CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Was-wordt lijst 1e wijzigingsverordening VFL

Gemeenteraad 20 februari 2025, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling 1e Wijzigingsverordening Fysieke Leefomgeving (VFL) De Ronde Venen (Akkoordstuk)15.175 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Was-wordt-tabel Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen + Waarom Inhoudelijke wijzigingen Algemeen/leeswijzer: In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets is veranderd, cursief gezet. In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.

Artikel 1.2.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 1.2.1 Begripsbepalingen - afnemer: degene die met de AVU een overeenkomst heeft over de afname van oud papier; - APV: Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen; - AVU: Afval Verwijdering Utrecht (gemeenschappelijke regeling); - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - beeldbepalend pand: een pand dat binnen een in De Ronde Venen vigerend bestemmingsplan of beheersverordening is aangeduid of bestemd als karakteristiek pand, MIP pand of pand van cultuurhistorische of monumentale waarde en als zodanig is ingeschreven in het

Nieuwe tekst Artikel 1.2.1 Definities - Activiteitenbesluit milieubeheer: Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals dat besluit luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet; - afnemer: degene, die met de AVU een overeenkomst heeft over de afname van oud papier; - APV: Algemene Plaatselijke Verordening De Ronde Venen; - AVU: Afval Verwijdering Utrecht (gemeenschappelijke regeling); - Awb: Algemene wet bestuursrecht; - bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994; - beeldbepalend pand: een pand dat in regels in het tijdelijke deel van het

Doelstelling van de 1e wijzigingsverordening van de VFL is het “omgevingswetproof” maken van de VFL. Het overgrote deel van de wijzigingen bestaat dan ook uit administratieve juridisch technische aanpassingen van de VFL in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Voor deze wijzigingen is gebruik gemaakt van de modelverordeningen van de VNG: de model APV, de model Erfgoedverordening en de model afvalstoffenverordening). Als in onderstaande tabel “zie leeswijzer” staat, wordt hiermee een administratieve wijziging bedoeld die voortvloeit uit het “omgevingswetproof” maken van de VFL. Wijzigingen anders dan het “omgevingswetproof maken, zijn apart in onderstaande tabel toegelicht.

Waarom Zie leeswijzer

-

-

-

-

-

gemeentelijk erfgoedregister; bomenlijst: de door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst met waardevolle bomen; boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm of een stamomtrek van minimaal 70 cm op 1,3 meter hoogte vanaf het maaiveld gemeten. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede of stamomtrek van de dikste stam; bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren; bromfiets: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Ronde Venen; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; dorpsgezichten: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden; dunning: velling ter bevordering van de groei en instandhouding van de houtopstand, gelijk aan een vorm van bosbeheer, waarbij periodiek 25 % tot maximaal 60%

van het areaal wordt geveld en waarbij de kronen zich na drie jaar weer sluiten; gebouw: wat daaronder wordt verstaan bij of krachtens de Wet algemene bepalingen

-

-

-

omgevingsplan De Ronde Venen is aangeduid of bestemd als karakteristiek pand, MIP pand of pand van cultuurhistorische of monumentale waarde en als zodanig is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; beperkingengebiedactiviteit: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, bij de Omgevingswet; bomenlijst: de door burgemeester en wethouders vastgestelde lijst met waardevolle bomen; boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 20 cm of een stamomtrek van minimaal 70 cm op 1,3 meter hoogte vanaf het maaiveld gemeten. In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede of stamomtrek van de dikste stam; bouwwerk: hetgeen daaronder wordt verstaan in de bijlage, onder A, van de Omgevingswet; bromfiets: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1, eerste lid, onder e, van de Wegenverkeerswet 1994; burgemeester en wethouders: het college van burgemeester en wethouders van gemeente De Ronde Venen; collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; cultureel erfgoed: wat daaronder wordt verstaan in de bijlage bij artikel 1.1 van de Omgevingswet (monumenten, archeologische monumenten, stads- en dorpsgezichten, cultuurlandschappen en, voor zover dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan, ander cultureel

erfgoed als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet); dunning: velling ter bevordering van de groei en instandhouding van de

-

-

-

-

-

-

Omgevingsrecht (Wabo); gemeentelijk monument: monument of archeologisch monument dat is ingeschreven in het gemeentelijk erfgoedregister; gevoelige gebouwen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; gevoelige terreinen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die periodiek (minimaal één keer in de 10 jaar) worden geveld, ter verkrijging van nieuwe twijgen en dunne stammen; handelsreclame of reclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee duidelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; houder van een milieu-inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een milieu-inrichting drijft; houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; vellen: rooien, met inbegrip van verplanten, en ook het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; inzamelaar

oud papier: in De Ronde Venen gevestigde scholen en verenigingen, kerkgenootschappen, instellingen en organisaties, die in het algemeen of plaatselijk belang werkzaam

-

-

-

-

houtopstand, gelijk aan een vorm van bosbeheer, waarbij periodiek 25 % tot maximaal 60% van het areaal wordt geveld en waarbij de kronen zich na drie jaar weer sluiten; gebouw: wat daaronder wordt verstaan bij of krachtens de Omgevingswet; gevoelige gebouwen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; gevoelige terreinen: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1.1. van het Activiteitenbesluit milieubeheer; hakhout: een of meer bomen of boomvormers, die periodiek (minimaal één keer in de 10 jaar) worden geveld, ter verkrijging van nieuwe twijgen en dunne stammen; handelsreclame of reclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee duidelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen; houder van de inrichting: degene die als eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting drijft; houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; inrichting: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1.1 van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, met dien verstande dat de artikelen 4:2 tot en met 4:5 uitsluitend van toepassing zijn op inrichtingen type A of type B als bedoeld in het Activiteitenbesluit milieubeheer; inzamelaar oud

papier: in De Ronde Venen gevestigde scholen en verenigingen, kerkgenootschappen, instellingen en organisaties, die in het algemeen of plaatselijk belang werkzaam

-

-

-

-

zijn, met een sociale of culturele doelstelling en zonder winstoogmerk en steunend op de inzet van vrijwilligers, of een daarmee door de gemeente gelijk te stellen organisatie, die oud papier inzamelt of wenst in te zamelen; kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; motorvoertuig: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; openbaar water: wateren die - met of zonder beperking - voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare ruimte en openbare plaats: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties, oftewel: een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek.

Openbaarheid al dan niet met beperkingen; oud papier: papier of karton, dat afkomstig is uit particuliere huishoudens; parkeren: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Voor fietsen, bromfietsen en motoren geldt hier "onmiddellijk op- of afstappen");

-

-

-

-

zijn, met een sociale of culturele doelstelling en zonder winstoogmerk en steunend op de inzet van vrijwilligers, of een daarmee door de gemeente gelijk te stellen organisatie, die oud papier inzamelt of wenst in te zamelen; kampeermiddel: een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen bij of krachtens de Omgevingswet is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; motorvoertuig: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990; NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm; onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is versterkt; openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn; openbare ruimte en openbare plaats: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Wet openbare manifestaties, oftewel: een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek.

Openbaarheid al dan niet met beperkingen; oud papier: papier of karton, dat afkomstig is uit particuliere huishoudens; parkeren: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (het laten stilstaan van een voertuig anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het onmiddellijk laden of lossen van goederen. Voor fietsen, bromfietsen en motoren geldt hier "onmiddellijk op- of afstappen"); publieke houtopstand: houtopstand staande op grond van overheden, bijvoorbeeld gemeente, provincie,

-

-

-

-

publieke houtopstand: houtopstand staande op grond van overheden, bijvoorbeeld gemeente, provincie, waterschap of Rijkswaterstaat met uitzondering van een houtopstand met poot- of gedoogrecht; rechthebbende: iedereen die over een roerende of onroerende zaak beschikking, beheer of anderszins zeggenschap heeft, krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; voertuig: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens), met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan (alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten).

-

-

-

-

waterschap of Rijkswaterstaat met uitzondering van een houtopstand met poot- of gedoogrecht; rechthebbende: iedereen die over een roerende of onroerende zaak beschikking, beheer of anderszins zeggenschap heeft, krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht; vellen: rooien, met inbegrip van verplanten, en ook het verrichten van handelingen die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben; voertuig: wat daaronder wordt verstaan in artikel 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (fietsen, bromfietsen, gehandicaptenvoertuigen, motorvoertuigen, trams en wagens), met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens, kinderwagens en rolstoelen; weg: wat in artikel 1, eerste lid, onder b van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder wordt verstaan (alle voor het openbaar verkeer openstaande wegen of paden met inbegrip van de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen behorende paden en bermen of zijkanten).

Artikel 2.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.1 Verhouding tot de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht De artikelen 2.2 tot en met 2.5 en 2.8 zijn niet van toepassing voor zover in het onderwerp wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevings-recht (Wabo), op een wijze die uitputtend is, of afwijkend van de Verordening Fysieke Leefomgeving.

Nieuwe tekst Artikel 2.1 Verhouding tot de Omgevingswet De artikelen 2.2 t/m 2.5 en artikel 2.8 zijn niet van toepassing voor zover in het onderwerp wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet. In het tijdelijke deel van het Omgevingsplan De Ronde Venen zijn (ook) aanvraagvereisten opgenomen.

Waarom

Artikel 2.4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.4 Procedures 1. Op procedures ingevolge de Verordening

Nieuwe tekst Artikel 2.4 Procedures Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet

Waarom

Zie leeswijzer

Lid 1 De huidige redactie is verwarrend en

Fysieke Leefomgeving, is de gewone procedure van hoofdstuk 4 Algemene wet bestuursrecht van toepassing, en niet de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (de zienswijzenprocedure van afdeling 3.4 Algemene wet bestuursrecht). Dit tenzij door een andere wet, of bij besluit van burgemeester en wethouders anders wordt bepaald. 2. Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (vergunning van rechtswege) is niet van toepassing op procedures van de Verordening Fysieke Leefomgeving. Op de ontheffingen van de artikelen 3.1.2, 4.3.2, 5.1.4 , 5.1.5 en 5.1.6 van de Verordening Fysieke Leefomgeving is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht wel van toepassing. Artikel 3.1.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.1.1 Voorwerpen op of aan de weg 5. De ontheffing wordt verleend als een omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (vergunning voor opslaan of laten opslaan, artikel 4.4.1). 7. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de Provinciale Wegenverordening.

Artikel 3.1.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.1.2 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 2. De vergunning wordt door burgemeester en wethouders verleend als

bestuursrecht (Positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op procedures van de Verordening Fysieke Leefomgeving De Ronde Venen, tenzij in het desbetreffende artikel dit wel is bepaald.

overbodig. Dit lid is geschrapt. Lid 2 Bepaling is nu zo geformuleerd dat als de uitgebreide openbare vergunningsprocedure van toepassing is, dit in het desbetreffende artikel is opgenomen. Dit sluit aan bij de redactie van de Algemene wet bestuursrecht.

Nieuwe tekst Artikel 3.1.1 Voorwerpen op of aan de weg 5. De ontheffing wordt verleend als een omgevingsvergunning door burgemeester en wethouders als het in het eerste lid bedoelde gebruik een activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet. 7. Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994 en de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 3.1.2 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg 2. De vergunning wordt door burgemeester en wethouders verleend als

Waarom

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

omgevingsvergunning, als de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 5. Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening en de Leidingenverordening. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

Artikel 3.1.3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.1.3 Maken of veranderen van een uitweg 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Provinciale Wegenverordening. Artikel 3.1.4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.1.4 Openen straatkolken en dergelijke Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te maken of af te dekken.

omgevingsvergunning, als de activiteiten zijn verboden bij regels in het tijdelijke deel van het omgevingsplan De Ronde Venen, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. 5. Het verbod is ook niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Telecommunicatiewet, de Omgevingsverordening provincie Utrecht, de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht, de Telecommunicatiewet en de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) De Ronde Venen 2024. 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing, tenzij er sprake is van een omgevingsvergunning zoals bedoeld in het tweede lid.

Nieuwe tekst Artikel 3.1.3 Maken of veranderen van een uitweg 4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening provincie Utrecht en de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht.

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

Nieuwe tekst Artikel 3.1.4 Bijen

Waarom

1. Het is verboden bijen te houden: a. binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere gebouwen waarin overdag mensen verblijven; b. binnen een afstand van 30 meter van de weg. 2. Het verbod, bedoeld in het eerste lid,

De bepaling voor straatkolken is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Op grond van het oogmerk van de bepaling (voorkomen gevaarzetting) en de aard van de handeling (als gedraging) is er een voorkeur voor het

Artikel 3.1.5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.1.5 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 1. De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten behoeve van het verkeer of

aanhef en onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. 3. Het verbod, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een weg waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening provincie Utrecht of de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht. 4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod. 5. Op de aanvraag om een ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.

opnemen van de bepaling in de APV.

Nieuwe tekst Artikel 3.1.5 Loslopend vee

Waarom

De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van de weg is afgescheiden door

Artikel Verlichting is verplaatst naar de APV in overeenstemming met de handreiking van de VNG ‘VNG: Deze bepaling is geen ‘mogen’-

Artikel “Bijen” komt juist uit de APV. Samen besloten het id VFL op te nemen. VNG adviseert opname in Omgevingsplan: ‘VNG: Opnemen in het omgevingsplan. Het oogmerk van deze bepaling is in de eerste plaats het beschermen van de verkeersveiligheid en de bewoonbaarheid. Het houden van bijen is onverenigbaar met de verkeersfunctie van de weg en de verblijfsfunctie van woningen of andere gebouwen. Een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet is het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en de verkeersveiligheid en de bescherming van de bewoonbaarheid is daar een onderdeel van. In het verlengde daarvan speelt dit een rol bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties in het omgevingsplan zoals bedoeld in artikel 2.4 en 4.2 van de Omgevingswet. Daarnaast is het oogmerk van de bepaling het voorkomen van overlast. Dit ziet met name op de hinder en overlast die omwonenden van de bijen ondervinden en sluit dus aan op de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. Dit voor zover die zien op de duurzame ontwikkeling, de bewoonbaarheid van het land en de bescherming en verbetering van het leefmilieu, gericht op het in onderlinge samenhang doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften. Het oogmerk van de bepaling sluit dus aan bij het omgevingsplan.’

bepaling waarbij gemeenten een keuze

de openbare verlichting worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. 2. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de Belemmeringenwet Privaatrecht.

een deugdelijke veekering, is verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit vee die weg niet kan bereiken.

kunnen maken tussen het opnemen in het omgevingsplan of de APV. De Omgevingswet voorziet voor een groot deel al in de gedoogplichten die in deze bepaling opgenomen zijn en er is geen ruimte om in het omgevingsplan aanvullende gedoogplichten op te nemen. Voor het aanvullen van de gedoogplicht in de APV geldt dat dit wellicht in strijd zou kunnen zijn met artikel 121 van de Gemeentewet, maar dat er toch aanleiding wordt gezien om te adviseren een aanvullende gedoogplicht in de APV op te nemen. Dit omdat er duidelijk sprake is van een lacune in de Omgevingswet.’

Artikel Loslopend vee is uit de APV naar de VFL verplaatst in overeenstemming met handreiking van de VNG: ‘VNG: Opnemen in het omgevingsplan. Het oogmerk van de bepaling, de samenhang met de bepalingen uit de bruidsschat en de aard van de handeling sluiten aan bij het doel en stelsel van de Omgevingswet. Verder is hier ook de meeste samenhang mee. Het advies is dus de bepaling op te nemen in het omgevingsplan’

Artikel 3.1.7 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 3.1.7 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 1. Het is verboden op door burgemeester en wethouders ter voorkoming of beëindiging van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren: a. aanwezig te hebben; b. aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door burgemeester en wethouders in het aanwijzingsbesluit

Waarom

Artikel verplaatst van APV naar VFL in overeenstemming met de handreiking van de VNG. ‘VNG: Onderscheid maken tussen houden en voeren van dieren, bepaling ten aanzien van voeren in de APV laten staan, bepaling ten aanzien van houden van dieren opnemen in het omgevingsplan.’

gestelde regels; c. aanwezig te hebben in een groter aantal dan in het aanwijzingsbesluit is aangegeven. 2. Burgemeester en wethouders kunnen de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen plaats ontheffing verlenen van een of meer verboden als bedoeld in het eerste lid. Artikel 4.1.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.1.1 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.

2.De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid, van het Activiteitenbesluit milieubeheer gelden niet voor door burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 6. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting in de buitenruimte, bedraagt niet meer dan 75 dB(A) voor mechanische muziek en niet meer dan 80 dB(A) voor levende muziek, beide gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. 7. Het equivalente geluidsniveau LAeq

Nieuwe tekst Artikel 4.1.1 Aanwijzing collectieve festiviteiten 1.De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, en artikel 4.5 van deze verordening gelden niet voor door burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. 2.De voorwaarden met betrekking tot de verlichting te behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, gelden niet voor de door burgemeester en wethouders per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.. 6. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode ter plaatse van gevels van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. Het

Waarom

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

De geluidsregels voor collectieve en incidente activiteiten zijn gelijkgetrokken, zodat deze beter controleerbaar en handhaafbaar zijn. Het was bijvoorbeeld bij festiviteiten moeilijk onderscheid maken tussen levende (livemuziek) en mechanische muziek (vanuit een apparaat) Door de normen voor levende en mechanische muziek voor festiviteiten gelijk

veroorzaakt door de inrichting vanuit het bebouwde gedeelte van de inrichting, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter of in in- en aanpandige woningen, bedraagt niet meer dan de waarden zoals opgenomen in de tabel hieronder (onder e) waarbij er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen gelden niet als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of laten uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast. e. tabel 8. De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten. 9.

Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer - uiterlijk een half uur voor sluitingstijd te worden beëindigd. Artikel 4.1.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.1.2 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan op maximaal 12 dagen of dagdelen per

maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 90 dB(A) in de dagperiode, 85 dB(A) in de avondperiode en 80 dB(A) in de nachtperiode op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Omgevingsregeling. 7. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 55 dB(A) in de dagperiode, 50 dB(A) in de avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode, binnen in gevoelige ruimten van aanpandige c.q. inpandige geluidgevoelige gebouwen. Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 75 dB(A) in de dagperiode, 70 dB(A) in de avondperiode en 65 dB(A) in de nachtperiode binnen in gevoelige ruimten van aanpandige c.q. inpandige geluidgevoelige gebouwen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Omgevingsregeling. 8. Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore brengen van de geluidsniveaus als aangegeven in het zesde en zevende lid, uiterlijk om 01.00 uur te worden beëindigd.

te trekken, is controle beter uitvoerbaar.

Nieuwe tekst Artikel 4.1.2 Melding incidentele festiviteiten 1. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar

Waarom

Tekstuele verheldering

kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden, zowel binnen als buiten de inrichting, waarbij de geluidsnormen, bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing zijn, op voorwaarde dat de houder van de inrichting ten minste twee weken voor het beginnen van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 dagen of dagdelen per kalenderjaar in verband met de viering van incidentele festiviteiten de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is, op voorwaarde dat de houder van de inrichting ten minste twee weken voor het beginnen van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders. 3. Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding wordt aangenomen te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt aangenomen te zijn gedaan wanneer burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien was, ogenblikkelijk toestaan. 6.

Met uitzondering van een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien is, is een incidentele festiviteit zoals aangeven in lid 1 en lid 2, slechts toegestaan indien er tenminste 14 dagen zijn verstreken vanaf het moment dat de vorige incidentele festiviteit heeft plaatsgevonden. 7. Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de inrichting vanuit het bebouwde gedeelte van de inrichting, gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter of in in- en aanpandige

te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19 en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer en van artikel 4.5 van deze verordening niet van toepassing is, mits de houder van de inrichting ten minste 2 weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders. 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.148, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet van toepassing is mits de houder van de inrichting ten minste 2 weken voor de aanvang van de festiviteit daarvan melding heeft gedaan aan burgemeester en wethouders.

Tekstuele verheldering

3. Burgemeester en wethouders stellen een formulier vast voor het doen van de melding. 4. De melding wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. 5. De melding wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer burgemeester en wethouders op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaan. 6. Met uitzondering van een incidentele festiviteit die redelijkerwijs niet te voorzien is, is een incidentele festiviteit zoals aangeven in lid 1 en lid 2, slechts toegestaan indien er tenminste 14 dagen zijn verstreken vanaf het moment dat het vorige incidentele festiviteit heeft plaatsgevonden. 7. Het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de

Tekstuele verheldering

Tekstuele verheldering

-

De geluidsregels voor collectieve en incidente activiteiten zijn gelijkgetrokken, zodat deze beter controleerbaar en handhaafbaar zijn. Het was bijvoorbeeld bij festiviteiten moeilijk onderscheid maken tussen levende

woningen, bedraagt niet meer dan de waarden zoals opgenomen in de tabel hieronder (onder e), waarbij er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen gelden niet als de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of laten uitvoeren van geluidsmetingen; b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel gelden ook bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein; c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten; d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel wordt geen bedrijfsduurcorrectie toegepast. e. tabel

8. Op de dagen bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore brengen van extra (inclusief onversterkte) muziek - hoger dan de geluidsnorm bedoeld in de artikelen 2.17, 2.17a, 2.19, 2.19a en 2.20 van het Activiteitenbesluit milieubeheer - op zondag tot en met donderdag uiterlijk om 00:00 uur en in de nacht van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag om uiterlijk 01:00 uur beëindigd. De muziek mag na de genoemde tijden tot de officiële sluitingstijd binnen de geldende geluidsnormen worden voortgezet. De geluidsnorm is exclusief 10 dB(A) aftrek vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwen

nachtperiode op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 90 dB(A) in de dagperiode, 85 dB(A) in de avondperiode en 80 dB(A) in de nachtperiode op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Omgevingsregeling 8.Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 55 dB(A) in de dagperiode, 50 dB(A) in de avondperiode en 45 dB(A) in de nachtperiode, binnen in gevoelige ruimten van aanpandige c.q. inpandige geluidgevoelige gebouwen. Het maximale geluidsniveau LAmax veroorzaakt door de inrichting mag ten hoogste bedragen: 75 dB(A) in de dagperiode, 70 dB(A) in de avondperiode en 65 dB(A) in de nachtperiode binnen in gevoelige ruimten van aanpandige c.q. inpandige geluidgevoelige gebouwen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Omgevingsregeling. 9.

Op de dagen als bedoeld in het eerste lid of vijfde lid, dient het ten gehore brengen van de geluidsniveaus als aangegeven in het zevende en achtste lid, uiterlijk om 00.00 uur te worden beëindigd op zondag tot en met donderdag en uiterlijk om 01.00 uur te worden beëindigd in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag.

(livemuziek) en mechanische muziek (vanuit een apparaat) Door de normen voor levende en mechanische muziek voor festiviteiten gelijk te trekken, is controle beter uitvoerbaar.

Zie leeswijzer

gelaten. 9. Burgemeester en wethouders kunnen, na een gemotiveerd verzoek daartoe, besluiten om geluidsnormen te stellen die afwijken van de in lid 7 genoemde waarden. 10. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Artikel 4.1.4 komt te vervallen: Bestaande tekst: Artikel 4.1.4 Overige geluidhinder 1. Het is verboden buiten een milieu-inrichting om in de openbare ruimte en de private buitenruimte toestellen, technische installaties of muziekinstallaties in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. 2. Van geluidshinder, zoals bedoeld in lid 1, is sprake als het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,LT, hoger is dan 45 dB(A) tussen 07.00 uur en 19.00 uur, 40 dB(A) tussen 19.00 uur en 23.00 uur en 35 dB(A) tussen 23.00 uur en 07.00 uur op de gevel van geluidsgevoelige gebouwen en op de grens van geluidsgevoelige terreinen. De geluidsniveaus worden gemeten en beoordeeld conform de Handleiding meten en rekenen Industrielawaai, 1999. 3. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod ontheffing verlenen en kunnen daarbij geluidsvoorschriften stellen die afwijken van de in lid 2 genoemde geluidsniveaus en/of van de in lid 2 genoemde beoordelingspunten. 4. Het verbod geldt niet voor geluidswagens op maandag tot en met zaterdag van 09.00 uur tot 20.00 uur voor zover behorende bij een evenement. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet

10. Burgemeester en wethouders kunnen, na een gemotiveerd verzoek daartoe, besluiten om geluidsnormen te stellen die afwijken van de in lid 7 en 8 genoemde waarden. 11. Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid binnen in ruimten blijven ramen en deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van personen of goederen.

Juiste verwijzing

Nieuwe tekst: Artikel 4.1.4 (Vervallen)

Waarom

Tekstuele verheldering

Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Het gaat om handelingen die in beperkte mate planbaar en voorzienbaar zijn en die zich in de regel niet herhalen. Dit is de reden dat de bepaling is opgenomen in de APV.

openbare manifestaties, het Vuur-werkbesluit, het Bouwbesluit of de Provinciale milieuverordening. Artikel 4.1.5 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.1.5 (Geluid)hinder door dieren Degene die buiten een milieu-inrichting de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of anders voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt. Artikel 4.1.6 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 4.1.6 Gebruik knalapparaten 1. Het is verboden buiten een milieu-inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Activiteitenbesluit milieubeheer één of meerdere knalapparaten in werking te hebben. 2. Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in lid 1 ontheffing verlenen en kunnen daarbij voorwaarden en voorschriften stellen aan het gebruik van de knalapparaten. Artikel 4.2.1 komt te vervallen: Bestaande tekst Artikel 4.2.1 Natuurlijke behoefte doen Het is verboden op een openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.

Nieuwe tekst Artikel 4.1.5 (Geluid)hinder door dieren Degene die hobbymatig de zorg heeft voor een dier, voorkomt dat dit voor een omwonende of anders voor de omgeving geluidhinder veroorzaakt.

Nieuwe tekst Artikel 4.1.6 (Vervallen)

Nieuwe tekst Artikel 4.2.1 (Vervallen)

Zie leeswijzer

Bepaling overbodig en kan vervallen. Bescherming tegen knalapparaten wordt al geregeld via APV (geluidsapparaat).

Waarom Dit artikel is in 2021 uit de APV gehaald en in de VFL gezet. Op basis van voortschrijdend inzicht is gebleken dat dit artikel toch in de APV thuishoort. Hoewel verontreiniging raakt aan het uiterlijk aanzien van de gemeente en in algemene zin aan de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, zijn de gevolgen voor de fysieke leefomgeving bij deze vorm van verontreiniging beperkt. Terwijl deze vorm van verontreiniging wel sterk bijdraagt aan de verrommeling van de openbare ruimte en overlast geeft. En daarmee sluit het oogmerk van deze bepaling aan bij de openbare orde in de zin van de APV. Bovendien is er ook nog

samenhang met de zedelijkheid en ook dit sluit aan bij de APV

Artikel 4.3.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.3.2 Omgevingsvergunning voor het vellen van publieke houtopstanden 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een publieke houtopstand te vellen of te laten vellen. 2. b. wegbeplantingen en éénrijige beplantingen op of langs landbouwgronden, beide voor zover bestaande uit niet-geknotte populieren of wilgen; 6. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing. Artikel 4.3.3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.3.3 Bescherming publieke houtopstanden 2. Het is verboden één of meer voorwerpen in of aan een houtopstand in eigendom van de gemeente aan te brengen of op andere manier te bevestigen via voorwerpen welke de bast beschadigen.

Artikel 4.4.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door of krachtens de Wet ruimtelijke ordening of een Provinciale

Nieuwe tekst Artikel 4.3.2 Omgevingsvergunning voor het vellen van publieke houtopstanden 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een publieke houtopstand te vellen of te laten vellen, zoals genoemd in artikel 11.111, lid 2 van het Besluit activiteiten leefomgeving. 2. b. (Vervallen)

Waarom

6. (Vervallen)

Omgevingsvergunning, niet meer van rechtswege

Nieuwe tekst Artikel 4.3.3 Bescherming publieke houtopstanden 2. Het is verboden één of meer voorwerpen in of aan een houtopstand in eigendom van de gemeente aan te brengen of op andere manier te bevestigen via voorwerpen welke de bast beschadigen behoudens door de gemeente als de boom gekapt gaat worden.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 4.4.1 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen en dergelijke 4. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Omgevingswet of de

Waarom

Zie leeswijzer

Overbodige bepaling omdat deze in landelijke regelgeving (Besluit Activiteiten Leefomgeving) is opgenomen

Tekstuele verheldering

Zie leeswijzer

Verordening. Artikel 4.4.3 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Artikel 4.4.4 wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Omgevingsverordening provincie Utrecht.

Nieuwe tekst Artikel 4.4.3 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 1. Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het tijdelijke deel van het omgevingsplan De Ronde Venen, een beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. 2. Het verbod geldt niet voor kleinschalige terreinen in de jaarlijkse periode van 15 maart tot en met 31 oktober, waarvan in het bestemmingsplan is bepaald dat het gebruik voor kamperen niet strijdig is met het tijdelijke deel van het omgevingsplan De Ronde Venen. 3. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik voor korte perioden door de rechthebbende op een terrein. 4. Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. 5. Onverminderd het bepaalde in artikel 2:7 kan de ontheffing worden geweigerd in het belang van de bescherming van: a. natuur en landschap; b. een stads- of dorpsgezicht.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 4.4.4 Aanwijzing kampeerplaatsen 1. Artikel 4.4.3, eerste lid, is niet van toepassing op de door burgemeester en wethouders aangewezen plaatsen. 2. Burgemeester en wethouders kunnen daarbij nadere regels stellen ter

Waarom

Dit artikel is verplaatst van de APV naar de VFL. Het oogmerk van deze bepalingen is de bescherming van de natuur, het landschap of het stadsgezicht. Dit oogmerk sluit aan bij het omgevingsplan

Dit artikel is verplaatst van de APV naar de VFL. Het oogmerk van deze bepalingen is de bescherming van de natuur, het landschap of het stadsgezicht. Dit oogmerk sluit aan bij het omgevingsplan

bescherming van de belangen genoemd in artikel 4.4.3, vijfde lid. Artikel 5.1.3 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.1.3 Voertuigwrakken 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties die worden geregeld door de Wet milieubeheer.

Artikel 5.1.3a wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Artikel 5.1.4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.1.4 Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Provinciale Wegenverordening of de Provinciale Landschapsverordening. Artikel 5.2.1 wordt als volgt gewijzigd:

Nieuwe tekst Artikel 5.1.3 Voertuigwrakken 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 5.1.3a Vaartuigwrakken 1. Het is verboden een vaartuigwrak in het openbaar water dan wel op de weg te plaatsen of te hebben, dan wel zodanig te plaatsen dat dit vanaf de openbare weg of openbaar water zichtbaar is dan wel hinder, gevaar of verontreiniging veroorzaakt. 2. Onder vaartuigwrak wordt verstaan: een vaartuig dat vaartechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een duidelijk verwaarloosde toestand verkeert alsmede een vaartuig dat deels gezonken of geheel gezonken is. 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien bij of krachtens de Wet milieubeheer of het Besluit activiteiten leefomgeving.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 5.1.4 Kampeermiddelen, aanhangwagens en andere voertuigen 3. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

Waarom

Zie leeswijzer

Een rechtstreekse bepaling om te voorkomen dat vaartuigwrakken op openbare plekken op het water en op de weg geplaatst mogen worden ontbrak in de VFL. Om hinder, overlast en verontreiniging door vaartuigwrakken te voorkomen is een verbodsbelpaling in de VFL opgenomen.

Zie leeswijzer

Bestaande tekst Artikel 5.2.1 Ligplaats vaartuigen 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties die worden geregeld door de Woningwet, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Verordening Vinkeveense Plassen, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale Vaarwegenverordening of de Provinciale Landschapsverordening en de geldende bestemmingsplannen van de gemeente De Ronde Venen.

ie Artikel 5.2.1a wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Nieuwe tekst Artikel 5.2.1 Ligplaats vaartuigen 3. Het verbod is niet van toepassing op situaties die worden geregeld door beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening provincie Utrecht of de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht of op situaties waarin wordt voorzien door het Besluit bouwwerken leefomgeving of het overige bepaalde bij of krachtens de Omgevingswet, de Wet milieubeheer of het Binnenvaartpolitiereglement, de Verordening Vinkeveense Plassen en het tijdelijke deel van het omgevingsplan De Ronde Venen.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 5.2.1a Voorwerpen op, in of boven openbaar water 1. Het is verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, als dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. 2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk 2 weken tevoren een melding aan burgemeester en wethouders. 3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder,

Waarom

Zie leeswijzer

Dit artikel is verplaatst van de APV naar de VFL. Het oogmerk van de bepaling is primair het beschermen van de verkeersveiligheid op het water en het bieden van ruimte voor beheer en onderhoud. Dit oogmerk sluit aan bij de Omgevingswet

en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het verbod is niet van toepassing op beperkingengebiedactiviteiten met betrekking tot een waterstaatswerk waarvoor regels zijn gesteld bij of krachtens de Omgevingswet, de Omgevingsverordening provincie Utrecht of de Waterschapsverordening Amstel, Gooi en Vecht of op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet, de Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur (AVOI) De Ronde Venen 2024 en het tijdelijke deel van het omgevingsplan De Ronde Venen. Artikel 5.2.1b wordt toegevoegd: Bestaande tekst

Artikel 5.3.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.3.1 Crossterreinen

Nieuwe tekst Artikel 5.2.1b Beschadigen van waterstaatswerken 1. Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. 2. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement of de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

Waarom

Nieuwe tekst Artikel 5.3.1 Crossterreinen

Waarom

Dit artikel is verplaatst van de APV naar de VFL. Het oogmerk van de bepaling is primair het beschermen van de waterveiligheid en het bieden van ruimte voor beheer en onderhoud. Dit oogmerk sluit aan bij de Omgevingswet

4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, het Besluit omgevingsrecht, de Zondagswet of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

4. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Omgevingswet, afdeling 3.9 van het Besluit activiteiten leefomgeving, de Zondagswet of het Besluit geluidproduktie sportmotoren.

Zie leeswijzer

Artikel 5.3.2 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.3.2 Beperking verkeer in natuurgebieden 4. b. binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening 'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als 'toestel'.

Nieuwe tekst Artikel 5.3.2 Beperking verkeer in natuurgebieden 4. b. binnen de bij of krachtens de Omgevingsverordening provincie Utrecht aangewezen stiltegebieden ten aanzien van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als toestel.

Waarom

Waarom

5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Nieuwe tekst Artikel 5.4.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten milieu-inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, zoals die wet luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet, of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 5. Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening provincie Utrecht.

Hoofdstuk 6 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst § 6.1 Algemeen Artikel 6.6.1 Gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders houden een door iedereen te raadplegen gemeentelijk

Nieuwe tekst § 6.1 Algemeen Artikel 6.6.1 Gemeentelijk erfgoedregister 1. Burgemeester en wethouders houden een door iedereen op de gemeentelijke website

Waarom

Artikel 5.4.1 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.4.1 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten milieu-inrichtingen of anderszins vuur te stoken 1. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten milieu-inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

register bij van krachtens deze verordening onherroepelijk aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister). 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet; c. gegevens over beeldbepalende panden die zijn opgenomen in bestemmingsplannen en beheersverordeningen.

§ 6.2 Aanwijzing gemeentelijk monument Artikel 6.2.1 Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeolo-gisch

te raadplegen gemeentelijk register bij van krachtens deze verordening aangewezen cultureel erfgoed (gemeentelijk erfgoedregister) inclusief de locaties waaraan krachtens artikel 4.2, eerste lid, van de Omgevingswet in het omgevingsplan de functie cultureel erfgoed is toebedeeld. 2. Het gemeentelijk erfgoedregister bevat: a. gegevens over de inschrijving en ter identificatie van het aangewezen gemeentelijk cultureel erfgoed; b. gegevens over door burgemeester en wethouders van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen afschriften van de inschrijving van een rijksmonument in het rijksmonumentenregister als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet; c. gegevens over beeldbepalende panden die zijn opgenomen in bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Artikel 6.1.2 Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit De Ronde Venen 1. De advisering over cultureel erfgoed, waaronder over een rijksmonument, is opgedragen aan de adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit De Ronde Venen (hierna: de adviescommissie) zoals ingesteld via het Instellingsbesluit gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit De Ronde Venen. 2. In de bijlage 2 bij de voorliggende verordening is het reglement van orde van de adviescommissie beschreven evenals de benoeming en de samenstelling ervan.

Tevens zijn opgenomen de mandatering van het advies, de openbaarheid van de vergaderingen en bepalingen over het jaarverslag. § 6.2 Aanwijzing gemeentelijk monument Artikel 6.2.1 Aanwijzing als gemeentelijk monument 1. Burgemeester en wethouders kunnen besluiten een monument of archeologisch

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente vanwege zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde aan te wijzen als gemeentelijk monument. 2. Dit artikel is niet van toepassing op Rijksmonumenten.

Artikel 6.2.2 Voornemen tot aanwijzing 1. Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 6.2.1 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

monument dat van bijzonder belang is voor de gemeente aan te wijzen als gemeentelijk monument op basis van de 5 landelijke waarderingscriteria: cultuurhistorische, architectuur- en kunsthistorische, situationele en ensemble waarden, gaafheid en herkenbaarheid en zeldzaamheid. 2. De aanwijzing bevat in ieder geval de plaatselijke aanduiding van het gemeentelijk monument, de datum van aanwijzing, de kadastrale aanduiding, een actuele foto en een beschrijving van het gemeentelijk monument 3. Dit artikel is niet van toepassing op: a. rijksmonumenten, en b. monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen op grond van een provinciale erfgoedverordening als bedoeld in 3.17, eerste lid, van de Erfgoedwet of de Omgevingsverordening provincie Utrecht. Artikel 6.2.2 Advisering adviescommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen voorafgaand aan het voornemen om toepassing te geven aan artikel 6.2.1 advies aan de adviescommissie. 2. De adviescommissie brengt binnen 5 weken na ontvangst van de adviesaanvraag een schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de procedure zonder advies van de adviescommissie vervolgen, als binnen de in het tweede lid genoemde termijn geen advies is uitgebracht. Artikel 6.2.3 Voornemen tot aanwijzing 1.

Een voornemen om toepassing te geven aan artikel 6.2.1 wordt door burgemeester en wethouders schriftelijk bekendgemaakt aan alle zakelijk gerechtigden op de onroerende zaak die vermeld staan in de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet.

Zie leeswijzer

Zie leeswijzer

2. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voeren burgemeester en wethouders overleg over het voornemen met de eigenaar. Artikel 6.2.3 Voorbescherming 1. De bescherming van paragraaf 6.3 is van overeenkomstige toepassing op het monument of archeologisch monument ten aanzien waarvan een voornemen als bedoeld in artikel 6.2.2 is bekendgemaakt. 2. De voorbescherming, bedoeld in het eerste lid, vervalt op het moment van inschrijving van de aanwijzing in het gemeentelijk erfgoedregister of op het moment waarop het aanwijzingsbesluit wordt herroepen of door de bestuursrechter wordt vernietigd. 6.2.4 Advies Monumentencommissie 1. Burgemeester en wethouders vragen over het voornemen om toepassing te geven aan artikel 6.2.1 advies aan de Monumentencommissie waarbinnen enkele leden deskundig zijn op het gebied van de monumentenzorg. Leden van het gemeentebestuur maken geen deel uit van de Monumentencommissie. 2. De Monumentencommissie brengt binnen 5 weken na ontvangst van de adviesaanvraag een schriftelijk en deugdelijk gemotiveerd advies uit. 3. Burgemeester en wethouders kunnen de procedure zonder advies van de Monumentencommissie vervolgen, als binnen de in het tweede lid genoemde termijn geen advies is uitgebracht. 6.2.5 Beslistermijn en inhoud aanwijzingsbesluit 1. Op een aanvraag om aanwijzing moet worden besloten binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag. 2.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15067616/2