Bijlage 2. Eindrapport-Inburgering statushouders gemeente De Ronde Venen-Regioplan
Tekst van het document
EINDRAPPORT
Inburgering statushouders <<Onder1. Hoofdstuk gemeente De Ronde Venen dertitel>> <<Ondertitel>> 1
Inburgering Statushouders gemeente De Ronde Venen EINDRAPPORT
Auteurs Luna van Dijk Nora Leger Marjon Tijl
Amsterdam, 25 juni 2025 Publicatienr. 24131
© 2025 Regioplan, in opdracht van Rekenkamer De Ronde Venen Het gebruik van cijfers en/of teksten als toelichting of ondersteuning in artikelen, scripties en boeken is toegestaan mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/ of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of op enige andere manier zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Regioplan. Regioplan aanvaardt geen aansprakelijkheid voor drukfouten en/of andere onvolkomenheden.
2
Inhoudsopgave Samenvatting ............................................................................................................................................................... 5 1
2
Inleiding .............................................................................................................................................................. 8 1.1
Aanleiding .......................................................................................................................................................... 8
1.2
Doel en vraagstelling ......................................................................................................................................... 8
1.3
Aanpak van het onderzoek ................................................................................................................................ 9
1.4
Leeswijzer........................................................................................................................................................... 9
Beleid ................................................................................................................................................................ 11 2.1 De wettelijke voorschriften en kaders voor gemeenten ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders................................................................................................................................................................. 11 2.2 Het doel en de beleidsvrijheid van de gemeente De Ronde Venen ten aanzien van de opvang en integratie van statushouders .......................................................................................................................................................... 13
3
Organisatie en uitvoering .................................................................................................................................. 16 3.1
Uitvoering in de praktijk .................................................................................................................................. 16
3.2
Samenwerking tussen de gemeente en externe organisaties .......................................................................... 19
3.3
Samenhang tussen de beleidsonderdelen betrokken bij de opvang en de integratie van statushouders? ..... 21
4
Ervaringen van statushouders met het inburgeringstraject ............................................................................... 24
5
Hoe doeltreffend en doelmatig is het beleid? .................................................................................................... 28
6
Rol van de raad.................................................................................................................................................. 31
7
6.1
Welke sturings- en controle-instrumenten heeft de raad? .............................................................................. 31
6.2
Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd? .................................................................................................. 31
Leren en verbeteren .......................................................................................................................................... 34 7.1 Welke lessen kunnen getrokken worden uit de huidige manier van uitvoeren van het beleid gericht op opvang en integratie van statushouders? ...................................................................................................................... 34 7.2
Aanbevelingen voor het college ....................................................................................................................... 36
7.3
Aanbevelingen voor de raad ............................................................................................................................ 37
Bijlage – Geraadpleegde bronnen, literatuur en lijst van geïnterviewden .................................................................. 39
3
Samenvatting
4
Samenvatting Dit rapport doet verslag van het onderzoek dat op verzoek van de rekenkamer van De Ronde Venen is uitgevoerd naar de inburgering van statushouders in de gemeente. De centrale vraag van het onderzoek was: welk beleid heeft de gemeente De Ronde Venen voor de opvang en de integratie van statushouders en wordt dit beleid doeltreffend en doelmatig uitgevoerd? Het onderzoek richt zich op de jaren 2022-heden, de periode waarin de Wet inburgering 2021 van kracht is. In het onderzoek is gekeken naar verschillende aspecten: het beleid, de organisatie en uitvoering, de ervaringen van statushouders, de effectiviteit, de informatievoorziening aan en sturing en controle door de raad, en tot slot de leer- en verbeterpunten. Hieronder vatten we de uitkomsten globaal samen. Beleid De gemeente De Ronde Venen voert het beleid rond statushouders uit binnen de kaders van de Wet inburgering 2021, de Participatiewet en de Huisvestingswet. Deze wetten geven de gemeente de regierol over de inburgering, met aandacht voor taalverwerving, participatie en huisvesting. Binnen deze wettelijke kaders heeft de gemeente beleidsvrijheid om in te zetten op maatwerk in het traject.
De Wet inburgering 2021 heeft gemeenten een centrale rol gegeven in het begeleiden van inburgeraars, met drie leerroutes en verplichte onderdelen zoals het Plan Inburgering en Participatie (PIP), de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). De gemeente De Ronde Venen streeft naar maatwerk en participatie via persoonlijke begeleiding, ondersteund door (regionale) afspraken over huisvesting, inburgering en arbeidsmarkttoeleiding. Voor huisvesting werkt De Ronde Venen samen met woningcorporatie Cazas en wordt ook tijdelijke opvang geboden via de HAR-regeling in hotel Koekenbier. Organisatie en uitvoering Op het gebied van inburgering voert de gemeente regie en werkt daarbij samen met diverse externe partijen zoals VluchtelingenWerk, taalscholen (waaronder TopTaal), Kansis en SosyTraining die de verschillende onderdelen van het inburgeringstraject uitvoeren. Deze uitvoering wordt door de partijen over het algemeen positief gewaardeerd, met korte lijnen en goede uitwisseling en afstemming tussen gemeente en de partijen en laagdrempelige ondersteuning aan statushouders. Desondanks worden ook knelpunten ervaren, zoals een tekort aan taaldocenten, beperkte kinderopvang en avondlessen en uitdagingen in de planning van inburgeringsactiviteiten.
Ervaringen van statushouders Statushouders zijn overwegend gemotiveerd om te integreren en de taal te leren, maar zij ervaren knelpunten in de organisatie en kwaliteit van het taalonderwijs en op het gebied van gebrekkige communicatie en onvoldoende terugkoppeling op klachten. Ook de combinatie van taallessen, werk en gezinsverantwoordelijkheden blijkt lastig. Sommigen voelen zich onvoldoende ondersteund bij het regelen van praktische zaken zoals verzekeringen en financiën. Tegelijkertijd worden taalmaatjes, werkervaringsplekken, de duale aanpak van taal en participatie, praktische hulp en begeleiding als waardevol ervaren. De persoonlijke aanpak van de gemeente wordt gewaardeerd. Doeltreffendheid en doelmatigheid De gemeente monitort de voortgang van statushouders onder andere via de Participatieladder. Hoewel geen concrete meetbare doelen zijn vastgelegd, wordt de uitvoering over het algemeen als degelijk, betrokken en effectief gezien. Een deel van de statushouders vindt zijn weg naar werk of andere vormen van participatie. Tegelijkertijd blijven er knelpunten bestaan in de aansluiting van taalonderwijs op de praktijk, het plannen van activiteiten en het vinden van passende arbeid. De gemeente geeft aan dat de beschikbare middelen vanuit het Rijk voldoen.
Rol van de raad De gemeenteraad wordt vooral geïnformeerd over huisvesting, maar mist structureel zicht op andere aspecten zoals taalonderwijs en participatie. Er is behoefte aan betere en integrale informatie over de uitvoering en effectiviteit van het beleid. Hoewel de raad weinig signalen ontvangt dat het niet goed gaat, leeft er wel behoefte om beter zicht te krijgen op het brede inburgeringsproces en de bijbehorende gemeentelijke inzet. Een betere informatiepositie kan de raad helpen bij het invullen van haar kaderstellende en controlerende rol. Ook informatie uit benchmarks, zoals het landelijke onderzoek van Cebeon of de KIS-monitor, kan de raad helpen om het gesprek met het college gericht te voeren.
5
Leren en verbeteren De uitvoering van het beleid in De Ronde Venen kent verschillende sterke punten: de samenwerking met ketenpartners verloopt goed, de HAR-regeling wordt effectief benut, en de persoonlijke benadering met inzet van jobcoaches en maatwerktrajecten wordt gewaardeerd. Ook werkgeversinitiatieven voor taalontwikkeling op de werkvloer dragen positief bij. Er zijn echter ook knelpunten. Het combineren van taallessen, participatie, werk en gezinsverantwoordelijkheden is voor veel statushouders een uitdaging. Vooral het gebrek aan kinderopvang en de wisselende roosters van taalscholen bemoeilijken de planning. Ook het vinden van geschikte werkplekken blijkt lastig, mede door hoge taaleisen en beperkte flexibiliteit bij werkgevers. De kwaliteit van het taalonderwijs blijft een aandachtspunt. Tot slot wordt aanbevolen om het aanbod beter af te stemmen op specifieke doelgroepen, het contact met werkgevers te intensiveren en via monitoring en praktijkervaring gericht te blijven verbeteren.
6
1. Inleiding
7
1 Inleiding 1.1 Aanleiding Zodra een vluchteling erkend is en in Nederland mag blijven, krijgt diegene een tijdelijke verblijfsvergunning voor drie of vijf jaar en wordt daarmee ‘statushouder’. Gemeenten hebben een aantal wettelijke taken op het gebied van de opvang en de integratie van statushouders. Zo moeten gemeenten zorgen voor passende woonruime voor statushouders en hebben ze hiervoor een taakstelling. Daarnaast voeren gemeenten sinds de ingang van de Wet inburgering 2021 de regie over de inburgering. Het doel van de inburgering is dat mensen zo snel mogelijk de Nederlandse taal leren en volwaardig aan de Nederlandse samenleving gaan meedoen. Ook hebben gemeenten vanuit de Participatiewet een taak in de begeleiding van statushouders naar werk. De gemeenteraad van de gemeente De Ronde Venen heeft behoefte aan een onderzoek over de opvang en integratie van statushouders in de gemeente en de Rekenkamer van de gemeente heeft daarom aan Regioplan gevraagd om daar onderzoek naar te doen.
1.2 Doel en vraagstelling Doel Het doel van het onderzoek is om inzichtelijk te krijgen welk beleid de gemeente De Ronde Venen heeft ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders en of dit beleid doeltreffend en doelmatig wordt uitgevoerd. Onder doeltreffendheid wordt verstaan dat de beoogde maatschappelijke effecten van het beleid behaald worden en onder doelmatigheid dat de opbrengsten met zo gering mogelijke inzet van middelen worden bereikt. Vraagstelling De centrale vraag van het onderzoek is: welk beleid heeft de gemeente De Ronde Venen voor de opvang en de integratie van statushouders en wordt dit beleid doeltreffend en doelmatig uitgevoerd? Afbakening van de vraagstelling De Wet inburgering 2021 is per 2022 van kracht geworden. We hebben daarom in dit onderzoek de jaren 2022-heden onder de loep genomen. De taken van gemeenten ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders betreffen, naast inburgering, ook de huisvesting en de arbeidstoeleiding. In onze vraagstelling hebben we deze verschillende aspecten betrokken. Deelvragen A. 1 2.
3. B. 4. 5. 6. 7.
Beleid Wat zijn de wettelijke voorschriften en kaders voor gemeenten ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders? Welke beleidsvrijheid heeft de gemeente De Ronde Venen ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders en welk beleid zet de gemeente in ten aanzien van: a) de huisvesting van statushouders in de gemeente? b) de inburgering van statushouders? c) de arbeidsparticipatie van statushouders? Welke doelen stelt de gemeente De Ronde Venen ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders? Organisatie en uitvoering Hoe verloopt de uitvoering van het beleid in de praktijk? Met welke organisaties en instellingen heeft de gemeente De Ronde Venen te maken bij het bepalen en uitvoeren van het beleid? Hoe verloopt de samenwerking met deze partijen, hoe vinden besluitvorming en communicatie tussen de partijen plaats en welke verantwoordelijkheden hebben deze organisaties? Hoe wordt uitvoering gegeven aan de samenhang tussen de beleidsonderdelen betrokken bij de opvang en de integratie van statushouders?
8
C. 8. 9.
Doeltreffendheid en doelmatigheid Is de uitvoering van het beleid gericht op de opvang en de integratie van statushouders doeltreffend? Hoe ervaren statushouders het inburgeringstraject, en worden ze in staat gesteld om zo snel mogelijk mee te doen in de samenleving? Hoe ervaren statushouders de ondersteuning van de gemeente richting werk? Wat gaat volgens de statushouders goed en welke knelpunten ervaren ze? 10. Hoe doelmatig heeft de gemeente gewerkt, welke kosten zijn gemaakt en hoe verhouden die zich tot de rijksvergoedingen en -compensaties? D. Informatievoorziening – sturing en controle 11. Hoe wordt de gemeenteraad geïnformeerd over de opvang en de integratie van statushouders en welke sturingsen controle-instrumenten heeft de raad? E. Leren en verbeteren 12. Welke lessen kunnen getrokken worden uit de huidige manier van uitvoeren van het beleid gericht op opvang en integratie van statushouders?
1.3 Aanpak van het onderzoek Het onderzoek is aangepakt als een kwalitatieve, waarderende evaluatie, gebaseerd op de perspectieven van verschillende stakeholders. We zijn gestart met een documentstudie om zicht te krijgen op de doelen, de opzet en de organisatie van het beleid en de financiering. Vervolgens zijn de onderzoekers in gesprek gegaan met de betrokken (beleids)adviseurs op het gebied van inburgeren en van wonen, met de verantwoordelijk wethouder, met een klantmanager inburgering en met een accounthouder werk. De onderzoekers hebben ook informatie opgehaald bij de samenwerkingspartners rondom inburgering: VluchtelingenWerk, TopTaal, Kansis en SosyTraining. In een groepsgesprek zijn zeven statushouders gesproken. En ook in een groepsgesprek zijn leden van de gemeenteraad gesproken. Na afloop van de documentstudie, de interviews en de groepsgesprekken heeft een analyse plaatsgevonden van de verzamelde informatie. De gevonden succesfactoren en aandachtspunten die uit de analyse naar voren kwamen, hebben we vergeleken met de kwalitatieve uitkomsten van de KIS-monitor1 2024 van het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) en Divosa. De analyse heeft geresulteerd in het voorliggende rapport.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 beschrijven we de wettelijke voorschriften en kaders voor gemeenten en de beleidsvrijheid van gemeenten op het gebied van de opvang en integratie van statushouders en het doel dat de gemeente De Ronde Venen heeft gesteld ten aanzien van de inburgering van statushouders. Vervolgens gaat hoofdstuk 3 in op de organisatie en uitvoering van het beleid, waaronder de samenwerking met partijen in het veld. Ook wordt ingegaan op de samenhang tussen de beleidsonderdelen die zijn betrokken bij de opvang en de integratie van statushouders. Hoofdstuk 4 beschrijft de ervaringen van statushouders met het inburgeringstraject. Het volgende hoofdstuk 5 gaat in op de doeltreffendheid en doelmatigheid van het inburgeringsbeleid. Hoofdstuk 6 gaat in op de rol van de raad. En tot slot beschrijft hoofdstuk 7 de leer- en verbeterpunten. In dit hoofdstuk plaatsen we de gevonden succesfactoren en aandachtspunten ook in een bredere context door ze te vergelijken met de uitkomsten van de KIS-monitor.
1 Dit is de monitor ‘Gemeentelijk beleid arbeidstoeleiding en inburgering statushouders en gezinsmigranten’ waarmee het Kennisplatform Inclusief
Samenleven (KIS) in samenwerking met Divosa jaarlijks ontwikkelingen in het gemeentelijk beleid op het gebied van arbeidstoeleiding, inburgering en participatie van statushouders (kwalitatief en kwantitatief) in kaart brengt.
9
2. Beleid
10
2 Beleid 2.1 De wettelijke voorschriften en kaders voor gemeenten ten aanzien van de opvang en de integratie van statushouders Wet inburgering 2021 Op basis van de Wet inburgering 20212 (Wi2021) en het Besluit inburgering 20213 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de uitvoering van het inburgeringsproces. De Wi2021 geeft gemeenten een centrale rol in de begeleiding van inburgeraars. Zij zijn verantwoordelijk voor het begeleiden van nieuwkomers die inburgeringsplichtig zijn. Het doel is dat inburgeringsplichtigen zo snel mogelijk meedoen in de samenleving en, zo mogelijk, middels werk participeren. De Wet inburgering 2021 is op 1 januari 2022 in werking getreden en volgt de Wet inburgering 2013 op. De Wi2021 heeft de rol van gemeenten belangrijker gemaakt in de begeleiding van inburgeringsplichtige nieuwkomers. Dit heeft voor gemeenten belangrijke veranderingen met zich meegebracht.4 Met de nieuwe aanpak zijn gemeenten verantwoordelijk voor een integrale en op maat gemaakte begeleiding van statushouders, met als doel hen zo snel en effectief mogelijk te laten integreren en participeren in de Nederlandse samenleving.
De belangrijkste veranderingen zijn: • De verantwoordelijkheid voor het inburgeringstraject ligt nu deels bij de gemeenten die de regie over de uitvoering van de inburgering hebben: zij zijn verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van inburgeringsplichtigen gedurende de inburgering. Onder de nieuwe wet hoeven inburgeraars hun cursussen niet zelf te betalen. Naast de regierol van gemeenten is eigen verantwoordelijkheid van de inburgeraar nog wel steeds uitgangspunt van de wet. • Gemeenten bieden maatschappelijke begeleiding aan en helpen inburgeraars met financieel ontzorgen. Ook gebruiken zij verschillende instrumenten om het inburgeringstraject te ondersteunen. Dit houdt onder andere een brede intake in om de situatie en de behoeften van iedere inburgeraar in kaart te brengen. Daarnaast wordt een leerbaarheidstoets afgenomen en wordt er een persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP) opgesteld. Ook worden er voortgangsgesprekken gehouden met inburgeraars.5 • Het inburgeringstraject is vormgegeven in drie nieuwe leerroutes. De B1-route is gericht op taal en (vrijwilligers)werk. Inburgeraars leren binnen drie jaar Nederlands op B1-niveau en doen tegelijkertijd werkervaring op via (vrijwilligers)werk. De onderwijsroute richt zich vooral op jongeren. Zij leren Nederlands op B1-niveau of hoger en worden voorbereid op een mbo-, hbo- of universitaire opleiding.
De Z-route (zelfredzaamheidsroute) is bedoeld voor inburgeraars voor wie de hierboven genoemde routes te moeilijk zijn. Zij leren Nederlands op A1-niveau en worden voorbereid om mee te doen in de Nederlandse samenleving.6 Ook zijn er specifieke trajecten gericht op arbeidsmarkt en participatie: de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP) en het Participatieverklaringstraject (PVT). • Een andere belangrijke verandering is dat gemeenten volgens de Wet inburgering 2021 verantwoordelijk zijn voor het organiseren van het inburgeringsaanbod. Zij kiezen de taalcursussen en organiseren de module Kennis van de Nederlandse Maatschappij (KNM), de MAP, het PVT en andere inburgeringsvoorzieningen die bijdragen aan het voldoen aan de inburgeringsplicht. De gemeenten sturen hierin en bieden kwaliteitsgaranties. Het Rijk is verantwoordelijk voor de bekostiging van dit aanbod. • Tot slot is ook het handhavingsbeleid aangepast. Er zijn meer mogelijkheden om inburgeringsplichtigen te sanctioneren bij onvoldoende medewerking en kunnen er bestuurlijke boetes in verschillende fases van het traject worden opgelegd.7 Participatiewet8 Vanuit de Participatiewet zijn gemeenten verantwoordelijk voor mensen met arbeidsvermogen die ondersteuning nodig hebben, waaronder statushouders. In de gemeente De Ronde Venen zijn er specifieke voorschriften en kaders voor de
2 Staatsblad 2021, 410 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen en wetten.nl - Regeling - Besluit inburgering 2021 - BWBR0045555 3 Staatscourant 2021, 38863 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen en Wijzigingen+wet-+en+regelgeving+inburgering+16022023.pdf 4
Wi2021 stb-2021-38.pdf
5 Rapport Perspectief inburgeraar: uitkomsten tweede rapportage - Regioplan p15. 6 Wi2021 stb-2021-38.pdf 7 Wi2021 stb-2021-38.pdf 8 wetten.nl - Regeling - Participatiewet - BWBR0015703
11
re-integratie van statushouders binnen de Participatiewet. De gemeente heeft deze vastgelegd in de re-integratieverordening Participatiewet De Ronde Venen 2023.9 De verordening richt zich op het ondersteunen van inwoners bij hun participatie in de samenleving en het vinden van werk. Dit gebeurt onder andere door middel van re-integratievoorzieningen zoals participatieplaatsen, werkervaringsplekken en proefplaatsen. Om maatwerk te kunnen bieden bij re-integratie heeft de gemeente de mogelijkheid om statushouders, (Oekraïense) ontheemden en werkloze inwoners gelijk te stellen aan de doelgroep van de Participatiewet. Hierdoor krijgen zij toegang tot de verschillende re-integratievoorzieningen die hen kunnen ondersteunen bij hun integratie en participatie in de samenleving.10 Deze voorzieningen helpen ook statushouders bij het opdoen van werkervaring en het ontwikkelen van vaardigheden die nodig zijn voor de arbeidsmarkt. De uitvoering van de Participatiewet wordt in De Ronde Venen gedaan door het team Toegang Participatie en Sociale Zaken. Het team is verantwoordelijk voor het afnemen van intakes, opstellen van plannen van aanpak en het behandelen van aanvragen voor bijstandsuitkeringen.
Het team helpt ook statushouders bij hun inburgering en het vinden van passend werk.11 Om de financiële stabiliteit van statushouders in de eerste fase van hun integratie te bevorderen, zijn gemeenten verplicht om gedurende zes maanden (of langer) de vaste lasten van deze groep rechtstreeks uit de bijstandsuitkering te betalen. Dit is vastgelegd in artikel 57 van de Participatiewet. Volgens dit wettelijk kader moet het college van burgemeester en wethouders er bij de verstrekking van de bijstandsuitkering voor zorgen dat uit deze middelen de vaste lasten, waaronder huur, gas, water, elektriciteit en de verplichte zorgverzekering, direct worden voldaan. Dit mechanisme, bekend als ontzorgen, is bedoeld om te voorkomen dat financiële problemen ontstaan in de beginfase van de inburgering en om statushouders in staat te stellen zich te focussen op integratie en participatie in de samenleving. Op dit moment biedt artikel 57 van de Participatiewet geen ruimte voor gemeenten om van deze verplichting af te wijken. Het is voor de gemeente wel mogelijk om de vorm van ontzorgen zelf in te vullen en af te stemmen op de situatie van de statushouders. Huisvesting van statushouders De huisvesting van statushouders in Nederland is een wettelijke taak van gemeenten en is vastgelegd in artikel 28 van de Huisvestingswet 2014.
Dit artikel bepaalt dat burgemeester en wethouders verantwoordelijk zijn voor het onderbrengen van statushouders binnen hun gemeente, in overeenstemming met de voor de gemeente vastgestelde taakstelling. 12 In de gemeente De Ronde Venen wordt deze wet uitgevoerd binnen het kader van de Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024. Deze verordening regelt de verdeling van woonruimte in de regio en bepaalt onder andere hoe schaarse huurwoningen worden toegewezen aan woningzoekenden, waaronder statushouders.13 De gemeente moet jaarlijks voldoen aan een taakstelling; een vastgestelde norm voor het aantal statushouders dat binnen de gemeentegrenzen moet worden gehuisvest. Dit gebeurt doorgaans via woningcorporaties, die in samenwerking met de gemeente passende woonruimte zoeken: in De Ronde Venen is dit Cazas. Taakstelling huisvesting vergunninghouders De Rijksoverheid stelt tweemaal per jaar vast hoeveel vergunninghouders elke gemeente dient te huisvesten. De verdeling is afhankelijk van de bevolkingsomvang van de gemeente en de totale instroom van statushouders in Nederland. Zodra een asielzoeker een verblijfsvergunning krijgt, wordt zij of hij binnen twee weken door het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers (COA) gekoppeld aan een gemeente.14 Deze toewijzing is gebaseerd op verschillende factoren die bijdragen aan een succesvolle inburgering en integratie.
Het COA verzamelt daarvoor informatie over onder andere: • grootte van het gezin; • land van herkomst; • taal; • bijzonderheden over de gezinshereniging; • mogelijke aanpassingen aan een woning; • aanwezigheid inschrijfbewijs studie; • opleiding; 9 https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR711219/ 10
https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR719910/
11 https://www.derondevenen.nl/Bestuur_en_organisatie/Over_ons/Organisatieomschrijving 12 https://wetten.overheid.nl/BWBR0035303/2025-02-12 13 Huisvestingsverordening Regio Utrecht 2024, gemeente De Ronde Venen | Lokale wet- en regelgeving 14 Huisvesting statushouders | Asielbeleid | Rijksoverheid.nl
12
• • • • •
werkervaring; aanwezigheid arbeidscontract; medische bijzonderheden; netwerk; plannen voor de toekomst.
Na toewijzing door het COA hebben gemeenten tien weken de tijd om passende woonruimte te vinden voor de statushouder.15 16 Gemeenten hebben de vrijheid om te bepalen welk type woonruimte ze aanbieden aan vergunninghouders. Dit kan een zelfstandige huurwoning zijn, een flexwoning of een gedeelde woning waarin meerdere mensen samenwonen. In veel gevallen werken gemeenten samen met woningcorporaties en maken ze gebruik van sociale huurwoningen om statushouders te huisvesten. Daarnaast heeft een statushouder ook de mogelijkheid om zelf op zoek te gaan naar woonruimte. Of vergunninghouders voorrang krijgen op sociale huurwoningen, is een beslissing die elke gemeente afzonderlijk neemt. Dit wordt vastgelegd in de huisvestingsverordening, waarin de gemeente bepaalt onder welke voorwaarden statushouders en andere woningzoekenden voorrang kunnen krijgen bij de toewijzing van sociale huurwoningen.17 Zodra een woning beschikbaar is, krijgt de statushouder twee weken om te verhuizen. In de praktijk blijkt het echter steeds moeilijker om vergunninghouders tijdig te huisvesten. Dit komt voornamelijk door de schaarste aan woningen, waardoor gemeenten langer nodig hebben om aan hun taakstelling te voldoen. Dit kan leiden tot langere wachttijden voor statushouders in opvanglocaties en verhoogde druk op gemeenten om huisvestingsoplossingen te vinden.
18 Om de druk op de opvanglocaties van het COA te verlichten, is de hotel- en accommodatieregeling (HAR) opgezet. Deze regeling biedt statushouders die nog in een asielzoekerscentrum verblijven, maar wachten op permanente huisvesting, de mogelijkheid om alvast in hun toekomstige gemeente te wonen. Dit kan bijvoorbeeld in een hotel of een recreatiewoning zijn. Het COA vergoedt het verblijf van statushouders in de HAR tot maximaal zes maanden. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om gebruik te maken van de HAR. Binnen deze regeling dragen zij de verantwoordelijkheid voor het tijdelijk onderbrengen van statushouders totdat er een permanente woning beschikbaar is. Statushouders die via de HAR naar hun nieuwe gemeente verhuizen, keren niet terug naar de COA-opvang. Dit zorgt ervoor dat ze sneller kunnen starten met hun inburgeringstraject en zich alvast kunnen voorbereiden op hun nieuwe woonomgeving. 19 De Ronde Venen heeft ervoor gekozen om op basis van deze regeling tijdelijke huisvesting te bieden in hotel Koekenbier in Abcoude.
2.2 Het doel en de beleidsvrijheid van de gemeente De Ronde Venen ten aanzien van de opvang en integratie van statushouders Doel Het hoofddoel van het inburgeringsbeleid van de gemeente De Ronde Venen is dat statushouders zo snel mogelijk meedoen in Nederland. En dat ze daarnaast zo snel mogelijk werk vinden. De Beleidsregels inburgering van De Ronde Venen geven invulling aan deze dualiteit door zoveel mogelijk activiteiten te combineren gericht op het leren van de Nederlandse taal en op meedoen aan de maatschappij. Beleidsvrijheid De wet schrijft gemeenten vooral een coördinerende en uitvoerende rol voor, met als taak ervoor te zorgen dat inburgeraars voldoen aan de wettelijke vereisten en binnen drie jaar kunnen voldoen aan hun inburgeringsplicht. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk voor de financiering van de inburgeringstrajecten van statushouders. De wet schrijft daarbij voor dat een aantal specifieke onderdelen deel uitmaken van de inburgering van asielstatushouders: maatschappelijke begeleiding, de brede intake, de leerbaarheidstoets, het PIP, een leerroute, de MAP en het PVT.
15
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/asielbeleid/huisvesting-asielzoekers-met-verblijfsvergunning
16 Zie: overzicht huisvesting vergunninghouders peildatum 01-11-2024 file 17 Hebben statushouders voorrang op een sociale huurwoning? | Rijksoverheid.nl, Huisvesting statushouders | Asielbeleid | Rijksoverheid.nl 18 Zie: overzicht huisvesting vergunninghouders peildatum 01-11-2024 file 19 COA - Hotel- en accommodatieregeling (HAR) | www.coa.nl
13
De gemeente heeft ook beleidsvrijheid en daarmee regelruimte die het mogelijk maakt om de opvang en integratie van statushouders op een eigen manier te organiseren. Bijvoorbeeld bij de invulling van participatie binnen de leerroutes, waarmee deze kan aansluiten op de lokale context en de al aanwezige voorzieningen en initiatieven. De gemeente De Ronde Venen kiest daarbij voor een persoonlijke benadering om het proces zo goed mogelijk af te stemmen op de individuele behoeften van statushouders. De klantmanagers kennen hun klanten en streven naar inzet van ondersteuning op maat, bijvoorbeeld waar nodig met het regelen van kinderopvang of met inzet van voorzieningen. Klantmanagers en beleidsmedewerkers denken samen door over hoe trajecten zo kunnen worden ingericht dat mensen zo snel mogelijk werkervaring kunnen opdoen en aan het werk kunnen. Naast het aanbieden van passende begeleiding en ondersteuning zet de gemeente in op monitoring en kwaliteitscriteria om de voortgang van het inburgeringstraject te bewaken. Dit gebeurt door middel van voortgangsgesprekken met inburgeringsplichtigen en met aanbieders van ondersteuning. Daarnaast is er aandacht voor handhaving, zodat statushouders zich aan de gestelde verplichtingen houden en het traject succesvol afronden. 20
20 Beleidsregels Inburgering gemeente De Ronde Venen 2024.
14
3. Organisatie en uitvoering
15
3 Organisatie en uitvoering 3.1 Uitvoering in de praktijk Bij de uitvoering van de Wi2021 en de Participatiewet ten behoeve van inburgering van statushouders in De Ronde Venen zijn verschillende partijen betrokken. De gemeente voert de regie en heeft een coördinerende en uitvoerende rol om ervoor te zorgen dat inburgeraars voldoen aan de wettelijke vereisten en binnen drie jaar kunnen voldoen aan hun inburgeringsplicht. Verschillende externe partijen worden daarbij door de gemeente betrokken en gefinancierd voor de uitvoering van onderdelen van het inburgeringstraject en ondersteuning bij integratie op de arbeidsmarkt, zoals taallessen, maatschappelijke begeleiding en trainingen. Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende rollen en gaat in op de onderlinge samenwerking. Voor extra context bij dit hoofdstuk zijn bij de gemeente De Ronde Venen cijfers opgevraagd over het aantal inburgeraars en trajecten. Van 2022 (ingang Wi2021) tot en met 2024 waren er in totaal 284 inburgeraars (dit betreft statushouders én gezinsmigranten21). Van deze groep hebben 246 mensen de Brede Intake doorlopen en is voor 216 mensen een PIP opgesteld.
Het aantal inburgeraars waarbij een Brede Intake is doorlopen of waarbij een PIP is opgesteld, komt wat lager uit dan het totaal aantal inburgeraars, omdat een deel van de inburgeraars op het peilmoment nog niet was uitgenodigd voor de Brede Intake of omdat het PIP op dat moment nog moest worden vastgesteld. Op basis van het PIP zijn 169 inburgeraars ingedeeld in de B1-route, 21 in de onderwijsroute en 26 in de Z-route. Bij VluchtelingenWerk ontvingen 150 statushouders maatschappelijke begeleiding. Er zijn in deze periode 279 statushouders duurzaam gehuisvest in een woning binnen de gemeente. In figuur 3.1 zijn de ontwikkelingen in aantal inburgeraars, Brede Intakes en PIP’s, ontvangen maatschappelijke begeleiding en huisvesting in de periode 2022-2024 op een rij gezet. Figuur 3.1
Ontwikkelingen Wi2021 gemeente De Ronde Venen 2022 - 2024
200 180 160
Aantal inburgeraars Wi2021
140 Brede intakes
Aantal
120 100
PIPs totaal
80
PIPs B1
60 PIPs Onderwijs
40
PIPs Z-route
20 0
Maatschappelijke begeleiding 2022
2023 Jaar
2024 Gehuisvest
Gemeente De uitvoering van het beleid rondom de opvang en de integratie van statushouders in De Ronde Venen is gericht op het bieden van maatwerk en persoonlijke begeleiding. De omvang van de groep statushouders maakt dat klantmanagers hun klanten kennen, dat er ruimte is voor persoonlijk contact en het bieden van gerichte ondersteuning. In de uitvoering 21 De Wet inburgering 2021 maakt verschil tussen twee groepen inburgeringsplichtigen: statushouders (waar dit onderzoek zich op heeft gericht) en
gezinsmigranten. Asielzoekers worden statushouders op het moment dat zij een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd krijgen. Gezins- en overige migranten hebben een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd en vallen niet onder de definitie van asielstatushouders. Het zijn personen met een niet-Nederlandse nationaliteit die naar Nederland verhuizen om bij hun partner of ouder(s) te komen wonen. In bepaalde situaties (afhankelijk van land van herkomst en leeftijd) zijn ook zij inburgeringsplichtig. Zij kunnen gebruikmaken van de MAP en het PVT, maar moeten zelf hun leerroute regelen en betalen.
16
wordt gezocht naar mogelijkheden om maatwerkoplossingen binnen de geldende regelgeving te realiseren. Daarnaast wordt ingezet op de betrokkenheid van vrijwilligers en sociale netwerken om de integratie te versterken. Voor de uitvoering van het inburgeringsbeleid wordt door de gemeente aanbod van verschillende partijen ingezet, waaronder VluchtelingenWerk, taalaanbieders (TopTaal, Boswell-Bèta en Tulp Training (Danner en Danner sinds 1 april 2025)), SosyTraining en Kansis, welzijnsorganisatie Stichting Samens en vrijwilligers. Door regelmatige afstemming en monitoring wordt het beleid continu geëvalueerd en waar nodig aangepast. De inburgering start met een brede intake en een leerbaarheidstoets om de passende leerroute te bepalen. Op basis van de uitkomsten wordt een statushouder geplaatst in de B1-route, de Z-route of de onderwijsroute. Deze leerroutes worden in De Ronde Venen uitgevoerd door de taalscholen TopTaal, Boswell-Bèta en Tulp Training (Danner en Danner sinds 1 april 2025) en door sociaal ontwikkelbedrijf Kansis. De taallessen voor de B1- en Z-route worden uitgevoerd door Toptaal, voor de onderwijsroute hbo/wo door Boswell-Bèta en voor de onderwijsroute mbo door Tulp Training (Danner en Danner sinds 1 april 2025).
De voortgang van het inburgeringstraject wordt door de klantmanagers van de gemeente gemonitord via regelmatige gesprekken, waarbij ook de aanwezigheid bij taallessen en andere modules wordt bijgehouden. Daarnaast hebben klantmanagers tweewekelijks een casuïstiekoverleg waarin het maatwerk en de persoonlijke begeleiding van statushouders met elkaar wordt besproken. Op deze manier wordt het beleid eenduidig uitgevoerd in de praktijk van de begeleiding en wordt samen gezocht naar maatwerkoplossingen. tweewekelijks in een casuïstiekoverleg het maatwerk en de persoonlijke begeleiding van inwoners met elkaar afstemmen De gemeente biedt huisvesting aan statushouders met Hotel Accommodatie Regeling (HAR), als een tussenvoorziening die tijdelijk opvang biedt voordat statushouders een permanente woning toegewezen krijgen, en met reguliere huisvesting via de woningcorporatie Cazas. Een voordeel van de tijdelijke huisvesting is dat statushouders die vanuit een azc aan de gemeente De Ronde Venen worden gekoppeld al naar de gemeente kunnen verhuizen voordat er reguliere huisvesting beschikbaar is. Vanuit deze tijdelijke huisvesting kunnen ze al in de gemeente starten met activiteiten in het kader van het inburgeringstraject. In De Ronde Venen vindt deze tijdelijke huisvesting plaats in hotel Koekenbier in Abcoude.
De gemeente De Ronde Venen ondersteunt statushouders niet alleen bij huisvesting en taalverwerving, maar ook met begeleiding naar werk en maatschappelijke participatie. De gemeente voert een re-integratiebeleid waarbij inburgeraars dezelfde ondersteuning krijgen als andere werkzoekenden. In de uitvoering wordt door accounthouders van het team Werk & Inkomen gekeken hoe de overgang naar werk vergemakkelijkt kan worden. De gemeente zet in op trajecten die statushouders zo snel mogelijk werkervaring laten opdoen. Er worden bedrijfsbezoeken en – periodiek – een banenmarkt georganiseerd. Bij de banenmarkt gaan statushouders in gesprek met werkgevers om de interactie te bevorderen. Daarnaast wordt ondersteuning gericht op participatie geboden met taalcoaching door VluchtelingenWerk en met aanbod van workshops, stages en vrijwilligerswerk door Kansis en welzijnsorganisatie Stichting Samens. Ook worden aanvullende activiteiten, zoals fietslessen in samenwerking met de provincie, onderzocht ter bevordering van de integratie. Gericht op financiële zelfredzaamheid biedt de gemeente in de eerste zes maanden van het inburgeringstraject een basiscursus Omgaan met geld. In deze cursus wordt aandacht besteed aan bancaire zaken, het reserveren van geld en het aangaan van financiële verplichtingen (zoals huur). Zo nodig is er ook een-op-een budgetcoaching.
Daarbij biedt de gemeente ondersteuning bij het beheren van financiën en helpt de deelnemer om beter om te gaan met de vaak complexe financiële verplichtingen. Het doel hiervan is om een stabiele financiële basis te creëren en geldproblemen te voorkomen, zodat inburgeraars met meer zekerheid hun weg kunnen vinden in de Nederlandse samenleving. 22 VluchtelingenWerk VluchtelingenWerk Nederland (VWN) is in De Ronde Venen verantwoordelijk voor de maatschappelijke begeleiding van statushouders. Hiermee worden statushouders in hun eerste periode in de gemeente ondersteund bij praktische zaken, zoals administratie en het wegwijs worden in lokale voorzieningen. De begeleiding richt zich op het Participatieverklaringstraject (PVT; kennismaking met de Nederlandse kernwaarden en basisprincipes) en het aanbieden van taalmaatjes. Deze laatsten bieden statushouders de mogelijkheid om buiten de taallessen extra te oefenen. In principe werkt VWN met iedere statushouder op basis van een plan, gericht op het versterken van hun zelfredzaamheid in de samenleving.
22 Aanbestedingsdocument Europese openbare aanbesteding. Maatschappelijke begeleiding asielstatushouders (sept 2024).
17
De koppeling van taalmaatjes aan statushouders wordt verzorgd door twee vrijwillige taalcoachcoördinatoren. Taalcoaching wordt optioneel door VWN aangeboden en is geen wettelijk verplicht onderdeel van de inburgering. VWN is geen taalschool en de taalmaatjes zijn vrijwilligers. Het vaststellen van het taalniveau en aanbieden van taallessen is een verantwoordelijkheid van de taalscholen. Naast maatschappelijke begeleiding verleent VWN ook juridische ondersteuning bij gezinshereniging en geeft VWN begeleiding aan statushouders in de HAR. TopTaal TopTaal verzorgt taallessen voor statushouders en streeft ernaar daarbij maatwerk te bieden door in te zoomen op het niveau en de leerstijl van elke deelnemer. Er wordt gekeken naar wat een statushouder nodig heeft en hoe dit het beste aangeboden kan worden. Een vorm van maatwerk die TopTaal biedt, is het afnemen van een taaltoets bij elke statushouder als onderdeel van de intake om de snelheid en de intensiteit van het taaltraject te bepalen. Op deze manier wordt het leerplan zoveel mogelijk objectief vastgesteld. Het plannen van taallessen vraagt om goede afstemming, omdat veel statushouders naast hun taallessen te maken hebben met (vrijwilligers)werk en andere dagelijkse verplichtingen. Leren gaat niet vanzelf en vereist eigen initiatief en inzet. Niet iedereen kan het B1-examen binnen de inburgeringstermijn behalen.
Als het B1-niveau een te hoge ambitie is, wordt een A2-examen afgenomen. Uit de gesprekken met medewerkers van de gemeente en de statushouders komt de locatie van de lessen als aandachtspunt naar voren. In De Ronde Venen worden de taallessen voor de gehele gemeente in Mijdrecht verzorgd. Hoewel statushouders vaak voorkeur hebben voor lessen in hun eigen woonplaats, zijn deze daar niet altijd beschikbaar, waardoor ze moeten reizen. Tegelijkertijd wordt door medewerkers van de gemeente benadrukt dat statushouders mogelijk ook hun werk zullen gaan vinden buiten Mijdrecht, waarbij ook gereisd zal moeten worden: reizen voor taalles hoeft geen probleem te zijn. De reiskosten voor inburgeringsactiviteiten kunnen onder voorwaarden door de gemeente worden vergoed. TopTaal zegt te kampen met een tekort aan taaldocenten, wat het lastig maakt om de planning rond te krijgen. Soms is er tijdelijk geen docent beschikbaar, waardoor lessen uitvallen. Nieuwe docenten hebben extra begeleiding of opleiding nodig. En niet iedere docent is bereid om naar Mijdrecht te reizen, wat de organisatie bemoeilijkt. Daarnaast lukt het TopTaal niet, ook door gebrek aan docenten, om avondlessen in de gemeente te organiseren, wat voor de statushouders die overdag werken wel wenselijk is.
Voldoen aan de contractafspraken, wettelijke verplichtingen en kwaliteitsnormen van het keurmerk dat TopTaal hanteert vraagt volgens hen om continue afstemming en flexibiliteit binnen de organisatie. SosyTraining SosyTraining verzorgt voor De Ronde Venen de Module Arbeidsmarkt en Participatie (MAP). Het doel van de MAP is om inburgeringsplichtigen kennis te laten maken met en voor te bereiden op deelname aan de Nederlandse arbeidsmarkt. De MAP die De Ronde Venen inkoopt bij SosyTraining duurt acht weken (er zijn ook varianten van vier, zes of twaalf weken). Tijdens de training komen diverse arbeidsmarktgerelateerde thema’s aan bod en wordt er gewerkt aan praktische vaardigheden, zoals het opstellen van een cv. Naast de acht wettelijk verplichte onderdelen (beroepenoriëntatie, realistisch beroepsbeeld, beroepskansen, beroepscompetenties, werknemerscompetenties, netwerk opbouwen, werkcultuur en werk vinden) heeft SosyTraining extra thema’s toegevoegd, waaronder het socialezekerheidsstelsel, toeslagen, proeftijden en tijdelijke contracten. Deze onderwerpen bieden statushouders meer inzicht in hun rechten en plichten op de arbeidsmarkt. De cv’s die worden opgesteld, worden ook gedeeld met de gemeente.
Sosytraining geeft aan de trainingsgroepen zo veel mogelijk in te delen op dezelfde taalachtergrond en daarbinnen maatwerk te bieden: zo kunnen deelnemers die dezelfde taal spreken, maar verschillende taalniveaus hebben, samen de training volgen, terwijl opdrachten worden gedifferentieerd om aan te sluiten op hun individuele leerbehoeften. Niet alle deelnemers kunnen direct na afronding van de MAP aan het werk, maar ze krijgen wel de nodige basiskennis mee. Sosytraining is niet betrokken bij het verdere proces, maar verzamelt tijdens de MAP informatie over de wensen en de behoeften van statushouders. Bij afloop van de training worden de inzichten door middel van een ‘pitch’ door de deelnemers met de gemeente gedeeld en levert SoSytraining over iedere deelnemer een advies aan de gemeente. Kansis Kansis ondersteunt inburgeraars in de Z-route bij de participatievereiste: statushouders moeten hierbij 800 uur participatieactiviteiten uitvoeren. Deelnemers in deze route zijn minder goed leerbaar. Sommigen kunnen werken, maar hebben
18
daarbij extra ondersteuning nodig. Kansis biedt individuele trajectbegeleiding aan statushouders en verzorgt daarnaast productbegeleiding, waarbij deelnemers op de werkvloer uitleg krijgen over hoe het werkt in een werkomgeving en met werkprocessen. Kansis geeft invulling aan 500 van de 800 participatie-uren; de andere uren worden ingevuld door de gemeente met onder andere de MAP en het PVT. Deelnemers starten met een intakegesprek met de klantmanager inburgering van de gemeente en een trajectbegeleider van Kansis. De eerste fase van de Z-route duurt dertien weken, waarin deelnemers wekelijks een workshop volgen. Omdat de meeste deelnemers de Nederlandse taal nog niet beheersen, wordt in deze fase gewerkt met visuele uitleg en pictogrammen. Daarnaast worden diverse thema’s behandeld, zoals een bezoek aan de bibliotheek en uitleg over het openbaar vervoer. Het thema gezondheidszorg is in 2024 eenmalig behandeld door Kansis in samenwerking met de GGD maar niet voortgezet. De gemeente heeft de organisatie van deze voorlichting door de GGD overgenomen en organiseert deze nu tweemaal per jaar voor alle nieuwe statushouders in alle leerroutes. Naast de workshops werken deelnemers één dagdeel per week bij Kansis om ervaring op te doen op de werkvloer. Hierbij ligt de nadruk op werknemersvaardigheden, arbeidscultuur en verwachtingen op de werkplek.
Aan het eind van deze eerste fase is er een bijeenkomst waar deelnemers presenteren wat ze hebben gedaan. Na afronding van deze fase ontvangen deelnemers een certificaat. Daarna bespreken de klantmanagers inburgering en trajectbegeleider samen met de deelnemer wat belangrijk is voor het vervolgtraject. Kansis bewaakt het aantal participatie-uren en werkuren, en houdt daarbij rekening met andere activiteiten van de deelnemers. Door volle agenda’s kan het een uitdaging zijn om (de planning van) de taallessen, participatieactiviteiten en/of werk en persoonlijke (gezins)verplichtingen goed en passend op elkaar te laten aansluiten.
3.2 Samenwerking tussen de gemeente en externe organisaties VluchtelingenWerk Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat de samenwerking tussen de gemeente en VluchtelingenWerk (VWN) medio 2023 niet optimaal verliep, maar dat deze inmiddels is verbeterd en dat knelpunten goed kunnen worden besproken. Het contact zelf wordt als positief ervaren. Om de samenwerking efficiënter te laten verlopen wordt gekeken hoe werkafspraken en processen verder kunnen worden verbeterd. VWN werkte tot en met 2024 op basis van subsidie, maar is nu als resultaat van een aanbesteding gecontracteerd. VWN kent de sociale kaart goed, is actief betrokken en vervult een één-loketfunctie voor statushouders. VWN werkt, naast de gemeente, ook samen met verschillende ketenpartners om statushouders zo goed mogelijk te ondersteunen. Een belangrijke samenwerkingspartner is Stichting Samens (voorheen Tympaan De Baat). Na afronding van het begeleidingstraject bij VWN worden statushouders bij ondersteuningsvragen doorverwezen naar regulier welzijnsaanbod, zoals het Servicepunt van Stichting Samens. Dit biedt statushouders na hun maatschappelijke begeleiding bij VWN een plek waar zij terechtkunnen met algemene vragen en voor verdere ondersteuning. Doordat VWN en het Servicepunt op dezelfde locatie werken, verloopt de overdracht efficiënt en zijn de communicatielijnen kort. VWN ervaart deze samenwerking als positief.
Incidenteel heeft VWN ook contact met de taalscholen of andere ketenpartners. SosyTraining De gemeente geeft aan tevreden te zijn over de samenwerking met SosyTraining. SosyTraining geeft zelf aan dat de samenwerking met de gemeente over het algemeen goed verloopt met korte lijnen. Knelpunten worden besproken, er wordt regelmatig geëvalueerd en feedback wordt goed opgepakt. Er kan snel worden geschakeld als onderdelen niet naar wens lopen en daardoor kan waar nodig snel worden bijgestuurd. SosyTraining werkt met een eigen klantvolgsysteem, waarin zowel de aanmeldingen als de voortgang van deelnemers worden bijgehouden. De groepsvorming wordt afgestemd met de gemeente. Door het opvragen van taallesroosters kunnen deelnemers buiten hun reguliere taallessen om op een passende manier worden ingedeeld voor de MAP-training. SosyTraining stelt dat de gemeente een actieve rol neemt in de begeleiding van deelnemers, bijvoorbeeld door deelnemers te wijzen op het belang van aanwezigheid en deelname. Er zijn werkafspraken gemaakt over hoe te zorgen dat beide partijen op elkaar aansluiten. Deze betreffen een periodieke evaluatie van de samenwerking en bezoeken aan trainingen door klantmanagers en de accounthouder van de gemeente. De werkafspraken worden volgens beide partijen nageleefd en dragen bij aan de samenwerking.
19
Taalscholen De samenwerking met taalaanbieders verloopt via regionale contracten. TopTaal is gecontracteerd om voor De Ronde Venen taallessen te organiseren voor de B1- en Z-route. Intern hanteert TopTaal leerlijnen met verschillende leersnelheid en worden deelnemers ingedeeld in groepen afhankelijk van hun verworven taalniveau. Er is een onrustige periode geweest bij TopTaal met onder meer veel personele wisselingen en de overname van een failliete concurrent. Deze onrust leidde bij de gemeente tot ontevredenheid over de dienstverlening van TopTaal. De afgelopen maanden is volgens de gemeente verbetering zichtbaar en verloopt de samenwerking soepeler. Er zijn vaste contactpersonen, wat bijdraagt aan betere communicatie tussen de klantmanagers van de gemeente en de medewerkers van TopTaal. Ook administratief zijn zaken beter op orde. Maandelijks vindt er een uitvoerend overleg plaats voor de hele regio, waarbij ook De Ronde Venen vertegenwoordigd is. TopTaal geeft aan dat de samenwerking verder gaat dan alleen taallessen; wanneer er problemen worden gesignaleerd bij een inburgeraar, zoals op het gebied van verzuim of persoonlijke omstandigheden, wordt dit besproken met de klantmanager van de gemeente. De gemeente is met TopTaal in gesprek over de mogelijkheid van een avondschool in Mijdrecht, omdat deze momenteel ontbreekt en wordt gemist door statushouders die overdag werken.
TopTaal geeft aan, als aanvulling op het eigen taalprogramma, te werken met organisaties die themalessen en excursies verzorgen gericht op inburgering. Verder benadrukt TopTaal dat vrijwilligers niet standaard in de klas worden ingezet, maar alleen als hun rol een duidelijke meerwaarde heeft en goed aansluit bij de doelgroep. Hun contact met VWN is incidenteel en vindt vooral plaats op casusniveau, wanneer VWN vragen heeft over de begeleiding van een statushouders. Met Kansis is er weinig contact. Naast TopTaal zijn er ook nog andere gecontracteerde taalscholen: Boswell-Bèta en Tulp Training (Danner en Danner sinds 1 april 2025). Deze twee taalscholen bieden een schakeltraject aan om in te stromen in een vervolgopleiding. Boswell-Bèta heeft momenteel één cliënt en Tulp Training (Danner en Danner sinds 1 april 2025) elf cliënten onder begeleiding. Kansis De samenwerking tussen Kansis en de gemeente verloopt volgens beide partijen goed, er zijn korte communicatielijnen en er wordt regelmatig geëvalueerd. In de samenwerking met Kansis en gemeente Stichtse Vecht wordt regelmatig afgestemd over de invulling van het programma en de wensen van de gemeente. Dit vraagt volgens Kansis om flexibiliteit, omdat de invulling mede afhankelijk is van de behoeften van verschillende gemeenten. Onderwerpen zoals verkeersveiligheid, duurzaamheid in wonen en fietslessen worden hierin meegenomen.
Er is regelmatig contact tussen Kansis en de klantmanagers van de gemeente om de begeleiding van statushouders zo goed mogelijk af te stemmen. Daarnaast heeft Kansis, in mindere mate, contact met VWN en taalscholen. COA en huisvesting Ook de samenwerking met verschillende partners op het gebied van huisvesting wordt door de gemeente over het algemeen als goed ervaren. Het COA speelt hierin een belangrijke rol. De regievoerder van het COA binnen de regio is volgens de gemeente goed bereikbaar en reageert snel op e-mails en andere verzoeken. Binnen de samenwerking gaat het voornamelijk over huisvesting. Soms fungeert het COA ook als contactpersoon wanneer een statushouder nog in een asielzoekerscentrum (azc) verblijft, waarbij de casemanager de directe schakel is. Daarnaast geeft de gemeente aan dat er goed contact is tussen de accountmanager van het COA en de projectleider huisvesting van de gemeente. Met korte communicatielijnen verloopt ook deze samenwerking efficiënt. Naast het COA wordt voor de huisvesting samengewerkt met de woningcorporatie Cazas Wonen. Vanuit de gemeente wordt aangegeven dat de woningcorporatie haar rol goed oppakt en de samenwerking wordt als positief ervaren.
Andere gemeenten/regio’s De gemeente De Ronde Venen werkt op sommige onderdelen – met name inkoop en contractbeheer – samen met andere gemeenten en regio’s om de opvang en de integratie van statushouders te organiseren. Dit stelt kleinere gemeenten in staat gezamenlijke voorzieningen te realiseren die ze individueel niet kunnen opzetten. De coördinatie van regionale samenwerking ligt vaak bij grotere steden, zoals Utrecht binnen het U-16 samenwerkingsverband. Voor taalonderwijs is deze regio verder opgedeeld in subregio’s. Zo maakt De Ronde Venen, samen met de gemeenten Woerden, Oudewater, Montfoort en Stichtse Vecht, deel uit van de subregio U-west. Binnen deze subregio
20
overleggen de gemeenten op beleidsniveau met elkaar. Een subregiovertegenwoordiger behartigt de belangen van de gemeenten en faciliteert contractueel overleg met taalaanbieders en andere partijen, bijvoorbeeld over contractbesprekingen en de ontwikkeling van aanvullende instrumenten voor taalonderwijs. Naast het U-16 samenwerkingsverband voor taalaanbod neemt De Ronde Venen voor kennisuitwisseling deel aan het regio-overleg statushouders en werk van de arbeidsmarktregio Groot Amsterdam. Daarnaast vindt regelmatig kennisuitwisseling tussen de gemeenten plaats, zoals tijdens themasessies en regionale overleggen. Hierbij worden good practices gedeeld en uitdagingen besproken, bijvoorbeeld op het gebied van voorzieningen voor jeugdigen of werkgerelateerde trajecten. De samenwerking binnen U-16 en andere regio’s wordt door de gemeente als positief ervaren en draagt bij aan het versterken van inburgeringstrajecten, taalonderwijs en participatie. Door kennis en middelen te delen, wordt de integratie van statushouders effectiever en beter afgestemd op regionale behoeften.
3.3 Samenhang tussen de beleidsonderdelen betrokken bij de opvang en de integratie van statushouders? Eén van de uitgangspunten die de Wet inburgering 2021 aan gemeenten meegeeft is ‘dualiteit’: om ervoor te zorgen dat inburgeringsplichtigen volwaardig kunnen deelnemen aan de Nederlandse samenleving, is het belangrijk dat het leren van de Nederlandse taal gecombineerd wordt met activiteiten gericht op deelname aan het dagelijkse leven. De Ronde Venen geeft hieraan uitvoering door de inburgeraars naast taallessen, waar nodig, ondersteuning te bieden bij invulling van het participatiedeel (Z-route) en, waar mogelijk, te begeleiden naar werk. Participatie-activiteiten en vrijwilligerswerk worden vooral geboden via Kansis (workshops, stage of werkervaring, vrijwilligerswerk), door VWN, welzijnsorganisatie Stichting Samens en door bemiddeling van de gemeente. Op betaald werk wordt ingezet met ondersteuning door de klantmanagers van de gemeente en de gemeentelijke accountmanager Werkgeversservicepunt. De laatste heeft een actieve rol in het zoeken naar werkgevers met passende werkzaamheden. Waar nodig kunnen (anderstalige) jobcoaches worden ingezet voor ondersteuning op de werkplek. Als voordeel daarvan wordt genoemd dat deze jobcoaches, door hun eigen achtergrond, ook kunnen helpen bij het maken van de culturele vertaalslag.
Inzet van deze jobcoaches helpt statushouders ook bij ingewikkelder gesprekken met werkgevers, over bijvoorbeeld contracten. Er wordt door de gemeente periodiek een banenmarkt georganiseerd voor uitkeringsgerechtigden, waaronder ook statushouders. De laatsten worden daarbij met tolken en een voorgesprek gefaciliteerd. Bij de organisatie van de banenmarkt wordt ook gericht een aantal werkgevers gezocht die openstaan voor statushouders. In de praktijk is het volgens de gemeente – zoals ook elders aangegeven – vooral een uitdaging om de verschillende activiteiten die statushouders verplicht zijn te volgen en uit te voeren, qua planning goed op elkaar afgestemd te krijgen. De planning van taallessen en werktijden, bijvoorbeeld, of familiaire verplichtingen kunnen elkaar in de weg zitten. Het gegeven dat begeleiding en cursussen door verschillende aanbieders worden geboden, maakt deze planning en afstemming tot een uitdaging en aandachtspunt voor gemeente en organisaties. Ook op ander gebied zijn verantwoordelijkheden verdeeld over verschillende partijen. Zo ligt de financiële ondersteuning, zoals het financiële ontzorgen en cursussen omgaan met geld bij het inkomensteam, de administratief medewerker en de klantmanager Inkomen, Inburgering & Statushouders van de gemeente. Dit gebeurt in nauwe samenwerking met VWN.
De klantmanagers inburgering hebben hier minder zicht op dan de andere partijen, en de opvolging van deze activiteiten is niet altijd duidelijk. De gemeentelijke uitvoering heeft intern een tweewekelijks inburgeringsoverleg waar de verschillende beleidsonderdelen elkaar spreken en afstemmen. Daarnaast zet de gemeente actief in op het realiseren van korte lijnen en frequente, laagdrempelige afstemming met de uitvoerende externe organisaties, zodat knelpunten snel kunnen worden gedeeld en besproken en waar nodig aanpassingen in beleid of uitvoering kunnen worden gedaan. De huisvesting van statushouders wordt verspreid over de verschillende kernen van de gemeente, waarbij de meeste statushouders in Mijdrecht komen te wonen. Daar is het grotere aanbod van sociale huurwoningen en daar zijn ook de meeste voorzieningen, waaronder het aanbod van VWN en fysieke steunpunten. Binnen het inburgeringsbeleid zijn taalverwerving en participatie onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen vormen ze een duaal traject waarin beide pijlers elkaar versterken. In de gesprekken met organisaties blijkt echter dat in de praktijk vaak eerst de nadruk op taal wordt gelegd en pas daarna op participatie, omdat effectieve participatie zonder een goede
21
taalbasis lastig is. Organisaties zien (vrijwilligers)werk daarnaast als een waardevolle manier om taalvaardigheid te versterken, terwijl werk en andere vormen van participatie ook van groot belang zijn voor de integratie in de samenleving en de zelfredzaamheid van statushouders.
22
4. Ervaringen van statushouders met het inburgeringstraject
23
4 Ervaringen van statushouders met het inburgeringstraject Naast de wethouder en medewerkers van de gemeente en externe organisaties spraken we ook met een groep statushouders. In dit hoofdstuk beschrijven we hun ervaringen en dat doen we zowel vanuit het perspectief van de statushouders (de ervaringen die ze met ons in het gesprek gedeeld hebben) als vanuit het perspectief van de gemeente en organisaties (de impact van het beleid en de uitvoering op statushouders die ze in de praktijk zien). In het groepsgesprek spraken we zeven statushouders (twee vrouwen en vijf mannen) in de leeftijd tussen de 23 en 55 jaar. Vijf van hen volgen de B1-route, één volgt de Z-route en één is nog niet begonnen aan een traject. Achtergrondkenmerken van inburgeraars De statushouders in de gemeente De Ronde Venen hebben uiteenlopende achtergronden, ervaringen en leervermogens. Statushouders verschillen onderling in opleidingsniveau, werkervaring en mate van zelfstandigheid, wat van invloed is op hun inburgeringstraject. Sommigen hebben een hoog opleidingsniveau en ruime werkervaring, terwijl anderen weinig of geen formele scholing hebben gehad en soms zelfs analfabeet zijn. Dit betekent dat de leerbaarheid en het vermogen om zelfstandig stappen te zetten binnen het inburgeringstraject sterk uiteenlopen.