CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Bestemmingsplan Het Oosterland

Gemeenteraad 1 februari 2024, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel Woningbouwontwikkeling Het Oosterland, inclusief vaststelling bestemmingsplan Het Oosterland35.357 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Deze overbelasting komt niet door de ontwikkeling Het Oosterland: in de huidige situatie en situatie zonder Het Oosterland zijn de kruispunten reeds overbelast. Deze knelpunten worden aangepakt in het project Toekomst N201. Voor de kruispunten rondom Het Oosterland geldt ook dat verkeerskundig gezien de kruispunten goed afgewikkeld kunnen worden, zowel zonder als met de ontwikkeling Het Oosterland. Verkeersveiligheidsaandachtspunten op de kruispunten zullen in een vervolgstudie aan de orde moeten komen (zie het onderzoek in bijlage 14). 5.6.2 Deelmobiliteit Zoals in paragraaf 3.3.3 is toegelicht, wordt ingezet op het aanbieden van deelmobiliteit in het plan in overeenstemming met het ambitieniveau ‘brons’ van het Convenant Duurzame Woningbouw Provincie Utrecht. Hiermee wordt het autogebruik van de bewoners beïnvloed. Dit

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

63/88

vergroot het gebruik van de eigen (elektrische) fiets en het openbaar vervoer. Het succesvol realiseren van de opgaves leidt tot reistijdwinsten van circa 5% tot 10%, waardoor toekomstige bewoners de auto minder zullen gebruiken. Het autogebruik daalt, waarmee ook de verkeersgeneratie. Dit kan leiden tot een extra reductie van circa 10% op de verkeersgeneratie van Het Oosterland. Hier is in het eerder beschreven mobiliteitsonderzoek overigens geen rekening mee gehouden en kan als een extra gunstig effect worden gezien. 5.6.3 Conclusie Uit het mobiliteitsonderzoek blijkt dat de extra verkeersbewegingen die het plan met zich meebrengt, goed is af te wikkelen over de omliggende wegen en kruispunten. De planbijdrage is beperkt op de wegen waar in de huidige situatie en autonome situatie sprake is van knelpunten.

5.7

Bedrijven en Milieuzonering

5.7.1 Algemeen De ruimtelijke ordening stelt zich tot doel een goede kwaliteit van leefomgeving te handhaven en te bevorderen. Dit gebeurt onder andere door milieuzonering. Onder milieuzonering verstaan we het aanbrengen van voldoende afstand tussen milieubelastende bedrijven of inrichtingen enerzijds en milieugevoelige functies als wonen anderzijds. Die onderlinge afstand moet groter zijn naarmate de milieubelastende functie het milieu sterker belast. Voor het bepalen van de aan te houden afstanden gebruikt de gemeente De Ronde Venen de daarvoor algemeen aanvaarde VNG-uitgave 'Bedrijven en Milieuzonering' uit 2009. Deze uitgave bevat een lijst, waarin voor een hele reeks van milieubelastende activiteiten (naar SBIcode gerangschikt) richtafstanden zijn gegeven ten opzichte van milieugevoelige functies. De lijst geeft richtafstanden voor de ruimtelijk relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. De grootste van de vier richtafstanden is bepalend voor de indeling van een milieubelastende activiteit in een milieucategorie. Onderstaande tabel geeft de relatie weer tussen milieucategorie, richtafstanden en omgevingstype. De richtafstanden van de richtafstandenlijst gelden ten opzichte van het omgevingstype rustige woonwijk. Een ander omgevingstype is het gemengd gebied.

Binnen gemengd gebied is het mogelijk om gemotiveerd voor één of meer milieuaspecten een kleinere afstand aan te houden dan wordt geadviseerd voor een rustige woonwijk. Milieu-categorie 1

Richtafstand tot omgevingstype rustige woonwijk 10 m

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied 0m

2 3.1

30 m 50 m

10 m 30 m

3.2 4.1

100 m 200 m

50 m 100 m

4.2 5.1

300 m 500 m

200 m 300 m

5.2 5.3

700 m 1.000 m

500 m 700 m

6 1.500 m 1.000 m Tabel 4: Bedrijven en milieuzonering (bron: VNG, Brochure Bedrijven en milieuzonering, 2009)

5.7.2 Betekenis voor het bestemmingsplan Voor het bestemmingsplan is een beoordeling van de milieuzonering uitgevoerd (‘Onderzoek Milieuzonering’, Aveco de Bondt, 7 december 2023). Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 15 bij de toelichting. De uitkomsten zijn in deze paragraaf beschreven. Er is een quickscan uitgevoerd om de milieuhinder gevoelige bestemmingen en bedrijven/milieubelastende activiteiten in en rondom het projectgebied in kaart te brengen en te beoordelen

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

64/88

of deze een belemmering vormen voor de voorgenomen ontwikkeling. De bedrijven langs de Oosterlandweg blijven hier bestaan. Zodoende is langs de Oosterlandweg sprake van een gemengd gebied waar aangrenzend aan de woningen ook meerdere bedrijven en agrarische bedrijven zich bevinden. Voor de bedrijven langs de Oosterlandweg is daarom de richtafstand met één stap verkleind. Voor de overige bedrijfsfuncties in en rond het plangebied is uitgegaan van de richtafstand voor het omgevingstype rustige woonwijk. Uit de inventarisatie op basis van de richtafstanden tussen de omliggende bedrijven en het plangebied blijkt dat er een aantal belemmeringen te verwachten zijn, met name aan de zuidwestzijde van het plangebied. Uit de inventarisatie van bedrijven en de inschatting van hun bedrijfsvoering blijkt dat de richtafstand voor milieuhinder van een aantal bedrijven overlapt met locaties voor nieuwe woningen. Hierdoor kan bij deze woningen niet gegarandeerd worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat en kan voor deze bedrijven niet gegarandeerd worden dat hun bedrijfsvoering voldoende beschermd is. Vanuit de reguliere bedrijven betreft dit met name geluidhinder en voor één bedrijf ook mogelijk geurhinder. Vanuit de agrarische bedrijven betreft dit met name geurhinder.

Voor deze bedrijven is verder onderzoek uitgevoerd naar de daadwerkelijke bedrijfsvoering en de daarbij behorende milieuhinder. In het onderzoeksrapport is dit in detail beschreven. Hieronder zijn de resultaten samengevat. Eerst is ingegaan op de geurhinder van de veehouderijen en daarna op de hinder van de onderzochte bedrijven. In het bestemmingsplan is er voor gekozen om de uitkomsten van het onderzoek naar geur- en geluidhinder van de bedrijven op de verbeelding vast te leggen (zie aanduiding ‘wonen uitgesloten’) en wonen hierbinnen alleen middels een afwijkingsbevoegdheid mogelijk te maken. Om gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheid dient uit onderzoek te blijken dat de woningen qua milieuhinder inpasbaar blijken te zijn. Geuronderzoek veehouderijen Uit het vervolgonderzoek naar geurhinder van veehouderijen is gebleken dat geurhinder van omliggende veehouderijen geen belemmering vormt voor de beoogde plannen. Wel dient rekening te worden gehouden met vaste afstanden van het agrarisch bedrijf aan de Oosterlandweg 25a van 100 meter. Deze vaste afstand is gebruikt voor de aanduiding ‘wonen uitgesloten’.

Milieuhinder bedrijf Oosterlandweg 22a (James Autoservice) Uit het vervolgonderzoek naar geurhinder van een autospuitinrichting blijkt dat de geurcontouren deels over het beoogde plangebied voor woningbouw vallen en plaatselijk groter is dan de indicatieve richtafstand uit de VNG handreiking. Buiten de geurcontouren wordt geen geurhinder verwacht en is er sprake van een gezond woon- en leefklimaat. Ook heeft het bedrijf een geluidcontour die deels groter en deels kleiner is dan de richtafstand. In afbeelding 29 zijn de contouren naast elkaar te zien. De aanduiding ‘wonen uitgesloten’ is gebaseerd op de buitenste contour van de geur- en geluidhinder samen.

afbeelding 29: geurhinder en geluidhinder contour James Autoservice (bron: Aveco de Bondt)

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

65/88

Milieuhinder Oosterlandweg 32 (Tuincentrum De Huifkar) De berekende geluidcontour is aan de noordwestzijde kleiner dan de indicatieve richtafstand op basis van de VNG-handreiking. Hierdoor zijn er mogelijkheden om dichterbij woningen te bouwen dan aangenomen was op basis van de indicatieve richtafstand. De berekende geluidcontour is aan de zuidoostzijde groter dan de indicatieve richtafstand op basis van de VNG handreiking. Dit heeft invloed op de bouwmogelijkheden rondom dit terrein. Een koelinstallatie is hier een belangrijke oorzaak van. Middels maatregelen is het mogelijk om de geluidcontour aan de zuidoost zijde te verkleinen (zie blauwe lijn in afbeelding 30). Ook dan is deze echter nog iets groter dan de indicatieve richtafstand op basis van de VNG handreiking. De zwarte lijn uit afbeelding 30 is gehanteerd voor de functieaanduiding ‘wonen uitgesloten’.

afbeelding 30: geurhinder en geluidhinder contour Tuincentrum De Huifkar (bron: Aveco de Bondt)

Milieuhinder Oosterlandweg 34 (Bouwbedrijf van der Eijk en Meijers) De berekende geluidcontour is kleiner dan de indicatieve richtafstand op basis VNG-handreiking (zie de zwarte lijn in afbeelding 31). Hierdoor zijn er mogelijkheden om dichterbij woningen te bouwen dan aangenomen was op basis van de indicatieve richtafstand. De zwarte lijn uit afbeelding 31 is gehanteerd voor de functieaanduiding ‘wonen uitgesloten’.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

66/88

afbeelding 31: geurhinder en geluidhinder contour Bouwbedrijf van der Eijk en Meijers (bron: Aveco de Bondt)

Milieuhinder Schattekerkerweg 1 (Doggymeat) Op basis van de informatie die is verkregen is geconstateerd dat er geen relevante bedrijfsgerelateerde geluidactiviteiten van Doggymeat plaatsvinden. Er is geen aanleiding om ten behoeve van het nieuwbouwplan nader geluidonderzoek te doen naar deze bedrijfsactiviteiten. Hierdoor zijn er mogelijkheden om dichterbij woningen te bouwen dan aangenomen was op basis van de indicatieve richtafstand. Er is geen aanduiding ‘wonen uitgesloten’ in het plangebied opgenomen. Milieuhinder binnen het plan zelf Voor zover de milieuhinder van het plan zelf: Binnen het plangebied worden met name woningen gerealiseerd, woningen veroorzaken geen milieuhinder voor functies in de omgeving. Daarnaast wordt mogelijk een klein horecapunt ingepast. De voorgestelde horeca kan hooguit als milieucategorie 2 worden beschouwd met een richtafstand van 30 meter tot een rustige woonwijk. Wanneer daarmee wordt rekening gehouden of de plannen zo worden vormgegeven dat sprake is van goede ruimtelijke ordening dan worden er vanuit de externe werking geen belemmeringen verwacht. 5.7.3 Conclusie Er zijn meerdere bedrijven rond het plangebied gelegen waarvan de hindercirkels over het toekomstig woongebied vallen. Voor die bedrijven is nader onderzoek uitgevoerd naar de daadwerkelijke milieuhinder op basis van de representatieve bedrijfssituatie.

Het gaat dan om geuronderzoek voor agrarische bedrijven en onderzoek naar geluidhinder en/of geur vanwege de bedrijven. De uitkomsten van dit nader onderzoek zijn benut om op de verbeelding het gebied aan te geven waarbinnen het niet met recht mogelijk is om woningen te bouwen. Buiten de contouren is op basis van het onderzoek onderbouwd dat sprake is van een gezond woon- en leefklimaat. Binnen de contouren is het alleen mogelijk om woningen mogelijk te maken middels de opgenomen afwijkingsbevoegdheid in het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

67/88

5.8

Geluidhinder wegverkeer

5.8.1 Wettelijk kader Wegverkeers- en spoorweglawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeers- en/of spoorweglawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) stelt specifieke eisen aan bestemmingsplannen. Op grond van de wet zijn verschillende vormen van geluidhinder te onderscheiden die directe raakvlakken hebben met de ruimtelijke ordening. Voor dit bestemmingsplan is de regelgeving ten aanzien van wegverkeerlawaai (art. 77 Wgh) en railverkeerslawaai (art. 105 Wgh) van belang. Het plangebied ligt niet in een geluidzone van een gezoneerd industrieterrein. Geluidzones en geluidsgevoelige bestemmingen De Wet geluidhinder werkt met het systeem van zones (aandachtgebieden) rond geluidsbronnen (wegverkeer, railverkeer en industrielawaai). Als een geluidgevoelige bestemming binnen een geluidzone ligt, moet de geluidbelasting op dat object worden onderzocht. In het kader van de Wet geluidhinder is er geen onderzoeksplicht naar 30 km/uur-wegen. In het kader van een beoordeling van een goede ruimtelijke ordening kan het echter wel noodzakelijk zijn de akoestische gevolgen van 30 km/uur wegen in kaart te brengen om te onderzoeken of er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Onder geluidsgevoelige bestemmingen wordt verstaan (Art.

1 Wgh): • Woningen • Onderwijsgebouwen • Ziekenhuizen en verpleeghuizen • Geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen) Grenswaarden Wet geluidhinder Het systeem van de Wet geluidhinder gaat uit van voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden. Een geluidsbelasting onder de voorkeursgrenswaarde is toelaatbaar. De effecten van geluid worden dan goed geacht. Een geluidsbelasting in het gebied tussen de voorkeursgrenswaarde en de maximale grenswaarde is alleen mogelijk na een afwegingsproces, het zogenaamde hogere waarden besluit. Een zeer belangrijk onderdeel van dit afwegingsproces is een maatregelenonderzoek. De grenswaarden voor woningen in het plangebied zijn (in Lden) • Wegverkeerslawaai, voorkeursgrenswaarde 48 dB en maximale grenswaarde van 63 dB. • Spoorweglawaai, voorkeursgrenswaarde 55 dB en maximale grenswaarde van 68 dB Beleid hogere waarden Wet geluidhinder De Ronde Venen Het gemeentelijk geluidbeleid is vastgelegd in het "Beleid hogere waarden Wet geluidhinder Gemeente De Ronde Venen" d.d. 14 oktober 2011. De gemeente zet in op het verbeteren van het akoestisch woon- en leefklimaat door het voorkomen dat nieuwe geluidhinder ontstaat, het verbeteren van de kwaliteit van de buitenruimte en het oplossen van bestaande (sanerings)situaties.

Het gemeentelijk beleid voor het vaststellen van hogere waarden steunt op twee pijlers: • afweging van mogelijke maatregelen • eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat Het beleid is mede afgestemd op de hoogte van de optredende geluidsbelasting. Voor het hogere waardenbeleid is gekozen voor een indeling in drie geluidsklassen (zie onderstaande tabel). Naarmate de overschrijding van de ten hoogst toelaatbare waarde groter is of dat er meerdere mogelijkheden voor de ruimtelijke inrichting van de betreffende locatie mogelijk zijn, wordt een beter onderbouwde afweging vereist.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

68/88

Tabel 5: geluidklassen op basis van geluidsbelasting (bron: beleid hogere waarden

Afweging van mogelijke maatregelen In de Wet geluidhinder is een onderzoeksplicht opgenomen naar maatregelen die kunnen leiden tot een geluidsniveau dat onder de ten hoogst toelaatbare waarde blijft. Bij het treffen van maatregelen wordt daarnaast een voorkeursvolgorde genoemd voor het beheersen van geluidhinder: eerst bronmaatregelen, dan maatregelen in het overdrachtsgebied tussen bron en ontvanger en dan pas maatregelen bij het object dat de geluidsbelasting ondervindt. Het gemeentelijk geluidbeleid benoemt inzake wegverkeerslawaai concreet de volgende mogelijke maatregelen: toepassen geluidreducerend asfalt, beperken rijsnelheid of omvang verkeer, alternatief stedenbouwkundig programma of ontwerp, geluidschermen of -wallen en dove gevels, vliesgevels e.d. Eisen aan een aanvaardbaar akoestisch klimaat Hogere waarden worden toegekend indien, ondanks de hogere geluidsbelasting, een aanvaardbaar akoestisch klimaat wordt gerealiseerd. Om dit doel te bereiken zijn de volgende gemeentelijke eisen geformuleerd: • woningen dienen een geluidluwe zijde te krijgen; • een woning heeft ten minste één geluidluwe buitenruimte; • elke woning bevat ten minste 1 slaapkamer aan de geluidluwe zijde.

Minimaal 30% van het vloeroppervlak van alle verblijfsgebieden tezamen wordt aan de geluidluwe gevel gesitueerd; • hogere waarden worden alleen toegekend indien de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting (overschrijding van de maximale hogere waarde). Indien relevant moet er bij de cumulatie ook rekening worden gehouden met vliegtuiglawaai. 5.8.2 Onderzoek Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen mogelijk binnen de onderzoekszone van meerdere wegen (o.a. de Oosterlandweg, de Schattekerkerweg en de Tuinderslaan). Voor het bestemmingsplan is een geluidonderzoek uitgevoerd (‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai’, Peutz, 12 april 2023). Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 15 bij de toelichting. Het onderzoek gaat in op de volgende onderwerpen: - Geluidbelasting toekomstige woningen - Geluid op bestaande woningen (reconstructietoets Oosterlandweg) Hieronder is eerst ingegaan op de bestaande woningen en daarna op de nieuwe woningen. 5.8.2.1 Bestaande woningen (reconstructietoets) Ter plaatse van de bestaande woningen, gesitueerd aan de Oosterlandweg, is er in het toekomstige jaar (2034, 10 jaar na het wijzigen van de weg) sprake van een toename van de geluidbelasting van ten hoogste 1,4 dB ten opzichte van de huidige situatie. De toename bedraagt

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

69/88

minder dan 2 dB, waardoor er geen sprake is van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Ter plaatse van de bestaande woningen, gesitueerd aan de Tuinderslaan en Schattekerkerweg, is er in het toekomstige jaar (2034, 10 jaar na het wijzigen van de weg) sprake van een afname van de geluidbelasting ten opzichte van de huidige situatie. Er is geen sprake van een reconstructie in de zin van de Wet geluidhinder. Vanwege de nieuwe ontsluitingsweg is sprake van geluidbelastingen van ten hoogste 48 dB ter plaatse van de bestaande woningen, een en ander is als inpasbaar te kwalificeren. 5.8.2.2 Nieuwe woningen Omdat het bestemmingsplan globaal/flexibel van opzet is, is nog niet bekend waar en hoe in het plangebied exact woningbouw gerealiseerd wordt. Er is weliswaar een indicatief stedenbouwkundig plan, maar het bestemmingsplan laat ook andere invullingen van het plangebied toe. De resultaten worden om die reden in eerste aanleg weergegeven als geluidcontouren (op een hoogte van 4,5 meter boven maaiveld). Deze resultaten zijn getoond in afbeelding 32 tot en met afbeelding 35. De contouren zijn berekend zonder bebouwing in het plangebied en zijn daarmee worstcase voor de geluidbelasting (in de praktijk zal immers de eerstelijnsbebouwing een geluidafscherming vormen voor de bebouwing daarachter).

Het plangebied wordt vanaf meerdere zijden belast met een geluidbelasting vanwege wegverkeer. Daarnaast is sprake van luchtvaartlawaai in het plangebied. In de volgende paragrafen wordt ingegaan op de berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer voor de Oosterlandweg, de Schattekerkerweg, de Tuinderslaan en de nieuwe ontsluitingsweg. De geluidbelasting vanwege de overige wegen (A.C. Verhoeflaan en Doctor J. van der Haarlaan) is in het gehele plangebied lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en is niet weergegeven. Vervolgens is een indicatieve proefverkaveling doorgerekend. Hiermee is inzichtelijk gemaakt wat de verkaveling doet op de geluidbelastingen en welke geluidbelastingen er op de gevels te verwachten is. Daar waar de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, is beoordeeld of voldaan kan worden aan de eisen van het gemeentelijk geluidbeleid (geluidluwe zijde en geluidluwe buitenruimte). De uitkomsten van de doorrekening van de proefverkaveling komen aan bod in paragraaf 5.8.3 waarin ook is ingegaan op mogelijke maatregelen en de hogere waarde. 5.8.2.2.1 Oosterlandweg Uit de berekeningen blijkt dat vanwege de Oosterlandweg sprake is van een geluidbelasting tot 54 dB op de rand van het bouwvlak van het woongebied. Vanaf ca. 65 meter uit de wegas wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

70/88

afbeelding 32: Geluidbelasting vanwege wegverkeer Oosterlandweg (incl. aftrek artikel 110g Wgh) – zonder bebouwing plangebied (bron: Peutz)

5.8.2.3 Schattekerkerweg Uit de berekeningen blijkt dat vanwege de Schattekerkerweg sprake is van een geluidbelasting tot 50 dB op de rand van het bouwvlak van het woongebied. Vanaf ca. 30 meter uit de wegas wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB.

afbeelding 33: Geluidbelasting vanwege wegverkeer Schattekerkerweg (incl. aftrek artikel 110g Wgh) – zonder bebouwing plangebied (bron: Peutz)

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

71/88

5.8.2.4 Tuinderslaan Uit de berekeningen blijkt dat vanwege de Tuinderslaan sprake is van een geluidbelasting van minder dan 48 dB op de rand van het bouwvlak van het woongebied.

afbeelding 34: Geluidbelasting vanwege wegverkeer Tuinderslaan (incl. aftrek artikel 110g Wgh) - zonder bebouwing plangebied (bron: Peutz)

5.8.2.5 Nieuwe ontsluitingsweg De nieuwe ontsluitingsweg wordt een weg met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Daarom wordt de geluidbelasting van deze weg niet getoetst binnen de kaders van de Wet geluidhinder én wordt ook geen aftrek conform artikel 110g Wgh toegepast. De beoordeling van de geluidbelastingen vindt plaats vanuit een goede ruimtelijke ordening. Uit de berekeningen blijkt dat vanwege de nieuwe ontsluitingsweg sprake is van een geluidbelasting tot 59 dB (zonder aftrek conform artikel 110g Wgh) bij woningen die op 5 meter vanaf deze weg gerealiseerd zouden worden. Vanaf ca. 15 meter uit de wegas is sprake van een geluidbelasting van 53 dB (zonder aftrek conform artikel 110g Wgh).

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

72/88

afbeelding 35: Geluidbelasting vanwege wegverkeer nieuwe ontsluitingsweg (excl. aftrek artikel 110g Wgh) – zonder bebouwing plangebied. (bron: Peutz)

5.8.2.6 Proefverkaveling In de afbeeldingen op de vorige pagina’s is ter indicatie een proefverkaveling als ondergrond weergegeven, maar zijn de geluidcontouren als vrijeveld contouren hier overheen gelegd. Vervolgens is in het onderzoek berekend wat de geluidbelastingen zijn op de gevels van de nieuwe woningen gebaseerd op de posities van de proefverkaveling. Hieronder zijn de uitkomsten weg beschreven voor de woningen langs de Oosterlandweg, Schattekerkerweg en de nieuwe ontsluitingsweg. De geluidbelasting vanwege de overige wegen (A.C. Verhoeflaan, Doctor J. van der Haarlaan en Tuinderslaan) is ter plaatse van de woningen lager dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB en is daarom niet weergegeven. Per weg is een uitsnede getoond van de geluidbelastingen. Geluidbelastingen gelijk aan of minder dan de voorkeursgrenswaarde zijn weergegeven met groen, geluidbelastingen hoger dan de voorkeursgrenswaarde t/m 53 dB zijn weergegeven met geel en geluidbelastingen van 54 dB zijn weergegeven met oranje. Oosterlandweg Vanwege de Oosterlandweg is ter plaatse van de eerstelijns bebouwing sprake van geluidbelastingen van ten hoogste 54 dB op 8 posities (zie afbeelding 36).

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

73/88

afbeelding 36: geluidbelasting op proefverkaveling vanwege Oosterlandweg (incl. aftrek artikel 110g Wgh) (bron: Peutz)

Schattekerkerweg Vanwege de Schattekerkerweg is ter plaatse van de eerstelijnsbebouwing sprake van geluidbelastingen van ten hoogste 50 dB (op drie posities). De overige gevels hebben een geluidbelasting gelijk aan of lager dan de voorkeursgrenswaarde (zie afbeelding 37).

afbeelding 37: geluidbelasting op proefverkaveling vanwege Schattekerkerweg (incl. aftrek artikel 110g Wgh) (bron: Peutz)

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

74/88

Nieuwe ontsluitingsweg Vanwege de nieuwe ontsluitingsweg is ter plaatse van de eerstelijnsbebouwing sprake van geluidbelastingen van ten hoogste 57 dB (zie afbeelding 38).

afbeelding 38: geluidbelasting op proefverkaveling vanwege nieuwe ontsluitingsweg (incl. aftrek artikel 110g Wgh) (bron: Peutz)

5.8.3 Toetsing aan geluidbeleid en afweging mogelijke maatregelen Vanwege wegverkeer over de Oosterlandweg en over de Schattekerkerweg is plaatselijk sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Voor de Oosterlandweg en de Schattekerkerweg bedraagt de overschrijding (op basis van de gehanteerde proefverkaveling) respectievelijk tot 6 en tot 2 dB. Hiermee vallen de geluidbelastingen in de geluidsklasse -1 onrustig tot -2 zeer onrustig.

Tabel 6: samenvatting rekenresultaten (bron: Peutz)

De cumulatie-effecten van wegverkeer zijn beperkt (0 tot 2 dB), omdat de wegen aan verschillende kanten van het plangebied gesitueerd zijn en elk een beperkt invloedsgebied kennen. Wel relevant is de cumulatie met luchtvaartlawaai. De gecumuleerde geluidbelasting bedraagt tot 61 dB. Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

75/88

Maatregelen aan de bron Het toepassen van “stil” asfalt zal niet genoeg geluidreductie geven om overal te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde. Bovendien brengt deze maatregel forse investeringskosten met zich mee, gegeven de relatief grote weglengte waarover nieuw asfalt aangebracht zou moeten worden, alsook een toename van onderhoudskosten gezien de beperktere levensduur van stil asfalt. In het onderzoek is al rekening gehouden met het verleggen van de komgrens tot aan de kruising van de Oosterlandweg met de Schattekerkerweg en de daarmee samenhangende snelheidsverlaging. Maatregelen in het overgangsgebied Maatregelen in het overgangsgebied zoals het plaatsen van geluidschermen langs de Oosterlandweg en/of Schattekerkerweg is vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet wenselijk. Maatregelen bij de ontvanger Bij maatregelen bij de ontvanger kan gedacht worden aan het optimaliseren van de plaatsing en oriëntatie van woningen, of het realiseren van geluidreducerende maatregelen voor/aan de gevel zoals de toepassing van een dove gevel of vliesgevel. Uitgaande van de proefverkaveling, vindt overschrijding van de voorkeursgrenswaarde alleen plaats bij de grondgebonden woningen. Er is sprake van geluidbelastingen tot en met 54 dB, hetgeen als acceptabel beschouwd kan worden. Door de situering van de woningen beschikt vrijwel elke woning in de proefverkaveling over een geluidluwe zijde.

Alleen de woningen gesitueerd aan de kruising Oosterlandweg / nieuwe ontsluitingsweg beschikken niet over een geluidluwe zijde, het betreft in totaal 2 woningen. Door het woningblok te draaien of een gebouwgebonden scherm aan te brengen kan er naar verwachting ook bij deze woningen in een geluidluwe zijde worden voorzien. Ter plaatse van de overige grondgebonden woningen en appartementen is een geluidluwe zijde en, indien aan die zijde zich ook de buitenruimte bevindt, ook een geluidluwe buitenruimte aanwezig. Omdat het bestemmingsplan globaal/flexibel van opzet is, is het mogelijk om rekening te houden met de bevindingen uit het onderzoek zodat ook voor de twee woningen voldaan kan worden aan de eisen uit het gemeentelijk geluidbeleid. 5.8.4 Hogere waarden en beoordeling goede ruimtelijke ordening Voor de nieuwe woningen die komen binnen de 48 dB geluidcontouren langs de Oosterlandweg en Schattekerkerweg is een hogere waarde vastgesteld (d.d. … december 2023). In de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan is rekening te houden met de uitkomsten uit het akoestisch onderzoek en zijn maatregelen mogelijk zodat voor de woningen sprake zal zijn van een geluidluwe zijde en geluidluwe buitenruimte. Er kan zodoende worden voldaan aan het geluidbeleid van de gemeente.

Gegeven de berekende geluidbelasting is -ook in cumulatie met luchtvaartlawaai- ter plaatse van de beoogde woningen sprake van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. 5.8.5 Conclusie Het bestemmingsplan maakt nieuwe woningen mogelijk binnen de onderzoekszone van meerdere wegen. De randen van het plangebied Het Oosterland zijn geluidbelast vanwege wegverkeer. Er is sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op grond van de Wet geluidhinder. De overschrijdingen blijven beperkt tot maximaal 6 dB, een en ander afhankelijk van de uiteindelijke positionering van de beoogde woningen ten opzichte van de wegen. Uitgaande van de proefverkaveling beschikken bijna alle woningen over een geluidluwe zijde. In de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan is rekening te houden met de uitkomsten uit het akoestisch onderzoek en zijn maatregelen mogelijk zodat voor de woningen sprake

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

76/88

zal zijn van een geluidluwe zijde en geluidluwe buitenruimte. Er kan zodoende worden voldaan aan het geluidbeleid van de gemeente. Gegeven de berekende geluidbelasting is -ook in cumulatie met luchtvaartlawaai- ter plaatse van de beoogde woningen sprake van een akoestisch acceptabel woon- en leefklimaat. Vanuit het oogpunt van wegverkeerslawaai bestaan er dan ook geen belemmeringen inzake de planvorming. Wel dienen hogere waarden vastgesteld te worden voor de woningen in het bouwplan.

5.9

Luchtkwaliteit

5.9.1 Wettelijk kader In de Wet milieubeheer (verder: Wm) zijn eisen opgenomen waaraan de luchtkwaliteit in de buitenlucht moet voldoen. Hierbij is onderscheid gemaakt in grenswaarden waaraan nu moet worden voldaan en grenswaarden waaraan in de toekomst moet worden voldaan. De meest kritieke stoffen zijn stikstofdioxide en fijn stof. Voor de andere in de Wm genoemde stoffen, wordt in Nederland, behoudens bijzondere situaties, overal voldaan aan de vereisten. In de ‘Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen)’ zijn categorieën van gevallen aangewezen die in ieder geval niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Een bijdrage is “niet in betekenende mate” als de toename maximaal drie procent van de jaargemiddelde grenswaarde van fijn stof of stikstofdioxide bedraagt. Wanneer een ontwikkeling valt onder één van die categorieën is het niet nodig een onderzoek naar de luchtkwaliteit uit te voeren. Woningbouwlocaties van 1.500 woningen en één ontsluitingsweg ofwel 3.000 woningen met twee ontsluitingswegen vallen onder deze categorieën. 5.9.2 Onderzoek Voor het bestemmingsplan is een beoordeling ‘niet in betekenende mate’ uitgevoerd (‘Onderzoek luchtkwaliteit, Peutz, 23 maart 2023). De beoordeling is opgenomen als bijlage 17 bij de toelichting. Hieronder is het resultaat samengevat.

Voor het bestemmingsplan zijn de huidige concentraties stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof PM2,5) in beeld gebracht, gebruik makend van de monitoringsgegevens van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Uit deze gegevens komt naar voren dat de plaatselijke luchtkwaliteit ruim onder de wettelijke normen ligt en er wordt ruimschoots voldaan aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat. Uit de resultaten van het onderzoek dat is uitgevoerd kan geconcludeerd worden dat de plaatselijke luchtkwaliteit binnen het projectgebied en de directe omgeving daarvan voldoet aan de normen voor een goed woon- en leefklimaat. De voorgenomen ontwikkeling ‘Het Oosterland’ van ca. 830 woningen valt ruimschoots binnen de in de Regeling NIBM aangewezen categorie woningbouw en de bijbehorende van toepassing zijnde bandbreedte (tot en met 1.500 woningen in geval van één ontsluitingsweg en tot en met 3.000 woningen in geval van twee ontsluitingswegen). De bijdrage van het plan aan de luchtkwaliteit is derhalve niet in betekenende mate. 5.9.3 Conclusie voor het plan Geconcludeerd kan worden dat er vanuit het aspect luchtkwaliteit geen belemmering is om de voorgenomen ontwikkeling van Het Oosterland mogelijk te maken. Er wordt voldaan aan de grenswaarden en het plan draagt niet in betekenende mate bij.

Wat betreft luchtkwaliteit is er sprake van een goed woon- en leefklimaat.

5.10 Externe veiligheid 5.10.1 Inleiding Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s van zware ongevallen met gevaarlijke stoffen in inrichtingen en tijdens het transport ervan. Op basis

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

77/88

van de criteria, zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen. Om dit doel te bereiken zijn gemeenten en provincies verplicht om bij de besluitvorming rondom ruimtelijke plannen de invloed van een risicobron op zijn omgeving te beoordelen. Daartoe wordt in het externe veiligheidsbeleid het plaatsgebonden risico en het groepsrisico gehanteerd. Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon zich gedurende een jaar onafgebroken onbeschermd op een bepaalde plaats bevindt, overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dit risico wordt per bedrijf vastgelegd in contouren. Er geldt een contour waarbinnen die kans 10-6 (één op 1.000.000) bedraagt. Binnen deze plaatsgebonden risicocontour mogen geen kwetsbare objecten mogelijk worden gemaakt (zoals woningen). Groepsrisico Het groepsrisico is een berekening van de kans dat een groep personen binnen een bepaald gebied overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De oriëntatiewaarde geeft hierbij de indicatie van een aanvaardbaar groepsrisico, mede bepaald door het aantal personen (dichtheid) binnen het te beschouwen gebied. Indien een ontwikkeling is gepland in de nabijheid van een risicobron geldt afhankelijk van de ontwikkeling een verantwoordingsplicht voor het toelaten van gevoelige functies. 5.10.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is een quickscan externe veiligheid uitgevoerd (‘Quick-scan externe veiligheid Het Oosterland’, Aveco de Bondt, 11 mei 2022). Dit onderzoek is opgenomen als bijlage 18 bij de toelichting. Hieronder is de uitkomst beschreven. Voor het bepalen van de aanwezigheid van risicobronnen in de nabijheid van het plangebied is de Signaleringskaart Externe Veiligheid (EV) geraadpleegd. Op de Signaleringskaart EV zijn mogelijke risicosituaties opgenomen die kunnen leiden tot rampen en ongevallen en zijn per risicobron de risicoafstanden voor het plaatsgebonden risico en groepsrisico opgenomen. In afbeelding 39 zijn de risicobronnen in de omgeving van het plangebied weergegeven.

afbeelding 39: risicobronnen binnen zoekgebied (bron: Aveco de Bondt)

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

78/88

Uit de inventarisatie blijkt dat in de omgeving van het plangebied met name kleinschalige risicobronnen aanwezig zijn, die niet onder het wettelijk kader vallen, maar gereguleerd zijn via algemene regels uit bijvoorbeeld de Wet milieubeheer en/of het Activiteitenbesluit. Deze hebben vanwege hun aard en omvang geen invloed op het plangebied. Binnen het plangebied is een vuurwerkopslag en verkooppunt aanwezig, deze brengt zeer lokaal kleine beperkingen met zich mee, maar er is geen overlap met het plangebied. Op grotere afstand, meer dan 1.000 meter vanaf het plangebied, zijn wel risicobronnen (inrichtingen) aanwezig. Gelet op de grote afstand ligt het plangebied ruimschoots buiten het invloedsgebied van deze inrichtingen. Bij de inrichting van het gebied wordt rekening gehouden met de ‘Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2019’ en wordt rekening gehouden met de uitgangspunten ten aanzien van de afstand tot bluswatervoorzieningen. Hiervoor zal in de kader van de uitwerking tot het stedenbouwkundig plan afstemming plaatsvinden met het team Operationele Voorbereiding van de Veiligheidsregio Utrecht. In het kader van zelfredzaamheid speelt goede (crisis)communicatie met de bewoners een belangrijke rol. In paragraaf 5.4.2 is nader ingegaan op de omgang met aanwezige overstromingsrisico’s.

5.10.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling van Het Oosterland.

5.11 Besluit milieueffectrapportage 5.11.1 Wet en regelgeving De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r.. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.-toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. afbeelding 40 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van: • een directe m.e.r.-plicht of • een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of • een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.

afbeelding 40: soorten milieueffectrapportage (bron: Aveco)

In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig zijn. Sinds de wijziging van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 zijn er twee vormen van m.e.r.-beoordelingen: 1.) projecten die vallen onder bijlage D van het Besluit m.e.r. en 2.) de vormvrije m.e.r.-beoordeling. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is in feite een beknopte

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

79/88

opsomming van de beoordeling van de ontwikkeling op verschillende milieuaspecten. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten. 5.11.2 Betekenis voor het plan Voor het bestemmingsplan is een aanmeldnotitie opgesteld (‘Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling Het Oosterland’, Aveco de Bondt, 7 december 2023). De notitie is als bijlage 19 opgenomen. De aanmeldnotitie betreft de m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag (de gemeente De Ronde Venen) kan besluiten of het mogelijk maken van de ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). In de aanmeldnotitie is beoordeeld dat de beoogde ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt voorkomen als activiteit in onderdeel D.11.2 van kolom 1 van de D-lijst van het Besluit m.e.r. (De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen). De drempelwaarden in kolom 2 worden niet overschreden: 1. Het projectgebied heeft een oppervlak kleiner dan 100 hectare, namelijk ongeveer 30 hectare. 2. Er worden 830 woningen ontwikkeld, dit is veel minder dan de drempelwaarde van 2.000 woningen.

Er is derhalve geen sprake van een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht en is een vormvrije m.e.r. beoordeling uitgevoerd. Hieronder is de uitkomst hiervan beschreven. 5.11.3 Uitkomst van de m.e.r.-beoordeling Het voornemen om het woongebied Het Oosterland te ontwikkelen leidt in beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Er is voor het bestemmingsplan geen milieueffectrapportage nodig.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

80/88

6 Juridische planbeschrijving

6.1

Algemeen

De Wro bepaalt dat ruimtelijke plannen digitaal en analoog beschikbaar moeten zijn. Dit brengt met zich mee dat bestemmingsplannen digitaal uitwisselbaar en op vergelijkbare wijze gepresenteerd moeten worden. Met het oog hierop stellen de Wro en de onderliggende regelgeving eisen waaraan digitale en analoge plannen moeten voldoen. Zo bevat de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) bindende afspraken waarmee bij het maken van bestemmingsplannen rekening moet worden gehouden. De SVBP kent (onder meer) hoofdgroepen van bestemmingen, een lijst met functie- en bouwaanduidingen, gebiedsaanduidingen en een verplichte opbouw van de planregels en het renvooi. Op de verbeelding zijn alle functies zodanig bestemd, dat het mogelijk is om met behulp van het renvooi direct te zien welke bestemmingen aan de gronden binnen het plangebied zijn gegeven en welke regels daarbij horen. Uitgangspunt daarbij is dat de verbeelding zoveel mogelijk informatie geeft over de in acht te nemen maten en volumes. De regels geven duidelijkheid over de bestemmingsomschrijving, de bouwregels en de specifieke gebruiksregels.

6.2

Nadere toelichting op de regels

De bij dit plan behorende planregels zijn, conform de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012), onderverdeeld in 4 hoofdstukken, te weten: 1. Inleidende regels 2. Bestemmingsregels 3. Algemene regels 4. Overgangs- en slotregels In hoofdstuk 1 worden in de planregels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 is de op de verbeelding aangegeven bestemming omschreven en wordt bepaald op welke wijze de gronden en opstallen gebruikt mogen worden. Daarbij worden de bebouwingsmogelijkheden vermeld. In hoofdstuk 3 is een aantal algemene regels opgenomen. In hoofdstuk 4 is omschreven welke gebouwen en gebruik vallen onder het overgangsrecht en bevat tot slot de citeertitel van het plan. 6.2.1 Inleidende regels Begrippen (artikel 1) In dit artikel worden de begrippen gedefinieerd, die in de regels worden gehanteerd. Bij de toetsing aan het bestemmingsplan wordt uitgegaan van de in dit artikel aan de betreffende begrippen toegekende betekenis. Voor zover er geen begrippen zijn gedefinieerd wordt aangesloten bij het normaal spraakgebruik.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

81/88

Wijze van meten (artikel 2) Dit artikel geeft aan hoe hoogte- en andere maten die bij het bouwen in acht genomen dienen te worden en gemeten moeten worden. 6.2.2 Bestemmingsregels Groen (artikel 3) Om een buffer te garanderen tussen de bestaande woningen aan de Oosterlandweg en de nieuw te realiseren gebiedsontsluitingsweg is de bestemming Groen opgenomen. Binnen deze bestemming mag niet worden gebouwd. Verkeer (artikel 4) Ter hoogte van de nieuwe hoofdontsluitingsweg is de bestemming ‘Verkeer’ opgenomen. Omdat de exacte positie van de weg nog niet vastligt en het wegverloop kan verspringen, is de bestemming breder dan de uiteindelijke weg. Ook de aangrenzende groenzone en voet- en fietspaden zijn mogelijk in de bestemming Verkeer. De bestemming sluit in het zuiden aan op de verkeersbestemming van de Oosterlandweg. Water (artikel 5) Voor de hoofdstructuur van het water is de bestemming ‘Water’ opgenomen. Het gaat om het bestaande water dat aansluit op het Wickelhofpark en het nieuwe water dat centraal in het gebied zal komen. Ook de watergang die komt langs de zuidzijde van de percelen langs de Tuinderslaan heeft de bestemming ‘Water’ gekregen. Dit betekent niet dat er buiten deze bestemming geen water is. Het gaat hier enkel om de hoofdstructuur.

Binnen de bestemming ‘Water’ is de aanduiding ‘wonen’ opgenomen voor het gebied waar de vrijstaande landschapswoningen kunnen komen. Het gaat in totaal om 9 woningen binnen het aanduidingsgebied. In de bestemming is een regeling opgenomen voor deze woningen. Er zijn enkel vrijstaande woningen toegestaan met een maximum bebouwd oppervlak van 160 m2 per woning (footprint) en met een maximum van 300 m2 brutovloeroppervlakte (woonoppervlak). Er zijn geen losse bijgebouwen toegestaan bij de woningen, deze dienen onderdeel uit te maken van het hoofdvolume (inpandig). Wonen – 1 (artikel 6) De bestemming ‘Wonen – 1’ heeft betrekking op twee kavels waar één woning is toegestaan en één kavel waar twee woningen zijn toegestaan. De kavels zijn gelegen aan de randen van het plangebied en worden separaat van de gebiedsontwikkeling gerealiseerd. Wonen - 2 (artikel 7) Zoals beschreven in paragraaf 3.2.3 zijn ook de percelen meegenomen van de bestaande bedrijfswoningen van de glastuinbouw en de bestaande woningen langs de Tuinderslaan, Schattekerkerweg en Oosterlandweg. Hiervoor is in het bestemmingsplan de bestaande feitelijke situatie leidend geweest. Omdat deze woningen in de toekomstige situatie deel uitmaken van het stedelijk gebied, is voor de bestemmingssystematiek aangesloten bij hoe dit is gedaan in het bestemmingsplan voor de dorpskernen.

Er is een bouwvlak opgenomen op de bestaande (bedrijfs)woningen. Hiervoor geldt de bestaande goot- en bouwhoogte als maximum hoogte. Voor de rest van het perceel geldt dat er maximaal 50 m2 aan bijgebouwen mogelijk is, behalve als het bestaande oppervlakte al meer is. Dan geldt het bestaande oppervlakte als maximum. Dit is in lijn met de systematiek in de gemeente geregeld met een specifieke bouwaanduiding. Ook is er middels een afwijkingsbevoegdheid een mogelijkheid geboden om een extra woning te realiseren, mits er voldoende bijbehorende bouwwerken gesloopt worden. De nieuwe woning dient milieuhygiënisch inpasbaar te zijn en van adequate landschappelijke inpassing te zijn voorzien. Woongebied (artikel 8) De hoofdbestemming van het plangebied is de bestemming ‘Woongebied’ waarbinnen maximaal 830 woningen kunnen worden gerealiseerd (inclusief de 9 woningen die in de bestemming ‘Water’ mogelijk zijn). De woningtypologieën die zijn voorzien, bestaan uit vrijstaande-, half vrijstaande-, aaneengebouwde- en gestapelde woningen. Bij het uitvoeren van een dergelijke

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

82/88

grootschalige ontwikkeling bestaat er behoefte om de mogelijkheid te behouden om tot een bepaalde mate flexibel te zijn in welke woning waar binnen het gebied wordt gerealiseerd. De bestemmingsregeling voorziet in deze flexibiliteit. Door het voorschrijven van een maximum aantal woningen per hectare wordt geborgd dat het totale aantal woningen evenwichtig over het plangebied wordt verdeeld. Voor een goede inpassing van het nieuwbouwprogramma ten opzichte van de bestaande woningen geldt dat de maximale goot- en bouwhoogte van de nieuw te realiseren woningen in de nabijheid van bestaande woningen op respectievelijk 7,5 en 11 meter is vastgelegd. Daar waar de afstand tot de bestaande woningen groter is, geldt een hogere bouwhoogte (tot maximaal 17 meter) waarbinnen het ook mogelijk is om appartementen te realiseren. Bij vaststelling is kadastraal perceel 8692 aan het plangebied toegevoegd en heeft de bestemming Woongebied gekregen. Dit perceel maakt daarmee onderdeel uit van de gronden waar de nieuwe woningen op gerealiseerd kunnen worden. Binnen de bestemming Woongebied zijn ook groen, water, verkeer en parkeren voorzien. Los van de groenblauwe hoofdstructuur die is vastgelegd met de bestemming Water, ligt de rest van de structuur van groen, water en verkeer ten tijde van het opstellen van het bestemmingsplan nog niet exact vast.

Het bestemmingsplan stuurt op hoofdlijnen en biedt de kaders om te komen tot een nader uitgewerkt stedenbouwkundig plan en inrichtingsplan waarin deze structuren definitief zijn bepaald. In de overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar is vastgelegd dat er een goedgekeurd stedenbouwkundig plan dient te zijn voor de omgevingsvergunningen voor het bouwen van de woningen. Parallel met het bestemmingsplan is een Beeldkwaliteitsplan opgesteld, dat inzicht geeft in de gewenste identiteit en beeldkwaliteit van Het Oosterland. Het BKP gaat onderdeel uitmaken van de Welstandsnota en wordt apart ter inzage gelegd. Ook maakt het BKP onderdeel uit van de overeenkomst tussen gemeente en ontwikkelaar. Via die weg zal gemeente ook sturen op de totstandkoming van de ambities en gebiedskwaliteiten uit het BKP. In aanvulling hierop is een voorwaardelijke verplichting in de regels (artikel 8.5.3) opgenomen met de verplichting dat het groenblauwe raamwerk uit het BKP gerealiseerd moet worden en in stand moet worden gehouden. Er is een termijn van twee jaar na gereed melding van de laatste woningen opgenomen.

Dit is omdat de aanleg van de groenblauwe structuur niet volledig gereed kan zijn voordat de laatste woningen opgeleverd zijn, omdat anders door de bouwwerkzaamheden net nieuw aangelegde beplantingsstroken weer kunnen worden aangetast of omdat er nog geen ruimte is om het raamwerk af te ronden. Rondom het plangebied bevinden zich enkele bestaande bedrijven waarvan sommigen een milieucirkel hebben die tot binnen het woongebied rijkt. Daar waar dat het geval is, geldt door middel van de aanduiding ‘wonen uitgesloten’ op de verbeelding dat het realiseren van woningen niet is toegestaan. In de regels is wel de mogelijkheid opgenomen om in de toekomst alsnog woningen te realiseren als de bedrijfssituatie daar in de toekomst ruimte voor laat. In de bestemming Woongebied is ruimte geboden voor een horecavoorziening van maximaal 450 m2. Het gaat om een horeca van categorie 1a en b, zoals een broodjeszaak of ijssalon of poffertjeszaak. De exacte plek kan nog niet worden vastgelegd, omdat de locatie nog nader wordt bepaald. In artikel 8.5.4 zijn nadere regels opgenomen voor het woningbouwprogramma. Dit komt voort uit het provinciale Programma Wonen en Werken. Dit programma gaat uit van een fasering in het woningbouwprogramma, waarbij 600 woningen voor 2030 gerealiseerd kunnen worden en het resterend programma na 2030.

Om aan deze fasering tegemoet te komen, is in artikel 8.5.4 een voorwaarde opgenomen dat van het maximum aantal woningen niet meer dan 600 woningen mogen worden gebouwd vóór 1 januari 2030. Tevens is in het programma uitgegaan van een totaalaantal van 755 woningen. Omdat de woningbouwbehoefte na 2030 nog steeds groot is en er in het gebied een groter aantal woningen gerealiseerd kan worden dan 755 woningen, is er planologisch ruimte gehouden in het bestemmingsplan tot maximaal 830 woningen. Het extra programma boven de 755 woningen uit het Programma wonen en werken dient echter eerst in een nieuw provinciaal programma opgenomen te zijn. Daarom is in artikel 8.5.4 onder b. een voorwaarde .opgenomen met als doel dat het realiseren van meer dan 755 woningen pas kan wanneer het resterende aantal van 75

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

83/88

woningen is opgenomen in het provinciale Programma Wonen en Werken. Het totaal aantal van 830 woningen dat is opgenomen in artikel 8.2.1 onder e. geldt daarbij als het maximumaantal.

Waarde – Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5 (artikel 9) Zoals in paragraaf 5.2 van deze toelichting is aangeven geldt een beschermingsregime voor archeologie. Binnen de dubbelbestemming ‘Waarde - Archeologisch waardevol verwachtingsgebied landbodem categorie 5’ geldt dat bij grondroerende werkzaamheden in plannen met een oppervlakte van 2.000 m2 of groter, die dieper reiken dan 0,30 m beneden het maaiveld, er rekening dient te worden gehouden met de aanwezigheid van archeologische waarden. Ter bescherming van de toegekende archeologische waarden is de dubbelbestemming opgenomen. Zowel in de verbeelding als in de planregeling is dit tot uitdrukking gebracht. Centraal uitgangspunt daarbij is dat de ingrepen pas mogelijk zijn, nadat op basis van voldoende onderzoek is aangetoond dat mogelijke archeologische waarden niet worden teniet gedaan en/of voldoende zeker worden gesteld. 6.2.3 Algemene regels In dit onderdeel van de regels komen onder andere de flexibiliteitbepalingen en algemene bepalingen aan de orde. Het gaat hierbij onder meer om: Anti-dubbeltelregel (artikel 10) In dit artikel is opgenomen dat grond, welke eenmaal in aanmerking is of moest worden genomen bij het verlenen van een bouwvergunning, waaraan uitvoering is of alsnog kan worden gegeven, bij de beoordeling van een andere aanvraag buiten beschouwing dient te blijven.

Algemene bouwregels (artikel 11) In dit artikel zijn algemene bouwregels opgenomen, voor onder andere vlaggenmasten, ondergeschikte bouwdelen en voor ondergrondse bouwwerken. Algemene gebruiksregels (artikel 12) In dit artikel is opgenomen wat onder verboden gebruik wordt verstaan. Algemene afwijkingsregels (artikel 13) Dit artikel geeft een regeling om af te wijken van voorgeschreven maatvoeringen zoals hoogte, afmetingen, mits de afwijking niet meer is dan 10% van de voorgeschreven maatvoering. Dit heeft geen betrekking op in het plan opgenomen oppervlaktematen. Verder zijn er enkele afwijkingsmogelijkheden. Deze afwijkingsregels dienen bij uitzondering te worden toegepast. Algemene wijzigingsregels (artikel 14) Met artikel 14.1 is het mogelijk gemaakt om bij beperkte overschrijdingen van bestemmingsgrenzen de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen. Met artikel 14.2 is het mogelijk om de staat van bedrijfsactiviteiten bij de regels te wijzigen. Algemene procedureregels (artikel 15) In dit artikel is aangeven welke procedure van toepassing is bij het stellen van nadere eisen. Overige regels (artikel 16) Parkeernormen In artikel 16.2 zijn de regels opgenomen die gelden voor het parkeren. Er is hiervoor verwezen naar het meest actuele parkeerbeleid.

In artikel 16.5 is de mogelijkheid geboden om bij het toepassen van Mobility as a service (deelmobiliteit) uit te gaan van een lagere parkeernorm voor de woningen. In artikel 16.6 zijn regels opgenomen over de geluidluwe zijde, geluidluwe buitenruimte en de woningindeling. Dit zijn regels afkomstig uit het gemeentelijk geluidbeleid en hebben als doel dat voor woningen sprake is van .

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

84/88

6.2.4 Overgangs- en slotregels Overgangsrecht (artikel 17) Met betrekking tot bouwwerken en het gebruik van grond en bouwwerken wordt in dit artikel ingegaan op het daarop toepasselijke overgangsrecht voor de bestaande bebouwing en bestaand gebruik. Dit artikel is met name relevant voor de bestaande kasbedrijven die niet direct na vaststelling van het bestemmingsplan zullen zijn gedemonteerd. Door de regelingen in dit artikel kunnen de bestaande activiteiten worden gecontinueerd en kan de bestaande bebouwing blijven staan, tot het moment dat gestart wordt met de ontwikkeling van het woongebied. Slotregel (artikel 18) Het laatste artikel van de regels betreft de citeertitel van het bestemmingsplan.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

85/88

7 Financiële uitvoerbaarheid

7.1

Economische uitvoerbaarheid

Bij een bestemmingsplan dient op grond van artikel 6.12 Wet ruimtelijke ordening (verder: Wro) in de plantoelichting inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid. Tevens is met de inwerkingtreding van de Wro de verplichting ontstaan dat bepaalde plankosten op de initiatiefnemer kunnen worden verhaald. Het gaat hierbij om de plankosten en de kosten van ontwikkelingen die gemeente redelijkerwijs moet maken, zoals de aanleg van voorzieningen van openbaar nut. Het betreft een particulier voornemen waarvan de lasten door initiatiefnemer zullen worden gedragen. Er is een overeenkomst gesloten tussen gemeente en initiatiefnemer, waarmee de kosten voor de gemeente gedekt zijn. Hierdoor is het niet noodzakelijk om een exploitatieplan vast te stellen. De economische uitvoerbaarheid door initiatiefnemer is voorts voldoende aangetoond. Met de overeenkomst is naast de plankosten ook teruglevering van het openbaar gebied aan de gemeente en de verkoop van de gemeentelijke gronden binnen het plangebied aan de initiatiefnemer geregeld.

7.2

Planschade

Planschade wordt in beginsel toegekend door het besluitvormend orgaan aan degenen die waardevermindering van onroerend goed ondervinden ten gevolge van het besluit tot afwijken van het bestemmingsplan. De grondslag voor deze planschaderegeling wordt gegeven in artikel 6.1 Wro. In artikel 6.4 onder a Wro is bepaald dat de gemeente de mogelijkheid heeft om met de initiatiefnemer een overeenkomst te sluiten ten aanzien van planschade. In de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst is opgenomen dat het planschaderisico voor rekening van de initiatiefnemer komt. Daarmee is het risico op planschade afgedekt voor de gemeente.

7.3

Conclusie

Gezien de tussen de gemeente en de initiatiefnemer gesloten overeenkomst, is er geen exploitatieplan nodig. Ook wordt het plan financieel uitvoerbaar geacht.

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

86/88

8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

8.1

Participatieproces

8.1.1 Eerste gespreksronde direct om- en aanwonenden (mei 2022) De ontwikkelaar heeft afgelopen mei 2022 alle direct omwonenden van het plangebied Het Oosterland een brief gestuurd om de ontwikkelingsvisie van Het Oosterland persoonlijk aan de omwonenden toe te lichten. Van de 27 aangeschreven adressen hebben er vervolgens 13 omwonenden aangegeven een persoonlijke toelichting op prijs te stellen. Tijdens het bezoek aan huis heeft de ontwikkelaar samen met de gemeentelijke projectleider de gebiedsvisie (zoals woonprogramma, wijkontsluitingen, groen en water) en de globale planning toegelicht en de vragen van de omwonenden beantwoord. De omwonenden hebben begrip voor de transformatie van het glastuinbouwgebied naar een woonwijk. In de regel was men enthousiast over het plan, met name de ruime opzet van de wijk met veel ruimte voor water en groen. Een terugkomend punt van zorg is de verkeersveiligheid op de Oosterlandweg en Schattekerkerweg. Vooral op de Oosterlandweg rijdt men in de huidige situatie te hard. Bij de uitwerking van het gebied zal de verkeersveilige inrichting van de wegen onderzocht worden. 8.1.2 Inloopavond (juni 2022) Op 8 juni 2022 heeft de ontwikkelaar samen met de gemeente een inloopavond georganiseerd, waarbij omwonenden in de nabijgelegen straten per brief zijn uitgenodigd. Tevens is de aankondiging van de inloopavond gepubliceerd in de lokale kranten.

Tijdens deze inloopavond konden geïnteresseerden de ontwikkelingsvisie van Het Oosterland bekijken en vragen stellen. De landschapsarchitect en de stedenbouwkundige waren ook aanwezig om nadere toelichting te geven op de inrichting van het plan. De opkomst was zeer groot. Het publiek stelde uiteenlopende vragen over de planning, prijs van de woningen, het woonprogramma, verkeer op de Oosterlandweg en bouwhoogte. Ook tijdens de inloopavond is het hard rijden op de Oosterlandweg een bekend aandachtspunt en hier zal tijdens de uitwerking naar gekeken worden. Enkelen waren geïnteresseerd in een vrije kavel. Dit is vooralsnog niet opgenomen in het plan, bij de uitwerking wordt gekeken naar de mogelijkheden. Aangezien het plan nog in een conceptfase is, konden specifieke vragen over bijvoorbeeld prijs of locatie van starterswoningen, nog niet beantwoord worden. Men kon haar vragen/opmerkingen op het plan ook noteren of mailen. Er is een projectwebsite www.hetoosterland.nl gemaakt waar algemene projectinformatie staat. Ook is hierop de beantwoording van de meest gestelde vragen te vinden. Degene die een reactie hebben ingestuurd op de inloopavond zijn hiervan op de hoogte gebracht. Beantwoording van de individuele vragen zal in de komende periode teruggekoppeld worden. 8.1.3 Inloopbijeenkomst 9 mei 2023 Op 9 mei jl. is een inloopbijeenkomst geweest.

De laatste stand van het plan is getoond en toegelicht geweest. Er waren net als andere keren veelal positieve reacties op de ruime opzet en het groen en water. Ook de uitkomsten van het verkeersonderzoek zijn getoond. Bij ontwikkeling van Het Oosterland wordt een deel van de Oosterlandweg en Schattekerkerweg binnen de bebouwde kom gelegd en de weginrichting wordt hier op aangepast. Ook zal de snelheid verlaagd worden naar 50 km/uur. Dit zal positief bijdragen aan de verkeersveiligheid op deze wegen. 8.1.4 Vervolg Tijdens de planuitwerking zullen geïnteresseerden geregeld via een nieuwsbrief en website op de hoogte gehouden worden. Gedurende het uitwerkingsproces van het stedenbouwkundig

Bestemmingsplan Het Oosterland, Vastgesteld

87/88

plan zal de ontwikkelaar samen met de gemeente geregeld het plan bespreken met de direct omwonenden.

8.2

Vooroverleg artikel 3.1.1. Bro

In het voortraject van het bestemmingsplan heeft afstemming plaatsgevonden met de provincie Utrecht en het waterschap Amstel Gooi en Vecht. Bij de totstandkoming van het waterhuishoudkundig plan is meerdere malen overleg geweest met het waterschap en er is in het plan rekening gehouden met de reacties die zijn gegeven. Met de provincie is ook meerdere keren overleg geweest. Dit heeft geresulteerd in het voorliggende plan en ook is het plan voor het Oosterland meegenomen in de actualisatie van het provinciale Programma Wonen en Werken (2023). Tevens heeft de Veiligheidsregio Utrecht advies gegeven over het bestemmingsplan. Daarmee heeft het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening plaatsgevonden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13740262/1