CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Milieueffectrapport, Antea Group, 17 april 2023

Gemeenteraad 12 mei 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Bestemmingsplan Vinkeveense Plassen 202535.606 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen

projectnummer 0478281.100 definitief revisie 3.0 17 april 2023

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen

projectnummer 0478281.100 definitief revisie 3.0 17 april 2023

Auteurs Carlien van Dam Hester Lindeboom

Opdrachtgever Gemeente De Ronde Venen Croonstadtlaan 111 3641 AL MIJDRECHT

Gecontroleerd: C. Schellingen

datum 17 april 2023

beschrijving definitief

vrijgave H. van der Kooij - Geertsema

Inhoudsopgave

Blz.

1

Inleiding

15

1.1 1.2 1.3

Aanleiding M.e.r.-procedure Leeswijzer

15 17 18

2

Context gebiedsontwikkeling

20

2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4 2.3.5 2.4 2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.4 2.4.5 2.5 2.6

Inleiding Historie van het plangebied in vogelvlucht Systeembeschrijving Cultuurlandschap Water Natuur Gebruiksfuncties Resumé Beleid, criteria en kansen Inleiding Cultuurlandschap Water Natuur Gebruiksfuncties Doelstellingen en randvoorwaarden planvoornemen Onderzoeken voorafgaand aan m.e.r.-procedure

20 21 24 24 26 28 31 33 34 34 34 35 36 38 39 43

3

Referentiesituatie bebouwing

46

3.1 3.1.1 3.1.2 3.2 3.2.1 3.2.2

Huidige situatie Oorspronkelijke situatie: vigerende bestemmingsplan Daadwerkelijke situatie: bebouwing legakkers Autonome ontwikkelingen Autonome ontwikkelingen binnen het plangebied Autonome ontwikkelingen in en buiten het plangebied

46 47 47 48 49 49

4

Beoordelingskader

51

4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.3 4.4

Plangebied en studiegebied Thema’s en aspecten Algemene indeling Beoordeling a.h.v. criteria Wijze van beoordelen Totstandkoming voorkeursalternatief

51 51 51 53 56 56

Deel A MER bij bestemmingsplan 2017

57

5

Varianten bestemmingsplan 2017

59

5.1 5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4 5.2.5

Proces van bepaling van varianten Deelgebieden en varianten Deelgebied A Deelgebied B Deelgebied C Deelgebied D Deelgebied X

59 60 63 64 66 67 69

6

Bodem en water

70

6.1 6.2 6.3 6.4 6.5

Werkwijze beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Beoordeling Mitigatie en compensatie Leemten in kennis

70 71 85 90 91

7

Natuur

93

7.1 7.2 7.2.1 7.2.2 7.2.3 7.3 7.4 7.5

Werkwijze beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Soortbescherming i.k.v. de Wet natuurbescherming Beoordeling Mitigatie en compensatie Leemten in kennis

93 93 93 98 102 106 114 115

8

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

116

8.1 8.2 8.3 8.4 8.5

Werkwijze beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Beoordeling Mitigatie en compensatie Leemten in kennis

116 116 128 131 132

9

Verkeer

133

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5

Werkwijze beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Beoordeling Mitigatie en compensatie Leemten in kennis

133 133 137 140 141

10

Gebruiksfuncties

142

10.1 10.2 10.3 10.4

Werkwijze beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Beoordeling Mitigatie en compensatie

142 143 149 153

10.5

Leemten in kennis

154

11

Economie

155

11.1 11.2 11.3 11.4 11.5

Werkwijze en beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Beoordeling Mitigatie en compensatie Leemten in kennis

155 155 157 159 159

12

Flankerend beleid

160

12.1 12.2 12.3 12.4 12.5

Werkwijze beoordeling voor de criteria Huidige situatie en autonome ontwikkeling Beoordeling Mitigatie en compensatie Leemten in kennis

160 160 161 163 163

13

Gevoeligheidsanalyse referentiesituatie

164

13.1 13.2 13.3 13.4

Inleiding Water Natuur Landschap, cultuurhistorie en archeologie

164 164 165 165

Deel B Aanvulling MER bij bestemmingsplan 2023

167

14

Het voorkeursalternatief

169

14.1 14.2 14.3 14.4 14.5

Richtinggevende keuzes Bebouwingsmogelijkheden Recreatiemogelijkheden Landschappelijke en natuurlijke inrichting Parkeren en bereikbaarheid

169 170 171 172 175

15

Water

176

15.1 15.2 15.3 15.4

Geactualiseerde huidige situatie en autonome ontwikkeling Effecten Mitigerende maatregelen Beoordeling

176 180 181 183

16

Natuur

185

16.1 16.1.1 16.1.2 16.1.3 16.2 16.2.1

Geactualiseerde huidige situatie en autonome ontwikkeling Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Beschermde soorten Effecten Natura 2000

185 185 186 190 191 191

16.2.2 16.2.3 16.3 16.3.1 16.3.2 16.3.3 16.4

Natuurnetwerk Nederland Beschermde soorten Mitigatie en compensatie Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland – toets NNN Beschermde soorten Beoordeling

192 193 193 193 194 198 198

17

Verkeer

201

17.1 17.2 17.3 17.4

(Geactualiseerde) Huidige situatie en autonome ontwikkeling Effecten Mitigerende maatregelen Beoordeling

201 203 205 208

18

Monitoring en evaluatie

209

Bijlage A Adviezen en zienswijzen Bijlage B Begrippenlijst en afkortingen Bijlage C Bebouwing oorspronkelijke en daadwerkelijke situatie Bijlage D Literatuurlijst Separate rapporten - bijlagen bij Bestemmingsplan en MER 1. Beelkwaliteitsplan (KuiperCompagnons, 2023) 2. Passende beoordeling (Arcadis, 2017) 3. Stikstofdepositieonderzoek (inclusief Aerius-berekeningen) (Antea Group, 2023) 4. Aanvulling Passende beoordeling (Antea Group, 2023) 5. Natuurplan (Bureau Waardenburg, 2019) 6. NNN-rapport (Antea Group, 2023) 7. Natuurtoets soortbescherming (Antea Group, 2023) 8. KRW-toets (Antea Group, 2023) 9. Watertoets (Antea Group, 2023) 10. Parkeeronderzoek Bestemmingsplan Plassengebied (Empaction, 2022) 11. Notitie Bereikbaarheid Vinkeveense Plassen (Goudappel, 2022) 12. Historisch vooronderzoek bodemkwaliteit (Arcadis, 2019) 13. Memo Externe veiligheid (Arcadis, 2019)

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Samenvatting Aanleiding Het gebied waar nu de Vinkeveense Plassen liggen, was vroeger land. Turfwinning gaf de Vinkeveense Plassen haar karakteristieke waaiervormige indeling met vele sloten en legakkers die overlopen in plassen. In 2011 luidt Recreatie Midden Nederland (RMN) de noodklok over de openbare legakkers in de Vinkeveense Plassen. Door hoge kosten aan onderhoud en door terugvallende subsidies is het recreatieschap Vinkeveense Plassen niet meer in staat de kwetsbare legakkers goed te onderhouden. Hierdoor staan de unieke waarden van de Vinkeveense Plassen onder druk. Uit een studie voor de Toekomstvisie legakkers Vinkeveense Plassen blijkt onder meer dat het onderhoud effectiever is wanneer het eigendom van de legakkers bij particulieren wordt neergelegd. De gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen heeft in 2012 verzocht om samen met het recreatieschap de verkoop van legakkers aan particulieren te bevorderen, met de verplichting tot onderhoud en met de toezegging dat de planologische mogelijkheden in een nieuw bestemmingsplan worden verruimd. In de loop der jaren zijn diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, en dan met name in de Noordplas. Dit zorgt ervoor dat legakkereigenaren de legakkers onderhouden, maar het betekent ook een illegale situatie.

In het huidige bestemmingsplan zijn bebouwing en verblijf namelijk op een deel van deze legakkers niet toegestaan. Er spelen dus op verschillende schaalniveaus in en rond het plassengebied diverse ontwikkelingen. Gelet op de bijzonderheid van en de specifieke problematiek in dit gebied bereidt de gemeente De Ronde Venen een afzonderlijk bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen voor: het bestemmingsplan Vinkeveense Plassengebied. Het plangebied voor dit bestemmingsplan is weergegeven in Figuur S.1.

Figuur S.1 Plangebied ‘Bestemmingsplan Plassengebied’.

Blad 1 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Om deze potentiële ontwikkelingen beter te kunnen plaatsen, is gezocht naar een nadere gebiedsindeling. Hierbij is gekeken naar de verschillende beleidskaders, het (huidige) gebruik van het gebied, de wensen uit de omgeving, gebiedskenmerken/-kwaliteiten en het BRVT-onderzoek. In samenspraak met stakeholders, insprekers en de gemeenteraad is naar voren gekomen dat het plassengebied op grond van kwaliteiten en gebruik in te delen is in de volgende deelgebieden (zie figuur S.2):  Deelgebied A: Legakkers waar rioleringsvoorzieningen aanwezig zijn en waar voor een belangrijk deel al legale verblijfsrecreatie aanwezig is.  Deelgebied B: Legakkers waar geen rioleringsvoorzieningen aanwezig zijn en die niet direct over land bereikbaar zijn.  Deelgebied C: Legakkers in of nabij kwetsbare zones (nabij natuurgebieden en cultuurhistorische structuren).  Deelgebied D: Zandeilanden en ingesloten wateren.  Deelgebied X: Zuidplas, midden en oostelijk deel, Achterbos en gebied ten noorden van Noordplas: conserverend bestemmen.

Figuur S.2 Indeling deelgebieden binnen het plangebied.

Blad 2 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Naast deelgebieden wordt er in het MER/bestemmingsplan ook gesproken over zone I, II en III. Dit betreft de oranje gebieden op figuur S.3.

Figuur S.3 Zonekaart Vinkeveense plassengebied.

Context gebiedsontwikkeling Historie In de 11e eeuw trokken mensen het gebied rond Vinkeveen in en begonnen het land te ontginnen. De ontginning in De Ronde Venen vond plaats vanuit De Kromme Mijdrecht, de bovenloop van de Amstel, de Waver, de Winkel, de Angstel en de Aa, die samen een bijna gesloten cirkel om het gebied vormen. Binnen deze cirkel was sprake van één grote veenmoskoepel. Hierdoor ontstond er een natuurlijke ronde vorm in de ontginning die kenmerkend is voor het Rondeveense landschap. De kwaliteit van het veen en de moeizame vervening in de Vinkeveense plasen maakte dat de turfwinning pas in de jaren ’50 van de 19e eeuw op gang kwam. Door grootschalige turfwinning en vervening van het gebied ontstonden aaneengesloten plassen met daarin legakkers. Op de legakkers werd turf te drogen gelegd in grote hopen. In Vinkeveen werd eerst handmatig turf gestoken, later met een turfsteekmachine. Deze machinale vervening maakt dat de

Blad 3 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Vinkeveense plassen tussen de legakkers dieper zijn dan andere plassen in de omgeving. De vervening ging door tot circa 1975. Systeembeschrijving De Vinkeveense Plassen bestaan uit een noordelijke en een zuidelijke plas gescheiden door de Baambrugse Zuwe. De provinciale weg N201 scheidt de zuidelijke plas in twee delen (Zuidplas en Kleine Plas). In alle delen zijn legakkers en petgaten aanwezig die zorgen voor een deels open gebied en deels meer gesloten gebied (met zichtlijnen). In de noordelijke plas wordt het open, voormalige zandwinningsgebied omringd door zandeilanden. Het peil is in de Vinkeveense plassen -2,15 meter NAP. Dit betekent een hoogteverschil van ongeveer plus 4 meter ten opzichte van de naastliggende, lager gelegen polder Groot Mijdrecht. Hierdoor ontstaat wegzijging vanuit de plas richting deze polder. De waterkwaliteit van de Vinkeveense Plassen is over het geheel genomen goed. Naast de rol die het gebied van de Vinkeveense Plassen speelt in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), is er ook sprake van op zichzelf staande bijzondere natuurwaarden. Deze zijn met name gebonden aan het water en niet zozeer aan het land. De waterkwaliteit is dus de bepalende factor voor de natuurwaarden. De omstandigheden op de plassen zijn dusdanig goed (goed doorzicht, lage nutriëntenbelasting) dat karakteristieke kranswiersoorten tot ontwikkeling kunnen komen.

Op enkele plaatsen is ook moerasvegetatie aanwezig. De Noordplas grenst aan de noordwestzijde aan Botshol. Dit is Natura 2000-gebied dat functioneert als voedsel- en rustgebied voor onder andere vogels. De Vinkeveense Plassen worden ook volop gebruikt voor watersport. Er vinden verschillende watersportactiviteiten plaats, waaronder zwemmen vanaf zwemstrandjes of eilanden, zeilen, sloepvaren, kanoën, vissen, duiken en waterskiën. De meeste actieve recreatie concentreert zich op de Noordplas. De Zuidplas is in feite een wat rustiger variant van de Noordplas. Hier zijn ook vissers te vinden en bij geschikte windrichting wordt hier gesurft.

Een MER voor de Vinkeveense plassen Op 25 februari 2016 besluit de gemeenteraad De Ronde Venen om voor het bestemmingsplan de m.e.r.-procedure1 te doorlopen. Het doel van m.e.r. is het milieubelang een volwaardige, vroegtijdige plaats in het plan- en besluitvormingsproces te geven. De procedure leidde tot dit milieueffectrapport (MER) ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan Plassengebied. Door de lange looptijd van het MER, is ervoor gekomen om het MER op te delen in een deel A en een deel B. Deel A van het MER beschrijft de effecten van het planvoornemen uit 2017, ten opzichte van het beleidskader en referentiesituatie uit 2017. Vervolgens is het plan gewijzigd en zijn onderzoeken geactualiseerd. Deze informatie is in deel B van het MER opgenomen. In 2017 (Deel A van het MER) was de Gemeente Rondevenen nog voornemens in het bestemmingsplan de volgende ontwikkelingen vast te leggen, die In het VKA (Deel B van het MER) zijn aangepast:  Hotel; deze plannen zijn in het VKA komen te vervallen  Ruimere bebouwingsmogelijkheden legakkers; de bebouwingsmogelijkheden van de legakkers zijn in het VKA niet verruimd; voor de huidige bebouwing is wel een omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan nodig.

 Compensatie NNN op de legakkers; in het VKA is de compensatie van NNN op de legakkers komen te vervallen en vervangen door de compensatielocatie in ‘t Meertje. De compensatie op de legakkers kon niet, omdat er geen compensatie in het NNN gebied kan plaatsvinden (eis provincie). Compensatie van het oppervlakteverlies in het Meertje kan wel, omdat daar de aanduiding agrarisch op zit.

Blad 4 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen In een MER dat de effecten beschrijft van een voornemen, is het belangrijk om te definiëren wat de referentiesituatie is. De referentiesituatie wordt themagewijs behandeld in ieder effectenhoofdstuk in dit MER. In het tussentijds advies van Cie-m.e.r. is gevraagd om de beschrijving van de gehanteerde aannames voor de referentiesituatie op één plek aan te geven en daarom worden hier de referentiejaren aangegeven: Natuur (NNN en soorten), water en landschap: 2023 de huidige legale situatie; Stikstofdepositie: 2024 en 2026 (jaren met de hoogste planbijdrage en daarmee het maatgevende jaar); Verkeer en parkeren: prognosejaar 2030, rekening houdend met autonome groei. In dit MER gelden de planologische mogelijkheden zoals vastgelegd in het vigerende bestemmingsplan als referentie. De daadwerkelijke situatie maakt geen onderdeel uit van de referentiesituatie. In de huidige beheersverordening Buitengebied is de toen bestaande bebouwing planologisch vastgelegd. Dit gaat om circa 9.398 m2 bebouwing binnen bouwblokken op de legakkers en ca. 11.279 m2 overige toegelaten bebouwing. Op de zandeilanden is beperkte bebouwing mogelijk en dit is conform het vigerende bestemmingsplan gerealiseerd. In de huidige situatie is er binnen het plangebied ca. 2 hectare illegale bebouwing aanwezig.

Ten opzichte van het huidige bestemmingsplan is dus ruim 2 hectare extra bebouwing gerealiseerd op de legakkers. Ruim de helft van de totale bebouwing op de legakkers (21.992 m2) is daarmee niet planologisch verankerd in de vigerende beheersverordening. In en buiten het plangebied van het Plassengebied vindt een aantal ontwikkelingen plaats.  De gemeente Ronde Venen heeft in haar woonvisie opgenomen om tot 2025 500 extra woningen te bouwen en hiervoor specifieke locaties aangewezen.  Daarnaast wordt het bestemmingsplan Buitengebied-West opgesteld. Dit plan omvat het in hoofdzaak agrarische landelijk gebied ten westen van de A2.  De legakkers zullen door golfslag en erosie afkalven als daar geen onderhoud aan wordt gepleegd. De betekenis van deze bekende ontwikkelingen voor het MER Plassengebied is voor het grote merendeel van de effecten die mogelijk optreden door het nieuwe bestemmingsplan nihil. Deze ontwikkelingen zullen het gebruik van de legakkers niet beïnvloeden. Het in stand houden van de legakkerstructuur is een doel, en in die zin is het (tegengaan van) afkalven van oevers wel een relevante autonome ontwikkeling. Dit is meegenomen in de effectbeoordeling.

Het planvoornemen Het doel van het voornemen bestaat primair uit het toevoegen van planologische ontwikkelruimte op legakkers en zandeilanden. Er ligt een breed gedragen en duidelijke wens om de structuur van het plassengebied, met zijn karakteristieke legakkers en met de zandeilanden, te behouden. Zonder investering in bescherming en beschoeiing kalven de legakkers en zandeilanden af en verdwijnen ze. De Vinkeveense Plassen worden dan op termijn één waterplas. Voor de langere termijn (na 2023) is een nieuwe vorm van financiering nodig voor behoud van legakkers en zandeilanden. Publieke middelen blijven nodig, maar de gemeente wil dit meer beheersbaar maken.

Blad 5 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

De volgende opgave is geformuleerd voor de ontwikkeling van het plassengebied en geldt daarmee als uitgangspunt voor het bestemmingsplan: Een nieuw, door alle betrokken partijen gedragen en onderbouwd bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen, waarbij betaalbaarheid van beheer, onderhoud en exploitatie van legakkers en zandeilanden op langere termijn geborgd wordt, door het bieden van planologische ruimte als extra economische drager voor recreatieve kwaliteit en lokale economie, met behoud van kwaliteit van landschap, natuur en water. Om deze opgave waar te kunnen maken, liggen de volgende deelopgaven voor:  Beheersbaar en betaalbaar onderhoud en beheer van legakkers en zandeilanden;  Bescherming van de kwaliteiten landschap, natuur, cultuurhistorie en water;  Behoud van de recreatieve gebruikswaarde;  Grip krijgen op de bestaande (illegale) situatie. Met stakeholders (onder andere De Groene Venen, Dorpcomité InVinkeveen, Ondernemersvereniging Vinkeveen, De goede vangst, Belangenvereniging voor Legakkereigenaren en Recreatie Midden-Nederland) op en rond de plassen is gezocht naar mogelijke ontwikkelvarianten. Hierbij stond de kwetsbare balans centraal. De stakeholders wilden vooral inzicht in de gevolgen van de toename van bebouwing en de intensivering van gebruik op de kwaliteit van natuur, water en landschap.

In de varianten is daarom gezocht naar reële variaties in bebouwing en gebruik. De vraag voor het bieden van meer planologische ontwikkelingsruimte geldt voor de legakkers, de zandeilanden én het open water. Om de effecten van deze potentiële ontwikkelingen beter te kunnen duiden, zijn in samenspraak met stakeholders, insprekers en de gemeenteraad deelgebieden opgesteld. Voor deze deelgebieden zijn minimale en maximale varianten bepaald; overwegend de minimale en maximale invulling van de bebouwings- en recreatieve mogelijkheden in het desbetreffende deelgebied. In het MER deel A zijn per variant de effecten onderzocht. Dit deel vormt de basis voor de uiteindelijke ontwikkelingen die planologischjuridisch vastgelegd kunnen worden in het bestemmingsplan. In het VKA is de invulling verschillend per zone (zone I komt grotendeels overeen met deelgebied A, zone II met deelgebied B en zone III met deelgebied C).

Blad 6 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Zone I        Zone II    

Maximaal 250 m3 recreatiewoning binnen bouwvlak. Caravanpark. Recreatiearken. Opschaling van caravans naar chalets. Op legakkers via binnenplanse afwijking maximale oppervlakte aan bouwwerken bedraagt 40 m2 , inclusief aaneengesloten veranda, afdak en/of overkapping en een maximaal bebouwingspercentage van 25 procent per landsdeel van een perceel. Rondom de gehele legakker dient een afdoende beschoeiing te worden aangelegd en gehandhaafd. Nadere invulling van inrichting, vegetaties en steigers in beeldkwaliteitsplan.

Maximaal bebouwingspercentage van 20% per landsdeel van een perceel. Via binnenplanse afwijking maximale oppervlakte aan bouwwerken bedraagt 40 m2 , inclusief aaneengesloten veranda, afdak en/of overkapping en een bebouwingspercentage. Rondom de gehele legakker dient een afdoende beschoeiing te worden aangelegd en gehandhaafd. Nadere invulling van inrichting, vegetaties en steigers in beeldkwaliteitsplan.

Zone III  Maximaal bebouwingspercentage van 15% per landsdeel van een perceel.  Via binnenplanse afwijking maximale oppervlakte aan bouwwerken bedraagt 30 m2 , inclusief aaneengesloten veranda, afdak en/of overkapping.  Rondom de gehele legakker dient een afdoende beschoeiing te worden aangelegd en gehandhaafd.  Nadere invulling van inrichting, vegetaties en steigers in beeldkwaliteitsplan.

Beschrijving effecten planvoornemen De effecten voor de ruimtelijke thema’s bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, verkeer, gebruiksfuncties, economie en flankerend beleid zijn beschreven. Voor de thema’s bodem, landschap, cultuurhistorie en archeologie, gebruiksfuncties, economie en flankerend beleid is deel A van het MER relevant. Voor de thema’s water, natuur en verkeer is deel B van het MER relevant. Bodem Bodemstructuur en geomorfologische waarden

Bebouwen van de legakker heeft in principe een negatief effect. Dat komt door de ondergrondse activiteiten bij de aanleg van bebouwing, zoals het heien van heipalen en het leggen van kabels en leidingen in de grond. Voor deelgebied A heeft de minimale variant een neutraal effect op de bodemstructuur en geomorfologische waarden omdat deze variant bestaat uit hetgeen nu is vastgelegd. De maximale variant voor deelgebied A laat meer verdichting en opschaling van bebouwing toe. De instandhouding van de legakkers in deelgebieden B en C daarentegen wordt bevorderd, omdat de verwachting is dat gebruikers beter zorgdragen voor de oeverbeschoeiingen. Vergeleken met dit positieve behoudende effect is het negatieve effect door heiactiviteiten en andere bodemroerende werkzaamheden van ondergeschikt belang. Voor deelgebied D (zandeilanden) heeft het planvoornemen geen effect op de bodemstructuur en geomorfologische waarden.

Blad 7 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Water Oppervlaktewatersysteem

Hei- en funderingsactiviteiten in de venige ondergrond kunnen de waterdoorlatendheid van de ondergrond aantasten. Dit kan leiden tot een toename in wegzijging en dus tot aantasting van het oppervlaktewatersysteem. Dit geldt voor de deelgebieden A, B en C. In deelgebied D (zandeilanden) speelt dit effect van funderingswerkzaamheden niet, omdat het opgespoten zandeilanden betreft. Het bebouwingspercentage van de legakkers heeft een mogelijk negatieve invloed op het oppervlaktewatersysteem doordat toenemende bebouwing en bijbehorende hei-/ funderingsactiviteiten in de venige ondergrond de waterdoorlatendheid van de ondergrond kan aantasten. Het VKA scoort licht negatief doordat verdichting en opschaling van bebouwing op de legakkers meer heiactiviteiten met zich kan meebrengen. Echter is per saldo met de uitvoering van de mitigerende maatregelen er een neutraal effect op het oppervlaktewatersysteem. Deze mitigerende maatregelen hebben de volgende doelen;  Klimaatambities  Eisen afvoer hemelwater  Beschoeiing  Vuilwaterboot in combinatie met gestructureerde aanleg van opslagtanks  Communicatietraject  Handhaving Oppervlaktewaterkwaliteit

Het bereiken van doelen van de Kaderrichtlijn Water staat centraal. Meer bebouwing en meer gebruik leiden tot toenemende recreatiedruk, met name door pleziervaart. Dit heeft licht negatieve effecten op de oppervlaktewaterkwaliteit. Ten opzichte van de huidige situatie heeft de legalisatie van de bebouwing zelf binnen de Vinkeveense Plassen weinig tot geen invloed op de waterkwaliteit. Gezien het VKA voorziet in uitbreiding van bebouwing voor verblijfrecreatie op legakkers zonder rioleringsvoorzieningen, leidt zelfs een minimale bewoning van de legakkers zonder extra maatregelen tot een licht negatief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit. Natuur Natura 2000

Voor de Wnb-plantoets is een Passende beoordeling opgesteld. Licht- en geluidsverstoring van bebouwing (recreatieverblijven) en gebruik (evenementen) hebben een gering en niet significant effect op het foerageergebied van de meervleermuis in Botshol. De instandhoudingsdoelstellingen van het Natura 2000-gebied Botshol zijn niet in het geding. De effecten zijn tijdelijk en lokaal: alleen gedurende de nacht en uitsluitend de oostelijke zone van het Natura 2000-gebied, grenzend aan de Vinkeveense Plassen. Door het toepassen van mitigerende maatregelen kan ook dit tijdelijke en lokale effect teniet worden gedaan. Dit kan in het nieuwe bestemmingsplan worden vertaald, door regels op te nemen die licht en geluidhinder voorkomen: deze worden dan als voorwaarden bijgevoegd. Uit een AERIUS-berekening blijkt het planeffect max 0,05 mol/ha/jr in Botshol, max 0,02 mol/ha/jr in de Oostelijke Vechtplassen en max 0,01 mol/ha/jr in het Naardermeer. Uit de ecologische beoordeling van dit effect komt naar voren dat sprake is van een geringe bijdrage en dat

Blad 8 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

stikstofdepositie niet alleen de sturende factor is voor de kwaliteit van de habitattypen, de leefgebieden en de soorten die hiervan afhankelijk zijn. Zodoende leidt de bijdrage in stikstofdepositie ten gevolge van het planvoornemen niet tot significante gevolgen. NNN

Het plangebied van de Vinkeveense Plassen is voor het overgrote deel gelegen binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (hierna NNN). De beoordeling van effecten op het NNN is uitgevoerd aan de hand van de functies van NNN (omvang, bestaande waarden van het ecosysteem, robuustheid en aaneengeslotenheid van het NNN, aanwezigheid van bijzondere soorten, verbindingsfunctie van het gebied). Uit de effectbeschrijving blijkt dat het plan de NNN aantast omdat de oppervlakte, robuustheid en samenhang en kwaliteit van het NNN afneemt door de bebouwing en door de verstoring door het menselijk gebruik. Hierdoor zijn er verschillende mitigatie en compensatie maatregelen uitgewerkt om een meerwaarde te creëren voor het NNN-gebied. Dit betreft compensatie van verlies aan areaal door een natuurlijke inrichting van legakkers in het deelgebied ‘Meertjes. Dit gebied krijgt ook een natuurbestemming in plaats van de huidige agrarische bestemming. Daarmee voorziet het bestemmingsplan in natuurontwikkeling in een met die ruimtelijke ontwikkeling samenhangend gebied; het Meertje, een onderdeel van de Vinkeveense Plassen. Daarnaast voorziet de gemeente ook in maatregelen ter versterking van de natuur in de Vinkeveense Plassen zelf (toepassen inheemse beplanting, maximale bebouwingsoppervlak vastleggen in het bestemmingsplan, stimuleren toepassen (natuurlijke) oeverbescherming).

Concluderend scoort het VKA licht positief voor wat betreft het effect op NNN. Beschermde soorten

Door de beperkte aanwezigheid van geschikt leefgebied in combinatie met het bestaande (referentie) gebruik is het aandeel beschermde soorten binnen het plangebied relatief klein. Voor alle deelgebieden geldt dat ruimere ontwikkelingsmogelijkheden op legakkers en/of zandeilanden een grotere kans hebben op het veroorzaken van verstoring van soorten of vernietiging van leefgebied van soorten die afhankelijk zijn van (begroeiing op) de legakkers en zandeilanden. Dit geldt met name voor broedvogels, otter en ringslang, die voldoende oppervlakte en rust nodig hebben. Uitbreiding van bebouwing gaat ten koste daarvan. Of ook daadwerkelijk sprake is van verstoring of vernietiging hangt sterk af van een specifieke, lokale ontwikkeling. Gezien de aard van de ontwikkelingen, het feit dat er ook door de huidige legale activiteiten (zoals recreatie op de zandeilanden, aanwezige waterrecreatie) in de huidige situatie al verstoring optreedt en er mogelijkheden zijn om effecten op soorten te voorkomen of bewezen effectieve maatregelen te nemen zijn, wordt er niet van uitgegaan dat het plan een effect heeft op gunstige staat van instandhouding van de populatie. Landschap, cultuurhistorie en archeologie Ruimtelijke kwaliteit en beeldkwaliteit

Tegenover bebouwing, met aantasting van ruimtelijke en beeldkwaliteit, staat een belangrijk ander ruimtelijk effect, namelijk dat met het bieden van bebouwingsmogelijkheden ook het in stand houden van de legakkers als zodanig naar verwachting beter geborgd is. De structuur van de legakkers is dus ook gebaat bij het mogelijk maken van bebouwing. Dit gecombineerde en tegengestelde effect is al met al positief gewaardeerd. Echter, in deelgebieden A en D is bebouwing en gebruik al mogelijk, dus geeft uitbreiding alleen een negatief beeldeffect.

Blad 9 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Landschap, cultuurhistorische elementen en beleefbaarheid

De bebouwing tast de beleefbaarheid van de cultuurhistorische waarde van de legakkers aan. Het voorkomen van afkalving en verlies van legakkers weegt daar tegenop. Dit speelt een rol bij deelgebieden B en C, maar niet bij A, waar al bebouwing is toegestaan. De zandeilanden hebben geen cultuurhistorische waarden, alhoewel het patroon van de ring van zandeilanden ook gezien kan worden als de exponent van de naoorlogse ontwikkeling van Nederland. Effecten in deelgebied D zijn neutraal. Archeologische waarden

In deelgebied A is al gebouwd, dus eventuele archeologische waarden zijn al aangetast. In deelgebieden B en C kan bebouwing leiden tot aantasting van archeologische waarden, die er overigens nauwelijks verwacht worden. In deelgebied D bestaan de zandeilanden uit opgespoten materiaal, dus zijn daar geen archeologische waarden aanwezig. Verkeer Verkeersafwikkeling/verkeersveiligheid

Toevoeging van bebouwing op de legakkers leidt tot lichte toevoeging van verkeer op het totaal. De toevoeging van verkeer bij de maximale variant in deelgebied D kan, zeker als er ook evenementen worden gehouden, tot problemen leiden in de verkeersafwikkeling. Het VKA gaat uit van extra bebouwing en de mogelijkheid van nachtverblijfsrecreatie via verhuur op de legakker mogelijk in de periode 15 april tot 15 oktober. Eigenaren mochten altijd al jaarrond gebruik maken van de legakker voor overnachting (geen permanente bewoning). De toevoeging van verkeer - zeker op piekdagen, met een temperatuur >25oC in een vakantieperiode - tot problemen leiden in de verkeersafwikkeling. Vanuit de vormgeving van de Baambrugse Zuwe, Groenlandsekade en Vinkenkade blijkt dat er geen of een beperkte restcapaciteit is. Dit is daarom gewaardeerd als negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Er zijn diverse maatregelen (alternatieven voor de auto) die de toename van het autoverkeer zullen beperken. Maatregelen zijn het instellen van een bootverbinding of het stimuleren van het gebruik van het openbaar vervoer en/of de deelfiets als een alternatief voor de auto. Een tweede manier om recreanten te stimuleren is de invoering van parkeerregulering of betaald parkeren.

Insteek is dat ingezet wordt op mogelijkheden als betaald parkeren, inzet watertaxi, fietsen promoten en bekijken of openbaar vervoer beter ingericht kan worden. Parkeren

Wat parkeren betreft, is de huidige situatie al zo dat legakkergebruikers al jaar en dag hun vervoermiddel in de nabije omgeving neerzetten. De gemeente faciliteert een parkeerplaats voor auto op de Winkelpolderparkeerplaats. Voor het parkeren geldt min of meer dezelfde beoordeling als voor de verkeersafwikkeling. De parkeervoorzieningen in het studiegebied voldoen in een beperkt deel van het jaar niet, maar het overgrote deel wel. Er worden geen nieuwe parkeervoorzieningen gerealiseerd. Dit betekent dat het effect van het VKA licht negatief is zonder maatregelen. Bij het nemen van mitigerende maatregelen is het thema als neutraal beoordeeld. Door de voorgestelde maatregelen wordt meer gebruik gemaakt van het parkeerterrein Winkelpolder en de daarop aansluitende watertaxi.

Blad 10 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Verkeersveiligheid

Door toename van verkeer ten gevolge van het intensiever gebruik van de legakkers en op de zandeilanden zal daardoor ook de verkeersveiligheid verslechteren. Er zijn diverse alternatieven voor de auto die de toename van het autoverkeer en daarmee de verkeersveiligheid zullen beperken. De verwachting is dat deze alternatieven de verkeersveiligheid niet zullen verbeteren ten opzichte van de referentiesituatie, maar wel kunnen leiden tot een beoordeling als licht negatief effect. Gebruiksfuncties Recreatiemogelijkheden

Het toestaan van meer gebruiksmogelijkheden is positief in de zin dat dit voorziet in de behoefte van meer recreanten. Woongenot

Het toestaan van meer gebruiksfuncties is voor het woongenot van bestaande omwonenden van de plassen negatief. Zeker bij woningen die nabij legakkers liggen waar nieuwe bebouwingsmogelijkheden worden geboden, gaat onder andere de privacy en tuinen omlaag. Draagvlak bij verschillende belanghebbenden

Het draagvlak bij verschillende typen gebruikers zal variëren, naar gelang het type gebruik. Hier is geen eenduidige beoordeling uit te halen. Instandhouding legakkers

De ervaring van de gemeente is dat de instandhouding van legakkers gebaat is bij het mogelijk maken van bebouwing. Het genereren van extra inkomsten op de zandeilanden zal ook bijdragen aan instandhouding van de 5% legakkers die nog in publiek eigendom zijn. Waterverkeer/vaarbewegingen

Er wordt een toename van de vaarbewegingen verwacht bij die varianten waar meer bebouwing op de legakkers mogelijk is en bij de maximale variant voor de zandeilanden. De plassen zijn echter zo groot dat extra vaarverkeer niet meteen tot problemen leidt. Vandaar dat dit licht negatief is beoordeeld. Economie Ontwikkelingsmogelijkheden en investeringsklimaat

Het toestaan van bebouwing op de legakkers heeft geen invloed op het investeringsklimaat. Maar het bieden van maximale mogelijkheden op de zandeilanden geeft wel een flinke boost voor ondernemers. Aansluiting op behoefte De afgelopen jaren is er veel bebouwing aangebracht op de legakkers die niet past binnen het vigerende bestemmingsplan, maar kennelijk wel voldoet aan de behoefte. Ruimere bouwmogelijkheden (A) of meer bouwmogelijkheden (B en C) zijn vanuit die optiek positief.

Blad 11 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Verdienmodel

Het verdienmodel zit met name op de beheersing van de kosten van onderhoud en beheer van de zandeilanden. Er bestaat bij de maximale variant in deelgebied D een grote kans op extra revenuen voor de overheid (of lagere kosten doordat ondernemers lasten overnemen). Flankerend beleid Samenwerkingsvorm

In juli 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met de (voorbereiding van de) toetreding tot het Recreatieschap Stichtse Groenlanden. De uitvoering van het Toekomstplan Vinkeveense Plassen is de basis voor de afspraken rond deze toetreding. Hiermee is onderhoud en beheer voor de langere termijn geborgd. Handhaving

Voor het criterium handhaving is het geldende bestemmingsplan het uitgangspunt voor de referentiesituatie. De referentie gaat uit van een situatie waarin de gemeente de eigenaren met succes de illegale bebouwing heeft laten verwijderen die niet past binnen het vigerende bestemmingsplan. Hier vanuit geredeneerd is het zaak om de handhaving consequent door te voeren met beperkte middelen. Dit geldt met name waar nieuwe bebouwing is toegestaan dan wel uitbreiding van bebouwing ten opzichte van de huidige bouwmaat is toegestaan. Bij de maximale variant in deelgebied D is ongetwijfeld meer handhaving nodig, maar de gemeente kan dit bekostigen uit de legesheffingen voor de vergunningen die nodig zijn voor bijvoorbeeld de evenementen.

Beoordeling effecten planvoornemen De ruimtelijke thema’s bodem en water, natuur, landschap, cultuurhistorie en archeologie, verkeer, gebruiksfuncties, economie en flankerend beleid zijn beoordeeld. Beoordeling van deze thema’s vindt plaats ten opzichte van de referentiesituatie, hetgeen de situatie is die geldt volgens het geldende bestemmingsplan. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de effectbeoordelingen. Tabel S.1 Beoordeling planvoornemen voor de verschillende ruimtelijke thema’s. Thema Criterium Beoordeling VKA* (zonder mitigatie) Bodem en Bodemstructuur en geomorfologische + water waarden Oppervlaktewatersysteem Oppervlaktewaterkwaliteit: KRW doelen Natuur Instandhoudingsdoelstellingen N2000 0 Botshol Instandhoudingsdoelstellingen -stikstofgevoelige N2000-gebieden Wezenlijke kenmerken NNN --Beschermde soorten Landschap, Ruimtelijke kwaliteit, beeldkwaliteit ++ cultuurLandschap, cultuurhistorische elementen, + 0 historie en beleefbaarheid archeologie Archeologische waarden 0 --

Blad 12 van 224

Beoordeling VKA (met mitigatie) Niet beoordeeld 0 + 0 Niet bepaald + Niet bepaald Niet beoordeeld

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Thema

Criterium

Beoordeling VKA* (zonder mitigatie) --+++ 0 0 --

Verkeer

Beoordeling VKA (met mitigatie) 0 -

Verkeersafwikkeling Parkeren Verkeersveiligheid GebruiksRecreant: recreatiemogelijkheden functies Woongenot: uitzicht, privacy/mate van Niet beoordeeld verstoring Draagvlak: bepaling voor verschillende Niet beoordeeld belanghebbenden Instandhouding legakkers + 0 Waterverkeer/vaarbewegingen 0 EcoOntwikkelingsmogelijkheden en +++ 0 nomie investeringsklimaat Niet beoordeeld Aansluiting op de behoefte +++ 0 Verdienmodel: minder uitgaven voor de ++ 0 overheid t.b.v. beheer en onderhoud legakkers en zandeilanden Flankerend Beschouwing over flankerend beleid en Niet beoordeeld beleid voorkeur-samenwerkingsvorm Handhaving 0 Niet beoordeeld *voor sommige thema’s/beoordelingscriteria is de score gebaseerd op de beoordeling van de minimale en maximale variant. Daarom zijn in sommige gevallen 2 scores weergegeven waarbij het effecten van planvoornemen binnen deze 2 varianten valt.

Conclusie Behoud van de legakkers is een belangrijk doel vanuit de gemeente. Het beeld van de effectbeoordelingen is vrij diffuus. Kijkend naar de effectbeoordeling zou de gemeente meer bebouwing op de legakkers en meer voorzieningen met bijbehorende activiteiten op de zandeilanden kunnen nastreven. Maar daarnaast valt een aantal negatieve beoordelingen wel op. Richting de discussie en keuze van het voorkeursalternatief, dat in het nieuwe bestemmingsplan Plassengebied gaat ‘landen’, heeft de gemeente naar aanleiding van de bevindingen uit deel A in het MER met de volgende zaken rekening te houden. Lozingen op de plassen moeten zoveel mogelijk worden voorkomen. Het voorkomen van nutriënten in het water kan onder meer door aansluiting op de riolering of verwerking van afvalwater. Eisen aan bouwmaterialen voor bebouwing en steigers kan het risico op chemische belasting verminderen. Daarnaast kunnen voorlichting, beschikbaar stellen van biologisch afbreekbare middelen en gecoördineerde afvalinzameling bijdragen aan een betere waterkwaliteit. Hiernaast is het van belang om de eisen van het afvoer van hemelwater zo goed mogelijk uit te voeren. De ecologische toestand vraagt vanwege de Kaderrichtlijn Water en Natuurnetwerk Nederland (NNN) om mitigerende en compenserende maatregelen.

Deze zijn gericht op het zo veel mogelijk laten ontstaan of behouden van natuurlijke overgangen tussen water en land, en zo op het creëren van onder meer paaiplaatsen voor vissen. Aanknopingspunten liggen in natuurvriendelijke oevers en bevordering van submerse vegetatie (planten die onder water groeien) door wegnemen van beschaduwing door bomen, en gericht steigerbeleid. Voor natuur kan, naast het verbeteren van zachte overgangen van water naar land, ook gedacht worden aan het creëren van rustige (broed)gebieden, het maken van stapstenen in de natuurlijke

Blad 13 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

structuur en het behouden van wegzinkende legakkers voor onderwatervegetatie (dus niet weghalen, wat wel eens eerder geopperd is). Op het Natura 2000-gebied Botshol treden geen significante effecten op. Het voorkomen van ongewenst geluid en verlichting van dit gebied, om de meervleermuis te ontzien, is wel een mogelijke mitigatiemaatregel die de gemeente kan toepassen. Daarnaast zal het beperken van het verkeer en werkzaamheden elektrisch uitvoeren de stikstofdepositie terugdringen. Een belangrijke factor bij de beleving van de legakkers bestaat uit de beeldkwaliteit van de bebouwing en beplanting en het tegengaan van verrommeling. Daarmee verbetert ook de beleefbaarheid van het landschap. Daarom is de aanbeveling om bij het beeldkwaliteitsplan dat bij het bestemmingsplan komt de stakeholders te betrekken. Doel is een breed gedragen beeldkwaliteitsplan met ook een breed gedragen verantwoordelijkheid. Voor de omgeving (woongenot) is zeer belangrijk hoe de gemeente ontwikkelingen als eventuele evenementen op de zandeilanden wil sturen. Voor de gehele plassen dient de gemeente te bepalen hoe zij invulling wil geven aan gebiedsprofielen. Naast levendigheid, zijn ook rustige gebieden nodig. De gemeente ontwikkelt een aanpak gericht op bewustwording en gedragsverandering onder gebruikers op de plassen. Handhaving is het sluitstuk van deze aanpak. Parkeren kan een probleem zijn.

Een parkeerstrategie bestaande uit onder meer extra parkeervoorzieningen, effectief gebruik van bestaande voorzieningen (denk ook aan de carpoolplaats langs de A2 en parkeerplaatsen bij bedrijven in de weekenden) en een parkeerverwijssysteem kunnen hierbij helpen. Op piekdagen kan de gemeente verkeersregelaars en handhavingsmedewerkers inzetten. Hierdoor kan door het nemen van de mitigerende maatregelen het probleem verholpen worden.

Blad 14 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

1

Inleiding Dit hoofdstuk geeft aan wat de aanleiding is om het bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen te herzien (paragraaf 1.1). Vervolgens wordt ingegaan op de rol van de milieueffectrapportage bij deze bestemmingsplanherziening (paragraaf 1.2). Het hoofdstuk besluit met een leeswijzer voor het verdere milieueffectrapport (paragraaf 1.3).

1.1

Aanleiding Het gebied waar nu de Vinkeveense Plassen liggen, was vroeger land. Turfwinning gaf de Vinkeveense Plassen haar karakteristieke waaiervormige indeling met vele sloten en legakkers die overlopen in plassen. Veel andere veengebieden werden ingepolderd. Maar Vinkeveen wilde het water behouden. Het legakkerlandschap gecombineerd met de recreatie-eilanden aan de zandwinnings-plas maken het gebied verrassend afwisselend en biedt daardoor voor elk wat wils. Voor waterrecreatie zijn hier nu unieke mogelijkheden. En op en rondom de Vinkeveense Plassen bevinden zich diverse natuurvariëteiten. In de loop der jaren zijn diverse vormen van bebouwing ontstaan op de legakkers in de Vinkeveense Plassen, en dan met name in de Noordplas. Dit zorgt ervoor dat legakkereigenaren de legakkers onderhouden, maar het betekent ook een illegale situatie. In het huidige bestemmingsplan zijn bebouwing en verblijf namelijk niet toegestaan. In 2011 luidt Recreatie Midden Nederland (RMN) de noodklok over de openbare legakkers in de Vinkeveense Plassen. Door hoge kosten aan onderhoud en door terugvallende subsidies is het recreatieschap Vinkeveense Plassen niet meer in staat de kwetsbare legakkers goed te onderhouden. De provincie Utrecht is toen gevraagd mee te denken over een oplossing voor dit probleem. Hiertoe is de Toekomstvisie Legakkers Vinkeveense Plassen opgesteld.

De visie gaat in de eerste plaats over het behoud (van de waarden) van de legakkers. Uit de uitgevoerde studie voor deze visie blijkt onder meer dat het onderhoud effectiever is wanneer het eigendom van de legakkers bij particulieren wordt neergelegd. De gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen heeft in 2012 verzocht om samen met het recreatieschap de verkoop van legakkers aan particulieren te bevorderen met de verplichting tot onderhoud en met de toezegging dat de planologische mogelijkheden in een nieuw bestemmingsplan worden verruimd. De provincie en de BelangenVereniging Vinkeveense Legakkers (BVVL) juichen dit toe. Provincie, gemeente en de BVVL willen bovendien graag dat deze verruiming van de planologische mogelijkheden in een nieuw bestemmingsplan hand in hand gaat met het opstellen van een beeldkwaliteitsplan. Er spelen dus op verschillende schaalniveaus in en rond het plassengebied diverse ontwikkelingen. Daarnaast is de gemeente bezig met het herzien van haar bestemmingsplannen. Ook voor de Vinkeveense Plassen moet het bestemmingsplan worden herzien, los van de hierboven beschreven praktijken van bebouwing en bewoning. Gelet op de bijzonderheid en de specifieke problematiek in dit gebied bereidt de gemeente De Ronde Venen een afzonderlijk bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen voor: het Bestemmingsplan Plassengebied.

Het plassengebied beslaat een belangrijk deel van de gemeente De Ronde Venen en het nieuwe bestemmingsplan en de ontwikkeling van de plassen is een belangrijk project voor de gemeente. Vragen die daarbij spelen zijn onder andere: hoe ver gaat de gemeente met de recreatieve ontwikkelingen op en rond de plassen, hoe moet worden omgegaan met het behoud en onderhoud van de legakkers en wat zijn de consequenties van de keuzes hierin? Daarnaast zoekt de gemeente

Blad 15 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

vanuit het proces rond het opheffen van het recreatieschap Vinkeveense Plassen naar mogelijkheden om zaken anders te organiseren en extra inkomsten te genereren. En met ondernemers rond de Vinkeveense Plassen wordt gezocht naar de juiste positionering en profilering van het plassengebied, om zo een goede basis te hebben voor de promotie van het plassengebied. Keuzes in deze vraagstukken hangen met elkaar samen en kunnen elkaar versterken, of tegenwerken. Het is aan de gemeenteraad om de koers voor dit gebied te bepalen. Het plangebied voor dit bestemmingsplan is weergegeven in Figuur 1-1.

Figuur 1-1 Plangebied 'Bestemmingsplan Plassengebied'.

Op 25 februari 2016 heeft de gemeenteraad De Ronde Venen besloten dat voor het bestemmingsplan de m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Ook wil de raad een Passende beoordeling in het kader van de Natuurbeschermingswet (nu Wet Natuurbescherming). Een Passende beoordeling toetst de natuurgevolgen van het plan aan de instandhoudingsdoelstellingen voor het desbetreffende Natura 2000-gebied (Botshol) en maakt duidelijk of deze in gevaar komen. Het doel van de m.e.r.-procedure is het milieubelang een volwaardige en vroegtijdige plaats in het plan- en besluitvormingsproces te geven. Omdat het om een bestemmingsplan gaat, gaat het hier om een Plan-m.e.r.-procedure (zie uitleg in kader). De m.e.r.-procedure leidde tot dit milieueffectrapport (MER) ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan voor de Vinkeveense Plassen.

Blad 16 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

In dit rapport gebruiken we verschillende termen: m.e.r. = milieueffectrapportage (de procedure) MER = milieueffectrapport (het product) Plan-m.e.r. = procedure voor plannen die een kader stellen voor m.e.r.(beoordelings)plichtige activiteiten, zoals het bestemmingsplan Plassengebied. Ook geldt de Plan-m.e.r.-plicht voor wettelijke of bestuursrechtelijke plannen waarvoor op grond van de Wet natuurbescherming, een Passende beoordeling moet worden gemaakt

1.2

M.e.r.-procedure Zoals in de vorige paragraaf is aangegeven, is dit milieueffectrapport opgesteld ter onderbouwing van de besluitvorming over het bestemmingsplan Plassengebied. Ook moeten verschillende andere vergunningen en ontheffingen worden aangevraagd. Hieronder staan de verschillende stappen in de m.e.r.-procedure, zoals die voor het Plassengebied zijn en worden doorlopen, op een rij gezet. Notitie Reikwijdte en Detailniveau Met de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (Arcadis, 2016) heeft de initiatiefnemer (het college van B en W van de gemeente De Ronde Venen) globale informatie verschaft over de achtergrond, aard, omvang en de te verwachten effecten van de voorgenomen ontwikkeling van het Plassengebied. Voor een belangrijk deel komt deze informatie uit de Kadernota (Arcadis, 2015) die door de gemeenteraad is vastgesteld op 25 februari 2016. In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) is rekening gehouden met de drie amendementen vanuit de gemeenteraad. Met de Kadernota zijn de kaders voor het onderzoek naar de ontwikkelingsvarianten voor de plassen bepaald. De Kadernota geeft per deelgebied aan wat de minimale en maximale variant is van de ontwikkelingsmogelijkheden die onderzocht moeten worden op milieueffecten. Daarnaast is de NRD de formele aankondiging en start van de Plan-m.e.r.-procedure.

Het bevoegd gezag (de gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen) heeft met de NRD alle betrokken bestuursorganen en de bevolking geïnformeerd en geraadpleegd over de te volgen aanpak in het MER. De NRD heeft vanaf 13 mei 2016 voor een termijn van zes weken ter visie gelegen. Ingekomen advies en zienswijzen op de NRD De Commissie voor de m.e.r. is gevraagd om advies te geven over reikwijdte en detailniveau. Het advies is gepubliceerd op 30 augustus 2016 (zie website http://www.commissiemer.nl, adviesnr. 3132). Op de NRD zijn 14 zienswijzen binnengekomen. In Bijlage A zijn de essenties uit het advies opgenomen en is aangeven wat daarmee is gedaan. Verder bevat Bijlage A de zienswijzennota van de gemeente. Op grond van het advies van de Commissie voor de m.e.r. en de ingekomen zienswijzen, is voorliggend MER opgesteld. Vaststelling richtlijnen door gemeenteraad De gemeenteraad van De Ronde Venen heeft op 26 januari 2017 de richtlijnen voor het MER vastgesteld. Het raadsbesluit is in Bijlage A opgenomen. Het raadsbesluit is op één onderdeel na gelijkluidend aan het advies over reikwijdte en detailniveau voor het MER.

Blad 17 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

De gemeenteraad wil geen volledig nieuw integraal visietraject doorlopen, maar heeft gekozen voor een pragmatische werkwijze waarbij de informatie uit verschillende bestaande visiedocumenten wordt gebundeld. Adviesaanvraag Commissie voor de m.e.r. Het MER (deel A) is voorgelegd aan de Commissie voor de m.e.r. na afronding van de effectbeoordeling en voorafgaand aan de totstandkoming van het voorkeursalternatief. De Commissie voor de m.e.r. heeft het MER getoetst en adviezen voor aanvulling en verbetering gegeven (advies van 30 november 2017). Uitwerking MER en beoordeling VKA Op grond van het MER (deel A) heeft vervolgens binnen de gemeente een discussie plaatsgevonden, op grond waarvan de gemeenteraad het voornemen gewijzigd heeft en het een voorkeursalternatief (VKA) bepaald heeft. Het VKA betreft het ontwerpbestemmingsplan dat de gemeente heeft opgesteld. Voor dit voorkeursalternatief zijn nog enkele onderzoeken geactualiseerd en verwerkt in het MER (deel B). MER ter visie, samen met het ontwerp-bestemmingsplan en aanpassing MER Binnen deze stap van het proces worden de uitkomsten van de toetsing door de Commissie voor de m.e.r. en de zienswijzen verwerkt. Vaststelling van het bestemmingsplan en verdere stappen Mede op basis het voorliggende MER stelt het bevoegd gezag vervolgens het definitieve bestemmingsplan vast.

Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt deze bekend gemaakt en is eventueel beroep mogelijk. Nadat de plannen zijn gerealiseerd, dienen de werkelijk optredende milieueffecten in beeld te worden gebracht en geëvalueerd. In het MER wordt een eerste aanzet gegeven voor evaluatie. Voor concrete maatregelen zijn diverse vergunningen aan de orde, zoals omgevingsvergunningen en watervergunningen. De gemeente stelt in het kader van het bestemmingsplan onder andere een beeldkwaliteitsplan op en vast. Daarnaast wordt een aanpak voor de bestaande situatie opgesteld. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt hiermee toegewerkt naar het in overeenstemming brengen van de planologische situatie met de feitelijke situatie. Dit is van groot belang voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

1.3

Leeswijzer Het MER bestaat uit 3 delen:  H1 tot en met H4 zijn algemene hoofdstukken met beschrijving van het beleid, het voornemen, de referentiesituatie en het beoordelingskader.  H5 tot en met H13 vormen deel A van dit MER. Daarin zijn de effecten beoordeeld van het voornemen vastgelegd in het concept bestemmingsplan 2017. Dit deel van het rapport is geschreven in 2017 en beschrijft de impact van het concept bestemmingsplan 2017 aan de hand van de toenmalige huidige en referentiesituatie.  H14 tot en met H17 vormen deel B van dit MER. Daarin is het aangepaste voornemen beschreven en de resultaten van de geactualiseerde onderzoeken. Er wordt ingegaan op de thema’s water, natuur en verkeer. Voor de overige thema’s geeft de effectbeschrijving in deel A voldoende informatie voor de vaststelling van het bestemmingsplan.  H18 gaat in op monitoring en evaluatie.

Blad 18 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

In 2017 (Deel A van het MER) was de Gemeente Rondevenen nog voornemens in het bestemmingsplan de volgende ontwikkelingen vast te leggen, die In het VKA (Deel B van het MER) zijn aangepast:  Hotel; deze plannen zijn in het VKA komen te vervallen  Ruimere bebouwingsmogelijkheden legakkers; de bebouwingsmogelijkheden van de legakkers zijn in het VKA niet verruimd; voor de huidige bebouwing is wel een omgevingsvergunning afwijking bestemmingsplan nodig.  Compensatie NNN op de legakkers; in het VKA is de compensatie van NNN op de legakkers komen te vervallen en vervangen door de compensatielocatie in ‘t Meertje. De compensatie op de legakkers kon niet, omdat er geen compensatie in het NNN -gebied kan plaatsvinden (eis provincie). Compensatie van het oppervlakteverlies in het Meertje kan wel, omdat daar de aanduiding agrarisch op zit.

Blad 19 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

2

Context gebiedsontwikkeling Naar aanleiding van de advisering van de Commissie voor de m.e.r. over het MER, heeft de gemeenteraad er voor gekozen geen volledig nieuw visietraject te doorlopen. Wel is op grond van bestaande visies het plangebied beter in samenhang beschreven. Dit hoofdstuk vult dat in. Na de inleiding (2.1) volgt een paragraaf met de historie van het plangebied (2.2). In de systeembeschrijving (2.3) ligt de nadruk op de uniciteit van het gebied en op de kernkwaliteiten van cultuurlandschap, water, natuur en gebruiksfuncties. Deze worden mede in relatie tot de omgeving behandeld. Daarna volgen in het kort de high lights van de visiedocumenten over het plangebied die beschikbaar zijn, inclusief criteria voor het MER en mogelijk te verzilveren kansen (2.4). Daarna volgt een nadere beschrijving van de opgave, het participatieproces dat doorlopen is (2.5) en de onderzoeken die zijn uitgevoerd voorafgaand aan c.q. los van het m.e.r. (2.6).

2.1

Inleiding De aanleiding voor het MER is het voornemen van de gemeente om planologische ruimte te bieden aan recreatieve ontwikkelingen in het plangebied om zo duurzaam te (laten) investeren in het behoud van de karakteristieke legakkers en zandeilanden. In het advies over reikwijdte en detailniveau van het MER geeft de Commissie voor de m.e.r. mee om onderliggende doelstellingen en kernkwaliteiten meer expliciet te maken en in breder perspectief te plaatsen. In dit hoofdstuk wordt hier invulling aan gegeven in vier stappen: 1. De geschiedenis van het plassengebied wordt beschreven. De landschappelijke waarden van het gebied volgen voor een belangrijk deel uit de geschiedenis. 2. Een beschrijving van de werking en kwaliteiten van het gebied op de onderwerpen cultuurlandschap, water, natuur en gebruiksfuncties op twee verschillende schaalniveaus: regionaal en plassengebied. 3. Een beschrijving van beleid en regelgeving. Ambities en doelen van met name provincie en waterschap stellen grenzen aan ontwikkelingsmogelijkheden, maar bieden wellicht ook kansen om ambities te verbinden. Geconcludeerd wordt wat de betekenis is van de verschillende beleidsdoelen van andere overheden voor dit MER (randvoorwaarde, beoordeling, ontwikkelkans). De gemeentelijke beleidsdoelen zijn deels vertaald in het voornemen, maar mogelijk zijn er meer kansen om hier doelen te verbinden.

Ook hier wordt de betekenis voor het MER vastgelegd. 4. Daarna volgt een nadere duiding waar het voornemen wél en waar het voornemen níet over gaat. Het voornemen is geen integraal plan voor alle rond het plassengebied spelende issues. Waar er kansen zijn om ook een bijdrage te leveren aan doelen die niet direct door het voornemen zijn beoogd, worden deze wel zo veel mogelijk benut.

Blad 20 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Figuur 2-1 Samenhang beleid Plassengebied en voornemen m.e.r.

2.2

Historie van het plangebied in vogelvlucht1 De geschiedenis van de Vinkeveense Plassen gaat terug tot in de vroege middeleeuwen. Ook voor die tijd was er al sprake van bewoning van het gebied, maar in de 11e eeuw trokken mensen het gebied rond Vinkeveen in en begonnen het land te ontginnen. Dit vond plaats vanuit de omliggende veenriviertjes en weteringen. Loodrecht op de riviertjes werden op vaste afstanden sloten gegraven om het gebied te ontwateren en te kunnen gebruiken voor teelt van gewassen en later voor veeteelt. De ontginning in De Ronde Venen vond plaats vanuit De Kromme Mijdrecht, de bovenloop van de Amstel, de Waver, de Winkel, de Angstel en de Aa, die samen een bijna gesloten cirkel om het gebied vormen. Binnen deze cirkel was sprake van één grote veenmoskoepel. Hierdoor ontstond er een natuurlijke ronde vorm in de ontginning waarbij de sloten (vrijwel) bijeenkwamen op een punt centraal in de huidige gemeente. De ronde vorm is kenmerkend voor het Rondeveense landschap en bepaalt voor een belangrijk deel de uniciteit ervan.

1

Bronnen: De Ronde Venen, geschiedenis en architectuur, Saskia van Ginkel-Meester en Hans Lägers, Utrecht, 2001. Daarnaast is gebruik gemaakt van het Toekomstplan Vinkeveense Plassen, Recreatieschap 2015.

Blad 21 van 224

Milieueffectrapport BP Vinkeveense Plassengebied Gemeente De Ronde Venen projectnummer 0478281.100 17 april 2023 revisie 3.0 Gemeente De Ronde Venen

Figuur 2-2 Uitsnede uit de kaart van 1593 met Vinkeveen en omgeving (bron: Beek & Kooiman, 10 juli 2012: Inventarisatie en waardering legakkers provincie Utrecht: Vinkeveense Plassen).

Vanaf ongeveer de 13e eeuw kwam ook de turfwinning in de omgeving goed op gang, omdat er een groeiende vraag kwam vanuit de (steeds grotere) steden en industrieën in het land. Het werd hierdoor voor grondeigenaren erg aantrekkelijk om te gaan vervenen. Eerst werd alleen het veen dat boven het grondwater was gelegen afgestoken, maar vanaf de 16e eeuw werd er ook dieper verveend. Dit proces had tot gevolg dat grote gebieden met brede petgaten en smalle legakkers ontstonden en er dus steeds meer land werd omgezet in water. Deze ontwikkeling begon ook al snel zorgen te baren. De grote open wateren betekenden ook een risico voor de veiligheid van het omliggende land. De Staten van Utrecht namen dan ook eind 16e eeuw al maatregelen om ongebreidelde voortgang van verveningen in de hand te houden en ze stelden ook randvoorden aan de wijze waarop dit gebeurde. Vanaf de 18e eeuw werd het verplicht om bij plannen voor vervening ook meteen een plan te maken voor toekomstige drooglegging. De 19e eeuw stond vervolgens in het teken van de drooglegging van verschillende polders in De Ronde Venen. Dit ‘nieuwe’ land werd agrarisch in gebruik genomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14930819/1