CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Reactienota zienswijzen Omgevingsvisie De Ronde Venen

Gemeenteraad 20 november 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Omgevingsvisie De Ronde Venen 204012.154 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Eventuele aanpassingen aan het beleidsplan kunnen worden meegenomen in een volgende herijking van de omgevingsvisie. I.​ In de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied staat omschreven: “We dragen zorg voor de zorgvuldige bescherming van onze NNN-gebieden en weidevogelkerngebieden.” De gemeente wil dus voldoen aan de wettelijke vereisten. J.​ We nemen een definitie van het begrip ‘water en bodem sturend’ op in de begrippenlijst.

24 van 32

K.​ De indiener mist in de gebiedspecifieke keuze over het ‘koesteren van het groen-blauwe karakter’ in de grote dorpen de kansen voor biodiversiteit die dit biedt. L.​ De indiener mist in de keuze voor het ‘waterbergen en vergroenen’ in de kleine dorpen het verhogen van de biodiversiteit. M.​ De indiener geeft aan bij de gebiedsspecifieke keuze voor het buitengebied waar ‘zowel water en bodem als het agrarisch cultuurhistorisch landschap’ leidend zijn bij ruimtelijke keuzes hierbij de rol van natuur en klimaat te missen. N.​ De indiener vraagt bij de keuzes m.b.t. over NNN, weidevogelkerngebied Natura2000-gebied aanvullende informatie op te nemen, bijvoorbeeld m.b.t. overgangsgebieden. O.​ De indiener vraagt in de gebiedsspecifieke keuzes voor de droogmakerijen de historisch extensievere rol van de landbouw en het terugbrengen van weidevogelbeheer als onderdeel van het agrarische gebruik te benoemen als kansen voor de toekomst.

K.​ Bij deze keuze staat nu het volgende beschreven: “[...] waarbij we extra aandacht besteden aan hoe het groen ook daadwerkelijk door bewoners gebruikt kan worden en de mate waarin het groen bijdraagt aan verkoeling (bomen, schaduw)”. We passen dit aan naar “[...] waarbij we extra aandacht besteden aan hoe het groen ook daadwerkelijk door bewoners gebruikt kan worden, hoe het de biodiversiteit ten goede kan komen en de mate waarin het groen bijdraagt aan verkoeling (bomen, schaduw)”. L.​ In de omgevingsvisie staat nu: “Waarbij de nadruk ligt op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van hittestress en wateroverlast.” We passen dit aan naar “Waarbij de nadruk ligt op waterberging en het vergroenen van de dorpen, ter voorkoming van hittestress en wateroverlast en het vergroten van de biodiversiteit.” M.​ De gemeente ziet natuur en klimaat ook als belangrijke opgaven. We hebben deze opgaven op diverse plekken in de omgevingsvisie beschreven en worden nader uitgewerkt in de gebiedsprocessen. N.​ De gemeente geeft aan ‘zorg te dragen voor de bescherming’ van deze gebieden: eventuele noodzakelijke maatregelen vallen hieronder.

O.​ In de omgevingsvisie staat nu onder de gebiedsspecifieke keuzes voor het buitengebied in het algemeen: “We dragen zorg voor de zorgvuldige bescherming van onze NNN-gebieden en weidevogelkerngebieden.” Omdat wij denken dat het extensivering en/of weidevogelbeheer in het gehele buitengebied waardevol kan zijn, voegen we daar op deze plek aan toe: “We ondersteunen hierbij initiatieven in het buitengebied voor extensivering en weidevogelbeheer”.

25 van 32

P.​

De indiener vraagt de gebiedsspecifieke keuzes voor de droogmakerijen goed af te stemmen op het UPLG. Q.​ De indiener vraagt de ambities m.b.t. natuurgebied Marickenland goed af te stemmen op de doelen uit het UPLG. R.​ Indiener geeft aan dat men in de aanleg van de moerasblokken meer wil focussen op natte natuur (de moerasblokken zelf) dan het bloemrijk grasland. S.​ De indiener vraagt aan de tekst toe te voegen dat in de toekomst het areaal weidevogelgrasland zal worden uitgebreid. T.​ De indiener mist in de natuurontwikkelingen in het veenweidegebied de natuurontwikkeling in Groot Wilnis-Vinkeveen die nog gerealiseerd wordt in de deelprojecten Gagel-Bijleveld, Grote Sniep en Demmerik. U.​ De indiener geeft aan dat in de gebiedsspecifieke keuzes voor alle dorpen ⅔ betaalbaar neerkomt op 67%, en niet op 66% (30% sociale huur en 36% betaalbare koop/middeldure huur). V.​ De indiener vindt dat er te weinig aandacht wordt besteed aan de huisvesting van aandachtsgroepen. W.​ De indiener geeft aan dat Groen Groeit Mee in principe alleen geldt voor uitleglocaties. Het geldt daarmee niet automatisch voor iedere gebiedsontwikkeling. X.​ De indiener geeft aan dat in de gebiedsspecifieke keuzes voor alle werklocaties het Convenant Toekomstbestendig Bouwen wordt benoemd in relatie tot het toevoegen van bedrijfspanden, maar het convenant gaat specifiek over woningbouw.

Indiener suggereert voor dit soort ambities voor bedrijfspanden te verwijzen naar ‘Het Nieuwe Normaal 2.0’.

P.​

In de analysefase is het UPLG meegenomen als opgave en vertrekpunt bij het opstellen van deze omgevingsvisie. Zover ons bekend is wat in deze omgevingsvisie wordt beschreven niet in strijd met wat wordt beschreven in het UPLG (of het Impulsprogramma Kaderrichtlijn Water). We blijven hierover bij verdere uitwerking graag in gesprek om dit verder te concretiseren. Q.​ In de omgevingsvisie staat nu: “Met de provincie, huidige agrariërs en grondbezitters in het gebied kijken we naar de mogelijkheden voor deze herinrichting.” We passen dit aan naar “Met de provincie, huidige agrariërs en grondbezitters in het gebied kijken we naar de mogelijkheden voor deze herinrichting en hoe dit zich verhoudt tot het doelgebereik van de natuuropgaves zoals geformuleerd in het UPLG.” R.​ In de omgevingsvisie staan zowel de moerasblokken als het bloemrijk grasland eromheen benoemd. Dit is wat momenteel wordt gerealiseerd. S.​ We voegen aan de alinea over weidevogelgrasland de volgende zin toe: “In de toekomst zal het areaal weidevogelgrasland worden uitgebreid”. T.​ We voegen deze natuurontwikkeling toe onder de gebiedsspecifieke keuze voor het veenweidelandschap. U.​ We passen 36% betaalbare koop/middeldure huur aan naar 37%. V.​ De gemeente is van mening dat dit het abstractieniveau van de omgevingsvisie overstijgt.

Huisvesting van aandachtsgroepen en de afspraken daarover worden uitgewerkt in het woonbeleid en de huisvestingsverordening. W.​ In de omgevingsvisie staat nu: “Daarnaast dienen nieuwe gebiedsontwikkelingen gepaard te gaan [...]”. We passen dit aan naar “Nieuwe uitleglocaties dienen gepaard te gaan [...]”. X.​ De gemeente neemt kennis van de suggestie om de ambities uit ‘Het Nieuwe Normaal 2.0’ over te nemen. Dit zal in de toekomst

26 van 32

Y.​ De indiener vraagt om bij de uitgifteprotocollen voor nieuwe bedrijven aan te geven ook de prioritering m.b.t. typen bedrijven op te nemen. Z.​ De indiener vraagt bij de gebiedsspecifieke keuzes voor Bedrijventerrein Mijdrecht om hardere uitspraken te doen m.b.t. het afbouwen van kantoorfuncties in de deelgebieden Werkeiland en Oost. AA.​ De indiener vindt dat bedrijventerrein Voorbancken zich minder goed leent voor transformatie. BB.​ De indiener vraagt zich af wat de gemeente onder de gebiedsspecifieke keuzes voor alle dorpen bedoelt met het “slim rekening houden met luchten geluidsoverlast door bijvoorbeeld (lucht)verkeer”. CC.​ De indiener geeft aan graag terug te willen zien dat bij nieuwe locaties voor woningbouw gekeken wordt naar de milieucontouren bij de keuze en vervolgens ook bij de inrichting van locatie, gebouwen en mogelijke maatregelen. DD.​ De indiener vraagt waar nodig ook rekening te houden met emissies en gezondheidsrisico's van veehouderijen i.r.t. de gezondheid. EE.​ De indiener geeft aan op de tegels de overgangen naar het landschap hard worden vormgegeven, wat niet past bij de ambitie voor groene overgangszones vanuit Groen Groeit Mee.

nog nader onderzocht worden. Y.​ Dit overstijgt het detailniveau van de omgevingsvisie, maar wordt uitgewerkt in het toekomstige ‘uitvoeringsplan Bedrijventerrein Mijdrecht’ zoals benoemd in hoofdstuk ‘uitvoeringsprogramma’s’. Z.​ Dit overstijgt het detailniveau van de omgevingsvisie. Vanuit de Bedrijventerreinenstrategie is het advies om dit deelgebied te 'consolideren', huidige (kantoor)functies afbouwen is hier niet het uitgangspunt. Wanneer zich kansen voordoen om hier te herstructureren of intensiveren, dan is het mogelijk om te kijken of kantoorfuncties op de bovenste verdiepingen kunnen worden gerealiseerd i.p.v. op maaiveld. AA.​ In de gebiedsspecifieke keuzes voor de lokale bedrijventerreinen wordt beschreven dat dit bedrijventerrein momenteel naar behoren functioneert, maar dat de gemeente op de lange termijn de mogelijkheden voor transformatie en functiemenging wil verkennen. Dit betekent dus niet zonder meer dat dit zal plaatsvinden, en in ieder geval niet op de korte termijn. BB.​ Hiermee wordt met name gedoeld op goede zonering, zoals in deze tekst ook staat benoemd. CC.​ Dit valt onder omgevingsveiligheid en wordt als overkoepelende keuze beschreven in het kader ‘omgevingsveiligheid’ in de gebiedsspecifieke keuzes voor alle dorpen.

DD.​ Dit valt onder omgevingsveiligheid en wordt als overkoepelende keuze beschreven in het kader ‘omgevingsveiligheid’ in de gebiedsspecifieke keuzes voor alle dorpen. EE.​ De tegels zijn een abstracte weergave: er wordt wel degelijk gestreefd naar zachte overgangen. De omgevingsvisie sluit daarbij aan op de ambitie vanuit Groen Groeit Mee.

27 van 32

Uitvoering A.​ De indiener vraagt aandacht voor het aanbieden van ruimtelijke ontwerpexpertise bij de genoemde faciliterende rol van de gemeente. B.​ De indiener vraagt om bij de voorgenomen uitwerking van een Ruimtelijk Kwaliteitskader gebruikt te maken van de Landschapskwaliteitsgids en Handreiking Groen Groeit Mee van de provincie Utrecht. Bijlage A.​ De indiener vraagt de gemeente in de begrippenlijst de definitie voor circulair aan te passen naar de definitie die op provinciaal niveau wordt gehanteerd.

8

Uitvoering A.​ We voegen deze rol van de gemeente toe aan het hoofdstuk ‘samenwerking’. B.​ De gemeente zal deze stukken als input meenemen in de uitwerking van het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Bijlage A.​ We nemen de provinciale definitie over in de begrippenlijst.

Indiener 8 De indiener geeft aan de bereikbaarheid van gemeenten te zien als samenspel tussen ruimtelijke keuzes en het mobiliteitssysteem. Ontwikkelingen in de nabijheid van het spoor kunnen elkaar zowel versterken als belemmeren. Indiener denkt daarom graag in een vroegtijdig stadium mee over ontwikkelingen rond het spoornetwerk. A.​ De indiener geeft aan dat rondom de hoofdspoorweginfrastructuur (HSWI) een beperkingsgebied van ongeveer 11 meter geldt en het bouwen in deze zone vergunningplichtig is. Meer informatie is hierover op de website van indiener te vinden. B.​ De indiener vraagt de gemeente om de instructieregel 5.163 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bij de uitwerking van de omgevingsvisie in omgevingsplannen te respecteren. C.​ De indiener vraagt bij de ontwikkeling van woon- en werklocaties rond het spoor voldoende afstand te houden tot het spoor voor toekomstige uitbreidingen van het spoor en om de omgevingseffecten op deze woonen werklocaties te verminderen.

A.​ De gemeente is zich bewust van het beperkingengebied en zal hier in toekomstige ontwikkelingen rekening mee houden. B.​ De gemeente is op de hoogte van deze instructieregel en zal hier in toekomstige ontwikkelingen rekening mee houden. C.​ De gemeente zal bij toekomsige ontwikkelingen van woon-en werklocaties rekening houden met de omgevingseffecten en voldoende afstand tot het spoor. Waar nodig zal zij hiervoor in contact treden met indiener.

28 van 32

D.​ De indiener vraagt aandacht voor de transformatie van bedrijventerrein Bovenkamp in Abcoude tot gemixt woon-werkgebied. Voor ontwikkeling van functies rond het spoor hanteert indiener een afweegkader en vraagt om goede afstemming bij deze ontwikkeling. E.​ De indiener vraagt de gemeente om bij ontwikkelingen dicht op het spoor rekening te houden met goederenvervoer, dat afstandsbeperkingen en regels kent op basis van Basisnet. Indiener vraagt de gemeente deze regels op te nemen bij ruimtelijke keuzes. F.​ De indiener vraagt de gemeente om onderstations en relaiskasten niet in te sluiten door bebouwing en ten allen tijde bereikbaar te houden voor onderhouds-en hulpdiensten Indiener vraagt hierbij een afstand aan te houden van 5 meter vanaf de gevel, met een hekwerk op de 5 meter-grens. G.​ De indiener vraagt bij ontwikkelingen rondom stations de zichtlijnen naar de hoofdingang goed te borgen, omdat deze belangrijk zijn om de weg naar het station te vinden. H.​ De indiener vraagt om bij uitwerking van de omgevingsvisie naar omgevingsplannen de nadelige effecten van het gebruik van het spoor op een zorgvuldige wijze te mitigeren.

Het gaat hierbij om de volgende aspecten: externe veiligheid, geluid, trillingen, overwegveiligheid, waterpeil/stabiliteit, windbeleving en windhinderrisico’s, schaduwwerking op zonnepanelen, zonneparken/reflectie in relatie tot hoofdspoorweginfrastructuur. I.​ Indiener draagt het inschakelen van Bureau Spoorbouwmeester (Spoorbeeld) als onafhankelijk adviserend orgaan als mogelijkheid bij ontwerp- en vormgevingsopgaven binnen de spoorsector.

D.​ De gemeente neemt kennis van het afweegkader van indiener en zal deze waar nodig in de ontwikkeling van Bovenkamp raadplegen. De gemeente zal zich inzetten voor goede afstemmig met indiener. E.​ De gemeente zal bij de ontwikkelingen rekening houden met de regels en afstandsbeperkingen. F.​ De gemeente zal zich inspannen om deze voorzieningen zo goed mogelijk bereikbaar te maken voor onderhouds- en hulpdiensten en voldoende afstand tot andere bebouwing te handhaven. G.​ De gemeente begrijpt het belang van zichtlijnen voor deze indiener en zal zich inzetten om deze in ontwikkelingen zo goed mogelijk te borgen. H.​ De gemeente hanteert in de omgevingsvisie de omgevingsveiligheid als belangrijk uitgangspunt. Veel van de genoemde aspecten vallen hieronder. Ook de overige aspecten zullen in toekomstige ontwikkelingen in overweging worden genomen. I.​ De gemeente neemt kennis van de mogelijkheid om het Bureau Spoorbouwmeester in te schakelen bij opgaven binnen de spoorsector en zal hier waar nodig en wenselijk gebruik van maken bij toekomstige ontwikkelingen.

29 van 32

9

Indiener 9 De indiener geeft aan kennis te hebben genomen van de zienswijze van Indiener 4 en deze in grote lijnen te steunen. Daarnaast vraagt zij in de gelegenheid te worden gesteld nog enkele specifieke aanscherpingen aan te dragen.

10

Voor de beantwoording van de zienswijzen van Indiener 4 verwijst de gemeente u graag door naar de voorgaande pagina’s. De genoemde specifieke aanscherpingen heeft de gemeente helaas niet binnen de vereiste reactietermijn ontvangen.

Indiener 10 De indiener geeft aan dat het dagelijks bestuur kennis heeft genomen van de omgevingsvisie en geeft dit aan een krachtig kader richting 2040 te vinden, waarbij zij de integrale benadering en brede participatie waarderen. De indiener is betrokken geweest bij de totstandkoming van de omgevingsvisie ziet veel van haar inbreng terug in de visie. A.​ De indiener geeft aan graag in een vroegtijdig stadium van de totstandkoming van ruimtelijke ontwikkelingen in gesprek te gaan om samen te zorgen voor een toekomstbestendige inrichting van de leefomgeving. B.​ De indiener waardeert de expliciete keuze voor ‘water en bodem sturend’ in de visie en de aandacht voor klimaatadaptatie, bodemdaling en vernatting C.​ De indiener geeft aan dat in de omgevingsvisie wordt gesteld dat het verhogen van waterpeilen in de diepe droogmakerijen uitdagend is vanwege het historische agrarische gebruik van het gebied. Hoewel de indiener deze spanning herkent, vraagt zij deze passage te herformuleren. Het Waterschap zet namelijk wel in op het verhogen van de waterpeilen om de bodemdaling in de droogmakerijen te remmen, de huidige formulering lijkt deze ambitie te beperken.

A.​ De gemeente ziet dit als zeer waardevol en blijft in dit kader graag met de indiener in gesprek. B.​ De gemeente is blij te horen dat de indiener zich in deze keuze herkent. C.​ In de omgevingsvisie staat nu: “Dit is mede uitdagend doordat in de diepe droogmakerijen bodemdaling als opgave speelt. Het tegengaan hiervan door hogere waterpeilen levert uitdagingen op in combinatie met het (historische) agrarische gebruik van het gebied. Kortom, er dient een goede balans gevonden te worden tussen de landbouw als drager van het gebied, experiment en technologie, verbreding van de verdienmodellen en ruimte voor water en natuur.” We passen dit aan naar; “[...] Het tegengaan hiervan door hogere waterpeilen levert, hoewel op sommige locaties zeer wenselijk om de bodemdaling te remmen, uitdagingen op in combinatie met het (historische) agrarische gebruik van het gebied. [...]”

30 van 32

D.​ De indiener vraagt de gemeente in de omgevingsvisie te verwijzen naar de geschiktheidskaart van Waterschap AGV bij het aanwijzen van woningbouwlocaties. E.​ De indiener vraagt de gemeente bij nieuwbouwprojecten standaard in te zetten op infiltratie van regenwater, behoud en aanvulling van grondwatervoorraden en het vermijden van bodemdaling en het afwentelen van kosten op toekomstige generaties. F.​ De indiener vraagt de gemeente in het buitengebied ruimte te reserveren voor waterberging, natuurontwikkeling en extensieve landbouw. G.​ De indiener vraagt de gemeente in de toekomst in te zetten op een waterbewustzijnsprogramma voor inwoners. H.​ De indiener vraagt de gemeente om gezamenlijk te zoeken naar ruimte voor dijkversterkingen en waterkerende maatregelen. I.​ De indiener verzoekt de gemeente bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met overstromingsscenario's en evacuatie. J.​ De indiener vraagt de gemeente om de samenwerking in crisisbeheersing en risicodialogen structureel te borgen.

D.​ In de omgevingsvisie staat onder gebiedsgerichte keuzes voor alle dorpen het volgende beschreven: “Bij de locatiekeuze voor gebiedsontwikkelingen en het opstellen van kaders hiervoor is het principe ’water en bodem sturend’ het vertrekpunt.” Hieraan voegen we toe: “De ‘geschiktheidskaart water en bodem sturend voor woningbouw AGV’ van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht vormt hierbij belangrijke input.” E.​ Dit is in de omgevingsvisie reeds belegd, onder andere door het toepassen van het ‘Groen Groeit Mee’ principe en de keuze om in de dorpen in te zetten op meer waterberging en vergroening. F.​ In de gebiedsgerichte keuzes voor het gehele buitengebied, maar ook voor de droogmakerijen, veenweidelandschap en Angstel-en Geinlandschap reeds diverse keuzes opgenomen. G.​ Het inzetten op een waterbewustzijnsprogramma voor inwoners overstijgt het detailniveau van de omgevingsvisie. De gemeente neemt kennis van deze wens en houdt dit waar relevant in gedachte bij eventuele toekomstige uitwerkingen.. H.​ De gemeente ziet dit als zeer belangrijke opgaven naar de toekomst en blijft hierover graag met de indiener in gesprek. I.​ De gemeente ziet dit als zeer belangrijk aandachtspunt bij de nadere uitwerking van de omgevingsvisie en blijft hierover graag met de indiener in gesprek.

J.​ In het hoofdstuk ‘samenwerking’ beschrijven wij hoe wij een goede samenwerking beogen met ketenpartners. Hier valt ook de samenwerking i.r.t. crisisbeheersing en risicodialogen onder.

31 van 32

K.​ De indiener waardeert de inzet op natuurvriendelijke oevers, het beperken van lozingen en het verbeteren van het rioleringssysteem in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW). De indiener verzoekt de gemeente daarnaast om in de omgevingsvisie de KRW-doelen als expliciete resultaatsverplichting op te nemen en de KRW-oppervlaktewateren expliciet zichtbaar te maken in de verbeelding van het toekomstverhaal (visiekaart). L.​ De indiener vraagt de gemeente daarnaast in te zetten op flauwe oevers en het vermijden van harde beschoeiing, groen-blauwe dooradering voor ecologische verbindingen, aanpakken van foutieve vuilwateraansluitingen en overstorten en actief opdrachtgeverschap richting Omgevingsdiensten voor toezicht op lozingen.

K.​ In de omgevingsvisie staat nu onder de gebiedsspecifieke keuzes voor het gehele buitengebied: “We werken samen met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht in het kader van de Europese Kader Richtlijn Water (KRW) aan het verbeteren van de waterkwaliteit in de aangewezen KRW-oppervlaktewaterlichamen. Hiervoor zijn de afgelopen jaren al stappen gezet, onder andere in de Vinkeveense Plassen. Om schoon en gezond water voor mens, dier en natuur te (blijven) waarborgen, zetten we samen met het waterschap deze positieve ontwikkeling graag voort.” hieraan voegen we toe “[...] graag voort om te werken aan de resultaatverplichting richting 2027.” L.​ In de gebiedsgerichte uitwerkingen voor het buitengebied wordt reeds per gebied aan hoe we willen werken aan de ‘groen-blauwe doelen’ zoals ecologische verbindingen en natuurvriendelijke oevers. Aanpakken van vuilwateraansluiten, overstorten en toezicht op lozingen vormen aandachtspunten voor uitvoering en handhaving en overstijgen het detailniveau van de omgevingsvisie.

32 van 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16111928/1