Bijlage 2. Ontwerpbegroting 2027 SGL
Tekst van het document
Programmabegroting 2027
PROGRAMMABEGROTING 2027
Recreatieschap Stichtse Groenlanden
CONCEPT, 17 MAART 2026
0
Programmabegroting 2027
Inhoudsopgave 1.
Voorwoord
2
2.
Uitgangspunten
5
3.
Programma instandhouding en ontwikkeling gebieden
7
3.1
Gebiedsbeheer
7
3.2
Ontwikkeling
10
3.3
Ondersteuning
12
3.4
Algemene dekkingsmiddelen
15
4.
Paragrafen
16
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
16
4.2
Onderhoud kapitaalgoederen
19
4.3
Financiering
20
4.4
Grondbeleid
21
4.5
Bedrijfsvoering
21
5. Financiële begroting
23
Bijlage I - Baten en lasten per programmagebied
29
Bijlage II - 4-jarig Uitvoeringsplan 2027-2030
35
1.
Inleiding
35
2.
Gebiedsbeheer
35
2.1
Uitvoeren terreinbeheer
35
2.2
Toezicht en handhaving
41
2.3
Exploitatie
41
2.4
Ontwikkeling
42
2.5
Ondersteuning
43
Financieel perspectief
46
4.1
Algemeen
46
4.2
Bedrijfsvoering
49
4.3
Beheerplan
51
4.4
Uitvoeringsplan 2027-2030
52
4.5
Routebureau Provincie Utrecht
53
4.6
Indexatie tarieven inkomsten
54
4.7
Verhoging eigen inkomsten
54
4.8
Financiering
55
4.9
Weerstandsvermogen
55
4.10
Deelnemersbijdragen
56
3
1
Programmabegroting 2027
1.
Voorwoord
Voor u ligt de Programmabegroting 2027 van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden. Deze begroting geeft inzicht in de opgaven waar onze recreatiegebieden voor staan en de keuzes die de komende periode van bestuur en deelnemende raden worden gevraagd. Onze gebieden vervullen een belangrijke maatschappelijke functie: inwoners zoeken ontspanning in de natuur, en recreatie vormt een gezond tegenwicht voor stedelijke drukte. De verwachting van gebruikers blijft stijgen — meer veiligheid, betere voorzieningen en een gastvrije inrichting van het landschap. Tegelijkertijd nemen de beheeropgaven toe. Het Terrein Beheer Model laat duidelijk zien wat nodig is om onze gebieden schoon, heel en veilig te houden. Door verouderde voorzieningen, intensiever gebruik, wettelijke eisen en klimaatontwikkelingen groeit het werkpakket structureel. Ook toezicht en handhaving vragen meer capaciteit door toenemende drukte in de buitengebieden. De doorontwikkelagenda en Toekomstvisie 2040 schetsen daarbij een ambitieus, gezamenlijk toekomstbeeld voor recreatie en natuur. Tegenover deze inhoudelijke opgaven staat echter een bestuurlijke realiteit: de ruimte voor groeiende lasten is beperkt. Veel maatregelen om lasten te verlagen of eigen inkomsten te verhogen bleken in eerdere jaren niet bestuurlijk haalbaar of maatschappelijk wenselijk.
Daarmee ontstaat een steeds scherper voelbare spagaat: we willen de kwaliteit en veiligheid in onze gebieden op peil houden, maar tegelijkertijd wordt gevraagd om terughoudendheid in bijdragen en uitgaven. Deze spanning is in 2027 bepalend. De budgettaire ruimte staat onder druk, terwijl de onderhouds- en veiligheidsopgave niet afneemt. Hierdoor komt de vraag centraal te staan welke kwaliteit en welke mate van doorontwikkeling we in de komende jaren willen en kunnen bieden. Dat vraagt om heldere keuzes in prioritering: welke taken zijn kerntaken die onlosmakelijk verbonden zijn met een veilig, toegankelijk en aantrekkelijk recreatienetwerk? Wat kan worden gefaseerd, versoberd of anders georganiseerd? En waar ligt de grens waarbij de kwaliteit van onze gebieden daadwerkelijk onder druk komt te staan? Met deze Programmabegroting presenteren wij een realistisch beeld van de opgaven en de inspanning die nodig is om onze recreatiegebieden toekomstbestendig te houden. Zij vraagt van de deelnemende gemeenteraden en Provinciale Staten niet alleen instemming, maar vooral betrokkenheid bij de strategische vraag: welke recreatieve kwaliteit willen wij als regio bieden, en welke middelen zijn wij bereid daarvoor beschikbaar te stellen? Het Recreatieschap blijft zich inzetten voor duurzame, veilige en toegankelijke groengebieden voor al onze inwoners.
Financiële samenvatting Om een sluitende Ontwerpbegroting 2027 te realiseren, zal voor SGL-A een taakstelling worden opgenomen ter grootte van het begrotingstekort. Aan deze taakstelling zal op een later moment invulling worden gegeven. Gezien de beperkte middelen en mogelijkheden bij SGL-B, zullen de deelnemersbijdragen structureel worden verhoogd, ten einde het huidige begrotingstekort te dichten en te voorkomen dat deze in opvolgende jaren opnieuw optreedt. LASTEN Programma instandhoudingsgebieden
Jaarrekening 2025
BATEN
Begroting 2026
Begroting 2027
Jaarrekening 2025
SALDO
Begroting 2026
Begroting 2027
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Totaal Gebiedsbeheer
5.600.176
5.373.759
6.164.622
2.055.707
1.634.192
1.809.494
-3.544.469
-3.739.567
-4.355.128
Totaal Plannen maken
379.628
473.230
492.638
0
0
0
-379.628
-473.230
-492.638
Totaal Overhead
954.227
879.061
937.931
75.070
75.776
79.640
-879.157
-803.286
-858.291
0
0
0
4.900.269
5.075.874
5.796.641
4.900.269
5.075.874
5.796.641
6.934.030
6.726.050
7.595.191
7.031.046
6.785.842
7.685.775
97.016
59.792
90.584
165.980
0
0
101.612
0
0
-64.368
0
0
7.100.011
6.726.050
7.595.191
7.132.658
6.785.842
7.685.775
32.648
59.792
90.584
Totaal Algemene middelen Saldo gewone bedrijfsvoering Totaal kredieten Saldo van baten en lasten Toevoegingen en onttrekkingen reserves Gerealiseerd resultaat
300.301
293.042
175.000
372.304
233.250
84.416
72.003
-59.792
-90.584
7.400.311
7.019.092
7.770.191
7.504.962
7.019.092
7.770.191
104.651
0
0
2
Programmabegroting 2027 SGL-A De begroting van SGL-A kwam in eerste instantie uit op een tekort van €221.000. Vooral de uitbreiding van het beheerbudget voor het Nedereindse Park drukt zwaar op de begroting. Daarnaast worden hogere financierings- en kapitaallasten verwacht als gevolg van de investeringen in 2026. Daarbij komt dat een deel van de taakstelling voor 2026 werd ingevuld met niet-structurele middelen, waardoor dit tekort in de begroting 2027 opnieuw boven komt drijven. Ook van grote impact blijft de publieke bijdrage aan het Oortjespad. Hoewel deze overeenkomst eind 2025 formeel is opgezegd en per 1 januari 2027 afloopt, is deze bijdrage nog wel opgenomen in de begroting. De intentie is uitgesproken om tot een nieuwe overeenkomst te komen. Niet duidelijk is hoe hoog een eventuele bijdrage in de toekomst zal zijn. Zodoende is deze vooralsnog tegen huidig prijsniveau in de begroting opgenomen. Voor 2027 bedraagt deze post €195.000, waarmee het aanzienlijk op het beheerbudget drukt. Ten opzichte van 2026 zijn de deelnemersbijdragen opgehoogd met een inflatiecorrectie van 3,56% conform vastgestelde Kadernota 2027.
Ondanks dat het bestuur het merendeel van de in 2026 voorgelegde maatregelen om op korte termijn de lasten te verlagen, dan wel de baten te verhogen, heeft afgewezen, is het tekort voor 2027 voorlopig gedicht met een taakstellende bezuiniging van €221.000, waar op een later moment invulling aan gegeven zal worden. Reden is de nadrukkelijke wens van meerdere deelnemers om de deelnemersbijdrage niet verder op te hogen en opnieuw de voorgestelde maatregelen uit vorig begrotingsjaar te onderzoeken. Vanaf 2029 verwachten we nog een extra gat in de begroting van €44.000 als gevolg van de voorgenomen uittreding van Gemeente IJsselstein. De bijdragen van de resterende deelnemers zijn hiervoor naar rato opgehoogd. Een onafhankelijke berekening wordt nog opgesteld door een externe partij. SGL-B Voor SGL-B komt het tekort uit op €405.000. Dit tekort wordt veroorzaakt door de kosten van een extra BOA, die op verzoek van het algemeen bestuur nu structureel in de begroting zijn opgenomen (€157.650). Daarnaast hebben we ook hier te maken met het terugkerende tekort uit de begroting van 2026, dat werd opgelost met een eenmalige extra deelnemersbijdrage van €102.500. Andere zaken met een impact op het verwachte resultaat zijn de financierings- en kapitaallasten van investeringen in 2026, waaronder de renovatie van de toiletten op de verschillende zandeilanden.
Daarbij komt dat op het gebied van groot onderhoud een aantal grote uitgaven in de meerjarenplanning binnen de scope van 20 jaar verschijnen, waardoor de jaarlijkse dotatie aan de voorziening omhoog gaat. Vanwege de beperkte mogelijkheden om de lasten te verlagen, dan wel de baten te verhogen, wordt dit begrotingstekort opgevangen met een structurele extra deelnemersbijdrage, bovenop de indexatie van 3,56% zoals opgenomen in de vastgestelde Kadernota 2027. De noodzaak van deze structurele extra middelen is in een eerder stadium al kenbaar gemaakt richting het bestuur van het Recreatieschap en richting de deelnemers. Daarnaast onderschrijven de deelnemers het belang van een betrouwbare methodiek voor het bepalen van de beheerlasten. Om voor 2026 tot een sluitende begroting te komen, zijn binnen de Meerjarenplanning Groot Onderhoud (MJP GO) verschillende aanpassingen doorgevoerd om de dotatie aan de voorziening groot onderhoud te verlagen. Deze maatregelen verlaagden weliswaar de begrotingsdruk, maar gingen ten koste van een duurzaam, efficiënt en planmatig beheer. In de begroting 2027 van SGL-B worden een aantal van deze maatregelen teruggedraaid om de aansluiting op het Terrein Beheer Model te herstellen en uitvoerings-, kwaliteits- en financiële risico’s te verminderen. Hiervoor wordt de deelnemersbijdrage verder opgehoogd met €135.000.
Omdat hiermee meer onderhoudswerken worden gefinancierd vanuit de voorziening groot onderhoud, en het aantal investeringen, waaruit afschrijvings- en rentelasten voortkomen, afnemen, zal dit bedrag in opvolgende jaren iets omlaag gaan. Voor een verdere toelichting per programmagebied verwijzen we naar Bijlage I.
3
Programmabegroting 2027 Ondertekening Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d. 10-07-2026
………………………
………………………
Dhr J. van Engelen
Mevr. J. Brand
Voorzitter
Secretaris a.i.
4
Programmabegroting 2027
2.
Uitgangspunten
Bij het opstellen van de Programmabegroting 2027 zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd. De begroting bestaat van oudsher uit twee onderdelen: • Programmagebied A | Stichtse Groenlanden: het gebied van Stichtse Groenlanden van vòòr 2018; het gebied rondom de stad Utrecht, in de uiterwaarden langs de Lek en in het Groene Hart. • Programmagebied B | Vinkeveense Plassen: het Vinkeveense Plassengebied. Het Recreatieschap (beide programmagebieden) richt zich op het beheren, exploiteren en ontwikkelen van openbaar toegankelijke voorzieningen voor openluchtrecreatie in het buitengebied, met oog voor de natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische elementen die kenmerkend zijn voor de identiteit van het gebied.
Algemene financiële uitgangspunten Voor het opstellen van de Begroting 2027 worden conform de Kadernota 2027 de volgende algemene uitgangspunten gehanteerd: • De deelnemersbijdragen worden geïndexeerd. Dit geldt eveneens voor de overige baten. • Alleen de structurele financiële effecten van de Begroting 2026 (en eventuele begrotingswijzigingen) worden verwerkt; • De structurele financiële effecten van bestuursbesluiten die tot en met 1 maart 2026 zijn genomen worden verwerkt; • De meerjarenbegroting (2028 t/m 2030) wordt geïndexeerd. • De Begroting 2027 zal opgesteld worden conform de voorschriften van het BBV. • De Begroting 2027 en de meerjarenraming 2028 t/m 2030 behoren, conform de uitgangspunten in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), structureel en reëel in evenwicht te zijn. Dit houdt in dat structurele lasten moeten worden gedekt met structurele baten. Aanvullend hierop worden de volgende uitgangspunten gehanteerd voor de Begroting 2027: • De deelnemersbijdragen aan Recreatieschap Stichtse Groenlanden worden met 3,56% verhoogd als gevolg van loon- en prijsindexatie, ervan uitgaande dat: o o o
• •
•
Het te hanteren prijsindexcijfer, op basis van de meicirculaire gemeentefonds 2025, 2,35% bedraagt; De verwachte loongerelateerde stijging, op basis van de meicirculaire gemeentefonds 2025, 5,1% bedraagt; Op basis van de Begroting 2026 de verhouding tussen personele en overige kosten in het Recreatieschap 44% loongerelateerde kosten en 56% overige kosten bedraagt.
Indien in de periode na publicatie van de meicirculaire de inflatiecijfers zodanig zijn gewijzigd dat genoemde percentages niet meer reëel zijn, zal het voorstel worden gedaan om de begrotingscijfers aan te passen aan het reële inflatiepercentage. De inkomsten (huren, pachten, e.d.) worden conform actuele contracten bijgesteld en opgenomen in de Begroting 2027. Het beheer en onderhoud vindt plaats op basis van functievereisten, wettelijke kaders en vastgestelde kwaliteitsprofielen. De algemene onderliggende gedachte is ‘schoon, heel en veilig’. Bij beheer en onderhoud van de recreatiegebieden is tevens behoud van ecologische en cultuurhistorische waarden van de gebieden belangrijk. Reservering voor groot onderhoud vindt plaats op basis van een Meerjarenplanning (MJP), dat is opgesteld aan de hand van het Terrein Beheer Model (TBM). Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen, waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende
5
Programmabegroting 2027
•
•
onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten worden periodiek gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is. Per 1 januari 2023 heeft het Recreatieschap een dienstverleningsovereenkomst (DVO) met het Routebureau Utrecht en is daarmee één van de opdrachtgevers. De bijdragen die voor de programmagebieden SGL-A en SGL-B jaarlijks aan het Routebureau moeten worden betaald, worden volledig gedekt vanuit de beschikbare middelen voor het routebeheer in de begroting van het Recreatieschap. De financiële kaders (tarieventabel) voor 2027 dienen nog in het bestuurlijk overleg Routebureau Utrecht te worden vastgesteld. Als basis voor de inkomsten uit bezoek aan het strandbad Maarsseveen wordt uitgegaan van een meerjarig gemiddelde van 83.000 betalende bezoekers (SGL-A).
6
Programmabegroting 2027
3.
Programma instandhouding en ontwikkeling gebieden
De begroting van SGL is vanaf 2023 geconverteerd naar één programma, namelijk instandhouding en ontwikkeling gebieden. Het programma omvat verschillende deelproducten waar kosten, doorbelaste loon- en apparaatskosten en opbrengsten op worden verantwoord. Werkgebied Stichtse Groenlanden en werkgebied Vinkeveense Plassen worden in gescheiden administraties geboekt en zijn op basis van de onderliggende specificaties van de vastgestelde begroting verdeeld. Het programma is opgebouwd uit de volgende onderdelen: - Gebiedsbeheer; - Ontwikkeling; - Ondersteuning; - Algemene dekkingsmiddelen; - Kredieten en projecten; - Mutatie reserves; - Wat gaat het kosten (Programmaoverzicht Lasten en Baten).
3.1
Gebiedsbeheer
3.1.1 Beheer en onderhoud Beheer en Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer en onderhoud verschilt per terrein, per seizoen, klimaatomstandigheden en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het Recreatieschap. Ook op het gebied van beheer en onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In 2025 zijn de laatste reguliere onderhoudsbestekken geactualiseerd op basis van het Terrein Beheer Model. Dat betekent dat vanaf 2026 alle reguliere onderhoudsbestekken volgens de nieuwe werkwijze worden ingezet. In 2027 zullen de resultaten van deze inspanningen zichtbaar worden en zal de nadruk liggen op verdere optimalisatie en waar mogelijk digitaliseren van deze processen. Door de implementatie van de producten- en dienstencatalogus (PDC) zal expliciet zichtbaar en transparant worden welke inzet Staatsbosbeheer pleegt ten behoeve van het verwerken van de beheerinformatie en het uitvoeren van terreininspecties. Wanneer de implementatie van de PDC daar aanleiding toe geeft, zal een begrotingswijziging worden gedaan voor de dienstverlening door Staatsbosbeheer.
Daarnaast wordt in overleg met de deelnemers en het bestuur de ondersteuning van recreatie-, landschaps- en natuurbeheer, de inzet van vrijwilligers en het betrekken van de samenleving bij het (natuur)beheer nader ingevuld. Waar mogelijk wordt ecologisch beheerd ter bevordering van de biodiversiteit.
3.1.2 Beheerinformatie Wat willen we bereiken Beheerinformatie levert inzicht in de beheerwerkzaamheden en kosten voor de komende jaren. Deze informatie is onmisbaar voor een goede beheervoorbereiding en -uitvoering in uw terreinen. Wat gaan we er voor doen Meten is weten. Daarom is het van belang dat de beheerinformatie inzichtelijk en op orde is. De koppeling van het Geografisch Informatie Systeem (GIS) aan het Terrein Beheer Model maakt data en
7
Programmabegroting 2027 kosten inzichtelijk, beheersbaar en vergelijkbaar. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld kaartmateriaal van de huidige en de toekomstige inrichting, planningen, geografische gebiedsanalyses en beschrijvingen van kapitaalgoederen zoals wegen en paden, maar ook ‘kunstwerkpaspoorten’ voor bijvoorbeeld bruggen en steigers.
3.1.3 Uitvoeren terreinbeheer Wat willen we bereiken Beoogd wordt dat de kwaliteit en de veiligheid in de gebieden gewaarborgd kan worden en er inzicht is in de noodzakelijke investeringen op de langere termijn. Het Meerjarenonderhoudsplan (MJOP), dat is opgesteld aan de hand van het Terrein Beheer Model (TBM) en vastgesteld door het Algemeen Bestuur in oktober 2025, wordt actueel gehouden door regelmatige inspecties in de verschillende gebieden. Wat gaan we er voor doen Door systematische visuele en technische inspecties uit te voeren blijft er zicht op de onderhoudsstaat van de natuur- en recreatieterreinen. Zo kan er tijdig bijgestuurd worden. Inspecties stellen in staat dat: • de kwaliteit van het terrein gewaarborgd is; • de meerjarenplanningen groot onderhoud actueel blijven; • de veiligheid in het gebied (beter) gewaarborgd is; • er invulling gegeven wordt aan de aantoonbaarheid van de staat van het onderhoud (juridische aansprakelijkheid).
3.1.4 Routebureau Het Recreatieschap is – namens deelnemende gemeenten - een van de opdrachtgevers van het Routebureau Utrecht. Uniform beheer en onderhoud, ontwikkeling en informatievoorziening, en marketing met betrekking tot de bewegwijzerde routenetwerken voor fietsen, wandelen en varen (sloepen) lopen via het Routebureau. Het ontwikkelen en verbeteren van de routenetwerken wordt door het Routebureau afgestemd met de deelnemers. Het Recreatieschap draagt hier, vanuit de middelen voor beheer en onderhoud, voor het werkgebied Stichtse Groenlanden (SGL-A) en voor het werkgebied Vinkeveense plassen (SGL-B) jaarlijks aan bij. Voor 2027 zijn deze bijdragen geraamd op respectievelijk € 125.207 voor SGL-A en € 25.900 voor SGL-B. Het Routebureau is na de liquidatie van RMN ondergebracht bij de Provincie Utrecht. Met het Routebureau vindt overleg plaats hoe de samenwerking naar de toekomst toe vormgegeven kan worden
3.1.5 Toezicht en handhaving Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn handhaver én gastheer en zetten zich in om overlast te voorkomen of te bestrijden. De dienstverlening met betrekking tot toezicht en handhaving is gericht op een zo efficiënt en effectief mogelijke inzet door gebied overschrijdende aansturing van de BOA-capaciteit. De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Wat willen we bereiken Beoogd wordt een gebied aan te bieden waar mensen zich veilig en welkom voelen en waar de natuur wordt beschermd. Door naleving van de wet- en regelgeving blijft de kwaliteit van het gebied op orde en de recreatie- en belevingswaarde hoog.
8
Programmabegroting 2027 Wat gaan we er voor doen Toezicht en handhaving bestaat uit vier onderdelen: 1. Handhaving op geldende bepalingen en wetgeving; 2. Gastheerschap voor de gebruikersgroepen; 3. Samenwerking met andere bevoegde toezichthouders (politie, gemeentelijke handhavers); 4. Vaartoezicht in waterrijke gebieden. De uitvoering van deze onderdelen gebeurt door boswachters met boa-bevoegdheden, in samenwerking met gemeenten en met andere toezichthouders. Dit is onder meer afhankelijk van de aard van de problematiek. Het Algemeen Bestuur heeft voor 2026 extra financiële middelen toegezegd voor de verhoging van de BOA-capaciteit op de Vinkeveense Plassen. Vanaf 2027 worden deze extra lasten structureel opgenomen in de begroting.
3.1.6 Exploitatie De exploitatie van het Recreatieschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huuren gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Daarnaast kan het schap leges heffen en vergunningen verlenen. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het doel van de gemeenschappelijke regeling Recreatieschap Stichtse Groenlanden is het gezamenlijk voorzien in het regionale recreatieaanbod op eigen terreinen en routes. Dit geldt tevens voor ons beleid inzake de uitgifte in erfpacht van delen van recreatieterreinen aan ondernemers en exploitanten, zoals bijvoorbeeld het realiseren en onderhouden van terreindelen en parkeerterreinen en participeren in het beschikbaar stellen van toiletvoorzieningen. Onze mogelijkheden hiertoe worden per project (in de ontwikkelfase) verkend en vastgelegd. Het Recreatieschap heeft diverse erfpachtovereenkomsten. Exploitanten dragen voor een belangrijk deel bij aan de recreatievoorzieningen en -mogelijkheden op een terrein en vormen een belangrijke bron van inkomsten. Daarnaast worden huur- en gebruiksovereenkomsten aangegaan voor verschillende activiteiten.
Terreinen worden geheel of gedeeltelijk in gebruik gegeven of verhuurd aan ondernemers, en voor zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Ook ontvangt het schap vanuit werkgebied SGL-B inkomsten (leges) uit de verkoop van waterskiontheffingen, duikpenningen voor het gebruik van de duikzone op Eiland 4 en het innemen van een ligplaats1. Wat gaat het kosten Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Gebiedsbeheer
Lasten Jaarrekening 2025 2.171.136 3.429.040 5.600.176
Begroting 2026 1.859.502 3.514.257 5.373.759
Begroting 2027 2.067.732 4.096.890 6.164.622
De toename van de personele lasten voor Gebiedsbeheer worden hoofdzakelijk verklaard door de inzet van een extra BOA bij SGL-B, waarvan de lasten worden geraamd op €158k. Uitgangspunt voor de overige personele lasten voor Gebiedsbeheer, Plannen maken en Overhead is dat deze ten opzichte van de Begroting 2026 zijn geïndexeerd met 5,1% conform het loonindexcijfer zoals opgenomen in de
1
Op vastgestelde plekken voor de duur van een jaar. Niet te verwarren met liggeld zoals in de verdienopgave is
opgenomen.
9
Programmabegroting 2027 meicirculaire gemeentefonds versie 2025. Uitzondering hierop zijn de begeleidingsuren van het regulier onderhoud, die gebaseerd zijn op TBM. In de toename van de materiële lasten ten opzichte van de Begroting 2026 zitten o.a. kapitaal- en financieringslasten als gevolg van investeringen die op de planning staan voor 2026 en 2027, een bijdrage voor de inzet van verkeersregelaars bij de boothelling op Eiland 4 en een uitbreiding van het onderhoudsbestek voor het Nedereindse Park (cf AB-besluit oktober 2025). Ook zijn voor SGL-B diverse (administratieve) bezuinigingen, zoals opgevoerd in de begroting 2026, weer teruggedraaid om de aansluiting op het TBM te herstellen. Daarnaast zijn de maatregelen (taakstelling) ter invulling van het begrotingstekort 2026, zoals vastgesteld door het Algemeen Bestuur in oktober 2025, nog niet formeel verwerkt in een begrotingswijziging 2026. Zodoende toont het vergelijkingscijfer Begroting 2026 een lager saldo. Ondanks dat de overeenkomst voor de publieke bijdrage voor het Oortjespad formeel is opgezegd en na 2026 afloopt, is deze bijdrage nog wel opgenomen in de begroting. De intentie is uitgesproken om een nieuwe overeenkomst te sluiten. Niet duidelijk is wat de hoogte van de nieuwe bijdrage zal worden. Zodoende is deze vooralsnog tegen huidig prijspeil in de begroting opgenomen.
In 2027 bedraagt deze post €195.000 en drukt daarmee behoorlijk op het beheerbudget. De toenemende baten uit Gebiedsbeheer, zoals weergegeven in onderstaande tabel, komen o.a. voort uit de verwachte opbrengst van de zandsuppletie in de Honswijkerplas en indexatie van de huur- en erfpachtcontracten. Programma instandhouding gebieden
Baten Jaarrekening 2025
Totaal personeel Totaal materieel Totaal Gebiedsbeheer
3.2
Begroting 2026
2.055.707 2.055.707
1.634.192 1.634.192
Begroting 2027 1.809.494 1.809.494
Ontwikkeling
We verwachten, dat we de terreinen, routes en paden in 2027 ontwikkelen aan de hand van de in 2026 vast te stellen doorontwikkelagenda. Die doorontwikkelagenda sluit aan bij de eind 2025 door het bestuur van het Recreatieschap en Staatsbosbeheer Utrecht vastgestelde gezamenlijke Toekomstvisie 2040. Werkgebied Stichtse Groenlanden programmagebied A (SGL-A) De in 2026 door het bestuur van het Recreatieschap vast te stellen doorontwikkelagenda is van belang voor het werken aan ontwikkeling van terreinen, routes en paden. Vooruitlopend op de vaststelling hiervan verwachten we, gegeven aanloop en context van de betreffende projecten, dat in 2027 in ieder geval gewerkt zal worden aan:
•
•
Salmsteke Lopik: we zetten in op aanwijzing van de zwemplas bij Salmsteke als officieel zwemwater eind 2026. Als het lukt om in 2026 een ondernemer/ ontwikkelaar te contracteren voor invulling van de horecaterp, zal die ondernemer/ ontwikkelaar in 2027 bezig zijn die voorziening te ontwikkelen. Laagraven Houten / Nieuwegein: Vanuit het ontwikkelperspectief Kromme Rijn Linielandschap werken we voor het Recreatieschap en samen met gebiedspartners aan de voorbereiding en realisatie van een aantal kleinere ontwikkelprojecten, met name rond het Regiowoutbosje. Ervan uitgaande, dat we in 2026, in samenhang met de ontwikkeling van een visie op het lanschapspark
10
Programmabegroting 2027
•
•
Laagraven samen met de omgeving plannen maken voor de invulling van Heemstede Noord, zullen we die in 2027 verder uitwerken en wellicht ook al (deels) kunnen realiseren. Tull en ’t Waal en Honswijkerplas: bij Tull en ‘t Waal en de Honswijkerplas wordt de verondieping van de zuidelijke Honswijkerplas in 2027 afgerond. Er is inmiddels meer duidelijk over de relatie met de beoogde natuurontwikkeling in de Honswijkerwaard en we werken aan de gevolgen daarvan. We werken ook aan andere raakvlakprojecten van de dijkversterking, op het gebied van erfgoedbeleving en wandelmogelijkheden. Samen met de vrijwilligers uit Tull en ‘t Waal werken we verder aan de revitalisatie van de boomgaard. Bebording: Afhankelijk van besluitvorming in 2026, onder andere rondom de verordening, zetten we in 2027 de vervanging van de welkomstborden en/of handhavingsborden voort.
Werkgebied Stichtse Groenlanden programmagebied B (SGL-B) De in 2026 door het bestuur van het Recreatieschap vast te stellen doorontwikkelagenda is van belang voor het werken aan ontwikkeling van terreinen, routes en paden. Vooruitlopend op de vaststelling hiervan verwachten we, gegeven aanloop en context van de betreffende projecten, dat in 2027 in ieder geval gewerkt zal worden aan: •
•
•
•
•
Vervangen oeverconstructies zandeilanden en legakkers: In 2026 wordt het ontwerp voor het vervangen van 1.700 meter harde oeverconstructie verder uitgewerkt, de vergunningen aangevraagd en de contractstukken voorbereid. Naar verwachting zal in het najaar een marktpartij gecontracteerd worden voor de daadwerkelijke realisatie, die dan grotendeels zal plaatsvinden in 2027. Ontwikkeling zandeiland 4: Samen met gemeente De Ronde Venen werken we aan de voorbereiding en realisatie van een aantal ontwikkelingen op eiland 4, met name rondom de verplaatsing van de Plashoeve, de wens om verenigingen op het eiland plaats te bieden, het verbeteren van de parkeer-/verkeersdruk en de huisvesting/loods op het eiland. Afhankelijk van besluitvorming in 2026, werken we hieraan verder in 2027 en gaan we over tot realisatie zodra dat kan. Er is in deze begroting 2027 nog geen rekening gehouden met investeringen of andere kosten die hiermee gemoeid zijn. Ontwikkelingen overige zandeilanden: In 2027 werken we naar verwachting verder we aan de ontwikkeling van Eiland 9 om scouting te huisvesten. Afhankelijk van de planvorming in 2026 voor uitbreiding van de horeca op Eiland 1, bereiden we deze doorontwikkeling verder voor in 2027, samen met de pachter. Er is in deze begroting 2027 nog geen rekening gehouden met investeringen of andere kosten die hiermee gemoeid zijn.
Verkochte legakkers: Naleven afspraken beschoeiingsplicht: Er zijn drie eigenaren -van de in 2017 verkochte legakkers- die de beschoeiingsplicht nog niet (volledig) zijn nagekomen. We verwachten dat aan deze plicht per april 2026 is voldaan. Als dat onverhoopt niet het geval blijkt, zullen we, afhankelijk van besluitvorming hierover, handhavingsacties uitvoeren die zo nodig worden voortgezet in 2027. Bebording: Afhankelijk van besluitvorming in 2026, onder andere rondom de verordening, zetten we in 2027 de vervanging van de welkomstborden en/of handhavingsborden voort.
Wat gaat het kosten Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Plannen maken
Lasten Jaarrekening 2025 379.628 0 379.628
Begroting 2026 473.230 0 473.230
Begroting 2027 492.638 0 492.638
De personele inzet vanuit Staatsbosbeheer betreft adviesdiensten strategisch vastgoed (€ 187.000) en plan- en projectvoorbereiding (€ 305.000).
11
Programmabegroting 2027
3.3
Ondersteuning
Terreinbeheer en -ontwikkeling is meer dan onderhoud en reparatie. Efficiënt beheer staat of valt met goed financieel en administratief management, en met een solide juridische onderbouwing en afhandeling. In het kader van de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) worden de volgende producten door de uitvoeringsorganisatie geleverd: accountmanagement, financiële diensten en juridische diensten.
3.3.1 Bestuursproducten Accountmanagement Wat willen we bereiken De accountmanager is een deskundig aanspreekpunt voor het Recreatieschap en een opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten. Wat gaan we er voor doen Met de bestuurlijk-juridische achtergrond en kennis van de organisatie fungeert de accountmanager als sparringpartner voor uw organisatie. Hij is opdrachtnemer voor uw bestuurlijke opdrachten, bewaakt de voortgang van de projecten en werkzaamheden die daaruit voortkomen en informeert u over de voortgang en de eindresultaten. Bestuursadvies Wat willen we bereiken De bestuurssecretaris2 is uw expert-sparringpartner. Zij adviseert en begeleidt uw bestuur en andere samenwerkingspartners, en helpt u op weg met de vraagstukken en opgaven waar u mee te maken heeft. Zij ondersteunt de uitvoering van bestuurlijke taken en besluitvormingsprocessen en denkt mee over bestuurlijke vraagstukken. Als rechterhand van het bestuur en ambtelijk opdrachtgever vertaalt de bestuurssecretaris uw besluiten naar concrete afspraken voor Staatsbosbeheer. De bestuurssecretaris wordt geadviseerd door een ambtelijke klankbordgroep met daarin vertegenwoordigers vanuit de deelnemende gemeenten van Recreatieschap Stichtse Groenlanden.
3.3.2 Financiële diensten Financieel beleid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een solide financieel beleid dat voldoet aan juridische en financiële vereisten, verordeningen, notities en kaders. Wat gaan we er voor doen Zorgvuldig terreinbeheer en -ontwikkeling vraagt om zorgvuldig budgetbeheer. De beschikbare middelen zijn immers bedoeld om de doelen en visie te realiseren voor uw gebieden. Door kennis, ervaring en netwerk worden de terreinen zo efficiënt mogelijk beheerd. Er worden interne inkoop- en beleidskaders opgesteld, (Europese) aanbestedingen worden begeleid, contracten worden opgesteld, rapportages voor verantwoording en accountantscontrole worden verzorgd, en de
2 De bestuurssecretaris maakt geen onderdeel uit van de geleverde diensten / personele capaciteit van
Staatsbosbeheer. Provincie Utrecht heeft de taak op zich genomen om deze diensten te verzorgen.
12
Programmabegroting 2027 verzekeringsportefeuille wordt gecoördineerd. Uiteraard volgens de wettelijke vereisten. En op onderwerpen wordt financieel advies gegeven. Interne controle Wat willen we bereiken Met de rechtmatigheidsverantwoording verantwoordt het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur over de rechtmatigheid van haar handelen. De rechtmatigheidsverantwoording heeft betrekking op de baten en lasten in de jaarrekening en ook de balansmutaties. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor een rechtmatige uitvoering van de begroting. Wij ondersteunen met een interne controle plan, uitvoering en verantwoording hierover in de jaarstukken. Wat gaan we er voor doen Opstellen van het interne controleplan, uitvoeren van interne controlewerkzaamheden, rapportage van bevindingen, en de rapportage met als doel het dagelijks bestuur in staat te stellen de rechtmatigheidsverantwoording af te geven bij de jaarrekening. Planning en control en administratie Wat willen we bereiken Een Planning & Control-cyclus (P&C) is een wettelijke vereiste. En het geeft daarnaast kader en sturing aan het bestuur en biedt ondersteuning om de doelstellingen te bereiken. Wat gaan we er voor doen Deze P&C cyclus begint met het plannen van de jaarlijkse activiteiten (begroting) en eindigt met het vaststellen van het jaarresultaat en het samenstellen van de jaarrekening.
Administratie (de vastlegging van financiële handelingen) maakt vanzelfsprekend onderdeel uit van P&C. Met de tussentijdse rapportage wordt de uitvoering van activiteiten bewaakt en wordt er voor gezorgd dat de bedrijfsvoering ‘in control’ blijft. Indien nodig wordt het voorgenomen beleid of de activiteiten en processen bijgesteld. Met ingang van het opstellen van de jaarrekening 2023 is hier de zogenaamde Rechtmatigheidsparagraaf bijgekomen. Uiteraard binnen het extern kader van Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV), fiscale wetgeving en andere weten regelgeving en binnen de in de Gemeenschappelijke regeling en in de Samenwerkingsovereenkomst met Staatsbosbeheer opgenomen termijnen, zodat ook de deelnemers en het Ministerie van BZK hun inbreng kunnen leveren.
3.3.3
Juridische diensten
Aansprakelijkheid Wat willen we bereiken Beoogd wordt een beperking van aansprakelijkheidsprocedures, -risico’s en -kosten. Efficiënte afhandeling van klachten voorkomt bovendien eventuele beroepsprocedures bij de Nationale Ombudsman en bij de deelnemende gemeenten en de provincie. Wat gaan we er voor doen Terreineigendom en -beheer brengen juridische verantwoordelijkheden met zich mee. Gezorgd wordt voor een onderbouwde afwijzing of toewijzing van claims, voor de (financiële) afhandeling ervan, of claims worden doorgestuurd naar de verantwoordelijke partij. Omgekeerd wordt gezorgd voor aansprakelijkheidstelling van derden bij schade aan de terreinen. Bij klachten op grond van de Algemene wet bestuursrecht wordt gezorgd voor correspondentie met de directe toezichthouder (Politie en OM), worden hoorzittingen voorbereid en worden beslissingen opgesteld. Verder worden beroepen van klagers bij de Nationale Ombudsman afgehandeld. In bezwaarprocedures wordt gezorgd voor de 13
Programmabegroting 2027 hoorzittingen en worden beslissingen op bezwaar opgesteld. In deze procedures wordt afgestemd met het bestuur van het schap en met de desbetreffende gemeente. Juridische ondersteuning Wat willen we bereiken Beoogd wordt een goede en snelle juridische ondersteuning ter voorkoming en beperking van imagoschade en allerhande risico’s. Wat gaan we er voor doen Voor effectief beheer en ontwikkeling van terreinen is een solide juridische basis onmisbaar. Daarom wordt vorm gegeven aan tal van overeenkomsten in het kader van beleid en uitvoering van beheer, waaronder de samenwerking met derden (private en publieke partijen). Dat gebeurt onder andere door adviseren, beoordelen en/of opstellen van overeenkomsten. Procederen Wat willen we bereiken Het voorkomen van een onnodige gerechtelijke procedure spaart tijd en geld. In die gevallen waarin geprocedeerd moet worden, wordt een vlotte en correcte afhandeling van de procedure beoogd en draagt zodoende bij aan een besparing van kosten en komt uw imago ten goede. Wat gaan we er voor doen Mochten conflicten met derden tot juridische procedures leiden, dan wordt er geprocedeerd als verweerder, eisende partij, gedaagde of belanghebbende en zijn de juristen het aanspreekpunt voor de advocaat. Ook worden collega’s bijgestaan in juridische procedures, bijvoorbeeld als zij slachtoffer zijn van een delict of een ongeval.
Als het nodig is, wordt er opgetreden als gemachtigde in een gerechtelijke procedure, waar nodig in samenwerking met juristen van de desbetreffende deelnemende gemeente en de provincie WOO-procedures Wat willen we bereiken Gestreefd wordt naar een snelle en correcte afhandeling van WOO-procedures. Wat gaan we er voor doen WOO-verzoeken worden in behandeling genomen. Ook kan een zienswijze opgesteld worden op een WOO-verzoek dat door derden wordt behandeld en waarin het Recreatieschap derdebelanghebbende is. Cruciaal hierbij is dat over de gevraagde informatie (documenten) beschikt kan worden. Wat gaat het kosten Programma instandhouding gebieden Totaal personeel Totaal materieel Totaal Overhead
Programma instandhouding gebieden
Lasten Jaarrekening 2025 653.358 300.869 954.227
Begroting 2026 742.098 136.963 879.061
Begroting 2027 746.838 191.093 937.931
Baten Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Totaal personeel Totaal materieel Totaal Overhead
0 75.070 75.070
14
0 75.776 75.776
0 79.640 79.640
Programmabegroting 2027 De personele inzet vanuit Staatsbosbeheer betreft de kosten van bestuurlijke ondersteuning (€205.000), de kosten van financiën (€ 507.000) en de inzet van juridische ondersteuning (€ 35.000). Het begrotingssaldo voor de materiële lasten laat een significante stijging zien ten opzichte van 2026, omdat de kosten voor de bestuurssecretaris nu structureel zijn opgenomen in de begroting en niet meer via de begrotingswijziging gecorrigeerd hoeven worden. De baten op overhead worden gevormd door de gedeeltelijke vrijval van de afkoopsom die is ontvangen van Recreatie Midden-Nederland (RMN) met betrekking tot de garantietoelage voor het overgekomen personeel. Deze dient ter dekking van de doorbelasting vanuit Staatsbosbeheer voor het salarisverschil dat is opgetreden bij de overname van het personeel.
3.4
Algemene dekkingsmiddelen
De algemene dekkingsmiddelen bestaan uit de bijdragen van de deelnemende gemeenten in het Recreatieschap. Hierbij staan de procentuele bijdragen van de Provincie Utrecht, Gemeente De Ronde Venen en Gemeente Utrecht vast conform eerdere besluitvorming. De verdeling tussen de overige deelnemers is herijkt op basis van het inwoneraantal, zoals opgenomen in de ‘Kerncijfers wijken en buurten 2025’ van het CBS, gepubliceerd op 3 oktober 2025. Deelnemersbijdragen
Jaarrekening 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Provincie Utrecht Gemeente De Bilt Gemeente Lopik Gemeente IJsselstein Gemeente Houten Gemeente Woerden Gemeente Stichtse Vecht Gemeente Nieuwegein Gemeente Utrecht Totaal Programmagebied A
873.471 45.291 66.949 161.190 232.302 242.730 193.126 291.522 1.426.688 3.533.269
919.852 47.696 70.504 169.750 244.637 255.619 203.381 307.001 1.502.445 3.720.885
952.600 47.543 73.296 165.109 252.301 267.312 208.497 330.762 1.555.930 3.853.349
Gemeente De Ronde Venen Provincie Utrecht Totaal Programmagebied B
691.142 675.858 1.367.000
685.070 669.919 1.354.989
982.510 960.782 1.943.292
Saldo
4.900.269
5.075.874
5.796.641
In overeenstemming met de vastgestelde uitgangspunten voor de Begroting 2027 worden de deelnemersbijdragen in 2027 met 3,56% verhoogd ten opzichte van 2026. Dit betreft een gewogen gemiddelde op basis van de indexen voor de loonvoet sector overheid (5,1%), overheidsconsumptie (2,2%) en overheidsinvesteringen (2,5%), zoals opgenomen in de mei circulaire Gemeentefonds 2025, en de werkelijke verdeling tussen de personele en overige lasten in de vastgestelde programmabegroting van 2026. Daarnaast worden aanvullende middelen gevraagd ten einde de begroting van programmagebied SGLB sluitend te krijgen. Het ontbreken van óf onvoldoende steun voor maatregelen om lasten structureel te verlagen óf baten te verhogen, leidt tot de noodzaak voor extra middelen vanuit de deelnemers van het Recreatieschap. Gezien het meerjarig verloop van dit tekort, is het wenselijk om deze middelen structureel beschikbaar te maken om te voorkomen dat in opvolgende jaren opnieuw dezelfde tekorten optreden. Daarnaast worden voor SGL-B diverse (administratieve) bezuinigingen, die werden opgevoerd om tot een sluitende begroting voor 2026 te komen, teruggedraaid om de aansluiting met het Terrein Beheer Model te herstellen en uitvoerings-, kwaliteits- en financiële risico’s te verminderen. De verhoging van de deelnemersbijdrage ten opzichte van 2026 is als volgt opgebouwd: 15
Programmabegroting 2027 Deelnemersbijdragen
Inwoners
Allocatie 2027
Begroting 2026
Indexatie (3,56%) Herijking + Extra
Totaal mutatie
Begroting 2027
Provincie Utrecht Gemeente De Bilt* Gemeente Lopik Gemeente IJsselstein Gemeente Houten Gemeente Woerden Gemeente Stichtse Vecht** Gemeente Nieuwegein Gemeente Utrecht Totaal Programmagebied A
nvt 9.600 14.800 33.339 50.945 53.976 42.100 66.788 nvt
24,7% 1,2% 1,9% 4,3% 6,5% 6,9% 5,4% 8,6% 40,4% 100%
919.852 47.696 70.504 169.750 244.637 255.619 203.381 307.001 1.502.445 3.720.885
32.747 1.698 2.510 6.043 8.709 9.100 7.240 10.929 53.487 132.464
1 -1.851 282 -10.684 -1.045 2.593 -2.124 12.831 -2 0
32.747 -153 2.792 -4.641 7.664 11.693 5.116 23.761 53.486 132.464
952.600 47.543 73.296 165.109 252.301 267.312 208.497 330.762 1.555.930 3.853.349
Gemeente De Ronde Venen Provincie Utrecht Totaal Programmagebied B
nvt nvt
50,6% 49,4% 100%
685.070 669.919 1.354.989
24.388 23.849 48.238
273.052 267.014 540.066
297.440 290.863 588.303
982.510 960.782 1.943.292
5.075.874
180.701
540.066
720.767
5.796.641
Saldo
* Het inwoneraantal van de Gemeente De Bilt heeft betrekking op de inwoners van de voormalige Gemeente Maartensdijk en bijbehorende kernen (Groenekan, Hollandsche Rading en Westbroek). ** Het inwoneraantal van de Gemeente Stichtse Vecht heeft betrekking op het deel van de inwoners woonachtig in de kernen van voormalige Gemeente Maarssen. De gemeenten Breukelen en Loenen aan de Vecht en bijbehordende kernen nemen van oudsher deel aan het Plassenschap Loosdrecht e.o.
4.
Paragrafen
4.1
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Het weerstandsvermogen weerspiegelt de mate waarin het Recreatieschap in staat is om financiële middelen vrij te maken om de risico's, die zich in de praktijk kunnen voordoen, op te vangen zonder dat hiervoor het beleid gewijzigd, dan wel ingekrompen, dient te worden. Deze ratio wordt bepaald conform de nota weerstandsvermogen. In het slechtste geval kan het gevolg zijn, dat wanneer één of meerdere van de geïdentificeerde risico’s zich voordoen, het bestuur voor een extra bijdrage naar de deelnemers moet. Ook voor andere onvoorziene zaken (die niet in de begroting zijn opgenomen of in de risicoparagraaf staan vermeld) moet om een extra deelnemersbijdrage worden gevraagd indien de weerstandscapaciteit onvoldoende is. Voor de waardering van de toereikendheid van het weerstandsvermogen wordt de volgende tabel gehanteerd. Waarderingscijfer A B C D E F
Ratio weerstandsvermogen > 2,0 1,4 < x < 2,0 1,0 < x < 1,4 0,8 < x < 1,0 0,6 < x < 0,8 < 0,6
Betekenis Uitstekend Ruim voldoende Voldoende Matig Onvoldoende Ruim onvoldoende
16
Programmabegroting 2027 Risicoanalyse Nr Risico's
Aard van het risico
Financiële omvang risico
1
Niet nagekomen verplichtingen (Erfpacht, huur en evenementen)
zie toelichting
€
2
Realisatie natuurvriendelijke oevers niet haalbaar
zie toelichting
3
Schadevergoeding bezoeker Vinkeveense Plassen
zie toelichting
4
Niet realiseren van taakstelling
zie toelichting
Totaal
Kans van Impact * optreden (hoog, midden, laag)
60.000 hoog
€
€
16.300 hoog
€
13.040
€
700.000 hoog
€
560.000
€
16.300 hoog
€
13.040
€
792.600
€
634.080
48.000
* De financiële impact wordt berekend door bij een hoog risico 80%, bij een gemiddeld risico 50% en bij een laag risico 20% van de financiele omvang te nemen
Niet-kwantificeerbare risico’s Een aantal van de geïdentificeerde risico’s, onderstaand in meer detail toegelicht, zijn (nog) niet kwantificeerbaar. We volgen daarom het rijksbeleid voor gemeenten, die vallen onder het artikel 12regime. Dit beleid stelt de minimale buffer van de algemene reserve op 2% van de som van de structurele inkomsten. Dit bedrag is daarmee het minimaal gewenste weerstandsvermogen voor nietgekwantificeerde risico’s. Voor de structurele inkomsten wordt uitgegaan van de huren en pachten, vermeerderd met de verwachte rentebaten. Voor 2027 bedraagt dit €815.000. Per risico schatten we de financiële omvang op 2% * €815.000 = € 16.300. Risico 1: Niet nagekomen verplichtingen (Erfpacht, huur en evenementen) De geraamde omzet uit erfpacht, verhuur en evenementen bedraagt jaarlijks ongeveer € 1.200.000. Het risico dat exploitanten niet aan hun verplichtingen kunnen voldoen (bijvoorbeeld door inflatie, verzuim of tegenvallende inkomsten) is aanwezig. Het risico wordt ingeschat op 5% van de geraamde omzet en bedraagt zodoende €60.000. Dit is aanzienlijk lager dan een jaar eerder, waarin het risico nog op 25% werd geschat. Dit kwam nog voort uit de aanscherping tijdens de covid-periode, waarin ook hevige inflatie optrad en het risico op oninbaarheid aanzienlijk was.
Risico 2: Verplichting voor het realiseren van natuurvriendelijke oevers in de Vinkeveense Plassen blijkt niet haalbaar Met het tekenen van de 3 partijenovereenkomst borging natuurcompensatie Vinkeveense Plassen is het Recreatieschap een verplichting aangegaan voor de realisatie van natuurvriendelijke oevers. Op dit moment is nog onzeker: • Of het beoogd aantal strekkende meters daadwerkelijk te realiseren is; • Hoe de realisatie van de natuurvriendelijke oevers gefinancierd zal worden; • Wanneer de natuurvriendelijke oevers gerealiseerd moeten zijn; • Of Staatsbosbeheer als uitvoeringsorganisatie in staat is om de opgave binnen de gestelde kaders te realiseren. Wanneer blijkt dat niet voldaan kan worden aan de verplichting uit de overeenkomst dient het Recreatieschap dit zo snel mogelijk kenbaar te maken bij de andere partijen uit de overeenkomst. Risico 3: Schadevergoeding bezoeker Vinkeveense Plassen In 2018 heeft een ongeval plaatsgevonden bij Zandeiland 4 in de Vinkeveense Plassen, waarbij een bezoeker ernstig nekletsel heeft opgelopen. De advocaat van het slachtoffer is van mening dat het Recreatieschap tekort is geschoten in haar zorgplicht aangaande de veiligheid van bezoekers van het zandeiland. De zaak is in behandeling gegeven bij verzekeraar Nationale Nederlanden.
In eerste instantie was de verzekeraar voornemens aansprakelijkheid te erkennen en uit te gaan van een 50/50 deling van de schade. Op basis van jurisprudentie werd rekening gehouden met een billijkheidscorrectie, waardoor SGL aansprakelijk zou zijn voor 80% van de schade. De omvang van het schadebedrag is nog niet bekend. Echter, op basis van uitspraken in andere zaken moet rekening worden gehouden met 17
Programmabegroting 2027 een schadebedrag van ten minste € 4.000.000 (80% = € 3.200.000). De maximale verzekerde som bij Nationale Nederlanden bedraagt € 2.500.000. Zodoende resteert een mogelijke impact van € 700.000. De verzekeringstussenpersoon heeft in 2025 telefonisch laten weten, dat de verzekeraar de aansprakelijkheid toch zou hebben afgewezen. Formeel is dit echter nog niet bevestigd. Zodoende blijft dit risico voor nu ongewijzigd. Omdat niet met zekerheid gesteld kan worden dat deze zaak in 2026 tot afronding komt, geldt dit risico vooralsnog ook voor 2027. Risico 4: Niet realiseren taakstellende bezuiniging De programmabegroting 2027 is voor SGL-A sluitend gemaakt door het opvoeren van een taakstellende bezuiniging van €221.000. Hier zal op een later moment nog invulling aan gegeven moeten worden door het bestuur. Reden van de taakstelling is dat het algemeen bestuur niet unaniem akkoord is met een structurele verhoging van de deelnemersbijdrage, waarmee voorkomen kan worden dat de begrotingstekorten jaarlijks terugkeren. Het verzoek is om de maatregelen voor het verlagen van de lasten, dan wel het verhogen van de baten, zoals voorgelegd aan het algemeen bestuur in het begrotingsproces voor 2026 opnieuw te onderzoeken. Het risico bestaat echter, dat deze maatregelen niet zullen worden gerealiseerd en dat hierdoor een negatief resultaat wordt gerealiseerd in 2027.
Hiervan is het gevolg, dat een beroep moet worden gedaan op de reserves van het Recreatieschap.
Weerstandsvermogenratio Naar verwachting bedraagt het saldo van de Algemene Reserve in 2027 €1.377.649. De totale potentiële impact van de geïdentificeerde risico’s wordt geraamd op €634.080. De weerstandsvermogenratio van het Recreatieschap komt daarmee uit op 2,2 en is conform waarderingstabel te kwalificeren als ‘Uitstekend’. Voor louter informatieve doeleinden kan dit worden uitgesplitst per programmagebied. Het deel van de risico’s dat is toe te schrijven aan SGL-A bedraagt €55.760. Met een algemene reserve (inclusief resultaat 2025) van €1.164.338 komt de weerstandsvermogenratio uit op 20,9. Voor SGL-B bedraagt het deel van de risico’s €578.320, zodat de ratio bij een algemene reserve (inclusief resultaat 2025) van €213.311 uitkomt op slechts 0,4. Daarbij moet worden opgemerkt dat SGL-A en SGL-B samen één juridische entiteit vormen en in beginsel samen aansprakelijk zijn voor eventuele claims die voortvloeien uit de risico’s.
Kengetallen BBV In het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor provincies, gemeenten en Gemeenschappelijke Regelingen wordt voorgeschreven, dat er in de jaarstukken enkele kengetallen moeten worden opgenomen. Normen Netto schuldquote: < 90% is minst risicovol, 90-130% is neutraal, > 130% is meest risicovol. Solvabiliteitsratio: > 50% is minst risicovol, 20 - 50% is neutraal, < 20% is meest risicovol. Structurele exploitatieruimte: evenwicht ( 0 of positief). De kengetallen worden weergegeven in onderstaande tabel.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
Jaarrekening 2025 8% 8% 37% nvt 0,9% nvt
2026 73% 73% 30% nvt 1,3% nvt
2027 59% 59% 27% nvt 1,6% nvt
2028 54% 54% 28% nvt 1,0% nvt
2029 53% 53% 28% nvt 0,9% nvt
2030 51% 51% 29% nvt 0,9% nvt
Deze kengetallen geven enig inzicht in de financiële positie en de financiële weerbaar- en wendbaarheid van de organisatie. 18
Programmabegroting 2027 •
•
•
4.2
De netto schuldquote geeft een beeld van het niveau van de schuldenlast ten opzichte van de eigen middelen. Een negatieve schuldquote geeft in feite aan dat er per saldo geen sprake is van een schuld. Ten opzichte van de huidige stand verwachten we dat de netto schuldquote aanzienlijk zal stijgen. Omdat in het verleden niet of onvoldoende is gereserveerd, zal voor de uitvoer van de investeringsplanning, die voortvloeit uit het TBM, vreemd vermogen moeten worden aangewend. De solvabiliteitsratio wordt berekend als het percentage van het totale eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen van het schap. Dit geeft inzicht in de mate waarin het schap in staat is om op lange termijn aan al haar financiële verplichtingen te kunnen voldoen. Deze ratio zal naar verwachting dalen als gevolg van aan het aantrekken van vreemd vermogen ten behoeve van de noodzakelijke investeringen in beide programmagebieden. Het kengetal “structurele exploitatieruimte” geeft aan of de structurele baten groter zijn dan de structurele lasten. Dit wordt in het kengetal als percentage van de totale baten uitgedrukt. Dit kengetal zegt in feite iets over het structurele jaarrekeningsaldo, d.w.z. zonder alle incidentele baten en lasten.
Onderhoud kapitaalgoederen
Het goed onderhouden van de gebieden is een belangrijke taak voor het schap om duurzaam gebruik mogelijk te maken. Als basis voor het plannen van regulier- en groot onderhoud en vervangingsinvesteringen wordt het Terrein Beheer Model (TBM) gehanteerd. Dit model is gebaseerd op zogenaamde doeltypen (bijvoorbeeld speel- en ligweide, strand of bos) waarvoor een gestandaardiseerde inrichting met daarbij behorende onderhoudscycli en normkosten zijn bepaald. Het totaal aan oppervlaktes, stuks en lengte van de aanwezige doeltypes bepaalt met de cycli en de normkosten de geplande lasten voor meerjarig duurzaam onderhoud. De geplande lasten van groot onderhoud fluctueren van jaar tot jaar. Dit kan een direct en groot effect hebben op het jaarresultaat en daarmee op de jaarlijkse deelnemersbijdrage. Om dit ongewenste effect zoveel mogelijk te voorkomen heeft het schap ervoor gekozen om een egalisatievoorziening groot onderhoud in te stellen. Jaarlijks wordt een vastgestelde dotatie ten laste van de exploitatie gebracht en de werkelijke onderhoudslasten worden ten laste van de voorziening verantwoord. De geplande lasten, de dotatie en de werkelijke kosten worden periodiek gemonitord. Elk jaar wordt de dotatie opnieuw berekend en vastgesteld tenzij uit de monitoring volgt dat eerder een bijstelling nodig is.
Onderstaande tabel laat het verwachte verloop van de voorziening Groot Onderhoud zien voor de komende jaren. Stand voorziening
2025
2026
2027
2028
2029*
2030*
Onderhoudsvoorziening SGL-A Stand voorziening 1 januari Dotatie Onttrekking Stand voorziening 31 december
1.263.727 551.263 265.573 1.549.416
1.549.416 583.906 1.059.307 1.074.015
1.074.015 559.865 271.965 1.361.915
1.361.915 559.865 526.902 1.394.878
1.394.878 542.506 595.401 1.341.983
1.341.983 542.506 499.383 1.385.107
Onderhoudsvoorziening SGL-B Stand voorziening 1 januari Dotatie Onttrekking Stand voorziening 31 december
381.241 69.193 87.678 362.756
362.756 73.879 127.285 309.350
309.350 246.425 100.898 454.877
454.877 246.425 105.305 595.998
595.998 246.425 66.849 775.574
775.574 246.425 82.554 939.445
Totaal stand per 31 december
1.912.172
1.383.365
1.816.793
1.990.876
2.117.557
2.324.552
* In deze jaren is rekening gehouden met een lagere beheerlast als gevolg van de voorgenomen uittreding van Gemeente IJsselstein
19
Programmabegroting 2027
4.3
Financiering
Beleidsuitgangspunten Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO (Wet Financiering Decentrale Overheden) respectievelijk de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut.
Risicobeheer De Wet financiering decentrale overheden vermeldt twee normen. Het doel is te voorkomen dat bij herfinanciering van leningen bij aanzienlijk hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het schap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
Kasgeldlimiet Tot het kasgeld behoren alle vlottende schulden < 1 jaar, de contante gelden in kas, de uitgaande gelden < 1 jaar en de tegoeden/ schulden rekening-courant. Doel van de kasgeldlimiet is het beperken van de renterisico’s op de korte schuld. De korte schuld is bedoeld voor de lopende uitgaven en zodoende is de limiet gekoppeld aan het begrotingstotaal. De kasgeldlimiet is bij ministeriële regeling vastgesteld op 8,5% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. De totale lasten van gewone bedrijfsvoering zoals opgenomen in de Begroting 2027 bedragen €7.595.191. Zodoende is de kasgeldlimiet: 8,5% * €7.595.191 = €645.591.
Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een limiet aan het renterisico over de lange termijn financiering. Het renterisico is het geldbedrag aan leningen dat in een bepaald jaar aan renteherziening en herfinanciering onderhevig is. Het renterisico mag maximaal 20% van het begrotingstotaal per 1 januari van het betreffende kalenderjaar bedragen. De renterisiconorm benadrukt het belang van een goede spreiding van de leningenportefeuille en de renterisico’s. Totaal van de lasten van gewone bedrijfsvoering in de Begroting 2027 bedraagt €7.595.191. De limiet van 20% bedraagt dan €1.519.038. De begrote aflossingen voor 2027 bedragen €369.253. De verwachting is dat €915.317 aan lang vreemd vermogen zal worden aangetrokken.
Mutaties in de leningenportefeuille Omschrijving SGL-A Stand per 1/1 bij Nieuwe leningen af Aflossingen Stand per 31/12 SGL-B
Stand per 1/1 bij Nieuwe leningen af Aflossingen
Stand per 31/12 Totaal stand 31/12
2025 2.426.000 154.000 2.272.000 2.272.000
2026 2.272.000 2.099.192 154.000 4.217.192
2027 4.217.192 319.217 237.968 4.298.441
2028 4.298.441 116.332 250.736 4.164.037
2029 4.164.037 27.492 255.390 3.936.139
2030 3.936.139 221.757 256.489 3.901.407
3.282.143 3.282.143
3.282.143 596.100 131.286 3.746.957
3.746.957 65.296 155.130 3.657.124
3.657.124 26.949 157.742 3.526.331
3.526.331 200.378 158.820 3.567.889
7.499.335
8.045.398
7.821.160
7.462.470
7.469.296
Het uitgangspunt is dat in deze begrotingsperiode in totaal €915.317 aan nieuwe leningen wordt aangegaan. Dit is ter afdekking van de investeringen in de begroting die niet vanuit de reserves kunnen worden gefinancierd en om te waarborgen dat vaste activa met vaste geldmiddelen worden gefinancierd.
20
Programmabegroting 2027 BBV en rentetoerekening Het BBV bevat voorschriften met betrekking tot de rentetoerekening. De interne rentetoerekening is afhankelijk van de verhouding netto rentelasten afgezet tegen de integraal gefinancierde activa. Het Recreatieschap heeft geen grondexploitaties zodat een aparte renteberekening hiervoor buiten beschouwing kan worden gelaten. Projectfinanciering is eveneens niet van toepassing. De interne rentetoerekening loopt via het taakveld 0.5 Treasury. Over reserves, voorzieningen en eigen vermogen wordt geen rente toegerekend.
Schatkistbankieren Bij het schatkistbankieren wordt dagelijks het saldo bij een vastgesteld drempelbedrag overgeboekt op een bankrekening ten gunste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Omgekeerd kan het saldo ook worden aangevuld ten laste van de rekening-courant die een decentrale overheid heeft bij de schatkist. Voor het schap zijn de benodigde overeenkomsten met het Rijk afgesloten.
4.4
Grondbeleid
Het Algemeen Bestuur van het Recreatieschap Stichtse Groenlanden heeft het voornemen grondbeleid nader uit te werken. Bij deze uitwerking worden onderstaande uitgangspunten getoetst op haalbaarheid en wenselijkheid in relatie tot de doelstellingen van het schap: • Met de inzet van grond wordt samenwerking met gebiedspartijen gezocht. • De grondexploitatie van het Recreatieschap neemt zij in haar aanpak een coöperatieve houding aan. Hierbij stuurt zij daar waar mogelijk – in samenwerking met de andere gebiedspartijen - actief op programmering, kostenbeheersing en opbrengstoptimalisatie. • Het Recreatieschap werkt in samenwerking met de omgeving, zoekt naar nieuwe samenwerkingspartners, geeft ruimte aan nieuwe technologieën en duurzame toepassingen. • Het Recreatieschap neemt in beginsel niet risicodragend deel in gebieds- en vastgoedontwikkelingen en voert niet zelf geen opstalexploitaties. • Bij de inzet van grond en vastgoed werkt het Recreatieschap transparant en marktconform.
4.5
Bedrijfsvoering
Recreatieschap Stichtse Groenlanden is een bestuurlijke organisatie en heeft geen eigen personeel in dienst. Uitvoering van de eigen kerntaken vereist derhalve een derde uitvoerende partij. Dit is Staatsbosbeheer. Bij de vigerende samenwerkingsovereenkomst (SOK) hoort een volmacht- en mandaatlijst. De personele component van de dienstverlening door Staatsbosbeheer in 2027 blijkt uit de volgende tabel.
21
Programmabegroting 2027 SGL-A Omschrijving
Jaarrekening 2025
SGL-B
Begroting 2026 Begroting 2027
Jaarrekening 2025
SGL Totaal
Begroting 2026 Begroting 2027
Jaarrekening 2025
Begroting 2026 Begroting 2027
Beheerinformatie Uitvoeren Terreininspecties Ondersteuning recreatie-, landschaps- en natuurbeheer Uitvoeren Terreinbeheer RO 30% Omgevingscommunicatie Beheer vastgoed en gronden (rentmeesterschap) Toezicht en Handhaving Vergunningen, ontheffingen en toestemmingen Zorg en arbeidsparticipatie Advies marketing Vrijwilligers en actief burgerschap Totaal Gebiedsbeheer Adviesdiensten strategische vastgoed Plan- en projectvoorbereiding Totaal Plannen maken Accountmanagement Bestuursadvies Secretariaat Plan van aanpak visie SGL Totaal Bestuurlijke diensten Financieel beleid Planning en control VIC - Rechtmatigheid Totaal Financiële diensten Aansprakelijkheid Juridische ondersteuning Procederen Opstellen gemeenschappelijke regeling WOO-procedures