CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Verweerschrift bestemmingsplan Dorpskernen - anoniem

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Herstelbesluit bestemmingsplan Dorpskernen (akkoordstuk)12.422 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

POSTADRES

Postbus 250

T

Mijdrecht BEZOEKADRES

F E

Mijdrecht

1

www.derondevenen.nl

Raad van State - Afdeling bestuursrechtspraak

DATUM

12 september 2024

Postbus 20019

UW KENMERK

202401605/R4

ONS KENMERK

0063082/OMGEV

UWBERICHT VAN

31 mei 2024

'S-GRAVENHAGE

CONTACTPERSOON DOORKIESNUMMER E-MAIL

ONDERWERP

Verweerschrift beroepen bestemmingsplan Dorpskernen

Beste meneer, mevrouw,

Op 27 november 2023 heeft de gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan Dorpskernen vastgesteld. Tegen dit besluit zijn 21 beroepen ingesteld. In dit verweerschrift wordt ingegaan op de ingestelde beroepen.

Voor de leesbaarheid vindt u hieronder een inhoudsopgave:

1. Van Benthem en Keulen namens

en

voor de locatie

in Abcoude 2. Veltman Juridisch Advies namens

en

voor de locatie

VINK OV C0 Ries cevesec cen seenssneceenennnnenannen er neeneenieerennannnimo nen ennenvatnnnenimni Ne meninEneNEY 7 3. Architekten- en ingenieursbureau

b.v. namens verschillende cliénten voor

verschillende loCatieS iisicccsessesarnee nian nenenernne a nanianer ravine rcnnnmnennT eine 8 4. DAS Rechtsbijstand, namens

voor de locatie tussen het perceel Demmrik 15a en

RAT. GN (= > 9 peceeeerereenneeeeettcrer ttereereesceerreererec tree eterreree crerrerresrs tree stirrer creerrrrrsterr creer eerrerrt tr 17 5.

voor de locatie

P45 in: AbCOuUde wesesseveccaneenseeenecermeneee 19

6.

oor de locatie

IN ADCOUDG iscisseisires enim ensnnnnnrennnrenat: 21

7.

voor de locatie

IN VINKOVOEN sccserisevceserennesennanenne mene 23

8.

voor de locatie

19.4: IN AD COUDG iicesiccerevieeserninennnnsennnnerennerennnins 24

9.

voor de locatie

BIN: MINK OVOON ie cccesee cco er inevsenenrannnnenennennerennevnnniiss 26

10.

oor de locatie

in Mijdrecht..

REGISTRATIENUMMER

VERZONDEN

11. Stichting Erf Abcoudermeer voor de locatie 12.

In ADCOUDC exccsivesroinerrrwenwsreeenens 29

over de bouwregels voor VOIKStUINGN .............:eseeseeeeceeeceeeteeeeeeteneteeeeeereeeeeeeeeees 30

13. Blenheim advocaten namens

voor de locatie

in Vinkeveen..........000. 33

14. Blenheim Advocaten namens De Witte Dame B.V. voor de locatie

in Abcoude.......... 41

15. MiJ-advies namens

voor de locatie

in Vinkeveen......... 44

16.

oor de locatie

namens

in Vinkeveen

17. Poelman van den Broek advocatie namens Lidl Nederland voor de locatie IN MijdreChtt «0. ee eee cece cece ceeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeseeeaeeeeecaeeeaeeneecaeeeaecsaeaecsaesaesaesessaeseeeseesaeseeeseeeseeeseeseeeeeteeeneees 51 18a. Labré Advocaten namens

c.s. voor de locaties

, 3aen 3b in

(BD COUG C brexccsisic scorer ese orawermmmnnae wenvetiaiionnmnrie west nidaieieRNNTEMMeT enn iiticscemuNTRET eM TEIsoneENeN 53 18b. Labré Advocaten namens 19 Six advocaten namens

voor de locatie ,

en

VINK@VORN iisciiccr erences cnrnemannm cota 20.:DAS-rechtbijstand, namens: Lutz SRB 21.

in Abcoude.....58 oor de locatie

neo

ERTS

in

NOnRRRNT MNT SCREET 62

sss00ccccec en ansevansceninercnnnnnnieninnneinrennininenees 66

advocaten namens Bright Real Estate voor de locatie

in Abcoude........ 72

Aanviullen: gon den iisceccsencuencnsseescrsensnsannnenennie rarer ean ieunsensrenianinimnneenninenvaieenenenmnine mnie76

REGISTRATIENUMMER

Pagina 2 van 76

1. Van Benthem en Keulen namens

en

voor de locatie

in Abcoude Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 78

Het beroep richt zich tegen het ontbreken van de mogelijkheid om een perceelsafscheiding van 1,80 meter hoog te realiseren conform het tuinplan uit 2018.

Ter plaatse geldt de bestemming “Tuin - Onbebouwd”. Binnen deze bestemming is het niet mogelijk een erfafscheiding van meer dan 1,00 meter hoogte te realiseren. Tot op heden is de betreffende erfafscheiding niet gerealiseerd. Verder gelden de waarden “Waarde — Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 3” en “Waarde — Beschermd dorpsgezicht Abcoude”. De omliggende gronden hebben de bestemming “Agrarisch” en hebben naast de eerder genoemde waarden ook een gebiedsaanduiding “vrijwaringszone — werelderfgoed hollandse waterlinies”.

Voorafgaand aan bestemmingsplan Dorpskernen gold de beheersverordening “Beschermd dorpsgezicht Abcoude en beschermd dorpsgezicht Baambrugge”. De locatie van de beoogde erfafscheiding ligt hierin binnen de aanduiding “Agrarisch’. Vertrouwensbeginsel Over dit perceel is al veelvuldig geprocedeerd. Naar aanleiding van een eerder handhavingsverzoek is onder andere geconcludeerd (zaaknummer UTR20/1683): “Het gebruik van de achtertuin als zodanig en het aanbrengen van ophogingen en een irrigatiesysteem zijn ook in striid met de beheersverordening. Verweerder heeft echter terecht afgezien van handhavend optreden tegen de oprit en de achtertuin aangezien het vertrouwensbeginsel zich verzet tegen handhavend optreden tegen het gebruik van de oprit en de achtertuin.” Het vertrouwensbeginsel waar in de uitspraak naar verwezen wordt, heeft betrekking op een reactie van een medewerker van de gemeente op het in het beroep benoemde tuinplan.

Het realiseren van de erfafscheiding was op basis van het voorgaande planologische regiem niet toegestaan. Hoewel de erfafscheiding wel in het betreffende tuinplan is opgenomen, is deze op het moment van vaststellen van het bestemmingsplan Dorpskernen niet gerealiseerd. Er is ook geen omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van de erfafscheiding. Met de tussenuitspraak van de rechtbank van 26 april 2021 is voor alle partijen duidelijk geworden dat de realisatie van het tuinplan, waar de erfafscheiding onderdeel van uitmaakt, ook niet vergunningsvrij gerealiseerd kan worden.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 3 van 76

Appellant kan zich redelijkerwijs dan ook niet meer beroepen op het vertrouwensbeginsel om alsnog de betreffende erfafscheiding te realiseren.

Bestemming “Tuin — Onbebouwd” Conform de lijn van bestemmingsplan Buitengebied-West, heeft de gemeenteraad ervoor gekozen om voormalige agrarische gronden die inmiddels als tuin in gebruik zijn genomen bij de aangrenzende woningen ook als zodanig te bestemmen. In bestemmingsplan Dorpskernen hanteren we hiervoor de bestemming Tuin - onbebouwd. Voor de gronden bij het perceel

in Abcoude is dit ook

gebeurd. Deze gronden zijn onder andere bestemd voor tuinen, groenvoorzieningen en behoud, herstel en versterking van landschapswaarden.

De gronden bij het perceel

vormen een overgang van het bebouwde lint naar het open

landschap. Het perceel steekt diep het (beschermde) open landschap in. Ook maakt het onderdeel uit van het beschermd dorpsgezicht. Een erfafscheiding hoger dan 1 meter zou de kwaliteiten ter plaatse op onverantwoorde wijze aantasten. Het toestaan van een hogere erfafscheiding dan 1 meter is dan ook niet gewenst. De bestemming Tuin — Onbebouwd, met bijbehorende gebruiks- en bouwmogelijkheden, zien wij dan ook als een passende bestemming voor deze locatie.

UNESCO Werelderfgoed Hollandse Waterlinies De gronden waarop appellant de erfafscheiding van 1,80m hoog wil oprichten is gelegen binnen UNESCO werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Specifieker ligt de locatie

zelfs binnen

de schootsvelden van fort Abcoude, dat deel uitmaakt van de stelling van Amsterdam. Zie afbeelding 1, met uitsnede uit de Cultuurhistorische Atlas provincie Utrecht.

Afbeelding 1: Uitsnede Cultuurhistorische Atlas provincie Utrecht, met in het midden fort Abcoude:

REGISTRATIENUMMER

Pagina 4 van 76

2. Veltman Juridisch Advies namens

locatie

en

voor de

Vinkeveen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 193

Het beroep richt zich op het toekennen van een woonbestemming aan de recreatiewoning van cliénten. Het beroepsschrift van appellant is in feite een herhaling van de ingediende zienswijze. Verwezen wordt dan ook naar de gemeentelijke reactie op de zienswijze, zoals opgenomen als nummer 193 in de Nota van Zienswijzen & ambtshalve aanpassingen bestemmingsplan Dorpskernen.

Aanvullend op de zienswijze stelt appellant dat handhavend optreden niet meer mogelijk is gelet op de voorgeschiedenis. Het is echter vaste jurisprudentie dat er een beginselplicht tot handhaving is. Het feit dat er al 16 jaar niet gehandhaafd is, staat handhaving niet in de weg. Dat wordt bevestigd in de uitspraak van uw Afdeling van 1 mei 2024 waaruit blijkt dat het enkele tijdsverloop op zichzelf geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan het college van handhaven moet afzien en dat dat ook niet het geval is als het college op de hoogte van de overtreding was. Uit de uitspraak volgt dat na meer dan 55 jaar nog steeds handhavend kan worden opgetreden tegen een overtreding (ECLI:NL:RVS:2024:1829). Appellant verwijst naar de besluitvorming in 2012, waardoor handhaving niet meer mogelijk zou zijn. In 2012 heeft de gemeenteraad bij de vaststelling van het handhavingsbeleidsplan 2012-2014 besloten de handhaving op recreatiewoningen niet meer hoog te prioriteren. Tijdens de behandeling van het Handhavingsbeleidsplan 2012-2014 is tevens een motie aangenomen, waarbij de raad het college is opgedragen om de lopende procedures ten aanzien van de handhaving op permanente bewoning van recreatiewoningen per direct te stoppen op een juridisch verantwoorde manier.

In januari 2013 heeft het college besloten om de tot dan toe lopende handhavingszaken te stoppen met uitzondering van die gevallen waarbij reeds dwangsommen zijn verbeurd en een invorderingsbeschikking was genomen. Er is dus besloten om te stoppen met lopende handhavingszaken, maar er is niet besloten om nooit meer te handhaven. In tegenstelling tot wat appellant stelt kan de gemeente dus nog altijd handhavend optreden.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 7 van 76

3. Architekten- en ingenieursbureau

b.v. namens verschillende cliénten voor

verschillende locaties Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummers 125,126,132, 134,135,137 en 138

Het beroepsschrift richt zich voornamelijk op art 39 lid 5 van de planregels waarin met een benuttingsregeling nog 2 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan Dorpskernen gebruik gemaakt kan worden van verschillende mogelijkheden uit oude bestemmingsplannen, die in het bestemmingsplan Dorpskernen niet meer voorkomen. Daarnaast gaat appellant nog in op de wijze van bestemmen voor verschillende locaties.

Benuttingsregeling Het bestemmingsplan Dorpskernen heeft een harmoniserend karakter. Dit betekent dat bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Een harmoniserend karakter betekent dus niet dat alle huidige rechten zonder meer behouden blijven. In een beperkt aantal gevallen is besloten in het kader van een goede ruimtelijke ordening om van de bestaande mogelijkheden uit het voorafgaand aan het bestemmingsplan Dorpskernen geldende ruimtelijke plan af te wijken. Het voortzetten van deze regeling zou kunnen leiden tot onevenredige nadelige gevolgen voor de omgeving. Omdat de gemeenteraad in het kader van behoorlijk bestuur het niet netjes vindt deze mogelijkheden riicksichtslos en zonder aankondiging te verwijderen en om planschade te voorkomen, bevat het bestemmingsplan een benuttingsregeling. Dit houdt in dat eigenaren hun bestaande bouwmogelijkheden van het voorgaande ruimtelijke plan nog 2 jaar na onherroepelijk worden van het plan, kunnen benutten via een binnenplanse afwijking. In het geval van de mogelijkheden voor woningsplitsing en toevoegen van een woning in het voorafgaand aan het bestemmingsplan Dorpskernen geldende ruimtelijke plan is zowel in de toelichting van het bestemmingsplan (paragraaf 4.1.3) en de Nota van Zienswijzen en ambtelijke aanpassingen (paragraaf 2.3) uitgebreid gemotiveerd waarom deze mogelijkheden ruimtelijk niet aanvaardbaar zijn.

Hierbij is onder meer ingegaan op de gevolgen voor het verkeer, mogelijke belemmeringen voor omliggende functies en de woonkwaliteit ten gevolge van ongebreidelde woningsplitsing. Hetzelfde geldt voor het extra realiseren van bedrijfswoningen, de ruime bouwmogelijkheden in woonbestemmingen en de vestiging van horeca. In paragraaf 4.1.3 van de toelichting en/of de Nota van Zienswijzen en ambtelijke aanpassingen is uitgebreid gemotiveerd waarom deze bepaling is opgenomen.

Het is vaste jurisprudentie van de Afdeling dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen bliivende rechten kunnen worden ontleend. De gemeenteraad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden

REGISTRATIENUMMER

Pagina 8 van 76

mogelijkheden voor initiatiefnemers waarvan zij gebruik kunnen maken, maar de regeling bevat geen gebod of verplichting tot benutting/realisatie van bouwmogelijkheden.

Verleggen planschade Wij volgen appellant niet in zijn stelling dat de benuttingsregeling tot gevolg heeft dat eventuele planschade bij een initiatiefnemer kan worden neergelegd, waar dit in het oude regime niet het geval was. Bij planschade wordt immers een vergelijking gemaakt met het oude regime. Nu het hier dezelfde bouwmogelijkheden betreft nu alleen de procedure is gewijzigd, is er geen sprake van het verleggen van planschade. Bovendien is in de Wet ruimtelijke ordening bepaald dat planschade wordt toegerekend aan burgemeester en wethouders. Dit kan slechts aan een initiatiefnemer worden doorgerekend indien hiervoor een overeenkomst is gesloten.

Wilnis Ten eerste stelt appellant dat het bestemmingsplan de mogelijkheid tot meerdere woningen op de locatie beperkt tot het bestaand aantal woningen. Bovenstaand hebben wij al uitgebreid gemotiveerd waarom de gemeenteraad hiervoor gekozen heeft. Bovendien is bovenstaand ook al toegelicht dat na het aflopen van de benuttingsregeling er ook nog een afwijkingsmogelijkheid is om woningsplitsing toe te staan, zodat de realisatie van bijvoorbeeld appartementen op voorhand niet uitgesloten is. Daarnaast stelt appellant dat de functie kantoor ten onrechte niet is toegekend aan de locatie. Volgens appellant was deze functie ook in het voor het bestemmingsplan geldende plan toegestaan en had deze functie moeten worden overgenomen. Appellant verwijst hiervoor naar de doeleindenomschrijving van de beheersverordening Kom Wilnis (art 13 lid 1).

De gemeenteraad is zich er van bewust dat de redactie van het oude plan voor meerderlei uitleg vatbaar is. De redactie van het artikel luidt als volgt:

Artikel 13. Gemengde doeleinden Doeleindenomschrijving 1. De op de plankaart voor Gemengde doeleinden aangewezen gronden zijn bestemd voor: dienstverlening, bedrijven, winkels, horeca en wonen. Ten dienste van en in verband met deze bestemming zijn toegelaten: a. kantoren met baliefunctie; b. bedrijven; c. maatschappelijke dienstverlening;

REGISTRATIENUMMER

Pagina 12 van 76

De gemeenteraad is bij het vaststellen van het plan van uitgegaan dat de tekst in lid 2 achter met dien verstande van toepassing is op alle vormen van kantoor. Zowel met als zonder baliefunctie. Indien alleen kantoren met baliefunctie waren bedoeld, had dit expliciet opgeschreven moeten worden nu er in de doeleindenomschrijving expliciet onderscheid is gemaakt tussen kantoren en kantoren met een baliefunctie. Echter in de zinsnede voor met dien verstande wordt expliciet verwezen naar a t/m d en f, terwijl kantoren onder e genoemd zijn. Bovendien zijn kantoren in het bestemmingsplan Dorpskernen volgens de begripsbepalingen in hoofdstuk 1 (1.69) voorzieningen waarbij publiek niet of slechts in ondergeschikte mate rechtstreeks of in ondergeschikte mate te woord wordt gestaan en geholpen. Gelet hierop hebben kantoren weinig tot geen verkeersaantrekkende werking. Gelet op deze beperkte ruimtelijke consequentie verzoekt de gemeenteraad de Afdeling zelf in de zaak te voorzien en binnen de bestemming Gemengd kantoor rechtstreeks toe te staan, voorzover gelegen op de begane grond.

At/mDen Net als bij de

Wilnis is betoogd, is ook voor de locatie Dorpsstaat 36A t/m D en

de functie kantoor niet opgenomen. Hiervoor wordt verwezen naar het verweer voor de locatie voor deze grond en verzoeken wij de Afdeling zelf in de zaak te voorzien en binnen de bestemming Gemengd kantoor rechtstreeks toe te staan, voorzover gelegen op de begane grond

Horeca t/m categorie 3 toegestaan Op basis van de beheersverordering Kom Wilnis was aan de

in Wilnis horeca met

categorie 3 toegestaan. In het bestemmingsplan Dorpskernen is ervoor gekozen om alleen bestaande en vergunde horeca positief te bestemmen. Het is niet wenselijk om mogelijkneden voor horeca te behouden op plekken waar geen horeca meer is. Bij nieuwe vestiging van horeca is het in verband met de mogelijke overlast voor de omgeving van belang om een nieuwe afweging te maken, zeker als er al jaren geen horeca meer is geweest zoals voor deze locatie het geval is. Er is in 2012 een vergunning verleend voor 3 appartementen en een winkelruimte. Hiervoor stond het pand leeg. De gemeenteraad kan appellant niet volgen dat de bedrijfsruimte op de tekening aan te merken had moeten zijn als horeca nu ook expliciet 3 appartementen en winkelruimte vergund zijn. Conform verleende vergunning en het uitgangspunt van het bestemmingsplan Dorpskernen is de mogelijkheid voor horeca niet meer opgenomen. Echter is in artikel 39.5 onder d een benuttingsregeling opgenomen voor gevallen zoals deze, zodat alsnog tot 2 jaar na onherroepelijk worden van het bestemmingsplan, gebruik gemaakt kan worden van de regels voor horeca zoals die in de beheersverordering golden.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 14 van 76

Ruimtelijke onderbouwing Appellant geeft aan dat voor dit perceel een nieuw bestemmingsplan in voorbereiding was. En dat de gemeenteraad inhoudelijk op dit punt niet is ingegaan. Appellant heeft dit in de zienswijze niet genoemd. Logischerwijs is de gemeenteraad hier in de beantwoording van de zienswijze niet op in gegaan. Wel heeft appellant tijdens behandeling van het bestemmingsplan in de gemeenteraad ingesproken. Hiermee is het door de gemeenteraad ook meegenomen in haar besluitvoering. Het klopt inderdaad dat appellant plannen heeft om het perceel te ontwikkelen. De gemeente en appellant zijn hierover al langere tijd met elkaar in gesprek. Het plan is om twee nieuwe woningen te realiseren. De gemeente denkt dat dit haalbaar is, maar wel is het van belang hoe de twee nieuwe woningen op het perceel ingepast gaan worden. De parkeerplaatsen ten behoeve van de woningen dienen op eigen terrein gerealiseerd worden. Het plan is om dit via een openbaar hofje te doen. Over de manier waarop dit gaat gebeuren en hoe het grondeigendom van het hofje geregeld gaat worden moet overeenstemming zijn voordat de anterieure overeenkomst tussen initiatiefnemer en gemeente getekend kan worden. Momenteel is de anterieure overeenkomst nog niet getekend. De verwachting is dat dit op korte termijn kan gebeuren. Daarna wordt een buitenplanse omgevingsplanprocedure gestart.

Ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan Dorpskernen was het initiatief dus nog niet concreet genoeg om mee te nemen en was de ruimtelijke aanvaarbaarheid van het initiatief nog niet aangetoond. Bovendien als het initiatief wel meegenomen was bij vaststelling, hadden omwonenden geen mogelijkheid meer gehad om op het plan te reageren of een zienswijze in te dienen en staat er alleen beroep open. Gelet op de ligging van het plangebied vond de gemeenteraad dit geen nette wijze van handelen voor de directe omgeving.

Wilnis Wij volgen appellant niet in zijn beroep dat de mogelijkheid van een bedrijfswoning is weggenomen. Volgens het oude regime van de beheersverordening Kom Wilnis was alleen een bedrijfswoning toegestaan, voorzover een bedrijfswoning aanwezig was. Nu er op deze locatie geen bedrijfswoning was en is, zijn met de huidige bestemming de bestaande rechten gerespecteerd. Wat betreft de stelling van appellant dat in een bouwregel geen gebruiksverbod opgenomen mag worden, merken wij op dat het plan waar appellant naar verwijst, de beheersverordening Kom Wilnis, onherroepelijk is en formele rechtskracht heeft. In art 4.2.3 van de planregels van het bestemmingsplan Dorpskernen zijn voor de bestemming Bedrijf geen gebruiksregels zijn opgenomen. Appellant stelt daarbij dat de gemeenteraad heeft miskent dat binnen de bestaande bebouwing de mogelijkheid bestond deze bebouwing deels te gebruiken als bedrijfswoning. De gemeenteraad kan deze stelling niet volgen aangezien voor de realisatie van een (bedrijfs)woning altijd een omgevingsvergunning nodig is (0.a. vanwege brandcompartimenten) en dat er dus altijd een toets aan de regels van het bestemmingsplan volgt. Tot

REGISTRATIENUMMER

Pagina 15 van 76

slot is in zowel de toelichting (4.1.3) als de Nota van Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen (paragraaf 2.4) is uitgebreid gemotiveerd waarom realiseren van extra bedrijfswoningen ruimtelijk niet gewenst is.

Qudhuyzerweg 45 Wilnis Zoals al enkele malen opgemerkt heeft het bestemmingsplan een harmoniserend karakter, wat inhoudt dat bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Bestaande vergunde bedrijfswoningen zijn positief bestemd, maar in dit geval gaat het om een niet bestaande bedrijfswoning. In een aantal gevallen zijn bestaande mogelijkheden/rechten niet overgenomen. Naast de bovengenoemde mogelijkheden voor woningsplitsing en het toevoegen van woningen, geldt dit ook voor de mogelijkheden tot het oprichten van een bedrijfs/dienstwoning. In zowel de toelichting (4.1.3) als de Nota van Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen (paragraaf 2.4) is uitgebreid gemotiveerd waarom realiseren van extra bedrijfswoningen ruimtelijk niet gewenst is. De mogelijkheden die veel plannen hadden om ongecontroleerd per bedrijf 1 bedrijfswoning op te richten, kan leiden tot onevenredige gevolgen voor de naaste omgeving.

Qudhuyzerweg 99

en

Wilnis

Voor deze locaties richt het beroep zich op de benuttingsregeling voor woningsplitsingen en het toevoegen van woningen Bovenstaand is naar aanleiding voor andere locaties al toegelicht waarom voor deze wijze van bestemmen gekozen is. Voor de

in Wilnis stelt appellant dat de

bestemming Kantoor niet is overgenomen. Conform de onderbouwing bij de Dorpsstaat 30 en 36-42 verzoeken wij de Afdeling zelf in de zaak te voorzien en binnen de bestemming Gemengd kantoor rechtstreeks toe te staan, voorzover gelegen op de begane grond.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 16 van 76

4. DAS Rechtsbijstand, namens 15a en

voor de locatie tussen het perceel Demmrik

, Vinkeveen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 115

Het beroep van appellant richt zich op de correcte inkleuring van de locatie tussen het perceel en 17 in Vinkeveen en op het borgen van de belangen bij een conserverend karakter. Feitelijk is appellant van mening dat het perceel tussen

en 17 onterecht niet in het bestemmingsplan

Dorpskernen is meegenomen.

Correcte inkleuring locatie tussen perceel

jen|

Het is vaste jurisprudentie dat de gemeenteraad gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening beleidsruimte toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. De begrenzing mag echter niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Niet valt in te zien dat de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ hiermee in strijd is.

Nu voor het perceel waarop appellant doelt een apart bestemmingsplan in voorbereiding is, het bestemmingsplan Doorvaart De Heul, dat als ontwerp van 30 december 2023 tot en met 9 februari 2024 ter inzage heeft gelegen, is het niet meer dan logisch dat de locatie buiten het plangebied gelaten is. Dit sluit ook aan bij het uitgangspunt van het harmoniserende karakter van het bestemmingsplan, waarbij geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen worden meegenomen. Hieronder vallen onder meer ontwikkelingen die een ‘eigen’ bestemmingsplan hebben. Deze vragen een complexe ruimtelijke afweging. Doel van het bestemmingsplan is ten behoeve van de klantvriendelijkheid meer dan 30 ruimtelijke plannen samen te voegen, zodat voor het plangebied 1 uniform, actueel en digitaal raadpleegbaar plan beschikbaar is. Het meenemen van complexe ruimtelijke plannen, waarover nog veel discussie is, zou leiden tot een onnodige vertraging van het gereedkomen van het bestemmingsplan Dorpskernen en de voordelen die dit biedt voor de bewoners/eigenaren in het plangebied (0.a. grotere klantvriendelijkneid omdat aanvragen sneller en eenvoudiger getoetst kunnen worden).

De gemeenteraad kan appellant niet volgen in zijn stelling dat de gemeente niet consequent handelt in vergelijking tot twee andere gevallen. Appellant doet hiermee een beroep op het gelijkheidsbeginsel dat zelden slaagt omdat er dan sprake moet zijn van twee identieke gevallen. Hier is in dit geval geen sprake van. Voor de twee gevallen waar appellant naar verwijst is geen bestemmingsplan in voorbereiding. In 1 geval gaat het om een omgevingsvergunning, waarbij de woonfunctie behouden bilijft en het ander geval ziet op een vooroverleg. Het gaat in deze gevallen dus niet om een bestemmingsplanwijziging, waarbij

REGISTRATIENUMMER

Pagina 17 van 76

5.

voor de locatie

- 45 in Abcoude

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 60

Het beroepsschrift richt zich op het toekennen van de bestemming Verkeer en Groen aan de gronden rondom de appartementencomplexen op het voormalige Meerbadterrein/

in Abcoude.

Appellant is van mening dat de bestemming Wonen de juiste bestemming is.

Onderbouwing bestemming Groen en Verkeer Het bestemmingsplan Dorpskernen heeft een harmoniserend karakter, waarbij bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd zijn. De doelstelling van het plan is om meer dan 30 verschillende veelal verouderde plannen samen te voegen tot 1 uniform, digitaal raadpleegbaar en actueel bestemmingsplan. In de toelichting is uitgebreid gemotiveerd waarom de gemeenteraad is gekomen tot deze wijze van bestemmen en waarom de bestemmingen Verkeer en Groen aan een locatie zijn toegekend (zie hiervoor paragraaf 4.2.6 en 4.2.7 van de toelichting van het bestemmingsplan). In de Nota van zienswijzen is hier bij de beantwoording van de zienswijze van appellant nog nader op ingegaan voor het voormalige

Meerbadterrein/

in Abcoude. In de groenstructuurkaart voor Abcoude uit het

gemeentelijk groenbeleidsplan is de langzaamverkeerverbinding aangewezen als hoofdgroen. Het is dus conform de onderbouwing in de toelichting dat deze verbinding en de gronden erom heen een groenbestemming is toegewezen. De bestemming verkeer is toegewezen aan de gronden die dienen als ontsluiting en parkeergelegenheid van de appartementencomplexen. Niet ingezien wordt, waarom deze gronden geen deel uit zouden maken van de verkeersstructuur, zoals appellant stelt. De bestemming verkeer sluit aan bij de functie van de gronden en is conform de voorgenomen wijze van bestemmen toegewezen. Bovendien had de locatie de bestemming woongebied in het voorgaande plan omdat het een gebied betrof dat nog ontwikkeld moest worden. Nu het uitontwikkeld is en het bestemmingsplan gericht is op het behoud van de bestaande situatie, is een gedetailleerdere bestemming overeenkomstig de feitelijke situatie qua gebruik meer passend om het behoud van de huidige ruimtelijke kwaliteit veilig te stellen.

Daarnaast is de door appellant gewenste bestemming Wonen ook ruimtelijk niet gewenst. Zowel de bestemming Wonen als Wonen-woongebouw kent de mogelijkheid om bijgebouwen te realiseren die gelet op de functie van de omliggende gronden en het gebruik hiervan niet gewenst zijn. Met de huidige bestemming Verkeer en Groen wordt de openheid en het behoud van het huidige karakter van het terrein geborgd.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 19 van 76

6.

oor de locatie

in Abcoude

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 172

Het beroep richt zich op het niet meenemen van het bestemmingsplan

in Abcoude

en het maximum van 90m2 aan bijgebouwen in het bestemmingsplan Dorpskernen. De gronden van beroep komen grotendeels overeen met de inhoud van de zienswijze. Allereerst wordt derhalve verwezen naar de beantwoording van de zienswijze in de Nota van Zienswijze onder nummer 172. Daarnaast wijst de gemeenteraad op het volgende.

Het niet meenemen van het bestemmingsplan Allereerst vraagt de gemeenteraad zich af of appellant voor deze grond van zijn beroep wel belanghebbende is. Het plangebied van het bestemmingsplan

is met dat

bestemmingsplan voorzien van een actueel en onherroepelijk bestemmingsplan. Het al dan niet meenemen van het plan in het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ wijzigt inhoudelijk niets aan de mogelijkheden op de percelen. Wanneer het plan was meegenomen in het bestemmingsplan waren de huidige mogelijkneden gerespecteerd. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij met het niet meenemen gevolgen van enige betekenis als gevolg ondervindt. Appellant bewoont niet 6én van de woningen in het plangebied van het bestemmingsplan

en zijn redenering dat door

het niet meenemen een beeldbepalend element uit het dorp mist dat in het bestemmingsplan Dorpskernen benoemd had moeten, raakt appellant niet persoonlijk in zijn belang. (art 1.2 Algemene Wet Bestuursrecht) Daarnaast vraagt de gemeenteraad zich af of appellant voldoet aan het relativiteitsvereiste. Op grond van artikel 8:69a van de Algemene wet bestuursrecht kan appellant in een (hoger)beroepsprocedure alleen met succes een beroep doen op een norm, als deze norm bedoeld is om zijn of haar belangen te beschermen. Het beschermen van een beeldbepalend element, los van het feit dat in het bestemmingsplan

de aanduiding beeldbepalend pand niet aan één van

de woningen is toegekend, is geen norm waarop appellant zich kan beroepen.

Subsidiair. Het doel van het bestemmingsplan Dorpskernen is het samenvoegen van meer dan 30 veelal verouderde ruimtelijke plannen tot 1 actueel, uniform en digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan. Het is vaste jurisprudentie dat de gemeenteraad gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening beleidsruimte toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. De begrenzing mag echter niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Niet valt in te zien dat de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ hiermee in strijd is.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 21 van 76

Voor de locatie

is recent en bestemmingsplan vastgesteld, waardoor de locatie

voorzien is van een actueel en digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan. Het niet opnemen van het

bestemmingsplan

in het bestemmingsplan Dorpskernen is dus niet in strijd met een

goede ruimtelijke ordening.

Maximum oppervlakte 90 m2 aan bijgebouwen Appellant is het niet eens met het maximum van 90m2 aan bijgebouwen en stelt dat er geen onderbouwing is voor deze maximalisatie. Zoals ook in de Nota van Zienswijze is aangegeven bevat het bestemmingsplan Dorpskernen een staffel voor toegestane opperviaktes aan bijgebouwen afhankelijk van de grootte van het perceel. Dit is ook gemotiveerd in paragraaf 4.2.4 van de toelichting waarin aangegeven is dat het doel van de regeling is om een zekere verhouding bebouwd-onbebouwd zeker te stellen, hinder van bebouwing op het naastgelegen erf en het dichtslibben van (kleinere) achtererven met bebouwing te voorkomen. Naast de regeling in het bestemmingsplan zijn er uiteraard ook nog de vergunningvrije mogelijkheden waarmee voor grote percelen tot een maximumoppervlakte van 150m2 aan bijgebouwen gerealiseerd kunnen worden. Het rechtstreeks oprekken van de maximumoppervlakte is strijdig met de uitgangspunten van het bestemmingsplan. Zeker nu het een bestemmingsplan betreft dat ziet op de kernen van de gemeente, waar hele grote percelen (nagenoeg) niet voorkomen. Tot slot, het bestemmingsplan Dorpskernen heeft een harmoniserend karakter. Dit betekent dat meer dan 30 verschillende ruimtelijke plannen met heel veel verschillende regelingen zijn samengevoegd tot 1 regeling.

Daarom is ervoor gekozen om te komen tot 1 uniforme regeling voor bijgebouwen in de Dorpskernen. Met de harmonisering van de bijgebouwenregeling is geprobeerd zoveel mogelijk aan te sluiten bij de vigerende regelingen

REGISTRATIENUMMER

Pagina 22 van 76

7.

voor de locatie

in Vinkeveen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: ambtshalve aanpassing 39

Het beroep richt zich tegen een ambtshalve aanpassing aan het ontwerpbestemmingsplan waardoor er twee bouwvlakken zijn verwijderd achterop het perceel aan de

in Vinkeveen. De reden

hiervoor zou zijn geweest dat er in het verleden schuren hebben gestaan. Appellant geeft aan dat hier nimmer schuren hebben gestaan.

Een uitleg waarom de twee bouwvlakken ambtshalve uit het ontwerpbestemmingsplan zijn geschrapt wordt gegeven in de Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen. Onder het kopje ‘Ambtshalve aanpassingen’ wordt onder nummer 39 (pagina 269) ingegaan op deze casus. In het bestemmingsplan Kom Vinkeveen zijn namelijk per abuis de 2 betreffende bouwviakken opgenomen, zonder dat hiervoor een vergunning voor verleend was of bebouwing aanwezig was. Deze bouwvlakken waren in het daaraan voorafgaande bestemmingsplan Vinkeveen Zuid niet opgenomen. Bij het opstellen van de verbeelding van het ontwerpbestemmingsplan Dorpskernen is ter plaatse grotendeels aangesloten bij de plankaart van Kom Vinkeveen. Daarom zijn onbedoeld de twee ‘onterechte’ bouwviakken ter hoogte van

meegenomen. Na de ter inzagelegging van het

bestemmingsplan is ambtelijk opgemerkt dat deze bouwvlakken onterecht zijn overgenomen uit Kom Vinkeveen. Omdat ze immers als onterecht waren opgenomen in Kom Vinkeveen.

Volgens appellant zouden hier in het verleden nooit schuren hebben gestaan. Wat daar verder ook van zij, de bouwvlakken in het bestemmingsplan Kom Vinkeveen waren een vergissing. Er staat niets. En in het daarvoor geldende bestemmingsplan waren er op deze locaties geen bouwviakken. Ruimtelijk is het niet wenselijk om in de achtertuin nog weer nieuwe woningen te bouwen.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 23 van 76

8.

voor de locatie

19a in Abcoude

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 162

Het beroep richt zich op de bebouwing op het achterste gedeelte van het perceel en de woonbestemming van het koetshuis.

Bebouwing op het achterste gedeelte van het perceel: Appellant geeft aan een vraag te hebben over de bebouwing op het achterste gedeelte van het perceel. Omdat niet geheel duidelijk is of zijn verweer ook op dit punt ziet, gaat de gemeenteraad hier in het verweer toch op in. In de zienswijze staat dat het volgens appellant mogelijk moet zijn om op het achterste gedeelte van het perceel bebouwing toe te staan. In het bestemmingsplan Dorpskernen hebben het woonhuis en het koetshuis een woonbestemming. De gronden achter en om het woonhuis hebben in het bestemmingsplan Dorpskernen de bestemming ‘Tuin-onbebouwd’ toegewezen gekregen. Binnen deze bestemming is nieuwe bebouwing niet toegestaan. Bestaande bouwwerken en gebouwen zijn wel toegestaan.

Conform het uitgangspunt van het bestemmingsplan Dorpskernen om de bestaande rechten zoveel mogelijk te respecteren, is aan de gronden achter de woning de bestemming ‘Tuin-onbebouwd’ toegekend. Voordat het bestemmingsplan Dorpskernen in werking was, was op het perceel de beheersverordening beschermd dorpsgezicht Abcoude en beschermd dorpsgezicht Baambrugge van kracht. In de beheersverordening werd in feite de werking van het bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Abcoude voortgezet. Volgens de beheersverordening mogen gronden en bestaande bouwwerken gebruikt worden overeenkomstig het bestaande legale gebruik. In het bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Abcoude hadden de gronden achterop het erf de bestemming ‘Tuin’. Voor een klein deel van het achterste perceel gold voorheen het bestemmingsplan 1° herziening bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Abcoude. Destijds is tegen het bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Abcoude beroep aangetekend om op een deel achterop het erf bebouwing mogelijk te maken. Het bestemmingsplan is voor dit deel van het perceel vernietigd. De Afdeling oordeelde dat niet voldoende onderbouwd was waarom op een qua bebouwing en ontsluiting vergelijkbare locatie aan de Amsterdamseweg het bouwen van een woning wel mogelijk gemaakt werd.

In de 1° herziening bestemmingsplan Beschermd dorpsgezicht Abcoude is onderbouwd waarom hier wel sprake van is en is wederom de bestemming Tuinen toegekend. Deze is toen is stand gebleven. Het belang van het niet toestaan van bebouwing rondom het perceel is toen als volgt omschreven:

REGISTRATIENUMMER

Pagina 24 van 76

9.

voor de locatie

-1 in Vinkeveen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 61

Appellant stelt dat een bestemmingsplan er voor bedoeld is om de rechten van de burgers te beschermen. Het beroep richt zich verder op het wegnemen van de mogelijkheid om een bedrijfswoning te realiseren. De in het bestemmingsplan opgenomen benuttingsregeling is voor appellant geen aanvaardbare oplossing. Tevens is appellant van mening planschade te leiden.

Beschermen van rechten Een bestemmingsplan is bedoeld om ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening een bestemming aan te wijzen voor de in het plan begrepen grond. Dat is iets anders dan het beschermen van rechten van burgers, zoals appellant stelt.

Vervallen bedrijfswoning Het beroepsschrift van appellant is in feite een herhaling van de ingediende zienswijze. Verwezen wordt dan ook naar de gemeentelijke reactie op de zienswijze, zoals opgenomen onder nummer 61 in de Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen en de nadere uitleg in de thematische beantwoording in hoofdstuk 2.4.

De locatie

-1 betreft tweedelijnsbebouwing in de kern van Vinkeveen. Het perceel is

omsloten door woningen en de woonbestemming. Van oudsher waren er veel bedrijfsactiviteiten in de linten aanwezig. Deze zijn met de tijd veelal uit de historische dorpslinten verdwenen en verplaatst naar (meer perifeer gelegen) bedrijventerreinen.

Tijdens de looptijd van het bestemmingsplan Kom Vinkeveen is voor

-1 geen gebruik

gemaakt van de mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten. Blijkbaar is de aanwezigheid van een bedrijfswoning tot op heden niet noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. Ook heeft appellant niet inzichtelijk gemaakt waarom er een noodzaak voor een bedrijfswoning zou zijn.

Wij zijn van mening dat een hernieuwde voortzetting van de mogelijkheid om een bedrijfswoning op te richten onverantwoord is. Zonder nadere ruimtelijke afweging is ons inziens geen sprake van een goede ruimtelijke ordening. Bovendien zou de voortzetting mogelijk onevenredige gevolgen kunnen hebben voor de naaste omgeving. Om die reden wil de gemeenteraad, op basis van een concrete aanvraag, een

REGISTRATIENUMMER

Pagina 26 van 76

10.

oor de locatie

in Mijdrecht

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 14

Het beroep richt zich op het opnemen van het bouwvlak voor de locatie

in Mijdrecht Appellant

is van mening dat de voorzijde van zijn woning aangemerkt dient te worden als onderdeel van het hoofdgebouw en daarom in het bouwvlak zou moeten worden opgenomen.

Het bestemmingsplan Dorpskernen heeft een harmoniserend karakter, waarbij bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Het doel is om te komen tot 1 uniform, actueel en digitaal raadpleegbaar bestemmingsplan. Voor de woning van appellant met de “uitstulping” aan de voorkant is er sprake van een bijzondere situatie die ook op een bijzondere wijze bestemd is in het bestemmingsplan Woonkernen 2006. Deze wijze van bestemmen past niet in de uniforme regeling die voor het bestemmingsplan Dorpskernen is opgesteld. Omdat het slechts ook om een beperkt aantal gevallen gaat. is besloten de wijze van bestemmen niet 1 op 1 over te nemen. Het doel van het bestemmingsplan is om bestaande rechten zoveel mogelijk te respecteren. De uitstulping valt onder artikel 25.2.3 onder g van de planregels waarbinnen bestaande bijgebouwen en overkappingen voor de voorgevel zijn toegestaan.

De gemeenteraad volgt appellant niet in zijn stelling dat de “uitstulping” onderdeel is van het hoofdgebouw en geen bijgebouw. Volgens de definitie in artikel 1.27 van de planregels wordt onder een bijgebouw “een gebouw behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, hetzij met het hoofdgebouw verbonden of daarvan vrijstaand, dat door zijn ligging, constructie en afmetingen ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, met dien verstande dat het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning niet is toegestaan”. Ook uit de door appellant bijgevoegde foto’s blijkt dat de “uitstulping” door zijn ligging, constructie en afmetingen aan te merken is als bijgebouw. Dat in de “uitstulping” essentiéle onderdelen van de woning zijn opgenomen, zoals een meterkast, wc en badkamer, maakt ook niet dat het tot het hoofdgebouw behoort. In de definitie in artikel 1.27 is immers niet bepaald dat een bijgebouw functioneel ondergeschikt moet zijn aan het hoofdgebouw. De uitstulping is dus op de juiste wijze bestemd en door de wijze van bestemmen wordt appellant niet benadeeld ten opzichte van de mogelijkheden in het oude bestemmingsplan. Alleen de wijze van tekenen op de verbeelding wijkt af.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 28 van 76

11. Stichting Erf Abcoudermeer voor de locatie

in Abcoude

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 12

Het beroep richt zich op het toekennen van de bestemming Verkeer gelegen bij de appartementencomplexen op de locatie

in Abcoude.

Openbaarheid terrein Een groot deel van het beroep heeft betrekking op de discussie over de openbaarheid van het binnenterrein bij de appartementencomplexen. Duidelijk is dat er een verschil van mening is tussen de gemeente en appellant over de uitleg van de gesloten notariéle akte. Deze discussie valt echter buiten de strekking van het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan legt juridisch-planologisch de bouw- en gebruiksmogelijkheden van een plangebied vast. Het bestemmingsplan bepaalt niet of gronden al dan niet openbaar zijn. Kort gezegd regelt het bestemmingsplan hoe de gronden gebruikt mogen worden, niet wie gebruik mag maken van de gronden. Hiervoor is andere regelgeving beschikbaar.

De bestemming Verkeer Voor de toekenning van de bestemming is het al dan niet openbaar zijn van gronden niet van belang. Ook aan gronden die niet-openbaar zijn kan de bestemming verkeer worden toegekend. In de bestemmingsomschrijving van de bestemming verkeer is ook niet opgenomen dat het openbare gronden betreft, De bestemming Verkeer is volgens de bestemmingsomschrijving zoals opgenomen in de planregels bestemd voor wegen, straten en paden, fiets- en voetpaden en parkeervoorzieningen. Niet ter discussie staat dat het gebied dat de bestemming verkeer toegewezen heeft gekregen ook als parkeervoorziening en weg gebruikt wordt. Gelet ook op de omvang van deze functie maken de parkeervoorzieningen en de weg onderdeel uit van de verkeersstructuur van de gemeente. Zoals ook in de plantoelichting gesteld vormt de huidige verkeersstructuur het uitgangspunt voor de bestemming Verkeer in het bestemmingsplan Dorpskernen. Hiermee is naar mening van de gemeente terecht de bestemming Verkeer toegewezen. Hierbij wil de gemeenteraaf nogmaals benadrukken dat wie gebruik maakt van de parkeervoorzieningen niet in het bestemmingsplan geregeld wordt.

Gelet op de overeenkomsten met beroep nummer 5 wordt ook verwezen naar het verweer van het beroep onder nummer 5

REGISTRATIENUMMER

Pagina 29 van 76

12.

over de bouwregels voor volkstuinen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 212

Het beroep richt zich op de verruiming van de bouwregels voor volkstuinen ten opzichte van het voorgaande bestemmingsplan Kom Vinkeveen.

Onrechtmatige verruiming bouwregels voor volkstuinen t.o.v. bestemmingsplan Kom Vinkeveen Appellant heeft hierover tijidens de inzagetermijn van het bestemmingsplan een zienswijze ingediend. Deze zienswijze is van een beantwoording voorzien. Uit deze beantwoording blijkt dat er inderdaad, als gevolg van het samenvoegen van meerdere regelingen, het in sommige gevallen voorkomt dat de bebouwingsmogelijkheden enigszins verruimd worden. In de beantwoording van deze zienswijze wordt tevens benoemd dat de verruiming van de bouwregels voor de betreffende volkstuinen dusdanig klein is, dat de impact op de omgeving van een eventuele uitbreiding van de bestaande bebouwing verwaarloosbaar is. De nota van zienswijzen maakt onderdeel uit van (de toelichting van) het bestemmingsplan. De betreffende beantwoording, waarin gesteld wordt dat de eventuele uitbreiding van bebouwingsmogelijkheden verwaarloosbaar is, kan dus worden beschouwd als vereiste onderbouwing waar appellant naar verwijst.

Tevens heeft de provincie zowel tijdens het wettelijk vooroverleg als tijdens de inzagetermijn geen opmerkingen gemaakt over de eventuele uitbreiding van de bebouwingsmogelijkheden in volkstuintjes. Hierdoor kan verondersteld worden dat de provincie Utrecht geen bezwaren heeft tegen de volkstuinenregeling zoals opgenomen in het bestemmingsplan.

Appellant stelt ten onrechte dat op basis van de ‘Interim Omgevingsverordening provincie Utrecht’ de bebouwingsmogelijkheden niet mogen worden verruimd. In de verordening is opgenomen dat een bestemmingsplan geen regels mag bevatten die ruimtelijke ontwikkelingen toestaan die nadelige gevolgen kunnen hebben voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland, of die kunnen leiden tot een vermindering van de kwaliteit, de opperviakte of de samenhang van het natuurnetwerk. Dit betekent niet dat de bebouwingsmogelijkheden niet mogen worden verruimd. Zoals hiervoor reeds is aangegeven, is de verruiming van de bouwregels voor de betreffende volkstuinen dusdanig klein, dat de impact op de omgeving verwaarloosbaar is. Nadelige gevolgen voor de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk zijn dan ook niet aan de orde. Hierbij is van belang dat in relatie tot de opperviakte van de betreffende tuinen sprake blijft van een zeer gering

REGISTRATIENUMMER

Pagina 30 van 76

13. Blenheim advocaten namens

voor de locatie

in Vinkeveen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 62

Appellant kan zich niet verenigen met de vaststelling van het bestemmingsplan. Dit plan maakt het namelijk niet mogelijk om 24 uur per dag boten te stallen op een van haar percelen, perceel 5344. Tevens is appellant de mogelijkheid ontnomen om op een van haar percelen een zomerhuis te plaatsen dat aan derden kan worden verhuurd, terwijl dit wel mogelijk was onder het voorheen vigerende bestemmingsplan Kom Vinkeveen.

Botenstalling Het bevreemdt de gemeenteraad dat appellant bezwaar maakt tegen het niet opnemen van een functieaanduiding die het toestaat om 24 uur per dag boten te mogen stallen op perceel 5344. Op verzoek van appellant heeft de gemeente namelijk op 23 december 2023 voor perceel 5344 een ontwerpbestemmingsplan (bestemmingsplan

, Vinkeveen) ter inzage gelegd. Dit

ontwerpplan kent aan perceel 5344 een woonbestemming toe.

In goed overleg is overeengekomen om

geen botenstalling in dit plan op te nemen. Politieke besluitvorming over dit bestemmingsplan vindt plaats in september 2024. Het is dan ook mogelijk dat eind 2024 dit bestemmingsplan onherroepelijk is. In dat geval zou er geen sprake van procesbelang meer zijn voor wat betreft de botenstalling. Dit bestemmingsplan vervangt dan immers het bestemmingsplan Dorpskernen voor perceel 5344. Daarnaast is in dit kader van belang dat appellant onder 1.4 in het beroepsschrift stelt de wens te hebben het perceel 5344 te gebruiken voor een woonfunctie. Hier voorziet het bestemmingsplan

j

Vinkeveen in. Appellant stelt vervolgens dat mocht deze bestemming niet worden gegeven aan het perceel 5344 dat ze dan wenst om op het perceel 24 uur per dag boten te stallen. Hieruit kan dus geconcludeerd worden dat mocht het bestemmingsplan

, Vinkeveen onherroepelijk zijn dat

ze dan niet meer wenst om 24 uur per dag boten te kunnen stallen op het perceel.

Desondanks, zal hieronder kort worden ingegaan op de aangedragen beroepsgronden wat betreft de botenstalling. Appellant is van mening dat ten onrechte een functieaanduiding voor het 24 uur per dag stallen van bootjes ontbreekt op het perceel 5344. Het uitgangspunt van het bestemmingsplan Dorpskernen is de bestaande legale situatie over te nemen. Daarvoor is in dit geval gekeken naar het voorgaande bestemmingsplan Kom Vinkeveen. In dat bestemmingsplan is er ook geen functieaanduiding voor het 24 uur per dag stallen van boten aanwezig op dit perceel. Conform de uitgangspunten is er dan ook voor gekozen deze functieaanduiding niet toe te kennen in het bestemmingsplan Dorpskernen. Dit zou feitelijk namelijk als een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling beschouwd kunnen worden.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 33 van 76

Appellant stelt echter dat de gemeente per abuis deze functieaanduiding niet in bestemmingsplan Kom Vinkeveen heeft opgenomen en dat juist met het bestemmingsplan Dorpskernen deze fout hersteld kan worden.

Appellant heeft per zienswijze op het bestemmingsplan Kom Vinkeveen verzocht om op perceel 24 uur per dag boten te mogen stallen. Deze zienswijze is gegrond verklaard en vervolgens is een functieaanduiding toegekend aan het perceel 5348 die het stallen van recreatieboten mogelijk maakt. Maar appellant is van mening ze met haar zienswijze ook verzocht om voor het perceel 5344 deze functieaanduiding toe te kennen. De vaststelling van het bestemmingsplan Kom Vinkeveen is vervolgens via de wettelijke manier kenbaar gemaakt. Appellant is niet in beroep gegaan tegen het vastgestelde plan. Op basis hiervan kon de gemeenteraad redelijkerwijs veronderstellen dat appellant zich kon verenigen met het vastgestelde bestemmingsplan waarbij dus alleen de functieaanduiding op perceel 5348 is toegekend.

Vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel Appellant stelt dat het evident de bedoeling is geweest van de gemeente om ook op het perceel 5344 toe te staan dat bootjes hier 24 uur per dag gestald mogen worden op voorwaarde dat ze niet worden bewoond. In de beantwoording staat dat: “het bestemmingsplan zodanig wordt gewijzigd, dat binnen de bestemming het 24 uur stallen van recreatiebootjes wordt toegestaan onder de voorwaarde dat deze niet worden bewoond.” Hieruit kan worden afgeleid dat het binnen de bestemming wordt toegestaan, maar niet dat het overal binnen de bestemming wordt toegestaan.

Onuitvoerbaarheid/onevenredigheid Relevant is hier of de toegekende bestemmingen van de percelen uitvoerbaar zijn. Deze bestemmingen Recreatie - Dagrecreatie en Wonen - zijn reeds gerealiseerd en daarmee is de uitvoerbaarheid een gegeven. Het uitvoerbaarheidsprincipe bij een bestemmingsplan strekt niet zover dat er voorzien moet kunnen worden in langjarig onderhoud.

Zomerhuis Appellant had tot en met 2016 op het perceel 5348 een zomerhuis staan. Historisch gezien is een zomerhuis een klein, eenvoudig huis naast het hoofdgebouw van de boerderij dat in de zomer dienst deed als tijdelijke woning. Men ging hierin wonen omdat door de lange werkdagen er weinig tijd was voor

REGISTRATIENUMMER

Pagina 34 van 76

14, Blenheim Advocaten namens De Witte Dame B.V. voor de locatie

in Abcoude

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 179

Het beroep richt zich hoofdzakelijk tegen 2 zaken. Appellant wil zeker zijn dat het reeds vergunde gebruik positief bestemd wordt en niet slechts onder een impliciete vrijstelling of overgangsrecht mag worden voortgezet. Verder wil appellant op een strook van ca. 150m2 zonnepanelen plaatsen.

Vergund gebruik Het bestemmingsplan Dorpskernen heeft een harmoniserend karakter. Dit houdt in dat bestaande rechten zoveel mogelijk worden gerespecteerd. Uitgangspunt is dan ook dat (onherroepelijk) vergunde situaties in het bestemmingsplan worden opgenomen. Het bestemmingsplan Dorpskernen maakt geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk, waardoor het bestemmingsplan conserverend van aard is. Pas wanneer er sprake is van een onherroepelijke vergunde situatie, is deze overgenomen in het bestemmingsplan Dorpskernen.

Appellant geeft aan dat naar vaste jurisprudentie legaal gebruik positief bestemd dient te worden. Wij erkennen dat een verleende vergunning een zwaarwegend belang vormt. Echter, de omgevingsvergunning voor het wijzigen van het gebruik tot hotel/restaurant, besluitdatum 15 november 2021 was op het moment van vaststelling van het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk. Tegen deze vergunning liep een beroepsprocedure bij de rechtbank Midden-Nederland (UTR 22/3477 WABOA V35). Op 19 augustus 2024 heeft de rechtbank uitspraak gedaan. Het beroep is ongegrond verklaard.

In lin met de overwegingen van de Raad van State in uitspraak 202204714/1/R1 zijn wij van mening dat “een verleende, maar nog niet onherroepelijke vergunning weliswaar een zwaarwegend belang vormt, maar dat de gemeenteraad bij het vaststellen van een planologische regeling voor het perceel zich niet louter kan baseren op de verwachting dat een verleende vergunning onherroepelijk zal worden en dat het vergunde daarom uit een oogpunt van rechtszekerheid als zodanig bestemd moet worden”.

Als uitgangssituatie voor het opstellen van het bestemmingsplan voor perceel

staan,

mede gezien de eerder lopende beroepsprocedure bij de rechtbank Midden-Nederland, dan ook de onherroepelijke omgevingsvergunningen uit 2014 en 2016 centraal. De bouw- en gebruiksmogelijkheden uit deze vergunningen zijn vertaald in het bestemmingsplan. De regels zijn meer generiek opgesteld dan de tot in detail uitgeschreven voorwaarden bij de vergunningen. Deze voorwaarden maken evenwel

REGISTRATIENUMMER

Pagina 41 van 76

onverminderd onderdeel uit van de, op dit moment nog niet onherroepelijke, exploitatievergunning voor dit adres.

Verder wordt verwezen naar het verweer op beroep onder nummer 18a. Ook dit beroep heeft betrekking op locatie

Abcoude. In dit verweer wordt (ook) ingegaan op de vergunde situatie, wijze

van bestemmen en Staat van horeca-activiteiten.

Beroepszaak Zodra bekend is of er hoger beroep is aangetekend bij de raad van state tegen de uitspraken UTR 22/3477 WABOA V35, UTR 23/6055 HOREC en UTR 23/6064 HOREC zullen wij op dit punt een aanvullend verweerschrift indienen.

Zonnepanelen Het is uiteraard lovenswaardig dat appellant een bijdrage wil leveren aan de verduurzaming van het pand en het plandeel. Appellant geeft aan dat dit punt reeds is aangehaald in de zienswijze. De gemeente verwijst naar de beantwoording in de Nota van Zienswijzen (zienswijze 179, onder d).

In aanvulling op hetgeen vermeld in de Nota van Zienswijzen, is in de regels van het bestemmingsplan in artikel 31.2.5 en 32.2.5 een regeling opgenomen voor zonnepanelen in beschermde dorpsgezichten. Deze regeling is gebaseerd op de regeling in het oude plan en uitgebreid met de voorwaarden die de wetgeving aan het plaatsen van zonnepanelen stelt (Besluit Omgevingsrecht). Deze regeling is echter gericht op het plaatsen van “collectoren voor warmteopwekking of panelen voor elektriciteitsopwekking” op daken. Hiermee is deze regeling geen oplossing voor de wens van appellant.

Verder heeft de gemeenteraad op 20 april 2023 de gewijzigde beleidsnota ‘Kleinschalige zonnevelden voor eigen elektriciteitsgebruik 2023’ vastgesteld. In deze beleidsnota staat onder andere: “Zonnevelden groter dan 50 m2 zijn alleen mogelijk met een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiermee bedoelen we dat het zonneveld opgenomen wordt in het landschap. Er vindt zo min mogelijk aantasting van gebiedswaarden plaats en de biodiversiteit wordt niet aangetast.”

De locatie van De Witte Dame is gelegen in bijzonder gebied: in beschermd dorpsgezicht en in UNESCO werelderfgoed Hollandse Waterlinies. Specifieker ligt de locatie waar appellant een zonneveld wil plaatsen zelfs binnen de schootsvelden van fort Abcoude, dat deel uitmaakt van de stelling van

REGISTRATIENUMMER

Pagina 42 van 76

15. MlJ-advies namens

voor de locatie

in Vinkeveen

Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: niet van toepassing

Het beroep richt zich op de toegekende bestemming. In bestemmingsplan Dorpskernen is het perceel voorzien van de bestemming Gemengd, met (onder andere) een functieaanduiding ‘specifieke vorm van horeca — horeca tot en met categorie 1b’ op het bouwvlak. Appellant vraagt voor zijn gebruik alsnog een horecabestemming te krijgen. Appellant stelt dat de bestaande legale bedrijfsvoering met bestemmingsplan Dorpskernen onder het overgangsrecht wordt gebracht.

Appellant heeft geen zienswijze ingediend.

In bestemmingplan Kom Vinkeveen heeft het perceel de bestemming Gemengd -1 De gronden met de bestemming 'Gemengd- 1' zijn bestemd voor: -

detailhandel, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel uitgesloten';

-

dienstverlening;

-

maatschappelijke voorzieningen;

-

kantoren;

-

bedrijfsactiviteiten, behorende tot categorieén 1 of 2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten, opgenomen in bijlage 1 van deze regels;

-

wonen, met uitzondering van de gronden ter plaatse van de aanduiding 'wonen uitgesloten’;

met daarbij behorende: -

toegangswegen en -paden;

-

parkeervoorzieningen;

-

groenvoorzieningen;

-

water en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Omgevingsvergunning veranderen indeling ontbijtzaal/ restaurant, beslissing op bezwaar besluitdatum 30 april 2019 Deze vergunning, W-2018-0344, heeft betrekking op het wijzigen van het gebruik van de bij het hotel behorende ontbijtzaal tot restaurant. Aldus de bijbehorende parkeerberekening zijn in totaal 12,22 parkeerplaatsen nodig. Op eigen terrein zouden er 14 worden gerealiseerd, waarmee aan de betreffende parkeernormering wordt voldaan.

REGISTRATIENUMMER

Pagina 44 van 76

16.

namens

oor de locatie

in Vinkeveen

Nota van zienswijzen en ambtshalve wijzigingen: nummer 226

Het beroep richt zich op het niet meenemen van de locatie

Vinkeveen in het

bestemmingsplan en het niet meenemen van de recreatiewoning aan de

iin het

bestemmingsplan.

Het niet meenemen van het de locatie

in het bestemmingsplan

Het is vaste jurisprudentie dat de gemeenteraad gelet op de systematiek van de Wet ruimtelijke ordening beleidsruimte toekomt bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. De begrenzing mag echter niet in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening. Niet valt in te zien dat de begrenzing van het bestemmingsplan ‘Dorpskernen’ hiermee in strijd is. De locatie

maakt onderdeel

uit van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023. De reden hiervoor is dat het perceel functioneel verbonden is met het achterliggende caravanpark. De gemeenteraad heeft dus weloverwogen de locatie deel uit laten maken van het bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023.

Wat betreft het toekennen van de huisnummers overweegt de gemeenteraad dat volgens vaste rechtspraak van de Afdeling aan huisnummertoekenningen geen planologische toestemmingen kunnen worden ontleend. In het huisnummerbesluit uit 2011 staat ook nadrukkelijk dat geen overige rechten kunnen worden ontleend aan de vastgestelde adressen. Bovendien ziet de gemeenteraad hier geen argument in dat de locatie in het bestemmingsplan Dorpskernen moet worden opgenomen.

Wanneer appellant van mening is dat in het bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023 zijn vigerende rechten niet zijn overgenomen, kan hij uiteraard via de wettelijke mogelijkheden hiertegen optreden. Het is de insteek dat de vigerende rechten ook in het bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023 worden overgenomen. Appellant heeft ook een zienswijze tegen het bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied 2023 ingediend. De gemeente is naar aanleiding van deze zienswijze met appellant in overleg om de bestaande legale situatie op de juiste wijze in het bestemmingsplan over te nemen.

Het niet meenemen van de recreatiewoning

in het bestemmingsplan

Het bestemmingsplan heeft een harmoniserend karakter. Dit betekent onder meer dat bestaande rechten zoveel mogelijk worden overgenomen. Niet ter discussie staat dat voor recreatiewoning (de voormalige kippenstal) er nooit een bouwvergunning verleend is. Voor de recreatiewoning is daarom geen bouwvlak

REGISTRATIENUMMER

Pagina 49 van 76

17. Poelman van den Broek advocatie namens Lidl Nederland voor de locatie in Mijdrecht Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen: nummer 191

Het beroep richt zich op het niet meenemen van de verleende omgevingsvergunning in het bestemmingsplan en het niet inhoudelijk beoordelen en meenemen van het tijdig kenbaar gemaakte initiatief in het bestemmingsplan.

Het niet meenemen van de verleende vergunning Niet ter discussie staat dat het college op 17 november 2023 de gevraagde omgevingsvergunning heeft verleend voor de gewenste verbouwing en verduurzaming van de supermarkt in winkelcentrum de Adelhof aan de Prinses Margrietlaan. Dit was vooraf aan de vaststelling van het bestemmingsplan Dorpskernen door de gemeenteraad op 27 november 2023. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan was er nog geen sprake van een onherroepelijke omgevingsvergunning. Het bestemmingsplan Dorpskernen heeft een harmoniserend karakter, waarbij bestaande rechten zoveel mogelijk gerespecteerd worden. Omdat er ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan nog bezwaar en beroepsmogelijkheden open stonden tegen de vergunning, is de vergunning niet meegenomen in het bestemmingsplan. Immers, indien bij een mogelijk bezwaar en beroep geconcludeerd was dat de vergunning in strijd met een goede ruimtelijke ordening verleend was, is het niet de bedoeling dat de ontwikkeling dan alsnog via het bestemmingsplan rechtstreeks mogelijk is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15982690/1