Bijlage 2 - Bijlagenbundel VTH-beleid DRV 2023-2026
Tekst van het document
activiteit bouwen/gebruik - onveilige woonsituaties
3
4
1
1
4
5
18
5
90
1
activiteit bouwen - illegale reclame
1
3
1
2
1
2
10
4
40
3
illegale aanleg van werken
1
2
1
5
2
2
13
4
44
2
activiteit bouwen - vergunningsvrije bouwwerken
2
3
1
2
2
1
11
2
22
4
activiteit bouwen - excessen welstandsnota
1
4
1
5
1
2
14
2
28
3
activiteit bouwen - rijksmonumenten
2
5
2
5
2
5
21
4
84
1
activiteit bouwen/gebruik – brandveilig gebruik
5
3
2
2
5
4
21
4
84
1
2. Samenvatting risicomodule Brandveiligheid Om de risico’s op naleving en slachtoffers te kunnen inschatten maakt de VRU gebruik van de Risicomodule Preventietaken van Antea (voorheen Save Oranjewoud). Risicogerichtheid is hierin geborgd, doordat de risico’s van het optreden van een incident in een gebouw gekoppeld worden aan de kans dat een dergelijk incident zal optreden. Deze kans maal effect benadering maakt dat de Risicomodule ook is goedgekeurd door de provincie als tweedelijns toezichthouder. De Risicomodule heeft een dynamisch karakter en zou zo ingevuld kunnen worden dat per object de parameters bepaald worden. Nu zijn deze nog vastgesteld per gebouwcategorie. Deze risicoweging biedt de mogelijkheid om toezicht te concentreren op de meest risicovolle gebruiksfuncties en minder risicovolle gebruiksfuncties minder frequent te controleren. Gebouwen en bouwwerken met de hoogste risicoscore worden jaarlijks gecontroleerd, terwijl objecten met een lagere scoren twee- of vierjaarlijks gecontroleerd worden. Hiervoor stelt de VRU in overleg met de gemeente een jaarplan op. Hieronder wordt de risicomodule voor de gemeente De Ronde Venen weergegeven: Beschrijving
effecten
naleving
Klasse
Bejaardenoorden / verzorgingshuizen - Woonzorgcomplexen
8,3
6,3
I
Kinderdagverblijf > 10 pers.
8,1
5,5
I
Woning met zorg - zorgclusterwoning 24 uur zorg in een woongebouw
7,0
6,2
I
Woning met zorg - groepszorgwoning op afspraak
6,8
6,3
I
Klinieken (poli-, psychiatr., ...) > 10 pers.
7,9
5,4
I
School (l.l < 12 jaar) 250 - 1000 pers.
5,9
5,6
I
Dagverblijf (kinderen / gehandicapten) 10-50 pers.
5,6
5,9
I
Hotel > 50 pers.
6,1
5,6
I
School (l.l < 12 jaar) 10 - 250 pers.
5,4
5,7
II
Woongeb.met inpandige gangen
5,1
5,2
II
Hotel 10-50 pers.
5,5
5,7
II
Cafés, discotheek, restaurant > 500 pers.
4,5
6,7
II
School (l.l. > 12 jaar) > 1000 pers.
4,2
5,9
III
Winkelgebouwen incl. gevaarlijke stoffen
3,8
6,0
III
Zwembad
3,9
5,8
III
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - BEVI
3,6
5,8
III
Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. > 250 pers.
3,6
6,2
III
Cafés, discotheek, restaurant 50-250 pers.
3,6
6,1
III
Markt (periodieke markten)
3,7
6,4
III
Tijdelijke bouwsels >50 pers.
3,5
5,9
III
Museum, bibliotheek 50-250 pers.
3,7
5,6
III
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen 1.000 kg - 10.000 kg
3,3
5,8
IV
Winkelgebouwen 50-250 pers.
3,3
6,0
IV
Gebedshuis > 250 pers.
3,6
5,5
IV
Overige gebouwen met bijeenkomstfunctie > 50 pers.
3,3
5,8
IV
Sporthal, stadion 50-250 pers.
3,3
5,8
IV
Fabrieken 0-50 pers.
3,0
5,7
IV
Fabrieken 0-50 pers. - industrie - gevaarlijke stoffen tot 1.000 kg
3,2
6,0
IV
Buurthuis, ontm.centrum, wijkcentr. 50-250 pers.
3,2
5,8
IV
Gebedshuis 50-250 pers.
3,2
5,2
IV
Kantoren 50-250 pers.
3,1
4,9
V
Kantine, eetzaal > 50 pers.
3,0
5,1
V
Tabel: Prioritering taakveld Brandveiligheid gemeente De Ronde Venen
Bijlage 13: Naleefstrategieën: een overzicht Wettelijk kader Besluit omgevingsrecht Artikel 7.2 Handhavingsbeleid 4. Het handhavingsbeleid geeft voorts inzicht in de strategie die het bestuursorgaan hanteert met betrekking tot: a. de wijze waarop het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde wordt uitgeoefend om de krachtens het eerste lid gestelde doelen te bereiken; b. de rapportage van de bevindingen van degenen die toezicht hebben uitgeoefend en het vervolg dat aan die bevindingen wordt gegeven; c. de wijze waarop bestuurlijke sancties alsmede de termijnen die bij het geven en uitvoeren daarvan worden gehanteerd, en de strafrechtelijke handhaving onderling worden afgestemd, en waarbij tevens aandacht wordt besteed aan de aard van de geconstateerde overtreding en; d. de wijze waarop het bestuursorgaan omgaat met overtredingen die zijn begaan door of in naam van dat bestuursorgaan of van andere organen behorende tot de overheid. Artikel 7.4 Uitvoeringsorganisatie 2. Het bestuursorgaan draagt er tevens zorg voor dat: a. een beschrijving van de werkprocessen, de procedures en de bijbehorende informatievoorziening inzake het toezicht op de naleving van het bij of krachtens de betrokken wetten bepaalde en het voorbereiden, geven en uitvoeren van bestuurlijke sancties wordt vastgesteld; b.
de uit te voeren werkzaamheden plaatsvinden overeenkomstig deze beschrijving.
1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de verschillende strategieën binnen de handhaving. Het tweesporenbeleid (toepassing van bestuurs- en strafrecht) en het stappenplan maken hier onderdeel van uit. De strategie sluit aan op de gestelde prioriteiten en doelen. Daarbij vraagt de Wabo (en straks ook de Omgevingswet) vanwege het gelijkheidsbeginsel om eenduidigheid tussen de verschillende taakvelden. In paragraaf 1.2 en bijlage 2 is de reikwijdte benoemd voor dit handhavingsbeleid; zaken met betrekking tot ruimtelijke ordening, bouwen en wonen, brandveiligheid en openbare ruimte. In hoofdlijn is onderstaande strategie ook van toepassing op elders uitgewerkte taakvelden; drank en horeca (de Alcoholwet), kinderopvang, openbare orde & veiligheid en sociaal domein benoemd. Met deze brede insteek wordt voorgesorteerd op de doelstelling van de Omgevingswet, waarvan de inwerkingtreding in 2024 wordt verwacht. Op verschillende niveaus zijn strategieën geformuleerd die betrekking hebben op de naleving van regelgeving, te weten: -
De preventiestrategie; De communicatiestrategie; De toezichtstrategie; Handhavingsstrategie; Sanctiestrategie (maakt onderdeel uit van de LHSO); Richtlijn bedragen en termijnen; Gedoogstrategie; Privaatrechtelijke handhaving; Handhaving eigen organisatie en/of andere overheid.
De bovenstaande strategieën zijn in de komende bijlagen uitgewerkt.
Bijlage 14: Preventiestrategie 1. Preventiestrategie Preventiestrategie is de strategie die primair ziet op het bevorderen van spontane naleving van wet- en regelgeving. Belangrijke elementen van de preventiestrategie zijn voorlichting (communicatiestrategie) en de wijze van toezicht (toezichtstrategie). Handhaving is meer dan het corrigeren van overtredingen door het opleggen van herstellende en/of bestraffende sancties. Aan toezicht en handhaving gaan een acceptatieproces (van de gestelde norm, door burgers en bedrijven) vooraf. Dit vergt een gedegen vorm van communicatie. Zo kan er actief voorlichting worden gegeven wanneer blijkt dat bepaalde regelgeving onvoldoende bekend is. Ook kan ingespeeld worden op ontwikkelingen wanneer blijkt dat in een bepaalde branche (of objectencategorie) calculerend gedrag voorkomt. Om inzicht te krijgen in de redenen van overtreden van wet- en regelgeving wordt gebruik gemaakt van de ‘Tafel van Elf’ van het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid. Deze methodiek sluit aan bij de Landelijke Handhaving strategie (LHS).2 De Tafel van Elf is een wetenschappelijk ontwikkeld model die inzage geeft in de redenen waarom mensen de regels overtreden.
De methode laat zien dat er vóór het daadwerkelijke sanctietraject voldoende mogelijkheden zijn om middels gerichte communicatie overtredingen te voorkomen, dan wel helderheid over normen te verstrekken (mochten die onvoldoende helder zijn). De Tafel van Elf probeert het activeren van het sanctietraject te voorkomen door een verhoogde inzet op preventie. Dat wordt in onderstaande methode toegelicht:
Figuur 4: Tafel van Elf
Onderin de piramide staan werkwijzen die een breed en langdurig effect hebben, het meest inwerken op ‘norminternalisatie’ (het eigen maken van de norm) en het minst belastend zijn voor burgers en bedrijven. Helemaal in de punt ziet u handhaving in de vorm van controleren en sanctioneren. Dit is met name van belang als een stok achter de deur. De ervaring leert dat effecten van sancties alleen gunstig zijn zolang de handhaving actief is. Bovendien gaat het om een aanpak die doorgaans ingrijpender is voor burgers en bedrijven. Daarnaast is handhaving voor de overheid een kostbaar middel dat gedoseerde inzet vergt. De Tafel van Elf beschrijft dimensies van spontane naleving. De dimensies uit de Tafel van Elf vormen daarom de basis van de preventiestrategie. Dat wordt verder vormgegeven onder invloed van de LHSO. Zo wordt eenduidig sanctionerend opgetreden indien –ondanks preventie en communicatie– toch sprake is van een (herhaling van) een overtreding. De elf dimensies voor naleving van wetgeving zijn ondergebracht in twee groepen, elk met hun eigen uitwerking op de neiging tot naleving. De bovenste twee onderdelen van de Tafel van Elf (zie figuur 4 en bijlage 11) omvatten de daadwerkelijke inzet van toezicht en handhaving. In bijlage 11 zijn de verschillende dimensies benoemd en verder uitgewerkt.
In het VTH-Uitvoeringsprogramma wordt uitgewerkt op welke wijze en op welke onderdelen de gemeente De Ronde Venen actief communiceert. Hierin wordt opgenomen in welke concrete gevallen de gemeente wel of niet actief communiceert over haar toezicht- en handhavingstaken. 2
Nu de LHSO.
Onderdeel van preventiestrategie is verder het inschakelen van buurtbemiddeling of mediation. Dit is aanvulling op de Tafel van Elf. In geval van klachten kan buurtbemiddeling een sterkere oplossingskracht hebben dan de inzet van toezicht & handhaving. Waar mogelijk zetten we deze vorm van preventie in.
Bijlage 15: Communicatiestrategie Vanuit het verleden is handhaving veelal gericht op de beïnvloeding van gedrag van burgers of bedrijven, zodat deze wet- en regelgeving naleven. Deze beïnvloeding zal succesvoller zijn naarmate handhaving is gestoeld op kennis over dit gedrag en de oorzaken ervan. Ook in het gehele VTH-beleid groeit het besef dat adequate naleving van regelgeving kan worden bevorderd door de inzet van informatie en communicatie waarbij de doelen zijn de bevordering van naleving van regelgeving met als hoger doel verbetering, behoud en/of vergroting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Als de doelgroep niet op de hoogte is van de regels, deze niet goed begrijpt, of onjuist interpreteert, kan regelgeving niet correct worden nageleefd. Voorlichting kan deze specifieke doelgroep(en) informeren over het bestaan van de regels en de juiste toepassing ervan. Als er minder onbedoelde fouten worden gemaakt bij de naleving, blijft er meer capaciteit beschikbaar voor toezicht en handhaving van overtredingen die de meeste impact hebben op de veiligheid(sbeleving) en impact op het woon-, werk- en leefklimaat. De communicatie vindt zo gericht mogelijk plaats aan de hand van de volgende communicatievormen: - Algemene communicatie: via websites en/of (lokale) media zo veel mogelijk mensen informeren over de regels en de toepassing daarvan.
- Doelgroepgerichte/gebiedsgerichte communicatie: een doelgroep of gebied informeren over de specifieke regels die voor gebied van toepassing zijn. - Individuele communicatie: persoonlijke voorlichting aan een burger of bedrijf over de regels en de toepassing ervan (Omgevingsloket). Gemeente De Ronde Venen communiceert actief: • wij kijken naar de mogelijkheden en kansen binnen de wettelijke kaders; • wij lichten inwoners en bedrijven begrijpelijk voor bij complexe en veranderende wetgeving; • wij creëren bewustwording van de wet- en regelgeving; • wij communiceren over goede voorbeelden; • wij communiceren over het vergunningenplan; • wij leggen verantwoording af over onze resultaten en die van onze uitvoeringspartners; • wij stemmen onze communicatie af op de info-behoefte van de doelgroep; • wij stimuleren naleefgedrag door middel van communicatie; • wij beantwoorden vragen over aanvragen zo snel mogelijk en begrijpelijk en communiceren van tevoren wanneer het antwoord komt; • wij communiceren ook van buiten naar binnen en willen weten welke behoefte er leeft bij onze doelgroep.
Bijlage 16: Vergunningenstrategie 1. Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de strategieën voor vergunningverlening voor diverse activiteiten. Vanuit een risicoanalyse en de prioriteitenstelling volgt een bepaald toetsingsniveau voor diverse activiteiten. In dit beleidsplan worden de toetsingsprotocollen per taakveld gespecificeerd zodat het toetsingsproces transparant en voorspelbaar is voor zowel de gebruikers als voor de klanten.
1.2 Doelstelling Het doel van het toetsingsprotocol is om de verlening van vergunningen transparanter te maken en uniformiteit in de toetsing te bewerkstelligen. Met het toetsingsprotocol legt de gemeente zichzelf voor elke vergunning een minimumtoetsingsniveau op. Het bestuurlijk vaststellen van de toetsingsniveaus van de diverse voorschriften zodat de vergunningverlening op een verantwoorde wijze plaats vindt. Hierdoor kunnen ook de medewerkers afgewogen en expliciete keuzes maken bij het toetsen van vergunningaanvragen en meldingen.
1.3 Uitgangspunten bij beoordelingen van vergunningen en meldingen Het toetsingsprotocol heeft uitsluitend betrekking op de voorschriften zoals opgenomen in de betreffende wet- en regelgeving. De mate van toetsen wordt bepaald door het effect dat een calamiteit met zich meebrengt, de kans dat deze zich voordoet én de bestuurlijke prioriteit. 1.3.1 Informatieverstrekking en vooroverleg Voordat een conceptaanvraag, vooroverleg (schetsplan) of complete aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend, komt het regelmatig voor dat een aanvrager vooraf overleg wil over de haalbaarheid van zijn plan (voor een concreet initiatief). Vaak wordt in eerste instantie het verzoek gedaan bij het Omgevingsloket of bij een betrokken medewerker waarbij de initiatiefnemer het project toelicht en de mogelijke vereiste vergunningen of meldingen worden besproken, met de bijbehorende procedures. Bij het vooroverleg wordt globaal gekeken naar de (ruimtelijke) haalbaarheid en inpasbaarheid van het plan. Hierbij is vaak het bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) leidend, aangevuld met ander lokaal beleid (bijvoorbeeld de welstandsnota). Na het vooroverleg is het voor de initiatiefnemer duidelijk of een later in te dienen aanvraag om vergunning kans van slagen heeft en welke procedure hiermee is gemoeid.
Als het plan aangepast moet worden, wordt duidelijk aangegeven op welke onderdelen dat dient te gebeuren. De haalbaarheid van eenvoudige aanvragen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen kunnen eventueel door de frontoffice van team Omgeving van de gemeente worden afgedaan. 1.3.2 Indieningsvereisten De indieningvereisten voor aanvragen om vergunningen, ontheffingen en meldingen zijn opgenomen in diverse regelingen, zoals de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor), het Activiteitenbesluit en het Bouwbesluit 2012.3 De indieningsvereisten zijn, onder de Omgevingswet, opgenomen in de Omgevingsregeling (Or). In bijzondere gevallen kunnen voor de beoordeling andere gegevens nodig zijn dan in specifieke regelingen is opgenomen of wanneer er geen indieningvereisten zijn vastgesteld. Op grond artikel 4:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan het college om (specifieke) aanvullende gegevens vragen. In het geval een aanvraag niet voldoet aan de indieningsvereisten kan deze niet ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent concreet dat de aanvraag niet in behandeling kan worden genomen. Voordat dit gebeurt wordt de aanvrager altijd eerst in de gelegenheid gesteld de aanvraag binnen een aangegeven (en redelijke) termijn aan te vullen.
Verder houdt de Ronde Venen rekening met de toezichtmatrix als het gaat om de vraag welke stukken opgevraagd worden bij een initiatiefnemer. Onderwerpen waarop geen toetsing plaatsvindt, worden logischerwijze ook niet opgevraagd. De toezichtmatrix is aldus, naast de vigerende wettelijke bepalingen, een belangrijke richtlijn bij het opvragen van stukken.
1.3.3 Overige uitgangspunten Als algemene leidraad voor de toetsing van vergunningen geldt dat uit de ingediende gegevens altijd voldoende aannemelijk moet zijn dat aan de geldende regelgeving wordt voldaan. De gemeente zorgt ervoor dat zij zelf voldoende kennis op de diverse disciplines bezit of inhuurt zodat de gemeente zich er altijd van kan vergewissen of rapporten en adviezen van derden voldoen aan de regelgeving.
3
Vanaf inwerkingtreding van de Omgevingswet is uiteraard die wet – met de bijbehorende AMvB’s - leidend.
1.3.4 Interne en externe afstemming Integrale vergunningverlening is een onderdeel van de dienstverlening van een gemeente. Een adequate interne afstemming is nodig om aanvragen binnen de wettelijke termijnen compleet af te handelen en draagt daardoor in grote mate bij aan de klantbeleving van de dienstverlening. Dit betekent in eerste instantie een goede afstemming, zowel tussen vergunningverleners en andere interne betrokkenen, als tussen vergunningverlener, toezichthouder, handhaver en adviseurs. Deze afstemming is van wezenlijk belang voor een eenduidige, uniforme toetsing en optreden naar buiten toe. Hiervoor zijn werkprocessen opgesteld en werkafspraken gemaakt. Afstemming en adviesmomenten zijn verwerkt in deze werkprocessen en -afspraken. De werkprocessen en -afspraken die de organisatie aangaan worden in een afzonderlijk document vastgelegd. Deze dynamische uitwerking is een reactie van de organisatie op de bestuurlijke keuzes in dit beleidsplan. Externe afstemming is van belang om te komen tot een optimaal en integraal resultaat in zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving. De samenwerkende partners (waterschap, politie, veiligheidsregio, omgevingsdienst, provincie, ministerie enz.) benutten zo de specifieke deskundigheid, ondersteuning, aanvulling en informatie over en weer.
Ook het overleg met adviseurs van de aanvragers, zoals architecten, zal veelal nodig zijn en bijdragen aan het gewenste eindresultaat. 1.4 Uitwerking specifieke situaties 1.4.1 Toets constructieve veiligheid Constructie heeft alles te maken met veiligheid. Bouwwerken die qua omvang gelijk zijn met vergunningvrije bouwwerken of bouwwerken waarvoor alleen een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘’afwijken van het bestemmingsplan/omgevingsplan’’ nodig is, worden niet op hun constructie gecontroleerd. Voorbeelden hiervan zijn: • •
Dakkapel op het voorgeveldakvlak; Berging lager dan 5 meter op het voorerf.
Er vindt ook geen volledige toets c.q. beoordeling plaats op de hoofddraagconstructie. Als uit de stukken blijkt dat het aannemelijk is dat de hoofddraagconstructie voldoet, is dit voldoende. Bij een constructieve toets wordt in ieder geval steekproefsgewijs getoetst op de volgende onderdelen: • • •
Fundering; Hoofddraagconstructie; Stabiliteit/berekening.
Het doel van deze toets is het bieden van een veilige (fysieke) leefomgeving. 1.4.2 Brandveilig gebruik bouwwerk In het Bor (straks: het Besluit bouwwerken leefomgeving) is opgesomd in welke gevallen sprake is van een vergunningplicht. In alle gevallen gaat het om het in gebruik nemen van een bouwwerk, bestemd voor het verblijf van een kwetsbare groep. Om deze reden wordt de toets aan het Bouwbesluit in deze gevallen volledig gedaan. Op grond van het Bouwbesluit is er voor een bepaalde categorie bouwwerken een Melding brandveilig gebruik nodig. Dit is ook het geval als er gebruik is gemaakt van een gelijkwaardige oplossing. Vergunningaanvragen en meldingen worden voor advies voorgelegd aan de VRU. Bouwwerken welke qua omvang gelijk zijn met vergunningsvrije bouwwerken worden niet getoetst door de VRU. De categorie vergroten woning, bijvoorbeeld een aanvraag voor een dakopbouw wordt meestal niet aangeboden aan de brandweer. In de praktijk blijkt dat het opnemen van de voorwaarde om een rookmelder te plaatsen voldoende is. Het doel van deze toets is het bieden van een veilige (fysieke) leefomgeving. 1.4.3 Sloopwerkzaamheden met of zonder asbest Een sloopmelding is vereist op basis van het Bouwbesluit 2012 wanneer er sprake is van het verwijderen van meer dan 10m3 sloopafval of wanneer sprake is van het verwijderen van asbest.
In het Bouwbesluit 2012 staan rechtstreeks werkende regels, zoals regels ten aanzien van overlast en hinder bij sloopactiviteiten (geluidhinder, stofhinder, etc.). Bij grote sloopplannen waarbij veiligheid van belendende bouwwerken en percelen en de weggebruikers gewaarborgd dient te blijven, moet de melder een sloopveiligheidsplan indienen. Hierin staat beschreven hoe de sloper deze veiligheid denkt te waarborgen (zoals: het afsluiten van het sloopterrein, zorgdragen voor voorzieningen, zodat het sloopafval niet op de openbare weg belandt, het gebruik van kranen, rijroutes van vrachtwagens van en naar de slooplocatie, etc.).
Het verwijderen van asbest mag alleen worden uitgevoerd door gecertificeerde sloopbedrijven. Bij het indienen van de melding controleert de gemeente of de sloper ook daadwerkelijk gecertificeerd is. Doel van de sloopmelding is om veiligheid voor weggebruikers en belendende percelen te waarborgen, de afvalstoffenstroom van het vrijgekomen sloopafval (inclusief asbest) te bewaken en te controleren of een sloper gecertificeerd is voor het verwijderen van asbest (als dit aan de orde is tijdens de sloopactiviteiten). 1.4.4 Aanpassen rijksmonument Aanvragen omgevingsvergunning met de activiteit ‘’Aanpassen rijksmonument’’ worden voorgelegd aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). De RCE moet een verklaring van geen bedenkingen afgeven. Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van cultuurhistorisch erfgoed. 1.4.5 Natuurwetgeving (Bouw)plannen kunnen gevolgen hebben voor natuur en de flora en fauna. Als bij toetsing van het plan blijkt dat hiervan sprake kan zijn, wordt de aanvrager gevraagd een quickscan uit te voeren. De uitkomst kan zijn dat ook een vergunning volgens de Wet Natuurbescherming of een ontheffing van de Flora- en Faunawet moet worden aangevraagd. Het is aan de aanvrager om ervoor te kiezen om deze procedure apart te voeren of aan te laten haken bij de aanvraag omgevingsvergunning.
Het doel van deze toets is het respecteren en beschermen van aanwezige natuurwaarden en ecologische waarden. 1.4.6 Toets APV, Vfl en Alcoholwet De gemeente heeft de bevoegdheid om regels te stellen voor de openbare ruimte in het kader van leefbaarheid en openbare orde en veiligheid. In de APV en de reeds genoemde Verordening fysieke leefomgeving is de gemeentelijke regelgeving op dit gebied opgenomen. Het gaat met name om onderwerpen en activiteiten die in de openbare buitenruimte plaatsvinden: exploitatievergunningen, grote evenementen, collectevergunningen, plaatsen van containers, etc. Aanvragen voor vergunningen en ontheffingen op grond van de Alcoholwet kennen naast de wet geen apart toetsingskader. Voor het bepalen van het risico van een evenement wordt de risicoscan evenementenveiligheid van de VRU (veiligheidsregio Utrecht) gebruikt. Dit instrument wordt door de hele regio gebruikt en hiermee wordt bepaald of het evenement qua risico een A (laag), B (midden) of C (hoog) evenement is. Hierop worden de inzet van de operationele diensten en de vergunningsvoorwaarden afgestemd.
Bijlage 17: Toezichtstrategie 1. Toezichtstrategie Toezichtstrategie is de strategie die beschrijft op welke manier en in welke vorm toezicht plaatsvindt. Dit is een leidraad bij het opstellen van het HUP en voor de toezichthouder in zijn dagelijkse werk. Toezicht vindt plaats op basis van de gestelde prioriteiten en doelen. Deze zijn vastgesteld op basis van de risicoanalyse (zie bijlage 12). De prioritering is leidend voor de frequentie van toezicht. 1.1 Manier van werken bij toezicht en handhaving Verschillende handhavingspartners zijn actief in toezicht en handhaving in de leefomgeving. Zowel in de openbare ruimte als in het bebouwde gebied. Te denken valt aan toezicht door het waterschap, de Veiligheidsregio Utrecht, de provincie Utrecht, de politie, de ODRU en de gemeentelijke organisatie, waaronder de buitendienst. Door informatiegestuurde handhaving en heldere werkafspraken zijn meerdere vormen van integraal toezicht mogelijk. Dat wordt hierna uitgewerkt.
Figuur 5: modellen voor het uitvoeren van (integrale) controle Controleren met elkaar: Toezichthouders vanuit diverse taakvelden voeren gezamenlijk een integrale controle uit. Ieder voor de eigen discipline. Met name van toepassing in situaties die door een groter dan gemiddelde complexiteit of bestuurlijke prioriteit worden gekenmerkt. Soms is deze methode nodig, meestal is die arbeidsintensief en belastend voor de ondernemer of burger. Na elkaar controleren: Verschillende toezichthouders van uiteenlopende instanties of afdelingen voeren zelfstandig en onafhankelijk van elkaar een controle uit. Omdat de inspecties over een relatief groter tijdsbestek worden uitgevoerd, heeft deze aanpak een sterkere preventieve uitwerking. Deze vorm van controleren is de klassieke vorm van toezicht. De toezichtlast neemt echter toe en de efficiëntie neemt af. Bovendien is het risico groot dat controles verschillende vakgebieden bestrijken, hetgeen kan leiden tot interpretatieverschillen. Voor elkaar signaleren: Een toezichthouder kan tijdens zijn ‘eigen’ controle een mogelijke overtreding in een ander taakveld signaleren. Als deze constatering daartoe aanleiding geeft, zal de specialist van dat taakveld zelf een controle uitvoeren. Het voordeel van deze aanpak is dat overtredingen in een eerder stadium worden gesignaleerd.
Deze aanpak vergt wel de nodige afstemming (en kunde) binnen een organisatie. Voor elkaar controleren: Een toezichthouder neemt tijdens een integrale controle meerdere aandachtsvelden voor zijn rekening. Dit heeft voornamelijk betrekking op situaties die worden gekenmerkt door een geringe complexiteit. Dit is een vorm van signaaltoezicht, die prima kan worden uitgevoerd door een generalistisch toezichthouder, die bovendien dikwijls wordt ingezet voor uiteenlopende surveillances. Bij toezicht wordt de gekozen voor de meest effectieve en efficiënte manier van toezicht. Dit is afhankelijk van het doel van het betreffende project in het HUP. Het streven is bij alle controles oog te hebben voor signaalpunten van andere
taakvelden en/of bevoegd gezag. De belangrijkste signaalpunten zijn vastgelegd in de signaalkaarten 4. Uitgangspunt is dat alle signaalpunten na afloop van de controle worden doorgegeven aan de betrokken handhavingspartner. In het HUP wordt de manier van controleren voor elk project vastgelegd. De manier van werken bij toezicht & handhaving krijgt vorm in een soort controle. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in preventief, actief en reactief toezicht: ● geprogrammeerd gebiedstoezicht (preventief, § 1.2); ● gebiedsgerichte controles (actief, § 1.3); ● controle op de naleving van verleende vergunningen en/of meldingen (actief, § 1.4); ● controle naar aanleiding van meldingen/handhavingsverzoeken (reactief, § 1.5). 1.2 Preventief: geprogrammeerd gebiedstoezicht De kwaliteit van de leefomgeving wordt onder meer bepaald door de mate van controle op de naleving van de gestelde normen. Controle betekent ook “gezien worden” en dat werkt in de regel preventief. Gekoppeld aan handhavingscommunicatie zal dit een positief effect hebben op kwaliteit van de leefomgeving. De surveillance kan door elke discipline worden uitgevoerd. Het gaat er dan om dat bevindingen bij de juiste handhavingspartner wordt gedeponeerd: ook dat is een vorm van signaaltoezicht. Dit kan een collega zijn of een ander bevoegd gezag.
Periodiek wordt een gebied, al dan niet steekproefsgewijs, gecontroleerd of er overtredingen zijn. Deze controles vinden plaats aan de hand van incidentele fysieke perceelscontroles. Dat geldt voor Wabo-gerelateerde taken en ook het toezicht in de openbare ruimte vindt hierin plaats. 1.3 Actief: gebiedsgerichte controle Een surveillance kan ook resulteren in een controle, op basis waarvan een handhavingstraject moet worden opgestart. Deze controle zal vooral in buitengebieden leiden tot het constateren van uiteenlopende vormen van strijdig (planologisch) gebruik, mede door de veranderingen in de wetgeving per 1 november 2014 (uitbreiden van het vergunningvrij bouwen en de verruiming van de mogelijkheden tot planologisch afwijkend gebruik, ook buiten de bebouwde kom). Het belang van een tijdige signalering is tweeledig: ● ernstige overtredingen worden eerder gesignaleerd en aangepakt (mits prioritair), en ● de informatie is direct bruikbaar in elke actualiseringsronde van de bestemmingsplannen. De gebiedsgerichte controle kan ook worden ingezet voor de taakvelden milieu, bouwen en openbare ruimte. Tijdens de controle heeft de toezichthouder specifiek oog voor een of meerdere controlepunten. Voorbeelden hiervan zijn bebouwing in voorerfgebied, gevelinventarisatie milieu of foutief parkeren.
Met het afnemen van vergunningplichtige activiteiten en het toenemen van vergunningsvrije of meldingsplichtige werkzaamheden neemt de kans op afwijkend handelen toe. Daar waar minder inzet nodig is voor vergunningverlening, blijkt uit de praktijk dat intensivering van toezicht en handhaving noodzakelijk is. 1.4 Reactief: controle naar aanleiding van verleende vergunningen en/of meldingen Deze vorm van controle is traditioneel en vloeit direct voort uit het nemen van beschikkingen, het stellen van voorschriften bij vergunningen en het accepteren van meldingen. Naleving van voorschriften is essentieel bij vergunningverlening, immers het gaat hier om zaken die expliciet vergund dienden te worden. Alle verleende vergunningen worden, waar mogelijk, integraal gecontroleerd overeenkomstig het vastgestelde beleid en de eventuele controlefrequentie (zie hoofdstuk 7). In geval van overtredingen wordt – afhankelijk van het beleid - de sanctiestrategie toegepast. In dit beleidsstuk zijn keuzes gemaakt voor bepaalde toetsingsniveaus. Zo worden bijvoorbeeld bouwwerken en verbouwingen die qua omvang vergunningvrij gebouwd hadden kunnen worden niet meer beoordeeld c.q. getoetst aan het Bouwbesluit. Het is dan niet logisch om daar dan wel toezicht op te houden. Het toetsingsniveau is dan ook gelijk aan de toetsmatrix (bijlage 27).
1.5 Integrale aanpak Controles worden zoveel mogelijk integraal uitgevoerd. Welke vorm van integraal toezicht gehanteerd wordt, hangt sterk af van de situatie van de inwoner of het bedrijf. Deze integrale aanpak ligt in lijn met het uitgangspunt dat er zo min mogelijk (administratieve) lasten zijn voor bewoners, ondernemers, etc. Ook wordt hiermee tegemoetgekomen aan de eisen in de Wabo aan het toezicht worden gesteld waarin is voorgeschreven dat het bestuursorgaan zijn controles moet afstemmen en coördineren om te voorkomen dat gemeentelijke toezichthouders en andere toezichthouders (bijvoorbeeld de ODRU) onwetend van elkaar bedrijven bezoeken. Indien gecoördineerd toezicht niet mogelijk is, blijven de controles vanuit de verschillende vakgebieden uitgevoerd worden.
4
‘Samen werken aan Samenwerken. Signaaltoezicht regio De Waarden’, versie april 2013
Bijlage 18: Handhavingsstrategie 1.1 Opties tot handhaving De gemeente heeft verschillende manieren om handhavend op te treden: a) Projectmatig (gebieds- en/of themagericht); b) Naar aanleiding van een handhavingsverzoek – of melding; c) Op basis van de regeling ‘handhaving bij buitenproportionele situaties’. De verschillende opties worden in de komende paragrafen verder uitgewerkt. 1.2 Projectmatige handhaving Gemeente De Ronde Venen gaat (actief) over tot handhaving in de vorm van een handhavingsproject. In dat kader kunnen er projectmatige en/of gebiedsgerichte projecten worden opgestart om specifieke (illegale) situaties aan te pakken. Binnen dergelijke projecten heeft het college de vrijheid om naar eigen inzicht te handhaven en is het niet gebonden aan uitgangspunten die gelden voor de andere vormen van handhaving. Uiteraard neemt het college te allen tijde de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht. Een voorbeeld van projectmatige handhaving is de handhaving in het Plassengebied, waar het college in 2020 mee is gestart. 1.3 Handhavingsverzoeken en -meldingen Voor reactief toezicht c.q. handhaving gelden de volgende uitgangspunten: -
-
-
Gemeente De Ronde Venen hecht waarde aan informeel contact naar aanleiding van bijvoorbeeld een handhavingsverzoek. Medewerkers gaan primair in gesprek met inwoners en het heeft de voorkeur om een juridische procedure te voorkomen. De gemeente pakt in beginsel alleen handhavingsverzoeken op; Op anonieme handhavingsverzoeken en -meldingen wordt in beginsel niet gereageerd; Meldingen worden niet in behandeling genomen indien de melder geen belanghebbende is; Het kan voorkomen dat een overtreding wordt geconstateerd waarbij op basis van de prioritering niet direct actie wordt ondernomen bijvoorbeeld door gebrek aan beschikbare capaciteit. In dat geval kan een wrakingsbrief worden gestuurd. Zodra in de uitvoering of beleidsmatig aan deze overtredingen meer prioriteit wordt gegeven, dan wordt bepaald of tegen die overtredingen alsnog wordt opgetreden. Voor de werkwijze van de gemeente is het van belang of er een handhavingsverzoek is ingediend. Indien er geen handhavingsverzoek is ingediend, verstuurt de gemeente eerst een waarschuwingsbrief naar de overtreder. Indien dat niet het gewenste gevolg heeft, kan de gemeente alsnog tot handhavend optreden overgaan.
Niet alle meldingen en/of verzoeken om handhaving resulteren (vanwege de beschikbare capaciteit) in een controle c.q. handhavend optreden. Dat is afhankelijk van de prioriteitstelling en aard van de melding. Op anonieme meldingen wordt in beginsel niet gereageerd. Indien sprake is van een mogelijk acute situatie wordt uiteraard wel actie ondernomen. Bij dit onderwerp wordt de lijn van de constante jurisprudentie omtrent ‘’de beginselplicht tot handhaving” gevolgd. Het onderscheid tussen een melding en een handhavingsverzoek is hierbij relevant. Op een handhavingsverzoek moet op grond van artikel 1:3 Awb altijd een besluit worden genomen, waarbij dit besluit – op grond van de omstandigheden van het geval – inhoudelijk kan zijn dat niet tot handhaving wordt overgegaan. Bij een melding is het college niet gehouden om een besluit te nemen. In dit laatste geval is opnieuw de mate van prioriteit relevant. Tevens geldt het uitgangspunt dat alleen meldingen van belanghebbenden in behandeling worden genomen. 1.4 Regeling ‘Handhaven in geval van buitenproportionele situaties’ In de basis ageert de gemeente aldus naar aanleiding van binnengekomen handhavingsverzoeken. Echter, er kan sprake zijn van buitenproportionele situaties waarin het college toch tot toezicht c.q. handhaving over wenst te gaan, ook als er geen handhavingsverzoek is binnengekomen.
Om te bepalen of een activiteit/gedraging onder deze regeling valt wordt getoetst aan vier pijlers: veiligheid, duurzaamheid, leefbaarheid en gezondheid. Aan de hand hiervan kan het college van geval tot geval motiveren waarom er wel tot optreden wordt overgegaan. Het college is zich ervan bewust dat de onderhavige regeling ertoe kan leiden dat een activiteit wordt gehandhaafd die formeel laag is geprioriteerd. Echter, niet alle gevallen kunnen in een risicoanalyse worden gevangen. Het college behoudt, met inachtneming van de motiveringsplicht (ABRvS 1 september 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1961), de mogelijkheid om handhavend op te treden. Het college houdt hierbij rekening met de aanwezig – ambtelijke – capaciteit om tot handhaving over te gaan.
Indien het college gebruik wenst te maken van de onderhavige regeling, moeten hierbij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur in acht worden genomen, om zo rechtsongelijkheid te voorkomen. 1.5 Begunstigingstermijn Een dwangsom wordt pas verbeurd of bestuursdwang mag pas worden toegepast nadat de overtreder de gelegenheid heeft gehad zelf de geëigende maatregelen te treffen om de overtreding ongedaan te maken. De begunstigingstermijn moet zo worden gekozen dat de overtreder voldoende tijd heeft om de overtreding ongedaan te maken of ongedaan te laten maken. De begunstigingstermijn moet concreet omschreven zijn. ‘Zo spoedig mogelijk’ en dergelijke zijn niet toegelaten. De begunstigingstermijn moet zo kort mogelijk zijn, maar niet onredelijk kort. Dit betekent dat de begunstigingstermijn dient overeen te komen met de termijn waarbinnen het voor de overtreder fysiek, bij een voortvarende aanpak, mogelijk is de strijdigheid ongedaan te maken. Een voortvarende aanpak betekent dat sneller doorgewerkt moet worden dan bij reguliere uitvoering, vooral als de overtreding nogal wat hinder, gevaar of milieuschade tot gevolg heeft. Wat betreft de mogelijkheden en restricties moet ook hier het bedrijf van de overtreder enige inspraak worden gegund.
Een begunstigingstermijn is niet noodzakelijk indien de overtreder onmiddellijk tot naleving van de voor hem geldende verplichtingen in staat is. Dit geldt vooral als de last inhoudt dat een bepaalde gedraging moet worden nagelaten, zoals openstelling van een horeca-inrichting in de nachtperiode. Een begunstigingstermijn mag korter zijn dan de termijn voor bezwaar en beroep. Indien er mogelijk op korte termijn concreet zicht op legalisatie ontstaat, mag de termijn hier niet aan worden gekoppeld. De begunstigingstermijn moet altijd zijn ingegeven door de periode die minimaal benodigd is voor het ongedaan maken van een overtreding. De suggestie mag niet ontstaan dat de overtreder het recht krijgt om ‘nog even door te gaan’. Hierbij moet ook bedacht worden dat bij een voornemen tot het opleggen van een last onder dwangsom in feite ook al een begunstigingstermijn is gegeven, waarmee een eventuele eerdere gedoogsituatie is afgebouwd. Tot dusver worden alle begunstigingstermijnen – op verzoek - verlengd tot na de beslissing op bezwaar, de uitspraak op het beroep én op het hoger beroep. Het verlengen van de begunstigingstermijn tot na de uitspraak op het beroep wordt redelijk geacht. Tenzij er zeer dringende belangen zijn (bijvoorbeeld een brandgevaarlijke situatie) is het verstandig te wachten tot de rechtbank een uitspraak heeft gedaan over een handhavingsbeschikking.
Handhavend optreden (een dwangsom innen of bestuursdwang toepassen) terwijl er nog geen sprake is van een duidelijk rechterlijk oordeel brengt als risico met zich mee dat de beschikking van het college vernietigd wordt en het college schadevergoeding moet betalen (voor het toepassen van bestuursdwang) of de reeds geïnde dwangsommen met rente moet terugbetalen. Dit risico is na een eerste grondige toets door de rechtbank een stuk kleiner geworden. Er is dan ook duidelijk een andere situatie na de uitspraak van de rechtbank. Het wachten op een uitspraak van de hoogste bestuursrechter - de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State – rekt een zaak onnodig op. Weliswaar kan de Raad van State de beslissing van de rechtbank terugdraaien, waardoor het college alsnog het probleem heeft dat het al bestuursdwang heeft toegepast of dwangsommen heeft geïnd; echter dat terugdraaien gebeurt relatief weinig. Indien de rechtbank een besluit van het college in stand heeft gelaten, wordt dit in slechts een zeer klein aantal gevallen door de Raad van State alsnog vernietigd. Gezien bovenstaande wordt als beleidslijn gehanteerd dat de begunstigingstermijn – op verzoek – verlengd wordt tot zes weken na de uitspraak van de rechtbank.5 Indien nodig kan deze termijn nog iets langer gesteld worden.
Tevens wordt als beleidslijn gehanteerd om bij een verzoek om daarna – tot na de uitspraak in de bodemprocedure van de Raad van State - de begunstigingstermijn te verlengen, dit verzoek af te wijzen. 1.6 Monumenten Bescherming van gemeentelijke monumenten en rijksmonumenten is van groot belang. De Ronde Venen hecht immers waarde aan haar culturele erfgoed. In geval er niet of beperkt onderhoud wordt verzorgd door een eigenaar kan de gemeente tot handhaving overgaan. Uitgangspunt hierbij is dat de gemeente altijd in gesprek gaat met eigenaren van een monument en hierbij wijst op de mogelijkheden (subsidies) voor eigenaren. Pas na het informele traject zal de gemeente een eigenaar aanschrijven en eventueel tot handhaving overgaan.
5
Het bevoegd gezag kan gemotiveerd afwijken van de termijn van 6 weken. Bijvoorbeeld wanneer deze termijn ertoe leidt (ofwel kan leiden) dat overtreder(s) hem gebruiken ter stagnatie van het proces. Een dergelijke afwijking door het bevoegd gezag dient te allen tijde schriftelijke te geschieden.
Bijlage 19: Regionaal Risico Profiel (RRP)
Bijlage 20: Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen Richtlijn dwangsombedragen en termijnen In de onderstaande tabel zijn voor de meest voorkomende overtredingen de maximale dwangsombedragen en de maximale lengte van de (begunstigings)termijnen opgenomen. De tabel geeft een richtlijn aan en biedt enig houvast bij het bepalen van de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn. De tabel is niet uitputtend bedoeld. Voor overtredingen die niet in deze tabel zijn opgenomen wordt de hoogte van de dwangsom en de te stellen termijn per specifieke situatie nader bepaald. Afhankelijk van de specifieke feiten en omstandigheden van het individuele geval kan gemotiveerd worden afgeweken van de in de tabel genoemde waarden. Dwangsom en modaliteit De dwangsom dient voldoende prikkelend te werken om de overtreding te (laten) beëindigen. De dwangsombedragen dienen in redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van het geschonden belang en tot de beoogde werking van de dwangsom. Het opleggen van een last onder dwangsom geschiedt in verschillende wettelijk voorgeschreven vormen (modaliteiten). Deze modaliteiten zijn vastgelegd in artikel 5:32b, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht: een bedrag ineens; een bedrag per tijdseenheid dat de last niet is uitgevoerd dan wel per overtreding van de last.
Het bestuursorgaan komt beleidsvrijheid toe bij de keuze voor een van deze modaliteiten. Begunstigingstermijn Een last onder dwangsom omvat naast de te nemen herstelmaatregelen ook een termijn, waarbinnen de overtreder de door het bestuursorgaan opgelegde lastgeving kan uitvoeren zonder dat deze het dwangsombedrag verbeurt. Deze begunstigingstermijn mag niet wezenlijk langer worden gesteld dan noodzakelijk om de overtreding te kunnen opheffen. Vaststelling hoogte dwangsom volgens de interventiematrix LHS De vaststelling van de hoogte van de dwangsom wordt afhankelijk gesteld van de gepositioneerde bevinding in de interventiematrix volgens de Landelijke Handhavingstrategie. Er zijn drie bevindingen te onderscheiden:
-
De bevinding is gepositioneerd in de lichte segmenten van de interventiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op (plusminus) één derde van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 5.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de lichte segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 5.000 / 3 = ± € 1.667 per week met een maximum van € 5.000.
De bevinding is gepositioneerd in de middensegmenten van de interventiematrix (A4, B3, B4, C2, D1 en D2). In die situatie wordt de dwangsom per tijdseenheid of per overtreding vastgesteld op de helft van het maximumbedrag; het te stellen maximum is het in de tabel opgenomen maximumbedrag. Als de modaliteit ‘ineens’ is omschreven blijft het dwangsombedrag ‘ineens’ gelijk aan het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 4.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de middensegmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per overtreding’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 4.000 / 2 = € 2.000 per overtreding met een maximum van € 4.000. De bevinding is gepositioneerd in de zware segmenten van de interventiematrix (C3, C4, D3 en D4). In die situatie wordt de dwangsom (per tijdseenheid, per overtreding of ineens) vastgesteld op het maximumbedrag. Een voorbeeld ter illustratie: in de tabel is een maximumbedrag van € 3.000 opgenomen voor een overtreding die binnen de zware segmenten van de interventiematrix valt. De modaliteit is ‘per week’ omschreven. De dwangsom wordt in dat geval vastgesteld op € 3.000 per week waarbij een maximum geldt van € 3.000.
Recidive Na het bereiken van het maximale bedrag kan besloten worden om een nieuwe last onder dwangsom, dan wel een last onder bestuursdwang op te leggen. Indien sprake is van herhaling van een overtreding – door dezelfde overtreder op een bepaald perceel – waarvoor in het verleden (binnen de afgelopen twee jaren) reeds een dwangsombeschikking is afgegeven, wordt de te stellen dwangsom verhoogd met 100%.
Algemeen
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Algemeen
Geen medewerking verlenen aan toezichthouder
per overtreding
10.000
direct
Ontbrekende onderzoek zoals preventieonderzoek, bodemonderzoek, energiebesparingsonderzoek, akoestisch onderzoek etc.
ineens
5.000
8 weken
Overleggen ontbrekende gegevens, zoals logboek, administratie, energienota, lekdichtheid, registratie, rapportage etc.
ineens
1.000
4 weken
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Opslag niet conform voorschriften
per week
5.000
4 weken
Afval niet correct afvoeren
per overtreding
5.000
4 weken
Scheiding afval niet conform voorschriften
per overtreding
5.000
4 weken
Afvalstoffen op/in de bodem brengen
per overtreding
5.000
4 weken
Keuring onder- of bovengrondse per week tank niet uitgevoerd
4.000
8 weken
Kathodische bescherming of peilbuis niet gecontroleerd
per week
2.000
4 weken
Vloer niet vloeistofdicht
per week
400/m2
8 weken
Overtredingen milieu
Taakveld
Afval
Bodem
Vloeistofdichte (lek)bak ontbreekt per week/bak
2.000/bak
4 weken
Geen financiële zekerheid
per week
2.000
4 weken
Opslag vaste mest zonder voorzieningen
per overtreding
4.000
4 weken
Ontbreken (KIWA-)certificaat mestopslag
per week
3.000
4 weken
Foliebassin niet gekeurd
per week
3.000
4 weken
Mestbassin niet conform de bouwtechnische richtlijnen
per week
3.000
4 weken
Taakveld
Bodem (vervolg)
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Geen melding Besluit mobiel breken bouw- en sloopafval
ineens
20.000
1 week
Afgifte van grond/bouwstoffen aan een onbevoegde be-/ verwerker
per overtreding
10.000
4 weken
Toepassen van grond/bouwstoffen op locatie zonder juiste keuringen en kwaliteitsverklaringen
per overtreding
12.000
4 weken
Geen melding Besluit bodemkwaliteit
ineens
4.000
1 week
per week
5.000
4 weken
Toepassing niet conform de voorschriften en/of voorgeschreven voorzieningen niet aangebracht.
(Externe) veiligheid
Brandscheiding niet op orde
per week
1.000
8 weken
Opslag gevaarlijke stoffen niet volgens voorschriften
per overtreding
10.000
1 week
Opslag kluis/ kast ontbreekt
per overtreding
4.000
6 weken
Gasflessen niet tegen omvallen beschermd
per overtreding
1.000/fles
1 week
Keuring gastank verlopen
per week
2.000/tank
8 weken
Keuring gasfles verlopen
per week
1.000/fles
4 weken
Hekwerk bij gastank ontbreekt/niet tegen aanrijden beschermd
per overtreding
2.000
4 weken
Geluid
Lucht
Geluidnorm overschreden
per overtreding
10.000
direct
Geluidbegrenzer niet conform verzegeling
per overtreding
5.000
direct
Gedragsvoorschiften niet naleven
per overtreding
2.000
direct
In werking buiten vergunde uren
per overtreding
10.000
direct
Overschrijding emissieeisen
per overtreding
10.000
4 weken
Metingen niet (juist) uitgevoerd
per overtreding
1.000
4 weken
Afvoerpijp niet op hoogte
per week
5.000
8 weken
Niet juist gebruiken of ontbreken emissiebeperkende apparatuur
per overtreding
5.000
8 weken
Geen keuring of onderhoud stook- of koelinstallatie
per week
2.500
8 weken
Niet naleven voorschriften stook- of koelinstallatie
per week
2.000/installa tie
4 weken
Niet afgedekte mestsilo
per overtreding
2.000
2 weken
Emissiearm stalsysteem niet geplaatst, en/of niet onderhouden en/of werking niet correct
per week
5.000
4 weken
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Vuurwerk
Opslag van vuurwerk niet conform de voorschriften en er kan direct aan de voorschriften worden voldaan
per overtreding
10.000
direct
Water
Illegale lozing
ineens
5.000
1 week
Afscheider, controleput of zuiveringstechnische voorziening ontbreekt of niet conform voorschriften
per week
3.000
6 weken
In werking zonder vergunning (milieu)
ineens
10.000
6 weken
Geen melding (milieu)
ineens
3.000
4 weken
Ongewoon voorval niet gemeld (milieu)
ineens
5.000
1 week
Overig (milieu)
Overtredingen aanleggen, bouwen en slopen
Algemeen
Aanleggen, bouwen of slopen in strijd met (planregles) bestemmingsplan
per week
20.000
8 weken
Aanleggen
Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie licht: zoals kabels en leidingen, ophogen etc.
per week
10.000
6 weken
Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals heiwerkzaamheden, bodem verlagen, gronden afgraven etc.
per week
15.000
6 weken
Aanleggen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals watergangen, oppervlakteverhardingen van wegen, regels t.a.v. archeologie etc.
per week
20.000
6 weken
Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning, kwalificatie licht: zoals erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten, schotelantennes, zonweringen etc.
per week
10.000
8 weken
Bouwen
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Bouwen (vervolg)
Bouwen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning kwalificatie middel: zoals aanbouw aan bestaand hoofdgebouw, bijgebouw, overkapping, paardenbak, regels t.a.v. archeologie, afwijking van vergunnig t.a.v woning/bedrfijsgebouw etc
per week
20.000
8 weken
Bouwen zonder omgevingsvergunning kwalificatie zwaar: zoals een woning, bedrijfsgebouw etc.
ineens
100.000
8 weken
Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie licht: zoals technische voorschriften bruikbaarheid etc.
per week
10.000
8 weken
Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie middel: zoals technische voorschriften energiezuinigheid etc.
per week
15.000
8 weken
Bouwen in strijd met het Bouwbesluit, kwalificatie zwaar: zoals technische voorschriften veiligheid, gezondheidheid etc.
per week
20.000
8 weken
Slopen
Monumenten
Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie licht: zoals het slopen van een bijgebouw zonder asbest etc.
per week
5.000
6 weken
Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie middel: zoals slopen zonder asbest (overig)
per week
10.000
6 weken
Slopen zonder of in afwijking van omgevingsvergunning of een melding, kwalificatie zwaar: zoals slopen met (waarschijnlijk) asbest
per week
30.000
6 weken
Verandering aan, op, in of bij een monument zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
per week
25.000
4 weken
Verandering in beschermd stad- en dorpsgezichten zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning
per week
20.000
4 weken
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Strijdig gebruik
Gebruik in strijd met bestemmingsplan zoals verkeerd gebruik grond/erf, illegale handelingen buitengebied etc.
per week
10.000
8 week
Strijdig gebruik bestemming: wonen of bedrijfsmatige activiteiten waar niet toegestaan, etc.
per week
20.000
10 weken
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Brandveilig gebruik
Geen omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik
ineens
15.000
8 weken
Geen melding voor brandveilig gebruik
ineens
5.000
8 weken
Niet naleven voorschrift omgevingsvergunning voor brandveilig gebruik
per week
3.000
8 weken
Ontbreken document over adequate toepassing constructieonderdeel
ineens
3.000
1 week
Overschrijden totaal onechte en/of ongewenste meldingen brandmeldinstallaties
per overtreding
5.000
direct
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie licht: zoals rookmelder, blustoestel, vluchtrouteaanduiding, zelfsluitende deur, etc.
per week
3.000
2 weken
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie middel: zoals brandweeringang, brandmeldinstallatie, aankleding ruimten, verbindingsweg, etc.
per week
6.000
4 weken
Ontbreken voorzieningen of niet volgens eisen, kwalificatie zwaar: zoals ontruimingsinstallatie, bluswatervoorziening etc.
per week
10.000
8 weken
Voorschriften Bouwbesluit
Overtredingen APV
Taakveld
Overtreding
Modaliteit
Maximum €
Termijn
Algemeen
Voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie (zoals bloembakken, borden, containers)
per overtreding
2.500
1 week
Reclame(bord) zonder vergunning
ineens
3.000
1 dag
Maken of veranderen van uitweg zonder vergunning
ineens
3.000
6 weken
Langdurig parkeren van voortuigen zoals caravans, aanhangwagens, vrachtwagens
per overtreding
2.500
1 week
Verbranden van afval
per overtreding
5.000
direct
Standplaats innemen zonder vergunning
per overtreding
5.000
1 dag
Geluidsapparatuur/ toestel in werking zonder of in afwijking ontheffing
per week
5.000
1 week
Evenement zonder of in afwijking van vergunning;
per overtreding
5.000
direct
Evenement zonder of in afwijking van; middelgroot evenement (50-100 personen)
per overtreding
10.000
direct
Evenement zonder of in afwijking van; groot evenement (100 of meer personen)
per overtreding
20.000
direct
Evenementen
Klein evenement (tot 50 personen)
Kappen
Zonder of in afwijking omgevingsvergunning kappen dan wel het niet naleven herplantplicht
per week
5.000
4 weken
Kansspelen
Kansspelautomten en/of speelgelegenheid aanwezig zonder vergunning
per overtreding
10.000
direct
Sluitingstijden
Niet houden aan regels of ontheffing t.a.v. sluitingstijden
per overtreding
3.000
direct
Dwangsom bij het opleggen van een bouwstop In de landelijke richtlijn wordt een maximum van 50.000 euro gegeven als het gaat om dwangsommen bij een bouwstop. Toezichthouders moeten vervolgens op basis van de interventiematrix bepalen hoe hoog deze dwangsom in een specifieke situatie is. De Ronde Venen kiest ervoor om hierbij een nadere uitsplitsing te maken, in verband met de rechtszekerheid en ter voorkoming van rechtsongelijkheid. Bij het opleggen van een bouwstop geldt aldus het volgende:
Stillegging bouw
Overtreding
Modaliteit
Maximum (euro’s)
Termijn
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. licht): erfafscheiding, tuinmeubilair, vlaggenmasten en soortgelijke bebouwing
per overtreding
10.000
direct
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. middel): aanbouw, bijgebouw, overkapping en soortgelijke bebouwing
per overtreding
15.000
direct
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning (cat. zwaar): nieuwe woning of bedrijfsgebouw en soortgelijke bebouwing
per overtreding
50.000
direct
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen in strijd met het bouwbesluit (veiligheidsvoorschriften)
per overtreding
25.000
direct
In strijd met stillegging bouw of sloop bouwwerk – bouwen in strijd met het bouwbesluit (overig)
per overtreding
10.000
direct
Bijlage 21: Gedoogstrategie 1. Inleiding Gedogen is het bewust afzien van sancties in geval van overtredingen. Het is alleen toegestaan als het actief gebeurt en er moet een gedoogbeslissing van het bestuursorgaan aan ten grondslag liggen. Volgens de lijn in de rechtspraak is een gedoogbeslissing geen appellabel besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Ook tegen de weigering om te gedogen en tegen de intrekking van een gedoogbeslissing kunnen geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen worden aangewend. Een derde kan bij het bestuursorgaan evenwel in degelijke situaties een verzoek om handhaving indienen en tegen het besluit op dat verzoek kan wel bezwaar of beroep worden ingesteld. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen moet worden afgeweken van de benadering, inhoudende dat beslissingen omtrent gedogen geen besluiten zijn en ook niet kunnen worden gelijkgesteld met een besluit. Voor het maken van een uitzondering is en blijft in elk geval ruimte in de situatie beschreven in de uitspraak van 9 maart 2011, ECLI:NL:RVS:2011:BP7160. Die uitspraak betrof een coffeeshophouder. Vanwege de grotere kans op ontneming van zijn vrijheid wordt de intrekking van de gedoogbeslissing voor de coffeeshophouder, in de situatie zoals beschreven in die uitspraak van 9 maart 2011, om redenen van rechtsbescherming met een besluit gelijkgesteld.
Slechts in uitzonderingsgevallen en onder zorgvuldige belangenafweging kan besloten worden een situatie te gedogen. Het gedogen moet ook in omvang en tijd beperkt zijn. Het college acht gedogen – met in achtneming van de volgende uitgangspunten– aanvaardbaar: 1. als handhaving overduidelijk onredelijk is; 2. als de te handhaven regel niet in verhouding staat tot de gevolgen van handhavend optreden (disproportioneel); 3. als er expliciet wordt gedoogd, moet de gedoogbeschikking duidelijke en concrete voorschriften bevatten en voldoen aan de vereisten (voor het nemen) van een besluit (Algemene wet bestuursrecht en het zorgvuldigheidsbeginsel). 2. Situaties die mogelijk voor gedogen in aanmerking komen Op basis van de jurisprudentie kunnen de volgende inhoudelijke en procedurele voorwaarden worden onderscheiden om te gedogen: ● de te gedogen activiteit is verantwoord uit het oogpunt van bescherming van de fysieke leefomgeving; ● er bestaat concreet uitzicht op legalisatie van de te gedogen activiteit. De termijn of gedoogperiode zal daarbij beperkt zijn; ● indien vooruitlopend op besluitvorming over vergunningverlening wordt gedoogd, is een ontvankelijke vergunningaanvraag ingediend.
Er is tevens een inschatting gemaakt dat de activiteit vergunbaar is; ● er dient sprake te zijn van bijzondere omstandigheden die gedogen in het concrete geval rechtvaardigen; ● er vooraf overeenstemming is over de voorwaarden van de gedoogbeschikking. De voorwaarden zijn erop gericht om tot een verantwoorde situatie te komen. In geval van overmacht zijn de eerste drie aandacht voorwaarden niet van toepassing. 3. Situaties die van gedogen zijn uitgesloten Er wordt niet tot gedogen overgegaan in de volgende situaties: ● indien aan de zijde van de overtreder - naar mening van de gemeente - sprake is van recidiverend dan wel calculerend gedrag; ● indien blijkt dat de te gedogen activiteit strijdig is met enig andere bij of krachtens wettelijk voorschrift gestelde regel en kenbaar is gemaakt dat met bestuurlijke handhavingsinstrumenten tegen deze overtreding zal worden opgetreden, eventueel ook door een ander bevoegd gezag.
Bijlage 22: Privaatrechtelijke handhaving In aanvulling op de hiervoor behandelde bestuurlijke handhavingsbevoegdheid heeft de gemeente ook privaatrechtelijke handhavingsmogelijkheden. De overheid mag, op basis van het bekende Windmill-arrest, in principe alleen dan gebruik maken van de privaatrechtelijke weg indien geen bestuursrechtelijke weg voorhanden is waarmee een vergelijkbaar resultaat kan worden bereikt of indien een ander belang gediend wordt dan het publiekrechtelijke belang. Onder bepaalde omstandigheden kan privaatrechtelijk worden opgetreden, indien de gemeente als rechtspersoon optreedt. Dit kan in geval van: 1. het plegen van een onrechtmatige daad door een natuurlijk- of rechtspersoon jegens de gemeente; 2. het niet-nakomen van een overeenkomst met de gemeente door een natuurlijk- of rechtspersoon; 3. de eigenaarsbevoegdheid van de gemeente, zoals ingebruikneming van gemeentegrond. Verzoek aan gemeente tot privaatrechtelijke handhaving De gemeente is, zoals benoemd, gehouden een besluit te nemen indien een inwoner een verzoek tot publiekrechtelijke handhaving indient. Een inwoner kan een besluit niet afdwingen indien het privaatrechtelijke handhaving betreft. De gemeente heeft, met inachtneming van de doorkruisingsleer, keuzevrijheid om al dan niet tot privaatrechtelijke handhaving over te gaan.
Bijlage 23: Handhaving bij overtreding eigen organisatie of andere overheid Handhaving van voorschriften bij een object van een andere overheid of van een onderdeel van de eigen organisatie is niet anders dan handhaving van voorschriften bij derden. Als er sprake is van een incident, ongewoon voorval of overtreding door de eigen organisatie, dan heeft dit echter in principe altijd prioriteit. Afhankelijk van de aard en de effecten kan er worden besloten kortere termijnen of hogere dwangsombedragen te hanteren. Ook kan er voor spoed of super spoed bestuursdwang gekozen worden. Als er matige spoed is, kan ook worden gekozen voor een last onder dwangsom met een korte termijn met het achterwege laten van de constateringsbrief. Voor meer informatie over de incidenten, ongewone voorvallen en overtredingen door de eigen organisatie wordt verwezen naar die protocollen.