Bijlage 3 Milieueffectrapport, Antea Group, 17 april 2023
Tekst van het document
7.2
Huidige situatie en autonome ontwikkeling
7.2.1
Natura 2000 Algemeen Het Natura 2000-netwerk bestaat uit gebieden die zijn aangewezen onder de Vogelrichtlijn en onder de Habitatrichtlijn. In de richtlijnen staan de soorten en habitattypen waarvoor gebieden moeten worden aangewezen. Beide Europese richtlijnen zijn belangrijke instrumenten om de Europese biodiversiteit te waarborgen. In Nederland zijn deze richtlijnen vertaald in de Wet natuurbescherming. Alle Vogel- of Habitatrichtlijngebieden zijn geselecteerd op grond van het voorkomen van soorten en habitattypen die vanuit Europees oogpunt bescherming nodig hebben. De overkoepelende naam voor (of combinaties van) deze gebieden is 'Natura 2000-gebied'. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke habitats beschermen om de Europese biodiversiteit te behouden. Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden in heel Europa. Alle Natura 2000-zijn ook opgenomen in het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het aanwijzen van een Nederlands natuurgebied als Natura 2000-gebied gebeurt met een aanwijzingsbesluit van de staatssecretaris van Economische Zaken (EZ). Na aanwijzing wordt voor elk Natura 2000-gebied een beheerplan opgesteld, waarin onder andere staat beschreven welke maatregelen nodig zijn om de gestelde instandhoudingsdoelstellingen te behalen.
Een project/plan mag doorgaan als er geen significante gevolgen zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen. In dit milieueffectrapport worden daarom de effecten van het voornemen (in dit geval de minimale en maximale variant) op de natuur beschreven en beoordeeld.
Blad 93 van 224