CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 26. Deeladvies bijlage archeologie herbeoordeling

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel VVGB Mijdrechtse Zuwe 66 Amstelhoek (akkoordstuk)11.748 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Mocht de hoeveelheid materiaal dusdanig zijn dat een selectie gemaakt moet worden voor de uitwerking, dient dit te gebeuren in overleg met het bevoegd gezag middels voorstellen in het evaluatierapport. Voor de selectievoorstellen dient ook overlegd te worden met de betreffende specialist. Een selectie voor uitwerking is niet per definitie ook het uitgangspunt van een selectie-voorstel voor deponering. De vondsten worden per materiaalcategorie beschreven conform de daarvoor gebruikelijke determinaties waarin opgenomen een determinatie niveau conform ABR (ten behoeve van de aanlevereisen van het depot) aangevuld met een determinatie (als zo ver dat ter beantwoording van de onderzoeksvragen noodzakelijk is). Het hoogste uitwerkingsniveau dient in determinatielijsten weer gegeven te worden. Uitwerking gebeurd op basis van de relevante KNA-leiddraden en/of door of onder leiding van een relevante senior KNA-specialist. Sterke verontreiniging met zware metalen en PAK heeft naar verwachting geen directe invloed op het verzamelen van vondsten. Wel dienen de vondsten apart – in een andere wasbak dan andere vondsten – gewassen te worden. Archeozoölogische en -botanische resten Deze categorie vondsten wordt uitgewerkt voor zover nodig is voor de beantwoording van de vraagstellingen.

In overleg met de deskundige namens het bevoegd gezag wordt op basis van het evaluatierapport een selectie van de monsters gewaardeerd. Vervolgens wordt een selectie van de gewaardeerde monsters uitgewerkt voor paleobotanie en archeozoölogie. Alle monsters die bij de evaluatie geselecteerd zijn voor nader of later onderzoek worden gezeefd en behandeld conform Archeologie Leidraad 1 van het CvAK. Nadat het materiaal door specialisten is onderzocht en gedetermineerd, dienen de resultaten aan de sporen te worden gekoppeld en geanalyseerd in het licht van de onderzoeksvragen uit het PvE. Botmateriaal wordt minimaal gedetermineerd op het niveau van determinatie op diersoort, botelement, artefacttype, eventueel datering. Indien het daarvoor geschikt is en dit noodzakelijk is voor de beantwoording van de onderzoekvragen, wordt het aan een nadere analyse onderworpen. Van eventuele grondmonsters dienen de meest veelbelovende te worden gewaardeerd om te bepalen of het voldoende zinvol is dat ze verder worden uitgewerkt/geanalyseerd. Naar aanleiding daarvan

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

29

vindt overleg plaats met opdrachtgever en bevoegde overheid over een eventuele nadere verwerking/ analyse van de monsters. Paleo-ecologische resten worden na het veldwerk, op grond van de kwetsbaarheid, onmiddellijk overgedragen aan de specialist voor de bepaling van de kwaliteit en het archeologisch potentieel. Een selectie van de meest veelbelovende paleo-ecologische en/of botanische monsters wordt gewaardeerd op kwaliteit en verscheidenheid van de inhoud, conform OS 12 en 13 en de KNA. Een door het bevoegd gezag goedgekeurde selectie wordt uitgewerkt. Sterke verontreiniging met zware metalen en PAK heeft naar verwachting geen directe invloed op het verzamelen van vondsten. Wel dienen de vondsten apart – in een andere wasbak dan andere vondsten – gewassen te worden. Beeldrapportage Het standaardrapport is conform de KNA (versie 4.2) en bevat de volgende elementen: • Allesporenkaart waarop de sporen en geïnterpreteerde structuren op staan aangegeven, voorzien van het landelijke coördinatengrid, en op een moderne topografische ondergrond, incl. legenda. De sporen en structuren worden (indien van toepassing) met verschillende periodekleuren op deze allesporenkaart aangegeven. • Representatieve sporen en profielen worden in opgemaakte vorm in het rapport afgebeeld. Voor de profieltekeningen wordt gelet op het kleurgebruik (natuurlijke kleuren waar mogelijk).

Foto’s van profielen (loodrecht en zo mogelijk onthoekt) worden toegevoegd bij de profieltekeningen. • Een referentieprofiel wordt altijd afgebeeld in het rapport. • Naast de geologisch/bodemkundige informatie wordt ook de archeologische informatie betrokken bij de analyse van de profielen. • Vlaktekeningen, relevante profieltekeningen, relevante coupetekeningen, inclusief legenda. • Een selectie van relevante foto’s van vlakken, sporen, coupes en profielen. • Een representatief aantal objecten wordt afgebeeld en eventueel getekend in het rapport. Dit is in overleg tussen opdrachtnemer, opdrachtgever en bevoegde overheid. • Actie- en sfeerfoto’s van het onderzoek in relatie met de omgeving. • Indien archeologische resten in situ bewaard blijven, dienen foto’s van eventuele beschermende maatregelen genomen te worden en in de rapportage opgenomen te worden. • Indien een catalogus van vondstmateriaal opgesteld wordt dient deze te voldoen aan de geldende eisen voor de betreffende materiaalcategorie. In geval van keramiek en glas uit de Middeleeuwen en Nieuwe tijd is dat bijvoorbeeld het Deventer-systeem. o Een catalogus dient ook bij de betreffende organisatie aangemeld te worden om opgenomen en ontsloten te worden in officiële databases zoals die door SPA beheerd wordt t.b.v. het Deventer-systeem of RING voor dendrodateringen.

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

30

8. (De)selectie en conservering Indien al tijdens het veldwerk vondsten en/of structuren worden gedaan waarvan de omvang, aard of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Indien hier vondstmateriaal is aangetroffen dat niet onder het PvE kan vallen (vanwege aard, kwetsbaarheid, hoeveelheid etc.), dient in overleg met de depothouder getreden te worden. Samen met hen zal bepaald worden wat de te volgen strategie wordt (zie ook H10 en H11). Selectie materiaal voor uitwerking Het verzamelde materiaal ondergaat een primaire vondstverwerking (wassen, uitsplitsen, tellen en wegen per vondstcategorie per vondstnummer). Voor de (de)selectie en conservering van het materiaal gevonden tijdens het onderzoek gelden de onderstaande bepalingen waarbij de data wordt vastgelegd in een (de-)selectieadvies dat is opgenomen in het (evaluatierapport en/of) eindrapport. Uitgangspunten voor (de)selectie (zowel in het veld als in de evaluatie- of uitwerkingsfase) bestaan bijvoorbeeld uit vondsten uit gesloten contexten, de relatieve zeldzaamheid van artefacten, de conserveringsgraad van het materiaal, de representativiteit van de vondst voor het complex(type)/de vindplaats en/of de relevantie van het materiaal voor het behalen van de doelstelling van het onderzoek en het beantwoorden van de onderzoeksvragen.

Indien het noodzakelijk is om vondsten te conserveren dan wel te deselecteren wordt altijd een selectierapport opgesteld. Selectie materiaal voor deponering, verwijdering en conservering Deselectie van het uit het veld meegenomen materiaal en/of een voorstel tot conserveren wordt in het evaluatie- en selectierapport verantwoord met een deselectie-advies en/of conserveringsadvies. Dit advies wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de eigenaar van de vondsten (de depothouder; zie paragraaf 9.1), zodat deze een gefundeerde beslissing kan nemen. Anorganische artefacten worden verzameld, gedocumenteerd en geborgen volgens Protocol 4001 – PS06: Richtlijnen voor (de)selectie vondsten en monsters. Organische artefacten worden verzameld, gedocumenteerd en geborgen volgens Protocol 4001 – PS06: Richtlijnen voor (de)selectie vondsten en monsters. Voor deselectie wordt per vondst - waarvan geadviseerd wordt het te mogen deselecteren - minimaal inzicht gegeven in: vondstnummer; soort context waar het object gevonden is (spoor); datering; conserveringstoestand; aard van het object (determinatie); bijzonderheden (inscripties, bewerkingssporen, etc.) en reden/motivering voor deselectie. Binnen de Noordwest Europese archeologie komen metaalvondsten van ijzer zeer vaak als ‘ondetermineerbaar' aan het daglicht.

Bij sterk verroeste vondsten, waarbij de oorspronkelijke vorm niet te herleiden is, is het noodzakelijk dat deze eerst worden geröntgend en door een materiaalspecialist worden bekeken, voorafgaand aan het op te stellen deselectie-advies (zie ook KNA 4.2, protocol 4001 PvE PS06, Tabel 2). De vondsten en monsters worden overgedragen aan het desbetreffende depot (zie hoofdstuk 9). Uiteindelijk zal de depothouder op basis van het voorstel van de archeologisch uitvoerder bepalen welk materiaal uiteindelijk kan worden gedeselecteerd – binnen redelijke grenzen en indien nodig in overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid.

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

31

9. Deponering Eisen betreffende depot Het vondstmateriaal en de opgravingsdocumentatie worden binnen twee jaar na afronding van het veldwerk, conform protocol depotbeheer (KNA 4.2, protocol 4010) en eventuele aanvullende eisen (zie bijlage 9), aan het hieronder genoemde depot aangeleverd. Voor de overdracht van de vondsten wordt tijdig een afspraak gemaakt met de depotbeheerder. Adres Provinciaal Depot Bodemvondsten Provincie Utrecht Vlampijpstraat 87a 3534 AR Utrecht Contactpersoon Mevr. M (Mirella) de Jong Tel: 06-18300621 E-mail: depotutrecht@provincie-utrecht.nl Voor het aanleveren van vondsten, monsters en documentatie aan het archeologisch depot gelden in de richtlijnen, voorwaarden en procedures zoals beschreven in de KNA 4.2 en de specificaties in de Pakbon (OS17, zie DS05 van KNA protocol 4010). In aanvulling hierop zijn de volgende vereisten voor de documentatie van toepassing: •

• •

•

In principe dient de gehele administratie aangeleverd te worden. Indien tabellen, foto’s, data en dergelijke niet specifiek genoemd worden in de aanleveringseisen van het depot of de specificaties van de Pakbon (OS17, zie DS05 van KNA protocol 4010), maar wel noodzakelijk dan wel belangrijk zijn voor ontsluiting van de gegevens en eventuele latere wetenschappelijke (her)analyse dienen deze ook aangeleverd te worden bij het depot. o Indien voor de veldadministratie of bij de uitwerking gebruik is gemaakt van propriëtaire software dient naast een kopie van de originele data ook een kopie/export naar een algemeen toegankelijk digitaal format aangeleverd te worden. o Specialisten bijdragen, inclusief ondersteunende documentatie zoals foto’s worden ook hiertoe gerekend. De documentatie inclusief het eindrapport gaat ook in kopie naar het e–depot. Indien gebruik gemaakt is van digitale tekenmethode zoals RTS of GPS dient de originele uitleesbestanden als ASCII tabel (met punt-informatie), een CAD tekening (bijvoorbeeld in DXF) of een GIS bestand (bijvoorbeeld in SHP) met puntlocaties in bijbehorende tabel aangeleverd te worden. Dit wil zeggen de (teken)data voordat deze bewerkt worden naar een ASK of APK (zie hieronder). Een Alle Sporen Kaart (ASK) en Alle Putten Kaart (APK) dienen aangeleverd te worden.

Indien met meerdere vlakken gewerkt is met overlappende sporen dient dit per vlak aangeleverd te worden. Te leveren product

Het rapport wordt uitgegeven door de opdrachtnemer. Evaluatierapport: Het evaluatierapport wordt na het einde van het veldwerk aangeleverd aan de opdrachtgever, ter goedkeuring voorgelegd aan het depot, en getoetst door de bevoegde overheid. Op basis van dit evaluatierapport (conform Protocol 4004 – Opgraven, OS12 Evaluatierapport) worden keuzes gemaakt t.a.v. de rapportage en de uit te werken sporen, vondsten en monsters. Een aanvullende kostenraming

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

32

kan onderdeel uitmaken van het evaluatierapport. Na goedkeuring van het evaluatierapport wordt aangevangen met het opstellen van het conceptrapport. Concept- en definitief rapport: De conceptrapportage wordt, na goedkeuring van het evaluatierapport, ter beoordeling voorgelegd aan de bevoegde overheid. De bevoegde overheid toetst het rapport, waarna een hernieuwde versie wordt vervaardigd. Deze versie wordt door de bevoegde overheid gecontroleerd op verwerking van het commentaar uit de beoordeling. Wanneer het commentaar naar behoren is verwerkt wordt het rapport definitief gemaakt. Indien commentaar niet verwerkt is zonder onderbouwing, wordt het rapport opnieuw aangepast. Het rapport wordt uiterlijk binnen de wettelijke termijnen opgeleverd. Eindproduct: • Bij een proefsleuvenonderzoek is het eindproduct een rapport (cf. KNA 4.2 Protocol 4003 – Inventariserend veldonderzoek, VS05 – Opstellen standaardrapport IVO-P), mogelijk tevens een evaluatierapport (cf. KNA 4.2 Protocol 4004 – Opgraven, specificatie OS12). o Als er een doorstart naar een opgraving (Protocol 4004) plaatsvindt, is het eindrapport ook een rapport van een opgraving (al dan niet gecombineerd in één rapport). Het rapport wordt pas na goedkeuring van het bevoegd gezag definitief gemaakt en gedeponeerd.

Indien voor de Archis-afmelding een concept rapport geüpload is, moet dit vervangen worden door de definitieve door het bevoegd gezag goedgekeurde versie. • Digitale rapporten worden geleverd aan de RCE (via Archis), het depot (zie paragraaf 9.1), het edepot (DANS-EASY), en (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid. • De digitale documentatie wordt binnen 2 jaar na afronding van het veldwerk overgedragen aan Archis en het e-depot (DANS-EASY). • Bij het eindproduct hoort een bewijs (af te geven door de ontvangende instantie) van overdracht van vondsten en documentatie. Deze wordt tijdig verkregen van het desbetreffende depot (voor het contactadres, zie paragraaf 9.1).

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

33

10. Randvoorwaarden en aanvullende eisen Personele randvoorwaarden Een door het Ministerie van OC&W erkend archeologisch bedrijf, dat beschikt over een vergunning tot het doen van opgravingen, voert het veldwerk uit. Het onderzoek vindt plaats onder leiding van een senior KNA Archeoloog met ervaring in de regio en de betreffende archeologische periodes. Het veldteam bestaat uit minimaal een KNA Archeoloog MA met ervaring in de regio, die altijd in het veld aanwezig is. Bovendien heeft deze relevante ervaring met het type verwachtte en aangetroffen archeologie. Het veldteam wordt gecompleteerd door ten minste een veldmedewerker of veldtechnicus. Indien bij uitwerking voor een materiaalcategorie geen relevante materiaal-specialist wordt ingezet dient de archeoloog die het materiaal uitwerkt ruime ervaring te hebben met het betreffende vondstmateriaal. Indien noodzakelijk geacht dient het werk gecontroleerd te worden door een relevante senior KNA specialist (dit conform KNA 4.2 protocol 4006). De archeologische begeleiding betreft een begeleiding van saneringswerkzaamheden (naast sloopbegeleiding en begeleiding van verwijderen van olietanks). Vanwege de aanwezigheid van sterk verontreinigde grond (zwarte metalen en PAK) vormt dit een beperking voor het archeologisch onderzoek.

Voor de saneringsbegeleiding dient er voor beschermende werkkleding en een deco-unit worden gezorgd, waarmee de veldmedewerkers op veilige en gezonde wijze de saneringswerkzaamheden kunnen begeleiden. Het aanleveren van geschikte kleding en andere beschermingsmiddelen is de verantwoordelijkheid van de opdrachtgever. Zonder dergelijke kleding en middelen kan de archeologische begeleiding niet plaatsvinden. Mochten er aanvullende eisen vanuit de uitvoerder van de saneringswerkzaamheden zijn voor medewerkers in het plangebied (bijvoorbeeld type medische keuring), dan dienen deze eisen in ieder geval een week vóór aanvang van de werkzaamheden kenbaar gemaakt te worden bij de archeologisch uitvoerder. Sterke verontreiniging met zware metalen en PAK heeft naar verwachting geen directe invloed op het verzamelen van vondsten. Wel dienen de vondsten apart – in een andere wasbak dan andere vondsten – gewassen te worden. Mochten hier nog kosten aan verbonden zijn, dan zijn deze kosten voor de opdrachtgever. Overlegmomenten • •

•

•

Minimaal één werkweek van tevoren dient een startmelding van het onderzoek bij het bevoegd gezag en/of diens adviseur te worden gedaan. Extra overlegmoment c.q. selectiemoment: Afhankelijk van de situatie kan dit in het veld ter plaatse zijn of telefonisch. Het besluit wordt per email door de betrokken partijen bevestigd en bij doorstart als addendum/Nota van Wijzigingen toegevoegd bij het PvE. Omdat de ingrepen m.b.t. de nieuwbouw in vergelijking met de saneringswerkzaamheden relatief beperkt in omvang lijken te zijn, is het raadzaam om na de saneringsfase een selectiemoment te houden. De archeologisch aannemer neemt - in geval er sprake is van significante afwijkingen van de bevindingen in het veld ten opzichte van de uitgangspunten in dit PvE - contact op met (de archeologisch adviseur van) de bevoegde overheid en het archeologisch depot (alleen indien die wijzigingen ook invloed hebben op de aard/hoeveelheid etc. van het vondstmateriaal). De bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten) nemen een gemotiveerd besluit over de te nemen vervolgstappen over de te nemen maatregelen. De opdrachtgever houdt de uitvoerder schriftelijk op de hoogte van de beslissing van de bevoegde overheid.

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

34

• •

•

•

Communicatie naar buiten over de archeologische resten vindt alleen plaats na overleg met de opdrachtgever en de bevoegde overheid. Bij het aantreffen van complexe archeologische sporen en/of complexe structuren (c.q. een fasering in bewoning) wordt met de archeologisch adviseur van de bevoegde overheid overlegd over de te volgen onderzoeksstrategie. Indien al tijdens het veldwerk vondsten en/of structuren worden gedaan waarvan de omvang, aard of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Indien hier vondstmateriaal is aangetroffen dat niet onder het PvE kan vallen (vanwege aard, kwetsbaarheid, hoeveelheid etc.), dient in overleg met de depothouder getreden te worden. Samen met hen zal bepaald worden wat de te volgen strategie wordt. In het verleden zijn in het plangebied sterke verontreinigingen met asbest geconstateerd. Het asbesthoudend materiaal is verwijderd en afgevoerd. Indien er toch nog asbesthoudend materiaal tijdens het archeologisch onderzoek wordt aangetroffen, kan het onderzoek niet op veilige en gezonde wijze worden uitgevoerd en wordt het onderzoek stilgelegd. Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie

De kwaliteitsbewaking is in handen van Senior KNA Archeoloog die door de archeologisch aannemer aan het project wordt toegewezen. Deze houdt toezicht op de werkzaamheden zodat deze voldoen aan het PvE. Ook signaleert de Senior KNA archeoloog overlegmomenten en is deze verantwoordelijk voor de evaluatie van het onderzoek. Indien de archeologische situatie in het onderzoeksgebied significant afwijkt van de verwachting in onderhavig PvE wordt dit schriftelijk gemeld aan de bevoegde overheid. Voor de beslismomenten m.b.t. meer- en/of minderwerk kan de archeologisch aannemer verwijzen naar de offerte van desbetreffend project. Voor overleg en evaluatie zie hoofdstukken 8 en 11. Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen Het onderzoek dient verricht te worden door een uitvoerder die in het bezit is van een geldig certificaat ‘BRL SIKB 4000 Archeologie protocol 4003 IVO, proefsleuven’ en ‘BRL SIKB 4000 Archeologie protocol 4004 Opgraven’. Dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Onverlet wat er in het PvE staat gaat wettelijke regelgeving met betrekking tot bijvoorbeeld arbeid, veiligheid, gezondheid en milieu boven de bepalingen in dit PvE. Deze zaken moeten ruim voorafgaand aan het onderzoek, onderling tussen de archeologische uitvoerder en de opdrachtgever worden geregeld (bijv. in een Plan van Aanpak).

De deelname van amateurarcheologen en vrijwilligers is afhankelijk van toestemming van de grondeigenaar, de civieltechnische en/of bouwkundige en/of milieukundig aannemer en de archeologisch uitvoerder. Het is zeer waarschijnlijk dat vanuit veiligheidsoverwegingen de deelname niet mogelijk is of dat van daaruit extra eisen kunnen worden gesteld met betrekking tot deelname.

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

35

11. Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE Wijzigingen tijdens het veldwerk Mocht er sprake zijn van belangrijke wijzigingen ten opzichte van dit PvE, of omstandigheden zijn waardoor er een andere strategie of werkwijze noodzakelijk of wenselijk is, dan dient de archeologisch aannemer dit terstond te melden bij de opdrachtgever en de bevoegde overheid. De bevoegde overheid zal dan een besluit nemen over de te volgen vervolgstappen. De archeologisch aannemer is verantwoordelijk om de opdrachtgever schriftelijk op de hoogte te stellen van de genomen beslissing van de bevoegde overheid. Indien al tijdens het veldwerk vondsten en/of structuren worden gedaan waarvan de omvang, aard of complexiteit niet voorzien was, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever en het bevoegd gezag. Indien hier vondstmateriaal is aangetroffen dat niet onder het PvE kan vallen (vanwege aard, kwetsbaarheid, hoeveelheid etc.), dient in overleg met de depothouder getreden te worden. Samen met hen zal bepaald worden wat de te volgen strategie wordt.

Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan alle betrokken partijen: • (Kwalitatieve) Afwijkingen van de archeologische verwachting (of het complextype); • Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode; • Wijzigingen fysieke en/of technische omstandigheden; • Vastleggen overleg- en evaluatiemomenten; • Onvoorziene omstandigheden (bijvoorbeeld m.b.t. omvang vindplaats, complextype, aantallen vlakken et cetera). • Significante (kwantitatieve) afwijkingen van verwachte vondsten en monsters (hoeveelheid, soorten materialen, soorten voorwerpen, type conservering). • Wijzigingen die (de)selectie en/of conservering van vondsten en monsters beïnvloeden. Mogelijke overige wijzigingen: • N.v.t. Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Zie hoofdstuk 8.1 en hoofdstuk 11.4 van dit PvE. Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Beslissingen over belangrijke selecties, wijzigingen van en aanvullingen op dit PvE zullen worden genomen door de bevoegde overheid en de depothouder (/eigenaar van de vondsten). Dit zal gebeuren op aanbeveling van de projectleider en na kennisname van het standpunt van de opdrachtgever.

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

36

Geraadpleegde bronnen Archeologische kaarten en databestanden • • • • • • • •

Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.bagviewer.kadaster.nl www.derondevenen.nl www.molendatabase.nl/molens/ten-bruggencate-nr-07527 www.ruimtelijkeplannen.nl

Referenties • • • •

•

• • • • • •

SIKB, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.2 (KNA 4.2). Carmiggelt, A./P.J.W.M. Schulten, 2002: Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1, Zoetermeer (College voor de Archeologische Kwaliteit). Grondvitaal b.v. 2011. Verkennend bodemonderzoek aan de Mijdrechtse Zuwe/Amstelkade te Amstelhoek. Putten. Heeringen, R.M. van, R. Schrijvers, C.A. Visser & W.J. Weerheijm, 2017: Herziening van de archeologische beleidskaart van de gemeente De Ronde Venen 2016, (Vestigia-rapport V1385), Amersfoort. Kloosterman, P., S. Molenaar & M. Rietkerk 2011. Boeren op kreken en veen. Een archeologische vindplaatsen- en verwachtingskaart en een cultuurhistorische kenmerkenkaart voor de gemeente De Ronde Venen (RAAP-rapport 1633). Weesp. Kooistra, L.I./O., Brinkkemper, 2016: KNA Leidraad Archeobotanie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Lauwerier, R.C.G.M., 2011: KNA Leidraad Archeozoölogie, versie definitief 1.01, Gouda (CCvD). Vries, P. de 2023. Ruimtelijke onderbouwing. Amstelkade/Mijdrechtse Zuwe te Amstelhoek Zee, R.M. van der 2015. Amstelkade 3 en Mijdrechtse Zuwe 66, Amstelhoek (gemeente De Ronde Venen). Een Bureauonderzoek (ADC Rapport 3951). Amersfoort. Zijverden, W.K. van 2007. Bureauonderzoek naar de archeologische waarde van het plangebied Amstelkade-Waverdijk, gemeente De Ronde Venen (SCENH-rapport cultuurhistorie 74). Wormer.

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe / 20240510 / DL2.0 / Datum: 06-09-2024

37

Bijlage 1.

Luchtfoto

38

Bijlage 2.

Toekomstige situatie

Bron: situatieschets van Monk Architecten, d.d. 24 december 2019, naar: De Vries 2023: figuur op pagina 7.

39

Bijlage 3.

Gemeentelijk beleid

40

41

Bijlage 4.

Puttenplan

42

Bijlage 5.

Boorpuntenplan

43

Bijlage 6.

Waterkering en boorpunten

44

Bijlage 7.

Lijst met te verwachten aantallen6

Onderzoek

Verwachting

AB Amstelhoek, Mijdrechtse Zuwe

Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd

Omvang

Verwachte aantal m²

Plangebied: ca. 2200 m2

Ca. 2200 m2

Vondstcategorie

Verwachte aantallen (N)

Aardewerk

-

Bouwmateriaal

-

Metaal (ferro)

-

Metaal (non-ferro)

-

Slakmateriaal

-

Vuursteen

-

Overig natuursteen

-

Glas

-

Menselijk botmateriaal onverbrand

-

Menselijk botmateriaal verbrand

-

Dierlijk botmateriaal onverbrand

-

Dierlijk botmateriaal verbrand

-

Visresten (handverzameld)

-

Schelpen

-

Hout

-

Houtskool(monsters)

-

Textiel

-

Leer

-

Submoderne materialen

-

Monstername Algemeen biologisch monster (ABM)

-

Algemeen zeefmonster (AZM)

-

Pollen, diatomeeën en andere microfossielen

-

Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek

-

Monsters voor micromorfologisch onderzoek

-

Monsters voor luminescentiedatering (OSL)

-

Monsters voor koolstofdatering (C14)

-

DNA

-

Dendrochronologisch monster

-

6

Aantallen zijn niet ingevuld, omdat er geen booronderzoek heeft plaatsgevonden noch hebben er in de directe omgeving vergelijkbare gravende onderzoeken plaatsgevonden.

45

Bijlage 8.

Te raadplegen specialisten/specialismen

Vondstcategorie

In PvE voorschrijven “Raadplegen bij PvA”

PvE voorschrijven “Raadplegen bij veldwerk”7

PvE voorschrijven “Raadplegen bij uitwerking”8

Nee

Nee

Bouwmateriaal

Nee Nee

Nee

Nee

Metaal (ferro)

Nee

Nee

Nee

Metaal (non-ferro)

Nee

Nee

Nee

Slakmateriaal

Nee

Nee

Nee

Vuursteen

Nee

Nee

Nee

Overig natuursteen

Nee

Nee

Nee

Glas

Nee

Nee

Nee

Menselijk botmateriaal onverbrand

Nee

Ja

Ja

Menselijk botmateriaal verbrand

Nee

Ja

Ja

Dierlijk botmateriaal onverbrand

Nee

Nee

Nee

Dierlijk botmateriaal verbrand

Nee

Nee

Nee

Visresten

Nee

Nee

Nee

Schelpen

Nee

Nee

Nee

Hout

Nee

Nee

Nee

Houtskool(monsters)

Nee

Nee

Nee

Textiel

Nee

Nee (en bloc lichten)

Nee

Leer

Nee

Nee

Nee

Submoderne materialen Monstername

Nee

Nee

Nee

Algemeen biologisch monster (ABM)

Nee

Nee

Nee

Algemeen zeefmonster (AZM) Pollen, diatomeeën en andere microfossielen Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek Monsters voor micromorfologisch onderzoek Monsters voor luminescentiedatering (OSL) Monsters voor koolstofdatering (14C)

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

Nee

DNA

Nee

Nee

Ja

Dendrochronologisch monster

Nee

Nee

Nee

Aardewerk

7

Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.

8

Afhankelijk van het veldresultaat kan de inzet van specialisten noodzakelijk zijn.

46

Bijlage 9.

Deponeren, richtlijnen

47

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15983798/1