Bijlage 2 - Uitkomsten Enquete
Tekst van het document
Bijlage 1 – Samenvatting uitkomsten Enquête In het voorjaar van 2025 is een enquête uitgezet over buitenspelen in de gemeente De Ronde Venen. De enquête is opgesteld in samenwerking met het Mulier Instituut aan de hand van de nieuwe monitor Buitenspelen in Kaart (Bink). Doel van het onderzoek is om meer te weten te komen over buitenspelen. Dat is belangrijk om de plekken waar kinderen buiten kunnen spelen beter in te richten en om beter aan te sluiten bij de wensen en behoeften van ouders en kinderen. In totaal hebben 385 respondenten de enquête ingevuld.
Samenvatting uitkomsten Abcoude Noord-Oost 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 4-7 jaar (ruim 60%), spreiding tot 12 jaar. Jongens en meisjes zijn gelijk verdeeld. School: 91% zit op de basisschool, enkelen op de middelbare school of nog niet op school. Gezondheid: Slechts één kind heeft een beperking of chronische ziekte, maar deze belemmert het buitenspelen niet. Herkomst gezin: 55% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 18% heeft een migratieachtergrond, 27% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 41% middelhoog, 27% hoog, 32% onbekend. Huishoudinkomen: 41% hoog, 9% midden/laag, 50% onbekend. Samenstelling gezin: 94% van de kinderen woont bij de ouder, 94% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,5 uur. Tijdens opvang/oppas: 2 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,5 uur per dag. Vrije tijd: 1,7 uur per dag. Activiteiten: Voetbal/balspelen (63%), spelen op toestellen (47%), fietsen/steppen (42%), verstoppertje/tikkertje (21%), fantasiespel (21%), chillen/rondhangen (5%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken
Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (91%), speelplek met toestellen (68%), grasveld (36%), straat/stoep/woonerf (50%), sportvoorziening (23%), schoolplein (18%), water (41%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (70%), speelplek met toestellen (30%), grasveld (10%), straat/stoep/woonerf (45%), sportvoorziening (15%), schoolplein (10%), water (5%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (45%), grasveld (55%), sportvoorzieningen (45%), horeca met speelvoorziening (25%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en sportvoorzieningen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 30% (mee eens), 30% (helemaal mee oneens). Genoeg variatie: 15% (mee eens), 60% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 16% (mee eens), 57% (oneens of neutraal). Veiligheid: 40% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 55% (mee eens), 35% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 40% (mee oneens dat dit belemmert), 25% neutraal of mee eens dat het wel belemmert. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 79% vindt buitenspelen heel belangrijk, 21% belangrijk. Kinderen: 63% vindt buitenspelen heel leuk, 37% leuk. Toch speelt 26% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken
Kind mag zelfstandig buitenspelen: 26% altijd, 26% vaak, 37% soms, 11% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (78%), tijd (39%), omgang met anderen (44%), toezicht (44%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 6 (18%), 7 (27%), 8 (9%), 4 (18%), 5 (9%). Toelichting: Veel opmerkingen over veiligheid, onderhoud, variatie en uitdaging. Positief over ruimte en sociale controle, negatief over verouderde toestellen, hondenpoep, en gebrek aan voorzieningen voor oudere kinderen. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 63% ja, 31% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 75% lopend, 19% met de fiets. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (31%), gevolgd door 1, 3, 10 en 15 minuten. Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 69% ja, 25% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Abcoude Zuid-West 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 4-7 jaar (55%), 8-12 jaar (45%). Jongens zijn iets oververtegenwoordigd (59%), meisjes 41%. School: 96% zit op de basisschool, 4% nog niet op school. Gezondheid: Geen enkel kind heeft een chronische ziekte of beperking die buitenspelen belemmert. Herkomst gezin: 67% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 22% heeft een migratieachtergrond, 11% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 52% hoog, 33% middelhoog, 4% laag, 11% onbekend. Huishoudinkomen: 59% hoog, 4% midden/laag, 33% onbekend. Samenstelling gezin: 89% van de kinderen woont bij de ouder, 67% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 2,7 uur. Tijdens opvang/oppas: 1,6 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,3 uur per dag. Vrije tijd: 1,4 uur per dag. Activiteiten: Fietsen/steppen (62%), spelen op speeltoestellen (54%), balspelen (54%), verstoppertje/tikkertje (19%), fantasiespel (27%), spelen met water (23%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (96%), speelplek met toestellen (56%), grasveld (33%), straat/stoep/woonerf (48%), sportvoorziening (41%), schoolplein (11%), water (30%), natuurspeeltuin (11%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (81%), speelplek met toestellen (41%), grasveld (19%), straat/stoep/woonerf (37%), sportvoorziening (26%), schoolplein (4%), water (19%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (41%), grasveld (41%), sportvoorzieningen (26%), horeca met speelvoorziening (15%), kinderboerderij (26%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en sportvoorzieningen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 23% (helemaal mee eens), 23% (mee eens), 46% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 31% (mee eens), 42% (oneens of neutraal).
Uitdagend genoeg: 27% (mee eens), 54% (oneens of neutraal). Veiligheid: 44% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 54% (mee eens), 29% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 48% (mee oneens dat dit belemmert), 20% neutraal of mee eens dat het wel belemmert. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 96% vindt buitenspelen heel belangrijk, 4% belangrijk. Kinderen: 73% vindt buitenspelen heel leuk, 19% leuk, 8% neutraal. Toch speelt 38% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 42% altijd, 35% vaak, 15% soms, 12% nooit/zelden. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (75%), tijd (54%), omgang met anderen (50%), toezicht (38%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken
Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 7 (26%), 8 (26%), 6 (15%), 5 (11%), 2 (7%). Toelichting: Veel opmerkingen over veiligheid, onderhoud, variatie en uitdaging. Positief over ruimte en sociale controle, negatief over verouderde toestellen, hondenpoep, en gebrek aan voorzieningen voor oudere kinderen.
Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten. 9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 58% ja, 42% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 54% lopend, 46% met de fiets. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (41%), gevolgd door 10 minuten (32%), 1-3 minuten (13%), 8 en 15 minuten (9%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 79% ja, 13% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Baambrugge Buitengebied 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (78%), 4-7 jaar (22%). Jongens (44%), meisjes (56%). School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen enkel kind heeft een chronische ziekte of beperking die buitenspelen belemmert. Herkomst gezin: 78% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 22% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 56% hoog, 22% middelhoog, 22% onbekend. Huishoudinkomen: 33% hoog, 22% midden, 11% laag, 33% onbekend. Samenstelling gezin: 78% van de kinderen woont bij de ouder, 78% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,6 uur. Tijdens opvang/oppas: 2 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,8 uur per dag. Vrije tijd: 1,8 uur per dag. Activiteiten: Fietsen/steppen (67%), spelen op speeltoestellen (33%), balspelen (56%), verstoppertje/tikkertje (33%), fantasiespel (33%), chillen/ rondhangen (11%), spelen met water (22%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (100%), speelplek met toestellen (100%), grasveld (67%), straat/stoep/woonerf (67%), sportvoorziening (22%), schoolplein (89%), water (67%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (67%), speelplek met toestellen (67%), grasveld (22%), straat/stoep/woonerf (44%), sportvoorziening (22%), schoolplein (78%), water (44%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (67%), grasveld (33%), sportvoorzieningen (22%), bos/natuurgebied (22%), voetbalveld voor oudere kinderen (11%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en sportvoorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 67% (mee eens), 33% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 67% (mee eens), 33% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 22% (mee eens), 67% (oneens of neutraal). Veiligheid: 67% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden nauwelijks als belemmerend ervaren. Onderhoud: 44% (mee oneens), 44% (neutraal), 11% (mee eens). Afval/hondenpoep: 33% (mee eens dat dit belemmert), 33% (mee oneens), 11% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, onderhoud en hygiëne zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Meerdere speeltuinen zijn verouderd of slecht onderhouden. Hondenpoep op trottoir en speelveldje. Voor oudere kinderen is er weinig aanbod (voetbalveld, uitdagende speelplekken). Natuurspeeltuin en meer groen worden gemist. Veiligheid is over het algemeen goed, maar toezicht is soms nodig vanwege water en verkeer. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere hygiëne.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 100% vindt buitenspelen heel belangrijk. Kinderen: 78% vindt buitenspelen heel leuk, 22% leuk. 77% van de kinderen speelt volgens ouders genoeg buiten, 22% niet genoeg. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 62% altijd, 12% vaak, 25% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (75%), tijd (63%), omgang met anderen (63%), toezicht (13%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 6 (33%), 7 (22%), 8 (22%), 1 en 5 (beide 11%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 86% ja, 14% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 71% met de fiets, 29% lopend. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (43%), gevolgd door 10 en 15 minuten (29% en 14%), 3 minuten (14%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 86% ja, 14% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Meer schaduw en groen op speelplekken. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud. Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Hofland 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (81%), 4-7 jaar (19%). Jongens (52%), meisjes (43%), 5% onbekend. School: 81% zit op de basisschool, 5% speciaal onderwijs, 14% nog niet op school. Gezondheid: Slechts één kind heeft een chronische ziekte of beperking, maar deze belemmert het buitenspelen niet. Herkomst gezin: 52% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 19% migratieachtergrond, 29% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 52% middelhoog, 10% hoog, 10% laag, 29% onbekend. Huishoudinkomen: 19% laag, 19% midden, 14% hoog, 48% onbekend. Samenstelling gezin: 67% van de kinderen woont bij de ouder, 80% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,9 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,2 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,9 uur per dag. Vrije tijd: 2,3 uur per dag. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (76%), speelplek met toestellen (81%), grasveld (43%), straat/stoep/woonerf (43%), sportvoorziening (24%), schoolplein (10%), water (33%), natuurspeeltuin (19%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (53%), speelplek met toestellen (58%), grasveld (32%), straat/stoep/woonerf (16%), sportvoorziening (26%), schoolplein (5%), water (0%), natuurspeeltuin (5%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (63%), speelplek met toestellen (53%), kinderboerderij (37%), park/plantsoen (26%), sportvoorzieningen (0%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 26% (mee eens of helemaal mee eens), 74% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 16% (mee eens of helemaal mee eens), 84% (oneens of neutraal).
Uitdagend genoeg: 6% (mee eens of helemaal mee eens), 94% (oneens of neutraal). Veiligheid: 37% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 26% (mee eens), 53% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 26% (mee eens dat dit belemmert), 26% (mee oneens), 21% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 100% vindt buitenspelen belangrijk tot heel belangrijk. Kinderen: 77% vindt buitenspelen heel leuk, 23% leuk. Toch speelt 38% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 62% altijd, 12% vaak, 25% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (75%), tijd (63%), omgang met anderen (63%), toezicht (13%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 5 (24%), 4 (19%), 3 (14%), 8 (14%), 6 (10%), 2 (10%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 73% ja, 20% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 53% met de fiets, 40% lopend, 7% skates/step. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (21%), gevolgd door 1-2 minuten (29%), 6-10 minuten (21%), 15 minuten (14%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 53% ja, 47% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Maricken & Veenzijde 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (85%), 4-7 jaar (15%). Jongens (52%), meisjes (46%), 2% onbekend. School: 98% zit op de basisschool, 2% speciaal onderwijs. Gezondheid: Slechts één kind heeft een chronische ziekte of beperking, soms belemmerend bij buitenspelen. Herkomst gezin: 69% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 7% migratieachtergrond, 24% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 44% middelhoog, 24% hoog, 4% laag, 28% onbekend. Huishoudinkomen: 20% hoog, 24% midden, 7% laag, 48% onbekend. Samenstelling gezin: 93% van de kinderen woont bij de ouder, 85% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 2,9 uur. Tijdens opvang/oppas: 1,5 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,4 uur per dag. Vrije tijd: 1,6 uur per dag. Activiteiten: Fietsen/steppen (64%), spelen op speeltoestellen (62%), balspelen (51%), klimmen/klauteren (19%), fantasiespel (13%), spelen met water (11%), chillen/rondhangen (6%). Digitale spelletjes buiten komen nauwelijks voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (98%), speelplek met toestellen (85%), grasveld (74%), straat/stoep/woonerf (52%), sportvoorziening (33%), schoolplein (70%), water (31%), natuurspeeltuin (35%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (87%), speelplek met toestellen (62%), grasveld (31%), straat/stoep/woonerf (27%), sportvoorziening (13%), schoolplein (38%), water (12%), natuurspeeltuin (8%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (23%), speelplek met toestellen (25%), grasveld (21%), sportvoorzieningen (21%), horeca met speelvoorziening (31%), kinderboerderij (23%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen, sportvoorzieningen en horeca met speelvoorziening.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 49% (mee eens of helemaal mee eens), 29% (oneens of neutraal).
Genoeg variatie: 37% (mee eens of helemaal mee eens), 55% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 29% (mee eens of helemaal mee eens), 57% (oneens of neutraal). Veiligheid: 55% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 63% (mee eens), 29% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 43% (mee oneens dat dit belemmert), 43% neutraal of mee eens dat het wel belemmert. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 79% vindt buitenspelen heel belangrijk, 21% belangrijk. Kinderen: 60% vindt buitenspelen heel leuk, 32% leuk, 8% neutraal of niet leuk. Toch speelt 38% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 36% altijd, 26% vaak, 19% soms, 19% nooit/zelden. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (79%), tijd (40%), omgang met anderen (62%), toezicht (34%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken
Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 7 (22%), 8 (24%), 6 (15%), 5 (9%), 2 (6%).
Toelichting: Veel opmerkingen over veiligheid, onderhoud, variatie en uitdaging. Positief over ruimte en sociale controle, negatief over verouderde toestellen, hondenpoep, en gebrek aan voorzieningen voor oudere kinderen. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 85% ja, 15% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 49% met de fiets, 41% lopend, 10% skates/step. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (53%), gevolgd door 10 minuten (18%), 1-3 minuten (17%), 8 en 15 minuten (12%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 68% ja, 20% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Mijdrecht Dorp 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (63%), 4-7 jaar (38%). Jongens (63%), meisjes (38%). School: 88% zit op de basisschool, 13% nog niet op school. Gezondheid: Geen enkel kind heeft een chronische ziekte of beperking die buitenspelen belemmert. Herkomst gezin: 25% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 50% migratieachtergrond, 25% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 38% hoog, 25% middelhoog, 13% laag, 25% onbekend. Huishoudinkomen: 50% midden, 13% hoog, 38% onbekend. Samenstelling gezin: 75% van de kinderen woont bij de ouder, 67% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 2,6 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,6 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,6 uur per dag. Vrije tijd: 1,3 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (71%), fietsen/steppen (43%), balspelen (29%), fantasiespel (29%), spelen met losse materialen (29%), spelen met water (43%), chillen/rondhangen (14%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (75%), speelplek met toestellen (38%), grasveld (38%), straat/stoep/woonerf (38%), sportvoorziening (25%), schoolplein (13%), water (25%), natuurspeeltuin (25%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (75%), speelplek met toestellen (38%), grasveld (25%), sportvoorziening (13%), natuurspeeltuin (13%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (50%), grasveld (50%), speelplek met toestellen (63%), kinderboerderij (63%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 29% (mee eens), 57% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 29% (mee eens), 57% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 29% (mee eens), 57% (oneens of neutraal).
Veiligheid: 29% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 29% (mee eens), 57% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 43% (mee eens dat dit belemmert), 43% (mee oneens), 14% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 100% vindt buitenspelen heel belangrijk. Kinderen: 71% vindt buitenspelen heel leuk, 29% leuk. Toch speelt 57% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 29% soms, 29% zelden, 29% nooit, 14% vaak. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (100%), tijd (50%), omgang met anderen (50%), toezicht (67%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 2 (50%), 4 (13%), 6 (13%), 8 (25%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken
Speelplekken goed bereikbaar: 50% ja, 50% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 50% lopend, 17% met de fiets, 33% skates/step. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 2-5 minuten (50%), gevolgd door 3 en 10 minuten (25% elk). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 83% ja, 17% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Molenland 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (81%), 4-7 jaar (19%). Jongens (59%), meisjes (37%), 4% onbekend. School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Slechts één kind heeft een chronische ziekte of beperking, maar deze belemmert het buitenspelen niet. Herkomst gezin: 67% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 11% migratieachtergrond, 22% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 41% middelhoog, 26% hoog, 7% laag, 26% onbekend. Huishoudinkomen: 30% hoog, 22% midden, 7% laag, 41% onbekend. Samenstelling gezin: 74% van de kinderen woont bij de ouder, 76% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,2 uur. Tijdens opvang/oppas: 1,9 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,5 uur per dag. Vrije tijd: 1,8 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (73%), fietsen/steppen (58%), balspelen (38%), verstoppertje/tikkertje (23%), skaten/skeeleren (12%), chillen/rondhangen (12%), spelen met water (15%), fantasiespel (12%). Digitale spelletjes buiten komen nauwelijks voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (93%), speelplek met toestellen (93%), grasveld (78%), straat/stoep/woonerf (52%), sportvoorziening (22%), schoolplein (30%), water (44%), natuurspeeltuin (7%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (85%), speelplek met toestellen (70%), grasveld (41%), straat/stoep/woonerf (22%), sportvoorziening (7%), schoolplein (19%), water (11%), natuurspeeltuin (4%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (56%), bos/natuurgebied (33%), kinderboerderij (30%), sportvoorzieningen (22%), horeca met speelvoorziening (22%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 38% (mee eens of helemaal mee eens), 62% (oneens of neutraal).
Genoeg variatie: 19% (mee eens), 81% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 15% (mee eens), 77% (oneens of neutraal). Veiligheid: 56% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 20% (mee eens), 48% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 29% (mee eens dat dit belemmert), 38% (mee oneens), 33% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 81% vindt buitenspelen heel belangrijk, 19% belangrijk. Kinderen: 54% vindt buitenspelen heel leuk, 31% leuk, 15% neutraal. Toch speelt 27% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 23% altijd, 42% vaak, 12% soms, 8% zelden, 15% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (77%), tijd (54%), omgang met anderen (50%), toezicht (46%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken
Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 7 (41%), 6 (26%), 8 (15%), 5 (11%), 1-2 (7%). Toelichting: Veel opmerkingen over veiligheid, onderhoud, variatie en uitdaging. Positief over ruimte en sociale controle, negatief over
verouderde toestellen, hondenpoep, en gebrek aan voorzieningen voor oudere kinderen. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten. 9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 82% ja, 18% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 50% lopend, 45% met de fiets, 5% skelter/driewieler. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (35%), gevolgd door 10 minuten (24%), 3 minuten (18%), 1-2 minuten (11%), 23 minuten (6%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 82% ja, 18% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting en uitkomsten Proostdijland 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (74%), 4-7 jaar (26%). Jongens (57%), meisjes (39%), 4% onbekend. School: 96% zit op de basisschool. Gezondheid: Slechts één kind heeft een chronische ziekte of beperking, soms belemmerend voor buitenspelen. Herkomst gezin: 70% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 13% migratieachtergrond, 17% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 52% middelhoog, 22% hoog, 13% laag, 13% onbekend. Huishoudinkomen: 48% midden, 9% hoog, 9% laag, 35% onbekend. Samenstelling gezin: 90% van de kinderen woont bij de ouder, 84% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,3 uur. Tijdens opvang/oppas: 1,9 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,5 uur per dag. Vrije tijd: 1,7 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (73%), fietsen/steppen (59%), klimmen/klauteren (23%), balspelen (23%), verstoppertje/tikkertje (32%), fantasiespel (18%), spelen met water (18%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken
Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (83%), speelplek met toestellen (83%), grasveld (70%), straat/stoep/woonerf (43%), sportvoorziening (35%), schoolplein (9%), water (13%), park/plantsoen (48%), bos/natuurgebied (4%), kinderboerderij (4%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (77%), speelplek met toestellen (55%), grasveld (23%), straat/stoep/woonerf (32%), sportvoorziening (14%), park/ plantsoen (5%), bos/natuurgebied (5%).
Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (64%), speelplek met toestellen (41%), kinderboerderij (41%), bos/natuurgebied (27%), horeca met speelvoorziening (32%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 36% (mee eens of helemaal mee eens), 64% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 27% (mee eens), 73% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 18% (mee eens), 82% (oneens of neutraal). Veiligheid: 27% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 43% (mee eens), 38% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 45% (mee eens dat dit belemmert), 36% (mee oneens), 14% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 77% vindt buitenspelen heel belangrijk, 23% belangrijk. Kinderen: 73% vindt buitenspelen heel leuk, 18% leuk, 9% neutraal. Toch speelt 50% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten
7. Zelfstandigheid en afspraken
Kind mag zelfstandig buitenspelen: 14% altijd, 9% vaak, 27% soms, 14% zelden, 36% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (77%), tijd (14%), omgang met anderen (59%), toezicht (59%).
Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk. 8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 4 (22%), 5 (22%), 6 (17%), 8 (17%), 3 (9%), 1 (9%), 7 (4%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 45% ja, 55% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 75% lopend, 20% met de fiets, 5% skates/step. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (62%), gevolgd door 10 en 15 minuten (8% en 15%), 2 en 4 minuten (8%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 85% ja, 15% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Twistvlied & Wickelhof 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (72%), 4-7 jaar (28%). Jongens (48%), meisjes (48%), 3% onbekend. School: 93% zit op de basisschool, 3% speciaal voortgezet onderwijs. Gezondheid: Slechts één kind heeft een chronische ziekte of beperking, maar deze belemmert het buitenspelen niet. Herkomst gezin: 66% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 14% migratieachtergrond, 21% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 62% middelhoog, 24% hoog, 14% onbekend. Huishoudinkomen: 24% midden, 24% hoog, 10% laag, 41% onbekend. Samenstelling gezin: 96% van de kinderen woont bij de ouder, 88% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,8 uur. Tijdens opvang/oppas: 3,2 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,4 uur per dag. Vrije tijd: 1,9 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (59%), fietsen/steppen (59%), balspelen (44%), klimmen/klauteren (26%), verstoppertje/tikkertje (19%), spelen met water (26%), fantasiespel (15%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken
Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (93%), speelplek met toestellen (86%), grasveld (79%), straat/stoep/woonerf (41%), sportvoorziening (10%), schoolplein (7%), water (24%), park/plantsoen (52%), bos/natuurgebied (3%), kinderboerderij (7%).
Regelmatig gebruik: Eigen tuin (79%), speelplek met toestellen (66%), grasveld (48%), straat/stoep/woonerf (28%), sportvoorziening (7%), schoolplein (3%), water (7%), park/plantsoen (14%), kinderboerderij (7%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (59%), speelplek met toestellen (45%), kinderboerderij (28%), bos/natuurgebied (28%), horeca met speelvoorziening (38%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 29% (mee eens), 54% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 18% (mee eens), 82% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 4% (mee eens), 68% (oneens of neutraal). Veiligheid: 61% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 22% (mee eens), 56% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 36% (mee eens dat dit belemmert), 50% (mee oneens), 14% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatepark, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 93% vindt buitenspelen heel belangrijk, 7% belangrijk. Kinderen: 70% vindt buitenspelen heel leuk, 22% leuk, 4% neutraal, 4% niet leuk. Toch speelt 44% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken
Kind mag zelfstandig buitenspelen: 30% altijd, 26% vaak, 30% soms, 11% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (85%), tijd (50%), omgang met anderen (58%), toezicht (27%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 6 (38%), 7 (21%), 5 (17%), 4 (10%), 2 (7%), 8 (3%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 69% ja, 23% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 62% lopend, 27% met de fiets, 8% skates/step. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (44%), gevolgd door 10 minuten (18%), 2 minuten (11%), 1, 3 en 15 minuten (elk 3-7%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 81% ja, 12% nee, 8% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Vinkeveen Buitengebied 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (85%), 4-7 jaar (15%). Jongens (54%), meisjes (46%). School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Slechts één kind heeft een chronische ziekte of beperking, die het buitenspelen soms belemmert. Herkomst gezin: 65% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 12% migratieachtergrond, 23% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 42% middelhoog, 19% hoog, 12% laag, 27% onbekend. Huishoudinkomen: 23% hoog, 19% midden, 15% laag, 42% onbekend. Samenstelling gezin: 95% van de kinderen woont bij de ouder, 70% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,7 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,0 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,8 uur per dag. Vrije tijd: 2,0 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (68%), fietsen/steppen (41%), balspelen (41%), fantasiespel (27%), spelen met water (23%), klimmen/klauteren (14%). Digitale spelletjes buiten komen nauwelijks voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Digitale buitenspelen is geen issue.
3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (92%), speelplek met toestellen (46%), grasveld (54%), straat/stoep/woonerf (23%), water (42%), park/plantsoen (8%), bos/natuurgebied (8%), sportvoorziening (4%), schoolplein (8%), kinderboerderij (0%). Regelmatig gebruik: Eigen tuin (71%), speelplek met toestellen (29%), grasveld (21%), straat/stoep/woonerf (17%), water (17%), sportvoorziening (4%), natuurspeeltuin (4%). Gemiste mogelijkheden: Natuurspeeltuin (42%), speelplek met toestellen (58%), bos/natuurgebied (29%), kinderboerderij (29%), horeca met speelvoorziening (17%). Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen en voorzieningen voor oudere kinderen.
4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken
Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 27% (mee eens of helemaal mee eens), 64% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 18% (mee eens), 77% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 9% (mee eens), 82% (oneens of neutraal). Veiligheid: 23% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer en water worden als belemmerend ervaren. Onderhoud: 37% (mee eens), 47% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 30% (mee eens dat dit belemmert), 45% (mee oneens), 10% neutraal. Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen Ouders: 100% vindt buitenspelen heel belangrijk. Kinderen: 86% vindt buitenspelen heel leuk, 14% leuk. Toch speelt 23% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 27% altijd, 23% vaak, 23% soms, 18% zelden, 9% nooit. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (76%), tijd (33%), omgang met anderen (57%), toezicht (33%). Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken
Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 5 (27%), 6 (15%), 8 (15%), 1-2 (23%), 3-4 (12%).
Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 35% ja, 65% nee. Hoe gaat kind naar speelplek: 50% lopend, 25% met de fiets, 25% anders. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (43%), gevolgd door 10 minuten (29%), 2 minuten (14%), 15 en 25 minuten (7% elk). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 75% ja, 25% nee. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie). Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Vinkeveen Dorp 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk basisschoolleeftijd, geen exacte verdeling in bestand. School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen kinderen met een chronische ziekte of beperking. Herkomst gezin: 79% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 8% migratieachtergrond, 13% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 51% middelhoog, 26% hoog, 10% laag, 13% onbekend. Huishoudinkomen: 28% hoog, 23% midden, 10% laag, 38% onbekend. Samenstelling gezin: 91% van de kinderen woont bij de ouder, 71% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding
Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 3,0 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,8 uur per dag. Tijdens schooltijd: 1,3 uur per dag. Vrije tijd: 1,7 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (57%), fietsen/steppen (51%), balspelen (37%), fantasiespel (26%), spelen met water (17%), klimmen/klauteren (20%), chillen/rondhangen (11%).
Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Fietsen/steppen en speeltoestellen zijn het populairst. 3. Aanwezigheid en gebruik van speelplekken
Aanwezige mogelijkheden: Eigen tuin (90%), speelplek met toestellen (67%), grasveld (62%), schoolplein (54%), water (44%), park/plantsoen (28%), sportvoorziening (18%), straat/stoep/woonerf (46%), bos/natuurgebied (5%).
Regelmatig gebruik: Eigen tuin (69%), speelplek met toestellen (31%), grasveld (34%), schoolplein (43%), water (11%), straat/stoep/woonerf (23%), sportvoorziening (6%), park/plantsoen (3%), bos/natuurgebied (3%). Gemiste mogelijkheden: Speelplek met toestellen (60%), natuurspeeltuin (49%), bos/natuurgebied (20%), horeca met speelvoorziening (29%), kinderboerderij (26%).
Conclusie: Er is behoefte aan meer variatie, vooral natuurspeeltuinen, voorzieningen voor oudere kinderen en horeca met speelvoorziening. 4. Kwaliteit en toegankelijkheid van speelplekken Genoeg buitenspeelmogelijkheden: 29% (mee eens of helemaal mee eens), 40% (oneens of neutraal). Genoeg variatie: 14% (mee eens of helemaal mee eens), 60% (oneens of neutraal). Uitdagend genoeg: 9% (mee eens of helemaal mee eens), 80% (oneens of neutraal). Veiligheid: 47% vindt dat kinderen veilig naar speelplekken kunnen komen, verkeer wordt als belemmerend ervaren (43%). Onderhoud: 29% (mee eens of helemaal mee eens), 49% (oneens of neutraal). Afval/hondenpoep: 37% (mee eens dat dit belemmert), 49% (mee oneens of neutraal). Conclusie: Variatie en uitdaging schieten tekort, veiligheid en onderhoud zijn aandachtspunten.
5. Meningen en toelichtingen (open antwoorden) Veel voorkomende klachten: Speeltoestellen zijn verouderd, weinig variatie, vooral gericht op jonge kinderen. Hondenpoep en afval op grasvelden en speelplekken. Onveilige verkeerssituaties, gebrek aan veilige oversteekplaatsen. Schoolpleinen vaak niet toegankelijk buiten schooltijd. Oudere kinderen missen uitdagende speelplekken (skatebaan, voetbalveld, basketbalveld). Grasvelden worden niet optimaal benut, speeltoestellen staan vaak te dicht bij de weg. Conclusie: Er is een duidelijke roep om renovatie, meer variatie en betere verkeersveiligheid.
6. Belang van buitenspelen
Ouders: 83% vindt buitenspelen heel belangrijk, 17% belangrijk. Kinderen: 74% vindt buitenspelen heel leuk, 23% leuk, 3% neutraal.
Toch speelt 40% van de kinderen volgens ouders niet genoeg buiten. Conclusie: Breed draagvlak voor het belang van buitenspelen, maar niet alle kinderen spelen genoeg buiten.
7. Zelfstandigheid en afspraken Kind mag zelfstandig buitenspelen: 47% altijd, 21% vaak, 12% soms, 18% nooit/zelden. Afspraken met kind: Vooral over plekken waar wel/niet gespeeld mag worden (71%), tijd (53%), omgang met anderen (53%), toezicht (26%) Conclusie: Zelfstandigheid wordt gestimuleerd, maar toezicht en duidelijke afspraken zijn belangrijk.
8. Beoordeling buurt en speelplekken Cijfer voor buitenspelen in de buurt: Meest gegeven cijfers zijn 6 (21%), 7 (15%), 4 (13%), 5 (13%), 2 (10%), 8 (8%), 1, 3, 9 (elk 3-5%). Toelichting: Veel opmerkingen over weinig aanbod voor oudere kinderen, behoefte aan meer groen, differentiatie en schaduw. Positief over veiligheid, ruimte en sociale cultuur. Conclusie: De waardering is gemiddeld, met duidelijke verbeterpunten.
9. Bereikbaarheid speelplekken Speelplekken goed bereikbaar: 66% ja, 31% nee, 3% weet ik niet. Hoe gaat kind naar speelplek: 60% lopend, 31% met de fiets, 9% anders. Hoe lang willen ouders/kinderen lopen: Meest genoemd is 5 minuten (33%), gevolgd door 10 minuten (33%), 2 minuten (19%), 1, 7, 15 minuten (elk 3-4%). Bereidheid om te fietsen naar goede speelplek: 69% ja, 11% nee, 20% weet ik niet. Conclusie: Nabijheid en bereikbaarheid zijn belangrijk, maar niet overal voldoende.
10. Wensen en ideeën voor verbetering
Renovatie en uitbreiding van speelplekken, vooral voor oudere kinderen. Meer variatie: natuurspeeltuinen, sportvelden, uitdagende toestellen. Verbeter onderhoud en hygiëne (hondenpoep, afval). Maak schoolpleinen toegankelijk buiten schooltijd. Verbeter verkeersveiligheid en oversteekplaatsen. Betrek ouders en kinderen bij inrichting en onderhoud (buurtwandelingen, participatie).
Conclusie: Concrete wensen en ideeën sluiten aan bij de geconstateerde knelpunten.
Samenvatting uitkomsten Vinkeveen Plassengebied 1. Achtergrondkenmerken kind en gezin Leeftijd kinderen: Voornamelijk 8-12 jaar (89%), 4-7 jaar (11%). Jongens (56%), meisjes (44%). School: 100% zit op de basisschool. Gezondheid: Geen kinderen met een chronische ziekte of beperking. Herkomst gezin: 78% van de kinderen heeft ouders die in Nederland geboren zijn, 11% migratieachtergrond, 11% onbekend. Opleidingsniveau ouders: 56% middelhoog, 22% hoog, 22% onbekend. Huishoudinkomen: 22% hoog, 22% midden, 11% laag, 44% onbekend. Samenstelling gezin: 100% van de kinderen woont bij de ouder, 88% heeft broers/zussen. Conclusie: De populatie is representatief voor basisschoolkinderen, met een diverse achtergrond en overwegend gezonde kinderen.
2. Buitenspeelgedrag en tijdsbesteding Gemiddelde buitenspeeltijd per dag: 4,0 uur. Tijdens opvang/oppas: 2,1 uur per dag. Tijdens schooltijd: 2,4 uur per dag. Vrije tijd: 1,9 uur per dag. Activiteiten: Spelen op speeltoestellen (38%), fietsen/steppen (50%), balspelen (63%), spelen met water (63%), verstoppertje/tikkertje (25%), klimmen/klauteren (13%). Digitale spelletjes buiten komen niet voor. Conclusie: Kinderen spelen veel buiten, vooral actief en samen. Water en balspelen zijn opvallend populair.