Bijlage 2 - Uitkomsten Enquete
Tekst van het document
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (89%), speelplek met toestellen (33%), grasveld (44%), straat/stoep/woonerf (44%), water (56%), sportvoorziening (33%), schoolplein (11%), park/plantsoen (11%), bos/natuurgebied (0%), kinderboerderij (0%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (89%), speelplek met toestellen (11%), grasveld (22%), straat/stoep/woonerf (22%), water (44%), sportvoorziening (11%), schoolplein (11%). Gemiste mogelijkheden: Speelplek met toestellen (67%), natuurspeeltuin (44%), kinderboerderij (33%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral speeltoestellen, natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 25% (mee eens of helemaal mee eens), 62% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 33% (mee eens), 56% (oneens of neutraal).
Uitdagend genoeg: 22% (mee eens), 56% (oneens of neutraal). Veiligheid: 56% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 13% (mee eens), 75% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 33% (mee eens dat dit belemmert), 56% (mee oneens), 11% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Gemeente heeft geen voorzieningen in de directe omgeving. Speeltoestellen zijn verouderd, gras wordt niet gesnoeid, veel hondenpoep. Geen speelveldjes voor kinderen, onveilige wegen door hardrijdend verkeer. Speelplekken zijn niet veilig te bereiken door verkeer. Water is een belangrijke speelplek, maar brengt ook risico’s. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 75% vindt buitenspelen heel belangrijk, 25% belangrijk. Kinderen: 75% vindt buitenspelen heel leuk, 25% leuk. Toch speelt 38% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 63% altijd, 13% vaak, 13% zelden, 13% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (75%), tijd (50%), omgang met anderen (50%), toezicht (25%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 4 (22%), 7 (22%), 2 (22%), 1 (11%), 5 (11%), 8 (11%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken
Speelplekken goed bereikbaar: 38% ja, 63% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 75% met de fiets, 25% lopend. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 10 minuten (33%), gevolgd door 2, 3, 5 en 15 minuten (elk 11-22%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 50% ja, 38% nee, 13% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Waverveen 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (80%), 4-7 jaar (20%). Jongens (40%), meisjes (60%). School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen kinderen met een chronische ziekte of beperking. Herkomst gezin: 100% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn. Opleidingsniveau ouders: 40% middelhoog, 20% laag, 20% hoog, 20% onbekend. Huishoudinkomen: 60% midden, 40% onbekend. Samenstelling gezin: 100% van de kinderen woont bij de ouder, 60% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding
Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 4,3 uur. Tijdens opvang/oppas: 3,9 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,9 uur per dag. Vrije tijd: 2,1 uur per dag.
Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (80%), fietsen/steppen (80%), balspelen (20%), verstoppertje/tikkertje (20%), fantasiespel (40%), skaten/ skeeleren (20%). Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Fietsen/steppen en speeltoestellen zijn het populairst.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (80%), speelplek met toestellen (80%), grasveld (20%). Geen natuurspeeltuin, sportvoorziening, schoolplein, water, park, bos, kinderboerderij. Regelmatig gebruik: Eigen tuin (80%), speelplek met toestellen (80%). Geen andere mogelijkheden worden genoemd. Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (60%), sportvoorziening (60%), bos/natuurgebied (20%), park/plantsoen (20%), speelplek met toestellen (20%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 20% (mee eens), 80% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 20% (mee eens), 80% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 0% (mee eens), 80% (oneens of neutraal), 20% helemaal mee oneens. Veiligheid: 40% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, 20% mee oneens, 40% neutraal. Onderhoud: 40% (mee eens), 40% (oneens of neutraal), 20% helemaal mee oneens. Afval/hondenpoep: 80% (mee oneens dat dit belemmert), 20% helemaal mee oneens. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten:
Speeltoestellen zijn klein en bieden geen uitdaging na een jaar of 4. Verkeersveiligheid: Cliffordweg is gevaarlijk om over te steken. Behoefte aan meer avontuur en uitdaging, vooral voor oudere kinderen. Wens voor vernieuwing van speeltoestellen en een avontuurlijke speeltuin (zoals OERRR). Positief: Rustige buurt, betrokkenheid van ouders, centrale ligging van speeltuin, gezamenlijke controle via buurtapp.
Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid. 6. Belang van buitenspelen Ouders: 60% vindt buitenspelen heel belangrijk, 40% belangrijk. Kinderen: 40% vindt buitenspelen heel leuk, 60% leuk. Toch speelt 40% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 40% altijd, 40% vaak, 20% soms. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (100%), omgang met anderen (80%), toezicht (20%), activiteiten (20%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 4 (40%), 6 (40%), 8 (20%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer uitdaging en veiligheid. Positief over rust, sociale controle en betrokkenheid van ouders. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 80% ja, 20% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 40% met de fiets, 40% lopend, 20% skelter/driewieler. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: 1 en 10 minuten genoemd. Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 80% ja, 20% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering
Meer avontuur en uitdaging in de buurt. Vernieuwing speeltoestellen. Slowdown-poppen en verkeersmaatregelen bij Cliffordweg. Avontuurlijke speeltuin zoals OERRR.
Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Wilnis Buitengebied 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (67%), 4-7 jaar (33%). Jongens (56%), meisjes (44%). School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen kinderen met een chronische ziekte of beperking. Herkomst gezin: 67% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 33% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 56% middelhoog, 44% onbekend. Huishoudinkomen: 11% laag, 11% hoog, 78% onbekend. Samenstelling gezin: 100% van de kinderen woont bij de ouder, 67% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 4,2 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,3 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,5 uur per dag. Vrije tijd: 2,5 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (57%), fietsen/steppen (71%), balspelen (57%), klimmen/klauteren (43%), skaten/skeeleren (29%), fantasiespel (14%), bouwen met losse materialen (14%), spelen met water (14%). Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (100%), speelplek met toestellen (67%), grasveld (44%), natuurspeeltuin (44%), straat/stoep/woonerf (44%), schoolplein (33%), water (33%), park/plantsoen (22%), sportvoorziening (22%), kinderboerderij (22%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (75%), speelplek met toestellen (38%), grasveld (25%), natuurspeeltuin (25%), straat/stoep/woonerf (38%), schoolplein (25%), water (13%), park/plantsoen (25%), sportvoorziening (25%), andere mogelijkheden (13%). Gemiste mogelijkheden: Speelplek met toestellen (38%), natuurspeeltuin (25%), grasveld (25%), bos/natuurgebied (25%), schoolplein (25%), horeca met speelvoorziening (25%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 57% (mee eens of helemaal mee eens), 43% (oneens of neutraal).
Genoeg variatie: 29% (mee eens), 57% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 29% (mee eens), 57% (oneens of neutraal). Veiligheid: 57% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 14% (mee eens), 71% (mee oneens), 14% neutraal. Afval/hondenpoep: 43% (mee eens dat dit belemmert), 57% (mee oneens of neutraal). Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn soms te hoog of niet geschikt voor jongere kinderen (kabelbaan in het speelwoud). Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, vooral vrachtverkeer op de Oudhuyzerweg. Gemeente biedt weinig tot geen voorzieningen in het buitengebied, geen aandacht voor fietspaden en prullenbakken. Ouders missen zitplekken bij speelplekken. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 86% vindt buitenspelen heel belangrijk, 14% helemaal niet belangrijk. Kinderen: 86% vindt buitenspelen heel leuk, 14% leuk. Toch speelt 29% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 29% altijd, 14% vaak, 29% soms, 14% zelden, 14% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (100%), tijd (33%), omgang met anderen (67%), toezicht (33%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 3 (33%), 7 (22%), 2, 5, 6, 8 (elk 11%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 33% ja, 67% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 50% met de fiets, 17% lopend, 33% anders. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (40%), gevolgd door 10 minuten (60%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 83% ja, 17% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Wilnis Dorp 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: 100% tussen 8-12 jaar. Jongens (42%), meisjes (58%). School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen kinderen met een chronische ziekte of beperking. Herkomst gezin: 75% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 8% migratieachtergrond, 17% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 46% middelhoog, 25% hoog, 8% laag, 21% onbekend. Huishoudinkomen: 25% hoog, 21% laag, 8% midden, 46% onbekend. Samenstelling gezin: 95% van de kinderen woont bij de ouder, 84% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 4,4 uur. Tijdens opvang/oppas: 1,9 uur per dag. Tijdens schooltijd: 2,1 uur per dag. Vrije tijd: 2,6 uur per dag. Activiteiten: Fietsen/steppen (71%), spelen op speeltoestellen (52%), balspelen (38%), spelen met water (24%), verstoppertje/tikkertje (19%), klimmen/klauteren (14%), skaten/skeeleren (14%), fantasiespel (14%). Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Fietsen/steppen is het populairst.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (92%), speelplek met toestellen (71%), natuurspeeltuin (58%), grasveld (54%), schoolplein (42%), water (38%), park/plantsoen (33%), sportvoorziening (29%), straat/stoep/woonerf (29%), kinderboerderij (13%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (70%), speelplek met toestellen (39%), grasveld (35%), schoolplein (22%), water (22%), park/plantsoen (26%), natuurspeeltuin (17%), sportvoorziening (9%), straat/stoep/woonerf (13%). Gemiste mogelijkheden: Bos/natuurgebied (26%), speelplek met toestellen (22%), horeca met speelvoorziening (22%), kinderboerderij (17%), natuurspeeltuin (13%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral bos/natuur, horeca met speelvoorziening en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 55% (mee eens of helemaal mee eens), 32% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 45% (mee eens of helemaal mee eens), 41% (oneens of neutraal).
Uitdagend genoeg: 50% (mee eens of helemaal mee eens), 41% (oneens of neutraal). Veiligheid: 48% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer wordt als belemmerend ervaren (59%). Onderhoud: 52% (mee eens of helemaal mee eens), 33% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 48% (mee eens dat dit belemmert), 38% (mee oneens of neutraal). Conclusie: Variatie en uitdaging zijn redelijk, maar veiligheid en onderhoud blijven aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Zwerfafval en hondenpoep bij speelplekken. Verkeersveiligheid, vooral bij drukke wegen en oversteekplaatsen. Gebrek aan uitdagende speeltoestellen voor oudere kinderen (pumptrack/ mountainbike baan, voetbalkooi). Speelplekken zijn vaak gericht op jongere kinderen. Ouders missen zitplekken bij speelplekken. Positief over het speelwoud en sociale controle in de wijk. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 81% vindt buitenspelen heel belangrijk, 19% belangrijk. Kinderen: 62% vindt buitenspelen heel leuk, 24% leuk, 14% neutraal. Toch speelt 29% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 43% altijd, 48% vaak, 10% soms. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (79%), tijd (47%), omgang met anderen (63%), toezicht (26%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 7 en 8 (21% elk), 3 (13%), 2, 4, 5, 6, 9, 10 (elk 4-8%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken
Speelplekken goed bereikbaar: 60% ja, 30% nee, 10% weet ik niet. Hoe gaat kind naar speelplek: 50% lopend, 35% met de fiets, 15% anders. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (31%), gevolgd door 10 minuten (31%), 1-2 minuten (25%), 15-20 minuten (13%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 80% ja, 15% nee, 5% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: pumptrack/mountainbike baan, voetbalkooi, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Zuiderwaard & Westerheul 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (93%), 4-7 jaar (7%). Jongens (47%), meisjes (51%), 2% onbekend. School: 98% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen kinderen met een chronische ziekte of beperking. Herkomst gezin: 91% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 7% migratieachtergrond of onbekend. Opleidingsniveau ouders: 73% middelhoog, 13% hoog, 7% laag, 7% onbekend. Huishoudinkomen: 24% hoog, 29% midden, 11% laag, 36% onbekend. Samenstelling gezin: 93% van de kinderen woont bij de ouder, 86% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,7 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,2 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,5 uur per dag. Vrije tijd: 2,0 uur per dag. Activiteiten: Fietsen/steppen (61%), spelen op speeltoestellen (55%), balspelen (43%), verstoppertje/tikkertje (25%), chillen/rondhangen (16%), spelen met losse materialen (18%), klimmen/klauteren (9%), skaten/skeeleren (11%), spelen met water (9%). Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Fietsen/steppen en speeltoestellen zijn het populairst.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (91%), speelplek met toestellen (84%), grasveld (69%), schoolplein (31%), water (16%), park/plantsoen (22%), sportvoorziening (16%), straat/stoep/woonerf (47%), bos/natuurgebied (7%), kinderboerderij (0%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (71%), speelplek met toestellen (56%), grasveld (42%), schoolplein (24%), straat/stoep/woonerf (27%), sportvoorziening (9%), water (4%), park/plantsoen (4%), bos/natuurgebied (4%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (53%), speelplek met toestellen (42%), bos/natuurgebied (20%), horeca met speelvoorziening (31%), sportvoorziening (24%), kinderboerderij (24%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen, voorzieningen voor oudere kinderen en horeca met speelvoorziening.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 43% (mee eens), 20% (oneens), 23% neutraal. Genoeg variatie: 32% (mee eens), 50% (oneens), 18% neutraal. Uitdagend genoeg: 11% (mee eens), 75% (oneens), 14% neutraal. Veiligheid: 66% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer wordt als belemmerend ervaren (25%). Onderhoud: 30% (mee eens), 40% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 27% (mee eens dat dit belemmert), 52% (mee oneens of neutraal). Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 84% vindt buitenspelen heel belangrijk, 16% belangrijk. Kinderen: 57% vindt buitenspelen heel leuk, 36% leuk, 7% neutraal of niet leuk. Toch speelt 34% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 43% altijd, 25% vaak, 18% soms, 11% nooit/zelden. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (81%), tijd (52%), omgang met anderen (67%), toezicht (33%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken
Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 7 (31%), 6 (24%), 5 (13%), 8 (13%), 2-4 (13%), 9-10 (4%).
Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 77% ja, 23% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 66% lopend, 34% met de fiets. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (38%), gevolgd door 2-3 minuten (18%), 10 minuten (15%), 1 minuut (10%), 6 minuten (5%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 61% ja, 27% nee, 11% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.