CConstaterende datDe Ronde Venen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied-West -Toelichting

Politieke commissie 15 februari 2023, gemeente De Ronde VenenBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan 1e herziening Buitengebied-West24.532 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

1E HERZIENING BUITENGEBIED-WEST De Ronde Venen

1/2

1e herziening Buitengebied‐West

De Ronde Venen

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0736.BP023BgbWestherz‐va01

13‐04‐2022 09‐05‐2022 10‐09‐2022 23‐02‐2023

concept voorontwerp ontwerp vastgesteld

projectnummer:

076300.20211671 opdrachtleider:

drs. M.P. Kegler

Weena 505 Postbus 150 3000 AD Rotterdam T: 010-20 18 555 E-mail: info@rho.nl

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding

7

1.2

Ligging plangebied

8

1.3

Systematiek 1e herziening

8

1.4

Leeswijzer

9

Beschrijving onderdelen 1e herziening

11

2.1

Reactieve aanwijzing

11

2.2

Beroepen

12

2.3

Reparatie van kennelijke verschrijvingen

17

Uitvoerbaarheid

21

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

21

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3 3.1

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Raadsvoorstel reactieve aanwijzing

Bijlage 2

Uitspraak Raad van State

Bijlage 3

RO A.C. Verhoefweg 2a

Bijlage 4

Intrekking vergunning portaalkraan

Bijlage 5

Nota van Zienswijzen en ambtshalve aanpassingen

3/166

4/166

TOELICHTING

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' van de gemeente De Ronde Venen als vervat in het GML‐bestand NL.IMRO.0736.BP018BgbWest‐va02 is door de gemeenteraad op 21 februari 2019 vastgesteld. Door de provincie is echter geconstateerd dat een deel van het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' niet in lijn was met het provinciaal beleid, zoals weergegeven in de Provinciale Ruimtelijke Verordening. Daarom heeft de provincie besloten om de gemeenteraad een reactieve aanwijzing te geven waartegen de gemeente De Ronde Venen beroep heeft ingesteld. Daarnaast is tegen enkele onderdelen uit het plan 'Buitengebied‐West' beroep ingesteld bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. De uitspraak op het ingestelde beroep van de gemeente De Ronde Venen tegen de reactieve aanwijzing van de Provincie, de uitspraak van de Afdeling alsmede een aantal kennelijke verschrijvingen in het bestemmingsplan, vormen de aanleiding voor deze herziening. Reactieve aanwijzing Het college van gedeputeerde staten heeft de reactieve aanwijzing gegeven, omdat artikel 3, lid 3.7.3, onder e (bestemming "Agrarisch") en 4, lid 4.7.3, onder e (bestemming "Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden), van de planregels in strijd zijn met artikel 2.1, derde lid, van de Provinciale Ruimtelijke Verordening Provincie Utrecht 2013 (herijking 2016), vastgesteld door provinciale staten bij besluit van 12 december 2016.

Beroepen Tegen het besluit van de gemeenteraad van 21 februari 2019 zijn elf beroepschriften ingediend bij de Raad van State. Eén van de beroepschriften is ingetrokken tijdens de zitting van 23 november 2020. Op 10 november 2021 en 9 februari 2022 heeft de Raad van State een uitspraak gedaan op de overige beroepschriften. Een aantal beroepschriften is gegrond verklaard. Voor enkele plandelen is het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' vernietigd en heeft de gemeenteraad de opdracht gekregen hierover een nieuw besluit te nemen. Kennelijke verschrijvingen Tenslotte zijn er nog een aantal kennelijke verschrijvingen die de gemeente graag wil aanpassen met deze herziening van het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West'. Onder kennelijke verschrijvingen worden verstaan: 1. Zaken waarover geen onduidelijkheid bestaat; 2. Reparatie van zaken die niet goed zijn overgenomen uit het voor het bestemmingsplan Buitengebied‐West geldende plan en conform het uitgangspunt dat bestaande rechten gerespecteerd worden (de bestaande legale situatie wordt overgenomen) hersteld worden. Onder kennelijke verschrijving vallen dus niet: 1. Verbeteringen en/of herstel van "fouten", waarvoor een belangenafweging of discussie noodzakelijk is; 2. actualisatie van inmiddels gewijzigde situaties ten opzichte van moment van vaststelling op perceelsniveau.

7/168

1.2

Ligging plangebied

De plangrens betreft de plangrens zoals is opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied‐West. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 ‐ Ligging plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl)

1.3

Systematiek 1e herziening

Deze bestemmingsplanherziening bestaat uit regels en een verbeelding die vergezeld gaan van de onderhavige toelichting. Het betreft een herziening, die in samenhang met het bestemmingsplan Buitengebied‐West moet worden gelezen. In hoofdstuk 2 zijn alle wijzigingen waarop deze 1e herziening betrekking heeft beschreven. Het betreft zowel wijzigingen in de regels als op de verbeelding.

Algemeen Als in de 1e herziening gesproken wordt over het basisplan dan wordt het bestemmingsplan Buitengebied‐West zoals vastgesteld op 21 februari 2019 bedoeld. De verwijzing naar artikelen is digitaal.

8/168

Toelichting De toelichting van het basisplan maakt geen integraal onderdeel uit van deze 1e herziening. Deze herziening wordt voorzien van een op de herziening toegespitste toelichting. Regels De onderdelen van de regels die deel uit maken van deze 1e herziening zijn in de planregels gearceerd. Hierbij zijn zaken die verwijderd worden ten opzichte van het basisplan groen gearceerd en voorzien van een doorhaling ('regel'). Toevoegingen ten opzichte van de regels van het basisplan worden geel gearceerd('regel'). De niet gearceerde regels zijn ter informatie opgenomen zodat een goed beeld ontstaat van de nieuwe regels en hoe deze ingepast zijn in de (bestaande) regels van het basisplan. Van belang is dat de niet gearceerde regels niet opnieuw ter discussie gesteld kunnen worden omdat deze enkele een informatieve rol in deze herziening vervullen. Verbeelding Alleen de percelen waar naar aanleiding van deze herziening een aanpassing plaatsvindt worden op de verbeelding opgenomen. De SVBP2012 biedt de mogelijkheid om uitsluitend die zaken in de herziening op te nemen die wijzigen. Uitgangspunt voor de weergave op de verbeelding is dat alleen het gewijzigde aspect in beeld gebracht wordt. Gebleken is dat niet alle wijzigingen op basis van deze systematiek in beeld gebracht kunnen worden. Hierbij gaat het voornamelijk om zaken die van de verbeelding verwijderd dienen te worden.

Denk bijvoorbeeld aan het verwijderen van een functieaanduiding of het verwijderen van een gedeelte van het bouwvlak (dit is het geval wanneer het bouwvlak verkleind of van vorm veranderd dient te worden). Om die reden wordt ten aanzien van de verbeelding gebruik gemaakt van 2 systematieken:  bij wijzigingen in de enkelbestemmingen wordt de gehele enkelbestemming opgenomen;  bij wijzigingen in dubbelbestemmingen en gebiedsaanduidingen wordt alleen deze aanduiding weergegeven. Om een compleet beeld te krijgen van de nieuwe situatie dient deze herziening derhalve in samenhang met het basisplan geraadpleegd te worden. Voor de percelen in de herziening waar een andere enkelbestemming wordt toegekend of een aanduiding wordt gewijzigd, kunnen de regels uit het basisplan en de herziening met betrekking tot deze enkelbestemming of aanduiding ter discussie worden gesteld.

1.4

Leeswijzer

In het volgende hoofdstuk komen de verschillende aanpassingen aan bod, met een motivering waarom de aanpassingen zijn opgenomen. In hoofdstuk 3 komt de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan aan bod.

9/168

10/168

Hoofdstuk 2

Beschrijving onderdelen 1e herziening

In dit hoofdstuk zijn achtereenvolgens de reactieve aanwijzing, de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en de gewenste verbeteringen en kleine initiatieven beschreven en kort gemotiveerd.

2.1

Reactieve aanwijzing

Op 21 februari 2019 heeft de gemeenteraad van De Ronde Venen het bestemmingsplan Buitengebied‐West vastgesteld. Door GS van de provincie Utrecht is een reactieve aanwijzing op het bestemmingsplan Buitengebied‐West gegeven. Met de reactieve aanwijzing heeft de provincie een deel van het vastgestelde gemeentelijk bestemmingsplan buiten werking gesteld omdat het bang is dat het bestemmingsplan omschakeling naar niet grondgebonden agrarische bedrijven mogelijk maakt. De gemeente is van mening dat het voorkomen hiervan voldoende geborgd is in het vastgestelde plan en tekent beroep aan tegen de reactieve aanwijzing van de Provincie. Tijdens de zitting wordt duidelijk dat zowel GS als de gemeente hetzelfde beogen, maar de redactie ongelukkig is. De Afdeling vraagt beide partijen te komen tot een aanvaardbare alternatieve redactie waarna beide partijen een overeenstemming bereiken over een herformulering (zie Bijlage 1). De Afdeling concludeert dat zij anders dan op de zitting is medegedeeld, niet zelf in de zaak kan voorzien. De Afdeling doet een suggestie om de herformulering alsnog in het bestemmingsplan op te nemen. Herformulering De gemeente en provincie zijn naar aanleiding van de zitting van de Raad van State met elkaar in overleg getreden. Dit heeft geleid tot de volgende herformulering van de betreffende bepaling die tegemoet komt aan de wens van beide partijen: e.

de voorwaarde onder d kan buiten beschouwing gelaten worden indien het bedrijf niet voldoet aan het maximum van 2,5 GVE per hectare maar: 1. het bedrijf kan aantonen dat sprake is van een grondgebonden veehouderij en het bedrijf op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage levert aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied, of 2. het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen redelijke termijn door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toegroeit De doelstelling van de bepalingen die door de reactieve aanwijzing van GS geen onderdeel meer uitmaken van het bestemmingsplan Buitengebied‐West, worden op bovenstaande wijze weer opgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied‐West. Via deze bepaling kan aan grondgebonden veehouderijen die weliswaar niet voldoen aan 2,5 groot vee eenheid (GVE) per hectare, maar aan te merken zijn als grondgebonden toch de mogelijkheid geboden worden om uit te breiden tot 1,5 hectare. Hierbij dient aangetoond te worden dat deze grondgebonden veehouderijen voldoen aan de in de wijzigingsbevoegdheid gestelde voorwaarden. Voorbeelden van een kwalitatieve bijdrage aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied zijn een goede landschappelijke inpassing, verbetering van het dierenwelzijn en verbetering van de biodiversiteit.

Deze voorbeelden zijn niet limitatief om andere gewenste kwalitatieve bijdragen aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied niet uit te sluiten

11/168

Wijziging in eerste herziening Planregels Sub e zoals hierboven genoemd wordt opgenomen in artikel 3.7.3 en 4.7.3 onder e van deze herziening. Verbeelding Er zijn geen wijzigingen in de verbeelding voorzien

2.2

Beroepen

De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 10 november 2019 uitspraak gedaan inzake het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' zoals vastgesteld op 21 februari 2019 (zie de volledige uitspraak in Bijlage 2). Naar aanleiding van de ingediende beroepen zijn een aantal onderdelen van het bestemmingsplan vernietigd. Hieronder wordt per adres de uitspraak van de Afdeling samengevat en welke wijziging in de planregels en de verbeelding dat oplevert. 2.2.1 A.C. Verhoefweg 2a, Mijdrecht Uitspraak Afdeling (overwegingsnummer 7 tot en met 14) Aan de A.C. Verhoefweg 2a is een woning gelegen die voor het vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' aangeduid was als bedrijfswoning. Met het vaststellen van het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' heeft de raad ingestemd met het planologisch aanduiden van de betreffende woning als 'Plattelandswoning'. De eigenaar van A.C. Verhoefweg 2 is eigenaar van een fok‐ en melkveebedrijf dat gevestigd is op hetzelfde perceel. De eigenaar vreest dat zijn bedrijfsvoering wordt beperkt als de woning aan de A.C. Verhoefweg 2a aangeduid wordt als plattelandswoning. Het beroep richt zich op de bij het nemen van een besluit te trachten zorgvuldigheid. De ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag ligt aan het bestreden plandeel, is opgesteld in opdracht van de eigenaar van de woning A.C. Verhoefweg 2a.

De gemeenteraad heeft deze onderbouwing, na eigen beoordeling, overgenomen en ten grondslag gelegd aan het bestreden plandeel. Diegene die deze onderbouwing heeft opgesteld is ook in opdracht van de gemeente structureel betrokken geweest bij het voorbereiden van het bestemmingsplan 'Buitengebied‐West' als extern adviseur. Diegene die de ruimtelijke onderbouwing heeft opgesteld, heeft dus materieel bezien de ruimtelijke onderbouwing beoordeeld in opdracht van de gemeente. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overweegt dat de ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag is gelegd aan het bestreden plandeel is opgesteld in opdracht van initiatiefnemer, niet leidt tot het oordeel dat de gemeenteraad onzorgvuldig heeft gehandeld door deze onderbouwing ten grondslag te leggen aan het standpunt dat een plattelandswoning op het perceel A.C. Verhoefweg 2a te Mijdrecht ruimtelijk aanvaardbaar is. De handelwijze waarbij initiatiefnemer zelf de ruimtelijke onderbouwing aanlevert, is niet ongebruikelijk en laat onverlet dat de raad een eigen verantwoordelijkheid heeft de aanvaardbaarheid van de ruimtelijke gevolgen van de plattelandswoning te beoordelen.

12/168

Wel staat vast dat degene die in opdracht van de eigenaar van de woning aan de A.C. Verhoefweg 2a de notitie heeft opgesteld, ook in opdracht van de gemeente structureel betrokken is geweest bij het voorbereiden van het bestemmingsplan in het algemeen en de beoordeling van de zienswijzen in het bijzonder. Een dergelijke handelwijze is naar het oordeel van de Afdeling in strijd met de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid omdat sprake kan zijn van belangenverstrengeling. Om deze reden slaagt het betoog. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond verklaard. De aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ plattelandswoning' voor het perceel A.C. Verhoefweg 2a in Mijdrecht is vernietigd. De Afdeling draagt de gemeenteraad wel op om het verzoek om planologische medewerking te verlenen voor het omzetten van de bedrijfswoning naar plattelandswoning opnieuw te beoordelen en indien de raad tot de conclusie komt dat een plattelandswoning aanvaardbaar is, de woning als zodanig te bestemmen. Overwegingen De initiatiefnemer heeft een nieuwe ruimtelijke onderbouwing laten opstellen om te toetsen of de plattelandswoning aanvaardbaar is en daarmee alsnog de aanduiding 'Specifieke vorm van wonen ‐ Plattelandswoning' toegekend kan worden aan de woning. De betreffende ruimtelijke onderbouwing is bijgevoegd in Bijlage 3.

Uit deze ruimtelijke onderbouwing blijkt dat er vanuit een goede ruimtelijke ordening geen belemmeringen zijn voor het toestaan van een plattelandswoning en dat er ter plaatse van de woning sprake is van een aanvaardbaar woon‐ en leefklimaat zoals dat uitgangspunt is bij de toepassing van de Wet plattelandswoning. Daarnaast wordt ook voldaan aan de voorwaarden van de afwijkingsbevoegdheid die voor het toekennen van plattelandswoningen in het bestemmingsplan is opgenomen. De ruimtelijke onderbouwing is beoordeeld door de gemeente De Ronde Venen en door de Omgevingsdienst Utrecht. Op basis hiervan wordt medewerking verleend aan het toestaan van het gebruik van de woning A.C. Verhoefweg 2a als plattelandswoning. Wijziging in planregels Er zijn geen aanpassingen in de planregels noodzakelijk. Wijziging in de verbeelding Op de verbeelding wordt op de locatie A.C. Verhoefweg 2a de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ plattelandswoning' opgenomen.

13/168

2.2.2

De Hoef Oostzijde 22, De Hoef

Uitspraak Afdeling (overwegingsnummer 15 tot en met 22) Er is beroep ingesteld door een eigenaar van de gronden in de nabijheid van de ligplaats van het historisch schip aan De Hoef Oostzijde 22 in De Hoef. Degene die beroep ingesteld heeft kan zich niet verenigen met de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ historisch schip' voor de gronden met de bestemming 'Water' nabij De Hoef Oostzijde 22. Er is onvoldoende uitgesloten dat uiteindelijk een ander schip ter plaatse ligplaats neemt terwijl de raad wel heeft toegelicht dat voorzien is in de bestreden ligplaats vanwege de cultuurhistorische waarde van dit betreffende schip of een schip dat een directe relatie heeft met het agrarisch verleden van De Hoef of de gemeente De Ronde Venen. Uit artikel 24, onder 24.1, aanhef en onder e, van de planregels, bezien in samenhang met artikel 1, lid 1.54, volgt dat ieder schip dat geregistreerd is in het FVEN‐register ligplaats mag nemen ter plaatse van de aanduiding, ongeacht of er een historische relatie is met het gebied. Niet is gebleken dat de raad dit heeft beoogd. Gelet hierop is het plan in zoverre vastgesteld in strijd met de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid en dient het besluit van de raad op dit punt te worden vernietigd.

Gelet op het voorgaande wordt de gemeenteraad opgedragen om voor de beoogde locatie van de ligplaats met inachtneming van wat is overwogen een nieuw plan vast te stellen. Er is een voorlopige voorziening getroffen waardoor de planologische situatie ongewijzigd blijft tot er een nieuw plan vastgesteld is. Overwegingen De locatie De Hoef Oostzijde 22 in de Hoef is bedoeld als ligplaats voor een historisch schip. Dat moet wel een historisch schip zijn met een binding met het agrarische verleden van de Hoef of de gemeente. Het schip wat er nu ligt is toegestaan, maar dat mag ook een ander schip zijn dat aan deze voorwaarden voldoet. Om dat te borgen wordt voor het betreffende historisch schip een eigen begripsbepaling opgenomen en wordt voor deze locatie ook specifiek aangeduid op de verbeelding. Wijziging in planregels Hoofdstuk 1 Er wordt een nieuwe begripsbepaling toegevoegd in artikel 1.55 genaamd 'historisch schip ‐ De Hoef'. Dit artikel zal bestaan uit de bestaande begripsbepaling voor een historisch schip en aangevuld worden met de noodzaak om een relatie te hebben met het agrarisch verleden van De Hoef of gemeente De Ronde Venen.

Het artikel luidt dan als volgt: Artikel 1.55 historisch schip ‐ De Hoef een (gewezen) vaartuig dat als varend monument hetzij als historisch casco is ingeschreven in het Register Varend Erfgoed Nederland van de Federatie Varend Erfgoed Nederland en een directe relatie heeft met het agrarisch verleden van De Hoef of de gemeente De Ronde Venen; Hoofdstuk 2 Aan artikel 24.1 wordt het volgende lid toegevoegd: ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van water ‐ historisch schip ‐ De Hoef': een ligplaats voor historisch schip ‐ De Hoef;

14/168

Wijziging in de verbeelding De aanduiding 'Specifieke vorm van water ‐ Historisch schip' voor deze locatie wordt vervangen door 'specifieke vorm van water ‐ historisch schip ‐ De Hoef'. 2.2.3

Amstelkade 118, Amstelhoek

Uitspraak Afdeling (overwegingsnummer 23 tot en met 30) Er is beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan door Ton Transport & Handel B.V. en Amstelkring Wilnis B.V. gevestigd op het bedrijventerrein Amstelhoek. Het beroep is ingesteld tegen (onder andere) de planregeling voor het deel van de gronden met de bestemming "Verkeer" (overwegingnummer 27). Deze gronden worden onder meer gebruikt als laad‐ en loskade. Aan de vorige eigenaar van het perceel is bij besluit van 17 juni 2003 een bouwvergunning (thans: omgevingsvergunning) verleend voor het oprichten van een portaalkraan. Het gebruik van de gronden als loswal was gekoppeld aan het gebruik van de portaalkraan. De portaalkraan is tot op heden echter niet gerealiseerd. In het verleden werd de laad‐ en loskade echter ook zonder portaalkraan gebruikt. Toen de eigenaresse van de gronden eigenaar werd, was het gebruik van de laad‐ en loskade al langer dan drie jaar gestaakt. Het bedrijf kan zich hierdoor niet beroepen op de beschermende werking van het gebruiksovergangsrecht van het vorige bestemmingsplan. De betreffende vergunning voor de portaalkraan is verleend met een ontheffing (vrijstelling artikel 19, eerste lid WRO) van het destijds geldende bestemmingsplan “Landelijk Gebied”.

Deze vergunning is aan de orde geweest in een uitspraak van de Afdeling van 19 september 2007 in relatie tot het op 22 september 2005 vastgestelde bestemmingsplan “Buitengebied De Ronde Venen”. De gemeenteraad had naar aanleiding van deze uitspraak een nieuw bestemmingsplan moeten vaststellen waarin de rechten van de vergunning vastgelegd zouden zijn of de vergunning zou ingetrokken moeten worden. Op moment van vaststelling van het bestemmingsplan Buitengebied‐West is geen van beiden gebeurd. De Afdeling wijst erop dat aan bestaande rechten in beginsel niet voorbij kan worden gegaan, maar dat de raad ook andere relevante belangen moet betrekken. Dit heeft de gemeenteraad getracht door in het bestemmingsplan Buitengebied‐West te motiveren dat het bedrijf in de toekomst geen gebruik zal of kan maken van de bouwvergunning uit 2003, maar dit is naar oordeel van de Afdeling niet deugdelijk onderbouwd. Voor het vernietigde plandeel met de bestemming 'Verkeer', met de aanduiding 'wetgevingszone ‐ wijzigingsgebied loswal', voor het perceel Amstelkade 118 dient een nieuw besluit genomen te worden. Overwegingen Op 10 november 2020 heeft het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente De Ronde Venen besloten om de vergunning van de portaalkraan in te trekken (zie Bijlage 4).

De redenen hiervoor waren dat er tot op heden geen portaalkraan gerealiseerd en in gebruik genomen is, geen milieuvergunning is voor gebruik van de loswal, er geen overgangsrecht geldt voor deze situatie en er is geen ruimtelijke onderbouwing aangeleverd waaruit blijkt dat laden en lossen ruimtelijk aanvaardbaar is. Echter is het perceel nu nog wel (illegaal) in gebruik als laad‐ en loswal.

15/168

Op basis van voorgaande wordt het percel voorzien van de bestemming 'Verkeer'. Om tegemoet te komen aan de wens van appellanten om in de toekomst te kunnen laden en lossen is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in artikel 23.3.1. Wanneer appellanten aan kunnen tonen dat aan de gestelde voorwaarden wordt voldaan, is het mogelijk om de betreffende bestemming te wijzigen naar de bestemming Bedrijf ten behoeve van een loswal. Wijziging in de verbeelding Op het perceel Amstelkade 118 waar de bestemming Verkeer was vernietigd wordt de bestemming Verkeer weer opgenomen. De gebiedsaanduiding 'Wetgevingszone ‐ Wijzigingsgebied loswal' wordt opnieuw toegekend. 2.2.4

De Hoef Westzijde 5b, De Hoef

Uitspraak Afdeling (overwegingsnummer 43 tot en met 45) Aan De Hoef Westzijde 5b is een woonschip gelegen. De voormalig eigenaresse heeft toen zij nog eigenaresse was van het woonschip beroep ingesteld tegen het vaststellen van het bestemmingsplan. Volgens haar was het woonschip ten onrechte niet voorzien van een bouwvlak. De nieuwe eigenaar heeft het beroep voortgezet. In de uitspraak van de Afdeling wordt geoordeeld dat het beroep van de voormalig eigenaresse gegrond is. De gemeenteraad heeft voor de afmeerlocatie van het woonschip niet voorzien in een planregeling die ter plaatse een gebouw toelaat, terwijl uit de uitspraak blijkt dat er wel sprake is van een gebouw omdat het schip niet gebruikt wordt voor de vaart. Het feit dat het schip incidenteel naar een helling vaart, betekent niet dat het schip gebruikt wordt voor de vaart. Hierdoor heeft de gemeenteraad gehandeld met artikel 3:2 van de Awb. Uit de uitspraak volgt dat de gemeenteraad een planregeling moet vaststellen voor de (voormalige) afmeerlocatie van het woonschip, die het mogelijk maakt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen kan worden verleend voor het woonschip of een daarmee in omvang gelijk woonschip. Overwegingen Door de gemeente is beoogd dat conform de uitspraak een specifieke regeling wordt opgenomen voor een woonschip ter plaatse.

Gelet op de bijzondere omstandigheden van de locatie kan in de toekomst met een afwijking het woonschip vervangen worden (getoetst aan zorgvuldig ontwerp en landschappelijke inpassing). In lijn met de uitspraak wordt dit met het toevoegen van bouwregels in het bestemmingsplan opgenomen. Wijziging in de planregels Hoofdstuk 2 Aan artikel 25.1 wordt aan lid b het volgende in geel gemarkeerd toegevoegd aan het bestaande lid: ter plaatse van de aanduidingen 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning' en 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning 1': het wonen, uitsluitend in een drijvende woning; Aan artikel 25.2.2 wordt het volgende lid toegevoegd onder m: in afwijking van het bepaalde onder sub c, d en e is ter plaatse van 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning 1' de aanwezige maatvoering van de bestaande bebouwing toegestaan.

16/168

Artikel 25.3.8 wordt toegevoegd voor het afwijken van de toegestane maatvoering voor drijvende woningen. In dit artikel wordt het volgende opgenomen: Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 25.2.2 onder m een grotere maatvoering toestaan voor drijvende woningen, mits aangetoond wordt dat dit vanuit landschappelijk en stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. Wijziging in de verbeelding De functieaanduiding 'Woonschepenligplaats' binnen de bestemming 'Wonen' op de locatie De Hoef Westzijde 5b komt te vervallen. Hiervoor in de plaats wordt de aanduiding 'specifieke vorm van wonen ‐ drijvende woning 1' toegevoegd. Het gehele bestemmingsvlak 'Wonen' wordt voorzien van een bouwvlak.

2.3

Reparatie van kennelijke verschrijvingen

Lijst met kennelijke verschrijvingen Wijzigingen in eerste herziening Verbeelding 1. Provinciale Weg 13, Vinkeveen Ter plaatse van dit adres gold voor vaststelling van het basisplan het geconsolideerde bestemmingsplan Marickenland (vastgesteld op 12 juli 2011). De verbeelding die nu opgenomen is in het basisplan is overgenomen uit het bestemmingsplan Buitengebied De Ronde Venen. Deze komt niet overeen met die uit het geconsolideerde bestemmingsplan Marickenland waardoor de onjuiste verbeelding is overgenomen in het basisplan. In deze herziening van het basisplan wordt het bouwvlak aangepast overeenkomstig het voorheen geldende geconsolideerde bestemmingsplan Marickenland. 2. Ten noordwesten De Hoef Oostzijde 119 Ter plaatse geldt in het basisplan de enkelbestemming 'Recreatie ‐ Dagrecreatie dagrecreatieve voorziening' en op het naastgelegen perceel geldt 'Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden'. Deze bestemmingen zijn in een voorgaand bestemmingsplan omgewisseld. Om de feitelijke situatie te bestemmen komt de bestemming 'Recreatie ‐ Dagrecreatie dagrecreatieve voorziening' te vervallen en wordt deze toegekend op het naastgelegen perceel. Op dit perceel was de bestemming 'Agrarisch met waarden ‐ Natuurwaarden' toegekend en die komt nu te vervallen.

Deze bestemming wordt toegekend aan het naastgelegen perceel waar voorheen de bestemming 'Recreatie ‐ Dagrecreatie dagrecreatieve voorziening' gold.

17/168

Planregels 1. Regeling beroep/bedrijf aan huis In deze herziening is in de volgende artikelen het woord 'vloeroppervlakte' vervangen door 'gebruiksvloeroppervlakte' ter verduidelijking van het artikel. Artikel

Artikelnummer waarin wijzigingen hebben plaatsgevonden

Agrarisch

Artikel 3.4 onder i, 1 en 4

Agrarisch met waarden

Artikel 4.4 onder i, 1 en 4

Bedrijf

Artikel 5.4.2 onder a, 1 en 4

Detailhandel

Artikel 8.4 onder b, 1 en 4

Horeca

Artikel 10.4 onder a, 1 en 4

Maatschappelijk

Artikel 11.4 onder a, 1 en 4

Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie appartement

Artikel 15.4 onder b, 1 en 4

Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie caravanpark

Artikel 16.4.2 onder a, 1 en 4

Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie kampeerterrein

Artikel 17.4 onder b, 1 en 4

Recreatie ‐ Verblijfsrecreatie recreatiewoning

Artikel 18.4.2 onder a, 1 en 4

Sport ‐ Manege

Artikel 20.4 onder a, 1 en4

Wonen

Artikel 25.4.1 onder a, 1 en 4

Wonen ‐ Bebouwingsconcentraties

Artikel 26.4.1 onder a, 1

2. Artikel 25.2.3 ‐ Stacaravans en chalets In de aanhef van dit artikel is in het basisplan een verwijzing opgenomen naar artikel 25.1 onder c. De verwijzing naar sub c wordt met deze herziening vervangen door een verwijzing naar sub e van hetzelfde artikel. 3. Artikel 25.3.4 onder a en art 26.3.4 onder a In dit artikel zijn de voorwaarden opgenomen voor het realiseren van een extra woning. In deze artikelen is onder a toegevoegd dat het gaat om de sloop van alle (voormalige) bedrijfsgebouwen. 4. Reparatie van zaken die niet goed zijn overgenomen uit het oude plan conform het uitgangspunt dat bestaande rechten gerespecteerd worden (de bestaande legale situatie wordt overgenomen) Binnenplanse vrijstelling uit oude plan (art 19 lid 21 d) om binnen de bestemming wonen af te wijken van eis om 2.5 meter van de perceelsgrens te bouwen is niet overgenomen in het basisplan. In artikel 25.3.7 en 26.3.6 is de vrijstelling opnieuw opgenomen om binnen 2.5 meter van de perceelsgrens te bouwen indien voldaan wordt aan de genoemde voorwaarden. 5. Artikel 34.4 In artikel 34.4 zijn afwijkende maatvoeringen voor steigers opgenomen. In artikel 34.4 lid b is een foute verwijzing naar het bepaalde onder b opgenomen. Dit moet een verwijzing zijn naar het bepaalde onder a zijn in plaats van b.

18/168

6. Artikel 26.3.3 In artikel 26.3.3 is een bepaling opgenomen voor het met een omgevingsvergunning toestaan van een grotere oppervlakte voor bijgebouwen. In lid 1 is onder a, b en c drie keer verwezen naar een bedrijfsgebouw, maar dit moet bijgebouw zijn. 7. Kleinschalig kamperen bij de boer In artikel 3.1 sub f en in artikel 4.1 sub g is nummer 5 toegevoegd. Hierin wordt geregeld dat binnen de betreffende bestemming een kampeerterrein van ten hoogste 15 kampeermiddelen voor de locaties zoals opgenomen in Bijlage 11 van de regels is toegestaan als nevengebruik. 8. Begripsbepaling 'peil' In het woord peil vervangen door waterpeil 9. Begripsbepaling 'bestaand' De begripsbepaling voor bestaand is vervangen door: a. bij bouwwerken: bouwwerken die op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan tot stand zijn gekomen of tot stand zullen komen met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; b. bij gebruik: het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, daaronder valt niet het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. " 10.

Begripsbepaling 'Internetwinkel' De begripsbepaling internetwinkel is aangevuld met dat er geen sprake mag zijn van een voor publiek toegankelijke winkelruimte, showroom of afhaalpunt. De begripsbepaling luidt na aanpassing als volgt: een specifieke vorm van detailhandel, waarbij het aanbieden en verkopen van goederen uitsluitend via het internet gebeurt en er geen sprake is van een voor publiek toegankelijke winkelruimte, showroom of afhaalpunt. 11. Begripsbepaling 'Permanente bewoning' De begripsbepaling voor permanente bewoning is gewijzigd in: het gebruiken van een verblijf als hoofdverblijf. 12. Begripsbepaling 'Hoofdverblijf' De begripsbepaling voor Hoofdverblijf is toegevoegd aan de begripsbepalingen en luidt als volgt: een gebouw of ander onderkomen welke voor een persoon functioneert als de plaats waar het centrum van zijn sociale en maatschappelijke activiteiten ligt.

19/168

20/168

Hoofdstuk 3

3.1

Uitvoerbaarheid

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Vooroverleg In het kader van het overleg artikel 3.1.1. Bro is het ontwerpwijzigingsplan toegestuurd aan vooroverlegpartners. Er zijn geen overlegreacties ontvangen. Zienswijzen Vanaf 10 september 2022 heeft het ontwerpbestemmingsplan 1e herziening Buitengebied‐West gedurende 6 weken ter inzage gelegen. Een ieder heeft de mogelijkheid gekregen om in de periode dat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage lag een zienswijze op het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad in te dienen. Hierop zijn 3 zienswijzen binnengekomen. Als gevolg van de zienswijzen is het ontwerpbestemmingsplan op onderdelen gewijzigd. Daarnaast zijn nog enkele ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. De volledige beantwoording van de zienswijzen en de ambtshalve aanpassingen zijn terug te vinden in Bijlage 5.

21/168

22/168

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Raadsvoorstel reactieve aanwijzing

Voorstel raad de gemeenteraad

AAN AGENDAPUNT

REGISTRATIENUMMER TER INZAGE BIJLAGE(N) 1

NUMMER RAADSVERGADERING

15 december 2020

COMMISSIE ORGANISATIEONDERDEEL PORTEFEUILLEHOUDER BEHANDELEND AMBTENAAR ORGANISATIEONDERDEEL

RU-PL&VE R.Kroon Sven Hambückers RU-PL&VE

Onderwerp Afhandeling verzoek Raad van State met betrekking tot beroep reactieve aanwijzing bestemmingsplan Buitengebied-West

Voorstel 1

In te stemmen met de volgende herformulering van de artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e van het bestemmingsplan Buitengebied-West ten behoeve van de afhandeling door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van het beroep tegen de reactieve aanwijzing van GS van de provincie Utrecht: e.

De voorwaarde onder d kan buiten beschouwing gelaten worden indien het bedrijf niet voldoet aan het maximum van 2,5 GVE per hectare maar: 1.

het bedrijf aan kan tonen dat sprake is en blijft van een grondgebonden veehouderij en het bedrijf op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage levert aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied, of

2.

het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen redelijke termijn door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toe groeit

2

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per brief mede te delen dat de provincie Utrecht en de gemeente De Ronde Venen zoals door de Raad van State verzocht gezamenlijk tot een herformulering van de bepalingen zijn gekomen waarop GS van de provincie Utrecht een reactieve aanwijzing heeft gegeven, zodat de (gewijzigde) bepalingen alsnog aan de planregels kunnen worden toegevoegd.

Inleiding Op 21 februari 2019 heeft uw raad het bestemmingsplan Buitengebied-West vastgesteld. Door GS van de provincie Utrecht is een reactieve aanwijzing op het bestemmingsplan Buitengebied-West gegeven. Met een reactieve aanwijzing kan de provincie een deel van een vastgesteld gemeentelijk bestemmingsplan buiten werking stellen. De gemeente heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid om

Voorstel raad - documentnummer: 48040

tegen de reactieve aanwijzing van de provincie beroep in te stellen. U bent hierover geïnformeerd met een informatienota op 14 mei 2019 (registratienummer: 19.007162). Maandag 23 november 2020 is de zitting van de Raad van State geweest waarin naast de beroepen tegen het bestemmingsplan ook het beroep van de gemeente tegen de reactieve aanwijzing van de provincie op het bestemmingsplan behandeld is. Reactieve aanwijzing provincie De reactieve aanwijzing van de provincie richt zich op een bepaling binnen de wijzigingsbevoegdheid die uitbreiding van het bouwvlak van grondgebonden agrarische bedrijven tot 1.5 hectare mogelijk maakt. Via deze bepaling kan bij uitzondering worden afgeweken van het richtgetal van 2.5 Groot Vee Eenheid (GVE) indien op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage wordt geleverd aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied (artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e van de planregels van het vastgestelde bestemmingsplan). Door de reactieve aanwijzing maken de betreffende bepalingen geen onderdeel meer uit van het bestemmingsplan. De reden voor de reactieve aanwijzing van de provincie is de vrees van de provincie dat met deze bepaling in het bestemmingsplan de omschakeling van grondgebonden naar niet-grondgebonden bedrijven mogelijk wordt gemaakt.

Standpunt gemeente In ons beroep heeft de gemeente betoogd dat de vrees van de provincie dat deze bepaling de omschakeling van grondgebonden naar niet-grondgebonden bedrijven mogelijk maakt, ongegrond is. Uitgangspunt voor het bestemmingsplan Buitengebied-West voor agrarische bedrijven is grondgebondenheid en ook de afwijkingsmogelijkheid waarop de provincie een reactieve aanwijzing heeft gegeven is alleen bedoeld voor grondgebonden bedrijven. Deze grondgebondenheid is op verschillende manieren in de planregels van het bestemmingsplan geborgd. Zitting Raad van State 23 november 2020 De Raad van State heeft ter zitting geconstateerd dat de provincie en de gemeente hetzelfde doel nastreven: het voorkomen van de omschakeling van grondgebonden naar niet-grondgebonden agrarische bedrijven. Op de zitting zijn de provincie en de gemeente verzocht nader met elkaar in overleg te treden over een eventuele herformulering van de bepalingen, zodat de (gewijzigde) bepalingen voor beide partijen aanvaardbaar zijn en alsnog aan de planregels kunnen worden toegevoegd. Hiervoor is een termijn gegeven tot uiterlijk 18 januari 2021.

Uitkomst overleg provincie en gemeente De gemeente en provincie zijn na de zitting van de Raad van State meteen met elkaar in overleg getreden dit heeft na enkele overleggen geleid tot de volgende herformulering van de betreffende bepaling die tegemoet komt aan de wensen van beide partijen: e. De voorwaarde onder d kan buiten beschouwing gelaten worden indien het bedrijf niet voldoet aan het maximum van 2,5 GVE per hectare maar:: 1.

het bedrijf aan kan tonen dat sprake is en blijft van een grondgebonden veehouderij en het bedrijf op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage levert aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied, of

2.

het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen redelijke termijn door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toe groeit

Voorstel raad - documentnummer: 48040 - pagina 2

In deze nieuw geformuleerde bepaling zijn twee onderdelen gewijzigd ten op zicht van de oorspronkelijke bepaling: -

In lid e sub 1 is de redactie aangepast naar ‘dat sprake is en blijft van een grondgebonden veehouderij’

-

Lid e sub 2 is toegevoegd

Beoogd effect Het doel van het voorstel is dat de bepalingen die door de reactieve aanwijzing van GS geen onderdeel meer uitmaken van het bestemmingsplan Buitengebied-West, weer terug kunnen keren in het bestemmingsplan Buitengebied-West. Via deze bepaling kan door grondgebonden bedrijven bij uitzondering worden afgeweken van het richtgetal van 2.5 Groot Vee Eenheid (GVE) wanneer ze het agrarisch bouwvlak willen uitbreiden tot 1.5 hectare en ze voldoen aan de in de wijzigingsbevoegdheid gestelde voorwaarden.

Argumenten 1.1

Met de herformulering van de bepaling wordt voldaan aan het verzoek van de Raad van State De Raad van State heeft ter zitting geconstateerd dat de provincie en de gemeente een gezamenlijk doel nastreven, namelijk het voorkomen van omschakeling van grondgebonden naar niet-grondgebonden bedrijven. De Raad van State heeft beide partijen daarom verzocht nader met elkaar in overleg te treden over een eventuele herformulering van de bepalingen, zodat de (gewijzigde) bepalingen voor beide partijen aanvaardbaar zijn en alsnog aan de planregels kunnen worden toegevoegd. Met de voorgestelde herformulering wordt tegemoet gekomen aan het verzoek van de Raad van State.

1.2

De bepaling die door de reactieve aanwijzing van de provincie Utrecht weer uit het bestemmingsplan verdwenen is, kan weer terug komen in het bestemmingsplan BuitengebiedWest De agrarische bedrijven spelen een belangrijke rol bij het beheer en onderhoud van ons buitengebied en dragen daarmee bij aan de bijzondere kwaliteiten van ons buitengebied. Door uw raad is daarom expliciet gekozen bij de vaststelling van het bestemmingsplan BuitengebiedWest grondgebonden bedrijven passende uitbreidingsmogelijkheden te geven om deze rol te blijven vervullen. De mogelijkheid om onder bijzondere voorwaarden voor grondgebonden bedrijven die het bouwvlak willen vergroten tot 1.5 hectare af te wijken van de 2,5 GVE is daar één van de voorbeelden van. Met de voorgestelde herformulering is gegarandeerd dat deze bepaling weer aan de planregels van het bestemmingsplan Buitengebied-West wordt toegevoegd.

1.3

Door de herformulering wordt nog een extra waarborg voor de grondgebondenheid van agrarische bedrijven bij toepassing van de betreffende wijzigingsbevoegdheid opgenomen. Uitgangspunt van het bestemmingsplan Buitengebied-West is dat grondgebonden agrarische bedrijven de grondregel zijn en nieuwe niet-grondgebonden agrarische bedrijven niet mogelijk

Voorstel raad - documentnummer: 48040 - pagina 3

zijn. Dit is in de door uw raad op 25 februari 2016 vastgestelde Nota van Uitgangspunten bestemmingsplan Buitengebied-West zo opgenomen. Daarom is in de betreffende wijzigingsbevoegdheid binnen de bestemming Agrarisch en Agrarisch – met waarden – Natuurwaarden zowel in de titel als in de aanhef (zie ook bijlage 1 bij dit voorstel) tot tweemaal toe opgenomen dat de wijzigingsbevoegdheid alleen is bedoeld voor grondgebonden agrarische bedrijven. Ook is in de planregels en in de specifieke gebruiksregels expliciet opgenomen dat de omvorming van grondgebonden naar niet-grondgebonden bedrijven niet is toegestaan. Met de herformulering is nu ook in de bepaling zelf nog eens opgenomen dat deze afwijkingsmogelijkheid in de wijzigingsbevoegdheid alleen bedoeld is voor grondgebonden veehouderijen. 1.4

De gekozen oplossing draagt bij aan een goede verstandhouding met de provincie De provincie speelt een belangrijke rol in het buitengebied en bij de grote ruimtelijke plannen van de gemeente nu en in de toekomst. Voor veel van deze plannen is medewerking van de provincie noodzakelijk. De provincie is dus een belangrijke partner voor ons als gemeente. Het is daarom niet in ons belang om in juridische procedures met de provincie te belanden wanneer dit niet nodig is. De herformulering is in goed onderling overleg met de provincie tot stand gekomen en zal ook door de provincie bestuurlijk bekrachtigd worden. De herformulering is een voorbeeld hoe wij als provincie en gemeente moeten samenwerken bij het nastreven van gezamenlijke doelen en draagt bij aan de goede (bestuurlijke) verhoudingen.

1.5

Met de herformulering is er een extra mogelijkheid bijgekomen voor grondgebonden agrarische bedrijven om gebruik te maken van de wijzigingsbevoegdheid om het bouwvlak te vergroten naar max 1.5 hectare In de oorspronkelijke bepaling waar de provincie een reactieve aanwijzing op gegeven heeft was erop gericht dat grondgebonden agrarische bedrijven met een GVE van bijvoorbeeld 2.52 het bouwvlak tot 1.5 hectare mochten uitbreiden indien zij op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage leveren aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied. Bij de herformulering is hier op verzoek van de provincie een extra mogelijkheid aan toegevoegd. Wanneer het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen redelijke termijn door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toe groeit, kan het agrarisch bedrijf ook gebruik maken van de wijzigingsbevoegdheid om het bouwvlak uit te breiden naar maximaal 1.5 hectare. Hiermee draagt deze extra mogelijkheid bij aan het uitgangspunt van uw raad voor het bestemmingsplan om grondgebonden agrarische bedrijven passende uitbreidingsmogelijkheden te geven. Uiteraard moet in beide mogelijkheden ook voldaan worden aan de overige voorwaarden van de wijzigingsbevoegdheid.

Risico’s 1.1

Wanneer u niet instemt met het voorstel, doet de Raad van State uitspraak. Indien uw raad niet kan instemmen met de herformulering van de artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e van het bestemmingsplan Buitengebied-West, zal de Raad van State uitspraak doen op basis van ons beroepsschrift en het verhandelde ter zitting. Dit brengt het risico met zich mee dat de gemeente in het ongelijk wordt gesteld en de bepalingen waar een reactieve aanwijzing op is gegeven definitief uit het bestemmingplan verdwijnen.

Voorstel raad - documentnummer: 48040 - pagina 4

1.2

GS van de provincie Utrecht moeten ook akkoord gaan met de herformulering Net als uw raad zal GS van de provincie Utrecht akkoord moeten gaan met de herformulering van de artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e van het bestemmingsplan Buitengebied-West. De herformulering is tot stand gekomen na intensief ambtelijk overleg met de provincie, waarbij ook afstemming heeft plaatsgevonden met de bestuurders. Bij de provincie wordt ook een bestuurlijk traject voorbereid om de herformulering te bekrachtigen en de Raad van State hiervan op de hoogte te brengen.

Financiën Dit voorstel leidt ertoe dat de herformulering van de artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e in het bestemmingsplan Buitengebied-West verwerkt moeten worden. Deze kosten zullen worden gedekt uit het budget dat door de gemeenteraad ter beschikking is gesteld voor bestemmingsplannen in de programmabegroting (E 810)

Betrokkenheid en communicatie Na de uitspraak van Raad van State zal een met een persbericht kennis worden gegeven van de uitspraak en de gevolgen voor het bestemmingsplan.

Vervolg Indien uw raad instemt met de herformulering van de artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e van het bestemmingsplan Buitengebied-West ter afhandeling van het beroep, zal de gemeente de Raad van State hier per brief van op de hoogte brengen. Vervolgens zal de Raad van State uw besluit meenemen in haar uitspraak op ons beroep op de reactieve aanwijzing van de provincie. In haar uitspraak zal de Raad van State vervolgens aangegeven hoe de gewijzigde bepalingen op grond van de herformulering aan het bestemmingsplan Buitengebied-West (kunnen) worden toegevoegd.

Evaluatie n.v.t.

Het ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en wethouders van De Ronde Venen, de secretaris,

Voorstel raad - documentnummer: 48040 - pagina 5

de burgemeester,

De raad van de gemeente De Ronde Venen gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders (raadsvoorstel nr. 00000/00 van 15 december 2020).

Besluit 1

In te stemmen met de volgende herformulering van de artikelen 3.7.3 onder e en 4.7.3 onder e van het bestemmingsplan Buitengebied-West ten behoeve van de afhandeling door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van het beroep tegen de reactieve aanwijzing van GS van de provincie Utrecht: e.

De voorwaarde onder d kan buiten beschouwing gelaten worden indien het bedrijf niet voldoet aan het maximum van 2,5 GVE per hectare maar: 1.

het bedrijf aan kan tonen dat sprake is en blijft van een grondgebonden veehouderij en het bedrijf op alternatieve wijze een kwalitatieve bijdrage levert aan de karakteristiek en duurzaamheid van het buitengebied, of

2.

het bedrijf met een bedrijfsplan aantoont dat het bedrijf binnen redelijke termijn door aankoop of pachten van grond naar maximaal 2,5 GVE per ha toe groeit

2

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State per brief mede te delen dat de provincie Utrecht en de gemeente De Ronde Venen zoals door de Raad van State verzocht gezamenlijk tot een herformulering van de bepalingen zijn gekomen waarop GS van de provincie Utrecht een reactieve aanwijzing heeft gegeven, zodat de (gewijzigde) bepalingen alsnog aan de planregels kunnen worden toegevoegd

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente De Ronde Venen, d.d. 15 december 2020.

De raad voornoemd, de griffier,

de voorzitter,

Bijlage 2 Uitspraak Raad van State

Uitspraak 201903497/1/R4

ECLI

ECLI:NL:RVS:2021:2484

Datum uitspraak

10 november 2021

Inhoudsindicatie

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan "Buitengebied-West" vastgesteld. Met het plan wordt een actualisatie beoogd van het juridischplanologisch kader voor het westelijke deel van het buitengebied van de gemeente De Ronde Venen. Voor het grootste deel van het plangebied gold voorheen het bestemmingsplan "Buitengebied De Ronde Venen". De planologische regeling van dat bestemmingsplan is nadien materieel bezien voortgezet onder de "Beheersverordening buitengebied", vastgesteld door de raad bij besluit van 28 september 2017. Bij besluit van 2 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht de raad een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening die ertoe strekt dat een aantal planregels geen deel blijven uitmaken van het plan.

Volledige tekst 201903497/1/R4. Datum uitspraak: 10 november 2021 AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Uitspraak in het geding tussen: 1. [appellant sub 1], wonend te Mijdrecht, gemeente De Ronde Venen, 2. [appellant sub 2], wonend te De Hoef, gemeente De Ronde Venen, 3. [appellante sub 3A] en Amstelkring Wilnis B.V., beide gevestigd te Wilnis, gemeente De

Uitspraak 201903497/1/R4

1

Ronde Venen (hierna tezamen in enkelvoud: [appellante sub 3] 4. [appellant sub 4], wonend te De Hoef, gemeente De Ronde Venen, 5. [appellant sub 5], wonend te Waverveen, gemeente De Ronde Venen, 6. Slachterij Amstelland B.V., gevestigd te De Hoef, gemeente De Ronde Venen, 7. [appellant sub 7A] en [appellant sub 7B], beiden wonend te Wilnis, gemeente De Ronde Venen (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant sub 7]), 8. [appellant sub 8A] en [appellant sub 8B], beiden wonend te De Hoef, gemeente De Ronde Venen, 9. [appellant sub 9A] en [appellant sub 9B], beiden wonend te Waverveen, gemeente De Ronde Venen; appellanten, en de raad van de gemeente De Ronde Venen, verweerder. Procesverloop Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied-West" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2], [appellante sub 3], [appellant sub 4], [appellant sub 5], Slachterij Amstelland, [appellant sub 7], [appellanten sub 8], en [appellanten sub 9], beroep ingesteld. De raad heeft een verweerschrift ingediend. Een aantal appellanten heeft nadere stukken ingediend. Daartoe in de gelegenheid gesteld hebben belanghebbenden een schriftelijke uiteenzetting gegeven. De Afdeling heeft de zaak, gevoegd met het beroep in zaak nr.

201904297/1/R4, behandeld op de zitting van 23 november 2020, waar een aantal partijen is verschenen of zich heeft doen vertegenwoordigen. Ook de raad heeft zich doen vertegenwoordigen. Na de zitting zijn de zaken gesplitst. De Afdeling heeft de behandeling van het beroep van [partij A] en [partij B] afgesplitst en voortgezet onder zaak nr. 201903497/3/R4. Overwegingen Bijlage 1. De relevante wettelijke bepalingen en planregels zijn opgenomen de bij deze uitspraak behorende bijlage. Ten behoeve van de leesbaarheid van de uitspraak zijn enkele planregels ook in de uitspraak zelf weergegeven. Het plan

Uitspraak 201903497/1/R4

2

2. Met het plan wordt een actualisatie beoogd van het juridisch-planologisch kader voor het westelijke deel van het buitengebied van de gemeente De Ronde Venen. 3. Voor het grootste deel van het plangebied gold voorheen het bestemmingsplan "Buitengebied De Ronde Venen", vastgesteld door de raad bij besluit van 22 september 2005, goedgekeurd door het college van gedeputeerde staten van Utrecht bij besluit van 9 mei 2006. De planologische regeling van dat bestemmingsplan is nadien materieel bezien voortgezet onder de "Beheersverordening buitengebied", vastgesteld door de raad bij besluit van 28 september 2017. De reactieve aanwijzing 4. Bij besluit van 2 april 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht de raad een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) die ertoe strekt dat een aantal planregels geen deel blijven uitmaken van het plan (hierna: reactieve aanwijzing). Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen heeft tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2021:2465, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op dit beroep. De uitspraak op het beroep tegen de reactieve aanwijzing is niet van belang voor de bespreking van de beroepen tegen het bestemmingsplan. Toetsingskader 5.

Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. De Afdeling stelt niet zelf vast of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening, maar beoordeelt aan de hand van die gronden of de raad zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat het plan strekt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening. Opbouw uitspraak 6. De verdere opbouw van de uitspraak is als volgt, met tussen haakjes de nummers van de overwegingen. - Het beroep van [appellant sub 1] (7 t/m 14); - Het beroep van [appellant sub 2] (15 t/m 22); - Het beroep van [appellante sub 3] (23 t/m 30); - Het beroep van [appellant sub 4] (31 t/m 34); - Het beroep van [appellant sub 5] (35 t/m 38); - Het beroep van Slachterij Amstelland (39 t/m 40); - Het beroep van [appellant sub 7] (41 t/m 42); - het beroep van [appellanten sub 8] (43 t/m 45); - Het beroep van [appellanten sub 9] (46 t/m 49);

Uitspraak 201903497/1/R4

3

- Proceskosten (50). Het beroep van [appellant sub 1] 7. [appellant sub 1] is eigenaar en exploitant van een fok- en melkveebedrijf aan de [locatie 1] in Mijdrecht. Hij woont in de bedrijfswoning op het perceel. Op het zuidoostelijke deel van het perceel is een tweede woning gesitueerd. Deze woning, [locatie 2], en de direct omliggende gronden maakten voorheen samen met de gronden van [appellant sub 1] deel uit van één agrarisch perceel. De woning [locatie 2] was de tweede bedrijfswoning bij het agrarisch bedrijf. Deze woning wordt al een geruime tijd bewoond door een derde die geen binding heeft met het agrarisch bedrijf. De raad heeft de woning op [locatie 2] op verzoek van de eigenaar en bewoner van de woning bestemd als plattelandswoning. Het beroep van [appellant sub 1] is hiertegen gericht. Hij vreest voor beperkingen voor zijn bedrijfsvoering. 8. De ruimtelijke onderbouwing van de aanvaardbaarheid van een plattelandswoning berust primair op de notitie "Onderbouwing plattelandswoning [locatie 2]" van 12 maart 2018 van bureau Rho. 9. Aan de percelen [locatie 1] en [locatie 2] is de bestemming "Agrarisch met waarden Natuurwaarden", met de aanduidingen "bouwvlak" en "maximum aantal wooneenheden = 2" toegekend.

Aan de gronden in het zuidoostelijke deel van het perceel waar zich het perceel [locatie 2] bevindt, is tevens de aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning" toegekend. 10. Volgens artikel 1, lid 1.86, van de planregels wordt onder "plattelandswoning" verstaan: "een bedrijfswoning, behorend tot of voorheen behorend tot een agrarisch bedrijf, die niet meer wordt bewoond door (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van het gebouw of terrein, noodzakelijk is en die voor de toepassing van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de daarop rustende bepalingen wordt beschouwd als onderdeel van dat agrarisch bedrijf." Artikel 4, lid 4.1 luidt: "De voor "Agrarisch met waarden - Natuurwaarden" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. grondgebonden agrarische bedrijven; […]; d. het wonen in een bedrijfswoning, voor zover een bedrijfswoning op grond van de bouwregels is toegestaan; e. het wonen in een plattelandswoning, ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning"; Uit de tabel bij lid 4.2.1, onder c, volgt dat per bouwvlak maximaal één bedrijfswoning is toegelaten, tenzij anders is aangegeven met de aanduiding "maximum aantal wooneenheden". 11.

[appellant sub 1] betoogt dat de raad bij het vaststellen van het plan gehandeld heeft in strijd met artikel 2:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) dan wel met de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid. Hij voert hiertoe aan dat de ruimtelijke onderbouwing van bureau Rho die ten grondslag ligt aan het bestreden plandeel, is opgesteld in opdracht van de eigenaar van de woning [locatie 2]. De raad heeft deze onderbouwing, zonder een eigen beoordeling te verrichten, overgenomen en ten

Uitspraak 201903497/1/R4

4

grondslag gelegd aan het bestreden plandeel. In dit verband is van belang dat de adviseur van Rho die in opdracht van de eigenaar van de woning [locatie 2] de ruimtelijke onderbouwing heeft opgesteld, in opdracht van de gemeente betrokken is geweest als externe deskundige bij het voorbereiden van het bestemmingsplan. Deze persoon heeft dus materieel bezien de ruimtelijke onderbouwing die hij heeft opgesteld in opdracht van de eigenaar van de woning, vervolgens beoordeeld in opdracht van de gemeente, aldus [appellant sub 1]. 11.1. Uit de Nota van zienswijzen volgt dat de eigenaar van de woning [locatie 2] in het kader van zijn zienswijze over het ontwerpplan, de raad heeft verzocht zijn woning te bestemmen als plattelandswoning. In het ontwerpplan was de woning nog bestemd als een agrarische bedrijfswoning bij het bedrijf van [appellant sub 1]. Dat was in overeenstemming met de voorheen geldende planologische regeling. 11.2. De raad heeft zijn standpunt dat geen ruimtelijke bezwaren bestaan tegen het als plattelandswoning bestemmen van de woning [locatie 2], gelet in het bijzonder op de ligging van deze woning nabij de veehouderij van [appellant sub 1], gebaseerd op de notitie "Onderbouwing plattelandswoning [locatie 2]" van 12 maart 2018 van bureau Rho.

Uit de stukken volgt dat bureau Rho al eerder betrokken is geweest als externe deskundige bij de planvorming en dat omstreeks de terinzagelegging van het ontwerpplan, de eigenaar van het perceel [locatie 2], contact heeft opgenomen met - en opdracht heeft gegeven aan - Rho voor het opstellen van een ruimtelijke onderbouwing voor de door hem gewenste wijziging van de planologische status van zijn woning van bedrijfswoning naar plattelandswoning. In zijn zienswijze over het ontwerpplan heeft de eigenaar van de woning [locatie 2] de raad verzocht zijn woning te bestemmen als plattelandswoning en daarbij heeft hij de ruimtelijke onderbouwing overgelegd. De ruimtelijke onderbouwing is vervolgens ten grondslag gelegd aan het voorstel dat is aangeboden aan de raad, waarmee de raad heeft ingestemd. 11.3. De Afdeling overweegt dat de enkele omstandigheid dat de ruimtelijke onderbouwing die ten grondslag is gelegd aan het bestreden plandeel is opgesteld in opdracht van initiatiefnemer, niet leidt tot het oordeel dat de raad onzorgvuldig heeft gehandeld door deze onderbouwing ten grondslag te leggen aan zijn standpunt dat een plattelandswoning op het perceel [locatie 2] ruimtelijk aanvaardbaar is.

De handelwijze waarbij initiatiefnemer zelf de ruimtelijke onderbouwing aanlevert, is niet ongebruikelijk en laat onverlet dat de raad een eigen verantwoordelijkheid heeft de aanvaardbaarheid van de ruimtelijke gevolgen van de plattelandswoning te beoordelen. Uit de omstandigheid dat de notitie van Rho ten grondslag is gelegd aan het bestreden plandeel volgt dat de raad de inhoud van deze notitie onderschrijft. In de beroepsprocedure kan [appellant sub 1] de juistheid van de ruimtelijke onderbouwing bestrijden. In dit geval speelt evenwel het volgende. Het staat vast dat de medewerker van Rho die in opdracht van de eigenaar van de woning [locatie 2] de notitie heeft opgesteld, ook in opdracht van de gemeente structureel betrokken is geweest bij het voorbereiden van het bestemmingsplan in het algemeen en de beoordeling van de zienswijzen in het bijzonder. Een dergelijke handelwijze is naar het oordeel van de Afdeling in strijd met de bij het nemen van een besluit te betrachten zorgvuldigheid, omdat tegen die achtergrond bij de betrokken adviseur sprake kan zijn van belangenverstrengeling, of in ieder geval sprake is van de schijn van belangenverstrengeling. De raad had deze door de eigenaar van het perceel [locatie 2] aangeleverde ruimtelijke onderbouwing daarom niet ten grondslag mogen leggen aan de gewijzigde planregeling voor het perceel. Het betoog slaagt. Conclusie 12.

Gelet op het voorgaande is het beroep van [appellant sub 1] gegrond. De aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning" voor het perceel [locatie 2] in Mijdrecht

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12333080/1