Bijlage 2 Bestemmingsplan Herziening De Maricken II Wilnis
Tekst van het document
HERZIENING DE MARICKEN II De Ronde Venen Bestemmingsplan
1/2
DATUM KENMERK
14-08-2024 NL.IMRO.0736.BP029HerzMaricken2-VA01
PROJECT PROJECTLEIDER
Herziening De Maricken II Ir. Leo Snel
OPDRACHTGEVER Gemeente De Ronde Venen PROJECTNUMMER 20220489.001 AUTEUR STATUS
2/2
Luuk van de Gevel Ter vaststelling
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Plangebied
9
1.3
Planologische regeling
11
1.4
Leeswijzer
11
De herziening
13
2.1
Onderdelen van de herziening
13
2.2
Duurzaamheid
14
2.3
Ruimtelijk kader
15
2.4
Beeldkwaliteitplan
15
Beleidskader
19
3.1
Rijksbeleid
19
3.2
Provinciaal beleid
22
3.3
Gemeentelijk beleid
27
Hoofdstuk 4
Omgevingsaspecten
35
4.1
Inleiding
35
4.2
Archeologie
35
4.3
Cultuurhistorie
40
4.4
Explosieven
40
4.5
Bodem
43
4.6
Water
46
4.7
Geluid
48
4.8
Verkeer en parkeren
51
4.9
Bedrijven en milieuzonering
53
4.10
Externe veiligheid
54
4.11
Kabels en leidingen
58
4.12
Ecologie
58
4.13
Luchtkwaliteit
61
4.14
Milieueffectrapportage
63
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
3/160
Hoofdstuk 5
Juridische toelichting
65
5.1
Algemeen
65
5.2
Inleidende regels
65
5.3
Bestemmingsregels
65
5.4
Algemene regels
67
5.5
Overgangs- en slotregels
68
Uitvoerbaarheid
69
6.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
69
6.2
Economische uitvoerbaarheid
69
Hoofdstuk 6
4/160
Bijlagen toelichting Bijlage 1
Archeologisch onderzoek De Maricken II
Bijlage 2
Archeologisch onderzoek rotonde
Bijlage 3
Archeologisch onderzoek zuidelijke ontsluiting
Bijlage 4
Onderzoek ontplofbare oorlogsresten De Maricken II
Bijlage 5
Notitie ontplofbare oorlogsresten rotonde
Bijlage 6
Notitie ontplofbare oorlogsresten zuidelijke ontsluiting
Bijlage 7
Bodemonderzoek De Maricken II
Bijlage 8
Bodemonderzoek rotonde
Bijlage 9
Bodemonderzoek zuidelijke ontsluiting
Bijlage 10
Nader bodemonderzoek koper-verontreiniging
Bijlage 11
Watertoets
Bijlage 12
Akoestisch onderzoek - Wegverkeerslawaai
Bijlage 13
Akoestisch onderzoek - Reconstructie Mijdrechtse Dwarsweg
Bijlage 14
Notitie verkeersafwikkeling
Bijlage 15
Onderzoek bedrijven- en milieuzonering
Bijlage 16
Onderzoek EV
Bijlage 17
Onderzoek stikstofdepositie
Bijlage 18
Verkennend natuuronderzoek De Maricken II
Bijlage 19
Verkennend natuuronderzoek rotonde
Bijlage 20
Verkennend natuuronderzoek zuidelijke ontsluiting
Bijlage 21
Activiteitenplan
Bijlage 22
Ontheffing soortenbescherming
Bijlage 23
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.
Bijlage 24
Nota van zienswijzen & ambtshalve aanpassingen
5/160
Regels Hoofdstuk 1
Inleidende regels
123
Artikel 1
Begrippen
123
Artikel 2
Wijze van meten
131
Bestemmingsregels
133
Artikel 3
Groen
133
Artikel 4
Tuin - Onbebouwd
134
Artikel 5
Verkeer
135
Artikel 6
Water
136
Artikel 7
Woongebied
137
Artikel 8
Leiding
144
Hoofdstuk 3
Algemene regels
147
Artikel 9
Anti-dubbeltelregel
147
Artikel 10
Algemene bouwregels
148
Artikel 11
Algemene gebruiksregels
149
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
150
Artikel 13
Algemene wijzigingsregels
151
Artikel 14
Algemene procedureregels
152
Artikel 15
Overige regels
153
Overgangs- en slotregels
155
Artikel 16
Overgangsrecht
155
Artikel 17
Slotregel
156
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 4
Bijlagen regels Bijlage 1
6/160
Staat van bedrijfsactiviteiten
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Aan de noordzijde van het dorp Wilnis is de nieuwbouwwijk de Maricken in ontwikkeling. De eerste fase van het westelijk gedeelte van de woonwijk is reeds gerealiseerd en de tweede fase is nog in ontwikkeling. De planologische basis van de ontwikkeling is vastgelegd in het moederplan 'Marickenland bestemmingsplan' (vastgesteld d.d. 3 februari 2009) dat inmiddels bijna 15 jaar geleden is vastgesteld. In de loop van de jaren zijn een aantal uitgangspunten verouderd en zijn nieuwe inzichten verkregen voor bepaalde aspecten. Dit geeft aanleiding om het aantal woningen, de ontsluitingsstructuur en diverse regels in het bestemmingsplan te herzien. Met deze herziening wordt invulling gegeven aan het ruimtelijke kader dat de gemeenteraad van De Ronde Venen vastgesteld heeft op 10 oktober 2022. Inmiddels is ook het bestemmingsplan Dorpskernen door de gemeente opgesteld. In dit bestemmingsplan is het westelijke deel van het moederplan opgenomen. Met deze herziening wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de regelgeving die toegepast is in het bestemmingsplan Dorpskernen. Hierbij zal rekening gehouden worden met dat het bestemmingsplan dorpskernen (voornamelijk) bestaande bouw bestemt en de woonwijk Maricken II, waarop deze herziening toeziet, nog gerealiseerd moet worden.
1.2
Plangebied
Het plangebied van de herziening ziet toe op het hele oostelijke deel van de woonwijk de Maricken. Ten westen van het plangebied bevindt zich de nieuwbouwwijk De Maricken I en het plangebied betreft het oostelijk deel, ofwel Maricken II. Het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. In figuur 1.2 is een globaal schetsontwerp van de Maricken II opgenomen.
Figuur 1.1 - Ligging plangebied 9/160
Figuur 1.2 - Globaal schetsontwerp woonwijk De Maricken II (Bron: Ruimtelijk Kader De Maricken II, Echo) Omgeving plangebied Het plangebied wordt gescheiden van het aan de oostzijde gelegen natuur- en recreatiegebied Marickenland door de provinciale weg, de N212. Aan de noordzijde van het plangebied bevinden zich aan de Mijdrechtse Dwarsweg een tankstation, een hoveniersbedrijf en een aantal woningen. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een cultuurhistorische spoorbaan die parallel aan de watergang Driehuizer Dwarstocht is gelegen. Ten zuiden van de plangebied grens ligt de woonwijk de Maricken-Veenzijde.
10/160
1.3
Planologische regeling
Ter plaatse van het plangebied vigeert het moederplan 'Marickenland bestemmingsplan' (vastgesteld d.d. 3 februari 2009) en het bestemmingsplan 'Buitengebied-West' deels onherroepelijk in werking (vastgesteld d.d. 21 februari 2019) en het bestemmingsplan '1e herziening Buitengebied-West' (vastgesteld d.d. 23 februari 2023). In 'Marickenland bestemmingsplan' is een uitwerkingsplicht opgenomen om een woonwijk te realiseren. Middels een uitwerkingsplan en een herziening wordt de gewenste ontwikkeling mogelijk gemaakt. Het uitwerkingsplan 'De Maricken II' is reeds door het college vastgesteld. Omdat op basis van het moederplan de gewenste ontwikkeling van maximaal 650 woningen niet mogelijk is, wordt een herziening opgesteld voor het geheel. Het bestemmingsplan '1e herziening Buitengebied-West' bevat slechts aanpassingen voor een aantal locaties en ambtshalve wijzigingen. Er zijn voor dit plan geen relevante onderdelen herzien in dit bestemmingsplan. Relevante dubbelbestemmingen of aanduidingen ter plaatse van de beoogde rotonde zijn voor zover relevant voor dit plan meegenomen in dit bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting is onderdeel van het bestemmingsplan voor de woningbouwontwikkeling De Maricken II in Wilnis. De opbouw van deze toelichting is als volgt: na deze inleiding worden in Hoofdstuk 2 de huidige situatie en de gewenste situatie beschreven; in Hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau behandeld; een toetsing van het project aan de wet- en regelgeving voor de verschillende omgevingsaspecten is in Hoofdstuk 4 opgenomen; Hoofdstuk 5 behandelt de juridische regelingen; tot slot bevat Hoofdstuk 6 de uitvoerbaarheid van het plan.
11/160
12/160
Hoofdstuk 2 2.1
De herziening
Onderdelen van de herziening
Deze herziening herziet de planologische situatie op een aantal onderdelen waaronder het woningaantal, de verkeersontsluiting, de plangrens en enkele regels. Deze onderdelen worden hieronder achtereenvolgens toegelicht. Daarnaast wordt met deze herziening aangesloten bij de regelgeving van het bestemmingsplan Dorpskernen van de gemeente De Ronde Venen. Woningaantal De uit te werken woonbestemming uit het moederplan maakt onder andere de realisatie van 978 woningen mogelijk. In het uitwerkingsplan Marickenzijde, dat de woningen ten westen van het plangebied mogelijk maakt, zijn 520 woningen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat op basis van het moederplan en de woningen die mogelijk gemaakt zijn in het uitwerkingsplan Marickenzijde, in de oostzijde van de woonwijk (De Maricken II) nog ruimte is voor 458 woningen. De wens is echter om in De Maricken II een woonwijk te realiseren van maximaal 650 woningen. Dit bedraagt 192 woningen meer dan op basis van de huidige planologische situatie mogelijk is. Een herziening is nodig om de 192 extra woningen mogelijk te maken. Verkeersontsluiting In het uitwerkingsplan wordt een ontsluiting mogelijk gemaakt van De Maricken II in westelijke en noordelijke richting. In het ruimtelijk kader is ook aangegeven dat een extra ontsluiting later middels een herziening wordt gerealiseerd.
Deze extra ontsluiting zal de woonwijk ook in zuidelijke richting ontsluiten. Dit zal zorgen voor een betere (extra) verbinding tussen de nieuwe wijk en het bestaande dorp en zo ook zorgen voor meer spreiding van het verkeer in en rond het plangebied. Het uitgangspunt voor de zuidelijke ontsluiting is het realiseren van een fietsstraat, waarbij alle parkeerplaatsen die in de huidige situatie aanwezig zijn behouden blijven. Aan de noordzijde wordt het plangebied op de Mijdrechtse Dwarsweg ontsloten middels een rotonde. Het zuidelijk deel van de rotonde valt binnen 'Marickenland bestemmingsplan' en het noordelijk deel valt binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied-West'. De dubbelbestemming 'Leiding - Riool' die ter plaatse van de rotonde geldt is overgenomen in dit bestemmingsplan. Ten aanzien van archeologie is het plangebied vrijgesteld van nader onderzoek voor ingrepen tot 2,5 m -mv onder het huidige maaiveld. De gebiedsaanduidingen 'Veengebied kwetsbaar voor oxidatie' en 'Landbouwgebied' zijn niet relevant voor de toekomstige bestemming verkeer. Deze gebiedsaanduidingen zijn dan ook niet overgenomen in dit bestemmingsplan. Verbeelding Betrekken van rotonde binnen plangebied De rotonde die gerealiseerd wordt aan de Mijdrechtse Dwarsweg is gedeeltelijk gelegen binnen het bestemmingsplan 'Buitengebied-West'.
Het realiseren van deze rotonde is mogelijk gemaakt middels een afzonderlijke procedure. Gezien de ontwikkeling van de 'Maricken II' en de realisatie van de rotonde met elkaar samenhangen, is voor de volledigheid de rotonde volledig bij het plangebied van deze herziening betrokken. Dit zorgt ervoor dat het bestemmingsplan overzichtelijker en gebruiksvriendelijker is.
13/160
Spiegelen aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - gestapeld 1' In het bestemmingsplan zijn twee vlakken opgenomen waarbinnen de specifieke bouwaanduiding gestapeld 1 geldt. Het noordelijke vlak wordt ten opzichte van het uitwerkingsplan in dit bestemmingsplan over zijn horizontale as gespiegeld. Actualisering regels De voorliggende herziening biedt de mogelijkheid om de juridische planregels af te stemmen op de actuele (standaard) regels die zijn opgesteld voor het bestemmingsplan 'Dorpskernen' en op de al gerealiseerde delen van Marickenland. Gelijktijdig kunnen dan ook de sterk verouderde regels over duurzaamheid worden vervangen die opgenomen zijn in 'Marickenland bestemmingsplan'.
2.2
Duurzaamheid
Het beleid ten aanzien van duurzaamheid en daarop gerichte maatregelen is de afgelopen jaren sterk in ontwikkeling. Waar eerst vooral sprake was van energiebesparing en opwek door zonnepanelen is tegenwoordig een uitgebreid pakket maatregelen beschikbaar waarbinnen diverse keuzes kunnen worden gemaakt. Keuzes die ook heel verschillende ruimtelijke consequenties kunnen hebben. Tevens zijn in regels voor het bouwen (bouwbesluit) steeds meer zaken vastgelegd, denk aan een energieprestatienorm en de eis om woningen aansluitend op de energietransitie gasloos te bouwen. In het geldende bestemmingsplan voor Marickenland zijn in de uit te werken woonbestemming de volgende regels voor duurzaamheid opgenomen: Duurzaam bouwen x. van 70% van de woningen dient ten minste één gevel te worden georiënteerd tussen het zuidwesten en zuidoosten; y. 70% van de woningen dient een dakvlak te hebben op een richting tussen het zuidwesten en zuidoosten, dan wel te zijn voorzien van een plat dak. Deze regels zijn vooral gericht op het toepassen van passieve en actieve zonne-energie. Deze sluiten niet meer goed aan bij huidige inzichten ten aanzien van duurzaam bouwen, die zoals hierboven al aangegeven op een veel breder spectrum toezien.
Daarom zijn – mede gericht op landelijk én gemeentelijk beleid – in deze herziening nieuwe regels voor duurzaam bouwen opgenomen die wel aansluiten op actuele inzichten en regels. Het betreft voor grondgebonden woningen de eis dat tenminste 50% moet tenminste voldoen aan BENG2=0 of gelijkwaardig waarbij in geval van strijd met de MPG-norm, de MPG-norm leidend is. Voor gestapelde woningen geldt dat platte daken – voor zover dit technisch uitvoerbaar is – worden voorzien van zonnepanelen en/of van een sedumdak. Met deze (extra) eisen wordt op een zorgvuldige en passende wijze invulling gegeven aan het aspect duurzaam bouwen.
14/160
2.3
Ruimtelijk kader
Voor de ontwikkeling van de tweede fase van de Maricken is een ruimtelijk kader vastgesteld door de gemeenteraad van De Ronde Venen. Dit ruimtelijk kader is de grondslag voor de ontwikkeling van de woonwijk. De bestaande ontwikkelingsstrategie uit het ruimtelijk kader (een groene woonwijk met een dorpse identiteit, waarin een aanzienlijk woonprogramma een plek krijgt) blijft het uitgangspunt. In het ruimtelijk kader is aan de hand van verschillende analyses een visie voor de gebiedsontwikkeling opgesteld. De Maricken II is een vervolg op Maricken Fase I en wordt een groene wijk met een ruime variatie aan woningen. Een wijk voor en door inwoners van Wilnis en omgeving. In de toekomstige woonwijk is bewust gekozen voor een andere uitstraling dan Fase I, die reeds bewoond is. De Maricken II wordt een groene buurt met een centrale groene hoofdstructuur die de verbinding vormt naar het polderlandschap en het toekomstige naastgelegen natuurgebied Marickenland. Dit unieke landschap wordt ingezet als dragende identiteit voor de ontwikkeling van zowel De Maricken II als het gehele dorp Wilnis. Het uitgangspunt voor De Maricken II is een wijk met een dorpse identiteit aan de rand van Wilnis. Het is de wens een toekomstbestendig en groen leefmilieu te realiseren, waarin een aanzienlijk woonprogramma een plek krijgt.
Een gelaagde benadering van wonen, natuurontwikkeling, klimaatadaptatie en sociale inclusiviteit leidt tot een integraal ontworpen woongebied. Op deze manier ontstaan toekomstbestendige wijken waarin het prettig wonen is.
2.4
Beeldkwaliteitplan
In het beeldkwaliteitplan is de ambitie voor de nieuwe woonwijk opgesteld. Het is bedoeld als een kader op hoofdlijnen om met een aantal principes een goede samenhangende sfeer te bereiken. De beeldkwaliteit richt zich op de verschijningsvorm, het beeld en de sfeer van de openbare ruimte en de gebouwen. Ten grondslag aan de ruimtelijke gebiedsvisie ligt een aantal ambities waarmee De Maricken II zich kan ontwikkelen tot een integrale en toekomstbestendige woningbouwontwikkeling. Het karakter van de wijk is groen van opzet en dit heeft een grote dragende waarde voor de wijk en de omgeving. Ook in en rond de woningen zien we grote kwaliteiten waarmee de wijk zich onderscheidt als woonomgeving en bovendien beter past in de landelijke en groene omgeving van Wilnis. klimaatadaptief natuurinclusief mooi landschappelijk wonen recreatief verbonden energieneutraal sociaal inclusief
15/160
Figuur 2.1 - Landschappelijk raamwerk (bron: beeldkwaliteitsplan Maricken 2023) De orthogonale opzet van de polder is de inspiratie voor de hoofdrichting van het plan en verdeling in kleine buurtjes. Langere noord-zuid doorzichten volgen de richting van de polder, maar zijn qua maat en schaal aangepast aan een prettige, menselijke maat. Centraal in het landschappelijke raamwerk ligt een oost-west georiënteerde groenzone, met uitlopers naar noord en zuid. De groene hoofdstructuur is de dragende identiteit en het verbindend element van De Maricken II. De landschapsstructuur biedt een robuust raamwerk. De ontwikkelkavels aan de zuidzijde sluiten qua maatvoering aan op de bestaande bebouwing. Naar het noorden toe vertandt het naar een smallere verkavelingsstructuur met een fijnere korrel. De bebouwing wordt kleinschaliger en lager in dichtheid. Het midden van het plangebied bestaat uit een gecultiveerd en grillig parklandschap waar voordeuren aan geadresseerd zijn. Deze autovrije, openbare groenzone biedt ruimte voor spel, informele sport en ontmoeting. Een nieuwe fietsverbinding loopt door de groenzone en verknoopt het plangebied goed en snel aan zijn omgeving.
16/160
Figuur 2.2 - Landschappelijk raamwerk (bron: beeldkwaliteitsplan Maricken 2023) Karakters van de deelgebieden Het plangebied is opgedeeld in vijf deelgebieden; het dorpslint, de dorpse hoven, het kreekpark, de polderlaantjes en de natte weide. Elk deelgebied kent zijn eigen karakter. Het Dorpslint is de hoofdroute door De Maricken II die alle woonsferen met elkaar verbindt. De robuuste structuur met bomenrijen geeft een groen en welkom gevoel. De groene Dorpse Hoven hebben een natuurlijk en rustig karakter. Verspringende lijnen geven de groene plekken van de wadi's vorm en begeleiden bewoners door de groene plekken met enkele bloeiende bomen. Het Kreekpark vormt een prachtige buitenruimte voor de bewoners van De Maricken II. Met paden in vloeiende lijnen, verdiepte wadi's, struiken en bomen ontstaan er open en meer omsloten plekken. Door de natuurlijke opzet van het park sluit het aan bij zowel de ecologische als sociale behoeftes. De Polderlaantjes zijn geïnspireerd op het polderlandschap, met lange lijnen en een nat karakter. Deze elementen zijn teruggebracht in de vorm van diepe wadi's die water opvangen en vasthouden met daarlangs in een lange lijn groepjes kleine bomen.
17/160
De Natte Weide heeft een meer drassig karakter met daarbij passende beplanting en enkele bomen. Een gebied waar men door kan struinen tijdens een ommetje in de buurt. Het natte karakter wordt bereikt door een relatief laag maaiveld aan te houden, wat ideaal is voor vochtminnende plantsoorten. Dit sluit aan bij de ontwikkelingen van Staatsbosbeheer in Marickenland (Natuurnetwerk Nederland). Beeldkwaliteitsplan in de planregels De gewenste beeldkwaliteit is vastgelegd in de planregels middels een voorwaardelijke verplichting. Deze voorwaardelijke verplichting bevat de verplichting aan een aanvrager van een omgevingsvergunning, gericht op het verrichten van (bouw)werkzaamheden in het kader van de bestemming 'Woongebied', inzichtelijk te maken dat de hoofdvorm, uitstraling en situering van de woningen aansluiten op de uitgangspunten van het Beeldkwaliteitsplan De Maricken II.
18/160
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale omgevingsvisie (2020) en het Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening (2020)
In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) formuleert het Rijk een nieuwe integrale aanpak waarin samen met andere overheden en organisaties optimaal kan worden gewerkt aan behoud van een gezond, leefbaar en economische sterk Nederland. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen spelen de volgende vier prioriteiten de komende jaren een grote rol in de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving van Nederland: 1. ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel; 3. sterke en gezonde steden en regio's; 4. en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Toetsing en conclusie Onderhavig plan sluit aan bij de nationale belangen als geformuleerd in de NOVI. Het realiseren van nieuwe woningen past tevens binnen het nationale belang van het zorg dragen voor voldoende woningen. De taak voor het vormen van beleid inzake de planologische ruimte voor het realiseren van nieuwe woningen wordt neergelegd bij de decentrale overheden. Gemeenten vormen ook beleid over aansluiting op woonbehoeften. Om die reden dient de beoogde ontwikkeling voornamelijk te worden getoetst aan provinciaal en gemeentelijk beleid. 3.1.2
Ladder voor duurzame stedelijke ontwikkeling (art. 3.6.1 Bro, juli 2017)
Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling vereist dat wordt onderbouwd of en in hoeverre er sprake is van 'duurzaam ruimtegebruik'. Om dit duurzaam ruimtegebruik te garanderen moet de 'ladder voor duurzame verstedelijking' (zoals omschreven in artikel 3.1.6 lid 2 Bro) worden doorlopen: “De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien." Het doel dat hiermee wordt beoogd is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en het bewerkstelligen van een goede ruimtelijke ordening, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. Met de ladder wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke besluiten nagestreefd. Een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom altijd worden afgewogen en gemotiveerd. Daarbij moet een beschrijving worden gegeven van de behoefte aan de betreffende ontwikkeling.
Indien de ontwikkeling buiten bestaand stedelijk gebied mogelijk wordt gemaakt, dient te worden gemotiveerd waarom de ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied wordt voorzien.
19/160
Wat onder 'stedelijke ontwikkeling' en 'bestaand stedelijk gebied' wordt verstaan is in het Bro opgenomen en verder uitgekristalliseerd in jurisprudentie. Een stedelijke ontwikkeling is volgens het Bro 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Onder 'bestaand stedelijk gebied' verstaat het Bro een 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. Er is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling bij woningbouwlocaties vanaf twaalf woningen, of bij ontwikkeling van een terrein met een ruimtebeslag van meer dan 500 m2 of een gebouw met een bruto-vloeroppervlakte groter dan 500 m2. Toetsing De uit te werken woonbestemming uit het moederplan maakt de realisatie van 978 woningen mogelijk. In het uitwerkingsplan Marickenzijde, dat de woningen ten westen van het plangebied mogelijk maakt, zijn 520 woningen mogelijk gemaakt. Dit betekent dat op basis van het moederplan en de woningen die mogelijk gemaakt zijn in het uitwerkingsplan Marickenzijde, in de oostzijde van de woonwijk (De Maricken II) nog ruimte is voor 458 woningen.
Met dit bestemmingsplan wordt dat aantal opgehoogd tot maximaal 650. Dat betekent dat maximaal 192 woningen extra mogelijk worden gemaakt ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. Er is daarom sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De locatie ligt binnen bestaand stedelijk gebied omdat voor het plangebied een uitwerkingsplicht voor een stedelijke functie geldt. Een motivering van de locatiekeuze is niet noodzakelijk. Gelet op het bovenstaande is hierna de woningbehoefte beschreven. Beschrijving behoefte De woningbehoefte blijkt uit diverse bronnen op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau. Ruimtelijke Verkenning Wonen (maart 2020) In maart 2020 heeft de gemeenteraad de Ruimtelijke Verkenning Wonen vastgesteld. Daarin staat de ambitie om tot 2040 in totaal 4.800 woningen in de gemeente te bouwen. Deze woningen zijn belangrijk voor de leefbaarheid en de vitaliteit van de dorpen. Met maximaal 192 extra woningen wordt een aanzienlijke bijdrage aan de woningbouwambitie van de gemeente geleverd. Woonvisie 2025 (2017, wijziging 2020) In de woonvisie 2025 (maart 2020) is aangegeven dat uitbreiding nodig is om te voldoen aan de verwachte bevolkingsgroei vanaf 2030. Nieuwe projecten zoals Centrumplan Vinkeveen en De Maricken fase II in Wilnis, maar ook andere grotere locaties bieden mogelijkheden om deze groei te realiseren.
Het kabinet wil in de periode tot en met 2030 in Nederland 900.000 woningen bouwen. Dat is een ambitieuze doelstelling, waar de regio U10 graag een flinke bijdrage aan levert. Immers, heel Nederland kampt met krapte op de woningmarkt, maar in de regio U10 is deze extra groot.
20/160
Woondeal U10 In de regionale woondeal Regio U10 is afgesproken dat De Ronde Venen tot 2030 2.950 woningen bouwt. Er was in 2022 slechts harde plancapaciteit voor 245 woningen. Maricken fase II is aangemerkt als een van de sleutelprojecten in de regio met in totaal 650 woningen vanaf 2024 om in de behoefte te kunnen voorzien.
Figuur 3.1 - Bruto plancapaciteit De Ronde Venen (Bron: Woondeal 2022-2030)
Figuur 3.2 - Belangrijkste woningbouwlocaties De Ronde Venen (Bron: Woondeal 2022-2030) In Maricken II zijn op dit moment 458 woningen planologisch mogelijk. Gelet op de woningbehoefte zijn 650 woningen regionaal afgestemd. Om in de gewenste maximale 650 woningen te kunnen voorzien, is dit bestemmingsplan opgesteld. Conclusie Met het toevoegen van maximaal 192 extra woningen bovenop de huidige 458 woningen die nog planologisch uitgewerkt moeten worden, kan worden voorzien in de grote regionale woningbehoefte. Met het intensiveren van een woonlocatie is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.
21/160
3.2
Provinciaal beleid
De provincie Utrecht heeft een Omgevingsvisie en Omgevingsverordening opgesteld om de plannen van de provincie voor de komende jaren vast te leggen in beleid en regelgeving. De omgevingsvisie beschrijft hoe de provincie er in 2050 uit moet komen te zien. De omgevingsverordening stelt regels op verschillende onderdelen om de speerpunten uit de Omgevingsvisie concreet te maken en uiteindelijk te kunnen realiseren. Hieronder wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidsstukken van de provincie Utrecht. 3.2.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht (vastgesteld d.d. 10 maart 2021)
De provincie Utrecht in 2020: beslaat zo’n 1.550 vierkante kilometer, grenst aan vier andere provincies, heeft 26 gemeenten, vier waterschappen en circa 1,35 miljoen inwoners. De toekomst laat zich niet exact voorspellen. Eén ding is echter zeker: Utrecht ziet er in 2050 anders uit dan nu. De komende 30 jaar moeten omvangrijke, complexe en urgente opgaven aangepakt worden. Er is veel ruimte nodig voor duurzame ontwikkeling van diverse functies, zoals wonen, werken, mobiliteit, energie, recreatie, natuur en landbouw. Tegelijkertijd heeft de provincie de ambitie om de bestaande Utrechtse kwaliteiten verder te versterken. Het is belangrijk om nu al na te denken over de juiste balans tussen opgaven en Utrechtse kwaliteiten en keuzes te maken die daarvoor nodig zijn. De omgevingsvisie beschrijft tal van ambities en beleidskeuzen voor zeven beleidsthema's: 1. Stad en land gezond; 2. klimaatbestendig en waterrobuust; 3. duurzame energie; 4. vitale steden en dorpen; 5. duurzaam, gezond en veilig bereikbaar; 6. levend landschap, erfgoed en cultuur; 7. toekomstbestendige natuur en landbouw. Toetsing Het plan voor een woonwijk op deze locatie is in 2009 al vastgelegd in het moederplan Marickenland bestemmingsplan. Inmiddels is er op provinciaal niveau een nieuwe visie en een nieuwe omgevingsverordening van kracht.
De provincie beschrijft in haar omgevingsvisie een groot aantal opgaven voor de komende jaren. Naast dat de gebiedsontwikkeling voorziet in een aanzienlijk aantal woningen waarmee het bijdraagt aan de benodigde woningen in de provincie Utrecht, kan De Maricken II zich ontwikkelen tot een integrale en toekomstbestendige woningbouwontwikkeling die bijdraagt aan de thema's uit de omgevingsvisie. Hieronder is op basis van een aantal ambities uit het ruimtelijk kader beschreven hoe deze ambities in de ontwikkeling vormgegeven worden. Het karakter van de wijk is groen van opzet en dit heeft een grote dragende waarde voor de wijk en de omgeving. Deze ambitie valt uiteen in een aantal thematische onderwerpen: klimaatadaptief, natuurinclusief, recreatief verbonden, mooi landschappelijk wonen, energieneutraal en sociaalinclusief. Deze onderwerpen zijn onderdeel van de omgevingsvisie van de provincie. Hieronder wordt toegelicht hoe invulling gegeven wordt aan de onderwerpen.
22/160
Klimaatadaptatie De Maricken II wordt een wijk waar klimaatadaptatie een grote rol speelt. Dit komt vooral terug in de manier waarop met water wordt omgegaan. Het moet worden voorkomen dat een langdurige droogte het veen verder laat dalen. Regenwater in het gebied wordt opgevangen en vast gehouden. Overvloedige water in de buitenruimte tijdens en na piekbuien wordt voorkomen door zowel een goede infiltratie als een systeem van oppervlakkige afvoer richting het oppervlaktewater. Door toevoeging van wadi’s kan het gebied echt klimaatadaptief worden gemaakt. Er zijn daarnaast kansen voor het bergen en zuiveren van water in de noordelijke zone. Deze extra waterberging en natuurlijke zuivering bieden ook nieuwe kansen voor ecologische ontwikkeling en een vergroting van de natte natuur. Natuurinclusief De ambitie is om van De Maricken II een natuurinclusieve woonwijk te maken. Dit betekent dat de wijk zo wordt ingericht dat dit de inheemse biodiversiteit ten goede komt. Hiervoor vormt het naastgelegen Marickenland een grote bron van inspiratie. Stevige, doorgaande groenblauwe structuren die gekoppeld zijn aan groengebieden in de omgeving zijn daarbij van essentieel belang. Natuurinclusiviteit wordt gekoppeld met recreatie: het gaat ook om de beleving van de natuur. Recreatief verbonden De ambitie is om de Maricken II op meerdere manieren te verbinden met de omgeving.
De focus hierbij ligt op het naastgelegen natuurgebied Marickenland voor de natuurlijke recreatie, en het zuidelijk gelegen centrum van Wilnis voor de culturele recreatie. Binnen de wijk wordt ingezet op een avontuurlijk en aantrekkelijk speel- en verblijfsgebied. Vooral gericht op kinderen, maar ook op beweging en ontmoeting van andere doelgroepen. Mooi landschappelijk wonen De ambitie is om de beeldkwaliteit voort te laten komen uit de eerder genoemde thema’s klimaatadaptatie en natuurinclusief. Deze thema’s geven de wijk een unieke en natuurlijke uitstraling met veel groen in de openbare ruimte. De inspiratie van de groene omgeving in De Maricken II komt vanuit het naastgelegen natuurgebied, Marickenland. De kwaliteit van dit natuurgebied wordt daardoor in de wijk getrokken. De woningen hebben een dorps karakter en een natuurlijke uitstraling door het gebruik van natuurlijke materialen. Energie neutraal De ambitie is om een stapje verder te gaan dan de BENG eisen en zo mogelijk een energie neutrale wijk te realiseren. Sociaalinclusief De ambitie is om met het ontwerp van de wijk de sociale interactie te stimuleren. Het doel is daarbij om ook op de lange termijn een leefbare wijk te houden, waar mensen zich betrokken voelen bij de buren en het publieke domein. Conclusie De ontwikkeling van De Maricken II draagt bij aan de thema's uit de omgevingsvisie.
23/160
3.2.2
Omgevingsverordening (geconsolideerde versie maart 2024)
Om de Omgevingsvisie in de praktijk goed te laten werken, zijn op onderdelen regels nodig. Deze regels zijn vastgelegd in één Omgevingsverordening. Deze verordening is op 1 januari 2024 in werking getreden en afgestemd op de Omgevingswet. Om de Omgevingsverordening actueel te houden, wordt de verordening op onderdelen gewijzigd. Hierna is de ontwikkeling getoetst aan de actuele geconsolideerde versie. Daar waar omgevingsplan staat, betekent dit onder de Wro bestemmingsplan of uitwerkingsplan. Artikel 2.16 Instructieregel overstroombaar gebied 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Overstroombaar gebied bevat regels die rekening houden met overstromingsrisico’s. Binnendijks is dit van toepassing op kwetsbare en vitale objecten en woonwijken en bedrijventerreinen. Buitendijks is dit ook van toepassing op individuele woningen en bedrijven. 2. De motivering van een omgevingsplan bevat een beschrijving van het door de gemeente te voeren beleid ter zake en de wijze waarop met het overstromingsrisico is omgegaan. Toetsing Het voorliggende plan betreft de uitwerking van een deel van het woongebied/de gebiedsontwikkeling Marickenland. In de waterparagraaf 4.6 wordt ingegaan op het overstromingsrisico. Door o.a.
ophoging van het gebied met een zandpakket voldoet het plan aan de richtlijnen uit het convenant Duurzame woningbouw voor het thema gevolgbeperking overstromingen. Artikel 4.1 Instructieregel bereikbaarheid 1. Een omgevingsplan waarin nieuwe ontwikkelingen zijn voorzien, waarborgt dat knelpunten in de bereikbaarheid niet toenemen en bij voorkeur afnemen. 2. De motivering van een omgevingsplan bevat: a. een beschrijving van het aantal verplaatsingen die deze nieuwe ontwikkelingen tot gevolg hebben; b. een beschrijving van de wijze waarop het plangebied wordt ontsloten voor de verschillende vervoerwijzen; c. een analyse of er door het aantal verplaatsingen knelpunten op het omliggende (regionale) verkeers- en vervoersnetwerk voor de diverse vervoerwijzen kunnen ontstaan; en d. een analyse of de bereikbaarheid door de beoogde ontwikkelingen verslechtert en of de reistijd significant toeneemt. 3. Indien uit de Bereikbaarheidsscan blijkt dat er mogelijk sprake is van verslechtering van de bereikbaarheid of toename van knelpunten op het omliggende verkeers- en vervoernetwerk, wordt een bereikbaarheidsonderzoek als bedoeld in de Bijlage XIV Bereikbaarheidsanalyse bij deze verordening uitgevoerd. Binnen dit bereikbaarheidsonderzoek worden mogelijke oplossingen voor de geconstateerde knelpunten uitgewerkt, waarbij ook realisatie en financiering van deze maatregelen aan bod komen.
Toetsing In paragraaf 4.8 is nader ingegaan op de aspecten verkeer en parkeren. Door middel van een verkeersonderzoek inclusief verschillende modelruns wordt onderbouwd dat met de beoogde verkeers- en ontsluitingsstructuur de gevolgen voor bereikbaarheid en mobiliteit acceptabel zijn.
24/160
Artikel 5.11 Instructieregel weging elektriciteits-infrastructuur 1. Voor zover een omgevingsplan voorziet in nieuwe functies, niet zijnde minder dan tien woningen, die tot een aanvullende belasting van de elektriciteits-infrastructuur kunnen leiden, wordt rekening gehouden met de aansluitbaarheid op de elektriciteits-infrastructuur. 2. De motivering van een omgevingsplan bevat een energieparagraaf met daarin een verslag van het inventariserend overleg tussen de netbeheerder en de initiatiefnemer of de gemeente, waarin weergegeven wordt dat de ontwikkeling past binnen de energie-infrastructuur van de netbeheerder en andere relevante ontwikkelingen voor energiebeheer in de leefomgeving. Toetsing De Maricken II maakt onderdeel uit van het de gebiedsontwikkeling/het woongebied Marickenland dat in de afgelopen jaren is ontwikkeld. Over de energiebehoefte en levering zijn in het kader van de totale gebiedsontwikkeling al diverse afspraken gemaakt. Deze worden nu voor het onderhavige deelgebied verder geconcretiseerd en uitgewerkt op het uitvoeringsniveau (locatie van leidingtracés, trafohuisjes etc.). De uitvoerbaarheid van de plannen op dit aspect is niet in het geding, aangezien deze past binnen de uitgangspunten van de energie-infrastructuur die ook al in aanleg/ontwikkeling is. Artikel 7.11 Instructieregel landschap 1. Landschap bestaat uit: a. het Landschap Eemland; b.
het Landschap Gelderse Vallei; c. het Landschap Groene Hart; d. het Landschap Rivierengebied en e. het Landschap Utrechtse Heuvelrug. 2. De kernkwaliteiten zijn per gebied vastgelegd in de Bijlage XVI Kernkwaliteiten landschap bij deze verordening. 3. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties gelegen in Landschap bevat: a. regels ter bescherming van de voorkomende kernkwaliteiten; en b. geen regels die nieuwe activiteiten toestaan die de kernkwaliteiten onevenredig aantasten. 4. De motivering van een omgevingsplan bevat: a. een beschrijving van de voorkomende kernkwaliteiten; en b. de wijze waarop met de bescherming van de kernkwaliteiten is omgegaan. Toetsing Het plangebied is gelegen in het Utrechtse deel van het Groene Hart. De kernkwaliteiten van het gebied zijn: openheid; (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.; landschappelijke diversiteit; rust en stilte. Centraal staat het versterken van de diversiteit op het schaalniveau van de verschillende typen landschappen. Daarbij worden de kernkwaliteiten gerespecteerd en benut om de contrasten tussen de verschillende typen landschap te behouden en versterken. De focus ligt op het behouden, benutten en versterken van de contrasten tussen: openheid en intimiteit;
25/160
rust en reuring; oude en nieuwe overgangen.
De orthogonale opzet van de polder vormt de basis voor de hoofdrichting van het plan en verdeling in buurtjes. Langere noord-zuid doorzichten volgen de richting van de polder, maar zijn qua maat en schaal aangepast aan een prettige, menselijke maat. Centraal in het landschappelijke raamwerk ligt een oost-west georiënteerde groenzone, met uitlopers naar noord en zuid. De grilligheid in vormentaal van deze zone is een knipoog naar de oude kreekruggen. Deze kreekruggen krijgen een nieuwe, hedendaagse betekenis als wadi (waterberging en - infiltratie) in combinatie met een natuurvriendelijke speelzone. De Mijdrechtse Dwarsweg is een polderlint met een losse korrel van vrijstaande woningen een doorzichten naar weerszijden. De opzet van de beoogde woonwijk houdt rekening met de kernkwaliteiten van landschap het Groene Hart. Artikel 9.17 Instructieregel verstedelijking 1. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan regels bevatten voor verstedelijking. 2. Een omgevingsplan dat betrekking heeft op locaties binnen Stedelijk gebied kan bestemmingen en regels bevatten voor woningbouw mits is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de woningbouw past in het door gedeputeerde staten vastgestelde programma Wonen en werken; b. de woningbouw leidt niet tot extra bodemdaling; 3.
Een motivering van een omgevingsplan bevat een onderbouwing waaruit blijkt dat aan de genoemde voorwaarden is voldaan. Toetsing Het bestemmingsplan is gelegen op een locatie binnen stedelijk gebied en bevat regels voor verstedelijking. De beoogde woningbouw is door gedeputeerde staten vastgesteld in het programma wonen en werken 2023. In het kader van bouwrijp maken zijn maatregelen voorgesteld die erop zijn gericht om de zettingen (ca. 0,7 tot 1,4 m) binnen een bepaalde termijn tot ontwikkeling te brengen. Uitgangspunt daarbij is dat nadien te optredende restzettingen kleiner moeten zijn dan 0,10 m in 30 jaar. Om een goed beeld te verkrijgen van het zetting verloop is het van belang dat het zetting verloop wordt gemonitord en op basis van de zakbaakanalyses wordt bepaald wanneer aan de restzettingseis wordt voldaan. Ervan uitgaande dat de ophoging nauwkeurig wordt uitgevoerd en gemonitord, is er na de realisatie van de wijk geen significante bodemdaling te verwachten. Wel kunnen veranderingen in de belastingsituatie alsnog zettingen tot gevolg hebben. Vanwege de geringe dikte van het samendrukbare veenpakket zullen de effecten echter beperkt zijn. Conclusie De beoogde ontwikkeling is in lijn met de regels die gesteld zijn in de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht.
26/160
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1 Structuurvisie De Ronde Venen 2030 (vastgesteld d.d. 17 oktober 2013) en Aanvulling Structuurvisie De Ronde Venen (vastgesteld d.d. 29 september 2021) In de Structuurvisie Ronde Venen 2030 worden de hoofdzaken van het gemeentelijk ruimtelijk beleid en de voorgenomen ontwikkeling daarvan beschreven tot aan het jaar 2030. In die periode wordt de Structuurvisie tweemaal geëvalueerd. In de Structuurvisie wordt in gezet op de ligging van de gemeente: enerzijds in het Groene Hart en anderzijds in de Noordvleugel van de Randstad. Daarnaast wordt ingezet op het uitbouwen en versterken van deze relaties en op het optimaliseren van de Ronde Venen als een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiegemeente. In de aanvulling zoals op de structuurvisie wordt in september 2021 een aanvullende structuurvisie vastgesteld. Deze aanvulling betreft een toevoeging aan de uitvoering die beschreven is in hoofdstuk 7 van de oorspronkelijke visie. De aanvulling betreft een nadere uitwerking van de Verordening Vereveningsfonds Sociale Woningbouw en gaat in op de financiële dekking. De gemeente De Ronde Venen wil tot 2040 bij elk nieuwbouwproject minimaal 30% sociale huurwoningen en bij nieuwbouwprojecten vanaf 50 woningen wordt aanvullend minimaal 15% in de middeldure huursector of betaalbare koop gerealiseerd.
Wanneer het bij een nieuwbouwproject niet mogelijk is om aan de minimale percentages sociale woningbouw te voldoen, moet dit financieel gecompenseerd worden. In de Verordening Vereveningsfonds Sociale Woningbouw wordt dit uitgewerkt. Voor voorliggende herziening is voornamelijk hoofdstuk 4 'Vitale dorpen en kernen' relevant. In dit hoofdstuk wordt aangegeven dat de kwaliteit van de gemeente wordt bepaald door het landschap met haar vitale, levendige dorpen en kernen, waar mensen graag wonen, werken en recreëren. Het samenspel van wonen, werken en voorzieningen zorgt voor leefbaarheid in de gemeente. De gemeente zet breed in op leefbaarheid in het landelijk gebied, maar vooral ook in de kernen. Inwoners, bedrijven en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een leefbare samenleving. Het is niet vanzelfsprekend dat het woon-, werk- en voorzieningenniveau in de kernen hetzelfde blijft. Vergrijzing en ontgroening kunnen gevolgen hebben voor de leefbaarheid. In hoofdstuk 4 van de structuurvisie worden een viertal onderwerpen nader besproken, waarbij de inzet op leefbaarheid vanuit verschillende invalshoeken wordt benaderd: Wonen. Werken. Kernen. Mobiliteit. Voor de beoogde ontwikkeling zijn voornamelijk de invalshoeken wonen en mobiliteit relevant.
Wonen Het beleid ten aanzien van wonen is gericht op een toekomstbestendige woningvoorraad, gelet op woonwensen, duurzaamheid en woningmarkt. Het beleid heeft oog voor de woningen en wijken die er al zijn, oog voor initiatieven naast de gemeentelijke projecten en oog voor de positie van de gemeente op de regionale woningmarkt. Woningen en woonomgeving sluiten aan op de woonwensen en woningbehoefte van inwoners.
27/160
Hierbij worden verschillen tussen de kernen erkend. Doorstroming is essentieel om de aansluiting tussen woonwensen en woningbehoefte en het woningaanbod te bereiken. Dit wordt bereikt door: Focus op kwaliteit bij nieuwbouw. Bestaande voorraad beter benutten. Instroom van nieuwe inwoners door onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Verder is bouwen binnen de rode contour, ofwel de grenzen van de kernen, het uitgangspunt in De Ronde Venen: Verdichten op inbreidingslocaties, ofwel bebouwen van onbebouwde ruimte binnen de rode contour, en meervoudig ruimtegebruik, ofwel het combineren van functies op één locatie. Transformeren en herstructureren van wijken en gebieden die niet meer goed aan de woonwensen voldoen (herontwikkeling van bestaande bebouwde ruimte). Mobiliteit Een goede bereikbaarheid, een hoge mate van (verkeers)leefbaarheid, verkeersveiligheid en duurzaamheid van de gemeente zijn kenmerken van een aantrekkelijke woon-, werk- en recreatiegemeente. Het beleid richt zich echter niet alleen op de auto, maar ook op de fiets en het openbaar vervoer. Beide vervullen een belangrijke rol in de bereikbaarheid van de gemeente. Toetsing Met de beoogde ontwikkeling wordt voldaan aan de woningbouweis van de gemeente De Ronde Venen door te voorzien in 30% sociale huurwoningen en 20% middeldure huur of goedkope koop, of een combinatie daarvan.
In voorliggend bestemmingsplan wordt de wijk in zuidelijke, westelijke en noordelijke richting ontsloten. Aan de noordzijde wordt de woonwijk ontsloten op de Mijdrechtse Dwarsweg waar een rotonde gerealiseerd zal worden om een goede verkeerssituatie ter plaatse, ook na de ontwikkeling van de toekomstige woonwijk, te borgen. In paragraaf 4.8 is de beoogde ontwikkeling getoetst aan het aspect verkeer en parkeren en zijn modelruns uitgevoerd op basis van de huidige verkeersstructuur. Geconcludeerd wordt dat de beoogde ontsluiting niet zal leiden tot knelpunten. Tenslotte loopt door het plangebied een fietsverbinding die aangesloten wordt op de oude spoorbaan en de HOV-halte aan de Mijdrechtse Dwarsweg. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling bijdraagt aan de uitgangspunten in de visie. 3.3.2
Structuurvisie Marickenzijde
In 2007 is de structuurvisie Marickenzijde opgesteld. Hierin zijn de ruimtelijke uitgangspunten voor Maricken I en II vastgelegd. Deze kunnen als volgt worden samengevat: Landschap en woongebied - Het grootste gedeelte van de 'beschikbare' open ruimte wordt centraal in het plangebied gesitueerd. Differentiëren en verfijnen - Het beeld wordt afwisselend bepaald door bredere en smallere zones, al dan niet in combinatie met watersingels en bomenlanen. Verweving en variatie - De ruimtelijke opzet van Marickenzijde wordt gekoppeld aan het bestaande Wilnis en krijgt een antwoord aan de overzijde van de Mijdrechtse Dwarsweg
28/160
Toetsing en conclusie In de uitwerking is Maricken I meer verdicht dan de structuurvisie aangeeft. Ook in het plan van het tweede deelgebied wordt middels deze herziening een hoger woningaantal mogelijk gemaakt dan voorzien in de structuurvisie die dateert uit 2007. Nieuwe inzichten met betrekking tot het opbarstingsrisico zorgen ervoor dat de voorgenomen waterstructuur in De Maricken II niet gerealiseerd kan worden. Door de toegenomen woningdichtheid neemt de hoeveelheid groen per saldo zal af. Dit vraagt om een gewijzigde invulling, die nog steeds recht doet aan de oorspronkelijke uitgangspunten qua structuur en beeld. Mede daarom is voor de ontwikkeling van deze woonwijk een beeldkwaliteitsplan opgesteld om de oorspronkelijke uitgangspunten te borgen. In de juridische planregels is een koppeling gemaakt met de uitgangspunten van dit beeldkwaliteitsplan. 3.3.3
Economische visie tot 2025
In de visie ‘Ontwikkelen vanuit het hart: economische visie 2025 – naar een duurzaam vitaal ondernemersklimaat’ (door de gemeenteraad vastgesteld op 6 maart 2014) is aangegeven dat de gemeente een vitale gemeente wil blijven waar het goed wonen, werken en verblijven is. De Ronde Venen onderscheidt zich door een goede combinatie van wonen, werken en recreëren, in combinatie met een gunstige ligging op het snijvlak van de Metropoolregio Amsterdam en het Groene Hart. Toetsing en conclusie Met de woningbouwontwikkeling die mogelijk gemaakt wordt, wordt een divers aanbod aan woningen mogelijk gemaakt. Voldoende betaalbare woningen spelen een belangrijke rol bij het creëren van een gunstig economisch vestigingsklimaat. Het is voor bedrijven gemakkelijker om talent naar de regio te trekken, het vermindert de pendeltijd voor werknemers, het versterkt de lokale economie, voor bedrijven is het aantrekkelijker om in een bepaalde regio te investeren en het bevordert het sociaal welzijn. De beoogde ontwikkeling draagt daarmee aan de economische visie van de gemeente De Ronde Venen. 3.3.4 Groenbeleidsplan 2017 - 2040 In het groenbeleidsplan is aangegeven hoe de gemeente De Ronde Venen de komende 20 jaar om wil gaan met het openbaar groen.
Het groenbeleidsplan heeft tot doel kaders te stellen voor het duurzaam ontwikkelen, vernieuwen en in stand houden van het groen in De Ronde Venen, ter verbetering van het gebruik, de inrichting en de leefbaarheid. Om het groen in de Ronde Venen zo goed mogelijk te blijven ontwikkelen, inrichten, beheren en aan te sluiten bij nieuwe trends zijn in het groenbeleidsplan de volgende speerpunten benoemd: 1. Hoofd- en wijkgroenstructuur beschermen en versterken; 2. Hoge bomen waar het kan, kleine bomen waar het moet; 3. Versterken van biodiversiteit in de wijken/kernen; 4. Behouden en versterken van groene pareltjes; 5. Stimuleren van bewonersparticipatie in het groen. In het groenbeleidsplan zijn diverse categorieën groen onderscheiden, te weten: landschappelijk groen, hoofdgroen, wijkgroen en buurtgroen.
29/160
Toetsing In het ruimtelijk kader en beeldkwaliteitsplan is veel aandacht voor groenvoorzieningen in de woonwijk. De Maricken II wordt een groene buurt met een verbinding naar het polderlandschap en het toekomstige naastgelegen natuurgebied Marickenland. Centraal in het landschappelijke raamwerk ligt een oost-west georiënteerde groenzone, met uitlopers naar noord en zuid. De groene hoofdstructuur is de dragende identiteit en het verbindende element van De Maricken II. In het moederplan is bepaald dat minimaal een derde van het gehele plangebied onbebouwd dient te blijven (groenblauw karakter). Vanuit de toegangsweg splits de ontsluitingsweg zich in een rondgang door de wijk. Het midden van het plangebied bestaat uit een gecultiveerd en grillig parklandschap waar voordeuren aan geadresseerd zijn. Deze autovrije, openbare groenzone biedt ruimte voor spel, informele sport en ontmoeting. Deze groenzone is verlicht en is sociaal veilig door de aan het groen grenzende voordeuren. Ook in het beeldkwaliteitsplan zijn uitgangspunten opgesomd die bijdragen aan het realiseren van een woonwijk met een groen karakter.
Enkele uitgangspunten op het gebied van groen zijn: Wonen aan een groene informele laan Groene voortuinen van minimaal 2 meter diep Hagen als erfafscheiding Kenmerkende bomen om zichtlijnen te accentueren Groene hofjes Conclusie De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de speerpunten uit het Groenbeleidsplan 2017 - 2040. 3.3.5
Welstandsnota De Ronde Venen (2006)
In de welstandsnota is ruimtelijk beleid beschreven, waar plaats is ingeruimd voor de samenhang tussen de hoofdgroenstructuur, de openbare ruimte en de karakteristieken van de bebouwing. Deze eigenschappen zijn vertaald in objectieve beoordelingscriteria, die de burger inzicht geven in het beleid voor de openbare ruimte en een houvast moeten bieden bij het opstellen en indienen van een bouwplan. Toetsing en conclusie Voor de beoogde ontwikkeling is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. In het beeldkwaliteitsplan wordt nader ingegaan op welstand in de woonwijk De Maricken II. In de juridische planregels van dit bestemmingsplan is een koppeling gemaakt met de uitgangspunten uit het beeldkwaliteitsplan. De uitgangspunten geven invulling aan de eisen die geformuleerd zijn in de welstandsnota van De Ronde Venen. De welstand in de toekomstige woonwijk is daarmee geborgd. 3.3.6 Spoorboekje naar een Klimaatneutrale gemeente in 2040 Volgens het coalitieakkoord “In het hart” van de gemeente De Ronde Venen heeft de gemeente de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Onder klimaatneutraal verstaat de gemeente dat alle activiteiten en processen op het gemeentelijk grondgebied geen bijdrage meer leveren aan klimaatverandering in de vorm van CO2-uitstoot. Dit wil de gemeente bereiken met verschillende projecten.
Deze projecten staan beschreven in het Spoorboekje naar een klimaatneutrale gemeente in 2040, dat op 20 april 2017 is vastgesteld.
30/160
Toetsing Ten grondslag aan de beoogde woonwijk De Maricken II ligt het vastgestelde ruimtelijk kader. In het ruimtelijk kader is de ambitie omschreven waarmee De Maricken II zich kan ontwikkelen tot een integrale en toekomstbestendige woningbouwontwikkeling. Deze ambitie valt uiteen in een aantal thematische onderwerpen die kenmerkend zijn voor De Maricken, deze zijn: klimaatadaptief natuurinclusief recreatief verbonden mooi landschappelijk wonen energieneutraal sociaal inclusief Hieronder wordt toegelicht hoe invulling gegeven wordt aan de onderwerpen. Klimaatadaptatie De Maricken II wordt een wijk waar klimaatadaptatie een grote rol speelt. Dit komt vooral terug in de manier waarop met water wordt omgegaan. Het moet worden voorkomen dat een langdurige droogte het veen verder laat dalen. Regenwater in het gebied wordt opgevangen en vast gehouden. Overvloedige water in de buitenruimte tijdens en na piekbuien wordt voorkomen door zowel een goede infiltratie als een systeem van oppervlakkige afvoer richting het oppervlaktewater. Door toevoeging van wadi’s kan het gebied echt klimaatadaptief worden gemaakt. Er zijn daarnaast kansen voor het bergen en zuiveren van water in de noordelijke zone. Deze extra waterberging en natuurlijke zuivering bieden ook nieuwe kansen voor ecologische ontwikkeling en een vergroting van de natte natuur.
Natuurinclusief De ambitie is om van De Maricken II een natuurinclusieve woonwijk te maken. Dit betekent dat de wijk zo wordt ingericht dat dit de inheemse biodiversiteit ten goede komt. Hiervoor vormt het naastgelegen Marickenland een grote bron van inspiratie. Stevige, doorgaande groenblauwe structuren die gekoppeld zijn aan groengebieden in de omgeving zijn daarbij van essentieel belang. Natuurinclusiviteit wordt gekoppeld met recreatie: het gaat ook om de beleving van de natuur. Recreatief verbonden De ambitie is om de Maricken II op meerdere manieren te verbinden met de omgeving. De focus hierbij ligt op het naastgelegen natuurgebied Marickenland voor de natuurlijke recreatie, en het zuidelijk gelegen centrum van Wilnis voor de culturele recreatie. Binnen de wijk wordt ingezet op een avontuurlijk en aantrekkelijk speel- en verblijfsgebied. Vooral gericht op kinderen, maar ook op beweging en ontmoeting van andere doelgroepen. Mooi landschappelijk wonen De ambitie is om de beeldkwaliteit voort te laten komen uit de eerder genoemde thema’s klimaatadaptatie en natuurinclusief. Deze thema’s geven de wijk een unieke en natuurlijke uitstraling met veel groen in de openbare ruimte. De inspiratie van de groene omgeving in De Maricken II komt vanuit het naastgelegen natuurgebied, Marickenland.
31/160
De kwaliteit van dit natuurgebied wordt daardoor in de wijk getrokken. De woningen hebben een dorps karakter en een natuurlijke uitstraling door het gebruik van natuurlijke materialen. Energie neutraal De ambitie is om een stapje verder te gaan dan de BENG eisen en zo mogelijk een energie neutrale wijk te realiseren. Sociaalinclusief De ambitie is om met het ontwerp van de wijk de sociale interactie te stimuleren. Het doel is daarbij om ook op de lange termijn een leefbare wijk te houden, waar mensen zich betrokken voelen bij de buren en het publieke domein. Conclusie De ambities die in het ruimtelijk kader gesteld zijn voor De Maricken II zijn in lijn met en dragen bij aan de doelstellingen uit het spoorboekje van De Ronde Venen. 3.3.7 Woonvisie 2025 Op 29 juni 2017 heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen de Woonvisie 2025 opgesteld. Op 5 maart 2020 is de '1e wijziging Woonvisie 2025' vastgesteld door de gemeenteraad. De Ronde Venen wil een vitale gemeente blijven: een bevolking die op peil blijft, met een gezonde samenstelling van jong en oud. Hiertoe wil de gemeente de woningen en woonomgeving zo goed mogelijk aan laten sluiten op de woonwensen en woningbehoefte van de inwoners. De woonvoorraad sluit nu onvoldoende aan bij de woonwensen van de inwoners. De visie richt zich op het bouwen van nieuwe woonmilieus om daarmee de doorstroming te bevorderen.
Het richt zich dan ook op de kwaliteit van wonen in de gemeente. Naast woningen zelf zijn voorzieningen zoals winkels, scholen en zorgvoorzieningen belangrijke voorwaarden voor de kwaliteit van wonen in De Ronde Venen. Uit de woonvisie volgt dat behoefte is aan koopwoningen in alle prijsklassen, waarbij de vraag het grootst is naar duurdere woningen. Daarnaast wordt in de woonvisie ingezet op het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad en op duurzame nieuwbouw. Tot slot wordt met de wijzigingen die in 2020 in de woonvisie zijn doorgevoerd ('1e wijziging Woonvisie 2025') bij nieuwe projecten meer gestuurd op het toevoegen van sociale en middeldure huurwoningen. Concreet heeft dit zich vertaald in de volgende randvoorwaarden: Bij elk nieuwbouwproject, waar nog geen anterieure overeenkomst is gesloten, bedraagt het aandeel sociale huurwoningen minimaal 30%. Bij woningbouwprojecten vanaf 50 woningen wordt, naast de sociale woningbouwopgave, aanvullend ten minste 15% in de middeldure huursector, dan wel als goedkope koop gerealiseerd. Toetsing De gehele bouwopgave voor Marickenland fase II bestaat uit 600 - 650 woningen, met de volgende verdeling: 30% sociale huur 15% middeldure huur 5% betaalbare koop 50% vrije sector koop of huur
32/160
Uitbreiding van het woonaanbod is nodig om te voldoen aan de verwachte bevolkingsgroei van 2.700 inwoners vanaf 2030. Tot 2025 wordt er geen bevolkingsgroei verwacht, maar wel een toename in huishoudens van 6% (1.180 woningen). Met de nieuwbouwprojecten als De Maricken II is er de mogelijkheid om deze groei te realiseren. Conclusie Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling bijdraagt aan de doelen die in de woonvisie zijn gesteld. 3.3.8
Mobiliteits- en verkeersveiligheidsplan 2023-2030
De gemeente De Ronde Venen wil in 2040 een bereikbare, leefbare en verkeersveilige gemeente te zijn. Daarvoor moeten keuzes gemaakt worden hoe omgegaan wordt met mobiliteit. De ontwikkelingen wat betreft woningbouw en bedrijvigheid die gaan plaatsvinden vragen om een verandering in het mobiliteitssysteem. Deze zogenoemde mobiliteitstransitie moet de komende jaren in De Ronde Venen vormkrijgen: actieve en duurzame mobiliteit moet een grotere plaats in het mobiliteitssysteem krijgen, naast de automobiliteit. De kern van het Mobiliteits- en Verkeersveiligheidsplan 2023-2030 is het STOMP-principe: het benaderen van de vervoerswijzen qua prioritering van stappen, trappen, openbaar vervoer, Maas (mobility as a service) naar uiteindelijk personenauto's. Door het toepassen van het STOMP-principe in De Ronde Venen wordt de kwaliteit van de leef- en verblijfsomgevingen versterkt en wordt gezond reizen gestimuleerd. Door bijvoorbeeld de verkeersveiligheid en aantrekkelijkheid van het fietsnetwerk te verbeteren worden de negatieve effecten op de leefbaarheid (geluidsoverlast en luchtvervuiling) beperkt en wordt gezonde mobiliteit aantrekkelijker. Niet alleen voor 'utilitaire' verplaatsingen (zoals woon-werkverkeer), maar ook voor recreatieve verplaatsingen. Mobiliteit is tot slot ook een middel om deel te nemen aan de samenleving.
In gemeente De Ronde Venen doet iedereen mee en dat betekent dat in 2040 alle inwoners, werknemers en bezoekers beschikking moeten hebben over passende mobiliteit. Daarbij gaat het om de gehele (keten)verplaatsing van deur tot deur. Voor mensen die minder goed zelfstandig kunnen reizen, moeten er voldoende alternatieven zijn. Met de planontwikkeling voor De Maricken II wordt aangesloten bij bovenstaande beleidsdoelstellingen. Belangrijk daarbij zijn de navolgende punten: Bijzondere aandacht voor (doorgaande) fietsverbindingen en veilige fietsroutes binnen, door en langs de nieuwe wijk. Haltering van (diverse) openbaar vervoerslijnen direct ten noorden van de wijk, met daarbij een goede voorziening om fietsen te stallen. Maatregelen in het kader van verkeersveiligheid zoals de aanleg van een rotonde in de Mijdrechtse Dwarsweg en het verlagen van de snelheid van 60 naar 50 km/h. Alle woonstraten worden onderdeel van en ingericht als 30 km gebied. Spreiding van gemotoriseerd verkeer door realisering van ontsluitingen na (plan)herziening in 3 richtingen (noord, west en zuid), waarbij de zuidelijk vormgegeven als fietsstraat (met auto te gast). Het inzetten op andere vervoermiddelen, door het toepassen van de parkeernorm "schil-centrum" waardoor de ruimte efficiënter kan worden ingericht.