Bijlage 7 NNN-rapport Antea Group, 9 december 2024
Tekst van het document
Leefgebied van ringslang, kwabaal ((dieper) oppervlaktewater), platte schijfhoorn (moeras- en oeverplanten) en bijzondere insectensoorten Potentieel Gelijk aan actuele waarde, behoud en versterking ervan De potentie voor otter en bever is aanwezig Positieve effecten voor natuur (landschaps-en stedenbouwkundig plan)
-
4.1.8
Ontwikkeling van natuurtypen N12.02, N14.02 en N16.04 Natuurvriendelijke oevers waar mogelijk (ook onderdeel meerwaardebenadering)
Bestemming Water (in alle zones)
NB: alleen de bouw- en gebruiksmogelijkheden zijn opgenomen die een aantasting op de natuur kunnen hebben. blad 30 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Mogelijkheden nu geldende beheersverordening Bestemming: “Water” Aanduiding: geen Bebouwing: Bruggen, steigers Gebruik: Waterstaatkundige- of verkeersdoeleinden Recreatief medegebruik Mogelijkheden nieuwe bestemmingsplan Enkelbestemming: “Water” Functieaanduiding: geen Bebouwing: Bruggen, steigers, aanlegplaatsen Gebruik: Waterstaatkundige- of verkeersdoeleinden Recreatief medegebruik Aantasting door bestemmingsplan Geen nieuwe gebruiksmogelijkheden, varen en dagrecreatie al toegestaan. Toevoeging bebouwingsmogelijkheden: aanlegplaatsen/steigers Kavels: +/- 1400. Max oppervlakte steiger: 7,2 m2. Veel legakkers zijn ’gewoon’ te bereiken via land of delen een steiger. En daarbij opgemerkt dat niet iedere kavel een eigen steiger (nodig) heeft. Ondanks dat er in huidige beheersverordening ook al steigers via binnenplanse afwijking zijn toegestaan, zien we toch een verdere aantasting, Deze wordt gesteld op 4.300 m2. Tabel 4-8: Overzicht effecten van Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen m.b.t. ontwikkelingsmogelijkheden bij bestemming water. Bestemming water Aantasting Aantasting Aanwezige en potentiële natuurwaarden Gevolgen aantasting voor nieuwe nieuw/uitbreiding natuurwaarden bebouwing gebruik 4.300 m2 Extra verstoring Actueel 0,4 ha ruimtebeslag door hoeveelheid door nieuwe door toename - Natuurdoeltypen N04.01 bebouwing.
steiger waterrecreatie door Kranswierwateren en N04.02 (ruimtebeslag het gebruik van de Kranswierwater Beperkte additionele verstoring: oevers + steigers - Foerageergebied van vleermuissoorten bestemmingsplan maakt voortzetting betreding (met name meervleermuis). huidig gebruik mogelijk; voornamelijk door looppad - Plassen zijn foerageergebied voor vaarbewegingen van boten en andere richting vogels uit de omgeving en tevens vormen van waterrecreatie. steiger) rustgebied voor vogels als kokmeeuw, Uitbreiding steigers leidt tot extra visdief, zwarte stern en smient. plekke waar de oevers betreden Watervogels overwinteren ook in de kunnen worden. Vinkeveense plassen. - Algemeen voorkomende amfibieën (bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander) komen naar verwachting voor. - Verder leefgebied van ringslang, kwabaal ((dieper) oppervlaktewater), platte schijfhoorn (moeras- en oeverplanten) en bijzondere insectensoorten. Potentieel
blad 31 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Bestemming water Aantasting Aantasting nieuwe nieuw/uitbreiding bebouwing gebruik
Aanwezige en potentiële natuurwaarden
Gevolgen aantasting voor natuurwaarden
- Gelijk aan actuele waarde, versterking van omvang, kwaliteit en samenhang natuurdoeltypen. Dan worden ook de functies van het biotoop voor de soorten versterkt. - De potentie voor otter en bever is aanwezig
In de tabellen is niet ingegaan op het effect “verontreiniging” omdat vanuit de KRW maatregelen genomen moeten worden om verslechtering van de waterkwaliteit tegen te gaan. De uitvoering van die maatregelen zullen leiden tot een verbetering van de waterkwaliteit ten opzichte van de huidige situatie. Daarnaast zal het aanleggen van vissenbossen en natuurvriendelijke oevers de (bio)diversiteit van/in het watersysteem vergroten.
4.2
Toelichting op de natuureffecten Het bestemmingsplan voorziet in de bebouwingsmogelijkheden, te reguleren via een omgevingsvergunning. Met name dit onderdeel van het bestemmingsplan leidt tot effecten op de bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem (zie paragraaf 4.1), weliswaar met de kanttekening dat deze effecten in werkelijkheid niet nieuw zijn als gevolg van dit plan, maar (illegaal) al aanwezig en in gebruik waardoor de mate van effect in de praktijk beperkter zal zijn. Om de meerwaardebenadering toe te passen, moet er echter uitgegaan worden van de planologische basis. Het gaat om de effectbeoordeling tussen de huidige (legale) planologische mogelijkheden en het nieuwe plan, niet om de feitelijke situatie en het nieuwe plan. De feitelijke situatie wordt dus niet gebruikt voor de meerwaardebenadering. Actueel aanwezige plant- en diersoorten/NNN De ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt ten aanzien van bebouwing kunnen leiden tot een aantasting van natuurdoeltypen en van het leefgebied van plant- en diersoorten.
Dit wordt veroorzaakt door de volgende effecten: • Ruimtebeslag (verlies leefgebied en lokale versnippering) door bebouwing van de legakkers, door vertrapping van beplanting of door extra golfslag door toename vaarbewegingen door uitbreiding bebouwing en uitbreiding horeca; • Verstoring door geluid, licht, optische verstoring door de aanwezigheid van bewoners/recreanten door gebruik van de bebouwing op de legakkers en door uitbreiding horeca op bepaalde zandeilanden; • Verstoring door geluid en optische verstoring door toename van de waterrecreatie door toename bebouwing/huisjes op de legakkers en uitbreiding horeca op enkele zandeilanden; • Verstoring door geluid, licht en optische verstoring door toename van verkeer, met name door uitbreiding horeca; • Aantasting van de waterkwaliteit door de toename van bewoning op de legakkers en toename van waterrecreatie. Natura 2000 Er is een passende beoordeling, inclusief een actualisatie/aanvulling stikstof opgesteld. Daarin is geconcludeerd dat de volgende effecten van het bestemmingsplan niet leiden tot een significant gevolg: • Verstoring van de meervleermuis door licht en geluid. Dit is hooguit een tijdelijk en lokaal effect op de foerageerfunctie van Botshol voor de meervleermuis in het aan de Vinkeveense Plassen grenzende deel van Botshol. In het centrale en westelijke deel van Botshol is er geen effect.
• Stikstofeffect op stikstofgevoelige habitattypen/leefgebieden soorten in Natura 2000-gebieden Botshol, Oostelijke Vechtplassen en Naardermeer door extra verkeer door de ontwikkelingen (geconcludeerd op basis van AERIUS-berekening maart 2023).
blad 32 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Ruimtebeslag Het bestemmingsplan voorziet in de bebouwingsmogelijkheden, te reguleren via een omgevingsvergunning. Als uitgegaan wordt van de referentiesituatie (de legale situatie) leidt dit voornemen uit het bestemmingsplan tot ruimtebeslag en verlies aan bestaande en potentiële waarden als leefgebied voor beschermde soorten door de toename/aanwezigheid van de bebouwing. Het oppervlak beschikbaar of bruikbaar (rustig) leefgebied op legakkers neemt af. Het toestaan van de bebouwing leidt tot lokaal ruimtebeslag en dus minder oppervlakte voor realisatie natuurdoeltypen binnen de Vinkeveense Plassen. Berekening: 40 nieuwe kavels en ongeveer 80 bestaande kavels die niet goed zijn opgenomen in verkavelingskaart van april 2023. Dat levert dan extra 0,45 ha extra op. Dat betekent in totaal (67.965 m2 = 6,8 ha aan totale aantasting door het nieuwe bestemmingsplan. Mechanische effecten kunnen optreden door bodemverdichting en beschadiging door betreding, luchtwervelingen en golfslag. Deze factoren hebben een negatief effect op soorten. Mechanische beschadiging treedt op wanneer door waterplantenvegetaties wordt gevaren. Beschadiging door waterrecreatie kan zorgen dat nestgelegenheid verdwijnt door losslaande nesten door golfslag/ zuiging, schroefwerking die waterplanten aantasten (de kranswieren waarop de krooneenden foerageren).
Opwerveling van bodemmateriaal door vaartuigen zorgt voor een afname van helderheid van het water. Gevolg hiervan is een afname van aanwezige waterplanten en de kiemingsmogelijkheden daarvan. Door stroming in het water kunnen diverse dieren bijvoorbeeld hun eitjes minder goed afzetten. Vernieling kan te wijten zijn aan recreanten die de oever opgaan waardoor betreding leidt tot schade van oeverbeplanting. Ook ontstaat vernieling doordat boten en dergelijke te dicht in de buurt van de oever komen waardoor planten vernield worden door de onderkant van de boot of door opwaaiend bodemsediment. Door erosie worden de oevers aangetast. Dit betekent een verminderde vestigingsplaats voor planten en afname leefgebied van diersoorten in die oevers. Wel voorziet het bestemmingsplan in de verplichting tot bescherming van de legakkers (met beschoeiing of natuurvriendelijke oevers). Ruimtebeslag van leefgebied van vissoorten, onder andere de kwabaal, treedt op door het plaatsen van een traditionele (harde) oeververdediging. Echter, het aanbrengen van beschoeiing is ook al een mogelijkheid in het bestaande bestemmingsplan. De kwalbaal schuilt overdag in oeverholten en deze verdwijnen door de harde oeververdediging. Ook andere vissoorten gebruiken deze oeverholten als schuilplaatsen.
Ook voor vogels die broeden in of nabij de oever, kan de oeververdediging een afname van broedgebied betekenen, bijvoorbeeld voor de krooneend die op de grond nestelt op plekken met veel oever- en onderwatervegetatie in riet, ruigtekruiden en kreupelhout. De meeste legakkers hebben het natuurbeheertype N 04.01 Kranswierwateren. Ontwikkeling van natuurlijke land-waterovergangen en ondieptes, het stimuleren van dynamiek en structuren door het gedeeltelijk toestaan van natuurlijke processen als verlanding en de waterkwaliteit zijn van groot belang om deze potenties te realiseren. De huidige kwaliteit van de aangewezen natuurtypen is matig tot slecht. De oorzaak hiervan is vooral de kunstmatige inrichting (bebouwing, verharding, tuinen et cetera) van het gebied, uniformiteit van de vegetaties en de versnipperde ligging. De kwaliteit van natuurdoeltype Zoete plas wordt vooral bepaald door het ontbreken van natuurlijke oevers en overgangen van land naar water. Zonder natuurmaatregelen worden deze knelpunten versterkt. Versnippering Er is geen sprake van ruimtelijke ontwikkelingen die de samenhang tussen natuurgebieden zouden kunnen verstoren. Het bestemmingsplan voorziet niet in het verkleinen van de grote eenheid van de Vinkeveense Plassen. Het bestemmingsplan voorziet evenmin in de aanleg van grote barrières binnen NNN zoals bijvoorbeeld de aanleg van nieuwe wegen.
Het bestemmingsplan belemmert de directe en indirecte verbinding van de Vinkeveense plassen met het slotensystemen in de directe omgeving niet. Daarmee zijn de Vinkeveense Plassen nog steeds te bereiken als leefgebied voor soorten die in kleinere leefgebieden voortplanten en opgroeien – niet belemmert. Hierbij gaat het voornamelijk om vissen, maar ook om watervogels, amfibieën en reptielen als de ringslang. Gezien het voorgaande is er geen sprake van ruimtelijke ontwikkelingen die de samenhang tussen natuurgebieden zouden kunnen verstoren, behoudens het effect van de bebouwing op het areaal NNN dat ook doorwerkt op de samenhang.
blad 33 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Door het plaatsen van bebouwing/steigers en dergelijke treedt lokaal versnippering en barrièrewerking op. De samenhang wordt hierdoor verstoord, en versnipperd zo het gebied in nog kleinere eenheden met als gevolg biotoopverlies. Het toestaan van de bebouwing leidt tot lokaal ruimtebeslag en meer recreatie en dus minder oppervlakte voor de realisatie van natuurdoeltypen binnen de Vinkeveense Plassen en toename van verstoring ten opzichte van de legale situatie. Het effect is beperkter ten opzichte van de huidige situatie. Door de potentiële bebouwing – ook centraal in het plangebied – leidt een toename van gebruik tot een aantasting van de verbindende functie (stapstenen) voor met name soorten die meer gebonden zijn aan de legakkers binnen de Vinkeveense Plassen en gevoelig zijn voor verstoring als gevolg van recreatieve activiteiten. Verdwijnen van stapstenen kan effect hebben op de verbindingsfunctie voor otter, waterspitsmuis, ringslang, maar ook voor moerasvogels als kleine karekiet en bosrietzanger (jongen nestelen op korte afstand van eigen nest van voorgaande jaar). Verstoring Verstoring kan veroorzaakt worden door geluid, door licht (aanwezige verlichting) of door visuele verstoring (aanwezigheid bebouwing of beweging van mensen). In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat recreatie een grote druk legt op de natuur in de Vinkeveense Plassen.
Dit komt door de openheid van het water, de grote aantallen recreanten, onvoorspelbare recreatie (geen vaste routes voor boten of gebruikers legakkers). Krijgsveld, 2022 stelt hierover “Impact op vogels is groter naarmate het gebied opener is; de effecten reiken dan verder en hebben zo een groter en langduriger verstorend effect. Op het water en op het strand reikt het effect van recreatie daardoor verder dan in het bos. Waterrecreatie heeft een zeer grote impact, door de combinatie van grote verstoringsafstanden (waarbij hele oppervlaktes water leeg-verjaagd worden), lange verstoringsduren en hoge percentages verstoorde vogels. Op land hebben wandelen en fietsen op zich relatief weinig effect, maar is de impact vooral groot door de hoge intensiteit waarmee dit voor kan komen”. Het bestemmingsplan leidt tot een (potentiële) toename in bebouwing ten opzichte van de huidige beheersverordening, plaatsing van tenten op legakkers (in zone 1, 2 en 3 is overal nachtverblijf toegestaan) en uitbreiding van horeca op sommige zandeilanden. Hierdoor neemt het oppervlak beschikbaar of bruikbaar (rustig) leefgebied op legakkers af. De zandeilanden hadden al recreatiefunctie. De eilanden 1, 2, 4, 5 en 8 zijn rijk aan voorzieningen en daardoor is daar met sprake van verstoring. De eilanden 3, 6, 7 en 9 t/m 12 hebben minder voorzieningen en zijn daardoor rustiger.
Enige wat extra is zijn de paar tentplaatsen, de uitbreiding van de bestaande horeca op eiland 1 en een multifunctioneel gebouw op eiland 4. Eilanden 1 en 4 zijn al heel druk, dus is er geen sprake van een extra aantasting; het is en blijft een verstoord gebied. Tentplaatsen zijn ook al jaren in gebruik, maar wordt nu pas ‘formeel’ geregeld. Het gebruik van de bebouwing door de eigenaren leidt tot verstoring van de aanwezige soorten op de legakkers, in de oevers en op het water door de waterrecreatie. Er is ook sprake van een toename van de druk op de zandeilanden. De recreatiedruk is vooral in de zomerperiode (op zomerse dagen) actueel hoog. In de winterperiode is het rustiger. De Vinkeveense Plassen trekken circa 544.000 unieke Nederlandse bezoekers en 1,5-1,75 miljoen Nederlandse bezoeken (2022). De grote diversiteit aan aanwezige vogelsoorten ondervindt verstoring door de aanwezigheid van recreanten. Door verstoring in de leefgebieden kunnen dieren een verminderde conditie hebben en hierdoor verminderde voedselopname als er veel gevlucht moet worden. De verstoringsgevoeligheid verschilt per soort. De invloed voor vogels betekent met name dat het broedseizoen en broedsucces afneemt bij toenemende recreatiedruk. Zo kan verstoring leiden tot een reductie van broedparen en het aantal jongen. Als een gebied te vaak verstoord wordt, gaan dieren die plaats mijden.
Aanwezigheid van recreanten leidt ook tot een verstoring door de beweging van de recreant waardoor dieren opschrikken en later eventueel gedragsveranderingen ondergaan. Verstoring door verlichting kan optreden bij egels en nacht jagende vissen (kwabaal). Ook vleermuizen worden verstoord door verlichting. Soms kunnen vleermuizen door verlichting een verblijfplaats, vliegroute of voedselgebied zelfs niet meer gebruiken. Verlichting kan door verstoring van het gedrag van insecten ook hun voortplanting verstoren, waardoor ook het voedselaanbod voor vleermuizen afneemt (Zoogdiervereniging, z.d.). De extra bewoners of recreanten die naar de Plassen komen (ook door de uitbreiding van de horeca), betekenen ook meer verkeersbewegingen en daarmee ook meer geluidoverlast van verkeer met name in de omgeving van de wegen. Als het uitgangspunt is dat de mensen die nu naar de VP komen voor dagrecreatie dat blijven doen en blad 34 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
dat de verblijfsrecreatie wordt ingevuld door nieuwe mensen die naar het gebied komen, betekent dat extra verstoring, echter in een reeds verstoord gebied. Er is geen sprake van een deel van het gebied dat nu rustig is en waar door dit bestemmingsplan een toename van verstoring zal optreden. Dat komt doordat op de plekken waar in de toekomst verblijfsrecreatie gaat plaatsvinden nu ook al dagrecreatie plaats vindt. Wanneer ervan uitgegaan wordt dat sommige mensen die nu voor dagrecreatie het gebied bezoeken er in de toekomst zullen willen verblijven, betekent dat in de praktijk niet meer verkeersbewegingen door uitbreiding bebouwing. De druk is al vrijwel maximaal door de bestaande bebouwing. Tevens brengen honden ook verstoring teweeg aangezien ze afwijken van de paden en op andere plekken kunnen komen dan de recreanten en hiermee plantengroei beïnvloeden (betreding en verandering in soortensamenstelling). Verontreiniging Naast verstoring kan de toename van de recreatiedruk ook leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit. Echter, ook hier is het effect ten opzichte van de huidige situatie zeer beperkt en voorziet het bestemmingsplan in maatregelen om de situatie te verbeteren ten opzichte van de huidige situatie (zie KRW-notitie).
De waterkwaliteit kan ook worden aangetast door vervuiling van de waterbodem door toename van zwerfafval, hondenpoep en van vaartuigen afkomende stoffen (zoals zink). Bodem (of water-)vervuiling kan de beplantingssamenstellingen veranderen. De oeverbegroeiing kan op indirecte wijze beïnvloed worden door verontreiniging en verrijking met achtergelaten afval en dergelijke. En ook hondenpoep wat tot vermesting van de ondergrond leidt. Stikstofdepositie Door extra verkeer door de ontwikkelingen vooral door uitbreiding horeca en in de aanlegfase bij het bouwen van extra recreatiehuisjes (zie stikstofberekeningen) is er sprake van een toename van stikstofdepositie. In de passende beoordeling is dit effect beoordeeld voor Natura 2000-gebieden. Een aantal natuurbeheertypen zijn gevoelig voor stikstof (op basis van de KDW van veenmosrietlanden) . In de referentiesituatie neemt de stikstofdepositie in NNN-gebieden als gevolg van het wegverkeer af ten opzichte van de huidige situatie. Deze autonome afname is een gevolg van een strenger Europees en nationaal beleid met als uitkomst het schoner wordend verkeer (schonere motoren, zuiniger auto’s, elektrisch rijden). De projectbijdrage zal autonome deze daling hoogstens beperkt vertragen. Er is daarom geen sprake van een significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van NNN-gebied als gevolg van stikstofdepositie.
blad 35 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
5.
Visie op te ontwikkelen natuurwaarden Om op gebiedsniveau een meerwaarde te kunnen bepalen, is een visie op het NNN/natuur opgesteld. Deze visie is gebaseerd op: • het inspiratiedocument Natuur Vinkeveense Plassen (Kos, 2022, zie bijlage bij voorliggend rapport); • het landschaps- en stedebouwkundig plan bij het bestemmingsplan; bijlage bij de bestemmingsplandocumenten; • het natuurplan dat in opdracht van de gemeente De Ronde Venen is opgesteld (Buizer & van Helsdingen, 2019), bijlage bij de bestemmingsplandocumenten. Voor ecologie is de blijvende aanwezigheid legakkers van belang, een goede waterkwaliteit, rustige zones met een natuurlijke begroeiing zonder bebouwing. Het gebied heeft potenties als foerageergebied voor soorten in de omgeving. De eilanden en legakkers zijn van belang voor migratie. Inspiratiedocument Vinkeveense Plassen In het inspiratiedocument (KOS,2022) is aangegeven dat de visie op het gebied rust op drie pijlers die hierna zijn omschreven. Voor het bestemmingsplan is met name de pijler “uniek natuurgebied met legakkers” de basis voor de maatregelen. De focusgebieden voor de maatregelen zijn weergegeven in figuur 5-1. -
Uniek natuurgebied met legakkers. De legakkers hebben nu een beperkte meerwaarde voor natuur, maar kunnen een grotere meerwaarde ontwikkelingen door (deels) natuurvriendelijk ingericht te worden, ook als deze (deels) bebouwd zijn. De blijvende aanwezigheid van legakkers is voor benutting van potenties voor natuur van belang. De legakkers vormen nu en in de toekomst ook broed- en leefgebied voor onder meer krooneenden en kokmeeuwen. In de luwte van legakkers kunnen watervogels rusten. De Vinkeveense Plassen vormen ook een tijdelijk rustgebied voor vogelsoorten die op trek zijn. De waterkwaliteit is bij de natuurontwikkeling van groot belang. Maatregelen die leiden tot een afname van voedingsstoffen (bijvoorbeeld opvang en afvoer van afvalwater, defosfatering van ingelaten water) zijn al positief gebleken en dienen te worden doorgezet voor het optimaal benutten van de potenties voor natuur. Daarnaast is behoud van diepe delen een extra element dat zorgt voor dynamiek en diversiteit, onder meer voor de aanwezige populatie kwabaal, maar ook voor andere zoetwatervissoorten als snoek en baars. Ook deze elementen dragen bij aan het behalen van de KRW-doelstellingen (Kos, 2022).
-
Relatie met directe omgeving De Vinkeveense Plassen hebben de potentie om in 2033 meer dan nu foerageergebieden en tijdelijke leefgebieden te vormen voor soorten die hun leefgebied in natuurgebieden buiten het plassengebied hebben of kunnen ontwikkelen, zoals Botshol, het Achterbos en de polders ten zuiden en ten westen van de plassen. Het open water met eilanden en legakkers vormt een belangrijke verbinding voor migratie van soorten van het ene naar het andere (natuur)gebied. De natuurlijker ingerichte legakkers en zandeilanden en hun oevers kunnen stapstenen vormen voor deels landgebonden soorten als vogels, maar ook voor watergebonden soorten als de bever en de otter en voor amfibieën en reptielen als de ringslang. […] Potenties hiervoor liggen vooral in de delen van het gebied met minder bebouwing op legakkers en oevers, in het zuidelijke en het noord(west)elijke deel van het plangebied (Kos, 2022).
-
Schakel voor natuur in een bovenregionale context De Vinkeveense plassen maken in 2033 deel uit van een ontwikkeld en voor migrerende soorten functionerend plassen- en moerassysteem in laagveengebieden in midden- en west-Nederland (Kos, 2022).
Landschaps- en stedenbouwkundig plan (LSP) BP Vinkeveense Plassen Ook in het landschaps- en stedenbouwkundig plan is een visie op de natuurwaarden van de Vinkeveense Plassen beschreven: “De Vinkeveense Plassen is een natuurlijk, rustig en open plassengebied met vergezichten over het water. De rechtlijnige kavelstructuur van de legakkers met afwisselend natuur, extensieve en intensieve vormen van recreatie is beeldbepalend. Zoals de groene pijlen op de visiekaart aangeven vormen de plassen een belangrijke ecologische schakel tussen het natuurgebied Botshol en de zuidelijk gelegen natuurgebieden. De blad 36 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
plassen zijn opgebouwd uit een opeenvolging van zones met een gradatie van natuurlijk naar cultuurlijk. Deze zonering ontstaat uit de recreatieve druk op het gebied en door de bereikbaarheid van de legakkers. Zone III ligt het meest afgelegen in het gebied en heeft zijn natuurlijke uitstraling grotendeels behouden. Het authentieke beeld van de natuurlijke legakkers in zone III dient ter inspiratie voor de rest van het plassengebied. Zone II ligt op de overgang van rustigere natuurlijke legakkers naar de meer cultuurlijke legakkers met een hogere recreatieve druk.” Doelsoorten Natuurplan In het Natuurplan (Buizer & Van Helsdingen, 2019) zijn ook doelsoorten benoemd relevant voor de uitwerking van de maatregelen (zie tabel 5-1). Aanvullend op deze lijst kunnen ook diverse vleermuissoorten worden benoemd (onder andere de meervleermuis). Het biotoop van de vleermuizen is groot open water en oevers. De functie is foerageren. Verbetering biotoop bestaat uit rustig water en beschutte oevers, geen verlichting. Tabel 5-1: Doelsoorten voor maatregelen Vinkeveense Plassen (Buizer & Van Helsdingen, 2019).
blad 37 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
6.
Natuurmaatregelen in het bestemmingsplan
6.1
Maatregelen om effecten te beperken In een separaat rapport – het Natuurkwaliteitsplan - zijn maatregelen beschreven die (1) de effecten van het bestemmingsplan beperken en (2) inzetten op een kwaliteitsverbetering van de natuur in de Vinkeveense Plassen. Het bestemmingsplan voorziet in maatregelen om de effecten op NNN te beperken. Dit betreft de verplichting tot aanbrengen van beschoeiing, de beperking aan het toestaan van bebouwing en de beperking aan het toestaan van verlichting. Daarnaast zijn handhaving en communicatie van belang om de effectiviteit van de maatregelen te garanderen. De ontwikkeling en de bescherming van de meerwaarde voor natuur vragen om toezicht en handhaving. Gemeente zal strikt moeten controleren en zo nodig handhaven op illegale bebouwing zodat de situatie beheersbaar blijft.
6.2
Compenserende maatregelen in ‘t Meertje De compenserende maatregelen bestaan uit compensatie in ’t Meertje. In een separaat rapport is een inrichtingsen beheerplan opgenomen voor ’t Meertje. Daarin is beschreven hoe invulling wordt gegeven aan de compensatie van areaal NNN. Ervaring in het Demmerick reservaat: herstel natuurwaarden als beeld voor ‘t Meertje Natuurreservaat Demmerick is een belangrijke verbindingszone in het Natuur Netwerk Nederland. Het gebied staat in het noorden in verbinding met de Vinkeveense Plassen. In de ‘wetlands’ van natuurreservaat Demmerick gaat het land geleidelijk over in water. Het gebied is geschikt voor weidevogels en steltlopers (bijvoorbeeld grutto, tureluur, kievit, watersnip, scholekster, kemphaan, reiger, kluut en lepelaar), voor libellen (bijvoorbeeld groene glazenmaker), kikkers, padden, de waterspitsmuis of de dwergmuis. Met het gevarieerde grasland en de rijkdom aan insecten en begroeiing, biedt natuurreservaat Demmerick de vogels een plek om voedsel te verzamelen en te komen broeden.
6.2.1
Compensatieopgave (oppervlakte) De Vinkeveense Plassen behoren tot het Natuurnetwerk Nederland (NNN). De meeste legakkers hebben het natuurbeheertype N 04.01 Kranswierwateren. Door de bebouwing inclusief de verharding op de legakkers is er sprake van oppervlakte verlies van NNN in de Vinkeveense Plassen. Het betreft 6,8 ha totale aantasting door de mogelijkheden van het nieuwe BP. Qua gebruik wordt de huidige toegestane dagrecreatie in de geldende beheersverordening opgeplust naar verblijfsrecreatie. De extra verstoring in het gebied door toename recreatie laat zich niet vertalen in een compensatie-oppervlak. Ten aanzien van dit effect op NNN zal de meerwaardebenadering worden ingezet.
6.2.2
Locatie compensatie Er mag niet binnen het plassengebied gecompenseerd worden, behalve op agrarische gronden (art 6.5 lid 4 c interim Omgevingsverordening). De gemeente De Ronde Venen heeft als voornemen om de compensatiemaatregelen voor het NNN te realiseren in ‘Meertje (figuur 6-1). 11 ha natuur wordt in het Meertje ter compensatie gerealiseerd. De gemeente is van mening dat dit gebied de meest geschikte locatie is om NNN te compenseren. ‘t Meertje is gelegen ten zuidwesten van de Vinkeveense Plassen en heeft op dit moment bestemming NNN agrarisch. Het plan is om het gehele gebied de bestemming NNN-natuur te geven en de kwaliteit van het gebied te verbeteren ter compensatie van areaalverlies door het bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen.
blad 38 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Figuur 6-1: Locatie natuurcompensatie ‘t Meertje.
In het natuurplan is dit gebied als volgt getypeerd: ”In het meest zuidwestelijke deel van het plangebied, het gebied van Achterbos, dat ten zuidwesten van het Achterbos ligt, heeft geen machinale vervening plaatsgevonden, omdat de veentrekmachine daar niet kon komen (mond. med. G. Korthals en L Mur). Hier is alleen handmatig verveend. De legakkers zijn hierdoor breder en de trekgaten smaller en minder diep. […] Een beetje een 'vergeten' gebied, dat wel tot het natuurnetwerk behoort, maar waar nog geen beheertypen aan zijn gekoppeld. Een gebied met grote potenties, omdat het nog relatief ongestoord en rustig is. In het gebied zijn onder meer mogelijkheden voor natuurlijke vegetaties in de vorm van • natuurlijke graslanden (bijvoorbeeld N12.02 kruiden- en faunarijk grasland of op delen met een al wat hogere kwaliteit N10.02 Vochtig hooiland) • Vochtige oevervegetaties in de vorm van rietkragen of natte strooiselruigten • Kleine oppervlaktes struweel of laag hakhout • Verlandingsvegetaties Het gebied kan leefgebied bieden aan diverse dieren, zoals kleine marterachtigen, vogels, vlinders, libellen en wilde bijen en vormt een paai- en opgroeigebied voor vis. Het sluit aan op het Marickenland Oost, waarvan het alleen door een (niet openbaar toegankelijke) dijk is gescheiden.”
6.2.3
Inrichting en beheer Voor ’t Meertje gelden vanuit het natuurbeheerplan de volgende doelen: Prioriteit 1; N05.01 moeras; N06.01 veenmosrietland en moerasheide; N06.02 trilveen; N10.01 nat schraalland Prioriteit 2: N04.01 kranswierwater; N10.02 vochtig hooiland Prioriteit 3: N13.01 Vochtig weidevogelgrasland, alleen ter versterking van weidevogelkerngebieden; N14.02 hoog- en laagveenbos Prioriteit 4: N16.03 Droog Productiebos; N16.04 Vochtig Productiebos Gezien de beschikbare oppervlakte zijn niet alle doelen te realiseren binnen ’t Meertje. Dan zouden te kleine oppervlaktes per natuurdoeltype ontstaan. Een groter oppervlak per natuurdoeltype in het gebied is positiever voor de natuurwaarden om de volgende redenen: • Een groter oppervlak betekent een betere kwaliteit: meer ruimte voor variatie in structuur, vegetaties en soorten. • Een groter oppervlak is duurzamer: grotere oppervlakten verdwijnen minder snel door externe factoren zoals bijv. klimaatverandering De te realiseren natuurdoeltypen zijn de volgende doelen: • N04.02 zoete plas o streefbeelden “Open water” en “Rechtere oevers met dood hout” en “Natuurvriendelijke oevers”,
blad 39 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
o
•
•
•
•
•
instandhoudingsbeheer bestaat uit gefaseerd schonen als de plas door verlanding dreigt dicht te groeien; N05.03 Veenmoeras o streefbeeld “Moerasvegetatie in open water”, o Instandhoudingsbeheer: Afhankelijk van het type kan gekozen worden voor zomermaaien, wintermaaien, geen maaibeheer, periodiek maaien, ijs-/watermaaien of alleen opslag verwijderen. Voor de meeste moerassen kan uitgegaan worden van periodiek maaien (eens in de 4-5 jaar) in de droge periode (augustus t/m september). Het maaisel moet worden afgevoerd + periodiek wilgen- en elzenopslag verwijderen (Bosgroeppen) N05.02 Gemaaid Rietland o streefbeeld Riet- en verlandingsvegetatie; o Instandhoudingsbeheer: Bij cyclisch beheer wordt een perceel twee jaren gemaaid en een tot drie jaren met rust gelaten. Dit in mozaïek met percelen die in een andere fase van deze cyclus zitten. De overjarige periode hangt af van de kwaliteit van de rietvegetatie. Er wordt inmiddels in veel gebieden geëxperimenteerd met gefaseerd maaibeheer van riet.
Het is daarbij belangrijk dat bij maaien de randzones en natste delen van het riet blijven staan omdat veel van de vogels hier nestelen en foerageren N14.02 Laagveenbos o streefbeeld “Struiken en laagveenbos” o instandhoudingsbeheer: geen N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland o zelfde streefbeeld o Instandhoudingsbeheer: hooilandbeheer: maaien en afvoeren N10.02 Vochtig hooiland o streefbeeld “Vochtig hooiland/verlaagd maaiveld o Instandhoudingsbeheer: bosopslag verwijderen, verschralen door maaien en afvoeren
In tabel 6-1 is een samenvatting gegeven van de te realiseren natuurdoeltypen in ’t Meertje. Tabel 6-1: Indicatie oppervlakte natuurdoeltype ’t Meertje bij uitvoering compenserende maatregelen Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied. Natuurdoeltype Oppervlakte (ha) Locatie Totaal Per locatie N04.02 Zoete plas 3,4 3,4 Oppervlaktewater ‘t Meertje N05.02 Gemaaid rietland 4,6 4,6 Riet- en verlandingsvegetatie ‘t Meertje N05.03 Veenmoeras 2,7 1,5 Moerasvegetatie in open water ‘t Meertje 0,4 Natuurvriendelijke oevers ’t Meertje N10.02 Vochtig hooiland 3,4 0,4 Legakkers ‘t Meertje N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland 8,7 5,7 Legakkers ‘t Meertje N14.02 Hoog- en laagveenbos (moerasbos) 6,5 0,5 Legakkers ’t Meertje
Instandhoudingsbeheer kan worden voorafgegaan door herstel- en inrichtingsbeheermaatregelen. In het I&Bplan (inrichting en beheerplan) bestaat uit de afspraken die nodig zijn om het gewenste beheer en inrichting te bereiken. Gezien de beschreven Inrichting en beheer voor ’t Meertje blijkt dat het I&B-plan daaruit voortvloeit. ’t Meertje sluit ook aan op het “Marickenland” een relatief nieuw natuurgebied. Daarmee versterkt de compenserende maatregel ook de samenhang binnen het NNN. Met de te realiseren natuurdoelen in ’t Meertje is dus niet alleen een versterking van het areaal en de kwaliteit van het NNN ter plekke.
6.2.4
Toepassing rekenmethode bijlage 11 Interim Omgevingsverordening De natuurpunten berekening is bedoeld voor de oppervlakte compensatie, die zoals beschreven in ’t Meertje plaats vindt. De oppervlakte van de maatregelen binnen de Vinkeveense plassen (zie paragraaf 6.3; de meerwaarde maatregelen) houden verband met het versterken van de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Deze tellen mee als meerwaarde maar zijn dus geen onderdeel van de natuurpunten (oppervlakte) berekening. Met de meerwaarde maatregelen komt er dus een plus (in samenhang en kwaliteit NNN) bovenop de in bijlage 11 “Berekenen compensatieopgave ontwikkeling van groot openbaar belang genoemde toeslagen”. blad 40 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
In deze subparagraaf wordt - conform de rekenmethode in de Interim Omgevingsverordening - met het oog op het voorkomen van nettoverlies van areaal, samenhang en kwaliteit van de wezenlijke waarden en kenmerken van het natuurnetwerk - de compensatieopgave bepaald aan de hand van de volgende uitgangspunten: a. de oppervlakte van de te realiseren compensatie is ten minste net zo groot als de oppervlakte natuur die verloren gaat; en; b. het aantal natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden is groter dan of gelijk aan het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie. Aantal natuurpunten voor compensatie die gerealiseerd gaat worden Tekstkader: omschrijving formule uit Interim Omgevingsverordening
Bepaling van het aantal natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden, gebeurt door de formule (zie tekstkader) in te vullen voor het Vinkeveense Plassengebied. Daarvoor is een verdeling gemaakt van de verwachte oppervlakte per natuurdoeltype (zie paragraaf 6.2.3 en samengevat in tabel 6-1). Deze tabel is gebruikt om in de formule “de oppervlakte met beheertype” in te vullen. 3,4 N04.02 *(1,0+0,3)*(1,0+0,0) + 4,6 N05.02 *(1,0+0,3)*(1,0+0) + 1,9 N05.03 *(1,0+0,3)*(1,0+0) + 0,4 N10.02*(1,0+0,3)*(1,0+0,3) + 5,7 N12.02*(1,0+0,3)*(1,0+0,3) + 0,5 N14.02*(1,0+0,5)*(1,0+0,0) = 4,42 + 5,98 + 2,47 + 0,676 + 9,633 + 0,75 = 23,929 Toelichting op de getallen in de formule: • Te realiseren natuurdoeltypen en oppervlaktes daarvan is gebaseerd op informatie uit hoofdstuk 6 en Natuurkwaliteitsplan • Tt (= de toeslag voor de hersteltijd van het beheertype 1 dat wordt aangetast, bepaald op basis van tabel 3 in de Interim Omgevingsverordening): o 0,3 voor N04.02, N05.03 en N10.02 10-25 jaar en dan geldt een toeslag van 0,3; o 0,5 voor N14.02; • Tn (= de toeslag voor het beheertype1, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij de interim verordening) is o 0,3 voor N10.02, N12.02 Deze behoort tot klasse 2 “midden”- waardering (vastgelegd in tabel 1 in bijlage 11 van de Interim Omgevingsverordening) en klasse 2 kent een toeslag van 0,3 (vastgelegd in tabel 2 in bijlage 11 van de Interim
Omgevingsverordening) o 0 voor N04.02, N05.02, N05.03, N14.02 deze behoort tot klasse 3 “laagste waardering” (vastgelegd in tabel 1 in bijlage 11 van de Interim Omgevingsverordening) en klasse 2 kent een toeslag van 0,0 (vastgelegd in tabel 2 in bijlage 11 van de Interim Omgevingsverordening)
blad 41 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
Aantal natuurpunten voor compensatie die nodig is Tekstkader: omschrijving formule uit Interim Omgevingsverordening
Bepaling van het aantal natuurpunten voor de compensatieopgave gebeurt door de formule (zie tekstkader) in te vullen voor het Vinkeveense Plassengebied: 6,8 N04.01*(1,0+0,3)= 8,84 Toelichting op de getallen in de formule: • 6,8 ha is oppervlakte worst case verlies obv illegaal gerealiseerde bebouwing en bebouwingsmogelijkheden die het plan toestaat; • Verlies betreft natuurbeheertype N04.01 omdat dit het natuurdoeltype is dat overwegend aanwezig is in de Noorderplas, daar zijn in de loop der jaren de meeste vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen; • Toepassing natuurbeheertype N04.01 in deze formule is als worst case omdat de huidige kwaliteit van het gebied niet (overal) voldoet aan de kenmerken. o In het Natuurplan (Buizer, J.D. & A.A. van Helsdingen, 2019) is ingegaan op de huidige kwaliteit van het natuurdoeltype N04.01; ▪ voldoet niet aan de structuurkenmerken omdat er een te lage bedekking is met kranswierwateren en het gebruik aan natuurlijke oevers ▪ de hydrologische kwaliteit is slecht als gevolg van de wegzijging, de volledig gereguleerde aanvoer, afvoer en waterstand. ▪ De ruimtelijke condities zijn goed omdat de gemiddelde oppervlakte water met beheertype kranswierwater groter is dan 5 % van de totale oppervlakte water binnen het natuurgebied en het aantal elementen binnen het natuurgebied meer dan 3.
o Vanuit Bijlage 3 de aangeleverde soortenlijst zijn er weinig soorten die indicatief zijn tot dit beheertype. • Tn1 (= de toeslag voor het beheertype 1, bepaald op basis van tabel 1 en 2 bij de interim verordening) is 0,3 want aan natuurbeheertype 04.01 behoort tot klasse 2 “midden”- waardering (vastgelegd in tabel 1 in bijlage 11 van de Interim Omgevingsverordening) en klasse 2 kent een toeslag van 0,3 (vastgelegd in tabel 2 in bijlage 11 van de Interim Omgevingsverordening). Conclusie rekenmethode De oppervlakte aantasting is berekend op 8.84 natuurpunten. De natuurpunten berekening geeft een indicatie van wat er minimaal gecompenseerd moet worden ten opzichte van de aantasting. Die natuurpunten kunnen omgezet worden naar 8.84 hectare (de berekening geeft een toeslagfactor op de oppervlakte). Dan blijkt dat de 11 hectare aan oppervlakte compensatie in ‘t Meertje voldoet aan de compensatie-opgave. Ook het aantal natuurpunten voor de compensatie die gerealiseerd gaat worden, is groter dan het aantal natuurpunten voor de te realiseren compensatie.
blad 42 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
6.2.5
Borging compensatie ’t Meertje in Bestemmingsplan Herbestemming Het Meertje is huidig NNN met agrarische bestemming van 35 ha. Daar gaat agrarische bestemming eraf. Door een natuurbestemming aan deze gronden te geven, wordt ook een deel van de meerwaarde bepaald. Voorwaardelijke verplichting In het bestemmingsplan wordt een voorwaardelijke verplichting natuurcompensatie opgenomen, ter plaatse van het meertje; “gebruik is uitsluitend toegestaan indien wordt voldaan aan de uitgangspunten voor het meertje in de bijlage NNN compensatie.” De natuurcompensatie wordt verder geborgd via een voortdurende erfpachtovereenkomst tussen gemeente en eigenaar. Daarmee is de uitvoering en beheer van natuurcompensatie (voor rekening van de gemeente) voor zeer lange tijd geborgd.
6.3
Meerwaarde maatregelen In een separaat rapport – het Natuurkwaliteitsplan (NKP) - zijn maatregelen beschreven die inzetten op een kwaliteitsverbetering van de natuur in de Vinkeveense Plassen. In dat rapport staan ook maatregelen die gunstig zijn voor natuur en ter overweging zijn opgenomen in het NKP. Daarnaast zijn er in het kader van het bestemmingsplan ook KRW-maatregelen voorzien. Deze maatregelen zijn benoemd in paragraaf 3.3 van de KRWtoets. Deze maatregelen zijn niet meer beschreven in het natuurkwaliteitsplan maar hebben een positief effect op de waterkwaliteit. De meerwaardemaatregelen en ook de maatregelen die overwogen worden, zijn in de tabellen 6-2 en 6-3 aangegeven. In die tabellen is de meerwaarde per maatregel gekoppeld aan de kenmerken van NNN weergegeven. Die kenmerken van het NNN kunnen als volgt worden omschreven: • Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem De nadruk in dit aspect ligt op het functioneren van het (eco)systeem. Het ecosysteem kan alleen goed functioneren als de onderliggende omgevingsfactoren goed zijn. Deze factoren worden ook wel de abiotische of milieufactoren genoemd. Denk hierbij aan donkerte, stilte, bodemomstandigheden en – opbouw, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit/kwantiteit of kwel. Deze factoren hangen samen met de potenties, maar ook met de actuele waarden. Het gaat om het functioneren van het gehele ecosysteem.
De provincie heeft binnen het gehele ecosysteem waardevolle natuurtypen aangewezen Aanwezige natuurtypen zijn afgeleid van de kaarten uit het natuurbeheerplan van de provincie Utrecht. • Bestaande en potentiële waarden van het ecosysteem De nadruk in dit aspect ligt op het functioneren van het (eco)systeem. Het ecosysteem kan alleen goed functioneren als de onderliggende omgevingsfactoren goed zijn. Deze factoren worden ook wel de abiotische of milieufactoren genoemd. Denk hierbij aan donkerte, stilte, bodemomstandigheden en – opbouw, grond- en oppervlaktewaterkwaliteit/kwantiteit of kwel. Deze factoren hangen samen met de potenties, maar ook met de actuele waarden. Het gaat om het functioneren van het gehele ecosysteem. De provincie heeft binnen het gehele ecosysteem waardevolle natuurtypen aangewezen Aanwezige natuurtypen zijn afgeleid van de kaarten uit het natuurbeheerplan van de provincie Utrecht. • De robuustheid en aaneengeslotenheid van NNN Robuustheid hangt af van omvang, kwaliteit en versnippering van een gebied en heeft overlap met de criteria “verbindingen” en “samenhang”. Het effect van een ruimtelijke ontwikkeling op dit aspect hangt af van de aard daarvan in relatie tot de specifieke locatie. Grote eenheden in de NNN moeten groot blijven. • De aanwezigheid van bijzondere soorten De aandachtsoorten worden tot de wezenlijke kenmerken en waarden gerekend.
In Utrecht is een lijst van ruim 500 soorten planten en dieren die binnen onze provincie voorkomen vastgesteld. De aandachtsoorten zijn habitatsoorten, rode lijst (categorieën verdwenen, ernstig bedreigd en bedreigd) en een aantal soorten die binnen de provincie Utrecht belangrijk zijn (bijvoorbeeld de ringslang). Het gaat hierbij om het leefgebied en de instandhouding van deze soorten. blad 43 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
•
De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen De provincie Utrecht kent geen formele verbindingszones meer. De verbindingsfunctie zal daarom moeten worden bepaald aan de hand van de lokale omstandigheden. Het aspect ‘verbindingen’ heeft allereerst te maken met regelmatige, soms dagelijkse, verplaatsingen via al dan niet vaste routes, bijvoorbeeld tussen voedsel- en rustgebieden. Maar ook met verbindingen tussen leefgebieden waardoor soorten kunnen migreren om hun leefgebied uit te breiden. Sommige verbindingen zijn nodig om het mogelijk te maken dat een passende soort in het ecosysteem voorkomt of om de genetische variatie te laten toenemen. Doorgaande landschappelijke structuren zijn een specifieke vorm van verbindingen. Soorten gebruiken deze voor het foerageren. Denk aan vlinders en vleermuizen, die bosranden of singels volgen. Verbindingen zijn nodig in natuurgebieden, tussen natuurgebieden maar ook tussen natuurgebieden en hun omgeving.
In het NKP is nader ingegaan op het doel van maatregelen c.q. voor welke natuurwaarde is de betreffende maatregel een versterking. Tabel 6-2: Meerwaarde maatregelen – gerelateerd aan het functioneren van NNN. Functies NNN Bestaande en De robuustheid en De aanwezigheid potentiële waarden aaneengeslotenheid van bijzondere Meerwaarde van het ecosysteem van NNN soorten maatregelen • Aanleg natuurvriendelijke oever waar X X X mogelijk • Zonering natuurlijke X X X inrichting legakkers • Toepassen inheemse X X beplanting • Realisatie natuurdoeltypen op legakkers en X X X zandeilanden • Aanleg vissenbossen X X X
De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen X
X X
In bijlage 1 zijn de locaties met een natuurbestemming weergegeven en in bijlage 2 de locatie voor vissenbossen in zone 3. De m2 vissenbos zijn nog niet op de verbeelding terug te zien. Deze worden immers via afwijking gerealiseerd. Op de kaart in bijlage 3 zijn locaties in zone 3 weergegeven. Dit zijn gronden die publieke eigendom zijn, dan wel grenzen aan natuurbestemming. In het natuurkwaliteitsplan is deze maatregel ook verder uitgewerkt. Tabel 6-3: Overige natuurmaatregelen – gerelateerd aan het functioneren van NNN. Functies NNN Bestaande en De robuustheid en De aanwezigheid potentiële waarden aaneengeslotenheid van bijzondere Overige van het ecosysteem van NNN soorten natuurmaatregelen • Aanleg fauna X X X uittreedplaats • Realisatie X X schuilplaats otter • Realisatie X X vleermuistoren • Stimuleren openX X baar vervoer en fiets • Parkeerregulering X X • Invoeren X X bootverbinding
De verbindingsfunctie van het gebied voor soorten en ecosystemen
X
De oppervlakte van de (meerwaarde-)maatregelen binnen de Vinkeveense plassen door de aanleg van de vissenbossen en de natuurvriendelijke oevers leiden tot het versterken van de kwaliteit van NNN (door blad 44 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
versterking van het gebied als leefgebied van bijzondere soorten en de versterking van het ecosysteem) en de versterking van de samenhang van het NNN, onder andere door de versterking van de verbindende functie van de Vinkeveense Plassen en de westelijk en zuidelijk gelegen natuurgebieden, respectievelijk Marickenland en Demmerick enerzijds en het noordwestelijk gelegen Botshol anderzijds. In tabel 6-4 is een samenvatting gegeven van de te realiseren natuurdoeltypen in de Vinkeveense Plassen als gevolg van de meerwaarde-maatregelen. Tabel 6-4: Indicatie oppervlakte per natuurdoeltype bij uitvoering meerwaarde-maatregelen Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied. Natuurdoeltype Oppervlakte (ha) Locatie Totaal Per locatie N04.01 Kranswierwater 2 ha 2 ha Vissenbossen (mogelijk deels ook N04.02 zoete plas en N05.03 Veenmoeras) N04.02 Zoete plas 3,4 Niet bepaald Mogelijk bij realisatie vissenbossen (opp is nu onder N04.01 gezet) N05.03 Veenmoeras 2,7 Niet bepaald Mogelijk op termijn ook op de herstelde legakkers ipv N04.01 of N04.02 1,2 ha Oevervegetatie nvo’s, Minsten 3+3 km lengte natuurvriendelijke oever (2 m breed) langs legakker (mogelijk deels ook N04.01, N04.02 of N05.02) N10.02 Vochtig hooiland 3,4 3ha Legakkers, minsten 25% van de legakkers wordt voorzien van inheemse beplanting (zie voetnoot bij tabel 7-1).
Dat is in totaal 12 ha, daarvan is hier als uitgangspunt helft open vegetatie (helft N10.02 en helft N12.02) en helft opgaande vegetatie
6.4
N12.02 Kruiden- en faunarijk grasland
8,7
3ha
Legakkers, minsten 25% van de legakkers wordt voorzien van inheemse beplanting. Dat is in totaal 12 ha, daarvan is hier als uitgangspunt helft open vegetatie (helft N10.02 en helft N12.02) en helft opgaande vegetatie
N14.02 Hoog- en laagveenbos (moerasbos)
6,5
6ha
Legakkers, minsten 25% van de legakkers wordt voorzien van inheemse beplanting. Dat is in totaal 12 ha, daarvan is hier als uitgangspunt helft open vegetatie en helft opgaande vegetatie
Planning uitvoering natuurmaatregelen Planning is een voorwaarde bij toets aan NNN. Er moet voldaan worden aan art 6.6 IOV waarbij de compensatie zo spoedig mogelijk maar in ieder geval binnen 3 jaar moet worden uitgevoerd. Dit wordt gehaald door de compensatie voor ruimtebeslag in ’t Meertje. De noodzaak tot het nemen van natuurmaatregelen wordt bepaald door de mate van ruimtelijke ontwikkeling en afname van oppervlakte en/of kwaliteit van NNN-gebied, onderverdeeld in beheertypen. De ruimtelijke ontwikkelingen die hierbij een rol spelen vanwege ligging binnen NNN-gebied, zijn: • Legalisering van bestaande, illegale bouwwerken op legakkers in de zones I, II en III, via vergunningprocedures volgend uit het nieuwe bestemmingsplan, binnen de maximale mogelijkheden/regels; • Nieuwbouw van bouwwerken op legakkers in de zones I, II en III, via vergunningprocedures volgend uit het nieuwe bestemmingsplan, binnen de maximale mogelijkheden/regels; • Ruimtelijke ontwikkelingen op de zandeilanden. Deze ontwikkelingen zullen niet allemaal tegelijk spelen en daarmee niet in één keer leiden tot de ca. 10 ha aan te nemen natuurmaatregelen. We gaan uit van het volgende: • Het ligt voor de hand dat in de eerste 5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan de legalisering van bebouwing en de meeste aanvragen van de vergunningen zal plaatsvinden. Dit betreft in totaal circa 2,4 ha aan bebouwing.
blad 45 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
•
De beperkte ontwikkelingen op de zandeilanden worden naar verwachting in de eerste 5 jaar uitgevoerd. Dit betreft ontwikkelingen met een beperkte omvang binnen NNN-gebied van maximaal 0,14 ha. Samengevat: in de eerste 5 jaar (2025-2030) ligt de grootste piek in legalisering en nieuwbouw van bouwwerken. De voorwaarde uit de IOV ten aanzien van de planning rust ook vooral op de uitvoering van compensatie. Voor de overige delen binnen de zonering 1 en 2 is dat nog niet helder natuurlijk, maar dit is wel binnen 10 jaar haalbaar. Vooral omdat de piek in de 1e 5 jaar is en omdat natuurvriendelijke oevers onderdeel worden bij de omgevingsvergunning. Qua natuurmaatregelen wordt uitgegaan van het volgende: • Alle inrichtingsmaatregelen vinden plaats in 2025-2027. • Met de beheermaatregelen wordt gestart in 2025. • Geraamde beheerkosten zijn verdeeld over een periode van 10 jaar, waarbij rekening is gehouden met termijnen en te beheren oppervlakten.
6.5
Borging in Bestemmingsplan/zekerheid uitvoering maatregelen De borging van de NNN Regels moet voldoen aan 6.2 van de IOV. Het plan voldoet daar aan voldoen. •
Overeenkomst provincie Dit NKP is de grondlegger voor een overeenkomst met provincie. Daarin wordt vastgelegd dat de maatregelen uit het NKP worden uitgevoerd.
•
Omgevingsvergunningen bebouwing legakker De gemeente maakt een communicatieplan om de eigenaren te informeren over het proces rondom de aan te vragen omgevingsvergunningen. De gemeente is het bevoegd orgaan om de omgevingsvergunning te verlenen.
In bijlage 1 van het NNN-rapport is een kaart opgenomen met de locaties met een natuurbestemming.
blad 46 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
7.
Onderbouwing meerwaarde voor NNN Het uitgangspunt van het beschermingsregime van NNN van de provincie Utrecht is altijd om het NNN niet aan te tasten. De gemeente dient, als onderdeel van de zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering bij het te nemen besluit altijd de noodzaak van aantasting volledig moeten onderbouwen. Deze onderbouwing is in paragraaf 7.1 opgenomen. Verder is in dit hoofdstuk een tabel (balans) opgenomen die benodigd is om de aantasting tegen de compensatie en meerwaarde maatregelen aan te leggen en zo de meerwaarde te onderbouwen (zie paragraaf 7.2).
7.1
Afweging noodzaak aantasting Sinds de jaren ’30 van de vorige eeuw worden de Vinkeveense Plassen gebruikt voor recreatie. In het gebied zijn recreatieondernemers actief op het gebied van accommodatie, bootverhuur en verhuur van ligplaatsen. Veel legakkers zijn in bezit van particulieren die bebouwing hebben geplaatst voor zelfgebruik of verhuren voor recreatie verblijf. Vanuit meerdere kanten ligt er druk op het Vinkeveense Plassengebied en de daarin liggende legakkers en zandeilanden. Meer ruimte voor (recreatief) gebruik van de plassen, legakkers en zandeilanden is gewenst, niet in de laatste plaats om exploitatie rendabel en het beheer en onderhoud duurzaam betaalbaar te houden. Vertrekpunt voor de ontwikkeling van een nieuw planologisch kader voor de plassen is dat nieuwe ontwikkelingen gewenst zijn. De gewenste planologische ruimte voor ontwikkelingen staat echter op gespannen voet met landschappelijke, ecologische en cultuurhistorische waarden in en om het plangebied. De specifieke problematiek in het gebied betreft bebouwing op legakkers, waarvan het meeste bedoeld voor verblijfsrecreatie. In de loop der jaren zijn namelijk diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, met de grootste aantallen en concentraties in de Noordplas.
In de vigerende beheersverordening Buitengebied, vastgesteld op 28 september 2017 door gemeente De Ronde Venen. is circa 1,6 ha aan bebouwing, gericht op recreatief verblijf, planologisch vastgelegd, waarvan een deel op de legakkers. In de beheersverordening zitten verder geen rechten op bebouwing op de legakkers. Alleen een vrijstelling voor kisten (4 m2). Niets bij recht. Een deel van de aanwezige bebouwing in het plangebied is niet planologisch verankerd in de vigerende beheersverordening en ook niet vergund. Hiermee is sprake van een feitelijk illegale situatie voor een groot deel van de aanwezige bebouwing in het plangebied en zeker op de aanwezige legakkers. Het op te stellen bestemmingsplan vormt de noodzakelijke planologisch-juridische verankering van de nieuwe mogelijkheden die gemeente De Ronde Venen wil bieden voor verblijfsrecreatie en bebouwing op legakkers. Daarmee wordt een deel van de illegaal geplaatste bebouwing die de afgelopen jaren is gerealiseerd op de legakkers planologisch verankerd. Het voortbestaan van de legakkers in de Vinkeveense Plassen staan onder druk door het ontbreken van beschermende vegetatie zoals rietkragen en door het grote wateroppervlakte ten opzichte van de legakkers. Hierdoor ontstaat er afslag van legakkers. Daarnaast zijn de legakkers niet stabiel genoeg om de begroeiing die op dit moment aanwezig is te dragen.
Bomen die te groot worden waaien snel om en nemen grote delen van de legakkers mee. Het bestemmingsplan voorziet - naast de genoemde legalisatie - ook in de verplichting voor de legakkereigenaren om de legakkers te beschoeien en daarmee duurzaam in stand te houden. Legakkers zonder dat onderhoud zullen zinken en verdwijnen. Het gebied zal dan naar verloop van tijd niet meer de unieke natuurwaarde kunnen leveren van het afwisselende landschap van legakkers en diepe wateren, ook als leefgebied van een groot aantal soorten en als verbindende schakel tussen natuurgebied Demmerik en Botshol in het groter geheel van het NNN die het nu heeft. Zonder dit onderhoud is het aannemelijk dat (alle) legakkers op termijn verdwijnen door afkalving (het in elkaar zakken of inglijden van de oevers). Dit vormt een wezenlijk bedreiging voor het duurzaam voortbestaan voor de aanwezige waarden op de legakkers. Gezien het huidig gebruik en het feit dat dit proces voortschrijdt, is er urgentie bij het opleggen van de verplichting tot beschoeiing.
blad 47 van 51
NNN Toetsing Bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied projectnummer 0478281.100 9 december 2024 KuiperCompagnons B.V.
7.2
Balans aantasting versus natuurversterking Maatregelen die meetellen om de meerwaarde van een plan te onderbouwen zijn verplicht. In het NKP worden diverse maatregelen voorgesteld om de meerwaardebenadering te onderbouwen. In het bestemmingsplan wordt ruim 3 ha natuurbestemming opgenomen (i.p.v. de bestemming GL1, 2 of 3 in het ontwerpbestemmingsplan). In het bestemmingsplan wordt een groot ‘water’gebied aangeduid. In de waterbestemming wordt de mogelijkheid voor vissenbossen opgenomen. Toegezegd wordt dat er minimaal 2 ha aan vissenbossen wordt gerealiseerd (bovenop die 3 ha natuurbestemming). Ook voor de natuurvriendelijke oever is ruimte in het bestemmingsplan. Ingeschat wordt dat met zekerheid zo’n 3 km aan (de luwe zijde van) private legakkers aan natuurvriendelijke oevers wordt gerealiseerd (zie Natuurkwaliteitsplan). De NVO bij legakkers is optioneel. De ene zijde van de legakker is de andere zijde niet qua stroming en golfslag. Qua meerwaarde zijn de NVO’s waarover nog geen zekerheid bestaat, niet concreet en kunnen niet mee worden genomen omdat de invulling ervan nog niet bekend is. De NVO’s van de zandeilanden ligt bij recreatieschap en worden serieus overwogen om dat aan te leggen. Op basis van ca. 12 km oeverlengte van de zandeilanden wordt qua meerwaarde uitgegaan van 3 km. Uitgaande van nvo van 2 m breed betreft dat 12.000 m2 (= 1,2 ha).
Van alle legakkers wordt 25% inheemse beplanting gerealiseerd. Dat is de voorwaarde om te mogen bouwen op een kavel. Uitgaande van 25% van de oppervlakte van alle landdelen van de te bebouwen legakkers (in totaal circa 50 ha) betekent dat ongeveer 12 ha aan inheemse beplanting op de legakkers ontstaat en dat is geborgd in het bestemmingsplan en via de omgevingsvergunning. Naast verstoring kan de toename van de recreatiedruk ook leiden tot een verslechtering van de waterkwaliteit. Echter, ook voor dit aspect voorziet het bestemmingsplan in maatregelen om de situatie te verbeteren ten opzichte van de huidige situatie. Dit zijn de KRW-maatregelen. Deze maatregelen zijn benoemd in de KRW-toets Vinkeveense plassen (Antea Group, 17 april 2023). In tabel 7-1 is de “meerwaarde”balans weergegeven. Vervolgens is een toelichting gegeven op de meerwaarde van de maatregelen in het bestemmingsplan. Tabel 7-1: Balans aantasting versus natuurversterking. Aantasting – oorzaak aantasting 6,8ha Verlies oppervlakte op legakkers door bebouwing. Ter plekke van bebouwing is geen ontwikkeling van een natuurdoeltype mogelijk.
Nagenoeg gehele plangebied excl ‘t Meertje
7
Toename verstoring en afname waterkwaliteit door extra recreatie. Qua gebruik wordt de huidige toegestane dagrecreatie in de geldende beheersverordening opgeplust naar verblijfsrecreatie.
Winst – oorzaak winst 11 ha Versterking legakkers in ‘t Meertje De herbestemming en herinrichting van ’t Meertje maakt het gebied robuuster. 2 ha Aanleg vissenbossen (in ieder geval toegezegd, zie NKP) De natuurdoeltypen die kunnen ontstaan zijn N04.01 Kranswierwater, N04.02 zoete plas en N05.03 Veenmoeras 1,2 ha Minsten 3 (bij legakkers) +3 km (bij zandeilanden lengte natuurvriendelijke oever (2 m breed) langs legakker 12 ha Minsten 25% van de legakkers wordt voorzien van inheemse beplanting7 Gehele KRW-maatregelen wateroppervlak Gehele Terughoudendheid toepassen verlichting plangebied Zonering bebouwingsdichtheid, zonering recreatiedruk