CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Bijlagenbundel VTH-beleid DRV 2023-2026

Politieke commissie 4 oktober 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening uitvoering en handhaving (Omgevingsrecht) De Ronde Venen 202327.769 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bijlagenbundel VTH-beleid 2023-2026

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1: Algemeen Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen Bijlage 2: Begrippenlijst Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid Bijlage 4: Wettelijk kader Bijlage 5: Bestuurlijk- en beleidskader Bijlage 6: Bestuur en organisatie Bijlage 7: De Big-8 Cyclus Bijlage 8: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid Bijlage 9: Omgevingsanalyse gemeente De Ronde Venen Bijlage 10: Toelichting Risicoanalyse en prioritering Bijlage 11: Uitleg/toelichting ‘Tafel van Elf’ Bijlage 12: Risicoanalyse en prioriteitenoverzicht Bijlage 13: Naleefstrategieën: een overzicht Bijlage 14: Preventiestrategie Bijlage 15: Communicatiestrategie Bijlage 16: Vergunningenstrategie Bijlage 17: Toezichtstrategie Bijlage 18: Handhavingsstrategie Bijlage 19: Regionaal Risico Profiel (RRP) Bijlage 20: Richtlijnen dwangsombedragen en termijnen Bijlage 21: Gedoogstrategie Bijlage 22: Privaatrechtelijke handhaving Bijlage 23: Handhaving bij overtredingen eigen organisaties of andere overheid Bijlage 24: Toetsingskader van bouwen, ruimtelijke ordening, aanleggen en slopen Bijlage 25: Beleidsregel intrekken vergunningen Bijlage 26: Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Bijlage 27: Toets- en toezichtmatrix bouw Bijlage 28: Landelijke handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO)

Hoofdstuk 1: Algemeen 1.1 Nieuw VTH-beleid De Ronde Venen Voor u ligt (de bijlagenbundel van) het nieuwe VTH-beleid van de gemeente De Ronde Venen. Het nieuwe beleid vervangt het vorige beleid, dat bestond uit het ‘’Integraal Handhavingsbeleid fysieke leefomgeving De Ronde Venen 2016 – 2018’’ en het ‘’Beleidsplan vergunningverlening De Ronde Venen 2018’’. Het nieuwe beleid zorgt enerzijds voor een bundeling van de genoemde beleidsstukken en zorgt anderzijds voor de benodigde actualisering van het VTH-beleid. Ook wordt hierbij voldaan aan de wettelijke plicht tot het hebben van (actueel) VTH-beleid. Terminologie Onder de Omgevingswet wordt de terminologie ten aanzien van het VTH-beleid verandert. Vanaf de inwerkingtreding wordt gesproken over een U&H-strategie in plaats van VTH-beleid. In het onderhavige stuk is er echter voor gekozen de term VTH-beleid aan te houden, om zo het onderscheid tussen het VTH-beleid en het regionale U&H-strategie (paragraaf 1.2) scherp te houden. Inhoudelijk sluit het beleid aan bij de nieuwe Omgevingswet. Looptijd VTH-beleid Dit VTH-beleid is vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen. Het beleid is van kracht, tenzij het wordt ingetrokken ofwel het college overgaat tot het vaststellen van nieuw beleid.

1.2 De U&H-strategie en milieutaken De Ronde Venen heeft de regionaal tot stand gekomen uniforme Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (verder: U&Hstrategie) vastgesteld. Deze strategie geeft het geldende beleid als het gaat om milieutaken die – verplicht – door een omgevingsdienst (de ODRU) worden uitgevoerd. Op dergelijke milieutaken is het onderhavige beleidsstuk dus niet van toepassing, maar geeft de U&H-strategie het geldende beleid. De U&H-strategie is online te raadplegen via https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR681712/1. 1.3 Verwijzingen naar ander beleid In dit VTH-beleid wordt geregeld verwezen naar andere beleidsstukken. In geval van een verwijzing wordt altijd het meest actuele beleid bedoeld. 1.4 Inwonersparticipatie Dimensus heeft eind 2022, namens gemeente De Ronde Venen, een veiligheidsscan c.q. inwonerenquête uitgevoerd. Inwoners hebben hun mening gegeven over veiligheidsonderwerpen en tevens over onderwerpen die betrekking hebben op ruimtelijke ordening. Uit de enquête is gebleken dat inwoners in het bijzonder onveilige woonsituaties en illegale bebouwing belangrijk vinden. De gemeente heeft de input van de inwoners meegenomen in de uitgewerkte risico-analyse. Tevens kan de input worden meegenomen in het kader van toekomstige handhavingsprojecten.

53% onveilige woonsituaties 58% 42% illegale bebouwing 35% 30% illegaal in gebruik nemen van… 26% 30% gebruik van gronden in strijd met… 30% 21% illegale kap van bomen 23% (illegale) sloop in combinatie met… 17% 14% toezicht op vergunningvrije… 13% 12% illegaal geplaatste reclame 10% 10% toezicht op verbouwing van… 8% 9%

Panel Open link

1.5 Leeswijzer Het gemeentelijke VTH-beleid bestaat uit twee onderdelen: a) Het eerste deel geeft op een visuele manier kort de hoofdlijnen wat voor uw gemeente de visie, uitgangspunten, doelen, prioriteiten en strategieën zijn op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). b) Het tweede deel ligt voor u. Het betreft een bijlagenboek waar de onderwerpen uit dit eerste deel meer in detail worden uitgewerkt. Het bijlagenboek is onderverdeeld in verschillende hoofdstukken c.q. bijlagen.

Bijlage 1: Lijst met veel gebruikte afkortingen Wetgeving en besluiten AMvB APV Awb Bor Bro BSBm BWT DVO HUP LHS MDW Mor RO TUO VVGB Wabo Wbb Wet RGT Wet VTH Wgr Wkb Wm Wro

Algemene Maatregel van Bestuur Algemene Plaatselijke Verordening Algemene wet bestuursrecht Besluit omgevingsrecht Besluit ruimtelijke ordening Bestuurlijke Strafbeschikking milieu Bouw- en woningtoezicht Dienstverleningsovereenkomst HandhavingsUitvoeringsProgramma Landelijke Handhavingstrategie (project) Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit Ministeriële regeling omgevingsrecht Ruimtelijke Ordening Taakuitvoeringsovereenkomst Verklaring van geen bedenkingen Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet Bodembescherming Wet revitalisering generiek toezicht Wet vergunningen, toezicht en handhaving (is de werknaam) Wet gemeenschappelijke regelingen Wet kwaliteitsborging Wet milieubeheer Wet ruimtelijke ordening

Organisaties NVWA AGV IenM ILT IPO ODRU OM PMO RUD VNG VROM VRU

Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit Hoogheemraadschap ‘Amstel, Gooi en Vecht’ Ministerie van Infrastructuur en Milieu Inspectie Leefomgeving en Transport (voorheen VROM Inspectie) Interprovinciaal Overleg Omgevingsdienst Regio Utrecht Openbaar Ministerie Provinciaal Milieuoverleg Regionale Uitvoeringsdienst Vereniging Nederlandse Gemeenten (voormalig) Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer Veiligheidsregio Utrecht

Bijlage 2: Begrippenlijst Begrip Ambtelijke waarschuwing of constateringsbrief

Beginselplicht tot handhaving

Begunstigingstermijn (artikel 5:24 lid 2 en artikel 5:32a lid 2 Awb)

Belangenafweging

Bestuurlijke boete

Bestuurlijke strafbeschikking

Bestuursdwangbeschikking (last onder bestuursdwang) (artikelen 5:21 t/m 5:31c Awb)

Toelichting Brief naar aanleiding van een controle waarbij wel een overtreding is vastgesteld. In de brief wordt aangegeven welke maatregelen getroffen moeten worden om de overtreding te beëindigen en binnen welke termijn (hersteltermijn) dit moet zijn uitgevoerd. In deze brief worden eventuele sancties aangekondigd. Uitgangspunt dat het bevoegd gezag verplicht is om op te treden bij een geconstateerde overtreding. De term ‘beginselplicht’ impliceert dat er omstandigheden kunnen zijn om van handhaven en/of het opleggen van een sanctie af te zien Uit de rechtspraak volgt dat overwogen kan worden van handhaven af te zien als er concreet zicht op legalisatie bestaat, of wanneer handhavend optreden zodanig onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien. Termijn die wordt gesteld in een bestuursdwang- of dwangsombeschikking waarbinnen de overtreder de overtreding ongedaan kan maken zonder dat de bestuursdwang wordt uitgevoerd of een dwangsom moet worden betaald. Bij de voorbereiding van besluiten moet het bevoegd gezag de betrokken belangen afwegen. Aan de ene kant kunnen dit bijvoorbeeld zijn de persoonlijke, economische en financiële belangen van een overtreder.

Aan de andere kant de gemeentelijke taak om toezicht te houden op de naleving van wet- en regelgeving, veiligheid, voorkomen dat een dergelijke overtreding op meerdere locaties in de gemeente plaatsvindt (precedentwerking) en dergelijke. Een boete die door een daartoe bevoegde overheidsdienst zonder tussenkomst van het OM of een rechter kan worden opgelegd. Het CJIB verzorgt de inning en incasso van bestuurlijke boetes van diverse overheidsdiensten, waaronder de NVWA, de Inspectie SZW en de Inspectie Leefomgeving en Transport. Een strafrechtelijke boete die bij strafbeschikking wordt opgelegd ter afdoening van relatief eenvoudige overtredingen. De gevallen waarin dit instrument kan worden toegepast zijn opgenomen in het Feitenboekje Bestuurlijke strafbeschikking milieu- en keurfeiten. Bestuursdwang is het optreden door het bevoegd gezag tegen een overtreding op kosten van de overtreder. De definitie van last onder bestuursdwang in de Awb luidt: ’Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd.’

Bevinding

Bevoegd gezag

Dwangsombeschikking (last onder dwangsom) (artikel 5:31d t/m 5:36 Awb)

Artikel 5:25 Awb bepaald dat de kosten van toepassing van bestuursdwang op de overtreder verhaald kunnen worden. Tegen een bestuursdwangbeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. Waarneming die ten aanzien van een bepaald onderwerp van onderzoek tijdens een inspectie wordt gedaan. Na beoordeling ervan kunnen bevindingen leiden tot de kwalificatie wel/geen overtreding. Het bestuursorgaan dat bevoegd is een handhavingsbesluit te nemen of een besluit te nemen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Doorgaans is dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente. Een last onder dwangsom betekent dat een overtreding binnen een bepaalde periode ongedaan moet worden gemaakt. Als dit niet binnen die periode is gebeurd, dan moet de overtreder een dwangsom (boetebedrag) betalen. Een last onder dwangsom is bedoeld om de overtreding ongedaan te maken of verdere overtreding of een herhaling van de overtreding te voorkomen. De definitie van een last onder dwangsom in de Awb luidt als volgt:

Begrip

Fysieke leefomgeving

Gedoogbeschikking

Geheel of gedeeltelijke intrekking vergunning of ontheffing

Gelijkwaardige oplossing

Handhaven

Handhaving Handhavingsbeleid

Handhavingsuitvoeringsprogramma Integrale handhaving Legalisatie (concreet zicht op)

Motiveringsbeginsel

Nalevingstrategie

Normadressaat Omgevingsdiensten Overtreding Preventieve handhaving Preventiestrategie Privaatrechtelijke handhaving Programmatisch handhaven

Rechtvaardigingsgrond

Repressieve handhaving Sanctie

Toelichting Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie inhoudende: a. een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding, en b. de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet of niet tijdig wordt uitgevoerd. Tegen een last onder dwangsombeschikking kan bezwaar worden gemaakt, een voorlopige voorziening worden gevraagd (mits bezwaar is ingediend) en (hoger) beroep worden ingesteld. De fysieke leefomgeving omvat de inrichting van de woonwijk/gemeente inclusief de wegen, parken, industrieterreinen. De kwaliteit van de fysieke leefomgeving wordt deels bepaald door de milieukwaliteit. Een schriftelijk besluit van het bevoegde gezag voor het afzien van het gebruik van ter beschikking staande bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten voor een bepaalde termijn. Naast een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang kan een bestuursorgaan ook als sanctie de vergunning of ontheffing geheel of gedeeltelijk intrekken. Door intrekking van een vergunning of ontheffing ontneemt het bevoegde gezag de overtreder de juridische basis van zijn activiteit. Er is sprake van een afwijking van (een of meerdere voorschriften van) een vergunning/ontheffing/vrijstelling, maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of beter gewaarborgd.

Door toezicht en het toepassen van bestuursrechtelijke, strafrechtelijk of privaatrechtelijke middelen bereiken dat geldende rechtsregels worden nageleefd. Zorgen dat de regels worden nageleefd door voorlichting, toetsing, toezicht en handhaving. Dit is een beleid(snota) voor alle betrokken beleidsvelden. Daarin staat een beschrijving van de gemeentelijke prioriteiten, de doelen, de strategieën en de activiteiten. Het beleid is afgestemd met andere betrokken bestuursorganen (zoals Waterschap, Provincie en dergelijke). Jaarprogramma waarin wordt omschreven welke handhavingsactiviteiten er zullen worden uitgevoerd. Het afstemmen en samenbrengen van handhavingsactiviteiten binnen verschillende taakvelden en/of organisaties. Het vooruitzicht dat een overtreding binnen de geldende regels toegestaan kan worden. Voorwaarde is dat er door de overtreder concreet om gevraagd moet worden, bijvoorbeeld door het aanvragen van een omgevingsvergunning. In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd beginsel dat besluiten goed gemotiveerd moeten zijn, feiten moeten kloppen en de motivering moet logisch en begrijpelijk zijn. Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd met welke instrumenten naleving wordt gerealiseerd en welke rol handhaving daarbinnen speelt. Een nalevingstrategie bevat in ieder geval een toezichtstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie.

Natuurlijke of rechtspersoon voor wie een bepaalde norm of voorschrift geldt. Diensten van provincies en gemeenten voor de uitvoering van de VTHtaken. De Ronde Venen werkt samen met de ODRU en de RUD. Een afwijking van een rechtsregel, waarbij geen sprake is van een gelijkwaardige oplossing (zie artikel 5:1 lid 1 Awb). Handhaven voordat er daadwerkelijk sprake is van een overtreding, hetgeen mogelijk is op basis van artikel 5:7 Awb. De strategie is gericht om burgers en ondernemers spontaan wet- en regelgeving te laten naleven. Handhaven op grond van civiel recht in plaats van bestuurs- en/of strafrecht. Dit gebeurt bijvoorbeeld als het om eigendomsrecht gaat. Een structurele en integrale aanpak van de handhaving. Daarbij zijn prioriteiten gesteld en de handhavingsactiviteiten op elkaar afgestemd. Bij een programmatische aanpak worden beleid en uitvoering van beleid opgevold door evaluatie en bijsturen. Het bevoegd gezag stelt een dergelijk uitvoeringsprogramma jaarlijks vast. Omstandigheid die de wederrechtelijkheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Met repressie wordt bedoeld het herstellen van situaties die in strijd zijn met de geldende wet- en regelgeving of een verleende vergunning. Straf of maatregel die wordt toegepast als rechtsregels worden overschreden.

Begrip Sanctiestrategie

Schulduitsluitingsgrond Strafuitsluitingsgrond Strafrechtelijke handhaving Toezicht

Toezichthouder

Toezichtstrategie Voorlopige maatregel Voornemen last of voorwaarschuwing

VTH Kwaliteitscriteria

Wraken/wrakingsbrief

Zienswijze (artikel 4:8 Awb e.v.)

Zorgvuldigheidsbeginsel

Toelichting Bestuurlijk vastgesteld document, waarin de basisaanpak voor het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen is vastgelegd. De sanctiestrategie omvat ten minste: a. een op elkaar afgestemd bestuursrechtelijk – strafrechtelijk optreden tegen overtreding van de gestelde milieunormen; b. een passende reactie op geconstateerde overtredingen; c. een stringentere reactie bij voortduring van de overtreding; d. een regeling voor optreden tegen overtredingen door de eigen organisatie en andere overheden; e. transparantie over te stellen termijnen voor het opheffen van (standaard)overtredingen en over de zwaarte van sancties daarvoor. Omstandigheid die de verwijtbaarheid van een handeling bij nader inzien wegneemt. Mogelijke reden om uiteindelijk geen sanctie op te leggen. Er zijn twee categorieën strafuitsluitingsgronden: rechtvaardigheidsgronden en schulduitsluitingsgronden. Zie aldaar. Strafrechtelijke handhaving betekent dat, na het instellen van een procesverbaal, strafvervolging wordt ingesteld. Preventief toezicht: controle op de naleving van regels/voorschriften zonder concrete aanwijzing dat van een strijdigheid sprake is.

Repressief toezicht is: controle op de naleving van regels/voorschriften ten behoeve van opsporing van strijdigheden, ten einde eventueel daar met een sanctie op te reageren Toezichthouders zijn ambtenaren die door of namens het college benoemd zijn om te controleren of de rechtsregels worden nageleefd. In hun functie als toezichthouder mogen deze ambtenaren elke plaats, met uitzondering van een woning, betreden. Indien noodzakelijk kunnen ze ook met bijzondere toestemming van de burgemeester een woning zonder toestemming van de bewoner betreden, zelfs tegen de wil van de eigenaar of bewoner (op grond van de Algemene wet op het binnentreden, artikel 5:15 Awb). Bestuurlijk vastgesteld document, waarin is vastgelegd welke vormen van toezicht worden onderscheiden en wat de basiswerkwijze daarbij is. Een maatregel opgelegd door de rechter of de officier van justitie ter voorkoming van verdere overtreding van de wet. Schriftelijke waarschuwing van het bevoegde gezag waarin wordt aangekondigd dat, vanwege een geconstateerde overtreding, het voornemens is een bestuursrechtelijke sanctie op te leggen. In dit voornemen wordt een termijn gegeven waarbinnen de overtreder de gelegenheid krijgt om mondeling of schriftelijk zijn zienswijze naar voren te brengen op de voorgenomen bestuursrechtelijke sanctie (artikel 4:8 Awb).

Kwaliteitscriteria die inzichtelijk maken welke kwaliteit burgers, bedrijven en instellingen, maar ook overheden onderling en opdrachtgevers mogen verwachten bij de uitvoering of de invulling van taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH-taken). Op dit moment zijn de kwaliteitscriteria (set 2.3) vigerend. Op schriftelijke wijze aangeven dat het bestuursorgaan zich het recht voorbehoudt om handhavend op te treden, maar daar niet per direct aan toe komt. De belanghebbenden kunnen hun visie geven op de vraag of er sprake is van een overtreding, of er goede redenen zijn handhaving (tijdelijk) achterwege te laten en op de vraag welke belangen daarmee gediend zouden zijn. Daarnaast kan gereageerd worden op voorgenomen dwangsombedragen en begunstigingstermijn voor zover deze bij het vragen van een zienswijze al bekend zijn. De zienswijze kan mondeling of schriftelijk worden ingediend bij het bevoegde gezag. In de Algemene wet bestuursrecht vastgelegd rechtsbeginsel, dat de overheid een besluit zorgvuldig moet voorbereiden en nemen: correcte handeling van de burger, zorgvuldig onderzoek naar de feiten en belangen, procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming.

Bijlage 3: Reikwijdte VTH-beleid Reikwijdte VTH-beleid (voor Omgevingswet) -

Vuurwerkevenementen APV Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Wet ruimtelijke ordening (Wro) Woningwet Erfgoedwet (Monumentenwet) Huisvestingswet Wet milieubeheer Wet geluidhinder Wet bodembescherming Wet natuurbescherming (Wnb) Wet inzake de luchtverontreiniging Wet op de kansspelen Alcoholwet (was: DHW) Algemene plaatselijke verordening (APV) Wet veiligheidsregio’s Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Bibob) Algemene wet bestuursrechtrecht (Awb)

Reikwijdte VTH-beleid (na Omgevingswet -

Omgevingswet Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) Omgevingsbesluit; Besluit Bouwwerken Leefomgeving (BBL) Besluit Kwaliteit Leefomgevings (BKL) Besluit Activiteiten Leefomgeving (BAL) Ministeriele regeling Het (tijdelijke) omgevingsplan Verordening fysieke leefomgeving (Vfl) APV Alcoholwet Wet op de kansspelen Wet Bibob Awb

Bijlage 4: Wettelijk kader Inleiding Hieronder staat een opsomming van landelijke en lokale wet- en regelgeving die relevant zijn voor het de uitoefening van VTH-taken.

Gemeentewet De Gemeentewet vormt, door middel van artikel 125 lid 2 en 3, de wettelijke basis voor het college van B&W en de burgemeester om toezicht uit te oefenen en de herstelsancties last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom op te leggen. Het college is verder op grond van artikel 142 Wetboek van Strafvordering bevoegd om boa’s aan te stellen. Deze boa’s hebben strafrechtelijke opsporingsbevoegdheden. Artikel 154b Gemeentewet is verder relevant als het gaat om het opleggen van een bestraffende sanctie (bestuurlijke boete). De raad kan dit opnemen in de verordening. De boa’s hebben de bevoegdheid om een bestuurlijke strafbeschikking aan te kondigen. Uiteindelijk legt de officier van justitie de strafbeschikking op. Naast de bestuurlijke boete kunnen boa’s ook een andere bestraffende sanctie opleggen, namelijk de zogenaamde Mulderbeschikking. Het gaat hierbij om eenvoudige verkeersovertredingen die via het bestuursrecht kunnen worden aangepakt.

Algemene wet bestuursrecht (Awb) Hoofdstuk 5 van de Awb geeft bestuursorganen verschillende handhavingsinstrumenten. Het gaat hierbij om een tweetal herstelsancties: de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. Deze instrumenten bieden een bestuursorgaan de bevoegdheden om zelf de overtreding geheel of gedeeltelijk ongedaan te maken of te beëindigen dan wel de overtreder een dwangsom op te leggen om dit zelf te doen. Daarnaast staat in titel 5.4 Awb een bestraffende sanctie opgenomen; te weten een bestuurlijke boete. Deze sanctie beoogt leed toe te voegen aan de overtreder en mag naast een herstelsanctie worden opgelegd.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) De Wabo is de huidige kaderwet waarmee bevoegd gezag (bij gemeente meestal het college van B&W) één integraal besluit tot vergunningverlening kan nemen waarbij in een besluit diverse aspecten aan de orde kunnen komen met betrekking tot de fysieke leefomgeving (zoals ruimte, milieu, natuur alsook aspecten met betrekking tot bouwen, monumenten en brandveiligheid). Met deze diverse deelvergunningen beoogt de wetgever diverse belangen te beschermen.

Besluit omgevingsrecht (Bor) In het Bor wordt onder meer invulling gegeven aan diverse bepalingen van hoofdstuk 5 (Uitvoering en handhaving) van de Wabo. Zo bepaalt de Bor dat voor taken die verplicht worden overgedragen aan een omgevingsdienst de geldende Uitvoering- en Handhavingsstrategie regionaal moet zijn afgestemd. Dit gebeurt voor de Ronde Venen via de U&H-strategie die regionaal tot stand is gekomen en door de Ronde Venen in 2022 is bekrachtigd.

Wet natuurbescherming De nieuwe Wet natuurbescherming vervangt de Natuurbeschermingswet 1998, Flora- en faunawet én Boswet. Met de nieuwe Wet natuurbescherming wordt aanhaken verplicht (indien relevant). In voorkomende gevallen wordt een omgevingsvergunning niet eerder afgegeven dan dat een verklaring van geen bezwaar (VVGB) is ontvangen van het bevoegde gezag in het kader van de Natuurbeschermingswet.

Alcoholwet De Alcoholwet heeft per 1 juli 2021 de Drank- en Horecawet vervangen. Artikel 3 van de Alcoholwet bevat de algemene vergunningplicht voor het uitoefenen van een slijtersbedrijf en/of horecabedrijf. In paragraaf 7 van de Alcoholwet zijn bepalingen opgenomen over het gemeentelijke toezicht op dit gebied.

Gezondheidsbeleid Gezondheidsbeleid betreft een gemeentelijke taak. Deze taak zal met de invoering van de Omgevingswet (zie verderop) nog belangrijker worden. De fysieke leefomgeving heeft invloed op de gezondheid van burgers. De Omgevingswet zal dan ook de mogelijkheid bieden om vergunningen te weigeren wegens ernstige gezondheidsrisico’s (artikel 5.32 Ow). De vraag is nog hoe dat precies gedaan moet worden. Met dit VTH-beleidsplan en de ontwikkeling van omgevingsplannen en het opdoen van ervaringen met de Omgevingstafel starten we met de invoering van dit nieuwe aspect van het gezondheidsbeleid.

Veiligheid (Integrale Veiligheidsplan) Op grond van artikel 38bde Politiewet moet de gemeenteraad een Integraal Veiligheidsplan (IVP) opstellen. In dit IVP dient de gemeente doelen vast te stellen op het terrein van veiligheid. Het IVP is daarmee een goede basis voor de operationele inzet op lokale veiligheidsprioriteiten door de gemeente, politie en andere organisaties. Omdat de

gemeenteraad het IVP vaststelt is de raad in de gelegenheid om sturing te geven aan de uitvoering van het veiligheidsbeleid. Verder heeft de burgemeester op het terrein van het veiligheidsbeleid bijzondere wettelijke bevoegdheden. In relatie tot het veiligheidsbeleid is ook de afstemming met de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) aan de orde. Op grond van artikel 15 lid 2 van de Wet op de veiligheidsregio wordt door de VRU een regionaal risicoprofiel (RRP) opgesteld. In het RRP is een overzicht van de risicovolle situaties opgenomen die tot een brand, ramp of crisis kunnen leiden, inclusief een overzicht van de soorten branden, rampen en crises die zich kunnen voordoen. Verder wordt in het RRP een analyse gemaakt waarin de weging en inschatting van de gevolgen van de soorten branden, rampen en crises zijn opgenomen. Het RRP dient als basisinformatie voor het beleidsplan van de VRU. Als bijlage 19 is een infographic over het RRP van de VRU opgenomen. In het beleidsplan van de VRU worden afwegingen gemaakt over de aanwezige en mogelijk toekomstige risico’s en hoe risico’s en crises kunnen worden beheerst. Het RRP en het VRU-beleidsplan hebben een wisselwerking naar het gemeentelijke veiligheidsbeleid. Op gemeentelijke kaarten zijn in afstemming met de VRU de objecten geïnventariseerd die een mogelijk risico vormen voor de omgeving dan wel een kwetsbare locatie betreft.

Op de thema’s externe veiligheid, kwetsbare objecten en cultureel erfgoed en recreatie zijn de risico’s vastgelegd. Ook deze inventarisatie en analyse heeft een directe relatie naar het IVP en raakt het VTH-beleid voor de fysieke leefomgeving. Relevante onderdelen uit het RRP en het VRU-beleidsplan en het IVP zijn integraal afgewogen in dit VTH-beleid.

Algemene Plaatselijke Verordening (APV) In de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente De Ronde Venen heeft de gemeenteraad bepalingen opgenomen die betrekking op openbare orde, openbare veiligheid, volksgezondheid en bescherming van milieu in de openbare ruimte. In de APV is opgesomd wie toezicht houdt op de naleving van deze verordening. In de APV van de gemeente De Ronde Venen zijn diverse vergunningsplichten en verbodsbepalingen met ontheffingsmogelijkheden opgenomen. Op overtreding van deze verbodsbepalingen kunnen bestuurlijke stafbeschikkingen door de gemeentelijke boa worden aangekondigd en worden opgelegd door het OM. De gemeentelijke boa is aldus (naast onder andere politie en OM) belast met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de verordening.

Verordening Fysieke Leefomgeving (VFL) Als voorbereiding op de Omgevingswet heeft de Ronde Venen de Verordening Fysieke Leefomgeving vastgesteld. Omgevingsregels (uit bijvoorbeeld de APV, maar ook uit andere documenten) worden hierin opgenomen. Op termijn worden dergelijke regels overigens opgenomen in het omgevingsplan van de gemeente. Tot die tijd is de VFL dus een belangrijke verordening.

Wet VTH en Verordening kwaliteit VTH In april 2016 is een wijziging van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden, waarmee verbeteringen van het VTH-stelsel een wettelijke verankering hebben gekregen. Op grond van de Wet VTH en de daarvan afgeleide Verordening Kwaliteit VTH hebben gemeenten de plicht een integraal vergunningen- en handhavingsbeleid te formuleren en dat jaarlijks uit te werken in uitvoeringsprogramma’s. Het college informeert de gemeenteraad en partners over het vastgestelde beleid, de uitvoeringsprogramma’s en doet daar jaarlijks verslag van. De wetgeving vereist verder dat de kwaliteitscriteria (set 2.3) door de gemeente in acht worden genomen. Deze criteria hebben betrekking op de vereiste deskundigheid c.q. werkervaring van het personeel dat de verschillende VTH-taken uitoefent.

Toekomstige regelgeving Naar verwachting treden op 1 januari 2024 de Omgevingswet (Ow) en de Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen in werking. De gemeente bereidt zich voor op deze nieuwe wetgeving. Gezien de aankomende inwerkingtreding wordt ook hier aan deze nieuwe wetten aandacht besteed: -

De Omgevingswet

De Omgevingswet zal het geldende omgevingsrecht op fundamentele punten herzien. In de Omgevingswet zullen alle wettelijke bepalingen, besluiten en regelingen opgaan die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Artikel 1.3 Ow beschrijft de algemene doelen van de wet. Bevoegde gezagen krijgen binnen de Omgevingswet meer ruimte om hun eigen beleid te bepalen. Het bestuur van de gemeente wordt eveneens uitgenodigd om een omgevingsvisie op te stellen, met daarin het gewenste resultaat voor de fysieke leefomgeving. Vervolgens is er voor de gemeente de opdracht om een gebiedsdekkend omgevingsplan, met functietoedeling en met regels voor activiteiten op te stellen. Mede in aansluiting op het omgevingsplan worden toezichtsen handhavingsinstrumenten ingezet. Voor het vergunningverleningsproces en de dienstverlening heeft de inwerkingtreding van de Omgevingswet aanzienlijke gevolgen. Een belangrijk aspect is dat de duur van de vergunningenprocedure sterk wordt ingekort; alle aanvragen moeten in principe via de reguliere procedure binnen 8 weken worden afgehandeld. Ook de wijze waarop vergunningaanvragen getoetst worden, verandert. De Omgevingswet vraagt om een integrale afweging, met als uitgangspunt: ‘Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?’ Bij vergunningaanvragen waar meerdere overheden regels

voor stellen, wordt er één bevoegd gezag aangewezen als coördinator van het afhandelingsproces. Dit zal meestal de gemeente zijn. De Omgevingswet gaat uit van een gelijkwaardige informatiepositie voor alle betrokkenen, waaronder de initiatiefnemer. Dit houdt in dat de geldende regels begrijpelijk ontsloten moeten worden en dat er zaakgericht gewerkt moet worden. Op die manier kunnen initiatiefnemers het vergunningverleningsproces volgen. Verder wordt participatie bij een vergunningaanvraag verplicht. Deze eis verplicht initiatiefnemers om informatie te verschaffen over de wijze waarop de belangen van belanghebbenden zijn gehoord en hoe het resultaat daarvan is verwerkt in het plan. Dit alles vraagt om een zorgvuldig proces. Een proces van overleg over het initiatief met bestuurlijke partners, ketenpartners en belanghebbenden. In het geval van een complexe aanvraag zal dat naar verwachting niet binnen 8 weken kunnen worden doorlopen. In samenwerking met de Utrechtse partners nemen we deel aan pilots om via het model van de Omgevingstafel een uitgebreider vooroverleg in te richten dat het begeleiden van een aanvraag Omgevingswetproof maakt. De inzet is dat het vooroverleg zich afspeelt via de Omgevingstafel en voordat de formele vergunningaanvraag wordt ingediend en de afhandeltijd van 8 weken gaat lopen.

Aan de Omgevingstafel komen (in een of meerdere sessies) de initiatiefnemer en alle betrokkenen bij elkaar. Het initiatief wordt dan besproken vanuit de gedachte om het mogelijk te maken. Vanuit de gemeente en de ketenpartners kunnen bestuurlijke prioriteiten en randvoorwaarden zoals de energietransitie (energiebesparing en -opwekking) aan de orde worden gesteld. De Omgevingstafel levert de initiatiefnemer een integraal advies op, waarmee hij de vergunningaanvraag kan opstellen en indienen. Daarna kan de vergunning in acht weken worden afgehandeld. -

Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)

In mei 2019 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) aangenomen door de Eerste Kamer. Door deze wetswijziging wordt een nieuw stelsel van kwaliteitsborging voor het bouwen geïntroduceerd. Dit betekent dat bouwpartners zelf de kwaliteitsborging dienen te regelen en daarbij zelf maatregelen moeten nemen zodat aan het Bouwbesluit 2012 (straks: Besluit bouwwerken leefomgeving) wordt voldaan. De gemeente beoordeelt straks als bevoegd gezag niet meer direct op deze aspecten maar wel op de ruimtelijke ordening, omgevingsveiligheid en de welstand van het te realiseren bouwwerk. Vooralsnog wordt uitgegaan van invoering per 1 januari 2024, tegelijk met de Omgevingswet. Die invoering zal gefaseerd plaatsvinden. Er wordt gestart met de seriematige nieuwbouw (gevolgklasse 1).

Bijlage 5: Bestuurlijk- en beleidskader 1. Coalitieakkoord In het Coalitieakkoord ‘In het hart’ heeft het college de volgende keuzes gemaakt bij het uitvoeren van taken die vallen binnen de reikwijdte van dit beleidsplan: • • • • • •

Handhaving moet worden geïntensiveerd vanwege de geloofwaardigheid van het openbaar bestuur; Handhaving wordt (meer) integraal opgepakt; Het aantal boa’s en toezichthouders in eigen dienst wordt met één fte uitgebreid; Inwoners worden betrokken bij het opstellen van een Integraal Veiligheidsplan en bij het jaarlijkse uitvoeringsplan. Inwoners dienen aldus bij te dragen aan de keuzes ten aanzien van prioritering; Op termijn zal bekeken worden of het vaartoezicht op de Vinkeveense Plassen in eigen beheer van de gemeente wordt gebracht; Er zal een voorstel komen om de verdeling van taken tussen de ODRU en de gemeente te verbeteren.

Het college kan ervoor kiezen om op bepaalde onderwerpen projectmatig toezicht te houden (en eventueel over te gaan tot handhaving). In het jaarlijkse uitvoeringsprogramma zullen dergelijke projecten worden uitgewerkt.

2. Programmabegroting In de jaarlijkse begroting worden bedragen opgenomen voor de uitvoering van het werk rondom vergunningverlening, toezicht en handhaving. Er wordt gewerkt binnen dit VTH-beleidskader. Het interbestuurlijk toezicht van de provincie Utrecht controleert voortdurend of er voldoende beschikbare middelen zijn om deze taken adequaat uit te voeren. De te verwachten benodigde middelen worden elk jaar in de kadernota weergegeven. In de jaarlijkse verantwoording zullen de werkelijke uitgaven weergegeven en verklaard worden.

Bijlage 6: Bestuur en organisatie Besluitvorming op vergunningaanvragen, toezicht en handhaving behoren tot de kerntaken van de gemeente. Bestuur, directie, leidinggevenden en medewerkers hebben ieder hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het management en de directie hebben onder andere als taak interne processen aan te sturen. Daarvoor is het nodig om het (gewenste) verloop van primaire werkprocessen inzichtelijk te maken, te structureren en te bewaken. Naast de bestuurlijke verantwoordelijkheid, zal duidelijk moeten zijn wie operationeel verantwoordelijk is voor toezicht en handhaving (wie is verantwoordelijk voor de activiteit, (tussen)resultaten en besluitvormingsmomenten). In het kader van deze beleidsnota past het dan ook om de diverse rollen en verantwoordelijkheden van deze actoren nader te beschrijven.

De rol van de gemeenteraad Als taken van de gemeenteraad binnen het integraal VTH-beleid kunnen worden genoemd: ● het op de politieke agenda plaatsen van het onderwerp toezicht en handhaving; ● het scheppen van randvoorwaarden - zoals formatie en budget - waarbinnen het beleid kan worden ontplooid; ● besluitvorming rondom het Integraal Veiligheidsbeleidsplan; ● het uitdragen van de gemeentelijke handhavingsvisie.

De rol van de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders Voor het handhavingsbeleid is een belangrijke rol weggelegd voor de portefeuillehouder ‘openbare orde en veiligheid’ en ‘handhaving’, uiteraard binnen de verantwoording op het niveau van het college van burgemeester en wethouders. De burgemeester heeft ook een eigen wettelijke verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid. Verder is de burgemeester bestuurlijk verantwoordelijk voor het krijgen van structureel draagvlak en ‘medeaansturing’ van de lokale politie via het zogenaamde driehoeksoverleg. Bovendien is hij eerstverantwoordelijk bij rampen en zware ongevallen. Het college stelt het VTH-beleid, het jaarverslag en het jaarprogramma vast.

De rol van de wethouders Actieve steun en betrokkenheid van het hele college bij het handhavingsbeleid is van groot belang omdat dit raakvlakken heeft met bijna alle gemeentelijke werkvelden. Dit betekent dat: ● wethouders zich bewust moeten zijn van handhavingsaspecten in hun portefeuille; ● zij ervoor zorg dragen dat ‘handhaving’ doordringt binnen hun portefeuille. Een wethouder wordt tevens betrokken wanneer sprake is van grote (c.q. politiek relevante) aanvragen voor een omgevingsvergunning.

De rol van directie en management VTH-taken hebben raakvlakken met bijna alle gemeentelijke werkvelden. Een actieve bijdrage hiervan is dan ook belangrijk en voor directie en management is dan ook een rol weggelegd, waar het betreft: ● het betrekken van het totale management bij het integraal beleid; ● het zorgdragen voor een goede coördinatie en samenwerking tussen de verschillende beleidsvelden; ● de aanjaagfunctie bij ontwikkelingen die van invloed zijn op het beleid.

De rol van samenwerkingspartners Het doel is samen met politie, justitie, burgers, bedrijven en instellingen verder te werken aan handhaving. Iedereen zal daarom op zijn of haar eigen verantwoordelijkheid worden aangesproken; elk individu, elke organisatie kan namelijk op eigen wijze in meer of mindere mate een bijdrage leveren aan een veilige leefomgeving.

Coördinatie en afstemming Bij nieuwe plannen voor bedrijfsvestigingen of het bouwen van bedrijven moeten vaak meerdere vergunningsprocedures worden doorlopen. Daarnaast zal in het bijzonder bij handhavingszaken, duidelijkheid moeten worden gegeven over de gevoerde handhavingsstrategie en zal in het kader van regionale handhavingsacties, samengewerkt moeten worden. Het is van groot belang dat procedures goed op elkaar worden afgestemd, hetgeen door middel van regelmatige afstemming kan worden gerealiseerd.

Bijlage 7: De Big-8 Cyclus 1. Inleiding De BIG-8 cyclus geeft een spoorboekje voor kwaliteit. Stap voor stap wordt via een zich steeds herhaald proces (dus een cyclus proces) gewerkt aan kwaliteit van beleid en uitvoering van VTH-taken. Dit gebeurt in zeven stappen. Dat klinkt afwijkend. De stap programma en organisatie komt echter in beide cirkels voor en verbindt de cirkels. De BIG 8-cyclus bestaat uit twee cirkels. Hieronder staat een afbeelding van de BIG-8 cyclus:

De linker cirkel is de cirkel voor borging van kwaliteit van beleid, de rechter cirkel staat voor borging van de kwaliteit van uitvoering. De cirkels raken elkaar bij de stap Uitvoering en organisatie waarin het jaarlijkse VTH-uitvoeringsplan wordt opgesteld.

2.2 Overzicht van de stappen -

Rapportage en evaluatie (stap 1). Hierin worden de omgevingsanalyse, de risicoanalyse, het jaarverslag en evaluatie als het ware samengebracht en vormen input Strategisch beleidskader (stap 2).

-

Strategisch beleidskader (stap 2). Hoofdstukken 2 en 3 van het VTH-beleid. Hierin krijgen de missie en visie en worden vervolgens doelstellingen vastgelegd die de organisatie wil behalen ten aanzien van deze prioriteiten.

-

Strategie (stap 3). Strategieën worden opgesteld om de gestelde doelen te behalen. In het VTH-beleid zijn een preventiestrategie, een toezichtstrategie, een handhavingsstrategie, een sanctiestrategie en een gedoogstrategie opgenomen die in diverse bijlagen in de bijlagenbundel zijn uitgewerkt.

-

Programma en organisatie (stap 4) is de stap die de beide cirkels verbindt. Dit is het jaarlijkse VTHuitvoeringsplan dat is afgestemd op de gemeentelijke organisatie (en formatie). Welke VTH-taken worden er concreet uitgevoerd? Wat is de noodzakelijke formatie en zijn de benodigde financiële middelen? Het VTHuitvoeringsplan is een apart document en staat niet in het VTH-beleid.

-

Werkwijze (stap 5). Hier worden procedures, protocollen en dergelijke worden beschreven. Dit wordt uitgewerkt in diverse bijlagen in de bijlagenbundel en het VTH-uitvoeringsplan.

-

Uitvoering (stap 6): De onderste stap in de onderste cirkel. Dit zijn de vergunningen die daadwerkelijk verleend worden en de toezicht- en handhavingstaken die worden uitgevoerd.

-

Monitoring (stap 7): De gemeente monitort met een geautomatiseerd systeem de resultaten en de voortgang van de uitvoering van het beleid en het VTH-uitvoeringsplan.

-

Evaluatie: periodiek wordt de uitvoering van het VTH-uitvoeringsplan in het daaropvolgende VTH-uitvoeringsplan geëvalueerd en beoordeeld of dit aanleiding geeft tot bijstelling van het VTH-beleid.

Bijlage 8: Evaluatie Integraal Handhavingsbeleid 1. Inleiding In dit hoofdstuk wordt het Integraal Handhavingsbeleid 2016 - 2018 geëvalueerd. Het beleid beperkte zich tot handhaving van de regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving zoals: bouwen, ruimtelijke ordening, milieu, brandveiligheid en de openbare ruimte.

2. Relatie tot de Wabo Deze evaluatie is onderdeel van de wettelijk voorgeschreven beleidscyclus (‘Big Eight’). De evaluatie ziet op de periode vanaf 2016 en is mede gebaseerd op de jaarverslagen met betrekking tot de uitvoering van de handhaving in deze beleidsperiode.

3. Evaluatie handhavingsbeleid Hieronder worden de belangrijkste evaluatiepunten van het handhavingsbeleid beschreven. Denk daarbij aan elementen die zeker gecontinueerd moeten worden of onderwerpen die juist in het nieuwe beleid niet of anders geformuleerd moeten worden. De volgende evaluatiethema’s worden in subparagrafen uitgewerkt: 1. afstemmen sanctiestrategie (§ 3.1); 2. heroverweging toezichtstrategie (§ 3.2); 3. afwikkeling meldingen en verzoeken om handhaving (§ 3.3); 4. benoeming handhavingsprojecten (§ 3.4); 5. investeren in regionale samenwerking (§ 3.5); 6. beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding beleid (§ 3.6); 7. evaluatie beleidsdoelstellingen (§ 3.7). 3.1 Afstemmen sanctiestrategie De sanctiestrategie is in hoofdlijnen regionaal afgestemd en eenduidig. Met de implementatie van de Landelijke Handhaving Strategie (LHS) in 2016 is hier verder een vervolg aan gegeven. Inmiddels is de handhavingsstrategie geactualiseerd, hetgeen heeft geleid tot publicatie van de LHSO. 3.2 Heroverweging toezichtstrategie In het beleid zijn meerdere vormen van toezicht beschreven. Doelstellingen van integraal toezicht moeten reëel zijn maar de ambitie is om, bijvoorbeeld thematisch en projectmatig, intensievere vormen van integraal toezicht na te streven.

3.3 Afwikkeling meldingen en verzoeken om handhaving Een substantieel deel van de handhavingscapaciteit bij het taakveld “bouwen en milieu” wordt in beslag genomen door de behandeling van meldingen van inwoners. Deze, maar ook overige klachten vloeien veelal voort uit conflicten tussen buren onderling en niet zo zeer door overige algemene vormen van overlast. Beleidsmatig betekent dit een directe relatie en efficiënte uitvoering tussen risico’s, prioriteiten, capaciteit en doelen. Praktisch gevolg daarvan is dat naast de verzoeken om handhaving voornamelijk meldingen van inwoners worden opgepakt. Dit raakt zowel de taakuitvoering van de ODRU als de gemeente. 3.4 Benoeming handhavingsprojecten De uitvoering van de handhaving wordt meer bepaald door input en minder door output. Met andere woorden, wat er in de gemeente speelt op het gebied van handhaving, wordt al dan niet ad hoc opgepakt in plaats van een risicogerichte, programmatische sturing van toezicht en handhaving vanuit regelgeving en beleid. Dit is vaak niet te voorkomen maar door middel van het concreet benoemen van prioriteiten en projecten die binnen de beleidsperiode worden opgepakt kan (organisatorisch) efficiënter worden gehandeld. Hierbij zijn de risico’s die voortvloeien uit de risicomodule meer bepalend dan voorheen. Dit impliceert dat de ambtelijke capaciteit effectiever kan worden ingezet.

3.5 Investeren in regionale samenwerking In de regio Utrecht ontmoeten de beleidsmedewerkers of coördinatoren Vergunningen, Toezicht en Handhaving elkaar periodiek. In dit overleg wordt provinciebreed overlegd over nieuwe ontwikkelingen en worden de ‘VTHcyclusdocumenten’ voorbereid en op elkaar afgestemd. Hieruit is de U&H-strategie voor de verplichte milieutaken voortgekomen. 3.6 Beleidsmatige afstemming en organisatorische inbedding beleid In het nieuwe VTH-beleid moet nog sterker de nadruk liggen op de integrale werkwijze. Met behoud van de functiescheiding moeten beleid, besluitvorming, toezicht en handhaving eenduidig zijn en blijven. Dit loopt vooruit op de doelstellingen van de Omgevingswet en geeft nader vorm aan de relatie tussen “vergunningverlening” en “toezicht en handhaving”.

3.7 Evaluatie beleidsdoelstellingen In het Handhavingsbeleidsplan De Ronde Venen 2016 – 2018 is de volgende visie op integrale handhaving vastgelegd: Handhaving geprogrammeerd uitvoeren, integraal en efficiënt opereren daar waar mogelijk is en inspelen op veranderingen van wet- en regelgeving. Daarbij beoogt de integrale handhaving bij te dragen aan: • voorkomen van gevaar, hinder en overlast en de borging van veiligheid en gezondheid; • de rechtszekerheid, de rechtsgelijkheid; • het bevorderen en het verbeteren van het naleefgedrag; • de eigen kracht en verantwoordelijkheid van inwoners, bedrijven stimuleren en faciliteren. Sanctionering is daarbij geen doel op zich maar het sluitstuk van een proces waarbij in het voortraject zorgvuldig is gekeken naar mogelijke oplossingen. 4 Overig In de achterliggende periode heeft er door ontwikkelingen op het grensvlak van het bestuursrecht en strafrecht en (fysieke) leefomgeving en openbare orde en veiligheid een zekere verschuiving plaatsgevonden in het takenpakket. Er is meer samenwerking noodzakelijk tussen de diverse handhavingsinstanties, ook op lokaal niveau. Bijv. waar zaken rondom “handhaving” ook raakvlakken heeft met “ondermijning”. Dit wordt in de komende beleidsperiode verder uitgewerkt. 5.

Samenvatting In de beleidsperiode vanaf 2016 is, naar aanleiding van nieuwe wet- en regelgeving, ervaring opgedaan met beleidsmatig én integraal toezicht en handhaving. Uit de jaarverslagen en doelstellingen blijkt dat het leren en implementeren niet altijd met die snelheid is verwezenlijkt dan was voorgenomen. In de komende beleidsperiode zal dit proces, ook in regionaal verband, verder worden uitgewerkt.

Bijlage 9: Omgevingsanalyse gemeente De Ronde Venen 1. Algemeen De gemeente De Ronde Venen is een landelijke en groene gemeente, centraal gelegen tussen Utrecht en Amsterdam, midden in het Groene Hart. De ruim 44.000 inwoners van gemeente De Ronde Venen wonen verspreid over de kernen Mijdrecht, Amstelhoek, De Hoef, Vinkeveen, Wilnis, Waverveen, Abcoude en Baambrugge. Het gebied De Ronde Venen is ontstaan door de turfwinning en inpoldering. Rond het gebied liggen de rivieren de Kromme Mijdrecht, de Amstel, de Waver, de Winkel, de Angstel en de Aa. Deze wateren vormen een bijna gesloten, ronde cirkel, wat de wijze van ontginning en verkaveling heeft bepaald. In 1989 werd gemeente De Ronde Venen gevormd door samenvoeging van de voormalige gemeenten Mijdrecht, Vinkeveen en Waverveen en Wilnis. De huidige gemeente De Ronde Venen is op 1 januari 2011 ontstaan door de samenvoeging van de voormalige gemeenten Abcoude en De Ronde Venen. 2 Specificaties per taakveld 2.1 Specificatie Bouwen en wonen & Ruimtelijke ordening In de gemeente De Ronde Venen worden jaarlijks ongeveer 500 omgevingsvergunningen afgehandeld. Zo werden er in 2020 453 omgevingsvergunningen verleend en in 2021 waren dat er 527.

2.2 Specificatie Brandveiligheid Het objectenbestand van de gemeente De Ronde Venen waarmee de VRU uitvoering geeft aan de Taakuitvoeringsovereenkomst (TUO), bestaat uit vergunning- en meldingsplichtige bouwwerken brandveilig gebruik, evenementen, gebruik brandbeveiligingsverordening en bouwwerken algemeen gebruik. Deze laatste categorie objecten bestaat voor een groot deel uit industriegebouwen welke opgenomen zijn in het Activiteitenbesluit. Het objectenbestand, waarvoor de gemeente als bevoegd gezag verantwoordelijk is, komt voort uit het preventie onderzoek wordt continu geactualiseerd. Naast toezicht heeft het bestuur van de VRU gekozen voor een accent op gerichte communicatie over veiligheid, onder de noemer “Stimulerende Preventie”. Daarbij wordt actief en gericht gewerkt aan bewustwording over veiligheid, bieden van handelingsperspectief en uiteindelijk gedragsbeïnvloeding. Daarmee wordt beoogd incidenten te voorkomen en – als die plaatsvinden - minder slachtoffers en minder schade als gevolg te hebben. Deze preventieve activiteit sluit aan op de doelstelling uit de landelijke handhavingsstrategie, die in dit beleid is opgenomen. 2.3 Specificatie Openbare Ruimte Binnen het taakveld APV en bijzondere wetten wordt toezicht gehouden op verschillende terreinen.

Voorbeelden hiervan zijn: ● controle (coördinatie) vóór en tijdens (grotere) evenementen; ● controle op het onjuist aanbieden en/of storten van afval in de openbare ruimte; ● controle op het onjuist plaatsen van objecten op en langs de openbare weg; ● controle op illegale reclame langs de openbare weg; ● controle op parkeerexcessen. In 2013 zijn toezicht en handhaving in het kader van de Alcoholwet van het rijk aan de gemeente overgedragen. Het ‘Preventie- en handhavingsplan Alcohol 2014-2017 is op 4 november 2014 door de gemeenteraad vastgesteld. De ‘Sanctiestrategie Drank- en Horecawet en horeca-exploitatie’ is op 6 november 2014 vastgesteld.

Bijlage 10: Toelichting risicoanalyse en prioritering Inhoud risicoanalyse De risicoanalyse geeft inzicht in risico’s met betrekking tot effecten en naleefgedrag. De risico’s zijn ingedeeld in vier categorieën, van zeer groot tot klein risico (1 tot en met 4). Centraal bij de risicoanalyse staat de formule: RISICO = KANS maal EFFECT. Voor zowel de kans- als effectkant wordt een schaal gebruikt van 1 tot en met 5. 1 betekent hierbij uiteraard dat bijvoorbeeld het effect op de volksgezondheid zeer gering is. Bij een score van 5 is het effect zeer groot. Bij effecten gaat het dus om de gevolgen van een bepaalde overtreding. De kans-score geeft aan hoe groot dat de kans – in zijn algemeenheid – is dat de gedraging plaatsvindt. Aan de effectkant is rekening gehouden met zes verschillende componenten: -

Fysieke veiligheid; Sociale kwaliteit; Financiele schade; Natuur/stadsschoon; Volksgezondheid; Bestuurlijk imago.

Aan de variabelen zijn scores toegekend door vakspecialisten. De variabelen leiden tot een totaalscore. Hoe hoger de score, hoe hoger het risico. Op welke gebieden heeft de risicoanalyse plaatsgevonden? De risicomodule is uitgevoerd voor de taakvelden ruimtelijke ordening, bouwen, bestaande bouw (gebiedstoezicht), en brandveiligheid. Per taakveld is de methodiek gevuld met de specifieke gegevens van Gemeente De Ronde Venen. Van risico’s naar prioritering De prioriteitenstelling uit de risicomodule moet richting geven aan de inzet van mensen, middelen, de frequenties van toezicht en handhaving en de aspecten waarop tijdens het toezicht wordt gelet. De prioriteitenstelling wil zeggen dat overal aandacht aan wordt besteed, alleen met een verschillende handhavingsinzet. Klachten en verzoeken om handhaving worden eveneens getoetst aan dit beleid, hetgeen kan inhouden dat aan laag-prioritaire zaken niet direct aandacht wordt geschonken. Deze zaken kunnen, al dan niet projectmatig, op een nader te bepalen moment in behandeling worden genomen. Uiteraard wordt dit wel met de klager gecommuniceerd. De risicomodule geeft slechts aan waar de risico’s die gepaard gaan met een overtreding het grootst zijn, en waar de kans op een overtreding het grootst is. Daaruit kun je afleiden waar toezicht het meest nodig is, en hoe je handhavend optreden moet (kan) inrichten.

Met andere woorden: tegen een overtreding in de hoogste categorie zal sneller, ‘harder’ en daadkrachtiger worden opgetreden dan een overtreding in de laagste categorie. Ook hier geldt dat dit in beginsel zo is, maar dat na een belangenafweging de praktijk altijd anders kan zijn. Het kan dus zo zijn dat een bepaalde inrichting één keer in de tien jaar wordt gecontroleerd, maar dat tegen een overtreding fors wordt opgetreden. Het kan ook andersom: er wordt op een perceel ergens twee keer per jaar gecontroleerd maar treedt niet op tegen een overtreding elders.

Bijlage 11: Uitleg/toelichting ‘Tafel van Elf’ 1. Naleving in dimensies De Tafel van Elf is een samenhangende opsomming van dimensies die bepalend zijn voor de naleving van regelgeving. De Tafel van Elf is ontstaan vanuit de praktische behoefte om inzicht te krijgen in de factoren die de gehoorzaamheid van mensen aan regelgeving bepalen en de invloed die rechtshandhaving daarop heeft. De basis wordt gevormd door een combinatie van in de literatuur voorkomende sociaal-psychologische, sociologische en criminologische theorieën, aangevuld met algemene inzichten en praktijkervaringen op het terrein van de rechtshandhaving. De dimensies van de Tafel van Elf moeten worden beschouwd als gedragswetenschappelijke variabelen die nalevingsgedrag beïnvloeden. Door ze systematisch na te lopen, vormen ze een hulpmiddel voor de wetgever om te komen tot naleefbare wetgeving.

2. De Tafel van Elf als wetgevingsinstrument De Tafel van Elf kan toegepast worden als ondersteunende checklist bij de totstandkoming van wetgeving. Dit geldt temeer wanneer het gedrag van mensen bijdraagt aan te bereiken beleidsdoelen. De Tafel van Elf is dan ook van toepassing op een groot deel van de beleidsinstrumentele wetgeving en ook op enkele delen van het strafrecht. De Tafel van Elf is hiermee een hulpmiddel bij de totstandkoming van wetgeving. In het kader van het project Marktwerking Deregulering en Wetgevingskwaliteit (MDW) wordt de Tafel van Elf bij het onderdeel ‘toetsing van voorgenomen regelgeving’ aangeboden als checklist om een aantal vragen te beantwoorden die betrekking hebben op de verwachte mate van naleving van de (toekomstige) wetgeving. Deze vragen moeten beantwoord worden in de toelichting bij de regeling (in geval van een wet respectievelijk AMvB aangeduid als memorie of nota van toelichting). Het doel ervan is om inzichtelijk te maken wat de verschillende (neven-)effecten zijn van de voorgestelde regelgeving. Een goede, heldere toelichting op de verwachte mate van naleving verhoogt bovendien de kwaliteit van een wetsvoorstel. Aan de hand van de Tafel van Elf worden hierna aanwijzingen gegeven over hoe een toelichting ten aanzien van deze aspecten op te bouwen.

Er wordt verder op gewezen dat er meerdere instrumenten voor de wetgever beschikbaar zijn zoals bijvoorbeeld de ‘ketenbenadering’ van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu en de ‘Aanwijzingen voor de Regelgeving’ van de Directie Wetgeving van het Ministerie van Justitie. Deze uitleg handelt alleen over de Tafel van Elf. De Tafel van Elf is ontwikkeld door de Inspectie voor de Rechtshandhaving van het Ministerie van Veiligheid en het Sanders Instituut van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

3. Inhoud Tafel van Elf A. Dimensies voor spontane naleving - T1 Kennis van regels - T2 Kosten/baten - T3 Mate van acceptatie - T4 Gezagsgetrouwheid doelgroep - T5 Informele controle B. Controle dimensies - T6 Informele meldingskans - T7 Controlekans - T8 Detectiekans - T9 Selectiviteit C. Sanctie dimensies - T10 Sanctiekans - T11 Sanctie-ernst Op de volgende pagina’s worden deze elf ‘tafels’ verder uitgewerkt en toegelicht. Met de toepassing van de Tafel van Elf is rekening gehouden bij de opbouw van de landelijke handhavingsstrategie. Hieronder worden deze elf ‘tafels’ verder uitgewerkt en toegelicht. A. Dimensies van spontane naleving Kennis van regels Soms is de regelgeving vaag of complex. Het wordt niet begrepen door de doelgroep. Hier prevaleert communicatie boven sanctioneren. 2. Kosten en baten Hier is calculerend gedrag aan de orde: is een overtreding lonend? Hier past sanctioneren en communiceren, maar dan als ‘naming and shaming’. 1.

3.

Mate van acceptatie

4.

Normgetrouwheid doelgroep

5.

Niet-overheidscontrole

Wordt het beleid door de doelgroep (burger of bedrijf) onderschreven? Betrek belangengroepen bij de formulering van het beleid. Het gaat hier om respect en vertrouwen. Een moeilijk te beïnvloeden dimensie, waarbij rekening moet worden gehouden met een sterke individualisering van de maatschappij De door de doelgroep ingeschatte kans op een positieve- of juist een negatieve sanctionering van hun gedrag. In deze categorie bevindt zich de bewuste overtreder met een calculerend gedrag.

B. Handhavingsdimensies Meldingskans De door de doelgroep ingeschatte kans dat een overtreder door een derde wordt gemeld (het verzoek om handhaving of klacht) en dat er vervolgens door de overheid daadwerkelijk wordt opgetreden. 7. Controlekans De kans dat daadwerkelijk wordt gecontroleerd wordt ingeschat door de doelgroep. Als de overheid “bekend staat” als één, die nauwelijks controleert of sanctioneert dan geeft dat aan het begaan van overtredingen een onjuiste impuls. Handhavingsbeleid moet stellig zijn en uitvoeringsresultaat laten zien. Communicatie van handhavingsresultaat werkt in die zin weer preventief. 8. Detectiekans Als er wordt gecontroleerd, dan kan niet altijd alles worden waargenomen. In controlerapporten gaan wij altijd uit “van het moment van de controle, voor zover wij hebben kunnen vaststellen”. Die laatste zin staat symbool voor de detectiekans, dikwijls behorend bij de calculerende overtreder 9. Selectiviteit Bij dit item behoort het uitvoeren van toezicht op basis van een naleefstrategie, waarbij recidivisten nadrukkelijker en frequenter worden gecontroleerd. De categorie “bewuste overtreders” calculeren de pakkans al in bij de dimensies controlekans respectievelijk detectiekans. C. Sanctie dimensies 10. Sanctiekans In deze categorie zit het bewuste calculerende gedrag van een potentiële overtreder.

De overheid kan na constatering van overtredingen sancties opleggen. Dit gebeurt echter niet altijd. Dit hangt af van zaken als het sepotbeleid, de bewijsbaarheid van overtredingen en het eventuele gedoogbeleid. Daardoor is het relevant te beoordelen in hoeverre de doelgroep verwacht straf te krijgen voor bepaalde overtredingen, ofwel naar de gepercipieerde sanctiekans. 11. Sanctie-ernst De hoogte van een sanctie heeft direct te maken met de hoogte van een dwangsom en/of de impact van bestuursdwang respectievelijk de gevolgen van een proces-verbaal. Ook kosten gerechtelijke kosten kunnen een rol spelen. Het proces van sanctieoplegging kan ook bijkomende, immateriële nadelen hebben zoals het verlies van reputatie. De hoogte en ernst van de verschillende soorten sancties zal niet op alle doelgroepen dezelfde impact hebben. De snelheid en zekerheid van sanctieoplegging kan die impact vergroten, bijvoorbeeld via het beleid van lik-op-stuk. 6.

Bijlage 12: Risicoanalyse en prioriteitenoverzicht 1. Risicoanalyse en prioriteitenoverzicht fysieke leefomgeving Hoogte risico = uitkomst risicoanalyse

Prioriteit

0 - 25

4

26 - 50

3

51 - 75

2

75 +

1

Bestuurlijk imago

Natuur/stadsschoon

Volksgezondheid

Fin.ec. schade

Sociale kwaliteit

Fysieke veiligheid 2

2

1

2

2

2

11

4

44

3

activiteit bouwen - publiek gebouw (industrie/kantoor) 3

2

1

1

2

2

11

4

44

3

activiteit bouwen - overige bouwwerken

1

1

1

1

2

2

8

4

32

3

activiteit planologisch strijdig gebruik

1

1

1

3

2

3

11

2

22

4

activiteit brandveilig gebruik

5

3

2

1

3

5

18

4

76

1

activiteit aanleg

2

2

1

3

2

2

12

2

24

4

activiteit monument

1

1

1

4

2

4

13

2

26

3

activiteit reclame

1

2

1

2

1

3

10

2

20

4

activiteit kappen/vellen houtopstanden

2

1

1

3

1

4

12

2

24

4

activiteit slopen

2

1

1

2

2

2

10

1

10

4

activiteit bouwen/gebruik - afloop tijdelijke omgevingsvergunning

2

3

2

2

2

2

13

4

52

2

activiteit sloop - met asbest

5

4

2

1

3

5

20

4

80

1

activiteit sloop - zonder asbest

2

1

1

1

2

2

9

1

9

4

activiteit bouwen - illegale bouwwerken, geen gebouw 1

1

1

2

1

4

10

5

50

3

ONDERWERPEN

gem

kans risico Prioriteit

Vergunninggebonden toezicht Controleren omgevingsvergunning activiteit bouwen - nieuwbouw/verbouw woning

Controleren sloopmelding

Niet vergunning gebonden en repressief toezicht 1

1

activiteit bouwen - illegaal bouwen, gebouwen (klein bouwwerk in de voortuin)

1

1

1

2

2

2

8

3

24

4

activiteit bouwen - illegaal bouwen - gebouwen (overig) activiteit gebruik - illegaal gebruik van bouwwerken en gronden (strijd bestemmingsplan/omgevingsplan)

3

3

1

2

2

3

14

3

42

3

2

2

2

2

1

3

11

3

80

activiteit sloop - illegale sloop met asbest

5

5

1

1

5

5

22

4

88

1

activiteit sloop - illegale sloop zonder asbest

2

2

1

1

5

5

16

4

64

2

3

Van een klein bouwwerk is sprake als het een oppervlakte heeft dat gelijk is aan of kleiner is dan 3 m2. Tevens is een klein bouwwerk niet hoger dan 1.5 meter.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12844026/1