Bijlage 2 Bestemmingsplan Het Oosterland - oorspronkelijke versie
Tekst van het document
• Buslijn 526: deze buurtbus rijdt vanaf Uithoorn via De Hoef, Mijdrecht Centrum, Vinkeveen, Nieuwer ter Aa naar Breukelen. Deze bus rijdt 1x per uur. Gecombineerd rijdt tussen Mijdrecht Centrum en Uithoorn busstation in de spits 6x per uur een bus, in de daluren is dit 3x per uur.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
24/88
afbeelding 15: lijnennetkaart dienstregeling vanaf 11 december 2022 (bron: Syntus lijnnetkaart provincie Utrecht)
Treinverbindingen zijn er niet in de directe omgeving. De meest nabijgelegen stations zijn in Breukelen en Abcoude. Een van de ontwikkelingen die spelen is het verlengen van de vernieuwde tramlijn de Amstelveenlijn naar het dorpscentrum van Uithoorn: de Uithoornlijn. Daarmee zal er in Uithoorn een tramverbinding zijn. 3.3.3 Parkeren en deelmobiliteit In het plan voor het nieuwe woongebied Het Oosterland wordt zoveel mogelijk het parkeren ondergebracht in hoven en geconcentreerde parkeerpockets en daarmee zo min mogelijk op het eigen terrein (met uitzondering van de vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen). Dit is mede om het gebruik van onder andere de fiets te stimuleren. Op enkele plekken zal sprake zijn van enkelzijdig langsparkeren langs de nieuwe ontsluitingsweg. De gemeente De Ronde Venen heeft haar parkeernormen neergelegd in het “Beleidsplan Verkeer 2017-2021” zoals vastgesteld op 24 november 2016. In dit beleidsplan staan parkeernormen voor verschillende functies, zoals wonen, werken, horeca, recreatie en maatschappelijke functies. In onderstaande tabel staan de parkeernormen voor wonen. Uitgaande van de gemiddelde norm voor ‘rest bebouwde kom’ betekent dit: categorie woning vrijstaand 2^1-woning Tussen/hoek
p-norm 2,2 per woning 2,1 per woning 1,9 per woning
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
25/88
Appartement duur 2,0 per woning Appartement midden 1,8 per woning Appartement goedkoop/RAR 1,6 per woning Tabel 2: parkeernormen voor woningen binnen ‘rest bebouwde kom’ (bron: Beleidsplan Verkeer 20172021)
Op basis van een globale berekening voor de stedenbouwkundige opzet is sprake van een behoefte van ca. 1.480 parkeerplaatsen. Het bestemmingsplan heeft een globaal karakter, waarbinnen de exacte verkaveling nog niet vastligt. Daarmee biedt het bestemmingsplan voldoende flexibiliteit om in het uiteindelijke stedenbouwkundige plan rekening te houden met de parkeernorm op basis van de uiteindelijke verkaveling en woningtypologie. In de regels is een verplichting opgenomen om te voldoen aan de parkeernormen. Mobility as a Service (deelmobiliteit) In Het Oosterland wordt ingezet op duurzaamheid in de brede zin van het woord. Bij de planontwikkeling wordt ingezet op het niveau ‘brons’ van het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht. Een van de onderdelen in het toetsingskader van het convenant is duurzame mobiliteit. Voor het niveau brons dient maximaal 90% van de parkeernorm gerealiseerd te worden om zo het gebruik van alternatieve vervoersmidden te stimuleren (fiets, OV, deelmobiliteit). Wat betreft de mobiliteit ligt de focus op het stimuleren van wandelen en (elektrisch) fietsen, worden elektrische laadpalen gerealiseerd om elektrisch rijden te stimuleren en wordt mogelijk deelmobiliteit ingezet om te voorzien in (een deel van) de mobiliteitsbehoefte van toekomstige bewoners, waarmee men wordt verleid om tweede auto niet aan te schaffen.
In het plan wordt ingezet op het aanbieden van Mobility as a Service, bestaande uit: • Aanbieden van verschillende typen (deel)mobiliteit (auto, bakfiets, e-bike, scooter, etc.). • Op alle momenten van de dag en alle momenten van de week (24/7). • Binnen één aanbiedingssysteem. • Waarmee kan worden voorzien in (een deel van) de verplaatsingsbehoefte van bewoners. • Binnen Het Oosterland met name bestemd ter vervanging van de tweede auto. Het gunstige fietsnetwerk van en nabij Het Oosterland en de beschikbaarheid van het OV in combinatie met de inzet op Mobility as a Service beïnvloedt het autogebruik van de bewoners. Zoals in voorgaande paragrafen besproken, concurreert binnen Mijdrecht de fiets met de auto en is de combinatie fiets+OV ook sterk. Daardoor en door de inzet van deelmobiliteit, worden bewoners verleid om in plaats van een eigen (tweede) auto gebruik te maken van deelmobiliteit, de eigen (elektrische) fiets en het openbaar vervoer. Daarom is voor de geplande functies en inrichting van Het Oosterland het uitgangspunt gehanteerd dat per 50 woningen één setje aan deelmobiliteit wordt gestald (een set is een combinatie van verschillende typen voertuigen). Er wordt aan drie kleinschalige buurthubs (per hub één à twee setjes) gedacht, met een (kleine) variëteit aan deelvervoer. De loopafstand die wordt aangehouden is maximaal 250 meter van woning tot hub.
Gezamenlijk vervangt één setje aan deelmobiliteit 10 eigen auto’s. Waarbij het setje aan deelmobiliteit circa 2 parkeerplaatsen aan ruimte inneemt: 1 parkeerplaats voor een deelauto en circa 1 parkeerplaats aan ruimte voor overige deelmobiliteit. Per setje aan deelmobiliteit kan daarom rekening worden gehouden met een reductie van 8 parkeerplaatsen. Met de realisatie van 830 woningen bij Het Oosterland, is de inzet van 16 setjes aan deelmobiliteit passend. Dit leidt tot een reductie van 160 parkeerplaatsen, waarbij gelijktijdig 32 parkeerplaatsen benodigd zijn voor het stallen van de deelmobiliteit. Per saldo neemt wordt daarmee een reductie van 128 parkeerplaatsen bewerkstelligd. Dat is een reductie van circa 10% ten opzichte van de parkeerbehoefte. Dit is een parkeerbehoefte van 1.353 parkeerplaatsen. Het maatregelenpakket sluit aan bij het Convenant duurzame woningbouw Utrecht (ambitieniveau brons)1.
Bij de planontwikkeling wordt ingezet op het niveau ‘brons’ van het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht. Een van de onderdelen in het toetsingskader van het convenant is duurzame mobiliteit. Voor het niveau brons dient maximaal 90% van de parkeernorm gerealiseerd te worden om zo het gebruik van alternatieve vervoersmiddelen te stimuleren (fiets, OV, deelmobiliteit). 1
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
26/88
De reductie van de parkeerplaatsen van ca. 10% leidt ook tot een reductie in de verkeersgeneratie van 10%. In de regels van het bestemmingsplan is opgenomen dat er moet worden voldaan aan de parkeernormen uit het Beleidsplan Verkeer 2017-2021. Bij het inzetten van Mobility as a Service bieden de regels de mogelijkheid om af te wijken van de parkeernorm. Een set aam deelmobiliteit leidt dan tot reductie van tien parkeerplaatsen en dient ten minste uit één deelauto en een ander vervoersmiddel te bestaan.
3.4
Duurzaamheid
3.4.1 Integrale benadering van duurzaamheid De ervaring leert dat realisatie van een duurzame woningbouwlocatie alleen succesvol is als al bij de start een integrale duurzaamheidsambitie wordt geformuleerd. Duurzaamheid raakt veel, zo niet alle disciplines in een ontwikkellocatie: architectuur, materiaalgebruik, techniek, landschap en openbare ruimte. De ambitie is om het plan energieneutraal te maken. De historie van veengronden en droogmakerijen vormen de basis voor de planvorming voor Het Oosterland. In het plan wordt rekening gehouden met verschillende uitdagingen zoals bodemdaling, wateroverlast en verdroging. Het doel is om een voorbeeldwijk voor het bouwen in veenweidegebieden te realiseren. En daarmee een gebied te maken dat de klimaatverandering aankan. In Het Oosterland wordt op meerdere gebieden ingezet op duurzaamheid. De doelstelling is het terugdringen van het energieverbruik, opwekken van eigen energie, vergroting van het duurzaamheidsbewustzijn onder de bewoners en stimulering van de groene mobiliteit via wandel- en fietsmogelijkheden en de inzet van ‘Mobility as a service’ met elektrische deelfietsen en deelauto’s en een netwerk van laadpalen. Er wordt daarnaast ingezet op herbruikbare bouwmaterialen. Al deze maatregelen hebben een grotere impact op de ontwikkeling van de locatie dan toepassing van meer conventionele oplossingen en technieken.
De inrichting en materiaalkeuzes zijn afgewogen op de impact op de biosfeer en de vereiste levensduur en het onderhoud. Het versterken van het polderlandschap en het introduceren van een nieuwe groenblauwe ecologische structuur levert een forse bijdrage aan een gezond microklimaat voor mens en dier, beperkt de bodemdaling en geeft ruimte om water te bufferen. Het ontwerp voor Het Oosterland heeft een meervoudig doel. Naast een prettig woonklimaat wordt de kans op hittestress verminderd en levert het een positieve bijdrage aan de biodiversiteit en waterretentie (vasthouden van water in het gebied). Het Oosterland is ontworpen als een natuurinclusief gebied op basis van de bestaande omgevingskwaliteiten. Het ontwerp geeft invulling aan de vijf klimaatdoelen die de provincie Utrecht heeft benoemd voor de bebouwde omgeving in de document ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen’ (juni 2021) en het ‘Convenant Duurzame woningbouw’ (maart 2022): • Doel 1 – Bodemdaling van het gebouwd gebied blijft beheersbaar en betaalbaar. • Doel 2 – Tijdens hitte biedt de gebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. • Doel 3 – Langdurige droogte leidt niet tot structurele schade aan bebouwing, funderingen, wegen, groen, water en vitale en kwetsbare functies.
• Doel 4 – Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit worden versterkt via het leidend principe in het toepassen van klimaatadaptieve maatregelen dat natuurlijke oplossingen altijd de voorkeur hebben boven ‘grijze’ oplossingen (‘groen, tenzij….’). • Doel 5 – De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen door dijkdoorbraken. 3.4.1.1 Doel 1 – Bodemdaling beheersbaar en betaalbaar houden De ontwikkeling Het Oosterland zet zich in bodemdaling binnen de plangrenzen te beperken. Het plangebied is zettingsgevoelig door de grillige samenstelling van de ondergrond met veen. Gegevens uit de Klimaateffectatlas schetsen, op basis van de bodem en het ondergrondse watersysteem, een te verwachten daling van 10 tot 40 centimeter in de komende 30 jaar. De daling van de bodem wordt op deze manieren beperkt:
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
27/88
• • •
Door het verhogen van het waterpeil zullen de kwelstromen vanuit de Bovenlanden en Kerkvaart naar verwachting afnemen. Het langer vasthouden van (hemel)water in het gebied is eveneens belangrijk voor het beperken van de bodemdaling. De benodigde drooglegging voor wegen en huizen wordt minimaal gehouden. Hierdoor hoeft er minder grond te worden opgebracht en dit minimaliseert het gewicht dat drukt op de bestaande bodem. Door het gebruik van lichte bouwmaterialen en het bouwen op palen wordt de belasting op de zettingsgevoelige bodem beperkt. Bij het ophogen van het maaiveld wordt zo min mogelijk gebruik gemaakt van externe materiaal.
In de waterparagraaf (zie par. 5.4) is nader beschreven wat de huidige waterpeilen en grondwaterstanden zijn en welke maatregelen er worden genomen ten behoeve van dit doel. 3.4.1.2 Doel 2 – Beperken van hittestress. Komende decennia zullen hogere temperaturen invloed hebben op de gezondheid van zowel de mens als de natuur. De stijging zorgt voor zuurstofstress in de bodem en het water, dat een negatieve invloed heeft op de biodiversiteit en in het ergste geval kan leiden tot botulisme. In het plangebied is de verwachtte zuurstofstress in de bodem hoog. In het ontwerp wordt daarom gestreefd naar veel schaduw op een zomerse dag op verblijfsplekken en langzaam verkeerroutes. Door het realiseren van schaduwplekken wordt koelte geboden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van opgaande beplanting zoals bomen. Bij de selectie van beplanting wordt gekeken naar de klimaatbestendigheid van de soorten. Vooral rond parkeerplaatsen, woningen en openbaar toegankelijke plekken zal beplanting worden toegepast. Hierdoor zijn er altijd dichtbij koele verblijfsplekken aanwezig. Tot slot wordt er in het plan gezorgd voor een goede doorstroming in het watersysteem en hebben de watergangen voldoende diepte om opwarming te beperken. De groenblauwe structuur biedt ook ruimte aan wind en in combinatie met het watersysteem geeft dit ook verkoeling in het woonklimaat van de wijk.
3.4.1.3 Doel 3 – Schade door langdurige droogte beperken In de nieuwe groenblauwe hoofdstructuur wordt het hemelwater opgevangen en vastgehouden. Zo fungeert het landschappelijk raamwerk als waterbergingsgebied voor periodes van droogte. Er komen flauwe oevers, waardoor er een grote buffercapaciteit ontstaat. Het vasthouden van het hemelwater is ook goed voor de natuur en creëert een robuust en flexibel watersysteem. De kleine schommelingen in het waterpeil zijn gunstig voor de ontwikkeling van rietkragen en diverse oeverbeplanting. 3.4.1.4 Doel 4 – Groenblauwe structuren en de gebiedseigen biodiversiteit versterken Het leidend principe in het plan is dat natuurlijke oplossingen bij klimaatadaptieve maatregelen de voorkeur hebben boven ‘grijze’ oplossingen (‘groen, tenzij…). De groene buitenruimte wordt divers en zeer gradiëntrijk, er zijn zowel natte als droge vegetaties aanwezig. Hierdoor is er sprake van een breed palet aan vegetatiesoorten die passen bij de samenstelling van de bodem en grondwaterstand. Door de kiezen voor inheemse soorten wordt aangesloten op de omgeving en het leefgebied voor insecten en dieren uitgebreid en verrijkt. Zo zal er op de oeverlandjes in de parkzone een inheems kruidenrijk grasland worden ingezaaid en boomgaardjes aangeplant. Langs de waterpartijen wordt oevervegetatie en rietgroei gestimuleerd.
In de architectuur wordt ruimte gereserveerd voor kasten voor vogels en vleermuizen. Bij het lichtplan voor de openbare ruimte wordt gekeken naar de juiste verdeling tussen veiligheid en onnodige lichtvervuiling. In het plan is aandacht op de samenhang tussen lage vegetatie, hagen of struweel en bomen. In de buurten is er veel groen aanwezig. Het zorgen voor verschillende vegetatiehoogten levert een belangrijke plus ten aanzien van de huidige biodiversiteit en het vrij open aangrenzende polderlandschap. De doorlopende structuren in het plan, zoals het watersysteem en de lanen
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
28/88
vormen belangrijke lijnvormige elementen voor het verplaatsen van soorten als vleermuizen, vogels en insecten. Doel 5 – De gebouwde omgeving is via gevolgbeperking voorbereid op overstromingen door dijkdoorbraken. Het plangebied ligt in overstroombaar gebied, zoals ook in paragraaf 5.4.2.4 is beschreven. Er is een beperkt risico van een overstroming, aangezien de kans dat een van de dijken doorbreekt een kleine faalkans hebben van 1 keer in de 300 tot 1 keer in de 3.000 jaar. Ophoging in de toekomstige situatie zorgt ervoor dat de overstromingsdiepte ter plaatse van het plangebied afneemt. Bij een wegpeil van NAP -4,60 m is geen sprake meer van overstroming bij een gebeurtenis die 1/100 jaar voorkomt. Daarmee zijn er geen grote gevolgen. Aanvullend zal standaard het vloerpeil 20 cm boven maaiveld worden aangelegd. , ongeacht de kans op een waterdiepte op deze locatie. Zie verder ook de maatregelen in paragraaf 5.4.2. 3.4.1.5
3.4.2 Ontwerpregels duurzaamheid De duurzaamheidsdoelen die zijn gesteld, leiden tot een aantal technische ontwerpregels. Deze hebben deels invloed op de ruimtelijke invulling van Het Oosterland maar zijn vooral leidend in de uitwerking van dit gebied. De ambitie van de gebiedsontwikkeling Het Oosterland is een voorbeeldwijk te realiseren voor het bouwen in laaggelegen polderontginningen. Een gebied dat decennialang veranderende omstandigheden van het klimaat aan kan. De technische ontwerpregels: • Bouw licht of op palen i.v.m. beperken bodemzetting; • Beperk vergravingen en ophogen van bodem; • Bouw overstromingsbestendig; • Houd hemelwater vast; • Zorg voor voldoende doorstroming van water en waterdiepte; • Beperk verharding/bebouwd oppervlak i.v.m. hittestress en wateropgave; • Zet in op een energie neutrale woonwijk; • Zet in op innovatieve energieconcepten; • Natuurinclusieve bouw voor bijdrage aan de biodiversiteit; • Gebruik duurzame materialen en waar mogelijk circulair; • Het uitgangspunt voor het gehele plan is het niveau ‘brons’ van het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht. Energie en warmte De ambitie van het plan ten aanzien van energiegebruik richt zich op het optimaliseren en energieneutraal maken van de energiestromen.
De basis voor energiezuinig bouwen is een goede balans tussen een lage energievraag vanuit een goed ontworpen bouwkundige schil en efficiente installaties voor een laag energieverbruik. In veel projecten worden grondgebonden woningen gerealiseerd die energieneutraal zijn (genormeerd gebouwgebonden energiegebruik is nul, ook wel EPC 0) of woningen die energie-notaloos zijn (netto geen energielasten op basis van standaard uitgangspunten en met inachtneming van teruggave energiebelasting). Het streven voor Het Oosterland is om energieneutrale woningen te realiseren. Naadloze integratie van techniek en architectuur is hierbij het vertrekpunt.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
29/88
4 Wetgeving en beleidskaders
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de inhoud van het ruimtelijk relevante beleid op rijks-, provinciaal en gemeentelijk schaalniveau.
4.2
Rijksbeleid
4.2.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Vanaf 1 januari 2024 treedt de nieuwe Omgevingswet in werking. De Omgevingswet bundelt alle huidige wetten over de leefomgeving. Daarbij hoort ook één rijksvisie op de leefomgeving. Het Rijk heeft op 11 september 2020 de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: ‘(a) bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften’. Deze dubbele doelstelling uit de Omgevingswet is vertaald in een omgevingsinclusieve benadering van de leefomgeving: ontwikkeling van de leefomgeving gaat samen met versterking van te beschermen waarden als gezondheid, landschap, waterveiligheid, natuur, cultureel erfgoed, leefomgevingskwaliteit en milieukwaliteit. In de NOVI zijn de maatschappelijke opgaven samengevat in vier prioriteiten: • ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie • duurzaam economisch groeipotentieel • sterke en gezonde steden en regio’s • toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Met betrekking tot ‘sterke en gezonde steden en regio’s’ is in de NOVI aangegeven dat vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig zijn voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Tegelijk streeft men naar een verbetering naar de leefbaarheid en klimaatbestendigheid in steden en dorpen. Schonere lucht, voldoende groen en water en genoeg publieke voorzieningen waar mensen kunnen bewegen (wandelen, fietsen, sporten, spelen), ontspannen en samenkomen. Betekenis voor het plan In de omgevingsvisie is in beleidskeuze 2.4 het volgende opgenomen: “overheden investeren in een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving in steden en regio’s en bevorderen een onderscheidend en aantrekkelijk vestigingsklimaat”. In opgave 5 uit de Nationale Omgevingsvisie is beschreven dat de woningvoorraad met circa 1,1 miljoen woningen vergroot moet worden binnen 30 jaar. Met de Nationale Omgevingsvisie wordt er gebouwd aan sterke, aantrekkelijke en gezonde steden. Een doelstelling is om woningbouw vooral binnen het Stedelijk Netwerk Nederland plaats te laten vinden. Mijdrecht valt onder het Stedelijk Netwerk Nederland en bezit een grote woningbehoefte binnen 30 jaar.
Het Rijk kiest ervoor om bereikbaarheid en omgevingskwaliteit als belangrijkste voorwaarden te stellen ten aanzien van nieuwe woon- en werklocaties.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
30/88
De ontwikkeling van Het Oosterland draagt bij aan de benodigde versnelling van de bouw van nieuwe woningen. Het plan heeft hoge ambities op het gebied van duurzaamheid en klimaatadaptatie. Er wordt een nieuw woongebied ontwikkeld met veel ruimte voor water en groen. Zo ontstaat een gezond toekomstbestendig woon- en leefgebied. Uit het mobiliteitsonderzoek (zie paragraaf 5.6) blijkt dat de extra verkeersbewegingen goed zijn af te wikkelen. De beoogde ontwikkeling sluit goed aan bij de beleidsdoelen die op rijksniveau in de NOVI zijn gesteld. 4.2.2 Besluit ruimtelijke ordening / Ladder voor duurzame verstedelijking 4.2.2.1 Kader In het Besluit ruimtelijke ordening is de Ladder voor duurzame verstedelijking als motiveringseis opgenomen. Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een optimale en zorgvuldige benutting van de ruimte nagestreefd. Gemotiveerd dient te worden hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt ten aanzien van het ruimtegebruik.
Deze motiveringsplicht is in artikel 3.1.6, lid 2, Bro als volgt geformuleerd: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.” 4.2.2.2 Betekenis voor het plan Het bestemmingsplan maakt een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk buiten het bestaand stedelijk gebied. Zodoende is van belang om in te gaan in de behoefte aan de ontwikkeling en waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied kan worden voorzien in deze behoefte. Voor de onderbouwing van de behoefte wordt aangesloten bij het regionaal afgestemde woningbouwprogramma dat in het Programma Wonen en Werken van de Provincie Utrecht is opgenomen en ook onderdeel uitmaakt van de Woondeal Regio U10 van 6 maart 2023. De provincie Utrecht heeft in overleg met de gemeenten en deelregio’s een regionale programmering gemaakt voor nieuwbouw van woningen in de provincie. Voor het bestemmingsplan is het (ontwerp) Programma Wonen en Werken 2023 van belang. Dit programma zal medio 2023 worden vastgesteld en daarmee van toepassing zijn voor het Oosterland.
Hieronder is ingegaan op de kwantitatieve behoefte die uit het programma volgt. Er zijn ook kwalitatieve uitgangspunten meegegeven aan de typologie en prijsklassen en aan het realiseren van nieuwe landschappelijke, ecologische en hydrologische waarden (meer groen, meer water en meer biodiversiteit) en het verminderen van de bodemdaling in het veenweidegebied. Die zijn beschreven in paragraaf 4.3.1.6. Het plan voldoet daar overigens aan en is in lijn met de kwalitatieve opgaven en uitgangspunten. De provincie Utrecht is een aantrekkelijke provincie, waar veel mensen met plezier wonen. Door de aanwezigheid van opleidingen en bedrijven en instellingen willen veel mensen in de provincie (blijven) wonen. In de huidige krappe woningmarkt is het vinden van een geschikt huis een lastige opgave. Eén van de oplossingen om de woningmarkt vlot te trekken is het bouwen van voldoende woningen, en liefst zo snel mogelijk. De woningbehoefte in provincie is verdeeld over de regio’s U16, Amersfoort en Foodvalley. De gemeente de Ronde Venen valt onder de regio U16. Dit is een grote regio, welke weer onderverdeeld is in West, Oost en Midden, waarvan De Ronde Venen onder U16 West valt.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
31/88
afbeelding 16: regio indeling volgens het Programma Wonen en Werken Provincie Utrecht
In het Programma Wonen en Werken is beschreven dat in de regio U16 sprake is van een woningtekort van 23.623 woningen in 2022. In de periode 2022 tot en met 2030 is sprake van een behoefte van 81.800 woningen. Er wordt een bandbreedte gehanteerd, waarbij de onderkant van de bandbreedte alleen de toename van de woningbehoefte faciliteert en de bovenkant ook het volledig inlopen van het woningtekort faciliteert. De bandbreedte voor de regio waar De Ronde Venen in ligt, bedraagt 48.500 tot 66.600 voor de periode tot en met 2030 en 81.800 – 105.400 voor de periode tot en met 2039. Het totale programma woningbouw voor de regio U16 tot en met 2030 omvat 61.169 woningen en valt binnen de genoemde bandbreedte van 48.500 tot 66.600. Hiermee wordt een deel van het tekort in de regio ingelopen voor de periode tot en met 2030. Voor de periode tot en met 2039 is er sprake van bruto plancapaciteit van 129.000 woningen. Hierin zijn ook plannen meegenomen waar de provincie geen instemming op heeft gegeven en is vaak een hoge mate van onzekerheid bevatten. De kans op planuitval is dan ook groter naarmate verder in de toekomst wordt gekeken. Het aantal is hoger dan de bandbreedte van 81.800 tot 105.400 woningen. Omdat er altijd sprake is van planuitval, is extra plancapaciteit nodig. In het algemeen wordt uitgegaan van zo’n 30%.
Dat is in lijn met de vraag van het Ministerie van BZK, die graag ziet dat er tot 2030 130% plancapaciteit beschikbaar is. Deze 130% wordt gerelateerd aan het beoogde programma (84.451 woningen). De nu bekende bruto plancapaciteit voldoet aan deze opgave. In de gemeente De Ronde Venen worden twee uitleglocaties gerealiseerd. De gemeente heeft een fors tekort aan woningen om de eigen behoefte op te vangen en heeft naast een stevig binnenstedelijk programma ook behoefte aan uitleglocaties. Binnenstedelijk is onvoldoende ruimte om het gewenste programma te realiseren. Een van de uitleglocaties die met het (ontwerp) Programma Wonen en Werken 2023 mogelijk wordt gemaakt, betreft de transformatie van verouderd glastuinbouwgebied Tuinderslaan/Oosterland. In het (ontwerp) programma is opgenomen dat er sprake is van 600 woningen in de periode t/m 2030 en in totaal 755 woningen. Op grond van de Interim Verordening kunnen deze locaties worden geprogrammeerd. In het bestemmingsplan zijn meer woningen opgenomen dan de genoemde 755, namelijk 830 woningen. Dit is om planologisch alvast ruimte voor meer woningen te creëren, aangezien er een dergelijk grote opgave ligt in de gemeente en in de regio en mocht er in overleg met de provincie behoefte zijn aan meer woningen.
Zeker gelet op de lange ontwikkeltermijn waarbij een deel pas na 2030 zal worden gerealiseerd, is het goed om al over harde plancapaciteit te beschikken. In de Woondeal Regio U10 is in meer detail ingegaan op de behoefte en plancapaciteit in de gemeente De Ronde Venen. Het Oosterland is in de Woondeal als één van de sleutelprojecten opgenomen in de plancapaciteit van de gemeente De Ronde Venen. In onderstaande tabel is
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
32/88
de bruto te realiseren nieuwbouw afgezet tegen de beschikbare bruto plancapaciteit en het aantal ‘harde plancapaciteit’. Onder de Bruto plancapaciteit zijn ook vertrouwelijke plannen opgenomen en zijn zowel harde als zachte plannen opgenomen, zodat er schuifruimte is bij uitval. Met harde plannen worden plannen bedoeld waar grote mate van zekerheid is over de realisatie (bestemmingsplan vastgesteld). Te zien is dat er nog geen harde capaciteit is voor de periode na 2025. Met het Oosterland voor het Oosterland zal een deel van de bruto plancapaciteit verschuiven naar de harde plancapaciteit. Dit is hard nodig om te voorzien in de woningbehoefte.
afbeelding 17: tabel Woondeal regio U10 – specifiek voor De Ronde Venen (bron: Woondeal regio U10 maart 2023).
Geconcludeerd kan worden dat het Oosterland opgenomen is in het provinciale woningbouwprogramma, past binnen de bandbreedte van de behoefte en ook regionaal is afgestemd. Uit de cijfers in de Woondeal is af te leiden dat er voldoende behoefte is voor het in het plan opgenomen woningbouwprogramma en dat door het vaststellen van het bestemmingsplan voor Het Oosterland er eindelijk sprake is harde plancapaciteit voor de periode na 2026. Geen binnenstedelijke mogelijkheden Zoals ook in het provinciale programma Wonen en Werken 2023 is beschreven, is er sprake van een forse inzet op het realiseren van binnenstedelijke woningbouw. Dit is echter niet voldoende om te voorzien in de behoefte. Daarom is het nodig om ook woningen buiten het bestaand stedelijk gebied te realiseren. Er zijn binnen de gemeente De Ronde Venen geen locaties beschikbaar waar het voorgenomen programma van Het Oosterland te realiseren is. Daar komt bij dat het continueren van de huidige glastuinbouw ook geen optie is en de realisatie van woningbouw bij zal dragen aan het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit door in te zetten op veel groen, water en recreatieve verbindingen. Ook draagt de wijziging van agrarisch naar wonen bij aan een van de kernopgaven in ‘t Groene Hart: namelijk het stabiliseren van veenbodems en het robuust inrichten van het watersysteem.
Marktanalyse Voor Het Oosterland is een marktanalyse gemaakt (zie ook de Gebiedsvisie als bijlage bij het vastgestelde Ruimtelijk Kader Het Oosterland). Hierbij is gekeken naar welke leefstijlen er passen bij de locatie en de bedachte visie en wat voor hun kenmerkend is. De ruimte in de woningmarkt van Mijdrecht (en omgeving) wordt bepaald door deze groepen en hun verhuisbereidheid. Tevens zijn hun wensen ten aanzien van de woningtypes, koop/huur en prijsniveau onderzocht. Daarnaast is er gekeken naar bestaande bronnen: Structuurvisie De Ronde Venen 2030, onderzoek van ABF Research, Woonvisie Ronde Venen 2025, de krapte indicator van de NVM en marktgegevens van Rigo. Op basis van het onderzoek en de bronnen kunnen de volgende conclusies getrokken worden:
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
33/88
• •
• • • • • •
Er is voldoende vraag naar voor zowel de grondgebonden als de gestapelde woningen in Het Oosterland; Er wordt verwacht dat meer dan de helft van de mensen die in Het Oosterland willen wonen uit de gemeente zelf komen, daarnaast is er een toeloop uit omliggende gemeenten tot aan Amsterdam. Het lokale beeld laat zien dat: o Oudere paren en gezinnen met schoolgaande kinderen de hoogst verhuisbereidheid hebben, terwijl regionaal ook meer middelbare en oudere alleenstaanden voorkomen; o In de koopsector is er vraag naar alle woningtypes, maar de grootste vraag is naar rijwoningen; o In de huursector is er vooral behoefte aan rijwoningen en kleine en middelgrote appartementen. Heel beperkt is er in de huursector vraag naar hoekwoningen en naar grote appartementen (vrije sector huur); o Voor de behoefte naar de appartementen valt op dat er beperkte vraag is naar de kleinste appartementen (<50 m2). De grootste vraag (huur en koop) is naar appartementen van 50-90 m2. Naarmate de appartementen groter worden, neemt de vraag af; o Voor koopappartementen is er vraag naar alle groottes.
Voor sociale huur vooral van 50-110 m2 en voor de vrije sector huur van 50-130 m2; Grootste groep vertrekkers gaan veelal naar Amsterdam en zijn jongeren van 15-25 jaar; Geen bevolkingsgroei tot 2025 in Mijdrecht (mede vanwege de krapte op de woningmarkt), vanaf 2030 is er wel groei; Tot 2025 wel toename van huishoudens van 6%; Toename van ouderen; Toename van alleenstaanden; Aandeel huishoudens met “sociaal inkomen” blijft gelijk op circa 35%.
Het programma bevat 30% sociale huur en 5% middeldure huur/ goedkope koop (tot 300.000 euro) en 20% betaalbare koop (tot 355.000 euro). Er is grote vraag naar goedkope en betaalbare woningen voor inwoners die te veel verdienen voor een sociale huurwoning. De stedenbouwkundige opzet en verkaveling dient een sterke mate van flexibiliteit te hebben om toekomstige marktveranderingen op te kunnen vangen. De verdere uitwerking van het beoogde programma komt in het stedenbouwkundig plan. In de uitwerking is van belang dat in elke bouwfase het aandeel sociaal, middelduur en betaalbaar gerealiseerd wordt.
4.3
Provinciaal beleid
4.3.1 Omgevingsvisie en Interim Omgevingsverordening De provincie Utrecht werkt vanaf 1 april 2021 met de Omgevingsvisie en interim Omgevingsverordening. Deze zijn op 10 maart 2021 vastgesteld door Provinciale Staten. In de Omgevingsvisie staat hoe de provincie zich wil voorbereiden op de toekomst en gaat over de fysieke leefomgeving. In de Omgevingsvisie zijn de kwaliteiten beschreven en is ingegaan op de ontwikkelingen en ruimte vragen in de provincie, zoals bijvoorbeeld de bevolkingsgroei en het opwekken van duurzame energie. De Omgevingsvisie vervangt de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie, het Bodem, Water en Milieuplan en het Mobiliteitsplan. In de Interim Omgevingsverordening (hierna: Interim OV) staan de juridische regels die bij de Omgevingsvisie horen. De Interim OV vervangt bestaande verordeningen zoals de provinciale ruimtelijke verordening, de milieuverordening, de natuur- en landschapsverordening en de wegenverordening.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
34/88
De Omgevingsvisie is uitgewerkt in zeven thema’s, te weten: • Stad en land gezond • Klimaatbestendig en waterrobuust • Toekomstbestendige natuur en landbouw • Duurzame energie • Vitale steden en dorpen • Duurzaam gezond en veilig bereikbaar • Levend landschap, erfgoed en cultuur Alle thema’s staan niet op zichzelf, maar worden in samenhang bekeken. Door slim combineren en concentreren wil de provincie de ruimte optimaal gebruiken. Voor het plan zijn de volgende onderwerpen uit het provinciaal beleid relevant: • Watersysteem (hoofdstuk 2 Interim OV); • Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4 Interim OV); • Natuur (hoofdstuk 6 Interim OV); • Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7 Interim OV); • Landbouw (hoofdstuk 8 Interim OV); • Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9 Interim OV). Wat dit betekent voor het onderhavige bestemmingsplan is beschreven in de paragrafen 4.3.1.1 tot en met 4.3.1.6. 4.3.1.1 Watersysteem (hoofdstuk 2 Interim OV) Langs de Kerkvaart aan de noordzijde van het plangebied ligt een vrijwaringszone vanwege de regionale waterkerende functie. En het plangebied ligt in gebied dat in de Interim OV is aangewezen als overstroombaar gebied (art. 2.10 Interim OV). Een bestemmingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen overstroombaar gebied bevat bestemmingen en regels die rekening houden met overstromingsrisico’s.
Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. Betekenis voor het plan Waterveiligheid en het beperken van gevolgen bij overstromingen is een belangrijk thema van de gebiedsontwikkeling. In paragraaf 5.4.2.2 is nader ingegaan op het aspect veiligheid, waaronder ook de risico’s van overstroming en de omgang hiermee in het plan. Voor die delen van het plangebied waar de vrijwaringszone met het plangebied overlapt, heeft het bestemmingsplan bestemmingen en regels opgenomen die de waterkerende functie beschermen. 4.3.1.2 Bereikbaarheid en mobiliteit (hoofdstuk 4 Interim OV); De provinciale wegen rond het plangebied zijn onderdeel van het ‘Provinciaal bereikbaarheidsnetwerk’. In hoofdstuk 4 van de Interim OV zijn regels gesteld ten aanzien van de aspecten bereikbaarheid en mobiliteit voor de specifiek aangewezen provinciale wegen. Wanneer het in het bestemmingsplan opgenomen programma kan leiden tot een mogelijke verslechtering van de bereikbaarheid of toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, dient een mobiliteitstoets uitgevoerd (in de Interim OV is dit opgenomen als Bijlage 13 Mobiliteitstoets Cultuurhistorie).
Binnen deze mobiliteitstoets worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt, waarbij ook realisatie en financiering van deze maatregelen aan bod komen. Betekenis voor het plan Voor het plan is onderzoek uitgevoerd naar de verkeerskundige inpassing in het verkeersnetwerk. Dit is nader beschreven in paragraaf 5.6. Gelet op de uitkomsten van het onderzoek is het plan inpasbaar en leidt het programma niet tot een toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoersnetwerk.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
35/88
4.3.1.3 Natuur (hoofdstuk 6 Interim OV); Natuurnetwerk, Groene Contour en weidevogelkerngebieden Het plangebied ligt niet binnen het Natuurnetwerk Nederland, Groene Contour of weidevogelkerngebied. Het gebied aan de zuidwestzijde van de Oosterlandweg is wel een weidevogelkerngebied, hierbinnen gelden restricties voor plannen die betrekking hebben op realisatie van windturbines en zonne-energie. Aangezien het plangebied er buiten ligt, gelden er geen regels vanuit de Interim OV op dit onderwerp voor het bestemmingsplan. Houtopstanden Het plangebied ligt in gebied dat is aangewezen ter bescherming van houtopstanden (hoofdstuk 6, artikelen 6.18 t/m 6.23). Het gaat om een uitwerking van de regels uit hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming. Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een oude bosgroeiplaats en er zijn ook geen waardevolle oude boskernen aanwezig. In paragraaf 5.5.2.3 is ingegaan op de toets van de voorgenomen ontwikkeling aan de regels ten aanzien van houtopstanden. 4.3.1.4 Cultuurhistorie en landschap (hoofdstuk 7 Interim OV); Cultuurhistorie Het plangebied ligt niet binnen een Unesco werelderfgoedgebied of cultuurhistorisch waardevol gebied dat in de Interimverordening is aangewezen in deze artikelen. Landschap In artikel 7.9 van de Interim OV zijn regels ten aanzien van het landschap opgenomen.
Het bestemmingsplan dient bestemmingen en regels te bevatten ter bescherming van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten, zoals genoemd in de het ‘Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen, deelkatern Groene Hart. Ook mogen de nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in het plangebied voorkomende kernkwaliteiten. Het plangebied ligt in het Nationaal Landschap het ‘Groene Hart’. Het Groene Hart heeft een zeer divers landschap met grote tegenstellingen. Kenmerkend zijn de rustige en weidse open weidegebieden, maar er zijn ook dynamische zones met economische dragers en transportassen. Vroeger waren dat vooral de rivieren en hun oevers, tegenwoordig zijn dat wegen, spoorlijnen en kanalen. In het Groene Hart vinden we verder naast groen ook boerderijlinten, dorpen en grotere steden als Woerden en Mijdrecht. Het Nationaal Landschap het Groene Hart vervult een belangrijke functie als recreatiegebied voor de steden die er omheen liggen en ontleent daar mede haar bestaansrecht aan. Deze recreatieve functie zorgt voor reuring. De kernkwaliteiten zijn de openheid, (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing en een landschappelijke diversiteit. Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschap.
Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: • openheid en intimiteit • rust en reuring • oude en nieuwe overgangen Betekenis voor het plan De ruimtelijke structuur van het plan komt voort uit de cultuurhistorische en landschappelijke analyse van de omgeving van het plangebied. In paragraaf 3.1 is hier nader op ingegaan. In het plangebied is geen sprake van de kenmerkende weidse openheid van de droogmakerij. Alleen het deel tussen het Wickelhofpark en de kassen kent openheid. Het opgaande groen in de tuinen en de bomen langs onder andere de Tuinderslaan en de aanwezige bedrijfsbebouwing en kassen zorgen dat het plangebied een heel ander karakter heeft dan de rest van de droogmakerij.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
36/88
De landschappelijke en stedenbouwkundige analyse hebben geleid tot een integrale visie op het projectgebied Het Oosterland. Het Oosterland heeft van oorsprong een robuuste uitstraling, gelijk aan de Biesbosch met zijn getijdekreken. Dit landschap is de basis voor het plan. De kwaliteiten zijn de lange polderlijnen, het contrast tussen groen en blauw en de vergezichten. Deze ingrediënten zijn vertaald in een groenblauw raamwerk. Het historische landschap van de droogmakerij vormt de basis voor het nieuwe woongebied. Binnen deze structuur wordt een nieuw duurzaam woongebied voorzien met een orthogonale opzet met herkenbare landschappelijke lijnen en een nieuwe groenblauwe ecologische structuur die dwars door het gebied loopt. Zo vormt het nieuwe woongebied een overgangszone van het stedelijk gebied van Mijdrecht naar het Groene Hart, met ruimte voor recreatieve verbindingen. 4.3.1.5 Landbouw (hoofdstuk 8 Interim OV); In hoofdstuk 8 van de Interim OV is ingegaan op de regels ten aanzien van landbouw. Relevant voor de voorgenomen ontwikkeling is dat het plangebied is aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied, zie ook paragraaf 1.1 en paragraaf 4.4.1. Betekenis voor het plan Het gebied aan de Tuinderslaan is een van de twee glastuinbouwconcentratiegebieden in de gemeente en heeft weinig tot geen potentie als duurzaam glastuinbouwgebied.
Door het gemengde karakter kunnen belemmeringen ontstaan voor de uitbreiding van de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven. Daarnaast biedt de relatief kleine omvang van het tuinbouwgebied weinig mogelijkheden voor een collectieve duurzame energievoorziening en zijn ook de wegen niet meer toegerust op het transport van tegenwoordig. De huidige glastuinbouw is hier niet meer levensvatbaar, daarom denkt de gemeente in samenspraak met de bewoners en gebruikers al enkele jaren na over herontwikkeling van het gebied. Er is met de provincie Utrecht afgestemd over de toekomst van het glastuinbouwconcentratiegebied. Er is overeengekomen dat het gebied niet meer levensvatbaar is en dat het behoud en de ontwikkeling van de glastuinbouwgebied aan de Oosterlandweg niet noodzakelijk wordt gezien. Het woningbouwplan Het Oosterland is opgenomen in het provinciale Programma Wonen en Werken 2023. Tot en met 2 oktober 2023 heeft het ontwerp 1e wijziging Omgevingsverordening provincie Utrecht ter inzage gelegen. Hierin is opgenomen dat de aanduiding van het glastuinbouwconcentratiegebied in de gemeente De Ronde Venen is vervallen. Wanneer deze 1e wijziging in werking treedt, zal voor het Oosterland zodoende geen aanduiding glastuinbouwgebied meer gelden. 4.3.1.6 Wonen, werken en recreëren (hoofdstuk 9 Interim OV).
In hoofdstuk 9 van de Interim OV is ingegaan op de regels voor verstedelijkingsfuncties en het landelijk gebied. Het plangebied ligt in het gebied dat is aangeduid als ‘landelijk gebied’. In het landelijk gebied mag volgens artikel 9.2 van de Interim OV een bestemmingsplan geen verstedelijking toestaan, tenzij in de verordening anders is bepaald”. Op dit verbod zijn in de verordening uitzonderingen mogelijk. Deze uitzonderingen zijn opgenomen in hoofdstuk 5 Energie, hoofdstuk 6 Natuur, hoofdstuk 7 Cultuurhistorie en hoofdstuk 9 Wonen, werken, recreëren. Daarnaast is nieuwe verstedelijking toegestaan in de gebieden die zijn aangeduid als “kernrandzone” (artikel 9.8 Interim OV), mits de verstedelijking gepaard gaat met versterking van de ruimtelijke kwaliteit die in een redelijke verhouding staat tot de aard en de omvang van de verstedelijking. Ook moet de verstedelijking ruimtelijk en landschappelijk goed inpasbaar zijn en in aansluiting op het stedelijk gebied of in samenhang met overige verstedelijkte structuur, en mogen omliggende functies niet onevenredig worden geschaad. Tevens moet een tijdige en duurzame realisatie van de verhoging van de ruimtelijke kwaliteit geborgd worden.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
37/88
Betekenis voor het plan Het plan is in strijd met de regels uit de Interim OV om nieuwe verstedelijking toe te staan buiten het bestaand stedelijk gebied en valt niet onder een van de uitzonderingen die genoemd zijn in de Interim OV. De voorgenomen gebiedsontwikkeling valt niet in te passen met de regeling voor kernrandzones vanwege de grotere schaal van de ontwikkeling. Daar staat echter tegenover dat onderkend is dat het plangebied geen toekomst heeft als glastuinbouwconcentratiegebied. De bestaande glastuinbouw functioneert al enige tijd niet meer volledig, wat resulteert in leegstaande kassen en verdere verrommeling en andere invullingen. Daarom is de locatie Het Oosterland ook opgenomen in het Programma Wonen en Werken 2023. De locatie Tuinderslaan/Oosterland is beoogd om te voorzien in de woonbehoefte in de gemeente de Ronde Venen (lokale behoefte en voor leefbaarheid/vitaliteit). In het provinciale programma is voor het Oosterland een aantal van 755 woningen opgenomen. Hiervan zijn er voor de periode 2022-2030 nu 600 woningen geprogrammeerd. De overige 155 worden geprogrammeerd voor de periode na 2030. Dit is in artikel 8.5.4 ‘Woningbouwprogramma’ opgenomen. In het bestemmingsplan zijn meer woningen opgenomen dan de genoemde 755, namelijk 830 woningen.
Dit is om planologisch alvast ruimte voor meer woningen te creëren, aangezien er een dergelijk grote opgave ligt in de gemeente en in de regio. Het resterende programma boven de 755 woningen tot het maximum van 830 woningen is echter nog niet opgenomen in het Provinciale Programma Wonen en Werken. Daarom is in het bestemmingsplan een regeling opgenomen dat er pas meer dan 755 woningen zijn toegestaan, als het aanvullende programma van 75 woningen is opgenomen in het Programma Wonen en Werken. Op deze manier voldoet het bestemmingsplan aan het huidige programma en kan er worden geanticipeerd op een aanvulling van het provinciale programma in de toekomst zonder dat er dan een nieuw bestemmingsplan of wijziging van het omgevingsplan nodig is. Zeker gelet de grote woningbouwopgave in de gemeente en de lange voorbereidingstijd en ontwikkeltermijn, is het wenselijk om over de plancapaciteit te beschikken die er in het Oosterland is. Tot en met 2 oktober 2023 heeft het ontwerp 1e wijziging Omgevingsverordening provincie Utrecht ter inzage gelegen. Hierin is opgenomen dat de aanduiding van het glastuinbouwconcentratiegebied in de gemeente De Ronde Venen is vervallen. Wanneer deze 1e wijziging in werking treedt, zal voor het Oosterland zodoende geen aanduiding glastuinbouwgebied meer gelden.
Op het gebied van betaalbaarheid is tussen provincie en gemeente afgesproken dat ten minste 55% van de woningen in het betaalbare segment worden ontwikkeld. Daarbij is met de gemeente afgesproken dat de gemeente zich zal inspannen om bij de realisatie van het gehele woningbouwprogramma in de gemeente De Ronde Venen wel te streven naar de realisatie van 2/3 betaalbaar. Dit betekent dat op andere binnenstedelijke locaties de gemeente in moet zetten op een hoger percentage betaalbaar. Met de gemeente is tevens afgesproken dat andere uitleglocaties bij de kern Mijdrecht daarmee vooralsnog niet meer in aanmerking komen voor verstedelijking. Omdat het hier een Groene Hartlocatie betreft, is met de gemeente de Ronde Venen ook afgesproken dat bij de planuitwerking bijzondere aandacht is voor inpassing in het Groene Hart en daarmee ook afstemming wordt gezocht met het programma Groen Groeit Mee. Hiervoor is een aparte notitie opgesteld (Veenenbosenbosch, december 2023). Deze notitie is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting. Er worden kansen gezien voor een verkleuring van het gebied van agrarisch naar wonen als een meer toekomstbestendige invulling. Dit biedt tevens kansen voor het verbeteren van de landschappelijke, hydrologische en ecologische waarden in het gebied (meer groen, meer water en meer biodiversiteit) en het verminderen van de bodemdaling in het veenweidegebied.
Zoals is beschreven in de paragrafen 3.1 en 3.4 krijgt het gebied een robuuste groenblauwe structuur met veel ruimte voor de natuur en recreatie en aandacht voor een duurzame en gezonde leefomgeving. Er komen nieuwe loop- en fietsverbindingen tussen de bestaande kern, het Wickelhofpark en het buitengebied. Daarmee wordt bijgedragen aan de recreatieve opgaven die zijn vermeld in het programma Groen Groeit Mee. Ook draagt de wijziging van agrarisch naar wonen bij aan een van de kernopgaven in 't Groene Hart: namelijk het stabiliseren van veenbodems en het robuust inrichten van het watersysteem waarbij het landschap van 't Groene Hart herkenbaar blijft en waar kwaliteit aan toegevoegd is.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
38/88
Geconcludeerd kan worden dat het plan in overeenstemming is met het Programma Wonen en Werken 2023 en dat er daarom een nieuw bestemmingsplan in procedure gebracht kan worden in afwachting op aanpassing van de Interim Omgevingsverordening op het meest actuele Programma Wonen en Werken. Er is grote behoefte aan extra woningen. Zie ook de kwantitatieve onderbouwing in paragraaf 4.2.2.2, waar ook is ingegaan op de Woondeal van de regio U10 en de daarin beschreven behoefte voor de gemeente De Ronde Venen zelf. Groen Groeit mee Door de provincie Utrecht is een zienswijze ingediend op het ontwerp bestemmingsplan (zie paragraaf 8.3 en bijlage 20). In de zienswijze vraagt de provincie om in de toelichting nader in te gaan op de toets aan artikel 9.13 lid d. van de Interim Omgevingsverordening ten aanzien van ‘Groen Groeit Mee’. In het plan voor het Oosterland is veel ruimte opgenomen voor groen en water en daarmee ook voor recreatief gebruik van de openbare ruimte. Door de opzet en structuur van het wegennet en langzaam verkeersnetwerk worden bestaande recreatieve routes beter ontsloten. De ambities van Groen Groeit Mee zijn geïntegreerd in het Ruimtelijk Kader, de gebiedsvisie, het Beeldkwaliteitsplan en het bestemmingsplan. Om dit meer toe te lichten is een aparte notitie opgesteld, welke is opgenomen als bijlage 2 bij de toelichting.
Dit document vormt een aanvulling op bovengenoemde plannen. De gemeente De Ronde Venen heeft de ambitie om vijf fiets- en voetpaden te realiseren waarbij ook meekoppelkansen worden benut. Deze kansen dragen bij aan het vergroten van de biodiversiteit en het versterken van de verbinding tussen regionale en lokale groenstructuren. In de notitie is nader beschreven op welke manier dit invulling geeft aan de ambities van het Pact Groen Groeit Mee. Ook is per verbinding ingegaan op de haalbaarheid, planning en globale kosten. Gelet hierop wordt voldaan aan de voorwaarden uit artikel 9.13 lid d. van de Interim omgevingsverordening ten aanzien van ‘Groen Groeit Mee’.
4.4
Gemeentelijk beleid
4.4.1 Structuurvisie De Ronde Venen 2030 Droogmakerij De grote variatie aan landgebruik (woongebieden, grasland, glastuinbouw, natuurontwikkeling en recreatie) geeft karakterverschillen per droogmakerij. De mate waarin de zogenoemde rationele kavelstructuur in vaste maten nog aanwezig is, is één van deze verschillen. Behoud en versterking van deze rationele structuur wordt bij ontwikkelingen nagestreefd. Het plangebied ligt binnen het gebied de droogmakerij. In het plangebied is geen sprake van een open ruimte, met uitzondering van het deel tussen het Wickelhofpark en de kassen. Het opgaande groen in de tuinen en de bomen langs de Tuinderslaan zorgen dat het plangebied een heel ander karakter heeft dan de rest van de droogmakerij. Het historische landschap van de droogmakerij zal de basis vormen voor het nieuwe woongebied. Binnen deze structuur wordt een nieuw duurzaam woongebied voorzien met een orthogonale opzet en een nieuwe groenblauwe ecologische structuur die dwars door het gebied loopt. Landbouw In de structuurvisie is het plangebied aangewezen als glastuinbouwconcentratiegebied. Het gebied aan de Tuinderslaan is een van de twee glastuinbouwconcentratiegebieden in de gemeente. De locatie aan de Tuinderslaan heeft echter weinig tot geen potentie als duurzaam glastuinbouwgebied.
Door het gemengde karakter kunnen belemmeringen ontstaan voor de uitbreiding van de bedrijfsvoering van bestaande bedrijven. Daarnaast biedt de relatief kleine omvang van het tuinbouwgebied weinig mogelijkheden voor een collectieve duurzame energievoorziening en zijn ook de wegen niet meer toegerust op het transport van tegenwoordig. In 2016 zijn door de gemeente, samen met bewoners, tuinders en andere ondernemers toekomstscenario’s opgesteld voor het glastuinbouwgebied Tuinderslaan - Oosterlandweg. De scenario’s om het gebied - dat wordt begrensd door de Schattekerkerweg, Kerkvaart, het Wickelhofpark en de Oosterlandweg - te laten zoals het nu is, of om het om te vormen tot een
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
39/88
duurzaam tuinbouwgebied, vielen om verschillende redenen af. De bewoners en ondernemers zagen de meeste kansen in het scenario het gebied om te vormen tot een overgangszone tussen het dorp en de groene polders. Het college van B&W heeft vervolgens in maart 2017 het besluit genomen om dit toekomstbeeld uit te werken waarin de Tuinderslaan en omgeving wordt omgevormd van tuinbouwgebied tot een aantrekkelijke dorpsrand met woningen en recreatiemogelijkheden. Recreatie – versterken groenblauwe netwerk De Kerkvaart en de gronden hierlangs zijn onderdeel van het recreatieve netwerk. Kenmerkend voor De Ronde Venen is het veenweidelandschap met landbouwgebieden en koeien in de wei waar de recreant rust en ruimte ervaart. De gemeentelijke ambitie is om het netwerk voor wandelen en fietsen te versterken en waar mogelijk te koppelen aan het blauwe netwerk. Nieuwbouw Bij nieuwbouw staat de focus op kwaliteit voorop. Kwaliteit betekent het realiseren van duurzame woonmilieus. Woningen die energiezuinig zijn of energie opwekken en die de nodige flexibiliteit in indeling bieden en toegankelijk zijn voor specifieke doelgroepen. Woningen die op een zorgvuldige manier ingepast zijn in de omgeving en waarvan de kwaliteit wordt benut door deze beleefbaar te maken. Woningen vormen een meerwaarde ten aanzien van de huidige woningvoorraad, zodat er geen overschotten ontstaan.
Op deze manier bouwen we aan woonmilieus die toekomstbestendig zijn, het milieu minder belasten en zowel betaalbaar als waardevast zijn. Waar mogelijk wordt een verbinding met het landschap gelegd. Zichtbaar, beleefbaar en het liefst toegankelijk. Kleinschalige structuren in bebouwing, verbindingen en openbare ruimte, vormen het uitgangspunt. Een monotoon beeld wordt zo veel mogelijk voorkomen. Aanvulling Structuurvisie De Ronde Venen 2030 In de Aanvulling Structuurvisie De Ronde Venen 2030 (vastgesteld op 29 september 2021) is bepaald dat bij elk nieuwbouwproject het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30% moet bedragen en bij nieuwbouwprojecten vanaf 50 woningen dient aanvullend hierop minimaal 15% in de middeldure huursector of betaalbare koop te worden gerealiseerd. De uitgangspunten vanuit de beleidsregels voor het woonprogramma voor Het Oosterland zijn: • Er mogen tussen de 700-800 woningen worden gerealiseerd. • Er dienen minstens 30% sociale woningbouw en 15% midden huur / goedkope koopwoningen te worden gebouwd. • De stedenbouwkundige opzet en verkaveling dient een sterke mate van flexibiliteit te hebben om toekomstige marktveranderingen op te kunnen vangen. Vanwege aanvullende eisen van de Provincie Utrecht aan het woningbouwprogramma (minimaal 50% betaalbare woningen (sociaal en middelduur bij elkaar) is het aantal woningen verhoogd tot maximaal 830 woningen.
4.4.2 Woonvisie De Ronde Venen 2025 De Woonvisie De Ronde Venen is door de raad gewijzigd vastgesteld in maart 2020. De Woonvisie begint met een stip op de horizon. In 2025 is De Ronde Venen een groene dorpse gemeente waar het goed wonen is voor alle inwoners, mensen die hier geboren en getogen zijn en ook nieuwe inwoners. Het dorpse karakter kenmerkt de kernen in de gemeente die verspreid liggen in het weidse landschap van het Groene Hart. Met behoud van dit landelijk karakter en dankzij de onderscheidende kernen, voorziet De Ronde Venen in een diversiteit van woonomgevingen. Voor de Woonvisie is een woningmarktonderzoek uitgevoerd door Rigo in 2017. Dit onderzoek heeft als onderlegger gefunctioneerd voor de Woonvisie. De verwachting is dat het aantal inwoners tot 2025 gelijk nagenoeg blijft. Vanaf 2030 is een bevolkingsgroei zichtbaar. De grootste behoefte tot 2025 is er aan grondgebonden koopwoningen. Daarnaast is er behoefte aan appartementen in de koop- en huursector. Bij grondgebonden huurwoningen is een afname te verwachten.
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld
40/88
Tussen 2016 en 2025 wordt een toename verwacht van het aantal huishoudens van ca. 6%. Dat is 1.180 huishoudens erbij. De vergrijzing zorgt voor een toename van ouderen in onze gemeente de komende vijftien jaar, wat zich vertaalt in een toename van 1.400 huishoudens. De komende periode zal het aandeel gezinnen afnemen en het aandeel alleenstaanden toenemen. Om de vitaliteit van de gemeente te behouden is een gevarieerde leeftijdsopbouw nodig van de bevolking. Het behoud van jongeren en jonge gezinnen en het aantrekken van deze doelgroepen vanuit de regio, zorgt ervoor dat De Ronde Venen een economisch sterke gemeente blijft. De woningvoorraad in De Ronde Venen moet betaalbaar, duurzaam, voldoende divers zijn en goed inzetbaar zijn voor de diverse leeftijds- en doelgroepen, waarbij de focus ligt op jongeren en jonge gezinnen zodat de gemeente vitaal blijft. Om deze visie te bereiken is een aantal speerpunten gekozen: - Betaalbaar wonen: Voldoende betaalbare woningen voor mensen met lage middeninkomens Voldoende betaalbare koopwoningen voor starters/ jonge gezinnen - Beschikbaarheid en diversiteit: Bij elk nieuwbouwproject bedraagt het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30%. En bij woningbouwprojecten vanaf 50 woningen dient, naast de sociale woningbouwopgave, aanvullend ten minste 15% in de middeldure huur (danwel sociale koop) gerealiseerd moet worden.
Inzetten op vraaggericht bouwen (bij voorkeur grondgebonden koopwoningen en koopappartementen), inspelen op groeiende groep alleenstaanden en bouwen voor een gezonde leeftijdsopbouw (doorstroming voor gezinnen door tegemoet komen aan de vraag naar woningen van € 300.000 tot 500.000) en aantrekken jonge gezinnen door aanbieden van goedkope woningen onder de € 200.000). - Duurzaam wonen: Nieuwbouwprojecten dienen gasloos te zijn en nieuwe woningen dienen nul-op-de-meter woningen te zijn. - wonen en zorg: Beschermde woonvormen en dagbesteding binnen De Ronde Venen realiseren samen met zorgaanbieders. En het faciliteren van het langer thuis kunnen wonen van ouderen. Betekenis voor het plan De Structuurvisie De Ronde Venen 2030 en Woonvisie Ronde Venen 2025 vormen de leidraad voor het beoogde programma van Het Oosterland. Het programma bevat 30% sociale huur, 5% middeldure huur/ goedkope koop en 20% betaalbare koop. Er is grote vraag naar goedkope en betaalbare woningen voor inwoners die te veel verdienen voor een sociale huurwoning. De Woonvisie Ronde Venen 2025 benadrukt het creëren van een goed woningaanbod voor eigen bewoners. Het Oosterland lijkt het meest aantrekkelijk voor jonge gezinnen, starters en empty-nesters / vitale ouderen.
De locatie is minder interessant voor minder vitale senioren, omdat de afstand tot voorzieningen ten opzichte van andere woningbouwlocaties groter is. Een gedifferentieerd programma met verschillende woningtypes is daarbij van belang. In Het Oosterland komt een aanzienlijke hoeveelheid rijwoningen en appartementen. Met deze woningtypes kan ook ingespeeld worden op de groeiende groep alleenstaanden in de huur- en koopmarkt. De ruimtelijke opzet en verkaveling bezit een sterke mate van flexibiliteit om toekomstige marktveranderingen op te vangen. De verdere uitwerking van het beoogde programma komt in het stedenbouwkundig plan. In de uitwerking wordt er naar gestreefd dat in elke bouwfase het aandeel sociaal, middelduur en betaalbaar gerealiseerd wordt. 4.4.3 Landschapsnota De Ronde Venen 2030 De structuurvisie beschrijft landschappelijke kwaliteiten, die in de Landschapsnota (2014) zijn uitgewerkt. De Landschapsnota is een toetsingskader, waarin is beschreven hoe er moet worden omgegaan met landschappelijke waarden en ontwikkelingen of ingrepen. Het Oosterland ligt in de Polder Derde Bedijking binnen het deelgebied 7 ‘Droogmakerijen – landbouw’. De verkaveling in de droogmakerijen is een rationele blokverkaveling met vaste
Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld