). In figuur 3.3 is te zien dat het plangebied niet binnen een aangewezen Groene Contour ligt. Het dichtstbijzijnde aangewezen gebied ligt op twee kilometer afstand. De voorgenomen plannen hebben gezien de afstand, de ligging binnen bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op de Groene Contour. Vervolgstappen zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 21 van 43

2 km

2,4 km

2,2 km

Figuur 3.3 Ligging plangebied (rode asterisk) ten opzichte van de Groene contour (licht groen) provinciegrens (gestippeld) (Provincie Utrecht, 2018).

3.4

Houtopstanden

De exacte plannen voor herontwikkeling zijn nog onduidelijk. Mogelijk worden binnen het plangebied bomen gekapt. Bijvoorbeeld bomen aan de westzijde van park De Meijert (zie figuur 3.4) en/of bomen bij een eventueel te realiseren 12e tennisbaan (zie figuur 1.19). Er is sprake van beschermde houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming indien: • de houtopstand buiten de 'bebouwde kom Wet natuurbescherming' ligt, en • de houtopstand groter is dan 10 are (1.000 m2) of het om bomen gaat in een rijbeplanting van meer dan 20 bomen. Er is geen (digitale) kaart van de begrenzing bebouwde kom Wet natuurbescherming (voorheen Boswet) voor de gemeente De Ronde Venen dan wel de kern Mijdrecht gevonden. Gezien de ligging in de bebouwde kern van Mijdrecht is aangenomen dat het plangebied binnen de grens bebouwde kom houtopstanden in het kader van de Wet natuurbescherming. Op grond daarvan geldt het beschermingsregime ten aanzien van houtopstanden niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn dan niet aan de orde. Wanneer blijkt dat het plangebied buiten de begrenzing Wet natuurbescherming ligt, is naar verwachting een meld- en herplantplicht aan de orde, aangezien de mogelijk te kappen bomen aan de westzijde van park De Meijert onderdeel uitmaken van een houtopstand van meer dan 10 are.

Geadviseerd wordt voorliggende conclusie aan bevoegd gezag voor te leggen om te bezien of vervolgstappen aan de orde zijn.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 22 van 43

Figuur 3.4 Mogelijke te kappen bomen (rode en groene stippen) (bron: Gemeente De Ronde Venen, 2021).

Vanuit gemeentelijk beleid is mogelijk een omgevingsvergunning aan de orde voor te kappen bomen op de gemeentelijke percelen. In de APV (Gemeente De Ronde Venen, 2020 - art. 4.11a) staat dat een vergunning nodig is voor te vellen houtopstand met een stamdiameter groter dan 20 cm of een omtrek groter dan 70 cm, gemeten op 1,3 meter vanaf het maaiveld. Ook kan een herplantplicht worden opgelegd. Op basis van het veldbezoek wordt ingeschat dat bomen van dergelijke omvang aanwezig zijn binnen het plangebied. Ook is een vergunning nodig voor kap van bomen die zijn vermeld op de lijst met waardevolle bomen. De bomen binnen het plangebied staat echter niet vermeld op de gemeentelijke lijst met waardevolle bomen (Gemeente De Ronde Venen, 2014). Geadviseerd wordt nader te (laten) inventariseren of en voor welke bomen/houtopstand een kapvergunning nodig is en met gemeente te overleggen of/in welke vorm sprake is van een herplantplicht.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 23 van 43

4. EFFECTBEOORDELING SOORTENBESCHERMING 4.1

Voorselectie soortgroepen

Binnen het plangebied zijn zowel gebouwen, bomen en oppervlaktewater aanwezig. Vanwege de eigenschappen van het plangebied zijn er geen soortgroepen die op voorhand zijn uit te sluiten.

4.2

Flora

Binnen het gehele plangebied zijn geen beschermde flora aangetroffen. Hieronder is per locatie aangegeven welke flora soorten er onder andere zijn aangetroffen. Locatie 1 Tennisbanen TVM Aangetroffen soorten: akker-vergeet-mij-nietje, gewone melkdistel, grote kaardenbol, herderstasje, klimop, paardenbloem, riet, straatgras en vergeten wikke. Rondom de tennisvelden staan heggen van conifeer en laurier. Tevens zijn er diverse cultivar soorten rondom de kantine en het verenigingsgebouw aangeplant. Locatie 2 Tennishal Aangetroffen soorten: daslook, gewone melkdistel, kleefkruid, klimop, kruipende boterbloem, robertskruid, rode kornoelje, schijnaardbei en witte klaver. Tevens zijn er diverse cultivar soorten rondom de kantine aangeplant. Voor een gedeelte grenst het terrein aan Park de Meijert. Locatie 3 Tennisbanen TVDRV Aangetroffen soorten: klein kruiskruid, liggende vetmuur, paardenbloem, robertskruid, straatgras en vergeet-mij-nietje (spec.). Op het terrein staan diverse eiken (spec.). Grotendeels grenst het terrein aan Park de Meijert. Rondom de kantine/verenigingsgebouw zijn diverse soorten cultivar aangeplant. Daarnaast is een groot gedeelte van het terrein betegeld.

Locatie 4 Park de Meijert Aangetroffen soorten: bermooievaarsbek, bonte gele dovenetel, dagkoekoeksbloem, daslook, fluitenkruid, gekroesde melkdistel, gele lis, gestreepte witbol, grote brandnetel, heermoes, hondsdraf, hondsroos (spec.), jacobskruiskruid, kleefkruid, klimop, kruipende boterbloem, pinksterbloem en riet. Tevens zijn er in het park diverse soorten bomen en struiken aanwezig waaronder: berk, (spec.), Canadese populier, eenstijlige meidoorn, es, gewone esdoorn, gewone vlier, haagbeuk, hulst, linde (spec.), madeliefje, paardenbloem, populier (spec.), Spaanse aak, treurwilg, zomereik en zwarte els. Locatie 5 Braakliggend terrein Aangetroffen soorten: geel nagelkruid, gestreepte witbol, grote brandnetel, herderstasje, kleefkruid, klein hoefblad, kleine brandnetel, paardenbloem, speerdistel, straatgras en riet. Ten zuidoosten van het braakliggende terrein staan rondom de vijver nog enkele berken (spec.). Daarnaast staan er nog enkele jonge scheuten van zomereik en zwarte els. Locatie 6 Bibliotheek Aangetroffen soorten: bonte gele dovenetel, gewone braam, gewone vogelmelk, kleefkruid, klein kruiskruid, klimop, kornoelje (spec.), paardenbloem, robertskruid, stinkende gouwe, straatgras Aan de zuidwestzijde van de bibliotheek zijn diverse soorten cultivar aangeplant.

Tevens zijn er rondom de bibliotheek diverse bomen en struiken aanwezig waaronder: Berk (spec.), conifeer, eenstijlige meidoorn, hazelaar en vlakke dwergmispel.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 24 van 43

Beschermde flora wordt op basis van het veldbezoek, de terreinkenmerken (voedselrijk, frequent maaibeheer) en de bekende verspreidingsgegevens binnen het plangebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van flora zijn niet aan de orde.

4.3

Broedvogels

Soorten met jaarrond beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen Tijdens het veldbezoek zijn binnen het gehele plangebied geen vogelsoorten die genoemd staan op de lijst met jaarrond beschermde nesten (zie bijlage 2) waargenomen. Tevens zijn er geen nest- of roestplaatsen dan wel sporen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Wel zijn er (potentiële) nestplaatsen van categorie 5 vogelsoorten aangetroffen. Hieronder zijn de resultaten per deelgebied beschreven. Locatie 1 Tennisbanen TVM Midden op de locatie tussen de tennisbanen staat het verenigingsgebouw van TVM. Het is een enkel laags gebouw en heeft deels een plat dak en deels puntdaken met lichtkoepels. Het dak heeft geen geschikte dakpannen liggen die ruimte bieden voor nestplaatsen van gebouwgebonden soorten zoals de gierzwaluw en huismus. Daarnaast zijn er geen nissen, ruimtes of openingen aangetroffen voor nestplaatsen van gebouwgebonden soorten. Aan de noordwestzijde van de tennisbanen bevindt zich een dichte coniferenhaag, die onderdeel kan uitmaken van het functioneel leefgebied van huismussen. Er zijn tijdens het veldbezoek -in het broedseizoen- rondom de locatie echter geen huismussen zichtbaar of hoorbaar waargenomen. De coniferenhaag is niet in gebruik als nestplaats en betreft het geen deel uit van het essentiële leefgebied van huismussen.

Tevens zijn er geen waarnemingen van huismussen in de directe omgeving bekend (NDFF, 2021). Binnen en aan de rand buiten de tennisbanen staan enkele grote bomen. Hierin zijn geen nestplaatsen vastgesteld. Tevens zijn er onder de bomen geen sporen aangetroffen die wijzen op een vaste rustplaats (roestplaats). Locatie 2 Tennishal De tennishal is opgebouwd uit aluminium/ijzeren plaatwerk. Aan de zuid- en west zijde van de tennishal is de laagbouw opgebouwd vanuit bakstenen. Er zijn tijdens het veldbezoek geen geschikte invliegopeningen vastgesteld voor gebouwgebonden soorten. De open stootvoegen die aanwezig zijn in de stenen laagbouw zijn van onvoldoende omvang voor vogels. Daarnaast biedt de gevelbekleding van de tennishal weinig tot geen houvast door het gladde materiaal. Tevens warmt dit materiaal erg snel op in de zon waardoor het niet aannemelijk wordt geacht dat de tennishal in gebruik is als nestplaats door bijvoorbeeld gierzwaluwen of huismussen. Nestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten worden zodoende niet verwacht binnen het terrein van de tennishal. Tevens blijkt uit de voorlopige plannen dat de tennishal in zijn huidige vorm zal blijven bestaan. Locatie 3 Tennisbanen TVDRV Naast de tennisbanen staat het verenigingsgebouw van TVDRV. Het is een enkellaags gebouw met een plat dak.

Er zijn geen geschikte ruimtes onder het dak geconstateerd die kunnen dienen als nestplaats. Tevens zijn er geen nissen, ruimtes of openingen aangetroffen voor nestplaatsen van gebouwgebonden soorten met jaarrond beschermde nesten. Binnen en aan de rand buiten de tennisbanen staan enkele grote bomen. Hierin zijn geen nestplaatsen vastgesteld. Tevens zijn er onder de bomen geen sporen aangetroffen die wijzen op een vaste rustplaats (roestplaats). Locatie 4 Park de Meijert In het park zijn vele grote bomen aanwezig die potentieel geschikt zijn als nestplaats of roestplaats voor diverse roofvogelsoorten en uilen die in stedelijk milieu voorkomen zoals sperwer en ransuil. Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 25 van 43

Van beide soorten zijn nestplaatsen in Mijdrecht bekend (NDFF, 2021). Ten tijde van het veldbezoek stonden de bomen al grotendeels en bijna volledig in blad. Door het dichte bladerdek was niet goed te zien of zich nesten in de boomkruinen bevinden. Daarnaast waren de struiken en bosschages onder de bomen al dichtbegroeid. Eventuele poepsporen of braakballen die wijzen op een roestplaats zijn daardoor ook niet goed vindbaar. Ondanks dat er geen exemplaren, nest- of roestplaatsen zijn vastgesteld ten tijde van het veldbezoek, kunnen nest- en of roestplaatsen van vogelsoorten met jaarrond beschermde nesten niet geheel op voorhand worden uitgesloten. Locatie 5 Braakliggend terrein In het plangebied ontbreekt bebouwing. Het plangebied is daarmee ongeschikt als (potentiële) nestlocatie voor gebouwgebonden vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Ten zuidoosten van het braakliggend terrein staan enkele berken rondom de vijver en het parkeerterrein. In deze berken zijn geen nesten of sporen van aanwezigheid aangetroffen. Tevens zijn deze berken niet geschikt en van onvoldoende omvang om als nestplaats te dienen voor vogelsoorten waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Locatie 6 Bibliotheek Het bibliotheekgebouw bestaat uit meerdere bouwlagen met schuin oplopende puntige daken. De daken zijn deels plat en deels vlak (zie figuur 4.1). Er zijn geen dakpannen aanwezig.

Voor gebouwgebonden vogelsoorten zijn geen geschikte nestlocaties aanwezig. Zo is er geen ruimte onder het dak, en zijn er geen geschikte nissen en openingen aanwezig. De open stootvoegen zijn te klein om als nestingang te dienen. Nestplaatsen van gebouwgebonden soorten met jaarrond beschermde nesten worden niet verwacht. In de bomen rondom het bibliotheekgebouw zijn geen nesten of sporen van aanwezigheid van vogelsoorten met jaarrond beschermde nestplaatsen aangetroffen.

Figuur 4.1 Puntig en vlak dak op de achtergrond en op de voorgrond deels plat dak.

Categorie 5 vogelsoorten Locatie 1 Tennisbanen TVM - Locatie 2 Tennishal - Locatie 3 Tennisbanen TVDRV Rondom de tennisbanen en tennishal zijn twee foeragerende koolmezen aangetroffen in de bosschages. Er zijn geen nestplaatsen van categorie 5 vogelsoorten waargenomen. De heggen, bomen en bosschages rondom de tennisbanen en tennishal bieden geschikte broedgelegenheid voor diverse Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 26 van 43

categorie 5 vogelsoorten. In of bij de gebouwen zijn geen nestplaatsen of geschikte nestgelegenheid aangetroffen. Gelet op de aard van de werkzaamheden zal er enige broedgelegenheid verloren gaan in de vorm van de heggen, bomen en bosschages. In de naastgelegen woonwijken en in het opgaande groen in de directe omgeving is echter voldoende geschikte en alternatieve nestgelegenheid aanwezig. Locatie 4 Park de Meijert Ten tijde van het veldbezoek zijn diverse categorie 5 vogelsoorten waargenomen. Er zijn twee nesten van de ekster aangetroffen aan de westzijde van het park. In het park zijn zowel eksters, grote bonte specht, koolmezen en een pimpelmees aangetroffen. In een van de wilgen naast de grote vijver zijn meerdere holtes van een specht aangetroffen (zie figuur 4.2). Binnen het plangebied bevinden zich meerdere broedterritoria van verschillende categorie 5 vogelsoorten. Gezien het biotoop (park) zijn meerdere categorie 5 vogelsoorten en broedbiotopen niet uit te sluiten. In geval van kap van bomen kunnen enkele nesten en een gedeelte van het broedbiotoop van enkele categorie 5 vogelsoorten komen te vervallen. Aangezien het merendeel van het park in de huidige vorm behouden blijft en alleen aan de westzijde van het park bomen worden gekapt (zie figuur 3.4), blijft voldoende leefgebied voorhanden.

Figuur 4.2 Holtes van een specht in een van de wilgen naast de vijver in park De Meijert.

Locatie 5 Braakliggend terrein In het plangebied ontbreekt bebouwing. Het plangebied is daarmee ongeschikt als (potentiële) nestlocatie voor gebouwgebonden categorie 5 vogelsoorten. Ten zuidoosten van het braakliggend terrein staan wel enkele berken met holtes rondom de vijver en het parkeerterrein. Tijdens het veldbezoek zijn er geen nesten aangetroffen in de bomen. De berken zijn echter wel geschikt als nestlocatie voor diverse categorie 5 vogelsoorten. In het geval van kap van de bomen kunnen potentiële nestplaatsen komen te vervallen. Echter zijn er voldoende geschikte alternatieven in de directe omgeving voorhanden.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 27 van 43

Locatie 6 Bibliotheek Aan de voorzijde van de bibliotheek staan enkele berken, aan één daarvan zit een nestkast. Ten tijde van het veldbezoek bleek de nestkast bezet door broedende pimpelmezen. Aan de achterzijde van het gebouw is in de bosschages tussen het terrein van de bibliotheek en tennisvelden van TVM een nest van koolmezen aangetroffen (zie figuur 4.3). Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen deze nestplaatsen komen te vervallen. In de directe omgeving van de bibliotheek is, onder andere in het nabijgelegen park en omliggende woonwijken, echter voldoende geschikte en alternatieve nestgelegenheid beschikbaar.

Figuur 4.3 Koolmees nabij nestplaats in hazelaar, tussen bibliotheek en tennisbanen TVM.

Broedvogels zonder jaarrond beschermde nesten Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen vogels in het aanwezige opgaand groen (bomen en stuiken) en in de sloten en vijvers tot broeden komen. Ten tijde van het veldbezoek is in het park een nest van een meerkoet met jongen aangetroffen. Daarnaast zijn broedbiotopen van de tjiftjaf, vink en winterkoning vastgesteld. Binnen de hekwerken van het braakliggende terrein worden geen broedvogels verwacht. Er ligt veel puin en er is weinig tot geen vegetatie. Echter des te langer het terrein braakliggend blijft zal het op den duur meer verwilderen. Uiteindelijk kan het een geschikt broedbiotoop voor broedvogels worden. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Alle in aanbouw en in gebruik zijnde nesten zijn beschermd. Verstoring van broedgevallen is toegestaan zolang dit geen wezenlijke invloed op de gunstige staat van instandhouding heeft. Invasieve exoot - halsbandparkiet Tijdens het veldbezoek zijn meerdere halsbandparkieten waargenomen in het park. Het is zeer waarschijnlijk dat de halsbandparkieten enkele nesten hebben in boomholtes in het park. Populaties halsbandparkieten breiden zich vanuit de Randstad steeds meer uit naar omliggend stedelijk gebied. De halsbandparkiet is een niet-beschermde uitheemse soort.

De soort geniet geen bescherming op grond van de Europese Vogelrichtlijn en de Nederlandse Wet natuurbescherming, omdat de soort niet van nature in het wild voorkomt in de Europese Unie. Echter blijft wel ten alle tijden de zorgplicht gelden.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 28 van 43

4.4

Vleermuizen

Verblijfplaatsen Aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan niet op voorhand worden uitgesloten. Binnen alle zes de locaties zijn potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aangetroffen, zowel in de gebouwen als in bomen. Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen deze mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast en/of verstoord worden. Wanneer er werkzaamheden worden uitgevoerd die mogelijk een overtreding op de Wet natuurbescherming tot gevolg hebben (sloop/kap van locaties met potentiële verblijfplaatsen), is nader soortgericht onderzoek noodzakelijk om eventuele verblijfplaatsen vast te stellen dan wel te kunnen uitsluiten. Hieronder staat per locatie aangegeven waar de potentiële verblijfplaatsen zich bevinden. Locaties 1,2,3 Tennisbanen TVM, tennishal en TVDRV Tijdens het veldbezoek bleek dat er in de panden van TVM, TVDRV en de tennishal diverse open stootvoegen in de muren aanwezig waren (zie figuren 4.4-4.6, rood omcirkeld). Daarnaast is ruimte onder de boeiboorden (zie figuur 4.4-4.6, rode pijlen) vastgesteld. De panden zijn daarmee potentieel geschikt als paar- zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals de in de directe omgeving bekende gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. De tennishal (locatie 2) blijft behouden, hier vinden geen werkzaamheden plaats.

Nader soortgericht onderzoek is in dat geval niet aan de orde.

Figuur 4.4 Potentieel geschikte vliegopeningen voor vleermuizen in het TVM pand (locatie 1).

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 29 van 43

Figuur 4.5 Potentieel geschikte vliegopeningen voor vleermuizen in de tennishal (locatie 2).

Figuur 4.6 Potentieel geschikte vliegopeningen voor vleermuizen in de tennishal (locatie 2).

Figuur 4.7 Potentieel geschikte vliegopeningen voor vleermuizen in pand TVDRV (locatie 3).

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 30 van 43

Locatie 4 Park de Meijert In de aanwezige bomen binnen het plangebied zijn diverse geschikte holtes aangetroffen waar boombewonende vleermuizen gebruik van kunnen maken (zie figuur 4.8). Ten tijde van het veldbezoek stonden de bomen al grotendeels en bijna volledig in blad. Door het dichte bladerdek en dichtbegroeide bosschages waren niet alle bomen goed te controleren op potentiële verblijfplaatsen. Zeer waarschijnlijk bevinden zich meer bomen met potentiële verblijfplaatsen (holtes of scheuren) binnen het plangebied. Door de voorgenomen ontwikkeling kunnen deze mogelijk aanwezige verblijfplaatsen aangetast en/of verstoord worden. In geval van kap van de betreffende bomen met holtes en/of de direct omliggende bomen (vanwege microklimaat) is nader soortgericht onderzoek naar de aanwezigheid van verblijfplaatsen aan de orde.

Figuur 4.8 Potentieel geschikte holtes voor boombewonende vleermuizen (locatie 4).

Locatie 5 Braakliggend terrein In enkele berken (rondom de vijver) zijn holtes geconstateerd (zie figuur 4.9). Deze holtes zijn tevens gecontroleerd met een endoscoop. De berken met holtes zijn geschikt als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Wanneer deze bomen gekapt worden, komen potentieel geschikte verblijfplaatsen te vervallen. In dit geval is nader soortgericht onderzoek aan de orde.

Figuur 4.9 Potentieel geschikte holte voor boombewonende vleermuizen (locatie 5).

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 31 van 43

Binnen het braakliggende terrein is geen bebouwing aanwezig. Verblijfplaatsen van gebouwgebonden vleermuizen kunnen binnen dit terrein dan ook worden uitgesloten. Locatie 6 Bibliotheek Tijdens het veldbezoek bleek dat er in het pand van de bibliotheek diverse open stootvoegen in de muur aanwezig waren (zie figuur 4.10, rood omcirkeld). Daarnaast is op enkele plekken ruimte onder de daktrim en onder de houten gevelbetimmering vastgesteld (zie figuur 4.9, rode pijlen). Het pand van de bibliotheek is daarmee potentieel geschikt als paar- zomer-, kraam- of overwinteringslocatie van gebouwbewonende soorten, zoals de in de directe omgeving bekende gewone dwergvleermuis, laatvlieger en ruige dwergvleermuis. Indien er werkzaamheden aan het pand worden uitgevoerd waarbij de potentiële verblijfplaatsen worden verstoord of wegnemen dan dient er een nader soortgericht onderzoek uitgevoerd te worden.

Figuur 4.10 Open stootvoegen zijn rood omcirkeld, ruimtes onder daktrim en houten gevelbetimmering zijn aangegeven met rode pijl.

Daarnaast kunnen gewone dwergvleermuizen in grote groepen overwinteren. In de nazomer worden deze massawinterverblijfplaatsen in grote groepen verkend door voor een dergelijke verblijfplaats te zwermen. Dit gedrag is tot nu toe met name aangetoond bij grotere, hoge gebouwen, zoals flats of kerken. Een zwermlocatie van gewone dwergvleermuizen wordt alleen bij het bibliotheekgebouw verwacht. De overige gebouwen worden niet geschikt geacht als zwermlocatie. Vliegroute Binnen Park de Meijert (locatie 4) zijn potentieel geschikte vliegroutes aanwezig. De geschikte vliegroutes bevinden zich ter plaatse van de wandelpaden in het park. De bomen aan weerszijde van de wandelpaden bieden voldoende dekking en oriëntatie om voor vleermuizen als vliegroute te dienen. Bij de kap van een gedeelte van het bosgebied (zie figuur 3.4) kunnen (delen) van vliegroutes onderbroken worden of verloren gaan. Nader onderzoek moet uitwijzen of - in geval van bomenkap - zich daadwerkelijk vliegroutes binnen het plangebied bevinden en zo ja, of het essentiële vliegroutes zijn.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 32 van 43

In het overige deel van het plangebied worden geen essentiële vliegroutes verwacht. De straten in de omgeving vormen wel lijnvormige elementen die als vliegroute kunnen worden gebruikt door vleermuizen. De werkzaamheden zullen niet van invloed zijn op deze vliegroutes. Werkzaamheden vinden uitsluitend overdag plaats, zodat geen sprake is van lichtverstoring. Indien er in de avonduren gebruik wordt gemaakt van bouwlampen, dienen deze dusdanig afgesteld te zijn zodat vliegroutes niet worden aangetast door lichtbelasting. Foerageergebied Het plangebied kan onderdeel uitmaken van het van het foerageergebied van in de omgeving voorkomende soorten vleermuizen. Gezien de huidige invulling/gebruik, de werkzaamheden overdag plaatsvinden en de locatie en omgeving na ontwikkeling ook geschikt is als foerageergebied, is verder onderzoek naar het voorkomen van foerageergebieden van vleermuizen niet noodzakelijk.

4.5

Grondgebonden zoogdieren

Binnen het gehele plangebied bevinden zich diverse locaties met geschikt leefgebied voor de steenmarter. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen waarnemingen van de steenmarter gedaan en / of sporen van aanwezigheid aangetroffen. De steenmarter komt veelal voor in bebouwde gebieden en cultuurlandschappen. Door zijn grote aanpassingsvermogen kan de soort in vrijwel alle biotopen voorkomen. Een steenmarter kan binnen zijn leefgebied soms wel tientallen schuilplaatsen hebben, zoals in boomholtes, takkenhopen, dichte struwelen, zolders of kruipruimtes (Zoogdiervereniging, 2021). Locaties 1, 2, 3 en 6 Binnen de locaties 1, 2, 3 en 6 zijn gebouwen aanwezig. Er zijn bij al deze gebouwen geen voor steenmarter toegankelijke openingen of ruimtes aanwezig. Verblijfplaatsen van de steenmarter binnen de bebouwing wordt dan ook niet verwacht. Wel zijn rondom de locaties 1, 2, 3 en 6 dichte struiken en heggen aanwezig die gebruikt kunnen worden als verblijf-/schuilplaats of onderdeel kunnen uitmaken van het leefgebied van de steenmarter. Gezien het huidige gebruik en de recreatiedruk betreft dit geen essentiële onderdelen van het leefgebied. Locatie 4 Park de Meijert Het park is zeer geschikt als leefgebied voor de steenmarter. Er zijn dichte struiken en bosschages aanwezig, paden, sloten en open gebieden. Er kunnen zich meerdere verblijfplaatsen of schuilplaatsen binnen het park bevinden.

Tevens kan het park onderdeel uit maken van het leefgebied van de steenmarter. Aangezien het merendeel van het park behouden blijft, met hooguit kap aan westelijke zijde, blijft het leefgebied in voldoende mate behouden, er is geen sprake van aantasting van essentieel leefgebied. Locatie 5 Braakliggend terrein Er zijn geen gebouwen aanwezig en er is geen geschikt groen binnen het braakliggend terrein. Er zijn geen mogelijkheden om zich te verschuilen binnen het terrein. Verblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten binnen het braakliggende terrein. Het terrein kan mogelijk wel worden om zich te verplaatsen maar zal naar alle waarschijnlijkheid geen onderdeel uitmaken van het essentiële leefgebied van de steenmarter. Overige zoogdieren In het plangebied zijn vaste verblijfplaatsen van algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals egel, kleine marterachtigen, muizen en mollen aangetroffen en/of te verwachten. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze grondgebonden zoogdieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt voor deze soorten in de provincie Utrecht vrijstelling Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 33 van 43

van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Voor deze soorten blijft wel ten alle tijden de zorgplicht gelden.

4.6

Amfibieën

Rugstreeppad Het plangebied ligt binnen het bekende verspreidingsgebied van rugstreeppad (Ravon, 2021). In het nabij gelegen Wickhelhofpark en het agrarisch gebied zijn oudere waarnemingen van rugstreeppad bekend (NDFF, 2021). De rugstreeppad is een typische pionierssoort. De soort houdt van terrein met een hoge natuurlijke of door mensen ingebrachte dynamiek. Braakliggende bouwterreinen, groeven en zand- en kleiafgravingen, (rivier)duinen en uiterwaarden vormen een ideaal leefgebied voor de rugstreeppad. Door gebrek aan dynamiek in natuurgebieden is het voorkomen van de soort in Nederland sterk afhankelijk van menselijk ingrepen. Regenplassen en sporen van zware voertuigen waar regenwater in is blijven staan, vormen ideaal voorplantingswater. In brede en grotere watergangen komt de rugstreeppad niet voor, met mogelijk uitzondering de ondiepe oeverzones (Ravon, 2021). Het plangebied ligt ook binnen de actieradius van meerdere kilometers (BIJ12, 2017) vanaf bekende locaties waar de rugstreeppad al voorkomt. Locatie 5 Braakliggend terrein Ten tijde van het veldbezoek betreft het braakliggende terrein potentieel geschikt leefgebied (landhabitat) voor rugstreeppad (zie figuur 4.11). Het terrein bestaat uit voor de rugstreeppad vergraafbare grond en stukken puin om onder te schuilen (landhabitat).

Op het moment dat gewerkt gaat worden kunnen ook geschikte voortplantingsomstandigheden ontstaan. In het geval er werkzaamheden binnen het braakliggende terrein plaatsvinden, zal vooraf nader soortgericht onderzoek uitgevoerd moeten worden.

Figuur 4.11 Potentieel geschikt habitat voor rugstreeppad binnen braakliggend terrein.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 34 van 43

Locaties 1, 2, 3, 4 en 6 Gezien het gebruik van de rest van het plangebied (bebouwing, tennisvelden, beschaduwd park) en de terreinkenmerken (beschaduwde wateren, veel bladafval, in verbinding met andere watergangen) betreft het grootste deel van het plangebied (locaties 1-4 en 6) geen (essentieel) leefgebied van rugstreeppad. Op het moment dat gewerkt gaat worden in het plangebied kunnen echter geschikte tijdelijke voortplantingsomstandigheden ontstaat. Door in de voortplantingsperiode van rugstreeppad ervoor te zorgen dat er geen ondiepe wateren op de werklocaties aanwezig zijn, wordt voorkomen dat de soort binnen het plangebied voortplantingsplekken bevolkt. Indien dit niet te waarborgen is, is het nodig het werkterrein voorafgaand aan de voortplantingsperiode af te schermen voor rugstreeppadden (BIJ12, 2017). Overige amfibieën Beschermde amfibieën zonder provinciale vrijstelling worden op basis van de terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens (NDFF, 2021; Uchelen, 2010, ravon.nl) niet verwacht. Het plangebied biedt wel voor enkele algemeen voorkomende soorten zoals bastaardkikker, gewone pad en kleine watersalamander geschikt voortplantings- en landbiotoop. Bij de geplande ingrepen kunnen verblijfplaatsen en/of exemplaren van deze amfibieën geschaad worden.

In voorliggende situatie geldt voor deze soorten vrijstelling van de verbodsartikelen uit de Wet natuurbescherming (zie bijlage 1), waardoor vervolgstappen voor deze amfibieën niet aan de orde is. Wel geldt te allen tijde de zorgplicht.

4.7

Overige soorten

Gelet op de terreinkenmerken, de habitateisen en verspreidingsgegevens wordt het voorkomen van beschermde reptielen, vissen en ongewervelden ter plaatse van het projectgebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de soortgroepen vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden zijn niet aan de orde.

Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 35 van 43

5. CONCLUSIE EN ADVIES 5.1

Gebiedsbescherming en houtopstanden

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van gebiedsbescherming en houtopstanden wordt het volgende geconcludeerd: Natura 2000 Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa vier kilometer afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/omvang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland (en natuur buiten het NNN). Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden (>twee kilometer), de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van de plannen geen effect op deze gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Houtopstanden Het plangebied ligt naar verwachting binnen de bebouwde komgrens (BBK) Wet natuurbescherming van Mijdrecht. Voor de betreffende te kappen bomen geldt het beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming niet. Vervolgstappen in het kader van de Wnb zijn zodoende niet aan de orde. Wel kunnen vervolgstappen (omgevingsvergunning) vanuit de gemeentelijke regels ten aanzien van kap van bomen van toepassing zijn. Afstand tot dichtstbijzijnde gebied 4,5 km

Mogelijke effecten aan de orde Nee

Vervolgstappen

Natuurnetwerk Nederland

2,1 km

Nee

Nee

Groene Contour

2 km

Nee

Nee

Houtopstanden

Grens bebouwde kom Wnb onduidelijk

Mogelijk

- Wnb: grens BBK duidelijk krijgen (gemeente), mogelijk meld-/herplantplicht. - Gemeente: mogelijk omgevingsvergunning.

Natura 2000

5.2

Nee

Soortenbescherming

Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het volgende geconcludeerd: - Binnen het plangebied (locatie 4) zijn vaste rust- of verblijfplaatsen waaronder nest- en roestplaatsen van vogels met jaarrond beschermde nesten of rustplaatsen niet op voorhand uit te sluiten. - Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen algemene vogelsoorten zonder jaarrond beschermde nest- of vaste rustplaats tot broeden komen. Ieder in aanbouw of in gebruik zijnde nest is beschermd. - Verblijfplaatsen van vleermuizen zijn, gelet op de aanwezigheid van geschikte bebouwing en bomen met holtes, niet op voorhand uit te sluiten binnen alle locaties. Quickscan Wet natuurbescherming Dr. J. van der Haarlaan te Mijdrecht (kenmerk: 210693 v1.0)

Pagina 36 van 43

-

Mogelijk vormt het plangebied (locatie 4) onderdeel van een (essentiële) vliegroute voor vleermuizen. Verblijfplaatsen van de rugstreeppad zijn niet uit te sluiten binnen het plangebied (specifiek locatie 5). Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, vissen, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en bekende verspreidingsgegevens uitgesloten. In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfibieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen.

De bevindingen ten aanzien van soortenbescherming zijn in onderstaande tabel samengevat, waarbij -indien nodig- onderscheid is gemaakt naar de verschillende deelgebieden (1-6). Beschermde soorten (potentieel) aanwezig Nee Locatie 4

(Mogelijke) negatieve effecten Nee Mogelijk

Nee Nader onderzoek

Nee

Nee

Nee

Overige broedvogels

Alle locaties (1-6)

Mogelijk

Gebouwbewonende vleermuizen

Alle locaties (1-6)

Mogelijk

Locatie 4

Mogelijk

Locatie 4 : Steenmarter Locatie 5

Nee

Flora Boomgebonden vogels met jaarrond beschermde nesten Gebouwgebonden vogels met jaarrond beschermde nesten

Boombewonende vleermuizen Grondgebonden zoogdieren

Nee

Nee

Nee, mits kwetsbare werkzaamheden (sloop/kap) buiten broedseizoen of vooraf broedvogelcheck Nader onderzoek (in geval van werkzaamheden bebouwing) In geval van bomenkap: nader onderzoek Nee Bij werkzaamheden: nader onderzoek Nee, mits voorkomen ontstaan voortplantingsplekken in mei-juli / afschermen plangebied Nee

Nee

Nee

Nee

Rugstreeppad

Mogelijk Na ontwikkeling mogelijk andere locaties

Reptielen, vissen en overige amfibieën Ongewervelden

5.3

Vervolgstappen

Advies en vervolgstappen

Stikstofdepositie Door de voorgenomen ontwikkeling kan in de gebruiksfase als gevolg van bebouwing/bewoning en extra verkeer een toename van stikstofdepositie ontstaan. Stikstofdepositie kan tot vele kilometers ver reiken en negatieve (verzurende/vermestende) effecten hebben op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Geadviseerd wordt voor de gebruiksfase van het plan een berekening met het rekenmiddel AERIUS Calculator te laten uitvoeren om inzichtelijk te maken of sprake is van (toename van) stikstofdepositie op Natura 2000-gebied(en). Hiervoor is het wel nodig dat de maximale planinvulling conform het bestemmingsplan bekend is met de typen en aantallen woningen (vrijstaand/2-1-kapwoning/rijtjeswoningen/appartement) en het oppervlak van overige bebouwing (o.a. bibliotheek). Met de inwerkingtreding van de nieuwe stikstofwet (Wet stikstofreductie en natuurverbetering) geldt er per 1 juli 2021 een vrijstelling voor de tijdelijke realisatiefase ten aanzien van bouw-, sloop en eenmalige aanlegactiviteiten (Staatsblad, 2021a,b). Het aspect stikstofdepositie speelt hierdoor in het vergunningentraject alleen nog een rol in de gebruiksfase.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15464368/1