CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bijlagenboek bij de toelichting

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan De Hoef Westzijde 39 (AKKOORDSTUK)15.364 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan De Hoef Westzijde 39, De Hoef Gemeente De Ronde Venen Bijlagenboek

Bestemmingsplan De Hoef Westzijde 39, De Hoef Gemeente De Ronde Venen Bijlagenboek

Rapportnummer:

P03210_bijlagen

IMRO-identificatienummer:

NL.IMRO.0736.BPP057westzijde39-va01

Datum:

1 september 2023

Projectteam BRO:

WdR

Trefwoorden:

Bijlagen, bestemmingsplan, De Hoef, nieuwbouw woning, gemeente De Ronde Venen

Bron foto kaft:

BRO, Abstract 1

Beknopte inhoud:

--

BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl

De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

Inhoudsopgave

Bijlagen bij toelichting

3

Bijlage 1

Quickscan flora en fauna

4

Bijlage 2

Aerius berekening

21

Bijlage 3

Vooronderzoek bodem

28

Bijlage 4

Waterparagraaf

48

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek

68

Bijlage 6

Aanmeldingsnotitie

98

2

Bestemmingsplan "De Hoef Westzijde 39 te De Hoef" (vastgesteld)

Bijlagen bij toelichting

Bestemmingsplan "De Hoef Westzijde 39 te De Hoef" (vastgesteld)

3

Bijlage 1 Quickscan flora en fauna

4

Bestemmingsplan "De Hoef Westzijde 39 te De Hoef" (vastgesteld)

Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef Toetsing aan natuurwetgeving en -beleid <Status>

colofon

titel rapport Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef datum 18 maart 2021 projectnummer P03210 opdrachtgever De heer H. Dekker BRO projectleider WdR opgesteld door NL interne controle MvdS bron Kaft NL

BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl www.bro.nl

“Als we anderen de ruimte niet gunnen zullen we zelf steeds meer opgesloten raken.” Prof. Hans Galjaard

Inhoudsopgave 1

Inleiding Werkwijze quickscan flora en fauna

3 3

2

Planbeschrijving Huidige situatie Toekomstige situatie

4 4 4

3

Toetsing gebiedsbescherming Wettelijke gebiedsbescherming Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Toetsing beschermde houtopstanden

6 6 6 7

4

Toetsing soortenbescherming Vogels Vleermuizen Grondgebonden zoogdieren Reptielen Amfibieën Vissen Ongewervelde diersoorten Vaatplanten

8 9 9 10 10 10 10 10 11

5

Conclusie

12

6

Samenvatting Geraadpleegde bronnen

13 14

donderdag 18 maart 2021

2

1 Inleiding Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

1

Inleiding

Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid moeten worden uitgevoerd. In het kader van een bestemmingsplanwijziging ten behoeve van de realisatie van een woning, is door middel van een verkennend flora- en faunaonderzoek (quickscan) een beoordeling gemaakt van de mogelijke effecten die het plan kan hebben op beschermde natuurwaarden. Hierdoor wordt duidelijk of het plan in overeenstemming is met de natuurwetgeving. De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Omtrent houtopstanden is de voormalige nationale Boswet eveneens in de Wet natuurbescherming opgenomen. Daarnaast vindt beleidsmatige gebiedsbescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS).

1

Werkwijze quickscan flora en fauna In de quickscan zijn de gevolgen van de ruimtelijke ingreep afgezet tegen potentieel aanwezige natuurwaarden die vanuit de Wet natuurbescherming en provinciaal beleid zijn beschermd. Deze werkwijze vloeit voort uit de brochure ‘Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen’ van het Ministerie van Economische Zaken van december 2016. Om een beeld te krijgen van de natuurwaarden is op 16 maart 2021 tussen 15.00 – 16.00 uur door een ecoloog van BRO1 een verkennend veldbezoek gebracht aan het plangebied en de directe omgeving hiervan. Het was circa 5°C, geheel bewolkt, lichte neerslag, met een noordwestenwind van 2 Bft. Tijdens het veldbezoek is gelet op de potentiële aanwezigheid van beschermde soorten op basis van het aanwezige habitat en nest-/verblijfsmogelijkheden. Daarnaast is aan de hand van verspreidingsatlassen, soortgerichte literatuur, NDFF-gegevens en op basis van ‘expert judgement’ nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten er voor kunnen komen binnen en nabij het plangebied en zijn omtrent gebiedsbescherming gegevens van de provincie Utrecht geraadpleegd. Aan de hand van het verkennende onderzoek is vervolgens beoordeeld welke beschermde soorten daadwerkelijk voor (kunnen) komen binnen het plangebied en is er vervolgens een inschatting gemaakt van de effecten van de ruimtelijke ontwikkeling op beschermde natuurwaarden.

BRO is lid van het Netwerk Groene Bureaus (NGB). Het NGB is de brancheorganisatie voor groene adviesbureaus en heeft als doel kwaliteitsbevordering en belangenbehartiging. Onze werkzaamheden voeren wij dan ook uit volgens de door het NGB vastgestelde gedragscode (versie juni 2008, aangevuld in februari 2010). De medewerkers binnen de discipline ecologie voldoen aan de door het Ministerie van EZ genoemde voorwaarden voor ter zake deskundigen op het gebied van ecologisch onderzoek.

donderdag 18 maart 2021

3

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

2

Planbeschrijving

Het plangebied is gelegen aan De Hoef Westzijde 39 te De Hoef, gemeente De Ronde Venen. Het plangebied ligt ten noordwesten van de plaats Mijdrecht, tegen rivier de Kromme Mijdrecht, en de Oude Spoorbaan. Ten westen van het plangebied doorkruist de N261. In de omgeving bevindt zich voornamelijk bedrijvigheid en percelen met ‘Wonen’. In figuur 1 is de topografische ligging van het plangebied weergegeven. Figuur 1: Topografische kaart ligging plangebied (1:25.000)

Figuur 2: Luchtfoto plangebied en directe omgeving

Huidige situatie Het plangebied bestaat momenteel uit een verruigde weide. Voorheen heeft er op het plangebied een woning en schuur gestaan. De woning was zodanig verouderd, dat de woning gesloopt moest worden. Er zou een gevaarlijke situatie kunnen ontstaan. Op verzoek van de gemeente is het perceel in 2008 opgeruimd. Daarnaast is de schuur ook gesloopt. In figuur 2 is een luchtfoto van het plangebied en de directe omgeving weergegeven. De figuren 4 t/m 9 geven een impressie van het plangebied, middels foto’s die zijn genomen tijdens het verkennende veldbezoek. Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens om een woning binnen het perceel te realiseren. Figuur 3 geeft een beeld van de toekomstige situatie.

Figuur 3: Toekomstige situatie plangebied

donderdag 18 maart 2021

4

2 Planbeschrijving Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

Figuur 5: Naastgelegen westelijke perceel gezien vanaf grens

Figuur 6: Opgaand groen binnen plangebied

Figuur 4: Plangebied gezien vanaf de westgrens

Figuur 7: Zuidelijke gedeelte plangebied gezien vanaf De Hoef Westzijde donderdag 18 maart 2021

Figuur 8: Opgaand groen binnen plangebied gezien vanaf De Hoef Westzijde

Figuur 9: Detail opgaand groen voornamelijk bestaand uit bramenstruik en jonge bomen 5

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

3

Toetsing gebiedsbescherming

Wettelijke gebiedsbescherming De Wet natuurbescherming, heeft voor wat betreft gebiedsbescherming, betrekking op de Europees beschermde Natura 2000-gebieden. De Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden worden in Nederland gecombineerd als Natura 2000gebieden aangewezen. Als er naar aanleiding van projecten, plannen en activiteiten mogelijkerwijs significante effecten optreden, dienen deze vooraf in kaart gebracht en beoordeeld te worden. Projecten, plannen en activiteiten die mogelijk een negatief effect hebben op de beschermde natuur in een Natura 2000-gebied zijn vergunningsplichtig. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Nieuwkoopse Plassen & de Haeck”, bevindt zich op circa 4,2 kilometer afstand ten zuiden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van aspecten als licht, geluid en trillingen uitgesloten. Daar de voorgenomen ontwikkeling de realisatie van een woning betreft, is een toename aan stikstofuitstoot te verwachten.

Uit het vervolgonderzoek met een AERIUS-berekening zijn bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen depositieresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura 2000-gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden.

donderdag 18 maart 2021

Gebiedsbescherming vanuit provinciaal beleid Conform artikel 1.12 van de Wet natuurbescherming dragen Gedeputeerde Staten in hun provincie zorg voor de totstandkoming en instandhouding van een samenhangend landelijk ecologisch netwerk, genaamd ‘Natuurnetwerk Nederland’. Zij wijzen daartoe in hun provincie gebieden aan die tot dit netwerk behoren. Het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur (EHS)) is een samenhangend netwerk van bestaande en te ontwikkelen natuurgebieden. De planologische begrenzing en beschermingsregimes van het Natuurnetwerk loopt via het traject van de provinciale ruimtelijke structuurvisies en verordeningen. Het netwerk wordt gevormd door kerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones met als doel natuurgebieden beter met elkaar en met het omringende agrarisch gebied te verbinden. Activiteiten in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken of waarden of als deze kunnen worden tegengegaan met mitigerende maatregelen. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN (zie figuur 10). Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt ongeveer 5 meter ten oosten van het plangebied, aan de andere kant van de weg in de vorm van de watergang Kromme Mijdrecht.

Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNN wordt dan ook niet noodzakelijk geacht.

Figuur 10: Ligging NNN (groen) ten opzichte van perceel plangebied (rood omlijnd)

6

3 Toetsing gebiedsbescherming Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

Toetsing beschermde houtopstanden De bescherming van houtopstanden, conform de Wet natuurbescherming, heeft betrekking op alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van minimaal tien are of een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gelegen buiten de bebouwde kom. Wanneer houtopstanden worden geveld, niet vallende onder artikel 4.1 van de Wet natuurbescherming, geldt een meldingsplicht bij Gedeputeerde Staten van desbetreffende provincie (artikel 4.2 Wnb). Indien er geen bezwaar is om de houtopstanden te kappen, verplicht artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming om binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond houtopstanden opnieuw aan te planten. Er geldt een algehele vrijstelling van de herplantplicht voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud. Aangezien er binnen het plangebied geen (onderdelen van) houtopstanden aanwezig zijn is toetsing aan het onderdeel houtopstanden conform de Wet natuurbescherming bij dit plan niet aan de orde.

donderdag 18 maart 2021

7

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

4

Toetsing soortenbescherming

De Wet natuurbescherming heeft, voor wat betreft soortenbescherming, betrekking op alle in Nederland in het wild voorkomende zoogdieren, (trek)vogels, reptielen en amfibieën, een aantal vissen, libellen en vlinders, enkele bijzondere en min of meer zeldzame ongewervelde dierensoorten en een aantal vaatplanten. De beschermde soorten zijn ingedeeld in drie categorieën:   

Vogels (artikel 3.1 Wet natuurbescherming) Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb) Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Beschermde soorten vanuit nationaal oogpunt betreffen soorten uit ‘bijlage A en B’ van de Wet natuurbescherming. Beschermde soorten vanuit Europees oogpunt betreffen soorten uit Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, de soorten uit Bijlage 1 en 2 Verdrag van Bern, en Bijlage 1 Verdrag van Bonn, en alle in Europa inheemse vogels (Vogelrichtlijn). De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen. De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. De Wet natuurbescherming regelt dat de provincie bevoegd gezag is en de lijst met te beschermen soorten kan afstemmen op de situatie in de provincie. De soortbescherming kan hierdoor per provincie verschillen. In het algemeen gelden voor alle drie de categorieën de zogenoemde verbodsregels. Een ontheffing hierop wordt voor de Nationaal beschermde

donderdag 18 maart 2021

soorten (art. 3.10 Wnb) met een lichte toets verleend. Voor de vogels en Europees beschermde soorten geldt een zware toetsing. Het verschil binnen provincies zit vooral in het aantal nationaal beschermde soorten met een vrijstelling bij onder meer ruimtelijke ontwikkelingen.

Tabel 1

Voor alle soorten, dus ook voor de soorten die niet onder de aangewezen bescherming vallen, of die zijn vrijgesteld van de ontheffingsplicht, geldt de zogenaamde ‘algemene zorgplicht’ (art. 1.11 Wnb). Deze zorgplicht houdt in dat de initiatiefnemer passende maatregelen neemt om schade aan aanwezige soorten te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om het niet verontrusten of verstoren in de kwetsbare perioden zoals de winterslaap, de voortplantingstijd en de periode van afhankelijkheid van de

Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten

Vogels (artikel 3.1 Wnb)

Europees beschermde soorten (artikel 3.5 Wnb)

Nationaal beschermde soorten (artikel 3.10 Wnb)

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

-

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

-

-

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

8

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

jongen. De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er een ontheffing of vrijstelling is verleend. Komen soorten van de hierboven genoemde beschermingsregimes voor, dan is de eerste vraag of de voorgenomen activiteit effecten heeft op de beschermde soorten. Treden er effecten op, dan dient er gekeken te worden of er (provinciale) vrijstelling verleend kan worden (al dan niet door te werken volgens een goedgekeurde gedragscode), of dat er een alternatieve oplossing mogelijk is waardoor er geen negatief effect kan plaatsvinden. Indien dit niet mogelijk is, zal ontheffing aangevraagd moeten worden op basis van een geldig wettelijk belang, waarbij de gunstige staat van instandhouding van beschermde soorten niet in het geding komt. De ontheffing kan dan onder voorwaarden worden verleend. Vogels Op de ‘Aangepaste lijst jaarrond beschermde vogelnesten’ van het Ministerie van LNV (augustus 2009) wordt onderscheid gemaakt in verschillende categorieën vogelnesten. Van de meeste vogelsoorten zijn de nesten uitsluitend beschermd wanneer deze tijdens de broed- en nestperiode in gebruik zijn. Het gaat om soorten die jaarlijks nieuwe nesten maken.

Van een aantal soorten roofvogels en uilen, koloniebroeders en gebouw bewonende vogelsoorten (‘categorie 14 soorten’) zijn de nesten en de functionele leefomgeving jaarrond beschermend. Ten slotte is er een categorie nesten van vogelsoorten die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed, maar die over voldoende flexibiliteit beschikken om, als die broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen (‘categorie 5-soorten’).

donderdag 18 maart 2021

Op het terrein is geen bebouwing aanwezig. Hierdoor kunnen broedlocaties van soorten als kerkuil, huismus en gierzwaluw worden uitgesloten. In de opgaande beplanting binnen en rond het plangebied bevinden zich tevens geen jaarrond beschermde nesten van vogels als buizerd, sperwer en ransuil. Wel kunnen hier mogelijk “algemene” soorten als merel, roodborst, heggenmus, zwartkop, winterkoning en houtduif tot broeden komen. Wel maakte een groep huismussen tijdens het veldbezoek gebruik van de begroeiing binnen het plangebied. Ook het groen in de naastgelegen tuinen werd gebruikt. Toetsing Bij uitvoering van de plannen gaan geen nestlocaties van soorten met een jaarrond beschermde status direct verloren. Wel gaat een onderdeel van het leefgebied van de huismus verloren. Het aanwezige groen biedt rust- en foerageergebied. Aangezien dit met name in de noordelijke richting beperkt aanwezig is, kan dit groen essentieel zijn voor nesten welke zich in die richting bevinden. Door het verwijderen van het essentieel leefgebied is het waarschijnlijk dat een of meerdere huismusnesten niet meer als zodanig kunnen functioneren. Om de functionaliteit ten alle tijden te behouden is het noodzakelijk dat ten alle tijden geschikt groen aanwezig is voor de huismus. Dit betekent dat de nieuw leefgebied gerealiseerd moet worden alvorens het huidige leefgebied kan worden verwijderd.

Bij het verwijderen van het opgaand groen kunnen daarnaast ook nesten verloren gaan die niet jaarrond zijn beschermd. Voor de betreffende vogelsoorten geldt dat, indien het verwijderen van het opgaand groen buiten het broedseizoen wordt uitgevoerd, er redelijkerwijs geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot broedvogels. In de Wet natuurbescherming wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot half augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een

broedgeval op het moment van ingrijpen. Bij twijfel over de aan/afwezigheid van een vervroegd of verlaat broedgeval (bijvoorbeeld van een houtduif) dient een controle hieromtrent zekerheid te bieden. De voorgenomen plannen zullen geen afname van essentieel broedhabitat veroorzaken van een vogelsoort, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties is dan ook uitgesloten. Vleermuizen Volgens verspreidingsgegevens van de Zoogdiervereniging is het plangebied gelegen in een deel van Nederland waar de volgende vleermuissoorten kunnen voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, tweekleurige vleermuis en watervleermuis. Er zijn geen gebouwen, of bomen met holtes of loshangend schors aanwezig binnen het plangebied waardoor geschikte rust- en verblijfplaatsen voor een vleermuizensoort kunnen worden uitgesloten. Er is geen sprake van potentieel (essentieel) foerageergebied en/of vliegroutes binnen het plangebied, gezien het ontbreken van aspecten als grote hoeveelheden opgaand groen, oppervlaktewater en lijnvormige landschapselementen. De omliggende watergangen kunnen wel gebruikt worden als vliegroute. Toetsing Het plangebied bevat geen potentiële verblijfplaatsen.

Bij uitvoering van de voorgenomen ontwikkeling zal er geen sprake zijn van (potentiële) overtreding met betrekking tot vaste rustof verblijfplaatsen, vliegroutes of foerageergebied voor vleermuizen. Om verstoring aan vliegroutes te voorkomen dient licht gericht of uitstralend op de omliggende watergangen te worden vermeden.

9

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied vormt matig geschikt habitat voor grondgebonden zoogdieren. Soorten als egel, haas, veldmuis en huisspitsmuis kunnen in het plangebied worden waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatief foerageergebied betreft de ontwikkeling geen afname van essentieel foerageergebied voor deze soorten. Daarbij geldt voor al deze soorten een provinciale vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om tijdens de werkzaamheden voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen, met name een relatief trage soort als de egel die onder dichte beplanting verscholen kan zitten. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen. Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Volgens de verspreidingsgegevens komen in de omgeving van het plangebied ook de niet vrijgestelde soorten noordse woelmuis en waterspitsmuis voor. Voor de noordse woelmuis is het belangrijk is dat er het gehele jaar door voldoende voedsel en dekking aanwezig is.

Er moet variatie in de vegetatie aanwezig zijn zoals diverse kruiden, overgangszones tussen land en water met riet, aanwezigheid van bepaalde soorten zeggen en in natte gebieden moeten drogere delen aanwezig zijn. Ze mijden door struiken en bomen gedomineerde begroeiingen en daar waar de veldmuis aanwezig is komt de noordse woelmuis niet voor in graslanden. Het plangebied bevat geen geschikte combinatie van habitats voor de noordse woelmuis. Daarnaast hebben waarnemingen betrekking op gebieden in de omgeving welke op meer dan 1 kilometer van het plangebied liggen. De waterspitsmuis komt voor in en langs schoon, niet te voedselrijk, vrij snel stro-

donderdag 18 maart 2021

mend tot stilstaand water met een behoorlijk ontwikkelde watervegetatie en ruig begroeide oevers. Dit habitat is binnen het plangebied eveneens niet aanwezig waardoor het geen geschikt leefgebied vormt voor deze soort. De aanwezigheid van andere strenger beschermde grondgebonden zoogdiersoorten zijn op basis van de verspreidingsgegevens en/of het ontbreken van geschikt habitat eveneens redelijkerwijs uitgesloten.

kleine watersalamander. Volgens de verspreidingsgegevens zijn in de omgeving van het plangebied ook waarnemingen van de niet vrijgestelde rugstreeppad en heikikker bekend. Het plangebied bevat echter geen oppervlaktewater of schuilgelegenheid, waardoor de aanwezigheid van de meeste van deze soorten binnen het plangebied redelijkerwijs is uitgesloten. Met betrekking tot een incidenteel passerend individu van een algemene (vrijgestelde) soort is enkel de zorgplicht van toepassing.

Toetsing Met de ontwikkeling binnen het plangebied gaan geen verblijfplaatsen van niet-vrijgestelde soorten verloren. Ook gaat er geen (essentieel) leefgebied van een grondgebonden zoogdiersoort verloren. Inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties van soorten en overtreding van de Wnb is niet aan de orde. In het kader van de zorgplicht is het echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor (incidenteel) aanwezige individuen.

Toetsing De voorgenomen plannen zullen geen afname van geschikt essentieel habitat van een amfibieënsoort veroorzaken, inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van populaties en overtreding van de Wnb is dan ook uitgesloten. In het kader van de algemene zorgplicht is het wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor eventueel passerende individuen.

Reptielen

Vissen

Volgens verspreidingsgegevens van RAVON zijn in de omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend van beschermde soorten. De waarnemingen hebben betrekking op de natuurgebieden in de omgeving. Het plangebied zelf en de directe omgeving biedt geen geschikt habitat voor deze soorten. Het voorkomen ervan binnen het plangebied is daarmee dan ook uitgesloten.

Vanwege het ontbreken van oppervlaktewater binnen het plangebied kan deze soortgroep buiten beschouwing worden gelaten.

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van reptielen zijn op voorhand uitgesloten.

Ongewervelde diersoorten

Amfibieën In de omgeving van het plangebied zijn algemene soorten bekend als bruine kikker, gewone pad, bastaardkikker en

Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vissen zijn op voorhand uitgesloten.

In de ruime omgeving van het plangebied zijn waarnemingen bekend van grote vos. Deze soort stelt echter zeer specifieke eisen aan hun habitat, die in het plangebied niet aanwezig zijn. Aanwezigheid van de overige beschermde libellen en vlinders is vanwege de verspreiding en/of aanwezig habitat

10

4 Toetsing soortenbescherming Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

uitgesloten. Aantasting van (deel)populaties van een beschermde libellen- of vlindersoort is met zekerheid niet aan de orde. De aanwezigheid van de overige beschermde ongewervelde soorten, zoals vliegend hert, Europese rivierkreeft en platte schijfhoren, is eveneens uitgesloten. Binnen het plangebied en in de omgeving is hiervoor geen geschikt habitat aanwezig. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde ongewervelde soorten zijn op voorhand uitgesloten. Vaatplanten In de directe omgeving van het plangebied zijn geen beschermde soorten bekend. Gezien het aanwezige biotoop binnen het plangebied is de aanwezigheid van dergelijk beschermde vaatplanten redelijkerwijs uitgesloten. Toetsing Negatieve effecten en overtredingen ten aanzien van beschermde vaatplanten zijn op voorhand uitgesloten.

donderdag 18 maart 2021

11

5 Conclusie Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

5

Conclusie

Gelet op de potentiële ecologische waarden kan het voorgenomen plan alleen in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden het bepaalde in de Wet natuurbescherming in acht wordt genomen: 

Het opgaand groen binnen het plangebied doet dienst als leefgebied voor de huismus. Om negatieve effecten op nestlocaties in naastgelegen huizen te voorkomen is het noodzakelijk dat er ten alle tijden voldoende geschikt leefgebied aanwezig is voor de huismus. Alvorens het groen mag worden verwijderd dient alternatief leefgebied te worden gerealiseerd binnen het plangebied of in de directe omgeving hiervan. Dit leefgebied moet voldoen aan de eisen zoals gesteld in het Kennisdocument Huismus; Ten aanzien van vleermuizen dient licht gericht of uitstralend op de omliggende watergangen te worden vermeden; Ten aanzien van broedvogels dient, om overtreding op voorhand redelijkerwijs te voorkomen, het verwijderen van nestgelegenheid buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd, of een controle moet de aanwezigheid van een broedgeval kunnen uitsluiten; In het kader van de algemene zorgplicht is het noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor aanwezige individuen. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

donderdag 18 maart 2021

12

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

6

Samenvatting

Tabel 2

In onderstaande tabel is samengevat of de voorgenomen ontwikkeling negatieve effecten kan hebben op beschermde soorten en/of gebieden, en wat de eventuele vervolgstappen zijn, zoals soortgericht nader onderzoek of vergunningstrajecten. In de tabel is tevens weergegeven of maatregelen noodzakelijk zijn om overtreding van de Wet natuurbescherming voor bepaalde soortgroepen te voorkomen.

Tabel 3

Overzicht effecten met betrekking tot gebiedsbescherming en te nemen vervolgstappen

Gebiedsbescherming

Afstand tot gebied

Sprake van aantasting

Vervolgtraject

Bijzonderheden / opmerkingen

Natura 2000

Ca. 4,2 km

Nee

-

Geen externe verstorende factoren

Natuurnetwerk Nederland

Ca. 5 m

Nee

-

Ecologische waarde en kenmerken blijven gelijk

Houtopstanden

-

Nee

-

Niet van toepassing

Overzicht (potentiële) aanwezigheid beschermde soorten en te nemen vervolgstappen

Soortgroep

Potentieel aanwezig

Sprake van overtreding

Vervolgtraject / maatregelen

Bijzonderheden / opmerkingen

Algemeen

Ja

Te voorkomen

Plangebied buiten broedseizoen bouwrijp maken of controle vooraf

Globale broedseizoen loopt van maart tot half augustus

Jaarrond beschermd

Ja

Te voorkomen

Nieuw leefgebied voor huismus aanleggen voordat het groen kan worden verwijderd

Leefgebied dient te voldoen aan eisen zoals gesteld in het Kennisdocument Huismus

Verblijfplaatsen

Nee

Nee

-

-

Foerageerhabitat

Nee

Nee

-

-

Vliegroutes

Nee

Nee

-

Licht gericht of uitstralend op de omliggende watergangen dient te worden vermeden

Grondgebonden zoogdieren

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de egel

Reptielen

Nee

Nee

-

-

Amfibieën

Ja

Te voorkomen

Zorgplicht afdoende

Heeft betrekking op een soort als de gewone pad

Vissen

Nee

Nee

-

-

Ongewervelden

Nee

Nee

-

-

Vaatplanten

Nee

Nee

-

-

Broedvogels

Vleermuizen

donderdag 18 maart 2021

13

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

Geraadpleegde bronnen Algemene Literatuur  Creemers, R.C.M. & J.J.C.W. van Delft (RAVON) (red.) 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland. Nederlandse Fauna 9. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, Leiden / European Invertebrate Survey - Nederland, Leiden.  Dietz C., O. von Helversen & D. Nill 2011. Vleermuizen. Alle soorten van Europa en Noordwest-Afrika. De Fontein/Tirion Uitgevers, Utrecht.  Limpens, H., J. Regelink & R. Koelman 2010. Vleermuizen en planologie. Zoogdiervereniging, Nijmegen.  Ministerie van Economische Zaken 2016. Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Lees hier wat de Wet natuurbescherming daarover regelt. Versie 1.3, december 2016. Ministerie van Economische Zaken, Den Haag.  SOVON Vogelonderzoek Nederland 2002. Atlas van de Nederlandse broedvogels 1998-2000. Nederlandse fauna 5. Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis, KNNV Uitgeverij & European Invertebrate Survey-Nederland, Leiden.

Zoogdiervereniging.nl (soortgegevens zoogdieren)

Provinciale websites  Provincie-utrecht.nl/loket/kaarten/geo/ecologische/ (NNN Utrecht)  Provincie-utrecht.nl/loket/kaarten/geo/natuurbeheerplan/ (natuurbeheerplan Utrecht)

Algemene websites  Bij12.nl (kennisdocumenten van o.a. huismus, gierzwaluw en diverse vleermuissoorten)  Eis-nederland.nl (soortgegevens ongewervelden)  Floron.nl (soortgegevens planten)  Ravon.nl (soortgegevens amfibieën, reptielen en vissen)  Sovon.nl (soortgegevens vogels)  Synbiosys.alterra.nl/natura2000 (Natura 2000-gebieden)  Verspreidingsatlas.nl/planten (verspreidingsgegevens planten)  Vlinderstichting.nl (soortgegevens vlinders en libellen)  Wetten.overheid.nl/BWBR0037552/2019-01-01 (wettekst Wet natuurbescherming)

donderdag 18 maart 2021

14

6 Samenvatting Quickscan flora en fauna De Hoef Westzijde 39 te De Hoef

Hoofdvestiging Boxtel Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 Vestiging Amsterdam Rhijnspoorplein 38 1018 TX Amsterdam T +31 (0)20 506 19 99 Vestiging Tegelen Industriestraat 94 5931 PK Tegelen

www.bro.nl | info@bro.nl

donderdag 18 maart 2021

T +31 (0)77 373 06 01

15

Bijlage 2 Aerius berekening

Bestemmingsplan "De Hoef Westzijde 39 te De Hoef" (vastgesteld)

21

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl.

Berekening Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens

Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers. RcvBiq1xo12q (17 maart 2021) pagina 1/6

Resultaten

Contact

Activiteit

Rechtspersoon

Inrichtingslocatie

BRO

De Hoef Westzijde 39, 1426 AT De Hoef

Omschrijving

AERIUS kenmerk

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

RcvBiq1xo12q

Datum berekening

Rekenjaar

Rekenconfiguratie

17 maart 2021, 17:14

2021

Berekend voor natuurgebieden

Totale emissie

Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j)

Toelichting

Resultaten

Situatie 1

NOx

11,02 kg/j

NH3

< 1 kg/j

Natuurgebied

Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Realisatie woning

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

RcvBiq1xo12q (17 maart 2021) pagina 2/6

Resultaten

Locatie Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

Emissie Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

Bron Sector

Emissie NH3

Emissie NOx

Bouwvlak Woning Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie

< 1 kg/j

10,55 kg/j

Werkverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

< 1 kg/j

< 1 kg/j

-

-

< 1 kg/j

< 1 kg/j

Woning Wonen en Werken | Woningen

Woonverkeer Wegverkeer | Buitenwegen

Resultaten

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

RcvBiq1xo12q (17 maart 2021) pagina 3/6

Resultaten

Emissie (per bron)

Locatie (X,Y)

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

NOx NH3

Voertuig

Omschrijving

Uitstoot hoogte (m)

Spreiding (m)

Warmte Stof inhoud (MW)

Emissie

AFW

Graafmachine

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,32 kg/j < 1 kg/j

AFW

Verreiker

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

3,93 kg/j < 1 kg/j

AFW

Heistelling

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

1,38 kg/j < 1 kg/j

AFW

Laadschop

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

AFW

Hijskraan

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

2,08 kg/j < 1 kg/j

AFW

Trilplaat

4,0

4,0

0,0 NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Bouwvlak Woning 115832, 468812 10,55 kg/j < 1 kg/j

Naam

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Werkverkeer 115804, 468994 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

200,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Zwaar vrachtverkeer

20,0 / jaar NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

RcvBiq1xo12q (17 maart 2021) pagina 4/6

Resultaten

Naam Locatie (X,Y) Uitstoothoogte Oppervlakte Spreiding Warmteinhoud Temporele variatie

Naam Locatie (X,Y) NOx NH3

Resultaten

Soort

Voertuig

Standaard

Standaard

Woning 115832, 468812 1,0 m 0,1 ha 0,5 m 0,000 MW Continue emissie Woonverkeer 115802, 468999 < 1 kg/j < 1 kg/j

Aantal voertuigen Stof

Emissie

Licht verkeer

9,0 / etmaal NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Middelzwaar vrachtverkeer

8,0 / maand NOx NH3

< 1 kg/j < 1 kg/j

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

RcvBiq1xo12q (17 maart 2021) pagina 5/6

Resultaten

Disclaimer

Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden.

Rekenbasis

Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Database versie 2020_20210209_2f032ce1a2 Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2020

Resultaten

Aanleg- en gebruiksfase P03210 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

RcvBiq1xo12q (17 maart 2021) pagina 6/6

Bijlage 3 Vooronderzoek bodem

28

Bestemmingsplan "De Hoef Westzijde 39 te De Hoef" (vastgesteld)

Vooronderzoek NEN 5725 De Hoef Westzijde 39 De Hoef

Vooronderzoek NEN 5725 De Hoef Westzijde 39, De Hoef Aeres Milieu Projectnummer Status rapport Datum

: AM21147 : Definitief (versie 2) : 30 juni 2022

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel

Opgesteld door Paraaf

: M. Vrolix, bc :

Gecontroleerd door Paraaf

: ing. T.K.P.G. Thijssen :

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Disclaimer Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden (opzet conform NEN 5725 en interpretatie aan de hand van de Leidraad Bodembescherming). Opgemerkt wordt dat bij een vooronderzoek sprake is van een momentopname. Dit betekent dat Aeres Milieu op voorhand geen aansprakelijkheid accepteert voor maatregelen of mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Aeres Milieu uitgevoerde onderzoek neemt. Tevens wordt opgemerkt dat Aeres Milieu voor het verkrijgen van de voor het historisch onderzoek noodzakelijke informatie (mede) afhankelijk is van externe bronnen. Voor Aeres Milieu is niet te verifiëren of deze bronnen altijd volledig en zonder fouten zijn. Hierdoor kan Aeres Milieu niet instaan voor de juistheid en volledigheid van de verzamelde historische informatie.

Pagina | 2 AM21147

INHOUDSOPGAVE 1. INLEIDING ........................................................................................................................................................................................................................4 2.

VOORONDERZOEK .............................................................................................................................................................................................5 2.1

Topografische beschrijving ........................................................................................................................................................................5

2.2

Historisch overzicht .....................................................................................................................................................................................5

2.3

Historische (bodem) informatie................................................................................................................................................................6

2.4

Bodemopbouw en geo(hydro)logie .......................................................................................................................................................8

2.5

Beschrijving van de onderzoekslocatie .................................................................................................................................................9

2.6

Asbest ................................................................................................................................................................................................................9

2.7

Bodemkwaliteitskaart ..................................................................................................................................................................................9

2.8

Onderzoekshypothese .............................................................................................................................................................................. 10

3.

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ........................................................................................................................................................... 11

Bijlagen: 1 2 3

Topografische en kadastrale overzichtskaart Foto’s onderzoekslocatie Situatietekening met fotostandpunten

Pagina | 3 AM21147

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een vooronderzoek conform de NEN 5725 uitgevoerd op de locatie: Adres onderzoekslocatie

: De Hoef Westzijde 39 De Hoef

Gemeente

: De Ronde Venen

Kadastrale registratie

: Mijdrecht, Sectie D, nummers 596 en 661

Oppervlakte

: circa 612 m2

Gebruik van de locatie

: oprit, struikgewas (bomen en bramen) en gras

Aanleiding Dit vooronderzoek is uitgevoerd in verband met de beoogde realisatie van een woning aan de De Hoef 39 te De Hoef. In het verleden was ter plaatse een woning aanwezig. De nieuwbouw zal verder van de dijk af gebouwd worden.

Doel Het doel van het vooronderzoek is om op basis van de onderzoeksgegevens vast te stellen of er sprake is van een mogelijke verontreiniging van de bodem met stoffen die een belemmering kunnen vormen met het oog op de voorgenomen ontwikkelingen. Het vooronderzoek is uitgevoerd conform de richtlijnen van de NEN 5725 van het Nederlands Normalisatie-Instituut. In dit vooronderzoek wordt het volgende beschreven: •

algemene gegevens;

•

het voormalige gebruik van de onderzoekslocatie;

•

het toekomstige gebruik van de onderzoeklocatie;

•

de directe omgeving van de onderzoekslocatie;

•

de bodemopbouw en de diepte en stroming van het freatisch grondwater.

In principe richt het vooronderzoek zich op alle percelen waarop het onderzoek betrekking heeft én de direct hieraan grenzende percelen. Indien een direct aangrenzend perceel smal (< 10 m breed) is, worden ook de percelen hier weer aan grenzend meegenomen. Indien de aangrenzende percelen groot zijn, wordt alleen het gedeelte van deze percelen binnen 25 meter vanaf de grens van de bodemonderzoekslocatie in beschouwing genomen, tenzij er aanleiding bestaat toch het gehele perceel te onderzoeken. De in hoofdstuk 2 opgenomen informatie is afkomstig van/uit: •

opdrachtgever;

•

kadaster.nl en AHN.nl;

•

topotijdreis.nl, bodem- en dinoloket.nl;

•

gemeente De Ronde Venen / Omgevingsdienst regio Utrecht (ODRU);

•

terreininspectie.

Aeres Milieu B.V. heeft geen binding met de opdrachtgever en de onderzoekslocatie anders dan als onafhankelijk onderzoeksbureau. Pagina | 4 AM21147

2. VOORONDERZOEK 2.1

Topografische beschrijving

De onderzoekslocatie ligt westelijk van de Kromme Mijdrecht. Langs de weg zijn diverse (woon)percelen aanwezig. Westelijk zijn akkerlanden aanwezig. Kadastraal is de locatie bekend als gemeente Mijdrecht, Sectie D, nummers 661 en 596. De coördinaten volgens het R.D. stelsel zijn X = 115.837 / Y = 468.813. Zie bijlage 1 voor een topografische en kadastrale kaart. Op onderstaande luchtfoto is de globale begrenzing van de onderzoekslocatie weergegeven.

Afbeelding 1: globale begrenzing onderzoekslocatie (bron luchtfoto en kadasterkaart: pdok-viewer)

2.2

Historisch overzicht

In het kader van het vooronderzoek is historisch kaartmateriaal bestudeerd. De ontwikkeling van de planlocatie en directe omgeving is weergegeven op onderstaande topografische kaarten. Uit het kaartmateriaal is af te leiden dat de onderzoekslocatie reeds lange tijd bebouwd is. Op de topografische kaarten zijn geen wijzigingen zichtbaar na 1950. De aanwezige bebouwing (woning en schuur) is omstreeks 2008 gesloopt. Op de kaart van 2013 is de huidig in het plangebied aanwezige asfaltverharde oprit te herkennen. Pagina | 5 AM21147

jaartal 1900

jaartal 1952

jaartal 2000 jaartal 2011 Afbeelding 2: geraadpleegde historische kaarten (Bron kaarten: topotijdreis.nl)

2.3

jaartal 1988

jaartal 2013

Historische (bodem) informatie

Via de website van de gemeente De Ronde Venen is bodeminformatie verzameld en aangevraagd voor de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Ter plaatse zijn geen onderzoeken of (ondergrondse) tanks bekend. De relevante aangeleverde informatie is hieronder uitgewerkt. Gevraagd is naar verleende hinderwet- of milieuvergunningen, bouw- en/of sloopvergunningen, de aanwezigheid van onderen/of bovengrondse brandstoftanks en gegevens over calamiteiten. Van de locatie zijn geen bouw- en milieudossiers beschikbaar gesteld. Op de locatie hebben, voor zover bekend, geen bovengrondse of ondergrondse brandstoftanks gelegen. Uit het provinciaal achtergronddocument PFAS d.d. 18-12-2019 blijkt dat het plangebied in het overgangsgebied voor het voorkomen van PFOA in de bodem (P95 3,2 µg/kg) ligt. Voor de andere PFAS zijn geen verhoogde gehalten te verwachten. Hiermee dient rekening gehouden te worden bij grondafvoer. Ter plaatse zijn tevens geen (bedrijfs)activiteiten bekend bij het historisch bodembestand (Provincie Utrecht). Ter plaatse heeft een woning en schuur gestaan (nr. 39). De woning was voorzien van dakpannen en het achtergelegen bijgebouw was van hout en staalplaten voorzien. In verband met de bouwvalligheid is deze bebouwing op advies van de gemeente gesloopt omstreeks 2008. Onderstaand zijn enkele knipsels opgenomen van het perceel welke door de gemeente aangeleverd zijn.

Pagina | 6 AM21147

In de directe omgeving van het plangebied (noordelijk) zijn de in tabel 2.1 weergegeven bodemonderzoeken uitgevoerd.

Pagina | 7 AM21147

Onderzoek

Samenvatting resultaten

De Hoef Westzijde 38:

Verkennend bodemonderzoek:

VBO, BLGG d.d. 10-08-1998 78196

De bovengrond is licht verhoogd met zware metalen, minerale olie en PAK en sterk verhoogd met

aanvullend onderzoek BLGG d.d. 26-

lood en zink. Het ondergrondmengmonster is licht verhoogd met nikkel en sterk verhoogd met

01-2000

zink. Het grondwater is licht verhoogd met minerale olie en EOX. Aanvullend bodemonderzoek: De bovengrond ter plaatse van boring 4 is niet verhoogd, bij boring 1 licht verhoogd, bij boring 6 matig verhoogd en ter plaatse van boringen 2, 3 en 5 sterk verhoogd met zink. De ondergrond ter plaatse van boring 1 bevat geen verhoging met zink en de diepere ondergrond van boring 2 (dieper dan 1m-mv). Voor het vaststellen van de omvang dient een nader bodemonderzoek plaats te vinden.

De Hoef Westzijde 38A: BLGG, VBO

Uitgevoerd ten behoeve van een bouwvergunning. Deze bodemrapporten zijn niet digitaal

d.d. 7-8-1998 BBLG Oosterbeek

beschikbaar gesteld.

Nader onderzoek Grondslag

Verkennend bodemonderzoek:

d.d. 11-12-2001

Zintuigelijk sporen puin in de bodem Bovengrond matig verhoogd met minerale olie; licht verhoogd met zware metalen en PAK. Ondergrond licht verhoogd met minerale olie en enkele zware metalen Grondwater geen verhogingen Nader bodemonderzoek: Zintuigelijk sporen puin in de bodem Bovengrond matig verhoogd gehalte EOX en licht verhoogd met minerale olie Ondergrond en grondwater; geen verhogingen Asbest onbekend

Tabel 2.1: Overzicht uitgevoerde bodemonderzoeken in de directe omgeving

2.4

Bodemopbouw en geo(hydro)logie

Het plangebied ligt op een ontgonnen veenvlakte en kent lokaal depressies waar het veen verder is geoxideerd. Op deze bodem is een Koopveengrond gevormd met een toemaakdek, dat is gevormd door het gebruik van aardmest, wat bestond uit bagger uit sloten, stadsvuil, mest en zand uit de stallen. Deze bodem bestaat hoofzakelijk uit kleiig veen of venige klei. Nabij de onderzoekslocatie, circa 75 meter ten westen, is een grondboring bekend bij het Dinoloket (id. B31B0562). Hieruit blijkt dat de veenlaag wordt afgetopt met een 30 centimeter dikke kleilaag van de Formatie van Echteld. Vanaf circa 3,4 mmv gaat de veenlaag over in een zandige eenheid die gevormd is door afzettingen van de zee. De bodemopbouw van de onderzoekslocatie wordt schematisch weergegeven in tabel 2.2. Diepte [m-mv]

Lithostratigrafie

Lithologie

0-0,3

Formatie van Echteld

Klei, lokaal zandig, lokaal humeus; zand, zeer fijn tot uiterst grof, kleiig tot

(gedeelte boven NIHO)

grindig

Formatie van Nieuwkoop,

Veen, Lokaal kleiig

0,3-3,4

Hollandveen Laagpakket 3,4-8,0

Formatie van Naaldwijk,

Zand, zeer fijn tot matig grof, lokaal kleiig, schelphoudend, kalkrijk; klei, siltig tot

Laagpakket van Wormer

zandig, lokaal humeus

Tabel 2.2: Geo(hydro)logische indeling (bron: Dinoloket) Pagina | 8 AM21147

Het plangebied kent een licht hoogteverschil door de ligging op een secundaire waterkering. Het maaiveld ligt op een vergelijkbare hoogte als de omgeving (ca. +0,6 oost naar -1,1 m NAP west). Het plangebied ligt in een poldergebied met een vast oppervlaktewaterpeil van -2,15 meter NAP. De onderzoekslocatie bevindt zich niet binnen de grenzen van een grondwaterbeschermingsgebied.

2.5

Beschrijving van de onderzoekslocatie

Op 14 april 2021 is een veldinspectie uitgevoerd. Hierbij is gelet op het terreingebruik en de aanwezigheid van ondergrondse tanks, stookplaatsen, (half)verhardingslagen, ophogingen, storthopen, dempingen, afgravingen en asbestverdacht materiaal op het terrein. De onderzoekslocatie is volledig onbebouwd. Van De Hoef is een asfaltverhard pad/oprit aanwezig. Op het perceel zijn jonge bomen en bramen aanwezig. Rondom is gras aanwezig. Het terrein is aflopend van de weg in westelijke richting. West- en zuidelijk is het perceel in gebruik als grasland. Noordelijk is een met betonklinkers bestrate oprit aanwezig bij woning nr. 38. Oostelijk is De Hoef gelegen. Op het perceel zijn zover mogelijk door de aanwezige begroeiing geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen, bodemverontreinigingen of bronnen van verontreinigingen. Een fotoreportage van de onderzoekslocatie is opgenomen in bijlage 2. De fotostandplaatsen zijn opgenomen in bijlage 3.

2.6

Asbest

Uit het dossieronderzoek en de uitgevoerde veldinspectie is geen informatie naar voren gekomen dat ter plaatse van de onderzoekslocatie asbestverdachte activiteiten hebben plaatsgevonden.

2.7

Bodemkwaliteitskaart

Uit de bodemkwaliteitskaart van de omgevingsdienst Utrecht blijkt ter plaatse van de onderzoekslocatie en omgeving een toemaakdek (De Venen I) aanwezig is. Uit de ontgravingskaart voor de bovengrond is voor ontgraven het gebiedsspecifieke beleid voor een toemaakdek van toepassing, zie nota bodembeheer ODRU. De verwachting voor de bovengrond is klasse ‘Industrie’ en voor de ondergrond klasse ‘Wonen’. Onverdachte grond die vrijkomt uit deze zone mag in deze zone worden hergebruikt binnen de functie Landbouw/Natuur; binnen de functie Wonen is hergebruik alleen toegestaan onder funderingen (op eigen terrein) of onder duurzame verharding. Voor toepassing van grond afkomstig van buiten deze zone gelden de volgende toepassingseisen: -

Toepassen op functie Landbouw/Natuur: grond moet schoon zijn (klasse AW).

-

Toepassen op functie Wonen: klasse Wonen-grond is toegestaan.

Pagina | 9 AM21147

2.8

Onderzoekshypothese

Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging, specifiek zware metalen. Zo zijn noordelijk van het plangebied plaatselijk in de (opgehoogde) bovengrond ook verhoogde gehalten aan zware metalen en PAK aangetroffen zijn. Ter plaatse wordt een nieuwe woning gebouwd op het bestaande dijkprofiel. De verwachte bodemkwaliteit vormt naar verwachting geen belemmering voor het (net als bestaand) toekomstig gebruik als wonen of dat ter plaatse een geval van ernstige bodemverontreiniging aanwezig is. Bij grondroerende werkzaamheden is het gebiedspecifiek beleid voor het toemaakdek van toepassing. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).

Pagina | 10 AM21147

3. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN Ter plaatse is van oudsher een woning (bakstenen en pannendak) met schuur (hout en staalplatendakbedekking) aanwezig geweest. Beiden zijn omstreeks 2008 gesloopt. Ter plaatse wil men nu iets verder van de dijk een nieuwe woning op de dijk (geen ontgraving) realiseren. Gebaseerd op de verzamelde gegevens uit het vooronderzoek wordt de onderzoekslocatie als “verdacht” beschouwd op het voorkomen van bodemverontreiniging (toemaakdek bodemkwaliteitsklasse Industrie (bovengrond) en Wonen (ondergrond)). Ter plaatse is geen geval van ernstige bodemverontreiniging te verwachten. De verwachte bodemkwaliteit vormt geen concrete belemmering voor de geplande nieuwbouw op het perceel. Voorafgaand aan de realisatie van de nieuwbouw dient ter plaatse wel een verkennend onderzoek conform de NEN 5740 plaats te vinden. Bij grondroerende werkzaamheden is het gebiedspecifiek beleid voor het toemaakdek en het Besluit bodemkwaliteit van toepassing. De aanwezigheid van asbestverdacht materiaal in de bodem wordt niet verwacht (onverdacht).

Pagina | 11 AM21147

aeres milieu

Bijlage 1 Topografische en kadastrale situatie

AM21147

Kadastrale kaart

Uw referentie: AM21147-NP

Deze kaart is noordgericht

12345 25

Schaal 1: 500

Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens Voorlopige kadastrale grens Administratieve kadastrale grens

Kadastrale gemeente Sectie Perceel

Mijdrecht D 661

Bebouwing Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 17 maart 2021 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers

Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.

aeres milieu

Bijlage 2 Foto’s onderzoekslocatie

AM21147

AM21147

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM21147

Foto 7

Foto 8

aeres milieu

Bijlage 3 Situatietekening met fotostandlocaties

AM21147

115826

115851

115876

115901

468825 468800

468800

468825

468850

115801

468850

115776

Fotopuntenkaart (A4) AM21147 De Hoef De Hoef Westzijde 39 Schaal

N

Legenda

Plangebied Achtergrond: Luchtfoto PDOK Actueel 25 cm, Kadastrale kaart WFS PDOK

115776

115801

115826

115851

115876

115901

468775

v1.0_20-4-2021_LK

468775

Foto's

Bijlage 4 Waterparagraaf

48

Bestemmingsplan "De Hoef Westzijde 39 te De Hoef" (vastgesteld)

Beknopte waterparagraaf De Hoef Westzijde 39 De Hoef

Beknopte waterparagraaf De Hoef Westzijde 39, De Hoef

Aeres Milieu Projectnummer

: AM21147

Status rapport

: Definitief (versie 1)

Datum

: 20 april 2021

Opdrachtgever

: BRO Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel

Opgesteld door

: dhr. M. Vrolix bc. | L. De Graaff, MSc.

Paraaf

:

Gecontroleerd door

:

Paraaf

:

ing. J.M.G. Reuver

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Pagina | 2

AM21147

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING............................................................................................................................................................... 4

2.

BUREAUSTUDIE WATERSYSTEEM...................................................................................................................... 7 2.1.

Inleiding ........................................................................................................................................................... 7

2.2.

Watersystemen ................................................................................................................................................ 7

3.

PLANVOORNEMEN EN AFWEGING ................................................................................................................... 10

4.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ........................................................................... 11

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart ....................................................................................................................... 12 Bijlage 2: Concepttekening planvoornemen ...................................................................................................................... Bijlage 3: Geraadpleegde literatuur en Watertoets ............................................................................................................

Pagina | 3

AM21147

1. INLEIDING In opdracht van BRO heeft Aeres Milieu een beknopte waterparagraaf opgesteld voor de bouw van een woning op een perceel aan De Hoef Westzijde 39. Het plangebied is momenteel onbebouwd en is begroeid met jonge bomen. Voorheen heeft er op de locatie een woning met bijgebouw gestaan. De onderzoekslocatie ligt langs de Kromme Mijdrecht. Afbeelding 1 geeft de ligging van de onderzoekslocatie weer.

Adres onderzoekslocatie

: De Hoef Westzijde 39, De Hoef

Gemeente

: De Ronde Venen

Waterschap

: Amstel, Gooi en Vecht

Kadastrale registratie

: Mijdrecht, Sectie D, nummers 661 en 596

Oppervlakte

: circa 612 m2

Peil maaiveld

: -1,1 m NAP

Peil grondwater

: ca -2,1 m NAP

Afbeelding 1.: Globale begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto: PDOK-viewer

Aanleiding De aanleiding voor het opstellen van de beknopte waterparagraaf is de voorgenomen planontwikkeling van een woning op het perceel. Voorheen is de locatie bebouwd geweest. Na sloop van dit pand is het perceel reeds enkele jaren onbebouwd. In 2017 is een watervergunning aangevraagd voor de bouw van een woning. Hiervan is ten tijde geen gebruik gemaakt. Het voornemen is nu om de woning verder naar achteren (verder van De Hoef af) te realiseren. De realisatie van de woning mag niet leiden tot wateroverlast binnen en buiten het plangebied. De onderbouwing van de relevante wateraspecten is in deze rapportage opgenomen. Afbeelding 2 geeft het planvoornemen weer. Een grote tekening is opgenomen in bijlage 2.

Pagina | 4

AM21147

Afbeelding 2: Oorspronkelijke en toekomstige planontwikkeling (bron: opdrachtgever)

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven van de manier waarop rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen nieuwbouw op het perceel voor de waterhuishouding. Hiervoor zijn de bestaande waterhuishouding, gehanteerde uitgangspunten en randvoorwaarden tot het bekomen van een duurzame herontwikkeling kort beschreven.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Sinds 1 november 2003 is het wettelijk verplicht, in het kader van het Besluit Ruimtelijke Ordening, een watertoets te verrichten. In de toelichting bij ruimtelijke besluiten en plannen, waarop bovengenoemd besluit van toepassing is, is het noodzakelijk een beschrijving te geven van de manier waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. De adviezen in dit rapport voldoen aan vigerende wet- en regelgeving van lokaal tot en met Europees niveau. Het waterbeleid in Nederland wordt van Europees niveau vertaald via rijks-, provinciaal en waterschaps-beleid, naar gemeentelijk beleid om samen de waterproblematiek in Nederland aan te pakken. Dit resulteert in de verplichting een watertoets uit (te) laten voeren. De voorschriften zijn vastgelegd in onder andere de Europese Kaderrichtlijn Water (22 december 2004) en zijn verder geïmplementeerd in het Rijksbeleid om te komen door samenwerking met de verschillende bevoegdheden te komen tot een duurzaam watersysteem, zie ook bijlage 3.

Naast dit beleidskader is in het Bodem-, Water- en Milieuplan 2016-2021 van de provincie Utrecht ook het toetsingskader voor de taakuitoefening van lagere overheden op het gebied van water opgenomen. De provincie Utrecht richt zich op het behouden en verbeteren van een aantrekkelijk woon-, werk- en leefklimaat. Dit betekent dat ze werken aan een robuust bodem- en watersysteem, bodem-, water- en milieukwaliteiten die passend zijn voor de functie van een gebied, een duurzaam gebruik van de fysieke leefomgeving en een gezonde leefomgeving die een positieve bijdrage levert aan de economische en maatschappelijke ontwikkelingen in de regio.

Pagina | 5

AM21147

Voor het grotere oppervlaktewater zijn er in Nederland diverse waterschappen actief die zich richten op een veilig en goed bewoonbaar land met gezonde, duurzame watersystemen. De waterbeheerders werken daarom integraal samen met gemeenten, die het beheer over de ruimtelijke ordening en openbare ruimte hebben, om deze doelstellingen te halen. Het Waterbeheerplan 2016-2021 van waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) heeft drie hoofdtaken: zorg voor veiligheid achter de dijken, zorg voor voldoende water en zorg voor schoon water. Voorts streeft men naar behoud van cultuurhistorisch erfgoed en de natuur en een efficiënte waterzuivering. De beleidsvoorbereidende, uitvoerende en administratieve taken heeft AGV opgedragen aan de stichting Waternet. Door waterschap AGV is de handreiking stedelijk grondwaterplan opgesteld in 2009. Voor nieuwbouw dient de bestaande grondwaterstand gehandhaafd te worden (grondwaterneutraal bouwen). Verder geniet drainage ten behoeve het verlagen van het grondwaterpeil geen voorkeur van de provincie en het waterschap. Middels o.a. de Keur wordt het bestaande oppervlaktewater en de waterkeringen beschermd om zo wateroverlast te vermijden. Deze regels zijn mede met het Stedelijk Waterplan (zie volgende alinea) bepalend voor de uiteindelijke invulling van het plangebied binnen de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13172920/1